20 Wadden

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 april 2011 over de Wadden.

MevrouwJacobi (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee moties in het kader van de decentralisatie van het Waddenfonds. De eerste motie gaat over de bezuiniging. Naar mijn mening zou deze beperkt moeten worden tot de efficiencykorting.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - in de bijlage bij het regeerakkoord is opgenomen dat met het decentraliseren van het Waddenfonds een efficiencykorting zal plaatsvinden;

  • - in de toelichting op deze bijlage een te realiseren ombuiging voor een aantal categorieën waaronder het Waddenfonds wordt genoemd van totaal 5 mln. inclusief efficiencykorting;

  • - door de NAM en Vermilion voorbereidingen worden getroffen om de gaswinning onder de Waddenzee te gaan intensiveren, hetgeen zal leiden tot hogere inkomsten voor de rijksschatkist;

constaterende dat:

  • - de minister in het AO Wadden van 14 april 2011, in tegenstelling tot het regeerakkoord en het door haar gestelde bij de begrotingsbehandeling van Infrastructuur en Milieu in 2010, thans spreekt van een bezuiniging op het Waddenfonds;

  • - het vertrouwen tussen de rijksoverheid enerzijds en het bedrijfsleven en de natuurorganisaties anderzijds wordt geschonden;

verzoekt de regering, de (efficiency)korting op het Waddenfonds terug te brengen tot 4% voor direct toerekenbare uitvoerings- en beheerskosten van de afgelopen jaren en de dekking daarvoor te vinden in de eigen apparaatskosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Devoorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 93 (29684).

MevrouwJacobi (PvdA):

Mijn andere motie gaat over de betalingssystematiek.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de efficiencykorting op het Waddenfonds thans een bezuiniging blijkt te zijn;

  • - de gemaakte afspraken tussen Rijk, bedrijfsleven en natuurorganisaties bij de totstandkoming van het akkoord van de gaswinning onder de Waddenzee en het Waddenfonds een bezuiniging niet rechtvaardigen;

constaterende dat:

  • - het totale bezuinigingsbedrag overeenkomt met twee jaren uitkering uit het Waddenfonds;

  • - het vertrouwen tussen de rijksoverheid, natuurorganisaties en het bedrijfsleven wordt geschonden;

verzoekt de regering, de looptijd van het Waddenfonds met twee jaar te verlengen, waarvoor de dekking over de resterende looptijd door het Rijk wordt gefinancierd uit de eigen apparaatskosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Devoorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 94 (29684).

MevrouwVan Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Waddenzee een uniek, internationaal natuurgebied is;

overwegende dat kwaliteitsverbetering van de Waddennatuur een doel op zich is, maar ook nodig om ruimte te houden voor economische activiteiten;

overwegende dat decentralisatie van het Waddenfonds er niet toe mag leiden dat instandhouding en verbetering van de kwaliteit van het Waddengebied moeilijker wordt;

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat de middelen uit het Waddenfonds doelgericht en programmatisch worden ingezet en dat meerjarige en internationale projecten mogelijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Devoorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 95 (29684).

MevrouwVan Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik heb een motie over een onafhankelijke kwaliteitstoets.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Waddenfonds een maatschappelijk compromis was tussen gaswinning en natuurbehoud;

overwegende dat de regering van plan is, het Waddenfonds te decentraliseren naar drie provincies, en dat deze provincies gezamenlijk moeten besluiten over de te financieren projecten;

overwegende dat provincies financieel belang hebben bij een keuze voor projecten in hun regio;

overwegende dat publiek geld dient te worden ingezet voor de beste projecten;

verzoekt de regering, bij de decentralisatie vast te leggen dat een onafhankelijke kwaliteitstoets de basis zal vormen voor besluitvorming over de financiering van projecten uit het Waddenfonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

Devoorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 96 (29684).

MevrouwOuwehand (PvdD):

Voorzitter. Hierbij de laatste motie van vandaag.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het unieke en internationaal zeer waardevolle ecosysteem van de Waddenzee de afgelopen decennia ernstig is aangetast door onder meer visserij, scheepvaart en vervuilende industrie rondom het wad;

constaterende dat aantasting van het waddenecosysteem ondanks de beschermde status van het Waddengebied nog altijd plaatsvindt;

van mening dat verdere aantasting van een beschermd, zeldzaam natuurgebied onverantwoord is;

verzoekt de regering, geen vergunningen meer te verlenen voor plannen, projecten of activiteiten die significante effecten kunnen hebben op het waddenecosysteem,

en gaat over tot de orde van de dag.

Devoorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 97 (29684).

Er zijn in totaal vijf moties ingediend. Kan de minister meteen antwoorden?

MinisterSchultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Deze moties kwamen mij welbekend voor uit het AO, dus ik kan ze direct beantwoorden.

De motie-Jacobi/Van Veldhoven op stuk nr 93 betreft het terugbrengen van de efficiencykorting naar 4% voor direct toerekenbare kosten. Ik ontraad deze motie. In het AO heb ik al gezegd dat het kabinet in totaal 18 mld. moet bezuinigen en dat daarbij het Waddenfonds niet buiten schot is gebleven. Deze bezuiniging maakt onderdeel uit niet alleen van het regeerakkoord maar ook van het gedoogakkoord en zit wat mij betreft dus bij de spijkerharde 18 mld. Daarom ontraad ik deze motie.

De tweede motie-Jacobi/Van Veldhoven, op stuk nr. 94, gaat over de verlenging van de looptijd. In het AO heb ik gezegd dat ik niet over mijn graf heen wil regeren. Daarom ben ik geen voorstander van twee jaar extra. In datzelfde AO heb ik al gezegd dat ik dat idee ontraad. Bij dezen ontraad ik de motie.

In de motie-Van Tongeren/Jacobi op stuk nr. 95 wordt de regering verzocht, er zorg voor te dragen dat de middelen uit het Waddenfonds doelgericht en programmatisch worden ingezet en dat meerjarige en internationale projecten mogelijk zijn. In het AO heb ik gezegd dat we allemaal voor doelgericht en programmatisch inzetten zijn, ook wat betreft internationale projecten. Mijns inziens is dit echter een zaak van de provincies. Als je dit overhevelt, dan moeten zij dat doen. In het bestuursakkoord zal hieraan vorm worden gegeven. Ik ontraad de aanneming van deze motie, waarin gevraagd wordt om de regering er zorg voor te laten dragen. Ik zal de boodschap doorgeven aan de desbetreffende provincies.

De motie-Van Veldhoven/Jacobi op stuk nr. 96 gaat over de onafhankelijke kwaliteitstoets. Ik heb al gezegd dat ik het ermee eens ben dat er onafhankelijk getoetst moet kunnen worden. Ik heb ook gezegd dat uitvoering van het Waddenfonds aan de provincies is. Zij zullen dus moeten invullen hoe die toetsing eruit gaat zien. Dat wordt ook weer opgenomen in de randvoorwaarden van het bestuursakkoord dat we gaan maken. Ik zal erop toezien dat daarin iets over onafhankelijke toetsing wordt opgenomen. Ik laat het oordeel over deze motie over aan de Kamer.

Tot slot kom ik bij de motie-Ouwehand op stuk nr. 97, waarin de regering wordt verzocht, geen vergunningen meer te verlenen voor plannen, projecten of activiteiten die significante effecten kunnen hebben op het waddenecosysteem. Dat kan nu al niet, aangezien wij de Natuurbeschermingswet en de PKB hebben. Ik verklaar deze motie overbodig. Mocht er nog wat meer achter zitten dan ik er nu in kan lezen, moet ik haar wellicht zelfs ontraden. We hebben daar immers de reguliere regelgeving voor.

De beraadslaging wordt gesloten.

Devoorzitter:

Ik dank de minister voor haar oordeel over de moties. De stemmingen over de moties vinden zo direct plaats bij de eindstemming.

MinisterSchultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik kreeg zo-even een bericht binnen dat betrekking heeft op het VAO Spoor, dat we voorafgaand aan dit VAO hebben gehad. Het gaat over station Emmen Bargeres. Wat kan ik daarmee doen?

Devoorzitter:

Niks.

MinisterSchultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De informatie die ik zojuist heb gegeven, blijkt onjuist te zijn. Er is inmiddels al gestart met de ontmanteling.

Devoorzitter:

Ik neem aan dat mevrouw Van Gent haar motie (32404, nr. 43) in stemming gaat brengen.

MinisterSchultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Zij heeft deze motie aangehouden. Ik zal kijken of ik haar nog kan bereiken.

Devoorzitter:

Dat is heel goed. Ik dank de minister ook voor deze correctie.

De vergadering wordt van 23.06 uur tot 23.35 uur geschorst.

Devoorzitter:

Ik verzoek de leden plaats te nemen, dan kunnen wij gaan stemmen.

Naar boven