Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 13, item 2

2 Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Van Ojik aan de minister van Buitenlandse Zaken over het bericht "Bouw woningen Oost-Jeruzalem definitief".

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Mevrouw de voorzitter. Het gebeurt al jarenlang en het gebeurt keer op keer: Israël ondermijnt het vredesproces met de Palestijnen door de systematische uitbreiding van nederzettingen die de Westbank reduceren tot een gatenkaas met heel grote gaten. Dit maakt de verwezenlijking van een levensvatbare Palestijnse staat onmogelijk. Dat concludeert ook de Europese Unie in het Area C Report. Daarin staat dat een tweestatenoplossing vrijwel uitgesloten is omdat de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen, de verwoesting van Palestijnse huizen en het weigeren van bouwvergunning aan Palestijnen op de Westoever aanhouden.

En toen kwam vorige week het nieuws dat Israël nog eens 800 woningen gaat bouwen in Oost-Jeruzalem. Onder protest van de Europese Unie, dat wel. Lady Ashton noemt het besluit illegaal en betreurenswaardig. Steunt de minister deze lijn? Heeft hij zelf ook protest aangetekend bij Israël? Heeft hij bijvoorbeeld de Israëlische ambassadeur op het matje geroepen? En welke consequenties zal de minister verbinden aan dit funeste beleid van Israël? Dat beleid is namelijk een klap in het gezicht van de Europese Unie en dat van de minister, die altijd claimt dat zijn goede vriendschap met Israël het juist mogelijk maakt om Israël op het rechte pad te brengen. Welke maatregelen denkt de minister in EU-verband en namens Nederland te treffen nu opnieuw duidelijk is dat Israël zich niet inzet voor vrede en het vredesproces op deze wijze ondergraaft?

Minister Rosenthal:

Mevrouw de voorzitter. De feiten door de heer Van Ojik gemeld over de bouw van bijna 800 woningen in de nederzetting Gilo in Oost-Jeruzalem, zijn zoals ze zijn. In reactie op de vragen van de heer Van Ojik kan ik melden dat de Nederlandse regering de bouw van nederzettingen beschouwt als illegaal beschouwt en als een obstakel voor de vrede. Dat hebben wij meermalen gezegd. Wij hebben dat meermalen rechtstreeks aan Jeruzalem meegedeeld. Ik heb het ook face to face tegen de Israëlische leiders gezegd. Er kan geen misverstand over bestaan. Ook deze beslissing van de Israëlische autoriteiten wordt dus door Nederland afgewezen. Op dat punt is er dan ook een eensgezind protest uitgegaan van de Europese Unie. In haar verklaring noemt Hoge Vertegenwoordiger Ashton het Israëlische voornemen illegaal en betreurenswaardig. Ze noemt het een bedreiging voor de tweestatenoplossing en een obstakel voor de onderhandelingen over oplossing van het conflict.

Ik ga nu in op de derde vraag van de heer Van Ojik. Nederland beschouwt nog altijd als leidraad nummer één de Kwartetverklaring van september vorig jaar. Dat heb ik dezer dagen onder meer gewisseld met de secretaris-generaal van de Arabische Liga, toen ik in Caïro was. In die verklaring wordt gevraagd om een tweestatenoplossing, om het erkennen van grenzen van voor juni 1967 inclusief landswaps – dat zeg ik er met nadruk bij – om een overeengekomen oplossing met betrekking tot de status van Jeruzalem en om een overeengekomen oplossing met betrekking tot het probleem van de vluchtelingen. Dat punt van de landswaps, de landruil, is het punt waarop we nu en in de toekomst moeten mikken. Het kan geen verbazing wekken, ook niet bij de heer Van Ojik, dat de rechtstreekse onderhandelingen de eerste en enige oplossing die we hebben voor het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn. Dat is niet alleen een lijn die uit Israëlische hoek komt. Wanneer ik president Abbas van de Palestijnse Autoriteit spreek, zoals ik herhaalde malen heb gedaan, is zijn mededeling dat hij drie prioriteiten heeft. Prioriteit nummer één is onderhandelen, prioriteit nummer twee is onderhandelen en prioriteit nummer drie is onderhandelen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik dank de minister voor zijn antwoorden. Het probleem is dat de tweestatenoplossing, waar wij allemaal voor zijn, door het eenzijdige optreden van Israël door de illegale bouw van woningen steeds verder weg raakt en dat het onderhandelen, onderhandelen, onderhandelen, waar wij allemaal voor zijn, op dit punt een oplossing nu juist niet dichterbij brengt. Daarom vroeg ik de minister – ik herhaal mijn vraag – wat Nederland, mede in EU-verband, gaat doen met betrekking tot Israël, behalve zijn treurnis uitspreken over hetgeen is gebeurd. Heeft de minister de Israëlische ambassadeur op het matje geroepen om hem van het Nederlandse standpunt op de hoogte te stellen? Is het denkbaar dat het associatieverdrag van de EU met Israël ter discussie wordt gesteld en eventueel wordt opgeschort als de onzalige uitbreiding van de nederzettingen door de bouw van woningen op deze manier doorgaat? Wij delen kennelijk de analyse van het probleem. De vraag is: wat doet de minister om te proberen datgene wat er nu aan de hand is, te stoppen?

Minister Rosenthal:

Ten eerste: ik heb de Israëlische ambassadeur in Den Haag niet op het matje geroepen, maar hij is bekend met het standpunt van de Nederlandse regering, ook over het besluit om te bouwen in Gilo. Ten tweede: in de gegeven omstandigheden moeten wij het associatieverdrag juist niet aanpakken. Om het vredesproces weer op gang te krijgen, kijkt de Europese Unie vooral naar het moment waarop de batterij weer een beetje opgeladen kan worden. Dat zal onmiddellijk na de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten zijn. Hoe wij het ook wenden of keren – dat punt breng ik voortdurend naar voren – de Europese Unie kan van alles en nog wat willen, maar uiteindelijk zijn het de Verenigde Staten die, zoals internationaal wordt gezegd, "in the driver's seat" zitten. Ten slotte: misschien verschijnt Israël niet erg voortvarend aan de onderhandelingstafel, maar ik kan met goede reden zeggen dat de Palestijnse Autoriteit er van haar kant ook werkelijk alles aan doet om het de Israëli's mogelijk te maken om geen stappen te zetten. Dat zeg ik uit eigen ervaring, op basis van de vele discussies die ik de afgelopen maanden met beide partijen heb gevoerd.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

De minister zegt dat hij de ambassadeur niet op het matje heeft geroepen, dat we het associatieverdrag niet ter discussie moeten stellen en dat het niet alleen aan Israël ligt. Dat mag allemaal zo zijn, maar wij zijn het er kennelijk over eens de bouw van die woningen een oplossing van het probleem in ieder geval verder weg brengt. De vraag blijft dus: welke resultaten heeft het Israël-vriendelijke beleid, waar de minister altijd voor heeft gestaan, uiteindelijk opgeleverd? Ik kan niet anders dan constateren dat het op dit punt geen resultaat heeft opgeleverd. Ik hoop dat in het nieuwe kabinet dat wij krijgen, waar de Partij van de Arbeid waarschijnlijk deel van zal uitmaken, opnieuw zal worden nagedacht over wat er moet gebeuren om deze zaak te veranderen.

Minister Rosenthal:

Ik hoor niet zozeer een vraag als wel een betoog van de heer Van Ojik. Ik stel daar enkel het volgende tegenover. De Nederlandse regering voert een evenwichtig beleid, ook met betrekking tot het Israëlisch-Palestijnse conflict. Niet voor niets stelt de Palestijnse Autoriteit van haar kant de wijze waarop Nederland bijdraagt aan economische projecten en veiligheidsprojecten in de Palestijnse gebieden zeer op prijs. Ik mag ook wijzen op het feit dat Nederland succesvol was bij het weer wat meer op gang krijgen van de export vanuit de Westbank en Gaza via het neerzetten van containerscanners op twee plekken. Hierover hebben wij al meermalen van gedachten gewisseld. Dit soort zaken doen wij. Wij zijn daar heel praktisch mee bezig en dit wordt van beide kanten zeer gewaardeerd.

Het gaat echter om onderhandelen, onderhandelen, onderhandelen in rechtstreekse onderhandelingen tussen de Israëli's en de Palestijnse Autoriteit.

De heer Van der Staaij (SGP):

Er is op internationaal en Europees niveau heel veel stampij over de bouw van woningen in Jeruzalem, maar het blijft zo stil bij de echte dreiging. Kijk eens wat er in Iran aan de orde is. De bouw van een kernwapen lijkt soms wel minder reacties uit te lokken dan het bouwen van een aantal woningen in Jeruzalem. Wil de minister zorgen voor evenwicht, zodat ook de problemen met Iran hoog op de agenda blijven staan?

Minister Rosenthal:

Vanzelfsprekend beschouwt de Nederlandse regering de Iraanse dreiging, het nucleaire programma, als een van de belangrijkste risico's dat ons boven het hoofd hangt. Daarover mag geen enkel misverstand bestaan. Natuurlijk neemt de Nederlandse regering ook bij tijd en wijle kennis van de al te verontrustende taal die men in Iran spreekt over Israël.

De heer Sjoerdsma (D66):

De minister veroordeelt de nederzettingenbouw in Jeruzalem en Oost-Jeruzalem terecht. Hij doet dit nu weliswaar richting Jeruzalem, maar ik hoop dat hij dit in de toekomst ook richting Tel Aviv zal doen. Als er in andere landen dingen fout gaan, zoals in Ghana, Suriname en Jemen, onderneemt Nederland actie. Dan stoppen wij projecten en korten wij op ontwikkelingsgeld. Zou het niet consistent zijn om diezelfde voorwaarden ook op Israël van toepassing te laten zijn?

Minister Rosenthal:

Betreffende het korten op gelden kan ik de heer Sjoerdsma op zijn wenken bedienen, maar dan precies op een andere manier dan degene die hij voor ogen heeft. De Palestijnse Autoriteit doet soms dingen die Nederland zeer onverstandig vindt, zoals het aanvragen van een lidmaatschap van de UNESCO. Nederland was daartegen. Ik wijs de heer Sjoerdsma erop dat de Nederlandse regering niet de budgettering voor de Palestijnse Autoriteit en voor de UNESCO heeft gestopt, zoals de Amerikanen, maar integendeel gewoon onverkort is doorgegaan met het ondersteunen van de Palestijnse Autoriteit bij veiligheidsprojecten en economische projecten. Wij gebruiken, met andere woorden, steeds de kernzin dat wij aan de ene kant Israël niet in de hoek moeten zetten en voortdurend belagen – zoals hier soms ook wel het geval lijkt – en aan de andere kant de Palestijnen niet moeten straffen zodra zij onverstandige dingen doen, zoals de unilaterale stappen in het kader van de Verenigde Naties.

De heer Ten Broeke (VVD):

Mijn vraag richt zich juist daarop. De VVD-fractie steunt overigens de standaardlijn ten aanzien van zowel Israël als de Palestijnen. De VVD-fractie veroordeelt dus de bouw van illegale nederzettingen. Kan de minister zich echter inspannen om eenzijdige stappen van de Palestijnen voor staatserkenning, die zojuist zijn aangekondigd tijdens de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, tegen te gaan? Ik stel voor dat de minister de wortel en de stok daarbij gelijkmatig hanteert en niet, zoals de heer Sjoerdsma zonet aangaf, alleen en uitsluitend naar één kant.

De voorzitter:

Kan de minister een beetje bondig antwoorden?

Minister Rosenthal:

Ik zal in dit geval heel bondig antwoorden. Mijn antwoord is ja.

De heer Van Bommel (SP):

Er wonen inmiddels meer dan een half miljoen Israëli's in bezet Palestijns gebied. Waar legt de Nederlandse regering de grens? Met de mond wordt namelijk iedere keer beleden dat het bouwen van huizen in bezet gebied wordt veroordeeld, maar het gaat toch maar door. Uiteindelijk is een tweestatenoplossing daardoor onmogelijk. Waar ligt de grens voor de Nederlandse regering? Wanneer zegt zij "genoeg is genoeg"? Het is namelijk al te veel.

Minister Rosenthal:

Ook hierop zal ik bondig antwoorden. Ik leg daar geen grens bij en ik wijs erop dat het Quartet Statement voor de Nederlandse regering overeind staat. Daarin is punt één voor het Israëlisch-Palestijns conflict nog altijd de tweestatenoplossing. Ik hoop ook dat de heer Van Bommel dat onderschrijft.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de komst naar de Kamer.