Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 39, item 6

6 Energiebesparing gebouwde omgeving

Aan de orde is het VAO Energiebesparing gebouwde omgeving (AO d.d. 07/12).

De voorzitter:

Ik heet de minister voor Wonen en Rijksdienst en zijn ondersteuning van harte welkom. Ik geef als eerste het woord aan de heer De Vries, die spreekt namens de Partij van de Arbeid.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Voorzitter. Ik heb twee moties voorbereid die moeten bijdragen aan een versnelde energiebesparing in de gebouwde omgeving.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het in het energieakkoord opgenomen besparingsdoel voor de gebouwde omgeving in 2020 niet wordt gehaald;

overwegende dat met name de besparing in koopwoningen achterblijft;

overwegende dat belangrijke redenen daarvoor zijn dat particulieren de markt slecht kunnen overzien en dat rente en afschrijving van investeringen niet aan het object (de woning) gekoppeld kunnen worden;

verzoekt de regering, de optie te onderzoeken tot het aanbieden van aan de woning gekoppelde woondiensten die leiden tot energiebesparing en energieopwekking en die via de energierekening kunnen worden verrekend;

verzoekt de regering voorts om netwerkbedrijven dan wel energiebedrijven een leveranciersverplichting op te leggen tot levering van een nader vast te stellen jaarlijks minimaal volume van dit soort woondiensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 489 (30196).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister voornemens is ook voor nul-op-de-meterwoningen die een aardgasaansluiting behouden een energieprestatievergoeding (epv) mogelijk te maken;

overwegende dat een ontheffing voor behoud van de gasaansluiting bij een epv, vanwege de noodzakelijke uitfasering van fossiele brandstoffen, alleen tijdelijk kan zijn;

verzoekt de regering, in de ministeriële regeling een artikel op te nemen waarin bepaald wordt dat in woningen waarvan de aanpassing start na 1 januari 2022 geen contracten voor epv's met aardgasaansluiting meer kunnen worden afgesloten;

verzoekt de regering voorts, te regelen dat de verhuurder verplicht wordt om, voorafgaand aan een aanpassing van woningen die als doel heeft de energieprestatie van de woning te verbeteren tot nul-op-de-meter, overleg te plegen met de netbeheerder en de gemeente als bij die woningrenovatie het plan bestaat om de gasaansluiting te handhaven;

verzoekt de regering ten slotte, te regelen dat zogenaamde NOM-ready woningen met gasaansluiting niet in aanmerking komen voor de energieprestatievergoeding als het netwerkbedrijf verklaart dat het onderliggende gasnet de komende vijftien jaar in aanmerking komt voor vervanging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Albert de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 490 (30196).

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het koppelen van de financiering van energiebesparingsrenovaties aan het huis waaraan de renovatie plaatsvindt, ofwel gebouwgebonden financiering, een belangrijke stimulans kan vormen voor energiebesparing in de gebouwde omgeving;

overwegende dat hiervoor verschillende varianten mogelijk zijn waarvan haalbaarheid en effectiviteit nog niet zijn onderzocht;

verzoekt de regering, een werkgroep van betrokken maatschappelijke partijen in te stellen met als doel het onderzoeken van de haalbaarheid en effectiviteit van verschillende varianten van gebouwgebonden financiering van energiebesparingsrenovaties, deze werkgroep de ruimte te geven om te experimenteren met pilots en de Kamer halfjaarlijks over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 491 (30196).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Energieagenda beleidsrichting geeft aan het uitfaseren van het gasnet en dat de aangenomen motie-Van Tongeren/Jan Vos van 1 november 2016 het tijdpad van uitfasering van aardgas expliciet maakt;

overwegende dat vergoedingen die de regionale netbeheerders vragen om een gasaansluiting te verwijderen sterk verschillen per netbeheerder en als zeer hoog worden ervaren;

constaterende dat het verwijderen van de gasaansluiting binnen de werkzaamheden in het gereguleerd domein van de netbeheerders valt, maar dat door de ACM geen gereguleerde tarieven zijn vastgesteld;

verzoekt de regering, met de netbeheerders in gesprek te gaan teneinde te komen tot een landelijke, uniforme benadering van het afkoppelen van het gasnet, waarbij niet de kostendekkendheid maar de beleidskeuze tot uitfasering van het gasnet de hoogte van het tarief moet bepalen, en de Kamer te informeren over de uitkomsten van dit gesprek en de gemaakte keuzes ten aanzien van de afsluitkosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 492 (30196).

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. Tijdens het AO Energiebesparing gebouwde omgeving heb ik aandacht gevraagd voor de ratificatie van het verdrag van Parijs. Dat verdrag is belangrijk. Het gaat om de toekomst van onze kinderen. Ik heb aangegeven dat de VVD de tijd wil nemen voor die ratificatie. Al onze woondebatten over huurverhoging, huurtoeslag en verhuurderheffing vallen in het niet bij de 10 tot 15 miljard die we de komende decennia extra moeten gaan uitgeven per jaar. Hoe gaan we dat waarmaken als woningcorporaties nu al niet doen wat ze hebben afgesproken, waardoor we kantoren versneld een C-label gaan opleggen? De VVD vreest dat doorsneegezinnen de rekening gaan betalen van het getreuzel bij de corporaties. Wij willen begrijpen wat het verdrag van Parijs betekent voor gewone Nederlanders, Nederlanders die hard werken en kinderen, een huis en een auto hebben.

Een gedeelte van het antwoord kwam met het winterpakket van de Europese Commissie, Clean Energy for All Europeans, een pakket dat wordt aangeprezen met global leadership. Dat klinkt voor mij als "het beste jongetje van de klas". Een onderdeel van dat plan is een aanscherping van de energieprestatierichtlijn voor gebouwen. Ik zie daarbij een hele reeks maatregelen, variërend van extra parkeerplaatsen voor elektrisch rijden tot een slimheidsindicator. De VVD wil voorkomen dat die gebouwenrichtlijn te zijner tijd hier als een voldongen feit naar binnen wordt geschoven. We hebben daarom in de procedurevergadering eerder deze week de gele kaart getrokken. Ik vraag de minister om hier of anders binnen een week of twee per brief een zienswijze te geven op die richtlijn. Wat betekent dit voor vastgoedeigenaren, wat betekent dit voor bewoners en wat betekent dit voor mensen met een koopwoning? Nu kunnen we onze invloed immers nog gebruiken.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Naar aanleiding van het AO Energiebesparen resteren voor het CDA twee moties. De eerste heeft betrekking op de gemeentelijke energieloketten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat particuliere woningbezitters in de wirwar van regels en subsidies de weg naar energiebesparing moeilijk kunnen vinden;

verzoekt de regering, daarom de instelling van gemeentelijke energieloketten te stimuleren, mede door het bieden van een langjarige zekerheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 493 (30196).

De heer Ronnes (CDA):

Nog steeds zien wij dat corporaties weinig inzicht bieden in waar zij staan met de verduurzaming van hun voorraad. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat corporaties hebben aangegeven de beoogde doelstelling om in 2020 alle huurwoningen gemiddeld op het niveau van label B te hebben, pas in 2023 zullen halen;

overwegende dat corporaties onvoldoende transparant zijn over de gerealiseerde en geplande verduurzaming van hun huurvoorraad, zodat een debat daarover op gemeentelijk niveau amper kan plaatsvinden;

verzoekt de regering, corporaties te verplichten de gerealiseerde en geplande verduurzaming van hun huurvoorraad halfjaarlijks actief openbaar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 494 (30196).

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik vervang mijn collega Koolmees, die aan het AO heeft deelgenomen en nu in een ander AO zit. Hij heeft tijdens het AO aandacht gevraagd voor twee zaken. Over het eerste onderwerp, gebouwgebonden financiering, heeft collega Albert de Vries mede namens ons een motie ingediend. Voor het tweede onderwerp, de epv voor gas, willen wij een belangrijke beperking stellen. Daarom dienen wij de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nul-op-de-meterwoningen met een (tijdelijke) gasaansluiting in aanmerking kunnen komen voor een energieprestatievergoeding (epv);

overwegende dat duidelijkheid moet worden geboden aan bewoner, corporatie en netbeheerder over de duur van deze tijdelijkheid en de omstandigheden waaronder besloten kan worden een woning als nul-op-de-meter-ready te typeren;

overwegende dat netbeheerders gasinfrastructuur aanleggen voor een periode van 40 jaar en dat daarbij voorkomen dient te worden dat sprake is van maatschappelijke kapitaalvernietiging;

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat zogenoemde nul-op-de-meter-readywoningen níét in aanmerking komen voor de epv als het onderliggende gasnet de komende tien jaar in aanmerking komt voor vervanging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Koolmees. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 495 (30196).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Door de bomen zien de huurders en verhuurders het bos niet meer. Het is een wirwar: er zijn drie typen energieprestaties voor woningen. Er is een energie-index, er is een energielabel en er zijn labelcertificaten. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er verwarring is ontstaan over de communicatie van energielabels naar huurders omdat er momenteel drie typen energieprestaties voor woningen bestaan;

overwegende dat de wet verplicht dat elke woning een vereenvoudigd energielabel moet hebben, hoewel het kan zijn dat de woning al een uitgebreidere opname heeft gehad en daarmee een beter vastgestelde energie-index;

constaterende dat de nieuwe energie-index en het vereenvoudigd energielabel geen relatie tot elkaar hebben;

overwegende dat eenduidigheid en helderheid voor huurders en verhuurders nodig zijn;

verzoekt de regering om in overleg met verhuurders en huurders te onderzoeken of de communicatie over de energieprestaties van een woning eenduidiger en begrijpelijker kan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 496 (30196).

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat de minister direct kan reageren op de moties, wanneer hij die heeft. We wachten even tot hij de laatste motie heeft en dan geef ik hem graag het woord.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Blok:

Voorzitter. De eerste motie van de heer De Vries, op stuk nr. 489, bevat twee verzoeken. Het eerste verzoek is: de optie te onderzoeken tot het aanbieden van aan de woning gekoppelde woondiensten die leiden tot energiebesparing en energieopwekking en die via de energierekening kunnen worden verrekend. Aan dat deel hoop ik binnenkort invulling te kunnen geven met een green deal in Deventer. Mocht dat ergens spaak lopen, dan gaan we op zoek naar een andere route. Over dat deel laat ik dus graag het oordeel aan de Kamer.

Het tweede verzoek gaat over een leveranciersverplichting voor netwerkbedrijven. Daarover heb ik in het AO aangegeven dat dit echt wetgeving van de collega van Economische Zaken betreft. Er wordt overigens, zo weet ik, deze week hierover onderhandeld. Ik kan nog niet precies beoordelen wat daaruit komt. Ik verzoek de heer De Vries om dit deel van het dictum uit de motie te halen. Als iets op het terrein van een collega ligt, dan moet ik het ontraden, omdat ik dat niet goed kan beoordelen. Maar het eerste deel van het dictum kan ik aan het oordeel van de Kamer laten.

De heer Albert de Vries (PvdA):

Ik snap dat, maar mijn fractie heeft een beetje problemen met die verkokering. In deze motie wordt de regering gevraagd om iets te doen. De minister zegt dat zijn collega op weg is om het te regelen. Waarom kan hij niet aan zijn collega vragen wat dienst oordeel is over dat deel van de motie?

Minister Blok:

Dat kan ook, maar ik denk niet dat dat voor de stemming van vanavond lukt. Dan zou de motie dus moeten worden aangehouden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar de heer De Vries. Is hij bereid om de motie aan te houden?

De heer Albert de Vries (PvdA):

Misschien kan de minister het eerst proberen en mij dan berichten of het wel of niet lukt.

Minister Blok:

Dat wil ik toezeggen.

De voorzitter:

Dat lijkt me een goede conclusie.

Minister Blok:

In de tweede motie van de heer De Vries, op stuk nr. 490, wordt ten aanzien van nul-op-de-meterwoningen aan de regering allereerst verzocht om in de ministeriële regeling een artikel op te nemen waarin bepaald wordt dat in woningen waarvan de aanpassing start na 1 januari 2022, geen contracten voor energieprestatievergoedingen met aardgasaansluiting meer kunnen worden afgesloten. In de tweede plaats wordt verzocht om te regelen dat de verhuurder verplicht wordt om, voorafgaand aan een aanpassing van woningen, overleg te plegen met de netbeheerder en de gemeente als bij die woningrenovatie het plan bestaat om de gasaansluiting te handhaven. In de derde plaats wordt de regering verzocht om te regelen dat zogenaamde nul-op-de-meter-readywoningen met gasaansluiting niet in aanmerking komen voor de energieprestatievergoeding als het netwerkbedrijf verklaart dat het onderliggende gasnet de komende vijftien jaar in aanmerking komt voor vervanging.

Met deze motie wordt duidelijk gezocht naar een compromis tussen aan de ene kant de zorgen van de woningcorporaties, die aangeven "we willen graag naar nul op de meter, maar dwing ons niet om dat uitsluitend via de elektrische route te doen", en aan de andere kant de zorgen van Stroomversnelling, waarvan de deelnemers heel graag willen dat er juist voldoende voor de elektrische route kan worden gekozen.

Ik pak de verschillende onderdelen er even uit. In het eerste wordt in feite gezegd: wat in de komende vijf jaar wordt gebouwd, heeft nog de ruimte om met nul-op-de-metergas te werken en om het dan gewoon terug te verdienen. Dat is wat mij betreft uitvoerbaar. Het tweede deel vind ik eigenlijk goed huisvaderschap van de woningcorporatie. Je gaat onderzoeken of gemeente en gasbedrijf niet toevallig van plan zijn om de leiding daar überhaupt weg te halen. Ik kan dat laatste verzoek dan ook opnemen in de toelichting op de ministeriële regeling die ik daarvoor ga maken. Alles afwegend kan ik deze motie dus aan het oordeel van de Kamer laten.

Dan de motie van mevrouw Voortman op stuk nr. 491: "verzoekt de regering, een werkgroep van betrokken maatschappelijke partijen in te stellen met als doel het onderzoeken van de haalbaarheid en effectiviteit van verschillende varianten van gebouwgebonden financiering van energiebesparingsrenovaties, deze werkgroep de ruimte te geven om te experimenteren met pilots en de Kamer halfjaarlijks over de voortgang te informeren". Ik gaf al aan dat ik een eind ben met een green deal in Deventer, precies met dit doel en met heel veel betrokkenen. Mag ik deze motie zo interpreteren: als die deal doorgaat, is het dat het experiment, en als die niet doorgaat, kom ik bij de Kamer terug om te melden hoe ik het experiment alsnog vorm zal geven. Ik hoop dat ik enige ruimte kan krijgen met de halfjaarlijkse rapportage, want ik wil het echt even met de betrokken partijen kunnen bespreken. Een jaarlijkse rapportage kan ik sowieso toezeggen, maar vanachter de kansel kan ik een halfjaarlijkse rapportage niet zo beoordelen; het gaat om lokale woningcorporaties, gemeenten en bedrijven.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik vind het prima als de minister met de green deal in Deventer nog bij ons terugkomt. Ik wil wel weten wanneer dat zal zijn, want dat maakt wel een beetje uit.

Minister Blok:

We zijn er heel ver mee. Ik moet echt komend voorjaar weten of die wel doorgaat zoals ik hoop, of niet. Dan moet ik met een ander voorstel komen, maar beide zal ik u laten weten.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Komend voorjaar voelt als heel ver weg.

Minister Blok:

Ik zal het voor de verkiezingen melden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Daarmee is de motie op stuk nr. 491 aangehouden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik had begrepen dat het aan het oordeel van de Kamer werd gegeven.

De voorzitter:

Oké.

Minister Blok:

Dan de volgende motie van mevrouw Voortman op stuk nr. 492: "verzoekt de regering, met de netbeheerders in gesprek te gaan teneinde te komen tot een landelijke, uniforme benadering van het afkoppelen van het gasnet, waarbij niet de kostendekkendheid maar de beleidskeuze tot uitfasering van het gasnet de hoogte van het tarief moet bepalen". Ook hiervoor geldt dat u zich helemaal op het terrein van mijn collega van Economische Zaken beweegt. In lijn met wat ik net tegen de heer De Vries zei, zal ik proberen of ik daar vanmiddag een inhoudelijke reactie op kan geven in mijn overleg met mijn collega van Economische Zaken. Anders laat ik u weten dat die reactie wat later komt. Ik voel mij zelf niet de juiste persoon om hier inhoudelijk op te reageren.

De heer Van der Linde had geen motie, maar vroeg naar de reactie van het kabinet op het zogenaamde winterpakket van de Europese Commissie, waarin aanscherping van de energieprestatie-eisen wordt voorgesteld.

De voorzitter:

U hebt nog een vraag, mevrouw Voortman?

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter, ik zag u kijken en ik heb het nog even bij de heer De Vries nagevraagd. Wij wachten nog even de reactie af. De motie komt gewoon in stemming, maar wij wachten de reactie nog even af.

De voorzitter:

Oké, prima.

Minister Blok:

Dit pakket heeft mijn aandacht en het zou inderdaad verstrekkende consequenties kunnen hebben. Het kabinet zal zeker met een reactie komen. Ik hoorde de heer Van der Linde vragen om dat binnen twee weken te doen, maar dat kan ik niet garanderen; wel in januari. Ik gun de Kamer de komende twee weken haar reces, en eerlijk gezegd mijn ambtenaren ook.

De heer Van der Linde (VVD):

Wij onszelf ook, alleen zijn wij een gelekaartprocedure gestart en daarvoor moeten wij intern inbreng leveren voor 12 januari. Het zou fijn zijn als de reactie er op 10 januari kan zijn.

Minister Blok:

Dat kan ik niet garanderen, want ik heb een ministerraadvergadering nodig. Die is er alleen morgen nog en daarna niet voor 10 januari.

De heer Van der Linde (VVD):

Overmorgen is ook prima. Als de minister zijn best zou willen doen, ben ik al heel blij.

Minister Blok:

Dat zeg ik onmiddellijk toe.

De voorzitter:

Een inspanningsverplichting.

Minister Blok:

Anders overleggen wij nog wel even met de Griffie van de Kamer hoe we dit qua tijd op elkaar kunnen laten aansluiten. Maar juist vanwege de mogelijke verstrekkendheid van de regeling vind ik het logisch om die ook met collega's te kunnen bespreken.

De heer Ronnes verzoekt de regering in zijn motie op stuk nr. 493 om de instelling van gemeentelijke energieloketten te stimuleren, mede door het bieden van een langjarige zekerheid. Met het eerste deel ben ik het zeer eens; dat doen we ook. We hebben in het kader van het energieakkoord de instelling van die gemeentelijke energieloketten financieel ondersteund en daar nog eens een extra bijdrage aan geleverd uit de 100 miljoen die als onderdeel van het Belastingplan 2016 is vrijgemaakt voor energiebesparing. Daarmee is de financiering voor het komend jaar veiliggesteld. Als de heer Ronnes bedoelt dat er ook zekerheid moet zijn ná die periode, moet ik hem teleurstellen, omdat vanwege diezelfde 15 maart gekozen is voor zekerheid voor 2017 maar het vervolgens aan de onderhandelaars over een regeerakkoord wordt overgelaten hoe de financiering daarna wordt ingevuld. Het zou zomaar kunnen dat het CDA dan weer aan tafel zit; dat is aan de kiezer. Kortom: het eerste deel van het dictum is ondersteuning van beleid, maar zekerheid ná 2017 kan ik niet bieden. Dat deel is ook ongedekt en dat moet ik dus ontraden.

De motie op stuk nr. 494 is ook van de heer Ronnes. Daarin wordt de regering verzocht om corporaties te verplichten om de gerealiseerde en geplande verduurzaming van hun huurvoorraad halfjaarlijks actief openbaar te maken. Ik deel de ambitie van de heer Ronnes voor het verduurzamen van de corporatievoorraad en voor het verstrekken van informatie daarover. Ik heb de Kamer eerder laten weten dat de verantwoordingsinformatie (dVi) in de jaarlijkse verantwoordingsrondes opgenomen zal worden en dat ik daarop wil ingaan bij de monitoring van de prestatieafspraken. Dat zijn echter jaarlijkse rapportages. Ik zou de heer Ronnes dus willen vragen om van "halfjaarlijks", "jaarlijks" te maken, want dan kan ik de motie aan het oordeel van de Kamer laten.

De heer Ronnes (CDA):

Ik zal de motie zo dadelijk aanpassen.

De voorzitter:

Daarmee wordt de motie op stuk nr. 494 aangepast.

De voorzitter:

De motie-Ronnes (30196, nr. 494) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat corporaties hebben aangegeven de beoogde doelstelling om in 2020 alle huurwoningen gemiddeld op het niveau van label B te hebben pas in 2023 zullen halen;

overwegende dat corporaties onvoldoende transparant zijn over de gerealiseerde en geplande verduurzaming van hun huurvoorraad zodat een debat daarover op gemeentelijk niveau amper kan plaats vinden;

verzoekt de regering, corporaties te verplichten de gerealiseerde en geplande verduurzaming van hun huurvoorraad jaarlijks actief openbaar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 498, was nr. 494 (30196).

Minister Blok:

De motie op stuk nr. 495 van mevrouw Van Veldhoven en de heer Koolmees gaat over de energieprestatievergoeding voor nul-op-de-meterwoningen met gas. Daarin wordt de regering verzocht, er zorg voor te dragen dat zogenaamde nul-op-de-meter-readywoningen niet in aanmerking komen voor de energieprestatievergoeding als het onderliggende gasnet de komende tien jaar in aanmerking komt voor vervanging. We hebben zonet een motie van de heer De Vries aan de orde gehad, waarin ook nog wat andere verzoeken worden gedaan rond de energieprestatievergoeding. In die motie wordt de termijn voor het onderliggende gasnet op vijftien jaar gezet. Daar heb ik net ietsje meer sympathie voor. De twee moties liggen ook zo dicht bij elkaar in de buurt dat ik haast zou willen zeggen: misschien mag mevrouw Van Veldhoven meetekenen met de heer De Vries. Zijn motie kan ik namelijk aan het oordeel van de Kamer laten, maar ik vind dit net te krap.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Daarvoor wilde ik nou net een constructief voorstel doen. Als we nou "tien jaar" opnemen in de motie van de heer De Vries, blijft die motie dan oordeel Kamer?

Minister Blok:

Nee. Nogmaals: ik vind het net te krap. Dit is echt heel delicaat balanceren tussen de wens van mevrouw Van Veldhoven en de heer De Vries om het signaal te geven dat nul op de meter uiteindelijk niet op gasbasis moet bestaan, en het op korte termijn realiseren van nul-op-de-meterwoningen. Want het gaat nog niet erg hard, zo constateren we met zijn allen. Ik heb zo'n duidelijk signaal gekregen van de woningcorporaties — ik denk dat ze de leden ook hebben weten te vinden — dat we voor die versnelling echt nog een aantal jaren met gas aan de slag moeten, dat ik het niet verder wil inperken. Kortom: deze motie moet ik helaas ontraden, maar ik verwijs naar de motie van de heer De Vries.

In de motie-Bashir op stuk nr. 496 wordt de regering verzocht om in overleg met verhuurders en huurders te onderzoeken of communicatie over de energieprestaties van een woning eenduidiger en begrijpelijker kan. Dat zou ik, als ik dat hier zo mag uitspreken, willen omschrijven als een offer you can't refuse. Als er onduidelijkheid bestaat, is dat onwenselijk. Dan ga ik graag met verhuurders en huurders onderzoeken op welke wijze wij de communicatie kunnen verbeteren. Dus ik laat deze motie over aan het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties die tijdens dit VAO zijn ingediend, gaan wij vandaag nog stemmen. Na de schorsing beginnen wij met de herdenking naar aanleiding van de aanslag in Berlijn. De stemmingen vinden rond 14.30 uur plaats.

De vergadering wordt van 12.21 uur tot 12.47 uur geschorst.

Voorzitter: Arib