Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 39, item 21

21 Energie (AO d.d. 16/12)

Aan de orde is het VAO Energie (AO d.d. 16/12). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Economische Zaken van harte welkom. We hebben vijf deelnemers van de zijde van de Kamer. Het woord is allereerst aan mevrouw Van Tongeren van de fractie van GroenLinks. Zij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dank u wel voorzitter. Ik ga meteen over tot het indienen van moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de SDE+-regeling voor 2016 meestook van biomassa (BMS) in kolencentrales is opgenomen; 

constaterende dat het kabinet het ibo CO2 opdracht heeft gegeven om te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn vanwege de uitspraak van de rechter in de klimaatzaak; 

constaterende dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen die de regering verzoekt om kolencentrales uit te faseren; 

constaterende dat het kabinet heeft aangegeven nog in deze kabinetsperiode een besluit te nemen over een uitkeringsvariant plus de bijbehorende tijdshorizon; 

verzoekt de regering om de optie bij- en meestook van biomassa in kolencentrales in de SDE+-regeling pas open te stellen nadat het uitfaseren van kolencentrales en het ibo CO2-onderzoek met de Tweede Kamer besproken zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren, Dik-Faber, Van Veldhoven en Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 372 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de uitgaven voor de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) al jaren achterblijven bij de begroting; 

constaterende dat er veel geld op de plank blijft liggen; 

overwegende dat al het geld nodig is om de doelen voor schone energie te halen; 

verzoekt de regering, de voor- en nadelen van fondsvorming voor overschotten van de SDE+ op een rij te zetten en de Kamer hierover voor de Voorjaarsnota van 2016 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 373 (30196). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er een onderzoek loopt om invulling te geven aan de uitspraak van de rechter in de klimaatzaak; 

constaterende dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen die de regering verzoekt om kolencentrales uit te faseren; 

verzoekt de regering om toekenning van subsidie voor CCS bij kolencentrales op te schorten tot het uitfaseren van kolencentrales en het ibo CO2-onderzoek met de Tweede Kamer besproken zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 374 (30196). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. We hebben gisteren een algemeen overleg met de minister gehouden, maar hebben de eerste termijn daarvan niet kunnen afronden. Nog niet alle vragen zijn dus al beantwoord. Dat kon de minister ook niet doen. Ik zal vandaag alvast een motie indienen. Het kan zijn dat ik de motie nog aanhoud tot de tweede termijn. De motie luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat meer inspanningen nodig zijn om het doel voor energiebesparing in het energieakkoord te halen; 

overwegende dat in het energieakkoord staat dat er hiervoor een financieel instrumentarium komt voor de energie-intensieve industrie; 

verzoekt de regering, in januari te komen met een financieringsinstrumentarium om energiebesparing in de energie-intensieve industrie te stimuleren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 375 (30196). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wij hebben hier eerder in juni met de minister over gesproken. Hij heeft toen toegezegd om daarmee aan de slag te gaan. We zien echter nog niets concreets. Vandaar deze vraag. De minister heeft een nieuwe regeling geïntroduceerd: de ISDE-regeling. Misschien kan hij daarin nog iets concreter aangeven wat hij exact gaat doen. Hoe komt dat eruit te zien? 

Mijn laatste punt gaat over fracken in Saaksum. We hebben daar tijdens de behandeling van de begroting van EZ al een motie over ingediend. De minister heeft inmiddels duidelijk gemaakt dat hij onderzoek gaat doen naar de effecten van de fracks die er inmiddels zijn geweest. We hebben het dan over ruim 220 fracks. Het is voor het CDA van belang dat voordat we überhaupt verdergaan met het fracken, we eerst weten wat de uitkomsten van het onderzoek zijn. We zouden graag zien dat de minister tot die tijd het fracken gewoon stillegt. We zien inmiddels dat de NAM dat uit zichzelf doet. Die doet wat wij vragen. Maar we horen het ook graag nog van de minister. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de SDE+-regeling voor 2016 Bij- en meestook (BMS) van biomassa in kolencentrales is opgenomen dat de eerste fase begin maart 2016 wordt opengesteld en de tweede fase in september 2016; 

constaterende dat de Kamer de motie-Jan Vos c.s. (32813, nr. 115) heeft aangenomen, waarin de Kamer uitspreekt dat alle maatregelen moeten worden onderzocht om de uitspraak in de Urgendazaak te kunnen naleven die inhoudt dat de CO2-uitstoot in 2020 25% lager moet zijn dan in 1990, waaronder nadrukkelijk ook de sluiting van de Nederlandse kolencentrales, en daarnaast de motie-Van Veldhoven/Van Weyenberg (34300, nr. 24), die voorziet in de uitfasering van de Nederlandse kolencentrales, alsmede de motie-Klaver c.s. (34300, 24), waarin de Kamer uitspreekt dat het kabinet in 2016 moet starten met de uitvoering van aanvullende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren; 

constaterende dat het kabinet een ibo-CO2 laat opstellen waarin wordt onderzocht welke maatregelen nodig zullen zijn om invulling te geven aan de uitspraak van de rechter in de klimaatzaak; 

overwegende dat het kabinet heeft besloten dat de uitspraak in de Urgendazaak zal worden gehonoreerd; 

overwegende dat een halfjaar uitstel van de beschikking van bij- en meestook van biomassa het duurzaamheidsdoel van 14% voor 2020 niet in gevaar brengt; 

overwegende dat het langdurig voortzetten van de kolencentrales leidt tot langdurig stilzetten van de veel schonere en soms splinternieuwe gascentrales; 

spreekt uit dat met het toekennen van SDE+ aan biomassabijstook, de mogelijkheid van uitfasering van de kolencentrales niet negatief mag worden beïnvloed; 

verzoekt de regering om de optie bij- en meestook van biomassa in kolencentrales in de SDE+-regeling pas open te stellen nadat er overeenstemming is over de wijze waarop tegemoet gekomen zal worden aan de uitspraak van de rechter om meer CO2-reductie te realiseren, er helderheid is over de uitfasering van de kolencentrales en daarmee uitvoering is gegeven aan de motie-Jan Vos c.s. en de motie-Van Veldhoven/Van Weyenberg en Klaver c.s.; 

verzoekt de regering tevens om daarbij een helder tijdpad in acht te nemen en de uitvoering van de moties met de Kamer te bespreken alvorens tot implementatie hiervan over te gaan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan Vos en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 376 (30196). 

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik realiseer me dat het een lange motie is, maar ik probeer mijn moties zo precies mogelijk te specificeren. 

De voorzitter:

Niemand zal dat betwisten. 

De heer Bosman (VVD):

De heer Vos stelt dat er geen risico is om de 40%-doelstelling in 2020 te halen. Ik maak mij daar wat zorgen over. Hoe weet de heer Vos zeker dat die doelstelling gehaald gaat worden, ook met dit uitstel? We hebben in het energieakkoord met elkaar goede afspraken gemaakt voor stabiliteit en rust. Leidt dit soort uitschuiven van afspraken niet tot afstel, waarbij partijen zich mogelijk terugtrekken als het wat te onzeker wordt? Hoe weet de heer Vos zeker dat het geen risico gaat worden? 

De heer Jan Vos (PvdA):

Bij het energieakkoord lopen we inmiddels op een aantal punten achter. We lopen bijvoorbeeld achter bij wind op zee. Het wordt spannend hoe dat de volgende week in de Eerste Kamer zal gaan lopen, omdat er in de wet allerlei zaken bij elkaar komen. Je ziet dat het ook bij wind op land niet altijd soepel verloopt. Dat gaat niet altijd zoals wij dat graag zouden willen zien. Ik vind dat we ons aan de afspraken moeten houden en de doelstellingen moeten halen. Dat geldt ook voor de bij- en meestook van biomassa. Vergeleken met het aanleggen van een windpark op zee is de bij- en meestook van biomassa in een kolencentrale niet zo heel ingewikkeld. Sterker nog, je hoeft helemaal niets te doen aan de spiksplinternieuwe centrale waar de heer Bosman zo'n fan van is. Je stookt er een tijdje kolen in, waarna je er biomassa aan kunt toevoegen. Dan gaat het gewoon vanzelf. Dat kan dus ruim voor 2020, we hebben een eindeloze zee van tijd. 

De heer Bosman (VVD):

Het gaat er niet zozeer om waar ik fan van ben. Het gaat erom dat we een bepaalde betrouwbaarheid hebben in het nakomen van afspraken die we maken. De heer Vos zei net dat we een en ander misschien niet gaan halen met wind op zee en wind op land. Hij zegt daar echter bij dat de doelstellingen wel gehaald moeten worden. Daarbij vindt hij mij aan zijn zijde. Dat vinden wij belangrijk. Mijn vraag betreft een overweging in zijn motie, waarin hij stelt dat we de doelstelling van 14% in 2020 sowieso gaan halen, ook met dit verhaal. Ik wil graag van de heer Vos horen hoe hij dat garandeert. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Het is aan het kabinet om uitvoering te geven aan de door het kabinet overeengekomen afspraken in het energieakkoord, waar wij beide steunpilaren van zijn. Het is ook aan het kabinet om uitvoering te geven aan de afspraken die wij in onze coalitie overeen zijn gekomen: oorspronkelijk 16% duurzame energie in 2020, wat inmiddels 2023 is geworden. Het is aan het kabinet om al die afspraken uit te voeren. Ik constateer dat wij op een aantal punten wat achterlopen. Ik constateer ook dat het kabinet zich zeer inzet en deze minister eveneens. Ik heb hem keer op keer geprezen voor de wijze waarop hij daar uitvoering aan probeert te geven. Het kabinet is nu bezig om een extra maatregelpakket daarop in te zetten. Ik vind dat zonder meer prijzenswaardig en ik ben ervan overtuigd dat het daarmee goed komt. Dat halve jaar uitstel voor de bijstook van biomassa gaat echt niet leiden tot het niet-halen van de doelstelling van 14% in 2020. 

De heer Bosman (VVD):

Voorzitter. Waar het om gaat, is betrouwbaarheid. Hoe gaan wij om met de afspraken die wij hebben gemaakt? Waar kunnen bedrijven en ook ngo's van op aan als wij afspraken met ze maken voor de toekomst, omdat wij vinden dat de duurzaamheidsdoelstellingen gehaald moeten worden? Er heeft een heel groot palet aan mensen, bedrijven en ngo's afspraken met elkaar gemaakt. Dan maak ik mij grote zorgen als wij hier, in dit huis, toch even snel zeggen: laten wij dat maar niet doen. Ik maak mij zorgen over de toekomst, over de haalbaarheid van doelstellingen. De heer Vos heeft niet mijn angst weggenomen dat dit helemaal niet gegarandeerd kan worden. Hij legt het gewoon bij het kabinet neer. Dat vind ik wat te makkelijk. Als wij zelf dingen uit het akkoord trekken, dan moeten we ook zelf voor vulling zorgen. Dat heb ik hem niet horen zeggen. Ik hoop van harte dat de minister gewoon doorzet met zijn plannen. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Gisteren hebben we een algemeen overleg gehad dat niet tot een einde is gekomen, door stemmingen overigens. Dat is jammer, want we waren lekker bezig, als ik het zo mag samenvatten. Ik heb een aantal moties over het windmolenpark in Drenthe, maar die ga ik nu niet indienen, want we hebben afgesproken dat we ons zouden beperken tot de SDE+. Als we het debat voortzetten volgend jaar, dan is daar nog voldoende tijd voor. 

Ik dien nu één motie in over het onderwerp waarover we het vandaag zouden hebben. Ze luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de energietransitie een bewegend doel vormt; 

overwegende dat onder anderen de Urgenda-uitspraak en de Klimaattop een nieuwe dimensie hebben toegevoegd aan de energietransitie; 

verzoekt de regering om jaarlijks bij de formulering van het SDE+-subsidiekader mee te wegen welke takken van sport in verduurzaming, CO2-uitstootreductie en energiebesparing de meeste toegevoegde waarde leveren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 377 (30196). 

De heer Smaling (SP):

Dus een soort motie-Vos/Van Tongeren-Light, zou ik zeggen. 

De heer Bosman (VVD):

De heer Smaling vertelt een belangrijk verhaal hier in de Kamer ten aanzien van de energietransitie, maar ik kan mij nog herinneren dat we driekwart jaar geleden ook in dit huis stonden en dat de SP aankondigde dat ze met een plan zou komen voor duurzame woningen of nul-op-de-meterwoningen. Dat zou dan helemaal doorgerekend zijn en het zou een enorme stap voorwaarts worden voor de energietransitie. Mag ik de heer Smaling vragen hoe het staat met dat plan van de SP? 

De heer Smaling (SP):

Ja, goed. We zijn ermee bezig. We gebruiken het reces om de nodige laatste stappen te zetten. We willen externe deskundigen raadplegen en dat gaan we doen. In het voorjaar moet het plan klaar zijn. De bedoeling is ook dat we als het tot nieuwe verkiezingen komt een goed doortimmerd plan hebben waarin energie, milieu en duurzaamheid bij elkaar zitten. Ik heb u niet uitgenodigd voor die raadpleging, maar als u daar prijs op stelt dan kan ik dat alsnog doen. 

De heer Bosman (VVD):

Ik begrijp dus dat het een verkiezingsprogrammaonderdeel is en niet zozeer in het belang van de energietransitie en het verminderen van het energieverbruik. Het is gewoon een verkiezingsprogrammaverhaal. 

De heer Smaling (SP):

Nou. Ik denk dat het goed is dat je als politieke partij af en toe eens goed kijkt naar een onderwerp en beziet of de standpunten nog up-to-date zijn. Vooral omdat dit thema — dat zit ook in die motie verpakt — zo'n hoge graad van turbulentie kent, is het noodzakelijk om die te verfrissen en te vernieuwen. Daarom zijn we hieraan begonnen. Ik kan het iedereen aanraden. 

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. We hebben gisteren uitvoerig met de minister gedebatteerd. Het onderwerp is echter zo belangwekkend dat we eigenlijk aan de bijna vier uur niet genoeg hadden. We gaan daar dus zeker nog verder met elkaar over in gesprek. Dat komt allemaal na het reces. In dit VAO zouden we ons richten op de SDE+. We hebben daar gisteren uitgebreid over gesproken. We gaan de kolencentrales uitfaseren. Ik denk dat dat een belangrijke stap is na het klimaatakkoord dat is afgesloten. Het is een belangrijke stap om minder broeikasgassen uit te stoten en om een echte transitie naar hernieuwbare energie te maken. 

De ChristenUnie is nooit voorstander geweest van subsidiëring van biomassabijstook. Laten we nu we in afwachting zijn van het ibo en het onderzoek naar het uitfaseren van kolencentrales een pas op de plaats maken met subsidies. Daarom heb ik de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 372 meegetekend en zal ik zeker de motie van de PvdA en GroenLinks op dit punt, de motie op stuk nr. 376, steunen. Ik heb ook de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 374 over het opschorten van subsidie aan CO2-opslag meegetekend. Ook dit in het kader van het onderzoek van het onderzoek naar het uitfaseren van kolencentrales. Voor de verandering heb ik vandaag geen eigen motie. 

De voorzitter:

Opluchting. Mevrouw Mulder heeft nog een vraag voor u. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Mevrouw Dik-Faber zegt nu heel stellig dat zij eigenlijk altijd heeft gezegd dat zij helemaal nul bijstook van biomassa wil. Ik kan me toch niet heel helder herinneren dat zij dat bij het uitkomen van het SER-energieakkoord zo duidelijk heeft gezegd. Ik heb de indruk gekregen dat zij gaandeweg de rit heeft gedacht: nou, dat is misschien geld dat we beter op een andere manier kunnen besteden. Heeft zij echt bij het uitkomen van het SER-energieakkoord al direct gezegd: wij gaan niet akkoord met dit hele onderdeel? 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik herinner me dat we bij het uitkomen van het energieakkoord hebben gezegd dat het een stap in de goede richting is en dat het winst is dat zo veel verschillende partijen met elkaar een akkoord hebben gesloten, maar dat we op de grootte van de stappen wel wat opmerkingen hebben en ook over een aantal maatregelen. Ik moet bekennen dat ik niet zo uit mijn hoofd weet — het energieakkoord ligt er immers al even — op welke maatregelen we kritiek hebben. Ik kan me echter niet herinneren dat de ChristenUnie ooit heeft gezegd dat subsidiëring van biomassabijstook een goede maatregel is. Dat hebben we nooit omarmd. De ChristenUnie heeft altijd gezegd: als je dan toch biomassabijstook wilt realiseren, doe dat dan met een verplichting en ga dat nu niet betalen. Ik weet nog dat we hier debatten hebben gevoerd … 

De voorzitter:

Dit gaat heel erg op het debat van gisteren lijken. Ik heb het gevolgd. Hebt u nog een afsluitende vraag, mevrouw Mulder? 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik heb het idee dat de fractie van de ChristenUnie hier is gaan schuiven. Dat mag, hoor. Daarmee zegt zij echter wel dat het SER-energieakkoord heel erg een cafetariamodel wordt. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik ben niet gaan schuiven. Ik weet het echt heel zeker. We hebben hier in een zeer vroeg stadium na de totstandkoming van het energieakkoord al debatten over gehad. Ik kan me nog herinneren dat Paulus Jansen, Kamerlid voor de SP, heel treffend zei: dit is gewoon het subsidiëren van vuurtje stoken. 

De voorzitter:

Prima. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie heeft wellicht niet die woorden gebruikt, maar het is wel precies de kern van waar het hier om gaat. We gaan niet 4 miljard daaraan uitgeven. 

De voorzitter:

Ik schors voor 30 seconden, zoals de minister heeft gevraagd. Tel rustig mee. Daarna gaan we luisteren naar de antwoorden van de minister. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

We zijn twee seconden over tijd. Het woord is aan de minister. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Laat ik beginnen met de opmerking van de heer Vos. Hij zei dat we achterlopen bij het energieakkoord. Dat kan ik niet bevestigen. Het energieakkoord bevat vijf ijkpunten voor de borgstellingscommissie: 14% duurzame energie in 2020, 16% in 2023, 100 petajoule besparing, 1,5% energiebesparing per jaar en 15.000 nieuwe banen per jaar in de duurzame-energiesector. Vandaag ben ik bijeengekomen met diverse partijen die samen het energieakkoord hebben gesloten. We wachten af waarmee de heer Nijpels binnenkort komt. Het zou mij niet verrassen als de partijen met elkaar tot de conclusie komen dat we alle doelstellingen gaan halen en dat we op het spoor zitten om te realiseren wat we allemaal belangrijk vinden. We lopen dus niet achter bij het energieakkoord. Ik weet dat ik de heer Vos daarmee niet teleurstel, maar dat ik hem geruststel. Het doet mij genoegen om hem op dat punt te kunnen geruststellen. 

Ik heb van zes woordvoerders een inbreng ontvangen. Ik begin met mevrouw Van Tongeren, die een motie op stuk nr. 372 heeft ingediend die gericht is op de besluitvorming over biomassa. De vraag is of we biomassa het komende jaar gaan onderbrengen bij de SDE+, zoals we van plan waren. Zij pleit voor uitstel. Hetzelfde doet ook de heer Vos in de motie op stuk nr. 376. Ik ga daarom op beide moties tegelijk in. Waar praten we over bij biomassa? Duurzame energie is iets wat je niet opmaakt, maar alleen gebruikt. Planten halen CO2 uit de lucht. Als je die planten vervolgens opstookt, stook je iets op wat duurzaam en hernieuwbaar is. Er groeien weer nieuwe planten en bomen, die je weer kunt verstoken. Op die manier kun je gebruikmaken van iets wat hernieuwbaar is. Dat is onderdeel van het begrip "duurzame energie". Dat hebben wij niet in Nederland bedacht, maar de Europese Commissie heeft dit bedacht en vastgelegd in een Europese richtlijn. Wij hebben de ambitie om 20% tot 30% van hetgeen kolencentrales nodig hebben, te laten aanleveren in de vorm van biomassa. Dan heb je per saldo aanmerkelijk minder CO2-uitstoot van zo'n kolencentrale. 

We hebben ook de ambitie om hier CCS, opslag van CO2, aan te koppelen. Dat doen we eerst met een grootschalig demonstratieproject en daarna als het kan op grotere schaal. Dat is wat wij voorstaan bij biomassa. 

Biomassa is een belangrijk onderdeel van het energieakkoord. We hebben er afspraken over gemaakt en precies vastgelegd aan welke eisen die biomassa moet voldoen. Het moet duurzame biomassa zijn. Je moet geen oerbossen kappen en die vervolgens opstoken, maar bomen die je laat groeien en na de kap opnieuw plant op dezelfde plek. Dat zijn voorwaarden die we gesteld hebben. Bovendien hebben we een heel apart systeem gemaakt om dat allemaal te controleren. We zijn zowel met de criteria die we stellen als met de controle voorlopers in de gehele wereld. Er is geen enkel land dat het al zo doet. Ik denk dat wij op heel verantwoorde manier gebruikmaken van de optie biomassa. 

We hebben de afspraak gemaakt dat we niet meer dan 25 petajoule aan biomassa gaan bijstoken in kolencentrales. Die 25 petajoule is goed voor ongeveer 1,2% duurzame energie. Als die biomassa niet verstookt wordt, zijn we 1,2% duurzame energie kwijt en halen we de doelstelling voor 2020 en 2023 niet. In de motie wordt voor een periode van acht jaar uitstel gevraagd van het doen van toezeggingen aan kolencentrales die biomassa gaan gebruiken om hun centrale duurzamer te kunnen runnen. Ze gebruiken dan niet meer alleen kolen, maar een combinatie van kolen en biomassa. Stel dat wij dat gaan uitstellen. De enige zin van uitstel is dat je de mogelijkheid opent voor afstel, dat je anticipeert op afstel. Anders heeft uitstel geen zin. Afstel houdt in dat wij die 14% duurzame energie in 2020 niet halen en die 16% in 2023 evenmin. Ik heb niet de vrijheid om een beweging in die richting te maken. Ik heb mij politiek gebonden om die 14% en die 16% wel te halen. Ik heb mij ook maatschappelijk gebonden, in het energieakkoord. Ik wil de politieke afspraken nakomen, net als de maatschappelijke. Ik wil niet dat uitstel een opmaat voor afstel is. Ik wil niet dat wij de mogelijkheid voor afstel openzetten als zijnde iets waartoe binnenkort kan worden besloten. Ik wil dat wij gaan doen waartoe wij eerder hebben besloten, namelijk duurzame energie realiseren. Om die reden ontraad ik beide moties met kracht, dus de motie op stuk nr. 372 en de motie op stuk nr. 376. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ben teleurgesteld in de minister. Als er bij de gaswinning onderzoeken lopen dan wel er een gerechtelijke uitspraak is, is de minister altijd bereid om een besluit over het verlagen van de gaswinning uit te stellen totdat de resultaten van de onderzoeken er zijn. In dit geval kan het onderzoek aangeven dat wij de kolencentrales gaan sluiten. De regering moet ook een motie over het uitfaseren van kolencentrales uitvoeren. En dan zouden wij op dit moment gaan besluiten om acht jaar lang voor een bedrag van rond de 4 miljard te subsidiëren voor iets waarover het onderzoek mogelijkerwijs zal uitwijzen dat wij er van af moeten? Waarom kan de minister in dit geval niet een aantal maanden uitstel velen, terwijl dat bijvoorbeeld bij de gaswinning in Groningen wel kan? 

Minister Kamp:

Ik ben niet degene die uitstelt met betrekking tot de gaswinning in Groningen. Ik ben degene die in een periode van drie jaar de gaswinning in Groningen halveert. In dit geval ben ik degene die ervoor zorgt dat wij de doelstellingen uit het regeerakkoord en het energieakkoord halen. Een belangrijk onderdeel van die doelstellingen is die 1,2% biomassa. Daar hebben wij heel goed over gepraat in Europa. Dat is vastgelegd in een richtlijn waar ook Nederland zich aan te houden heeft. Daarin staat: 14% in 2020 en onderdeel daarvan kan het verstoken van biomassa zijn. Dat staat in die richtlijn. In het regeerakkoord hebben wij die afspraak nog eens bevestigd. Voor de jaren 2020 en 2023 is dit ook in beeld geweest bij het energieakkoord. In dat kader hebben wij ook heel gedetailleerd afgesproken aan welke eisen die biomassa moet voldoen, hoe je de eisen moet controleren en dat de helft van de tien kolencentrales wordt gesloten. De vijf overige hebben wij alle vijf nodig om die 25 petajoule biomassa te realiseren. Uitstel moet wel een ratio hebben. De enige ratio van dit uitstel is het openen van perspectief op afstel. Je biedt dus ruimte voor afstel. Afstel van bijstook van biomassa houdt in dat ik die 14% en die 16% niet haal. Ik ben niet bereid om iets te doen waardoor ik die 14% en die 16% niet haal. 

Ik waarschuw de Kamer. Stel dat wij dit zouden doen met elkaar. Die 1,2% wordt dan niet gehaald. Dus worden de doelstellingen niet gehaald. Welke mogelijkheid hebben wij dan nog om andere partijen die ook bezwaar hebben tegen dingen, bijvoorbeeld windmolens op land of mestvergisting — er zijn allerlei partijen die bezwaren hebben — eraan te houden dat zij hun deel van de afspraken nakomen als wij zelf een bouwsteen uit het energieakkoord halen? 

De voorzitter:

Over 30 seconden moet het volgende VAO beginnen. Dit was een heel lang antwoord. U krijgt nog lange vragen. Gisteren hebt u hierover uitgebreid gesproken en in het nieuwe jaar gaat u er ook nog vaak over spreken. Dit is een VAO. Een dringend advies: korte vragen en korte antwoorden. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het kabinet heeft willens en wetens gekozen voor wat destijds als goedkoopste optie werd gezien. Voor biomassabijstook heeft de minister een nieuwe categorie in de SDE gecreëerd. Dit heeft niet in het oorspronkelijke akkoord gestaan. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil nogmaals met klem een beroep op de minister doen om wel in de geest van de kolenuitfaseermotie te handelen, om hiernaar te kijken en om dit uit te stellen. Dit is een vrij fundamentele zaak. Het spijt mij, voorzitter, normaal gesproken begrijp ik dat we snel moeten zijn, maar als we dit niet doen, dan wordt dit toegekend aan die kolencentrales en het gaat over 4 miljard. Ik vraag de minister dus nogmaals wat er zo onwaarschijnlijk belangrijk is dat het nu moet en dat het echt niet twee of drie maanden uitgesteld kan worden, totdat dat onderzoek er is en met de Kamer is besproken. Dan hebben we nog keuzes. 

Minister Kamp:

Biomassa staat in de Europese richtlijn als een onderdeel van hetgeen je kunt doen om de doelstelling voor duurzame energie te halen. Biomassa is uitdrukkelijk verder uitgewerkt in het energieakkoord. Dat is geen verzinsel van mij. Dat staat er allemaal in. Ik ga dat toepassen om die doelstellingen te kunnen halen. Ik begrijp niet helemaal in de geest waarvan mevrouw Van Tongeren mij vraagt te handelen, maar het had iets te maken met kolencentrales en de besluitvorming daarover die er nog aankomt, zoals zij zei. Ik wil graag handelen in de geest en naar de letter van de afspraken die we hebben gemaakt in het regeerakkoord en in het energieakkoord. Daarin staan de doelstellingen, de percentages duurzame energie, die we gaan halen. Ik heb er groot bezwaar tegen om die afspraken onderuit te halen. 

De heer Jan Vos (PvdA):

In de eerste plaats wil ik zeggen dat ik zeer tevreden ben met het feit dat de minister zegt dat we weer on track liggen met het energieakkoord. Ik ken hem ook eigenlijk niet anders dan als iemand die dat voortdurend monitort en bewaakt, maar desalniettemin complimenten daarvoor. Ik wil er toch nog eens op wijzen dat de rechter een uitspraak heeft gedaan en dat hij heeft gezegd dat we van 17% naar 25% CO2-reductie moeten in 2020. Het kabinet heeft gezegd dat het natuurlijk naar de rechter gaat luisteren, zoals iedere burger in Nederland dat moet doen, en dat het die uitspraak gaat naleven. Mijn vraag aan de minister is: hoe gaan we die CO2-reductie dan toepassen? 

Minister Kamp:

Ik weet dat als wij alles aan elkaar gaan koppelen, het eindresultaat zal zijn dat wij de zaak uitstellen en ingewikkeld maken en dat wij dan verder van ons doel af komen. Ik weet dat wij in het regeerakkoord en in het energieakkoord afgesproken hebben om 14% en 16% duurzame energie te halen, om 1,5% energiebesparing per jaar te halen en om 100 petajoule extra energiebesparing te halen om 15.000 banen per jaar te creëren. Dat zijn allemaal prima afspraken die heel goed passen in hetgeen de Urgendarechter bedoelde, in hetgeen bedoeld wordt in de afspraken die vorige week in Parijs zijn gemaakt en in hetgeen bedoeld wordt door een overgrote meerderheid in de Kamer die zegt: wij willen een goede bijdrage leveren aan het oplossen van de klimaatproblematiek in de wereld. Ik ben ervan overtuigd dat het heel goed helpt als wij vasthouden aan de afspraken die wij gemaakt hebben. Als wij zelf gaan trekken aan die afspraken en als wij daar een deel uit weghalen, dan weet ik niet meer hoe ik de anderen daar nog aan moet houden. Ik vind dat echt gevaarlijk. Naar mijn mening is dat in strijd met de politieke en maatschappelijke afspraken die gemaakt zijn. Ik vind het ook zeer risicovol met het oog op de doelen die wij allemaal wensen te halen. 

De voorzitter:

Helder. Kunt u kort en puntig reageren, mijnheer Vos? 

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik begrijp dat het een complexe wereld is, maar er ligt een uitspraak van de rechtbank en er liggen drie moties van deze Kamer. Ik constateer dat vrijwel alle fracties in de Kamer, namelijk SP, D66, GroenLinks, Partij van de Arbeid en zelfs de PVV, hierom vragen. De minister heeft ons gewaarschuwd, maar wij hebben tegen de minister gezegd: let even op, want wij zien dit niet zo zitten. Daarom liggen die moties er nu. Ik wil de minister dus toch nog eens verzoeken om er heel goed naar te kijken en om erover na te denken in het kerstreces. 

De voorzitter:

Dat is geen vraag. 

Minister Kamp:

Ik heb ernaar gekeken. De uitspraak van de rechter is van belang. Die gaan we uitvoeren. Tegelijkertijd gaan we in beroep tegen die uitspraak van de rechter. Ik vind moties van groot belang, maar ik vind het regeerakkoord ook van groot belang. Dat is de basis voor het politieke werk in dit huis. Een Europese richtlijn vind ik ook van groot belang. We hebben de plicht om die te implementeren en om die vervolgens ook na te leven. Ook het energieakkoord vind ik van groot belang. We hebben met 47 partijen in het land een afspraak voor de lange termijn over energie gemaakt. Als we daar nu na twee jaar op een belangrijk onderdeel een steen uit weghalen — het is meer dan dat; we halen echt een belangrijk onderdeel van het energieakkoord weg — dan is dat in strijd met het regeerakkoord, in strijd met de richtlijn en in strijd met het energieakkoord. Daar heb ik groot bezwaar tegen. Daarom heb ik deze moties krachtig ontraden. 

Mevrouw Van Tongeren heeft voorts de motie op stuk nr. 373 ingediend. Zij zegt dat er veel geld op de plank blijft liggen bij de SDE+ en vindt dat er een fonds opgezet moet worden om het geld te behouden voor het goede doel, namelijk de duurzame energie. Wij hebben echter al een fonds. Dat fonds stelt ons in staat om, als er in een bepaald jaar geld overblijft dat wij nog niet kunnen uitgeven voor duurzame energie, dat geld door te schuiven naar het volgend jaar. In dat volgende jaar kunnen wij het dan uitgeven ten behoeve van duurzame energie. Dat fonds is er dus al. Verder ziet de vertraging vooral op de periode voor de SDE+-regeling, toen de oude regeling nog gold. De projecten die via de regeling gerealiseerd moeten worden, proberen wij te realiseren. Als er vertraging in projecten ontstaat, kunnen wij het geld doorschuiven, en als er projecten wegvallen, kunnen wij daar nieuwe projecten voor in de plaats laten komen. Het is dus niet nodig om een fonds op te zetten, zoals mevrouw Van Tongeren voorstelt. Wij hebben al een fonds dat functioneel is. Bovendien hebben wij de mogelijkheid om, als projecten zeer veel vertraging ondervinden of zelfs dreigen weg te vallen, daarvoor in de plaats met andere projecten te komen. Ik ontraad derhalve de motie op stuk nr. 373. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, u hebt een korte, puntige vraag? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Klopt het dat deze gelden formeel teruggaan naar de algemene middelen als er een kabinetswissel is? Of blijven zij automatisch voorbestemd voor duurzame energie? 

Minister Kamp:

We hebben de mogelijkheid om geld door te schuiven van het ene naar het andere begrotingsjaar. Wij kunnen altijd besluiten, ongeacht of er een kabinetswisseling plaatsvindt, om daarmee op te houden. Ook als je een fonds hebt, kun je besluiten om dat fonds op te heffen en het geld weer op een andere manier uit te geven. Dat soort dingen kan allemaal. Wij weten echter met elkaar dat wij langetermijndoelen hebben gesteld voor duurzame energie. Wij zijn daar over een heel brede linie mee bezig en tot nu toe met succes, in elk geval tot vandaag. Nu gaan wij echt een steen uit het huis halen waar we tot nu toe met succes mee bezig zijn geweest. Tot vandaag had ik geen aanleiding om te denken dat dit soort dingen zou gaan gebeuren. Wij hebben een fonds en een goed functionerende regeling. Er is dus echt geen reden om nog een fonds in te stellen. 

Mevrouw Van Tongeren en mevrouw Dik-Faber hebben ons verblijd met de motie op stuk nr. 374. In deze motie wordt de regering verzocht om de toekenning van subsidie voor CCS bij kolencentrales op te schorten. Wij werken al jaren aan de opvang van CO2 via CCS, omdat wij ervan overtuigd zijn dat de opvang van CO2 en de opslag daarvan een goede zaak zou zijn als wij de werkgelegenheid in de energie-intensieve industrie in Nederland willen behouden en de uitstoot van CO2 bij kolencentrales willen verminderen. Verder is het mogelijk om CO2 niet alleen op te slaan, maar ook te hergebruiken in de kassen in het Westland. Wij zijn al jaren bezig met het ROAD-project in Rotterdam, dat inhoudt een groot deel van de CO2-uitstoot van een van de centrales wordt afgevangen en vervolgens onder de grond wordt opgeslagen. Wij zijn al jaren bezig om dat ROAD-project, het enige grootschalige CCS-demonstratieproject in heel Europa, voor elkaar te krijgen. Daar werkt de gemeente Rotterdam hard aan en daar werken ook twee bedrijven, die er allebei 50 miljoen euro in willen steken, hard aan. Nederland steekt er 150 miljoen euro in, de Europese Commissie steekt er 180 miljoen euro in, ook Duitsland en Noorwegen steken er geld in en Frankrijk overweegt om er geld in te steken. Wij zijn nu bijna zover dat wij naar verwachting begin volgend jaar met een voorstel kunnen komen om dat project te realiseren, en nu krijg ik een motie van mevrouw Van Tongeren en mevrouw Dik-Faber om dat uit te stellen. Ik denk dat wij dit absoluut niet moeten doen. De motie op stuk nr. 374 ontraad ik derhalve. 

In de motie-Agnes Mulder op stuk nr. 375 wordt de regering verzocht om in januari te komen met een financieringsinstrumentarium om energiebesparing in de energie-intensieve industrie te stimuleren. Ik kan mevrouw Mulder geruststellen, want die motie is niet nodig. Ik heb daar vandaag nog over gesproken met de partijen die het energieakkoord hebben gesloten. Wij hebben bekeken hoe wij kunnen bewerkstelligen dat hetgeen voor de energie-intensieve industrie, waarmee wij een-op-een afspraken maken, is afgesproken, ook gerealiseerd zal worden. Daarvoor hebben we een aantal dingen afgesproken. Dat begint ermee dat bedrijven zelf met voorstellen komen. We gaan zelf bekijken waar we vanuit het ministerie daaraan ondersteuning kunnen geven. Afspraken in de geest van de motie van mevrouw Mulder zijn al gemaakt vandaag. Daarom kan ik mevrouw Mulder in overweging geven om deze motie in te trekken dan wel aan te houden tot het moment dat zij de resultaten van ons werk kan beoordelen. 

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef aan mevrouw Mulder voor een interruptie, meld ik dat Jan de Niet nu de zaal verlaat. Hij gaat na 42 jaar met pensioen. Een stukje parlementaire geschiedenis trekt straks de deur achter zich dicht. 

(Applaus) 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

We gaan hem missen. Hij liep hier altijd met een grote smile rond. Het is heel plezierig dat hij hier altijd aan het werk was en om hem tegen te komen. 

Ik dank de minister voor de toezegging. We hebben gisteren het debat gehad. Ik wist niet dat hij vandaag al met de mensen in gesprek was. Het is mooi dat hij de motie uitvoert. Ik denk dat het goed is dat ik de motie aanhoud, zodat ik inderdaad kan zien wat eruit komt. Januari is al snel. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Agnes Mulder stel ik voor, haar motie (30196, nr. 375) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder wil graag weten hoe het zit met de ISDE-regeling. Die regeling gaan we opzetten om kleinschalige investeringen door huishoudens in apparatuur waardoor men minder energie nodig heeft, bijvoorbeeld warmtepompen, te subsidiëren. Het doel is om de toepassing van die mogelijkheden te stimuleren, waardoor we een flinke bijdrage kunnen leveren aan de doelen van het energieakkoord. Ik heb de Kamer al op 9 oktober jl. op hoofdlijnen geïnformeerd over de regeling in de aanbiedingsbrief bij de Nationale Energieverkenning 2015. Inmiddels ben ik al een stap verder. Afgelopen dinsdag heb ik de hele regeling in de Staatscourant gepubliceerd. Die is ook beschikbaar op rvo.nl. Alle informatie die mevrouw Mulder wil hebben, kan zij op die manier krijgen. Ik zou beledigd zijn als ik haar zou moeten aanbieden om dat uit te printen en dat aan haar te geven, want daartoe is zij heel goed zelf in staat. 

De voorzitter:

We missen nog de motie-Smaling op stuk nr. 377. 

Minister Kamp:

Inderdaad. De heer Smaling is ook woordvoerder voor sport, begrijp ik, want hij vraagt mij in zijn motie bij de formulering van het SDE+-subsidiekader — daarin gaat volgend jaar 8 miljard om plus nog 5 miljard voor wind op zee; totaal 13 miljard — jaarlijks mee te wegen welke takken van sport in verduurzaming, CO2-uitstootreductie en energiebesparing de meeste toegevoegde waarde leveren. De truc van de SDE+-regeling is juist dat we dit niet doen. In die regeling zeggen we niet: je moet mestvergisting doen, je moet biomassa doen, je moet dit en dat doen. Wij stellen geld beschikbaar voor duurzame energie. Wie die duurzame energie het goedkoopst kan produceren en daarbij aan de voorwaarden voldoet, krijgt de subsidie. Voor de korte termijn, voor 2020 en 2023, hebben we doelstellingen die we moeten halen. Daarom hebben we voor een paar onderdelen van de productie van duurzame energie schotten gezet, zodat we in ieder geval daar de noodzakelijke kortetermijnwinst kunnen realiseren. De bedoeling van de regeling is echter juist dat alle verschillende technologieën met elkaar concurreren. Om die reden denk ik dat het niet goed is om te doen wat er in de motie van de heer Smaling staat. Daarom ontraad ik deze. 

Ik heb geen reactie te geven op wat de heer Bosman heeft gezegd omdat wat hij heeft gezegd, in overeenstemming is met de wijze waarop ik het zie. Ik ervaar het als ondersteuning. 

Ik ervaar het ook als ondersteuning dat mevrouw Dik-Faber deze keer niet zelf met een motie is gekomen. Ik vind het heel mooi om dat nog een keer meegemaakt te kunnen hebben. 

De voorzitter:

Dat is een primeur voor ons allemaal! 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik zag dat de minister druk naar iets op zoek was. Ik denk dat hij mijn vraag over het fracken in Saaksum dus gewoon even over het hoofd heeft gezien. 

Minister Kamp:

Mijn verontschuldigingen: ik was inderdaad even een aantekening kwijt. Het fracken is onderdeel van onze aardgasproductie. We doen dat al tientallen jaren, op heel kleine schaal. Als je de aardgasproductie door wilt laten lopen, moet er af en toe gefrackt worden. Ik ga geen opdracht geven om te stoppen met fracken. Ik heb daar tegen de Kamer een aantal dingen over gezegd. Ik heb ook gehoord wat de NAM daar volgens mevrouw Mulder van vindt. Ik vind dat er in het normale systeem van aardgasproductie al allerlei dingen geregeld en gedaan zijn. Ik heb gezegd wat ik specifiek nog had op te merken over enkele locaties en onderzoek. Maar ik ben niet bereid tot een uitspraak om het fracken op te schorten. Ik vind dat niet in het belang van de energievoorziening in Nederland. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat is natuurlijk een heel teleurstellend antwoord, met name voor de inwoners van Saaksum. Binnenkort zal de behandeling van de Mijnbouwwet plaatsvinden. Daarbij zullen we dan proberen een Kamermeerderheid te vinden om alsnog zaken te regelen. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Vandaag nog stemmen wij over de moties. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid.