Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 13, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor om het dertigledendebat over de ondernemersgeest van dit kabinet van de lijst af te voeren.

Ik stel voorts aan de Kamer voor, de Eerste Kamer te laten weten dat het lid Oskam de plaats in zal nemen van de heer Çörüz bij de verdediging van het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de verruiming van de aansprakelijkheid van ouders voor gedragingen van minderjarigen vanaf de leeftijd van veertien jaar (30519).

Op verzoek van de initiatiefnemers stel ik voor om het voorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering in verband met opheffing strafrechtelijke immuniteiten publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers (30538) van de agenda van deze week af te voeren.

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van wetgevings- c.q. notaoverleg met stenografisch verslag op:

  • - maandag 3 december van 10.00 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het onderdeel Jeugdzorg en aanverwante zaken van de begrotingen VWS en V&J voor het jaar 2013 (33400-VI en 33400-XVI);

  • - maandag 17 december van 10.00 uur tot 16.00 uur van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het onderdeel Sport en Bewegen van de begroting VWS voor het jaar 2013 (33400-XVI).

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 2012Z14476; 2012Z14380; 31288-309; 2012Z14354; 33000-XII-139; 30902-23; 33131-6; 2012Z14553; 33000-VIII-232; 2012Z15294; 32701-28; 33400-V-4; 2012Z14103; 21501-02-1179; 33000-XII-138; 30252-19; 27925-464; 32176-16; 33000-A-65; 33187-7; 33251-6; 30952-85; 30952-83; 30952-81; 30952-82; 2012Z09511; 2012Z15464; 26150-125; 31568-103; 22112-1465; 22112-1458; 22112-1454; 22112-1459; 22112-1422; 22112-1473; 22112-1444; 22112-1405; 22112-1383; 33240; 21501-04-145; 21501-30-296; 32660-52; 33000-VIII-188; 29279-151; 26407-69; 33076-11; 33000-V-159; 31409-40; 33240-6; 33361-1; 27428-233; 33000-VIII-231; 33000-V-163; 30952-84; 32587-8; 31765-19; 33400-VIII-5; 33000-XIII-189; 2012Z15806; 2012Z15197; 2012Z15035; 28498-25; 21501-02-1166; 2012Z15413; 26049-74; 23432-335; 31524-152; 33000-XV-78; 31255-13; 27858-117; 31288-311; 22112-1438; 30545-113; 32847-30; 29240-48; 33000-VIII-226; 33000-V-160; 31524-153; 33263-1; 29383-200; 21501-30-295; 21501-04-143; 32503-8; 33000-VIII-219; 33000-IV-79; 33129-51; 31288-312; 21501-02-1168; 21501-31-293; 21501-30-293; 31288-310; 32836-3; 27858-113; 27858-116; 33339-1; 30196-184; 27858-115; 31288-306; 31482-85; 2012Z16104; 33000-IV-72 en 33125-8.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Ik deel mee dat ingevolge artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde, de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 33000-VIII-195;33240-XIII-8;25764-61;28638-84;28638-86;28973-112;28973-113; 28973-117;32144-15.

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik in de contactgroep Duitsland de leden Van Hijum en Omtzigt tot lid.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Ypma tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Mohandis.

Op verzoek van de D66-fractie benoem ik in de tijdelijke commissie ICT het lid Van Meenen tot lid in plaats van het lid Hachchi.

Op verzoek van de VVD-fractie benoem ik:

  • - in de contactgroep België de leden Verheijen, Remco Dijkstra en Van Oosten tot lid in plaats van de leden Ten Broeke en Leegte;

  • - in de contactgroep Duitsland de leden Huizing, Leegte en Venrooy tot lid;

  • - in de contactgroep Frankrijk de leden Berckmoes-Duindam en Litjens tot lid in plaats van het lid Van der Steur;

  • - in de contactgroep Verenigd Koninkrijk de leden Schut-Welkzijn en Tellegen tot lid in plaats van de leden Van Miltenburg, Ten Broeke, Hennis-Plasschaert en Dijkhoff.

Het woord is aan mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Er zijn twijfels over de diploma's van Oost-Europese chauffeurs die met gevaarlijke stoffen door Nederland rijden. Mijn fractie wil daarover snel helderheid en daarom sta ik hier. Een aantal andere fracties heeft hierover schriftelijke vragen gesteld. Ik begrijp dat het mogelijk is om dit onderwerp te betrekken bij het debat aanstaande donderdag over de toegang tot de markt goederenvervoer. Dit lijkt mij een praktische suggestie die ik graag steun. Ik hoop dat de collega's hiermee instemmen. Wij kunnen de minister dan vragen, de schriftelijke vragen voor dat debat te beantwoorden.

De voorzitter:

U verzoekt dus niet om een apart debat, maar om het toevoegen van een agendastuk aan het debat dat is geagendeerd voor donderdagochtend 25 oktober aanstaande?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ja, voorzitter, dat lijkt mij een win-win.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dit is een serieus onderwerp, want er zijn ernstige problemen. Het lijkt mij een goede suggestie om dit donderdag mee te nemen. Het stond ook al min of meer in mijn inbreng. Dus het lijkt mij goed.

De heer Leegte (VVD):

Ik steun dit voorstel waarbij de vragen dan worden gericht aan de minister en niet meer aan de staatssecretaris. Het is misschien goed om de minister vooraf om een brief te vragen opdat wij het onderwerp van bespreking een beetje kunnen inkaderen. Ik steun het voorstel om dit donderdag te bespreken.

De heer De Graaf (PVV):

Steun voor debat en brief.

De heer De Rouwe (CDA):

Eensgelijks, steun voor debat en brief.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik heb de minister informeel gevraagd of zij het mogelijk acht om nog een brief te sturen. Zij geeft aan dat dit waarschijnlijk moeilijk wordt, ook omdat er al schriftelijke vragen zijn gesteld. Ik neem aan dat dit stenogram wordt doorgeleid. De minister weet dan dat er nog wat informatie van haar wordt verwacht.

De voorzitter:

Ik hoef hier bijna niet meer te zitten. Ik stel voor het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden aan het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Kinderopvangtoeslag maakt de fiscus gek. Die maakt niet alleen de fiscus gek, maar ook een heel groot aantal gezinnen heeft er veel last van dat zij nu nog moeten horen of zij over 2010 geld terugkrijgen of moeten nabetalen vanwege de kinderopvangtoeslag. Daarom krijg ik graag met spoed een brief van de regering over de vraag wanneer de zaken over 2009, 2010 en 2011 zijn afgehandeld. Daarnaast vraag ik mede namens de fracties van de PVV en de ChristenUnie om een dertigledendebat. Dat zal helaas wel twee maanden duren, maar ik vrees dat het voor die tijd nog niet is opgelost.

De voorzitter:

Mag ik u, omdat het toch nog even duurt, het voorstel doen dat wij eerst om een brief vragen? U heeft twee verzoeken, een brief en een dertigledendebat. Zullen wij eerst de brief vragen? Wij kunnen naar aanleiding daarvan altijd nog besluiten of er een debat moet komen dan wel een spoedig AO dat misschien nog voor die tijd kan worden gevoerd.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik handhaaf helaas mijn verzoek voor een dertigledendebat.

De voorzitter:

U hebt dus twee verzoeken gedaan, een verzoek om een brief en een verzoek om een dertigledendebat.

Mevrouw Yücel (PvdA):

Wij steunen het verzoek om een brief van de minister, maar niet het voorstel voor een dertigledendebat.

De voorzitter:

Steun voor de brief, maar niet voor een dertigledendebat.

De heer Bashir (SP):

Dit is een belangrijk onderwerp en mijn fractie wil hierover ook graag op korte termijn spreken. Wij spreken aanstaande maandag over het Belastingplan. Als wij de bewuste brief nog aanstaande vrijdag kunnen ontvangen, kunnen wij dit onderwerp ook bij de behandeling van het Belastingplan betrekken.

De voorzitter:

Steun voor de brief, maar niet voor een dertigledendebat.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Steun voor de brief, niet voor een dertigledendebat, maar als de brief er snel is, kunnen wij dit onderwerp wellicht de komende twee weken bij de behandeling van het Belastingplan meenemen.

De heer Koolmees (D66):

Ook steun voor een brief, en voor de suggestie van de heer Bashir om het aanstaande maandag mee te nemen bij het Belastingplan.

De voorzitter:

Geen steun dus voor een dertigledendebat.

De heer Klaver (GroenLinks):

Geen steun voor een dertigledendebat. Wel voor de brief, en die zouden wij graag voor vrijdag ontvangen.

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, u hebt steun voor een brief, maar u hebt geen steun voor een dertigledendebat.

De heer Omtzigt (CDA):

Jawel, daar heb ik wel steun voor.

De voorzitter:

Sorry, mede namens wie hebt u het aangevraagd?

De heer Omtzigt (CDA):

PVV en ChristenUnie.

De heer Van Vliet (PVV):

We hebben volgens mij 33 zetels.

De voorzitter:

Ja, sorry, ik heb even niet goed opgelet. Mijnheer Omtzigt, u hebt dus steun voor een dertigledendebat en voor een brief, uiterlijk door de Kamer te ontvangen op vrijdag.

Ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het dertigledendebat komt onder aan de lijst, met spreektijden van drie minuten per fractie.

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Geheel conform uw wens zal ik beginnen met mijn verzoek. Ik verzoek om een debat, en ik heb een verzoek aan u. Ik zal het toelichten.

Vorige week hebben de Europese regeringsleiders twee dagen gesproken over de crisis. Wij hebben dat in het parlement goed voorbesproken. De regeringsleiders hebben echter ook gesproken over structurele oplossingen voor de crisis. Daarbij zijn geen besluiten genomen. Dat had het kabinet ons ook verteld, dus dat is conform de afspraak. Toch hebben we ook afgesproken dat er een grotere betrokkenheid van de Kamer moet zijn. Ik vraag om een debat, niet alleen om terug te kunnen kijken, maar ook om met het kabinet goed vooruit te kunnen kijken naar december, wanneer de besluiten wel genomen worden.

Ik heb ook een verzoek aan u, voorzitter, namelijk om in aanloop naar december – dat is dichterbij dan we denken – in het Presidium de rol van het parlement vorm te geven in die structurele oplossingen in Europa. Dat zou wat mijn fractie betreft kunnen middels hoorzittingen, rondetafelgesprekken of een symposium, omdat het meerdere commissies betreft, zoals die van Financiën, Europese zaken en Buitenlandse Zaken. Dan kunnen wij de rol van het Nederlandse parlement goed bespreken. Ik verzoek u dus om dit in het Presidium te bespreken opdat wij, ook met de brief van het kabinet die nog komt, straks in december niet te laat zijn.

De voorzitter:

Op uw verzoek aan mij kan ik gelijk reageren. Uw partij is ook vertegenwoordigd in het Presidium. Het lijkt mij een prima idee dat we hierover in het Presidium spreken. We zullen bekijken wat die discussie gaat opleveren.

U deed ook een verzoek om een debat.

De heer Van Bommel (SP):

De SP-fractie steunt dit verzoek graag.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ook steun van de GroenLinksfractie.

De heer Harbers (VVD):

Ook steun van de VVD voor het verzoek om een debat, omdat we vorige week in het herfstreces hebben besproken dat het meer voor de hand lag om het na de top te doen. Het andere verzoek van de heer Pechtold zal in het Presidium aan de orde komen. Ik ben er nog wat terughoudend in, maar het komt wel in het Presidium.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ook steun van de PVV-fractie voor een debat, en wel zo snel mogelijk. Nu zijn de resultaten van de top nog vers. Als we een paar weken wachten, liggen de kaarten misschien weer heel anders.

De heer Plasterk (PvdA):

Steun voor een debat, en voor het voorstel van de heer Pechtold wat betreft de timing.

De heer Omtzigt (CDA):

Steun voor het debat, maar ook steun voor het verzoek om hierover een symposium of hoorzitting te houden. Dit zijn vergaande voorstellen. Ik vraag me af of het via het Presidium moet, of dat het eventueel al geregeld kan worden in de extra procedurevergadering van vanmiddag om 15.45 uur, via de commissie voor Europese Zaken. Dan zetten we het in werking. Wij zijn namelijk wel flexibel, maar onze gasten hebben misschien iets meer vooraankondiging nodig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik steun niet de suggestie dat er op de afgelopen top over oplossingen is gesproken, want daar denken wij fundamenteel anders over, maar ik steun graag het verzoek om een debat. Het zou erg helpen als het kabinet in dat debat helder verwoordt wat het precies van plan is. Ik denk namelijk dat we het met zijn allen een beetje zat zijn dat we voortdurend door rookgordijnen heen moeten prikken.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, voordat ik u het woord geef, kan ik u melden dat ik ruimte op de agenda heb om het debat te plannen voor komende donderdag. Daarna zie ik namelijk, gezien de ontwikkelingen die ik uit de kranten verneem, wat agendatechnische problemen ontstaan. Er is nu wat ruimte in de agenda, dus mijn voorstel is dat we het komende donderdag doen.

De heer Pechtold (D66):

Prima. Dat is een constructieve oplossing. Wij hebben nog een brief van het kabinet tegoed, waarin het aangeeft hoe we richting december opereren. Die moet er dan wel ruim voor donderdag zijn, want die brief zal een belangrijk onderdeel van het debat zijn. Die brief moet er dan dus morgen zijn. Er is nog een ander punt als het debat zo vroeg wordt ingepland. Ik vind het prima om een en ander te bespreken in de procedurevergadering van Europese Zaken, maar ook de commissies van Financiën en Buitenlandse Zaken zijn hierbij betrokken. Daarom was mijn verzoek aan het Presidium om te kijken wat er richting december nog meer nodig is. De regering heeft aangegeven dat parlementen hierbij een belangrijke rol dienen te spelen en ik wil geen weken verloren laten gaan. Ik vind het prima om een en ander vanmiddag in de procedurevergadering te bespreken, maar dat neemt niet weg dat mijn eerdere verzoek blijft staan.

De voorzitter:

Volgens mij staat het u vrij, in elke procedurevergadering te praten over de manier waarop het parlement bij een en ander betrokken wil zijn. Dat moet u zeker doen. Ik heb u al toegezegd dat wij hierop met het Presidium zullen terugkomen.

Ik zal het stenogram van het betreffende gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Als ik weet dat de brief er tijdig, dus morgen, is, zal ik proberen het debat in te plannen en een nieuw schema rond te sturen. De spreektijd zal vier minuten per fractie bedragen.

De heer Pechtold (D66):

Vier minuten is wel heel krap. Ik zal mij niet als oud-veilingmeester gedragen en tien minuten voorstellen zodat de spreektijd ergens in het midden uitkomt, maar ik denk dat een spreektijd van zes minuten toch wel mooi zou zijn.

De voorzitter:

Ik had met drie minuten spreektijd moeten beginnen. Dit zal ik onthouden voor de volgende keer. De spreektijd zal vijf minuten per fractie zijn.

De heer Plasterk (PvdA):

In mijn eigen bijdrage zei ik al tussen neus en lippen door dat ik het voorstel van de heer Pechtold steun, inclusief de timing daarvan. Ik had van hem begrepen dat hij het debat wil voor de volgende top. Dan hebben we net iets meer ruimte, in de voorbereiding en misschien ook in de spreektijd. Overmorgen is, ook voor de interne voorbereiding, krap voor iets wat aan de hele Europese Unie raakt. Het is heel fijn dat u zo slagvaardig bent, maar …

De voorzitter:

Ik heb daar een belang bij. Dat is niet mijn eigen belang, maar het belang van de hele Kamer. Wij hebben een volle najaarsagenda, want allerlei begrotingen moeten voor het kerstreces worden behandeld. Daarnaast wordt er, zoals u zelf als financieel woordvoerder van een van de onderhandelende partijen weet, onderhandeld over de vorming van een nieuw kabinet. Ik begrijp uit berichten in de media dat dit allemaal snel gaat gebeuren. Ik zie dat de agenda erg vol wordt en dat we in de uren lopen. Ik heb nu nog tijd op de agenda. Als een Kamermeerderheid zegt er geen behoefte aan te hebben, dan komt er een agendavoorstel van mijn kant. Dit is mijn eerste voorstel. Ik snap uw probleem, maar ik hoop dat u ook begrip hebt voor mijn probleem bij het vaststellen van de agenda. Mijn probleem is eigenlijk ook uw probleem.

De heer Plasterk (PvdA):

Dat begrijp ik. Ik wilde u deze opmerking alleen even meegeven. Wij zullen namelijk ook een fractievergadering moeten houden ter voorbereiding van zo'n debat. Ook aan die kant moeten de agenda's geplooid worden. Het debat moet inhoudelijk worden voorbereid, want het is een heel breed onderwerp. Als het mogelijk is om er even wat tijd voor te nemen, zou dat onze voorkeur hebben. Voor de rest laat ik het aan uw wijsheid.

