Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201426643 nr. 291

26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Nr. 291 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 oktober 2013

Zoals toegezegd tijdens het algemeen overleg cybersecurity van 29 mei 2013 (Kamerstuk 26 643, nr. 286), bied ik u hierbij, vanuit mijn coördinerende verantwoordelijkheid voor cybersecurity, namens het kabinet de tweede Nationale Cyber Security Strategie (NCSS2) aan1.

Voor het functioneren van onze samenleving is het waarborgen van de digitale veiligheid en vrijheid en het behouden van een open en innovatief cyberdomein een randvoorwaarde. Daarom is in 2011 de eerste Nationale Cybersecurity Strategie verschenen. De (internationale) ontwikkelingen in het cyberdomein gaan echter snel. De afgelopen jaren is de (potentiële) impact van cyberdreigingen door uiteenlopende incidenten steeds duidelijker geworden. Om adequaat te kunnen blijven reageren, zal Nederland de komende jaren inzetten op het verder versterken en bundelen van de krachten van betrokken publieke en private partijen, zowel nationaal als internationaal. Daarbij is het belangrijk cybersecurity niet geïsoleerd te benaderen, maar te bezien in samenhang met mensenrechten, internetvrijheid, privacy, maatschappelijke groei en innovatie. De NCSS2 zet deze bredere kabinetsvisie op cybersecurity uiteen en benoemt verantwoordelijkheden en concrete acties.

Bij de totstandkoming van deze nieuwe cybersecuritystrategie zijn circa 130 partijen (publieke en private partijen, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties) betrokken. Daarnaast is de Cyber Security Raad geconsulteerd over de koers van de nieuwe strategie en is de dialoog met de bredere ICT-community gevoerd.

Met deze strategie wil Nederland leidend blijven op het gebied van cybersecurity. Het kabinet neemt met deze nieuwe strategie het voortouw en zal jaarlijks rapporteren over de voortgang.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer