Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 39, item 39

39 Nucleaire veiligheid

Aan de orde is het VAO Nucleaire veiligheid (AO d.d. 07/12). 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Infrastructuur en Milieu van harte welkom. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Om sommige dingen in het leven te bereiken, moet je meer dan één keer met je vuist op tafel slaan. Ik denk terug aan de Nieuwmarktbuurt in Amsterdam. Die was een grote snelweg van het Amstelstation naar het Centraal Station geweest als de mensen in die buurt niet eindeloos hadden gestreden voor de kwaliteit van hun wijk. Uiteindelijk heeft dit gewoon een mooie buurt opgeleverd. 

Minister Schultz heeft nu met haar vuist op tafel geslagen bij haar Belgische collega over de kerncentrales. Wij zijn daar blij mee, niet met de toestand van de kerncentrales maar wel dat de minister dat gedaan heeft. Via een motie willen meerdere Kamerleden de minister oproepen om dat blijvend te doen totdat het doel is bereikt; het doel in twee opzichten. 

De voorzitter:

Houdt u de tijd in de gaten? 

De heer Smaling (SP):

Ja, voorzitter, ik ga nu de motie voorlezen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

appreciërende dat de regering haar zorgen omtrent de regelmatige storingen in de centrales van Doel en Tihange heeft overgebracht aan de Belgische regering; 

constaterende dat de Belgische regering daarop te kennen heeft gegeven niet te voelen voor vervroegde sluiting van de centrales; 

van mening dat hiermee de zorgen van bewoners in de drie zuidelijke provincies van Nederland in stand zijn gebleven; 

verzoekt de regering, met gelijkgestemde buurlanden van België alle beschikbare nationale en internationale druk- en hulpmiddelen in te zetten om de Belgische regering tot een ander oordeel te bewegen en de Kamer daar met regelmaat over te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling, Jan Vos, Ouwehand, Van Tongeren, Van Veldhoven en Dik-Faber. 

Zij krijgt nr. 170 (25422). 

Ik zie dat mevrouw Van Tongeren nog op een motie staat te wachten en daarom geef ik eerst het woord aan mevrouw Van Veldhoven. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Tijdens het AO hebben wij veel gewisseld over de zorgen van mensen over de Belgische kerncentrales. Het is belangrijk dat wij met elkaar hebben vastgesteld dat er geen acuut veiligheidsrisico is. Mensen hoeven zich niet acuut zorgen te maken. Het is echter ook belangrijk dat wij met het oog op de toekomst iedereen in Nederland het gevoel kunnen geven dat hun veiligheid net zo belangrijk is als die van mensen een paar kilometer over de grens en dat zij er net goed bij betrokken moeten worden. Daarom de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er inmiddels gezamenlijke geplande inspecties plaatsvinden van de Belgische en Nederlandse nucleaire toezichthouders; 

constaterende dat er echter geen afspraken zijn gemaakt over wanneer een nucleaire installatie weer wordt opgestart nadat deze onverwacht is stilgelegd, zoals op dit moment aan de orde is bij de kerncentrale in Tihange; 

overwegende dat het gezien de recente kritiek van de Belgische toezichthouder op Tihange van belang is dat Nederland geïnformeerd wordt over het vervolgtraject; 

overwegende dat structurele afspraken met buurlanden over samenwerking omtrent nucleaire installaties bijdragen aan het vertrouwen van inwoners en overheden; 

verzoekt de regering om afspraken vast te leggen met België over geplande gezamenlijke inspecties, over het betrekken van elkaars inspecties na onvoorziene stillegging van nucleaire installaties en over de uitwisseling van informatie over aanbevelingen en de opvolging daarvan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven, Agnes Mulder en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 171 (25422). 

Dan mag ik nu het woord geven aan mevrouw Van Tongeren namens GroenLinks, inmiddels voorzien van een, twee of wellicht zelfs drie moties. De moties moeten wel in twee minuten worden voorgelezen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de Belgische nucleaire toezichthouder kritisch is over de veiligheidscultuur bij de Belgische kerncentrales; 

verzoekt de regering om bij het Internationaal Atoomagentschap aan te dringen op een onderzoek naar de veiligheidssituatie en veiligheidscultuur bij ENGIE, Tihange en Doel, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 172 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat meerdere overheden in Limburg, Duitsland en Luxemburg rechtszaken hebben lopen om Tihange te sluiten; 

verzoekt de regering om zich te voegen in de rechtszaak van de Limburgse gemeenten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 173 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de kans op een kernongeval in Tihange klein is, maar de grensoverschrijdende gevolgen groot kunnen zijn; 

overwegende dat de huidige rampen- en evacuatieplannen niet op orde zijn; 

verzoekt de regering om in te zetten op een spoedige actualisatie van alle rampen- en evacuatieplannen en ervoor zorg te dragen dat deze haalbaar en realistisch zijn, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 174 (25422). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Mijn excuses voor mijn wat rommelige entree hier. Er moet ergens een mapje met dezelfde moties liggen. Excuses en dank voor de coulance. 

Ik heb nog een vraag aan de minister over de rampenplannen. In de laatste set die ik ooit gelezen heb, werd er nog steeds van uitgegaan dat mensen per trein werden geëvacueerd naar verschillende kazernes. Op deze militaire kazernes zouden zogenaamde "wasstraten" zijn waar mensen met borsteltjes en zachte zeep schoongemaakt zouden worden. Ik vraag al een jaar of vier, vijf om een actualisatie daarvan met een reële inschatting hoeveel mensen je op welk moment met een trein kunt evacueren, want die trein moet ook weer terug om de volgende groep mensen op te halen. Evacuatie in Zeeland was ook nog steeds gebaseerd op treinvervoer. Daarop krijg ik graag nog een antwoord. Dank u wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Dank u zeer. Mocht iemand de moties van mevrouw Van Tongeren vinden, geef ze aan haar en ga ze niet hier voorlezen. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie is helemaal klaar met de onrust die wordt veroorzaakt door de kerncentrales in België, met het ene incident na het andere. Nu zijn er dus twee brandbrieven van de Belgische toezichthouder FANC die al dateren van deze zomer. Ik vind dat enorm verontrustend. Het CDA wil dat de veiligheid van onze inwoners beter geborgd wordt. De gevolgen kunnen enorm zijn, ook voor Nederland. Het CDA vindt het raar dat uit eerdere gezamenlijke inspecties niet is gebleken dat de Belgische toezichthouder zo veel kritiek had op de veiligheidscultuur bij de exploitant. Daarom dienen wij samen met D66 de motie in om de minister aan te sporen om betere afspraken te maken met onze zuiderburen over de gemeenschappelijke inspecties. 

Deze week hebben de Belgische en Duitse autoriteiten afgesproken om meer samen te werken op het gebied van de veiligheid van kerncentrales. Kan de minister reageren op deze samenwerking van onze twee buren? Wil de minister bekijken hoe Nederland ook kan deelnemen aan deze samenwerkingsafspraken in plaats van bilateraal bezig te zijn met de Belgen? Onze buren stellen een gemeenschappelijke commissie van experts in. Het CDA vindt dat ook Nederlandse experts hierin zouden moeten zitten. Vindt de minister dat ook en gaat zij zich daarvoor inzetten? 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Voorzitter. We hebben een vruchtbaar debat gevoerd. Deze minister heeft opnieuw aangetoond dat zij de zorgen van omwonenden van de kerncentrales Doel en Tihange zeer serieus neemt. Toch nemen de zorgen niet af. Dat vind ik ook niet zo gek, als je de berichtgeving leest. Daarom moeten we scherp blijven. Ik heb daarom twee vragen en twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er veel zorgen leven bij omwonenden in de Zeeuwse, Brabantse en Limburgse grensstreek over de naburige kerncentrales in Doel en Tihange; 

constaterende dat belanghebbenden in Nederland geen inspraak hebben op Belgisch beleid ten aanzien van deze kerncentrales; 

overwegende dat vanwege potentieel grensoverschrijdende gevolgen van nucleaire incidenten bij de kerncentrales meer inspraak voor Nederlandse belanghebbenden gewenst is; 

verzoekt de regering, in Europees verband actie te ondernemen en verruiming te bepleiten van de inspraakmogelijkheden voor bewoners en overheden over besluiten over nucleaire activiteiten met potentieel grensoverschrijdende gevolgen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 175 (25422). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat nieuwe rampenbestrijdingsplannen nog niet voor iedereen beschikbaar zijn; 

van mening dat toegang tot rampenbestrijdingsplannen kan bijdragen aan het wegnemen van zorgen; 

verzoekt de regering, publicatie van de actuele rampbestrijdingsplannen te realiseren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 176 (25422). 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Ik heb nog twee vragen. Nederlanders die in België wonen, hebben niet altijd de beschikking over jodiumtabletten omdat zij niet de Belgische nationaliteit hebben. Is dat zo en, zo ja, wat kan de minister hieraan doen? Ik krijg graag een toezegging op dit punt. Dat geldt ook voor mijn volgende punt. In het kader van gemeenschappelijke inspecties wordt er door Nederland en België gezamenlijk geoefend. Is dat zinvol voor het geval van een eventueel kernongeval? 

De voorzitter:

De minister geeft aan dat zij de moties even wil ordenen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef met genoegen het woord aan de minister. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Dit is altijd een belangrijk onderwerp in de Kamer, ook al gaat het over de buren. Het kan immers heel veel consequenties hebben in Nederland als zich nucleaire problemen voordoen bij de kerncentrales van de buren. 

Er is een aantal moties en vragen, die ik in volgorde langsloop. De motie op stuk nr. 170 is van de heer Smaling. Hij is blij met de opstelling van de regering tot nu toe, maar hij roept haar ook op om met gelijkgestemde buurlanden alle beschikbare nationale en internationale druk- en hulpmiddelen in te zetten. Hoewel wij op één lijn zitten met het idee dat we er steeds heel kritisch bovenop moeten zitten en moeten kijken wat er moet gebeuren, heb ik een probleem met deze motie en ik zal uitleggen waarom. Er wordt in de constatering gezegd dat de regering te kennen heeft gegeven niet te voelen voor vervroegde sluiting van centrales. Het gaat echter niet om vervroegde sluiting van centrales. De discussie die we hadden, ging over het tijdelijk sluiten van de centrale totdat duidelijk was dat de situatie veilig was. Vervroegde sluiting van centrales heeft veel meer te maken met het kernenergiebeleid van België zelf. Sluiten komt aan de orde als sprake is van technische onveiligheid. Het FANC is daarvoor verantwoordelijk en de ANVS kijkt daarin mee. Tot nu toe is er geen sprake van dat het onveilig is, maar er zijn wel problemen met de veiligheidscultuur. We kunnen dus niet inhoudelijk waarmaken dat ze vervroegd gesloten moeten worden. 

Het kan zijn dat de Kamer deze motie aanneemt. Ik zie er namelijk heel veel namen onder staan. Ik schets wat dan de mogelijkheden zijn. CNS- en Euratom-verdragen zeggen dat het internationale drukmiddel dat je dan hebt een overleg is. Ik neem niet aan dat wordt bedoeld dat we met tanks naar binnen moeten rijden. Ik zie wat Kamerleden nee schudden, dus dat beschouw ik als een toezegging. Ik moet de motie ontraden, vooral gezien de constatering. Verder blijf ik de centrales in België zeer kritisch volgen. 

De voorzitter:

Wij gaan niet het hele debat overdoen, maar wel toelichtende vragen over moties behandelen. 

De heer Smaling (SP):

Ik stel voor om de motie te wijzigen op de manier die de minister voorstelt. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik ben benieuwd hoe dat dan vorm zal krijgen. Het kan mogelijk ook bij een ander AO aan de orde komen, zodat we meer tijd hebben als we weer over deze zaak spreken. Het is belangrijk — u zult dat zelf ook kunnen zien — dat het vervroegd sluiten van centrales iets heel anders is dan het aandringen op sluiting op het moment dat er sprake is van een onveilige situatie. Als dat het geval is, zal ik er natuurlijk alles aan doen om tot een sluiting over te gaan. Dat is nu echter niet het geval. Ik ben nieuwsgierig waarmee u zult komen. Zoals de motie nu is geformuleerd, zal ik haar moeten ontraden. 

Ik kom op de motie-Van Veldhoven c.s. op stuk nr. 171, waarin de regering wordt verzocht om afspraken met België vast te leggen over geplande gezamenlijke inspecties, over het betrekken van elkaars inspecties na onvoorziene stillegging en over de uitwisseling van informatie. Ik kan deze motie zien als ondersteuning van beleid als het gaat om informeren achteraf. Ik vraag dit nog even voor de zekerheid, want bij de constatering staat beschreven dat er geen afspraken zijn gemaakt over het moment waarop een nucleaire installatie weer wordt opgestart nadat deze is stilgelegd. Als het gaat om een rol vooraf, is dat voor mij niet te doen. Allereerst niet omdat het conform internationale verdragen niet aan de ANVS is om daar een uitspraak over te doen, soms zelfs niet eens aan het FANC, omdat de stillegging en de opstart ook een bedrijfsmatige activiteit kan zijn. Wij hebben er ook geen verstand van. Wij hebben veel verstand van een Duitse kerncentrale, België heeft echter zeven Franse centrales. Als ik erin mag lezen dat het gaat om informeren achteraf, zie ik de motie als ondersteuning van beleid. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dat wil ik graag bevestigen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dank u wel. 