De heer Omtzigt (CDA):

Wij delen die voorkeur. Als wij nog een symposium of hoorzitting willen organiseren, lijkt het ons gepaster om dat voor dan na een debat te doen. Wij geven u dit ter overweging mee zodat u er rekening mee kunt houden.

De heer Harbers (VVD):

Ik sluit mij aan bij de overweging van de heer Plasterk, gelet op de importantie van het debat. Er ontstaat in het najaar ongetwijfeld nog wel een keer wat ruimte op de agenda.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik wil dat onderstrepen. Een goede voorbereiding is belangrijk. Ik weet een ding zeker: als wij het debat deze week houden, krijgt u later alsnog een aanvraag voor dat debat. Dan wordt het dubbelop.

De voorzitter:

U bent mij voor. Ik zal alle overwegingen bij mijn besluit betrekken. De Kamer zal later van mij horen voor wanneer het debat gepland zal worden.

Het woord is aan de heer Voordwind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik had mede namens de fractie van GroenLinks een debat aangevraagd over de voortgangsrapportage over de Kunduzmissie in Afghanistan. Ik begrijp dat er een debat aan zit te komen, maar dat zal pas over enkele weken plaatsvinden. Aangezien er toch een aantal belangrijke zaken in de voortgangsrapportage staan, verzoek ik de commissie om het debat over de voortgangsrapportage te vervroegen naar volgende week. De schriftelijke procedure zou ik ook willen vervroegen en wel van 1 november naar 26 oktober. Dat is aanstaande vrijdag. Mocht dit nog gepaard kunnen gaan met een technische briefing, dan …

De voorzitter:

Mijnheer Voordewind, nu moet ik echt ingrijpen. U doet nu zelfs een verzoek aan de commissie. Ik stel voor dat u een procedurevergadering bijeenroept, misschien nog hedenmiddag. Dan kunt u dit verzoek bespreken binnen de commissie. Verzoeken aan de commissie kan ik echt niet plenair gaan behandelen. Ik snap uw gevoelen hierbij, maar mijns inziens is het verstandig dat u in een snelle procedurevergadering met de commissie bespreekt op welke wijze dit dient te gebeuren.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik had een debat aangevraagd en ik heb nu even toegelicht waarom het debat is omgezet in een AO van onze commissie.

De voorzitter:

Ja, daarom heb ik u de gelegenheid gegeven om dat te doen.

De heer Timmermans (PvdA):

Ik begrijp de wens naar aanleiding van de brief van het kabinet van vorige week. Wij hebben aanstaande donderdag een procedurevergadering. Daar kunnen wij die afspraken prima maken.

De voorzitter:

Mijnheer Timmermans, ik heb zojuist gezegd dat u dit binnen de commissie moet oplossen. Ik hoop dat u dit ook zult doen.

Het woord is aan de heer Van Meenen.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. De fractie van D66 wil graag een debat voeren met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de financiële situatie bij de roc's als gevolg van hun huisvestingsbeleid. Ik zeg hier voor de duidelijkheid bij dat dit verzoek niet komt in de plaats van het spoed-AO waar de heer Beertema ons gisteren mee heeft verwend. Integendeel, dat algemeen overleg moet ook plaatsvinden maar dat richt zich specifiek op de situatie bij Zadkine. Het door mij aangevraagde debat richt zich met name op de wijze waarop wij kunnen voorkomen dat situaties zoals bij Zadkine ontstaan. Wij zien namelijk ook een patroon. Daarover hebben wij zojuist al van gedachten gewisseld. Overigens willen wij dat debat pas voeren als de onderzoeken ter zake beschikbaar zijn.

De voorzitter:

De heer Van Meenen verzoekt om een debat over de financiële gevolgen van het huisvestingsbeleid van roc's in het algemeen.

De heer Beertema (PVV):

De heer Van Meenen zegt nadrukkelijk dat hij de onderzoeksresultaten wil afwachten. Als dit zo is, kan ik mij daarbij aansluiten. Ik ben dus geen voorstander van een debat op korte termijn, omdat de onderzoeksresultaten er eerst moeten zijn. Ik verzoek wel om een brief van de minister naar aanleiding van de situatie bij Zadkine, liefst nog deze week, zodat wij volgende week op een goede manier ...

De voorzitter:

Dat is een nieuw verzoek.

De heer Beertema (PVV):

Het is inderdaad een nieuw verzoek, maar ik geef het toch nog even mee.

De voorzitter:

Ik begrijp dat de heer Beertema geen steun verleent aan het zojuist geformuleerde verzoek.

De heer Beertema (PVV):

Nee, ik wacht liever de resultaten van het onderzoek af.

De heer Van Meenen (D66):

Maar ik ook!

Mevrouw Jadnanansing (PvdA):

Steun voor het verzoek om een debat. Tevens steun voor het verzoek om een brief van de minister en wel voordat volgende week het spoed-AO plaatsvindt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Wij hebben informatie gevraagd over de financiële toestand van de mbo's. Al die informatie komt in november. Het lijkt mij heel logisch dat wij na het ontvangen van al deze informatie een debat voeren met de minister over de situatie in het mbo-veld.

De voorzitter:

De fractie van GroenLinks steunt dus het verzoek om een debat.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Vanzelfsprekend zullen wij een debat voeren naar aanleiding van de onderzoeken. Mijn fractie steunt vooral het verzoek om een brief over Zadkine deze week.

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Geen steun voor een debat, maar wel voor de brief waar de heer Beertema om vroeg.

De heer Rog (CDA):

Steun voor een brief, maar nu geen steun voor een debat. Wij verwachten de zaken uit de brief te kunnen betrekken bij het rapport van de inspectie dat wij tijdens het algemeen overleg zullen behandelen.

De heer Bisschop (SGP):

Steun voor het debat en voor de gevraagde brief.

De voorzitter:

Ik stel vast dat er voor het tussenverzoek, namelijk een brief voor het AO van volgende week, voldoende steun is. Dat gedeelte van het stenogram zal ik in ieder geval doorgeleiden naar het kabinet. Er is echter op dit moment geen steun voor een debat.

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Op dit punt heb ik nog een opmerking. Er liggen nu schriftelijke vragen op dit onderwerp bij de Griffie. Mijn verzoek zou zijn om mijn schriftelijke vragen te beantwoorden ter voorbereiding van het AO van volgende week.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Hachchi.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik doe een rappel aan het kabinet om voorafgaande aan de behandeling van de begroting Koninkrijksrelaties de brief over de benoeming van het interim-kabinet in Curaçao, waar ik op 2 oktober om heb verzocht, naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:

Ik begrijp dat die brief zojuist al naar de Kamer is gestuurd.

Mevrouw Hachchi (D66):

Dat is een andere brief. Die heb ik net ook gezien.

De voorzitter:

Dan stel ik voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Mijnheer Schouw, u hebt nog een vraag? Er is enige verwarring over of u nog een punt voor de regeling heeft.

De heer Schouw (D66):

Ik heb daarover overleg gehad met een van uw zeer gewaardeerde medewerkers. Ik zag mijn verzoek nog steeds op de lijst staan. Ik nam dus aan dat mijn indringende appel op een van uw medewerkers in mijn voordeel was uitgevalen.

De voorzitter:

Op mijn lijst staat u niet meer. Vandaar dat er hier aan tafel enige verwarring was. Ik zie u dus morgen weer terug.

De heer Schouw (D66):

Tot morgen, voorzitter.

De voorzitter:

Tot morgen, mijnheer Schouw.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VAO Spoor, met als eerste spreker het lid Monasch van de Partij van de Arbeid.

Ik stel voor, tevens toe te voegen aan de agenda het VSO Geannoteerde agenda Milieuraad van 25 oktober 2012, met als eerste spreker het lid Van Veldhoven van de fractie van D66, nog deze week te houden.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Aangezien die Europese Raad ook deze week plaatsvindt, zullen de stemmingen dus ook voor aanvang van die Raad moeten kunnen worden ingepland.

De voorzitter:

Het is belangrijk voor alle leden om te weten dat morgen een VSO zal plaatshebben, waaraan ook stemmingen gekoppeld zijn.

De heer Monasch (PvdA):

Voorzitter. In het VAO Spoor gaat het expliciet om de Beneluxtrein. Het is een zaak die op heel korte termijn moet worden besloten. Ik hoop dus dat u dat binnen een termijn van twee weken op de plenaire agenda kunt zetten.

De voorzitter:

Ik ga daar heel erg mijn best voor doen.

Wij gaan nu stemmen.