Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 13, item 4

4 Vragenuur

Vragen van het lid Schouten aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht "SCP-directeur Schnabel bezorgd over gevolgen crisis voor dertigers".

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. De crisis treft de ene na de andere groep. We hebben hier al vaker gesproken over de problemen voor de jeugd en jeugdwerkloosheid, maar ook over de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt en de pensioenproblematiek. Afgelopen weekend luidde de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, de heer Schnabel, echter de noodklok over de jonge gezinnen en de eenoudergezinnen. Zijn stelling was: te veel wordt gedacht dat die groep zich wel redt. Terecht benadrukt hij dat er met name bij de eenoudergezinnen problemen zijn rondom de inning van alimentatie, dat de werkloosheid deze groep steeds meer parten gaat spelen en dat de problemen op de woningmarkt deze groep juist treffen. Wat de ChristenUnie betreft, is het belangrijk dat er een langetermijnperspectief wordt geschetst over de wijze waarop we deze problemen gaan aanpakken. In het Lenteakkoord hebben we daarmee een start gemaakt.

Herkent de staatssecretaris het beeld dat de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau schetst over de problematiek van jonge gezinnen en eenoudergezinnen? Wat is concreet zijn beleid op dit punt?

Staatssecretaris De Krom:

Voorzitter. Deze vraag gaat onder andere over de positie van jonge gezinnen. De heer Schnabel sprak van dertigers. De gevolgen van de crisis zijn niet alleen voelbaar voor deze groep maar ook voor andere groepen. Mevrouw Schouten wees daar zelf ook al op. Wij hebben gezegd dat alle inkomensgroepen in Nederland de gevolgen zullen ondervinden van de financieel-economische crisis. Dat geldt dus ook voor deze groepen. Dat geldt voor ouderen maar ook voor jongeren.

Mevrouw Schouten vroeg naar het beleid ten aanzien van alleenstaande ouders. Dat is in het bijzonder de groep waarvoor de heer Schnabel in het interview aandacht vraagt. Het risico op armoede voor de gezinnen waarover de heer Schnabel het heeft, is de laatste jaren aanzienlijk gedaald. In 2000 leefde de helft ten minste één jaar onder de lage-inkomensgrens en in 2010 nog maar een kwart. Van alle groepen is ook de koopkrachtontwikkeling over de periode 2002–2012 voor de groep alleenstaandeoudergezinnen het meest gunstig, namelijk 9,5%. Een van de redenen daarvan is, zoals mevrouw Schouten weet, de introductie van het kindgebonden budget.

Het kabinet heeft ook een scherp oog voor het zo gelijkmatig mogelijk verdelen van de effecten van de financieel-economische crisis over alle inkomensgroepen. Dat was een uitgangspunt voor de begroting in 2012 en dat was het ook bij de opstelling van de begroting voor 2013. Mevrouw Schouten weet dat omdat zij zelf nauw betrokken is geweest bij de totstandkoming van het begrotingsakkoord 2013.

Het algemene beeld is dus dat alle inkomensgroepen er last van hebben en deze groep ook.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

De staatssecretaris is vooral ingegaan op de problematiek van éénoudergezinnen.

Mijn vraag was breder en betrof specifiek ook de werkloosheid. Er zijn partijen, CNV Jongeren en 50PLUS, die nu al de handen ineenslaan om de jeugd- en de ouderenwerkloosheid aan te pakken. Juist de dertigers lijken soms tussen wal en schip te gaan vallen. Heeft de staatssecretaris al contact gehad met de sociale partners om ook deze groep in het vizier te hebben wat betreft de risico's van werkloosheid? Het is vooral van belang om van werk naar werk goed te stimuleren. In 2009 hebben wij daar ooit al convenanten over afgesloten voor de jeugdwerkloosheid. Is de staatssecretaris bereid om met de sociale partners te bekijken of het mogelijk is om regionale convenanten op te zetten om van werk naar werk juist voor jonge gezinnen mogelijk te maken?

Staatssecretaris De Krom:

Van de problematiek van de werkloosheid in het algemeen weet mevrouw Schouten dat die stijgende is, maar ook dat conform de huidige vooruitzichten de verwachting is dat na 2015 de trend zal dalen.

De jeugdwerkloosheid loopt harder op dan de gewone werkloosheid. Dat is niet atypisch, want je ziet altijd in een periode van economische neergang dat die werkloosheid dan harder oploopt. Het omgekeerde geldt ook. Als de economie aantrekt, daalt de jeugdwerkloosheid sneller dan de algemene werkloosheid. Dat neemt niet weg dat ik dit zorgelijk vind, vooral als het gaat over de jeugdwerkloosheid. Ik teken er wel bij aan dat Nederland, als je de prestaties afzet tegen die in andere landen in Europa, één van de laagste werkloosheidscijfers kent. Wat dat betreft doen wij het goed, maar dat neemt niet weg dat de trend niet goed is. Het beste wat je kunt doen, is de economie weer aan de praat krijgen. Daarop waren de inspanningen van het kabinet vooral gericht.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Maar met het op gang trekken van de economie vlot het nog niet, om het eufemistisch te stellen. De groep van de dertigers komt in de problemen omdat zij waarschijnlijk met een hoge restschuld komen te zitten als zij hun huis verkopen, dit in combinatie met de werkloosheid. Mijn fractie heeft al langer gepleit voor de mogelijkheid om de restschuld tijdelijk mee te financieren met de nieuwe hypotheek, waarvoor dan aftrek mogelijk is, als daarover dan ook wordt afgelost.

De commissie-Van Dijkhuizen, die zich bezighoudt met de herziening van de belastingplannen, heeft dit voorstel ook gedaan, juist om te voorkomen dat de groep dertigers straks met een heel hoge schuld komt te zitten. Daarvan zal de staatssecretaris van Sociale Zaken – misschien deze staatssecretaris straks – ook weer last krijgen. Is de staatssecretaris bereid om in de ministerraad voor de ideeën van onze fractie over de restschuld, en wat de commissie-Van Dijkhuizen al heeft bepleit, een lans te breken in de ministerraad en dit te gaan regelen?

Staatssecretaris De Krom:

Ik denk dat deze boodschappen niet zozeer waren gericht aan het huidige kabinet als wel aan het volgende. Ik vind ook niet dat het echt op mijn weg ligt om vanuit mijn positie nu commentaar te geven op de plannen die de commissie-Van Dijkhuizen naar voren heeft gebracht. Dat laat ik over aan een volgend kabinet.

Ik heb nog een opmerking over de jeugdwerkloosheid. Mevrouw Schouten wijst er terecht op dat de sleutel in de regio's ligt. Dat is ook de reden waarom het kabinet heeft gezegd dat de acties die nog steeds voortvloeien uit het actieplan jeugdwerkloosheid dat door het vorige kabinet in de steigers is gezet, de initiatieven die in de regio's zijn genomen, moeten worden doorgezet. Wij hebben er eerder dit jaar met alle betrokkenen uitvoerig over gesproken. De minister van Onderwijs en de collega van VWS waren erbij. Het lijkt mij heel goed als een volgend kabinet dat doorzet, los nog van de vraag of je weer 0,25 miljard erin zou moeten stoppen. De aanvliegroute via die regio's vind ik een heel goede. Wij hebben er ook op doorgezet.

De heer Omtzigt (CDA):

In aansluiting op de vraag van mevrouw Schouten merk ik op dat ook de CDA-fractie graag een brief van het kabinet ontvangt. Wat doen wij met 700.000 huishoudens en bij een verdere prijsdaling 1 miljoen huishoudens waarvan de woning minder waard is dan de hypotheek en die nu niet kunnen verhuizen? Dat is het echte probleem van die 30-plussers. Dat laat de commissie-Van Dijkhuizen duidelijk zien. Als het kabinet geen besluit wil nemen, wil de staatssecretaris dan wel een brief aan de Kamer sturen over datgene wat hij zou kunnen doen samen met de staatssecretaris van Financiën?

Staatssecretaris De Krom:

Het lijkt mij geëigend dat dit verzoek ook aan de staatssecretaris van Financiën wordt voorgelegd, want dit ligt echt op zijn terrein.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik hoop van harte dat zij dat met zijn tweeën, het liefst nog voor maandag wanneer het belastingplan wordt besproken, aan de Kamer kunnen doen toekomen.

Staatssecretaris De Krom:

Wij zullen zien.