Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 86, item 5

5 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de GroenLinks-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Braakhuis tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Gent.

Ik stel voor, dinsdag aanstaande ook te stemmen over het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter uitbreiding van het spreekrecht van slachtoffers van nabestaanden in het strafproces (33176).

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 32600-44; 31143-89; 27926-168; 29453-214; 27926-167; 32500-III-8; 32500-B-13; 28479-58; 31490-60; 26643-179; 26643-176; 2010Z17574; 2011Z27573; 2009Z16647; 27859-26; 29453-196; 30950-17; 29624-11; 31268-56; 30995-70; 31700-XVIII-56; 31700-XVIII-57; 31700-XVIII-62; 31988-1; 31700-XVIII-84; 32123-VII-74; 32123-XVIII-29; 32500-XIII-202; 32710-XVIII-1; 32500-VII-108; 32500-XVIII-3; 32710-XVIII-6; 33129-46; 22112-885; 2012Z06998; 22112-1219; 28362-4; 28479-43; 28479-49; 28479-47; 28750-19; 28750-24; 28750-22; 28750-45; 28750-49; 28844-62; 29279-120; 29279-123; 29362-174; 29362-193; 29614-20; 29614-19; 29628-162; 29700-58; 30184-30; 30184-29; 30184-32; 30573-75; 30902-17; 31475-14; 30902-18; 31475-16; 31570-11; 31570-14; 31570-16; 31751-9; 32123-VII-66; 32123-I-25; 32123-VII-61; 32123-VII-67; 32389-9; 32389-10; 32389-11; 32461-1; 32500-B-8; 32500-B-9; 32500-B-10; 32500-B-11; 32500-B-15; 32500-I-18; 32500-I-17; 32500-III-3; 32500-III-5; 32500-III-12; 32500-III-13; 32500-VII-3; 32500-VII-5; 32500-VII-78; 32500-VII-79; 32500-VII-82; 32500-VII-84; 32500-VII-85; 32500-VII-104; 32501-12; 32501; 32501-13; 32634-5; 32501-14; 32634-6; 32710-B-1; 32710-C-1; 32710-I-1; 32710-C-6; 32710-IIA-1; 32710-IIB-1; 32710-IIB-6; 32710-III-1; 32124-16; 32710-VII-1; 32124-8; 32710-VII-5; 32710-VII-6; 33000-VII-4; 33000-VII-5; 32710-VII-7; 33000-VII-3; 33000-VII-108; 33124-6; 28844-61; 32802-1; 32123-XVIII-56; 29538-133; 33000-B-7; 30950-20; 29754-186; 29754-183; 29754-182; 29754-178; 29614-22; 29614-21; 29924-45; 29924-44; 29754-179; 29754-189; 31268-55; 29754-194; 29754-175; 29754-163; 32847-5; 32847-4; 30995-90; 30995-91; 30995-89; 32670-52; 32670-53; 32670-26; 21501-02-1149; 21501-02-1151; 23987-123; 33000-IV-71; 24557-132; 22112-1397; 21109-205; 31371-371; 28676-160; 32769-5; 32710-VII-2; 32710-XVIII-2; 32710-III-2; 32710-IIB-2; 32710-I-2; 32710-IIA-2; 32710-C-2; 32710-B-2; 32634-4; 32634; 2012Z09518; 2011Z12634; 2011Z12637.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda het VAO erfgoed en monumenten, met als eerste spreker het lid Van der Werf van het CDA.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Bouwmeester.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Op 7 februari heb ik namens de PvdA schriftelijke vragen gesteld over de ggz via EuroPsyche. Dit kabinet heeft drie uitstelberichten gestuurd en mijn Kamervragen nog steeds niet beantwoord. Ik wil die graag zo snel mogelijk beantwoord hebben, echt met spoed. Ik wil ook mijn verbazing uitspreken over het feit dat Kamervragen die veel later zijn ingediend, maar eenvoudiger zijn te beantwoorden, wel zijn beantwoord, maar onze vragen niet. Wij willen nu een zeer snelle beantwoording.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden.

Het woord is aan mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Nadat de Tweede Kamer gisteren mijn motie heeft goedgekeurd, waarmee het Hedwigeplan van tafel is, heeft Vlaanderen een arbitragezaak aangekondigd. Daarmee wordt het een zaak tussen onze minister-president en die van Vlaanderen. Ik zou de minister-president daarom willen vragen om een reactie hierop, nog voor het verantwoordingsdebat van morgen.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden. Mijnheer Koppejan?

De heer Koppejan (CDA):

Ik wil nog graag even reageren op dat verzoek. Ik vind dat het eigenlijk niet gekker moet worden. De brief voor morgen, hoor ik, maar gisteren hadden wij de gelegenheid om de discussie af te sluiten. Mede dankzij mevrouw Van Veldhoven is dat niet gelukt. Een brief prima, maar voor morgen? Ik wil dat het kabinet op een goede manier beraadslaagt en dan met een brief komt.

De voorzitter:

Dit komt nu ook in het stenogram, mevrouw Van Veldhoven.

Het woord is aan de heer Dibi.

De heer Dibi (GroenLinks):

Volgens Defence for Children en Unicef Nederland zullen maximaal ongeveer 500 kinderen onder de kinderasielwet van de PvdA en de ChristenUnie vallen. Er is discussie echter over de cijfers. Ik wil graag een brief van het kabinet waarin duidelijkheid over de cijfers wordt gegeven. Ik wil ook opnieuw een poging doen om een vertrekmoratorium in te stellen als het gaat om de gezinnen die vallen onder de initiatiefwet van de PvdA en de ChristenUnie. Ik wil die brief zo snel mogelijk ontvangen.

De voorzitter:

Meestal staan wij elkaar brieven toe. Nog een aanvulling op de inhoud van de brief, mijnheer Voordewind?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Een brief is prima, maar ik herinner de heer Dibi eraan dat wij gezamenlijk Kamervragen hebben gesteld, juist over deze uitspraken. Als er nog een brief volgt, dan kan een en ander volgens mij prima worden samengevoegd, de brief en de beantwoording van de vragen, maar de brief moet wel zo snel mogelijk naar de Kamer.

De voorzitter:

U heeft het misschien zo druk, mijnheer Dibi, dat u niet meer wist dat er al vragen zijn gesteld.

De heer Dibi (GroenLinks):

Jawel, al heb ik het inderdaad heel erg druk. De termijn voor het beantwoorden van Kamervragen is drie tot zes weken. Ik zou de brief en de beantwoording van de Kamervragen graag dinsdag voor 12.00 uur willen hebben.

De voorzitter:

Wij gaan het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Schouw.

De heer Schouw (D66):

Nederland is kampioen afluisteren. Er zijn ongeveer 22.000 telefoontaps. In elke gemeente worden 50 mensen afgeluisterd. Wij vinden dat heel erg veel en willen daarover graag het gesprek aangaan met de Kamer, maar ook met minister Opstelten.

De heer Van der Steur (VVD):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wij hebben hierover al vaker intensief gesproken, maar het is opnieuw een kwestie die aandacht behoeft. Prima.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik had deze kwestie al aangemeld voor de regeling van werkzaamheden, maar je kunt maar ergens de eerste in zijn als kampioen afluisteren. Van harte steun voor het verzoek van de heer Schouw.

De heer Recourt (PvdA):

Steun namens de PvdA.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun.

De heer El Fassed (GroenLinks):

Van harte steun. Ik wil graag voorafgaand aan het debat antwoord op de vragen die ik heb gesteld over het aftappen van sociale media, zodat die kwestie eraan kan worden toegevoegd.

Mevrouw Helder (PVV):

Wij willen het verzoek graag steunen. Ik heb wel een vraag over de manier waarop het in de regeling is opgenomen. Naar ik begrepen heb, hangt dit samen met wat mevrouw Gesthuizen vraagt naar aanleiding van het WODC-rapport. Ik denk dat dit ook voor de heer Schouw de aanleiding is. Ik wil wel eerst het rapport hebben, alsmede de beleidsreactie. Daarna kunnen wij debatteren.

De heer Schouw (D66):

Eerst even een misverstand uit de weg ruimen: ik heb mevrouw Gesthuizen niet afgeluisterd. Je zou uit haar woorden kunnen afleiden dat dit het geval is. Het WODC-rapport is inmiddels geland in de digitale inbox. Ik denk dat wij het kabinet om een reactie moeten vragen ter voorbereiding op het debat.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Die reactie is er ook al.

De voorzitter:

Dan hebben wij alles wat wij nodig hebben. Ik zal het debat opnemen in de lijst en het stenogram doorgeleiden. De spreektijd is vier minuten.

Het woord is aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik zou graag een debat met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid willen aanvragen over nieuwe berichten op basis van bronnen bij de Nederlandsche Bank over de verlaging van de pensioenen volgend jaar. Het is niet de eerste keer dat wij hierover debatteren. Tot nog toe was er enig uitzicht dat er niet gekort zou worden vanwege het pensioenakkoord. Dat is nu allemaal weg. De dreiging van korting blijft bestaan, dus lijkt mij een debat met de minister meer dan op zijn plaats.

De heer Van den Besselaar (PVV):

Steun voor het debat, maar daaraan voorafgaand wil ik wel een brief van de minister ontvangen. Eigenlijk heeft de minister over het pensioenakkoord al een aanpassing van de rekenregels toegezegd. Ik zou die brief uiterlijk volgende week willen hebben.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ook ik zou eerst een brief van de minister willen ontvangen alvorens het debat te plannen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ook wij willen eerst een brief.

De heer Koopmans (CDA):

Wij willen ook eerst een brief van het kabinet ontvangen. Wij geven de heer Ulenbelt in overweging dat wij ook nader kunnen spreken over de vraag of wij dit niet moeten meenemen bij de behandeling van de Voorjaarsnota.

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Nu wordt alles aan alles gekoppeld. Volgens mij verwachten wij een hoofdlijnennotie over pensioenen waarin hierop wordt ingegaan. Dat moet een dik stuk zijn. Vervolgens moeten wij dat behandelen. Ik ben benieuwd of het snel komt.

De voorzitter:

Steunt u het verzoek wel of niet?

Mevrouw Vermeij (PvdA):

Eerst een hoofdlijnennotie en dan een debat.

De voorzitter:

Eerst een hoofdlijnennotie en dan een debat. Mijnheer Ulenbelt, u hebt geen steun. U hebt wel steun voor een brief.

De heer Ulenbelt (SP):

Daar ben ik al heel blij mee. Er wordt wel gesproken over een hoofdlijnennotie, maar er ligt nu zoiets als een Kunduz-akkoord en dat haalt de hele basis onder die hoofdlijnennotie weg. Als wij een brief mogen vragen voor volgende week dinsdag om 12.00 uur over de vraag waar de minister nu staat, denk ik dat wij daarna een mooi debat kunnen houden.

De heer Koopmans (CDA):

Juist vanwege de koppeling die de heer Ulenbelt zelf in zijn antwoord legt, doe ik nog een keer de suggestie om dit punt te betrekken bij het debat over de Voorjaarsnota waarin een en ander aan de orde komt.

De voorzitter:

Mijnheer Ulenbelt, als het stuk binnengekomen is, zie ik u weer terug om te bekijken waar het stuk het beste bij behandeld kan worden. Aldus besloten. Het stenogram wordt doorgeleid.

Het woord is aan de mevrouw Dikkers.

Mevrouw Dikkers (PvdA):

Voorzitter. Wij dreigen de boot te missen bij de offshore windindustrie. Omringende landen zijn grote parken aan het aanleggen. Wij willen graag een brief van het kabinet, voor het AO over energie dat nog gepland moet worden. Hierin moet worden ingegaan op de stand van zaken: hoever zijn wij met offshore windenergie en kunnen er nog voor september stappen gezet worden om de parken in de offshore windindustrie te promoten?

De heer Koopmans (CDA):

Ik maak even de opmerking dat ik het een vreemde gang van zaken vind. Gisteren en vandaag hebben wij op verzoek van de PvdA-fractie in de procedurevergadering van EL&I geen besluiten kunnen nemen over het al dan niet controversieel zijn van tal van onderwerpen, waaronder energie. Het is vreemd om dan een paar uur later in de plenaire zaal te zeggen dat je van diezelfde regering, die nog steeds demissionair is, een brief wilt hebben. Vanuit het parlement gezien is dat weinig consistent.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Naast een vooruitkijk is er ook een stukje "stand van zaken". Ik denk dat wij die actualisatie zeker kunnen gebruiken. Naar aanleiding van mijn motie is een aantal vergunningen voor wind op zee verlengd. Verder is er subsidie verstrekt voor de aanleg van een groot park. In de brief wil ik graag geïnformeerd worden over de stand van zaken op al die punten.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik steun het verzoek om de brief, inclusief de aanvullingen die mevrouw Van Veldhoven heeft genoemd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik steun het verzoek. Ik zou in de brief ook de voortgang willen zien met betrekking tot het aanwijzen van Natura 2000-gebieden, de zeereservaten en de activiteiten die plaats kunnen vinden op zee in relatie tot de windmolenparken.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden.

Het woord is aan de heer Marcouch.

De heer Marcouch (PvdA):

Voorzitter. Vanochtend kopte het dagblad Metro: "Treinpersoneel elke week slachtoffer van fysiek geweld". De NS geeft in hetzelfde artikel aan dat sprake is van een toename. Ik wil graag een reactie van het kabinet op het geweld tegen het treinpersoneel en de toename daarvan. Deze wil ik ontvangen voor 5 juni, wanneer een AO over publieke taken en veiligheid plaatsvindt.

Mevrouw Helder (PVV):

Ik steun het verzoek om een brief. Namens collega De Jong, die daar vanochtend schriftelijke vragen over heeft gesteld, scherp als altijd, verzoek ik het kabinet om de antwoorden daarop in de brief op te nemen.

Mevrouw Berndsen (D66):

Ik steun het verzoek.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Steun voor het verzoek. We willen er graag snel over debatteren. Dat kan misschien het beste, gelet op de tijd, in een algemeen overleg gebeuren.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik steun het verzoek. Ik wil ook weten waarom de maatregelen die nu worden getroffen, niet werken. Daar zou een analyse van worden gemaakt. Dit is immers niet nieuw.

De voorzitter:

We zullen het stenogram doorgeleiden.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand voor een rappel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Staatssecretaris Bleker heeft op 10 april tegen journalisten gezegd dat hij Marktplaats binnen een week een lijst zou sturen met dieren waarin niet gehandeld mag worden. We zijn nu zes weken verder, maar de lijst is nog niet verstuurd en mijn Kamervragen hierover zijn evenmin beantwoord. De termijn is inmiddels dus al twee keer verstreken. Ik zou de beantwoording ervan graag vandaag ontvangen.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram doorgeleiden.

Hiermee zijn we gekomen aan het eind van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.