32 500 XVIII Vaststelling van de begrotingsstaten van de begroting van Wonen, Wijken en Integratie (XVIII) voor het jaar 2011

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

  

blz.

   

A

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

   

B

BEGROTINGSTOELICHTING

4

   

1

LEESWIJZER

4

   

Wetsartikel 1

9

   

2

HET BELEID

9

2.1

De beleidsagenda

9

2.2

De beleidsartikelen

14

 

Artikel 1 Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningbouw

14

 

Artikel 2 Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen en bouwwerken

32

 

Artikel 3 Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

45

 

Artikel 4 Integratie niet-westerse migranten

55

 

Artikel 5 Kennis en Ordening Wonen, Wijken en Integratie

64

 

Artikel 6 Rijkshuisvesting

70

2.3

De niet-beleidsartikelen

74

 

Artikel 95 Algemeen

74

 

Artikel 96 Onverdeeld

76

   

3

VERDIEPINGSHOOFDSTUK

77

   

Wetsartikel 2

83

   

4

BEGROTING VAN DE RIJKSGEBOUWENDIENST

83

   

5

BEGROTING VAN DE HUURCOMMISSIE

90

   
 

BIJLAGE 1 ZBO’S EN RWT’S

95

 

BIJLAGE 2 MOTIES EN TOEZEGGINGEN

96

 

BIJLAGE 3 HORIZONTALE OVERZICHTSCONSTRUCTIE INTEGRATIEBELEID ETNISCHE MINDERHEDEN

144

 

BIJLAGE 4 EXTRA-COMPTABEL OVERZICHT STEDENBELEID 2011

146

 

BIJLAGE 5 LIJST VAN AFKORTINGEN

148

 

BIJLAGE 6 TREFWOORDENREGISTER

150

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel stelt de begrotingsstaat van Wonen, Wijken en Integratie (XVIII) voor het jaar 2011 vast.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2011. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2011.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2011 bepaald. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zogenaamde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de baten-lastendiensten «Rijksgebouwendienst» en «Huurcommissie» voor het jaar 2011 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze Memorie van Toelichting en wel in de paragraaf inzake de diensten die een baten-lasten stelsel voeren.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

Mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

E. van Middelkoop

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

1.1. Opzet begroting

Voor u ligt de begroting 2011 van Wonen Wijken en Integratie (WWI). De memorie van toelichting van de WWI-begroting (XVIII) is opgebouwd uit de volgende onderdelen en is terug te vinden in de hoofdstukken:

  • 2.1. De beleidsagenda;

  • 2.2. De beleidsartikelen;

  • 2.3. De niet-beleidsartikelen;

  • 3. Verdiepingshoofdstuk;

  • 4. Begroting van de Rijksgebouwendienst;

  • 5. Begroting van de Huurcommissie;

Bijlage 1. ZBO’s en RWT’s;

Bijlage 2. Moties en toezeggingen;

Bijlage 3. Horizontale overzichtsconstructie integratiebeleid etnische minderheden;

Bijlage 4. Extracomptabel Overzicht Stedenbeleid 2011;

Bijlage 5. Lijst van afkortingen;

Bijlage 6. Trefwoordenregister;

De (niet-)beleidsartikelen van de programmabegroting van WWI kennen alleen de component programmageld. De apparaatuitgaven worden geraamd op de VROM-begroting (XI) op het niet-beleidsartikel 91 «Algemeen».

1.2. De beleidsagenda en beleidsartikelen

1.2.1. Beleidsagenda

Gezien de demissionaire status van het kabinet dat deze begroting opstelt, is gekozen voor een beperkte technische invulling van de beleidsagenda 2011. Daar waar de beleidsagenda’s in voorgaande jaren uitgebreid ingingen op de prioriteiten uit het kabinetsprogramma Balkenende IV, aangevuld met prioriteiten van de minister, is de opzet dit jaar sober van aard. In de beleidsagenda wordt vooral ingegaan op eventuele relevante beleidsarme ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken.

De beleidsagenda wordt afgesloten met een overzichtstabel met daarin de beleidsmatig belangrijkste budgettaire mutaties en bijbehorende toelichtingen. Deze tabel geeft de aansluiting weer tussen de vorige begroting en de nu voorliggende ontwerpbegroting.

1.2.2. Beleidsartikelen

Per beleidsartikel worden de beleidsvoornemens uitgewerkt in operationele doelen en instrumenten. De ontwikkeling van de uitgaven en de doelen die zij dienen worden volledig toegelicht en waar mogelijk in de tijd weergegeven en indien zinvol grafisch geïllustreerd. Dit betekent meer aandacht voor de instrumenten en voor de historische ontwikkeling van de uitgaven en prestaties om tot een goede onderbouwing van de uitgaven te komen.

In de begroting worden de beleidsdoorlichtingen van het betreffende jaar aangekondigd evenals de programmering voor de komende jaren. De beleidsdoorlichtingen die in de tijd aansluiten op het traject van het jaarverslag, worden meegezonden bij de indiening van de verantwoording over het betreffende begrotingsjaar. Waar dit niet aansluit, wordt de beleidsdoorlichting separaat verzonden.

De begroting bestaat uit zes beleidsartikelen waarvan vijf artikelen op het terrein van Wonen, Wijken en Integratie en één artikel op het terrein van de Rijkshuisvesting. Daarnaast zijn er twee niet-beleidsartikelen te weten artikel 95 «Algemeen» en artikel 96 «Onverdeeld WWI». Op artikel 95 «Algemeen» worden de uitgaven geraamd van een aantal instrumenten die geen beleidsmatig doel hebben die passen bij één van de beleidsartikelen. Artikel 96 «Onverdeeld WWI» is louter een administratief artikel waarop zaken worden geparkeerd die nog niet direct verdeeld kunnen worden over de andere artikelen.

In de beleidsartikelen komt het beleid voor de komende jaren aan bod. Elk artikel start met een omschrijving van de algemene beleidsdoelstelling. Hierbij wordt in algemene vorm consequent ingegaan op: omschrijving, verantwoordelijkheid, externe factoren en meetbare gegevens. Daarna volgt de tabel «budgettaire gevolgen van beleid». Deze tabel geeft financieel inzicht op het gebied van begrotingsstanden. In de tabel is een cijfermatige uitsplitsing gemaakt van de «programmagelden». Dit artikelonderdeel «programma» wordt vervolgens weer opgedeeld naar de diverse operationele doelen die weer zijn opgebouwd uit één of meer (financiële) beleidsinstrumenten.

Onder de tabel «budgettaire gevolgen van beleid» wordt grafisch inzicht gegeven in de budgetflexibiliteit. Deze grafiek geeft inzicht in het nog te beïnvloeden deel van de uitgavenraming. Daarbij worden de verplichtingen gekarakteriseerd aan de hand van de categorieën «Juridisch verplicht», «Bestuurlijk verplicht» en «Beleidsmatig gebonden».

De categorie «Juridisch verplicht» bestaat uit verplichtingen waar een privaatrechtelijke overeenkomst, een publiekrechtelijke beschikking of een wettelijke regeling aan ten grondslag ligt. De categorie «Bestuurlijk verplicht» bestaat uit verplichtingen waaraan afspraken ten grondslag liggen tussen verschillende ministeries, tussen de Minister voor WWI en andere bestuurslagen. De categorie «Beleidsmatig gebonden» bestaat uit geraamde uitgaven waarvoor de Minister voor WWI in het kader van het beleidsprogramma uitgaven heeft geoormerkt.

De algemene beleidsdoelstelling van een artikel wordt nader geconcretiseerd in de operationele doelen. Bij ieder operationeel doel wordt consequent ingegaan op: motivering, instrumenten en meetbare gegevens (prestaties en indicatoren). Ieder artikel wordt afgesloten met een overzicht van geplande beleidsonderzoeken.

Voor 2011 staan de volgende beleidsdoorlichtingen op de rol:

  • Wijkenaanpak;

  • Woningbouwafspraken;

  • Evaluatie van de Wet bijzonder maatregelen grootstedelijke problematiek.

Gezien de in 2010 afgeronde Brede Heroverwegingen en de demissionaire status van het kabinet zijn in deze ontwerpbegroting niet voor alle algemene en/of operationele doelstellingen beleidsdoorlichtingen geprogrammeerd.

1.3. Comply or explain – paragraaf WWI (XVIII)

Bij de samenstelling van de begroting worden als basis gebruikt de kernvragen: «Wat willen we bereiken?», «Wat gaan we er voor doen?» en «Wat mag het kosten?». Op het niveau van de algemene doelstelling en de operationele doelstellingen wordt de beantwoording van deze vragen vervolgens ingevuld volgens de criteria van specifiek, meetbaar en tijdgebonden. Onderstaand wordt ingegaan op de mate waarin een beleidsartikel niet aan deze criteria voldoet.

Artikel 1 «Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningproductie»

Met name de doelstellingen op rijksniveau binnen het operationele doel «Stimuleren krachtige steden» zijn moeilijk in zijn geheel te vangen in indicatoren. De doelstellingen zijn breder dan de verantwoordelijkheid van de Minister voor WWI reikt. Bovendien is er een aantal afspraken tot stand gekomen in overleg met de steden gericht op maatwerk per stad. Hierdoor vindt monitoring plaats per stad, in plaats van op rijksniveau.

Artikel 2 «Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen en bouwwerken»

Bij het operationele doel «Borgen en bevorderen van de bouw- en gebruikstechnische kwaliteit» zal in 2011 op basis van een ex-ante onderzoek worden gestart met het monitoren van de effecten van de nieuwe AMvB (Bouwbesluit). Dit moet leiden tot nul- en streefwaarden voor de effecten op de kosten en tijd van overheid, burger en bedrijf.

Artikel 5 «Randvoorwaarden voor de integratie en een goed werkende woningmarkt»

Het programma van dit artikel is er primair op gericht om de prestaties uit de overige artikelen van de begroting voor WWI nu en in de toekomst te kunnen realiseren. Dit betekent dat voor artikel 5 geen algemene indicatoren (outcome) beschikbaar zijn.

Artikel 6 «Rijkshuisvesting»

Gezien de aard van de doelstelling van dit artikel «Het adviseren over en uitvoeren van rijksdoelen op het gebied van rijkshuisvesting» is het voor de algemene doelstelling en de operationele doelen lastig om in kwalitatieve of kwantitatieve termen, meetbare doelen en indicatoren te formuleren.

Het operationeel doel «Vanuit de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting bijdragen leveren aan rijksdoelen» is gezien de verantwoordelijkheidsverdeling niet voor verdere verbetering van de meetbaarheid vatbaar en voldoet hiermee niet volledig aan de gestelde criteria. Om dit te ondervangen zijn beoogde prestaties opgenomen.

Voor het operationele doel «Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken» wordt een verbeterde methodiek voor de periodieke klanttevredenheidsmeting van de Rijksgebouwendienst vastgesteld.

In 2011 zal een nulmeting plaatsvinden en op basis van deze meting zal de normstelling vanaf 2012 worden bepaald. Met dit instrument beoogt de Rijksgebouwendienst inzicht te krijgen in de behoeften van zijn klanten om zo een efficiëntere en effectieve dienstverlening aan de klant te kunnen bieden.

Hierdoor voldoet dit operationeel doel nog niet volledig aan de gestelde criteria.

1.4. Structuurwijzigingen

De Algemene Rekenkamer heeft geconcludeerd dat in de begroting 2010 budgetten niet werden toegekend aan de operationele doelstellingen, maar per artikel waren opgenomen bij «Overige programmabudgetten». De voormalige minister voor WWI heeft hierop toegezegd mogelijkheden tot verbetering te zullen onderzoeken. Tegemoetkomend aan deze toezegging zijn bij de beleidsartikelen 1, 2, 3 en 5 de budgetten voor «Onderzoek», «Kennisoverdracht» en «Kosten uitvoeringsorganisaties» in de begroting 2011 – waar van toepassing – toegekend aan de operationele doelstellingen. Bij beleidsartikel 4 was al sprake van een vergelijkbare verdeling van deze budgetten.

Bij beleidsartikel 6 «Rijkshuisvesting» zijn in samenhang met een systeemwijziging bij de inputinvesteringen de instrumenten en benamingen bij het operationeel doel «Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken» gewijzigd.

1.5. Experiment

De afgelopen jaren deed het Ministerie van VROM mee aan het Experiment Verbetering Verantwoording en Begroting. De begroting voor WWI was daar ook onderdeel van. Doel van dit experiment was om de politieke zeggingskracht en focus van de stukken te vergroten en de verantwoordingslasten terug te brengen. Dit had vooral gevolgen voor de wijze waarop beleidsinformatie werd opgenomen in het Jaarverslag. Met het behandelen van de jaarverslagen 2009 door de Tweede Kamer eindigt formeel dit experiment. Hoewel deze behandeling door de val van het Kabinet Balkenende IV is uitgesteld tot het einde van 2010 (tegelijkertijd met de behandeling van deze begroting) is de begroting 2011 dus niet meer opgesteld volgens het regime van dit experiment. In samenwerking met de Algemene Rekenkamer wordt dit experiment geëvalueerd door het Ministerie van Financiën en de deelnemende departementen. Begin 2011 zal aan de hand van deze evaluatie met de Tweede Kamer worden besproken in hoeverre deze experimentele werkwijze Rijksbrede invoering verdient.

1.6. De baten-lastendiensten

Tegelijkertijd met de WWI-begroting worden ook de begroting van de Rijksgebouwendienst en die van de Huurcommissie gepresenteerd.

Om inzicht te kunnen blijven geven in de doelmatigheidsontwikkeling is er bij de begroting van de Rijksgebouwendienst voor gekozen om een wijziging door te voeren bij de indicatoren. De indicator «apparaatskosten per m2» komt te vervallen. Als het de komende jaren lukt om het m2-gebruik aanzienlijk terug te dringen, valt deze indicator juist ongunstiger uit. Deze indicator geeft daarmee onvoldoende de doelmatigheid weer.

Binnen de Rijksgebouwendienst is een traject opgestart om te onderzoeken hoe de toegevoegde waarde van de dienst beter gemeten kan worden, vooral met betrekking tot de verantwoording richting opdrachtgevers. Zij worden daarom betrokken bij de ontwikkeling van een nieuwe doelmatigheidsindicator voor de Rijksgebouwendienst. Om zorgvuldigheid en betrokkenheid van alle partijen te borgen is meer tijd nodig en lukt het niet meer de nieuwe indicator in deze begroting op te nemen. Deze zal tijdig gereed zijn voor de ontwerpbegroting 2012.

1.7. Verdiepingshoofdstuk

In het begrotingshoofdstuk zijn de budgettaire mutaties in de beleidsartikelen van de begrotingsstaat opgenomen. Technische mutaties dan wel beleidsmatig niet relevante mutaties worden slechts cijfermatig gepresenteerd. Alleen indien er sprake is van een grote budgettaire omvang, worden ook technische mutaties nader toegelicht. De beleidsmatig relevante mutaties worden nader omschreven in de toelichting waarbij het bijbehorende mutatiebedrag wordt genoemd. Een beleidsmatige mutatie is het gevolg van gevoerd beleid (bijvoorbeeld beleidsintensivering en -extensivering, beleidswijzigingen met financiële gevolgen, afwijkingen uit hoofde van behoorlijk bestuur).

Wetsartikel 1

2. HET BELEID

2.1. De beleidsagenda

Gezien de demissionaire status van het kabinet dat deze begroting opstelt, is gekozen voor een beperkte technische invulling van de beleidsagenda 2011. Daar waar de beleidsagenda’s in voorgaande jaren uitgebreid ingingen op de prioriteiten uit het kabinetsprogramma Balkenende IV, aangevuld met prioriteiten van de minister, is de opzet dit jaar sober van aard. Er zal vooral worden ingegaan op eventuele relevante beleidsarme ontwikkelingen die de begroting in financiële zin raken. In de artikelen vindt u, zoals in andere jaren, de relevante financiële en beleidsinformatie die samenhangt met de voorgenomen uitgaven.

Stedenbeleid

Steden zijn de motor van de Nederlandse economie, maar ook plekken waar veel problemen samen komen. De Nederlandse steden blijven daarom onze aandacht opeisen. In het stedenbeleid komen fysieke en sociale vraagstukken samen; een verbinding van wonen, wijken en integratie met ruimtelijke ordening en milieu. Als uitvloeisel van het bestuursakkoord Rijk-Gemeenten is in het stedenbeleid bepaald dat de steden meer beleidsvrijheid krijgen bij de aanpak van de problemen. Dit is een aanvulling op de afspraken die zijn gemaakt over stedelijke vernieuwing, leefbaarheid en veiligheid. De intrekking van de Wet stedelijke vernieuwing, waarmee de decentralisatie wordt vormgegeven, vindt in de loop van 2011 haar beslag en zal terugwerken tot 1 januari 2011. Het geld komt via de decentralisatie-uitkering van het gemeente- en provinciefonds ter beschikking. Samen met de wijkenaanpak draagt dit bij aan de ontwikkeling van vitale steden.

Krimp

In de regio’s Parkstad Limburg, Noord-Oost Groningen en delen van Zeeland is sprake van een bevolkingsdaling. De maatregelen tegen de gevolgen van bevolkingsdaling, waarvoor het Rijk in 2010 geld ter beschikking heeft gesteld, worden ook in 2011 uitgevoerd.

Wijkenaanpak

De wijkenaanpak is een goed voorbeeld van hoe in aandachtswijken zowel in fysieke als sociale ingrepen wordt geïnvesteerd.

In 2007 begonnen de gemeenten, corporaties, bewoners en het kabinet met de lange termijn aanpak van veertig achterstandwijken. Omdat de regionale verschillen toenemen, zowel tussen als binnen regio’s, is meer (bestuurlijke) samenwerking nodig.

De eerste positieve resultaten van de aanpak zijn zichtbaar. De betrokkenheid van het Rijk en de gemeenten bij de wijkenaanpak bestrijkt een periode van tien jaar en is vastgelegd in meerjarige overeenkomsten (charters). Gelet op de urgentie, het draagvlak en de taaiheid van de problematiek wordt de wijkenaanpak voortgezet.

Woningmarkt

Het op peil houden van de woningbouw en de doorstroming op de woningmarkt blijft onverminderd van belang. Als gevolg van de toename van het aantal huishoudens zijn tot 2020 nog circa 500 000 woningen nodig. Het Rijk en de decentrale overheden delen hiervoor de verantwoordelijkheid. Het bestuurlijk overleg tussen het kabinet en vertegenwoordigers van stedelijke regio’s dat in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) twee maal per jaar plaatsvindt gaat door. Het behoud van werkgelegenheid in de bouwsector – die hard is getroffen door de economische crisis – is een belangrijke reden geweest om tijdelijk extra maatregelen te nemen. Eén van deze maatregelen betreft de tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten, waarvoor het Rijk ook in 2010 geld beschikbaar heeft gesteld. De gemeenten voeren dit voor een groot deel in 2011 uit.

Woningcorporaties

Op 15 december 2009 oordeelde de Europese Commissie dat Nederland staatssteun mag blijven geven aan woningcorporaties. Het mag echter alleen ten behoeve van een scherp afgebakende groep die is aangewezen op de sociale huurwoningen. Daarom is staatssteun alleen mogelijk zolang 90 procent van de vrijkomende woningen wordt toegewezen aan huishoudens met een inkomen lager dan € 33 000. Deze afspraken met de Europese Commissie inzake staatssteun moeten formeel in regelgeving worden afgerond.

De Europese Commissie stemde ook in met de inzet van staatssteun voor maatschappelijk vastgoed en voor de bijzondere projectsteun voor de 40 wijken. In vervolg op de regeling die per 1 januari 2011 wordt ingevoerd, neemt het kabinet de regels voor het geven van staatssteun mee bij de vormgeving van het nieuwe corporatiestelsel en de daartoe in gang gezette wijziging van de Woningwet.

Energiebesparing in de gebouwde omgeving

Nederland staat voor een grote opgave op het gebied van energiebesparing. Nationaal moet een forse bijdrage worden geleverd aan klimaat- en energiedoelstellingen. De overheid wil deze doelstellingen bereiken met behulp van verschillende instrumenten uit het werkprogramma Schoon en Zuinig en de daarop gebaseerde initiatieven van burgers en marktpartijen. Voor nieuwe woningen gaat de energieprestatiecoëfficient (EPC) van 0,8 naar 0,6 in 2011 (25% energiezuiniger ten opzichte van 2006) en naar 0,4 in 2015 (50% energiezuiniger ten opzichte van 2006).

De Innovatieagenda Energie Gebouwde Omgeving (IAGO) heeft als doel de ontwikkeling van concepten voor energiebesparing tot 80% te stimuleren. Het gaat om het totale gebouw- en gebruikgebonden energiegebruik, bij nieuwe en bestaande woning- en utiliteitsgebouwen, ten opzichte van peiljaar 1990. In 2014 eindigt de huidige Innovatieagenda. Naast regelgeving (inclusief monitoring en handhaving) en convenanten worden nieuwe ontwikkelingen gestimuleerd met fiscale maatregelen, subsidies en communicatie. Een nieuw kabinet kan daar nadere invulling aan geven. Het Rijk faciliteert burgers, marktpartijen en andere overheden en spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid om energie te besparen.

Het Nederlandse energiebesparingsbeleid is verbonden met het Europese beleid. Er zijn diverse Europese richtlijnen die het Nederlandse beleid bepalen, zoals de Richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD). De nieuwe NEN-norm Energieprestatie gebouwen (EPG) die in 2011 in de bouwregelgeving wordt opgenomen, is opgesteld conform de EPBD.

Integratie & Inburgering

De extra investeringen van het kabinet hebben geresulteerd in het bereiken van de bestuurlijke ambities in 2009 en 2010. Met die investeringen is bereikt dat de groep al langer hier verblijvende vreemdelingen, die nog geen verblijfsvergunning onbepaalde tijd (VOT) hebben, de mogelijkheid hebben gehad om in te burgeren op kosten van de overheid.

Om budgettaire redenen (invulling motie Koolmees) heeft het kabinet ervoor gekozen in 2011 € 100 mln en in 2012 € 175 mln incidenteel om te buigen op de inburgeringsmiddelen van het participatiebudget en het gemeentefonds door het aantal inburgeringstrajecten te verlagen.

Dit betekent dat de groep oudkomers (die Nederlander is of een VOT heeft) op termijn niet langer meer een voorziening in de zin van de Wet inburgering aangeboden kan worden. Deze groep zal zoals ieder ander gebruik moeten maken van de reguliere voorzieningen zoals de Wet educatie en beroepsonderwijs en de mogelijkheden binnen de WWB.

De verplichting tot inburgering blijft bestaan voor alle nieuwkomers (met name gezinsvormers, -herenigers, asielgerechtigden) die permanent in Nederland willen verblijven. Zij zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het volgen van een inburgeringscursus, de kosten daarvan en voor het behalen van het inburgeringsexamen.

Om deze en om budgettaire redenen wordt ook het aantal voorzieningen dat via de gemeenten wordt aangeboden aan nieuwkomers afgebouwd. Er zal worden toegewerkt naar een stelsel waarbij het merendeel van de kosten bij de inburgeraar wordt neergelegd. Het kabinet heeft via de instrumenten van het keurmerk en het toezicht op de examens de randvoorwaarden voor de kwaliteit van inburgeringscursussen geschapen.

Voor de groep gezinsmigranten is de wet- en regelgeving met betrekking tot het examen in het buitenland al gewijzigd en zal de daadwerkelijke invoering van de hogere eisen aan de taalvaardigheid in april 2011 plaatsvinden. In 2012 zal de Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen worden toegevoegd aan het basisexamen inburgering in het buitenland. Daardoor komen gezinsmigranten met een hoger niveau aan taalvaardigheid binnen en zijn zij al geletterd. Dit bevordert de inburgering en de integratie van deze nieuwkomers in Nederland.

Om bovenstaande keuzes te kunnen realiseren, zal het kabinet de ter zake doende wet- en regelgeving aanpassen. Net als in 2010 worden de problemen van én met Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse risicojongeren aangepakt, zowel preventief als repressief.

Ombuiging Huurtoeslag

De uitdagingen op het instrument huurtoeslag zijn de komende periode fors. Door de uitvoeringssystematiek, waarbij het voorlopig toekennen tot hogere uitgaven leidt dan verwacht, wordt in de komende jaren in eerste instantie veel meer uitgegeven dan geraamd. Om deze tijdelijke tekorten op de huurtoeslag te dekken dient vanaf 2011 omgebogen te worden op dit instrument. In de begroting 2010 was al een beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag voor 2011 en 2012 voorzien. Naast deze beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag is vanaf 2012 een verdere taakstelling op het budget huurtoeslag voorzien.

Regeldruk

Bij nieuwe en bestaande wetgeving wordt aandacht gegeven voor vermindering van regeldruk. In 2011 zal nadruk worden gelegd op het in het begin van het beleidsproces maken van een integrale beleidsanalyse. Op die manier worden nut en noodzaak van regelgeving en de effecten hiervan systematisch in beeld gebracht. Het door het ministerie van Justitie ontwikkelde Integrale afwegingskader is hierbij tot hulp.

Uitgaven

Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties ten opzichte van de WWI-ontwerpbegroting 2010

x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

art.nr

Stand Ontwerpbegroting 2010

3 717 348

3 515 623

3 294 102

3 282 012

3 299 631

0

 
        

Mutaties 1e suppletore begroting 2010:

69 768

87 709

128 703

182 739

220 253

0

 

Nieuwe mutaties:

       

1.

Kasschuif ISV

0

– 38 000

19 000

19 000

0

0

1

2.

Van WWI naar Gemeentefonds: Decentralisatie budget ISV

0

– 209 929

– 147 812

– 152 852

– 139 062

0

1

3.

Van WWI naar Provinciefonds: Decentralisatie budget ISV

0

– 76 387

– 59 034

– 60 636

– 55 456

0

1

4.

Verdeling Bewonersbudgetten 2011

0

– 9 488

0

0

0

0

1

5.

Kasschuif isolatieglasregeling

– 23 618

19 618

2 000

765

1 235

0

2

6.

Uit Aanvullende Post tbv Gebouwde Omgeving (MIA)

0

4 000

4 000

0

0

0

2

7.

Nader in te vullen taakstelling Huurtoeslag

0

0

– 52 800

– 100 800

– 138 800

– 175 800

3

8.

Naar gemeentefonds: uitvoeringskosten inburgering

0

– 48 818

0

0

0

0

4

9.

Invulling niet gerealiseerde taakstelling coalitieakkoord

0

– 100 000

– 175 000

– 235 000

– 333 000

– 333 000

4

10.

Overige mutaties

– 7 866

3 524

25 243

– 1 195

– 4 015

3 606 569

diverse

Stand ontwerpbegroting 2011

3 755 632

3 147 852

3 038 402

2 934 033

2 850 786

3 097 769

 

Toelichting

Ad 1.

Om het kasritme van ISV aan te laten sluiten op de meerjarige overheveling naar de fondsen (zie ad 2. en 3.) is een kasschuif noodzakelijk.

Ad 2. en 3.

Verstrekken van financiële middelen voor stedelijke vernieuwing door het Rijk aan gemeenten (de G-31, de zogenaamde rechtstreekse gemeenten) en provincies (ten behoeve van de zogenaamde niet-rechtstreekse gemeenten), vindt met ingang van 1 januari 2011 voor het tijdvak tot en met 2014 plaats via een decentralisatie-uitkering op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw).

Ad 4.

Dit betreft de laatste tranche bijdrage bewonersbudgetten aan de G 31 en de gemeenten met 40 + wijken.

Ad 5.

De uitfinanciering isolatieglasregeling is aangepast aangezien de daadwerkelijke betaling van afgegeven waardebonnen de jaargrens zal passeren.

Ad 6.

Overboeking vanaf de Aanvullende Post, 2de tranche WWI.

Ad 7.

De oploop van het huurtoeslagbudget en het algemene budgettaire beeld hebben genoodzaakt tot een nieuwe afweging rond de uitgaven huurtoeslag. In de begroting 2010 was al een beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag voor 2011 en 2012 voorzien. Verdere bezuinigingsmaatregelen zijn nodig. Naast de genoemde beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag is vanaf 2012 daarom een verdere taakstelling op het budget huurtoeslag voorzien, oplopend van € 52,8 mln. in 2012 naar € 175,8 in het jaar 2015.

Ad 8.

Betreft jaartranche 2011 van de uitvoeringskosten inburgering die onderdeel zijn van de algemene uitkering van het Gemeentefonds.

Ad 9.

Om budgettaire redenen (invulling motie Koolmees) heeft het kabinet ervoor gekozen in 2011 € 100 mln en in 2012 € 175 mln incidenteel om te buigen op de inburgeringmiddelen in het Participatiebudget en het gemeentefonds door verlaging van het aantal inburgeringtrajecten. Er zal worden toegewerkt naar een stelsel waarbij het merendeel van de kosten bij de inburgeraar wordt neergelegd. Dit levert na ingroei structureel 333 mln op.

Ontvangsten

Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties ten opzichte van de WWI-ontwerpbegroting 2010

x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

art.nr

Stand Ontwerpbegroting 2010

485 786

420 972

365 813

374 706

374 291

0

 
        

Mutaties 1e suppletore begroting 2010:

– 13 397

24 100

59 700

69 600

55 300

0

 

Nieuwe mutaties:

       

11.

Inburgeringsmiddelen 2007–2009

0

5 000

28 000

0

0

0

4

12.

Uitgestelde verkoop pand Anna Paulownastraat

2 269

0

0

0

0

0

6

13.

Overige mutaties

0

– 1 407

1 407

0

0

430 091

diverse

Stand ontwerpbegroting 2011

474 658

448 665

454 920

444 306

429 591

430 091

 

Toelichting

Ad 11.

In 2011 en 2012 wordt een meevaller verwacht in de ontvangstenraming door additioneel terug te vorderen inburgeringsmiddelen 2007–2009 bij gemeenten.

Ad 12.

Het betreft het pand Anna Paulownastraat, waarvan de afstoot voor 2010 gepland is (wellicht dat ontvangst in 2011 zal zijn, maar voorlopig één jaar opgeschoven in begroting).

2.2. De beleidsartikelen
Artikel 1. Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningbouw
1.1. Algemene beleidsdoelstelling

Motivering

Krachtige steden zijn belangrijk voor de economische ontwikkeling van Nederland en voor de sociale stijging van burgers. Wanneer steden onvoldoende functioneren, kan dit de welvaart en het welzijn van alle burgers in het gehele land schaden. Daarom blijven steden een belangrijk onderwerp op de rijksagenda. Het kabinetsbrede stedenbeleid heeft tot doel steden te ondersteunen in hun ambitie zich te ontwikkelen tot krachtige, vitale en duurzame steden en hun (internationale) concurrentiepositie te versterken. Het vergt eveneens stevige samenwerking tussen steden en omliggende gemeenten, en sterke coalities met andere lokale en regionale partners.

De wijkenaanpak is een stevige aanvulling op het stedenbeleid. Daar waar het stedenbeleid zich breed richt op het ondersteunen van ontwikkeling en vitaliteit van steden, focust de wijkenaanpak zich op het verkleinen van achterstanden van aandachtswijken binnen die steden en het vergroten van de leefbaarheid. Daarvoor zijn investeringen nodig, zowel in «stenen» als in «mensen». Binnen de wijkenaanpak werken gemeenten, bewoners, corporaties en Rijk actief samen om concrete resultaten te behalen door het actief betrekken van bewoners en een andere manier van samenwerken; gezamenlijk en in samenhang.

Door het kabinet Balkenende IV is in 2009 en 2010 een stimuleringsbijdrage beschikbaar gesteld om de terugval in de woningproductie en de werkgelegenheid daarin als gevolg van de economische crisis zoveel mogelijk te beperken. De uitvoering door de gemeenten van de projecten waarvoor een stimuleringsbijdrage is verstrekt zal voor een groot deel zijn beslag hebben in 2011. Met de inzet van de stimuleringsbijdrage worden de continuïteit in de woningproductie en de werkgelegenheid in de periode tot en met 2011 zoveel mogelijk ondersteund. De woningbouwopgave waar we voor staan verschilt per regio, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief.

Verantwoordelijkheid

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie is verantwoordelijk voor:

  • Het vormgeven en ondersteunen van een gebiedsgericht en themagericht stedenbeleid met meer beleidsruimte voor steden op sociaal, fysiek en economisch terrein. Op rijksniveau werkt de programmaminister voor het stedenbeleid samen met de andere betrokken departementen (rijksbrede gecoördineerde aanpak). Op WWI-niveau draagt hij daar tevens zelf aan bij als minister die verantwoordelijk is voor «wonen».

  • Het vormgeven en ondersteunen van een probleemoplossende en samenhangende aanpak in wijken met leefbaarheidsproblemen;

  • Het stimuleren en faciliteren van voldoende woningproductie in aansluiting op de behoefte.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling is afhankelijk van:

  • De ontwikkeling van de economie en van de investeringsmogelijkheden van lokale partijen, zoals woningcorporaties;

  • De lokale uitvoering van de met de steden gemaakte afspraken inzake het stedenbeleid 2010–2014 en van de stedelijke programma’s;

  • Een goede samenwerking tussen (centrum)steden en omliggende gemeenten;

  • De uitvoering van de wijkactieplannen en charters en de inspanningen gericht op een integrale, gebiedsgerichte aanpak;

  • De mate waarin de bij gebiedsontwikkeling en woningproductie betrokken partijen (ontwikkelende en bouwende partijen, gemeenten, provincies, financiële instellingen en Rijk) opgaven gezamenlijk oppakken. Het betreft hier onder andere de uitvoering van de in 2009 tussen Rijk en regio’s overeengekomen Verstedelijkingsafspraken;

  • Herstel van het vertrouwen van de consument in de woningmarkt.

Meetbare gegevens

Beoogde effecten van beleid op het realiseren van de algemene doelstelling zijn dat:

  • de grote steden hun afstand verkleinen naar het tot landelijk gemiddelde ten aanzien van:

    • de verbetering van de objectieve en subjectieve veiligheid;

    • de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving;

    • de verbetering van de sociale kwaliteit van de samenleving;

    • het binden van midden- en hoge inkomens aan de stad;

    • het vergroten van de economische kracht van de stad.

    Deze outcome-doelstellingen gelden voor het stedenbeleid 2010–2014 en zijn dezelfde als in de vorige periode in verband met het volgen van de ontwikkelingen over een langere periode.

  • de 40 aandachtswijken toegroeien in de periode tot en met 2017 naar het stedelijke gemiddelde;

  • de terugval in de woningproductie als gevolg van de economische crisis zoveel mogelijk beperkt blijft;

  • in de krimpgebieden Parkstad en Eemsdelta de leegstand in de periode 2010 tot en met 2020 terugloopt tot 2% (actieplan bevolkingsdaling).

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 1.1. Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningbouw

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

454 457

1 348 383

3 982

34 185

44 188

49 492

275 331

Uitgaven:

1 406 987

488 567

4 232

34 485

44 638

44 188

273 699

Waarvan juridisch verplicht

  

2 697

0

0

0

136 511

Programma:

1 406 987

488 567

4 232

34 485

44 638

44 188

273 699

 

Stimuleren krachtige steden

1 034 756

304 800

1 951

32 666

32 669

32 219

168 730

  

BDU-Fysiek Investeringen Stedelijke vernieuwing

320 424

303 134

0

0

0

0

136 511

  

Innovatiebudget Stedelijke vernieuwing

5 806

0

0

0

0

0

0

  

Sittard Geleen

400

937

0

0

0

0

0

  

BDU-Sociaal, Integratie en Veiligheid

657 194

0

0

0

0

0

0

  

Leefbaarheid- /(preventieve) veiligheidsmiddelen

50 610

0

0

30 747

30 750

30 750

30 750

  

Faciliteren grotestedenbeleid

322

729

1 469

1 437

1 437

987

987

  

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

482

482

482

482

482

        
 

Vitale wijken tot stand brengen

904

3 574

1 433

971

11 121

11 121

11 121

  

Bewonersinitiatieven

0

0

512

0

0

0

0

  

Stimuleren wijkaanpak / Wijkverpleegkundigen

0

2 389

0

0

10 000

10 000

10 000

  

FES Maatschappelijkesectoren & ICT

904

0

0

0

0

0

0

  

Budget 40+ wijken

0

1 185

0

0

0

0

0

  

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

921

971

1 121

1 121

1 121

        
 

Voldoende woningproductie

365 586

172 132

848

848

848

848

93 848

  

Budget BLS

103 758

69 804

0

0

0

0

93 000

  

Bijdragen stimulering woningproductie

261 828

102 328

0

0

0

0

0

  

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

848

848

848

848

848

        
 

Overige programmabudgetten:

5 741

8 061

0

0

0

0

0

  

Onderzoek

858

1 346

0

0

0

0

0

  

Kennisoverdracht

2 582

1 770

0

0

0

0

0

  

FES NICIS

2 301

4 345

0

0

0

0

0

  

Bijdrage aan Sophiatunnel Drechtsteden

0

600

0

0

0

0

0

Ontvangsten:

660 398

6 345

0

0

0

0

0

Budgettair belang buiten de WWI-begroting

Tabel 1.2 Fiscale maatregelen die bijdragen aan dit artikel

x € 1 miljoen

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering

28

28

28

28

28

28

28

Bron: Miljoenenota 2010

Toelichting:

De vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering bestaat uit drie regelingen, te weten:

  • De per 1 januari 2003 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die het mogelijk maakt voor wijkontwikkelingsmaatschappijen (Wom’s) huizen te verkrijgen zonder overdrachtsbelasting verschuldigd te zijn;

  • De per 1 januari 2005 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die het voor woningcorporaties mogelijk maakt om ter financiering van stedelijk herstructurering huizen zonder overdrachtsbelasting over te dragen aan een landelijk werkende toegelaten instelling;

  • De per 1 januari 2006 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die ertoe strekt de verkrijging van onroerende zaken van wijkontwikkelingsmaatschappijen door de deelnemers in zo’n wijkontwikkelingsmaatschappij in bepaalde situaties vrij te stellen van overdrachtsbelasting.

Grafiek 1.1. Budgetflex in % en bedragen per operationeel doel voor 2011

Grafiek 1.1. Budgetflex in % en bedragen per 							 operationeel doel voor 2011

Toelichting

OD 1.2.1:

Van de budgetten voor onderzoek, kennisoverdracht en faciliteren grote stedenbeleid is € 0,9 mln juridisch verplicht, € 0,6 mln beleidsmatig en € 0,5 mln bestuurlijk gebonden.

OD 1.2.2:

De budgetten bewonersinitiatieven, FES gelden maatschappelijke sectoren zijn juridisch verplicht. Dit geldt ook voor het grootste deel van de budgetten op het gebied van onderzoek en kennisoverdracht. In totaal € 1,3 mln is hierdoor juridisch verplicht. Het overige budget ad € 0,4 mln is beleidsmatig gebonden en betreft onderzoek- en kennisgelden die nog niet in juridisch afdwingbare verplichtingen zijn omgezet.

OD 1.2.3:

Het beschikbare budget bestaat uit uitsluitend onderzoek- en kennisgelden. Hiervan is € 0,5 mln juridisch verplicht. Het restant ad € 0,3 mln is nog niet vertaald in juridisch afdwingbare verplichtingen.

OD 1.2.4:

Hierop komen geen budgetten meer voor in de jaren vanaf 2011.

1.2. Operationele beleidsdoelstellingen
1.2.1. Stimuleren krachtige steden

Motivering

Steden zijn niet alleen de motoren van de economie, maar zijn ook dynamische plaatsen waar mensen samenleven. Een krachtige stad is een stad waar beide elkaar versterken. Bewoners die willen stijgen op de sociaaleconomische ladder, hebben baat bij een economisch sterke stad met veel werkgelegenheid. En de economische aantrekkingskracht van een stedelijke regio wordt onder andere bepaald door de sociale kracht van dat gebied: een goed woon- en leefklimaat, een sterke regionale arbeidsmarkt en innovatieve sociale structuren in die regio. Anderzijds maakt de economische crisis de positie van de steden ook kwetsbaar, terwijl ze voor complexe opgaven staan op sociaaleconomisch terrein, integratie, leefbaarheid en milieu.

Om stapeling van maatschappelijke problemen in de steden te voorkomen, en om de kansen die er liggen beter te benutten, zal het Rijk doorgaan de steden actief te ondersteunen bij het creëren van hoogwaardige woon-, werk- en leefmilieus en bij het versterken van hun concurrentiepositie. Steden zijn broedplaatsen voor economische activiteiten, innovatie, creatieve ideeën en kennisuitwisseling. Het is in dat verband van belang dat de steden een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden voor burgers en bedrijven, met een hoog voorzieningenniveau en met leefbare, toekomstbestendige wijken.

Op grond van de bestaande opdracht uit het Aanvullend Beleidsakkoord (kabinet Balkenende IV) formuleren de betrokken bewindspersonen, steden en andere relevante partijen uitgangspunten voor het stedenbeleid en de wijkaanpak. Ter voorbereiding worden thema's in beeld gebracht en in gesprekken aangescherpt. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn bijvoorbeeld de sociaaleconomische positie van steden en hun bewoners, de leefbaarheid in aandachtswijken, duuzaamheid, de samenwerking tussen steden en buurgemeenten en de rollen die een nieuw kabinet van de verschillende stakeholders verwacht. Het is aan het volgende kabinet om te bepalen of en wanneer deze uitgangspunten aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Rijksniveau

Instrumenten

Het kabinet zet de volgende instrumenten in:

  • Decentralisatie: het stedenbeleid bevindt zich in een transitiefase naar decentralisatie (Kamerstukken II, 2008/2009, 31 757, nr. 7). Op deze wijze wordt op lokaal niveau meer ruimte voor maatwerk gecreëerd en worden de bestuurlijke lasten verminderd. Het biedt tegelijk meer ruimte voor een meer inhoudelijke betrokkenheid van het Rijk bij een aantal thema’s en versterking van het partnerschap met de steden.

    De brede doeluitkering op sociaal terrein van het voormalige Grotestedenbeleid is grotendeels in 2010 overgeheveld naar het gemeentefonds via een aantal decentralisatie-uitkeringen. Het gaat onder meer om middelen voor maatschappelijke opvang, gezond in de stad, jeugd (inclusief voortijdig schoolverlaten, met accent op overbelaste jongeren), leefbaarheid en veiligheid (zie hierna bij «WWI-niveau»), onderwijsachterstandenbeleid (overeenkomstig de wens van de Tweede Kamer is dit budget alsnog via een specifieke uitkering beschikbaar gesteld), en het participatiebudget (dit is een specifieke uitkering, waarin de middelen voor onder andre volwasseneneducatie en ondersteuning bij arbeidsinschakeling zijn gebundeld). Vanaf 2011 wordt ook het budget voor de vrouwenopvang een decentralisatie-uitkering. Deze uitkering wordt verstrekt via het Gemeentefonds.

    Op fysiek terrein volgt in 2011 de decentralisatie van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV), zie hierna bij «WWI-niveau»;

  • Voor de periode 2010–2014 wordt de stedelijke economie regionaalondersteund door het Rijk door de uitvoering van het beleid in het kader van het programma «Pieken in de Delta» en van de Europese structuurfondsen. Daarnaast is ingezet op versterking van de wijkeconomie onder meer door middel van microfinanciering, bedrijveninvesteringszones en de subsidieregeling veiligheid kleine bedrijven. Om de samenwerking op het terrein van economie verder vorm te geven, hebben het Rijk en de bestuurders van de G4 en G32 een convenant afgesloten over strategische economische samenwerking tot en met 2011;

  • Aanvullend ondersteunt de minister voor WWI als programmaminister de steden op een aantal manieren:

    • kennis- en ervaringsuitwisseling tussen steden door middel van rijksondersteuning van de beschikbare kennisinfrastructuur (zoals NICIS en KEI);

    • aanbieden van analyse-instrumenten, zoals «stadfoto’s» en maatschappelijke kosten-batenanalyses;

    • actief accountmanagement, waarbij WWI partijen in het veld ondersteunt bij de uitvoering; adviseren van lokale partijen en zorgen dat problemen waar lokale partijen tegenaan lopen worden opgelost;

    • zichtbaar maken van goede voorbeelden, van knelpunten en hun oplossingen (bijvoorbeeld wegnemen van belemmerende regelgeving);

  • Naar aanleiding van de uitvoeringsagenda van New Towns, zullen de «Ortega-gemeenten» ook in 2011 worden ondersteund middels kennisuitwisseling en het beschikbaar stellen van kennis en expertise, waarbij WWI ook andere departementen betrekt;

  • De minister voor WWI houdt de vinger aan de pols met betrekking tot de trends en ontwikkelingen in de steden, zodat hij desgewenst het gesprek kan aangaan met steden. Hij doet dat onder meer aan de hand van de outcome-doelstellingen (zie «meetbare gegevens»). Een eerste peilmoment daarvoor is de midterm review in 2012. Ook met andere, bestaande monitors wordt zicht gehouden op de trends en ontwikkelingen, zoals met de Leefbaarometer. Tevens voert de minister voor WWI overleg met de verschillende vakdepartementen die ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid een bijdrage leveren aan versterking van de steden.

WWI-niveau

De minister voor WWI zet tevens als vakminister de volgende instrumenten in:

  • Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV):

    • Het Rijk en de 31 rechtstreekse gemeenten hebben aan het begin van 2010 gezamenlijk prestatieafspraken op het gebied van stedelijke vernieuwing geformuleerd op basis van een analyse van de gemeentelijke problematiek en de drie rijksdoelstellingen, waarbij het vergroten van de beleidsruimte van gemeenten en van de mogelijkheden voor maatwerk centraal staan. Het gaat om de volgende landelijke doelstellingen:

      • a. bevordering van de kwaliteit en de differentiatie van de woningvoorraad, voor zover nodig rekening houdend met een te verwachten afname van het aantal huishoudens;

      • b. bevordering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving;

      • c. bevordering van een gezonde en duurzame leefomgeving in het algemeen en meer in het bijzonder ten aanzien van bodem, geluid en binnenstedelijke luchtkwaliteit;

        Middelen voor bodem, geluid en lucht maken ook onderdeel uit van het ISV.

        Ook na de decentralisatie van stedelijke vernieuwing blijft de minister voor WWI beleidsinhoudelijk verantwoordelijk en is aanspreekbaar op de voortgang van de bovengenoemde rijksdoelstellingen;

  • In het coalitieakkoord van Balkenende IV (Kamerstukken II 2006/07, 30 891, nr. 4) is in het kader van de decentralisatie afgesproken de Wet stedelijke vernieuwing (Wsv) in te trekken. Dit is bij het afsluiten van de bestuursakkoorden met gemeenten en provincies in 2007 en 2008 herbevestigd. Het verstrekken van financiële middelen voor stedelijke vernieuwing door het rijk aan gemeenten (de G-31, de zogenaamde rechtstreekse gemeenten) en provincies (ten behoeve van de zogenaamde niet-rechtstreekse gemeenten), vindt met ingang van 1 januari 2011 voor het tijdvak tot en met 2014 plaats via een decentralisatie-uitkering op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw). Het intrekken van de Wsv is daartoe in procedure gebracht. De intrekking waarmee de decentralisatie wordt vormgegeven, zal naar verwachting in de loop van 2011 zijn beslag krijgen en zal door middel van overgangsrecht terugwerken tot 1 januari 2011.

    Op basis van de gemaakte afspraken is WWI begin 2010 bij beschikking de verplichting voor de periode 2010 tot en met 2014 aangegaan. Uitgangspunt voor de verdeling in het kader van de decentralisatie-uitkering zijn de door WWI aangegane verplichtingen. Het in 2010 verstrekte voorschot wordt definitief vastgesteld en vervallen de ISV III-toezeggingen voor het restant van de budgetperiode (2011–2014). In plaats daarvan krijgen de gemeenten/provincies van BZK in 2011 (en ook in de jaren 2012 t/m 2014) een bijdrage uit de fondsen in de vorm van een decentralisatie-uitkering;

  • Versterking bewonersbetrokkenheid:

    WWI zet in 2011 de stimulering voort van bewonersparticipatie in de steden en met name in de aandachtswijken. In dat verband is, overeenkomstig de wens van de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de WWI-begroting 2010, de financiële ondersteuning van het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA) zeker gesteld tot en met 2013.

  • G 4;

  • G 32 (incl. «Ortega-gemeenten»: Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer en Zoetermeer);

  • Andere gemeenten met een ernstige problematiek ten aanzien van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren (Zeist, Culemborg, Gouda en Veenendaal);

  • Krimpregio’s (Parkstad Limburg, Noord-Oost-Groningen, en delen van Zeeland).

Doelgroepen

Meetbare gegevens

De vijf eerder genoemde maatschappelijke doelstellingen van het stedenbeleid worden gemonitord. In 2012 zal een tussenstand (midterm review) worden opgemaakt. In 2015 vindt een eindmeting van de periode plaats.

Hieronder zijn enkele meetbare gegevens over de GSB3-periode (2005–2009) weergegeven die zijn gekoppeld aan de genoemde doelstellingen, toegespitst op de grote steden.

Rijksniveau

  • Onveiligheidsgevoel in de buurt, gekoppeld aan de doelstelling «verbeteren van de objectieve en subjectieve veiligheid». Zie grafiek 1.1;

  • Verloedering, gekoppeld aan de doelstellingen «verbeteren van de objectieve en subjectieve veiligheid» en «verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving». Zie grafiek 1.2;

  • Het aandeel hoge inkomens in de G4 en G27, gekoppeld aan de doelstelling «het binden van de midden- en hogere inkomens aan de stad». Zie grafiek 1.3.

Figuur 1.1. Onveiligheidsgevoel in eigen buurt in de G4, G27 en G31

Figuur 1.1. Onveiligheidsgevoel in eigen buurt in 								de G4, G27 en G31

Toelichting

De verticale as geeft het percentage inwoners dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt weer.

Figuur 1.2. Verloedering in de G4, G27 en G31

Figuur 1.2. Verloedering in de G4, G27 en 								G31

Toelichting:

De score is samengesteld uit perceptie omtrent bekladding, hondenpoep op straat, zwerfafval en vernieling van telefooncellen/bushokjes. Let op: hoe lager de score, des te beter de perceptie.

Figuur 1.3. Het aandeel hoge inkomensgroepen in de G4, G27, G31 en in Nederland als geheel

Figuur 1.3. Het aandeel hoge inkomensgroepen in de 								G4, G27, G31 en in Nederland als geheel

Toelichting

De figuur laat het aandeel hoge inkomensgroepen op basis van het persoonlijk inkomen zien. Het aandeel hoge inkomens in de G27 blijft achter ten opzichte van het landsgemiddelde. In de G27 verdient 18% van de inkomensontvangers meer dan de inkomensgrens gebaseerd op Nederland als geheel (in beide jaren € 27 400). De inkomensgrens wordt bepaald door de bovenste 20% van alle personen met een heel jaarinkomen. De spreiding binnen de G4 en de G27 is groot. In Rotterdam verdiende in 2007 17% meer dan de inkomensgrens van € 27 400 en in Utrecht 24%.

WWI-niveau

De volgende doelstellingen van het ISV die onder de directe verantwoordelijkheid vallen van de Minister voor WWI, worden ook gemonitord:

  • Ontwikkeling van de differentiatie van de woningvoorraad in de G4, G27 en Nederland als geheel, gekoppeld aan de doelstelling «bevordering van de kwaliteit en de differentiatie van de woningvoorraad, voor zover nodig rekening houdend met een te verwachten afname van het aantal huishoudens». Zie grafiek 1.4;

  • Voor de monitoring van doelstelling «bevordering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving» van stedelijke vernieuwing; zie grafiek 1.2;

  • Voor de monitoring van doelstelling «bevordering van een gezonde en duurzame leefomgeving in het algemeen en meer in het bijzonder ten aanzien van bodem, geluid en binnenstedelijke luchtkwaliteit» van stedelijke vernieuwing wordt verwezen naar artikel 10 van de VROM-begroting. Ten aanzien van bodem, geluid en binnenstedelijke luchtkwaliteit is er op stedelijk niveau geen informatie beschikbaar. Voor informatie over bodem- en luchtkwaliteit op landelijk niveau wordt evenzo verwezen naar artikel 10 op de VROM-begroting, convenant Bodem.

Figuur 1.4. De ontwikkeling van de verdeling van de woningvoorraad in G4, G27 en in geheel Nederland (aantallen x 1 000).

Figuur 1.4. De ontwikkeling van de verdeling van 								de woningvoorraad in G4, G27 en in geheel Nederland (aantallen x 1 								000).

G27

G27

Nederland

Nederland

Uit figuur 1.4 blijkt in de periode vanaf 1 998 een toename van het aantal koopwoningen en een afname van het aantal huurwoningen in zowel de G4, G27 als in Nederland als geheel. Deze ontwikkeling is mede het gevolg van de inzet van het ISV (stimuleren toename aantal midden- en hogere inkomens in de stad).

1.2.2. Vitale wijken tot stand brengen

Motivering

In de 40 aandachtswijken loopt de leefbaarheid op verschillende terreinen fors achter door een cumulatie van serieuze problemen. Dit heeft consequenties voor de vitaliteit van de stad als geheel. Bovendien zet het mensen op achterstand. (Deel)oplossingen vanuit verschillende sectoren en schaalniveaus helpen in deze wijken onvoldoende. De problemen hangen immers met elkaar samen. Focus van de wijkenaanpak ligt dan ook op het gezamenlijk en in samenhang ombuigen van de negatieve ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen. Daarbij staan bewoners en burgerschap centraal. Op lokaal niveau ligt de zwaarste klus, maar het Rijk is een actief partner, die ondersteunt en helpt zoeken naar oplossingen.

De bij de start van het traject in 2007 geformuleerde ambities voor de wijkenaanpak zijn hoog. Binnen 8 tot 10 jaar moet de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in de wijken, en het structureel verbeteren van de sociaaleconomische positie van bewoners zichtbaar zijn. Het kabinet en ieder die bij de wijkenaanpak betrokken is, zijn zich ervan bewust dat het gezien de aard van de problematiek een lange adem vergt. Het is daarom verheugend dat op een derde van dat traject al vooruitgang is geboekt. Het aantal voortijdig schoolverlaters neemt sneller af in de aandachtswijken dan elders, de werkloosheid stijgt er minder snel, de leefbaarheid neemt meer dan gemiddeld toe, de inkomenspositie van bewoners stijgt weer licht en burgerparticipatie krijgt een nieuwe impuls. De meeste bewoners ervaren een positieve ontwikkeling in hun buurt, met name in de aandachtswijken, bevestigt ook het Woononderzoek Nederland 2009. Maar de urgentie blijft. De achterstanden zijn nog groot en verbeteringen broos. In deze begroting vindt u de tweejaarlijkse vervolgmeting op een aantal kernindicatoren. In de Voortgangsrapportage Wijkenaanpak 2010 (oktober 2010) wordt u uitbereid geïnformeerd over de 1-meting van de outcome monitor.

Aan het begin van de kabinetsperiode heeft het kabinet € 300 mln voor de wijkenaanpak beschikbaar gesteld. De gemeenten kunnen in 2011 deze middelen voor de 40 aandachtswijken aanwenden. In 2011 zijn vanuit WWI middelen beschikbaar voor bewonersparticipatie, wijkverpleegkundigen en voor groenprojecten. WWI faciliteert de gemeenten verder bij de uitvoering van de wijkactieplannen, voor één loket bij het Rijk in de vorm van een interdepartementale programmadirectie die kennis ontwikkelt en uitwisselt, maatwerk biedt, verbindingen legt en de voortgang volgt.

  • Een externe visitatiecommissie sluit in 2011 de bezoeken af aan de partners van de wijkenaanpak. De commissie onder leiding van Wim Deetman adviseert over effectieve en doelmatige oplossingen binnen de wijkenaanpak en het stedelijke vernieuwingsbeleid in meer algemene zin. Het eindadvies wordt mei 2011 verwacht. De bevindingen leveren input voor de beleidsdoorlichting Wijkenaanpak in 2011;

  • Charters en wijkactieplannen waarin de lokale ambities en het langdurig commitment van rijk en gemeenten zijn vastgelegd. De interdepartementale programmadirectie Wijken fungeert als 1-loket en biedt vraaggericht ondersteuning;

  • Wijkbezoeken en Bestuurlijk Overleg om de voortgang in de wijken te zien en kritisch met elkaar te bespreken;

  • Experimenten om samen met gemeenten oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor problemen die de wijken op een achterstand houden;

  • Monitors en onderzoeken om de voortgang te volgen: outcomemonitor, outputmonitor, longitudinaal onderzoek, onderzoek naar «waterbedeffecten», leefbarometer, en de bewonerspeiling. Een onafhankelijke Wetenschappelijke Commissie toetst de kwaliteit en de uitkomsten van (lokale) beleidsevaluaties;

  • Een landelijke alliantie bestaande uit partijen uit het maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven die via deskundigheid, middelen en anderszins een bijdrage leveren aan de aanpak van de wijkenproblematiek. WWI makelt en schakelt tussen het aanbod van de alliantiepartners en de lokale vraag;

  • Een Kennisagenda om de goede voorbeelden en lessen uit de wijkenaanpak breed te verspreiden. Ook de betrokken kenniscentra spelen een rol bij het stimuleren het kennisdelen tussen de 40 wijken en daarbuiten;

  • Bewonersbudget van € 25 mln. in 2011 zodat bewoners zelf initiatieven kunnen ontplooien om hun wijk te verbeteren;

  • Ten behoeve van de inzet van wijkverpleegkundigen in de aandachtswijken heeft WWI structureel middelen beschikbaar gesteld aan het ministerie van VWS voor het uitvoeringsprogramma «Wijkverpleegkundigen in aandachtswijken» (motie Hamer, Kamerstukken II, 2008–2009, 31 700, nr. 15);

  • Voor de periode 2010–2013 zijn vanuit WWI middelen beschikbaar gesteld aan het ministerie van LNV om de Groene Wijkaanpak uit te breiden naar Alkmaar, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Groningen. Voor de uitvoering wordt aangesloten bij het lopende LNV-programma. Hiermee wordt invulling gegeven aan motie 31 700-XVIII nr. 52.

Instrumenten

  • Bewoners;

  • Lokale overheden;

  • Maatschappelijk middenveld waaronder corporaties;

  • Marktpartijen.

Doelgroepen

Meetbare gegevens

Doelstelling is dat in 2015–2017 de achterstand van de veertig wijken ten opzichte van het gemiddelde van de stad is afgenomen en dat de aanpak is verbreed. Via de outcome monitor wordt zichtbaar wat de voortgang is. De outcomemonitor wordt tweejaarlijks gepubliceerd. In de begroting van 2009 is een samenvattende tabel gepresenteerd met de 0-meting en het stedelijk gemiddelde per wijk op een aantal indicatoren. In deze begroting vindt u een tabel met de meest recente cijfers (zie tabel 1.4). Daarin worden evenredigheidsscores getoond; dat wil zeggen de mate van over- of ondervertegenwoordiging ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Een score tussen 0 en 1 geeft ondervertegenwoordiging aan, 1 is evenredigheid en meer dan 1 geeft oververtegenwoordiging aan. Het streven is dat wijken richting het stedelijk gemiddelde gaan (dus richting score 1) gaan. Leeswijzer: Alkmaar Overdie is bij integratie toegegroeid naar het stedelijk gemiddelde. Voorheen was er oververtegenwoordiging van niet-westerse allochtonen (van 1,4 naar 1).

Beoogde prestaties voor 2011 zijn:

  • Vervolgmeting van het longitudinale onderzoek;

  • Eindadvies van de externe visitatiecommissie Wijkenaanpak (mei 2011);

  • Beleidsdoorlichting Wijkenaanpak in najaar 2011;

  • Het volgens plan uitvoeren van de afspraken uit de charters door het Rijk;

  • Wijkbezoeken, waarbij tijdens het bestuurlijk overleg de voortgang wordt besproken en met de bewoners hoe het met hun wijk gaat;

  • Uitvoering van de agenda om breed kennis en ervaringen te delen ook buiten de 40 aandachtswijken;

  • Presentatie van de eerste resultaten uit de experimenten;

  • Verhoogde bewonersbetrokkenheid en de inzet van bewonersbudgetten;

  • Voortgangsrapportage Wijkenaanpak in het najaar van 2011.

Tabel 1.4 Inlopen achterstanden ten opzichte van het gemiddelde van de stad, uitgedrukt als evenredigheidsscore.
 

Wonen

Werken

Werken

Leren en opgroeien

Integreren

Veiligheid

Gezondheid

 

Index

Leefbaarheid 1

Arbeidsparticipatie 2

Huishoudinkomen: aandeel lage inkomens 3

VSV 4

Arbeidsparticipatie niet-westerse allochtonen 5

Index Overlast en Veiligheid 6

Gezondheid van pasgeborenen 7

 

0-meting

1-meting 8

0-meting

1-meting8

0-meting

1-meting8

0-meting

1-meting8

0-meting

1-meting8

0-meting

1-meting8

0-meting

1-meting8

Alkmaar / Overdie

0,93

0,93

1,8

2,3

1,5

1,5

1,5

1,7

1,4

1,0

0,2

0,2

x

1,5

Amersfoort / De Kruiskamp

0,92

0,93

2,0

2,0

1,7

1,6

1,6

2,3

1,5

1,2

0,3

0,4

x

x

Amsterdam-Noord

0,96

0,96

1,6

1,4

1,2

1,2

1,2

1,2

1,7

1,2

0,6

0,7

1,1

1,1

Amsterdam-Oost

0,95

0,96

1,4

1,4

1,2

1,2

1,0

1,0

1,3

1,2

0,3

0,3

1,2

0,9

Amsterdam – Bijlmer

0,93

0,94

1,6

1,4

1,2

1,2

1,1

1,2

1,2

1,0

0,9

1,7

1,4

1,7

Amsterdam / Bos en Lommer

0,97

0,98

1,3

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,2

1,2

0,5

0,7

0,9

1,0

Amsterdam / Nieuw-west

0,96

0,95

1,3

1,4

1,1

1,1

1,0

1,1

1,2

1,1

0,8

0,9

1,1

1,1

Arnhem / Arnhemse Broek

0,97

0,98

1,2

1,3

1,2

1,3

1,5

1,4

1,2

1,1

0,2

0,4

0,7

0,9

Arnhem / Klarendal

0,95

0,97

1,7

1,7

1,4

1,4

1,1

1,8

1,2

1,3

0,3

0,4

x

x

Arnhem / Malburgen Immerloo

0,92

0,94

1,6

1,7

1,4

1,4

1,5

1,4

1,3

1,2

0,2

0,5

1,3

1,1

Arnhem / Presikhaaf

0,93

0,93

1,4

1,4

1,3

1,4

1,4

1,1

1,3

1,0

0,6

0,6

0,9

1,3

Den Haag Zuidwest

0,95

0,95

1,9

1,8

1,3

1,4

1,2

1,3

2,8

1,5

0,9

0,9

1,3

1,3

Den Haag / Schilderswijk

0,89

0,90

1,7

1,8

1,6

1,6

1,0

1,2

1,8

1,1

0,1

0,1

1,1

1,3

Den Haag / Stationsbuurt

0,93

0,93

1,6

1,8

1,5

1,5

1,4

1,2

1,5

1,5

0,1

0,1

1,0

1,3

Den Haag / Transvaal

0,90

0,92

1,6

1,2

1,6

1,6

1,2

1,2

1,3

0,8

0,1

0,4

1,3

1,2

Deventer / Rivierenwijk

0,91

0,92

1,8

1,3

1,7

1,6

2,3

2,3

1,3

0,9

0,5

0,6

x

x

Dordrecht / Wielwijk Crabbehof

0,95

0,96

1,8

2,0

1,4

1,4

2,0

1,5

1,4

1,4

1,0

1,0

1,1

1,0

Eindhoven / Bennekel

0,96

0,97

1,5

1,5

1,3

1,2

1,6

1,5

1,1

1,1

0,6

0,7

1,1

1,1

Eindhoven / Doornakkers

0,95

0,95

1,7

1,5

1,3

1,3

1,4

1,9

1,5

1,0

0,7

0,7

x

x

Eindhoven / Woensel-west

0,93

0,95

1,8

1,8

1,5

1,5

1,7

x

1,4

1,5

0,4

0,7

x

x

Enschede / Velve-Lindenhof

0,98

0,98

1,6

1,1

1,1

1,1

1,7

1,5

1,1

1,0

0,6

0,6

x

x

Groningen / De Hoogte

0,92

0,94

2,0

2,0

1,3

1,3

1,5

1,9

1,1

1,4

0,3

0,3

x

x

Groningen / Korrewegwijk

0,95

0,96

1,4

1,3

1,2

1,2

2,6

1,6

1,0

1,5

0,4

0,5

x

x

Heerlen / Meezenbroek

0,97

0,98

1,3

1,3

1,2

1,2

0,9

0,8

1,4

1,2

0,5

0,8

x

x

Leeuwarden / Heechterp Schieringen

0,92

0,92

1,9

2,0

1,4

1,4

2,2

1,3

2,5

1,4

0,4

0,5

x

x

Maastricht Noordoost

0,96

0,96

1,3

1,5

1,2

1,2

1,3

1,7

1,6

1,3

0,6

0,7

1,3

1,5

Nijmegen / Hatert

0,95

0,96

1,8

1,8

1,2

1,2

1,2

1,2

2,4

1,2

0,2

0,4

x

x

Rotterdam / Bergpolder

1,01

1,01

0,7

0,6

0,9

0,9

1,0

0,8

0,9

0,7

0,5

0,6

x

x

Rotterdam / Oud Noord

0,96

0,96

1,4

1,4

1,2

1,2

1,1

1,0

1,3

1,1

0,2

0,2

1,2

1,0

Rotterdam / Oud West

0,94

0,95

1,3

1,4

1,3

1,3

1,2

1,2

1,1

1,1

0,2

0,4

0,9

1,1

Rotterdam / Oud Zuid

0,94

0,95

1,5

1,4

1,2

1,2

1,2

1,2

1,1

1,1

0,3

0,4

1,2

1,2

Rotterdam / Overschie

0,99

0,99

1,1

1,1

1,2

1,1

0,7

0,9

1,8

0,9

1,0

1,6

x

x

Rotterdam / Vreewijk

1,01

1,01

1,3

1,4

1,1

1,2

0,9

0,9

1,6

1,3

1,3

2,0

x

x

Rotterdam / Zuidelijke Tuinsteden

0,96

0,97

1,5

1,6

1,2

1,2

1,3

1,3

1,8

1,3

0,7

1,2

1,0

1,1

Schiedam / Nieuwland

0,93

0,94

1,7

2,3

1,3

1,3

1,4

1,3

1,6

1,2

0,7

0,8

1,2

1,2

Utrecht / Kanaleneiland

0,92

0,92

1,8

2,3

1,3

1,3

1,2

1,2

1,8

1,3

0,3

0,2

1,2

1,3

Utrecht / Ondiep

0,96

0,97

1,8

1,7

1,3

1,4

1,8

1,7

1,8

1,1

0,4

0,4

x

x

Utrecht / Overvecht

0,93

0,93

2,2

2,3

1,2

1,2

1,5

1,5

2,4

1,4

0,3

0,3

1,3

1,1

Utrecht / Zuilen

0,96

0,96

1,6

1,7

1,2

1,1

1,0

1,5

3,2

0,9

0,6

1,1

x

x

Zaanstad / Poelenburg

0,91

0,91

2,6

2,3

1,5

1,5

1,4

0,9

2,0

1,3

0,7

0,5

1,5

1,3

Toelichting:

Evenredigheidsscore: geeft de mate van over- / ondervertegenwoordiging aan ten opzichte van het stedelijk gemiddelde. Hierbij heeft het stedelijk gemiddelde de waarde 1. De score van de wijk geeft de afstand tot het stedelijk gemiddelde aan. Een score tussen 0 en 1 geeft ondervertegenwoordiging aan, 1 is evenredigheid en meer dan 1 geeft oververtegenwoordiging aan. Het streven is dat wijken richting het stedelijk gemiddelde (dus richting score 1) gaan.

XNoot
1

Evenredigheidsscore op basis van de Index Leefbaarheid uit de Leefbaarometer. De Leefbaarometer bevat 50 indicatoren, te verdelen in drie hoofddimensies: de fysieke verschijningsvorm van de woonomgeving, de sociale context van de woonomgeving en veiligheid en overlast. De evenredigheidsscore van de Index Leefbaarheid wordt weergegeven met 2 cijfers achter de komma; Een kleine verandering heeft zowel bij de Index Leefbaarheid als bij de daarop gebaseerde evenredigheidsscore grote betekenis.

XNoot
2

Evenredigheidsscore op basis van het aandeel (%) van de potentiële beroepsbevolking niet-werkende werkzoekenden, ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen.

XNoot
3

Evenredigheidsscore op basis van het aandeel lage inkomens = Deciel 1 t/m 4 van het gestandaardiseerd huishoudinkomen.

XNoot
4

Evenredigheidsscore op basis van het aandeel (%) voortijdige schoolverlaters.

XNoot
5

Evenredigheidsscore op basis van de arbeidsparticipatie niet-westerse allochtonen = Aandeel (%) van de potentiële beroepsbevolking niet-westerse allochtonen niet-werkende werkzoekenden, ingeschreven bij het Centrum voor Werk en Inkomen.

XNoot
6

Evenredigheidsscore op basis van de Index Overlast en Veiligheid. Een score tussen 0 en 1 geeft een ondervertegenwoordiging van de veiligheid aan. De Index Overlast en Veiligheid komt uit de Leefbaarometer en is een subdimensie van de Index Leefbaarheid. De dimensie Overlast en Veiligheid is samengesteld uit 5 indicatoren. De score voor overlast en onveiligheid wordt gepresenteerd als een afwijking van het Nederlands gemiddelde. De score verloopt van –50 (voor gebieden met een maximale negatieve afwijking) tot +50 (voor gebieden met een maximale positieve afwijking). Nederland als geheel scoort 0.

XNoot
7

Evenredigheidsscore op basis van de gezondheid pasgeborenen = Aandeel (%) pasgeborenen met extra zorgbehoefte.

XNoot
8

De 0-meting is eerder aangeboden aan de TK (TK 2007–2008 30 995 nr.54). De 1-meting gaat (naar verwachting) op 30 sept 2010 naar de TK. Waar de cijfers van de 1-meting nog niet beschikbaar zijn, zijn de meest recente cijfers gebruikt.

1.2.3. Voldoende woningproductie

Motivering

De woningbouwsector is getroffen door de economische crisis. Ook de bouwvooruitzichten voor de komende jaren zijn lager dan afgelopen jaren. In de TNO-bouwprognoses 2009–2014 van december 2009 wordt voor 2010 uitgegaan van een productie tussen de 59 000 en 62 000 woningen en voor 2011 van een productie tussen de 56 000 en 69 000 woningen (exclusief productie anderszins). De onzekerheden zijn echter groot.

Bij deze onzekerheden spelen gedragsveranderingen op de woningmarkt als gevolg van de economische crisis een belangrijke rol, zoals de investeringsbereidheid van private partijen en van burgers. Bovendien moeten we er rekening mee houden dat de bouwproductie vertraagd de conjunctuur volgt. Wanneer de economie en het consumentenvertrouwen weer mocht aantrekken, zullen de effecten daarvan op de woningproductie nog op zich laten wachten

Om de terugval zoveel mogelijk te beperken heeft het kabinet in 2009 en 2010 maatregelen genomen om de woningbouw te ondersteunen. Het op peil houden van de investeringen in de woningproductie is belangrijk om de terugval in de werkgelegenheid in deze sector zoveel mogelijk te beperken. Maar continuïteit in de woningproductie is ook belangrijk omdat als gevolg van bevolkingsgroei en individualisering het aantal huishoudens in de periode 2010 tot 2020 nog met ruim 500 000 zal groeien (bron: woningbehoefteprognoses 2009). Het gaat hierbij om regiospecifieke opgaven, waarbij de verschillen tussen de regio’s groot zijn. De groei van het aantal huishoudens zal voor het grootste deel neerslaan in het westen van het land. In het overige deel van het land zal –naast de noodzaak om te blijven bouwen- vaker ruimte zijn om een extra kwaliteitsslag te maken in de bestaande voorraad. Een aantal regio’s heeft specifieke opgaven door de gevolgen van krimp van de bevolking en het aantal huishoudens. Deze verschillende typen opgaven zijn onder andere vastgelegd in de verstedelijkingsafspraken 2010–2020.

  • Op basis van de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten zijn in 2009 en 2010 aan gemeenten subsidies verleend om door de economische crisis stilgevallen of niet gestarte woningbouwprojecten en de werkgelegenheid te ondersteunen;

  • Uitvoering van het Interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling, «Krimpen met kwaliteit» d.d. november 2009, en in het bijzonder de Parkstad en Eemsdelta opgestelde transformatieplannen en het met betrokken lokale partijen opgestelde financieel arrangement ter verdeling van de door het Rijk ter beschikking gestelde € 31 mln;

  • Twee keer per jaar bestuurlijk overleg met de MIRT 1– (en stedelijke-)regio’s over de Verstedelijkingsafspraken die voor de periode tot 2020 zijn overeengekomen en de inzet van het Rijk en andere betrokken partijen daarbij. Het betreft hier een integrale en gebiedsgerichte ontwikkeling van woningbouw en daarmee samenhangende onderwerpen in de stedelijke regio’s (nauwe samenhang met de daaraan gerelateerde opgaven als ontsluiting (OV&Infra), water en groen);

  • WWI stimuleert het onderzoek naar mogelijk onorthodoxe maatregelen. Deze zijn nodig om de integrale verstedelijksopgave (financieel) uitvoerbaar te maken en de opgedane ervaringen uit te wisselen met gemeenten, provincies, rijkspartners, ontwikkelaars en bouwbedrijven. Het stimuleren van dergelijk onderzoek gebeurd in nauwe samenwerking met betrokken partijen, bijvoorbeeld door het uitvoeren van pilots;

  • WWI-accountmanagers monitoren de uitvoering in de steden en de regio’s. Op basis daarvan spreken zij lokale en regionale partijen aan op de voortgang van de woningbouw. Ook kunnen zij hen kennis en informatie bieden, waar nodig partijen bij elkaar brengen en werkoverleg organiseren met de Minister wanneer de situatie daarom vraagt.

Instrumenten

Kennisdeling en-verspreiding

  • Via voorlichting (bijvoorbeeld brochures, circulaires) en overleg informeren van ontwikkelende en bouwende partijen, gemeenten en provincies over nieuwe ontwikkelingen in (Europese) wet- en regelgeving, bijvoorbeeld ten aanzien van grondbeleid, en hoe zij bij de toepassing in de praktijk kunnen worden ondersteund;

  • Expertteam eigenbouw: naast de nog lopende stimulering van collectief opdrachtgeverschap via het provinciefonds, wordt het particulier opdrachtgeverschap bevorderd door een groep deskundigen die gemeenten bijstaat in het realiseren van meer eigenbouwprojecten. Bij de inzet van dit Expertteam werkt WWI nauw samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

  • Bevorderen van de uitwisseling van kennis en ervaring tussen provincies, gemeenten en regiobesturen, onder andere op het gebied van bevolkingsdaling;

  • Deze uitwisseling vindt onder andere plaats binnen het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling;

  • Bevorderen dat door publieke en private partijen naar aanleiding van de economische crisis gevonden samenwerkingsverbanden en innovatieve oplossingen om ontwikkelingen mogelijk te maken, worden gecontinueerd bij de nieuwe opgaven en dat hierbij opgedane kennis wordt verspreid;

  • Onderzoek naar de regionale bouwopgaven. Samen met de regio wordt bezien hoe deze opgave het beste kan worden vastgesteld en welke informatie daarvoor nodig is (gestart in 2010, doorloop in 2011).

  • Alle woningzoekenden;

  • Andere overheden;

  • Corporaties;

  • Marktpartijen;

  • Particuliere bouwers.

Doelgroepen

Meetbare gegevens

Beoogde prestaties voor 2011 zijn:

  • Aanspreken van betrokken partijen op de voortgang van de in het kader van de verstedelijking gemaakte afspraken met betrekking tot concrete woningbouwprojecten, de totale woningproductie en het voor die productie tijdig beschikbaar hebben van voldoende bestemmingsplancapaciteit;

  • Monitoren van de in het kader van het interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling voor Parkstad en Eemsdelta in de transformatieplannen gemaakte afspraken met betrekking tot het terugbrengen van de structurele leegstand, het aantal te slopen en te herstructureren woningen, en de reductie van de overcapaciteit van woningbouwplannen.

Tabel 1.5. Prestatie-indicatoren voor voldoende woningproductie

Basiswaarde

Realisatie

Streefwaarde

Woningproductie

2010

2011

Inzicht over de inzet van de middelen van de tijdelijke stimuleringsregeling woningbouw derde tranche (Kamerstukken II, 2009–2010, 27 562, nr. 46).

1 brief aan TK

1 brief aan TK

Twee keer per jaar bestuurlijk overleg met de 8 MIRT-regio’s (waar de stedelijke regio’s onderdeel van uitmaken) over de Verstedelijkingsopgave en -afspraken tot 2020. Onderdeel hiervan vormt de woningbouwopgave en de voortgang daarvan.

16 overleggen

16 overleggen

Bron: WWI administraties

Tabel 1.6a. Kengetallen voldoende woningproductie (bruto productie)

Woningproductie

Realisatie

Prognose

(aantallen woningen)

2 005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Woningproductie in de stedelijke regio’s

56 700

58 350

64 836

63 083

68 619

48 000–51 000

46 000– 56 000

Totale woningproductie Nederland

74 400

79 700

87 537

86 096

89 880

66 000–70 000

63 000– 76 000

Waarvan productie anderszins

7 350

7 300

7 344

7 214

6 948

7 000 – 8 000

7 000

Bron m.b.t. de prognose: TNO-bouwprognoses 2009–2014 (TK 2009–2010, 30 136, nr.30)

Tabel 1.6b. Kengetallen onttrekkingen aan de voorraad

Onttrekkingen

Realisatie

Prognose

(aantallen woningen)

2 005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Woningonttrekkingen in de stedelijke regio’s

15 136

17 228

19 349

18 098

16 720

16 400

16 400

Totale onttrekkingen in overig Nederland

3 921

4 428

4 491

4 275

2 284

2 600

2 600

Totale onttrekkingen Nederland

19 057

21 656

23 840

22 373

19 004

19 000

19 000

Bron: CBS/statline

Tabel 1.6c. Kengetallen Particulier Opdrachtgeverschap 1
 

Basiswaarde

Realisatie

Prognose

Particuliere Opdrachtgevers (eigenbouw)

2000

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Absoluut aantal in de stedelijke regio’s

5 060

3 744

3 901

4 191

4 331

4 631

Meer

Meer

Als % van nieuwbouwproductie in stedelijke regio’s

10,0%

7,4%

7,5%

7,2%

7,6%

7,4%

Meer

Meer

Bron basis- en realisatiewaarden: CBS

XNoot
1

Noot: in absolute aantallen neemt de eigenbouwproductie sinds 2005 jaarlijks toe. Een verdere stijging is waarschijnlijk.

1.3. Overzicht beleidsonderzoeken
Tabel 1.7. Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp

AD/OD

A. Start B. Afgerond

Effecten (ex post)

Stimuleringsmaatregelen rond de woningbouw 1

Eindrapportage en effecten Woningbouwafspraken 2005 t/m 2009

OD 1.2.3

OD 1.2.3

A. 2010

B. 2011

A. 2010

B. 2010

Beleidsdoorlichting

Wijkenaanpak

OD 1.2.2

A. 2011

B. 2011

Beleidsdoorlichting

Stimuleren krachtige steden

OD 1.2.1

A. 2012

B. 2012

Beleidsdoorlichting

Woningbouwafspraken 2

OD 1.2.3

A. 2010

B. 2011

XNoot
1

Onderzoek naar de effectiviteit van de stimuleringsmaatregelen rond de woningbouw, en in het bijzonder de stimuleringsregeling woningbouwprojecten.

XNoot
2

Deze beleidsdoorlichting zal tegelijk met het Jaarverslag 2010 naar de Kamer worden verstuurd.

