Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 410 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2024

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2023–2024

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 24.116

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.484

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting worden, op grond van artikel 2.3 eerste lid van de Comptabiliteitswet 2016, elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis), de Justitiële Informatiedienst (Justid) en de Justitiële ICT organisatie (JIO) voor 2024 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

Wetsartikel 3

De rechtspraak is, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk voor het eigen beheer. Op grond van de bevoegdheidsverdeling is de Minister voor Rechtsbescherming niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid. Conform artikel 93 van de Wet op de rechtelijke organisatie kan Onze Minister voor Rechtsbescherming algemene aanwijzingen geven ten aanzien van de taken zoals genoemd in artikel 91, voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een goede bedrijfsvoering van de rechterlijke organisatie.

In deel B is naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister voor Rechtsbescherming ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen. In dit hoofdstuk wordt de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2024 gegeven.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D. Yeşilgöz-Zegerius

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Deze leeswijzer gaat kort in op de hoofdonderdelen van de begroting.

Groeiparagraaf

Brede welvaart in de begrotingscyclus

In deze ontwerpbegroting 2024 is in het onderdeel beleidsagenda aandacht besteed aan brede welvaart, aan de hand van een aantal brede welvaartsindicatoren op het gebied van Justitie en Veiligheid (JenV). Brede Welvaart gaat over de kwaliteit van leven in het hier en nu, rekening houdend met de mate waarin dit invloed heeft op de kwaliteit van leven van toekomstige generaties en mensen ergens anders op de wereld. Het opnemen van de bredewelvaartsindicatoren in de begrotingscyclus is een stapsgewijs ontwikkeltraject (groeimodel) van vijf jaar.

Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

In de begroting 2022 heeft JenV een eerste uitwerking van de SEA opgenomen. Ook het komende jaar wordt nog als een overgangsjaar gezien om verbeterslagen aan te brengen in de kwaliteit van de SEA, en stapsgewijs toe te groeien naar een begroting dekkende SEA met logisch samenhangende beleidsthema’s.

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op de kernthema’s van JenV. In de beleidsagenda is onder andere opgenomen de veiligheidsagenda, een cijfermatig overzicht van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht met de meerjarige planning voor de strategische evaluaties en een overzicht van de risicoregelingen die vallen onder dit ministerie. Ook is met ingang van de ontwerpbegroting 2023 de openbaarheidsparagraaf opgenomen in de beleidsagenda. Dit naar aanleiding van het besluit tot actieve openbaarmaking van informatie, verbetering van de informatie­huishouding bij de ministeries en artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens, de uitvoering van de Woo en andere inspanningen rondom informatiehuishouding en openbaarmaking.

Hoofdstuk 3 en 4: Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

In de (niet)beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven.Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (Hoge Raad), 33 (Openbaar Ministerie) en 34 (Raad voor de Kinderbescherming) worden opgenomen. 

Hoofdstuk 5: Begroting agentschappen

De begroting van JenV heeft zeven baten-lasten-agentschappen, waarbij in de begrotingen van een aantal van deze agentschappen een afwijkende lastencategorie is opgenomen, namelijk de categorie «(materiële) programmakosten». Onder deze categorie zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van deze agentschappen. De betreffende kosten worden niet als apparaatskosten gekwalificeerd.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en het baten-lastenstelsel. In de begroting van JenV is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Hoofdstuk 7: Wetgevingsprogramma

Het wetgevingsprogramma geeft een overzicht van de fase waarin de tot standkoming van de wetten zich bevindt. Hierbij worden negen fasen onderscheiden van interne voorbereiding tot Bekrachtiging, bekendmaking en inwerkingtreding.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van JenV levert een bijdrage aan de interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie voor de eerste overzichtsconstructie is in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft hierbinnen een coördinerende rol omtrent de verdeling van ontwikkelingssamenwerkingsgelden.

Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan

Op 4 oktober 2022 is het definitieve Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) goedgekeurd. Het definitieve Nederlandse HVP bestaat uit 49 maatregelen. JenV geeft uitvoering aan de volgende twee maatregelen:

  • 1. Digitalisering van de Nederlandse strafrechtketen

  • 2. Anti-witwasbeleid

Het kabinet werkt momenteel hard aan de implementatie van het HVP. Over de voortgang van de implementatie van het HVP wordt de Kamer tweejaarlijks geïnformeerd. In het voorjaar van 2024 zal dit gebeuren door middel van het Nationaal Hervormingsprogramma en in het najaar door middel van een aparte Kamerbrief.     

Nederland is voornemens eind 2023 het eerste betalingsverzoek ter waarde van € 1,4 mrd. in te dienen bij de Europese Commissie. De minister van Financiën bereidt, namens het kabinet en in nauwe samenwerking met de departementen die verantwoordelijk zijn voor de verschillende maatregelen, het formele betalingsverzoek voor. Voor de maatregelen op het gebied van JenV wordt geen eerste betaalverzoek voorbereid. Over de beoordeling van het eerste betalingsverzoek door de Europese Commissie wordt de Kamer te zijner tijd geïnformeerd.

Nederland is tevens voornemens om medio 2024 het tweede betalingsverzoek bij de Europese Commissie in te dienen. Over de beoordeling van dit tweede betalingsverzoek door de Europese Commissie wordt de Kamer ook te zijner tijd geïnformeerd.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Inleiding

In de beleidsagenda gaan we in op de kernthema’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV). In deze paragraaf benoemen we onze prioriteiten voor 2024, volgend uit het Coalitieakkoord Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, zoals dat in 2022 door het huidige demissionaire kabinet is overeengekomen.

We leven in een tijd van transitie, van transformatie, van technologische versnelling en van crisis en onzekerheden. Onzekerheid over oorlog, over geopolitieke verhoudingen, over het klimaat, ons milieu en over onze soevereiniteit. Het ervaren van onzekerheid / onveiligheid heeft effect op de brede welvaart. Doeltreffende, verantwoordelijke en transparante instituties zijn een essentieel element voor toename en behoud van die welvaart. Het vertrouwen in instituties staat al enige tijd onder druk maar is in EU-perspectief in Nederland relatief hoog: 61,3% van de bevolking van 15+ heeft (heel veel of tamelijk veel) vertrouwen. Meer specifiek kijkend naar politie en de rechterlijke macht zien wij dat het vertrouwen 77% respectievelijk 76,6% bedroeg en dat de middellange termijntrend tussen 2015 en 2022 opwaarts is geweest.1 Toenemende onzekerheden en risico’s kunnen dit vertrouwen onder druk zetten.

Daarom zetten we ook komend jaar in op een sterke rechtsstaat – ook als het gaat om de online wereld. Veel nadruk zal liggen op een stevige aanpak van cybercriminaliteit en een goede toegang tot het recht voor iedereen, ook voor nieuwkomers. We zetten in op een migratieagenda die zowel beheersbaar als rechtvaardig en uitvoerbaar is. Ook dit is van belang voor onze brede welvaart hier en nu, elders en later. Hoewel Nederland binnen de EU in 2020 relatief gunstig afsteekt met een positief oordeel van 38% van de bevolking van 15+, is dit een duidelijke minderheid. Als gevolg van knelpunten in de migratieketen bestaat het risico dat het draagvlak voor migranten aan verdere erosie onderhevig is. Dit vergt onze blijvende aandacht.

Zeker zo prominent gaat onze aandacht uit naar de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit, evenals van radicalisering, terrorisme en gewelddadig extremisme. Ook blijven we inzetten op de politie, zodat deze is toegerust voor de uitdagingen van de toekomst. We staan voor nationale veiligheid en doen er alles aan om slachtofferschap te voorkomen en (digitale) slachtoffers te beschermen. Daarbij hebben we specifieke aandacht voor jeugdigen.

Evenals vorig jaar passen onze prioriteiten voor het komende begrotingsjaar in een meerjarig beleid, gericht op een vitale rechtsstaat en een effectief en menswaardig migratiebeleid.

2.1.1   Sterke rechtsstaat

De rechtsstaat beschermt mensen tegen een almachtige overheid en kwaadwillende medemensen, en voorziet in vreedzame conflictbeslechting. De rechtsstaat houdt de samenleving bijeen. Nederland heeft een sterke rechtsstaat. Het is dan ook één van de minst corrupte landen ter wereld2. Het behoud van onze sterke, democratische rechtsstaat is dan ook onze eerste prioriteit. Daarom versterken we de keten, zetten we in op digitalisering en hebben alle aandacht voor onze burgers in toegang tot het recht en slachtofferschap.

Een versterkte justitiële keten

In 2024 zetten we in op het op orde te brengen van de capaciteit in de strafrechtketen, op het aanpakken van (logistieke) knelpunten daarin, op het terugdringen van zaak-voorraden en het verbeteren van de doorlooptijden. We doen dit mede in het licht van de in 2023 verschenen uitkomsten van de desbetreffende parlementaire verkenning. We zetten hiervoor o.a. het programma Tijdige rechtspraak in, evenals het Bestuurlijk Ketenberaad op de voorraden en doorlooptijden.

Ook dit jaar werken we verder aan diverse wetsvoorstellen die met elkaar het nieuwe Wetboek van Strafvordering vormen. De implementatie hiervan vergt een grote inspanning van de strafrechtketen. Het vergt het aanpassen van digitale systemen, het opnieuw inrichten van werkprocessen en het opleiden van professionals in de keten. De betrokken organisaties werken de komende jaren door aan de in 2023 gestarte voorbereidingen voor de implementatie.

We treffen de laatste voorbereidingen om het wetsvoorstel seksuele misdrijven in 2024 in werking te laten treden. Het wetgevingstraject ronden we af en het implementatietraject, dat JenV coördineert, zetten we voort. Hierbij monitoren we o.a. de capaciteit binnen de zedenteams van politie en het Openbaar Ministerie (OM). Politie en OM leiden zedenrechercheurs en -officieren van justitie op. Daarvoor gebruiken zij de middelen uit het coalitieakkoord en de Hermans-gelden.

Een sterke ‘digitale rechtsstaat’

Europese en geopolitieke ontwikkelingen zijn uiterst belangrijk voor de opbouw en het behoud van een sterke digitale rechtsstaat. In 2024 verwachten we dat een aantal Europese verordeningen en richtlijnen op het gebied van digitalisering van kracht worden die van grote betekenis zijn voor ons rechtsbestel. Met name de eJustice Verordening, de AI Verordening en wijziging van de eIDAS Verordening zorgen voor verplichtingen voor organisaties binnen ons rechtsbestel.

Ook in 2024 evalueren we of het juridisch kader nog past bij nieuwe technologieën en digitale ontwikkelingen en of het nodig is aanvullend te reguleren of bestaande normen te verhelderen. We zijn betrokken bij onderhandelingen over nieuwe EU Tech laws, zoals de AI-verordening. Rechts- en gegevensbescherming nemen we hierin mee als twee belangrijke pijlers van een democratische rechtsstaat. Daarnaast initiëren we een strategische visie op internationale gegevensstromen en gegevensuitwisseling mét aandacht voor de invloed van toenemende globalisering op rechts- en gegevensbescherming.

In 2024 ligt er een breed gedragen Nederlandse visie op het gegevensbeschermingsrecht. Dit in aanloop naar de tweede evaluatie van de AVG. Daarbij hebben we speciaal aandacht voor effectief toezicht, rechten van minderjarigen en technologische ontwikkelingen. Door die visie klaar te hebben zijn Nederlandse standpunten effectief mee te nemen in de plannen van de dan nieuwe Europese Commissie.

Betere toegang tot het recht

‘Toegang tot het recht’ houdt in dat mensen toegang hebben tot informatie, advies, begeleiding, rechtsbijstand en de mogelijkheid van een beslissing door een neutrale instantie. Ook in het digitale tijdperk. Toegang tot het recht is een voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat. Daarom versterken we de toegang. In 2024 doen we dat onder andere door het verlagen van griffierechten en door het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te vernieuwen. Dit betekent ook het voorkomen van onnodige juridische procedures van de overheid tegen burgers en versterking van de sociale advocatuur. Ook zetten we in op maatschappelijk effectieve rechtspraak, laagdrempelige alternatieve geschillenbeslechting en op herstelrecht. Het echt helpen oplossen van problemen, dat is waar het om gaat.

Belangrijke mijlpaal in de vernieuwing van het stelsel is een metastudie van pilots (WODC). Op basis hiervan borgen we werkzame elementen uit die pilots en implementeren we deze - voor zover hiervoor geen wetswijziging nodig is - in het stelsel. Onze inspanningen richten zich op een stelsel dat laagdrempelig is, vroegtijdig de juiste oplossingen biedt, het vertrouwen van burgers versterkt en de kwaliteit van rechtsbijstand met adequate vergoedingen daarvoor bevordert.

Recht doen aan slachtoffers en slachtofferschap voorkomen

Per 100.000 inwoners hebben 987 personen slachtofferhulp aangeboden gekregen in 2021. Om de rechten van slachtoffers te borgen gaan we door met het uitvoeren van maatregelen uit de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2022-2025. Zo treedt de verschijningsplicht in werking voor de verdachte bij inhoudelijke zittingen. Ter uitvoering van het amendement van Wijngaarden wordt een algemene maatregel van bestuur vastgesteld. Het doel hiervan is de privacy van slachtoffers in het strafdossier te verbeteren.3 Ook breiden we de categorie slachtoffers van geweld- en zedenmisdrijven uit dat een beroep kan doen op de ongemaximeerde voorschotregeling bij een schadevergoedingsmaatregel in het strafproces.

In 2024 voeren we Samen tegen mensenhandel uit, met als doel: minder slachtoffers. Dat doen we door slachtofferschap te voorkomen, door snel en adequaat slachtoffers te signaleren, door ze uit de situatie te halen en hen zorg en ondersteuning te bieden en door de daders op allerlei manieren te frustreren en zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk aan te pakken.

Ook cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit maken veel slachtoffers.4  Daarom investeert het OM in de aanpak van cybercrime en versterkt het de opsporingscapaciteit in het digitale domein. In de Veiligheidsagenda staat een stapsgewijze verhoging van de opsporingsambitie bij cybercrime. BZK, JenV en EZK trekken samen op om cybercrime te voorkomen door bewustwording bij potentiële slachtoffers te versterken.

2.1.2    Brede aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit

De georganiseerde misdaad heeft zich diep in onze maatschappij geworteld. Op verschillende plekken is dit pijnlijk duidelijk: in onze havens waar drugs wordt gesmokkeld, in het buitengebied waar drugsafval wordt gedumpt en in onze woonwijken waar kinderen worden geronseld voor de drugscriminaliteit. Dit ondermijnt en bedreigt onze samenleving en rechtsstaat. De aanpak van de georganiseerde drugscriminaliteit is daarom één van de topprioriteiten van het huidige kabinet. Deze is de afgelopen jaren verbreed naar een gezamenlijke en samenhangende aanpak. We zetten in op het versterken van de samenhang en samenwerking tussen partners en van initiatieven en samenwerkingsverbanden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. Samen met partners zorgen we ervoor dat de aanpak inspeelt op veranderende omstandigheden en nieuwe vormen van ondermijnende criminaliteit. We kijken goed naar de effecten van de aanpak, zodat we waar nodig kunnen bijsturen. We bestrijden de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit door het zoveel mogelijk te voorkomen, te verstoren en te bestraffen. En waar mogelijk bieden we bescherming.

Voorkomen

We voorkomen dat kwetsbare jongeren terechtkomen of verder afglijden in de criminaliteit. We ontwikkelen een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte preventieve en adaptieve aanpak waarvan we kunnen leren. Dit geldt ook voor de resultaten die wij beschikbaar stellen aan partners. We dringen het drugsgebruik en de beschikbaarheid van drugs verder terug. Samen met partners ontwikkelen we een strategische visie op drugsbeleid en zorgen we ervoor dat nieuwe psychoactieve stoffen onder de Opiumwet vallen. We bieden ondernemers weerbaarheidstrainingen aan zodat ze signalen van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit herkennen en weten wat dan te doen.

Verstoren

Financieel gewin is hét motief achter georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Met het crimineel verdiende geld kopen criminelen macht en aanzien, ook in de bovenwereld. Daarom is het belangrijk om criminele verdienmodellen te verstoren. Crimineel geld mag niet worden witgewassen of via ondergronds bankieren de wereld over gaan. We blijven inzetten op het opsporen en vervolgen van criminele netwerken en het ontnemen van vermogen van criminelen. We ontwikkelen manieren om criminele goederen maatschappelijk her te bestemmen en een positieve rol te laten spelen in de maatschappij. Om criminele netwerken en verdienmodellen te bestrijden, gaan we internationaal nog steviger samenwerken. Internationaal werken we ook op logistieke knooppunten samen (bijv. havens Rotterdam en Antwerpen) om de cocaïnesmokkel tegen te gaan en zodoende het crimineel proces te verstoren.

Bestraffen

Drugscriminelen moeten weten dat een krachtig strafrecht tegenover hen staat. Door het strafrecht effectief in te zetten, dringen we de georganiseerde ondermijnende criminaliteit terug. We nemen gelegenheidsstructuren voor criminele netwerken weg, laten de strafmaten van zware drugsdelicten aansluiten bij de ernstige gevolgen ervan en nemen knelpunten weg bij de strafrechtelijke aanpak. In 2024 gaat het wetsvoorstel Ondermijning II in werking en breiden we de aanpak van criminele machtsstructuren verder uit naar uitvoeringsorganisaties. Daarnaast blijven we investeren in uitvoeringskracht: de Dienst Landelijk Recherche breidt uit met specialisten die criminele netwerken ontmantelen en we passen toe wat de Italiaanse anti-maffia aanpak ons leert.

Beschermen

Het extreem gewelddadige optreden van drugscriminelen bedreigt onze democratische rechtsstaat. Daarom zorgen we voor bescherming van personen, objecten en diensten met een rol in de democratische rechtsorde. Essentieel is dat zij hun werk zonder vrees kunnen uitoefenen. Ook versterken we de weerbaarheid van het lokaal bestuur en heeft de aanpak van corruptie onze aandacht. Door samen met partners het misbruik van (publieke) machtsposities voor de ondermijnende, georganiseerde criminaliteit tegen te gaan, beschermen we de rechtstaat.

2.1.3    Migratie, nationaliteit en grenstoezicht

Van veel vormen van migratie gaan gunstige effecten uit. Voor een aantal specifieke vraagstukken en (economische) sectoren is migratie zelfs essentieel. Tegelijk legt migratie extra druk op bijvoorbeeld huisvesting en onderwijs. Voor een goede balans is grip op migratie dan ook noodzakelijk. Het migratiebeleid stoelt op twee pijlers: 1) het verbeteren en versterken van legale migratie, 2) het beperken van irreguliere migratie, bestrijden van overlast en bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf. Zo behouden en versterken we het draagvlak voor migratie in onze samenleving. Vooral bij asielopvang is dat een voorwaarde voor voldoende en goede opvang.

Reguliere migratie, grenzen en nationaliteit

Het beheer van de buitengrenzen versterken we met de implementatie van het Europese raamwerk. Hieronder vallen de Europese Grens- en Kustwachtverordening,5 de Schengenevaluatieverordening en de nieuwe of aangepaste Europese informatiesystemen. Ook de rol van publiek-private samenwerking werken we verder uit. En we blijven ons inzetten voor andere, innovatieve projecten zoals de Digital Travellers Credentials.

Ook versterken we de aanpak van mensensmokkel. Dat doen we o.a. door het operationaliseren van het beleidskader mensensmokkel 2023. Prioriteit blijft het beschermen van de openbare orde en veiligheid in relatie tot vreemdelingen. Dat gebeurt door effectief vreemdelingentoezicht en de aanpak van overlastgevende, criminele en/of onrechtmatig verblijvende vreemdelingen.

We blijven inzetten op kennismigratie en het aantrekken en faciliteren van internationaal talent. Binnen de huidige toelatingsregelingen onderzoeken we hoe innovatieve start-ups en scale-ups verder te ondersteunen. Met het oog op economische veiligheid wegen we fraudegevoeligheid en risico’s van misbruik van die regelingen hierin mee. Ook gaan we kijken naar evaluatie van de implementatie van de herziene kennismigrantenrichtlijn (Europese Blauwe Kaart) die medio november 2023 voltooid moet zijn. Om aan te sluiten op de in 2021 gewijzigde SZW-regelgeving voor inburgering van nieuwkomers in Nederland,6passen we de regelgeving inzake naturalisatie aan.

Instroom, doorstroom, opvang, uitstroom en vertrek

Het is van belang dat er een duurzaam opvanglandschap ontstaat. Medeoverheden en partners binnen de migratieketen leveren grote inspanningen bij de opvang van asielzoekers. Door de realisatie van asielopvang niet afhankelijk te laten zijn van de vrijwillige medewerking van gemeenten, kunnen tekorten worden voorkomen en asielzoekers evenwichtiger worden verdeeld over het land. Dit werken we samen met andere overheden en (keten)partners uit. Maar voor het structureel oplossen van dit vraagstuk is meer nodig. Voor meer bestuurlijk en maatschappelijke draagvlak voor asielopvang zetten we samen met andere departementen in op het wegnemen van knelpunten op het gebied van onderwijs, zorg en huisvesting. Daarnaast wordt steeds ingezet op zowel preventie, als op een harde aanpak van overlast en criminaliteit. Hiertoe geldt de brede inzet zoals uiteengezet aan de Tweede Kamer.7

Daarnaast werken we aan grip op de asielmigratie. Enerzijds door te voorkomen dat we verder gaan dan waartoe het EU recht ons verplicht en Nederland onnodig aantrekkelijker wordt voor asielmigratie dan andere EU-landen. Anderzijds zet Nederland in EU-verband in op het doeltreffend reguleren van asielmigratie vanuit de kernbeginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid. Nederland agendeert en bevordert dat de afspraken die de EU maakt voortvarend worden geïmplementeerd. In breder internationaal verband willen we migratiepartnerschappen met voor Nederland relevante herkomst- en transitlanden, gericht op het verminderen van aankomsten in de EU en bevorderen van terugkeer.

Verder pakken we de werkvoorraden in de asielketen aan, zodat asielzoekers die mogen blijven snel met hun integratie kunnen starten. Daar staat tegenover dat asielzoekers die niet mogen blijven, daadwerkelijk terugkeren naar het land van herkomst - bij voorkeur vrijwillig, maar waar nodig gedwongen. Dit op basis van goede samenwerkingsafspraken met herkomstlanden.

Opvang ontheemden uit Oekraïne

Als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne op 24 februari 2022 kwam een grote stroom vluchtelingen naar de EU. Om dit in goede banen te leiden, activeerde de EU voor het eerst de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Hiermee hebben ontheemden uit Oekraïne recht op bescherming en opvang. Omdat destijds de capaciteiten van de reguliere systemen ontoereikend waren, richtte Nederland het programma-DG Oekraïense ontheemden op. Helaas lijkt een einde van het conflict voorlopig nog niet in zicht. In het najaar van 2022 heeft de Europese Commissie daarom de duur van de bescherming onder de RTB met een jaar verlengd tot maart 2024. De RTB wordt naar verwachting opnieuw verlengd tot maart 2025. We blijven ons inzetten om samen deze groep ontheemden te blijven opvangen en voorzieningen te bieden. Hierbij verschuift de focus naar het uitvoeren van langetermijnbeleid gericht op het vergroten van participatie en zelfredzaamheid.

Een robuuste keten en financiën

Samen met bestuurlijke partners werken we aan een fundamentele heroriëntatie op de inrichting van de asielketen. Uitgangspunten hierin zijn: stabiliteit, wendbaarheid en sturing. Het doel is een keten die asielzoekers en andere migranten opvangt, zowel humaan, rechtmatig als efficiënt, en die hen beoordeelt en begeleidt naar een leven in Nederland of terugkeer naar het land van herkomst.

Daarnaast werken we aan stabiele financiering van de migratieketen. In 2023 spraken we af om een hogere vaste voorraad bij het COA structureel te financieren. Hiermee kan het COA schommelingen in de opvangcapaciteit beter opvangen. Voor de IND onderzoeken we mogelijkheden tot andere financiering. Ook werken we in 2024 aan nieuwe indicatoren die een beter beeld geven van de activiteiten binnen de migratieketen.

2.1.4    Preventie

Jeugd: preventie door betere bescherming en aanpak criminaliteit

Jaarlijks hebben ongeveer 35.000 kinderen met jeugdbescherming te maken. Met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming verbeteren en vereenvoudigen we de jeugdbeschermingsketen. Dit om kinderen en gezinnen beter te helpen. In dat kader werken we de regionale Veiligheidsteams verder uit op basis van de uitkomsten van de Adviescommissie Rechtsbescherming. In proeftuinen en regio’s proberen we gericht nieuwe werkwijzen uit en schalen we het aantal proeftuinen op. We implementeren de Hervormingsagenda om de jeugdhulp beter beschikbaar te stellen voor kinderen in de jeugdbescherming. Om de rechtsbescherming van kinderen en ouders te verbeteren, werken we onder andere een voorstel uit om rechtsbescherming structureel te verbeteren bij een jeugdbeschermingsmaatregel. Ook hierbij betrekken we de aanbevelingen van de Adviescommissie Rechtsbescherming.

De professionals in de jeugdbeschermingssector hebben onze aandacht. We zorgen voor een structurele workload-verlaging, o.a. door afspraken met gemeenten en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) over een landelijk tarief.8 Om de administratieve lasten te verlichten vereenvoudigen we het normenkader. Bij voorjaarsnota 2023 heeft het kabinet daarom structureel 50 miljoen uitgetrokken voor jeugdbescherming, werkdrukverlaging, kwaliteitsverbetering en rechtsbescherming.

Voor de gedupeerde gezinnen van de toeslagenaffaire die te maken hebben (gehad) met uithuisplaatsing (UHP KOT) zetten we de ondersteuningsaanpak voort en borgen we de geleerde lessen van het Ondersteuningsteam in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Tevens geven we uitvoering aan de Wet uitwisseling persoonsgegevens UHP KOT.

Als het gaat om interlandelijke adoptie staan we voor een grote transformatie-opgave en is een wetsvoorstel in voorbereiding waarin het nieuwe, striktere stelsel van interlandelijk adoptie wordt vastgelegd. Een nieuwe Centrale Bemiddelingsorganisatie Interlandelijke adoptie krijgt vorm. In overleg met de vergunninghouders worden de landendossiers overgedragen aan deze nieuwe organisatie en bouwen de huidige vergunninghouders hun werkzaamheden verder af naar eind 2025. Daarnaast zetten we in op het verder doorontwikkelen van het expertisecentrum interlandelijke adoptie en ondersteunen we belangenorganisaties betrokken bij interlandelijke adoptie.

Door in te zetten op een brede domein-overstijgende wijkaanpak voorkomen we dat jongeren afglijden naar criminaliteit of na een overtreding draaideurcriminelen worden. Dit doen we onder andere door vroegtijdig kwetsbaarheden en risico’s te signaleren en in te zetten op bewezen methodes en gedragsinterventies. In het coalitieakkoord heeft het (nu demissionair) kabinet middelen uitgetrokken voor een domein-overstijgende en gebiedsgerichte preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit; dit om de leefbaarheid en veiligheid te bevorderen en justitiële functies in de wijk te versterken. In het kader van Preventie met gezag ondersteunen we daarom 27 gemeenten bij de uitvoering van hun domein-overstijgende, gebiedsgerichte aanpak van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit. Aanvullend daarop zetten we in op het ondersteunen van (kleinere) gemeenten en gebieden waar de risico’s voor jeugdcriminaliteit meer aanwezig zijn dan elders.

Aanpak personen met verward gedrag

Om ervoor te zorgen dat personen met verward gedrag passende zorg en ondersteuning krijgen en niet onnodig met politie en justitie in aanraking komen, investeren we ook in 2024 in de samenwerking tussen de zorg-, ondersteuning- en veiligheidsdomeinen. We organiseren in alle veiligheidsregio’s een werkconferentie. Daarnaast besluiten we hoe de aanpak van personen met verward gedrag te financieren. Voor de levensloop-aanpak komen we eveneens tot een besluit over de financieringswijze en de uitvoering daarvan. Hiervoor voeren we een uitvoeringstoets uit.

Aanpak in detentie

In de Factsheet Brede welvaart 2023 bij deze begroting is te zien dat in 2020 per 100.000 inwoners 63 personen gedetineerd waren, en dat dit aantal ten opzichte van de meeste andere EU-lidstaten relatief laag is.9

Vanaf dag één van detentie werken we aan re-integratie. Daarom verbeteren we de ketensamenwerking rond re-integratie. Dat doen we door ervoor te zorgen dat medewerkers van DJI, de reclassering en (ook de kleine) gemeenten elkaar beter weten te vinden. Daarnaast vergroten we de kennis van de mogelijkheden tot informatiedeling. De eind 2023 uitgerolde nieuwe werkwijze voor de uitgifte van ID-kaarten aan gedetineerden zetten we in 2024 voort en monitoren deze. Immers: zonder identiteitsbewijs geen goede re-integratie.

Een klein deel van de gedetineerden zoekt continu naar mogelijkheden om ook tijdens detentie criminele activiteiten voort te zetten. Er is een breed gedragen gevoel van ernst en urgentie om dit aan te pakken. Daarom maken we het voor deze specifieke groep mogelijk om de contacten met de buitenwereld vergaand te beperken. Om strengere regels te kunnen opleggen – zoals minder belmomenten en minder bezoekers - passen we wet- en regelgeving aan. We introduceren visueel toezicht op gesprekken tussen hoog risico-gedetineerden en hun advocaat en een maximum van twee advocaten met wie een gedetineerde vertrouwelijk kan communiceren. In 2024 is een extra ontsluitingsweg naar de PI Vught klaar voor de hoog risico transporten van het Bijzonder Ondersteuningsteam. We investeren in de weerbaarheid van medewerkers en intensiveren de internationale samenwerking en kennisdeling. Daarnaast werken we aan een Detentie Intelligence Unit (OM, DJI en politie) voor gezamenlijke analyse en het uitwisselen van data. Georganiseerde criminaliteit moet immers georganiseerd worden bestreden.

Beter straffen

Eind 2022 startte een lange-termijnverkenning naar mogelijkheden om het sanctiestelsel en de sanctietoepassing te verbeteren en verder te ontwikkelen.10 Medio 2023 selecteerden we een aantal maatregelen om meer maatwerk te bieden en beter rekening te houden met de omstandigheden van de gestrafte (zoals behoud van werk of huisvesting). We verwachten daarmee recidive effectiever te voorkomen en re-integratie te verbeteren. In 2024 werken we samen met de ketenpartners de gekozen maatregelen verder uit. Daarbij brengen we in kaart: de eventueel benodigde wijzigingen in wet- en regelgeving, het doenvermogen van burgers, de effectiviteit en de uitvoerbaarheid van de maatregelen en de financiële en operationele impact.

2.1.5    Nationale veiligheid

Dreigingen zijn steeds complexer en meer met elkaar verweven. Daarom publiceerden we de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029. Deze strategie stelt kaders voor het beschermen van de nationale veiligheidsbelangen en geeft de komende zes jaar richting aan onze koers, activiteiten en prioriteiten. Het doel is drieledig:

  • 1. een veilig Koninkrijk in een multipolaire wereld,

  • 2. een weerbare democratie,

  • 3. een veerkrachtige en adaptieve samenleving.

De strategie is onder coördinatie van de NCTV samen met alle departementen, Caribische delen van het Koninkrijk en vertegenwoordigers van Veiligheidsregio’s opgesteld. Uitvoering van de strategie vraagt de inzet van iedereen: niet alleen van overheden, maar ook van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Crisisbeheersing: naar een robuust en landelijk dekkend stelsel

Recente crises onderstrepen het belang van een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de crisisbeheersing en brandweerzorg in Europees en Caribisch Nederland. Het kabinet heeft de contouren opgesteld van één samenhangend landelijk dekkend stelsel. De meerjarige landelijke agenda crisisbeheersing bundelt en richt de gezamenlijke ambities en activiteiten van ministeries, veiligheidsregio’s en andere betrokken publieke en private partners. In dat kader zetten we in 2024 aanzienlijke stappen.11Voor het versterken van de crisisbeheersing hebben we via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) een budget beschikbaar gesteld, oplopend tot structureel € 83 mln. vanaf 2026.

Cybersecurity, vitale belangen, statelijke dreigingen en economische veiligheid

Nederland is hoogontwikkeld, innovatief en sterk internationaal verbonden. Cybercriminaliteit, (digitale) spionage, ongewenste buitenlandse overnames en investeringen, inmenging, verstoring en sabotage bedreigen onze veiligheid, economie en samenleving. Dit kan ervoor zorgen dat burgers minder vertrouwen hebben in onze digitale infrastructuur en onze rechtsstaat. Die dreiging wordt versterkt door veranderende geopolitieke verhoudingen, technologische ontwikkelingen en de afhankelijkheid en verwevenheid van digitale systemen. Dit brengt grote risico’s met zich mee. Niets doen kan tot grote schade leiden.

We implementeren de Europese richtlijnen die bijdragen aan het versterken van de weerbaarheid van de vitale infrastructuur, van publieke en private organisaties. Als beleidsverantwoordelijk departement coördineert JenV de implementatie, waaronder de inzet door departementen van de hiervoor beschikbare middelen. Concreet betekent dit voor 2024 onder andere:

  • Indiening en parlementaire behandeling van de wetsvoorstellen ter implementatie van NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn, naast een Europese verplichting ook onderdeel van de in 2023 aangekondigde versterkte aanpak vitaal.

  • Voortzetten van integratie van het NCSC, DTC en CSIRT-DSP’s is. Eind 2024 is dit operationeel; er is dan één nationale cybersecurityorganisatie voor alle organisaties in Nederland.

  • Het ontwikkelen van een publiek-privaat platform voor wederkerige cybersecurity informatie- en kennisdeling.12  

Ook in 2024 doen we er alles aan om ongewenste buitenlandse inmenging tegen te gaan en onze economische veiligheid te versterken. In dit kader ligt het wetsvoorstel uitbreiding strafbaarheid spionage ter behandeling voor in de Tweede Kamer, gericht op inwerkingtreding in 2024. De inzet van het kabinet op economische veiligheid richt zicht vooral op het tegengaan van ongewenste kennis- en technologieoverdracht en het mitigeren van risicovolle strategische afhankelijkheden en het bevorderen van onze economische sterktes in strategische waardeketens (‘promote’-beleid), waarvoor primair het ministerie van EZK verantwoordelijk is. Samen met andere departementen en partners werken we dit jaar ook aan het Rijksbreed responskader.

Bewaken en beveiligen

Wijzigende dreigingsontwikkelingen en analyses van het stelsel13maken een fundamentele vernieuwing van het stelsel noodzakelijk. Het nieuwe stelsel richt zich op personen die ernstig worden bedreigd door terrorisme, statelijke dreigingen, georganiseerde criminaliteit en geradicaliseerde eenlingen. Het fundament onder dit stelsel bestaat uit:

  • 1. eenduidig en gecentraliseerd gezag bij de NCTV onder verantwoordelijkheid van de Minister van JenV,

  • 2. een nieuwe dreigingsanalysefunctie voor het gezag met een betere toegang tot en uitwisseling van informatie,

  • 3. een robuuste en slagkrachtige uitvoering op bewaken en beveiligen,

  • 4. een aangepast wettelijk kader,

  • 5. een onafhankelijk toezichthouder en een onafhankelijk adviesorgaan.

Ook in dit stelsel staat de te beveiligen persoon centraal. In 2024 gaan we verder met acties gericht op de toekomstbestendige inrichting. De verbetertrajecten - die al liepen vóór het besluit om het stelsel te vernieuwen en verbeteren - zetten we verder door (o.a. de versterking van de capaciteit bij Politie en KMar om beveiligingsmaatregelen uit te voeren).14

Radicalisering, terrorisme en gewelddadig extremisme

In het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 58 staat dat de terroristische dreiging vanuit het buitenland tegen Europa en Nederland is toegenomen en de extremistische dreiging in Nederland zich verbreedt. Opnieuw wordt de jihadistische beweging genoemd als voornaamste dreiging en blijft een terroristische aanslag vanuit rechts-terroristische hoek voorstelbaar. Daarnaast heeft Nederland in toenemende mate te maken met anti-institutioneel extremisme.

Met dit dreigingsniveau blijft het van cruciaal belang om terroristisch en extremistisch geweld in een zo vroeg mogelijk stadium de kop in te drukken. Nederland heeft daarvoor een stevige en brede aanpak van terrorisme, een hoog niveau van kennis en expertise en beproefde samenwerkingsverbanden. Onze inzet voor 2024 bouwt dan ook voort op voorgaande jaren, waarbij we – aan de hand van de dreiging - doorlopend bezien of het huidige pakket aan maatregelen volstaat of dat aanscherping nodig is. Als kader hiervoor gelden de Nationale Contraterrorismestrategie 2022-2026.

Lokaal, nationaal en internationaal doen we er alles aan om tijdig signalen te onderkennen en aanslagen te voorkomen. We hebben extra aandacht voor de dreiging die uitgaat van potentieel gewelddadige extremistische eenlingen. Dit geldt ook voor het anti-institutioneel extremisme en de verspreiding van complottheorieën van extremistische aard. Het verspreiden van deze theorieën kan afbreuk doen aan het publieke vertrouwen in de democratische instituties, leiden tot polarisatie of aanzetten tot opruiing, bedreigingen of geweld. Daarnaast vraagt het online domein om meer en nieuwe (technologische) oplossingen voor signalering en detectie, en tegen het verspreiden van gewelddadig extremistische en terroristische content.

Ook in 2024 hebben we aandacht voor veilige re-integratie na detentie, in samenhang met de maatregel tot intrekking van het Nederlanderschap na een onherroepelijke veroordeling voor een terroristisch misdrijf (artikel 14, tweede lid, Rijkswet op het Nederlanderschap).

2.1.6    Politie: basis op orde, goed toegerust en klaar voor de toekomst

De Monitor Brede Welvaart van het CBS raakt met een aantal indicatoren aan de politie, in het bijzonder aan het beeld van veiligheid in Nederland. De monitor laat zien dat het slachtofferschap van misdaad zich gunstig ontwikkelt en dat gevoelens van onveiligheid in de buurt niet toenemen.

Visie op de politiefunctie

Onze samenleving verandert steeds sneller, onder meer als gevolg van internationalisering, digitalisering, polarisatie en sociale media. Het is belangrijk om te weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor de politiefunctie in de toekomst, zodat deze relevant en legitiem blijft én kan blijven rekenen op een breed draagvlak. We werken aan een visie op de politiefunctie met als doel: een stevig verankerde politiefunctie en zelfbewuste organisaties, die met gezag kunnen opereren in de samenleving van de 21ste eeuw.

Een goed toegeruste politieorganisatie

In 2024 werken we verder aan een goed toegeruste politieorganisatie. Als gevolg van eerder genomen besluiten van het huidige (demissionaire) en vorige kabinetten, stijgt de operationele formatie van de politie. Het betreft o.a. formatieve uitbreidingen voor agenten in de wijk, de afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), zeden, bewaken en beveiligen en ondermijning. Grote cohorten aspiranten leiden we op. Zij bezetten nieuwe formatieplaatsen en vervangen vertrekkende operationele medewerkers. We zien een verbetering in de bezetting van operationele functies en we doen er alles aan om dit in 2024 voort te zetten.

Voorts gaan we door met de transitie van de Landelijke Eenheid. Het streven is dat vanaf 1 januari 2024 twee separate landelijke eenheden bestaan: een eenheid landelijke expertise en operaties en een eenheid landelijke opsporing en interventies. Daarnaast werken we aan de doorontwikkeling van de twee landelijke eenheden (de tweede transitiestap), waarbij het vak centraal staat. We realiseren de eerste ambities, o.a. de capaciteitsversterking van de Dienst Landelijke Recherche. Ook blijven we ons inspannen voor werkcultuur en leiderschap. De monitoringscommissie Schneiders blijft deze transitie van de Landelijke Eenheid volgen.

Binnen de organisatie is blijvend aandacht voor uitsluiting, discriminatie en racisme. Met Politie voor Iedereen werken we aan een veilige, inclusieve en diverse organisatie die meebeweegt met ontwikkelingen in de samenleving.

Ook versterken we de forensische geneeskunde. Hiervoor maakt het kabinet ca. € 17 mln. vrij in 2024, oplopend naar ca. € 22 mln. per 2027. We werken aan de concentratie van dienstverlening aan de politie voor forensisch medisch onderzoek en lijkschouw door de GGD-en en verwante organisaties. En we zorgen ervoor dat het beroep van forensisch arts aantrekkelijker wordt.

Meldkamerdomein

Voor onze veiligheid is het belangrijk dat burgers snel geholpen kunnen worden, hulpverleners snel ter plaatse zijn en dat zij hun werk veilig kunnen uitvoeren. De continuïteit van de 112-keten en de meldkamervoorzieningen van de hulpdiensten moet goed geborgd zijn. Daarom treffen we continu maatregelen om de beschikbaarheid van C2000 zo hoog mogelijk te houden en starten we voorbereidingen om C2000 te vervangen door een nieuwe missie kritische voorziening.

In 2024 verstevigen we het multidisciplinair meldkamerdomein en werken we toe naar gemeenschappelijk beheer van de meldkamervoorzieningen en een concentratie van tien gemeenschappelijke meldkamers in 2025. We ontwikkelen een visie op het meldkamerdomein na 2025 en streven ernaar om informatiebeveiligingsbeleid verder in de hulpdiensten - politie, brandweer, ambulance en KMar - te verstevigen en te implementeren. Voor alerteren wordt NL-Alert in 2024 verder doorontwikkeld. Hiermee vergroten we het bereik en wordt het gebruik efficiënter. Ook werken we aan de toekomst van het Waarschuwings- en Alarmeringssysteem.

2.2 Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda staan de landelijke beleidsdoelstellingen voor politie voor de periode 2023 t/m 2026. Volgens de Politiewet 2012 stelt de Minister, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, minstens eens per vier jaar landelijke beleidsdoelstellingen vast voor de taakuitvoering van de politie. De afspraken uit de Veiligheidsagenda zijn complementair aan de lokale veiligheidsagenda’s en laten ruimte aan het gezag om lokaal, en daar waar het gezag landelijk ligt, landelijk, keuzes te maken en prioriteiten te kunnen stellen ten aanzien van de taakuitvoering van de politie.

Er is gekozen voor een set kwantitatieve en kwalitatieve afspraken met een realistisch ambitieniveau. Zij zijn gemaakt in de overtuiging dat het van belang is om een meerjarige koers uit te zetten, maar tevens in het bewustzijn dat een vierjarig kader de nodige wendbaarheid en flexibiliteit behoeft. In onderstaande tabel worden de prestatie-indicatoren voor de kwantitatieve afspraken uit de Veiligheidsagenda gepresenteerd. Een toelichting, ook op de gemaakte kwalitatieve afspraken, is te vinden in de Veiligheidsagenda 2023-2026.

Tabel 1 Veiligheidsagenda 2023-2026

Landelijke beleidsdoelstellingen (norm)

2023

2024

2025

2026

     

Ondermijning en georganiseerde criminaliteit

    

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden

1.530

1.530

1.530

1.530

Waarde beslag (* € 1 mln.)

190

200

210

220

     

Mensenhandel

    

Aantal verdachten van mensenhandel

220

220

220

220

     

Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, waaronder online seksueel kindermisbruik

    

Cybercrime

    

Aantal verdachten cybercrime regulier

310

350

400

450

- Waarvan criminele samenwerkingsverbanden

10%

10%

20%

20%

- Waarvan alternatieve interventies

25%

25%

25%

25%

Aantal fenomeenonderzoeken cybercrime

41

41

43

45

- Waarvan alternatieve interventies

50%

50%

50%

50%

Aantal high tech crime onderzoeken (incl. alternatieve interventies)

20

20

20

20

Gedigitaliseerde criminaliteit

    

Aantal verdachten gedigitaliseerde criminaliteit regulier

2.200

2.450

2.700

2.950

- Waarvan alternatieve interventies

25%

25%

25%

25%

Aantal fenomeenonderzoeken gedigitaliseerde criminaliteit

5

5

5

5

Online seksueel kindermisbruik

    

A: Vervaardigers en misbruikers

130

130

130

130

- Waaronder internationaal

    

B: Keyplayers en netwerken

20

20

20

20

- Waaronder internationaal

    

C: Overige interventies (bezitters/verspreiders/downloaders)

    

Strafrechtelijke afdoening

    

Afdoening buiten het strafrecht

    

Totaal aantal interventies1

600

600

600

600

X Noot
1

De cijfers in de tabel staan voor het aantal voorgenomen interventies. Het uitgangspunt is dat jaarlijks 600 interventies worden gedaan, waarvan minimaal 130 in categorie A en minimaal 20 in categorie B. Het streven is er vanwege het maatschappelijk effect telkens op gericht om in de sturing op een zo hoog mogelijk aantal interventies uit te komen in de categorieën A en B. Om die reden is voor categorie C geen kwantitatieve afspraak opgenomen.

2.3 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste mutaties voor respectievelijk de uitgaven en ontvangsten sinds de begroting 2023. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen mutaties bij Voorjaarsnota 2023 en bij Miljoenennota 2024. De mutaties die groter zijn dan € 10 mln. worden toegelicht en, indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Artikel

uitgaven 2023

uitgaven 2024

uitgaven 2025

uitgaven 2026

uitgaven 2027

uitgaven 2028

         
 

Stand begroting 2023 (inclusief NvW en ISB's)

 

19.606.887

17.555.644

17.682.740

17.598.609

17.684.296

17.783.055

         
 

Belangrijkste mutaties

       
         
 

Voorjaarsnota 2023/ eerste suppletoire begroting 2023

       

1

Forensische geneeskunde

31

0

9.000

11.330

11.930

12.630

12.630

2

Cybersecurity politie

31

0

18.400

46.200

48.000

38.700

38.700

3

Recherche Samenwerkingsteam (RST)

31

12.235

0

575

18.499

0

0

4

Balanspositie meldkamers

31

‒ 45.000

‒ 45.000

‒ 10.000

0

0

0

5

Meerjaren Productie Prognose (MPP)

31, 32. 37

1.132.786

1.349.257

1.350.684

1.350.684

0

0

6

ICT- vernieuwing Raad voor Rechtsbijstand

32

21.353

0

0

0

0

0

7

Vertraging programma steselvernieuwing Rechtsbijstand

32

13.000

0

0

0

0

0

8

Kasschuif rechtsbijstand

32

‒ 61.664

23.641

34.674

‒ 1.254

‒ 3.093

7.696

9

Kosten intensivering verkeershandhaving

32, 33

0

0

9.645

13.239

10.939

10.939

10

Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ)

32, 33, 34, 91

‒ 11.707

16.347

‒ 8.654

1.120

4.830

5.985

11

Hoge segment bewaken en beveiligen KMAR1

33

‒ 7.500

‒ 10.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

12

Kasschuif verkeershandhavingsmiddelen

33

‒ 13.500

5.706

500

4.259

3.035

0

13

Programma Emma

33

10.000

0

0

0

0

0

14

Kasschuif ondermijning

33

‒ 48.000

17.200

10.500

20.300

0

0

15

Kasschuif Wetboek van Strafvordering

33

‒ 113.000

‒ 91.000

‒ 30.000

125.000

109.000

0

16

Actieprogramma Grip op Onbegrip

34

‒ 10.942

‒ 16.239

‒ 16.219

‒ 15.580

‒ 5.390

0

17

Bijdrage Commissie De Winter

34

49.802

0

0

0

0

0

18

Bijstelling DJI

34

0

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

19

Jeugdbescherming

34

43.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

20

Werkdrukverlaging jeugdbescherming (van GF)

34

10.000

0

0

0

0

0

21

Kasschuif Expertisecentrum interlandelijke adoptie

34

‒ 3.200

‒ 2.600

‒ 2.800

‒ 2.800

‒ 2.800

14.200

22

Regeling Waterschade Limburg (WTS)

36

21.000

0

0

0

0

0

23

Bewaken en Beveiligen

36

14.000

102.000

122.000

117.000

112.000

112.000

24

Entry Exit System (EES) op Amsterdam Airport Schiphol (AAS)

37

14.500

0

0

0

0

0

25

ODA (Official Development Assistance) toerekening

37

558.627

706.467

1.103.107

1.103.107

  

26

Verschuiving uitgaven Gemeentelijk opvang Oekraïners

37

‒ 730.000

0

0

0

0

0

27

Bekostigingsbesluit Veiligheidsregio's ihkv Oekraïne

37

62.410

90.000

0

0

0

0

28

IND kosten Oekraine

37

17.512

17.512

0

0

0

0

29

Knooppunt Coördinatie Informatie Oekraïne (KCIO)

37

11.416

7.416

0

0

0

0

30

Opvang GOO en POO Oekraïense ontheemden

37

1.136.137

2.984.220

0

0

0

0

31

Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO) en tolken zorg Oekraïne opvang

37

121.382

219.089

0

0

0

0

32

NGO's (non-gouvernementele organisatie) Oekraïne opvang

37

25.238

36.053

0

0

0

0

33

Opvang ontheemden Oekraïne

37

446.400

1.041.600

0

0

0

0

34

Apparaatsuitgaven Oekraine

91

7.384

14.198

0

0

0

0

35

Besparingsverlies Jeugdzorg, deel JenV

91

0

‒ 10.000

0

0

0

0

36

Slavernijverleden

92

‒ 10.852

‒ 414

‒ 411

‒ 406

‒ 405

‒ 402

37

Commissie De Winter

92

‒ 26.500

0

0

0

0

0

38

Bijdrage Rijksbrede dekkingsopgave

92

‒ 11.003

‒ 113.529

‒ 103.471

‒ 84.805

‒ 95.823

‒ 108.976

39

Aanvullende prijsbijstelling 2022

92

40.713

41.384

41.612

41.505

41.670

41.869

40

Eindejaarsmarge 2022

alle

134.142

0

0

0

0

0

41

Loonbijstelling 2023

alle

731.793

739.077

745.032

740.478

744.191

749.003

42

Prijsbijstelling 2023

alle

242.734

246.730

248.092

247.490

248.371

249.391

43

Dekking uit eindejaarsmarge

alle

‒ 134.142

0

0

0

0

0

         
 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

‒ 368.599

‒ 967.687

21.065

27.529

15.465

‒ 72.672

         
 

Miljoenennota 2024/ Ontwerpbegroting 2024

       
         

44

Desaldering bijzondere bijdragen politie

31

10.457

     

45

Bewaken en Beveiligen

31

16.854

45.146

65.000

65.000

65.000

65.000

46

Dienst Landelijke Eenheid

31

4.920

12.100

15.600

18.600

20.000

20.000

47

Kasschuif cao politie

31

‒ 15.261

15.261

    

48

Verlaging griffierechten

32

0

11.258

21.681

21.681

21.681

21.681

49

Wet registratie sekswerkers

33

0

15.000

10.000

10.000

10.000

10.000

50

Kasschuif wetboek van strafvordering

33

‒ 9.620

‒ 8.920

‒ 8.920

14.560

12.900

0

51

Ondermijning vertraging initiatieven

33

‒ 48.000

0

0

0

0

0

52

Meerjarenbegroting MH17

33

0

‒ 10.374

‒ 6.556

‒ 555

0

0

53

Middelen aanpak ondermijning

34

8.000

18.500

20.000

20.000

20.000

20.000

54

Bewaken en beveiliging Persoons beveiliging

36

0

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

‒ 50.000

55

IND dwangsommen

37

55.000

0

0

0

0

0

56

Nationaal programma Oekraïense vluchtelingen

37

‒ 447.107

‒ 125.208

0

0

0

0

57

Voorschotbetaling opvang- en transitiekosten

37

730.000

0

0

0

0

0

58

Middelen bevorderen opvang

37, 91

34.400

4.400

2.000

2.000

2.000

2.000

59

Reservering meevaller tbv tegenvallers najaarsnota

92

83.788

0

0

0

0

0

60

Kasschuif artikel nog onverdeeld

92

‒ 33.708

37.511

57.524

34.203

‒ 21.843

‒ 73.687

61

Kasschuif personeelskosten 2023

92

‒ 222.227

222.227

0

0

0

0

62

Bijstelling artikel nog onverdeeld

92

‒ 22.561

‒ 9.075

‒ 21.664

‒ 25.886

‒ 9.948

24.690

         
 

Overige mutaties miljoenennota/ ontwerpbegroting

 

‒ 58.703

‒ 81.573

‒ 129.117

‒ 132.443

‒ 136.230

‒ 141.242

         
 

Stand ontwerpbegroting 2024

 

22.975.074

24.115.725

21.251.749

21.361.064

18.871.176

18.761.860

X Noot
1

in de eerste supp. begroting stond de reeks vanaf 2026ten onrechte bij de overige mutaties

Toelichting

1. Forensische geneeskundeForensisch medische expertise en lijkschouw spelen een belangrijke rol bij het voorkomen en opsporen van misdrijven. Om te komen tot een toekomstbestendige dienstverlening van forensische geneeskunde en daarmee ook een versterking van de keten (waaronder zedenzaken, kindermishandeling en huiselijk geweld) is er een goed werkend systeem van forensische geneeskunde nodig. Dat systeem zal een impuls krijgen ten aanzien van het kunnen opleiden van voldoende forensisch artsen, ten aanzien van dienstverlening GGD aan Politie en ten aanzien van het moderniseren van de Wet op de lijkbezorging. Voor het totaalpakket aan taken t.a.v. forensische geneeskunde in 2024 het budget met € 9 mln. verhoogd, met een oploop naar € 12,6 mln. vanaf 2027.

2. Cybersecurity politieOp het gebied van cybersecurity blijft de digitale dreiging zich ontwikkelen en daarmee nemen ook de risico’s toe. De weerbaarheid tegen digitale aanvallen kan worden vergroot zodat deze aanvallen sneller kunnen worden gedetecteerd en hersteld. Dit om zowel de continuïteit van de ICT-voorzieningen te kunnen verbeteren maar ook om de integriteit en de exclusiviteit van onze gegevens te borgen. Vanuit de motie-Hermans zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van cybersecurity bij de politie. Daarnaast zijn er vanuit het Coalitieakkoord middelen ingezet ten behoeve van cybersecurity. Het budget wordt in 2024 aanvullend hierop opgehoogd met € 18,4 mln. met een oploop naar € 38,7 mln. vanaf 2027.

3. Recherche Samenwerkingsteam (RST)Op basis van het Convenant Financieringssystematiek recherchesamenwerkingsteam d.d. 4 juli 2019 worden de voor het Recherche samenwerkingsteam beschikbare ondermijningsmiddelen overgeheveld van begrotingshoofdstuk 4 Koninkrijksrelaties naar begrotingshoofdstuk 6 Justitie en Veiligheid. In aanvulling op de reeds beschikbare middelen ontvangt JenV in 2023 een bedrag van € 12,2 mln. inclusief de extra middelen in het kader van de landspakketten en voor 2026 € 17,9 mln. Daarnaast ontvangt JenV loon- en prijsbijstelling hierover voor de jaren 2025 en 2026 voor totaal € 1,2 mln.

4. Balanspositie meldkamersDit betreft een bijstelling van de balanspositie meldkamers in 2023 en 2024 met € 45 mln. en in 2025 met € 10 mln.

5. Meerjaren Productie Prognose (MPP)De raming van de Meerjaren Productie Prognose leidt in 2023 tot een budgetverhoging van € 1.132,8 mln. die oploopt tot € 1.350,7 mln. in 2026. Vanwege de onzekerheid in de asielprognose worden de middelen nu budgettair verwerkt voor de periode 2023 tot en met 2026, waarbij in 2026 uitgegaan wordt van het uitgavenniveau in 2025. In de ramingen is uitgegaan van het medio scenario van de MPP. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door de kosten van de hogere asielinstroom en bezetting van de opvang bij COA voor € 91,8 mln. in 2023 met een oploop naar € 957,9 mln. in 2026. Een deel van de hogere kosten wordt gedekt door de hogere ODA-toerekening, zie punt 25. Ook zijn er meerkosten voorzien voor de (crisis) noodopvang voor € 700 mln. in 2023 en € 325 mln. in 2024. De effecten van de hogere asielinstroom zijn ook zichtbaar bij de organisaties IND, Nidos, VWN, de politie in het kader van de identificatie en registratietaak (IenR) en de Raad voor de rechtspraak. Het negatief eigen vermogen, ad € 26 mln. van IND is volgens de geldende regels tevens aangevuld naar 0.

6. ICT- vernieuwing Raad voor RechtsbijstandDe processen en processtappen waarmee de Raad uitvoering geeft aan de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) wordt ondersteund door diverse applicaties. Het huidige applicatielandschap dat het Wrb-proces ondersteunt, is sterk verouderd en een deel van de processen en processtappen is niet gedigitaliseerd. Omdat het continuïteitsrisico voor het operationeel houden van het Wrb-applicatielandschap toeneemt wordt het huidige applicatielandschap op korte termijn vervangen door een nieuw applicatielandschap. Voor uitvoering hiervan wordt € 21,4 mln. beschikbaar gesteld in 2023.

7. Vertraging programma stelselvernieuwing rechtsbijstandHet programma stelselvernieuwing loopt al drie jaar. Door onder andere vertraging als gevolg van de coronamaatregelen is een looptijd tot 1 januari 2025 niet meer haalbaar. Daarom is de looptijd van het programma met één jaar verlengd, tot 1 januari 2026. Het wetsvoorstel wordt aan het einde van de looptijd van het programma in consultatie gebracht.

8. Kasschuif rechtsbijstandHet meerjarige budget voor de toevoegingen, stelselherziening en ICT-vernieuwing over de jaren heen wordt door middel van deze kasschuif in overeenstemming gebracht met de uitgaven.

9. Kosten intensivering verkeershandhavingOm de verkeersveiligheid te bevorderen wordt geïntensiveerd op verkeershandhavingsmiddelen. Met deze middelen worden extra verkeershandhavingsmiddelen aangeschaft en onderhouden.

10. Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ)Het Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ) raamt de capaciteitsbehoefte van de justitiële keten. De grootse mutaties vinden plaats bij de rechtsbijstand, waarbij het budget meerjarig wordt verhoogd met € 27,3 mln. in 2023 met een afloop naar € 24,3 mln. in 2028 doordat er meer toevoegingen worden geraamd dan vorig jaar. Het PMJ-budget voor de Raad voor de rechtspraak wordt in 2023 verlaagd met € 8,4 mln., met een verdere verlaging naar € 20,4 mln. in 2028; hierbij is rekening gehouden met de gevolgen van de verlaging van de griffierechten die vanuit het coalitieakkoord worden gecompenseerd. Het Prognosemodel raamt ook de capaciteitsbehoefte van DJI. Op basis hiervan wordt in 2023 het PMJ-budget DJI verlaagd met € 31,1 mln.

11. Hoge segment bewaken en beveiligen KMar (Koninklijke Marechaussee)Dit betreft een structurele overheveling van middelen naar het ministerie van Defensie voor ondermijning-gerelateerde doelstellingen van de KMar betreffende bewaken en beveiligen (hoog segment). De toekenning volgt uit de Miljoenennota 2022, waarmee het vorige kabinet (Rutte III) structureel € 434 mln. euro vrij heeft gemaakt vanaf 2022 voor de bestrijding van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit.

12. Kasschuif verkeershandhavingsmiddelenBij de aanbesteding voor de vervanging van digitale flitspalen was rekening gehouden met de planning dat de masten in 2022 en 2023 werden uitgerold. Deze planning is niet haalbaar. De verwachting is nu dat de masten in drie jaar zullen worden geïmplementeerd. In verband met een aangepaste planning van aanbesteding en uitrol van verkeershandhavingsmiddelen wordt het kasritme aangepast via een kasschuif.

13. Programma EMMAHet Openbaar Ministerie heeft vanaf 2022 structurele compensatie ontvangen voor de hogere kosten van het meerjarenplan van het Informatievoorziening (IV)-domein. In 2022 is er echter vertraging ontstaan bij het IV-programma Emma. Het budget wordt daarom doorgeschoven naar 2023.

14. Kasschuif ondermijningOp het onderdeel ondermijning wordt een kasschuif toegepast naar de jaren 2024, 2025 en 2026. Het betreft diverse programma’s waaronder preventie, diverse wetgeving (waaronder NPS) en beleid/regelgeving rond strafrechtelijke aanpak en de (vertraagde) implementatie van het Beslag Informatie Systeem (BIS).

15. Kasschuif Wetboek van StrafvorderingVoor de implementatie van het nieuwe wetboek van Strafvordering zijn bij het Coalitieakkoord middelen beschikbaar gesteld. Uitgaande van de invoering van het nieuwe wetboek medio 2026 worden de middelen middels een kasschuif beschikbaar gesteld in de jaren waarin naar verwachting ook de uitgaven zullen plaatsvinden.

16. Actieprogramma Grip op OnbegripDit betreft een overboeking van middelen naar de begroting van VWS voor uitbreiding van het actieprogramma Grip op Onbegrip. Het programma richt zich op de regionale samenwerking tussen partijen uit het zorg-, veiligheids- en sociaaldomein. Politie, gemeenten en zorgaanbieders gaan intensiever samenwerken om te voorkomen dat personen met verward gedrag of onbegrepen gedrag onnodig in aanraking komen met de politie.

17. Bijdrage Commissie De WinterDe regeling tegemoetkoming voor slachtoffers jeugdzorg (naar aanleiding van Commissie de Winter) wordt door het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) uitgevoerd. De kosten hiervan worden door VWS en JenV gedekt. Voor de uitvoeringskosten 2023 wordt door VWS € 23,3 mln. en door JenV € 26,5 mln. beschikbaar gesteld.

18. Bijstelling DJI In verband met de Rijksbrede dekkingsopgave wordt vanaf 2024 het DJI budget neerwaarts bijgesteld met € 15 mln.

19. JeugdbeschermingHet kabinet heeft in 2023 € 43 mln. en vanaf 2024 structureel € 50 mln. beschikbaar gesteld voor jeugdbescherming. Het doel is om met de beschikbare middelen onder andere de werkdruk voor de professionals in de jeugdbescherming te verlagen (Gecertificeerde Instellingen en Raad voor de Kinderbescherming). De jeugdbeschermers moeten hierdoor meer tijd krijgen om kwetsbare kinderen en gezinnen beter te helpen.

20. Werkdrukverlaging jeugdbescherming (van GF) Vanwege de urgente werkdrukproblematiek bij de gecertificeerde instellingen (GI's) voor jeugdbescherming heeft het Rijk € 10 mln. extra per jaar beschikbaar gesteld aan de GI's in de jaren 2022 tot en met 2025 ten behoeve van werkdrukverlaging. Aanvullend is besloten om in 2023 10 mln aan het gemeentefonds te onttrekken om de de acute problematiek in de jeugdbescherming aan te pakken. Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van JenV om via een subsidie te verstrekken aan de GI's.

21. Kasschuif Expertisecentrum interlandelijke adoptie Ten behoeve van het expertisecentrum adoptie, als opvolging van aanbevelingen van de Commissie Joustra, zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Na aanvang van de implementatie blijkt dat een aangepast kasritme benodigd is. Hiervoor wordt een kasschuif toegepast om de middelen beschikbaar te stellen in latere jaren, wanneer naar verwachting ook de uitgaven zullen plaatsvinden.

22. Regeling Waterschade Limburg (WTS) Er is uitloop van 2022 naar latere jaren omdat de afhandeling van de schademeldingen op grond van de Regeling tegemoetkoming schade 2021 door RVO niet altijd met de gewenste snelheid kan plaatsvinden. Voor de regeling Tegemoetkoming waterschade Limburg wordt een kasschuif toegepast om de middelen beschikbaar te stellen voor begrotingsjaar 2023.

23. Bewaken en Beveiligen Het stelsel Bewaken en Beveiligen is een belangrijk instrument in het beschermen van de democratische rechtsstaat en in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Na eerdere ingezette verbeteringen wordt het stelsel de komende jaren vernieuwd. Het stelsel moet eenduidiger, meer gericht op dreiging en transparanter worden. Vernieuwingen betreffen onder meer de wijze van ontsluiten en analyseren van informatie over dreiging en de wijze van organiseren met één gezag bij de NCTV. Voor het versterken van de capaciteit en de vernieuwing van het stelsel zijn er meer middelen nodig. In 2023 wordt € 14 mln. toegevoegd aan het budget. Vanaf 2027 is er structureel € 112 mln. extra budget.

24. Entry Exit System (EES) op Amsterdam Airport Schiphol (AAS) Voor de implementatie van Entry Exit Systeem op Schiphol zijn aanvullende middelen nodig. De middelen waren beschikbaar in 2022 maar zijn niet tot besteding gekomen. Via de eindejaarsmarge wordt nu deze € 14,5 mln. toegevoegd in 2023.

25. ODA (Official Development Assistance) toerekeningDe kosten van de eerstejaarsasielopvang worden (deels) toegerekend aan het budget voor ontwikkelingssamenwerking ODA. Als gevolg van de hogere bezetting bij COA wordt ook de toerekening aan ODA van eerstejaarsasielopvang verhoogd. Voor 2026 wordt uitgegaan van het uitgavenpatroon van 2025.

26. Verschuiving uitgaven Gemeentelijke opvang Oekraïners Dit betreft een afboeking van de verplichtingen voor de kosten van de gemeentelijk opvang. Een groter deel van de gemeenten heeft een voorschot aangevraagd in 2022 voor de opvang van ontheemde uit Oekraïne (GOO, Gemeentelijke Opvang Oekraïners en POO, Particuliere Opvang Oekraïners). Dit betekent dat het bedrag, voor de opvang in 2022, dat geraamd staat in 2023 verlaagd kan worden.

27. Bekostigingsbesluit Veiligheidsregio’s in het kader van Oekraïne De veiligheidsregio's spelen een belangrijke rol bij de coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne en zorgen voor de eerste opvang bij aankomst in Nederland. Daartoe worden zij bekostigd via het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio's.

28. IND Kosten Oekraïne De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet voor alle Oekraïners zorgen voor de juiste toelatingspapieren behorend bij hun status. Om deze extra kosten te dekken wordt het budget in 2023 en 2024 verhoogd met € 17,5 mln.

29. Knooppunt Coördinatie Informatie Oekraïne (KCIO) Het KCIO verzorgt het verzamelen en inzichtelijk maken van de informatie van veiligheidsregio's en gemeenten over de beschikbare plekken en bezetting in de gemeentelijke opvang en de particuliere opvang. De kosten hiervan worden voor de jaren 2023 tot en met 2024 gedekt.

30. Opvang GOO en POO Oekraïense ontheemden Conform de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne krijgen de gemeenten een vergoeding voor het realiseren en exploiteren van plekken in de gemeentelijke en de particuliere opvang voor ontheemden uit Oekraïne. Dit is de schatting van de kosten bovenop het al geraamde bedrag in de begroting voor de komende jaren.

31. Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO) en tolken zorg Oekraïne opvang De zorg van ontheemden uit Oekraïne is geregeld via de RMO. Dit zijn de geschatte kosten bovenop het al geraamde bedrag in de begroting voor 2023 en 2024.

32. NGO's (non-gouvernementele organisatie) Oekraïne opvang Bij de opvang van ontheemden uit Oekraïne wordt gebruik gemaakt van de diensten van NGO's die daarvoor een subsidie ontvangen. Het betreft onder andere VWN (Vluchtelingen Werk Nederland), het Rode Kruis en RefugeeHomeNL.

33. Opvang ontheemden OekraïneDeze post betreft de overheveling vanaf de Aanvullende Post van de Rijksbegroting naar de JenV-begroting ten behoeve van de te dekken kosten van de gemeentelijke en particuliere opvang van ontheemden uit Oekraïne in 2023.

34. Apparaatsuitgaven OekraïneHet budget apparaatsuitgaven wordt verhoogd met € 7,4 mln. in 2023 en € 14,2 mln. in 2024. De middelen zijn benodigd voor eigen personeel, externe inhuur en overig materieel ten behoeve van ontheemden uit Oekraïne.

35. Besparingsverlies Jeugdzorg Het kabinet heeft besloten de extra besparing van 100 miljoen euro in 2024 voor Jeugdzorg door gemeenten te laten vervallen, JenV hevelt hiertoe € 10 mln. over naar de begroting van VWS.

36. Slavernijverleden Het kabinet heeft besloten om een pakket maatregelen te financieren in het kader van de kabinetsreactie op het rapport van bevindingen van het Adviescollege dialooggroep slavernijverleden `Ketenen van het verleden’. Het gaat om een bedrag van incidenteel € 200 mln. en een structurele bijdrage van € 8 mln. voor de ondersteuning van de werkzaamheden van het op te richten Herdenkingscomité. De dekking vindt plaats via een verdeelsleutel over alle departementen. Voor de dekking van het incidentele bedrag van € 200 mln. bedraagt de bijdrage vanuit het ministerie van JenV € 10,9 mln. in 2023 en circa € 0,4 mln. structureel vanaf 2024. Deze bijdrage wordt overgeheveld naar de begroting van BZK.

37. Commissie de WinterDe uitvoeringskosten 2023 voor de Commissie de Winter worden door JenV intern gecompenseerd.

38. Bijdrage Rijksbrede dekkingsopgaveIn verband met de Rijksbrede dekkingsopgave stelt JenV diverse programmabudgetten neerwaarts bij. Het aandeel van JenV is (uitgaven en ontvangsten) € 117,7 mln. in 2023 oplopend naar € 189,6 mln. vanaf 2028. De belangrijkste genomen maatregelen zijn het beleidsmatig verhogen van de boetes met 10% en een aanpassing van de verlaging griffierechten. Ook is op diverse onderdelen onderuitputting geboekt waar de uitgaven lager worden ingeschat dan begroot. Naast deze maatregelen is er ook een efficiencytaakstelling opgenomen in de eerste suppletoire begroting.

39. Aanvullende prijsbijstelling 2022JenV ontvangt naast de prijsbijstelling 2023 een aanvullende prijsbijstellingstranche voor het verschil in 2022 tussen CEP 2022 (Centraal Economisch Plan) en CEP 2023. Deze aanvullende prijsbijstelling is doorverdeeld naar de desbetreffende artikelen

40. Eindejaarsmarge 2022De eindejaarsmarge 2022 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd.

41. Loonbijstelling 2023 De tranche loonbijstelling 2023 is met deze mutatie aan de begroting van JenV toegevoegd en is vervolgens verdeeld naar de desbetreffende artikelen.

42. Prijsbijstelling 2023 De jaarlijkse prijsbijstelling wordt met deze mutatie toegevoegd aan de JenV-begroting en is vervolgens verdeeld naar de desbetreffende artikelen.

43. Dekking uit Eindejaarsmarge De eindejaarsmarge 2022 is ingezet ter dekking van de kaseffecten van overlopende verplichtingen en overige tekorten.

44. Desaldering bijzondere bijdragen politieBijzondere bijdragen politie € 10,5 mln. Deze middelen worden gebruikt voor dekking van uitgaven binnen de politiebegroting.

45.Bewaken en BeveiligenIn de Voorjaarsnota 2022 heeft het kabinet € 100 mln. (structureel vanaf 2025) beschikbaar gesteld om het stelsel Bewaken en Beveiligen integraal te versterken om zo onder andere te voorzien in extra capaciteit vanwege de groei van het aantal personen dat beveiliging nodig heeft. De politie ontvangt vanaf 2025 structureel € 65 mln. voor o.a. het uitbreiden van de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKBD), persoonsbegeleidingstaken en het cameratoezicht.

46. Dienst Landelijke EenheidIn de Kamerbrief van 18 november 2022 over de transitie Landelijke Eenheid heeft JenV aangegeven om aanvullend € 20 mln. structureel vrij te maken binnen de ondermijningsgelden om gelijk een betekenisvolle stap te zetten in het realiseren van ambities gericht op de versterking van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit door de Landelijke Eenheid. Door middel van deze mutatie worden de middelen overgeheveld van het artikelonderdeel ondermijning naar de politie.

47. Kasschuif cao politieDe  kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 2023 is hoger dan eerder geraamd. Daarnaast zijn de premielasten gedaald. Het verschil t.o.v. CEP 2022 blijft, voor zover nog niet in nieuwe arbeidsvoorwaardelijke afspraken  opgenomen, beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden door middel van een kasschuif naar 2024.

48. Verlaging griffierechtenDe verlaging van de griffierechttarieven leidt tot een verlaging van de financiële drempel om een geschil aan de rechter voor te leggen. Hierdoor zal het aantal zaken dat bij de rechter wordt aangebracht naar verwachting toenemen. Door een toename van het aantal zaken zal ook het beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand toenemen. De verwachte structurele kosten van de verlaging van de griffierechten worden gedekt uit de middelen die na de bijstelling bij Voorjaarsnota beschikbaar zijn. Daarnaast zijn middelen uitgetrokken voor overige flankerende maatregelen om de toegang tot het recht te vergroten.

49. Wet registratie sekswerkersTen behoeve van de wet registratie sekswerkers waren middelen gereserveerd op het artikel nog te verdelen. Deze worden nu overgeheveld naar het juiste beleidsartikel.

50. Kasschuif wetboek van strafvorderingVoor de implementatie van het nieuwe wetboek van Strafvordering zijn in het coalitieakkoord middelen gereserveerd. Uitgaande van de invoering van het nieuwe wetboek medio 2026 zijn de middelen bij de eerste suppletoire begroting 2023 middels een kasschuif verdeeld over de jaren waarin naar verwachting ook de uitgaven zullen plaatsvinden. Deze kasschuif wordt nu gecorrigeerd waarbij rekening wordt gehouden met de ontvangen loon- en prijsbijstelling

51. Ondermijning vertraging initiatievenDe landelijke trend is dat initiatieven zijn vertraagd door te weinig arbeidscapaciteit. Er is te weinig arbeidscapaciteit door een lagere instroom, een hoger verloop of doordat organisaties in dezelfde vijver arbeidscapaciteit aan het werven zijn. Daarnaast spelen er soms praktische problemen waardoor werving niet mogelijk is, denk hierbij bijvoorbeeld aan een omvangrijke reorganisatie (KMar) waardoor uitbreidingen niet gerealiseerd kunnen worden. Tevens hebben organisaties via meerdere bronnen extra middelen ontvangen en kost het tijd om dit goed te organiseren.

52. Meerjarenbegroting MH17Doordat er op dit moment geen nieuwe rechtszaken gerelateerd aan MH17 gestart worden is begonnen aan een afbouw in activiteiten ten opzichte van de eerder opgestelde raming. Voor de jaren 2024 e.v. worden nog voornamelijk kosten gemaakt gerelateerd aan langlopende verplichtingen zoals beheer en afschrijving omtrent huisvesting (het JCS gebouw) en ICT voorzieningen omtrent het archiveren van de stukken van het MH17 proces. Het resterende budget wordt door middel van deze mutatie overgeboekt naar Financiën.

53. Middelen aanpak ondermijningIn het coalitieakkoord zijn er vanaf 2023 extra middelen uitgetrokken voor de aanpak van georganiseerde criminaliteit. Een deel van de middelen is toegekend aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voor het terugdringen van de georganiseerde criminaliteit tijdens detentie.

54. Bewaken en beveiliging PersoonsbeveiligingHet stelsel bewaken en beveiligen is een belangrijk instrument in het beschermen van de democratische rechtstaat en cruciaal in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.  Defensie/Koninklijke Marechaussee (KMar) draagt ook bij aan het aantal te bewaken en te beveiligen personen door de oprichting van een eenheid Persoonsbeveiliging Binnenland. Hiervoor is structureel € 50 mln. vanaf 2024 gealloceerd voor Defensie/KMar.

55. IND dwangsommenDoor de hoge instroom en de bestaande voorraad lukt het de IND niet om voor alle zaken de beslistermijnen te halen. Bij het overschrijden van de beslistermijnen is de IND dwangsommen verschuldigd aan de aanvrager. Op basis van de laatste raming zal dat naar verwachting € 55 mln. bedragen in de periode tot en met 2024.

56. Nationaal programma Oekraïense vluchtelingenDe raming voor het Nationaal programma Oekraïense vluchtelingen is met € 447,1 mln. naar beneden bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt doordat minder opvangplekken voor Oekraïense ontheemden nodig zijn dan eerder geraamd. Daarnaast is de raming voor subsidies en opdrachten naar beneden bijgesteld op basis van inzichten in de realisaties van 2022 en de aangevraagde voorschotten voor 2023. Ook de raming van 2024 is hierop aangepast.

57. Voorschotbetaling opvang- en transitiekostenEen technische correctie van € 730 mln. voor het kasbudget voor de gemeentelijke en particuliere opvang van 2023 ter herstel van een onterechte kas-verplichtingenboeking van het voorjaar. 

58. Middelen bevorderen opvangJenV heeft middelen beschikbaar gekregen voor het maken van afspraken met gemeenten en provincies om meer reguliere opvang te realiseren. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt voor de versterking van de Provinciale regie tafels (PRT’s) waar over de asielopvang in de provincie wordt overlegd. Ook zijn middelen vrijgemaakt voor DGM (Directoraat-Generaal Migratie) om de komst van de spreidingswet voor te bereiden. De middelen komen uit de reservering spreidingswet op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting en worden met deze mutatie ad € 34,4 mln. overgeheveld naar de JenV-begroting.

59. Reservering meevaller ten behoeve van tegenvallers NajaarsnotaBetreft het saldo van mee- en tegenvallers die in de Prinsjesdag suppletoire begroting 2023 zijn verwerkt. Deze middelen zijn beschikbaar voor tegenvallers in het najaar.

60. Kasschuif artikel nog onverdeeldMet deze kasschuif worden de middelen in de begrotingsjaren op het artikel nog onverdeeld in lijn gebracht met de verwachte besteding.

61. Kasschuif personeelskosten 2023De kabinetsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling 2023 is hoger dan eerder geraamd. Daarnaast zijn de premielasten gedaald. Het incidentele verschil t.o.v. CEP 2022 blijft, voor zover nog niet in nieuwe arbeidsvoorwaardelijke afspraken opgenomen, beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden door middel van een kasschuif naar 2024.

62. Bijstelling artikel nog onverdeeldDit betreft een technische correctie op de middelen op het artikel nog onverdeeld.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Artikel

ontvangsten 2023

ontvangsten 2024

ontvangsten 2025

ontvangsten 2026

ontvangsten 2027

ontvangsten 2028

 

Stand begroting 2023 (inclusief NvW en ISB's)

 

1.605.046

1.583.203

1.591.786

1.618.242

1.633.269

1.633.269

         
 

Belangrijkste mutaties

       
         
 

Voorjaarsnota 2023/ eerste suppletoire begroting 2023

       

1

Bijstelling verlaging griffierechten

32

0

11.449

15.318

15.318

15.318

15.318

2

Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ)

32, 34

‒ 11.707

16.347

‒ 8.654

1.120

4.830

5.985

3

Boeten en Transacties (B&T)

33

‒ 149.681

‒ 193.544

‒ 271.239

‒ 287.802

‒ 260.308

‒ 241.295

4

Verhogen boetes

33

0

48.300

50.500

60.200

63.200

65.000

5

Afpakken

33

0

0

0

29.000

29.000

29.000

6

Behoud trajectcontroles B&T

33

0

0

23.550

95.128

108.804

111.630

7

Intensivering Verkeershandhaving

33

0

0

62.827

128.923

132.276

135.716

8

Outputfinanciering DJI

34

85.000

0

0

0

0

0

9

Afrekening IND

37

14.006

0

0

0

0

0

         
 

Overige mutaties voorjaarsnota

 

20.110

3.135

6.645

11.645

11.645

11.645

         
 

Miljoenennota 2024/ Ontwerpbegroting 2024

       
         

10

Desaldering bijzondere bijdragen politie

31

10.457

0

0

0

0

0

11

Verlaging griffierechten

32

 

11.258

21.681

21.681

21.681

21.681

12

Rechtsbijstand: Overschrijding liquiditeitsnorm

32

90788

0

0

0

0

0

13

Afpakraming

33

0

0

29.000

0

0

0

         
 

Overige mutaties miljoenennota/ ontwerpbegroting

 

5.053

3.995

0

0

0

0

         
 

Stand ontwerpbegroting 2024

 

1.669.072

1.484.143

1.521.414

1.693.455

1.759.715

1.787.949

Toelichting

1. Bijstelling verlaging griffierechten In verband met de Rijksbrede dekkingsopgave wordt de in het coalitieakkoord opgenomen verlaging van de griffierechten gedeeltelijk bijgesteld. Dit leidt tot lagere uitgaven bij de ZM, Hoge Raad en Rechtsbijstand en tot hogere ontvangsten.

2. Prognosemodel Justitiële Keten (PMJ)Als gevolg van de ontwikkelingen in de geraamde instroom van zaken op basis van de PMJ, waarin sprake is van een te betalen griffierecht, ijn de verwachte ontvangsten voor de griffierechten in 2023 neerwaarts bijgesteld met € 8,5 mln. in 2023 en in 2024 verhoogd met € 24,8 mln. met een afloop naar € 2,6 mln. in 2028. Bij het CJIB worden de administratiekosten de eerste drie jaren neerwaarts bijgesteld met € 3,2 mln. in 2023 en € 8,5 mln. in 2024 en 2025. Hierna wordt de raming verhoogd tot € 3,4 mln. in 2028.

3. Boeten en Transacties (BenT) De raming van de boete en transactiegelden is verlaagd. Hierbij is rekening gehouden met de benodigde vervanging van flitspalen en de stopzetting van enkele trajectcontroles in de komende jaren. De ontvangsten zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. In 2023 met € 149,7 mln. met uiteindelijk een verlaging van € 241,3 mln. in 2028.

4. Verhogen boetes In verband met de Rijksbrede dekkingsopgave verhoogt JenV de boetes met ingang van 2024.

5. Afpakken Met deze mutatie wordt de afpakraming op de JenV-begroting vanaf 2026 bijgesteld tot het niveau in de jaren tot en met 2025.

6. Behoud trajectcontroles BenT Om de komende jaren een aantal trajectcontroles (TC’s) te vervangen zijn extra middelen nodig vanwege stijgende prijzen van aanschaf en onderhoud van TC's. Daarnaast wordt het huidige budget meer ingezet voor andere handhavingsmiddelen zoals verplaatsbare digitale flitspalen (flexflitsers) en camera's met handhelddetectie systemen waarmee op handheld telefoongebruik gehandhaafd kan worden (focusflitsers). Dit compenseert op termijn de ramingsbijstelling van de BenT-ontvangsten.

7. Intensivering Verkeershandhaving Met de intensivering van de verkeershandhaving stijgen ook de ontvangsten van de Boeten en Transacties.

8. Outputfinanciering Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) DJI dient over 2022 op basis van de outputfinancieringssystematiek een bedrag van € 85 mln. terug te betalen aan het moederdepartement.

9. Afrekening INDDe Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet bij de afrekening van de opdracht 2022 € 14 mln. euro terugbetalen aan het moederdepartement.

10. Desaldering bijzondere bijdragen politieBijzondere bijdragen politie € 10,5 mln. Deze middelen worden gebruikt voor dekking van uitgaven binnen de politiebegroting.

11. Verlaging griffierechtenDe middelen ter dekking van de gevolgen van de verlaging van de griffierechten waren als één totaalbedrag geboekt op de ontvangstenraming (in de eerste supp. begroting 2022 en eerste supp. begroting 2023). De middelen hebben aan de ene kant betrekking op de mindere ontvangsten aan griffierechten maar bevatten tevens een component van extra uitgaven door een toename van het aantal zaken. Deze extra uitgaven component wordt met onderhavige boeking op de ontvangsten gecorrigeerd (zie ook nummer 48 bij de tabel belangrijkste uitgavenmutaties).

12. Rechtsbijstand overschrijding liquiditeitsnormAls gevolg van een overschrijding van de liquiditeitsnorm bij de Raad voor rechtsbijstand (verhouding tussen kortlopende bezittingen en kortlopende schulden) ultimo 2022 en de daaruit volgende terugbetaling aan JenV, worden de ontvangsten met € 90,8 mln. verhoogd.

13. AfpakramingDe structurele reeks afpakraming op de JenV-begroting die bij de eerste suppletoire begroting vanaf 2026 naar boven is bijgesteld wordt met deze mutatie aangepast door de reeks in te laten gaan vanaf het jaar 2025 in plaats van vanaf 2026 zoals opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2023.

2.4 Openbaarheidsparagraaf

In de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ heeft het kabinet onder andere maatregelen aangekondigd gericht op actieve openbaarmaking van informatie en op verbetering van de informatiehuishouding bij de ministeries (‘Open op orde’). Verder schrijft artikel 3.5 van de Wet open overheid voor dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en in de jaarlijkse verantwoording verslag doet van de uitvoering ervan (de openbaarheidsparagraaf). Het doel van de Woo is een open overheid, die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening op basis van een ordentelijke informatiehuishouding.

Op het gebied van de Woo wordt gewerkt aan het optimaliseren van de Woo-afhandeling door centralisatie en uniformering van het Woo-proces binnen het bestuursdepartement van JenV. Er wordt in dit verband een afzonderlijk organisatie onderdeel opgericht (start najaar 2023) dat zich volledig richt op de Woo-afhandeling en ook op het verder vormgeven van actieve openbaarmaking. Ook de capaciteit wordt hiervoor uitgebreid. Hiermee gaat het ministerie voor een meer tijdige afhandeling van Woo-verzoeken, maar streeft het ook naar meer openheid en transparantie. Beslisnota’s worden al actief openbaar gemaakt, Woo-besluiten worden gepubliceerd op de website, bereikbaarheidsgegevens van het ministerie zijn daar eveneens te vinden en informatie bestemd voor de Tweede Kamer is standaard openbaar. Nu wordt ingezet op alle andere informatiecategoriën die in de Woo worden genoemd. 

In 2021 is JenV gestart met de planvorming en eerste realisatie in het kader van Open op Orde. De uitdagingen op het vlak van informatiehuishouding binnen JenV zijn omvangrijk en divers van aard en over een periode van jaren ontstaan, onder meer door een explosieve groei van data en informatie, het sterk toegenomen gebruik ervan, personele krapte en complexe wet- en beleidsstelsels die met deze informatie uitgevoerd en ondersteund moeten worden. De veelheid en verscheidenheid aan deelnemende JenV-onderdelen en organisaties, die ook nauw samenwerken en onderlinge afhankelijkheden kennen in de verschillende ketens van JenV, maken het tot een zeer uitdagend geheel. De kabinetsdoelstellingen ten aanzien van de verbetering van de informatiehuishouding zijn ambitieus, waarbij realistische verwachtingen ten aanzien van tempo van de realisatie versus geformuleerde ambities een belangrijk aandachtspunt vormen.

Om de veranderopgave te kunnen managen is een programma opgezet. Dit programma werkt met een meerjarig portfolio opgebouwd langs de vier actielijnen van Open Op Orde en ingedeeld in drie categorieën:

Prioriteiten regeringscommissaris: Deze prioriteiten kenmerken zich door een centraal kader vanuit het Bureau Regeringscommissaris (BRC), waarbij de basis is gezamenlijke, uniforme oplossingen voor alle deelnemende departementen te bewerkstelligen. In deze categorie ontzorgt het programma de organisaties in het voldoen aan en aansluiten op de ontwikkelde oplossingen. Vooralsnog is 20% van de toegewezen gelden door JenV aan deze prioritaire categorie toegekend. Dit is mede ingegeven door het uitblijven van centrale systeem oplossingen. Ingeval de centrale oplossingen meer beschikbaar komen zal de verdeling van het budget wijzigen.

JenV brede prioriteiten: Dit zijn papier uit de ketens, digitalisering van de werkprocessen en het verbeteren van de datakwaliteit (in de keten). Aan deze prioriteiten wordt door de taskforces van het programma gewerkt aan de hand van een centrale JenV aanpak, waarbij de deelnemende organisaties vanuit het programma ontzorgd worden om invulling te geven aan deze 3 prioriteiten. Eén gezamenlijke werkwijze, herhaalbare processtappen en één gezamenlijke oplossing per prioriteit zijn hiervoor gehanteerde sleutelbegrippen. Hiervoor wordt door JenV 40% van het toegewezen budget gereserveerd, gelijkelijk verdeeld over de drie taskforces.

Prioriteiten uitvoeringsorganisaties: In deze categorie wordt door (individuele) organisaties gewerkt aan specifieke initiatieven die een directe bijdrage leveren aan de doelen van Open op Orde en niet in de eerder genoemde categorieën vallen. Deze projecten worden (deels) gefinancierd vanuit de POK/IHH-gelden (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag/Informatiehuishouding). Het programma ondersteunt en helpt de uitvoeringsorganisaties bij het aanscherpen van de planvorming en waar gewenst de uitvoering.

Tot op heden heeft de vraag naar middelen elke keer het beschikbaar gestelde budget vele malen overschreden. Voor de komende jaren zal het verschil tussen budget en benodigde middelen naar verwachting groter worden. De oorzaak hiervan ligt in het afnemen van de reeks vanuit POK/IHH en de toename van zowel de kosten voor centrale oplossingen voor e-mail archivering en archivering van berichtenapps als de groeiende verandercapaciteit van JenV.

Tabel 4 toekenning van de Open op Orde gelden (bedragen * € 1.000)
 

2024

2025

2026

budget

   

Basis beschikbaar gesteld BRC

9.900,0

9.900,0

9.900,0

Additioneel budget BRC

1.449,0

1.449,0

1.449,0

Totaal budget

11.349,0

11.349,0

11.349,0

    

Verdeling budget

   

Datakwaliteit

1.513,2

1.513,2

1.513,2

Digitalisering

1.513,2

1.513,2

1.513,2

Papier uit de ketens

1.513,2

1.513,2

1.513,2

Taakorganisaties

4.539,6

4.539,6

4.539,6

Top-10 Regeringscommissaris

2.269,8

2.269,8

2.269,8

Aangezien de vraag de beschikbare middelen overstijgt, is het maken van transparante keuzes onontbeerlijk om binnen het financiële kader de activiteiten te kunnen uitvoeren en de gestelde doelen te behalen. In het keuzeproces staat de maatschappelijke behoefte centraal en daarmee de impact die (op termijn) bereikt wordt. Aan die impact is een strategisch doel gekoppeld. Burgers, pers, historici en leden van het parlement moeten kunnen beschikken over informatie die juist, volledig, betrouwbaar en toegankelijk is. Hiervoor wordt het door JenV ontwikkelde afwegingskader gehanteerd, met daarin de volgende aspecten:

  • Wettelijk, er is een wettelijke plicht om het initiatief op te pakken (bijvoorbeeld de Archiefwet).

  • Kabinetsprioriteit, initiatieven die door het kabinet als (maatschappelijk) urgent en prioritair zijn aangemerkt.

  • Samenleving, aantoonbare verbetering van de manier waarop de Rijksoverheid haar werk doet voor de samenleving.

  • Parlement, aantoonbare verbetering van de manier waarop het parlement van informatie wordt voorzien.

  • Ketensamenwerking, draagt bij aan een verbeterde bedrijfsvoering van meerdere organisaties in de keten.

  • Eigen bedrijfsvoering, draagt bij aan een verbeterde bedrijfsvoering binnen de eigen uitvoeringsorganisatie.

  • Mede financiering, de uitvoeringsorganisatie draagt zelf bij aan de benodigde middelen (eigen begroting).

Omdat veel initiatieven grote investeringen vragen en daarmee vaak ook een lange doorlooptijd kennen, worden de initiatieven uitgewerkt in kleinere werkpakketten. De werkpakketten kennen een doorlooptijd van normaliter 3 tot 5 maanden en vertegenwoordigen een waarde van ongeveer € 0,25 mln. Op deze manier blijft het programma wendbaar en is eventueel bijsturen en/of herprioriteren tijdig mogelijk.

Binnen het programma draait het om op een transparante en zo objectief mogelijke wijze te bepalen wat direct opgepakt kan worden en wat nog niet. Een multidisciplinair team (JenV inhoudelijk, architectuur, bedrijfskundig, informatiemanagement en business control) voert de beoordeling van de werkpakketten uit. Door dit bij één team te beleggen is consistentie en objectiviteit gewaarborgd.

De figuur geeft in 4 hoofdblokken het veranderproces weer met daaronder een nadere duiding per hoofdblok: blok 1. “Waarmee we aan de slag gaan”. Duiding: Initiatieven toetsen en prioriteren; bespreken en verrijken van initiatieven; vereenvoudigen (opsplitsen in werkpakketten); starten en voortgang bewaken van de uitvoering; evalueren behaalde resultaten. Blok 2. “waar we beter in moeten worden”. Duiding: duurzaam toegankelijke informatie; traceerbare processtappen; betrouwbare gegevens; kenbare datacontext; IHH kennis en kunde. Blok 3. “strategisch doel”. Duiding: De burgers, pers, historici en leden van het parlement beschikken over informatie die volledig, betrouwbaar en toegankelijk is. Blok 4 “gewenste impact”. Duiding: de samenleving heeft er vertrouwen in dat de JenV-organisatieonderdelen hun taken op een zorgvuldige, juiste en rechtmatige wijze uitvoeren.

De ordening gebeurt op basis van de bijdrage van het werkpakket aan vijf kritieke succesfactoren voor het verbeteren van de informatiehuishouding: «waar we beter in moeten worden».

  • 1. Verbeterde duurzame toegankelijkheid, het vermogen dat aanwezige en gebruikte gegevens (inclusief documenten en content) leesbaar en in de oorspronkelijke vorm  beschikbaar blijven totdat de wettelijke termijn verlopen is.

  • 2. Verbeterde traceerbaarheid van processtappen, het vermogen om de wijze waarop een resultaat tot stand gebracht is te construeren op basis van de doorlopen stappen die tot dit resultaat hebben geleid.

  • 3. Vergrote betrouwbaarheid van gegevens, het vermogen om de waarde (data) van een gegeven (betekenis) op een juiste manier te kunnen duiden in termen van betekenis, authentiek, controleerbaar, correcte substitutie.

  • 4. Vergrote kenbaarheid van de datacontext, het vermogen om de juiste context van de beschikbare data (waardes) te interpreteren (transitie van «data» naar 'informatie'). Om juist gebruik van data te verhogen is het noodzakelijk om de betekenis (zie 'betrouwbare gegevens') en de context te weten waarin de data is ontstaan.

  • 5. Verbeterde beschikbaarheid en juiste IHH kennis en kunde, de vaardigheden van medewerkers vormen een belangrijke component om het gestelde doel te behalen. Zowel in termen van communicatie met de maatschappelijke doelgroepen als het beheren en (door)ontwikkelen van de benodigde oplossingen.

2.5 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

Eén van de resultaten van de Operatie Inzicht in Kwaliteit is dat het Rijksbrede evaluatiestelsel is herzien. In het kader van deze herziening is onder meer de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) bij de begroting 2021 geïntroduceerd en in de Rijksbegrotingsvoorschriften verankerd. In plaats van (ex post) beleidsdoorlichtingen op het niveau van begrotingsartikelen worden met de SEA (evaluatie)onderzoeken geprogrammeerd voor belangrijke beleidsthema's van het departement gedurende de gehele beleidscyclus (zowel ex ante, ex durante als ex post). Daarbij omvat een beleidsthema een inhoudelijk logisch en herkenbaar samenhangend beleidsterrein.

Het doel van de SEA is te komen tot betere en meer bruikbare inzichten in de werking, (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid op de gekozen thema's en manieren om beleid beter/effectiever te maken, óók tussentijds (beleidsleren). In optima forma biedt de SEA een overzicht van de belangrijke beleidsthema’s van een departement, een korte toelichting per thema waar de behoefte aan inzicht ligt en een bijpassende agendering van evaluatieonderzoek. In de begroting 2022 heeft JenV een eerste uitwerking van de SEA opgenomen. Evenals begrotingsjaar 2023 geldt het begrotingsjaar 2024 als een overgangsjaar. JenV gebruikt deze overgangsjaren om verbeterslagen aan te brengen in de kwaliteit van de SEA, zodat stapsgewijs wordt toegegroeid naar een begroting dekkende SEA met logisch samenhangende beleidsthema’s.

Tabel 5 Strategische Evaluatie Agenda

Thema

Type onderzoek

Afronding

Toelichting onderzoek

Begrotingsartikel

Politie

Periodieke rapportage

2029

Syntheseonderzoek naar het hoofdthema politie en de bijbehorende subthema's.

31

Veiligheidsregio´s en crisisbeheersing

Periodieke rapportage

2028

Syntheseonderzoek naar het hoofdthema Veiligheidsregio's en Crisisbeheersing en de bijbehorende subthema's.

36

Rechtspleging en rechtsbijstand

Periodieke rapportage

2028

Syntheseonderzoek naar het thema rechtspleging en rechtsbijstaand.

32

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Periodieke rapportage

2026

Syntheseonderzoek naar het thema veiligheid en criminaliteitsbestrijding.

33

Voorkomen

Periodieke rapportage

2025 ‒ 2028

Syntheseonderzoek naar het thema voorkomen.

33

Verstoren

Periodieke rapportage

2025 ‒ 2028

Syntheseonderzoek naar het thema verstoren.

33

Bestraffen

Periodieke rapportage

2025 ‒ 2028

Syntheseonderzoek naar het thema bestraffen.

33

Preventie

Periodieke rapportage

2026, daarna volgt nieuwe cyclus

Preventie met gezag (monitoring). Brede monitoring van de landelijke aanpak Preventie met gezag. Het inzichtelijk maken van de voortgang (output) en effectiviteit (impact) van het algehele preventiebeleid via de verzameling van administratieve data over de voortgang.

33

Jeugdbescherming

Periodieke rapportage

2026

Dit beleidsthema ziet op de volgende sub thema’s: een effectieve uitvoering van de jeugdbeschermingsketen, de justitiële aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, draagmoederschap, beschermd bevallen, hoe schade voor kinderen bij scheidingen voorkomen kan worden, adoptie en kinderrechten in Nederland.

34.1, 34.2, 34.5

Aanpak jeugdcriminaliteit

Periodieke rapportage

2025

Doel van dit beleidsthema is het realiseren van een effectieve en toekomstgerichte aanpak van jeugdcriminaliteit. Specifieke aandacht is er voor de verharding van de criminaliteit onder jongeren, de toegenomen complexiteit en verscheidenheid van jeugdcriminaliteit en het verkorten van de doorlooptijden in de jeugdstrafrechtketen. Daarnaast vormt het verminderen van de druk op de capaciteit van de justitiële jeugdinrichtingen een belangrijke opgave.

34.5

Strafrechtelijke sancties

Periodieke rapportage

2026

Sanctiebeleid draagt bij aan een veiligere samenleving. De tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende, vrijheidsbenemende en financiële sancties staan in dit thema centraal. Een effectieve en efficiënte tenuitvoerlegging wordt bewerkstelligd door het snel, zeker en veilig tenuitvoerleggen van straffen. Daarbij wordt ook ingegaan op het tegengaan van voortgezet crimineel handelen tijdens detentie en de manier waarop gewerkt wordt aan een veilige terugkeer van justitiabelen in de samenleving.

34.2, 34.3

Forensische zorg

Periodieke rapportage

2026

Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en verstandelijk gehandicaptenzorg dat onderdeel is van een (voorwaardelijke) straf of maatregel. Als eigenaar van het stelsel forensische zorg richt het team zich op de doelen van de Wet forensische zorg, de implementatie van de Wet verplichte geestelijk gezondheidszorg en de Wet zorg en Dwang en de uitvoering van de bestuurlijke agenda forensische zorg.

34.3

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Periodieke rapportage

2026

De aanpak van criminele fenomenen richt zich op delicten die zwaar ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van mensen. Het gaat daarbij om een integrale aanpak waarbij zoveel mogelijk evidence based maatregelen worden getroffen langs de volgende lijnen: tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van slachtofferschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg.

34.2

Slachtofferzorg

Periodieke rapportage

2027

Doel van dit beleidsthema is slachtoffers te beschermen en de ondersteuning aan slachtoffers te verbeteren. De komende jaren zijn belangrijke sub thema’s: de bescherming van slachtoffergegevens in het strafdossier, de herziening van het stelsel van schadevergoeding voor slachtoffers en de informatievoorziening aan slachtoffers in de fase van tenuitvoerlegging.

34.4

Kansspelen

Periodieke rapportage

2025

De kansspelmarkt is sterk in beweging met een land gebonden en snelgroeiende online kansspelsector. De kansspelmarkt wordt gekenmerkt door strenge wet- en regelgeving, een onafhankelijke toezichthouder en voldoende attractief legaal aanbod. JenV zet daarbij in op verslavingspreventie, consumentenbescherming en het tegengaan van kansspel gerelateerde criminaliteit en fraude. De periodieke rapportage in het kader van de SEA geeft inzicht in hoeverre deze doelen van het kansspelbeleid behaald worden.

34.2

Verwarde personen

Periodieke rapportage

2027

Het doel van dit thema is om ervoor te zorgen dat personen met verward of onbegrepen gedrag op tijd de juiste zorg en/of brede ondersteuning wordt geboden. Hiermee kan worden voorkomen dat zij onnodig in aanraking komen met politie en justitie. Doel van de periodieke rapportage is om inzicht te geven of met de ingezette maatregelen is voorkomen dat verwarde personen onnodig in aanraking komen met politie en justitie (doeltreffendheid) en – waar mogelijk- of de middelen die daarvoor ter beschikking zijn gesteld doelmatig zijn besteed.

34.3

Nationale veiligheid

Periodieke rapportage

2025

Syntheseonderzoek naar het thema nationale veiligheid.

36.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Periodieke rapportage

2025

Periodieke rapportage met betrekking tot toegang, toelating en opvang vreemdelingen.

37.2

Terugkeerbeleid

Periodieke rapportage

2026

Periodieke rapportage met betrekking tot terugkeerbeleid.

37.3

Voor het meest recente overzicht van de realisatie van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link: Status beleidsdoorlichtingen. Voor een nadere onderbouwing van de beleidsthema's op de strategische evaluatie agenda en een toelichting op de geplande evaluatieonderzoeken zie «Bijlage 5: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda».

2.6 Overzicht risicoregelingen

Tabel 6 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaand garanties 2022

Geraamd te verlenen 2023

Geraamd te vervallen 2023

Uitstaand garanties 2023

Geraamd te verlenen 2024

Geraamd te vervallen 2024

Uitstaande garanties 2024

Totaal plafond

31

Inkoop Max

531

 

531

0

 

0

0

531

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis

15.268

3.400

4.000

14.668

3.400

4.000

14.068

15.268

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

17.682

 

815

16.867

 

846

16.021

17.682

 

totaal

33.481

3.400

5.346

31.535

3.400

4.846

30.089

33.481

Tabel 7 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven 2022

Ontvang- sten 2022

Stand risico- voorziening 2022

Saldo 2022

Uitgaven 2023

Ontvang- sten 2023

Stand risico- voorziening 2023

Saldo 2023

Uitgaven 2024

Ontvang- sten 2024

Stand risico- voorziening 2024

Saldo 2024

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst Justis

1.288

 

0

‒ 1.288

1.900

0

0

‒ 1.900

1.900

 

0

‒ 1.900

Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen die JenV heeft aan de politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan het bedrag dat als vordering in de jaarrekening van de politie wordt opgenomen15. De regeling loopt in het jaar 2023 af.

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) biedt curatoren de mogelijkheid om in faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn, toch onderzoek te kunnen doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Per 1 juni 2023 is de garantstellingsregeling herzien. Deze is in overeenstemming gebracht met het Rijkskader voor risicoregelingen. Bij de uitgaven in het «overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» betreft het de opdrachten tot betaling.

Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaallasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

2.7 Overzicht coronamaatregelen

Tabel 8 Coronamaartegelen (bedragen * € 1mln.)

Maatregel

2021

2022

2023

2024

Relevante Kamerstukken

Corona-gerelateerde kosten

40,0

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35570-VI, nr. 1

 

100,0

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35850-VI, nr. 1

Tijdelijke coronabanen

60,0

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35686-VI, nr. 1

 

‒ 25,0

   

Kamerstukken II 2021-2022, 35975-VI, nr. 1

DGCovid-19

7,2

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35686-VI, nr. 1

 

6,5

   

Kamerstukken II 2021-2022, 35975-VI, nr. 1

project-DG Covid en crisiscommunicatie

 

1,0

  

Kamerstukken II 2021-2022, 35925 VI, nr. 2

  

19,6

  

Kamerstukken II 2021-2022, 36120 VI, nr. 2

  

‒ 3,8

  

Kamerstukken II 2022-2023, 36250 VI, nr. 2

Coulanceregeling rijbewijzen

0,1

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35850-VI, nr. 1

Bijstelling raming ontvangsten

19,9

   

Kamerstukken II 2021-2022, 35975-VI, nr. 1

Brede aanpak instrumenten bedrijfsbeëindiging 2021

0,6

   

Kamerstukken II 2021-2022, 35975-VI, nr. 1

Brede aanpak instrumenten bedrijfsbeëindigingen

 

3,9

3,0

0,7

Kamerstukken II 2021-2022, 35925 VI, nr. 21

Regeling bedrijvenschade coronarellen

0,6

   

Kamerstukken II 2020-2021, 35794-VI, nr. 1

Handhaving coronamaatregelen

45,0

   

Kamerstukken II 2021-2022, 35923-VI, nr. 1

handhaving corona toegangsbewijs

 

34,0

  

Kamerstukken II 2021-2022, 35925 VI, nr.123

  

35,0

  

Kamerstukken II 2021-2022, 36030 VI, nr. 2

  

‒ 23,9

  

Kamerstukken II 2022-2023, 36250 VI, nr. 2

  

‒ 3,1

  

Kamerstukken II 2022-2023, 36360-VI, nr. 4

meerkosten regeling forensische zorg

 

6,0

  

Kamerstukken II 2021-2022, 36120 VI, nr. 2

Brede aanpak instrumenten bedrijfsbeëindigingen

Het kabinet heeft tijdelijke middelen beschikbaar gesteld om een brede aanpak van bedrijfsbeëindigingen te faciliteren voor ondernemers die mede als gevolg van COVID-19 willen stoppen met hun bedrijfswerkzaamheden.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 31. Politie

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister16 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit haar beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast (zie 2.2 veiligheidsagenda).

De Minister heeft ten aanzien van het politiekorps en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij haar.17

C. Beleidswijzigingen

Visie op de politiefunctie

Onze samenleving verandert steeds sneller, onder meer als gevolg van internationalisering, digitalisering, polarisatie en sociale media. Het is belangrijk om te weten wat deze ontwikkelingen betekenen voor de politiefunctie in de toekomst, zodat deze relevant en legitiem blijft én kan blijven rekenen op een breed draagvlak. We werken aan een visie op de politiefunctie, met als doel een stevig verankerde politiefunctie en zelfbewuste organisaties, die met gezag kunnen opereren in de samenleving van de 21ste eeuw.

Een goed toegeruste politieorganisatie

In 2024 wordt de transitie van de Landelijke Eenheid voortgezet. Het streven is dat er vanaf 1 januari 2024 twee separate landelijke eenheden bestaan: een eenheid landelijke expertise en operaties en een eenheid landelijke opsporing en interventies. Daarnaast zal in 2024 gewerkt worden aan de tweede stap van de transitie, namelijk de doorontwikkeling van de twee landelijke eenheden, waarbij het vak centraal wordt gesteld. Er zal in 2024 ook worden gewerkt aan het realiseren van de eerste ambities, waaronder de versterking van de capaciteit van de Dienst Landelijke Recherche. Tot slot zullen de inspanningen op het vlak van de werkcultuur en het leiderschap in 2024 worden voortgezet. De monitoringscommissie Schneiders zal de transitie van de landelijke eenheid blijven volgen.

Tot slot zullen in 2024 maatregelen worden getroffen om de forensische geneeskunde te versterken. Hiervoor maakt het kabinet ca. € 17 miljoen vrij in 2024, oplopend naar ca. € 22 miljoen per 2027. In 2024 zal worden gewerkt aan de concentratie van de dienstverlening aan de politie op het terrein van forensisch medisch onderzoek en lijkschouw door de GGD-en en verwante organisaties. Tevens wordt er ingezet op de vergroting van de aantrekkelijkheid van het beroep van forensisch arts.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

7.337.941

7.527.440

7.729.302

7.719.314

7.792.821

7.766.591

7.765.902

         
 

Uitgaven

7.360.357

7.555.390

7.755.785

7.773.081

7.792.821

7.766.591

7.765.902

         

31.2

Bekostiging Politie

7.122.736

7.301.588

7.498.914

7.483.233

7.492.972

7.466.689

7.466.002

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.090.529

7.272.352

7.468.980

7.453.299

7.463.563

7.437.280

7.436.593

 

Politie

7.087.318

7.269.005

7.465.586

7.449.949

7.460.213

7.433.931

7.433.244

 

Politieacademie

3.211

3.347

3.394

3.350

3.350

3.349

3.349

 

Bijdrage aan medeoverheden

28.919

29.236

29.934

29.934

29.409

29.409

29.409

 

Brandweerkorps en Politiekorps Caribisch Nederland

28.919

29.236

29.934

29.934

29.409

29.409

29.409

 

Opdrachten

3.288

0

0

0

0

0

0

 

Taptolken

3.288

0

0

0

0

0

0

31.3

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

237.621

253.802

256.871

289.848

299.849

299.902

299.900

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

219.656

231.016

237.559

270.535

280.536

280.533

280.532

 

Internationale Samenwerkingsoperaties

11.122

25.805

25.140

25.141

25.142

25.139

25.139

 

Beheer meldkamers

207.594

204.254

211.447

244.422

254.422

254.422

254.422

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

940

957

972

972

972

972

971

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.525

913

927

927

927

927

927

 

Bijdrage in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

1.525

913

927

927

927

927

927

 

Subsidies (regelingen)

6.700

10.571

7.110

7.110

7.110

7.107

7.107

 

Opsporing

2.362

2.596

2.590

2.590

2.590

2.589

2.589

 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

2.673

3.872

3.918

3.918

3.918

3.917

3.917

 

Overige subsidies

1.665

4.103

602

602

602

601

601

 

Opdrachten

9.740

11.302

11.275

11.276

11.276

11.335

11.334

 

Providers

8.124

8.768

8.747

8.748

8.748

8.807

8.807

 

Overige opdrachten

1.616

2.534

2.528

2.528

2.528

2.528

2.527

         
 

Ontvangsten

21.243

14.117

500

500

500

500

500

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 10 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

Juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Het juridisch verplichte deel van de bijdragen aan ZBO’s/RWT’s heeft betrekking op uitgaven voor de politie en de Politieacademie op grond van wetgeving, de beheersovereenkomst met de politie voor de jaarlijkse exploitatiekosten van C2000 en de uitgaven voor internationale samenwerking. De juridisch verplichte opdrachten omvatten onder andere de meerjarige contracten met de telecomaanbieders in verband met tapkosten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

31.2 Bekostiging politie

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Politie

De politie levert een belangrijk aandeel aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe, op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012, algemene- en bijzondere bijdragen. De doelstelling is het beschikbaar stellen van personeel en materieel ten behoeve van een effectieve taakuitvoering en adequaat beheer van de politie.

De algemene bijdrage wordt jaarlijks als lumpsumbedrag ter beschikking gesteld aan de politie en komt volledig ten gunste van de reguliere politietaken. Het beleid is erop gericht de politie de nodige flexibiliteit te geven om de middelen zo doelmatig en doeltreffend als mogelijk in te zetten en de afgesproken doelstellingen te realiseren.

Tabel 11 Algemene bijdrage politie (bedragen x € 1 mln.)
 

Realisatie

Begroting

    
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Bijdrage

6.952

7.306

7.599

7.473

7.536

7.534

7.534

De bijzondere bijdragen worden meerjarig verstrekt voor een specifiek omschreven doel. Hiervan is onder meer sprake bij de Dienst Speciale Interventies € 72 mln. en het Recherche Samenwerkings Team (RST) € 18 mln. Verder worden nieuwe middelen in het kader van ondermijning en de motie Hermans in beginsel toegekend als bijzondere bijdrage.

Vanuit de motie-Hermans zijn incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van cybersecurity bij de politie. Daarnaast zijn er vanuit het Coalitieakkoord middelen ingezet ten behoeve van cybersecurity. Het budget wordt in 2024 aanvullend hierop opgehoogd met € 18,4 mln. met een oploop naar € 38,7 mln. vanaf 2027.

Een andere taak is het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord als onderdeel van het artikelonderdeel 31.3.

Besteding bijdragen

De bijdragen vanuit de JenV-begroting worden door de politie aangewend voor de in de Politiewet opgenomen taken. Nog niet bestede middelen uit in eerdere jaren verstrekte bijzondere bijdragen worden hier eveneens voor ingezet. De onderstaande tabel geeft op hoofdlijnen inzicht in de bestedingsrichting van de aan de politie ter beschikking gestelde middelen.

Tabel 12 Besteding bijdragen politie (bedragen * € 1 mln.)
 

Realisatie

Begroting

    
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Personeel

5.280

5.511

5.684

5.581

5.633

5.635

5634

Rente

4

9

1

30

37

37

38

Opleiding en vorming

79

81

87

86

85

85

85

Huisvesting

379

386

423

420

420

421

421

Vervoer

227

218

235

235

235

233

233

Verbinding en automatisering

573

687

705

650

655

654

654

Geweldsmiddelen en uitrusting

65

56

65

67

69

70

71

Operationeel

182

203

213

218

219

215

215

Beheer

142

156

185

187

183

184

184

totaal besteding

6.930

7.306

7.599

7.473

7.536

7.534

7.535

Bron: Begroting en beheerplan politie 2024-2028 (Bijlage 3 Exploitatierekening)

De volledige begroting van de politie is als separate bijlage met de JenV-begroting meegezonden. In de begroting van de politie wordt per post nader ingegaan op de wijze waarop de aan de politie beschikbaar gestelde middelen worden ingezet.

In onderstaande tabellen is informatie opgenomen over de formatie (tabel 13) en de bezetting (tabel 14) die in algemene zin te relateren is aan de beleidsdoelstellingen. De bezetting en formatie van de politie, met name het operationele deel, en de opleidingen zijn belangrijke onderwerpen. Deze zijn onder de tabel kort toegelicht.

Tabel 13 Kengetallen formatie
 

Realisatie

Prognose

    

Formatie (fte)1

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

OS Regionale eenheden (incl. RST)

41.308

42.804

42.903

42.982

43.395

43.765

43.765

OS landelijke eenheden

4.743

5.245

5.272

5.288

5.289

5.289

5.289

OS korpsleiding en ondersteunende diensten

206

165

165

165

165

165

165

Aspiranten

4.965

4.680

4.685

4.695

4.700

4.700

4.700

TOTAAL OS excl. asp

46.257

48.214

48.340

48.435

48.849

49.219

49.219

TOTAAL OS incl. asp

51.222

52.894

53.025

53.130

53.549

53.919

53.919

TOTAAL Niet OS

11.939

12.191

12.402

12.428

12.430

12.430

12.429

        

Lasten (in %)

       

Personeel

76%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Rente

0%

0%

0%

0%

0%

0%

1%

Opleiding en vorming

1%

1%

1%

1%

1%

1%

1%

Huisvesting

5%

5%

6%

6%

6%

6%

6%

Vervoer

3%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Verbinding en automatisering

8%

9%

9%

9%

9%

9%

9%

Geweldsmiddelen en uitrusting

1%

1%

1%

1%

1%

1%

1%

Operationeel

3%

3%

3%

3%

3%

3%

3%

Beheer

2%

2%

2%

3%

2%

2%

2%

Bron: bijlage 1 Begroting en beheerplan politie 2024-2028

X Noot
1

OS staat voor operationele sterkte

Tabel 14 Kengetallen bezetting
 

Realisatie

Prognose

    

Bezetting (fte)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Operationele sterkte excl. Aspiranten

46.257

46.514

47.034

47.348

47.660

48.110

48.690

Aspiranten

4.965

5.335

4.974

5.198

5.386

5.442

5.285

Niet-operationele sterkte

11.939

11.626

11.835

12.023

12.094

12.120

12.147

Landelijke Meldkamer Samenwerking

 

420

420

420

420

420

420

Bron: bijlage 5 Begroting en beheerplan politie 2024-2028

De verstrekte bijdragen vanuit de JenV-begroting zijn primair ter financiering van de formatie. De formatie is binnen de politie conform het Inrichtingsplan en 'Besluit verdeling sterkte en middelen politie' verdeeld over de regionale eenheden, landelijke eenheid, Politieacademie, Politie Dienstencentrum en staf korpsleiding.

Politieacademie - Politieonderwijs

Het zelfstandig bestuursorgaan Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de examinering daarvan en de uitvoering van wetenschappelijk onderwijs waarmee invulling wordt gegeven aan de kennisfunctie. De Politieacademie ontvangt een eigen budget waarmee onder andere de personele kosten van de directeur en zijn plaatsvervanger worden betaald en de kosten voor extern wetenschappelijk onderzoek. De bekostiging van het personeel en de middelen die door de korpschef om niet ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, voor de uitvoering van haar wettelijke taken, zijn opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdragen medeoverheden

Brandweerkorps en Politiekorps Caribisch Nederland

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Taptolken

Het beheer van het taptolkenbudget is met de 1e suppletoire begroting 2022 meerjarig overgedragen van JenV naar de Politie.

31.3 Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van poitiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. Die activiteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op de visie internationale politiesamenwerking en de bijbehorende strategische agenda.

Beheer meldkamers

Voor het beheer van de meldkamers ten behoeve van de hulpdiensten van politie, brandweer, ambulance en KMar, wordt jaarlijks een bijzondere bijdrage aan de politie verstrekt. Dit is een multidisciplinaire financiële bijdrage die tot stand is gekomen uit een bijdrage van alle hulpdiensten. Het beheer is ondergebracht bij het organisatieonderdeel Landelijke Meldkamer Samenwerking LMS van de politie. Het beheer heeft betrekking op facilitaire dienstverlening, huisvesting en het beheer van de ICT voorzieningen voor de meldkamers, waaronder het C2000 netwerk en het gemeenschappelijk meldkamersysteem. In de regeling hoofdlijnen van beleid en beheer meldkamers is de multidisciplinaire governance en de beleids- en beheercyclus beschreven. Binnen deze multidisciplinaire governance vinden aan de hand van het jaarlijks vast te stellen beleids- en bestedingsplan voor het beheer van de meldkamers integrale afwegingen plaats over de inzet van het beschikbare budget.

Bijdragen medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters bij het overleg met en de advisering aan de Minister over de taakuitvoering door en het beheer ten aanzien van de politie.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd.

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

3.2 Artikel 32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand en het Bureau Financieel Toezicht.18 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen advocaten, notarissen, gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.19

C. Beleidswijzigingen

Verbetering van de toegang tot het recht

Toegang tot het recht houdt in dat mensen toegang hebben tot informatie, advies, ondersteuning bij het oplossen van een geschil, rechtsbijstand en de mogelijkheid van een beslissing van een neutrale instantie. Toegang tot het recht is een voorwaarde voor een goed functionerende rechtsstaat.

Het is van belang dat onze juridische infrastructuur in staat is om, ook in het digitale tijdperk, burgers en bedrijven zo goed mogelijk toegang tot het recht te bieden. Daarom is in 2023 de aanpak «Versterking toegang tot het recht» gepresenteerd. In deze aanpak wordt de toegang tot het recht versterkt langs drie pijlers: 1. informatie, 2. advies en ondersteuning en 3. uitspraak van een neutrale instantie. De ambitie is om de toegang tot het recht integraal vorm te geven. In 2024 wordt verder gegaan met het uitvoeren en/of in gang zetten van maatregelen om de toegang tot het recht te versterken, worden stappen gezet om de genomen maatregelen te monitoren en wordt de integrale aanpak verder vormgegeven. Gelet op de voornoemde pijlers - die ook terugkomen bij de stelselvernieuwing rechtsbijstand – wordt daarbij ook de wisselwerking met deze stelselvernieuwing betrokken.

Wet kwaliteit incassodienstverlening

Op 10 mei jl. is door de Eerste Kamer het wetsvoorstel kwaliteit incasso­ dienstverlening aangenomen. Deze wet is een uitwerking van een opdracht uit het regeerakkoord Rutte III 2017-2021. De wet heeft als doel het innen en incasseren van private vorderingen in de buitengerechtelijke fase op een maatschappelijk verantwoord niveau te laten plaatsvinden en de kwaliteit van de incassodienstverlening te verbeteren. Om dit te bereiken zijn bij wet kwaliteitseisen aan de incassodienstverleners gesteld. Deze zijn in hoofdlijnen opgenomen maar zijn nader uitgewerkt in een Algemene Maatregel van Bestuur. Het besluit kwaliteit incassodienstverlening is op 2 mei jl. aanhangig gemaakt bij de Raad van State.

Stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

Het jaar 2024 staat in het teken van de voortzetting van de gefaseerde aanpak voor de vernieuwing van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand, conform de in 2022 en begin 2023 gewijzigde koers van het programma. Belangrijke mijlpaal in 2023 was de uitvoering door het WODC van een metastudie van de pilots die onder de paraplu van het programma hebben plaatsgevonden. Op basis van deze studie worden de werkzame elementen uit de pilots in 2024 geborgd en geïmplementeerd in het stelsel, voor zover deze geen wetswijziging nodig hebben. In 2024 wordt tevens verder gewerkt aan de uitwerking van de pijlers van de stelselvernieuwing ten behoeve van de vormgeving van het wetsvoorstel in 2025. Deze inspanningen zijn erop gericht om een vernieuwd stelsel op te leveren dat laagdrempelig is en vroegtijdig de juiste oplossingen voor problemen biedt, (onnodige) procedures tussen burgers en overheid voorkomt, en daarmee het vertrouwen van burgers in de overheid versterkt, en de kwaliteit van rechtsbijstand met adequate vergoedingen daarvoor bevordert.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

2.032.061

2.106.754

2.183.852

2.216.780

2.191.489

2.149.940

2.156.802

         
 

Uitgaven

1.911.568

2.106.754

2.183.852

2.216.780

2.191.489

2.149.940

2.156.802

         
 

Apparaatsuitgaven

37.568

37.548

37.005

36.239

36.344

36.178

35.966

         

32.1

Apparaat Hoge Raad

37.568

37.548

37.005

36.239

36.344

36.178

35.966

 

Personele uitgaven

30.410

32.396

32.155

32.475

32.580

32.414

32.203

 

Eigen personeel

29.092

30.863

31.474

31.794

31.899

31.734

31.523

 

Externe inhuur

1.318

1.533

681

681

681

680

680

 

Materiële uitgaven

7.158

5.152

4.850

3.764

3.764

3.764

3.763

 

ICT

4.275

2.356

2.016

1.168

1.168

1.168

1.168

 

SSO's

445

583

586

586

586

586

586

 

Overig materieel

2.438

2.213

2.248

2.010

2.010

2.010

2.009

         
 

Programmauitgaven

1.874.000

2.069.206

2.146.847

2.180.541

2.155.145

2.113.762

2.120.836

         

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

588.893

679.147

708.562

685.773

673.155

672.127

680.559

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

36.923

40.449

40.795

40.833

40.831

40.823

40.822

 

Raad voor Rechtsbijstand

28.388

30.957

30.859

30.896

30.894

30.889

30.888

 

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

8.535

9.492

9.936

9.937

9.937

9.934

9.934

 

Bijdrage aan medeoverheden

821

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdrage medeoverheden

821

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

19.988

34.289

34.212

34.213

37.013

37.004

37.003

 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

562

617

616

616

616

615

615

 

Juridisch Loket

19.239

32.243

32.170

32.171

34.971

34.964

34.963

 

Overige subsidies

187

1.429

1.426

1.426

1.426

1.425

1.425

 

Opdrachten

531.161

604.409

633.555

610.727

595.311

594.300

602.734

 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

4.600

10.822

10.797

10.798

10.798

10.795

10.795

 

Toevoegingen rechtsbijstand

524.903

589.607

619.493

597.173

582.838

581.830

590.264

 

Mediation in Strafrecht

1.475

1.486

1.183

1.183

1.183

1.183

1.183

 

Overige opdrachten

183

2.494

2.082

1.573

492

492

492

32.3

Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

1.285.107

1.390.059

1.438.285

1.494.768

1.481.990

1.441.635

1.440.277

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

47.584

56.021

59.174

62.208

62.825

62.806

62.551

 

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

29.020

36.361

40.121

43.155

43.790

43.780

43.779

 

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

10.233

10.596

10.284

10.285

10.283

10.281

10.027

 

Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)

2.012

2.252

2.174

2.173

2.157

2.152

2.152

 

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

5.127

5.321

5.127

5.127

5.127

5.126

5.126

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

1.192

1.491

1.468

1.468

1.468

1.467

1.467

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.229.945

1.324.144

1.364.429

1.417.147

1.403.736

1.363.385

1.362.260

 

Bijdragen Rechtspleging

0

47

47

47

47

47

47

 

Caribisch Nederland (BES)

0

20

20

20

20

20

20

 

Raad voor de rechtspraak

1.229.945

1.323.789

1.364.075

1.416.793

1.403.382

1.363.031

1.361.906

 

Overige bijdrage medeoverheden

0

288

287

287

287

287

287

 

Subsidies (regelingen)

7.555

9.383

10.166

10.283

10.299

10.314

10.336

 

Rechtspleging

557

609

608

608

608

608

607

 

Wetgeving

1.185

1.404

1.401

1.401

1.401

1.401

1.401

 

Overige Subsidies

5.813

7.370

8.157

8.274

8.290

8.305

8.328

 

Opdrachten

23

511

4.516

5.130

5.130

5.130

5.130

 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

23

511

510

510

510

510

510

 

Overige Opdrachten

0

0

4.006

4.620

4.620

4.620

4.620

         
 

Ontvangsten

169.808

258.219

165.000

156.616

158.792

160.318

161.434

Budgetflexibiliteit

Tabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

Juridisch verplicht

99%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

1%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht zijn de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) zijn volledig juridisch verplicht.

De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC), het Juridisch Loket (hJL), de Nederlandse Vereniging voor de rechtspraak (NVvR), de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof — en in voorkomende gevallen de rechtbank — in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur- generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. De SGC heeft op dit moment 64 geschillen­ commissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De SGC ontvangt voor een deel van de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. De geschillencommissies leveren met hun laagdrempelige werkwijze een belangrijke bijdrage aan duurzame geschil oplossing en vormen een alternatief voor de gang naar de rechter

Stichting het Juridisch Loket (hJL)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van het Juridisch loket. Het Juridisch Loket is een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Overige subsidies

Dit betreft de subsidie die de SGC ontvangt voor de instandhouding van de commissie Algemeen (vangnetcommissie) ter uitvoering van de Imple­ mentatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de Wspn-bewindvoerder die een schuldsanering naar behoren afwikkelt. De wetswijziging Wsnp is 7 februari 2023 door de Eerste Kamer als hamerstuk aangenomen en op 1 juli jl. in werking getreden. Bij de behandeling is de duur van het traject in beginsel gehalveerd. Er is besloten ook te kijken naar het Besluit vergoedingen bewindvoerder schuldsanering waarvan de beoogde inwerkingtredingsdatum 1 januari 2024 is.

Toevoegingen Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. In onderstaande tabel is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 17 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

20221

20232

2024

2025

2026

2027

2028

Strafzaken (ambtshalve)

       

Aantal afgegeven toevoegingen

40.478

40.809

42.367

41.238

41.163

41.214

41.265

Uitgaven (mln.)

97,3

92,9

97,3

94,7

94,5

94,6

94,7

        

Strafzaken (regulier)

       

Aantal afgegeven toevoegingen

71.578

77.881

77.927

76.546

76.488

76.473

76.493

Uitgaven (mln.)

77,2

75,3

75,8

74,5

74,4

74,4

74,4

        

Civiele zaken

       

Aantal afgegeven toevoegingen

156.796

178.386

177.372

176.149

175.570

175.202

175.123

Uitgaven (mln.)

176,5

191,7

191,1

189,8

189,2

188,8

188,7

        

Bestuur

       

Aantal afgegeven toevoegingen

51.541

39.778

39.831

40.181

40.558

40.504

40.573

Uitgaven (mln.)

45,3

34,5

34,7

35,0

35,3

35,3

35,3

        

Piketdiensten

       

Aantal afgegeven toevoegingen

100.314

102.900

103.101

101.314

101.520

101.718

101.826

Uitgaven (mln.)

41,3

42,9

43,9

43,2

43,3

43,4

43,4

        

Lichte adviestoevoeging

       

Aantal afgegeven toevoegingen

9.921

11.288

11.417

10.219

10.349

10.407

10.449

Uitgaven (mln.)

2,3

2,5

2,5

2,3

2,3

2,3

2,3

        

Asiel

       

Aantal afgegeven toevoegingen

31.777

40.631

41.572

37.476

37.611

37.740

37.823

Uitgaven (mln.)

63,3

68,2

69,7

64,6

64,7

64,9

65,0

        

Het Juridisch Loket

       

Aantal klantencontacten

423.000

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

761.910

Uitgaven (mln.)

19,2

30,5

32,2

32,2

35,0

35,0

35,0

        

Overige (mln.)3

€ 20,3

€ 35,7

€ 35,9

€ 27,9

€ 18,3

€ 18,1

€ 38,2

        

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

       

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 26,6

€ 26,9

€ 27,9

€ 27,9

€ 27,9

€ 27,9

€ 27,9

        

Totaal uitgaven (mln.)

€ 569,3

€ 601,0

€ 611,0

€ 592,0

€ 585,0

€ 584,6

€ 605,0

Bronnen: Raad voor Rechtsbijstand en het Prognosemodel Justitiële Ketens 2023

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel bij realisatie wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv), ECC, ODR en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

X Noot
3

Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen/ implementatiekosten

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) staat dat elke lidstaat van de Europese Unie een gegevensbeschermingsautoriteit heeft die onafhankelijk toezicht houdt op het gebruik van persoonsgegevens. In Nederland is dat de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De taken en bevoegdheden van de AP staan in de AVG en zijn verder uitgewerkt in de Uitvoeringswet AVG (UAVG). De AP houdt toezicht, doet onderzoek, geeft adviezen (bijvoorbeeld over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoons­ gegevens), geeft voorlichting over privacywet­geving, verstrekt informatie en verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen. De AP is bij de uitvoering van haar taken gehouden aan de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het Coalitieakkoord 2021-2025 is opgenomen dat wettelijk wordt geregeld dat algoritmes worden gecontroleerd op transpa­rantie, discriminatie en willekeur en dat een algoritmetoezichthouder dit bewaakt. Deze algoritmetoezichthouder is ondergebracht bij de directie Coördinatie Algoritmes van de AP. De Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Digitalisering is beleidsmatig verantwoordelijk voor deze directie. Het budget stijgt van € 36,8 mln. in 2023 naar € 40,1 mln. in 2024. Gedeeltelijk komt dit voort uit de toekenning van loon- en prijsbijstelling van € 2.3 mln. en voor het overige deel is het de resultante van de toevoeging van oplopende gelden uit het Coalitieakkoord. De budgetreeks stabiliseert in het jaar 2026.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijke toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensen rechten in zowel Europees als Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die bij de Wet College voor de rechten van de mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het rapporteert jaarlijks over de manier waarop dat verdrag in Nederland wordt uitgevoerd en nageleefd.

Nederlands Register Gerechtelijke Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, water, bouw en schade.

Bijdrage medeoverheden

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak (Rvdr) is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbe­scherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Prijsafspraken

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn met de Rvdr prijsafspraken gemaakt voor de periode 2023-2025.

Instroom, financiering en productie

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Rvdr zijn begro­tingsvoorstel ingediend bij de Minister voor Rechtsbescherming op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens, op basis van de prijzen zoals zijn vastgelegd in het Prijsakkoord 2023-2025. Hieruit volgt dat de instroom neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van de instroomprognose in de vorige begroting.

Tabel 18 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.397

1.440

1.474

1.534

1.525

1.512

1.513

Jaarlijkse mutatie

1%

3%

2%

4%

‒ 1%

‒ 1%

0%

Tabel 19 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak (bedragen * € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Begroting 2023

 

1.221.457

1.250.944

1.257.300

1.281.715

1.281.341

1.279.551

Mutatie

 

102.332

113.131

152.643

114.817

74.840

75.505

Begroting 2024

1.229.945

1.323.789

1.364.075

1.409.943

1.396.532

1.356.181

1.355.056

Met deze bijdrage is onderstaande productieafspraak met de Raad voor de rechtspraak gemaakt.

Tabel 20 Productieafspraak rechtspraak
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Productie totaal aantal (x 1.000)

1.370

1.442

1.467

1.509

1.512

1.422

1.420

Jaarlijkse mutatie

‒ 4%

5%

2%

3%

0%

‒ 6%

0%

Toelichting

In de mutatie in de bijdrage aan de Rvdr is compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (loon- en prijsbijstelling) verwerkt, een verlaging vanwege de geraamde daling van het aantal rechtszaken (Prognosemodel Justitiële Ketens) en aanvullingen in het kader van de aanpak van ondermijning. Tevens is de bijdrage verhoogd vanwege geraamde groei van het aantal vreemdelingenzaken (Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingenketen).

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid (Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen) en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten (NJCM).

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

         

Art.

Ontvangsten

169.808

258.219

165.000

156.616

158.792

160.318

161.434

         
 

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

5.920

5.981

5.981

5.981

5.981

5.981

5.981

 

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

5.523

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Raad voor de rechtspraak

2.666

2.666

2.666

2.666

2.666

2.666

2.666

 

Griffierechten

146.203

149.234

146.803

138.419

140.595

142.121

143.237

 

Overige ontvangsten

9.496

95.338

4.550

4.550

4.550

4.550

4.550

Griffierechten

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. Deze ontvangsten dalen vanwege de verlaging van de griffierechten vanaf 2024.

3.3 Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Zij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI).

Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Zij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samen­ werkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit met een integrale en preventieve aanpak. Door de (wettelijke) toerusting van de burgemeester ten aanzien van zijn openbare orde taak en het aanpakken van criminaliteit tegen en gefaciliteerd door het bedrijfsleven, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten.

JenV is in staat in- en extern coalities te vormen die nodig zijn om lokaal bestuur en bedrijfsleven in staat te stellen onveiligheid en criminaliteit te bestrijden.

Binnen het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing wordt door overheid en bedrijfsleven intensief samengewerkt om criminaliteit te voorkomen en terug te dringen. JenV stimuleert deze publiek-private samenwerking op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Daarbij ligt de focus op de aanpak van criminaliteit tegen het bedrijfsleven en het (on)bewust faciliteren van criminaliteit door het bedrijfsleven. In dit actieprogramma staan geprioriteerd: de aanpak preventie cybercrime voor het bedrijfsleven, de aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit en de gebiedsgerichte aanpak van (vermogens)criminaliteit.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.

De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 heeft in Nederland plaatsgevonden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe is nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

C. Beleidswijzigingen

Zeden/mensenhandel

Het kabinet heeft € 27,5 mln. structureel vrijgemaakt voor de versterking van de aanpak van (online) seksuele misdrijven20 , waarmee onder meer in dekking van de financiële gevolgen van het wetsvoorstel seksuele misdrijven wordt voorzien. Ook wordt geïnvesteerd in de versterking van de capaciteit van de politie (inclusief keteneffecten), het Expertisebureau Online Kindermisbruik (EOKM) en de versterking van de online aanpak.

Verder is in het coalitieakkoord € 2 mln. structureel vrijgemaakt voor de voortzetting en versterking van het programma ‘Samen tegen mensen­ handel’.

Cybercrime

Het coalitieakkoord heeft een intensivering voor de aanpak van cybercrime mogelijk gemaakt. Het OM wordt versterkt om de kennis en capaciteit voor de aanpak van cybercrime op niveau te brengen, en de internationale en publiek-private samenwerking verder te ontwikkelen. Daarmee wordt invulling gegeven aan de motie-Groothuizen en Van Toorenburg van 26 november 2020. Naast opsporing, vervolging en verstoring van criminele activiteiten is de preventie van cybercrime een belangrijk onderdeel.

Daarvoor is een campagneprogramma voor bewustwording voorzien, waarbij personen en organisaties worden voorgelicht over de risico’s van cybercrime en de mogelijkheden er maatregelen tegen te nemen. Het campagneprogramma wordt samen met de ministeries van EZK en BZK vormgegeven. Daarmee wordt deels invulling gegeven aan de motie- Ephraim van 16 december 2021 en de motie-Hermans van 19 januari 2022.

Experiment gesloten coffeeshopketen

Het experiment wordt voortgezet. Voorgesteld is uitbreiding met een grote stad. De benodigde voorbereidingen daarvoor zijn in gang gezet, waaronder een wetswijziging om mogelijk te maken dat het experiment wordt uitgebreid naar 11 deelnemende gemeenten. Deze uitbreiding brengt extra kosten met zich mee (o.a. voor onderzoeken).

Sekswerk

De wijzigingen uit het coalitieakkoord met betrekking tot het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) zijn doorgevoerd in een nota van wijziging. De wijziging op het punt van het vergunning gesprek brengt hogere kosten met zich mee. Voor de financiering van het wetsvoorstel is voor 2024 € 15 mln. en de jaren daarna jaarlijks € 10 mln. beschikbaar gesteld. De uitstapprogramma’s zijn structureel gemaakt en uitgebreid. Sinds 1 januari 2021 is er een structurele financieringssystematiek en wordt het budget via een decentralisatie-uitkering uit het Gemeentefonds aan 18 aangewezen gemeenten uitgekeerd. Voor de Decentralisatie-Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) is sinds 2023 jaarlijks € 6 mln. ter beschikking gesteld.

In 2024 wordt ingezet op uitvoering van het plan van aanpak om de rechtspositie van sekswerkers te versterken. De toegang tot verzekeringen, zakelijke bankrekeningen en andere financiële dienstverlening zijn onder meer onderdeel van dit plan. In het plan is ook aandacht voor de bejegening van sekswerkers, de stigmatisering van sekswerk, voorlichting en hulpverlening aan sekswerkers en geweld tegen sekswerkers.

Verkeershandhaving

De Voorjaarsnota 2023 bevat een intensivering voor de geautomatiseerde verkeershandhaving. Het betreft twee categorieën aan extra middelen. Ten eerste middelen om de bestaande trajectcontroles op het hoofdwegennet te kunnen behouden. Het eerdere budgettaire kader was onvoldoende om alle trajectcontroles op het hoofdwegennet te vervangen. Met dit extra budget wordt dit wel mogelijk gemaakt.

Ten tweede zijn er extra middelen om de landelijke uitrol van traditionele en innovatieve vormen van geautomatiseerde verkeershandhaving verder te versterken. Met deze middelen worden extra verkeershandhavingsmiddelen zoals vaste flitspalen, focus- en flex flitsers aangeschaft en onderhouden. Hiermee kan op snelheid, roodlichtnegatie en afleiding in het verkeer gehandhaafd worden. Extra handhaving is nodig om de verkeersveiligheid te vergroten en het stijgend aantal verkeerslachtoffers terug te dringen. Het SWOV heeft berekend dat intensivering van de geautomatiseerde snelheidshandhaving een groot aantal slachtoffers per jaar kan voorkomen. Met deze intensivering wordt dit mogelijk gemaakt.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

1.208.481

1.240.721

1.443.810

1.528.715

1.580.457

1.523.040

1.369.687

         
 

Uitgaven

1.072.928

1.306.721

1.497.810

1.554.715

1.580.457

1.523.040

1.369.687

         
 

Apparaatsuitgaven

671.324

748.992

763.220

792.633

790.918

789.664

760.234

         

33.1

Apparaat Openbaar Ministerie

671.324

748.992

763.220

792.633

790.918

789.664

760.234

 

Personele uitgaven

533.293

595.821

616.879

625.016

625.255

624.702

614.443

 

Eigen personeel

476.064

540.435

559.086

557.776

558.015

557.476

556.662

 

Externe inhuur

55.327

53.813

56.186

65.633

65.633

65.619

56.174

 

Overig personeel

1.902

1.573

1.607

1.607

1.607

1.607

1.607

 

Materiële uitgaven

138.031

153.171

146.341

167.617

165.663

164.962

145.791

 

ICT

40.091

34.579

25.239

35.848

33.894

33.222

23.650

 

SSO's

40.135

50.093

50.196

51.262

51.262

51.251

51.250

 

Overig materieel

57.805

68.499

70.906

80.507

80.507

80.489

70.891

         
 

Programmauitgaven

401.604

557.729

734.590

762.082

789.539

733.376

609.453

         

33.2

Bestuur, informatie en technologie

31.478

61.151

68.542

59.709

58.391

57.434

57.432

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

416

0

0

0

0

0

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

0

416

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

16.449

29.980

30.701

29.852

29.852

28.899

28.898

 

Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC's)

13.409

25.492

27.093

26.544

26.544

26.539

26.538

 

Overige Bijdrage medeoverheden

3.040

4.488

3.608

3.308

3.308

2.360

2.360

 

Subsidies (regelingen)

14.529

26.276

16.245

16.256

16.206

16.203

16.202

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.116

3.727

3.719

3.719

3.719

3.718

3.718

 

Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB)

0

22

588

599

599

599

599

 

Overige subsidies

10.413

22.527

11.938

11.938

11.888

11.886

11.885

 

Opdrachten

500

4.479

21.596

13.601

12.333

12.332

12.332

 

Overige opdrachten

500

4.479

21.596

13.601

12.333

12.332

12.332

33.3

Opsporing en vervolging

360.487

467.870

661.948

699.873

729.048

675.942

552.021

 

Bijdrage aan agentschappen

132.600

154.276

153.466

149.285

149.273

145.067

144.326

 

NFI

94.361

102.001

99.539

95.616

95.790

96.038

95.297

 

Justid

38.239

25.243

26.587

26.224

26.038

21.590

21.590

 

Justis

0

27.032

27.340

27.445

27.445

27.439

27.439

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

5.197

5.602

6.024

6.024

6.023

6.023

 

Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM)

0

5.197

5.602

6.024

6.024

6.023

6.023

 

Bijdrage aan medeoverheden

101.148

153.374

296.246

282.794

290.603

263.344

261.971

 

Caribisch Nederland (BES)

6.553

12.653

6.433

6.433

6.733

6.732

6.731

 

FIU.Nederland

0

7.507

7.647

7.647

7.631

7.629

7.629

 

Aanpak ondermijning

91.200

127.349

276.350

261.118

265.181

239.477

238.300

 

Overige bijdrage medeoverheden

3.395

5.865

5.816

7.596

11.058

9.506

9.311

 

Subsidies (regelingen)

7.833

7.913

7.037

6.633

6.433

6.432

6.432

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

596

546

556

556

556

556

556

 

Overige subsidies

7.237

7.367

6.481

6.077

5.877

5.876

5.876

 

Opdrachten

117.745

144.962

197.454

252.994

274.572

252.933

131.126

 

Schadeloosstellingen

39.588

22.628

22.577

22.577

22.577

22.572

22.572

 

Keten Informatie Management

291

0

0

0

0

0

0

 

Onrechtmatige Detentie

9.077

6.987

6.971

6.971

6.971

6.970

6.970

 

Caribisch Nederland (BES)

416

375

381

381

381

381

381

 

Gerechtskosten

30.203

39.671

39.581

39.582

39.582

39.573

39.573

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

821

0

0

0

0

0

0

 

Verkeershandhaving OM

19.037

26.570

42.859

38.201

40.303

35.771

35.447

 

Afpakken

0

638

651

651

652

651

651

 

Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen

14.133

14.815

14.781

14.782

14.782

14.779

14.778

 

Overige opdrachten

4.179

33.278

69.653

129.849

149.324

132.236

10.754

 

Garanties

1.161

2.148

2.143

2.143

2.143

2.143

2.143

 

Faillissementscuratoren

1.161

2.148

2.143

2.143

2.143

2.143

2.143

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten

9.639

28.708

4.100

2.500

2.100

0

0

 

Opdrachten

9.639

28.708

4.100

2.500

2.100

0

0

 

Vervolging en berechting MH17-verdachten

9.639

28.708

4.100

2.500

2.100

0

0

         
 

Ontvangsten

908.117

1.134.755

1.166.233

1.218.523

1.377.594

1.439.217

1.466.296

Budgetflexibiliteit

Geschatte budgetflexibilitieit
 

2024

Juridisch verplicht

60%

bestuurlijk gebonden

37%

beleidsmatig gereserveerd

3%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan de agentschappen NFI, JustID en JUSTIS, aan DRZ, Centrale Opvang Slachtoffers van Mensenhandel en het CIOT en aan de ZBO’s College Gerechtelijk Deskundigen en Autoriteit terroristische content en kinderpornografische materiaal (ATKM) in oprichting. Daarnaast zijn de subsidiebedragen en de gerechtskosten juridisch verplicht. De niet juridische verplichte budgetten voor (opdrachten) schadeloosstellingen en onrechtmatige detentie worden op basis van rechtelijke uitspraken uitgeput en zijn derhalve niet vrij besteedbaar.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het Ressortsparket.

Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM. Het totale apparaatsbudget voor het OM is ten opzichte van 2022 gestegen vanwege de oplopende structurele investeringen zoals zijn vermeld in het Coalitieakkoord. Deze investeringen hebben als doel om het OM toekomstbestendig te maken, op het gebied van onder meer capaciteit, wendbaarheid, kwaliteit van de informatievoorziening, digitalisering en innovatie en verbetering van de ketensamenwerking. Daarnaast is er sprake van een verdere intensivering van de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Het verschil ten opzichte van 2022 wordt tevens verklaard door de loon- en prijsontwikkelingen.

Het OM realiseert naar verwachting de hieronder genoemde productie.

Tabel 23 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

Realisatie

Prognose

     
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

        

WAHV beroep-, kanton- en appèlzaken

412.381

410.248

446.454

467.707

489.233

491.212

492.585

        

Overtredingszaken

138.820

118.706

128.057

133.525

139.027

139.432

139.670

        

Misdrijfzaken

186.312

187.408

190.518

191.662

192.196

191.140

189.949

Eenvoudige misdrijfzaken

38.231

25.952

28.242

29.587

30.948

31.074

31.160

Interventie/ZSM zaken

115.155

127.073

126.666

126.214

125.379

124.267

123.049

Onderzoekszaken*

23.220

24.220

25.139

25.321

25.338

25.317

25.318

Ondermijningszaken

9.706

10.163

10.470

10.540

10.531

10.482

10.421

        

Appèlzaken

23.496

22.640

23.222

23.803

24.295

24.755

25.218

Bron: OM fact factory

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken en het Prognosemodel Justitiële ketens.

In 2024 beoordeelt het OM naar verwachting circa 447.000 zaken van burgers die beroep instellen tegen een verkeersboete (WAHV).

Verder neemt het OM in circa 128.000 overtredingszaken een strafrechtelijke beslissing. Het OM kan de zaak zelfstandig afdoen (bijvoorbeeld met een strafbeschikking of een sepot) of de zaak aan de kantonrechter voorleggen.

Het OM zet de meeste capaciteit in bij de behandeling van misdrijfzaken. De capaciteit van het OM is er op gericht om 28.000 eenvoudige misdrijfzaken, meestal zogenaamde feitgecodeerde misdrijven te behandelen. Bij interventiezaken is het doel dat bij veel voorkomende (wijkgerelateerde) criminaliteit de burger als verdachte, slachtoffer of betrokkene een merkbare, zichtbare en betekenisvolle (strafrechtelijke) interventie ervaart die waar mogelijk snel (ZSM) wordt uitgevoerd. Het gaat in 2024 naar verwachting om bijna 127.000 zaken.

De onderzoekszaken en ondermijningszaken omvatten de opsporing en vervolging van ernstige delicten. In ondermijningszaken ligt de focus op de aanpak van criminele activiteiten die niet primair ter kennis van de opsporingsinstanties komen via aangiften. De strafrechtelijke onderzoeken en de daaruit volgende strafzaken zijn vaak langdurig, complex en omvangrijk.

Tot slot kan een verdachte of de officier van justitie (of beiden) in appèl gaan tegen het vonnis van de strafrechter. In dat geval wordt de strafzaak door het Ressortsparket in behandeling genomen. Het gaat hier naar verwachting om circa 23.000 zaken. Het wegwerken van de ontstane voorraad bij rechtbanken zal met enige vertraging vermoedelijk leiden tot extra instroom van hoger beroepzaken bij het Ressortsparket.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen aan medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC) 

Het RIEC/LIEC stelsel bestaat uit 10 RIEC’s en het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC). De RIEC’s zijn regionale samenwerkingsverbanden van bestuursorganen, politie, OM, Belastingdienst en andere partners en hebben tot doel om de (georganiseerde) ondermijnende criminaliteit geïntegreerd aan te pakken. Dit betekent dat strafrechtelijke, fiscale en bestuurlijke maatregelen in samenhang met elkaar worden ingezet. De RIEC’s ondersteunen de samenwerkingspartners hierbij door te fungeren als knooppunt voor informatie, kennis en expertise. In 2024 ontvangen de RIEC’s een reguliere bijdrage van in totaal € 24,9 mln. en € 28,9 mln. projectgelden voor de uitvoering van integrale versterkingsprogramma's in de regio. De bedragen zijn exlusief de loon- en prijsbijstelling.

Tabel 24 bijdragen aan RIEC's/LIEC (bedragen * € 1.000)

Regio

structurele gelden 2024

projectgelden 2024

RIEC Noord Nederland t.n.v. gemeente Leeuwarden

2.454

2.628

RIEC Oost Nederland t.n.v. gemeente Enschede

2.856

2.929

RIEC Oost-Brabant t.n.v. gemeente Eindhoven

2.454

3.062

RIEC Zeeland West-Brabant t.n.v. gemeente Tilburg

2.454

3.062

RIEC Midden Nederland t.n.v. gemeente Utrecht

2.454

2.958

RIEC Limburg t.n.v. gemeente Maastricht

2.454

2.927

RIEC Noord Holland t.n.v. gemeente Haarlem

2.454

2.632

RIEC Den Haag t.n.v. gemeente Den Haag

2.454

2.628

RIEC Rotterdam t.n.v. gemeente Rotterdam

2.454

3.138

RIEC Amsterdam Amstelland t.n.v. gemeente Amsterdam

2.454

2.927

Totaal

24.939

28.890

Mainports

In 2024 is € 35,8 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de mainportsplannen met het doel de drugssmokkel via grote logistieke knooppunten significant terug te brengen. Naast overkoepelende maatregelen om de aanpak in de breedte te versterken, vindt ondersteuning plaats van de aanpak op vijf grote knooppunten, waarvoor een maximaal bedrag beschikbaar is per mainport per jaar. De middelen worden door middel van een specifieke uitkering (SPUK) aan onderstaande gemeenten verstrekt.

Tabel 25 Bijdragen aan mainports (bedragen * € 1.000)

Mainport

Gemeente

2024

2025

2026

2027

Haven Rotterdam

Rotterdam

17.000

16.500

16.500

16.500

Havens Zeeland - West-Brabant

Borsele

4.500

4.000

4.000

4.000

Havens Noordzeekanaalgebeid

Amsterdam / Velsen / Zaanstad

2.500

1.500

1.500

1.500

Luchthaven Schiphol

Haarlemmermeer

4.500

3.500

3.500

3.500

Bloemenveilingen (weerbare sierteelt)

Westland

2.000

1.000

1.000

1.000

Totaal

 

30.500

26.500

26.500

26.500

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op een integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV de professionals in de veiligheidsketen bij uitvoering van rijksbeleid op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid. Daarnaast zet het CCV de structurele bijdrage aan het Platform Veilig Ondernemen (PVO) uit. Het PVO-bestel bestaat uit 10 regionale PVO’s en een landelijk expertisecentrum (PVO-NL) dat de regionale platforms ondersteunt en de verbinding zoekt met publieke partners en landelijke branches. Via publiek-private samenwerking worden veiligheidsproblemen die ondernemers raken op regionaal niveau in kaart gebracht, bepaald welke inzet nodig is om ondernemers en het bedrijfsleven weerbaar te maken tegen criminaliteit en overlast, en worden vervolgens concrete acties ondernomen. Het nemen van preventieve maatregelen is daarbij het uitgangspunt. Het CCV draagt op deze manier bij aan de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van beleidsdoelstellingen van JenV, o.a. op het gebied van ondermijnende criminaliteit, cybercriminaliteit, mensen­ handel, buurtbemiddeling en preventieve aanpak van jeugd in kwetsbare wijken. Ook het beleid dat JenV uitvoert op het gebied van preventie, wordt voor een belangrijk deel door het CCV vormgegeven. Het CCV zorgt ervoor dat beleid dat op het departement wordt ontwikkeld, ook daadwerkelijk wordt geïmplementeerd door gemeenten, bedrijven en burgers.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. Een meer gedetailleerde toelichting vindt u in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Justitiele informatiedienst (Justid)

De Justitiële Informatiedienst (justid) is opgericht in 2006 om cruciale justitiële informatie eenvoudig en snel te delen binnen overheidsinstanties. Ze werkt daarbij intensief samen met diverse partners binnen de strafrecht-, migratie- en jeugdketen zowel in Nederland als op Europees niveau.

Dienst Justis

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.Met ingang van het begrotingsjaar 2024 is de systematiek van financieren gewijzigd. De uitvoeringskosten en de ontvangen leges van de producten van Justis worden niet langer verantwoord bij het agentschap, maar op het begrotingsartikel van de betreffende opdrachtgever. Voor de uitvoeringskosten ontvangt Justis een kostendekkende bijdrage van de opdrachtgever. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Autoriteit terroristische content en kinderpornografische materiaal (ATKM) in oprichting

De ATKM zal uitvoering geven aan EU-verordening 2021/784 inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud, de uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud en de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal. Deze wet geeft uitvoering aan de verordening. De Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal is nog in behandeling bij de Tweede Kamer.

Bijdragen aan medeoverheden

Caribisch Nederland en de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in Caribisch Nederland en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. De juridische dienstverlening op de BES is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint-Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

De FIU-Nederland is in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) aangewezen als de enige autoriteit waar ongebruikelijke transacties dienen te worden gemeld door meldingsplichtige instellingen, zoals banken, geldtransactiekantoren, beroeps- en bedrijfsmatige handelaren en notarissen. De belangrijkste taak van de FIU-Nederland is het analyseren van deze meldingen en het in kaart brengen van transacties en geldstromen die in verband kunnen worden gebracht met witwassen en onderliggende delicten alsmede financieren van terrorisme. Ongebruikelijke transacties die verdacht zijn verklaard, worden ter beschikking gesteld aan de diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor verder onderzoek en mogelijke vervolging.

Daarnaast verstrekt FIU-Nederland op basis van de gedane meldingen informatie omtrent het meldgedrag aan de Wwft-toezichthouders, om hen te ondersteunen in het houden van risico gebaseerd toezicht op onder meer de naleving van de meldingsplicht. Verder ontvangt FIU-Nederland informatieverzoeken van opsporingsdiensten. Deze FIU-verzoeken (voorheen LOvJ-verzoek) kunnen worden ingediend ten behoeve van opsporingsonderzoeken en zijn getoetst door de informatieofficier bij het Functioneel Parket met het taakaccent FIU (voorheen de Landelijke OvJ witwassen). Tot slot ontvangt en verzendt de FIU-Nederland verzoeken van respectievelijk naar buitenlandse FIU’s.

De FIU-Nederland is beheersmatig ondergebracht bij de Nationale Politie als een zelfstandige en operationeel onafhankelijke opererende entiteit. Beleidsmatig valt de FIU-Nederland onder het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Tabel 26 Kengetallen FIU-Nederland
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Aantal FIU-verzoeken

773

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

2.693

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Ondermijning

De aanpak van de georganiseerde drugscriminaliteit is in de afgelopen jaren verbreed naar een gezamenlijke samenhangende aanpak. We zetten in op het versterken van de samenhang en samenwerking tussen partners, initiatieven en samenwerkingsverbanden op landelijk en regionaal niveau. Samen met partners zorgen we ervoor dat de aanpak inspeelt op veranderende omstandigheden en nieuwe vormen van ondermijnende criminaliteit. Om de effectiviteit van de aanpak te vergroten monitoren we het geheel, zodat we het inzicht verkrijgen of we de juiste dingen op de goede manier doen om te verantwoorden, leren en bij te sturen of aan te scherpen.

De brede aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit aanpak wordt in 2024 langs vier lijnen voortgezet en vormgegeven: voorkomen, verstoren, bestraffen en beschermen.

In de afgelopen jaren zijn reeds structurele middelen ter beschikking gesteld aan partners voor de uitvoering van bovenstaande aanpak. Deze middelen worden opgenomen in de begroting van de partnerorganisaties en zo ook verantwoord. De onderstaande initiatieven betreffen initiatieven waarvan de begroting bij DGO is belegd.

Preventie met gezag

De preventieve aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit vormen samen de JenV brede preventieaanpak met als doel het wegnemen van de voedingsbodem voor (georganiseerde en ondermijnende) criminaliteit en ervoor te zorgen dat jongeren weerbaar worden gemaakt tegen criminaliteit of daarin niet verder afglijden. In 2024 wordt de domeinoverstijgende preventieve en wijkgerichte aanpak voortgezet; hiervoor is vanuit het programma Ondermijning € 98 mln. beschikbaar.

Versterkingsprojecten RIEC

Er is in 2024 een bedrag van € 61 mln. beschikbaar voor de duurzame versterking van de regionale, integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. Onder coördinatie van de RIEC’s worden versterkingsprogramma’s in de regio uitgevoerd, waarmee de gezamenlijke slagkracht van de samenwerkende partners wordt vergroot.

Mainports

In 2024 is € 36 mln. beschikbaar voor de uitvoering van de mainportsplannen met het doel de drugssmokkel via grote logistieke knooppunten significant terug te brengen. Dit doen we door een aanpak langs twee lijnen:

  • 1. Ondersteuning van de aanpak op vijf grote knooppunten,

  • 2. Overkoepelende maatregelen om de aanpak over de breedte te versterken.

Strategisch Kennis Centrum (SKC)

Het SKC levert strategische dreigingsbeelden waarmee binnen de ondermijningsaanpak een strategische prioritering kan worden gemaakt, en lokale en landelijke partners beter in staat worden gesteld om effectieve interventies te ontwikkelen. Het budget voor het SKC is structureel € 5 mln.

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen onder meer bijdragen voor de Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM) en overige aanpak van mensenhandel, het Europees Strafregister Informatiesysteem (ECRIS), vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), de adviescommissie herziening Wet Wapens en Munitie, Platform Interceptie Decryptie & Signaalanalyse (PIDS), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), wetsvoorstel rijden onder invloed en de Veiligheidsmonitor.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Overige subsidiesDit betreffen ondermeer subsidies voor het Coördinatiecentrum Mensenhandel (CoMensha), de Fraudehelpdesk, het Meldpunt internetdiscriminatie (MiND) en Offlimits (voorheen EOKM)

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden onder andere ketenvoorzieningen beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiële Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de informatie voorziening in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, mede door middel van de herziening van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Modernisering Identiteitsvaststelling.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen. Het grillige karakter van de budgettaire reeks in de begroting voor de verkeershandhaving hangt samen met het kasstelsel dat door het OM wordt gevoerd. Hierdoor leiden (vervangings-)investeringen zoals vervanging van digitale flitspalen of trajectcontrolesystemen in sommige jaren tot hogere uitgaven dan in andere jaren. Daarnaast is er sprake van een intensivering van de geautomatiseerde verkeershandhaving.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen en het compenseren van geleden schade aan slachtoffers of rechthebbenden staat voorop. Dit is een speerpunt van het kabinet en de partners in de strafrechtketen. Daarbij wordt samengewerkt met bestuurlijke partners zoals de Belastingdienst en gemeenten en, waar mogelijk, met private partijen. Het ontnemen van crimineel vermogen is een onderdeel van die bestrijding naast de inzet om Nederland voor criminelen financieel-economisch minder aantrekkelijk te maken en criminele bedrijfsprocessen en criminele verdienmodellen continu te frustreren. Bijgevolg wordt per strafzaak gekeken naar de meest effectieve en realiseerbare interventie waarbij de afspraak is dat in principe bij iedere ondermijningszaak financieel-economisch onderzoek wordt verricht met het oog op inbeslagname voor het realiseren van ontneming van crimineel vermogen.

Voor het versterken van deze financiële aanpak van criminaliteit wordt er uitvoering gegeven aan de beleidsmaatregelen ter bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit en het plan van aanpak witwassen. Verder wordt er uitvoering gegeven aan de strategie voor het afpakken van crimineel vermogen. Deze strategie, uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 13 maart 201921 beoogt het effectiever blootleggen van criminele geldstromen om doeltreffender crimineel vermogen af te pakken en criminele investeringen te verhinderen. Uit dit budget worden de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten). Daarbij wordt ingezet op systematisch inzetten op financieel onderzoek ten behoeve van het opsporen van strafbare feiten en crimineel vermogen en wordt gewerkt aan het versterken van de multidisciplinaire informatie-uitwisseling en informatievoorziening. Ook wordt gestreefd naar doelmatige werkprocessen inzake het opsporen en afpakken van crimineel vermogen, inclusief het beslagproces. Er worden met behulp van lopende en afgeronde projecten innovatieve, goed werkende praktijken geïdentificeerd en breed beschikbaar gesteld en de expertise inzake het afpakken onder medewerkers van overheidsorganisaties wordt breed gedeeld. Ook wordt ingezet op versterking van Nederlandse en EU wet- en regelgeving voor de aanpak van witwassen en het versterken van informatiedeling in het licht van ontneming van crimineel vermogen. Daarnaast wordt de operationele internationale samenwerking versterkt door het financieel opsporen verder in te bedden in de aanpak van verschillende typen strafbare feiten. Met de inrichting van een monitor wordt het verbeterd in beeld brengen van gerealiseerde resultaten en ervaringen in het toepassen van maatregelen en afgesproken processen mogelijk gemaakt. Onvolkomenheden en vastgestelde verbeterslagen in de strafrechtelijke afpakketen worden met behulp van centrale regievoering en keten-brede analyse, overleg en gezamenlijke inspanningen verder systematisch ter hand genomen met behulp van de daarvoor beschikbare middelen.

Overige opdrachten

De toename heeft voor het grootste gedeelte te maken met de uitgaven voor de wet regulering sekswerk (WRS). Hiervoor is in 2024 € 15 mln. gereserveerd aflopend naar € 10 mln. structureel. De overige uitgaven hebben betrekking op het LIEC. Ondermeer voor de bouw van een informatiesysteem.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling curatoren(GSR) voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te kunnen stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur». Dit stelt curatoren in faillissementen in staat om een procedurele beginnen en vermogen (activa) terug te halen voor boedel om benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken. Per 1 juni 2023 is de garantstellingsregeling herzien. Deze is in overeenstemming gebracht met het Rijkskader voor risicoregelingen.

33.4 Vervolging en berechting van MH17-verdachten

De rechtbank Den Haag heeft op 17 november 2022 drie verdachten veroordeeld voor het doen verongelukken van vlucht MH17 en de moord op 298 inzittenden. De nabestaanden die zich hebben gevoegd als benadeelde partij in het strafproces hebben allen één of meerdere schadevergoedingen toegekend gekregen. Met het onherroepelijk worden van de vonnissen treedt na acht maanden de voorschotregeling in werking. Dit houdt in dat als een veroordeelde voor een misdrijf binnen acht maanden na het onherroepelijk vonnis niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting jegens het slachtoffer heeft voldaan, de Staat het resterende bedrag uitkeert aan het slachtoffer.

In deze zaak is de kans gering dat de schadevergoedingsmaatregel (volledig) door de veroordeelde(n) zal worden betaald. Uitgaande van de onherroepelijke datum van het vonnis, hebben de nabestaanden van de MH17-slachtoffers vanaf 30 juli 2023 recht op een voorschot. Er is sprake van een geweldsmisdrijf, waardoor een ongemaximeerd voorschot aan de nabestaanden zal worden uitbetaald. Naar huidige inzichten is hier circa € 17 mln. mee gemoeid.

Ontvangsten

Tabel 27 Ontvangsten artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

         

Art.

Ontvangsten

908.117

1.134.755

1.166.233

1.218.523

1.377.594

1.439.217

1.466.296

         
 

Openbaar Ministerie

11.228

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

 

Afpakken

106.198

384.360

384.360

384.360

384.360

384.360

384.360

 

Boeten en Transacties

781.636

732.728

764.206

816.391

975.462

1.037.085

1.064.164

 

Overige ontvangsten

9.055

7.667

7.667

7.772

7.772

7.772

7.772

Openbaar Ministerie

De ontvangsten die geraamd zijn voor het Openbaar Ministerie betreffen ontvangsten die voortvloeien uit de bedrijfsvoering, waar tegenover ook uitgaven geraamd zijn.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. Het verminderen van criminele geldstromen, onder meer door het tegengaan van witwassen en het afpakken van crimineel vermogen is een van de prioriteiten van het kabinet. De per 1 september 2020 aangestelde programmadirecteur-generaal Ondermijning heeft de specifieke opdracht gekregen voor de regie op de afpakketen, om zich in nauwe samenwerking met alle betrokken partners in te zetten voor het verhogen van de afpakresultaten. Daarbij wordt ingezet op verbetering van de bedrijfsvoering met name van het beslagproces, wetgeving, vergroten van kennis en inzicht en internationale samenwerking. De opbrengsten uit afpakken, de incassoresultaten, kennen een gelijke (generale) behandeling als de opbrengsten BenT.

Boeten en Transacties (BenT)

Dit dossier bestaat uit boetes voor verkeersovertredingen. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere rijden onder invloed, rijden door rood licht en het niet dragen van een autogordel. Voor verkeersboetes kunnen vervolgens geldsomtransacties worden opgelegd.De oploop van de ontvangsten hangt samen met de intensivering van de geautomatiseerde verkeershandhaving en de verhoging van de tarieven met 10% (inclusief indexering).

In de begrotingsregels, zoals die zijn vastgelegd in de Startnota van het kabinet Rutte-IV, zijn alle ontvangsten uit BenT aangemerkt als een generaal dossier. De BenT-ontvangsten staan op de begroting van JenV, maar afwijkingen in de geraamde ontvangsten vormen geen last (of voordeel) voor de begroting van JenV. 

3.4 Artikel 34. Straffen en beschermen

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Dit doen wij door het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Rechtsbescherming heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties22, slachtofferzorg en jeugdbescherming en -sancties.

Met betrekking tot preventie:

  • draagt de Minister voor Rechtsbescherming stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;

  • stimuleert de Minister voor Rechtsbescherming preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten.

De Minister voor Rechtsbescherming is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Daarbij heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI en van geldelijke sancties door het CJIB;

  • een regisserende rol bij de forensische zorg. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;

  • een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. Regie en opleggen van financiele sancties. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Minister voor Rechtsbescherming beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft hij een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.

Ten aanzien van Jeugdbescherming en -sancties23 heeft de Minister voor Rechtsbescherming:

  • een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en –reclassering (de uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten);

  • een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI;

  • een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling;

  • verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

C. Beleidswijzigingen

In de beleidsagenda zijn diverse onderwerpen beschreven waarvoor het Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen een regierol speelt. Onderstaand is geen extensieve uiteenzetting van alle activiteiten en voorgenomen beleidswijzigingen die vallen onder het artikel Straffen en Beschermen. De Kamer wordt periodiek over alle relevante ontwikkelingen geïnformeerd, door middel van onder andere voortgangsbrieven.

Hierin wordt de komende jaren vooral ingezet op het ondersteunen van jongeren om voor het rechte pad te kiezen en hen een veilige toekomst te bieden. In het kader van het Programma Preventie met gezag ondersteunen we 27 gemeenten bij de ondersteuning van hun domein overstijgende, gebiedsgerichte aanpak van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit.

Om ervoor te zorgen dat personen met verward gedrag passende zorg en ondersteuning krijgen en niet onnodig met politie en justitie in aanraking komen, investeren we in 2024 ook in de samenwerking tussen de zorg-, ondersteuning- en veiligheidsdomeinen.

In het kader van de executieketen staan er tal van ontwikkelingen in 2024 gepland. Met alle betrokken justitie ketenorganisaties wordt er de komende jaren geïnvesteerd in de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Hiervoor zijn vier prioriteiten vastgesteld, namelijk: voorkomen, doorbreken van criminele netwerken en verdienmodellen, straffen en beschermen. Daarnaast wordt ingezet op een samenwerking rondom de betere re-integratie van gedetineerden. Er is sprake van een investering van € 12 mln. voor re-integratie.

Binnen het jeugdbeschermingsdomein zijn er diverse uitdagingen waar ook in 2024 veel aandacht voor is. Zo wordt in het kader van ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’ gewerkt aan de uitwerking van de regionale veiligheidsteams. Bij voorjaarsnota 2023 heeft het kabinet structureel € 50 mln. uitgetrokken voor de jeugdbescherming. Dit wordt gebruikt voor werkdrukverlaging, kwaliteitsverbetering en betere rechtsbescherming van kinderen en gezinnen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 28 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

3.653.603

3.934.531

4.062.177

4.130.439

4.196.000

4.222.527

4.233.062

         
 

Uitgaven

3.606.160

3.988.049

4.045.848

4.114.220

4.180.420

4.217.137

4.233.062

         
 

Apparaatsuitgaven

217.419

230.874

225.666

224.369

224.196

224.115

224.109

         

34.1

Apparaat Raad voor de Kinderbescherming

217.419

230.874

225.666

224.369

224.196

224.115

224.109

 

Personele uitgaven

169.780

187.565

177.238

177.796

178.328

178.290

178.286

 

Eigen personeel

162.158

181.430

171.083

171.641

172.173

172.137

172.133

 

Externe inhuur

6.739

4.719

4.708

4.708

4.708

4.707

4.707

 

Overig personeel

883

1.416

1.447

1.447

1.447

1.446

1.446

 

Materiële uitgaven

47.639

43.309

48.428

46.573

45.868

45.825

45.823

 

ICT

20.784

17.032

21.839

19.982

19.277

19.240

19.239

 

SSO's

14.487

16.787

17.072

17.073

17.073

17.069

17.069

 

Overig materieel

12.368

9.490

9.517

9.518

9.518

9.516

9.515

         
 

Programmauitgaven

3.388.741

3.757.175

3.820.182

3.889.851

3.956.224

3.993.022

4.008.953

         

34.2

Preventieve maatregelen

16.812

61.191

82.259

81.534

93.178

94.081

95.115

 

Bijdrage aan agentschappen

6.166

31.395

32.763

28.742

29.091

28.831

28.830

 

Dienst Justis

6.166

31.395

32.763

28.742

29.091

28.831

28.830

 

Bijdrage aan medeoverheden

4.646

19.157

36.168

39.284

50.361

51.519

52.554

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

4.589

19.044

36.055

39.171

50.248

51.406

52.441

 

Overige bijdrage medeoverheden

57

113

113

113

113

113

113

 

Subsidies (regelingen)

4.859

5.550

5.964

5.973

5.547

5.555

5.555

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

4.445

4.375

4.767

4.776

4.375

4.383

4.383

 

Overige subsidies

414

1.175

1.197

1.197

1.172

1.172

1.172

 

Opdrachten

1.141

5.089

7.364

7.535

8.179

8.176

8.176

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

672

4.178

5.108

5.279

5.923

5.921

5.921

 

Overige opdrachten

469

911

2.256

2.256

2.256

2.255

2.255

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

3.020.796

3.218.317

3.287.579

3.359.537

3.425.020

3.458.771

3.462.702

 

Bijdrage aan agentschappen

2.715.502

2.863.856

2.931.795

3.006.734

3.074.277

3.098.541

3.094.687

 

DJI - Gevangeniswezen

1.373.659

1.426.734

1.458.741

1.536.016

1.604.579

1.617.567

1.616.059

 

DJI - Forensische zorg

1.174.876

1.253.199

1.293.666

1.297.675

1.296.838

1.309.068

1.309.067

 

CJIB

166.967

183.923

179.388

173.043

172.860

171.906

169.561

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

275.197

299.034

289.396

288.583

287.806

287.469

287.694

 

Reclassering Nederland

167.669

181.556

172.846

172.186

171.542

171.106

171.240

 

Leger des Heils

25.258

27.370

27.069

27.028

26.992

27.014

27.037

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

82.270

89.484

88.858

88.746

88.649

88.727

88.795

 

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

0

624

623

623

623

622

622

 

Bijdrage aan medeoverheden

5.608

4.790

2.784

2.784

2.784

2.783

2.783

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

5.538

4.790

2.784

2.784

2.784

2.783

2.783

 

Overige bijdrage medeoverheden

70

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

10.305

7.884

9.987

9.987

9.987

9.984

9.984

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

8.329

5.982

7.987

7.987

7.987

7.985

7.985

 

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)

1.976

1.902

2.000

2.000

2.000

1.999

1.999

 

Opdrachten

14.184

42.753

53.617

51.449

50.166

59.994

67.554

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

13.974

42.753

53.617

51.449

50.166

59.994

67.554

 

Overige opdrachten

210

0

0

0

0

0

0

34.4

Slachtofferzorg

111.740

162.097

128.293

129.958

131.366

132.478

133.242

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

55.227

67.687

62.023

63.123

64.336

64.974

65.484

 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

13.740

18.884

9.959

9.903

9.900

9.897

9.896

 

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

41.487

48.803

52.064

53.220

54.436

55.077

55.588

 

Bijdrage aan medeoverheden

11

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdrage medeoverheden

11

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

1.804

197

0

0

0

0

0

 

Perspectief Herstelbemiddeling

0

197

0

0

0

0

0

 

Overige subsidies

1.804

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

54.698

94.213

66.270

66.835

67.030

67.504

67.758

 

Slachtofferzorg

455

8.924

33.371

33.544

33.555

33.562

33.561

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

53.996

83.064

30.679

31.009

31.193

31.598

31.853

 

Voorschotregelingen schadevergoedingsregelingen

247

2.225

2.220

2.282

2.282

2.344

2.344

34.5

Veiligheid jeugd

239.393

315.570

322.051

318.822

306.660

307.692

317.894

 

Bijdrage aan agentschappen

187.479

195.529

211.277

215.316

216.877

218.123

218.123

 

DJI - Jeugd

187.479

195.529

211.277

215.316

216.877

218.123

218.123

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

13.749

19.910

16.878

16.481

16.311

16.288

16.423

 

LBIO

2.929

6.327

3.642

3.642

3.643

3.641

3.641

 

Het Alternatief (HALT)

10.820

13.583

13.236

12.839

12.668

12.647

12.782

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.615

20.344

11.173

5.589

2.620

2.620

2.620

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

126

6.255

3.779

1.403

1.403

1.403

1.403

 

Voogdijraad Caribisch Nederland

1.489

1.315

1.217

1.217

1.217

1.217

1.217

 

Overige bijdrage medeoverheden

0

12.774

6.177

2.969

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

31.667

58.760

59.299

59.081

59.081

58.894

68.961

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

27.185

58.760

59.299

59.081

59.081

58.894

68.961

 

Overige subsidies

4.482

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

4.883

21.027

23.424

22.355

11.771

11.767

11.767

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

3.112

4.382

4.372

4.372

4.372

4.371

4.371

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

1.771

16.645

19.052

17.983

7.399

7.396

7.396

         
 

Ontvangsten

105.133

223.748

133.178

126.543

136.337

139.448

139.487

Budgetflexibiliteit

Tabel 29 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

Juridisch verplicht

97%

bestuurlijk gebonden

2%

beleidsmatig gereserveerd

1%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Artikel 34 kent nagenoeg geen budgetflexibiliteit in 2024. Dit wordt met name veroorzaakt doordat verreweg het grootste deel van het budget wordt besteed aan de financiering van de taakorganisaties: DJI, Justis en CJIB. Daarnaast bestaat het juridisch verplichte deel ook uit subsidiëring/bijdrage aan organisaties als Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven, de drie Reclasseringsorganisaties, Halt, LBIO, FIOM en het centrum van Internationale Kinderontvoering.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. JenV financiert de RvdK voor het grootste deel op basis van de PMJ-ramingen (pxq) en voor het overige deel op basis van een lumpsumbedrag.

De voorgenomen meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 30 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Coördinatie taakstraffen

4.127

6.125

6.125

6.125

6.125

6.125

Strafonderzoek LIJ

5.942

6.378

6.378

6.378

6.378

6.378

Strafonderzoek LIJ + aanvulling

2.907

3.172

3.172

3.172

3.172

3.172

Actualisatie straf

1.012

1.018

1.018

1.018

1.018

1.018

Onderzoeken schoolverzuim

1.190

1.777

1.777

1.777

1.777

1.777

Strafonderzoek GBM

57

56

56

56

56

56

Beschermingszaken

18.266

17.864

17.864

17.864

17.864

17.864

Adoptiegerelateerde zaken

1.810

1.895

1.895

1.895

1.895

1.895

Gezag en omgangszaken

4.524

5.171

5.171

5.171

5.171

5.171

Toetsende taak

4.693

5.875

5.875

5.875

5.875

5.875

Bron: Prognosemodel Justitiële ketens 2024

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justis

Screeningsautoriteit Justis doet onderzoek om inzicht te krijgen in de justitiële antecedenten van personen en organisaties en relateert deze aan de (beoogde) werkzaamheden van die personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat, de veiligheid in en van de samenleving en de resocialisatie van ex-justitiabelen.Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is de systematiek van financieren gewijzigd. De uitvoeringskosten en de ontvangen leges van de producten van Justis worden verantwoord op het begrotingsartikel van de betreffende opdrachtgever. Voor de uitvoeringskosten ontvangt Justis een kostendekkende bijdrage van de opdracht­gever.

Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis.

Bijdragen aan medeoverheden

Aanpak criminaliteitsfenomenen

In 2024 zet JenV, mede ter uitvoering van het coalitieakkoord, in op preventieve dadergerichte aanpak en slachtoffergerichte aanpak van (risico-factoren) ernstige vormen van (gewelds-)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, ram- en plofkraken, steekincidenten, straatroof, online criminaliteit en drugsdelicten) binnen het Koninkrijk. Delicten die grote impact op slachtoffers en op de samenleving hebben worden aangepakt door strategische inzet van een mix van slachtoffergerichte, dadergerichte en situationele preventieve én repressieve maatregelen (secundaire en tertiaire preventie), op het voorkomen en bestrijden van vermogensdelicten en overige fenomenen.

Zoals in het coalitieakkoord is opgenomen, moet voorkomen worden dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen - in de leeftijd van 8 tot en met 27 jaar - in een kwetsbare positie de criminaliteit in gaan, daar steeds verder in verstrikt raken en uitgroeien tot verharde criminelen. Dit wordt vorm gegeven door in te zetten op een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit o.a. met een integrale aanpak met inzet van kansrijke en bewezen effectieve interventies en door versterking van de justitiële functies in de wijk. Een geselecteerd aantal gemeenten krijgt de mogelijkheid om in hun meest kwetsbare wijken deze aanpak neer te zetten. Met de aanvullende aanpak kan de brede aanpak meer flexibel, ook in andere gebieden en gemeenten worden ingezet. 

Samenwerken met private en publieke partners, zoals andere departementen, gemeenten op het gebied van innovatie, preventie, onderzoek en het terugdringen van recidive door het bieden van perspectief staan hierbij centraal. Blijvende aandacht en nieuwe ontwikkelingen zijn nodig om de in de afgelopen jaren geboekte resultaten vast te houden ten behoeve van tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van slachtofferschap en daderschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg.

Subsidies

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Het voorkomen en aanpakken (van risicofactoren) van geweld in den brede en overige fenomenen is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, overheid, bedrijven en andere maatschappelijke instanties. Continue aandacht vanuit deze partijen is noodzakelijk om de geboekte resultaten binnen het Koninkrijk te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen. In 2024 is publiek-private samenwerking weer onderdeel van het programma van de Taskforce Overvallen. Deze subsidies worden verstrekt aan organisaties en stichtingen op het gebied van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, online criminaliteit, expressief (online) geweld en gedragsinterventies. Voorbeeld van subsidieontvanger is Stichting Laureus Nederland in het kader van «Alleen jij bepaalt wie je bent».

Overige subsidies

Deze middelen worden ingezet voor subsidies in het kader van de beleidsonderwerpen integriteit en filantropie.

Integriteit

Overheid, vrijwilligers, werknemers en werkgevers hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Door de inzet van verscheidene screeningsinstrumenten, waarbij met name gekeken wordt naar justitiële documentatie, in voorkomende gevallen aangevuld met politiegegevens, wordt gewerkt aan een breed integriteitsbeleid.

Filantropie

Nederland kent van oudsher een grote rijkdom aan maatschappelijke betrokkenheid en filantropische initiatieven. Ook de overheid en filantropie hebben een langdurige relatie. Zowel overheid als filantropie ofwel maatschappelijke betrokkenheid richten zich op het publieke domein en beogen oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Met de beleidsvisie beoogt het kabinet borging en versterking van het maatschappelijk belang van filantropie. Dit gebeurt aan de hand van drie Rijksbrede speerpunten waarbij behoud van autonomie van de filantropische sector een belangrijke voorwaarde is: het stimuleren van geefgedrag, het bevorderen van transparantie en betrouwbaarheid van de sector en het bevorderen van de samenwerking tussen overheid en filantropie. JenV subsidieert daartoe verschillende initiatieven en activiteiten waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de beleidsuitgangspunten, waaronder toezichthoudende werkzaamheden van het Centraal Bureau Fondsenwerving, de verbindende rol van de Maatschappelijke Alliantie, en het onderzoek ‘Geven in Nederland’ van de Vrije Universiteit Amsterdam. In 2023 organiseert JenV een netwerkbijeenkomst om zo kennis en informatie over filantropie in Nederland te delen en verspreiden.

Opdrachten

Aanpak criminaliteitsfenomenen

JenV zet in op het vasthouden en verduurzamen van de afgelopen jaren geboekte resultaten binnen het Koninkrijk met opdrachten die een bijdrage leveren aan aanpak (risicofactoren) van ernstige vormen van (gewelds)criminaliteit in den brede (waaronder overvallen, ram- en plofkraken, steekincidenten, straatroof, online criminaliteit en drugsdelicten) en overige fenomenen (zoals ondermijning en vermogens-delicten). Verder worden onder deze post uitgaven opgenomen ter ondersteuning van experimenten gericht op de versterking van de verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid. Het betreft opdrachten die een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken rondom informatieuitwisseling, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, alsmede de ontwikkeling van wetgeving en praktische instrumenten en trainingen voor de aanpak van complexe veiligheidsvraagstukken in het zorg- en veiligheidsdomein.

Overige opdrachten

Het kabinet zet meerjarig in op de modernisering van het kansspelbeleid. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier kan deelnemen aan kansspelen bij legale aanbieders van kansspelen. Met de opening van de online gokmarkt op 1 oktober 2021 zal ook 2024 nog in het teken staan van monitoring en bijsturing op de Wet Kansspelen op afstand (Koa). Dit betreft bijsturing op het gebied van verslavingspreventie en monitoring door middel van de evaluatie Wet kansspelen op afstand.

Onder deze post worden tevens de uitgaven geraamd voor opdrachten en onderzoeken in het kader van de inzet van de verschillende monitoringsinstrumenten en de modernisering van kansspelen,  door implementatie van wet- en regelgeving en diverse beleidsonderzoeken alsmede opdrachten m.b.t. de inzet en werking van screeningsinstrumenten in het kader van het integriteitsbeleid.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

De Minister voor Rechtsbescherming geeft een bijdrage24 aan DJI voor Gevangeniswezen regulier en Forensische zorg.

Tabel 31 Belangrijkste productiegegevens 2024 DJI volwassenen

Productie 2024

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

9.804

401

FPC-capaciteit

1.719

753

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid. Het heeft twee kerntaken. Allereerst is het belast met de tenuitvoerlegging van geldelijke sancties. Daarnaast is het CJIB het administratie- en informatiecentrum voor de executieketen (AICE) met betrekking tot de uitvoering van straf­ rechtelijke beslissingen. Met zijn activiteiten levert het CJIB een bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, te vinden.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

In Europees Nederland zijn drie erkende reclasseringsorganisaties (3RO) actief: Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugd bescherming en Reclassering (LJR). In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, met elk hun eigen aandachtsgebied:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De reclasseringsorganisaties kennen vier hoofdproductgroepen: adviezen, toezichten, werkstraffen en elektronische monitoring. De geraamde productie voor 2024 van de vier productgroepen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 32 Productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

 

Instroom adviezen

48.470

€ 1.242,39

 

Instroom toezichten *

9.445

€ 25,80

**

Instroom elektronische monitoring *

1.970

€ 24,43

*

Instroom werkstraffen

27.625

€ 1.150,00

**

* Bekostiging geschiedt op basis van het aantal toezichtsdagen

** In het nieuwe kostprijsmodel geldt voor toezichten een iets andere kostprijs voor RN dan voor SVG en LJ&R. In de tabel is daarom een benadering weergegeven.

Bron: Prognosemodel Justitiële Ketens 2024

Voor 2024 is het budget voor de 3RO vooralsnog bijna € 9 mln. lager dan voor 2023. Dit wordt grotendeels verklaard doordat over twee grote onderwerpen in 2023 nog nadere besluitvorming plaats zal vinden. Voor 2022 en 2023 was € 4 mln beschikbaar gesteld om reclasseringsadviezen ten behoeve van re-integratie al vanaf het begin van de tenuitvoerlegging meer bij het proces te kunnen betrekken. Op basis van de nu lopende evaluatie vindt in 2023 nadere besluitvorming plaats over het structurele budget. Verder is in 2023 voor de reclasseringsinzet in het kader van preventie met gezag € 4 mln. beschikbaar gesteld. Over het bedrag voor 2024 vindt op een later moment nog nadere besluitvorming plaats.

Overige bijdrage ZBO’s/RWT’s

JenV geeft prioriteit aan een intensivering van de inzet op de-radicalisering. De middelen zijn bedoeld voor verbetering van de samenwerking in de keten, om interventies gericht op disengagement en de-radicalisering zo goed mogelijk persoonsgericht in te zetten en voor het evalueren en verder ontwikkelen/beproeven van bestaande en nieuwe interventies gericht op disengagement en de-radicalisering in justitieel kader.

Bijdragen aan medeoverheden

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

Deze post betreft met name de bijdragen aan gemeenten in het kader van nazorg aanex-gedetineerden. Zij benutten deze bijdrage om lokaal nazorgtrajecten voor ex-gedetineerden te financieren.

Subsidies

Intra- en extramurale sanctieuitvoering

JenV verstrekt subsidies aan een aantal (vrijwilligers-)organisaties die verschillende activiteiten verrichten om de kans op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Daarnaast worden deze middelen ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid en forensische zorg.

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN)

Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak in Caribisch Nederland.

Opdrachten

Dit betreft o.a. opdrachten op het terrein van forensische zorg, sanctie-uitvoering en het terugdringen recidive.

Zo is op 1 januari 2020 de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) in werking getreden, waarmee de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen is overgegaan van het Openbaar Ministerie naar de Minister voor Rechtsbescherming. Het duurzaam bestendigen van de wet USB heeft de komende jaren onverminderd aandacht nodig, evenals het realiseren van verbeteringen in het functioneren van de executieketen. In 2024 is er bij het invoeren dan ook aandacht voor verdere digitalisering, verduurzaming en waar nodig herijking van de nieuwe werkwijze voortvloeiend uit de wet USB en het vergroten van het verandervermogen door toepassing van de ketendoelarchitectuur.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit JenV voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële uitkering aan slachtoffers van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit en krijgt hiervoor een bijdrage van JenV.

Subsidies

Perspectief Herstelbemiddeling

De Stichting Perspectief Herstelbemiddeling brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Perspectief Herstelbemiddeling is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Het komende jaar staat in het teken van de uitvoering van de Meerjarenagenda 2022-2025, waarbij de focus ligt op het zo goed mogelijk tot uitvoering brengen van de slachtofferrechten en –voorzieningen die het afgelopen decennium zijn geïntroduceerd. De implementatie van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten staat centraal, evenals een actieve juridische ondersteuning van slachtoffers van high impactzaken door Slachtofferhulp Nederland en het informeren en raadplegen van slachtoffers tijdens de tenuitvoerleggingsfase. Tevens zal de (nadere) uitwerking van de voorstellen van het adviescollege Donner aandacht vragen.

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers van opzettelijk gepleegde geweldsmisdrijven die hierdoor ernstig lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen, geraamd indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Het Schadefonds zal ook nog in 2024 een taak hebben aan het afwikkelen van de financiële tegemoetkomingen die voortvloeien uit het rapport van de Commissie De Winter over geweld in de Jeugdzorg.

Voorschotregelingen schadevergoedingsmaatregelen

Als de rechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt en veroordeelde niet binnen acht maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis (volledig) aan zijn betalingsverplichting voldoet, treedt de voorschotregeling in werking. Dit houdt in dat de Staat het resterende bedrag uitkeert aan slachtoffers en nabestaanden. De Staat zet de inning op de dader voort. Deze voorschotregeling is gemaximeerd tot € 5.000,- maar ongemaximeerd bij gewelds- en zedenmisdrijven. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Veiligheid Jeugd

Bijdragen aan agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een forensisch centrum jeugd (FCJ) of in een kleinschalige voorziening justitiële jeugd (KVJJ)25.  In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht.

Tabel 33 Belangrijkste productiegegevens 2024 DJI jeugd

Productie 2024

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

608

968

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van JenV wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie). JenV financiert het LBIO op basis van vastgestelde normaantallen en prijzen per product. De normaantallen worden tegen een vaste prijs vergoed en de meer- of minderproductie wordt tegen het variabele kostendeel afgerekend.

Tabel 34 Prognose productiegegevens LBIO
 

2024

2025

2026

2027

Aantallen producten

    

Alimentatie

29.350

29.350

29.350

29.350

Internationale alimentatie

3.970

3.970

3.970

3.970

Kosten per geïnde euro (€)

    

Alimentatie

0,13

0,13

0,13

0,13

Internationale alimentatie

0,20

0,20

0,20

0,20

Bron: LBIO Meerjarenbeleidsplan 2023-2027

Halt

Halt voorziet in opdracht van JenV in de landelijke coördinatie en uitvoering van de zogenoemde Halt-afdoening. De Halt-afdoening is een kortstondige buitenstrafrechtelijke maatwerkinterventie met als doel om het grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoeg­doening te bieden aan slachtoffers en maatschappij. Hierbij sluit Halt aan bij de leefwereld van de jongeren. In 2024 zal het kostprijsonderzoek van de Halt-afdoeningen worden afgerond. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in de Halt-subsidie van 2025.

Bijdragen aan medeoverheden

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Vanuit het programma ‘Preventie met gezag’ wordt structureel geïnvesteerd in preventie en aanpak van jeugdcriminaliteit. Samen met diverse betrokken partners (waaronder de RvdK) wordt ingezet op een brede domeinoverstijgende preventieve aanpak om te voorkomen dat kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de leeftijd van 8 tot 27 jaar in aanraking komen met criminaliteit of daarin verder doorgroeien.

Gemeenten en hun lokale, regionale en justitiële partners vervullen hierin een sleutelrol. Een onderdeel van het programma Preventie met gezag betreft de versterking van de jeugdstrafrechtketen.

Bijzondere aandacht is nodig voor personen met meervoudige problematiek. Zij zijn namelijk oververtegenwoordigd in de strafrechtketen en hebben vaak problemen op meerdere gebieden die elkaar versterken, zoals een licht verstandelijke beperking (LVB), schulden, psychiatrie en verslaving. Door in te zetten op zowel de brede doelgroep met multiproblematiek als op mensen met een LVB, helpt JenV het risico op criminaliteit en recidive te verminderen.

Via het programma Ondersteuning Uithuisplaatsingen gedupeerden Kinderopvangtoeslag (UHP KOT) in opdracht van JenV, VWS en de VNG wordt uitvoering gegeven aan een aanpak voor gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslag en hun kinderen die te maken hebben (gehad) met een uithuisplaatsing.

De inzet van het Ondersteuningsteam zal in ieder geval ook in 2024 gecontinueerd worden. Het Ondersteuningsteam staat naast ouders en kinderen, brengt met hen de situatie en wensen in kaart en begeleidt de ouders en kinderen bij het zetten van de noodzakelijk vervolgstappen. Daarnaast leveren de Gecertificeerde Instellingen en de RvdK extra inzet om de getroffen gezinnen te ondersteunen. Ook de regelingen die kosteloze rechtsbijstand en vrijstelling van griffierecht mogelijk maken in procedures over de uithuisplaatsing, hebben een looptijd tot 31 december 2024.

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast vervult de BES voogdijraad ook de rol van de Centrale Autoriteit in Caribisch Nederland.

Overige bijdrage medeoverheden

Via het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt in opdracht van JenV, VWS en de VNG gewerkt aan verbetering en vereenvoudiging van het stelsel voor jeugdbescherming. Proeftuinen en andere regio’s worden gestimuleerd en ondersteund om anders te werken zodat kinderen en gezinnen beter en sneller worden geholpen.

In 2023 zal een commissie met adviezen komen hoe de rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid in het toekomstige stelsel geborgd kunnen worden. Op basis daarvan zal het Toekomstscenario waar nodig worden aangepast. De borging van het programma Geweld hoort nergens thuis is ondergebracht bij het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

In 2024 wordt verder geïnvesteerd in de rechtsbescherming van ouders en kinderen die een traject in de jeugdbescherming doorlopen, onder meer in de beschikbaarheid van juridische ondersteuning van ouders en kinderen bij kinderbeschermingsmaatregelen en het versterken van de positie van de kinderrechter.

Subsidies

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Deze middelen zet JenV onder meer in voor subsidiëring van het Centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Fiom. Daarnaast wordt een deel van deze middelen ingezet voor de werkzaamheden van de onafhankelijke Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie, en voor eventuele erkenningsmaatregelen voor belanghebbenden.

Voor de afleiding van het gezag, van voorlichting en informatie aan ambtenaren van de burgerlijke stand en andere belanghebbenden tot wijziging van de burgerzakensystemen van de gemeenten zijn ook middelen beschikbaar. Net zoals voor het aanpassen van het naamrecht.

Tot slot, om de continuïteit van de gecertificeerde instellingen (GI’s) te waarborgen is voldoende gekwalificeerd personeel nodig. In 2024 worden de GI’s ondersteund met maatregelen om de werkdruk te verlagen.

Opdrachten

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming opdrachten voor erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies bij de betrokken jeugdigen.

Jeugdbescherming en jeugdsancties

De middelen worden ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid, waaronder herstelrecht (mediation) in jeugdstrafzaken.

Daarnaast zullen deze middelen ingezet worden voor de uitvoering van het wetsvoorstel rondom draagmoedershap (en een register hiervoor) en voor onderzoek naar de (on-)mogelijkheden van deelgezag en/of meerouderschap.

Ontvangsten

Tabel 35 Ontvangsten artikel 34 (bedragen * € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

         

Art.

Ontvangsten

105.133

223.748

133.178

126.543

136.337

139.448

139.487

         
 

Leges Dienst Justis

0

46.739

46.739

46.739

46.739

46.739

46.739

 

Verhaal administratiekosten CJIB

69.494

74.539

70.347

71.302

81.096

84.207

84.246

 

Overige ontvangsten

35.639

102.470

16.092

8.502

8.502

8.502

8.502

De ontvangsten bestaan met name uit de door het CJIB ontvangen administratiekostenvergoedingen. Daarnaast vallen hier met ingang van 2023 ook de ontvangsten van de Dienst Justis uit leges onder (voornamelijk de leges i.v.m. VOG).

3.5 Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.26De Minister coördineert de totstandkoming van de rijksbrede analyse op het gebied van nationale veiligheid en de strategische aanpak die daarop volgt. Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.27 

De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen. De openbare lichamen ontvangen jaarlijks een bijzondere uitkering als bijdrage in de kosten van de organisatie van rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de brandweerzorg op grond van het Kostenbesluit Veiligheidswet BES.

De Minister heeft op basis van onder andere de Politiewet 2012 de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. In de komende jaren wordt het stelsel bewaken en beveiligen herzien tot het nieuwe stelsel beveiligen van personen. Met dit nieuwe stelsel krijgt de Minister ook de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van personen die ernstig bedreigd worden vanuit de fenomenen zware, ondermijnende criminaliteit, geradicaliseerde eenlingen, statelijke actoren en terrorisme.28 Het ministerie van JenV heeft middelen overgeheveld naar minDEF voor deze beveiligingstaken. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden.29 

C. Beleidswijzigingen

Verschillende nieuwe vormen van dreiging leggen een zware druk op de samenleving. Voorheen kwam de dreiging vooral vanuit jihadistisch terrorisme en statelijke actoren. De huidige dreiging komt ook steeds meer vanuit geradicaliseerde eenlingen en vanuit de georganiseerde criminaliteit die onze rechtsstaat ondermijnt. Dit heeft zijn weerslag op het stelsel bewaken en beveiligen. Personen die door hun werk in dienst staan van de (democratische) rechtsorde (zoals zittende en staande magistratuur, advocaten, journalisten, bestuurders en politici) moeten hun functie veilig en zonder vrees kunnen uitoefenen. Om ernstig bedreigde personen goed te kunnen beveiligen, wordt het stelsel bewaken en beveiligen vernieuwd. Dit in aanvulling op recente verbeteringen binnen het stelsel.30 Beoogd is dat een groot deel van de wijzigingen in 2024 gaat plaatsvinden, meest belangrijk:

  • Het gezag van het stelsel beveiligen van personen wordt eenduidig en op centraal niveau ingericht bij de NCTV. Hiertoe draagt het OM gefaseerd taken over aan de NCTV;

  • De inrichting van een informatie- en analysefunctie ten behoeve van het gezag, zodat dreigingsinschattingen en –analyses verbeteren. Ook de toegang tot informatie voor deze analysefunctie wordt verbeterd;

  • De uitvoering van het stelsel wordt zodanig georganiseerd, dat de politie en de KMar vanuit synergie en gelijkwaardigheid hun specialistische taken op het gebied van bewaken en beveiligen kunnen uitvoeren, effectief en efficiënt en waar nodig met betrokkenheid van andere (private) partijen;

  • Er komt een specifiek wettelijk kader voor het stelsel beveiligen van personen, waarin onder meer de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling wordt geregeld en de benodigde informatiedeling in het kader van bewaken beveiligen wordt voorgeschreven. Er worden kaders ontwikkeld die duidelijk maken wat verwacht mag worden van een te beveiligen persoon, van de werkgever van die persoon en van de overheid; 

  • Er komt onafhankelijk toezicht en een onafhankelijke adviesfunctie.

Recente crises onderstrepen het belang van een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de crisisbeheersing en brandweerzorg in Europees en Caribisch Nederland. Het kabinet heeft de contouren opgesteld van één samenhangend landelijk dekkend stelsel crisisbeheersing en brandweerzorg. De meerjarige landelijke agenda crisisbeheersing bundelt en richt de gezamenlijke ambities en activiteiten van ministeries, veiligheidsregio’s en andere betrokken publieke en private partners. In dat kader worden in 2024 aanzienlijke stappen gezet, waaronder in ieder geval het in consultatie geven van de eerste tranche van de voorziene wetswijziging en verbeteringen van de interregionale en landelijke samenwerking. Ten behoeve van de versterking van de crisisbeheersing is via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) een budget beschikbaar oplopend tot structureel € 83 mln. vanaf 2026.

In 2024 wordt de evaluatie van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) door het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) opgeleverd. Onderzocht wordt of de Wts voldoende toekomstbestendig is, gelet op de toepassingen in het verleden en gezien de veranderende verzekeringsmogelijkheden met betrekking tot de klimaatverandering. Daarnaast zal in kaart worden gebracht in hoeverre en hoe de werking van de Wts kan worden uitgebreid naar Caribisch Nederland, of dat er goede en uitlegbare redenen zijn om dat niet te doen.

Het kabinet werkt onder coördinatie van JenV aan een versterking van de aanpak ter bescherming van de vitale infrastructuur (de Aanpak vitaal). De implementatie van twee Europese richtlijnen die de digitale en fysieke weerbaarheid van de vitale processen versterken zijn hier een belangrijk onderdeel van: de herziening van de richtlijn netwerk- en informatiebeveiliging (de NIS2-richtlijn) en de richtlijn veerkrachtige kritieke entiteiten (de CER-richtlijn). Lidstaten hebben tot eind 2024 de tijd om de richtlijnen te implementeren.

Met de Nederlandse cybersecuritystrategie streeft het kabinet naar een digitaal veilig Nederland. Het kabinet investeert daarom in een beter zicht op dreiging en meer ICT-specialisten op de arbeidsmarkt. Het kabinet kiest voor een veilig digitaal ecosysteem waarin de verantwoordelijkheid voor veiligheid deels wordt verplaatst van de eindgebruiker naar overheid en specifieke sectoren. Deze herschikking van verantwoordelijkheden vergt uitbreiding van wettelijke regels en toezicht. De implementatie van bovenstaande Europese richtlijnen is ook hier relevant. Ook wordt in 2024 verder gewerkt aan de realisatie van één centrale cybersecurityorganisatie die, in samenwerking met publieke en private partners, publieke en private organisaties en burgers gaat voorzien van informatie over dreigende cyberincidenten, om hen in staat te stellen zich te beveiligen. De transitie naar deze vernieuwde nationale cybersecurityorganisatie is in 2026 afgerond.

De taak van het NCSC breidt uit door de implementatie van de herziene netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn. Ruim tienduizend organisaties in Nederland moeten na implementatie voldoen aan een zorg- en meldplicht. Hierdoor nemen de doelgroepen van het NCSC toe. Om de toegenomen werkzaamheden uit te kunnen voeren, en hiermee een grotere doelgroep te bedienen, wordt het NCSC gereorganiseerd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 36 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

448.939

373.156

485.021

546.470

543.435

545.783

545.769

         
 

Uitgaven

398.568

362.043

468.615

536.467

544.090

545.783

545.769

         

36.2

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

381.107

345.897

452.300

520.151

527.773

529.469

529.456

 

Bijdrage aan agentschappen

2.085

1.359

367

367

367

367

367

 

Overige bijdragen agentschappen

2.085

1.359

367

367

367

367

367

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

35.067

39.816

40.140

40.143

39.944

39.713

39.713

 

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

35.067

39.816

40.140

40.143

39.944

39.713

39.713

 

Bijdrage aan medeoverheden

239.301

268.423

348.694

421.541

429.163

425.044

425.033

 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR)

182.673

238.049

249.166

266.151

276.757

276.699

276.693

 

COVID-19

41.871

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdrage medeoverheden

14.757

30.374

99.528

155.390

152.406

148.345

148.340

 

Subsidies (regelingen)

7.247

5.277

5.009

5.009

5.009

5.006

5.006

 

Nederlands Rode Kruis

1.458

1.504

1.501

1.501

1.501

1.500

1.500

 

Nationaal Veiligheids Instituut (NVI)

760

893

635

635

635

634

634

 

Overige subsidies

5.029

2.880

2.873

2.873

2.873

2.872

2.872

 

Opdrachten

97.407

31.022

58.090

53.091

53.290

59.339

59.337

 

Crisiscommunicatie

4.182

5.161

5.149

5.149

5.348

5.569

5.569

 

NCSC

7.513

1.519

39.037

39.038

39.038

44.868

44.867

 

COVID-19

6.991

0

0

0

0

0

0

 

Regeling tegemoetkoming schade 2021

72.069

15.000

5.000

0

0

0

0

 

Overige opdrachten

6.652

9.342

8.904

8.904

8.904

8.902

8.901

36.3

Onderzoeksraad Voor Veiligheid

17.461

16.146

16.315

16.316

16.317

16.314

16.313

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

17.461

16.146

16.315

16.316

16.317

16.314

16.313

 

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

17.461

16.146

16.315

16.316

16.317

16.314

16.313

         
 

Ontvangsten

6.933

6.995

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 37 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 36
 

2024

Juridisch verplicht

68%

bestuurlijk gebonden

29%

beleidsmatig gereserveerd

3%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet veiligheidsregio’s (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage NIPV alsmede op een doorlopende subsidieregeling.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdragen aan agentschappen

Overige Bijdragen

De Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts). Het op dit instrument begrote bedrag betreft met name de paraatheidsvergoeding van de Regeling tegemoetkoming schade 2021.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

Het NIPV (voorheen genaamd: Instituut Fysieke Veiligheid) verricht taken op het terrein van brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing. Die taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-) materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Het NIPV ontvangt voor deze wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen NIPV een lumpsumbijdrage.31

Los van de bijdragen van JenV voor wettelijke taken en de incidentele bijdragen, verricht het NIPV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een bijdrage die wordt verleend aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. De bijdrage kan onder voorwaarden worden verleend. De wettelijke taken betreffen onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

De bijdragen met betrekking tot de gemeentelijke aanpak contraterrorisme in het kader van de versterking van de veiligheidsketen worden jaarlijks op dit instrument verantwoord. Ook de middelen met betrekking tot de verdere inrichting van de eenheid Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL) worden op dit instrument verantwoord.

Het stelsel Bewaken en Beveiligen is een belangrijk instrument in het beschermen van de democratische rechtsstaat en in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit. De komende jaren wordt het stelsel vernieuwd. Het stelsel moet eenduidiger, meer gericht op dreigingen en transparanter worden. Voor het versterken van de capaciteit en de vernieuwing van het stelsel zijn extra middelen beschikbaar gesteld.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing, het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut (NVI) concentreert zich op het beheer van het cultureel erfgoed betreffende politie, brandweer en crisisbeheersing. Over het exposeren van dat erfgoed vindt overleg plaats met betrokken partijen in genoemde sectoren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van de Kaderwet overige JenV-subsidies.

Opdrachten

Crisiscommunicatie

NL-Alert is het landelijk alarmeringssysteem voor het alarmeren en informeren van de bevolking bij rampen, crises en andere ernstige incidenten. De veiligheidsregio's alarmeren en informeren met dit systeem mensen over een acute crisis per mobiele telefoon (cell broadcast), apps, digitale vertrekborden en reclamezuilen, en andere kanalen. Hierbij kunnen aan burgers handelings­perspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het beheer en de doorontwikkeling van NL-Alert.

Onder «Crisiscommunicatie» valt tevens de bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van de Noodcommunicatievoorziening (NCV), waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid eveneens verantwoordelijk is. Het NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door overheid en hulpdiensten tijdens een ramp of crisis als het reguliere openbare telefoonnet overbelast raakt of uitvalt.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC heeft krachtens de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) diverse taken ter voorkoming of beperking van de uitval van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van de systemen van rijksoverheidsorganisaties en vitale aanbieders en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Is er sprake van een dreiging of een incident in netwerk- en informatiesystemen van vitale aanbieders of onderdelen van de rijksoverheid, dan is het NCSC het aangewezen Computer Security Incident Response Team (CSIRT), dat bijstand biedt tegen deze dreigingen of incidenten. Het NCSC heeft tevens tot taak vitale aanbieders en de rijksoverheid te informeren en te adviseren, en ten behoeve daarvan analyses te verrichten en technisch onderzoek te doen. Daarnaast informeert het NCSC bepaalde andere organisaties (bij ministeriële regeling aangewezen computercrisisteams, etc.) over voor hen relevante dreigingen en incidenten, voor zover deze informatie is verkregen in het kader van de taakuitoefening ten behoeve van Rijk en vitaal. Het NCSC is eveneens het nationaal centraal contactpunt met een operationeel coördinerende rol binnen de nationale crisisstructuur in geval van een ernstig ICT-incident of een ICT-crisis.

Regeling tegemoetkoming schade 2021

Het kabinet staat de door de overstromingen getroffen inwoners en organisaties in Limburg bij door inzet van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts). Om gedupeerden deels tegemoet te komen bij schade die niet redelijkerwijs verzekerbaar, niet verhaalbaar en niet vermijdbaar is, is onder de Wts de Regeling tegemoetkoming schade 2021 opgesteld.

De afhandeling van de schade als gevolg van de wateroverlast in juli 2021 kent uitloop naar latere jaren. RVO zet zich in voor een snelle en zorgvuldige afhandeling maar vanwege niet door RVO beïnvloedbare factoren vergt de afhandeling meer tijd dan voorzien.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV)

De OVV verricht op grond van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OVV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OVV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart).

3.6 Artikel 37. Migratie

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze in het voorstel van wet per artikel zijn opgenomen. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk bij de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.
A. Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Zij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

C. Beleidswijzigingen

Migratie heeft verschillende gunstige effecten, maar legt ook extra druk op terreinen zoals huisvesting en onderwijs. Om een goede balans te behouden, is grip op migratie noodzakelijk. Het migratiebeleid rust op twee pijlers: het verbeteren van legale migratie en het beperken van irreguliere migratie. Het beheer van de buitengrenzen wordt versterkt met de implementatie van het Europese raamwerk en publiek-private samenwerking. De aanpak van mensensmokkel wordt ook versterkt. Het beleid richt zich op kennismigratie en het aantrekken van internationaal talent. Er wordt gewerkt aan het oplossen van tekorten in de asielopvang, zowel door wetgeving als preventieve maatregelen en een harde aanpak van overlast en criminaliteit. Nederland streeft naar doeltreffende regulering van asielmigratie in EU-verband en bevordert migratiepartnerschappen met herkomst- en transitlanden. Er wordt ook gewerkt aan stabiele financiering van de migratieketen en nieuwe indicatoren om de activiteiten binnen de keten beter in beeld te brengen. Daarnaast wordt specifieke aandacht besteed aan de opvang en voorzieningen voor ontheemden uit Oekraïne, waarbij de focus verschuift naar langetermijnbeleid gericht op participatie en zelfredzaamheid.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 38 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

3.451.582

5.853.163

7.325.985

4.475.423

4.496.091

2.090.457

2.090.428

         
 

Uitgaven

3.328.706

7.010.063

7.325.985

4.475.423

4.496.091

2.090.457

2.090.428

         

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

3.307.038

6.981.136

7.299.196

4.448.303

4.468.210

2.062.582

2.062.554

 

Bijdrage aan agentschappen

600.235

886.347

844.144

737.948

739.587

640.194

640.183

 

IND

527.679

809.389

765.201

657.476

659.086

559.693

559.682

 

DJI - Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

72.556

76.958

78.943

80.472

80.501

80.501

80.501

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.688.558

2.788.825

3.158.949

3.631.061

3.648.447

1.340.798

1.340.784

 

COA

1.576.971

2.520.914

2.797.312

3.241.497

3.255.676

1.196.044

1.196.033

 

NIDOS - opvang

111.587

267.911

361.637

389.564

392.771

144.754

144.751

 

Bijdrage aan medeoverheden

953.838

3.002.706

3.040.512

0

0

0

0

 

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

935.090

2.970.306

3.038.112

0

0

0

0

 

Samenwerkingsverbanden asielketen

0

32.400

2.400

0

0

0

0

 

Overige bijdrage medeoverheden

18.748

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

42.433

54.729

48.304

16.912

16.912

16.909

16.907

 

Vluchtingenwerk Nederland (VWN)

14.264

17.394

12.366

12.366

12.366

12.364

12.363

 

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

26.922

33.052

31.392

0

0

0

0

 

International Organization for Migration (IOM)

0

2.640

2.634

2.634

2.634

2.634

2.633

 

Overige subsidies

1.247

1.643

1.912

1.912

1.912

1.911

1.911

 

Opdrachten

21.974

248.529

207.287

62.382

63.264

64.681

64.680

 

Programma Keteninformatisering

7.288

9.222

9.135

8.314

9.191

9.560

9.560

 

Versterking vreemdelingenketen

264

89.089

56.086

54.068

54.073

55.121

55.120

 

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

14.422

150.218

142.066

0

0

0

0

37.3

Terugkeer en bewaring vreemdelingen

21.668

28.927

26.789

27.120

27.881

27.875

27.874

 

Bijdrage aan agentschappen

8.124

8.924

8.467

8.560

7.167

7.165

7.165

 

DJI - Dienst vervoer en ondersteuning

8.124

8.924

8.467

8.560

7.167

7.165

7.165

 

Subsidies (regelingen)

6.333

9.655

9.633

9.633

10.171

10.169

10.168

 

REAN-regeling

4.931

6.266

6.252

6.252

6.641

6.640

6.639

 

Overige subsidies

1.402

3.389

3.381

3.381

3.530

3.529

3.529

 

Opdrachten

7.211

10.348

8.689

8.927

10.543

10.541

10.541

 

Vreemdelingen vertrek

7.211

10.348

8.689

8.927

10.543

10.541

10.541

         
 

Ontvangsten

142.161

26.832

12.826

12.826

13.826

13.826

13.826

         

Budgetflexibiliteit

Tabel 39 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 37
 

2024

Juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

Ten aanzien van de budgetflexibiliteit voor 2024 is 100% van de begrote bedragen juridisch verplicht. De bijdragen aan de IND, het COA, Nidos en Vluchtelingenwerk Nederland zijn juridisch verplicht evenals een groot gedeelte van de opdrachten die voortvloeien uit het programma van de keteninformatisering en de uitgaven voor de vervoersbewegingen van de vreemdelingen. Dit laatste als gevolg van een meerjarig convenant met het agentschap DJI.

E. Toelichting op de financiële instrumenten

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Deze begroting kent een forse toename in de benodigde middelen voor de migratieketen welke met name wordt veroorzaakt door een toenemende bezetting bij met name het COA en Nidos gebaseerd op het ramingsinstrument van de migratieketen, de Meerjaren Productie Prognose (MPP) en de situatie in de Oekraïne.

De nieuwe instroom in combinatie met de bestaande werkvoorraad bij de IND vraagt om een hogere inzet van de IND waarvoor meer capaciteit benodigd is. In deze begroting zijn de financiële effecten hiervan verwerkt. Tevens zorgt de huidige instroom er voor dat, in combinatie met de beperkte uitstroom van vergunninghouders naar gemeenten, de bezetting bij zowel COA als het Nidos zal toenemen in de komende jaren. De begroting is bijgesteld op deze verwachting. De benodigde middelen zijn in deze begroting t/m 2026 verwerkt.

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de instroom (asiel, regulier en naturalisatie) is een belangrijke bepalende factor voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen.

Tabel 40 Kengetallen aantallen in de vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen

Realisatie

Prognose

    
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Asiel

      

Asielinstroom

49.460

66.910

63.240

66.240

69.240

49.460

Overige instroom

4.670

3.710

3.940

4.190

4.430

4.670

Opvang COA

      

Instroom in de opvang

54.970

72.920

69.760

72.990

72.990

54.970

Uitstroom uit de opvang

40.340

53.270

43.680

44.380

44.380

40.340

Gemiddelde bezetting in de opvang

43.550

60.760

84.290

111.620

111.620

43.550

Toegang en toelating IND)

      

Instroom Machtiging tot voorlopig verblijf nareis

20.390

14.220

14.750

14.750

14.750

20.390

Instroom Verblijfsvergunning regulier

62.470

57.200

63.000

66.000

69.000

62.470

Instroom Toelating en Verblijf

82.490

75.780

81.140

81.140

81.140

82.490

Instroom Visa

1.000

2.100

2.300

2.400

2.500

1.000

Instroom Naturalisatie verzoeken

45.090

40.000

37.000

37.000

50.000

45.090

Streefwaarden Terugkeer (%)

      

Zelfstandig

43%

30%

30%

30%

30%

43%

Gedwongen

15%

20%

20%

20%

20%

15%

Zelfstandig zonder toezicht

42%

50%

50%

50%

50%

42%

Bronnen: INDIS/INDIGO, Maandrapportage COA, KMI en Meerjaren Productie Prognoses (MPP) Vreemdelingen

Begrotingsreserve Asiel en ODA-toerekening

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 201132. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 41 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve Asiel (x € 1 mln.)

Asielreserve

bedrag

Stand per 1/1/2023

9,13

Verwachte toevoegingen 2023

0

Verwachte onttrekkingen 2023

0

Verwachte stand per 1/1/2024

9,13

Verwachte toevoegingen 2024

0

Verwachte onttrekkingen 2024

0

Verwachte stand per 31/12/2024

9,13

De verwachte stand van de asielreserve op 1 januari 2024 is € 9,13 mln. In 2023 en 2024 worden er geen onttrekkingen of stortingen voorzien.

In de onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die vanuit de verschillende JenV onderdelen worden toegerekend aan de ODA in het kader van de eerstejaarsopvang asielzoekers uit DAC-landen (Het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO stelt deze lijst van landen samen). Onderstaande tabel is opgenomen naar aanleiding van een toezegging van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking33.

Tabel 42 ODA-aandeel Begroting JenV in kader van opvangkosten voor asielzoekers (x € 1.000)
 

bedrag

Bijdrage COA

1.198.324

Bijdrage Nidos

31.713

IND (tolken)

5.600

Rechtsbijstand

54.960

Vluchtelingenwerk Nederland

11.672

Totaal

1.302.269

Bijdragen aan agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De IND is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden.

De IND wordt voornamelijk bekostigd door de bijdrage van JenV en verder uit opbrengsten van leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor een reguliere verblijfsvergunning of verzoeken tot naturalisatie.

De bijdrage aan de IND is significant verhoogd tot en met 2026, omdat zij aanzienlijk meer werk heeft te verrichten. Zo zijn er hogere aantallen asielzoekers op wiens aanvraag de IND een beslissing dient te nemen, neemt het aantal aanvragen op het gebied van reguliere migratie toe en voert de IND extra werkzaamheden uit aan de (documentatie van) Oekraïense ontheemden.

De IND moet voor alle Oekraïners die in Nederland verblijven zorgen voor de juiste toelatingspapieren behorend bij hun status. Om deze extra kosten te dekken wordt het budget in 2023 en 2024 verhoogd met € 17,5 mln.

In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe het budget voor 2024 is verdeeld over de verschillende productgroepen van de IND.

Tabel 43 Bekostiging IND (bedragen x € 1.000)

Productgroep

bedrag

%

Asiel

401.962

48,6%

Regulier

228.644

27,6%

Naturalisatie

22.003

2,7%

Ketenondersteuning

8.001

1,0%

productie (pxq)

660.610

 

Lumpsum

157.500

19,0%

Specifiek (WaU, G&V, WOO)

9.752

1,1%

Totale bekostiging

827.862

100,0%

Leges

‒ 60.000

 

Bijdrage JenV

767.862

 
Tabel 44 Kengetallen IND doorlooptijden: percentage vreemdelingenzaken waarop binnen de wettelijke termijn is besloten
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Asiel

73%

90%

90%

90%

90%

90%

Regulier

86%

95%

95%

95%

95%

95%

Naturalisatie

95%

95%

95%

95%

95%

95%

In de agentschapsparagraaf van de IND vindt u verdere informatie.

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Samen met de ketenpartners in de migratieketen werkt DJI aan het (gedwongen) vertrek van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf in Nederland.De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, illegale vreemdelingen en drugskoeriers. De vreemdelingen verblijven op grond van een bestuursrechtelijke maatregel in een detentiecentrum.DJI draagt zorg voor de vreemdeling vanaf het moment dat een vreemdeling vanuit de politie, de Dienst Terugkeer & Vertrek of de Koninklijke Marechaussee is overgebracht naar een inrichting voor vreemdelingenbewaring dan wel grensdetentie van DJI. Het is de taak van DJI om vreemdelingen in de detentiecentra zo goed mogelijk te verzorgen, te ondersteunen bij voorbereiding van de terugkeer en hen beschikbaar te houden voor vertrek uit Nederland.Ten behoeve van gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s) is de Gesloten Gezinsvoorziening (GGV) te Zeist beschikbaar. Daarnaast werkt DJI steeds vaker samen met het COA, bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van asielzoekers in de handhaving- en toezichtlocatie (HTL).

In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie over vreemdelingenbewaring.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) draagt zorg voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. Het COA biedt vreemdelingen huisvesting, verstrekt middelen van bestaan en geeft begeleiding. Het opvangbeleid is gericht op de opvang van asielzoekers gedurende de asielprocedure. Daarnaast biedt het COA onderdak aan vreemdelingen die meewerken aan hun terugkeer en aan gezinnen met minderjarige kinderen die zijn uitgeprocedeerd.

De verwachte uitgaven voor het COA zijn vanaf 2024 jaarlijks fors verhoogd. Dit wordt veroorzaakt door de verwachte hogere instroom van asielzoekers en daarmee een toename van de bezetting bij het COA. Op basis van de MPP blijft de instroom in de komende jaren toenemen. Het COA heeft meerjarige zekerheid nodig in beschikbare middelen en minder afhankelijkheid van (crisis)noodopvang. Het COA kan vanaf 2023 toegroeien naar een vaste capaciteit van 41.000 en de daarbij behorende stabiele financiering.

Tabel 45 Bekostiging COA

kostencategorie

Aandeel

Personeel

20%

Materieel en Regelingen

70%

Rente en afschrijving

2%

Gezondheidszorg

8%

Totaal

100%

Tabel 46 Prestatie-indicator Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (in maanden)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,6

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

9,7

9,0

9,0

9,0

9,0

9,0

Stichting Nidos

Stichting Nidos is op grond van het Burgerlijk Wetboek aangewezen als instantie die belast is met de (tijdelijke) voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’s). In het verlengde hiervan verzorgt Nidos ook de opvang voor een deel van de AMV’s. Deze ziet in beginsel op kinderen die bij aankomst jonger dan 15 jaar zijn. Daarnaast vangt Nidos sinds 2016 AMV’s op die een verblijfstatus hebben gekregen. Een andere kerntaak voor Nidos is om door middel van de maatregel van ondertoezichtstelling (OTS) de opvoedsituatie te verbeteren van minderjarige vreemdelingen die met hun ouders in Nederland zijn. In het algemeen begeleidt de voogd een AMV tot deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is herenigd met zijn/haar ouders of tot het moment dat een jongere terugkeert naar het land van herkomst. AMV’s van 15 jaar en ouder worden tijdens de asielprocedure en na een afwijzing opgevangen door het COA. Voorts verzorgt Nidos de opvang en begeleiding voor (ex-)AMV’s tussen 18 en 21 jaar oud die nog niet voldoende in staat zijn zelfstandig in Nederland te wonen, werken en leven.

De subsidie aan Nidos bestaat uit begeleidingskosten (voogdij, jeugdbescherming en begeleiding) en verzorgingskosten (met name opvang). Deze subsidie wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor voogdij gerelateerd aan het aantal AMV’s onder begeleiding van Nidos en voor verzorging aan het aantal opgevangen AMV’s. Het aantal AMV’s onder begeleiding en in de opvang is afhankelijk van de in- en uitstroom van AMV’s (uitstroom bijvoorbeeld als gevolg van gezinshereniging) en het bereiken van de leeftijd van 18 jaar van de AMV’s.

Nidos begeleidt, net als AMV's in het asielproces, alleenstaande minderjarigen uit Oekraïne. Door de hogere instroom van AMV’s maakt Nidos meer kosten, daarom wordt het budget in 2023 en in 2024 verhoogd met € 5 mln.

Het hieronder gehanteerde normbedrag voor verzorgingskosten is afhankelijk van de verdeling over de verschillende opvang vormen (pleeggezin, woongroep of wooneenheid). Deze is geraamd op basis van de verwachte opbouw van de AMV-populatie. Afrekening vindt jaarlijks plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor opvang.

Tabel 47 Kengetal instroom en bezetting AMV’s
 

2023

2024

Instroom AMV’s

7.692

6.460

Aantal pupillen onder Nidos begeleiding

4.324

10.170

Tabel 48 Kosten AMV's (bedragen * € 1)
 

2023

2024

Begeleidingskosten per AMV

9.059

9.512

Verzorgingskosten per AMV

26.971

33.546

Instroomteam (organiseren initiële begeleiding en opvang)

7.260

7.623

Bijdragen medeoverheden

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

Door de Russische invasie van Oekraïne zijn miljoenen Oekraïners ontheemd geraakt. Sinds de invasie is een groot aantal vluchtelingen naar Nederland gekomen. Het realiseren van voldoende opvanglocaties van voldoende kwaliteit is een taak van de gemeenten.

  • Gemeenten krijgen conform de Bekostigingsregeling opvangontheemden Oekraïne een vergoeding voor het realiseren en exploiteren van plekken in de gemeentelijke en de particuliere opvang voor ontheemden uit Oekraïne

  • De veiligheidsregio's spelen een belangrijke rol bij de coördinatie van de opvang van ontheemden uit Oekraïne en zorgen voor de eerste opvang bij aankomst in Nederland. Daartoe worden zij bekostigd via het Bekostigingsbesluit eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio's. 

  • In 2023 wordt het budget geraamd op € 2,6 en in 2024 op € 3,1 mld.

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VWN zet zich, op basis van de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens, in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van en geven van voorlichting aan vluchtelingen en asielzoekers. De subsidie aan VWN is bedoeld om voorlichting over de asielprocedure te geven en is deels gerelateerd aan de bezetting op de COA locaties.

Het grootste deel van de kosten is toe te rekenen aan het proces toelating in de vorm van rechtsbescherming, toekomstoriëntatie, gezinshereniging en ondersteunen met tolken waarvan de noodzaak vooral bepaald wordt door de herkomst van asielzoekers (circa 88%). Daarnaast zijn er kosten die toegerekend kunnen worden aan de steunfunctie van VWN, zoals Vluchtweb, de Helpdesk asiel en opleiding en training van medewerkers VWN (circa 12%).

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

Bij de opvang van ontheemden uit Oekraïne wordt gebruik gemaakt van dediensten van NGO's (non-gouvernementele organisatie) die daarvoor een subsidie ontvangen. Het betreft onder andere VWN (Vluchtelingenwerk Nederland), het Rode Kruis en RefugeeHomeNL. Het budget wordt in 2024 geraamd op € 36 mln.

Opdrachten

Keteninformatisering

Het budget Keteninformatisering is bestemd voor het beheer en de reguliere doorontwikkeling van de centrale ketenvoorzieningen die gebruikt worden voor digitale informatie uitwisseling in de Migratieketen zoals de Basisvoorziening Vreemdelingenketen (BVV), SIGMA en de Terugmeldvoorziening Migratieketen (TMK).

Versterking vreemdelingenketen

In 2024 worden vanuit dit budget diverse kleinere opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstelligen.

Er is op dit budget € 30 mln bijgeboekt; € 15 mln. voor het dossier overlastgevende asielzoekers om de aanpak tegen overlastgevende asielzoekers uit te breiden en daarbij meer langjarig vorm te geven. Overlast door asielzoekers heeft een negatief effect op omwonenden en ondermijnt het draagvlak voor asielopvang. Met deze middelen wordt structureel ingezet op het aanpakken van criminaliteit. Daarnaast is € 15 mln. bestemd voor de aparte opvanglocaties voor kansarme asielaanvragers. Er komen verschillende opvanglocaties voor asielzoekers met een kansarme aanvraag met als doel deze aanvragen versneld af te handelen en de instroom van kansarme asielzoekers en Dublinners te ontmoedigen. Verder is op dit budget € 6,5 mln. bijgeboekt voor de aanpak van mensensmokkel en € 6.7 mln. voor Frontex.

Nationaal Programma Oekraïense Vluchtelingen

  • De belangrijkste opdrachten onder deze post zijn Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne (KCIO) en de Regeling Medische Zorg Ontheemden (RMO).

  • Het KCIO verzorgt het verzamelen en inzichtelijk maken van de informatie van veiligheidsregio's en gemeenten over de beschikbare plekken en bezetting in de gemeentelijke opvang en de particuliere opvang. De kosten worden in 2024 geraamd op € 7 mln.

  • De zorg van ontheemden uit Oekraïne is geregeld via de RMO. De geschatte kosten voor 2024 bedragen € 219 mln.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen

De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) van DJI in voor het vervoer van vreemdelingen die geen recht op verblijf meer hebben in Nederland, bijvoorbeeld voor het vervoer naar ambassades in het kader van een terugkeertraject, evenals vervoer naar luchthavens.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer en herintegratie wordt ondersteund.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeerondersteuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. Daarnaast wordt via het REAN-programma aan een specifieke groep vreemdelingen herintegratieondersteuning aangeboden in het land van herkomst. De IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Niet-gouvernementele organisaties in Nederland voeren op grond van de «Subsidieregeling ondersteuning zelfstandig vertrek 2019» projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of te beëindigen door hun zelfstandig vertrek uit Nederland te ondersteunen. De nadruk ligt op activiteiten die erop gericht zijn vertrekplichtige vreemdelingen te bewegen tot zelfstandig vertrek uit Nederland. Daarnaast beoogt de subsidieregeling gemeenschapsonderdanen die de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, die het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie, te ondersteunen bij terugkeer. Daarnaast worden incidentele pilot projecten gericht op het vertrek van vreemdelingen gesubsidieerd.

Opdrachten

Vertrek Vreemdelingen

Als professionele terugkeerorganisatie voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) het terugkeerbeleid uit. De DT&V regisseert met behulp van casemanagement het vertrek van vreemdelingen die geen recht hebben op verblijf in Nederland. Uitgangspunt is dat de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling voorop staat. Bij vertrek kan de vreemdeling ondersteuning krijgen van de Nederlandse overheid. Pas wanneer de vreemdeling niet zelfstandig vertrekt en geen hulp aanvaardt van de DT&V of een andere organisatie, gaat de DT&V over tot gedwongen vertrek. Criminele, illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen worden zoveel mogelijk Nederland uitgezet vanuit de strafrechtelijke detentie. Zo levert de DT&V een bijdrage aan de veiligheid, het maatschappelijk evenwicht en aan het draagvlak voor het Nederlandse toelatingsbeleid.

Ontvangsten

De geraamde ontvangsten van € 12 mln. bestaan uit een ontvangst van € 6 mln. van Eurostar als vergoeding voor de grenscontrole in Nederland en daarnaast uit diverse kleinere ontvangsten.

4. Niet-beleidsartikelen

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op de niet-beleidsartikelen en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Het aandeel hiervan is 3,1%. Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op deze artikelen nader zijn verdeeld naar de drie niet-beleidsartikelen. In de tekst naast deze staafdiagram staat onder elkaar vermeld: Overig Justitie en Veiligheid:  18994 mln; 91.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement:  539 mln; 92.1 Nog onverdeeld:  71 mln; 93.1 Geheim:  3 mln.

4.1 Artikel 91. Apparaat kerndepartement

Op dit artikel worden de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid weergegeven. Het betreft hier de verplichtingen en uitgaven voor zowel personeel (waaronder ambtelijk personeel en inhuur externen) als materieel (waaronder ICT-uitgaven en SSO’s).

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 49 Budgettaire gevolgen artikel 91 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

591.609

564.869

570.125

553.496

545.938

542.632

542.568

         
 

Uitgaven

547.264

566.200

570.125

553.496

545.938

542.632

542.568

         

91.1

Apparaatsuitgaven kerndepartement

547.264

566.200

570.125

553.496

545.938

542.632

542.568

 

Personele uitgaven

386.032

341.180

376.296

370.801

367.733

367.308

367.236

 

Eigen personeel

323.479

289.033

338.278

336.286

333.548

333.139

333.067

 

Externe inhuur

62.553

50.937

36.779

33.272

32.245

32.231

32.231

 

Overig personeel

0

1.210

1.239

1.243

1.940

1.938

1.938

 

Materiële uitgaven

161.232

225.020

193.829

182.695

178.205

175.324

175.332

 

ICT

35.634

42.372

41.716

39.925

38.207

35.380

35.379

 

SSO's

79.942

103.170

100.862

95.488

94.557

94.511

94.510

 

Overig materieel

45.656

79.478

51.251

47.282

45.441

45.433

45.443

         
 

Ontvangsten

9.613

4.406

4.406

4.406

4.406

4.406

4.406

         

Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere uitgaven in het jaar 2023 ten opzichte van het jaar 2022 en verder wordt voornamelijk veroorzaakt door:

  • De loon- en prijsbijstelling tranche 2023-2028 waarvan € 29,8 mln. in 2023 aflopend naar € 29,2 mln. vanaf 2027

  • In verband met de Rijksbrede dekkingsopgave wordt op de JenV-begroting een taakstelling op de apparaatsuitgaven ingeboekt.

  • Geoormerkt geld dat enkel gebruikt kan worden voor Informatiehuishouding (IHH). Door vertraging in projecten is € 8 mln. aan budget doorgeschoven naar 2023.

  • Middelen, ad € 10 mln. voor Parlementaire Enquête Covid-19

  • Een schikking van € 8 mln. met Stichting Thuiskopie.

  • Het budget apparaatsuitgaven wordt verhoogd met € 7,4 mln. in 2023 en voor € 14,2 mln. in 2024 voor eigen personeel, externe inhuur en overig materieel ten behoeve van Oekraïne

  • De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft vanuit het coalitieakkoord structureel budget ontvangen voor Cybersecurity. Voor 2023 betreft dit € 12,8 mln. aan apparaatsuitgaven. Deze middelen worden verstrekt aan het NCSC om uitvoering te geven aan de door de NCTV verstrekte opdracht. Dit houdt onder andere in dat er gewerkt wordt aan stelselverandering (Netwerk en Informatiebeveiliging (NIB)/Critical Entities Resilience (CER)-wetgeving), NCSC Next, toekomstvaste Informatie Voorziening (IV).

  • De NCTV verstrekt als opdrachtgever jaarlijks € 8,2 mln. voor apparaatsuitgaven aan NCSC voor het uitvoeren van aanvullende opdrachten. Zo wordt onder andere gewerkt aan toekomstvaste IV en het verhogen van weerbaarheid middels de Nationaal Detectie Netwerk (NDN).

  • Het kabinet heeft besloten de extra besparing van € 100 miljoen euro in 2024 voor Jeugdzorg door gemeenten te laten vervallen, JenV hevelt hiertoe € 10 miljoen over naar de begroting van VWS.

  • In verband met de Rijksbrede dekkingsopgave wordt het budget op het onderdeel formatie en huisvesting meerjarig neerwaarts bijgesteld. In 2023 met € 2 mln., € 5 mln. in 2024 en vanaf 2025 € 10 mln. structureel.

  • € 5,5 mln. structureel voor de activiteiten van de JenV-brede werkagenda Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)/Werk aan Uitvoering (WAU)

  • Er vindt een budgetbijstelling van € 8,2 mln. plaats voor bij Voorjaarsnota uitgekeerde middelen die in 2023 niet meer tot besteding kunnen komen.

  • Uit de begroting is in totaal € 7,4 mln. structureel vrijgemaakt voor het Bureau Internationaal Migratiebeleid (€ 6,8 mln.) en € 0,6 mln. voor de KMar.

  • O&P Rijk|P-Direkt levert producten en diensten op het vlak van HR en ICT binnen de Rijksoverheid. Op grond van de telling van individuele Arbeidsrelaties (IAR’s) JenV wordt € 5,1 mln. verrekend met het ministerie van BZK.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten

De Minister van JenV is verantwoordelijk voor zeven agentschappen. In de onderstaande tabel zijn de totale apparaatskosten van deze agentschappen weergegeven. Deze worden verder uitgesplitst en toegelicht in de agentschapsparagraaf. Onderstaande tabel geeft ook de totale apparaatsuitgaven voor het kerndepartement en de grote uitvoeringsorganisaties weer. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de apparaatsuitgaven van de ZBO’s en RWT’s. Alle begrotingsgefinancierde ZBO’s en RWT’s zijn in het overzicht opgenomen.

Tabel 50 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

2.621.447

2.793.903

2.844.878

2.906.525

2.884.131

2.838.973

2.808.136

Kerndepartement

547.264

566.200

570.125

553.496

545.938

542.632

542.568

Openbaar Ministerie

671.324

748.992

763.220

792.633

790.918

789.664

760.234

Raad voor de rechtspraak

1.147.872

1.210.289

1.248.862

1.299.788

1.286.735

1.246.384

1.245.259

Raad voor de Kinderbescherming

217.419

230.874

225.666

224.369

224.196

224.115

224.109

Hoge Raad

37.568

37.548

37.005

36.239

36.344

36.178

35.966

        

Totaal apparaatskosten Agentschappen

2.291.895

2.745.832

2.836.533

2.719.294

2.743.279

2.685.171

2.684.805

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.482.837

1.686.579

1.752.009

1.762.118

1.785.654

1.789.561

1.789.561

Immigratie en Naturalisatiedienst

532.580

708.041

740.458

625.444

626.683

567.643

567.632

Centraal Justitieel Incasso Bureau

153.858

207.649

198.145

191.794

190.610

187.656

187.812

Nederlands Forensisch Instituut

70.955

84.921

82.995

81.147

81.200

81.396

80.885

Dienst Justis

51.665

58.642

62.926

58.791

59.132

58.915

58.915

Justitiële Informatiedienst

0

76.034

77.070

75.926

74.771

73.604

71.425

Justitiële ICT organisatie

0

141.677

159.645

158.122

155.742

153.362

153.362

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's1

7.917.080

8.575.835

8.863.489

8.979.543

8.995.335

8.334.130

8.334.056

Politie

7.087.318

7.269.005

7.465.586

7.449.949

7.460.213

7.433.931

7.433.244

Politieacademie

3.211

3.347

3.394

3.350

3.350

3.349

3.349

Raad voor Rechtsbijstand

28.388

30.957

30.859

30.896

30.894

30.889

30.888

Bureau Financieel Toezicht

8.535

9.492

9.936

9.937

9.937

9.934

9.934

Autoriteit Persoonsgegevens

29.020

36.361

40.121

43.155

43.790

43.780

43.779

College voor de Rechten van de Mens

10.233

10.596

10.284

10.285

10.283

10.281

10.027

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

1.192

1.192

1.251

1.251

1.251

1.251

1.251

College Gerechtelijk Deskundigen

2.012

2.252

2.174

2.173

2.157

2.152

2.152

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

5.127

5.321

5.127

5.127

5.127

5.126

5.126

Raad voor de rechtshandhaving

235

270

270

270

270

270

270

Bijdrage medeoverheden

       

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

* Reclassering Nederland

167.669

181.556

172.846

172.186

171.542

171.106

171.240

* Leger des Heils

25.258

27.370

27.069

27.028

26.992

27.014

27.037

* Stichting Verslavingsreclassering GGZ

82.270

89.484

88.858

88.746

88.649

88.727

88.795

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

13.740

18.884

9.959

9.903

9.900

9.897

9.896

Slachtofferhulp Nederland

41.487

48.803

52.064

53.220

54.436

55.077

55.588

LBIO

2.929

6.327

3.642

3.642

3.643

3.641

3.641

Halt

10.820

13.583

13.236

12.839

12.668

12.647

12.782

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

35.067

39.816

40.140

40.143

39.944

39.713

39.713

Onderzoeksraad voor Veiligheid

17.461

16.146

16.315

16.316

16.317

16.314

16.313

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) [1]

302.582

680.685

756.192

876.143

879.976

323.323

323.323

Stichting Nidos [1]

42.526

84.388

114.166

122.984

123.996

45.708

45.708

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Het COA en stichting Nidos zijn de enige ZBO’s waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in programma- en apparaatskosten

C. Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal

Onderstaand worden de apparaatsuitgaven van het kerndepartement in tabelvorm waar mogelijk onderverdeeld naar Directoraat Generaal.

Tabel 51 Apparaatsuitgaven 2024 per DG (bedragen x € 1.000)

organisatieonderdeel

bedrag

DG Migratie

112.592

DG Politie en Veiligheidsregio´s

21.944

DG Rechtspleging en Rechtshandhaving

55.292

DG Straffen en Beschermen

36.018

NCTV

62.234

Inspectie JenV

14.877

Programma DG's

13.419

SG en pSG cluster

253.749

Totaal Apparaat

570.125

Inspectie JenV

Op artikel 91 worden ook de uitgaven voor de Inspectie JenVverantwoord.

Het werkprogramma wordt separaat aan het parlement aangeboden. De Inspectie JenV kent onder gezag van de Inspecteur-Generaal, de volgende indeling in toezichtgebieden en een beheerdirectie:

  • Directie Beschermen, Straffen en Handhaving (BSH);

  • Directie Politie, Security en Crisisbeheersing (PSenC);

  • Directie Strategie, Kwaliteit en Bedrijfsvoering (SKenB).

Met deze indeling wordt een substantieel deel van de taakuitvoering door JenV-uitvoeringsorganisaties gedekt met toezicht om zo de kwaliteit van de taakuitvoering en de naleving van regels en normen inzichtelijk te maken. Met haar toezicht kijkt de Inspectie JenV periodiek naar het functioneren van organisaties en de ketens en netwerken waarin zij samenwerken. Zo ontstaat een breed en evenwichtig inzicht in de (uit)werking van de maatschappelijke opgaven van JenV: een weerbare samenleving, bescherming en perspectief waaronder een rechtvaardig migratiebeleid en een veilige samenleving. De Inspectie benoemt daarbij leerpunten, formuleert aanbevelingen en signaleert kansen en risico’s.

De Inspectie heeft in februari 2021 haar strategische koers uitgebracht voor de periode 2021-2024.

4.2 Artikel 92. Nog onverdeeld

De grondslag voor het in de begroting opnemen van het niet-beleidsartikel «Nog onverdeeld» staat in artikel 2, lid 7 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW). Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het tijdelijk «parkeren» van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen.

Tabel 52 Budgettaire gevolgen artikel 92 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

0

76.390

264.249

24.111

26.302

32.141

54.187

         
 

Uitgaven

0

76.390

264.249

24.111

26.302

32.141

54.187

         

92.1

Nog onverdeeld

0

76.390

264.249

24.111

26.302

32.141

54.187

 

Nog te verdelen

0

76.390

264.249

24.111

26.302

32.141

54.187

 

Nog onverdeeld

0

76.390

264.249

24.111

26.302

32.141

54.187

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

Op artikel 92 staan diverse bedragen die op een later moment worden toebedeeld aan de beleidsartikelen.

4.3 Artikel 93. Geheim

De grondslag voor het in de begroting opnemen van geheime uitgaven staat in artikel 2, lid 8 van de Comptabiliteitswet 2016 (CW).

Tabel 53 Budgettaire gevolgen artikel 93 Geheim (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Art.

Verplichtingen

3.090

3.464

3.456

3.456

3.456

3.455

3.455

         
 

Uitgaven

3.090

3.464

3.456

3.456

3.456

3.455

3.455

         

93.1

Geheim

3.090

3.464

3.456

3.456

3.456

3.455

3.455

 

Geheim

3.090

3.464

3.456

3.456

3.456

3.455

3.455

 

Geheim

3.090

3.464

3.456

3.456

3.456

3.455

3.455

         
 

Ontvangsten

53

0

0

0

0

0

0

         

5. Begroting agentschappen

5.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk bestaan op te bouwen.

Tabel 54 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

2.716.857

2.790.856

3.169.327

3.251.179

3.323.995

3.350.459

3.349.350

waarvan omzet moederdepartement

2.626.530

2.951.195

3.083.327

3.165.179

3.237.995

3.264.459

3.263.350

waarvan omzet overige departementen

11.430

4.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

waarvan omzet derden

78.897

66.000

76.000

76.000

76.000

76.000

76.000

Rentebaten

2.235

0

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Vrijval voorzieningen

2.760

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

17.686

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

2.739.538

3.021.195

3.184.327

3.266.179

3.338.995

3.365.459

3.364.350

        

Lasten

       

Apparaatskosten

1.482.837

1.686.579

1.752.009

1.762.118

1.785.653

1.789.561

1.789.561

- Personele kosten

1.267.569

1.502.430

1.545.337

1.557.040

1.579.095

1.583.446

1.583.446

waarvan eigen personeel

1.082.538

1.290.742

1.295.337

1.307.040

1.329.095

1.333.446

1.333.446

waarvan inhuur externen

115.309

126.688

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

waarvan overige personele kosten

69.722

85.000

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

- Materiële kosten

215.268

184.149

206.672

205.078

206.559

206.115

206.115

waarvan apparaat ICT

125.040

114.149

121.672

120.078

121.558

121.115

121.115

waarvan bijdrage aan SSO's

33.793

30.000

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

waarvan overige materiële kosten

56.435

40.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Materiële programmakosten

1.189.805

1.350.998

1.385.618

1.457.361

1.506.642

1.529.198

1.528.089

Afschrijvingskosten

6.639

4.000

6.700

6.700

6.700

6.700

6.700

- Materieel

6.298

3.500

6.500

6.500

6.500

6.500

6.500

- Immaterieel

341

500

200

200

200

200

200

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

33.124

33.550

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

waarvan dotaties voorzieningen

33.124

33.550

35.000

35.000

35.000

35.000

35.000

waarvan bijzondere lasten

5.031

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal lasten

2.717.436

3.075.126

3.184.327

3.266.179

3.338.995

3.365.459

3.364.350

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

22.102

‒ 53.931

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

22.102

‒ 53.931

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten34

Baten

Omzet moederdepartementDe omzet moederdepartement is gebaseerd op de huidige kostprijzen en de opgenomen productieaantallen (zie onderdeel doelmatigheidsindicatoren). Ook de uit te voeren projecten vormen een onderdeel van de omzet moederdepartement. Daarnaast ontvangt DJI een bijdrage voor de capaciteit in Caribisch Nederland. Onder de omzet moederdepartement is verder ook de ondersteunende dienstverlening aan overige JenV-onderdelen zoals de Raad voor de Kinderbescherming en de IND opgenomen.

RentebatenOp basis van liquiditeitspositie van DJI en de stijgende rentestand worden er voor aankomende jaren weer rentebaten verwacht.

Tabel 55 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1 mln.)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omzet moederdepartement

2.629,2

2.945,0

3.083,3

3.165,2

3.238,0

3.264,5

3.263,4

        

waarvan p*q

2.502,2

2.905,0

2.992,6

3.041,1

3.115,9

3.144,8

3.145,1

Intramurale sanctiecapaciteit (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

1.238,5

1.398,0

1.443,0

1.455,7

1.522,6

1.544,7

1.545,5

Extramurale sanctiecapaciteit

6,3

2,4

1,8

1,8

1,2

1,2

1,2

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GW (PPC)

150,3

180,3

192,6

194,5

198,7

199,6

198,9

FPC's / forensische zorg

375,9

456,2

472,5

507,2

508,4

509,6

510,2

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ-instellingen

373,6

433,2

427,5

417,1

412,8

415,1

414,9

Inkoop ambulante forensische zorg

130,1

157,3

161,0

164,5

164,6

165,0

165,0

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

66,7

75,9

77,0

77,5

78,9

79,2

78,6

Justitiele jeugdplaatsen (inclusief reserve en in stand te houden capaciteit)

160,7

201,8

217,3

222,8

228,7

230,5

230,9

        

waarvan overige bijdragen

76,5

17,0

67,7

101,0

99,1

96,6

95,3

Capaciteit Caribisch Nederland (BES)

14,3

14,6

15,4

16,8

16,7

16,8

16,6

Coronakosten

9,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Vlissingen

0,0

0,0

0,0

33,5

31,6

31,6

31,6

SBF

0,0

0,0

34,4

34,4

34,4

34,4

34,4

vreemdelingen veldzicht

0,0

0,0

8,7

8,7

8,7

8,7

8,7

Frictiekosten

0,0

0,0

9,2

7,7

7,7

5,2

4,0

Overige niet bij p*q inbegrepen

53,1

2,4

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

        

waarvan overige ontvangsten

50,4

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

Overige ontvangsten uit dienstverlening aan JenV

50,4

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

23,0

X Noot
1

Voor het jaar 2022 betreft dit een overzicht gebaseerd op de gerealiseerde kostprijzen.

Omzet derdenDe omzet derden is opgebouwd uit de volgende componenten:

  • Arbeid: De (bruto-) opbrengsten uit de (als regimeactiviteit) verrichte arbeid zoals die in de rijksinrichtingen plaatsvindt voor derden. Aan externe opdrachtgevers wordt geleverd tegen marktprijzen. Daarnaast betreft dit de opbrengst van de winkels ten behoeve van de gedetineerden.

  • Overig: onder andere de externe dienstverlening (waaronder bijzondere bijstand en ondersteuning van de DV&O), de exploitatievergoeding voor de VN-bewaring, Kosovo Specialist Chambers (KSC), het Internationaal Strafhof en de opbrengst ESF-subsidies.

Tabel 56 Overzicht omzet derden (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Arbeid

25.773

25.000

26.000

26.000

26.000

26.000

26.000

Overige opbrengsten

53.124

41.000

50.000

50.000

50.000

50.000

50.000

Totaal omzet derden

78.897

66.000

76.000

76.000

76.000

76.000

76.000

Lasten

Personele kostenDe totale personele kosten van het ambtelijk personeel DJI bestaan uit de kosten van ambtelijk personeel op basis van de gemiddelde loonsom zoals gepresenteerd in onderstaande tabel, aangevuld met de overige personeelskosten (o.a. opleidingskosten en reiskosten woon-werkverkeer).

Externe inhuurDJI maakt o.a. gebruik van inhuur van beveiligingspersoneel, inhuur van ICT-deskundigen en medisch personeel.

Tabel 57 Kosten ambtelijk personeel (Bedragen x € 1.000)1
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel

       

Kosten

1.082.538

1.290.742

1.295.337

1.307.040

1.329.095

1.333.446

1.333.446

Aantal fte

15.397

17.206

17.267

17.423

17.717

17.775

17.775

        

Externe inhuur

       

Kosten

115.309

126.688

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

        

Overige personeelskosten

69.722

85.000

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

        

Totale kosten

1.267.569

1.502.430

1.545.337

1.557.040

1.579.095

1.583.446

1.583.446

X Noot
1

voor het uitvoeringsjaar 2023 betreft dit een overzicht op basis van de geactualiseerde stand

Materiële kosten

Onder deze post zijn de materiële kosten opgenomen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van DJI. Dit betreft met name exploitatiekosten en bureaukosten. Verder vallen onder deze post ook de bijdragen aan verschillende Rijksdiensten (shared service organisaties) voor onder andere de huisvesting van het hoofdkantoor DJI, landelijke (ondersteunende) diensten en diverse interne diensten (shared service center) van DJI. De post materiële kosten; waarvan apparaat ICT betreft de bijdrage van DJI aan het baten-lastenagentschap de Justitiële ICT Organisatie.

Als onderdeel van de post materiële kosten zijn ook de materiële programmakosten opgenomen die samenhangen met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen.

Tabel 58 Materiële programmakosten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Financiering particuliere Jeugdinrichtingen

68.663

75.000

80.000

80.000

80.000

80.000

80.000

Inkoop forensische zorg

771.944

900.000

915.000

965.000

965.000

965.000

965.000

Overige subsidies

3.467

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

Gebruiksvergoedingen RVB

107.610

156.000

175.000

190.000

226.000

241.000

242.000

Overige huisvestingskosten

84.641

85.000

85.000

85.000

85.000

85.000

85.000

Kosten Justitieel Ingeslotenen (Rijksinrichtingen)

93.428

85.000

90.000

90.000

90.000

90.000

90.000

Materiele kosten arbeid justitiabelen

30.505

35.000

33.000

33.000

33.000

33.000

33.000

Kosten arrestanten politiebureaus

1.145

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Overige exploitatiekosten

28.402

7.998

618

7.361

20.642

28.198

26.089

Totaal

1.189.805

1.350.998

1.385.618

1.457.361

1.506.642

1.529.198

1.528.089

Afschrijvingskosten

De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Overige lasten

De jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen hebben voornamelijk betrekking op dotaties in het kader van de kosten substantieel bezwarende functies (SBF).

Tabel 59 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

299.637

666.409

642.409

618.409

594.409

570.409

546.409

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

3.201.589

3.021.195

3.169.327

3.251.179

3.323.995

3.350.459

3.349.350

 

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 2.941.631

‒ 3.090.126

‒ 3.184.327

‒ 3.266.179

‒ 3.338.995

‒ 3.365.459

‒ 3.364.350

 

Totaal operationele kasstroom

259.958

‒ 68.931

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

‒ 15.000

3

– /– totaal investeringen

‒ 8.879

‒ 12.000

‒ 12.000

‒ 12.000

‒ 12.000

‒ 12.000

‒ 12.000

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

36.252

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

 

Totaal investeringsstroom

27.373

‒ 9.000

‒ 9.000

‒ 9.000

‒ 9.000

‒ 9.000

‒ 9.000

4

– /– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

79.440

53.931

 

– /– aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

 

Totaal financieringskasstroom

79.440

53.931

0

0

0

0

0

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

666.409

642.409

618.409

594.409

570.409

546.409

522.409

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

In het kasstroomoverzicht zijn financieringsafspraken met het moederdepartement verwerkt.

Investeringskasstroom

Het betreffen hier de voorgenomen investeringen die worden gepleegd in de materiële vaste activa. In hoofdzaak betreft het investeringen in inventaris.

Financieringskasstroom

De bedragen in 2022 en 2023 hebben onder andere betrekking op een vermogensmutatie ten behoeve van kosten voor substantieel bezwarende functies (SBF). Daarnaast heeft in 2022 een aanzuivering plaats gevonden van het eigen vermogen van DJI.

Doelmatigheid

Tabel 60 Overzicht Doelmatigheidsindicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Saldo baten en lasten als % totale baten

0,81%

      
        

Gevangeniswezen

       

Operationele capaciteit

9.736

9.912

9.804

9.798

9.793

9.793

9.793

Gemiddelde prijs per plaats per dag

345

385

401

405

424

430

430

Omzet (x € 1 mln.)

1.224,8

1.391,4

1.435,6

1.448,1

1.514,1

1.535,6

1.536,5

        

Extramurale sanctiecapaciteit

338

100

75

75

50

50

50

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

51

65

65

65

65

65

65

Omzet (x € 1 mln.)

6,3

2,4

1,8

1,8

1,2

1,2

1,2

        

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

       

Operationele capaciteit:

       

– vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

32

32

32

32

32

32

32

– vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

536

436

436

436

436

436

436

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

313

445

451

454

462

464

460

Omzet (x € 1 mln.)

64,8

75,9

77,0

77,5

78,9

79,2

78,6

        

Reserve capaciteit gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring

518

380

520

520

520

600

600

Gemiddelde prijs per plaats per dag

72

48

39

40

45

41

41

Omzet (x € 1 mln.)

14,2

6,6

7,4

7,5

8,6

9,1

8,9

        

Verhuur tribunalen

96

96

96

96

96

96

96

In stand te houden capaciteit GW/VB

 

990

990

990

990

990

990

        

Forensische zorg

       

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s)

695

720

728

734

739

739

739

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

593

686

725

726

737

740

737

Omzet (x € 1 mln.)

150

180

193

195

199

200

199

        

Tbs-capaciteit

1.536

1.660

1.719

1.843

1.843

1.843

1.843

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

670

753

753

754

756

758

758

Omzet (x € 1 mln.)

375,9

456,2

472,5

507,2

508,4

509,6

510,2

        

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg

       

- Inkoop forensische zorg in strafrechtelijk kader

2.913

3.108

3.070

3.026

3.026

3.026

3.026

- Inkoop forensische zorg voor gedetineerden

21

15

15

15

15

15

15

Gem. prijs per plaats per dag (x € 1)

349

380

380

376

372

374

374

Omzet (x € 1 mln.)

373,6

433,2

427,5

417,1

412,8

415,1

414,9

        

- Inkoop ambulante forensische zorg (x € 1 mln.)

130,1

157,3

161,0

164,5

164,6

165,0

165,0

        

Operationele capaciteit justitiële jeugdinrichtingen

       

– Rijksjeugdinrichtingen

314

314

294

274

274

274

274

– Particuliere jeugdinrichtingen

266

282

314

342

348

355

361

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

745

918

968

981

999

996

988

Omzet (x € 1 mln.)

157,7

199,8

214,7

220,6

226,8

228,7

229,0

        

Reserve/wissel capaciteit jeugd

97

73

91

83

77

70

64

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

62

77

77

73

67

70

79

Omzet (x € 1 mln.)

2,2

2,1

2,5

2,2

1,9

1,8

1,9

        

In stand te houden capaciteit JJI

36

36

36

36

36

36

36

        

Toelichting

De hierboven gepresenteerde capaciteitsaantallen en kostprijzen zijn gebaseerd op de verwerking van de meest recente PMJ-ramingen binnen de beschikbare budgettaire kaders

In een Kamerbrief35 zijn de voorgenomen maatregelen financierbaarheid DJI weergegeven. Een van de maatregelen betrof het bevriezen van capaciteit op 11.100 plaatsen. De 11.100 plaatsen zijn voor het jaar 2023 als volgt opgebouwd: Gevangeniswezen 9.912 plaatsen, Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra 468 plaatsen (art. 6 Vw en art. 58 Vw) en Penitentiair Psychiatrisch Centrum PPC 720 plaatsen.

In deze begroting is ook de uitbreiding van jeugdcapaciteit verwerkt. Dit houdt in dat 100 GW-plaatsen vanaf 2024 worden omgezet naar capaciteit voor de justitiële jeugdinrichtingen, waarmee de hiervoor genoemde 11.100 capaciteits plekken dalen naar 11.000.

In de komende jaren zullen veel renovaties plaatsvinden. Deze renovaties zijn noodzakelijk, vanwege het waarborgen van de continuïteit van gebouwen. Hierdoor zal een deel van de capaciteit tijdelijk niet beschikbaar zijn. Deze renovaties worden opgevangen binnen de benoemde reservecapaciteit, oplopend tot 600 plaatsen.

In de DJI-begroting is financiering beschikbaar voor 1.660 tbs-plaatsen in 2023 oplopend tot structureel 1.843 tbs-plaatsen vanaf 2025. De Overige forensische zorg is conform PMJ-behoefte verlaagd.

De «in stand te houden capaciteit» is opgenomen zonder kostprijs. Deze plaatsen zijn momenteel niet inzetbaar, zie Kamerbrief36.

De gepresenteerde kostprijzen laten een stijging zien. Dit is met name het gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en het verwerken van de maatregelen n.a.v. het PwC-rapport naar de financierbaarheid DJI. Als gevolg van deze maatregelen sluiten het totale budgettaire kader en de afzonderlijke begrotingsprijzen nu maximaal op elkaar aan.

5.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is de toelatingsorganisatie van Nederland die als uitvoeringsorganisatie het immigratie- en asielbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

Tabel 61 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

577.943

822.312

852.701

717.476

719.086

619.693

619.682

waarvan omzet moederdepartement

504.013

762.312

792.701

657.476

659.086

559.693

559.682

waarvan omzet overige departementen

       

waarvan omzet derden

73.930

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

Rentebaten

369

      

Vrijval voorzieningen

110

      

Bijzondere baten

       

Totaal baten

578.422

822.312

852.701

717.476

719.086

619.693

619.682

        

Lasten

       

Apparaatskosten

       

Personele kosten

427.973

522.000

550.655

509.444

510.683

470.597

470.586

waarvan eigen personeel

341.221

406.750

420.405

429.194

430.433

408.097

408.086

waarvan inhuur externen

82.704

110.250

125.250

75.250

75.250

57.500

57.500

waarvan overige personele kosten

4.048

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Materiële kosten

104.607

186.041

189.803

116.000

116.000

97.046

97.046

waarvan apparaat ICT

691

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

waarvan bijdrage aan SSO's

61.993

70.000

70.000

70.000

70.000

60.000

60.000

waarvan overige materiële kosten

41.923

115.041

118.803

45.000

45.000

36.046

36.046

Materiële programmakosten

57.507

108.271

106.243

86.032

86.403

45.000

45.000

Afschrijvingskosten

5.467

6.000

6.000

6.000

6.000

7.000

7.000

- Materieel

1.625

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

waarvan apparaat ICT

1.524

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

waarvan overige materiele kosten

101

200

200

200

200

200

200

- Immaterieel

3.842

4.000

4.000

4.000

4.000

5.000

5.000

Rentelasten

0

0

0

0

0

50

50

Overige lasten

9.154

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

9.149

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

5

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

604.708

822.312

852.701

717.476

719.086

619.693

619.682

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitvoering

‒ 26.286

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 26.286

0

0

0

0

0

0

Toelichting meerjarige begroting van baten en lasten

Baten

De totale omzet is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de verwachte instroom- en productieaantallen (Q), de lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting e.d.) en de kosten voor de staf. In de tabel doelmatigheidsindicatoren is de omzet gesplitst naar hoofdproduct. De bekostiging van de IND bestaat uit een bijdrage van het moederdepartement en de leges van derden.

Omzet moederdepartement

Voor 2024 is de bijdrage vanuit het moederdepartement gebaseerd op het behandelen van in totaal 37.730 asielaanvragen zoals opgenomen in de meerjaren productieplanning (MPP). Het gaat hierbij om eerste aanvragen (23.090), hervestiging (1.500), herhaalde aanvragen (1.650) en nareizigers (11.490).

De financiering van de IND is gekoppeld aan de MPP. De ramingen leiden tot een jaarlijkse bijdrage die oploopt tot € 720 mln in 2026. Vanwege de onzekerheid in de asielprognoses is de bijstelling van de financiering verwerkt t/m 2026. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt daarom teruggevallen op de uitgangspunten uit de Rijksbegroting 2023.

Naast de financiering van de MPP, zijn aanvullend specifieke middelen toegekend en opgenomen voor de uitvoering van project «Bespoedigen Afhandeling Asiel» (BAA) voor 2023 en 2024. In 2024 worden, naast de bovenstaande productieraming van de MPP, 13.000 openstaande asielaanvragen in de projectvorm van BAA afgedaan. Daarnaast zijn voor 2023 en 2024 extra middelen toegekend en opgenomen om alle Oekrainers die in Nederland verblijven van de juiste toelatingspapieren behorend bij hun status te voorzien.De extra incidenteel gefinancierde activiteiten zorgen ervoor dat de IND begroting in deze jaren incidenteel hoger is dan vanaf 2025.

Tabel 62 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omzet Asiel (pxq)

269.609

359.300

351.400

363.300

353.300

288.100

288.100

Omzet Regulier (pxq)

276.717

304.400

325.200

327.900

333.800

305.900

305.900

Omzet Naturalisatie (pxq)

29.617

35.424

29.460

26.276

31.986

25.693

25.682

Omzet Specifiek incidenteel

0

123.188

146.641

0

0

0

0

-/- Legesopbrengsten

‒ 73.930

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 60.000

‒ 60.000

Omzet moederdepartement

502.013

762.312

792.701

657.476

659.086

559.693

559.682

Omzet derdenDe opbrengsten derden bestaan voor het grootste deel uit leges die vreemdelingen betalen voor het behandelen van aanvragen voor verblijfsvergunning regulier of verzoeken tot naturalisatie. De verwachte legesopbrengsten bedragen vanaf 2023 € 60 mln.

Lasten

Personele kosten

De benodigde capaciteit voor het primaire proces is opgebouwd uit ambtelijke medewerkers en externe inhuur. De inzet van uitzendkrachten in het primaire proces is een doelmatig instrument om flexibel te kunnen inspelen op wisselingen in de instroom en de uitvoering van tijdelijke activiteiten. Daarnaast zijn in de begroting de ingehuurde ICT-deskundigen opgenomen onder externe inhuur.

Vanuit de huidige productieaantallen in de MPP, is voor de komende jaren een toename van de ambtelijke capaciteit voorzien.

Tabel 63 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel kosten

341.221

406.750

420.405

429.194

430.433

408.107

408.107

Aantal fte

4.558

4.600

4.750

4.850

4.900

4.600

4.600

        

Externe inhuur kosten

82.704

110.250

125.250

75.250

75.250

57.500

57.500

Overige personeelskosten

4.048

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totale kosten

427.973

522.000

550.655

509.444

510.683

470.607

470.607

Materiële kosten

De materiële kosten houden verband met de bedrijfsvoering van de IND en betreffen o.a. huisvesting en in- en uitbesteding. De programmakosten hebben een directe relatie met de uitvoering van te leveren prestaties (tolken, proceskosten, verzorging, laboratoriumonderzoek, documenten en dwangsommen). Ook de kosten van automatisering voor het primair proces vallen onder programmakosten. De rentelasten hangen samen met het beroep op de leenfaciliteit. Over de aangegane leningen voor de financiering van de investeringen in de (im)materiële vaste activa wordt rente betaald.

Door de uitvoering van het project BAA en het voorzien van Oekraïne van een geldig verblijfsdocument zijn zowel de personele als de materiële lasten hoger in 2023 en 2024.

Tabel 64 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

102.192

73.374

100.661

101.661

103.661

105.661

108.661

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

638.822

822.312

852.701

717.476

719.086

619.693

619.682

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 680.033

‒ 816.312

‒ 846.701

‒ 711.476

‒ 713.086

‒ 612.693

‒ 612.682

Totaal operationele kasstroom

‒ 41.211

6.000

6.000

6.000

6.000

7.000

7.000

3

– /– totaal investeringen

‒ 2.733

‒ 10.970

‒ 950

‒ 440

‒ 800

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

8

      

Totaal investeringsstroom

‒ 2.725

‒ 10.970

‒ 950

‒ 440

‒ 800

0

0

4

– /– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

20.188

26.287

0

0

0

0

0

– /– aflossingen op leningen

‒ 5.070

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 4.000

‒ 4.000

‒ 4.000

‒ 4.000

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

10.970

950

440

800

0

0

Totaal financieringskasstroom

15.118

32.257

‒ 4.050

‒ 3.560

‒ 3.200

‒ 4.000

‒ 4.000

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

73.374

100.661

101.661

103.661

105.661

108.661

111.661

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De investeringen hebben betrekking op inventarissen en installaties (o.a. aanpassingen voor het hybride werken) en hard- en software (vervanging, uitbreiding en opwaardering van bestaande paketten).

In 2023 is eenmalige storting door moederdepartement ontvangen ter aanvulling van het negatieve eigen vermogen zoals is ontstaan per eind 2022.

Doelmatigheid

Tabel 65 Doelmatigheidsindicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omschrijving generiek deel

       

IND totaal:

       

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

4.558

4.600

4.750

4.850

4.900

4.600

4.600

Saldo van baten en lasten (% van de baten)

‒ 5%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Asiel

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

73

90

90

90

90

90

90

Standhouden van beslissingen in %

81

85

85

85

85

85

85

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

3.440

4.350

4.240

3.700

3.820

3.180

3.180

Omzet (x € 1 mln.)

270

359

351

363

353

288

288

        

Regulier

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

86

95

95

95

95

95

95

Standhouden van beslissingen in %

75

80

80

80

80

80

80

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

796

880

880

850

820

810

810

Omzet (x € 1 mln.)

277

304

325

328

334

306

306

        

Naturalisatie

       

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

95

95

95

95

95

95

95

Gemiddelde kostprijs (x € 1)

570

650

640

640

630

560

560

Omzet (x € 1 mln.)

30

36

29

26

32

26

26

Doorlooptijd

De huidige procedure voor het behandelen van een aanvraag heeft tot doel om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de uitkomst, waarbij op een zorgvuldige manier wordt getoetst aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een asielvergunning, regulier verblijf of naturalisatie.

Het streven is om het grootste deel van de asielaanvragen af te handelen in de AA procedure. Voor de overige asielaanvragen geldt dat de IND streeft naar een tijdigheid van minimaal 90% ten opzichte van de wettelijke normtijd. Voor regulier verblijf en naturalisatie geldt 95%. De doorlooptijd binnen de asielprocedures is sterk afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkelingen in de instroom, de omvang van de voorraad en de zwaarte van de af te handelen asielverzoeken.

Standhouden beslissing

Deze indicator geeft aan in hoeveel procent van de gevallen de beslissingen van de IND standhouden voor de rechter. Dit is een (gedeeltelijke) indicatie van de kwaliteit van de beslissingen die de IND neemt in vreemdelingenzaken (asiel en regulier). In de tijd tussen een beslissing en een beroep kunnen zich echter ook nieuwe feiten voordoen die van invloed zijn op de beslissing.

Kostprijs per productgroep

De kostprijzen per productgroep vertonen een stabiel beeld. De daling kostprijs van Asiel vanaf 2025 wordt verklaard door een stijging van het begrote aantal Asiel Verlengingen. Dit product heeft een relatief lage kostprijs. De overige wijzigingen in de kostprijzen worden veroorzaakt door verschuivingen in de productmix.

Omzet per prijsgroep

De IND wordt bekostigd op basis van output. De omzet per productgroep wordt gebaseerd op de integrale kostprijs en de verwachte aantallen te behandelen aanvragen.

5.3 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van JenV die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

Tabel 66 Meerjarige begroting van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

        

Baten

       

Omzet

168.360

219.565

213.108

206.756

205.573

202.619

202.774

waarvan omzet moederdepartement

154.932

209.104

201.594

195.242

194.059

191.105

191.260

waarvan omzet overige departementen

6.578

3.142

2.326

2.326

2.326

2.326

2.326

waarvan omzet derden

6.850

7.319

9.188

9.188

9.188

9.188

9.188

Rentebaten

245

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

168.605

219.565

213.108

206.756

205.573

202.619

202.774

        

Lasten

       

Apparaatskosten

153.858

207.649

198.146

191.794

190.611

187.657

187.812

- Personele kosten

122.860

174.864

165.350

158.934

157.110

153.950

154.099

waarvan eigen personeel

79.356

102.857

103.958

104.097

104.731

104.995

105.090

waarvan inhuur externen

39.403

68.459

57.845

51.290

48.833

45.408

45.462

waarvan overige personele kosten

4.101

3.547

3.547

3.547

3.547

3.547

3.547

- Materiële kosten

30.998

32.785

32.795

32.860

33.500

33.706

33.713

waarvan apparaat ICT

11.203

12.100

12.100

12.100

12.100

12.100

12.100

waarvan bijdrage aan SSO's

7.900

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

9.000

waarvan overige materiële kosten

11.895

11.685

11.695

11.760

12.400

12.606

12.613

Gerechtskosten

6.206

8.286

11.819

11.819

11.819

11.819

11.819

Afschrijvingskosten

2.714

3.628

3.023

3.023

3.023

3.023

3.023

- Materieel

2.439

3.628

3.653

4.046

4.322

4.406

4.380

waarvan apparaat ICT

2.059

3.400

3.425

3.849

4.143

4.251

4.268

waarvan overige materiele kosten

380

228

228

196

178

155

111

- Immaterieel

275

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

7

2

120

120

120

120

120

Overige lasten

8.530

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

945

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

7.585

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

171.315

219.565

213.108

206.756

205.573

202.619

202.774

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 2.710

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 2.710

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Voor een aantal producten krijgt het CJIB een bijdrage van JenV. Zie onderstaande tabel voor een nadere uitsplitsing voor 2024.

Tabel 67 Onderbouwing omzet Moederdepartement
 

Prijs

Hoeveelheid

Omzet (* € 1.000)

Transacties

€ 996,61

5.645

€ 5.626

Vrijheidsstraffen

€ 319,62

32.590

€ 10.417

Taakstraffen

€ 190,95

31.335

€ 5.984

Voorlopige hechtenis

€ 438,35

17.083

€ 7.488

Schadevergoedingsmaatregelen

€ 936,03

12.239

€ 11.456

Ontnemingsmaatregelen

€ 11.580,88

1.056

€ 12.228

Jeugdreclassering

€ 1.351,75

3.768

€ 5.094

Voorwaardelijke invrijheidsstelling

€ 4.710,17

1.275

€ 6.004

Toezicht

€ 461,04

12.812

€ 5.907

Geldboetes

€ 9,00

7.838.790

€ 70.549

Projectfinanciering

  

€ 23.770

Overig

  

€ 37.071

Totaal

  

€ 201.594

Omzet overige departementen

Dit betreft de opbrengsten van andere overheidsorganisaties voor de inning van bestuurlijke boetes.

Tabel 68 Onderbouwing omzet overige departementen

Opdrachtgever

Q

Departement

Bedrag (x€1.000)

Inspectie SZW

1.890

SZW

49

Agentschap Telecom

250

EZK

7

RVO

1.250

EZK

34

Inspectie Leefomgeving en Transport

6.100

I&W

157

NVWA

8.700

LNV

224

DUO

440

OCW

11

IGJ

450

VWS

12

AP

75

J&V

2

Belastingdienst

150

FIN

4

Huurcommissie

6.300

VROM

168

Diplomaten

10.000

BuZa

339

Clustering Rijksincasso

71.400

 

1.318

Totaal

107.005

 

2.326

Omzet derden

In deze post zijn de baten opgenomen voor de taken die het CJIB uitvoert ten behoeve van het Centraal Administratie Kantoor, de Huurcommissie en Clustering Rijksincasso.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand een overzicht van het aantal fte's en de loonkosten daarvan. Het CJIB heeft als beleid om een deel van zijn personeel flexibel aan te trekken. Deze kosten zijn onder Externe inhuur opgenomen. Hieronder is ook de inhuur van bijvoorbeeld (automatiserings)deskundigen ten behoeve van projecten opgenomen.

Tabel 69 Personele kosten (bedragen x € 1.000)

Personele kosten

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

        

Formatie

1.304

1.398

1.365

1.367

1.378

1.382

1.384

- Ambtelijk

1.210

1.251

1.270

1.272

1.283

1.287

1.289

- Niet-ambtelijk

94

147

95

95

95

95

95

        

-Eigen personeel

      

Kosten

79.356

102.857

103.958

104.097

104.731

104.995

105.090

Aantal fte

1.210

1.251

1.270

1.272

1.283

1.287

1.289

        

-Externe inhuur

      

Kosten

39.403

68.459

57.845

51.290

48.833

45.408

45.462

        

-Post-actief personeel

      

Kosten

0

0

0

0

0

0

0

Aantal fte

0

0

0

0

0

0

0

        

-Overige P-kosten

4.101

3.547

3.547

3.547

3.547

3.547

3.547

        

Totale kosten

122.860

174.863

165.350

158.934

157.110

153.950

154.099

Materiële kostenOnder deze post zijn alle reguliere exploitatiekosten van het CJIB opgenomen.

Gerechtskosten

Dit betreft o.a. de kosten voor de inschakeling van gerechtsdeurwaarders in het incassotraject, zowel met betrekking tot de inning van de OM-producten (€ 8,1 mln., waarvan € 3,7 mln. proceskosten) als de inning voor andere opdrachtgevers buiten het domein van JenV (€ 3,7 mln.).

Rentelasten

Dit betreft de te betalen rente als gevolg van het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van investeringen in (im)materiële vaste activa. De gemiddelde rente voor 2024 over de stand van de leningen bedraagt 2,2%.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingsreeks is gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Dotaties aan voorzieningen

Op de balans van het CJIB staat momenteel een reorganisatievoorziening. In het kader van de organisatieverandering per 1-1-2014 is een mobiliteitsplan opgesteld dat een breed pakket aan voorzieningen biedt om de mobiliteit van medewerkers te bevorderen. Voor de financiering hiervan is in 2013 een reorganisatievoorziening getroffen. De omvang van deze voorziening bedraagt op 1-1-2023 € 0,9 mln. Naar verwachting vindt de uitputting van de reorganisatievoorziening voor een bedrag van € 0,1 mln. plaats in 2023 en voor € 0,1 mln. in 2024. Dotaties aan de voorziening zijn niet voorzien.

Tabel 70 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.

Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

48.303

64.116

85.980

86.193

86.048

85.700

84.517

2.

Totaal ontvangsten operationele kasstroom

188.838

219.565

213.108

206.756

205.573

202.619

202.774

Totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 170.598

‒ 193.226

‒ 210.084

‒ 203.732

‒ 202.549

‒ 199.595

‒ 199.750

Totaal operationele kasstroom

18.240

26.339

3.023

3.023

3.023

3.023

3.023

3.

Totaal investeringen (-/-)

‒ 266

‒ 2.930

‒ 1.860

‒ 2.250

‒ 5.572

‒ 1.450

‒ 7.950

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringskasstroom

‒ 266

‒ 2.930

‒ 1.860

‒ 2.250

‒ 5.572

‒ 1.450

‒ 7.950

4.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

0

0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 2.811

‒ 4.475

‒ 2.810

‒ 3.169

‒ 3.371

‒ 4.207

‒ 4.255

Beroep op leenfaciliteit (+)

650

2.930

1.860

2.250

5.572

1.450

7.950

Totaal financieringskasstroom

‒ 2.161

‒ 1.545

‒ 950

‒ 919

2.201

‒ 2.757

3.695

5.

Rekening Courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (= 1+2+3+4)

64.116

85.980

86.193

86.048

85.700

84.517

83.285

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Tabel 71 Investeringen

Investeringen

Bedrag

Termijn

- Hardware

1.560.000

3 / 5 jaar

- Software

300.000

3 / 5 jaar

Totaal

1.860.000

 

Doelmatigheid

Tabel 72 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

CJIB-totaal:

       

fte-totaal

1.210

1.251

1.270

1.272

1.283

1.287

1.289

        

Saldo van baten en lasten in %

‒ 2%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Geldboetes

       

Aantal

7.575.378

8.766.546

7.838.790

7.944.981

9.033.165

9.378.814

9.383.209

Kostprijs (x €1)

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

Omzet (p * q)

68.178.398

78.898.911

70.549.110

71.504.827

81.298.488

84.409.322

84.448.880

% geïnde zaken binnen 1 jaar

91,3

90,8

91,4

91,4

91,4

91,4

91,4

        

Transacties

       

Aantal

2.325

3.899

5.645

5.740

5.871

5.996

6.115

Kostprijs (x €1)

1194,49

1031,25

996,61

952,05

935,87

915,96

901,74

Omzet (p * q)

2.777.179

4.021.235

5.626.181

5.465.080

5.494.756

5.491.791

5.514.062

% geïnde zaken binnen 1 jaar

63,4

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

        

Vrijheidsstraffen*1

       

Aantal

32.293

24.785

32.590

32.776

32.912

33.029

33.152

Kostprijs (x €1)

251,45

313,78

319,62

313,10

311,41

309,66

309,04

Omzet (p * q)

8.120.086

7.777.141

10.416.523

10.262.214

10.249.068

10.227.778

10.245.262

        

Taakstraffen*

       

Aantal

39.255

39.028

31.335

31.244

31.439

31.715

32.034

Kostprijs (x €1)

136,86

240,02

190,95

185,71

184,97

182,95

181,61

Omzet (p * q)

5.372.335

9.367.623

5.983.640

5.802.275

5.815.376

5.802.358

5.817.698

        

Voorlopige hechtenis

       

Aantal

0

14.932

17.083

17.123

17.215

17.291

17.347

Kostprijs (x €1)

0

441,7161404

438,35

427,15

425,20

422,29

421,47

Omzet (p * q)

0

6.595.705

7.488.254

7.313.982

7.319.902

7.301.819

7.311.068

        

Schadevergoedingsmaatregelen

       

Aantal

10.465

13.658

12.239

12.580

12.918

13.287

13.671

Kostprijs (x €1)

728,97

708,14

936,03

902,51

881,72

860,65

843,10

Omzet (p * q)

7.628.615

9.671.929

11.456.427

11.353.476

11.389.736

11.435.493

11.525.806

% geïnde zaken binnen 10 jaar

80,7

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

        

Ontnemingsmaatregelen

       

Aantal

1.251

1.745

1.056

1.054

1.054

1.054

1.055

Kostprijs (x €1)

5.996,64

5.402,09

11.580,88

11.415,26

11.366,97

11.316,92

11.303,92

Omzet (p * q)

7.501.800

9.427.319

12.227.791

12.034.765

11.978.493

11.929.967

11.924.699

% geïnde zaken binnen 10 jaar

66,3

67,0

67,0

67,0

67,0

67,0

67,0

        

Voorwaardelijke invrijheidstelling

       

Aantal

1.335

1.188

1.275

1.319

1.323

1.334

1.352

Kostprijs (x €1)

2.680,06

4.721,21

4.710,17

4.452,42

4.444,39

4.397,30

4.354,75

Omzet

3.577.882

5.608.846

6.004.428

5.872.257

5.881.126

5.867.696

5.887.898

        

Routeren Toezicht

       

Aantal

13.219

14.158

12.812

12.520

12.307

12.149

12.034

Kostprijs (x €1)

265,99

455,89

461,04

455,40

462,14

464,95

468,71

Omzet

3.516.149

6.454.627

5.906.761

5.701.502

5.687.442

5.648.616

5.640.359

        

Jeugdreclassering

       

Aantal

4.696

5.213

3.768

3.903

3.965

3.986

3.981

Kostprijs (x €1)

538,29

755,82

1351,75

1263,30

1248,58

1237,31

1239,57

Omzet

2.527.796

3.940.352

5.094.056

4.931.187

4.950.671

4.931.638

4.934.769

        

Bestuurlijke boetes

       

Aantal

19.305

16.660

17.096

17.096

17.096

17.096

17.096

Tarief (x €1)

19,74

25,48

29,74

29,74

29,74

29,74

29,74

Omzet (p * q)

381.075

424.570

508.471

508.471

508.471

508.471

508.471

        

Overheidsincasso

       

Omzet

8.528.201

10.036.250

11.010.381

11.010.381

11.010.381

11.010.381

11.010.381

        

Omzet-diversen/input

       

Omzet

58.562.000

44.654.000

60.836.000

54.996.000

43.989.000

38.054.000

38.005.000

        

Totaal

176.672.000

196.879.000

213.108.000

206.756.000

205.573.000

202.619.000

202.774.000

X Noot
1

*) Voor vrijheidsstraffen en taakstraffen zijn er geen kwaliteitsindicatoren die direct aan de activiteiten van het CJIB zijn te koppelen. De taak van het CJIB is de administratieve regie (coördinatie) op de betreffende ketenprocessen.

5.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.3 «Opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn:

  • het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein,

  • het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken,

  • het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 73 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

107.172

115.495

114.488

110.568

110.741

111.009

110.309

waarvan omzet moederdepartement

94.165

103.813

102.539

98.619

98.792

99.060

98.360

waarvan omzet overige departementen

1.990

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

waarvan omzet derden

11.017

9.282

9.549

9.549

9.549

9.549

9.549

Rentebaten

81

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

160

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

24

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

107.437

115.495

114.488

110.568

110.741

111.009

110.309

        

Lasten

       

Apparaatskosten

70.955

84.921

82.995

81.147

81.201

81.396

80.885

- Personele kosten

65.269

77.322

77.277

75.514

75.564

75.749

75.266

waarvan eigen personeel

53.660

65.632

65.613

65.562

65.605

65.763

65.350

waarvan inhuur externen

10.808

11.690

11.318

9.606

9.614

9.641

9.571

waarvan overige personele kosten

801

0

346

346

346

346

346

- Materiële kosten

5.686

7.599

5.718

5.633

5.636

5.647

5.619

waarvan apparaat ICT

2.561

1.900

1.851

1.830

1.831

1.833

1.826

waarvan bijdrage aan SSO's

397

450

665

665

665

665

665

waarvan overige materiële kosten

2.728

5.249

3.202

3.139

3.141

3.149

3.128

Materiële programmakosten

31.722

26.307

26.119

23.689

23.707

23.774

23.599

Afschrijvingskosten

3.478

4.250

5.364

5.722

5.824

5.829

5.815

- Materieel

3.478

4.250

5.364

5.722

5.824

5.829

5.815

waarvan apparaat ICT

1.126

463

1.114

1.204

1.229

1.230

1.227

waarvan overige materiele kosten

2.352

3.984

4.250

4.518

4.595

4.599

4.588

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

7

17

10

10

10

10

10

Overige lasten

1.437

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

1.006

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

431

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

107.599

115.495

114.488

110.568

110.741

111.009

110.309

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 162

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 162

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Naast de bijdrage van het moederdepartement JenV zijn hier ook de andere betaalde opdrachten van verschillende partijen binnen de justitiële keten opgenomen. In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de omzet moederdepartement.

De bijdrage van het moederdepartement voor de OSS (One Stop Shop), de WVW (Wegenverkeerswet) en de WMG (Wet Middelenonderzoek Geweldsplegers) betreft onderzoek dat wordt uitbesteed aan particuliere laboratoriums.

Tabel 74 Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

        

Bijdrage moederdepartement NFI

81.947

93.528

92.330

90.610

90.783

91.051

90.351

Bijdrage moederdepart. OSS / WVW / WMG

9.527

7.475

7.400

5.200

5.200

5.200

5.200

Betaalde opdrachten moederdepartement

2.691

2.810

2.810

2.810

2.810

2.810

2.810

        

Totale omzet (x € 1.000)

94.165

103.813

102.539

98.619

98.792

99.060

98.360

Omzet overige departementen

Onder deze post zijn vergoedingen opgenomen voor opdrachten van andere departementen. Het grootste deel betreft werkzaamheden die het NFI doet voor BZK.

Omzet derden

Omzet derden is opgebouwd uit diverse inkomsten. Een deel daarvan heeft betrekking op (met name ad hoc) onderzoeken die tegen betaling worden verricht voor verschillende overheden buiten de justitiële keten.

Vrijval voorzieningen

Onder deze post is onder andere een vrijval van de voorziening dubieuze debiteuren en de voorziening voor vaststellingsovereenkomsten opgenomen.

Bijzondere baten

Hieronder zijn bijvoorbeeld het boekresultaat van desinvesteringen en de afhandeling van een schadezaak opgenomen.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte’s en de loonkosten daarvan. Omdat in eerdere jaren een voorziening voor wachtgeld is gevormd, zijn er geen kosten opgenomen voor postactief personeel.

Tabel 75 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel

       

Kosten

53.660

65.632

65.613

65.562

65.605

65.763

65.350

Aantal fte's

587

677

676

676

676

678

674

        

Externe inhuur

       

Kosten

10.808

11.690

11.318

9.606

9.614

9.641

9.571

Aantal fte's

56

58

57

48

48

48

48

        

Postactief personeel

       

Dotatie voorziening post actief personeel

1.006

0

0

0

0

0

0

Aantal fte's

0

0

0

0

0

0

0

        

Overige personele kosten

801

0

346

346

346

346

346

        

Totale kosten (x € 1.000)

66.275

77.322

77.277

75.514

75.564

75.749

75.266

Materiële kosten

Het totaal aan materiële kosten betreft een samenstel van diverse kostenposten zoals reis- en verblijfkosten, bureaukosten, documentatiekosten etc.

Materiële programmakosten

Onder de materiële programmakosten vallen de kosten van het laboratorium (onderhoudskosten laboratoriumapparatuur en aanschaf van zaken die op het laboratorium worden gebruikt zoals chemicaliën en gassen), de huisvesting en de ICT.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de actuele omvang van de vaste activa, rekening houdend met de geplande vervangings- en uitbreidingsinvesteringen.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit de leningen die nodig zijn voor de aanschaf van de materiële vaste activa.

Overige lasten

Onder overige lasten worden, naast de dotaties aan voorzieningen, schadekosten en mobiliteitsbijdragen verantwoord.

Tabel 76 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

16.480

23.478

23.977

24.372

24.756

24.733

24.205

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

106.071

115.495

114.488

110.568

110.741

111.009

110.309

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 98.390

‒ 111.245

‒ 109.124

‒ 104.846

‒ 104.918

‒ 105.181

‒ 104.495

Totaal operationele kasstroom

7.681

4.250

5.364

5.722

5.824

5.829

5.815

3

-/- totaal investeringen

‒ 2.423

‒ 11.589

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

25

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringsstroom

‒ 2.398

‒ 11.589

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

‒ 5.000

4

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 1.161

‒ 3.751

‒ 4.970

‒ 5.337

‒ 5.846

‒ 6.357

‒ 5.951

+/+ beroep op leenfaciliteit

2.876

11.589

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal financieringskasstroom

1.715

7.838

30

‒ 337

‒ 846

‒ 1.357

‒ 951

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

23.478

23.977

24.372

24.756

24.733

24.205

24.069

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

De investeringsstroom bestaat grotendeels uit vervangingsinvesteringen als gevolg van volledig afgeschreven activa (met name laboratoriumapparatuur).

Naast de reguliere vervangingsinvesteringen is het NFI ook bezig met het inrichten van multidisciplinaire laboratoriums wat een extra investering vraagt.

Doelmatigheid

Tabel 77 Doelmatigheidsindicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Kerntaak 1 zaaksonderzoek – per productgroep

       

Medisch onderzoek - productie (st.)

911

1.000

950

950

950

950

950

- productieve uren

35.837

17.500

23.000

23.000

23.000

23.000

23.000

        

Toxicologie - productie (st.)

1.753

460

1.050

1.050

1.050

1.050

1.050

-uitbestede productie

 

16.000

16.000

    

- productieve uren

17.872

17.000

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

        

Verdovende middelen - productie (st.)

16.198

17.920

16.660

16.660

16.660

16.660

16.660

- productie (uur)

3.850

3.850

3.850

3.850

3.850

3.850

- productieve uren

20.892

22.670

22.000

22.000

22.000

22.000

22.000

        

DNA-typering - productie (st.)

40.306

57.500

46.000

46.000

46.000

46.000

46.000

- productie (uur)

 

2.100

     

- productieve uren

80.747

98.050

98.200

98.200

98.200

98.200

98.200

        

Explosieven - productie (st.)

14

32

20

20

20

20

20

- productie (uur)

3.709

3.835

3.800

3.800

3.800

3.800

3.800

- productieve uren

5.625

5.240

5.900

5.900

5.900

5.900

5.900

        

Schotrestenonderzoek - productie (st.)

12

16

12

12

12

12

12

- productie (uur)

3.454

5.727

4.100

4.100

4.100

4.100

4.100

- productieve uren

4.304

9.560

5.700

5.700

5.700

5.700

5.700

        

Wapens en werktuigen - productie (st.)

684

675

655

655

655

655

655

- productieve uren

11.289

12.700

13.000

13.000

13.000

13.000

13.000

        

Digitale technologie - declarabele uren

29.196

25.800

25.800

25.800

25.800

25.800

25.800

        

Big Data Analyse - declarabele uren

10.206

10.100

10.400

10.400

10.400

10.400

10.400

        

Biometrie - productie (st.)

738

806

     

- productie (uur)

2.536

2.675

3.675

3.675

3.675

3.675

3.675

- productieve uren

14.552

18.800

17.800

17.800

17.800

17.800

17.800

        

Hansken - productieve uren

61.440

65.400

54.200

54.200

54.200

54.200

54.200

        

DNA Databank - productieve uren

6.890

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

7.300

        

Overige producten - productie (st.)

975.793

2.300

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

- productie (uur)

2.500

7.000

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

- productieve uren

82.192

95.400

91.000

91.000

91.000

91.000

91.000

        

Totaal aantal productieve uren K1

381.042

405.520

389.300

389.300

389.300

389.300

389.300

Tabel 78 Doelmatigheidsindicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Aantal productieve uren NFI

       

Kerntaak 1 zaaksonderzoek

381.040

405.520

389.300

389.300

389.300

389.300

389.300

Kerntaak 2 research

115.521

144.700

148.800

148.800

148.800

148.800

148.800

Kerntaak 3 onderwijs en kennis

26.440

30.300

28.500

28.500

28.500

28.500

28.500

        

Uren, omzet en uurtarief NFI

       

Productieve uren

523.001

580.520

566.600

566.600

566.600

566.600

566.600

Totale omzet (x € 1.000) *

107.437

115.495

114.488

110.568

110.741

111.009

110.309

Indicatief uurtarief (€)

205

200

200

200

200

200

200

        

Generieke indicatoren

       

Saldo van baten en lasten (% van baten)

0,69%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Aantal fte (inclusief extern personeel)

643

735

733

724

724

726

722

% op tijd

82%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting

De meerjarige aantallen zijn mede gebaseerd op de Service Level Agreement 2023 (SLA). De afspraken voor de SLA 2024 met de ketenpartners worden eind 2023 vastgelegd en worden bepaald op basis van beleidsmatige ontwikkelingen en wensen van de ketenpartners.

In de eerste tabel met doelmatigheidsindicatoren wordt bij de productie van zaaksonderzoek (K1) onderscheid gemaakt tussen stuksproducten en urenproducten. Het totaal van de stuksproducten en urenproducten worden vertaald naar het aantal productieve uren (de stuksproducten kennen een bepaalde normtijd). In de tweede tabel zijn ook indicatoren opgenomen voor zaaksonderzoek (K1), research (K2) en onderwijs en kennis (K3).

In de tabellen is steeds het aantal productieve uren opgenomen. Daarnaast hanteert het NFI declarabele uren, waarin alleen rechtstreeks aan een product gerelateerde uren zijn begrepen. De totale omzet wordt, zoals is opgenomen in de laatste tabel (gemarkeerd met een *), berekend door het totaal aantal declarabele uren te vermenigvuldigen met het uurtarief. Vervolgens wordt hierbij de aparte vergoeding die het NFI ontvangt voor uitbesteding van werk aan particuliere laboratoriums (OSS, WVW en WMG) opgeteld.

In de CAO 2022-2024 is een nieuwe verlofregeling opgenomen. Hierdoor is het aantal productieve uren per persoon, en dus ook in totaal, gedaald.

5.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.

Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Justis maakt hierbij gebruik van unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Daar waar het bedrijfsleven screent, wil Justis dat dit betrouwbaar gebeurt en daarom screent ze deze organisaties ook. Justis draagt bij aan de veiligheid in en van de samenleving en doet recht aan de beginselen van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouwbaarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico’s te verminderen.

Toelichting op de meerjarige begroting van baten en lasten

Tabel 79 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

53.330

58.642

62.926

58.790

59.131

58.914

58.914

waarvan omzet moederdepartement

‒ 409

54.075

58.067

53.931

54.272

54.055

54.055

waarvan omzet overige departementen

3.751

3.477

4.031

4.031

4.031

4.031

4.031

waarvan omzet derden

49.988

1.090

828

828

828

828

828

Rentebaten

45

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

53.375

58.642

62.926

58.790

59.131

58.914

58.914

        

Lasten

       

Apparaatskosten

       

- Personele kosten

29.946

31.218

34.364

30.133

30.133

30.133

30.133

waarvan eigen personeel

24.230

28.096

30.906

27.101

27.101

27.101

27.101

waarvan inhuur externen

5.716

3.122

3.458

3.032

3.032

3.032

3.032

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

21.719

27.424

28.562

28.658

28.999

28.782

28.782

waarvan apparaat ICT

1.386

1.144

1.165

1.165

1.165

1.165

1.165

waarvan bijdrage aan SSO's

8.236

10.046

10.286

10.286

10.286

10.286

10.286

waarvan overige materiële kosten

12.097

16.234

17.111

17.206

17.547

17.330

17.330

Materiële programmakosten

 

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

- Materieel

0

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiele kosten

0

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

 

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

 

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

51.665

58.642

62.926

58.791

59.132

58.915

58.915

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

1.710

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

1.710

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet Moederdepartement

Vanaf 2023 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De omzet moederdepartement bestaat uit een bijdrage voor de totale uitvoeringskosten voor de producten van de opdrachtgevers binnen het ministerie van JenV. Daarnaast is de bijdrage opgenomen voor het invoeren van de Wet Open Overheid, de consequenties van het rapport over de kinderopvangtoeslagaffaire (POK-WAU) en het project Toekomstvaste Informatievoorziening. In 2022 en jaren ervoor bestond de omzet moederdepartement alleen uit een bijdrage van het Ministerie van JenV voor producten waarvoor geen, of geen kostendekkende, tarieven (konden) worden geheven aan de eindgebruiker en het financieringsresultaat.

In onderstaande tabel wordt een nadere uitsplitsing van de omzet moeder­departement voor 2023 en 2024 weergegeven.

Tabel 80 Overzicht omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

Product

2023

2024

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

  

Omzet: Risicomeldingen, TIV, BIBOB, VOG

38.946

44.165

Omzet: Gratie, Naamswijziging

4.769

4.399

Omzet: GSR

1.317

1.331

Omzet: WPBR, WWM, BOA

6.924

6.459

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

  

Wet open overheid

476

571

POK-WAU

642

642

Toekomstvast IV

1.000

500

Totaal

54.074

58.067

Omzet overige departementen

In de omzet overige departementen is de bijdrage opgenomen van overige departementen voor producten waarvoor geen tarieven aan de eindge­bruiker worden geheven. Het betreft bijdragen vanuit de Ministeries van SZW en IenW voor de continue screening van de Kinderopvang en Taxibranche.

Daarnaast is de bijdrage vanuit het Ministerie van VWS voor de VOG-vrijwilligers (225.000) van € 3,7 mln. opgenomen.

Omzet derden

Deze geraamde omzet betreft de bij derden (bedrijven) in rekening te brengen tarieven voor het product GVA (Gedragsverklaring aanbesteding). Met de nieuwe financeringsafspraken worden vanaf 2023 de tarief inkomsten van de VOG NP, VOG RP, Naamswijziging, BIBOB, WPBR en WWM ontheffingen bij de opdrachtgevers verantwoord.

Tabel 81 Overzicht omzet derden

Product

Betaalde Aantallen

Tarief

PxQ (x € 1.000)

Gedragsverklaring Aanbesteding1

10.500

75

828

Totaal

  

828

X Noot
1

Opbrengst derden GVA is inclusief 40.000 extra exemplaren ad. € 1,-

Lasten

Personele kosten

De personele kosten in 2024 en verder blijven stabiel ten opzichte van het jaar 2023.

Tabel 82 Personele kosten
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel

       

Kosten (x € 1.000)

24.230

28.096

30.906

27.101

27.101

27.101

27.101

Aantal Fte's

314

368

374

368

368

368

368

        

Extern personeel

       

Kosten (x € 1.000)

5.716

3.122

3.458

3.032

3.032

3.032

3.032

        

Overige P-kosten

       

Kosten (x € 1.000)

0

0

0

0

0

0

0

        

Totale kosten (x € 1.000)

29.946

31.218

34.364

30.133

30.133

30.133

30.133

Materiële kosten

De materiële kosten in 2024 en verder blijven stabiel ten opzichte van het jaar 2023.

Tabel 83 Kasstroomoverzicht (Bedragen x €1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

17.610

15.588

15.588

15.588

15.588

15.588

15.588

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

60.652

58.642

62.926

58.790

59.131

58.914

58.914

– /– totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 63.407

‒ 58.642

‒ 62.926

‒ 58.791

‒ 59.132

‒ 58.915

‒ 58.915

Totaal operationele kasstroom

‒ 2.755

0

0

0

0

0

0

3

– /– totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringsstroom

0

0

0

0

0

0

0

4

– /– eenmalige uitkering aan moederdepartement

 

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

733

 

0

0

0

0

0

– /– aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

733

0

0

0

0

0

0

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

15.588

15.588

15.588

15.588

15.588

15.588

15.588

Toelichting op het kasstroomoverzicht

De eenmalige storting in 2022 (4) heeft te maken met het aanvullen op het negatieve Eigen Vermogen van € 733.000 (als gevolg van een negatief exploitatieresultaat in het jaar 2021).

Doelmatigheid

Bij de uitvoering van de wet kwaliteit incassodienstverlening (WKI) is de dienst Justis feitelijk belast met de screening van de incassobureaus en het beheer van het register. De financiele gevolgen van deze activiteiten zullen in de loop van 2024 in de begroting van Jusits worden verwerkt.

Tabel 84 Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

        

Risicomeldingen

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet (x €1.000)1

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

        

TIV

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

750

800

800

800

800

800

800

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

83%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

100%

75%

75%

75%

75%

75%

75%

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 4 maanden

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

GSR

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

526

700

700

700

700

700

700

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 weken

87%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 12 weken

95%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BIBOB

       

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

Volume

291

280

280

280

280

280

280

Omzet* (x €1.000)

€ 158

€ 160

€ 160

€ 160

€ 160

€ 160

€ 160

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

62%

60%

60%

60%

60%

60%

60%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

85%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

Gratie

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

Volume

977

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

66%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

       

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

Volume

1.329.722

1.375.000

1.450.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

1.250.000

Omzet* (x €1.000)

€ 45.011

€ 46.544

€ 49.083

€ 42.313

€ 42.313

€ 42.313

€ 42.313

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

99%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW

70%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

        
        

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

       

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

Volume

7.411

11.500

11.500

11.500

11.500

11.500

11.500

Omzet* (x €1.000)

€ 1.534

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

€ 2.381

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

VOG-P

       

Tarief

n.v.t

n.v.t

€ 70,00

€ 70,00

€ 70,00

€ 70,00

€ 70,00

Volume

n.v.t

n.v.t

12.000

12.000

12.000

12.000

12.000

Omzet overige departementen (x €1.000)

n.v.t

n.v.t

€ 840

€ 840

€ 840

€ 840

€ 840

        

Gratis VOG

       

Volume

217.737

200.000

225.000

225.000

225.000

225.000

225.000

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 3.436

€ 3.270

€ 3.705

€ 3.705

€ 3.705

€ 3.705

€ 3.705

        

GVA

       

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

Volume

10.506

14.000

10.500

10.500

10.500

10.500

10.500

Omzet* (x €1.000)

€ 788

€ 1.050

€ 828

€ 828

€ 828

€ 828

€ 828

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

97%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW

n.v.t

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

Naamswijziging

       

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

Volume

3.429

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

2.700

Omzet* (x €1.000)

€ 1.835

€ 2.041

€ 2.041

€ 2.041

€ 2.041

€ 2.041

€ 2.041

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

65%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

        

WWM beroepen

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

300

150

150

150

150

150

150

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

90%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WWM ontheffingen

       

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

Volume

267

360

360

360

360

360

360

Omzet* (x €1.000)

€ 20

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

€ 25

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

89%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

8.589

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

Omzet* (x €1.000)

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 weken

99%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

       

Tarief

n.v.t.

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

Volume

528

560

350

350

350

350

350

Omzet* (x €1.000)

      

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

100%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WPBR ondernemingen

       

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

Volume

1.030

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

Omzet* (x €1.000)

€ 618

€ 4502

€ 4502

€ 450

€ 450

€ 450

€ 450

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

85%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

        

WPBR leidinggevenden

       

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

Volume

861

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

Omzet* (x €1.000)

€ 79

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

€ 81

        

Continue screening

       

Volume Taxi en Kinderopvang

310.256

309.000

325.000

325.000

325.000

325.000

325.000

Omzet (x €1.000)

€ 504

€ 561

€ 459

€ 459

€ 459

€ 459

€ 459

        

Dienst Justis - totaal

       

Fte- totaal (intern personeel)

314

368

374

368

368

368

368

Saldo baten en lasten in % van totale baten

3%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

X Noot
1

omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

X Noot
2

inclusief bestuurlijke boete van €30.000

5.6 Justitiële Informatiedienst (Justid)

De Justitiële Informatiedienst (Justid) is opgericht in 2006 om cruciale justitiële (keten)informatie eenvoudig en snel te delen binnen overheidsinstanties. Ze werkt daarbij intensief samen met diverse partners binnen de strafrecht-, migratie- en jeugdketen zowel in Nederland als op Europees niveau.

Tabel 85 Meerjarige begroting van baten en lasten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

72.094

77.423

78.710

77.710

76.710

75.710

73.710

waarvan omzet moederdepartement

58.998

68.828

69.619

68.619

67.619

66.619

64.619

waarvan omzet overige departementen

8.859

3.414

3.610

3.610

3.610

3.610

3.610

waarvan omzet derden

4.237

5.182

5.480

5.480

5.480

5.480

5.480

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

72.094

77.423

78.710

77.710

76.710

75.710

73.710

        

Lasten

       

Apparaatskosten

67.927

76.033

77.070

75.927

74.772

73.605

71.425

- Personele kosten

53.718

58.166

58.173

57.173

56.173

55.173

53.173

waarvan eigen personeel

36.023

44.474

46.866

46.866

46.866

46.866

46.866

waarvan inhuur externen

15.780

10.989

8.449

7.449

6.449

5.449

3.449

waarvan overige personele kosten

1.915

2.702

2.858

2.858

2.858

2.858

2.858

- Materiële kosten

14.209

17.868

18.897

18.753

18.598

18.431

18.252

waarvan apparaat ICT

7.843

10.212

10.800

10.800

10.800

10.800

10.800

waarvan bijdrage aan SSO's

396

60

63

67

71

75

79

waarvan overige materiële kosten

5.970

7.596

8.033

7.886

7.727

7.556

7.372

Materiële programmakosten

0

      

Rentelasten

0

      

Afschrijvingskosten

2.524

1.389

1.640

1.783

1.938

2.105

2.285

- Materieel

1.764

1.389

1.640

1.783

1.938

2.105

2.285

waarvan apparaat ICT

1.764

1.389

1.640

1.783

1.938

2.105

2.285

waarvan overige materiele kosten

0

      

- Immaterieel

760

      

Overige lasten

266

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

266

      

waarvan bijzondere lasten

0

      

Totaal lasten

70.718

77.423

78.710

77.710

76.710

75.710

73.710

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

1.376

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

       

Saldo van baten en lasten

1.376

0

0

0

0

0

0

De tarieven vanaf 2022 tot 2024 zijn conform de in 2022 gemaakte afspraak. In 2024 zal voor de jaren 2025 ev de berekeningswijze worden geactualiseerd zodat de tarieven nog beter worden afgestemd op de kosten die daar tegenover staan.

Baten

Omzet

De omzet van het moederdepartement betreft omzet van werkzaamheden voor het kerndepartement, de uitvoeringsorganisaties en de agentschappen van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte’s en de loonkosten daarvan. De personeelskosten bestaan uit de uitgaven voor vast en flexibel personeel. Voor het eigen personeel in loondienst is een groei geprognosticeerd bij een hogere omzet (groei dienstverlening). Extern personeel wordt waar mogelijk verambtelijkt en alleen ingehuurd voor tijdelijke projecten, specifieke kennis of moeilijk te vervullen functies. Justid huurt in en probeert daarbij personeel te verambtelijken, behalve voor de tijdelijke projecten. In de verambtelijkingsopgave heeft Justid veel last van de krapte op de arbeidsmarkt, omdat het veel specifieke (IT-) functies nodig heeft, die in de markt veelgevraagd zijn en weinig beschikbaar. Ook de spreiding van het wel beschikbare arbeidspotentieel speelt Justid parten: deze concentreert zich voornamelijk in de randstad en de regio’s direct daaromheen. Daarom kiest Justid soms bewust voor voortzetting van de tijdelijke inhuur om ervoor te zorgen dat de benodigde capaciteit, in hoeveelheid en kwaliteit, niet alsnog verloren gaat. Zonder voldoende personeel, vast of extern, ontstaat het risico dat Justid de gevraagde dienstverlening of projecten niet kan uitvoeren.

Tabel 86 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel

       

Kosten

36.023

44.474

46.866

46.866

46.866

46.866

46.866

Aantal fte's

442,5

506,7

506,7

511,7

516,7

521,7

526,7

        

Externe inhuur

       

Kosten

15.780

10.989

8.449

7.449

6.449

5.449

3.449

Aantal fte's

71,2

47,9

47,9

47,9

47,9

47,9

47,9

        

Overige personele kosten

1.915

2.702

2.858

2.858

2.858

2.858

2.858

        

Totale kosten

53.718

58.166

58.173

57.173

56.173

55.173

53.173

De groei van het aantal fte’s eigen personeel in 2023 is lager dan begroot vanwege o.a. de geschetste arbeidsmarkt problematiek. De verwachte bezetting ultimo 2023 is nu met een jaar verschoven naar 2024, waarmee de groeireeks opschuift.

In 2023 is het aantal externen wederom hoger dan verwacht, mede vanwege de groei in de projectenportfolio en de arbeidsmarktproblematiek. Justid zet zich maximaal in voor verambtelijking waar mogelijk (namelijk op de vaste formatie) maar acht een stabilisatie van de totale externe inhuur op vaste formatie en tijdelijke projecten realistischer.

Materiële kosten

De ICT kosten bestaan uit contracten met externe leveranciers voor onder andere onderhoud van ICT apparatuur (zoals servers en netwerk), ICT middelen (zoals opslagruimtes, multifunctionals etc) en jaarlijkse licentiekosten voor software.

De bijdrage aan SSO heeft te maken met de dienstverlening die wordt afgenomen bij het facilitair Bedrijf DJI, de Justitiële ICT Organisatie en het Financieel Diensten Centrum.

De overige materiële apparaatskosten bevatten o.a. telefoonkosten, overige exploitatiekosten.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen op hardware en software. De investeringen die worden gedaan zijn gerelateerd aan vernieuwing en vervanging van diensten die Justid levert alsook aan netwerk-, server-, en opslagcapaciteit.

Tabel 87 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

0

11.080

10.831

10.165

8.795

6.758

4.787

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

72.699

77.423

78.710

77.710

76.710

75.710

73.710

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 63.874

‒ 76.033

‒ 77.070

‒ 75.927

‒ 74.772

‒ 73.605

‒ 71.425

Totaal operationele kasstroom

8.825

1.389

1.640

1.783

1.938

2.105

2.285

3

-/- totaal investeringen

‒ 2.445

‒ 5.561

‒ 4.542

‒ 5.089

‒ 4.477

‒ 4.411

‒ 4.411

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

Totaal investeringsstroom

‒ 2.445

‒ 5.561

‒ 4.542

‒ 5.089

‒ 4.477

‒ 4.411

‒ 4.411

4

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 2.300

‒ 1.639

‒ 2.305

‒ 3.154

‒ 3.975

‒ 4.076

‒ 4.076

+/+ beroep op leenfaciliteit

7.000

5.561

4.542

5.089

4.477

4.411

4.411

Totaal financieringskasstroom

4.700

3.922

2.237

1.935

502

335

335

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

11.080

10.831

10.165

8.795

6.758

4.787

2.995

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit opbrengsten uit de dienstverlening en uit directe en indirecte kosten exclusief afschrijvingen.

Investeringskasstroom

De investeringen die vanaf 2022 nodig zijn bevatten de kosten voor de aanschaf van hard- en software, alsook inzet ten behoeve van nieuwe, zelfontwikkelde software.

Doelmatigheid

Tabel 88 Omschrijving generiek deel
 

2022

2023

2024

2025

2026

Kostprijzen per product (groep) (* € 1.000)

70.718

77.423

78.710

77.710

76.710

Tarieven/uur

99,07

99,00

98,20

98,20

98,20

Omzet per productgroep (pxq) (* € 1.000)

72.094

77.423

78.710

77.710

76.710

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

443

507

507

512

517

Saldo van baten en lasten (%)

1,9%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

De voorgeschreven doelmatigheidsindicatoren worden door Justid berekend, gemonitord, gestuurd en periodiek gerapporteerd conform het plan van aanpak. De indicatoren ‘kostprijs per productgroep/ dienst’ en ‘omzet per productgroep/ dienst’ vermelden nu de totale kosten respectievelijk omzet. In de loop van 2023 wordt het mogelijk de kostprijs en omzet per opdracht(gever) te monitoren vanuit de recentelijk geïmplementeerde projectenadministratie. Kanttekening daarbij is dat Justid geen standaard product(groepen) of diensten heeft die het repeterend voortbrengt; elke Overeenkomst van Opdracht, Dienst Nadere Overeenkomst of Project is verschillend en wordt apart geoffreerd. Bovendien wijzigen de dienstverleningsafspraken jaarlijks en soms ook gedurende het jaar. De daaraan gekoppelde mutaties in de inzet van personeel en materieel werken door in de kostprijs en omzet, waarmee deze indicatoren niet sec de ontwikkeling van de doelmatigheid weergeven, maar ook de resultante zijn van meer- of minderwerk.

Tabel 89 verklarende indicatoren
 

2022

2023

2024

2025

2026

Percentage overhead

40,9%

35,0%

30,0%

30,0%

30,0%

Verhouding directe en indirecte kosten

nnb

    

Productiviteit

77%

67%

67%

67%

67%

Ziekteverzuim

5,1%

4,9%

5,5%

5,5%

5,5%

% Externe inhuur (t.o.v. intern personeel)

29%

20%

20%

20%

20%

De directe en indirecte kosten worden nader afgebakend in 2023, waarna de nulmeting zal plaatsvinden. In 2022 lag de externe inhuur ruim boven de gestelde norm. Dit komt mede doordat deze indicator werd berekend met externe inhuur op zowel vaste formatie als op tijdelijke posities. Naast doorlopende Ovo’s en DNO’s voert Justid ook een groot aantal projecten uit. Deze zijn per definitie tijdelijk van aard en worden dan ook normaliter uitgevoerd met tijdelijk (extern) personeel. Het is onjuist om hiervoor (dezelfde) verambtelijkingsopgave/ percentage externe inhuur te hanteren als indicator. Justid zal daarom rapporteren over de externe inhuur op de vaste formatie (voor reguliere opdrachten). Dit geeft een beter inzicht in de mate waarin Justid voldoet aan de verambtelijkingsopgave. Justid verwacht in de komende jaren een groei van haar dienstverlening, waarvoor extra personeel nodig zal zijn dat ook deels extern ingehuurd zal moeten worden vanwege de krapte op de arbeidsmarkt. Dit is een extra uitdaging voor de verambtelijkingsopgave.

5.7 Justitiële ICT Organisatie

De Justitiële ICT Organisatie is de ICT-dienstverlener voor het gehele ministerie van Justitie en Veiligheid, werkzaam voor onder meer de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, Reclassering Nederland en Justis. De Justitiële ICT Organisatie staat voor veilige, betrouwbare en vernieuwende ICT en investeert in kennis en expertise van medewerkers en een moderne infrastructuur.

Baten en lasten

In onderstaand overzicht wordt de meerjarenbegroting weergegeven en toegelicht.

Tabel 90 Meerjarige begroting van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Omzet

145.376

156.316

176.696

175.377

173.198

171.019

171.220

waarvan omzet moederdepartement

140.049

151.048

170.387

169.116

167.015

164.913

165.107

waarvan omzet overige departementen

5.327

5.268

6.308

6.261

6.184

6.106

6.113

waarvan omzet derden

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

145.376

156.316

176.696

175.377

173.198

171.019

171.220

        

Lasten

       

Apparaatskosten

131.756

141.678

159.645

158.122

155.742

153.362

153.362

- Personele kosten

74.384

78.562

88.610

87.087

84.707

82.327

82.327

waarvan eigen personeel

45.908

46.446

54.330

55.758

57.989

60.219

60.219

waarvan inhuur externen

26.833

30.504

32.417

29.417

24.730

20.042

20.042

waarvan overige personele kosten

1.643

1.612

1.863

1.912

1.989

2.065

2.065

- Materiële kosten

57.372

63.115

71.035

71.035

71.035

71.035

71.035

waarvan apparaat ICT

43.104

45.107

51.789

51.789

51.789

51.789

51.789

waarvan bijdrage aan SSO's

‒ 88

‒ 101

153

153

153

153

153

waarvan overige materiële kosten

14.355

18.110

19.093

19.093

19.093

19.093

19.093

Rentelasten

198

255

500

705

906

1.107

1.308

Afschrijvingskosten

13.422

14.384

16.551

16.551

16.551

16.551

16.551

- Materieel

13.422

12.989

14.531

14.531

14.531

14.531

14.531

waarvan apparaat ICT

0

 

0

0

0

0

0

waarvan overige materiele kosten

0

 

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

1.394

2.020

2.020

2.020

2.020

2.020

Overige lasten

0

 

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

 

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

 

0

0

0

0

0

Totaal lasten

145.376

156.316

176.696

175.377

173.198

171.019

171.220

        

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

0

Agentschapsaandeel VPB-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet

De omzet moederdepartement bevat alle JenV onderdelen, waarvan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) de grootste bijdrage (~69%) levert aan de omzet. De niet-JenV onderdelen vertegenwoordigen 2,7% van de omzet.

Lasten

Personele kosten

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het aantal fte’s en de loonkosten daarvan. Voor eigen personeel is 582,1 fte’s begroot. Daarnaast is rekening gehouden met formatieplaatsen die door externe inhuur worden bezet (63,1 fte’s), omdat deze posities moeilijk in te vullen zijn. De Justitiële ICT Organisatie spant zich in om deze posities zo snel mogelijk in te vullen met eigen personeel.

Bovenop de vaste formatie werkt de Justitiële ICT Organisatie met een flexibele schil (externe inhuur) om zodoende schommelingen in de vraag op te kunnen vangen. In 2024 heeft deze een omvang van 81,5 fte (11%).

De overige personeelkosten bestaan uit vergoeding woon-werkverkeer, opleidingskosten en reis-en verblijfskosten.

Tabel 91 Personele kosten (Bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Eigen personeel

       

Kosten

45.908

46.446

54.330

55.758

57.989

60.219

60.219

Aantal fte's

566,6

552,1

582,1

597,4

621,3

645,2

645,2

        

Externe inhuur

       

Kosten

26.933

30.504

32.417

29.417

24.730

20.042

20.042

Aantal fte's

125,7

140,69

144,63

131,24

110,33

89,42

89,42

        

Overige personele kosten

1.643

1.612

1.863

1.912

1.989

2.065

2.065

        

Totale kosten (x € 1.000)

74.484

78.562

88.610

87.087

84.707

82.327

82.327

Materiële kostenDe ICT kosten bestaan uit contracten met externe leveranciers voor o.a. onderhoud van ICT apparatuur (zoals servers en netwerk), ICT middelen (zoals opslagruimtes en multifunctionals) en jaarlijkse licentiekosten voor software. De bijdrage aan SSO's heeft te maken met detachering en uitwisseling van medewerkers. De overige materiële apparaatskosten bevatten onder andere telefoonkosten, overige exploitatiekosten, dienstkleding, cateringkosten en bureaukosten.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen op hardware en software. De investeringen zijn gerelateerd aan onder andere laptops en telefoons, uitbreiding van netwerk-, server- en opslagcapaciteit en vernieuwing van werkplekken voor videovergadering.

Rentekosten

De rentelasten zijn begroot op 1,4% over de lening bij het ministerie van Financiën.

Het kasstroomoverzicht

In het kasstroomoverzicht worden de geldstromen inzichtelijk gemaakt. Op basis van de Jaarrekening 2022 (Slotwet 2022) is de rekening courant op 1 januari 2024 € 9,2 mln.

Tabel 92 Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
  

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

2

9.172

9.172

9.172

9.172

9.172

9.172

2

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

145.376

176.696

176.696

175.377

173.198

171.019

171.220

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 131.954

‒ 160.145

‒ 160.145

‒ 158.827

‒ 156.648

‒ 154.468

‒ 154.670

Totaal operationele kasstroom

13.422

16.551

16.551

16.551

16.551

16.551

16.551

3

-/- totaal investeringen

‒ 63.372

‒ 27.858

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.609

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

1

Totaal investeringsstroom

‒ 63.372

‒ 27.858

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.609

‒ 31.608

4

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

-/- aflossingen op leningen

‒ 13.422

‒ 16.551

‒ 16.551

‒ 16.551

‒ 16.551

‒ 16.551

‒ 16.551

+/+ beroep op leenfaciliteit

63.372

27.858

31.609

31.609

31.609

31.609

31.609

Totaal financieringskasstroom

49.949

11.307

15.059

15.059

15.059

15.059

15.059

5

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

9.172

9.172

9.172

9.172

9.172

9.172

9.173

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit opbrengsten uit algemene-, specifieke- en expertisediensten. De operationele uitgaven bestaan uit alle kosten exclusief afschrijvingen.

Investeringskasstroom

De investeringen die in 2024 nodig zijn bevatten de kosten voor aanschaf van hard- en software en de overige vaste activa op de balans.

Financieringskasstroom

Voor de financiering van de investeringen wordt een lening afgesloten bij het ministerie van Financiën.

Doelmatigheid

Overhead

Als overhead zijn de kosten van Bedrijfsvoering en Staven afgezet tegen de totale kosten van de Justitiële ICT Organisatie. De ambitie is om het op zichzelf gezonde percentage overhead de komende jaren stabiel te houden.

Tabel 93 Overhead
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Omzet (x € 1 mln.)

145,4

156,3

176,7

175,4

173,2

171,0

171,2

Kosten BV/staven in (x € 1 mln.)

23,3

26,2

30,8

30,8

30,8

30,8

30,8

Overhead %

16,1%

16,8%

17,5%

17,6%

17,8%

18,0%

18,0%

Kostprijs algemene diensten

Algemene diensten betreffen de werkplekdiensten van de Justitiële ICT Organisatie. Omdat het om relatief homogene en stabiele producten gaat, lenen deze zich voor meerjarige sturing op de kostprijs. Het doel is om de aankomende 4 jaar een prijsdaling van 1% per jaar te realiseren, exclusief bijzondere invloeden zoals bijvoorbeeld inflatie of significante wijzigingen in aantallen of aanpassingen in beveiliging. Daarnaast is de verwachting dat de kwalitateit van de producten in de loop van de jaren toeneemt.

Tabel 94 Kostprijs diensten
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Useraccount

1.202

1.327

1.485

1.470

1.455

1.441

1.426

Notebook

917

811

1.003

993

983

973

963

Werkplek

754

753

909

900

891

882

873

Smartphone

532

511

675

668

662

655

648

Multifunctional

3.232

4.018

4.449

4.405

4.360

4.317

4.274

Uurtarief expertisediensten

Expertisediensten betreffen de projectenportefeuille van de Justitiële ICT Organisatie. De onderstaande tarieven hebben betrekking op de vijf meest ingezette functieprofielen en zijn gebaseerd op een gemixte inzet van interne medewerkers en externe inhuur (flexibele schil, schaarse kennis). De ambitie is om de tarieven zoveel als mogelijk stabiel te houden. De mate waarin een opdrachtgever in staat is om de behoefte aan dienstverlening vooraf en meerjarig aan te geven, beïnvloedt de mogelijkheid om de uurtarieven te beperken, omdat er dan ingezet kan worden op ambtelijk personeel, waardoor de mix intern/extern gunstiger uitvalt.

Tabel 95 Uurtarief
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Technologie Consultant

115

115

123

123

123

123

123

Applicatie beheerder

108

108

115

115

115

115

115

Projectleider

132

135

143

143

143

143

143

Werkplek beheerder

72

85

91

91

91

91

91

Engineer DevOps

147

138

142

142

142

142

142

Omzet per productgroep

Algemene diensten betreffen de werkplekdiensten. Onder specifieke diensten valt het beheer van applicaties en onder expertise diensten valt de projectenportefeuille. De verwachting is dat de omzetverdeling tussen de verschillende productgroepen de komende jaren gelijk blijft.

Tabel 96 Omzet
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Algemene diensten

64,5

69,7

80,4

79,9

78,9

77,9

78,0

Specifieke diensten

58,2

66,7

69,7

69,2

68,3

67,5

67,6

Expertise diensten

22,7

19,9

26,5

26,3

26,0

25,7

25,7

Totaal

145,4

156,3

176,6

175,4

173,2

171,0

171,2

FTE-totaal

Een deel van de formatie is momenteel gevuld met externe medewerkers in verband met de behoefte aan specifieke kennis en schaarste. De Justitiële ICT Organisatie heeft de ambitie om alle formatieve plaatsen te gaan vullen met interne medewerkers. De inhuur van externe medewerkers die ingezet worden om piekbelasting op te kunnen vangen en bij behoefte aan specifieke kennis neemt derhalve de komende jaren af.

Tabel 97 FTE
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Fte

566,6

552,1

582,1

597,4

621,3

645,2

645,2

Saldo van baten en lasten

Als zelfstandige baten en lasten organisatie is de Justitiële ICT Organisatie gehouden om kostprijsdekkende tarieven in rekening te brengen bij haar opdrachtgevers, waarbij de lasten gelijk zijn aan de baten. Een deel van de formatie wordt momenteel ingevuld met externe inhuur. De inzet van HRM/werving en selectie zorgt er naar verwachting voor dat de personeelkosten gaan dalen door instroom van nieuwe medewerkers.

Tabel 98 Saldo van baten en lasten
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Totaal baten

145.376

156.316

176.696

175.377

173.198

171.019

171.220

Personele kosten

74.384

78.562

88.610

87.087

84.707

82.327

82.327

Materiële kosten

57.372

63.115

71.035

71.035

71.035

71.035

71.035

Afschrijvingskosten

13.422

14.384

16.551

16.551

16.551

16.551

16.551

Rentelasten

198

255

500

705

906

1.107

1.308

Overige kosten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Als % van totale baten

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Opdrachtgeverstevredenheid

De basiswaarde van de opdrachtgeverstevredenheid is in 2021 vastgesteld op 7. De ambitie is om in een periode van 3 jaar met een half punt te stijgen t.o.v. de basiswaarde.

Tabel 99 Opdrachtgeverstevredenheid

kwaliteitsindicatoren

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Opdrachtgeverstevredenheid

7,2

7,3

7,5

7,5

7,5

7,5

7,5

6. Raad voor de rechtspraak

In deze meerjarenbegroting, die gebaseerd is op de PMJ-prognose van december 2022, geeft de Rechtspraak aan welke activiteiten zij in de jaren 2023–2028 wil verrichten en welke middelen daarvoor nodig zijn. Sinds 2020 wordt de Rechtspraak naast een productiegerelateerde bijdrage bekostigd met een lumpsumbijdrage voor de vaste kosten.

6.1 Beleidsdoelen van de Rechtspraak

Een goed functionerende Rechtspraak is essentieel voor onze samenleving, om geschillen tussen burgers, bedrijven en overheden te beslechten en om te beoordelen of zij de wet hebben overtreden en welke (straf)maatregel dan passend is. De samenleving heeft rechtspraak nodig die rechtvaardig, toegankelijk, tijdig en transparant is en inspeelt op de maatschappelijke ontwikkelingen. Daar gaat de Rechtspraak zich in 2024 weer volop voor inzetten. Dat uit zich onder andere in het terugdringen van het tekort aan rechters dat mede door vergrijzing is ontstaan. De stijgende werving van voorgaande jaren wordt doorgezet wat betekent dat er in 2024 weer meer rechters zijn dan in 2023. Een ander voorbeeld is de toeslagenaffaire. Als antwoord op de toeslagenaffaire heeft de Rechtspraak twee reflectietrajecten doorlopen. De aanbevelingen worden in 2024 toegepast in de praktijk.

Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsdoelen die de Rechtspraak heeft geformuleerd op basis van de prijsbesprekingen voor de periode 2023-2025 tussen de Raad voor de rechtspraak en de Minister voor Rechtsbescherming. Daarnaast vloeit het beleid voort uit de missie, visie en agenda van de Rechtspraak37 en uit de Uitvoeringsagenda 2023-2025. De uitvoeringsagenda geeft richting en vorm aan de besturing van de Rechtspraak en helpt strategische doelen te bereiken.

Beleidsdoelen van de Rechtspraak

De Rechtspraak werkt in 2024 gezamenlijk aan de belangrijkste beleidsdoelen aan de hand van de Uitvoeringsagenda 2023-2025. Thema’s die daarin een rol spelen zijn:

  • Toegankelijke en digitale rechtspraak

  • Tijdige en voorspelbare rechtspraak

  • Kwaliteit van het primaire proces

  • De mensen: vinden, binden, boeien & iedereen voelt zich welkom en gewaardeerd (inclusiviteit)

Toegankelijke en digitale rechtspraak

Onder de noemer van toegankelijke en digitale rechtspraak werkt de Rechtspraak aan digitale toegankelijkheid, begrijpelijke en mensgerichte communicatie en het beter benutten van de beschikbare data om de toegankelijkheid en transparantie te vergroten. Hieronder valt ook het meer en verantwoord publiceren van rechterlijke uitspraken en het vergroten van de toegankelijkheid en kwaliteit van de openbare registers van de Rechtspraak.

De komende jaren wil de Rechtspraak eenvoudige digitale toegang tot Rechtspraak in alle rechtsgebieden realiseren voor rechtszoekenden en hun (juridische) vertegenwoordigers. Deze digitale transformatie is ambitieus en vraagt een forse inspanning van zowel de gerechten als de landelijke diensten. In 2024 breidt de Rechtspraak de digitale toegankelijkheid uit naar meer zaakstromen in het Civiele- en bestuursrecht. De digitale toegankelijkheid krijgt daarnaast een Europese component. Wet- en regelgeving uit de Europese Unie verplicht de gerechten digitaal te kunnen gaan communiceren met burgers en rechtspersonen uit andere EU-lidstaten betreffende verschillende civielrechtelijke en strafrechtelijke rechtsinstrumenten.

Tijdens de verbouwing blijft de winkel open. Continuïteit van het primaire proces is prioriteit nummer één en om dat in de toekomst te waarborgen én om de huidige primaire processystemen geschikt te maken voor digitaal werken bouwt de Rechtspraak ook in 2024 verder aan de vernieuwing van primaire processystemen.

Een van die primaire processystemen die vervangen (moeten) worden is GPS, het primaire processysteem van het strafrecht. Van belang is om op te merken dat de modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal leiden tot een aanzienlijke aanpassing in de informatievoorziening van de strafrechtketen, waar de Rechtspraak in de bouw van dit nieuwe processysteem (BAS) rekening mee houdt.

Tot slot neemt door de toegenomen digitalisering de afhankelijkheid van deze middelen toe. Om de continuïteit nu en in de toekomst te waarborgen wordt er verder geïnvesteerd in beveiliging en privacy.

Tijdige en voorspelbare rechtspraak

Uit onderzoek is gebleken dat het voor rechtzoekenden belangrijk is dat zij weten wanneer zij wat van de Rechtspraak kunnen verwachten. Daarom wordt er binnen de Rechtspraak met prioriteit gewerkt aan tijdige en voorspelbare rechtspraak. Om dit in 2024 nader te concretiseren zijn er binnen alle rechtsgebieden nieuwe doorlooptijdstandaarden geformuleerd. Om bij te dragen aan de realisatie hiervan wordt in 2024 door alle gerechten aan het volgende (verder) gewerkt:

  • Inzet van nieuwe sturingsdashboards

  • Er wordt (verder) gewerkt aan het wegwerken van oude voorraden middels de landelijke inloopkamers

  • Aan het verbeteren van het rooster- en planproces

  • Aan het verbeteren van de communicatie richting de rechtzoekenden

In april 2023 is besloten om het programma tijdige rechtspraak te verlengen tot eind 2025. Op deze manier wordt er meer ruimte gegeven aan gerechten om stappen te blijven zetten. Ook geeft een verlenging ruimte om toe te werken naar een meer structurele borging van tijdige en voorspelbare rechtspraak binnen de gerechten, zodat gerechten ook na afloop van het programma hierin zelfstandig stappen blijven zetten.

Kwaliteit van het primaire proces

In 2022 is de vijfde visitatie in de Rechtspraak van start gegaan. De visitatie is een onderzoek naar de stand van zaken van de kwaliteitszorg in de rechterlijke organisatie. De visitatie dient als verantwoording van de Rechtspraak aan de maatschappij en bevordert de kwaliteitsverbetering in de gerechten. De visitatie wordt uitgevoerd door een visitatiecommissie en vindt eens per 4 jaar plaats. Alle 17 gerechten en de Raad voor de rechtspraak worden gevisiteerd. 

Deze keer richt het visitatieonderzoek zich op de professionele standaarden, de kwaliteitsnormen  van en voor de rechters waarmee ze duidelijk maken welke kwaliteitseisen zij stellen aan hun werk. Het doel van de visitatie over professionele standaarden is een onderzoek en rapport dat bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van (het werken met) professionele standaarden.

De visitatiecommissie is gestart op 1 juni 2022 en zal in september 2023, na het opstellen van dit begrotingshoofdstuk zijn rapport presenteren. 

Het inzicht dat de aanbevelingen uit de visitatie en de reflectie daarop oplevert vormt de basis om in 2023 en 2024 doelgericht verder te werken aan de ontwikkeling en verbetering van professionele standaarden als onderdeel van het ‘kwaliteitszorgsysteem’.

Innovatie en maatschappelijk effectieve rechtspraak

Innovatie is een middel om de Rechtspraak te verbeteren en (steeds) aan te passen aan de veranderende behoeften van de samenleving of van de organisatie zelf ten behoeve van de samenleving. Door middel van innovatieve projecten wil de Rechtspraak zo goed mogelijk aansluiten bij de behoeften van rechtzoekenden, door verder te kijken dan enkel het juridische probleem. De Rechtspraak draagt daar in 2024 weer aan bij door met innovatieve projecten de toegang tot de rechter zo laagdrempelig mogelijk te houden en tot een échte oplossing van het probleem te komen. In het kader van ‘maatschappelijk effectieve rechtspraak’ zijn verschillende projecten en pilots gestart, dit loopt door in 2024. Enkele projecten worden dan afgerond met een evaluatie en/of worden geïmplementeerd. Die projecten zijn grofweg onder te verdelen in vier stromingen, de eenvoudige civiele procedure, schuldenaanpak, complexe echtscheidingen en wijkrechtspraak. Daarnaast zijn er ook nog innovatieve projecten die niet onder één van deze stromingen vallen.

Meer concreet worden er voorbereidingen getroffen om in 2024 van start te kunnen gaan met de Nabijheidsrechter. Verder wordt in 2024 ook gewerkt aan de Rechtspraakbrede inzet van een schuldenfunctionaris en het bieden van een goedkoper en effectiever alternatief in zaken waarbij burgers betalingsachterstanden hebben bij hun zorgverzekeraar.

Invoering nieuw Wetboek van Strafvordering

De Rechtspraak is als organisatie die een schakel vormt binnen de strafrechtketen volop betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

De implementatie wordt een grote opgave die de nodige (personele en financiële) druk zal leggen op de Rechtspraak. De Innovatiewet Strafvordering is in 2022 in werking getreden en maakt het mogelijk om vooruitlopend op de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek te experimenteren met een aantal bepalingen. Er wordt momenteel geëxperimenteerd op het gebied van audiovisuele verslaglegging, mediation, prejudiciële vragen, gegevens na inbeslagneming en bevoegdheden van de hulpofficier van justitie. Deze pilots zijn nodig om de conceptbepalingen te beproeven en om te bekijken welke gevolgen de voorgestelde wijzigingen hebben op de organisatie in de strafrechtketen in zijn algemeenheid en de Rechtspraak, als laatste in de keten, in het bijzonder.

De uitvoering van de pilots vraagt ook in 2024 de nodige techniek, samenwerking, bemensing en budget. Ook zullen de pilots worden geëvalueerd wat ook de nodige voorbereidingen kost.

Reflectietrajecten naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire

De Rechtspraak leert van de toeslagenaffaire. Rechters hebben gereflecteerd op de vraag wat hun rol is geweest in de toeslagenaffaire en hoe zij effectieve rechtsbescherming kunnen bieden. In het rapport 'Recht vinden bij de rechtbank', waarin de bestuursrechters reflecteren op de toeslagenaffaire, zijn diverse aanbevelingen opgesomd. De implementatie van die aanbevelingen in 2024 en verder beoogt de kwaliteit van de bestuursrechtspraak verder te verbeteren.

De ambitie van de Rechtspraak is onder andere om in alle rechtsgebieden periodiek bezinningsprocessen te blijven uitvoeren. Ook geeft de Rechtspraak de wetgever, bewust van de grenzen die de scheiding der machten dicteert, feedback op de werking van wet- en regelgeving onder andere via het jaarverslag.

Opvolging reflectietraject familie- en jeugdrechters

Op 2 februari 2023 heeft de reflectiecommissie familie- en jeugdrechters van de rechtbanken en gerechtshoven het rapport ‘Recht doen aan kinderen en ouders’ opgeleverd.

In dit rapport zijn op basis van de bevindingen uit het reflectietraject conclusies getrokken en is antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja hoe de familie- en jeugdrechters in jeugd­beschermingszaken en gezag- en omgangszaken rechtsbescherming bieden aan kinderen en hun ouders.

De reflectiecommissie heeft op basis van de informatie en de ervaringen die in het traject zijn opgehaald en de conclusies die daaruit zijn getrokken gezien dat bij de behandeling van de genoemde zaken beslist nog het nodige kan en moet worden verbeterd. Hiertoe zijn meerdere aanbevelingen gedaan die een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van het werk van de familie- en jeugdrechters zodat zij recht kunnen blijven doen aan ouders en kinderen.

In 2024 worden de aanbevelingen uitgevoerd.

De mensen: vinden, binden, boeien & iedereen voelt zich welkom en gewaardeerd (inclusiviteit)

Verhogen van werkplezier en versterken leidinggevenden

Om goed en tijdig te kunnen blijven rechtspreken en waar mogelijk werkdruk te verminderen, wordt de personele capaciteit uitgebreid, onder andere met een continuering van de opschaling van de opleidingscapaciteit naar 130 rechters en/of raadsheren in opleiding per jaar en het aantrekken van extra gerechtsjuristen en ondersteunend personeel. Ook wisselt de Rechtspraak onderling best practices uit op het terrein van werkdrukvermindering. In 2024 en daarna werkt de Rechtspraak aan het verhogen van het werkplezier en de vitaliteit van haar medewerkers.

Voorts wordt er een analyse gemaakt van de ontwikkelingen die op de Rechtspraak afkomen alsmede de gewenste organisatieontwikkelingen (2030) zodat de Rechtspraak toekomstbestendig is en kan inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Ook wordt er verder geïnvesteerd in de leidinggevenden, de wijze waarop zij zijn gepositioneerd en hoe zij worden ondersteund. Leidinggevend talent wordt in kaart gebracht en samenwerking en uitwisseling worden gestimuleerd.

Binden en boeien

Om de kwaliteit van het rechtspreken hoog te houden, alle rechtszaken de komende jaren te kunnen blijven behandelen en de organisatie goed te laten functioneren, is het essentieel om betrokken en vakbekwame medewerkers aan te trekken, hen te behouden en hen in staat te stellen om zich te ontwikkelen. In 2024 gaat de Rechtspraak door met diverse projecten op het gebied van arbeidsmarktbeleid en -communicatie, loopbaanbeleid en een traineeship voor jonge juristen. Daarnaast zal er verder worden geïnvesteerd in de HR-functie binnen de Rechtspraak. Dit zodat medewerkers én potentiële sollicitanten de Rechtspraak ervaren als een aantrekkelijke en goede werkgever, vacatures snel worden vervuld en medewerkers zich langdurig aan de Rechtspraak verbinden. Ook wordt er verder gewerkt aan het vergroten van de diversiteit en inclusie binnen de organisatie, van bewustwording naar concrete doelen en realisatie.

6.2 Financiën

Bekostiging

De bekostiging van de Rechtspraak wordt gebaseerd op een productiegerelateerde bijdrage, naast een bijdrage voor de vaste kosten.

Tabel 100 Meerjarige begroting van baten en lasten (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Baten

       

Bijdrage Ministerie van JenV

1.229.945

1.323.789

1.364.075

1.409.943

1.396.532

1.356.181

1.355.056

Overige bijdrage van Ministerie van JenV

30.218

30.218

30.218

30.218

30.218

30.218

30.218

Overige opbrengsten

7.264

11.297

11.297

11.297

11.297

11.297

11.297

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

NCC

 

1.000

1.000

1000

1.000

1.000

1.000

Toevoeging uit egalisatierekening

       

Bijdrage meer/minder werk

‒ 20.043

      
        

Totaal baten

1.247.384

1.366.304

1.406.590

1.452.458

1.439.047

1.398.696

1.397.571

        

Lasten

       

Personele kosten

1.004.439

1.076.207

1.134.240

1.171.753

1.160.746

1.127.656

1.126.729

Materiële kosten

220.778

232.048

249.309

257.554

255.135

247.861

247.658

Afschrijvingskosten

20.139

20.139

20.139

20.139

20.139

20.139

20.139

Gerechtskosten

2.743

2.910

2.902

3.012

3.027

3.039

3.045

        

Totale lasten

1.248.099

1.331.304

1.406.590

1.452.458

1.439.047

1.398.696

1.397.571

        

Saldo van baten en lasten

‒ 715

35.000

0

0

0

0

0

Baten

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

De bijdrage bestaat uit een productie gerelateerde bijdrage, een bijdrage voor de vaste kosten, een bijdrage voor gerechtskosten en een bijdrage voor overige taken. Daarnaast bevat de bijdrage middelen voor taken die niet voortvloeien uit de Wet op de rechterlijke organisatie zoals tuchtrecht en de secretariaten van de commissies van toezicht voor het gevangeniswezen.

Overige bijdragen van het ministerie van JenV en overige opbrengsten

Deze posten betreffen bijdragen van het Openbaar Ministerie voor IVO en SSR en bijdragen aan de Rechtspraak van andere departementen.

Netherlands Commercial Court (NCC)

De jaarlijkse lumpsumbijdrage aan de Rechtspraak voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van de Netherlands Commercial Court (NCC) wordt als een vordering op het ministerie opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Bijdrage meer- en minderwerk

De bijdrage meer- en minderwerk (egalisatierekening van de Rechtspraak) betreft het saldo van meer- en minder- productie ten opzichte van de productie zoals wordt gefinancierd door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het meer- en minderwerk wordt afgerekend tegen 70% van de afgesproken productgroepprijzen.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten stijgen doordat er extra middelen beschikbaar komen uit de prijsafspraken met de Rechtspraak (zie hierboven) en door indexatie van de lonen.

Materiële kosten

De materiële kosten stijgen doordat er extra middelen beschikbaar komen uit de prijsafspraken met de Rechtspraak (zie hierboven) en door indexatie van de prijzen.

Tabel 101 Afschrijvingstermijn materiële vaste activa

Materiële vaste activa

Afschrijvingstermijn

Hard- en software

3 jaar

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

5 jaar

Audio- en visuele middelen en stoffering

8 jaar

Verbouwingen, installaties, bekabeling en meubilair lang

10 jaar

Gerechtskosten

Het gaat hier om de kosten die het gerecht in civiele- en bestuurszaken maakt gedurende of als gevolg van een aan de rechter voorgelegde zaak zoals advertentiekosten bij faillissementen, tolken en vertalers en deskundigen.

Bijdrage Ministerie van Justitie en Veiligheid

In de onderstaande tabel is de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gespecificeerd.

Tabel 102 bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Productiegerelateerde bijdrage

664.450

671.796

696.546

734.810

722.408

689.924

690.794

Bijdrage vaste kosten

504.780

580.120

594.448

603.393

602.575

595.121

595.121

        

Bijdrage voor overige uitgaven

       

Bijzondere kamers rechtspraak

13.459

13.775

13.888

13.905

13.905

13.905

13.905

College van Beroep v/h bedrijfsleven

10.390

12.557

13.303

11.635

11.385

10.933

8.933

Megazaken

23.843

32.426

32.700

32.887

32.931

32.956

32.956

Gerechtskosten

3.287

2.910

2.902

3.012

3.027

3.039

3.045

        

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

       

Tuchtrecht

3.491

3.659

3.689

3.693

3.693

3.693

3.693

Cie. van toezicht

6.191

6.489

6.542

6.550

6.550

6.550

6.550

Overige

54

57

58

58

58

58

58

        

Bijdrage JenV-begroting

1.229.945

1.323.789

1.364.075

1.409.943

1.396.532

1.356.181

1.355.056

De productiegerelateerde bijdrage is het meest omvangrijke deel van de bijdrage van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Deze bijdrage komt tot stand door de productieafspraken tussen Raad en minister te vermenigvuldigen met de afgesproken prijzen. In onderstaande tabel zijn de gefinancierde productieaantallen opgenomen, daarbij uitgaand van de prijzen zoals deze zijn vastgelegd in het Prijsakkoord 2023-2025.

Tabel 103 Productieaantallen (absolute aantallen)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Gerechtshoven

       

Handel

6.452

6.125

5.979

6.055

6.123

5.763

5.708

Familie

5.074

4.683

5.213

5.251

5.371

5.080

5.124

Straf

26.368

34.144

34.149

34.151

28.712

28.714

28.716

Belasting

6.234

8.930

8.963

8.877

8.999

8.324

8.377

        

Rechtbanken

       

Handel

51.605

49.314

49.569

51.318

52.131

48.696

48.498

Familie

174.705

175.084

176.960

178.846

184.658

176.380

179.929

Straf

153.060

174.604

173.834

173.736

161.942

162.090

162.265

Bestuur (excl. Vreemdelingenkamers)

33.920

32.717

32.064

32.280

32.745

30.666

30.610

Bestuur (Vreemdelingenkamers)

27.771

39.530

48.027

56.242

56.537

40.280

40.280

Kanton

851.168

883.878

899.925

927.582

940.307

883.201

877.247

Belasting

28.737

28.733

28.705

30.786

30.961

29.172

29.278

        

Bijzondere colleges

       

Centrale Raad van Beroep

5.072

4.523

4.000

3.799

3.766

3.564

3.590

        

Totaal

1.370.166

1.442.263

1.467.390

1.508.924

1.512.253

1.421.930

1.419.621

Eigen vermogen

Tabel 104 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

Eigen vermogen per 1-1

35.000

Prognose resultaat

35.000

Eigen vermogen per 31-12

‒ 715

35.000

35.000

Aanzuivering eigen vermogen (vordering)

715

Kasstroomoverzicht

Tabel 105 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
 

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Rekening courant RHB 1 januari

47.362

64.806

98.358

96.410

94.212

91.814

       

Totaal operationele kasstroom

39.518

54.139

19.139

19.139

19.139

19.139

       

-/- totaal investeringen

‒ 20.790

‒ 30.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

329

     

Totaal investeringskasstroom

‒ 20.461

‒ 30.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

‒ 24.000

       

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

      

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

      

-/- aflossingen op leningen

‒ 19.766

‒ 20.587

‒ 21.087

‒ 21.337

‒ 21.537

‒ 21.637

+/+ beroep op de leenfaciliteit

18.487

30.000

24.000

24.000

24.000

24.000

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.279

9.413

2.913

2.663

2.463

2.363

       

Rekening courant RHB 31 december1

64.806

98.358

96.410

94.212

91.814

89.316

X Noot
1

incl. rekening-courantstand egalisatierekening € 0,334 mln. per jaareinde 2022

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in eventuele voorzieningen en in mutaties in het netto werkkapitaal.

Investeringen

Tabel 106 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Hard- en software

18.130

14.260

13.450

13.330

13.640

13.640

Vervoersmiddelen, inventaris, meubilair kort en kantoormachines

4.060

3.200

2.770

3.420

3.360

3.360

Audio- en visuele middelen en stoffering

3.300

2.710

3.820

3.630

3.410

3.410

Verbouwingen, installaties en meubilair lang

4.510

3.830

3.960

3.620

3.590

3.590

Totaal

30.000

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

   

Investeringen verdeeld naar vervanging en uitbreiding

  

Vervanging

29.100

22.800

22.560

23.040

22.800

22.800

Uitbreiding

900

1.200

1.440

960

1.200

1.200

Doorlooptijden

De doorlooptijd is gedefinieerd als de totale tijd in dagen die verstrijkt tussen het instromen en het uitstromen van een zaak bij een gerechtelijke instantie. De Rechtspraak heeft in 2020 nieuwe (maximum)normen ontwikkeld voor doorlooptijden, dit worden «de standaarden» genoemd. De methodiek van normpercentages (X procent van de zaken binnen X dagen) is verlaten. Er wordt nu voor het overgrote deel gewerkt met een maximum voor het aantal dagen per zaakstroom. Het streven is dat alle zaken binnen deze standaard worden afgehandeld. De nieuwe methodiek maakt interne sturing eenvoudiger en maakt duidelijker wat rechtszoekenden kunnen verwachten.

Voor de interne sturing worden inmiddels zo’n 70 standaarden voor (hoofd)zaakstromen onderscheiden. De verantwoording in het jaarverslag vindt plaats per rechtsgebied, met nadere specificatie voor een tweetal zaakstroomgroepen onder bestuur. In de onderstaande tabel wordt het percentage zaken weergegeven dat is uitgestroomd binnen de genormeerde doorlooptijd in 2022. Het streven is om over de hele linie elk jaar vooruitgang te boeken in het percentage zaken dat binnen de normtijd wordt afgehandeld.

Tabel 107 Doorlooptijden

Bestuur