Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2014-2015
Kamerstuk 34000-VI nr. 2

Gepubliceerd op 16 september 2014 15:16



34 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2015

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

DEEL A.

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

3

     

DEEL B.

BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1

Leeswijzer

4

     

2

Beleidsagenda

6

     

3

Beleidsartikelen

33

31

Nationale politie

33

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

39

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

47

34

Sanctietoepassing

55

35

Jeugd

64

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

72

37

Vreemdelingen

76

     

4

Niet beleidsartikelen

84

91

Apparaat kerndepartement

84

92

Nominaal en onvoorzien

88

93

Geheim

89

     

5

Agentschappen

90

1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

90

2

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

99

3

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

103

4

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

108

5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening (Dienst Justis)

112

     

6

Raad voor de rechtspraak

118

     

7

Prognosemodel Justitiële Ketens

125

     

8

Wetgevingsprogramma

130

     

9

Bijlagen

139

 

Overzicht ZBO’s en RWT’s

139

 

Verdiepingshoofdstuk

143

 

Moties en toezeggingen

155

 

Subsidieoverzicht

235

 

Overzicht evaluatie- en overig onderzoek

244

 

Afkortingenlijst

246

 

Begroting nationale politie (losse bijlage)

 

DEEL A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor het jaar 2015 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2015. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2015.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2015 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Justitiële Uitvoeringsdienst, Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor het jaar 2015 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lastenstelsel voeren.

Wetsartikel 3

Met ingang van 2002 is het stelsel van de rechtspraak ingrijpend gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat de rechtspraak, mede door de instelling van de Raad voor de rechtspraak en de invoering van het principe van integraal management bij het besturen van de gerechten, verantwoordelijk is geworden voor het eigen beheer. Op grond van de nieuwe bevoegdheidsverdeling is de Minister van Veiligheid en Justitie niet verantwoordelijk voor de doelmatigheid van de rechterlijke organisatie, wel heeft de Minister een toezichthoudende verantwoordelijkheid.

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de positie van de Minister van Veiligheid en Justitie ten opzichte van de rechterlijke organisatie verduidelijkt. Dit betekent voorts dat in deel B naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Veiligheid en Justitie ten aanzien van de rechtspleging wordt toegelicht, een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak wordt opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het jaar 2015 wordt gegeven.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

DEEL B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

In deze leeswijzer wordt kort ingegaan op de hoofdonderdelen van de begroting en de belangrijkste wijzigingen in de begrotingsindeling ten opzichte van het voorgaande begrotingsjaar.

Groeiparagraaf

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (TK 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens deze voorschriften.

Om de begroting van VenJ nog beter aan de uitgangspunten van Verantwoord Begroten te laten voldoen, zijn de rollen en verantwoordelijkheden van de bewindspersoon korter en bondiger beschreven. Ook zijn de toelichtingen op de financiële instrumenten meer toegespitst op uitleg bij de (meerjarige) budgetten en het horizontale verloop van de reeksen.

Meetbare gegevens

Er is in deze begroting getracht de presentatie van meetbare gegevens te verbeteren. Hier is invulling aangegeven door bijvoorbeeld de prestatie-indicatoren die volgen uit de nieuwe Veiligheidsagenda in samenhang te presenteren achter de beleidsagenda. In de begroting 2014 werden de indicatoren omtrent cybercrime, opsporing en High Impact los gepresenteerd in beleidsartikelen 31, 33 en 34. Deze indicatoren zijn nu te vinden in de tabel «prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda achter de beleidsagenda.

Daarnaast wordt, conform Verantwoord Begroten, als uitgangspunt genomen dat prestatie-indicatoren alleen worden opgenomen als er sprake is van een uitvoerende rol van de Minister. Hierdoor zijn enkele prestatie-indicatoren en kengetallen niet langer opgenomen. Het gaat onder andere om de kengetallen risico- en probleemspelers bij kansspelverslaving, het aantal slachtoffer-dadergesprekken en het aantal slachtoffers met ondersteuning vanuit Slachtofferhulp Nederland (SHN).

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

In de beleidsagenda wordt ingegaan op zeven kernthema’s van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Dit zijn de prioriteiten voor deze kabinetsperiode. In de beleidsagenda is verder zoals gebruikelijk een cijfermatig overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsmatige mutaties, een overzicht met de meerjarige planning voor de beleidsdoorlichtingen en een overzicht van de garanties vallend onder dit ministerie.

Hoofdstuk 3: Beleidsartikelen en hoofdstuk 4: Niet-beleidsartikelen

Met het Ministerie van Financiën is de afspraak gemaakt dat de apparaatsuitgaven van de Hoge Raad (HR), het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) niet in het centrale apparaatsartikel 91 maar apart in beleidsartikel 32 (HR), 33 (OM) en 35 (RvdK) worden opgenomen.

Hoofdstuk 5: Agentschapsparagrafen

In deze begroting is het agentschap GDI niet langer opgenomen. Dit agentschap is door centralisatie van alle ICT-ondersteuning opgegaan in het Shared Service Centrum-ICT Haaglanden (SSC-ICT) en daarom met 1e suppletoire begroting 2014 budgettair overgeheveld naar het Ministerie van BZK.

De begroting van het agentschap DJI kent een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «materiële programmakosten». Onder deze post zijn met instemming van het Ministerie van Financiën de materiële kosten opgenomen die samenhangen met de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen. Het betreft materiële kosten, die geen apparaatskosten zijn.

Hoofdstuk 6: Raad voor de rechtspraak

In het wetslichaam is een apart wetsartikel opgenomen voor de Raad voor de rechtspraak. In de Wet op de Rechterlijke Organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering geattribueerd aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. Per 1 januari 2005 kent de Raad een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering en gelijktijdig is het baten-lastenstelsel ingevoerd. Door VenJ is gekozen voor een «bijdrage-constructie». Dit betekent dat op artikel 32 «Rechtspleging en rechtsbijstand» de bijdrage aan de Raad is opgenomen en de Raad voor de rechtspraak niet in de begrotingsstaat inzake agentschappen is opgenomen. Voor de Raad is in de begroting een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin de gevolgen van de verstrekte bijdrage op het gebied van de bedrijfsvoering.

Hoofdstuk 7: Prognosemodel Justitiële Ketens

Eén van de bijlagen (hoofdstuk 7) bevat de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). Deze uitkomsten geven de geraamde capaciteitsbehoeften in meerjarig perspectief weer binnen de justitiële ketens.

Hoofdstuk 8: Bijlagen

Voor het eerst wordt bij deze begroting de begroting van de nationale politie als separate bijlage meegezonden.

Overzichtsconstructies

Het Ministerie van VenJ levert een bijdrage aan interdepartementale overzichtsconstructies Caribisch Nederland en de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). De coördinatie is voor de eerste overzichtsconstructie in handen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de coördinatie van de HGIS.

Regeerakkoord

Bij verwijzingen naar «het Regeerakkoord» in deze begroting wordt verwezen naar het Regeerakkoord Rutte-Asscher (ook wel Rutte-II genoemd). Indien er verwezen wordt naar een ander Regeerakkoord wordt dit expliciet vermeld.

2. BELEIDSAGENDA

Inleiding

Sinds het aantreden van het kabinet in 2012 is Nederland veiliger geworden en daar is hard aan gewerkt en daar gaan we de komende jaren krachtig mee verder. Dat geldt ook voor een ander kernthema, de bestendiging van de rechtsstaat. Veiligheid én justitie zijn thema’s die onlosmakelijk bij elkaar horen. Halverwege deze kabinetsperiode kan worden vastgesteld dat Veiligheid en Justitie op koers ligt om haar ambities te realiseren.

Naast nieuwe initiatieven, zoals bijvoorbeeld de Veiligheidsagenda, komt het voor 2015 vooral aan op uitvoering en implementatie van datgene wat de afgelopen jaren op de diverse terreinen in gang is gezet. Denk hierbij aan het versterken van de prestaties in de strafrecht- en vreemdelingenketen, het inzichtelijk en transparant maken hiervan, de digitalisering van de keten en de herziening en modernisering van het Wetboek van Strafvordering. In deze Beleidsagenda komen de punten naar voren waar Veiligheid en Justitie zich in 2015 en verder in het bijzonder op zal richten. Dit doen we niet alleen, maar gezamenlijk met het lokaal bestuur, Openbaar Ministerie en al onze ketenpartners. Op de agenda staan bekende, hardnekkige vormen van te bestrijden criminaliteit, zoals overvallen, woninginbraken, fraude, drugs en straatroof, maar ook onderwerpen zoals cybercrime en jihadisme.

De dreiging die van het jihadisme uitgaat, vraagt om een krachtige, integrale aanpak. Daarom neemt het kabinet een aantal aanvullende maatregelen die volgen op het bestaande beleid om jihadisme te bestrijden, dat al is ingezet. Hiertoe is het actieprogramma «Integrale Aanpak Jihadisme» opgesteld dat recentelijk aan de Kamer is verzonden. Het actieprogramma heeft tot doel het beschermen van de democratische rechtsstaat, bestrijden en verzwakken van de jihadistische beweging in Nederland, en het wegnemen van de voedingsbodem voor radicalisering. De inzet is zowel preventief als repressief. Daarbij is samenwerking tussen alle partners nodig, zowel nationaal als lokaal, overheid als maatschappelijk middenveld, ongeacht ieders levensovertuiging. Het actieprogramma versterkt bestaande activiteiten en introduceert ook nieuwe maatregelen en voorstellen voor nieuwe wetgeving.

Met betrekking tot Nederland veiliger werpt de intensieve aanpak van criminaliteit en overlast, met medewerking van tal van partners, zijn vruchten af. Alle reden om deze succesvolle aanpak door te zetten. Met ingang van 1 januari 2015 treden binnen de politieorganisatie de basisteams en de districtsrecherche in werking. Een cruciale stap, omdat deze nieuwe opzet bijdraagt aan de doelstelling om een lokaal stevig verankerde nationale politie te hebben die effectief en efficiënt bijdraagt aan een veiliger Nederland.

Daarnaast zijn, in intensieve samenwerking met de rechtspraak, in het kader van de programma’s Versterking van de Prestaties in de Strafrechtketen (VPS) en Kwaliteit en Innovatie Rechtspraak (KEI) concrete en ambitieuze doelstellingen geformuleerd om het functioneren van het rechtsbestel te verbeteren. Bijvoorbeeld het binnen vier weken afdoen van twee derde van de eenvoudige strafzaken met een strafbeschikking of vonnis in eerste aanleg. Van de organisaties in deze ketens mag worden verwacht dat zij elk vanuit hun eigen (rechtstatelijke) rol in hun onderlinge samenwerking correct, effectief, zorgvuldig en transparant optreden. Deze samenwerking is vooral bepalend voor het bereiken van datgene wat we voor ogen hebben en het versterken van de geloofwaardigheid van de instituties van de rechtsstaat.

2015 wordt ook het jaar waarin uitvoering wordt gegeven aan de Veiligheidsagenda, die door de Minister met het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters is vastgesteld. In deze agenda zijn de landelijke beleidsdoelstellingen en jaarlijkse ambities vastgesteld voor de periode 2015–2018. De agenda richt zich op de aanpak van maatschappelijke veiligheidsproblemen die landelijk spelen, die (regio)grensoverschrijdend zijn en/of waar afstemming in de aanpak op landelijk niveau voor nodig is. De agenda is complementair aan de lokale veiligheidsagenda's. Ook daarom is het lokaal bestuur een cruciale partner in de integrale samenwerking bij de aanpak van criminaliteit en onveiligheid.

De aanpak van georganiseerde drugscriminaliteit is en blijft in 2015 een topprioriteit. De georganiseerde criminaliteit pakken we geïntegreerd – als één overheid – aan. Burgemeesters nemen hun regierol bij de bestrijding van deze ondermijnende drugscriminaliteit en zij krijgen de capaciteit die nodig is.

De relatie met het lokaal bestuur is ook van belang in de vreemdelingenketen. Er is de afgelopen jaren sterk ingezet op verdere verbetering van de samenwerking en de sturing van de vreemdelingenketen. Dit zal met kracht worden voortgezet in 2015, onder andere door het werken met prestatie-indicatoren. Ook de samenwerking tussen de organisaties binnen de vreemdelingenketen en organisaties die zich bezighouden met toezicht en handhaving zal worden voortgezet en, waar nodig, geïntensiveerd. Met name in periodes van verhoogde asielinstroom en signalen van mensensmokkel kan dit vruchten afwerpen. De aanpak van criminele vreemdelingen, zo mogelijk inclusief terugkeer naar het land van herkomst, moet bijdragen aan meer (lokale) veiligheid.

Ook op het terrein van cybersecurity zijn we volop bezig om onze maatschappij weerbaarder te maken. Het aanpakken van cyberdreigingen en het voorbereiden van de samenleving op cyberaanvallen zijn meer dan ooit een voorwaarde voor economisch succes en vergt betrokkenheid van overheid, burger en bedrijfsleven. Alle betrokkenen zullen de komende tijd een stap extra moeten zetten. Kwaadwillenden kunnen er zeker van zijn dat overheid en bedrijfsleven hen in de fysieke- en cyberwereld de voet dwars zullen zetten.

Volgend jaar wordt ook een belangrijk jaar waar het gaat om de modernisering van het kansspelbeleid, met onder meer de wettelijke regulering van online kansspelen. Ook wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel om Holland Casino onder voorwaarden te verkopen en de markt open te stellen voor enkele nieuwe aanbieders. Het Speelautomatenbesluit wordt herzien en we werken aan een aangepast vergunningstelsel voor loterijen. Dit laatste zal in 2017 in werking treden.

Op internationaal gebied staat 2015 voor een belangrijk deel in het teken van de voorbereidingen op het EU-voorzitterschap, dat Nederland van 1 januari tot 30 juni 2016 zal bekleden. Specifieke ambities hebben wij op de terreinen cyber, asiel en migratie. Zo wil Nederland leidend blijven op het dossier cybersecurity. Daarbij streven we naar de realisatie van de Europese cyberstrategie en het implementeren van de Europese netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn. Nederland zal tevens volgend jaar de vierde internationale Global Conference on Cyberspace (GCCS) organiseren.

Met Frankrijk, België en Luxemburg wordt gewerkt aan een actieprogramma ter bestrijding van grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit en mobiel banditisme. Met Duitsland wordt op deze terreinen – alsmede ten aanzien van criminele motorbendes – ingezet op afspraken waarbij zowel de federale regering als de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen partij zijn. Met deze deelstaten intensiveren we de wederzijdse bijstand op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing.

In de onderstaande zeven kernthema’s wordt de ambitie om te komen tot een veiliger Nederland, ingebed in een sterke rechtsstaat, per thema verder uitgewerkt.

2.1 Nederland Veiliger (artikel 31, 32, 33, 34, 35)

Bij het vergroten van de veiligheid zijn de landelijke beleidsdoelstellingen van de Veiligheidsagenda 2015–2018 leidend. Dan gaat het om de aanpak van: ondermijnende criminaliteit, cybercrime, horizontale fraude, kinderporno en High Impact Crimes, waaronder criminele jeugdgroepen, en afpakken van crimineel vermogen.

Versterking geïntegreerde aanpak ondermijnende criminaliteit

De bestrijding van ondermijnende criminaliteit vraagt om optreden als één overheid. Deze geïntegreerde aanpak voorziet in strafrechtelijke, bestuurlijke, fiscale en privaatrechtelijke interventies met als doel een breed en effectief front te vormen tegen ondermijnende criminaliteit. De RIEC’s (Regionale Informatie en Expertise Centra) en het LIEC zijn daarbij spin in het web. Zij richten zich op de overheidsaanpak bij complexe problemen zoals mensenhandel, drugscriminaliteit, fraude en Outlaw Motorcycle Gangs. Bij al deze thema’s is er sprake van flagrant normoverschrijdend gedrag waaruit een schijn van onaantastbaarheid voortvloeit. Er is bovendien bijna altijd sprake van een verwevenheid tussen boven- en onderwereld.

Juist vanwege deze verbinding ontstaan machtscentra in de maatschappij die vanwege hun gerichtheid op crimineel gewin erop uit zijn door geweld, afpersing en bedreiging een ondermijnende invloed op fundamentele pijlers van de maatschappij (waaronder de rechtstaat, democratie en economie) te richten. Alleen door een strakke samenwerking tussen alle relevante partijen, te weten OM, politie, Belastingdienst, FIOD, KMar, burgemeesters en gemeenten en hun diensten, kan dit worden doorbroken.

Voor 2015 staat een verdere intensivering van de samenwerking op het programma. Er worden minimaal 950 criminele samenwerkingsverbanden per jaar strafrechtelijk aangepakt. De aanpak is gericht op kopstukken en sleutelfiguren uit het criminele proces. Tevens zal het aantal handhavingsacties waaraan de politie deelneemt stijgen. In oktober 2014 is in de Eerste Kamer de behandeling voorzien van een wetsvoorstel dat voorbereidingshandelingen strafbaar stelt. Dit instrument is een nuttig en effectief instrument in de bestrijding van bijvoorbeeld drugscriminaliteit en dreigend terrorisme.

De Taskforce Brabant Zeeland zet zijn werkzaamheden – na de doorstart en verbreding naar heel Brabant en Zeeland in 2014 – ook de komende jaren voort. De inzet van de partijen uit de Task Force is erop gericht dat criminogene gelegenheidsstructuren en kopstukken worden aangepakt, waarbij het afpakken van crimineel vermogen bovenaan de agenda van alle betrokken overheidsorganisaties staat. De ervaringen die in Brabant en Zeeland worden opgedaan worden uiteraard verbonden aan de landelijke ontwikkelingen op het terrein van de aanpak van ondermijnende criminaliteit. De Minister van Veiligheid en Justitie ondersteunt deze geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit in Brabant en Zeeland mede door het leveren van een financiële bijdrage.

Bestrijding cybercrime

In 2015 zetten we de harde aanpak van cybercrime onverminderd voort in nauwe samenwerking met tal van publieke en private partijen in binnen- en buitenland. De intensivering moet op termijn leiden tot een forse toename van het aantal cybercrime-onderzoeken (naar 360 onderzoeken in 2018). Voor 2015 wordt voorzien in 200 onderzoeken, waarbinnen een toename van het aantal complexe onderzoeken. Bij complexe zaken kan het bijvoorbeeld gaan om delicten zoals een hack van een grote instelling (ziekenhuis) of van vitale infrastructuur. Ten behoeve van de intensivering wordt ook de samenwerking met de bancaire sector verstevigd. Het hoge niveau van de bestrijding van hightech crime, als gevolg van de capaciteitsuitbreiding bij de Landelijke Eenheid van de nationale politie, blijft in 2015 gehandhaafd. De versterkte aandacht voor cybercrime wordt verruimd naar het niveau van alle eenheden.

Technologische ontwikkelingen vereisen regelmatige herijking van het wettelijk kader en daarom is in de Wet Computercriminaliteit III voorzien in uitbreiding van de opsporingsbevoegdheden. Het OM en de politie bereiden zich in 2015 voor op de inwerkingtreding van deze wet.

Fraudebestrijding

De aanpak van fraude is ook in 2015 een topprioriteit. Fraude ondermijnt de integriteit van het economisch stelsel. Het tast bijvoorbeeld het vertrouwen in het handelsverkeer aan. Bovendien zet het de betaalbaarheid van voorzieningen onder druk en kan het leiden tot een vermindering van het maatschappelijk draagvlak voor sociale voorzieningen. In het algemeen wordt het rechtsgevoel op de proef gesteld en dat is onacceptabel. De ambities van het kabinet zijn vertaald in een rijksbreed actieprogramma waarvan de uitvoering wordt gecoördineerd door het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Doel is om fraude zoveel mogelijk te voorkómen. Gevallen van fraude worden zonder pardon aangepakt. Dat kan alleen effectief als alle betrokken overheidsdiensten hun expertise bundelen en als één overheid een front maken tegen fraude.

Komend jaar leidt deze opstelling tot verschillende concrete initiatieven en maatregelen. Vanaf 2015 wordt aan de hand van een richtlijn nieuwe en bestaande regelgeving steviger getoetst op fraudebestendigheid. Signalen over fraude en misbruik worden sneller opgepakt. Organisaties, belast met toezicht, handhaving, opsporing en vervolging worden systematischer uitgevraagd en hun kennis benut om kwetsbaarheden voor fraude te ontdekken en te dichten. Verbeterde basisregistraties bieden betere mogelijkheden voor eerdere detectie van fraude; knelpunten op het gebied van gegevensuitwisseling worden zo veel mogelijk weggenomen om de informatiepositie van verschillende overheidsdiensten te versterken; ook wordt een verkenning uitgevoerd naar een Kaderwet Gegevensuitwisseling.

Het kabinet gaat daarnaast verder met een stevige aanpak van onderliggende fraudefenomenen die zowel overheid als burgers en bedrijven raken. De bestrijding van faillissementsfraude kent bijvoorbeeld een integrale aanpak met aandacht voor preventie, bestuurlijk toezicht, civielrechtelijk verhaal en strafrechtelijke handhaving. Faillissementsfraudezaken worden vanaf het moment van het signaleren van fraude tot aan de berechting met de benodigde capaciteit en specialisatie behandeld. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de daarvoor georganiseerde spreekuren en themazittingen faillissementsfraude, die op steeds meer parketten worden gehouden en ook in 2015 zullen die worden voortgezet. In 2015 wordt ook een openbaar register van civielrechtelijke bestuursverboden voorbereid, evenals een centraal aandeelhoudersregister met informatie over aandelen in BV’s en niet-beursgenoteerde NV’s. Dit leidt er toe dat de slagkracht van publieke toezichthouders en handhavers wordt vergroot. Daarnaast worden beroepsfraudeurs buitenspel gezet door een innovatieve subjectgerichte aanpak die in 2014 is ontwikkeld door het Openbaar Ministerie in samenwerking met opsporingsdiensten en andere betrokken organisaties. Het afpakken en terughalen van crimineel vermogen blijft een centrale doelstelling in alle fraudezaken en draagt bij aan de totale afpakdoelstelling. De versterkte integrale en ketengerichte corruptiebestrijding, waarover de Tweede Kamer in 2014 is geïnformeerd, krijgt in 2015 nader vorm.

Volgend jaar vindt voorts een versterking van de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven (zogenaamde «horizontale fraude») plaats met als basis het verhogen van barrières voor het plegen van specifieke fraudes en het vergroten van de weerbaarheid van burgers en bedrijven. Publieke en private partners maken hiertoe gezamenlijk afspraken. Het onderwerp horizontale fraudebestrijding in den brede is een van zes gekozen hoofdthema’s van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC). In nauwe publiek-private samenwerking zetten VNO-NCW, MKB-Nederland, de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), Verbond van Verzekeraars, de Koninklijke Horeca Nederland (KHN), de Detailhandel Nederland (DHN) en Transport en Logistiek Nederland (TLN) zich samen met politie en justitie in op de programmatische en integrale aanpak van horizontale fraude, met focus op zowel preventie en tegenhouden, als repressie. Naast de aanpak van horizontale fraude zijn ook cybercrime, heling, afpersing, mobiele dadergroepen en transportcriminaliteit hoofdthema’s voor het NPC. Deze aanpak komt ook ten gunste van een beter vestigingsklimaat voor (internationale) bedrijven. Naast preventieve maatregelen en versterkte publieke-private samenwerking blijft ook de strafrechtelijke aanpak van horizontale fraude een essentieel onderdeel van de aanpak: voor politie en Openbaar Ministerie geldt als doelstelling dat het aantal strafzaken bij de regionale eenheden in 2015 is gestegen naar 1.500.

Aanpak mensenhandel

Mensenhandel is een mensonterend delict. Daders moeten hard worden aangepakt en slachtoffers moeten goed worden beschermd. In 2015 wordt de aanpak van mensenhandel verder geïntensiveerd. Al het mogelijke wordt gedaan om gedwongen arbeid en mensenhandel te voorkomen en op te sporen. Binnen de Taskforce Mensenhandel wordt voortdurend ingezet op een brede integrale aanpak van mensenhandel, waarin de vele initiatieven met elkaar in verbinding worden gebracht ter bestrijding van alle vormen van uitbuiting. Het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel en het vergoeden van de schade aan slachtoffers zijn belangrijke onderdelen van deze aanpak. Om meer maatwerk te leveren aan de slachtoffers staat 2015 verder in het teken van het nationaal verwijzigingsmechanisme (een wegwijzer voor o.a. ketenpartners en maatschappelijke organisaties) voor slachtoffers van mensenhandel.

Bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme

De bestaande focus op slachtoffers en op vervaardigers en verspreiders wordt verder uitgebreid. Het aantal interventies zal stijgen naar 700 in 2018, met focus op de meer complexe zaken. In 2015 leggen we het accent, nog meer dan tot nu toe, op het ontzetten van slachtoffers van misbruik. We besteden speciale aandacht aan recidivisten, daders opererend in besloten netwerken en daders in risicovolle beroepen en posities. Net zoals in het huidige beleid zoeken we daarbij naar evenwicht tussen enerzijds het type zaak (kwaliteit) en anderzijds het aantal zaken (kwantiteit). Verder blijven we ons richten op downloadzaken, met ruimte voor alternatieve interventies zoals verwijzing naar Stop It Now, een hulplijn voor pedoseksuelen. Het Plan van Aanpak Kindersekstoerisme voorziet voor langere tijd in meer concrete acties ter voorkoming en bestrijding van kindersekstoerisme. De tijdelijke inzet van extra politieliaisons in enkele kwetsbare regio’s en campagnes om de bewustwording te vergroten speelt in dit verband een belangrijke rol.

High Impact Crimes

Bij de bestrijding van de High Impact Crimes ligt de focus op het verhogen van het ophelderingspercentage, het afpakken van crimineel vermogen en een zorgvuldige bejegening van het slachtoffer. Op deze aanpak wordt opnieuw vol ingezet. De probleemgerichte ketenaanpak van overvallen, straatroven, woninginbraken en geweldsdelicten is succesvol gebleken en blijft in 2015 en verdere jaren een topprioriteit.

Met betrekking tot straatroven en overvallen wordt voor 2015 een maximum gehanteerd van respectievelijk 6.723 en 1.648. Doel is om het aantal woninginbraken van circa 91.000 in 2012 terug te brengen tot 61.000 in 2018. Op lokaal niveau maken bestuur, OM, politie en andere partners, zoals woningcorporaties en het bedrijfsleven, heldere afspraken over de beste lokale aanpak – zowel preventief als repressief. De heterdaadkracht wordt verstevigd door in te zetten op de vergroting van de actieve betrokkenheid van burgers.

De effectieve aanpak van problematische jeugdgroepen – in het bijzonder die van alle criminele jeugdgroepen – wordt aangescherpt. Er wordt daarbij niet alleen ingezet op de aanpak van groepen/netwerken die al crimineel zijn, maar ook op het voorkomen dat er nieuwe groepen/netwerken ontstaan en dat leden doorgroeien van overlast gevend naar crimineel. Daarom wordt vanaf 2015 en verdere jaren geïnvesteerd in een systeemaanpak op basis van een gezamenlijke probleemanalyse voor criminele jeugd en risicojeugd, waarin preventie, zorg en straf goed op elkaar aansluiten.

Wetsvoorstel invoering maatregel terbeschikkingstelling aan onderwijs (tbo-maatregel)

Met dit wetsvoorstel krijgt de rechter de mogelijkheid om jeugdigen (12 tot 23 jaar) met een problematisch onderwijsverleden, die zich schuldig maken aan strafbare feiten, te verplichten om onderwijs te volgen. In 2015 wordt de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel afgerond. Doel is om jongeren zonder startkwalificatie te dwingen hun opleiding af te maken en zo kansen op werk te vergroten en recidive te voorkomen.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen wordt standaard ingebouwd bij iedere strafzaak met financieel gewin. De impuls die het afpakken heeft gekregen met investeringen in de strafrechtketen – oplopend tot € 20 miljoen euro in 2018 – heeft geleid tot de beoogde stijging van het incassoresultaat. Dat zal het komende jaar verder toenemen tot ruim 100 miljoen euro vanaf 2016.

Veiligheid kinderen

Op 1 januari 2015 gaat het nieuwe jeugdstelsel van start. Dit stelsel is tot stand gekomen in goede samenwerking tussen Rijk, VNG/gemeenten en IPO, alsmede zorgverzekeraars en veldpartijen. Gemeenten krijgen de regie over het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Een «ontschotte» jeugdhulp en minder bureaucratie moeten de hulpverlening toegankelijker maken. Het actieplan «Kinderen Veilig 2012–2016» vormt de basis voor de aanpak van kindermishandeling in 2015. De Taskforce kindermishandeling en seksueel misbruik ziet niet alleen toe op de uitvoering van de acties uit het Actieplan, maar ook op de maatregelen die voortvloeien uit het rapport van de Commissie Samson.

Zedendelinquenten

Zedendelicten en zware geweldsdelicten zijn zeer ingrijpend en traumatiserend voor slachtoffers en naaste omgeving. Bescherming van de samenleving tegen daders van zware geweldsdelicten en zedendelicten vergt toereikende maatregelen, die erop gericht zijn dat deze delinquenten niet (weer) recidiveren. Omwille van de veiligheid van de samenleving kan het nodig zijn een bepaalde categorie delinquenten langdurig te volgen. Dat beoogt het wetsvoorstel Langdurig Toezicht, Gedragsbeïnvloeding en Vrijheidsbeperking. Naar verwachting treedt dit wetsvoorstel in 2015 in werking. Met deze wet kunnen ernstige geweldsplegers en zedendelinquenten langdurig, mogelijk zelfs levenslang, onder toezicht komen te staan en vindt resocialisatie gefaseerd plaats onder voorwaarden.

In het verlengde van toezicht op zedendelinquenten en zware geweldsdelinquenten wordt het project Bestuurlijke Informatie Voorziening Justitiabelen (BIJ) volgend jaar staand beleid. Tegelijkertijd werken we in 2015 aan digitalisering van het informatieportaal Justitiabelen. Dit systeem stelt de burgemeester in staat zich tijdig te voorzien van informatie over de terugkeer van ex-gedetineerde zeden- en zware geweldsdelinquenten in de samenleving. Dat versterkt de handelingspositie van burgemeester en gemeente.

2.2 Nationale veiligheid (artikel 36)

Door dreigingen voortijdig te onderkennen en aan te pakken en de weerbaarheid van vitale belangen te versterken kan ontwrichting van de Nederlandse samenleving worden voorkomen. In dat kader werken we in 2015 met prioriteit aan de volgende zaken:

Bestrijding extremisme en terrorisme

Het jihadisme vormt een substantiële bedreiging voor de nationale veiligheid van Nederland en voor de internationale rechtsorde. Om het jihadisme te bestrijden is recentelijk het actieprogramma «Integrale aanpak Jihadisme» opgesteld. De recente internationale geo-politieke ontwikkelingen en hun weerslag op Nederland (jihadgang, jihadistische uitingen op het internet en in het publieke domein) onderstrepen de dreiging. In respons op deze dreiging worden alle beschikbare middelen aangewend om de uitreis te verhinderen, om de risico’s van terugkeerders weg te nemen en het werven van nieuwe aanhang tegen te gaan. De Nederlandse contraterrorisme-partners werken daarbij nauw samen in een gecoördineerde en geregisseerde integrale aanpak. Detectie, signalering, opsporing en vervolging gaan samen met bestuurlijke interventies.

Het actieprogramma beschrijft de integrale aanpak van het jihadisme langs vijf beleidslijnen: 1. risicoreductie, 2. interventie, 3. aanpak radicalisering en maatschappelijke spanningen, 4. sociale media en 5. informatie-uitwisseling en (internationale) samenwerking. Een succesvolle uitvoering van dit actieprogramma vereist een heldere regie en programmatische sturing. Samenwerking en informatie-uitwisseling zijn hierbij sleutelwoorden.

Het actieprogramma versterkt bestaande activiteiten op deze sporen. De strafrechtelijk en bestuursrechtelijk aanpak van jihadisten wordt versterkt, ronselaars en haatpredikers worden steviger aangepakt, evenals het tegengaan van de online verspreiding van jihadistische propaganda. Het actieprogramma introduceert ook nieuwe maatregelen en voorstellen voor nieuwe wetgeving. Wetsvoorstellen worden voorbereid ten aanzien van (a) vergroting van de mogelijkheden om jihadgangers het Nederlanderschap ter ontnemen; (b) verruiming van de bestuursrechtelijke bevoegdheden om de risico’s te beperken van teruggekeerde terroristische strijders (bv. periodieke meldplicht, medewerking aan herhuisvesting, contactverboden). De NCTV voert de regie bij de uitvoering van het actieprogramma

Het actieprogramma versterkt ook de inzet op het preventieve vlak. Er komen een expertcentrum en kennisplatform radicalisering die gemeenten en eerstelijnswerkers praktische ondersteuning bieden. Er komt een meldpunt waar burgers signalen van radicalisering of jihad-gang anoniem kunnen melden. Sleutelfiguren vanuit de moslimgemeenschap die stelling nemen tegen het jihadisme worden ondersteund, onder meer met een nationale vertrouwenspersoon. Een landelijk adviespunt zal steun bieden aan familieleden en naasten van geradicaliseerde personen of uitreizigers.

In internationaal verband blijft Nederland koploper om door middel van bilaterale en multilaterale samenwerking (zoals o.a. in EU- en VN-verband) effectieve informatie uitwisseling en effectieve interventies tot stand te laten komen.

Cyber Security

Onze samenleving en economie zijn kwetsbaar door de toenemende afhankelijkheid van ICT. De reeks cyberaanvallen op vitale onderdelen van onze maatschappij laten zien dat verhoging van de digitale weerbaarheid van Nederland noodzakelijk is. Om dit te blijven monitoren wordt in 2015 het vijfde Cybersecurity Beeld Nederland uitgebracht. Veiligheid en Justitie werkt dan ook aan de hand van de Nationale Cyber Security Strategie aan het vergroten van de ICT-weerbaarheid van organisaties. Het vergroten van de ICT-weerbaarheid gebeurt op drie manieren. Ten eerste door digitale dreigingen te detecteren. Ten tweede door partijen binnen de rijksoverheid en vitale infrastructuur advies en handelingsperspectief te geven. Daarnaast wordt vanuit het Ministerie van VenJ het beleid gecoördineerd, net als de nationale respons op ICT-incidenten en crises. In 2015 wordt in samenwerking met private vitale organisaties de detectiecapaciteit voor digitale dreigingen verbeterd, responscapaciteiten versterkt en vindt uitwisseling van kennis en expertise plaats. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor accreditering van bedrijven die als «digitale brandweer» ingeschakeld kunnen worden. Tevens is volgend jaar het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) 24/7 actief. Ook met de wetenschap wordt intensief samengewerkt, onder andere in de Cyber Security Raad. Ook zullen overheid, bedrijfsleven en wetenschap gezamenlijk een cybersecurityplatform lanceren. Het kabinet versterkt in 2015 de cybersecurity. Zo wordt de kennisbasis op het gebied van digitale veiligheid verbreed en komt er een keurmerk veilig internet voor het MKB. Dit maakt ondernemers minder kwetsbaar voor digitale inbraken en versterkt het consumentenvertrouwen in e-commerce. De investeringen in cyber security en internationale samenwerking bieden ook bij uitstek kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om exportkansen in deze mondiale groeisector te grijpen.

Crisisbeheersing

In 2015 gaan we door met de invoering van de aangekondigde maatregelen voor betere prestaties bij brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Er worden voor de veiligheidsregio’s, crisispartners en departementen gezamenlijke meerjarige doelstellingen opgesteld op het gebied van waterveiligheid en overstromingen, nucleaire veiligheid en continuïteit en veerkracht van de samenleving. Bij dit laatste gaat het om het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting als gevolg van uitval van telecom en ICT, gas, elektriciteit en drinkwater. Hiermee wordt de aansluiting tussen Rijk en veiligheidsregio’s bij risicobeheersing en de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing versterkt. Veiligheidsregio’s investeren in de verdere professionalisering van de bevolkingszorg en het vergroten van inzicht in en onderlinge vergelijkbaarheid van prestaties.

In nauwe samenwerking met o.a. het Ministerie van Defensie en de nationale politie wordt de civiel-militaire en publiek-private samenwerking versterkt. Zo komen bijvoorbeeld de faciliteiten van Defensie beschikbaar bij de bestrijding van rampen en crises. Daarnaast worden opleidingen, trainingen en oefeningen gezamenlijk verbeterd, die moeten leiden tot een robuustere «all hazard» aanpak. Samen met de verantwoordelijke ministeries en vitale (private) organisaties vindt een beoordeling plaats of de Nederlandse vitale infrastructuur en belangen in voldoende mate zijn beschermd tegen uitval. Indien dit niet het geval blijkt te zijn, worden in 2015 voor die sector aanvullende maatregelen getroffen. Ook wordt samen met andere departementen beleid ontwikkeld om de nationale veiligheidsbelangen te kunnen waarborgen bij buitenlandse overnames en investeringen in vitale sectoren in Nederland.

2.3. Bestendiging en versterking rechtsstaat (artikel 32, 33)

Na de invoering van de nieuwe gerechtelijke kaart van Nederland is het nu tijd voor kwaliteitsverbetering, digitalisering en vereenvoudiging van processen binnen onze rechtsstaat. Daarmee willen we de kwaliteit en snelheid van onder meer de strafrechtketen en de rechtspraak toekomstbestendig te maken.

Versterking Prestaties strafrechtketen

De versterking van de ketenprestaties ligt op koers en de vaart zit er in. Om de kwaliteit van de ketenprestaties te verbeteren, werken politie en OM nauw samen om het aangifteproces te optimaliseren. Op dit moment krijgt al rond de 95% van de aangevers van woninginbraken en ruim 90% van de aangevers van straatroof en overvallen binnen twee weken een persoonlijke terugkoppeling.

Met hun ketenpartners hebben politie en OM de afhandeling van veelvoorkomende criminaliteit een sterke impuls gegeven door de landelijke invoering van de ZSM-werkwijze. Vanaf 1 januari 2015 zal Slachtofferhulp Nederland op de tien ZSM-locaties zeven dagen per week actief slachtoffers benaderen en hen waar nodig juridisch bijstaan en psychosociale of andere hulp aanbieden. Dit betekent dat maar liefst 100.000 slachtoffers per jaar kunnen worden bereikt. Een mooi voorbeeld van een betekenisvolle manier van werken in de strafrechtketen.

Met betrekking tot digitalisering zijn er concrete stappen gezet. Het streven is om vanaf 2016 de ketenorganisaties van de politie, dus aan de voorkant van de keten, tot en met de fase van executie voor een belangrijk deel digitaal met elkaar te laten communiceren.

Een grote slag is verder gemaakt in het inzichtelijk maken van de prestaties van de strafrechtketen via de strafrechtketenmonitor. In de komende jaren wordt de monitor stap voor stap uitgebreid. De monitor geeft ketenorganisaties steeds meer greep op de prestaties. Zo wordt het gemakkelijker verbeteringen te treffen.

De modernisering van het Wetboek van Strafvordering komt op stoom. Vóór het zomerreces van 2015 ontvangt de Tweede Kamer een contourennota waarin de hoofdlijnen van het nieuwe Wetboek uitvoerig zullen worden toegelicht. Het gaat bij deze modernisering om een complexe operatie, waarbij negentien wetsvoorstellen aan de huidige tijd worden aangepast. Iedereen die bij het strafrecht betrokken is of zich erbij betrokken voelt – advocaten, rechters, officieren van justitie, maar ook anderen die zich bezighouden met opsporing en berechting – zullen mee kunnen praten en denken over de inhoud van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De parlementaire afronding zal naar verwachting eind 2016 zijn beslag krijgen.

Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen

Een wezenlijk onderdeel van de strafrechtsketen betreft de tenuitvoerlegging. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in 2015 in werking. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen van het Openbaar Ministerie naar de Minister van Veiligheid en Justitie.

Om een daadkrachtige manier invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid is het Administratie- en Informatiecentrum Executie (AICE) bij het CJIB ingericht. In 2015 wordt informatie vanuit het AICE ontsloten naar Politie, DJI en reclasseringsorganisaties (3RO) waardoor de executietaken nog sneller en beter ter hand kunnen worden genomen.

Daarnaast worden in 2015 maatregelen genomen ter verbetering en versnelling van de executie van financiële sancties. Ook de verwerking van contante of pinbetalingen van boetes wordt verbeterd door de plaatsing van betaalvoorzieningen door heel Nederland.

Verder zijn de inspanningen, onder meer, gericht op de aanpak van openstaande vrijheidsstraffen. Enerzijds door de opsporing van gezochte veroordeelden maar ook met name door het voorkomen van nieuwe openstaande vrijheidsstraffen. Maatregelen zijn daarbij gericht op beperking van de uitval in de executiefase zoals verhoging van de effectiviteit van voorlopige hechtenis in combinatie met snelrecht en verbetering van de Basisregistratie Persoongegevens (BRP).

Verbeterde rechtsgang

Civielrechtelijke procedures worden vereenvoudigd en gedigitaliseerd. In 2015 is voor alle rechtzoekenden e-kanton beschikbaar. Naar verwachting komt de wet in 2015 in het Staatsblad, zodat die direct in werking kan treden als het digitale systeem gereed is. Daarna volgt de landelijke invoering van de verbeterde en gedigitaliseerde rechtsgang binnen de verschillende civielrechtelijke en bestuursrechtelijk rechtsgebieden.

Modernisering toezicht

Er is wetgeving in de maak voor het notariaat, de gerechtsdeurwaarders en de advocatuur die de doorbelasting regelt van de kosten van de toezichthouder, het Bureau Financieel Toezicht (BFT) en tuchtrechtspraak. Kosten, die nu voor rekening van de overheid komen. Daarnaast realiseert de Wet positie en toezicht advocatuur een modernisering van het toezicht op de advocatuur, met uitbreiding van de toezichtsbevoegdheden van de lokale dekens en eindverantwoordelijkheid voor dit toezicht van het College van toezicht van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De landelijke deken krijgt tevens de bevoegdheid om aanwijzingen te geven aan de lokale dekens, gehoord de andere leden van het college van toezicht.

Stelselvernieuwing rechtsbijstand

De eerste maatregelen voor vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand zijn gepland voor 1 januari 2015. De vernieuwing van het systeem brengt dit stelsel bij de tijd en vergroot de financiële beheersbaarheid ervan. Het levert tegelijkertijd een structurele besparing op van € 85,1 miljoen per 2018. Met de stelselvernieuwing is een nieuwe balans gevonden in de taak van de overheid om zorg te dragen voor een rechtsbestel waarbinnen ook minder vermogenden voldoende gelegenheid hebben om te kunnen opkomen voor hun rechtsbelangen. In 2015 wordt de nadere uitwerking van het stelsel in de vorm van wetgeving aan de Tweede Kamer aangeboden.

2.4. Nationale politie (artikel 31)

De politie werkt steeds beter, vanuit een versterkte lokale inbedding, op een professionele en meer doelmatige wijze en met minder bureaucratie aan een veiliger Nederland.

Doorontwikkeling van de nationale politie

Op 1 januari 2015 zullen de basisteams en de districtsrecherches van start gaan. De robuuste basisteams voeren de kerntaken van de politie uit: de basispolitiezorg. Wijkagenten vervullen daarin een hoofdrol. Zij weten immers goed wat er in hun wijk speelt en welke kwesties aandacht van de politie vragen. Onder gezag van de burgemeester en de officier van Justitie werken basisteams binnen de regionale eenheden samen met andere teams en met externe partners op lokaal niveau, zoals gemeentes, reclassering en jeugdzorg. Eind 2015 moet de hele organisatie zijn ingericht, conform het Inrichtingsplan Nationale Politie. Veel van de nieuwe structuren en werkwijzen in de regionale en landelijke eenheden zullen in 2015 tot stand komen conform de Actualisatie Realisatieplan Nationale Politie dat met het Voortgangsbericht Nationale Politie naar de Tweede Kamer is gestuurd. Aan de vorming van het politiedienstencentrum (PDC) wordt in volgend jaar voortvarend verder gewerkt zodat in 2015 de bedrijfsvoering daadwerkelijk onder centrale aansturing is ingericht.

ICT zal een cruciaal onderdeel blijven in de bedrijfsvoering van de politie en in 2015 werken we voortvarend door aan de structurele vernieuwing en het toekomstbestendig maken van de politie-ICT. Dit conform het Bijgesteld Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie 2013–2017 en met inachtneming van keuzes in de prioritering. Het programma draagt bij aan meer gebruiksgemak voor de agent, minder uitval en verlies van gegevens, meer en betere informatie-uitwisseling binnen de politie en met de ketenpartners en lagere kosten voor informatievoorziening en ICT bij de politie.

De uitvoering van het actieprogramma «Minder regels, meer op straat». vergroot het presterend vermogen van de politie. Verbetering van de prestaties vindt enerzijds plaats door de administratieve lasten te verminderen, anderzijds via slimmer politiewerk en versnelling in de (strafrecht)keten. In het Voortgangsbericht Nationale Politie, dat naar de Tweede Kamer is gestuurd, is aangegeven dat het eindresultaat van 5.000 fte eind 2015 gerealiseerd zal worden. Het gaat daarbij onder meer om mobiele werktoepassingen voor de politie en – bij bepaalde delicten – om het melden bij de verzekeringsmaatschappij in plaats van aangifte bij de politie. De behaalde resultaten worden vanaf 2016 geborgd en verder uitgebouwd.

Inbedding van de Politieacademie

De nationale politie krijgt het beheer over de Politieacademie. Hiertoe wordt een wetsontwerp ingediend. De Politieacademie blijft verantwoordelijk voor de onafhankelijke uitvoering van het politieonderwijs en van de kennis- en wetenschappelijke onderzoeksfuncties.

Vorming van de landelijke meldkamerorganisatie

In 2014 is gestart met de vorming van een landelijke meldkamerorganisatie. De totstandkoming van de nieuwe organisatie vindt over meerdere jaren plaats. Het uiteindelijke doel is om een landelijke meldkamerorganisatie te vormen met tien locaties die burgers in nood helpen door snelle en deskundige aanname van meldingen. Voor het creëren van één landelijke meldkamerorganisatie is een aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk. Naar verwachting zal het wetsvoorstel in het voorjaar van 2015 bij de Tweede Kamer worden ingediend. De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel is op 1 januari 2016.

2.5. Slachtoffer centraal (artikel 34)

Een veilige en rechtvaardige samenleving doet recht aan slachtoffers van strafbare feiten.

Wetgeving

Naar verwachting zal een aantal wetsvoorstellen in 2015 in werking treden. Eén daarvan is het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn minimumnormen voor slachtoffers, die Nederland op 16 november 2015 ingevoerd moet hebben. De wetsvoorstellen inzake het Europees beschermingsbevel, uitbreiding van het spreekrecht en uitbreiding van de reikwijdte van het Schadefonds Geweldsmisdrijven treden naar verwachting in 2015 in werking.

Belangen slachtoffers

In 2014 zijn vijf pilots herstelbemiddeling uitgevoerd. Deze hebben tot doel om vóór, tijdens, of na de strafprocedure bij te dragen aan herstel van (im)materiële schade door contact tussen slachtoffer en dader onder regie van een onafhankelijke bemiddelaar. Voor Slachtofferhulp Nederland is structureel aanvullend budget beschikbaar gesteld zodat Slachtofferhulp per 1 januari 2015 voldoende capaciteit beschikbaar heeft om op alle ZSM locaties zeven dagen per week, 12 uur aanwezig te zijn. Ook de rechtsbijstand aan slachtoffers wordt in 2015 verder versterkt, onder andere als gevolg van een betere doorverwijzing naar advocaten door Slachtofferhulp Nederland en de totstandkoming van inschrijvingsvoorwaarden en opleidingen voor advocaten die zich willen bekwamen in het bijstaan van slachtoffers.

Affectieschade

In de loop van 2015 zal naar verwachting het wetsvoorstel Affectieschade en Zorgkosten bij de Tweede Kamer worden ingediend. Met dit voorstel wordt een ruimere vergoeding van schade als gevolg van letsel en overlijden voor slachtoffers en nabestaanden beoogd. Zo kunnen slachtoffers een ruimere vergoeding van de kosten voor verzorging, verpleging en begeleiding krijgen als naasten deze zorgtaken op zich nemen. De huidige regeling is beperkt en vergoedt alleen de kosten tot het bedrag dat men kwijt zou zijn als professionele hulp wordt ingeschakeld. Die vergoeding kan lager zijn dan het inkomensverlies van naasten die minder moeten gaan werken om zorg te kunnen verlenen.

2.6. Immigratie en Asiel (artikel 37)

Nederland biedt bescherming aan vreemdelingen die op grond van het asielbeleid daarvoor in aanmerking komen. Daarnaast voert Nederland een uitnodigend toelatingsbeleid voor kennismigranten. Het kabinet zal de toegang voor kennismigranten versoepelen en goedkoper maken en zal hiertoe in 2015 een voorstel doen. Het kabinet zal dan ook met maatregelen komen om Nederland aantrekkelijker te maken als bestemming voor kennismigranten.

Asiel

Vreemdelingen die een asielverzoek doen, hebben recht op een snelle en zorgvuldige afhandeling van hun verzoek, waarbij de asielzoeker op goede wijze wordt opgevangen. De overheid streeft ernaar om – met inachtneming van de vereiste zorgvuldigheid – binnen acht dagen een beslissing te nemen op een asielverzoek. Is er meer onderzoek nodig, dan is daar de tijd voor. Door zoveel mogelijk aspecten in één keer mee te wegen, kan Nederland opeenvolgende asielaanvragen voorkomen. Versnelde afdoening moet stapeling van ongegronde procedures ontmoedigen.

De asielinstroom in Nederland wordt grotendeels bepaald door de situatie in landen en regio’s van herkomst. De plotselinge toename afgelopen jaar van asielzoekers uit Eritrea toont dit onomstotelijk aan. Daarom blijft het versterken van bescherming in de regio, onder meer via financiering van UNHCR, het uitgangspunt. Europese samenwerking zal er toe moeten leiden dat er een gelijk speelveld binnen Europa ontstaat, waardoor het doorreizen van asielzoekers als zij eenmaal de Europese Unie hebben bereikt wordt voorkomen. Nederland zet zich hier in Europees kader voor in.

Sinds 2013 neemt de asielinstroom toe, waarbij dit versterkt het geval lijkt te zijn sinds het voorjaar van 2014. Bij sommige nationaliteiten lijkt daarbij duidelijk sprake van een sterke rol voor mensensmokkelaars. Het kabinet streeft daarom een integrale aanpak na, waarbij toezicht en handhaving hand in hand gaan met een zorgvuldig asielbeleid. Desalniettemin zal de verhoogde druk op de opvangcapaciteit in Nederland ook in 2015 nog sterk gevoeld worden. De gemiddelde opvangduur van asielzoekers loopt op, doordat er (tijdelijk) sprake is van een vertraging in de afhandeling van asielverzoeken en bij de uitplaatsing van statushouders. In 2015 wordt Europese wetgeving ingevoerd voor de vorming van het Gemeenschappelijk Europees Asiel Stelsel (GEAS). Dat vergt op een aantal onderdelen aanpassing van de Nederlandse asielprocedure.

Toegang en toezicht

Handhaving van het vreemdelingenbeleid begint bij de bron- en transitlanden van migranten en bij de grenzen van het Schengengebied. Het toegangsbeleid richt zich op de bewaking van de buitengrenzen via een effectief en efficiënt proces van grenstoezicht. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van geautomatiseerd toezicht en risicogestuurd optreden, op basis van (passagiersgerelateerde) informatie die vooraf is ontvangen. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van het project API (Advance Passenger Information), dat wordt voortgezet in 2015.

De bestrijding van illegaliteit blijft een prioriteit. Immers, illegaliteit blijkt vaak gepaard te gaan met uitbuiting, criminaliteit en overlast. Bij deze aanpak ligt de nadruk op criminele en overlastgevende illegale vreemdelingen, en op het tegengaan van toelatingsgerichte fraude zoals schijnhuwelijken. Een betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de organisaties in de vreemdelingen- en strafrechtketen en verruimde toezichtsbevoegdheden maken het mogelijk gerichter op te treden tegen illegaal verblijf, met een efficiëntere capaciteitsinzet.

Medische zorg voor vreemdelingen

De overheid streeft naar een adequate medische zorg voor iedereen die zich op haar grondgebied bevindt. In 2014 zijn diverse adviezen uitgebracht waarin de medische zorg voor vreemdelingen centraal stond, waaronder het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De aanbevelingen hieruit worden nog in 2014 opgepakt en zullen in 2015 hun beslag krijgen. Het gaat daarbij onder andere om het beter uitwisselen van medische informatie in de vreemdelingenketen. Tot slot moet Nederland in 2015 voldoen aan de Procedurerichtlijn. In deze richtlijn zijn regels opgenomen over medische rapporten als steunbewijs bij de beoordeling van het asielrelaas De nieuwe werkwijze voor het medisch onderzoek in asielprocedures moet uiterlijk op 15 juli 2015 ingaan. De eerste helft van 2015 zal de regelgeving hiertoe, waar nodig, worden aangepast en wordt de implementatie voorbereid.

Terugkeer en Bewaring

Voor vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben, regelt de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) op een zorgvuldige, humane en snelle wijze terugkeer naar het land van herkomst. Nederland ondersteunt vreemdelingen bij hun re-integratie, zowel financieel als in natura. Ook stimuleert Nederland herkomstlanden om beter mee te werken aan de terugkeer van hun onderdanen. Nederland gebruikt hiervoor onder meer het instrument van handels- en ontwikkelingscontacten en zal daarnaast een EU-brede inzet op terugkeer blijven bevorderen.

In 2015 zal de Tweede Kamer naar verwachting het wetsvoorstel Wet Terugkeer en Bewaring behandelen. Dit voorstel bevat onder meer de invoering van een bestuursrechtelijk regime voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie. Bij vreemdelingenbewaring staat het «ter beschikking zijn voor de uitzetting» voorop. Vreemdelingenbewaring is het uiterste middel. In het wetsvoorstel wordt dit nog sterker dan nu verankerd en wordt ook de inzet van mogelijke alternatieve toezichtmaatregelen bij terugkeer verstevigd. Het wetsvoorstel draagt bij aan de terugkeer van vreemdelingen die niet (langer) in Nederland mogen blijven.

Nationaliteit

Naar verwachting treedt in 2015 een wetswijziging van de rijkswet op het Nederlanderschap in werking. In deze wet wordt de termijn voor naturalisatie verlengd van vijf naar zeven jaar. Bij een termijn van zeven jaar zullen naar verwachting relatief méér naturalisatieverzoekers volwaardiger meedoen in de samenleving. Daarnaast vervalt met deze wijziging de mogelijkheid om te kunnen naturaliseren in het buitenland. Naturaliseren is dan alleen mogelijk als de naturalisatieverzoeker in Nederland of in een van de andere landen van het Koninkrijk is gevestigd.

Keteninformatisering

Het programma keteninformatisering vreemdelingenketen richt zich op digitalisering van de informatie-uitwisseling binnen deze keten. Het programma maakt de gezamenlijke uitvoering van het vreemdelingenbeleid efficiënter, effectiever en flexibeler. In 2015 wordt het vervangen van papieren informatie-uitwisseling door digitale uitwisseling gecontinueerd. Meer ketenpartners zullen documenten digitaal uitwisselen; ook het aantal digitale informatietransacties wordt uitgebreid.

2.7. Kansspelen

Een vergunningstelsel voor online kansspelen zorgt ervoor dat een belangrijk deel van de online spelers – we streven naar tenminste 80% – binnen deze kabinetsperiode veilig en verantwoord bij een aanbieder met een vergunning kan spelen. Aanbieders die in aanmerking willen komen voor een vergunning zullen aan strikte eisen moeten voldoen, onder andere op het gebied van verslavingspreventie. De bevoegdheden van de kansspelautoriteit zullen worden uitgebreid om een effectieve handhaving van illegaal aanbod mogelijk te maken. Het aanbieden van gokspelen is geen kerntaak van de overheid. Daarom zal Holland Casino in 2017 worden gesplitst en geprivatiseerd.

Ook worden er vanaf dat moment nieuwe aanbieders op de markt toegelaten. Daarnaast komt er een herziening van het vergunningstelsel voor de loterijen. De vergunningen worden nu onderhands gegund, hetgeen strijdig is met het Europees Recht. Het loterijstelsel is van grote maatschappelijke waarde. Het kabinet wil dan ook vanaf 2017 ruimte bieden aan nieuwe loterij initiatieven die het maatschappelijk belang centraal stellen, waarbij strikte voorwaarden worden gesteld om dat belang te waarborgen. De eind 2014 aflopende vergunningen worden tot die tijd voorlopig verlengd. Om de loterijen meer ruimte te geven voor innovatie wordt het verplichte afdrachtspercentage van de goede doelen loterijen verlaagd van 50% naar 40%. De afdrachten aan goede doelen blijven daarbij volgens de Goede Doelen Loterijen de komende jaren minimaal gelijk. De Staatsloterij en de Lotto onderzoeken of zij in de toekomst kunnen samenwerken.

Ook het Speelautomatenbesluit zal worden gemoderniseerd. Het besluit is verouderd en biedt weinig ruimte voor innovatie. Het is voor de kanalisatie van belang dat het legale aanbod voldoende attractief blijft. Minstens zo belangrijk is dat de sector kan (blijven) investeren in verslavingspreventie. Momenteel wordt er een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor de modernisering van het besluit. Op basis hiervan zullen beleidskeuzes worden gemaakt.

Om kansspelen op afstand wettelijk te reguleren is een wetsvoorstel opgesteld. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2015 afgerond. De AMvB wijziging voor de verlaging van het afdrachtspercentage voor goede doelen loterijen zal, afhankelijk van de voortgang van de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel kansspelen op afstand, naar verwachting medio juli 2015 inwerking treden. Om de markt te openen voor nieuwe loterijinitiatieven en hiervoor strikte voorwaarden op te stellen, wordt ook een AMvB wijziging voorbereid. Deze wijziging zal op 1 januari 2017 inwerking treden. Een wetsvoorstel voor de herinrichting van de casinomarkt gaat in 2015 naar de Tweede Kamer. Het aangepaste Speelautomatenbesluit zal naar verwachting ook in 2015 aan beide Kamers worden voorgelegd.

Tot slot

De Beleidsagenda 2015 is een leidraad voor de komende regeerperiode. Daarin zal extra aandacht worden gegeven aan de beschreven zeven thema’s. De nationale veiligheid vraagt om intensieve aanpak van terrorisme en andere grensoverschrijdende criminaliteit. De nationale politie wordt verder uitgebouwd naar een nog effectiever opererend korps. De rechtsstaat wordt waar dat kan, versterkt. Asiel en migratie zullen blijvend aandacht vragen. De wet- en regelgeving rond kansspelen wordt aangepast aan deze tijd. Het slachtoffer komt meer centraal te staan. De vreselijke tragedie met vlucht MH17, waarbij 298 mensen zijn omgekomen, laat zien dat de zorg voor slachtoffers en nabestaanden een hoofdtaak is. De agenda geeft weer dat bovenal er een beleid gevoerd zal worden, waardoor Nederland beter functioneert, de leefbaarheid wordt verhoogd en merkbaar veiliger wordt. Wij zijn er van overtuigd dat de Beleidsagenda 2015 voor de komende periode een welkome houvast zal bieden.

Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda hebben de Minister van Veiligheid & Justitie, het college van procureurs-generaal en de regioburgemeesters doelstellingen geformuleerd voor de periode 2015–2018. Deze Veiligheidsagenda is complementair aan de lokale Veiligheidsagenda’s. In onderstaande tabel worden de prestatie-indicatoren omtrent de belangrijkste thema’s gepresenteerd. De doelstellingen uit de Veiligheidsagenda volgen op de doelstellingen uit de landelijke prioriteiten 2011–2014, die in de begroting van voorgaande jaren zijn opgenomen. Voor een aantal doelstellingen geldt, dat de gehanteerde indicatoren zijn gewijzigd (High Impact Crimes, Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit, cybercrime en kinderporno). Daarom is voor deze indicatoren geen realisatie van 2013 en doelstelling voor 2014 opgenomen. Deze informatie is echter wel te vinden de VenJ begroting 2014 en het jaarverslag 2013. Een uitgebreide toelichting en definities zijn te vinden in de Veiligheidsagenda.

Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Nulwaarde

Realisatie

Doel

       
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

High Impact Crimes1

             

Aantal overvallen

1.633

   

1.648

1.596

1.563

1.540

Aantal straatroven

7.002

   

6.723

6.534

6.204

5.931

Aantal woninginbraken

87.345

   

84.855

80.765

65.000

61.000

               

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit2

             

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

950

   

950

950

950

950

               

Afnemen crimineel vermogen3

             

Crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (in mln. €)

70

59,5

70

90,6

100,6

110,6

115,6

               

Aanpak cybercrime4

             

Aantal complexe onderzoeken naar cybercrime

20

   

25

30

40

50

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

180

   

175

190

230

310

               

Aanpak kinderporno5

             

Totaal aantal interventies

600

563

 

600

620

650

700

Aantal complexe en grootschalige onderzoeken

20

   

20

20

25

25

Aantal reguliere grootschalige onderzoeken

215

   

215

230

235

240

               

Aanpak horizontale fraude6

             

Aantal aan OM aan te leveren zaken

1.500

 

1.500

1.500

1.600

1.900

2.300

X Noot
1

Bron: Veiligheidsagenda 2015–2018. De nulwaarden betreffen waarden uit 2013. In de Veiligheidsagenda zijn naast de streefwaarden voor de aantallen ook ophelderingspercentages m.b.t. High Imact Crimes te vinden.

X Noot
2

Bron: jaarbericht OM en politie. Genoemde aantallen betreffen een minimum streefwaarde, van het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat middels strafrechtelijk onderzoek wordt aangepakt (zij het projectmatig onderzoek of TGO-onderzoek). Handhaving van het aantal onderzoeken gaat gepaard met kwalitatieve versterking van de strafrechtelijke aanpak, waarbij deze meer gericht wordt op kopstukken en sleutelfiguren. Sturing op het aantal onderzoeken betreft een wijziging ten opzichte van de voor 2013 en 2014 gehanteerde indicator «percentage bekende csv’s dat wordt aangepakt».

X Noot
3

Bron: OM (Monitor Afpakken).

X Noot
4

Bron: Jaarbericht KLPD. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal complexe onderzoeken stijgt tot 50, en het totaal aantal onderzoeken tot 360. Het aantal complexe onderzoeken is inclusief tenminste 20 grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime. De geformuleerde doelstelling betreft een wijziging ten opzichte van de jaren 2013 en 2014, waarin enkel de complexe onderzoeken door het Team High Tech Crime werden geregistreerd.

X Noot
5

Bron: Jaarbericht OM. In de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat de aanpak van kinderporno wordt versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal interventies zal stijgen tot 700, waarvan tenminste 265 complexe en grootschalige onderzoeken in 2018. Dit betekent een wijziging van de doelstelling ten opzichte van 2013 en 2014, waarin werd gekeken naar het aantal ingestroomde verdachten. Door middel van de nieuwe prestatie-indicator kan effectiever op de aanpak worden gestuurd.

X Noot
6

Bron: Jaarbericht OM. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal strafzaken horizontale fraude zal stijgen van 1.500 tot 2.300.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties

De onderstaande tabellen bevatten de belangrijkste beleidsmatige budgettaire mutaties sinds de begroting 2014 voor respectievelijk de uitgaven en ontvangen sinds de begroting 2014. Het betreft mutaties die groter zijn dan € 10 mln. Indien politiek relevant, worden ook kleinere mutaties toegelicht.

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties x € 1.000
 

Artikel(en)

2014

2015

2016

2017

2018

2019

1. Reorganisatie nationale politie

31

30.805

30.792

41.032

0

0

0

2. Politieonderwijs

31

0

10.262

10.263

10.267

10.266

10.267

3. Intensivering Veiligheid

31

0

10.200

90.000

97.800

0

0

4. Volumeontwikkeling rechtspraak

32

– 22.500

– 51.200

– 63.800

– 102.300

– 103.200

– 85.200

5. Ontslagrecht en WW

32

 

260

9.570

11.400

11.400

11.400

6. Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk (ZSM)

32,34, 91

12.400

13.800

14.900

15.000

14.900

14.800

7. Intensivering Openbaar Ministerie (OM)

33

0

5.000

10.000

20.000

20.000

20.000

8. PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

33

0

– 13.454

– 14.265

– 14.182

– 14.150

– 14.150

9. Moties van der Staaij en wegwerken werkvoorraad OM

33, 34, 92

13.000

9.000

10.000

10.000

7.000

7.000

10. Frictiekosten huisvesting Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

34

159.000

0

0

0

0

0

11. Tbs-kliniek Veldzicht

34

0

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

12. Kasschuif DJI

34

1.400

23.700

– 2.000

– 12.900

– 10.200

0

13. Versterking financiële positie Dienst Justitiële Inrichtingen

34, 35

29.332

0

0

0

0

0

14. Administratiekosten vergoeding Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

34

70.244

70.732

71.647

73.856

73.856

73.856

15. Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA)

34, 35, 37

14.357

14.030

14.368

13.712

13.690

13.690

16. Raad voor de kinderbescherming

35

10.000

9.900

9.900

9.900

9.800

9.800

17. Decentralisatie jeugdzorg

35

0

– 358.201

– 358.200

– 320.621

– 320.607

– 320.607

18. ODA toerekening eerstejaars asielopvang

37

88.389

78.875

78.648

78.571

78.466

78.466

19. Kasschuif asielreserve

37

– 50.000

25.000

25.000

0

0

0

20. Inzet asielreserve

37

10.800

0

0

0

0

0

21. Verhoging instroom asiel eerstejaarsopvang

37

375.000

0

0

0

0

0

22. Centrale bekostiging P-direct

91

0

– 23.862

– 23.328

– 22.810

– 22.184

– 21.634

23. Eindejaarsmarge

92

70.496

0

0

0

0

0

24. Egalisatievordering RGD kantoren

92

– 39.685

0

0

0

0

0

               

25. Inzet loon- en prijsbijstelling

92

– 30.100

– 46.500

– 10.800

– 10.000

– 7000

– 7000

26. Doelmatiger strafrechtketen

92

0

27.000

27.000

27.000

27.000

27.000

27. Intensiveringsmiddelen veiligheid

92

0

0

20.000

20.000

0

0

28. Loonbijstelling

92

20.588

20.336

19.872

19.365

19.204

19.135

29. Uitkomst augustus besluitvorming

92

0

0

– 19.000

– 19.000

0

0

30. Intertemporele compensatie

92

29.300

– 5.200

14.000

24.450

– 13.650

0

1. Reorganisatie nationale politie

De vorming van de nationale politie gaat gepaard met een personele reorganisatie, waarbij alle medewerkers van de voormalige 25 regionale korpsen, het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) en de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (VtSPN) betrokken zijn. Met het Regeerakkoord van het kabinet Rutte I is voor de kosten van deze reorganisatie voor de jaren 2013 tot en met 2016 in totaal € 130 mln. gereserveerd op de Aanvullende Post van het Rijk. Bij 1e suppletoire begroting 2013 is € 30 mln. overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie. Het restant is bij 1e suppletoire begroting 2014 overgeheveld.

2. Politieonderwijs

Met het Regeerakkoord Rutte-I is een pakket aan maatregelen voor het politieonderwijs afgesproken. Naast taakstellingen op het politieonderwijs zijn er ook middelen gereserveerd op de Aanvullende Post van het Rijk: € 10,2 mln. (structureel) voor het introduceren van een beurs voor aspiranten. Deze middelen zijn bij 1e suppletoire begroting 2014 aan de VenJ-begroting toegevoegd.

3. Intensivering veiligheid

Om uitvoering te kunnen geven aan de gemeenschappelijke veiligheidsagenda worden de middelen uit de RA-intensiveringsenveloppe Veiligheid overgeheveld van de aanvullende post naar de begroting van VenJ voor de jaren 2015 t/m 2017.

4. Volumeontwikkeling rechtspraak

Op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognose Model Justitiële ketens (PMJ), worden zowel de geraamde uitgaven aan de rechtspraak als de griffieontvangsten bijgesteld. Met name bij civiele rechtspraak en de vreemdelingenkamers is de geraamde instroom lager dan eerder werd ingeschat.

5. Ontslagrecht en WW

In het Regeerakkoord 2013 is overeengekomen het ontslagrecht en de WW te hervormen. Hierin werd uitgegaan van een besparing bij de Rechtspraak van € 5 mln. per jaar in verband met afschaffen kantonrechterroute bij ontslag. Bij de herziening van concept wetsvoorstel «hervorming flexrecht, ontslagrecht en WW» is gebleken dat de kantonrechterroute niet wordt afgeschaft. In verband met extra rechtszaken worden extra kosten bij de rechtspraak verwacht.

6. Zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht Mogelijk (ZSM)

ZSM is een snelrechtprocedure, ter afdoening van veelvoorkomende criminaliteitszaken door het OM in samenwerking met de ketenpartners. Dit programma leidt tot een efficiëntere strafrechtsketen. Voor ZSM zijn binnen de VenJ-begroting structureel middelen vrijgemaakt.

7. Intensivering Openbaar Ministerie (OM)

In het kader van de begrotingsonderhandelingen 2015 tussen het Kabinet en de fracties van SGP, D66 en CU is besloten tot een intensivering van € 20 mln. voor het OM. De middelen kunnen ingezet worden om de aanpak van criminaliteit met een internationale dimensie te versterken, zoals jihadisme, kinderporno, en internationaal afpakken. Deze middelen worden ingezet om te zorgen dat het OM meer, en kwalitatief betere zaken voor de rechter brengt.

8. PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

De tijdelijke stimuleringsregeling aan gemeenten voor het uitschrijven van processen-verbaal (de PV-vergoeding) wordt met ingang van 31 december 2014 beëindigd.

9. Moties van der Staaij en wegwerken hoeveelheid OM

Bij de begrotingsbehandeling 2014 van VenJ zijn door het lid Van der Staaij vier moties ingediend met betrekking tot re-integratie ex-gedetineerden, vrijwilligerswerk gedetineerden, inkoop forensische zorg en een uitstapregeling prostituees (zie TK 33 750 VI, nrs. 80 t/m 83). Tevens is aan de Tweede Kamer toegezegd om voor 2014 extra budget (€ 5 mln.) ter beschikking te stellen voor het aannemen van circa 100 tijdelijke juristen bij het OM. Deze juristen zullen worden ingezet bij het wegwerken van de nog te beoordelen zaken.

10. Frictiekosten huisvesting Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De uitvoering van het Masterplan DJI (TK 24 587, nr. 535) heeft tot gevolg dat een aanzienlijk aantal justitiële inrichtingen wordt gesloten. Dit brengt onder andere frictiekosten ten aanzien van het vastgoed met zich mee. De in 2014 benodigde middelen zijn bij 1e suppletoire begroting 2014 aan de begroting van VenJ beschikbaar gesteld.

11. Tbs-kliniek Veldzicht

In de begrotingsafspraken van 2013 is overeengekomen dat de tbs-kliniek Veldzicht blijft behouden.

12. Kasschuif DJI

Binnen de VenJ-begroting worden diverse maatregelen genomen om de meerjarige budgettaire problematiek bij DJI op te lossen. Hierover is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd (zie TK 24 587, nr. 588). Om deze problematiek het hoofd te kunnen bieden is in nauw overleg met de vestigingsdirecteuren een pakket maatregelen ontwikkeld («de zogenaamde Breukelen maatregelen»).

Door het nemen van deze maatregelen sluit de begroting van VenJ per saldo over de jaren heen.

13. Versterking financiële positie Dienst Justitiële Inrichtingen

De niet benutte financiering en/of exploitatieresultaat 2013 bij de organisaties CJIB, Justis, DJI en Jeugdbescherming en -reclassering wordt ter beschikking gesteld aan DJI om de financiële positie van DJI te versterken. Dit is reeds gemeld in de eerste suppletoire begroting. Deze middelen zullen worden ingezet om een negatief resultaat in 2014 te voorkomen.

14. Administratiekosten vergoeding Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

De afspraken tussen VenJ en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) rondom de uitgaven en ontvangsten voor de administratiekostenvergoeding zijn nu meerjarig verwerkt in de begroting van VenJ. De ontvangsten uit de administratiekostenvergoeding worden beschikbaar gesteld aan het CJIB ter dekking van de gemaakte kosten bij WAHV-zaken, boetevonnissen en OM-afdoeningen.

15. Overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling (OVA)

Een deel van het zorgpersoneel binnen VenJ valt onder het OVA-convenant. Het kabinet heeft in 1999 met de werkgevers in de zorgsector het zogenaamde OVA (Overheidsbijdrage in arbeidskosten ontwikkeling)-convenant afgesloten. Op basis van dit OVA-convenant wordt jaarlijks vastgesteld wat de jaarlijkse aanpassing van overheidsbijdrage voor de loonontwikkeling is in de zorgsectoren (o.a. psychiatrisch personeel DJI en COA). De hoogte van deze aanpassing wordt jaarlijks vastgesteld in het voorjaar op basis van de ramingen van Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau (CPB).

16. Raad voor de Kinderbescherming

Op basis van de realisatiecijfers 2013 bleek dat de Raad voor de Kinderbescherming een structureel tekort heeft van circa. € 10 mln. Dit is bij 1e suppletoire begroting 2014 gecorrigeerd.

17. Decentralisatie jeugdzorg

Op 18 februari 2014 is door de Eerste Kamer de Jeugdwet aangenomen (TK 33 684, nr. 2). Deze wet bepaalt dat per 2015 de uitvoering van de jeugdzorg, inclusief de justitiële jeugdzorg, bij de gemeente ligt waar deze voorheen bij de rijksoverheid geplaatst was. In het kader van de decentralisatie van de justitiële jeugdzorg worden de daarvoor beschikbare middelen overgeheveld van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie naar de gemeentefondsbegroting en worden als integratieuitkering verstrekt.

18. ODA toerekening eerstejaars asielopvang

De raming voor de asielinstroom is voor de komende jaren naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere asielopvangkosten bij het COA. De extra kosten voor eerstejaars asielopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ontwikkelingssamenwerking (ODA) voor 2014 ad € 88,4 mln. Door de verhoogde raming van de asielinstroom neemt de toerekening aan ODA de komende jaren ook toe.

19. Kasschuif asielreserve

VenJ verschuift eenmalig budget – via de begrotingsreserve asiel – om zodoende het budget voor ontwikkelingssamenwerking (ODA) 2014 te ontlasten.

20. Inzet asielreserve

De stijging van de asielinstroom leidt ook tot hogere kosten bij de IND. Voor deze extra kosten wordt vanuit de asielreserve € 10,8 mln. ingezet om hier in 2014 te voorzien.

21. Verhoging instroom asiel eerstejaarsopvang

De instroom van asielzoekers uit ontwikkelingslanden loopt in 2014 naar verwachting op. Om aan de kosten die gepaard gaan met de hoge toestroom tegemoet te komen, stelt het kabinet in 2014 375 miljoen euro extra beschikbaar voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers in 2014 en 2015. Dit bedrag zal bij miljoenennota 2014 aan de begroting van VenJ toegevoegd worden.

22. Centrale bekostiging P-Direkt

In de Hervormingsagenda Rijksdienst (TK 31 490, nr. 119) is aangekondigd dat onder coördinatie van de secretaris-generaal van het Ministerie van OCW de contouren voor een nieuw governance-model voor Shared Service Organisaties (SSO’s) wordt uitgewerkt. Daarbij wordt onderzocht of voor de financiering van de generieke dienstverlening kan worden gewerkt met centrale bekostiging. In dit kader is besloten om per 1 januari 2015 centrale bekostiging van P-direct als pilot te laten fungeren. Hiertoe zijn de geraamde middelen voor P-direct overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse zaken.

23. Eindejaarsmarge

In 2013 is het budget van het Ministerie van Veiligheid en Justitie niet volledig tot besteding gekomen. Bij voorjaarsnota 2014 is de eindejaarsmarge van 2013 aan de begroting van VenJ toegevoegd.

24. Egalisatievordering RGD kantoren

Het kabinet heeft besloten tot een nieuwe vormgeving van het Rijkshuisvestingsstelsel per 1-1-2016 (TK 31 490, nr. 75). Een van de gevolgen hiervan is dat de huidige huurcontracten voortijdig worden opengebroken. Gedurende de looptijd van het huurcontract heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) een vordering op de balans (zogenaamde egalisatievordering), dit werd in de loop der tijd afgelost door het departement als gebruiker van een pand. Doordat de huurcontracten voortijdig moeten worden opengebroken vanwege de overgang naar het nieuwe huisvestingsstelsel, dienen departementen deze egalisatievordering voortijdig af te lossen. Afgesproken is dat dit vanaf voorjaarsnota 2014 tot en met najaarsnota 2015 mag. VenJ heeft bij 1e suppletoire begroting 2014 de egalisatievordering volledig afgelost.

25. Inzet nog gereserveerde loon- en prijsbijstelling

In eerdere jaren is loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de VenJ-begroting. Ter dekking van incidentele tegenvallers stond deze uitgedeelde loon- en prijsbijstelling gedeeltelijk gereserveerd op het artikel 92 Nominaal en Onvoorzien. Deze middelen zijn bij 1e suppletoire begroting ingezet ter dekking van budgettaire problematiek.

26. Doelmatiger strafrechtketen

In het Regeerakkoord is besloten tot bezuinigingen in de strafrechtketen. Door een betere aansluiting van de te onderscheiden schakels (politie, OM en ZM) moeten in de strafrechtketen efficiëntiewinsten worden gerealiseerd. Deze taakstelling bedraagt € 60 mln. structureel. Hiervan is vorig jaar reeds een eerste tranche van € 30 mln. structureel ingevuld op de begroting van VenJ. Het restant van deze taakstelling is bij de 1e suppletoire begroting 2014 ingevuld.

27. Intensiveringsmiddelen veiligheid

Bij Miljoenennota 2014 is besloten om het kasritme voor de intensiveringsmiddelen voor veiligheid uit het Regeerakkoord aan te passen en de middelen gereserveerd te houden op de Aanvullende Post. Om het fundament van de politie reeds in 2014 te kunnen versterken, zijn binnen de VenJ-begroting 2014 middelen (ad € 40 mln.) vrijgemaakt om de reeds geplande investeringen voor te financieren, zodat vertraging voorkomen werd. Bij 1e suppletoire begroting zijn de gereserveerde middelen overgeboekt van de Aanvullende Post. Aangezien deze middelen zijn voorgefinancierd binnen de VenJ-begroting, worden deze reeds vrijgemaakte middelen nu ingezet ter dekking van VenJ-brede problematiek.

28. Loonbijstelling

De loonbijstelling voor de sociale lastenontwikkeling tranche 2014 is aan de begroting van VenJ toegevoegd.

29. Uitkomst augustus besluitvorming

Bij voorjaarsnota is de VenJ-begroting gecompenseerd voor de sociale lastenontwikkeling op basis van het OVA-convenant. De daadwerkelijke sociale lastenontwikkeling viel lager uit dan oorspronkelijk geraamd, deze middelen worden ingezet ter ontlasting van het budgettaire beeld.

30. Intertemporele compensatie

Binnen de VenJ-begroting worden diverse maatregelen genomen om de meerjarige budgettaire problematiek op te lossen. Door het nemen van deze maatregelen sluit de begroting van VenJ per saldo over de jaren heen. Tussen een aantal jaren is daartoe een intertemporele compensatie verwerkt

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties (x € 1.000)
 

Artikel(en)

2014

2015

2016

2017

2018

2019

1. Griffierechten

32

– 41.400

– 54.900

– 68.400

– 82.400

– 84.700

– 74.100

2. Besparingsverlies RA-maatregel bijdrageregelingen

32, 34

0

– 28.000

– 5.000

– 1.000

0

0

3. Vertraging verhoging griffierechten

32

– 38.000

19.000

0

0

0

0

4. Wetsvoorstel aanpassing griffierechten

   

– 13.000

– 13.000

– 13.000

– 13.000

– 13.000

5. Boeten en transacties

33

72.300

37.600

30.700

31.900

34.300

34.300

6. Administratiekosten vergoeding Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

34

70.244

70.732

71.647

73.856

73.856

73.856

7. Outputfinanciering Dienst Justitiële Inrichtingen

34, 35

16.150

0

0

0

0

0

8. Terugdraaien licentie-fee loterijen

34

0

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

– 10.000

9. Inzet asielreserve

37

10.800

0

0

0

0

0

1. Griffierechten

Bij de griffierechten wordt op basis van de meest recente uitkomsten van het Prognose Model Justitiële ketens (PMJ) een tegenvaller verwacht. De tegenvaller bij griffierechten is – evenals de tegenvaller in 2013 – grotendeels het gevolg van een lagere instroom van civiele zaken. Met name de eenvoudige kantonzaken (verstekzaken bij incassozaken) zijn afgenomen. Dit betekent ook dat aan de uitgavenkant sprake is van een daling van de kosten. Hiermee kan deze tegenvaller worden opgevangen.

2. Besparingsverlies RA-maatregel bijdrageregelingen

Uit de impactanalyse van de eigen bijdrageregelingen blijkt dat in de eerste jaren een aanloopverlies optreedt. Deze besparingsverliezen hangen samen met het gegeven dat tussen het moment van eerste vaststelling van een te betalen bijdrage en het moment waarop deze feitelijk betaald wordt, vertraging optreedt. Deze aanloopverliezen worden binnen de begroting van VenJ van dekking voorzien.

3. Vertraging verhoging griffierechten

Als gevolg van een vertraging invoering wetsvoorstel aanpassing griffierechten wordt een tegenvaller van € 19 mln. in 2014 verwacht. Het besparingsverlies wordt binnen de begroting van VenJ van dekking voorzien.

4. Wetsvoorstel aanpassing griffierechten

De verhoging van de tarieven in het wetsvoorstel aanpassing griffierechten wordt gematigd. Het besparingsverlies wordt in de begroting van VenJ van dekking voorzien.

5. Boeten en transacties

De raming voor de ontvangsten uit boetes en transacties is herijkt. Daarnaast is de raming opgehoogd vanwege de Cross Border Enforcement-richtlijn. Deze richtlijn maakt het mogelijk om buitenlandse kentekenhouders te beboeten voor geflitste verkeersovertredingen.

6. Administratiekosten vergoeding Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

De afspraken tussen VenJ en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) rondom de uitgaven en ontvangsten voor de administratiekostenvergoeding zijn nu meerjarig verwerkt in de begroting van VenJ. De ontvangsten uit de administratiekostenvergoeding worden beschikbaar gesteld aan het CJIB ter dekking van de gemaakte kosten bij WAHV-zaken, boetevonnissen en OM-afdoeningen.

7. Outputfinanciering Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

In 2013 was sprake van een lagere bezetting bij die Dienst Justitiële Inrichtingen dan eerder geraamd, waardoor budget terugvloeit naar VenJ. Deze middelen worden weer ter beschikking gesteld aan DJI om de financiële positie van DJI te versterken.

8. Terugdraaien licentie-fee loterijen

In het Regeerakkoord is afgesproken dat vergunningen voor loterijen met ingang van 2015 niet meer ondershands worden gegund, maar via een transparante procedure waarbij aan nieuwe vergunninghouders een markconforme licentie-fee wordt gevraagd. Hiervoor is vanaf 2015 jaarlijks een opbrengst geraamd van € 10 mln. op de begroting van VenJ. In de uitwerking van de maatregelen voor loterijen blijkt het niet mogelijk om binnen het marktordeningsmodel een licentie-fee in rekening te brengen wat ertoe leidt dat de € 10 mln. ontvangsten niet gerealiseerd worden.

9. Inzet asielreserve

De stijging van de asielinstroom leidt ook tot hogere kosten bij de IND. Voor deze extra kosten wordt vanuit de asielreserve € 10,8 mln. ingezet om hier in 2014 te voorzien. Zie ook post 17 in de toelichting bij de tabel belangrijkste uitgaven.

Planning beleidsdoorlichtingen VenJ

Onderstaand overzicht geeft aan wanneer de operationele doelstellingen van de VenJ-begroting zullen worden doorgelicht.

Omschrijving (Artikel)

Realisatie

Planning

   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Nationale politie

             
 

Nationale politie (31)1

   

X

       
 

Veiligheid regio’s en politie2

X

           
 

Bekostiging nationale politie (31.2)

         

X

 
 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT politie (31.3)

X

           
                 

Rechtspleging en rechtsbijstand

             
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel (32.2)

   

X

       
 

Slagvaardige en kwalitatief goede rechtspleging (32.3)

   

X

       
                 

Rechtshandhaving en vervolging

             
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

 

X

         
 

Opsporing en vervolging (33.3)

 

X

         
                 

Sanctietoepassing

             
 

Preventieve maatregelen (34.2)

X

           
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring (34.3)

     

X

     
 

Slachtofferzorg (34.4)

 

X

         
                 

Jeugd

             
 

Uitvoering jeugdbescherming en

Voogdij AMV’s (35.2)

           

X

 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (35.3)

       

X

   
                 

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

             
 

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding (36.2)

     

X

     
 

Veiligheid (radicalisering) (36.2)

X

           
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid (36.3)

       

X

   
                 

Vreemdelingen

             
 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

       

X

   
 

Terugkeer (37.3)

         

X

 
X Noot
1

De beleidsdoorlichting wordt meegenomen in het IBO Politie. Het IBO start in 2014 en zal in 2015 worden afgerond.

X Noot
2

Dit betreft het oude beleidsartikel 23, nu opgegaan in beleidsartikel 31 en 36.

Overzicht garanties en achterborgstellingen

Overzicht verstrekte garanties (x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Geraamd te verlenen garanties

Geraamd te vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantieplafond

Geraamd te verlenen garanties

Geraamd te vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantieplafond

Totaal plafond

   

2013

2014

2014

2014

2014

2015

2015

2015

2015

31

Inkoop Max en FLO

1.002.617

0

0

1.002.617

n.v.t.

0

0

1.002.617

n.v.t.

n.v.t.

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren (dienst Justis)

16.299

3.869

3.048

17.120

n.v.t.

4.000

3.200

17.920

n.v.t.

n.v.t.

35

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

29.888

0

990

28.898

n.v.t.

0

1.028

27.870

n.v.t.

n.v.t.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

   

2013

2013

2013

2014

2014

2014

2015

2015

2015

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren (dienst Justis)

1.068

0

1.068

1.044

0

1.044

1.300

0

1.300

Overzicht courant limieten en gebruik leenfaciliteit (x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Geraamd te verlenen garanties

Geraamd te vervallen garanties

Uitstaand garanties

Garantieplafond

Geraamd te verlenen garanties

Geraamd te vervallen garanties

Uitstaand garanties

Garantieplafond

Totaal plafond

   

2013

2014

2014

2014

2014

2015

2015

2015

2015

 

31

RC-limiet Politie

268.500

0

0

268.500

n.v.t.

0

0

268.500

n.v.t.

n.v.t.

31

Leenfaciliteit Politie

1.254.900

0

0

1.254.900

n.v.t.

0

0

1.254.900

n.v.t.

n.v.t.

32

Leenfaciliteit Gemeenschappelijk Hof

0

492

0

492

n.v.t.

232

0

724

n.v.t.

n.v.t.

34

RC-limiet kansspelautoriteit

3.000

0

0

3.000

n.v.t.

0

0

3.000

n.v.t.

n.v.t.

34

Leenfaciliteit kansspelautoriteit

0

3.700

0

3.700

n.v.t.

0

0

3.700

n.v.t.

n.v.t.

35

Leenfaciliteit particuliere JJI's

76.905

0

3.185

73.720

n.v.t.

0

3.305

70.415

n.v.t.

n.v.t.

37

Leenfaciliteit COA

0

73.000

0

73.000

n.v.t.

0

0

73.000

n.v.t.

n.v.t.

37

RC-limiet COA

70.000

0

0

70.000

n.v.t.

0

0

70.000

n.v.t.

n.v.t.

Toelichting op overzicht verstrekte garanties

Inkoop Max en FLO

In de stand is de meerjarige verplichting die VenJ naar de politie en de politieacademie heeft, in het kader van de VUT, prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling) en functioneel leeftijdsontslag (FLO regeling), afzonderlijk opgenomen. De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie en de Politieacademie zijn opgenomen (TK 29 628, nr. 407).

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. De GSR wordt herzien en zal hiermee aan het garantiekader voldoen. Dit betekent onder andere dat er een premiegefinancierde begrotingsreserve komt met het doel om de budgettaire risico’s voor de begroting te dekken. Daarnaast zal de GSR cyclisch worden geëvalueerd (horizonbepaling) en worden de uitvoeringskosten van de regeling geoptimaliseerd.

Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen voor het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantieverlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Toelichting overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit

RC Limiet politie, COA en Kansspelautoriteit

De betreffende organisaties hebben bij de bank een Rekening Courant Faciliteit, waarbij VenJ garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties in gebreke blijven.

Leenfaciliteit

De nationale politie, Politieacademie (PA), de Noordelijke Meldkamer, het Gemeenschappelijke Hof, de Kansspelautoriteit, de particuliere JJI's en het COA hebben toegang gekregen tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van VenJ.

3. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 31. Nationale politie

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de nationale politie. Hierbij zijn drie verschillende verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft die voor de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel.

  • De tweede verantwoordelijkheid is voor bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister1 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister van VenJ heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) berust bij hem2.

Rollen en verantwoordelijkheid

Beleidswijzigingen

Met de komst van de nationale politie zijn de rollen en verantwoordelijkheden binnen het politiebestel op onderdelen gewijzigd. Om de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Minister en de gezagsdragers te bekrachtigen is door de Minister, de regioburgemeesters en het college van procureurs generaal een Veiligheidsagenda opgesteld waarin voor de periode 2015–2018 de prioriteiten staan benoemd. Om uitvoering te kunnen geven aan de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda worden de middelen uit de RA-intensiveringsenveloppe Veiligheid overgeheveld van de Aanvullende Post naar de begroting van VenJ voor de jaren 2015 t/m 2017.

Tabel 31.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

229.265

5.252.010

5.132.936

5.172.235

5.100.085

4.979.996

4.942.868

                 

Programma-uitgaven

5.250.519

5.252.010

5.132.936

5.172.235

5.100.085

4.979.996

4.942.868

Waarvan juridisch verplicht

   

99,90%

       
               

31.2 Bekostiging nationale politie

             
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Nationale politie

4.976.547

4.966.585

4.877.789

4.924.347

4.857.647

4.739.278

4.702.150

 

VtsPN

90.460

0

0

0

0

0

0

 

Politieacademie

132.323

121.617

112.012

105.481

100.067

98.346

98.346

 

Bijdrage medeoverheden

             
 

BES brandweer- en politiekorps

18.193

16.510

16.653

17.605

17.605

17.605

17.605

                 

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

             
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Bestuur en Organisatie

9.674

0

0

0

0

0

0

 

Internationale samenwerkingsoperaties

0

20.966

10.981

10.981

10.981

10.981

10.981

 

Informatiebeleid politie: Innovatieprojecten

4.358

0

0

0

0

0

0

 

C2000 / GMS

0

103.155

93.424

93.508

93.490

93.491

93.491

 

Overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

791

791

791

791

791

791

 

Bijdragen medeoverheden

             
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

3.129

1.249

1.266

1.272

1.254

1.254

1.254

 

Subsidies

             
 

Stichting NL Confidential

750

750

700

700

700

700

700

 

Opdrachten

             
 

Providers

10.502

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

11.000

 

Overig Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

4.887

3.820

2.050

2.050

2.050

2.050

 

Bijdragen Sociale fondsen

             
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.583

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

                 

Ontvangsten

269

500

500

500

500

500

500

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel betreft verplichtingen op grond van de politiewet en meerjarige opdrachten tot en met 2016 aan de telecomaanbieders in verband met tapkosten. Het niet-juridisch verplichte deel is gereserveerd voor uitgaven op het gebied van internationale politiesamenwerking (onder andere ten behoeve van uitzendingen).

31.2 Bekostiging nationale politie

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Nationale politie (NP)

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. Op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012 ontvangt de politie daartoe bijdragen van de Minister. De algemene bijdrage wordt, als lumpsumbudget, ter beschikking gesteld aan de politie en komt altijd volledig ten gunste van een adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht de politie zoveel mogelijk flexibiliteit te geven om afgesproken doelen te realiseren. Het lumpsumdeel bedraagt ruim € 4,6 mld. in 2015. Bij uitzondering worden bijzondere bijdragen gegeven voor de realisatie van een bepaald doel zoals de bijdrage van ruim € 44 mln. voor de verkeershandhavingsteams en bijna € 14 mln. voor cybercrime. Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Het gaat dan onder meer om het onderhoud van het communicatienetwerk C2000 en het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

De NP kent een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de NP zijn voor 2015 geraamd op bijna € 3,9 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. Voor materiële kosten wordt ongeveer € 1,1 mld. begroot. Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, operationele kosten en verbindingen en automatisering.

In de jaren 2014 tot en met 2019 daalt de algemene bijdrage aan de nationale politie met ruim 5 procent. De vorming van de nationale politie brengt frictiekosten met zich mee (voor bijvoorbeeld de reorganisatie) die zich voornamelijk in de startfase van de nationale politie voordoen. Voor de dekking van deze kosten ontvangt de politie een bijzondere bijdrage met een totale omvang van € 230 mln. Na 2016 vervalt deze extra bijdrage, waardoor de totale bijdrage aan de politie daalt.

Verder gaat de vorming van de nationale politie gepaard met ombuigingen, voornamelijk door besparingen in de bedrijfsvoering die mogelijk zijn door centralisatie van deze taken. Dit resulteert in een daling van de algemene bijdrage in de komende jaren. De besparingen moeten de komende jaren met de inrichting van de nationale politie gerealiseerd worden, onder meer door een daling van de niet-operationele sterkte bij de politie.

Met de Tweede Kamer en het gezag is een betaalbare operationele sterkte van 49.500 fte afgesproken. Dit aantal is uitgangspunt voor de bekostiging van de politie. Eind 2013 beschikt de politie over een aanzienlijk hogere operationele sterkte, namelijk van 51.598 fte. Deze hogere operationele sterkte wordt, gegeven de dalende algemene bijdrage, afgebouwd tot betaalbare omvang van 49.802 operationele fte’s.

Tabel 31.2 Kengetal operationele sterkte nationale politie
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Operationele sterkte in fte

(incl. aspiranten)

51.598

51.726

50.955

50.039

49.803

49.802

49.801

Bron: begroting nationale politie 2015

Andere kengetallen aangaande de NP zijn de vermindering van de administratieve lastendruk bij de politie en het aantal politievrijwilligers. De in de Landelijke prioriteiten politie 2011–2014 opgenomen vermindering van de administratieve lastendruk met 25% (5.000 fte) wordt niet in 2014 gerealiseerd, maar in 20153. Het einddoel vrijwillige ambtenaren van politie is ongewijzigd 5.000 in 2015.

Tabel 31.3 Kengetallen vermindering administratieve lastendruk en vrijwillige ambtenaren

Omschrijving

Nulmeting

Waarde ultimo 2013

Streefwaarde 2014

Streefwaarde 2015

Vermindering administratieve lastendruk politie met 25% (5.000 fte)1

Heeft plaatsgevonden door de politieacademie in 2011.

15% = 3.000 fte’s

17,5% – 20% = 3.500–4.000 fte’s

25% = 5.000 fte’s

         

Vrijwillige ambtenaren van politie. Einddoel is 5.000 vrijwilligers in 2015

2010: 2.406

3.149

4.375

5.000

X Noot
1

Zie actieprogramma «Minder regels, meer op straat» (Kamerstukken TK, 29 628, nr.238) en de voortgangsrapportages (Kamerstuk TK, 29 628, nrs. 285, 328 en 391).

Prestatie-indicatoren naar aanleiding van de Veiligheidsagenda zijn opgenomen in een tabel direct na de beleidsagenda in deze VenJ-begroting.

De begroting van de nationale politie is als separate bijlage met de VenJ-begroting meegezonden.

Politieacademie

De Minister geeft een bijdrage aan de Politieacademie voor goed opgeleid politiepersoneel. Hierdoor komt de kwaliteit van de politie op een hoger peil. De rijksbijdrage omvat een algemene bijdrage (circa 90 procent van het totaal) voor de kosten van het ontwikkelen en aanbieden van het samenhangend stelsel van politieonderwijs, werving en selectie en examinering. Naar aanleiding van de begroting 2015 en volgende jaren van de nationale politie worden de daadwerkelijke aantallen instroom van aspiranten, zij-instromers, vrijwilligers en eventuele doorstromers bepaald.

Naast de algemene bijdrage, ontvangt de Politieacademie ook bijzondere bijdragen (circa 10 procent) om specifieke activiteiten op het terrein van onderwijs, wetenschappelijk kennis en onderzoek mogelijk te maken.

Als gevolg van taakstellingen van de kabinetten Rutte/Verhagen en Rutte/Asscher nemen de totale bijdragen af tot circa € 100 mln. in 2017. De laatste taakstelling wordt invullen door de voorgenomen wijziging van de Politiewet met ingang van 2016, waarmee de Politieacademie wordt ingebed in het politiebestel. Hierdoor gaat onder andere het beheer van de Politieacademie over naar de NP, waardoor synergievoordelen ontstaan die kunnen worden ingezet voor het opvangen van deze taakstelling. Hoe de eerste taakstellingen met behoud van kwaliteit van het onderwijs worden opgevangen verwijs ik u naar mijn brief aan de Tweede Kamer van 5 juni 2013 (TK 29 628, nr. 398).

Bijdrage aan medeoverheden

Brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland

Om in Caribisch Nederland de veiligheid te handhaven en te vergroten is er een brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. De Minister van VenJ is korpsbeheerder en verstrekt een bijdrage ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van de korpsen. Een bedrag van € 11,7 mln. is bestemd voor het politiekorps en € 4,9 mln. is bestemd voor het brandweerkorps. De jaarlijks vastgestelde begroting van het Ministerie van VenJ vormt telkens de wettelijke grondslag voor de bekostiging van beide korpsen.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT Politie

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Internationale samenwerkingsoperaties

Dit zijn uitgaven voor de uitvoering van internationale politiesamenwerking (IPS), strategische landenprogramma’s (SLP’s) en de coördinatie van uitzendingen. Dit doet de politie in opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Naast de nationale politie levert ook de Koninklijke Marechaussee een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking.

De daling van € 10 mln. van 2014 op 2015 is te verklaren doordat geplande uitgaven voor de Nuclear Security Summit waren ondergebracht bij dit artikelonderdeel. Er is dus geen sprake van een afname van internationale samenwerkingsoperaties.

C2000/GMS

In opdracht van het Ministerie van VenJ voert de politie informatievoorzieningsorganisatie het beheer over het C2000-netwerk. Het C2000 communicatienetwerk is van cruciaal belang voor de taakuitvoering van de Nederlandse hulpdiensten.

Het budget daalt met ongeveer € 11 mln. van 2014 op 2015 omdat het project Odin is afgerond. Met dit project is de dekking van C2000 verbeterd door het plaatsen van extra zendmasten.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt met name gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters. Daarnaast is een klein deel bestemd voor nagekomen uitgaven in het kader van de zogenaamde Bommenregeling, die is overgegaan naar het Gemeentefonds.

Subsidies

Stichting NL Confidential

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is één van de belangrijkste financiers van de onafhankelijke Stichting NL Confidential. Dit is een stichting die verschillende meldlijnen beheert. De stichting ontvangt de subsidie hoofdzakelijk voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Providers

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat is op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking gehouden om bepaalde kosten die aanbieders maken in dit verband te vergoeden. De Staat heeft in dat kader een meerjarige vergoedingsovereenkomst 2014–2016 gesloten met de zes grote telecomaanbieders. Dit is overigens een voortzetting van staande praktijk, want ook voor de periode 2011–2013 was een dergelijke vergoedingsovereenkomst gesloten.

Bijdragen sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van de bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Artikel 32. Rechtsbijstand en rechtspleging

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister van Veiligheid en Justitie optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers4. Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.5

Gesubsidieerde rechtsbijstand

Beleidswijzigingen

Om op langere termijn een goed en modern stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand dat aansluit op de visie van het kabinet op de toegang van het recht overeind te houden voor burgers die daarop zijn aangewezen en daarmee de toegang tot het recht in voldoende mate te blijven waarborgen, wordt het stelsel van de rechtsbijstand vernieuwd. Op 18 februari 2014 is een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin een aantal bijstellingen is voorgesteld in het pakket aan maatregelen dat de stelselvernieuwing vormt (TK 31 753, nr. 70). Op 26 maart 2014 vond naar aanleiding van die brief een Algemeen Overleg plaats. In mei 2014 is een AMvB waarin een aantal meer technische onderdelen van de stelselvernieuwing wordt geregeld in consultatie gebracht en daarnaast voorgehangen bij het parlement. Deze AMvB moet op 1 januari 2015 in werking treden. De meer fundamentele onderdelen van de stelselvernieuwing worden geregeld in een wetsvoorstel plus bijbehorende AMvB. Het wetsvoorstel zal na de zomer van 2014 in consultatie worden gebracht. Met de stelselvernieuwing wordt een besparing van € 85,1 mln. gerealiseerd.

Gerechtsdeurwaarders

In het laatste kwartaal van 2014 zal het wetsvoorstel dat de gerechtsdeurwaarderswet herziet aan de Tweede Kamer worden gezonden, waarna in 2015 naar verwachting de parlementaire behandeling zal plaatsvinden. De herziening vindt plaats naar aanleiding van een evaluatie en inventarisatie van de knelpunten van de wet (TK 31 700 VI, nr. 113). Belangrijke onderwerpen in de wet zijn het integraal toezicht door het Bureau Financieel Toezicht, de toegang tot het ambt en de aanscherping van de tuchtrechtelijke maatregelen.

Doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen

Naar verwachting zal het wetsvoorstel doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen in het najaar 2014 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd, waarna de behandeling in 2015 plaats kan vinden. De inwerkingtreding van de wet is beoogd in 2015. Vanuit het profijtbeginsel is geredeneerd dat binnen het domein van Veiligheid en Justitie de beroepsgroepen van notarissen, gerechtsdeurwaarders en advocaten voor doorberekening van de kosten van toezicht en tuchtrecht in aanmerking komen. De doorberekening van deze kosten is begroot op een besparing van € 7 mln. waarvan € 4 mln. neerslaat bij het Bureau Financieel Toezicht. Verder wordt er bespaard op de kosten voor de tuchtrechtspraak die voorheen door de rijksoverheid gedragen werden.

Toezicht advocaten

Het wetsvoorstel Positie en toezicht advocatuur (EK 32 382, A), dat in april 2014 aan de Eerste Kamer is voorgelegd, versterkt het toezicht op advocaten. Tevens zijn in het wetsvoorstel de kernwaarden van de advocatuur neergelegd en worden de geheimhoudingsplicht en de interne kwaliteitstoetsing voor advocaten geregeld. Beoogd wordt de wet in 2015 in werking te laten treden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het kabinetsstandpunt bij het rapport «Een maatschappelijke Orde» (TK 30 300 VI, nr. 144) van de Commissie advocatuur (Commissie Van Wijmen) (TK 30 800 VI, nr. 13).

Herziening initiële opleiding rechterlijke macht

Het wetsvoorstel tot herziening van de initiële opleiding van rechters en officieren van justitie is de Tweede Kamer in 2014 ter behandeling aangeboden. Op basis van een voorlopige voorziening is de initiële opleiding rechterlijke macht reeds gestart. Naar verwachting zal in 2015 de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel kunnen worden afgerond en zal de wet in 2015 zijn beslag krijgen in de uitvoeringspraktijk. In dit wetsvoorstel zijn de vroegere raio-, rio- en oio-opleiding samengebracht in twee nieuwe opleidingen: een opleiding tot rechter en een opleiding tot officier van justitie. Nieuw is dat voordat de opleiding wordt gestart reeds de keuze wordt gemaakt voor het beroep van rechter of officier van justitie.

Wetsvoorstel aanpassing griffierechten

De verhoging van de tarieven in het wetsvoorstel aanpassing griffierechten wordt gematigd. Het besparingsverlies wordt binnen de begroting van VenJ van dekking voorzien.

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.544.910

1.491.590

1.439.713

1.399.689

1.344.950

1.340.089

1.361.895

                 

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

             
 

Personeel

21.902

20.910

20.745

20.718

20.720

20.701

20.701

 

waarvan eigen personeel

21.511

20.156

19.997

19.971

19.972

19.956

19.956

 

waarvan externe inhuur

391

0

0

0

0

0

0

 

Materieel

3.545

4.255

4.223

4.217

4.215

4.202

4.202

 

waarvan ICT

1.374

502

499

498

497

497

497

 

waarvan SSO's

82

0

0

0

0

0

0

                 

Programma-uitgaven

1.518.733

1.466.425

1.414.745

1.374.754

1.320.015

1.315.186

1.336.992

Waarvan juridisch verplicht

   

99,68%

       
                 

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

             
 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

Raad voor Rechtsbijstand

54.089

51.040

51.809

43.471

43.435

43.435

43.435

 

Bureau Financieel Toezicht

6.250

6.408

2.408

2.330

2.230

2.191

2.191

 

Subsidies

             
 

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken

1.243

1.328

1.328

1.286

1.231

1.211

1.211

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

417

179

179

179

179

179

179

 

Opdrachten

             
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

16.953

15.479

14.478

14.478

14.478

14.477

14.477

 

Toevoegingen rechtsbijstand

448.393

382.994

369.649

326.839

325.701

321.164

321.064

 

Overig Adequate toegang tot het rechtsbestel

1.271

1.798

1.598

1.439

1.494

1.514

1.514

                 

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

             
                 
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

973.412

986.699

953.130

965.114

912.271

912.272

934.178

                 
 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

College Bescherming Persoonsgegevens

7.827

8.201

8.191

7.866

7.546

7.420

7.420

 

College voor de Rechten van de Mens

6.113

6.178

6.016

5.797

5.530

5.403

5.403

 

Centraal Administratie Kantoor

0

2.500

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

 

Overig: Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

0

1.027

686

686

686

686

686

 

Bijdragen medeoverheden

             
 

Bijdragen Rechtspleging

0

86

86

86

86

86

86

 

Subsidies

             
 

Subsidies Rechtspleging

812

901

891

890

890

890

890

 

Subsidies Wetgeving

1.856

1.439

1.437

1.435

1.435

1.435

1.435

 

Opdrachten

             
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

97

168

159

158

123

123

123

                 

Ontvangsten

222.147

231.310

274.980

318.524

326.958

335.226

345.826

 

waarvan griffie

216.660

226.826

240.526

264.026

268.926

279.526

290.126

Budgetflexibiliteit

Juridisch verplicht zijn de apparaatsuitgaven voor de Hoge Raad en de bijdragen aan ZBO’s en RWT’s. Dat geldt ook voor de bijdrage voor de kosten voor de rechtsbijstand in de vorm van toevoegingen en piketten (opdrachten) en de bijdrage aan Raad voor de rechtspraak. Ook de opdrachten in het kader van de WSNP zijn volledig juridisch verplicht. Daarmee is bijna 100% van de uitgaven die in de vorm van opdrachten worden gedaan juridisch verplicht. De subsidies die op dit artikel worden verantwoord zijn vrijwel geheel juridisch verplicht. Dit heeft in hoofdzaak betrekking op de structurele subsidierelaties met de Stichting Geschillencommissie en de Academie voor Overheidsjuristen en de Academie voor Wetgeving.

Het niet-juridische verplichte deel op dit beleidsartikel is gereserveerd voor bestuurlijk gebonden uitgaven via diverse subsidiebeschikkingen, onder meer voor de Nederlandse Orde van Advocaten en voor bijdrage aan internationale organisaties. Daarnaast zijn er middelen gereserveerd voor toezicht en onderzoek bijvoorbeeld op het terrein van rechtspraak, schuldsanering, rechtsbijstand en rechtspleging.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. Voor het civiele- en strafrecht is hij dat tevens voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De HR voert de cassatieprocedure uit. De procedure verzekert en bevordert de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming doordat de HR als cassatierechter toetst of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen: de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering begrijpelijk is. Met de Hoge Raad zijn meerjarige financieringsafspraken gemaakt, waardoor de reeks vlak is. Het aantal werknemers dat vanuit het apparaatsbudget wordt betaald bedraagt ca. 236.

Voor de komende jaren wordt de instroom aan nieuwe zaken geraamd op jaarlijks ca. 3.975, waarvan 2.350 straf, 500 civiel en 1.125 fiscaal. De Hoge Raad streeft naar het wegwerken van de jaarlijkse instroom van zaken en een doorlooptijd van behandeling van rond de één jaar.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. De daling in de uitgaven aan het apparaat van de RvR en het Juridisch Loket komt door de verwachte lagere instroom als gevolg van de stelselvernieuwing rechtsbijstand en de verwerking van de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op zo’n 1.500 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). De daling van de uitgaven voor het BFT is grotendeels toe te schrijven aan de voorgenomen wetswijziging om de kosten van toezicht door te berekenen aan beroepsorganisaties. Daarnaast is vanaf 2016 de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord doorgevoerd.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment 54 geschillencommissies die klachten over verschillende onderwerpen behandelen.

De SGC ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van het Ministerie van VenJ, omdat afhandeling van klachten door het SGC zorgt voor minder instroom aan (duurdere) zaken binnen het rechtsbestel.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 14.000 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt circa 1.100 over een periode van gemiddeld 3 jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt toevoegingen aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

De meerjarige budgettaire reeks toevoegingen laat een sterke daling zien. Dit is het gevolg van de eerder genoemde stelselvernieuwing voor rechtsbijstand, die bedoeld is om het systeem betaalbaar te houden. De Tweede Kamer is hierover middels een brief geïnformeerd (TK 31 753, nr. 64 en TK 31 753, nr. 70).

In tabel 32.2 is een nieuwe indeling voor de toevoegingscategorieën van de Raad voor Rechtsbijstand opgenomen. Deze nieuwe indeling sluit aan op de door de Raad voor Rechtsbijstand in de Monitor Gesubsidieerde Rechtsbijstand vanaf 2014 gehanteerde indeling en de indeling van de Raad voor de Rechtspraak.

Tabel 32.2 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Oude indeling

Nieuwe indeling1

           
 

Realisatie

Realisatie

Prognoses

         
 

2013

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Strafzaken (ambtshalve)

               

Aantal afgegeven toevoegingen

87.164

49.373

51.692

50.559

40.567

40.441

40.327

40.224

Uitgaven (mln.)

€ 103,1

€ 96,3

€ 85,9

€ 67,0

€ 66,0

€ 64,9

€ 64,7

                 

Strafzaken (regulier)

               

Aantal afgegeven toevoegingen

69.295

68.699

62.095

60.207

64.011

63.925

63.829

63.760

Uitgaven (mln.)

€ 55,4

€ 46,5

€ 43,5

€ 43,7

€ 43,1

€ 42,4

€ 42,4

                 

Civiele zaken*

               

Aantal afgegeven toevoegingen

263.859

210.393

156.748

159.256

126.597

129.852

130.309

130.163

Uitgaven (mln.)

€ 203,4

€ 121,9

€ 122,5

€ 90,6

€ 91,8

€ 90,8

€ 90,7

                 

Bestuur

               

Aantal afgegeven toevoegingen

 

91.853

66.149

67.108

68.264

69.597

69.302

69.172

Uitgaven (mln.)

 

€ 40,7

€ 40,9

€ 39,6

€ 39,9

€ 39,2

€ 39,1

                 

Piketdiensten

               

Aantal toevoegingen

116.908

116.908

118.486

117.556

186.775

186.202

185.760

185.222

Uitgaven (mln.)

€ 29,2

€ 27,6

€ 27,0

€ 37,3

€ 36,7

€ 36,1

€ 36,0

                 

Lichte adviestoevoeging

               

Aantal afgegeven toevoegingen

10.371

10.371

5.790

6.895

8.143

9.618

9.331

9.052

Uitgaven (mln.)

€ 2,4

€ 1,1

€ 1,2

€ 1,4

€ 1,6

€ 1,6

€ 1,5

                 

Asiel

               

Instroom asielzoekers (eerste en herhaalde aanvragen)

17.190

17.190

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Aantal afgegeven toevoegingen

20.741

20.741

31.287

31.283

31.283

31.283

31.283

31.813

Uitgaven (mln.)

€ 35,6

€ 44,3

€ 44,1

€ 42,5

€ 42,0

€ 41,4

€ 41,9

                 

Het Juridisch Loket

               

Aantal klantencontacten

978.267

978.267

978.267

978.267

978.267

978.267

978.267

978.267

Uitgaven (mln.)

€ 24,2

€ 23,7

€ 23,6

€ 22,1

€ 22,1

€ 22,1

€ 22,1

                 

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

               

Raad voor Rechtsbijstand

€ 30,5

€ 27,5

€ 28,4

€ 21,5

€ 21,5

€ 21,5

€ 21,5

Vordering Raad voor de Rechtsbijstand

€ 14,4

           
                 

Totaal uitgaven (mln.)

€ 498,1

€ 498,1

€ 429,6

€ 417,0

€ 365,8

€ 364,7

€ 360,1

€ 360,0

Bronnen: Jaarverslag 2013 Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens.

Bij de opstelling is rekening gehouden met de uitvoering van het project stelselvernieuwing rechtsbijstand en het begrotingskader.

X Noot
1

In de nieuwe indeling is de toevoegingscategorie civiele zaken gesplitst in toevoegingen in civiele zaken en toevoegingen in bestuurszaken. Binnen de categorie civiele zaken zijn nu de zogenoemde toevoegingen op het rechtsgebied bijzondere opname psychiatrisch ziekenhuis opgenomen en onder de categorie bestuurszaken vallen nu de toevoegingen inzake vreemdelingenbewaring (beide waren in de oude indeling opgenomen binnen strafzaken ambtshalve).

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister van Veiligheid en Justitie bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het overkoepelende bestuur van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Conform de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Raad voor de rechtspraak zijn begrotingsvoorstel ingediend bij de Minister van Veiligheid en Justitie op basis van de in- en uitstroomramingen uit onder andere het Prognosemodel Justitiële ketens en de afspraken over de prijzen conform Prijsakkoord 2014–2016. Hieruit volgt dat de instroom neerwaarts is bijgesteld ten opzichte van de instroomprognose in de vorige begroting. Wel is er volgens de prognose nog steeds sprake van een stijgende instroom van 2015 naar 2019.

Tabel 32.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Instroom totaal aantal (x € 1.000)

1.767

1.764

1.754

1.768

1.791

1.845

1.900

Jaarlijkse mutatie

5%

0%

– 1%

1%

1%

3%

3%

Bronnen: Jaarverslag 2013 Raad voor de rechtspraak, Prognose Model Justitiële Ketens

Tabel 32.4 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Begroting 2014 (x € 1.000)

973.412

1.011.452

1.004.292

1.019.137

1.002.317

1.003.574

1.007.474

Mutatie (x € 1.000)

 

– 24.653

– 51.062

– 53.923

– 89.946

– 91.202

– 73.196

Begroting 2015 (x € 1.000)

 

986.699

953.130

965.114

912.271

912.272

934.178

Deze bijdrage is op basis van met de Raad voor de rechtspraak gemaakte productieafspraak.

Tabel 32.5 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.716

1.732

1.655

1.754

1.636

1.650

1.712

Jaarlijkse mutatie

2%

1%

– 4%

6%

– 7%

1%

4%

Bronnen: Jaarverslag 2013 Raad voor de rechtspraak, Prognose Model Justitiële Ketens

Door de neerwaartse bijstelling van de instroomprognose ten opzichte van de vorige begroting is ook de financiële bijdrage ten opzichte van de vorige begroting neerwaarts bijgesteld. De instroomontwikkelingen blijken mede als gevolg van de economische crisis uiterst moeilijk voorspelbaar. Deze onzekerheid, alsmede de financiële mogelijkheden van het kabinet, heeft ertoe geleid dat in de ingediende begroting (zie hoofdstuk 6) van de Raad voor de rechtspraak niet volledig is gehonoreerd. Dit geldt met name voor de jaren 2014 en 2015. In deze jaren wordt daarom een beroep gedaan op de reserves bij de Raad. Het Ministerie zal de ontwikkeling van de instroom, werkvoorraden en de financiële positie van de Rechtspraak volgen en in samenspraak met de Raad maatregelen nemen, in lijn met artikel 21 van het Besluit Financiering Rechtspraak 2005.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)

Het CBP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet Basisregistratie Personen.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult zijn wettelijke taak als waakhond op het gebied van mensenrechten in Nederland. Het doet dit door gevraagd en ongevraagd onderzoek te doen naar verboden onderscheid. Dat kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Ook heeft het CRM een rol bij normontwikkeling en periodieke evaluatie van de effectiviteit van wetgeving voor gelijke behandeling. De meerjarige bijdrage van VenJ aan het CRM daalt, onder meer als gevolg van bezuinigingen uit het Regeerakkoord.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

In 2015 worden twee maatregelen uit het Regeerakkoord geïmplementeerd, waarmee een eigen bijdrage wordt geïntroduceerd voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg en een bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting. Het Ministerie van VenJ heeft het CAK (een ZBO onder het Ministerie van VWS) aangewezen als uitvoerder van de regelingen. De kosten die gemoeid zijn met uitvoering van de maatregelen worden op de begroting van VenJ als een bijdrage aan het CAK opgenomen.

Subsidies

De subsidie Rechtspleging betreft met name een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR). De subsidies Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlandse Juristencomité voor de mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van VenJ ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. Deze ontvangst stijgt wegens de aanpassing van de hoogte van de te betalen griffierechten (TK 33 757).

Artikel 33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

  • VenJ faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Prostitutie

Beleidswijzigingen

Het voornemen voor een register van prostituees is komen te vervallen, een novelle daartoe voorziet hierin (TK 33 885, nr. 2). Nieuwe regels in de seksbranche worden in 2015 van kracht, mede om de prostitutie gerelateerde mensenhandel harder te kunnen aanpakken. Er komt een landelijk uniform vergunningenstelsel voor seksbedrijven (inclusief een register van ingetrokken en geweigerde vergunningen en een register van escortvergunningen) en de leeftijd voor prostituees wordt verhoogd naar 21 jaar. Daarnaast zijn er naar aanleiding van de Motie van der Staaij middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van uitstapprogramma’s voor prostituees (TK 33 750 VI, nr. 80).

Mensenhandel

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel heeft in haar «Negende Rapportage» de aanbeveling gedaan een nationaal verwijzingsmechanisme voor slachtoffers mensenhandel te ontwikkelen om de verbinding tussen de strafrecht- en de zorgketen te verbeteren. Het doel is op deze manier meer maatwerk te kunnen leveren aan slachtoffers. In juni 2014 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitwerking van dit verwijzingsmechanisme (TK 28 683, nr. 122). In de periode daarop wordt het Nationaal Verwijzingsmechanisme geïmplementeerd.

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

De tijdelijke stimuleringsregeling aan gemeenten voor het uitschrijven van processen-verbaal (de PV-vergoeding) wordt met ingang van 31 december 2014 beëindigd.

Tabel 33.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

786.426

704.767

662.722

647.765

633.048

619.183

619.184

                 

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

             
 

Personeel

377.024

361.785

352.440

343.400

337.241

330.845

330.845

 

waarvan eigen personeel

351.344

330.138

320.988

313.033

308.301

302.481

302.481

 

waarvan externe inhuur

23.543

31.647

31.452

30.367

28.940

28.364

28.364

 

Materieel

201.011

113.173

102.367

96.706

93.202

90.847

90.847

 

waarvan ICT

40.833

41.803

39.686

38.344

36.580

35.864

35.864

 

waarvan SSO's

55.627

28.765

28.747

28.648

28.516

28.463

28.463

                 

Programma-uitgaven

197.081

229.809

207.915

207.659

202.605

197.491

197.492

Waarvan juridisch verplicht

   

90,93%

       
               

33.2 Bestuur, informatie en technologie

             
 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

RIEC's/LIEC

7.903

6.672

6.673

6.673

6.673

6.673

6.673

 

Overig bestuur, informatie en technologie

559

1.627

1.627

1.627

1.527

1.527

1.527

 

Subsidies

             
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

2.208

2.208

2.208

2.208

2.208

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.340

1.498

1.498

1.498

1.498

1.499

1.499

 

Uitstapprogramma's prostituees

0

3.000

3.000

3.000

3.000

0

0

 

Overig bestuur, informatie en technologie

463

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Overig bestuur, informatie en technologie

666

1.687

1.888

1.888

1.315

1.315

1.315

                 

33.3 Opsporing en vervolging

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Nederlands Forensisch Instituut

68.273

66.596

65.320

63.121

60.358

59.197

59.197

 

Domeinen Roerende Zaken

12.819

12.772

         
 

Bijdrage ZBO/RWT

             
 

College gerechtelijk deskundigen

1.701

1.726

1.723

1.665

1.591

1.564

1.564

 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden

             
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

13.430

13.363

0

0

0

0

0

 

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.150

3.911

3.912

3.912

3.913

3.912

3.912

 

FIU-Nederland

0

4.051

4.052

3.918

3.748

3.681

3.681

 

Overig opsporing en vervolging

4.241

2.379

2.393

2.439

2.439

2.438

2.439

 

Subsidies

             
 

Overig opsporing en vervolging

6.628

2.156

2.712

2.913

2.913

2.912

2.912

 

Opdrachten

             
 

Schadeloosstellingen

17.312

19.988

17.395

19.991

19.989

19.979

19.979

 

Keten Informatie Management

3.532

5.799

764

753

10

13

13

 

Onrechtmatige Detentie

12.335

11.179

11.180

11.180

11.180

11.178

11.178

 

Herontwerp Strafrechtketen

4.385

582

0

0

0

0

0

 

Gerechtskosten OM

32.827

29.533

25.537

25.537

25.535

25.535

25.535

 

Innovatieagenda

1.276

2.523

0

0

0

0

0

 

Verkeershandhaving OM

0

28.709

33.543

32.333

30.939

30.397

30.397

 

Afpakken

0

9.931

10.531

10.184

9.739

9.566

9.566

 

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen

0

0

11.959

11.745

11.434

11.311

11.311

 

Overig opsporing en vervolging

3.241

127

0

1.074

2.596

2.586

2.586

                 

Ontvangsten

1.086.824

1.040.915

1.066.898

1.071.298

1.089.698

1.124.598

1.124.498

 

waarvan Boeten en Transacties

982.386

959.038

966.338

960.738

969.138

1.004.038

1.003.938

 

waarvan Afpakken

89.982

70.060

90.560

100.560

110.560

110.560

110.560

Budgetflexibiliteit

De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het OM, de bijdragen genoemd onder (inter)nationale organisaties/medeoverheden, de bijdragen aan de agentschappen NFI en DRZ en aan het ZBO College gerechtelijk deskundige. Daarnaast zijn de subsidiebedragen juridisch verplicht, alsook de opdrachtbudgetten schadeloosstellingen, onrechtmatige detentie en een deel van de gerechtskosten. De niet juridisch verplichte budgetten (opdrachten) Verkeershandhaving OM en Afpakken worden ingezet om invulling te geven aan de doelstellingen met betrekking tot de verkeershandhaving en het afpakken van crimineel verkregen vermogen.

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM bepaalt als enige instantie in Nederland wie voor de strafrechter moet verschijnen en voor welk strafbaar feit. Dit is vastgelegd in de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin de taak van het OM omschreven is als «de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken». Het OM maakt deel uit van de rechterlijke macht, maar de leden van het OM zijn, anders dan de rechters, niet met rechtspraak belast. In tegenstelling tot de rechters worden de leden van het OM niet voor het leven benoemd. In de praktijk van het strafrecht is de hoofdtaak van het OM te verdelen in de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van strafvonnissen. In het kader van de begrotingsonderhandelingen 2015 tussen het Kabinet en de fracties van SGP, D66 en CU is besloten tot een structurele intensivering van € 20 mln. voor het OM. De middelen kunnen ingezet worden om de aanpak van criminaliteit met een internationale dimensie te versterken, zoals jihadisme, kinderporno, en internationaal afpakken. Deze middelen worden ingezet om te zorgen dat het OM meer, en kwalitatief betere zaken voor de rechter brengt. De meerjarige budgettaire ontwikkeling van de apparaatsuitgaven bij het OM laat nog steeds een daling zien. Dit wordt verklaard door taakstellingen van de kabinetten Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher.

Tabel 33.3 Productiegegevens arrondissementsparketten
 

Realisatie

Prognoses

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Uitstroom rechtbankzaken (afdoeningen)

215.222

204.191

203.428

201.792

200.661

200.661

200.661

Wv. overdracht aan buitenland

100

100

100

100

100

100

100

Wv. onvoorwaardelijk sepot

42.300

30.629

30.514

30.269

30.099

30.099

30.009

Wv. transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

64.476

61.012

60.664

59.573

58.962

59.212

59.212

Wv. voegen (ter berechting of ad info)

3.045

4.200

4.150

4.100

4.000

4.000

4.000

Wv. Afdoeningen door de rechter

105.301

108.250

108.000

107.750

107.500

107.250

107.250

Wv. meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

14.314

14.700

14.700

14.700

14.700

14.700

14.700

Wv. politierechter (inclusief economisch en militair)

84.530

85.250

85.050

84.850

84.650

84.450

84.450

Wv. kinderrechter

6.457

8.300

8.250

8.200

8.150

8.100

8.100

Interventiepercentage (%)

80%

85%

85%

85%

85%

85%

85%

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan OM (%)

 

80%

80%

80%

80%

80%

80%

               

Uitstroom kantonzaken (afdoeningen)

98.080

130.658

138.093

139.673

140.384

140.384

140.384

Wv. afdoeningen door het OM

 

65.329

69.047

69.837

70.192

70.192

70.192

Wv. afdoeningen door de kantonrechter

 

65.329

69.047

69.837

70.192

70.192

70.192

               

Uitstroom Mulderzaken (afdoeningen- beroepen Openbaar Ministerie)

515.847

269.759

265.420

261.727

258.521

258.521

258.521

               

Doelstelling VPS (zie beleidsprioriteiten)

           

% zaken afgedaan binnen 1 maand1

   

67%

67%

67%

67%

67%

Bronnen: Jaarbericht Openbaar Ministerie, Prognosemodel Justitiële Ketens 2014 (WODC).

X Noot
1

Dit betreft eenvoudige strafzaken met een strafbeschikking of vonnis in eerste aanleg.

Tabel 33.4 Productiegegevens Ressortparketten
 

Realisatie

Prognoses

         
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Uitstroom

             

Rechtbankappelen

16.745

18.313

18.558

18.817

19.085

19.380

19.380

Kantongerechtsappelen

3.423

2.668

2.705

2.736

2.763

2.760

2.760

Klachten artikel 12 Sv

2.648

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

2.400

Mulderberoepen

1.904

1.893

1.896

1.886

1.896

1.867

1.867

Bronnen: Jaarbericht Openbaar Ministerie, Prognosemodel Justitiële Ketens 2014 (WODC).

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdrage medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor een structurele aanpak van georganiseerde misdaad zijn er 10 RIEC's en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die eventueel met de fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

Het KVO heeft als doel het creëren van een veiligere werk- en leefomgeving ter preventie van inbraken, overvallen en brand. Samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer staat hierbij centraal. Bedrijventerreinen en winkelgebieden komen voor KVO- certificatie in aanmerking als zij een aantal structurele maatregelen op het gebied van veiligheid treffen.

Uitstapprogramma Prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie van der Staaij aangenomen (TK 33 750, nr. 80). Met deze motie zijn voor de periode 2014–2017 middelen vrijgemaakt voor de cofinanciering van gemeentelijke uitstapprogramma’s voor prostituees.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI is een intern verzelfstandigde organisatie die forensische diensten levert. De grondslag, doelstelling en kerntaken van het NFI zijn vastgelegd in de Regeling Taken NFI. Als primaire taak heeft zij het verlenen van forensische diensten en expertise aan de Nederlandse strafrechtketen. In 2015 wordt bijgedragen aan de uitwerking en implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Winsemius (TK 33 750, nr. 28). Het budget van het NFI laat een daling zien als gevolg van de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord. Meer informatie over NFI is te vinden in de agentschapsparagraaf van het NFI.

Domeinen Roerende Zaken (DRZ)

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. DRZ is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen. Daarom is de agentschapsbijdrage aan Domeinen Roerende Zaken vanaf 2015 omgezet in de opdracht bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College gerechtelijk deskundigen (Cgd)

Het Cgd waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het Cgd. Het Cgd heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Bijdragen medeoverheden

Pv-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

De tijdelijke stimuleringsregeling aan de gemeenten voor het uitschrijven van processen-verbaal (de PV-vergoeding) wordt met ingang van 31 december 2014 beëindigd.

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

De periode na de staatkundige hervorming kenmerkt zich door het steeds verder vorm geven aan de inrichting van de BES eilanden. Daaraan draagt een goede inrichting van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie bij. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van de bestrijding witwassen en terrorisme financiering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen. FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden aan de opsporing.

De FIU-Nederland voorziet voor de komende jaren enkele veranderingen die van invloed kunnen zijn op het aantal verzoeken via de Landelijk Officier van Justitie Witwassen (LOvJ) en het aantal eigen onderzoeken. De FIU-Nederland en de nationale politie maken afspraken over het indienen van LOvJ-verzoeken op alle onderzoeken die betrekking hebben op High Impact Crime en ondermijnende criminaliteit. Het verdacht verklaren van ongebruikelijke transacties door de FIU-Nederland en ter beschikking stellen aan de opsporing kan op verschillende gronden plaatsvinden:

  • naar aanleiding van een verzoek van de LOvJ,

  • eigen onderzoek van de FIU;

  • periodieke matching met het Verwijzingsindex Recherche Onderzoeken Subjecten (VROS)-bestand;

  • informatieverzoeken van buitenlandse FIU’s.

De eerste twee gronden voor doormelding zijn beleidsmatig te beïnvloeden. Doel is om het aantal LOvJ-verzoeken met 5 procent per jaar te verhogen. Verder is het doel om met behoud van kwantiteit, de kwaliteit van de eigen onderzoekdossiers te verbeteren. De uitgangswaarde is de realisatie in 2012.

Tabel 33.5 Kengetallen FIU-Nederland
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.097

1.167

1.209

1.270

1.333

1.400

1.470

1.544

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

633

1.219

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Bron: Jaarverslag FIU-Nederland.

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

Het doel van KIM is het realiseren van innovatie op het gebied van informatiegestuurde opsporing, vervolging en executie. Binnen KIM zijn er verschillende programma’s zoals de Digitalisering Strafrechtketen, het Digitaal Proces Dossier en het E-justice programma. De reeks in de tabel budgettaire gevolgen van beleid laat een daling zien, omdat onder andere het project Keten Identificatie Module in 2014 eindigt en vanaf 2015 hiervoor alleen nog beheerskosten zijn begroot. Verder dalen vanaf 2015 de middelen die vanuit het Regeerakkoord bestemd zijn voor het actualiseren van de balans tussen veiligheid en privacy binnen KIM.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken. In 2015 zal gestart worden met een onderzoek naar de opbouw en samenstelling van de gerechtskosten.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen.

Afpakken

Vanaf 2013 zijn intensiveringen aan het OM toegekend ten behoeve van het versterken van de strafrechtketen voor het afpakken van crimineel vermogen. Uit dit budget worden de uitgaven voor partijen in de strafrechtketen bekostigd.

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen. Per 1 januari 2015 verliest Domeinen Roerende Zaken de agentschapsstatus. Daarom is de agentschapsbijdrage aan Domeinen Roerende Zaken vanaf 2015 omgezet in de opdracht bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen.

Ontvangsten

Boeten en Transacties

De meerjarige budgettaire ontwikkeling van ontvangsten uit boetes en transacties wordt verklaard doordat in de raming rekening is gehouden met diverse ontwikkelingen, onder andere de vervanging van trajectcontroles en afname instroom vanuit registervergelijking RDW naar 30WAM.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie.

Artikel 34. Sanctietoepassing

Algemene doelstelling

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en maatregelen en het beperken van de recidive, het voorkomen van slachtofferschap door middel van het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven en het versterken van de positie van slachtoffers.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen6:

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen DJI.

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Preventie en Kansspelen

  • De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister kent een regisserende rol voor de kansspelen. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Eigen bijdrage gedetineerden

Beleidswijzigingen

Het wetsvoorstel voor een eigen bijdrage voor verblijf in een justitiële inrichting is medio 2014 naar de Tweede Kamer gezonden en is voorzien per januari 2015 in werking te treden (TK 33 844, nr.3). De geraamde opbrengst van de eigen bijdrage van de gedetineerden is € 7 mln. structureel. Dit wetsvoorstel vloeit voort uit het Regeerakkoord en moet samen met de eigen bijdrage van veroordeelden aan de kosten van het strafproces in totaal € 60 mln. opbrengen.

Garantiekader Faillissementscuratoren

Voor de bestrijding van faillissementsfraude wordt in 2015 gewerkt aan de voorbereiding, de invoering en de implementatie van de aangekondigde wetsvoorstellen die binnen het Programma herijking faillissementswetgeving waren aangekondigd. In dit kader zal de financierbaarheid van fraudebestrijding in de gevallen, waarin een curator wordt geconfronteerd met een lege boedel, opnieuw worden herijkt. Bij deze herijking zal aan de uitgangspunten van het nieuwe garantiekader (TK 33 750, nr. 13) worden voldaan. Dit betekent o.a. dat de garantstellingsregeling faillissementscuratoren kostendekkend gemaakt wordt.

Modernisering kansspelen

In het Regeerakkoord is opgenomen dat het kansspelbeleid wordt gemoderniseerd. Kansspelen op afstand worden gereguleerd door inwerkingtreding van de wet Kansspelen op Afstand (KoA) in 2015 (zie TK 33 996, nr. 3).

Beleidsdoorlichting slachtofferbeleid

In 2014 is het slachtofferbeleid doorgelicht, belangrijkste conclusie uit deze doorlichting is dat de positie van slachtoffers is verbeterd (TK 33 199, nr. 4). Tegelijkertijd constateert de doorlichting dat meer inzicht nodig is in de resultaten van de ketenpartners als het gaat om de slachtofferrechten en slachtofferondersteuning. Hiertoe zullen de ketenpartners in 2015 de in 2014 vastgestelde Keten Prestatie Indicatoren verder uitwerken en vindt besluitvorming plaats over de benodigde vernieuwingen of aanpassingen in registratiesystemen.

Programma Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (USB)

Het programma USB (TK 29 279, nr. 147) is opgezet om de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen te verbeteren en richt zich op de optimalisatie van de executieketen. Op 1 juli 2015 treedt naar verwachting de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de huidige wetgeving rondom de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen te herzien en beoogt de prestaties van de strafrechtketen op het terrein van opsporing, vervolging, berechting en tenuitvoerlegging te verbeteren.

Tabel 34.1 Budgettaire gevolgen van beleid x € 1.000
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

2.561.345

2.573.560

2.416.080

2.354.151

2.232.591

2.195.620

2.202.452

Waarvan garanties

1.068

1.044

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

                 

Programma-uitgaven

2.536.821

2.573.560

2.416.080

2.354.151

2.232.591

2.195.620

2.202.452

Waarvan juridisch verplicht

   

99,36%

       
               

34.2 Preventieve maatregelen

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Dienst Justis

17.054

15.720

12.225

11.664

11.103

10.858

10.858

 

Subsidies

             
 

Preventie bedrijfsleven

6.926

6.700

5.800

5.800

5.800

5.807

5.807

 

Integriteit

1.356

1.408

1.050

1.050

1.050

1.052

1.052

 

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)

5.925

5.256

1.602

1.602

1.602

1.602

1.603

 

Overig preventieve maatregelen

6.332

2.678

2.960

3.960

3.960

3.966

3.966

 

Opdrachten

             
 

Kansspelbeleid

0

1.085

1.085

500

500

0

0

 

Overig preventieve maatregelen

0

4.432

4.067

3.067

3.067

3.067

3.067

 

Garanties

             
 

Faillissementscuratoren

0

1.044

703

703

703

703

703

                 

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.249.866

1.212.467

1.128.774

1.087.661

1.017.209

994.712

999.349

 

DJI-Forensische zorg

723.202

789.263

757.607

760.742

719.745

712.488

714.045

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

126.845

135.073

99.209

80.101

76.501

74.330

74.787

 

CJIB

109.157

97.540

88.649

84.258

85.524

85.505

87.458

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Reclassering Nederland

135.235

137.145

125.362

124.282

124.144

123.880

123.880

 

Leger des Heils

20.836

20.910

21.025

20.826

20.798

20.820

20.820

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland (SVG)

71.631

67.040

62.885

62.167

62.055

62.519

62.519

 

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

0

2.500

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

 

Subsidies

             
 

24 uurs nazorg gedetineerden

11.696

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Forensische zorg

531

1.298

5.997

5.997

5.182

4.182

2.367

 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

0

0

18.486

19.474

13.082

9.682

9.731

 

Overig Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring 1

5.060

13.697

9.169

9.892

8.645

9.528

11.478

                 

34.4 Slachtofferzorg

             
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

             
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)2

18.536

5.321

5.321

5.321

5.321

5.293

5.293

 

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

25.293

26.638

34.043

33.795

34.645

33.805

31.848

 

Subsidies

             
 

Stichting Slachtoffer in Beeld (SiB)

1.340

1.251

601

601

601

601

601

 

Opdrachten

             
 

Slachtofferzorg

0

6.150

8.200

9.700

10.700

10.700

10.700

 

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

0

15.744

15.360

15.088

14.754

14.620

14.620

                 

Ontvangsten

98.054

91.726

79.665

84.764

88.439

88.556

88.556

X Noot
1

Vanaf de ontwerpbegroting 2015 worden de middelen voor Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging separaat gepresenteerd om de inzichtelijkheid te vergroten.

X Noot
2

In het Departementaal Jaarverslag zijn zowel de bijdrage voor de apparaatsuitgaven als voor de programma-uitgaven uitkeringen gepresenteerd in de bijdrage aan het SGM. Vanaf de ontwerpbegroting 2014 worden deze uitgaven conform de uitgangspunten van Verantwoord Begroten separaat gepresenteerd.

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel betreffen bij de artikelen Justis en CJIB de uitgaven voor de overeengekomen productieafspraken met het moederdepartement. Voor DJI betreft het de materiële programmakosten (subsidies, inkoop van zorg(tenders) en RGD huurlasten) en de personele uitgaven. Verder heeft DJI naast (kas)uitgaven ook te maken diverse kosten zoals afschrijvingskosten. Verder bestaat het juridische gedeelte voornamelijk uit subsidiering/bijdrage aan RWT's en ZBO's (SHN, SGM, Reclassering, etc.). Het niet-juridisch verplichte deel is voornamelijk gereserveerd voor overige materiële uitgaven bij DJI en financiering van ontwikkelingen op beleidsmatige speerpunten uit het regeerakkoord (slachtofferbeleid, modernisering kansspelen, etc.).

34.2 Preventieve maatregelen

Toelichting op instrumenten

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staat. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen, aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving.

De meerjarige bijdrage aan Justis laat een aflopende reeks zien. Dit wordt met name veroorzaakt door het aandeel van Justis in de efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord (€ 1,1 mln. structureel vanaf 2018). Ook door de afronding van de programma’s Flexibilisering Radar en Scherp & Efficiënt daalt de meerjarige bijdrage.

Subsidies

Preventie bedrijfsleven

Overheid, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en de veiligheid van de samenleving. Met behulp van de subsidies worden ondernemers gestimuleerd preventieve maatregelen te treffen, niet alleen tegen veelvoorkomende vormen van criminaliteit zoals inbraak en diefstal, maar ook tegen cybercrime en zogenaamde High Impact Crimes als overvallen, straatroof en geweld. Het budget neemt de komende jaren met circa € 0,9 mln. af, door afloop van de incidentele middelen in het kader van de ontwikkeling en implementatie van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) in 2014.

Integriteit

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Naast de inzet van screeningsinstrumenten wordt, bijvoorbeeld met de vrijwilligers, gewerkt aan een breder integriteitsbeleid.

Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV)

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ontwikkelt en implementeert kennis en samenhangende instrumenten om de maatschappelijke veiligheid te vergroten. VenJ subsidieert het CCV om activiteiten te ontwikkelen op het gebied van criminaliteitspreventie en sociale veiligheid, zoals actieve kennisdeling van de veiligheidspraktijk en kwaliteitsontwikkeling van instrumenten zoals het Keurmerk Veilig Ondernemen voor winkelgebieden en bedrijventerreinen, advies en scans op het gebied van de veiligheid kleine bedrijven en de handreiking cameratoezicht voor gemeenten. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverleningen als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Kansspelbeleid

Het kabinet zet in om het kansspelbeleid te moderniseren. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier deel kan nemen aan kansspelen. Onder deze post worden de middelen geraamd voor opdrachten in het kader van deze modernisering.

Garanties

Faillissementscuratoren

De Garantstellingsregeling faillissementscuratoren is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende geld aanwezig is om onderzoek te doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Vanaf het artikel sanctietoepassing wordt een bijdrage gegeven voor:

  • Gevangeniswezen regulier

  • Forensische zorg

  • Vreemdelingenbewaring

De belangrijkste P*Q-gegevens die met deze bijdrage worden gefinancierd voor 2015 worden gepresenteerd in onderstaande tabel. In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen uitgebreider en meerjarig toegelicht. Ook de uitgaven die DJI doet voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES) zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Tabel 34. 2. Belangrijkste productiegegevens DJI

Productie 2015

Aantal

Dagrijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit

11.269

239

Tbs capaciteit

1.630

528

Vreemdelingenbewaring

1.179

208

De meerjarige budgettaire ontwikkeling van DJI wordt onder andere verklaard door de maatregelen uit het Masterplan DJI (TK, 24 587, nr. 535). Het Masterplan is opgesteld om invulling te geven aan een budgettaire opgave die oploopt tot € 271 mln. in 2018. De uitvoering van de implementatie van het masterplan is complex en veelomvattend. Ondanks de complexiteit loopt de implementatie over het geheel gezien op schema. Over de voortgang van het Masterplan is de Tweede Kamer geïnformeerd (zie TK 24 587, nr. 588). In deze brief is de Tweede Kamer ook geïnformeerd over de extra financieel tekorten oplopend tot € 60 mln. structureel waarmee het gevangeniswezen wordt geconfronteerd. Om deze problematiek het hoofd te kunnen bieden is in nauw overleg met de vestigingsdirecteuren een pakket maatregelen ontwikkeld («de zogenaamde Breukelen maatregelen»). Zo zullen onder andere in dit kader maatregelen worden getroffen om kosten in verband met overwerk, onregelmatige diensten en werken in het weekend terug te dringen. Ook zal een afbouw plaats vinden van de huidige overbezetting.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult de centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. Door initiële investeringen voor de centralisering van flitsgegevens en het aandeel van het CJIB in de efficiencytaakstelling (€ 1,6 mln. structureel) neemt de begrote bijdrage aan het CJIB af. Bij jaarverslag 2013 is de administratiekostenvergoeding geboekt via de VenJ-begroting. Deze wijze van budgettaire verwerking wordt nu ook gehanteerd voor 2014 en verder.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek.

  • Het Leger des Heils heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de Reclassering.

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

Bij de budgettaire opgave 2013 voor de VenJ-begroting (TK 33 400 VI, nr. 106) is besloten tot een efficiencytaakstelling oplopend naar € 21 mln. in 2018. De vermindering op het beschikbare subsidiebudget voor de reclasseringsorganisaties in het uitvoeringsjaar 2015 is € 6 mln. ten opzichte van 2014. In tabel 34.3 worden de belangrijkste productiegegevens voor de reclasseringsorganisaties weergegeven.

Tabel 34.3 productiegegevens reclasseringsorganisaties

Productgroep

Aantal

Gemiddelde Prijs

Adviezen

57.660

816

Toezichten

37.525

3.380

Gedragsinterventies

2.759

2.411

Werkstraffen

31.050

980

Bron: De in de tabel opgenomen gegevens zijn ontleend aan de subsidiebeschikkingen voor 2014 die voor ultimo 2013 naar de drie reclasseringsorganisaties zijn verzonden. De aantallen per productgroep op basis waarvan de beschikkingen tot stand zijn gekomen, zijn overeengekomen met de opdrachtgevers van de drie reclasseringsorganisaties, te weten het OM, ZM en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Voor het subsidiejaar 2015 worden de beschikkingen ultimo 2014 verzonden, derhalve zijn de aantallen voor 2015 nog niet beschikbaar.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

In 2015 worden twee maatregelen uit het Regeerakkoord geïmplementeerd, waarmee een eigen bijdrage wordt geïntroduceerd voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg en een bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting. Het Ministerie van VenJ heeft het CAK (een ZBO ressorterend onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van VWS) aangewezen als uitvoerder van de regelingen. De kosten die gemoeid zijn met uitvoering van de maatregelen worden op de begroting van VenJ als een bijdrage aan het CAK opgenomen.

Opdrachten

Forensische Zorg

VenJ is stelseleigenaar van de Forensische Zorg. De inkoop van Forensische Zorg wordt door DJI gedaan en de uitvoering van zorg ligt bij (private) zorginstellingen. Naar verwachting treedt de Wet verplichte GGZ in 2015 in werking. Hiervoor zijn voor de periode 2015 – 2019 extra middelen gereserveerd.

Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Bij de behandeling van de ontwerpbegroting 2014 is de motie van de Staaij aangenomen (TK 33 750, nr. 81) om hiervoor aanvullend structureel € 1,5 mln. vrij te maken.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Vanaf 2015 wordt de samenwerking tussen de ketenpartners in de executieketen verbeterd door de ketenregiefunctie te versterken. Om de ketenregie te kunnen voeren en verbeteringen in de keten door te voeren zijn financiële middelen beschikbaar gesteld.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit VenJ voor de bureaukosten.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit. Er zijn bij Voorjaarsnota 2014 extra middelen toegevoegd (€ 3,9 mln. in 2014 en € 8,9 mln. structureel vanaf 2015) voor de inzet van slachtofferhulp Nederland in het kader van ZSM. Met deze middelen wordt onder andere invulling gegeven aan het Regeerakkoord om de positie van slachtoffers te verbeteren.

Subsidies

Stichting Slachtoffer in Beeld (SiB)

Slachtoffer in Beeld brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Slachtoffer in Beeld ook briefwisselingen en bemiddelingen. Slachtoffer in Beeld is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland.

Opdrachten

Slachtofferzorg

In het visiedocument Recht doen aan slachtoffers (TK 33 552, nr. 2) zijn beleidsdoelen ten aanzien van de versterking van de positie van slachtoffers beschreven. Om die doelen te realiseren is een implementatietraject ingericht dat onder meer ziet op het schadeverhaal en de informatievoorziening. In de komende jaren wordt gewerkt aan:

  • Een vereenvoudigd schadeformulier en worden mogelijkheden voor een nadrukkelijker rol van verzekeraars en andere belanghebbenden in kaart gebracht.

  • Uitbreiding van de online-informatievoorziening voor slachtoffers.

  • De implementatie van de Europese Richtlijn minimumnormen slachtoffers voor. Deze EU-richtlijn stelt normen ten aanzien van slachtofferrechten.

Daarnaast wordt een verplichte bijdrage van veroordeelden ten behoeve van slachtofferzorg geïntroduceerd. Met deze opbrengst kan de dienstverlening aan slachtoffers en nabestaanden verder worden verbeterd.

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Ontvangsten

De belangrijkste ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoeding. Bij jaarverslag 2013 is de administratiekostenvergoeding geboekt via de VenJ-begroting. Deze wijze van budgettaire verwerking wordt nu ook gehanteerd voor 2014 en verder.

Realisatie recidive

Bij de publicatie van het Financieel Jaarverslag 2013 van VenJ waren de realisatiegegevens over de recidivecijfers voor 2010 nog niet bekend. Aan de Tweede Kamer is toegezegd in de ontwerpbegroting 2015 deze informatie te ontvangen. De recidivecijfers van het jaar 2010 (publicatie 2014) worden echter meegenomen in een verdiepend onderzoek naar recidive van het WODC. Dit onderzoek beziet de vraag in hoeverre het strafrechtelijk beleid in het laatste decennium, naast andere factoren, van invloed kan zijn geweest op het niveau van de recidive (zie ook TK 24 587, nr. 587). Omdat de resultaten uit het onderzoek pas na Prinsjesdag beschikbaar komen kunnen de recidivecijfers niet in de begroting 2015 meegenomen worden. Na oplevering van het onderzoek zal de Kamer worden geïnformeerd over de resultaten.

Artikel 35. Jeugd

Algemene doelstelling

Het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Jeugdbescherming en jeugdreclassering7

Rol en verantwoordelijkheid

Per 1 januari 2015 wordt de uitvoering en financiering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering gedecentraliseerd naar de gemeenten. De Minister van Veiligheid en Justitie behoudt na de decentralisatie een regisserende rol. De Minister heeft een uitvoerende rol voor Halt, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI).

Jeugdsancties en preventie8

De Minister heeft op het gebied van jeugdsancties en preventie verschillende rollen:

  • Een uitvoerende rol: de Minister beschikt over financiële en inhoudelijke voorwaarden op basis waarvan Halt, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de sector Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI hun werkzaamheden uitvoeren in de strafrechtketen. De Minister is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van voldoende middelen (capaciteit, kwaliteit, tijdigheid) voor de tenuitvoerlegging van de sancties. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering.

  • Een regisserende rol: de Minister is verantwoordelijk voor het stelsel waarmee door middel van een effectieve aanpak jeugdcriminaliteit voorkomen wordt. De Minister heeft de regie op en een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de VNG betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit. Sturing geschiedt door middel van regelgeving, kaderstelling en financiering. De financiële middelen voor de uitvoering van de jeugdreclassering zijn overgeheveld naar de integratie-uitkering sociaal domein (onderdeel van het gemeentefonds).

Adoptie9

  • De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van adoptie. De Minister is verantwoordelijk voor interlandelijke adoptie en heeft in deze ook een sturingsverantwoordelijkheid ten aanzien van de Raad voor de Kinderbescherming en de vergunninghouders.

Decentralisatie Jeugdzorg

Beleidswijzigingen

In het Regeerakkoord is besloten tot het decentraliseren van jeugdbescherming en jeugdreclassering naar gemeenten. Deze decentralisatie gaat in per 1 januari 2015. (TK 31 893, nr. 290). Doelstelling van deze stelselherziening is dat door vroegtijdig ingrijpen het aantal justitiële maatregelen afneemt en dat de ketensamenwerking tussen betrokken partijen in de zorg- en veiligheidsketen verder wordt geoptimaliseerd. Tevens wordt een efficiencywinst van in totaal € 37 mln. gerealiseerd vanaf 2017; € 31 mln. voor de jeugdbescherming en € 6 mln. voor de jeugdreclassering.

Kinderbeschermingswetgeving

Met ingang van 1 januari 2015 treedt de herziene kinderbeschermingswetgeving in werking. Uitgangspunt van de herziene bepalingen is het centraal stellen van het kind; het belang van het kind is steeds de eerste afweging. Ouders worden bij de uitvoering van een onder toezicht stelling (ots) eerst in de gelegenheid gesteld om zo mogelijk met hun netwerk een plan van aanpak op te stellen (netwerkberaad/familiegroepsplan). Hiermee wordt gehoor gegeven aan de motie Ypma/Voordewind (TK 31 839, nr. 363). Er wordt één gezagsbeëindigende maatregel geïntroduceerd en het gezag van de ouders kan gedeeltelijk worden overgeheveld naar een gecertificeerde instelling als dit voor de uitvoering van een ots noodzakelijk is. Er komt bovendien een rechterlijke toets voor het beëindigen van de plaatsing van een minderjarige die langer dan één jaar in een pleeggezin heeft verbleven.

Tabel 35.1 Budgettaire gevolgen van beleid x € 1.000
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

821.589

728.207

372.566

349.245

327.793

325.156

325.722

                 

35.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

             
 

Personeel

138.152

136.838

134.177

130.836

126.179

123.744

123.744

 

waarvan eigen personeel

130.578

129.956

127.338

124.184

119.786

117.493

117.493

 

waarvan externe inhuur

6.363

5.604

5.569

5.417

5.206

5.090

5.090

 

Materieel

40.921

32.348

32.744

31.648

30.259

29.571

29.571

 

waarvan ICT

6.618

5.675

6.364

6.191

5.949

5.829

5.829

 

waarvan SSO's

17.460

16.012

15.910

15.477

14.873

14.590

14.590

                 

Programma-uitgaven

661.291

559.021

205.645

186.761

171.355

171.841

172.407

Waarvan juridisch verplicht

   

99,45%

       
               

35.2

Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

             
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

4.066

4.518

2.772

2.670

2.542

2.492

2.492

 

NIDOS – opvang

25.501

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdbescherming

302.406

281.766

0

0

0

0

0

 

BES Voogdijraad

0

1.218

1.248

1.480

1.480

1.480

1.480

 

Subsidies

             
 

Jeugdbescherming

3.812

6.054

4.893

4.873

2.706

2.838

2.838

 

Opdrachten

             
 

Jeugdbescherming – Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

1.576

500

900

0

0

0

0

 

Stelsel Jeugdzorg

192

2.100

100

418

526

1.285

1.285

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

2.003

44

277

271

321

317

317

                 

35.3

Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI – jeugd

241.199

165.020

160.998

142.896

131.912

131.898

132.464

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

             
 

Halt

13.542

12.430

11.723

11.407

10.893

10.691

10.691

 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

65.133

66.464

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

             
 

Risicojeugd & jeugdgroepen

0

4.451

4.020

4.020

1.993

1.993

1.993

 

Projecten jeugd straf

1.410

10.756

14.914

14.826

15.082

14.947

14.947

 

Veiligheidshuizen

451

0

0

0

0

0

0

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies1

0

3.700

3.800

3.900

3.900

3.900

3.900

                 

Ontvangsten

13.082

4.678

1.487

1.487

1.487

1.487

1.487

X Noot
1

Vanaf de ontwerpbegroting 2015 worden de middelen voor taakstraffen/erkende gedragsinterventies separaat gepresenteerd om de transparantie te vergroten.

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel van het budget op dit beleidsartikel bestaat onder andere uit structurele subsidierelaties (bv. Halt, Nidos en LBIO) en de bijdrage aan DJI. Het niet-juridisch verplicht deel betreft uitgaven aangaande ondersteuning primair processen t.a.v. tolken & vertalers, vergaderlocaties, catering e.d. En een deel van het budget op dit beleidsartikel is gereserveerd voor onder andere nog te starten projecten binnen de jeugdbescherming en jeugdsancties en -preventie en de aanpak van jeugdcriminaliteit en jeugdgroepen.

35.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

Toelichting op de instrumenten

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De meerjarige daling van de apparaatsuitgaven van de RvdK wordt grotendeels verklaard door het aandeel van de RvdK in de Rijksbrede efficiencytaakstelling uit het Regeerakkoord. Het aandeel van de RvdK in deze taakstelling is € 14,6 mln. structureel. De voorgenomen meerjarige productie van de Raad is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 35.2 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming

Raad voor de Kinderbescherming

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Coördinatie taakstraffen

11.100

10.276

10.076

9.095

8.895

8.895

Strafonderzoek 2A

14.628

14.628

14.105

14.105

14.105

14.105

Strafonderzoek 2B

8.135

7.403

7.220

7.220

7.220

7.220

Onderzoeken schoolverzuim

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

Strafonderzoek GBM

170

170

170

170

170

170

Aantal beschermingszaken

18.209

17.622

16.840

16.253

16.253

16.253

RvdK Adoptiegerelateerde zaken

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Aantal gezag en omgangszaken

4.900

4.900

4.900

4.900

4.900

4.900

Bron: Prognose model Justitiële ketens 2014

35.2 Uitvoering Jeugdbescherming

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van de Ministers van VenJ en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 35.3 Productiegegevens LBIO
 

Prognoses

 
   

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantallen producten1

           

Alimentatie

45.220

44.900

42.176

42.190

40.290

39.870

Internationale alimentatie

3.750

3.910

4.040

4.050

3.940

3.955

Ouderbijdragen

171.500

02

0

0

0

0

             

Kosten per geïnde euro

           

Alimentatie

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,05

€ 0,06

€ 0,07

€ 0,07

Internationale alimentatie

€ 0,20

€ 0,20

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

€ 0,21

Ouderbijdragen

€ 0,20

Bronnen: Jaarplan LBIO 2014 en Meerjarenplan LBIO 2015–2019

X Noot
1

Het betreft hier de cijfers over de inning van alimentatie. Uit efficiencyoverwegingen bekijkt en selecteert een interventieteam zaken, zodat betalingen mogelijk nog vrijwillig tot stand komen en het LBIO niet tot inning hoeft over te gaan. Het streven is het aantal inningszaken de komende jaren te doen laten dalen. Het aantal inningszaken zegt niets over het aantal inningsverzoeken. Door de economische crisis stijgt het aantal kinder- en partneralimentatieverzoeken.

X Noot
2

Vanaf 1 januari 2015 neemt het CAK de inning van de Ouderbijdragen over van het LBIO.

Bijdrage aan medeoverheden

Bureaus jeugdzorg (BJZ) – jeugdbescherming

In het kader van de stelselwijziging jeugdzorg wordt de jeugdbescherming en de jeugdreclassering (zie 35.2) gedecentraliseerd naar de gemeenten. De budgetten voor 2015 en verder zijn overgeheveld naar het gemeentefonds. Jeugdbescherming en Jeugdreclassering zullen door gecertificeerde instellingen worden aangeboden.

Bij de presentatie van het Financieel jaarverslag 2013 was het niet mogelijk om de realisaties van de productiegegevens van de jeugdbescherming te presenteren. Zoals is toegezegd in het jaarverslag 2013, treft u onderstaand een overzicht aan van de gerealiseerde productiegegevens over 2013. Een stijging zit in het aantal voogdijmaatregelen. Deze stijging wordt zowel bepaald door de stijging van het aantal cliënten dat na ots een voogdijmaatregel krijgt opgelegd, als door het aantal cliënten dat direct een verderstrekkende maatregel krijgt opgelegd. In opdracht van het WODC wordt onderzoek gedaan naar de nieuwe methode voogdij. In dit onderzoek wordt tevens getracht de stijging van de voogdijmaatregelen nader te duiden. Het onderzoek is eind 2014 gereed.

Tabel 35.4 Productiegegevens (aantallen)
 

Realisatie 2012

Begroting 2013

Realisatie 2013

Ots tot 1 jaar

10.892

11.024

9.483

Ots overige

21.519

21.703

20.640

Totaal ots

32.411

32.727

30.123

       

Voogdij (voorlopig + overig)

6.554

6.558

8.3071

       

WSG2

7.014

7.071

6.166

Bron: accountant gecontroleerde 12-maandsgemiddelde

X Noot
1

zaken «voogdij overig» en «voogdij voorlopig» worden sinds 2013 alleen als totaalaantal gemeten

X Noot
2

William Schrikker Groep, een landelijk werkende instelling voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en pleegzorg.

BES voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken. De voogdijraad is, naast de civiele onderzoeks- en rekestrerende taak, bezig met het opzetten en ontwikkelen van taakstraffen en sinds juni 2010 met de uitvoering van jeugdreclassering. Daarnaast heeft de voogdijraad nog een financiële taak: bemiddeling, inning en uitbetaling van kinderalimentatie. Op deze post staan tevens de incidentele uitgaven voor de uitvoering van de jeugdbescherming op de BES-eilanden en de projectmiddelen voor huiselijk geweld en veiligheidshuizen (€ 0,1 mln. in 2015).

Subsidies

Jeugdbescherming

De Minister subsidieert meerdere organisaties en initiatieven die betrekking hebben op de jeugdbescherming. Onder deze post vallen diverse kleinere subsidies zoals centrum Internationale Kinderontvoering (IKO) en Stichting Adoptievoorzieningen (SAV), vertaalkosten IKO en internationale contributies maar ook de regeling betreffende schadevergoeding als gevolg van seksueel misbruik. De regeling is sinds december 2012 van kracht en het einde van de looptijd van de regeling is destijds bepaald op 1 januari 2016 waarbij de laatste schadevergoedingen in 2016 plaatsvinden.

Opdrachten

Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

De regeling tegemoetkoming adoptiekosten strekt tot het verstrekken van een vergoeding van € 3.700,– voor buitenlandse kinderen waarvan de adoptie is afgerond in de periode 2009 tot en met 2012. De periode waarin een aanvraag voor een vergoeding kan worden ingediend loopt tot 1 januari 2016.

Stelsel jeugdzorg

Het gaat hier om middelen voor onderzoek en stimulering in het nieuwe jeugdstelsel.

Bestrijding huiselijk geweld en kindermisbruik

Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel misbruik zijn belangrijke problemen in Nederland. Dit geldt in het bijzonder voor minderjarige slachtoffers. Doordat het geweld veelal achter gesloten deuren plaatsvindt, is een belangrijke doelstelling het vergroten van de zichtbaarheid van de problematiek. Bestrijding omvat vele aspecten: preventie, hulpverlening, jeugdbescherming, huisverbod en het strafrecht.

35.3 Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). De trend dat de jeugdcriminaliteit daalt in Nederland lijkt zich voort te zetten. Deze positieve ontwikkeling werkt door in de capaciteitsbehoefte. De dalende capaciteitsbehoefte heeft gevolgen voor de operationele capaciteit en voor de bezetting in de JJI’s. JJI’s worden dan te klein en dit heeft negatieve gevolgen heeft voor de kwaliteit van de behandeling en begeleiding in de JJI’s. Om deze kwaliteit van de behandeling, de gedragsinterventies en het onderwijs in JJI’s te handhaven is besloten tot het sluiten van een aantal JJI’s.

In het masterplan DJI (TK 24 587, nr. 535) is reeds aangekondigd dat in 2015 de samenvoeging van de drie Rijks Justitiële Inrichtingen (JJI) wordt gerealiseerd en wordt voorzien in de sluiting en afstoot van de 4e Rijksinrichting «De Heuvelrug-Eikenstein» per 1 januari 2017. Daarnaast wordt ook de JJI Amsterbaken buiten gebruik gesteld en afgestoten per 1 januari 2016 (TK 24 587, nr. 580). Hiermee resteert een operationele capaciteit van 520 plaatsen vanaf 2017. In 2015 zijn er 650 plaatsen direct inzetbare capaciteit in de justitiële jeugdinrichtingen (particulier en rijk) en 127 plaatsen reservecapaciteit. De gemiddelde kostprijs is € 606. Meer informatie over de productiegegevens JJI is vermeld in de agentschapsparagraaf van DJI.

Tabel 35.5 Prestatie-indicator Jeugdsancties
 

Realisatie

   

Prognoses

     
   

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Percentage jeugdigen waarvoor binnen 3 weken na instroom JJI eerste perspectiefplan gereed is

75%

62%

80%

85%

90%

95%

95%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over dagbesteding

85%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Percentage jeugdigen dat bij uitstroom JJI beschikt over een woonplek

90%

97%

92%

92%

92%

92%

92%

Bronnen: Viermaandsrapportage DJI.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Halt

Halt is als RWT verantwoordelijk voor de uitvoering van de Halt-afdoening. Naast activiteiten voert Halt ook preventieve activiteiten uit. Voor preventieve activiteiten zoekt Halt zelf financiering (voor een groot deel bij gemeenten, daarnaast incidentele bijdragen van provincies of andere fondsen). Het aantal Halt-afdoeningen is voor 2015 geraamd op 18.500. De kostprijs van een Halt-afdoening is circa € 590 euro. Bij de budgettaire opgave 2013 voor de VenJ-begroting (TK 33 400 VI, nr. 106) is besloten tot een taakstelling op de bijdrage Halt oplopend tot € 1,1 mln. structureel in 2018.

Bijdrage aan medeoverheden

BJZ – Jeugdreclassering (JR)

In het kader van de stelselwijziging jeugdzorg wordt de jeugdreclassering gedecentraliseerd naar de gemeenten. De budgetten voor 2015 en verder zijn overgeheveld naar het gemeentefonds.

Bij de presentatie van het Financieel jaarverslag 2013 was het niet mogelijk om de realisaties van de productiegegevens van de jeugdreclasering te presenteren. Zoals is toegezegd in het jaarverslag 2013, treft u onderstaand een overzicht aan van de gerealiseerde productiegegevens over 2013. De realisatie van productie jeugdreclassering laat een afnemende ontwikkeling zien. Dit ligt in lijn met de dalende trend van jeugdcriminaliteit.

Tabel 35.6 Productiegegevens (aantallen)
 

Realisatie 2011

Realisatie 2012

Raming 2013

Realisatie 2013

Reguliere jeugdreclassering1

9.613

9.458

9.383

8.458

Samenloopciviel/straf

1.444

1.444

1.444

1.281

ITB Criem2

846

931

966

1.172

STP3

27

27

27

14

Bron: door accountant gecontroleerde 12-maandsgemiddelde

X Noot
1

Normbedragen 2013

X Noot
2

Intensieve trajectbegeleiding voor jongeren van niet-westerse afkomst die voor de eerste keer, of al eerder voor lichte vergrijpen, met justitie in aanraking komen.

X Noot
3

Scholing- en trainingsprogramma

Opdrachten

Programma Risicojeugd & Jeugdgroepen

Het programma Risicojeugd en Jeugdgroepen is een doorstart van het in 2014 afgeronde programma Jeugdcriminaliteit en Jeugdgroepen. De reeds opgeleverde projectresultaten zijn waar nodig per 1 juli 2014 geborgd in de staande organisatie. De aanpak van de jeugdgroepen zal tot aan het einde van de kabinetsperiode gecontinueerd worden binnen het programma. Gewerkt wordt aan het voorstel voor de nieuwe opdracht. Conform de opdracht in het Regeerakkoord zal het nieuwe programma lopen tot aan het einde van deze kabinetsperiode.

Jeugdstraf

Het gaat hier om diverse middelen voor onder meer erkende interventies, onderzoek en slachtoffers.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de Raad voor de Kinderbescherming in de markt opdrachten erkende gedragsinterventies uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

Artikel 36. Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cyber security.10 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).

  • Daarnaast is bij koninklijk besluit11 vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.

  • De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (o.a. crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cyber security en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden12.

Rol en verantwoordelijkheid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

284.113

253.062

248.052

247.013

245.287

244.207

244.207

                 

Programma-uitgaven

210.768

253.062

248.052

247.013

245.287

244.207

244.207

Waarvan juridisch verplicht

   

91,99%

       
                 

36.2

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Overige bijdragen Agentschappen

0

320

320

320

320

320

320

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

36.565

30.804

30.807

29.999

28.963

28.553

28.553

 

Bijdrage aan medeoverheden

             
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

128.462

176.957

175.225

175.227

175.227

175.208

175.208

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

9.529

5.639

5.140

5.034

4.898

4.845

4.845

 

Subsidies

             
 

Nederlands Rode Kruis

1.827

1.693

1.693

1.693

1.693

1.693

1.693

 

Nationaal Veiligheidsinstituut

934

1.305

1.305

1.305

1.305

1.305

1.305

 

Onderwijs Veiligheidsregio's

250

0

0

0

0

0

0

 

Overig Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

2.905

1.394

2.057

1.998

1.922

1.891

1.891

 

Opdrachten

             
 

Project NL-Alert

3.254

5.931

5.931

5.931

5.931

5.931

5.931

 

Opdrachten NCSC

4.489

3.634

3.628

3.627

3.622

3.621

3.621

 

Overig terrorismebestrijding

2.556

4.407

500

0

0

0

0

 

Overig Nationale Veiligheid

8.774

9.826

10.294

10.398

10.300

9.771

9.771

                 

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

             
 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.223

11.152

11.152

11.481

11.106

11.069

11.069

                 

Ontvangsten

212

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Het juridisch verplichte deel heeft voornamelijk betrekking op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Veiligheidsregio's (BDuR) en het Besluit Rijksbijdrage IFV. Het niet verplichte deel is gereserveerd voor onder andere een effectieve nationale crisisorganisatie en zijn middelen er gereserveerd voor terrorismebestrijding en het identificeren en beoordelen van dreigingen op de nationale veiligheid.

36.2 Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage ZBO’S en RWT’S

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV. Dit is de Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland. De bijdrage is een lumpsum bijdrage en wordt toegekend op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV. Als gevolg van taakstellingen daalt de bijdrage van € 30,8 mln. in 2015 naar € 28,5 mln. in 2019. Los van de bijdragen van VenJ voor wettelijke taken verricht het IFV tevens op commerciële basis werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als: wettelijk toegestane werkzaamheden).

Bijdrage aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s, regionale samenwerkingsverbanden van brandweer en GHOR, voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen;

  • het voorzien in de meldkamerfunctie.

De veiligheidsregio’s kunnen, in tegenstelling tot gemeenten, geen gebruik kunnen maken van het btw-compensatiefonds. Daarom is de BDuR verhoogd met structureel € 65,7 mln. vanaf 2014.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 10 procent van het totaal behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De BDuR wordt toegekend op basis van verdeelmaatstaven die zoveel mogelijk de aanwezigheid van risico’s in de regio weerspiegelen. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van een aantal verdeelmaatstaven van het Gemeentefonds.

De precieze verdeling wordt conform artikel 8.1 besluit veiligheidsregio’s bekend gemaakt in een circulaire die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Het Nederlandse Rode Kruis start levensreddende activiteiten bij rampen en conflicten door het bieden van onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van het Ministerie van VenJ voor de inzet bij rampen en crises in Nederland. Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisisbeheersing te verbeteren. Onder meer worden in dit kader projecten gefinancierd die het presterend vermogen van veiligheidspartners verhogen door slimmer, sneller en/of efficiënter te gaan werken. Het gaat om incidentele subsidies die worden verstrekt op grond van artikel 48 lid r. van de Wet Justitiesubsidies.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem voor rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon. De overheid alarmeert en informeert met dit systeem mensen in de omgeving van een bepaalde zendmast via een bericht op hun mobiele telefoon over een acute crisis. Hierbij kunnen aan burgers verschillende handelingsperspectieven worden meegegeven. Het Ministerie van VenJ financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor dit systeem van onder andere de telecomproviders.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is het centrum in Nederland waar publieke (onder andere het Ministerie van Defensie) en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie bijeen brengen rondom cyber security. Daarnaast treedt het NCSC op als Computer Emergency Response Team (CERT) namens de Nederlandse overheid en fungeert in deze hoedanigheid als Nationaal Contactpunt voor cyber security, die meldingen verwerkt en trends en ontwikkelingen op internet waarneemt. Periodiek wordt het Cyber Security Beeld Nederland opgesteld op basis waarvan beleidsvorming plaatsvindt op het gebied van cyber security.

36.3 Onderzoeksraad voor Veiligheid

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV besluit op eigen gezag en in volledige onafhankelijkheid tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daarvan. Uitzonderingen hierop zijn de bij wet of internationaal voorgeschreven onderzoeken die door de OvV worden verricht (waaronder op het terrein van lucht- en scheepvaart).

Artikel 37. Vreemdelingen

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een financierende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Implementatie Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem

Beleidswijzigingen

In 2013 heeft het Europees Parlement ingestemd met een wetgevingspakket voor de vorming van een Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem (GEAS), dat bestaat uit drie richtlijnen en twee verordeningen. Nederland heeft tot uiterlijk 20 juli 2015 om nationale wet- en regelgeving aan te passen aan de richtlijnen. De Procedurerichtlijn brengt de grootste wijzigingen met zich mee. Deze richtlijn heeft betrekking op de procedure voor het aanvragen van een asielvergunning. Het invoeren van deze richtlijn heeft onder andere tot gevolg dat op een andere wijze dan nu het geval is, wordt beoordeeld of aan een afwijzende beschikking schorsende werking moet worden verleend. In de richtlijn worden voorts inhoudelijke criteria gegeven voor het mogen toepassen van een grensprocedure. Aan de afhandeling van een zaak in beroep wordt een wettelijke termijn verbonden.

Alternatieven vreemdelingenbewaring

Vreemdelingenbewaring is een ultimum remedium. Alvorens een maatregel van vreemdelingenbewaring op te leggen wordt eerst afgewogen of een lichtere toezichtmaatregel voorhanden is die effectief kan worden toegepast. Om het ultimum remedium karakter van vreemdelingenbewaring nog duidelijker te verankeren in de Nederlandse wetgeving is een nieuwe wet in voorbereiding en eveneens een aanpassing van de Vreemdelingenwet.

Op grond van het beleid wordt al sinds september 2013 bij een afweging om al dan niet vreemdelingenbewaring toe te passen, meer dan voorheen een afweging gemaakt of een alternatieve toezichtmaatregel meer efficiënt kan worden toegepast. De alternatieven voor bewaring bestaan onder meer uit een jaarlijkse subsidieregeling voor het bevorderen van lokale terugkeer van vreemdelingen, een borgsom, een meldplicht met terugkeerbegeleiding vanuit de DT&V, al dan niet met onderdak in een vrijheidsbeperkende maatregel. De subsidie wordt door DT&V aan organisaties verstrekt die de vreemdeling bij zelfstandige terugkeer faciliteren. Hiervoor is structureel € 1 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn beschikbaar vanuit de besparing van € 7,5 miljoen op de capaciteit van de vreemdelingenbewaring van DJI. De rest van de middelen wordt ingezet voor andere onderdelen van het beleid vreemdelingenbewaring.

Tabel 37.1 Budgettaire gevolgen van het beleid (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

               

Verplichtingen

173.932

1.167.139

757.030

741.399

687.968

679.307

679.307

                 

Programma-uitgaven

751.429

1.167.139

757.030

741.399

687.968

679.307

679.307

Waarvan juridisch verplicht

   

98,24%

       
               

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

           
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

312.131

299.782

278.503

267.887

253.681

248.108

248.108

 

Bijdrage ZBO/RWT's

             
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

388.752

782.826

399.951

398.917

369.507

366.978

366.978

 

Nidos-opvang

0

25.790

23.273

22.435

21.328

20.907

20.907

 

Subsidies

             
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

5.272

5.768

5.730

5.721

5.712

5.705

5.705

 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

605

662

1.654

1.650

1.649

1.649

1.649

 

Opdrachten

             
 

Biometrie

1.188

6.983

2.504

501

501

501

501

 

Vernieuwing Grensmanagement

4.041

1.218

160

160

160

160

160

 

Keteninformatisering

13.100

11.427

14.537

13.242

4.628

4.584

4.584

 

Versterking vreemdelingenketen

495

4.574

3.038

3.035

3.035

3.035

3.035

                 

37.3 Terugkeer

             
 

Bijdrage Agentschappen

             
 

DJI (DVenO)

7.700

8.399

8.400

8.400

8.400

8.400

8.400

 

Subsidies

             
 

REAN-regeling

6.600

6.624

6.424

6.323

6.303

6.303

6.303

 

Opdrachten

             
 

Vreemdelingen vertrek

11.545

13.086

12.856

13.128

13.064

12.977

12.977

                 

Ontvangsten

27.466

10.800

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De bijdrage aan de IND en het COA zijn 100 procent bestuurlijk verplicht. Van de subsidies is in 2015 drie kwart juridisch verplicht en het resterende deel bestuurlijk verplicht, dit betreft meerjarige projectsubsidies. Ervaringsgegevens laten zien dat in de loop van het jaar het resterende deel van het subsidiebudget wordt verplicht. Van de opdrachten is in 2015, 100 procent bestuurlijk verplicht.

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen. De hoogte van de asielinstroom is bepalend voor de werkhoeveelheid en daarmee voor de bijdragen aan de organisaties in de vreemdelingenketen. In de tabel is zichtbaar dat de asielinstroom sinds het einde van het eerste kwartaal in 2014 sterk is toegenomen. De instroom is in deze periode opgelopen tot ongeveer 1.000 aanmeldingen per week. Dit is een verdrievoudiging ten opzichte van eerdere schattingen. De beschikbare budgetten voor COA en IND zijn gebaseerd op de onderstaande instroom raming. Voor 2014 en 2015 is, bij MJN 2015, extra budget vrijgemaakt voor een verhoogde instroomraming. Bij voorjaarsbesluitvorming zal aan de hand van de nieuwe raming de ODA-toerekening worden herijkt.

Tabel 37.2 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie

Prognose

 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Asielinstroom

13.360

17.190

30.000

21.000

18.000

18.000

18.000

18.000

Overige instroom

9.150

13 260

12 350

11.850

10.750

10.250

13.350

13.350

                 

Opvang COA

               

Instroom in de opvang

13.300

16 470

30.000

21.000

18.000

18.000

18.000

18.000

Uitstroom uit de opvang

14.800

15 490

20.500

20.000

18.000

18.000

18.000

18.000

Gemiddelde bezetting in de opvang

14.400

14 700

24.200

25.200

25.200

25.200

25.200

25.200

                 

Toegang en toelating IND

               

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

46.600

6 580

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

58.520

25 530

27.200

27.200

27.200

27.200

27.200

27.200

Toelating en Verblijf (TEV)

39 820

39.000

39.000

39.000

39.000

39.000

39.000

Visa

1.480

1 760

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

                 

Aantal naturalisatie verzoeken

28.890

24.230

31.850

17.400

20.100

24.500

24.500

24.500

                 

Streefwaarden Terugkeer DT&V (%)

               

Zelfstandig vertrek

20%

23%

20%

20%

20%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

29%

31%

30%

30%

30%

30%

30%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht