Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 39, pagina 3765-3767

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 16 december 2009 over toelagen en declaraties voor de politietop.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Wij hebben gisteren een vruchtbaar AO gevoerd, maar ik dien toch de volgende drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering met een nieuw landelijk beleidskader gaat komen aangaande declaraties en toelagen voor de politietop, waarin één algemene politietoelage wordt geïntroduceerd en bijzondere regelingen afgesproken kunnen worden door de korpsbeheerder met de korpschef;

overwegende dat door de ruime armslag die de korpsbeheerder op dit moment heeft aangaande de diverse regelingen over de toelagen en declaraties van de politietop en deze regelingen, mede met medewerking van deze korpsbeheerders, kennelijk behoorlijk uit de hand zijn gelopen;

verzoekt de regering, in dit nieuwe landelijke beleidskader te bewerkstelligen dat de Kamer jaarlijks voor aanvang van het kalenderjaar bericht krijgt van alle algemene politietoelagen van de leden van alle regiokorpsleidingen, alsmede dat de Kamer de bijzondere regelingen voor het komende jaar ter goedkeuring aangeboden krijgt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Brinkman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 166(29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat hoger politiepersoneel, na constatering van in strijd met bestaande regels en besluiten ingediende en mogelijk zelfs betaalde declaraties, de mogelijkheid krijgen om deze onterechte claims terug te betalen;

verzoekt de regering, het principe "gelijke monniken gelijke kappen" te hanteren en behandeling van dergelijke misstanden voor zowel lager als hoger politiepersoneel dezelfde te laten zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Brinkman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 167(29628).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat de korpsbeheerders alle creditcards van de korpschefs die zijn bedoeld voor betaling van representatiekosten, innemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Brinkman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 168(29628).

Ik zie dat mevrouw Griffith wil interrumperen. Ik wijs erop dat wij een kerstregime hanteren en dat ik dus alleen interrupties toesta als die gebruikt worden om verhelderende vragen te stellen over ingediende moties.

Mevrouw Griffith (VVD):

Ik begrijp de eerste motie niet en vraag de heer Brinkman daarom graag om een toelichting. Is het zijn bedoeling dat de Kamer de individuele contracten beoordeelt? In de motie staat: ter goedkeuring.

De heer Brinkman (PVV):

Niet wat de algemene politietoelage betreft; daarover ontvang ik graag slechts informatie. Ik wil echter tegengaan dat de korpsbeheerders een gigantisch pakket aan bijzondere regelingen met de korpschefs samenstellen. Om die reden wil ik dat de bijzondere regelingen ter goedkeuring aan de Kamer worden voorgelegd.

De heer Çörüz (CDA):

Voorzitter. Ik dien één motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat een korpschef behoort te wonen in de regio waarvan hij korpschef is;

verzoekt de regering, voorstellen te doen voor een woonplaatsvereiste naar analogie van dat voor de burgemeester in artikel 71 Gemeentewet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Çörüz. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 169(29628).

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister van BZK heeft toegezegd dat zij de enige opdrachtgever is voor het onderzoek naar de honorering van de politietop;

overwegende dat het van belang is dat de Kamer haar controlerende taak naar behoren kan uitvoeren;

overwegende dat het niet de bedoeling is dat de Kamer informatie over dit rapport uit de media moet vernemen;

overwegende dat dit risico groot is als de korpsbeheerders en korpschefs eerder inzage hebben in het rapport dan de Kamer;

verzoekt de minister van BZK, het rapport gelijktijdig aan de Kamer, de korpsbeheerders en de korpschefs te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Verdonk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 170(29628).

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Ik ga de minister helpen in haar onderhandelingen met de korpsbeheerders.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de politie de komende jaren fors moet bezuinigen;

constaterende dat korpschefs een riant inkomen krijgen;

constaterende dat korpschefs daarbovenop een toelage voor werving en selectie, een toelage voor representatie, een toelage voor functioneren en tal van andere toelagen krijgen toebedeeld;

verzoekt de regering, een einde te maken aan alle toelagen voor korpschefs en de declaraties te beperken tot kosten die direct voortkomen uit het werk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 171(29628).

Minister Ter Horst:

Voorzitter. Ik zal de moties behandelen in volgorde van indiening, in de eerste plaats de motie van de heer Brinkman.

Ik ben het met de eerste twee alinea's van deze motie eens, maar niet met de derde, omdat het nu juist de bedoeling is van het landelijk beleidskader om te voorkomen dat er een te grote diversiteit ontstaat. Dus ik ben ervan overtuigd dat dat ook lukt. In de verhouding en de scheiding van verantwoordelijkheden tussen regering en Kamer, waarbij de regering regeert en de Kamer controleert, ontraad ik deze motie.

In zijn tweede motie verzoekt de heer Brinkman, het principe van gelijke monniken, gelijke kappen te hanteren en de behandeling van dergelijke misstanden voor zowel lager als hoger politiepersoneel dezelfde te laten zijn. De strekking van deze motie begrijp ik heel goed, maar ik vind dat je elk individueel geval op zichzelf moet bekijken en dat het niet zo kan zijn dat wij voor degene die daar een beoordeling van geven – of dat nu de Rijksrecherche is of anderszins – een algemene richtlijn zoals deze zouden moeten meegeven. Dat beperkt de mogelijkheden die zij hebben om een beoordeling te geven van dat individuele geval. Dat lijkt mij niet terecht, dus ook die motie moet ik ontraden.

In zijn motie op stuk nr. 68 vraagt de heer Brinkman om alle creditcards in te nemen. Zelf ben ik absoluut geen voorstander van creditcards. Ik heb er ook een, maar die ligt bij mij altijd in de kluis, ik gebruik hem eigenlijk nooit. Als je kosten maakt, is het mijns inziens helderder om deze te declareren, dan zijn ze verder ook zichtbaar voor iedereen. Ik vind echter wel dat wij het aan de korpsbeheerders moeten overlaten om te bepalen of de korpschef in hun korps of in het korps waar zij verantwoordelijk voor zijn wel of niet over een creditcard moet kunnen beschikken. Ik vind het dus te ver gaan om dit voor iedereen vast te leggen. Ik ontraad deze motie dan ook.

Dan kom ik bij de motie van de heer Çörüz waarin hij de regering verzoekt om voorstellen te doen voor een woonplaatsvereiste naar analogie van die voor de burgemeester. Mijns inziens gaat het in het geval van een burgemeester om een andersoortige positie gaat dan bij een korpschef. Ik zou het onbestaanbaar vinden dat er voor burgemeesters geen woonplaatsvereiste meer is. Overigens, als je van iemand iets eist, dan zit daar ook iets aan vast. Ten aanzien van de burgemeesters hebben wij gezegd dat wij, als wij van hen eisen dat ze ergens wonen, hun een aanbod moeten doen om een en ander ook waar te kunnen maken. Ik vind dat dit voor burgemeesters volkomen terecht is, maar voor korpschefs vind ik dat te ver gaan. Het is wenselijk dat een korpschef woont in de regio waar hij korpschef is. Een korpschef moet echter beschikken over flexibiliteit, zodat hij van de ene plek naar de andere kan gaan, over het algemeen in een periode die korter is dan de periode waarin een burgemeester in een gemeente zit. Dan is het erg belemmerend om in alle gevallen deze vereiste op te leggen. Ik heb even kort laten nagaan hoe het zit met de woonplaats van de korpschefs. De Kamer krijgt hierover in de loop van de dag een brief. Volgens mijn huidige beeld woont de helft van de korpschefs in de regio en de andere helft niet. Dat is de reden dat ik de Kamer deze motie ontraad.

Mevrouw Verdonk heeft een motie ingediend waarin zij de regering verzoekt om het rapport gelijktijdig te zenden aan de Kamer, de korpsbeheerders en de korpschefs. Uit het debat van gisteren weet ik dat het haar bedoeling is dat de Kamer het resultaat van het onderzoek niet leest in de krant, maar het rapport zelf krijgt aangeboden. Ik heb mevrouw Verdonk en met haar de commissie toegezegd dat ik er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat de Kamer een en ander niet uit de krant hoeft te vernemen, maar uit het rapport zelf. Ik kan hiervoor echter geen enkele garantie bieden. Er lekken immers nogal eens rapporten uit, zoals men weet. Ik vind wel – daarom moet ik de motie ontraden – dat ik met de korpsbeheerders en de korpschefs eerst het rapport moet kunnen bespreken, opdat men in staat is om hierop een reactie te geven op het moment dat het rapport uitkomt. Hiermee is niet gezegd, zoals gisteren wel werd gesuggereerd, dat aan de tekst van het rapport iets zal veranderen. Korpschefs en korpsbeheerders moeten wel over de inhoud kunnen beschikken voordat het rapport naar buiten komt. Volgens de motie kan dat niet en daarom moet ik haar ontraden.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Kan de minister garanderen dat de Kamer de bevindingen van het rapport niet uit de media hoeft te halen?

Minister Ter Horst:

Ik heb gezegd dat ik hiervoor geen garantie kan geven. Ik ben namelijk niet in staat om alle lekken die er in deze Haagse agglomeratie zijn, te voorkomen. Bij mij zal het niet vandaan komen. Ik heb mevrouw Verdonk en de andere Kamerleden toegezegd dat ik er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat de Kamer de resultaten van het rapporten niet in de pers hoeft te lezen, maar in het rapport zelf.

Dan kom ik bij de motie die de heer Van Raak heeft ingediend. Ik hoor de heer Van Raak opmerken dat hij zijn motie charmant vindt. Ik houd nooit zo van charmant en sympathiek, ik ben meer van de inhoud. Ik begrijp de inzet van de heer Van Raak en de doelstelling van zijn motie. Ik vind alleen wel dat zijn dictum "verzoekt de regering, een einde te maken aan alle toelagen voor korpschefs en de declaraties te beperken tot kosten die direct voortkomen uit het werk" te ver gaat, met name het eerste deel. Ik heb gezegd dat er een grote opschoning zal plaatsvinden van de toelages die in de loop van de geschiedenis bij de politie zijn ontstaan. Mijn inzet is om terug te gaan naar de mogelijkheid van een toelage bij aanstelling en bij bijzondere beloning, zoals wij die ook kennen bij het Rijk. Deze formulering gaat mij iets te ver. Dat is de reden dat ik de motie moet ontraden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties die zijn ingediend, wordt gestemd bij de eindstemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.