Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132501 nr. 14

32 501 Trendnota Arbeidszaken Overheid 2011

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 mei 2011

Vanuit mijn coördinerende verantwoordelijkheid voor de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk bied ik u hierbij het Sociaal Jaarverslag Rijk 2010 en de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2010 aan1.

Sinds 2001 rapporteert de minister van BZK aan de Kamer over het personeelsbeleid van het Rijk in het Sociaal Jaarverslag. In het kader van de professionalisering van de bedrijfsvoering is besloten om daarnaast vanaf 2011 te komen tot een jaarrapportage over de gehele bedrijfsvoering van het Rijk. Vanaf 2012 zullen deze rapportages worden gebundeld in één Jaarrapportage Bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering wordt gedoeld op: organisatie, personeel, huisvesting, ICT, facilitair, inkoop en informatiehuishouding. Ook wordt vanaf 2011 gerapporteerd over de personele en materiële uitgaven van het Rijk. De totale apparaatsuitgaven van het Rijk, inclusief de baten-lastendiensten, bedroegen in 2010 13,3 miljard euro exclusief defensie en KLPD en ZBO’s.

De professionalisering van de bedrijfsvoering van het Rijk bouwt voort op de vernieuwing van de rijksdienst die het vorige Kabinet heeft ingezet. Een verdere professionalisering is alleen mogelijk door het Rijk als een eenheid te beschouwen en verbinding te leggen tussen soortgelijke onderdelen.

Het Kabinet heeft tijdens de formatie besloten het aantal ministers en ministeries terug te brengen. Door een herverdeling van departementale onderdelen en een samenvoeging van ministeries zijn de eerdere dertien ministeries teruggebracht tot elf.

Daarnaast bevat het regeerakkoord ook het voornemen om ingrijpende maatregelen te treffen om de overheidsfinanciën op orde te brengen onder meer door 1,52 miljard in 2015 op het Rijk, de batenlastendiensten en ZBO’s te besparen (vanaf 2018 1,8 miljard structureel).

In februari 2011 heb ik u het uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst (TK 31 490, nr. 54) aangeboden. Dit programma bevat maatregelen op het gebied van de bedrijfsvoering van het Rijk. De projecten uit het uitvoeringsprogramma initiëren in totaal voor ongeveer 800 miljoen structureel besparingen zonder dat hiervoor wijzigingen in beleid of wetgeving nodig zijn. De taakstelling is al ingeboekt in de begrotingen van de departementen. De besparingen die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma leveren een bijdrage aan de departementale invulling van de taakstelling. Over de realisatie van de financiële taakstelling wordt gerapporteerd via de begrotingscyclus. Zoals afgesproken in het algemeen overleg Compacte Rijksdienst van 26 april 2011 met de Kamer, zal ik in de Jaarrapportages Bedrijfsvoering over de stand van zaken van het programma rapporteren. Een tussenbalans zal ik opmaken in de begrotingstoelichting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in september 2011.

In de afgelopen jaren is vooral geïnvesteerd in de bedrijfsvoering in Den Haag. Met het uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst wordt de stap gezet naar professionalisering van de Rijksbrede bedrijfsvoering.

Het Sociaal Jaarverslag en de Jaarrapportage Bedrijfsvoering laten zien dat er in 2010 al de nodige stappen zijn gezet om te komen tot een compacte, krachtige en dienstverlenende Rijksoverheid.

Sociaal Jaarverslag Rijk 2010

Eén functiegebouw Rijk

De ontwikkelingen van één functiegebouw voor het Rijk is in december 2010 afgerond en vastgesteld. Hiermee zijn circa 30 000 afzonderlijke functiebeschrijvingen teruggebracht tot 52 functiegroepen en 8 functiefamilies. De constructie van één functiegebouw is de eerste stap richting vernieuwing van de HRM-instrumenten. Het Rijk gaat hiermee meer als eenheid werken. Verder wordt interne mobiliteit gestimuleerd doordat medewerkers gemakkelijker kunnen overstappen naar andere ministeries. Het functiegebouw moet uiterlijk eind 2012 door alle ministeries (met uitzondering van de Belastingdienst) zijn ingevoerd.

Kwaliteitsagenda voor het Rijk

Met het oog op de taakstellingen en economische crisis zijn in 2010 nauwelijks vacatures opengesteld. Dat is echter een tijdelijke situatie, want vanaf 2014 gaan relatief veel ambtenaren met pensioen en zal het Rijk weer een beroep moeten doen op de arbeidsmarkt. Daarom moet het Rijk voor zowel de huidige als toekomstige medewerkers een aantrekkelijke werkgever blijven en investeren in de kwaliteit van medewerkers, juist in deze tijden van taakstellingen.

De uitdaging voor de toekomst is om te zorgen dat medewerkers goed inzetbaar op de arbeidsmarkt zijn en blijven, maar ook is het belangrijk dat zij hun werk prettig kunnen doen in een gezonde en veilige werkomgeving. Medewerkers zijn immers de kritische factor in de dienstverlening van de overheid, nu en in de toekomst. Om de ambities waar te maken, is een extra impuls nodig. In 2010 hebben bonden en werkgever daarom de Kwaliteitsagenda voor het Rijk opgesteld. De rode draad is gedeelde belangen van medewerkers en leidinggevenden. De kwaliteitsagenda zorgt ervoor dat instrumenten die zich hebben bewezen, breed toegankelijk zijn binnen het Rijk. Met als voornaamste doel: kwaliteiten van medewerkers benutten. De kwaliteitsagenda is onder meer gericht op de aanpak van agressie en geweld, gezond werken en het versterken van de rijksbrede mobiliteit.

Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2010

Externe inhuur

De uitgaven van de gezamenlijke ministeries aan de externe inhuur van personeel dalen voor het eerst sinds jaren ten opzichte van het voorafgaande jaar. De totale uitgaven voor externe inhuur over het jaar 2010 bedroegen 1027 miljoen euro. Ten opzichte van het jaar 2009 (1284 miljoen euro) betekent dit een daling met circa 257 miljoen euro. Deze daling is vooral te zien bij de ministeries van Defensie, Financiën, Justitie en Verkeer en Waterstaat.

Ook het aantal ministeries dat in 2010 boven de rijksbrede norm van 13% uitkwam, is afgenomen van vijf in 2009 tot drie in 2010. Aangenomen mag worden dat het sturingsinstrumentarium externe inhuur, zoals dat in 2009 in overleg met de Tweede Kamer is ingevoerd, aan deze daling heeft bijgedragen.

Grote en hoogrisico ICT-projecten

Om meer inzicht te geven in ICT uitgaven van het Rijk is de jaarlijkse rapportage Grote ICT projecten dit jaar uitgebreid met hoogrisico projecten van minder dan 20 miljoen euro.

Eind 2010 waren bij het Rijk 36 grote en hoogrisico ICT-projecten in uitvoering. De totale meerjarig geraamde ICT-kosten van deze projecten bedragen € 1 944 miljoen.

Ik beschouw deze eerste jaarrapportage als een nulmeting van de verschillende onderdelen van de bedrijfsvoering. Hoe de Rijksbrede Bedrijfsvoering zich verder ontwikkelt leest u in de volgende jaarrapportages.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.