Dan kom ik bij motie op stuk nr. 172 van mevrouw Van Tongeren, waarin ze de regering vraagt om bij het Internationaal Atoomenergieagentschap aan te dringen op een onderzoek naar de veiligheidssituatie en de veiligheidscultuur bij Engie, Tihange en Doel. Het is aan de landen zelf om een IAEA-onderzoek of -missie aan te vragen. In het AO heb ik verteld hoeveel er zijn geweest in de afgelopen jaren. Onlangs is op de site van het FANC informatie verstrekt over de laatste missie in Tihange. Het hoort niet bij de internationale regels dat wij dat voor een ander land aanvragen. Ik moet deze motie ontraden. Tegelijk zeg ik tegen mevrouw Van Tongeren dat ze dat regelmatig al zelf doen. 

In de motie op stuk nr. 173 verzoekt mevrouw Van Tongeren de regering om zich te voegen in de rechtszaak van de Limburgse gemeenten. Ik heb begrip voor de gevoelens van onrust in met name de grensregio's. De veiligheid van de Nederlandse bevolking is voor mij heel erg belangrijk. Het maakt in principe niet uit of de nationale veiligheid wordt beïnvloed door factoren in binnen- of buitenland, het gaat om de veiligheid van onze mensen. Wat wel verschilt, zijn de interventiemogelijkheden. Volgens de geldende verdragsbepalingen is het toezicht op de veiligheid van kerncentrales een nationale bevoegdheid. Het staat de lokale overheden in Nederland ook vrij om, vanwege de zorg die zij hebben, gerechtelijke procedures in België aan te willen spannen. Voor de regering is dat niet aan de orde. Ik heb uitgelegd dat ook in Duitsland en Luxemburg het niet de regeringen zijn die dat doen, maar andere partijen. Voor de regering is het niet aan de orde, omdat er, voor zover ons bekend is, geen Europese of andere internationale rechtsregels worden overtreden. Ik ontraad de motie vanwege het ontbreken van een juridische grondslag en omdat de motie in strijd is met de internationaal gereguleerde nationale verantwoordelijkheden. 

Ik kom bij de motie-Van Tongeren ... 

De voorzitter:

Mag het iets compacter, hoezeer de Kamer uw toelichting ook waardeert? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 174 wordt de regering verzocht om in te zetten op een spoedige actualisatie van alle rampen- en evacuatieplannen en ervoor te zorgen dat deze haalbaar en realistisch zijn. Ik zal deze motie als ondersteuning van beleid zien. Dit komt ook terug bij de motie van de VVD en anderen. Het is een taak van de veiligheidsregio — de regering maakt deze plannen niet — maar ik zal ervoor zorgen dat de stand van zaken, de actualisatie van de rampenplannen en ook de specifieke spoorvraag die mevrouw Van Tongeren heeft gesteld in het bijzonder, worden opgepakt. 

De voorzitter:

Krachtens artikel 66 van ons Reglement van Orde kunt u de motie ook overnemen, minister. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik laat het even zo. De Kamer mag zelf beslissen of ze dit nog wil doen of niet. 

De motie op stuk nr. 175 is van de heer Dijkstra. Daarin vraagt hij om in Europees verband actie te ondernemen en bij de desbetreffende organen verruiming te bepleiten van de mogelijkheden voor burgers en bestuur om invloed uit te uitoefenen op besluiten over nucleaire activiteiten met potentiële grensoverschrijdende gevolgen. Je kunt bij beleid zorgen voor inspraak. Er staat nu in een van de constateringen van de motie dat belanghebbenden in Nederland geen inspraak hebben. Dat hebben ze wel. Je kunt invloed hebben op beleid. Je kunt alleen niet over de verlenging meepraten omdat er daarvoor geen MER-procedure was. Ik zal ervoor zorgen dat de inspraakmogelijkheden die er zijn op grond van het Verdrag van Aarhus en het Verdrag van Espoo, in kaart worden gebracht. Ook zal ik de concrete mogelijkheden tot inspraak van burgers en betrokkenen aan de Kamer laten zien. Ik zal de Kamer daarover in het eerste kwartaal van 2017 nader informeren. Daarbij zal ik ook ingaan op nationale verantwoordelijkheden. Ik zal verdere internationale samenwerking in deze verbanden bespreekbaar maken en ook daarover de Kamer informeren. Ik zie de motie als ondersteuning van het beleid om beter samen te werken en burgers invloed te geven wanneer er grensoverschrijdende milieueffecten zijn. Wat er is, breng ik dus in kaart. Over wat er nog niet is, zal ik op internationaal niveau het gesprek aangaan. 

De motie op stuk nr. 176 van de heer Dijkstra gaat over publicatie van rampbestrijdingsplannen. Die motie lijkt erg op een van de moties van mevrouw Van Tongeren. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Ik zei al eerder dat de veiligheidsregio's deze plannen maken. Ze zijn daarmee bezig. We zullen ze nogmaals benaderen en benadrukken dat ze de rampbestrijdingsplannen ook goed moeten publiceren. Ik heb de Kamer ook al eens gezegd waar ze gepubliceerd staan. Ik zal de veiligheidsregio's daar dus nogmaals op wijzen. 

De woordvoerder van de VVD heeft een vraag gesteld over gezamenlijke inspecties en oefeningen door Nederland en België. Hij vraagt of zulke oefeningen voor situaties waarbij er sprake is van een kernongeval zinvol zijn. Er zijn voorbeelden van grote oefeningen die België en Nederland samen doen. Dat is zinvol voor het in de praktijk testen van de samenwerkingsafspraken. Hierdoor komt ook informatie daadwerkelijk snel beschikbaar. Eind november 2016 hebben we de informatie-uitwisseling geoefend tijdens een fictief ongeval in een kerncentrale in Tihange. Ook in 2017 zullen we met onze Belgische collega gaan oefenen. 

De heer Dijkstra heeft gevraagd naar de verstrekking van jodiumpillen aan Nederlanders woonachtig in België. In België kunnen particulieren binnen een straal van 20 kilometer rondom een kernreactor op vertoon van hun bewijs dat zij ingeschreven staan bij het ziekenfonds, bij een apotheker een doosje krijgen met daarin tien jodiumtabletten. Nederlanders in België die wonen in de genoemde zone en graag over die jodiumpillen willen beschikken, kunnen zich wenden tot de Belgische autoriteiten of navraag doen bij de lokale Belgische apothekers. Ik zal mijn collega van VWS, die over de verstrekking in Nederland gaat, vragen om dit punt mee te nemen in de communicatie rondom predistributie van tabletten in 100 kilometerzones. Zij zal dit doen als zij de Kamer informeert over de stand van zaken met betrekking tot de distributie van jodiumtabletten. 

Ik heb ook nog een vraag van het CDA over Nederlandse expertise in de commissie liggen waarin Nederland wordt verzocht om, net als Duitsland en België, afspraken te maken over de samenwerking met buurlanden. Nederland heeft met België sinds 1990 en met Duitsland sinds 1977 al een dergelijk MoU, waarin de afspraken zijn vastgelegd over onderlinge informatie-uitwisseling. Dat gebeurt over diverse zaken op nucleair gebied. Er is ook nog in 2016 een amendement ingediend door het lid Dik-Faber, waarbij de ANVS ook de opdracht heeft gekregen om, indien er informatie beschikbaar is, de bevolking te informeren over ongewone gebeurtenissen in buurlanden. Met België is er specifiek overleg. Dat is ook steeds verder geïntensiveerd. Met andere woorden: de conclusie is dat we dergelijke afspraken hebben met België en Duitsland en dat het overleg verder geïntensiveerd is. Ik vind dat wat mevrouw Mulder nu zegt over die commissie, dus eigenlijk al bestaat. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik had begrepen dat er net nieuwe afspraken zijn gemaakt tussen België en Duitsland. Wil de minister voor de zekerheid eens bekijken of daar nog wijzigingen in zitten ten opzichte van de afspraken die wij al met België hebben? En wil ze, waar dat noodzakelijk en zinvol is, de afspraken dan op die manier uitbreiden? Is dat een optie voor de minister? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat lijkt me prima. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dank voor de toezegging. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden. Ik stel voor om vanavond over de ingediende moties te stemmen.