Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 mei 2012
Graag informeer ik u mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw
en Innovatie met deze brief over het voornemen de huidige Exportkredietgarantieregeling
die tot en met 2013 loopt aan te passen. In de brief van het kabinet aan uw Kamer
d.d. 10 november 2009 (Kamerstuk 2009–2010, 31 371, nr. 274) is deze regeling aangekondigd. Uit een evaluatie en gesprekken met het bedrijfsleven
blijkt dat de bestaande garantieregeling onvoldoende voorziet in een oplossing van
de financiële problematiek op de markt van exportkredieten.
Langlopende exportfinanciering is een nichemarkt. Zonder de exportkredietverzekering
die de staat aanbiedt, komt deze financiering niet tot stand. Eén van de redenen is
dat het voor banken kostbaar is om een langlopende lening aan opkomende markten te
verstrekken en hiervoor kapitaal aan te trekken. De strengere eisen onder Basel III
en de specifieke kenmerken van een dergelijke lening versterken dit.
Nederlandse exporteurs kunnen steeds moeilijker een concurrerend financieringsaanbod
neerleggen in vergelijking met buitenlandse bedrijven, zowel binnen als buiten de
OESO. Vele andere overheden bieden een breder instrumentarium ter ondersteuning van
de financiering van export. De staat ontvangt steeds vaker signalen, zowel van exporteurs
als van banken en investeerders, dat de markt voor exportkredieten verder krimpt en
dat de prijs voor deze kredieten significant hoger is dan enkele jaren geleden.
In verschillende benchmark landen (o.a. DUI, ZWE, FIN, DEN) bestaat een aantal instrumenten
voor extra ondersteuning van de export. Hierbij kan gedacht worden aan rentesubsidie,
directe financiering of herfinanciering van exportkredieten. Bij Nederland past een
garantieregeling het beste aangezien deze geen budgettaire consequenties heeft en
de markt niet verstoort, maar juist voortbouwt op de ervaring van de banken en Atradius
Dutch State Business, de uitvoerder van de exportkredietverzekering.
Met de huidige exportkredietgarantieregeling wordt het wegnemen van de onzekerheid
voor de financier van de exportfinancierende bank (institutionele belegger) beoogd
door deze financier met een staatsgarantie zekerheid te geven over zijn kapitaalverschaffing.
Institutionele beleggers, waaronder Nederlandse pensioenfondsen, geven echter aan
dat de huidige garantieregeling te complex. Het gevolg hiervan is dat de financiering
voor export nog steeds terugloopt. Hierdoor ondervinden exporteurs groeiende moeilijkheden
bij het tot stand brengen van exporttransacties. Om deze reden is er, in overleg met
relevante marktpartijen, de afgelopen tijd gewerkt aan een gewijzigde vorm van de
garantieregeling voor exportkredieten, de exportkredietgarantieregeling 2012.
Met deze gewijzigde regeling krijgt de institutionele belegger een 100% en onmiddellijk
opeisbare garantie voor de betaling die de bank ontvangt van de buitenlandse leningnemer
en moet doorbetalen aan deze institutionele belegger. Mocht deze betaling niet gedaan
worden, of door falen bij de buitenlandse debiteur, of bij de bank, dan kan de investeerder
de garantie inroepen.
Voor de bank gelden dan ook niet alleen de voorwaarden van de verzekering, maar ook
een aanvullende verklaring over de verplichtingen ten behoeve van de garantie. Dit
houdt in dat de bank altijd zijn investeerder moet betalen, ook als de buitenlandse
leningnemer (nog) niet betaald heeft. Pas wanneer de bank zich niet aan zijn verplichtingen
houdt en niet betaalt, wordt de staat onder de garantie aangesproken.
Afbetaling geschiedt in halfjaarlijkse aflossingen. Het risico op niet-betaling zal zich daarom alleen voordoen als de terugbetaling van één termijn gelijk valt
met het moment van falen van de bank. In dat geval keert de staat zich direct om naar
de bank om het bedrag dat de staat aan de institutionele belegger heeft betaald terug
te halen en om te bezien of de bank onder het door de verzekering gedekte deel van
de lening recht had gehad op schade-uitkering. Daarnaast wordt de vordering op de
buitenlandse leningnemer overgedragen aan de staat. Samen met onze uitvoerder, Atradius
Dutch State Business, wordt deze vordering in een incassotraject verder behandeld
om de netto schade zo klein mogelijk te houden. Op deze manier is het aanvullende
risico voor de staat beperkt, terwijl de bank gehouden is aan de voorwaarden onder
de verzekering.
Voor dit zeer beperkte extra risico dat de staat loopt, betaalt de bank een risicoreflecterende
premie. Deze premie komt bovenop de premie die betaald wordt voor de exportkredietverzekering.
Met de wijziging van de exportkredietgarantieregeling verwacht ik dat het voor Nederlandse
exporteurs eenvoudiger wordt om financiering voor exporttransacties te krijgen. Met
dit instrument zullen niet alle verstoringen op de markt voor exportkredieten weg
worden genomen.
De gewijzigde exportkredietgarantieregeling loopt in ieder geval tot en met 2014.
In 2014 zal worden bezien of deze regeling voldoende soelaas biedt voor de problemen
waar Nederlandse exporteurs tegenaan lopen. Ik verwacht de gewijzigde exportkredietgarantieregeling
per 1 juni 2012 aan te kunnen bieden.
Hopende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
De minister van Financiën,
J. C. de Jager