Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201223987 nr. 123

23 987 Uitbreiding van de Europese Unie

Nr. 123 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 mei 2012

Graag doe ik u hierbij toekomen de kabinetsappreciatie inzake de op 24 april 2012 verschenen voortgangsrapportage onder het Monitoringsmechanisme voor Kroatië.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

Inleiding

De Europese Raad (hierna: ER) van 23–24 juni 2011 besloot de toetredingsonderhandelingen met Kroatië af te ronden. Op 30 juni 2011 sloten de lidstaten en Kroatië de onderhandelingen in een Intergouvernementele Conferentie formeel af en op 9 december 2011 werd te Brussel het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie getekend. De indicatieve toetredingsdatum van Kroatië is 1 juli 2013 (Zie ook Kamerstuk 33 183 (R1975) nr. 3). De definitieve toetredingsdatum van het Toetredingsverdrag is afhankelijk van de ratificaties door de EU-lidstaten.

Tegelijk met de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen spoorde de EU Kroatië aan noodzakelijke hervormingen te blijven implementeren, in het bijzonder op het vlak van de rechterlijke macht en fundamentele rechten (hoofdstuk 23), justitie en veiligheid (hoofdstuk 24), en mededinging (hoofdstuk 8).

De ER besloot voorts – mede op Nederlands aandringen – dat er versterkt toezicht zou komen op deze hervormingen. De Raad van de EU (hierna: Raad) ziet in het kader van dit versterkte toezicht (monitoring) door de Commissie scherp toe op de implementatie van de hervormingen. Het gaat hierbij om de monitoring tussen het moment van de afsluiting van de onderhandelingen en de daadwerkelijke toetreding van Kroatië.

Indien nodig kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid passende maatregelen nemen (zie ook Kamerbrief 23 987 nr. 117 d.d. 24 juni naar aanleiding van de motie van het Tweede Kamerlid Van Bommel).

Bovenstaande aandachtspunten werden ook expliciet in het Toetredingsverdrag opgenomen (art. 36). De Commissie stelt in het kader van de verscherpte monitoring zesmaandelijkse rapportages op (april 2012, oktober 2012 en maart 2013).

Eerste monitoringsrapport d.d. 24 april 2012

Op 24 april 2012 presenteerde de Europese Commissie haar eerste monitoringsrapportage in het kader van het bovengenoemde versterkte toezicht op de hervormingen in Kroatië1.

De Commissie stelt dat Kroatië in hoge mate voldoet aan de verplichtingen van het EU-acquis. In de periode die het rapport beslaat (1 september 2011 – 29 februari 2012) heeft Kroatië voortgang geboekt op alle belangrijke aandachtsgebieden. Daarmee ligt Kroatië op schema met de voorbereidingen op het toekomstige EU-lidmaatschap.

Tegelijkertijd identificeert de Commissie in het rapport belangrijke kwesties die verdere aandacht en actie van de zijde van de Kroatische regering behoeven. De Commissie verwacht dan ook van de Kroatische autoriteiten dat deze maatregelen nemen om te verzekeren dat Kroatië op het moment van toetreding volledig is voorbereid op het EU-lidmaatschap.

Rechterlijke macht en fundamentele rechten

De Commissie is van oordeel dat Kroatië op het gebied van de rechterlijke macht en fundamentele rechten voldoende op schema ligt. Zo is Kroatië op de goede weg met de implementatie van het actieplan voor de hervorming van de rechterlijke macht en zijn verdere stappen gezet op het gebied van de efficiëntie, onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht.

De Commissie constateert voorts dat de lokale afhandeling van oorlogsmisdaadzaken is voortgezet met nieuwe arrestaties, aanklachten en daadwerkelijke veroordelingen. Ook gingen recentelijk rechtszaken van start tegen een voormalige topambtenaar van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en tegen twee medewerkers van de nationale politie. Daarnaast zijn meer oorlogsmisdaadzaken overgedragen aan vier speciaal hiervoor aangewezen rechtbanken en werd het getuigenbeschermingssysteem bij enkele rechtbanken versterkt.

In het rapport wijst de Commissie tevens op de verdere ontwikkeling van het Kroatische track record op het gebied van corruptiebestrijding en het tegengaan van belangenverstrengeling. Zo zijn beeldbepalende zaken aanhangig bij rechtbanken door het hele land, waaronder tegen personen van hoog politiek niveau. In april ging de zogenoemde Fimi Media zaak van start, in het kader waarvan o.a. oud-premier Ivo Sanader terecht staat op verdenking van corruptiepraktijken.

Voor wat betreft de terugkeer van vluchtelingen constateert de Commissie eveneens voortgang in Kroatië: de implementatie van de bestaande huisvestingsprogramma’s gaat gestaag door en met de buurlanden Servië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina is in november 2011 overeenstemming bereikt (in het kader van het zogenoemde «Sarajevo-proces») over een regionale oplossing voor de duurzame huisvesting van vluchtelingen.

De Commissie constateert echter ook dat er op het gebied van de rechterlijke macht en fundamentele rechten een aantal uitdagingen resteert. Zo dient de immuniteit voor rechtsvervolging van rechters te worden beperkt en de efficiëntie van de rechtsspraak te worden verbeterd. Ook dient de lokale afhandeling van oorlogsmisdaadzaken te worden bespoedigd.

Verder vraagt de Commissie versterkte aandacht voor corruptie op lokaal niveau (in het bijzonder op het gebied van openbare aanbestedingen). Ook moet Kroatië voortgang boeken bij de verbetering van de positie van minderheden (met name de Servische minderheid en de Roma) en een track record op het gebied van de vervolging van zogenoemde hate crimes opbouwen.

Justitie en veiligheid

Op het gebied van justitie en veiligheid oordeelt de Commissie dat Kroatië voortgang heeft gemaakt met het doorvoeren van hervormingen en op schema ligt. Kroatië heeft de eigen wetgeving verder in overeenstemming gebracht met het acquis op het gebied van asiel, migratie en grensbeheer en is bezig met de uitvoering hiervan. Zo zijn er vorderingen geboekt met het grensbeheer (uitbreiding van het aantal grenswachters) en is de samenwerking met zowel de EU als de buurlanden op dit terrein verbeterd.

Voorts constateert de Commissie dat Kroatië vooruitgang boekt in de justitiële samenwerking met buurlanden in civiele- en strafzaken (bilaterale overeenkomsten werden afgesloten met Macedonië en Montenegro), dat Kroatië actief blijft samenwerken met Europol en dat het zijn track record op het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad heeft ontwikkeld (in het bijzonder op het gebied van de aanpak van drugssmokkel).

De Commissie vraagt Kroatië ook hier concrete maatregelen te nemen: Kroatië dient onder meer zijn visumbeleid verder in overeenstemming te brengen met het relevante EU-beleid en de infrastructuur voor het grensbeheer (met name op de grens met Bosnië-Herzegovina) moet worden aangepast en versterkt. Voortgang in de strijd tegen mensenhandel is een ander belangrijk aandachtspunt.

Mededinging

Kroatië heeft in de rapportageperiode zijn inspanningen voortgezet om de Europese mededingingsregels uit te voeren (o.a. op het gebied van anti-kartelvorming, staatssteun en fusies). De Kroatische mededingingsautoriteit is volledig operationeel en onafhankelijk. Kroatië voldoet daarnaast aan zijn verplichting om periodiek te rapporteren over de terugvordering van de staatssteun in de staalsector en de vereiste herstructurering/privatisering van de vier staatsscheepswerven.

Kroatië dient haast te maken met de voorgenomen verkoop van de scheepswerf in Split en zo snel mogelijk een oplossing te vinden voor twee scheepswerven waarvoor nog geen investeerder is gevonden.

Appreciatie kabinet

Het kabinet hecht grote waarde aan dit eerste monitoringsrapport. Het gaat hier om de eerste echte meting van de mate waarin Kroatië vasthoudt aan het hervormingsmomentum sinds de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen en de ondertekening van het Toetredingsverdrag.

Het kabinet onderschrijft de hoofdlijnen van het oordeel van de Commissie. De Kroatische regering heeft laten zien dat het de noodzakelijke hervormingen doorzet. Dit ondanks het feit dat de periode die dit rapport beslaat, gekenmerkt werd door de Kroatische parlementsverkiezingen, de daarop volgende kabinetsformatie en een referendum over EU-toetreding onder de bevolking.

Maar Kroatië zal moeten blijven werken om aan alle lidmaatschapsverplichtingen te voldoen. Nederland ziet er dan ook streng op toe dat de EU Kroatië via het monitoringsmechanisme zich houdt aan toezegging en verplichtingen. Zoals ik tijdens mijn bezoek aan Kroatië op 5 maart jl. duidelijk maakte – en zoals ook de Commissie in haar rapport constateert – resteren er op belangrijke onderwerpen nog belangrijke uitdagingen voor Kroatië. Dit geldt in het bijzonder op het terrein van de rechterlijke macht en fundamentele rechten, waaronder de lokale vervolging van verdachten van oorlogsmisdaden, en ten aanzien van de bescherming van de rechten van minderheden, waaronder de positie van LGBT (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender). Het kabinet is van mening dat de Commissie in haar rapportage aan dit specifieke onderwerp explicieter aandacht had moeten besteden en zal zowel bilateraal als in EU-verband aandacht hiervoor vragen.

Gezien het belang van dit monitoringsrapport zal Nederland, samen met enkele andere gelijkgezinde landen, pleiten voor bespreking ervan tijdens de Raad Algemene Zaken van 29 mei 2012. Deze appreciatie vormt tevens de basis voor de Nederlandse inbreng bij de voorbereidingen van de conclusies die de Raad mogelijk zal aannemen ten aanzien van het rapport. Een volgend monitoringsrapport van de Commissie zal in oktober 2012 uitkomen.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.