33 836 Personen- en familierecht

Nr. 73 MOTIE VAN DE LEDEN VAN NISPEN EN WESTERVELD

Voorgesteld 25 mei 2022

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment niet in de wet is vastgelegd dat bij uithuisplaatsingen het uitgangspunt moet zijn dat broertjes en zusjes samen geplaatst worden en dat dit uitgangspunt slechts in professionele beleidsregels is gevat die juridisch niet bindend zijn;

constaterende dat uit internationale regelgeving (art. 8 EVRM en 16 IVRK) voortvloeit dat broers en zussen het recht hebben op «bescherming door de wet» tegen een inbreuk op hun gezinsleven, maar die wettelijke bescherming op dit moment ontbreekt;

constaterende dat in het hiernaar uitgevoerde WODC-onderzoek wordt gesteld dat het wettelijk verankeren van het recht om samen geplaatst te worden lijkt te passen in de visie van het «samenplaatsen, tenzij» en dat het in de basis als goed wordt gezien dat kinderen dat recht krijgen, maar dat er vragen zijn over de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en verantwoordelijkheden;

van mening dat deze vragen er niet aan in de weg mogen staan dat het kinderrecht wettelijk verankerd wordt en dit een aansporing kan zijn om de belemmeringen in de praktijk zo veel mogelijk weg te nemen en de verantwoordelijkheden helder te krijgen;

verzoekt de regering in de wet vast te leggen dat het uitgangspunt bij uithuisplaatsingen van broers en zussen moet zijn: samen, tenzij,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Nispen

Westerveld

Naar boven