Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 39, pagina 3786-3787

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 17 december 2009 over Meavita.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Ik dien drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris in de beantwoording op vragen uit de Kamer heeft aangegeven dat continuïteit van zorg in ieder geval de gegarandeerde doorlevering van zorg aan kwetsbare burgers behelst;

constaterende dat de staatssecretaris in het voorjaar van 2010 met een nadere invulling komt van wat er onder continuïteit van zorg moet worden verstaan;

overwegende dat kwaliteit vooralsnog geen expliciet onderdeel is van de continuïteit van zorg;

van mening dat de kwaliteit van de zorg juist in de periode na faillissement van een instelling extra aandacht behoeft;

verzoekt de regering, bij het kabinetsstandpunt over de continuïteit van zorg de waarborg van de kwaliteit van zorg expliciet mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 123(30597).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de motivering van het NZa-besluit over de steunaanvragen van HWW en TGZ blijkt dat de steunaanvraag was voorzien van een "positiebepaling zorgkantoren";

overwegende dat in deze positiebepaling de onderzochte alternatieven voor het garanderen van de continuïteit van zorg staan;

van mening dat de Kamer een gedegen afweging moet kunnen maken in hoeverre de alternatieven voor het garanderen van de continuïteit van zorg buiten de vangnetstichtingen voldoende onderzocht zijn;

verzoekt de regering, de Kamer te informeren over de door de zorgkantoren gedane inspanningen om alternatieven te zoeken voor het garanderen van de continuïteit van zorg buiten de vangnetstichtingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 124(30597).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de NZa bij de steunverlening aan HWW en TGZ is afgeweken van de eigen beleidsregel, omdat de staatssecretaris van VWS bij de overgang van het personeel van Meavita naar de stichtingen de garantie heeft gegeven dat alle werknemersrechten onverkort overgaan naar de nieuwe stichtingen;

overwegende dat de rol van de NZa als onafhankelijk toezichthouder is, op te treden en dat de NZa als zodanig de uitspraken van de staatssecretaris over de garanties voor het personeel had moeten negeren;

verzoekt de regering, te onderzoeken of het huidige afwegingskader van de NZa voldoende garanties biedt om de rol van onafhankelijk toezichthouder uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 125(30597).

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de NZa aanbeveelt om de steunverlening aan de uit Meavita voortkomende stichtingen voor te leggen aan de Europese Commissie;

overwegende dat het vanwege de continuïteit van zorg ongewenst is dat er onzekerheid bestaat over de vraag of er sprake is van staatssteun;

verzoekt de regering, zo spoedig mogelijk de steunverlening voor te leggen aan de Europese Commissie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jan de Vries en Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126(30597).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. De motie van mevrouw Van Miltenburg op stuk nr. 123 verbaast mij een beetje. In het debat hebben wij het namelijk helemaal niet gehad over de relatie tussen continuïteit van zorg en kwaliteit. Men mag van mij aannemen dat kwaliteit bij alle onderdelen een rol speelt, ook bij de benoeming van bijvoorbeeld cruciale functies in de zorg. Wij zullen nooit zomaar zeggen dat de continuïteit van zorg geregeld is als er slechte zorg geleverd wordt. In die zin acht ik de motie overbodig. Immers bij elk debat over de continuïteit van zorg moet kwaliteit een rol spelen. Gezien het feit dat wij hierover nauwelijks met elkaar gedebatteerd hebben vanochtend, vind ik het ingewikkeld om te bevroeden wat hier nog voor verdere overwegingen achter zitten. Ik ontraad deze motie dan ook.

De voorzitter:

Heel kort, mevrouw Van Miltenburg, wij gaan hierover geen debat meer voeren.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Absoluut niet. In dit geval gaat het over beantwoording van vragen die deel uitmaken van het debat dat wij vandaag hebben gevoerd. In de beperkte tijd die wij hadden, had ik geen gelegenheid om er wat over te zeggen. In de vragen heb ik er wel degelijk aandacht aan besteed.

Staatssecretaris Bussemaker:

Mevrouw Van Miltenburg heeft er in de vragen inderdaad aandacht aan besteed, maar ik heb er aandacht aan besteed in de antwoorden. In het voorjaar komt er weer een uitgebreide brief over kwaliteit. Men mag van ons aannemen dat wij, als wij spreken over kwaliteit en continuïteit van zorg wat zowel cure als care betreft, beide zaken met elkaar verbinden. Dat verandert mijn oordeel dus niet.

Verder heeft mevrouw Van Miltenburg een motie ingediend waarin zij de regering verzoekt, de Kamer te informeren over de door de zorgkantoren gedane inspanningen om alternatieven te zoeken voor het garanderen van de continuïteit van zorg buiten de vangnetstichtingen. Volgens mij ben ik hierover al vrij helder geweest, in ieder geval zo helder als ik kan zijn. Als ik nog meer, gedetailleerde informatie moet verstrekken, moet ik bedrijfsgevoelige informatie geven en dat kan niet de bedoeling zijn. Dan zou ik sterk geanonimiseerde informatie moeten verstrekken. Eigenlijk valt er weinig toe te voegen aan hetgeen ik in mijn brief vermeld en vanochtend in het algemeen overleg gezegd heb. Eerlijk gezegd, denk ik dat zo'n brief helemaal niets toevoegt aan hetgeen al bekend is. Overigens heeft de NZa in haar brief hierover ook al een aantal mededelingen gedaan. De NZa heeft immers uitgebreid gesproken met de zorgkantoren. Een en ander lijkt mij dan ook niet zo zinvol. Daarom ontraad ik de motie.

In een volgende motie verzoekt mevrouw Van Miltenburg de regering, te onderzoeken of het huidige afwegingskader van de NZa voldoende garanties biedt om de rol van onafhankelijk toezichthouder uit te voeren. Deze motie ontraad ik. De Kamer heeft juist de evaluatie van de WMG en de NZa ontvangen. Daar volgt dit niet uit. Er moet wel aanleiding zijn om hier vragen over te stellen. Wij hebben net een uitgebreide evaluatie gehad en een en ander blijkt daar niet uit, overigens ook niet uit de Meavitacasus. Ik heb vanochtend een- en andermaal aangegeven dat de NZa in deze casus haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid heel goed heeft verdedigd. Ik ontraad deze motie dan ook.

Tot slot kom ik op de motie op stuk nr. 126 van de heer Jan de Vries en mevrouw Van Miltenburg. Hierover hebben wij het uitgebreid gehad. Wij verschillen daarover van mening. Ik acht het niet zinvol en niet nodig. Sterker nog, ik denk dat het veel onrust creëert om alsnog naar de Europese Commissie te gaan en daar een verzoek om staatssteun voor te leggen. Ik ontraad dus ook deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

In de loop van de dag zullen wij stemmen over de ingediende moties.

De vergadering wordt van 13.23 uur tot 13.30 uur geschorst.