Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-I nr. 17

32 500 I Vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2011

Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juni 2011

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de antwoorden op vragen van het lid Van Raak (SP) over de manier waarop de Kamer wordt geïnformeerd over zaken betreffende het Koninklijk Huis (Aanhangsel Handelingen II; 2010/11, nr. 2846) en de antwoorden op vragen van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over de vakantiewoning van de Prins van Oranje in Mozambique, ingezonden 9 juni 2011 (zie bijlage).

De minister president,

Minister van Algemene Zaken,

M. Rutte

1

Wat is de stand van zaken bij de verkoop van de vakantiewoning?

De Prins heeft in 2009 aangekondigd het huis na voltooiing te verkopen. Het huis staat te koop. Zodra het verkocht is zal dat worden meegedeeld.

2

Op welke wijze zijn betalingen verricht ten behoeve (van de voorgenomen verkoop) van deze vakantiewoning?

Zie de antwoorden op de vragen 1 en 2 van het lid Van Raak (Aanhangsel Handelingen II; 2010/11, nr. 2846).

3

Welke rol of positie heeft de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uit de Kamer, naar de mening van de regering, bij de informatieverstrekking aan de Kamer over deze aangelegenheid?

Zie de antwoorden op de vragen 1 en 2 van het lid Van Raak (Aanhangsel Handelingen II; 2010/11, nr. 2846).

BIJLAGE

Aan de minister president, minister van Algemene Zaken

Den Haag, 9 juni 2011

In de procedurevergadering van de commissie voor Binnenlandse Zaken van 9 juni 2011 is gesproken over de berichtgeving in de Volkskrant van woensdag 8 juni over de vakantiewoning van de Prins van Oranje in Mozambique en de wijze waarop de Kamer daarover is geïnformeerd. De commissie heeft daarbij kennisgenomen van de schriftelijke vragen die het lid Van Raak inmiddels over deze aangelegenheid heeft gesteld.

De commissie heeft besloten om ter ondersteuning van en in aanvulling op genoemde vragen u te verzoeken de Kamer voor donderdag 16 juni a.s. te 12.00 uur een brief te doen toekomen waarin u tenminste in gaat op de volgende aspecten van de zaken die in de berichtgeving aan de orde komen:

  • Welke is de stand van zaken bij de verkoop van de vakantiewoning?

  • Op welke wijze zijn betalingen verricht ten behoeve (van de voorgenomen verkoop) van deze vakantiewoning?

  • Welke rol of positie heeft de Commissie voor de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten uit de Kamer, naar de mening van de regering, bij de informatieverstrekking aan de Kamer over deze aangelegenheid?

Hierbij breng ik u de verzoeken van de commissie over en zie uw antwoord graag voor het vermelde tijdstip tegemoet.

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

Van der Leeden