Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201226049 nr. 74

26 049 Indonesië

Nr. 74 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 augustus 2012

Tijdens de regeling van werkzaamheden van 19 juni jl. hebben de leden Van Bommel (SP), Peters (GroenLinks) en Timmermans (PvdA) het kabinet verzocht in te gaan op de wenselijkheid van een onderzoek naar het gebruik van geweld in de periode van dekolonisatie van Indonesië. Naar aanleiding van dit verzoek informeren wij u, mede namens de minister-president, als volgt.

Wij onderkennen dat een zo volledig mogelijk beeld van het verleden zonder meer van groot belang is. Dit geldt in het bijzonder voor periodes in de geschiedenis die tot op de dag van vandaag in de actualiteit staan.

De afgelopen decennia is er veel onderzoek gedaan naar de onderhavige periode. Onderzoeksmateriaal is in ruime mate beschikbaar en sommige onderzoekers werken samen met Indonesische partners. Onderzoek heeft in de loop der tijd geleid tot een groot aantal waardevolle wetenschappelijke en journalistieke publicaties. Voorbeelden hiervan zijn de in 1969 in opdracht van de regering de verschenen Excessennota, de bronnenuitgave «Officiële bescheiden betreffende de Nederlands Indonesische betrekkingen 1945 – 1950» (20 delen), delen uit de serie «Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog» van prof. dr. L. de Jong, studies naar de geweldsexcessen op Zuid-Sulawesi en onderzoek over Rawagedeh.

Op 19 juni jl. hielden enkele historische instituten een pleidooi voor verder onderzoek. Vanzelfsprekend staat het de instituten vrij om binnen hun programma en verantwoordelijkheidsgebied ruimte te maken voor studie naar het gebruik van geweld in de periode van dekolonisatie. Zij zijn hiertoe geëquipeerd en zij beschikken over de benodigde onderzoeksbudgetten. Zij kunnen dit onderzoek desgewenst in gezamenlijkheid doen met internationale partners. Wij zien hier ten principale geen inhoudelijke, sturende of begeleidende rol voor het kabinet.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen