Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 39, pagina 3839-3840

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg van 16 december 2009 over maatschappelijke opvang.

Mevrouw De Roos-Consemulder (SP):

Voorzitter! De SP-fractie dient de volgende moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ons land naar schatting circa 6000 zwerfjongeren kent;

overwegende dat er nog steeds geen overeenstemming is over de definitie "zwerfjongeren";

overwegende dat hierdoor geen eenduidig beeld gegeven kan worden over de aard, omvang en dynamiek van de zwerfjongerenproblematiek;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat het kabinet in het onderzoek dat in 2010 wordt verricht naar zwerfjongeren een eenduidige definitie van zwerfjongeren wordt gehanteerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roos-Consemulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45(29325).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanaf 21 juni 2010 cliënten binnen de maatschappelijke opvang een eigen bijdrage moeten gaan betalen voor begeleiding;

van mening dat de eigen bijdrage een rem zet op het gebruik en accepteren van zorg;

overwegende dat het hier voornamelijk ook gaat om een zorgmijdende groep cliënten;

overwegende dat voor deze groep cliënten dan bijzondere bijstand aangevraagd zal worden, wat zal leiden tot extra bureaucratische handelingen en het rondpompen van geld;

verzoekt de regering, de eigen bijdrage voor cliënten in de maatschappelijke opvang te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roos-Consemulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46(29325).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat enkele duizenden gezinnen door huisuitzetting jaarlijks op straat komen te staan;

van mening dat er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat een gezin op straat komt te staan;

overwegende dat er bij huisuitzetting geregeld geen vangnetconstructie is opgezet voor het betreffende gezin;

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat er bij een huisuitzetting door de betrokken ketenpartners altijd gezorgd wordt voor een vangnet voor het betreffende gezin,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Roos-Consemulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47(29325).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de herverdeling van de middelen voor maatschappelijke opvang grote gevolgen zal hebben voor de daklozenvoorzieningen in de gemeenten die door de herverdeling middelen verliezen (nadeelgemeenten);

overwegende dat het onwenselijk is, goede voorzieningen voor daklozen te sluiten;

overwegende dat structureel middelen vrijkomen door het overhevelen van een deel van de daklozenvoorzieningen naar andere wettelijke kaders (grensstrookmiddelen);

verzoekt de regering, de vrijkomende grensstrookmiddelen niet her te verdelen via het nieuwe verdeelmodel, maar deze allereerst in te zetten om het financiële nadeel van de nadeelgemeenten op te heffen of te minimaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Roos-Consemulder en Sap. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 48(29325).

Staatssecretaris Bussemaker:

Voorzitter. In de eerste motie van mevrouw De Roos wordt de regering verzocht om in het onderzoek dat in 2010 wordt verricht naar zwerfjongeren, een eenduidige definitie van zwerfjongeren te hanteren. Ik acht die motie overbodig. Ik heb al gezegd dat wij naar aanleiding van eerdere rapporten van de Algemene Rekenkamer bezig zijn met die definitie en dat wij constateren dat gemeenten in het verleden verschillende definities gebruikten. De ene gemeente telt bijvoorbeeld tienermoeders mee en de andere niet. De ene gemeente telt jongeren mee die eigenlijk allemaal op zoek zijn naar een huis, en de andere telt echt alleen daklozen mee. Daar wordt al aan gewerkt, dus die motie ontraad ik. Ik acht deze overbodig, want we zijn er al mee bezig.

Ook de tweede motie, waarin de regering wordt verzocht de eigen bijdrage voor cliënten in de maatschappelijke opvang te schrappen, ontraad ik. We hebben tijdens het algemeen overleg vrij uitgebreid met elkaar gesproken over nut en functie van een eigen bijdrage. Ik heb vastgesteld dat thans voor alle functies in de AWBZ een eigen bijdrage wordt gevraagd, zoals verpleging en verzorging et cetera, behalve voor begeleiding. Het is wenselijk om dat ook voor begeleiding te doen, ook om mensen bewust te maken van de kosten in de gezondheidszorg. Ik denk dat elke fractie in deze zaal aanwezig zich bewust zal zijn van de enorme kosten die we hebben in de gezondheidszorg en de enorme bedragen die daarbij omgaan. Het mag dan ook best dat mensen daar zelf een bewustzijn over ontwikkelen.

Even los daarvan, als we de eigen bijdrage in de maatschappelijke opvang of in het algemeen zouden schrappen, zou dat een gat van 80 mln. slaan in mijn begroting. Mevrouw De Roos zegt dat ik dan maar ergens wat moet schrappen. Dan zou ik ook wel graag willen weten hoe zij denkt dat ik dat gat zou moeten dichten.

In de derde motie van mevrouw De Roos wordt de regering verzocht ervoor te zorgen dat er bij een huisuitzetting door de betrokken ketenpartners altijd wordt gezorgd voor een vangnet voor het desbetreffende gezin. Die motie ontraad ik ook. Ik heb in het algemeen overleg al aangegeven dat de Federatie Opvang op mijn verzoek onderzoek heeft gedaan, omdat ik wilde weten wat er met die gezinnen aan de hand is. We constateren dat daar veel verschillende problemen zijn en dat het multiprobleem gezinnen zijn. We hebben aan de Federatie Opvang gevraagd om concrete casussen aan te leveren om beter zicht te krijgen op deze groep. Samen met de minister voor Jeugd en Gezin werk ik niet alleen aan de begeleiding bij problemen maar ook aan het investeren in ondersteuning, zoals ik ook in het overleg heb gezegd. Dat kan deels via de Wmo en deels via de Wet op de jeugdzorg.

Als mensen op straat staan, of dat nu individuen of gezinnen zijn, moet er altijd onderdak komen. Bij gezinnen kan er nog wel meer meespelen; dat zijn die meervoudige problemen die we moeten proberen op te lossen. Wat mij betreft moet iedereen onderdak krijgen. Dat is fase een van de plannen van aanpak en de stedelijke kompassen. We zijn eigenlijk alweer een stap verder door met de vier grote steden een tweede fase te ontwikkelen voor mensen die dreigen dak- en thuisloos te worden. Dan denk ik aan ex-gedetineerden, psychiatrische patiënten en in een enkel geval zouden daar ook gezinnen toe kunnen behoren.

De vierde motie heeft mevrouw De Roos ingediend samen met mevrouw Sap. Dit is geen nieuwe maar een aangehouden motie, zoals zij al zei. Daarin wordt de regering verzocht de vrijkomende grensstrookmiddelen niet te herverdelen via het nieuwe verdeelmodel, maar allereerst in te zetten om het financiële nadeel van de nadeelgemeenten op te heffen en te minimaliseren.

Ik heb tijdens het algemeen overleg aangegeven dat ik daar absoluut geen voorstander van ben. We hebben een nieuw verdeelmodel gemaakt om gemeenten die zelf meer dan gemiddeld middelen investeren in maatschappelijke opvang, daarvoor te compenseren of tegemoet te komen, in die zin dat zij dan ook meer middelen krijgen van het Rijk. Zou ik nu de nadeelgemeenten extra tegemoetkomen, dan zou ik niet alleen slecht beleid belonen omdat gemeenten die weinig geïnvesteerd hebben daar langer voordeel van ondervinden, maar zou ik ook een heel nieuw verdeelmodel moeten maken. Ik zou dan weer alle centrumgemeenten bij mij aan tafel krijgen, die allemaal niet blij zijn omdat zij er voor een groot deel op achteruit zullen gaan. Het punt blijft namelijk dat de ene gemeente er met het nieuwe verdeelmodel bij krijgt, omdat zij te weinig kreeg en de andere minder, omdat zij relatief te veel of zeer ruim middelen kreeg vanuit het Rijk. Ik voeg er extra middelen aan toe en daar moeten we het mee doen. Dat is een stimulans voor gemeenten om nieuw beleid te voeren en andere financieringsbronnen aan te boren. Dat lijkt mij, eerlijk gezegd, een stuk constructiever.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. Stemming over de moties vindt plaats bij de eindstemming die over een uur zal plaatsvinden. Dan houden wij de eindstemming van het jaar 2009.

De vergadering wordt van 19.30 uur tot 20.30 uur geschorst.

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van de Partij van de Arbeid benoem ik in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Linhard tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Kraneveldt-van der Veen.

Alvorens wij gaan stemmen, moet nog een aantal leden de presentielijst tekenen. Ik verzoek hun, dat nu heel snel te doen.

Dames en heren, we zijn zover. We gaan stemmen. Mijnheer Atsma, ik zie dat u nog niet op uw plaats zit. U had zo'n haast om naar huis te gaan. Friesland was moeilijk te bereiken, begreep ik. Ik doe mijn best, maar dan moet u wel een beetje meewerken.