Artikel 2. Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen en bouwwerken
2.1. Algemene beleidsdoelstelling

Motivering

Om de veiligheid, gezondheid, energiezuinigheid en bruikbaarheid van woningen, overige gebouwen en bouwwerken duurzaam te borgen en de integrale milieubelasting van woningen en overige gebouwen te verminderen, wordt op nationaal niveau een minimumkwaliteitsniveau vastgesteld. Daarmee wordt bereikt dat voor alle partijen in de bouw dezelfde regels van toepassing zijn. Het Rijk rekent het daarnaast tot zijn verantwoordelijkheid om een hoger (dan minimaal vereist) kwaliteitsniveau te stimuleren (zie verder paragraaf 2.2.1).

Het Rijk heeft ook een rol om te komen tot een reductie van de CO2-uitstoot. Dit wordt bereikt door verbetering van de energetische kwaliteit van woningen en overige gebouwen. De sector gebouwde omgeving (huishoudens en utiliteitsbouw) moet een belangrijke bijdrage leveren aan de vereiste CO2-reductie zoals vastgelegd in de nationale doelstellingen van het «Werkprogramma Schoon en Zuinig: Nieuwe Energie voor het Klimaat» 2. Deze rol komt tot uitdrukking in het stimuleren en faciliteren van burgers, marktpartijen en andere overheden, het aanspreken van deze partijen op hun verantwoordelijkheid en, indien nodig en mogelijk, het vaststellen van wettelijke kaders (zie verder paragraaf 2.2.2).

Verantwoordelijkheid

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie is verantwoordelijk voor:

  • Het opstellen van de bouwregelgeving en het aanreiken van instrumenten ten behoeve van het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften;

  • Het uitvoeren van het sectorplan gebouwde omgeving van het werkprogramma Schoon en Zuinig en daarmee het invulling geven aan het beleid ten aanzien van energiebesparing in de gebouwde omgeving.

  • De mate waarin opdrachtgevers, bouwers en gebruikers maar ook andere overheden bereid zijn de nationale bouwregelgeving na te leven. In dat kader wordt gewerkt aan verbetering van de toegankelijkheid en toepasbaarheid van de bouwregelgeving;

  • De bereidheid van burgers en bedrijven om te investeren in energiebesparingsmaatregelen en daar tijd en moeite aan te besteden;

  • De uitvoering van het klimaatbeleid gebouwde omgeving en van de activiteiten met betrekking tot energiebesparing in de gebouwde omgeving is mede afhankelijk van de medewerking en inzet van marktpartijen en andere overheden. Dit vindt vooral plaats in het kader van de afgesloten convenanten voor de sector gebouwde omgeving.

Externe factoren

  • Burgers (in de rol van eigenaar en/of gebruiker van woningen en overige gebouwen) en bedrijven in de utiliteitsbouw (in de rol van eigenaar en/of gebruiker);

  • Bedrijven en overige professionals in de bouwsector (onder meer projectontwikkelaars, bouwers, woningcorporaties en andere verhuurders, installateurs, toeleverende bedrijven en energiebedrijven);

  • Gemeenten (onder meer als toetser van bouwplannen en handhaver van de bouwregelgeving) en andere overheden.

Doelgroepen

Meetbare gegevens

Het bouwkwaliteitsbeleid leidt tot effecten op het gebied van regeldruk (vermindering administratieve lasten), veiligheid, volksgezondheid en meer algemene leefkwaliteitsaspecten, die nader uiteengezet worden in paragraaf 2.2.1. Daarnaast ziet het bouwkwaliteitsbeleid op milieuaspecten, inclusief energiebesparing. Het beleid om tot verbetering van de energetische kwaliteit van woningen en overige gebouwen te komen moet leiden tot een forse reductie van de C02-uitstoot in de gebouwde omgeving. Dit beleid wordt nader uiteengezet in paragraaf 2.2.2.

Dit betekent dat het gezamenlijke effect van beide operationele doelen van dit begrotingsartikel vooral tot uitdrukking komt in de beoogde C02-uitstoot. Op nationaal niveau (alle sectoren, inclusief de gebouwde omgeving) moet een forse bijdrage worden geleverd aan de klimaat- en energiedoelstellingen, zoals verwoord in het werkprogramma Schoon en Zuinig: in 2020 30% minder broeikasgassenuitstoot dan in 1990 en een aandeel hernieuwbare energiebronnen dat oploopt tot 20%; voorts een jaarlijkse verbetering van de energie-efficiëntie met 2%; zie grafiek 2.1.

Grafiek 2.1. Ontwikkeling CO2-emissies gebouwde omgeving

Grafiek 2.1. Ontwikkeling CO-emissies 							 gebouwde omgeving

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 2.1. Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen en bouwwerken

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

53 911

95 072

52 602

28 896

25 574

25 044

23 809

Uitgaven:

22 501

94 383

79 464

28 278

25 574

25 044

23 809

Waarvan juridisch verplicht

 

 

42 431

1 712

200

200

200

Programma:

22 501

94 383

79 464

28 278

25 574

25 044

23 809

 

Borgen en bevorderen bouw- en gebruikstechnische kwaliteit

0

0

1 298

1 405

1 527

1 527

1 527

  

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

1 298

1 405

1 527

1 527

1 527

          
 

Realisatie CO2 reductiedoelstellingen in de gebouwde omgeving

19 389

92 452

77 946

26 649

23 819

23 289

22 054

  

Programma energiebudgetten

6 416

2 019

8 895

9 218

9 994

9 994

9 994

  

Subsidies energiebesparing gebouwde omgeving

12 416

61 186

54 321

10 214

10 287

10 757

9 522

  

Regeling sanering loden drinkwaterleidingen

14

0

0

0

0

0

0

  

Regeling energiebesparing huishoudens met lagere inkomens

241

312

0

0

0

0

0

  

Innovatief bouwen

198

39

0

0

0

0

0

  

Subsidies innovatie energiebesparing gebouwde omgeving (o.a. FES)

104

28 896

13 000

5 000

1 000

0

0

  

Kosten uitvoeringsorganisaties

0

0

1 069

1 556

1 877

1 877

1 877

  

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

661

661

661

661

661

          
 

Overige programmabudgetten

3 112

1 931

220

224

228

228

228

  

Onderzoek

1 832

661

0

0

0

0

0

  

Kennisoverdracht

1 280

1 226

0

0

0

0

0

  

Kosten uitvoeringsorganisaties

0

0

0

0

0

0

0

  

Nader aan te wijzen

0

44

220

224

228

228

228

Ontvangsten:

505

28 987

9 091

1 091

1 091

91

91

Tabel 2.2 Ondersteunende fiscale maatregelen van andere ministeries die bijdragen aan dit artikel

(x € 1 miljoen)

2009

2010

2011

Energie-investeringsaftrek huurwoningen (EZ)

130

147,5

0

Laag BTW-tarief voor vloer-, dak- en gevelisolatie (Financiën)

15

30

30

Toelichting

In tabel 2.2 wordt een specificatie gegeven van de budgetten voor de tijdelijke fiscale maatregelen uit het stimuleringspakket in het kader van het aanvullend beleidsakkoord:

  • Laag BTW-tarief voor isolatiewerkzaamheden: de BTW voor vloer-, dak- en gevelisolatie van woningen is medio 2009 verlaagd van 19% naar 6%. Het gaat daarbij om het BTW-tarief voor arbeid en (in beperkte mate) voor materialen.

Grafiek 2.2 Budgetflexibiliteit in % en bedragen per operationeel doel voor 2011

Grafiek 2.2 Budgetflexibiliteit in % en bedragen per 							 operationeel doel voor 2011

Toelichting

OD 2.2.1:

Het beschikbare budget bestaat uit uitsluitend onderzoek- en kennisgelden. Hiervan is € 0, 7 mln juridisch verplicht. Het restant ad € 0,3 mln is nog niet vertaald in juridisch afdwingbare verplichtingen.

OD 2.2.2:

Een bedrag van € 42 mln. is juridisch verplicht, € 18 mln is beleidsmatig en € 17 mln is bestuurlijk gebonden.

OD 2.2.3:

Hierop komen geen budgetten meer voor in de jaren vanaf 2011.

Tabel 2.3. Specificatie ramingen instrument «Subsidies Energiebesparing gebouwde omgeving» (incl. Meer Met Minder-aanpak tot en met 2011)

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Verplichtingen

      

Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006

62

0

0

0

0

0

Meer Met Minder-aanpak en overige instrumenten

44 579

38 000

38 000

10 000

10 000

10 000

Totaal verplichtingen

44 641

38 000

38 000

10 000

10 000

10 000

       

Uitgaven

      

Tijdelijke subsidieregeling CO2-reductie gebouwde omgeving 2006

10 171

12 337

    

Meer Met Minder-aanpak

37 899

38 000

38 000

10 000

10 000

10 000

Totaal uitgaven

48 070

50 337

38 000

10 000

10 000

10 000

Toelichting

Tabel 2.3 betreft een onderverdeling van de ramingen van het instrument «Subsidies Energiebesparing gebouwde omgeving»(incl. Meer Met Minder-aanpak tot en met 2011). In tabel 2.4. wordt een verdere specificatie gegeven van de budgetten voor de Meer Met Minder-aanpak tot en met 2011.

2.2. Operationele doelstellingen
2.2.1. Borgen en bevorderen van de bouw- en gebruikstechnische kwaliteit

Motivering

Op basis van de Woningwet worden in de bouwregelgeving voorschriften gegeven voor het minimum prestatieniveau waaraan bouwwerken in bouw- en gebruikstechnisch opzicht moeten voldoen. In 2011 zal de uitvoering van de kerntaak «het wettelijk waarborgen van een maatschappelijk noodzakelijk minimum kwaliteitsniveau van bouwwerken» worden voortgezet, leidend tot het in werking treden van een nieuw Bouwbesluit in 2012. Door daarbij regels waarvoor de sector zelf de verantwoordelijkheid kan dragen weg te nemen, wordt de regeldruk op dit beleidsterrein beperkt.

De eigen verantwoordelijkheid van private (bouw-) partijen voor de naleving van bouwvoorschriften speelt daarbij een sleutelrol. De aanbevelingen van de commissie Dekker met betrekking tot een heldere verdeling van verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid zullen in dat kader (verder) worden opgepakt en uitgewerkt. Daarbij ligt het zwaartepunt bij private kwaliteitsborging en een daarop toegesneden publieke toezichtstaak.

Ook het stimuleren van een hoger kwaliteitsniveau dan het wettelijk vastgelegde minimum op het gebied van, onder meer, brandveiligheid, energiezuinigheid, gezondheid- en milieuprestaties blijft een kerntaak. Daarbij zal de rijksrol vooral bestaan uit het stimuleren, verbinden en faciliteren van bewustwording, kennisontwikkeling en –toepassing.

Instrumenten

Voorlichting- en ondersteuning uitvoering «nieuwe AMvB»:

Opdat de uitvoeringstaak adequaat kan worden uitgevoerd is het van belang dat de medewerkers bij gemeenten kennis hebben van de nieuwe AMvB. Zij zullen door middel van cursussen worden geschoold op de inhoud van de AMvB. Aangezien kennis van de inhoud van AMvB en van de WABO samen bepalend zijn voor de deskundigheid van medewerkers bij gemeenten zullen de kennisoverdrachtactiviteiten gecombineerd worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de WABO-uitvoeringsorganisatie.

Toezicht op de uitvoering en naleving van bouwregelgeving in de praktijk

In 2011 wordt het VI-programma «bouwen met kwaliteit» voortgezet, daarbij wordt door de VROM-inspectie een aantal themaonderzoeken uitgevoerd, gericht op de naleving van de voorschriften voor constructieve veiligheid, brandveiligheid, binnenmilieu en energiebesparing. Doel daarvan is het uitvoeringsstelsel te versterken.

Praktijkmeting effect nieuwe AMvB:

Centraal in de nieuwe AMvB staan vereenvoudiging, integratie en afstemming van voorschriften en beperking van regel- en lastendruk. Dit heeft geleid tot:

  • het schrappen van voorschriften die maatschappelijk als overbodig worden ervaren;

  • het verlagen van eisen bij voorschriften;

  • door een betere formulering voorkomen van interpretatieverschillen.

Na het van kracht worden van de nieuwe AMvB zal het effect in de praktijk worden gemonitord. In 2011 zal gestart worden met de opzet van een jaarlijks uit te voeren onafhankelijk onderzoek waarvan de resultaten worden benut om verbeteringen in het bouwbesluit toe te passen.

Benchmark NL-woningbouwkwaliteit:

Om zicht te krijgen op het effect van het stelsel van bouwvoorschriften en toezicht op de gerealiseerde woningbouwkwaliteit in Nederland zal in 2011 het kwaliteitsniveau van gerealiseerde woningen worden vergeleken met die van de in de ons omringende landen. In dit onderzoek zal een vergelijking worden gemaakt op woninggrootte, -type, -prijs, -leeftijd, brandveiligheid, geluidwerendheid, gezondheid, energieprestatie en bruikbaarheid. Op basis van dit onderzoek kan het bouwkwaliteitsbeleid, zowel publiek als privaat, zo nodig worden bijgesteld. Het gaat hier vooralsnog om een eenmalig onderzoek waarvan, afhankelijk van de resultaten, kan worden besloten dit in de volgende jaren ook uit te voeren.

Versterking risicobewustzijn brandveiligheid

In de Visie op brandveiligheid is een aantal concrete doelen gesteld op het gebied van de brandveiligheid:

  • a) Doelkwantificering als onderlegger voor brandveiligheid beleid en een betere registratie van slachtoffers, oorzaken en gevolgen van brand;

  • b) Toename bewustzijn risico’s van brand onder gebouweigenaren, de bouwsector en burgers;

  • c) De introductie van een risicobenadering in de regelgeving.

Op dit moment is nog onvoldoende bekend in hoeverre de huidige cijfers «passen» binnen de te stellen doelen. Vanaf 2012 zullen concrete doelstellingen aan het beperken van de gevolgen van brand worden gekoppeld.

  • a) Onder leiding van BZK zal worden vastgesteld welke doelen, in termen van kosten, slachtoffers, etc., beleidsmatig als grenswaarde worden gesteld. Dit betreft een gemeenschappelijke doelstelling voor alle bij brandveiligheid betrokken ministeries: WWI vanuit de bouwregelgeving, BZK vanuit de brandweerinzet en VWS voor dat betreft de Warenwet.

  • b) Bewustzijn van de risico’s van brand is een moeilijk meetbaar begrip. Als afgeleide doelstelling wordt daarom gekeken naar:

    • de aanwezigheid van rookmelders in woningen als indicator voor het veiligheidsbewustzijn.

    • brandveiligheid in het onderwijs. Het in 2010 door WWI en BZK opgezette lectoraat brandveiligheid moet leiden tot de aanwezigheid van het onderwerp brandveiligheid bij alle HBO-opleidingen bouw en facilitair management in 2013.

  • c) De verwachting is dat binnen 5 tot 8 jaar een risicobenadering in de regelgeving kan worden geïntroduceerd gebaseerd op de specifieke risico’s van een gebouw.

Materiaalgebonden milieuprestatie van gebouwen

In 2011 zal op basis van de AMvB een berekening van materiaalgebonden milieuprestatie van een gebouw bij aanvraag om bouwvergunning moeten worden overlegd. Gedurende 1 jaar na inwerkingtreding van de voorschriften zal worden onderzocht in hoeveel van de vergunningaanvragen deze berekening correct is uitgevoerd en of het voorschrift in deze vorm tot een kwaliteitsverbetering leidt. Deze meting vindt plaats aan de hand van een steekproef van 50 vergunningaanvragen.

Pilots private borging bouwkwaliteit

In 2011 doet WWI onderzoek naar de wijze waarop toezicht en naleving binnen de bouwsector zelf kan worden georganiseerd. Daartoe is in 2010 een start gemaakt met praktijkexperimenten waarin verschillende toezichtsmodellen worden beproefd. Deze variëren vooral in de mate waarin de overheid als publieke toezichthouder betrokken is. Eind 2011 vindt een evaluatie van deze pilots plaats. Op basis hiervan zal besluitvorming worden voorbereid of –en zo ja hoe– een vernieuwd wettelijk kader voor het toezicht op de naleving van de bouwvoorschriften kan worden ingericht.

Registratie van incidenten met constructieve veiligheid

De doelstellingen met betrekking tot de constructieve veiligheid van bouwwerken liggen vast in de rekenmethode die vanuit het Bouwbesluit 2003 wordt aangewezen. Gezien het kleine aantal calamiteiten wordt hier ruimschoots aan voldaan. Aangezien sprake is van een toename van calamiteiten de afgelopen jaren, is gestart met de registratie van incidenten en zijn diverse acties gestart om de constructieve veiligheid te verbeteren. Het doel hiervan is om a) een exacter beeld te krijgen van het soort en aantal calamiteiten en b) een toename van de constructieve veiligheid te bewerkstelligen.

Gezondheid

Het effect van de kwaliteitsborging ten aanzien van de gezondheidskundige kwaliteit van woningen zal worden onderzocht binnen het kader van «Benchmark NL-woningbouwkwaliteit».

Het nodige beleidsmatig onderzoek naar de uitvoeringspraktijk bij bouw en gebruik van (basis)scholen en kinderdagverblijven is een verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW. In het VI 3-programma «bouwen met kwaliteit» zal met het oog op het toezicht op de uitvoering, naleving van bouwregelgeving specifiek aandacht worden gegeven aan die gebouwsoorten.

In Nederland hangen nog in ruim 1 miljoen woningen open verbrandingstoestellen zoals keukengeisers, bron: «cijfers achter de handreiking vervanging open-verbrandingstoestellen», onderzoek i.o.v. VROM, juni 2009. Jaarlijks overlijden circa 10 mensen aan koolmonoxidevergiftiging veroorzaakt door deze toestellen. Het VROM/WWI-beleid is er op gericht om deze toestellen op basis van vrijwilligheid te vervangen door veilige gesloten toestellen. Er vindt een jaarlijkse monitoring plaats van de afname van het aantal open toestellen. VROM/WWI zet verder in op een vrijwillige toepassing van koolmonoxidemelders bij open verbrandingstoestellen tot het moment van vervanging.

Meetbare gegevens

Monitoring effecten nieuwe AMvB (Bouwbesluit):

In 2011 wordt, op basis van ex-ante onderzoek (praktijkproeven in 2010) gestart met het monitoren van de effecten van de nieuwe AMvB. Centraal staan de effecten op:

  • kosten en tijd voor de overheid;

  • kosten en tijd voor burger en bedrijf;

  • waardering klantvriendelijkheid en toegankelijkheid.

Een nul- en streefwaarde voor dit onderzoek dat moet leiden tot een beleidsdoorlichting in 2014 zullen worden bepaald op basis van het ex-ante onderzoek.

Brandveiligheid:

  • Nu is bij 60% van de woningen een rookmelder aanwezig. Doel is dit binnen 5 jaar te verhogen naar 90%;

  • In 2013 maakt het onderwerp «brandveiligheid» deel uit van alle HBO-opleidingen voor bouw en facilitair management;

  • Binnen 5 jaar zijn er voorschriften opgesteld voor hoogbouw en grote brandcompartimenten.

2.2.2. Realisatie CO2-reductiedoelstellingen in de gebouwde omgeving

Motivering

De sector gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor circa 30% van het landelijke energiegebruik. Van de totale Nederlandse warmtevoorziening wordt zelfs 45% door de gebouwde omgeving gebruikt. De Minister voor WWI stimuleert zowel in de bestaande bouw als in de nieuwbouw een reductie van CO2-uitstoot alsmede energiebesparing en (samen met de Minister van EZ) het gebruik van duurzame energie. Energiezuinige gebouwen scoren op kwaliteit voor burgers, bedrijven en overheden. Bovendien leveren veel energiebesparende maatregelen geld op en dragen ze bij aan comfortverhoging voor bewoners en gebruikers.

Doelen voor de sector gebouwde omgeving zijn:

Bestaande bouw

Door uitvoering van het plan «Meer Met Minder» (een door marktpartijen ontwikkeld plan dat energiebesparende maatregelen in de bestaande voorraad stimuleert) moet vóór 1 januari 2012 de energieprestatie van 500 000 gebouwen worden verbeterd, en vanaf 2012 jaarlijks 300 000 gebouwen. Tevens zullen eind 2011 100 000 bestaande woningen zijn uitgerust met duurzame energievoorzieningen, zoals zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen.

Nieuwbouw

Voor nieuwe woningen gaat de Energieprestatiecoëfficiënt (de nationale norm voor berekening van de energieprestatie) van 0,8 naar 0,6 per 1 januari 2011 (25% energiezuiniger ten opzichte van 2006) en 0,4 per 1 januari 2015 (50% energiezuiniger ten opzichte van 2006). Het einddoel is de energieneutrale woning in 2020. Deze aanscherpingen zijn mede afhankelijk van hetgeen in de komende jaren vrijwillig wordt gerealiseerd. Voor nieuwe utiliteitsgebouwen (kantoren, scholen, winkels en dergelijke) geldt een vergelijkbare aanscherping met als doel 50% energie-efficiëntere nieuwbouw in 2017.

Instrumenten

Het werkprogramma Schoon en Zuinig is gericht op het halen van de klimaat- en energiedoelstellingen door middel van vrijwillige afspraken met de markt. Marktpartijen worden mede verantwoordelijk gemaakt voor het realiseren van de doelstellingen, en een marktontwikkeling moet op gang komen die er mede toe leidt dat de kosten zo beperkt mogelijk worden gehouden. Hiertoe heeft het Rijk met verschillende partijen binnen de gebouwde omgeving convenanten gesloten: «Meer Met Minder» voor de bestaande bouw, «Lenteakkoord» voor de nieuwbouw, «Energiebesparing in de corporatiesector» voor de woningcorporaties, en «Meerjarenafspraak energie-efficiency (MJA)» voor onder meer de onderwijssector, banken en verzekeraars en de universitair medische centra. Daarnaast zijn Klimaatakkoorden met gemeenten en provincies gesloten.

Naast de uitvoering van de convenanten in het kader van de Schoon en Zuinig-aanpak, stonden in 2009 en 2010 diverse maatregelen naar aanleiding van het op het Coalitieakkoord aanvullend beleidsakkoord «Werken aan toekomst» centraal. Een aantal van deze maatregelen loopt in 2011 door. Ook krijgt de afwikkeling van diverse in 2010 gesloten maatregelen in 2011 z’n beslag.

Tabel 2.4. Specificatie belangrijkste budgetten Meer Met Minder-aanpak (bestaande bouw) en tijdelijke maatregelen

(x € 1 000)

Verplichtingen

Uitgaven

 

2009

2010

2011

2009

2010

2011

Subsidieregeling maatwerkadvies

500

9 500

 

500

9 500

 

Isolatieglasregeling

2 000

43 000

 

2 000

43 000

 

Proefprojecten Meer Met Minder

   

1 600

2 450

450

Garantstelling Energiebesparingkrediet

35 000

  

2 000

 

33 000

Hieronder volgt een schematisch overzicht van het in te zetten instrumentarium voor de sector gebouwde omgeving in 2011. De instrumenten vloeien direct voort uit het werkprogramma Schoon en Zuinig en de door marktpartijen genomen initiatieven die hierop gebaseerd zijn. Een samenhangend, consistent pakket aan stimuleringsinstrumenten en een langetermijnvisie zijn van cruciaal belang om de markt in beweging te krijgen èn te houden. Het beleid staat in het teken van bevordering van de samenwerking rond energiebesparing en de verankering in beleid en praktijk. Met dit pakket wordt een flinke impuls gegeven aan energiebesparing in de gebouwde omgeving en de toepassing van innovatieve technieken.

Tabel 2.5 Overzicht in te zetten instrumentarium in 2011 voor de sector gebouwde omgeving, onderdeel woningbouw (te behalen besparing in de periode 2008–2020 76 PJ 1)

doelgroep

aantal woningen

doelstelling additionele besparing in PJ in 2020

stimuleringsinstrumentarium

bedrag op begroting departement

direct betrokken branche-/koepelorganisaties e.d.

Eigenaar-bewoners en Verenigingen van Eigenaren

4 mln.

43 PJ

Convenant Meer Met Minder, inclusief ondersteuning Agentschap NL en Milieu Centraal

WWI

Bouwend Nederland, EnergieNed, Meer Met Minder, UNETO-VNI, VEH, VME, VvE Belang

Rijkspremieregeling Meer Met Minder

WWI

Meer Met Minder

   

Energiebesparingskrediet (uitvoering loopt tot 2 027)

WWI

 
   

Draagvlak consumenten: projecten Platform Bewoners en Duurzaam Bouwen en Milieu Centraal

WWI

 
   

«Werkprogramma Energie en Gebouwde Omgeving 2011», kennisoverdracht en instrumentontwikkeling (uitvoering Agentschap NL)

WWI

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 
   

CO2-gerelateerde energiebelasting

Financiën

 
   

Laag BTW-tarief voor vloer-, dak- en gevelisolatie

Financiën

 

Woning-corporaties

2,3 mln

24 PJ

Convenant corporatiesector, inclusief ondersteuning Agentschap NL en Milieu Centraal

WWI

Aedes, de Woonbond, Meer Met Minder

   

Draagvlak consumenten: projecten Platform Bewoners en Duurzaam Bouwen, i.h.b. de Woonbond

WWI

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 
   

CO2-gerelateerde energiebelasting

Financiën

 
   

Laag BTW-tarief voor vloer-, dak- en gevelisolatie

Financiën

 

Particuliere verhuurders

0,7 mln.

9 PJ

Energiebesparing in de particuliere huursector: projecten rond kennisoverdracht en draagvlakvergroting

WWI

Vastgoed Belang

   

CO2-gerelateerde energiebelasting

Financiën

 
   

Laag BTW-tarief voor vloer-, dak- en gevelisolatie

Financiën

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 

Institutionele verhuurders

  

Energiebesparing in de particuliere huursector: projecten rond kennisoverdracht en draagvlakvergroting

WWI

IVBN

   

CO2-gerelateerde energiebelasting

Financiën

 
   

Laag BTW-tarief voor vloer-, dak- en gevelisolatie

Financiën

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 
XNoot
1

1 Peta Joule = 277,78 miljoen KWh = 31,6 miljoen m3 aardgas.

Tabel 2.6 Overzicht in te zetten instrumentarium in 2011 voor de sector gebouwde omgeving, onderdeel utiliteitsbouw (te behalen besparing in de periode 2008–2020 24 PJ)

doelgroep

aantal gebouwen

doelstelling additionele besparing in PJ in 2020

stimuleringsinstrumentarium

bedrag op begroting departement

direct betrokken branche-/koepelorganisaties e.d.

Non-profit

Onderwijs 14 500

10 PJ

Meerjarenafspraak (MJA) Universiteiten en hogescholen

WWI

VSNU, HBO-raad, VO-raad, PO-raad, Meer Met Minder

   

«Werkprogramma Energie en Gebouwde Omgeving 2011», kennisoverdracht en instrumentontwikkeling (uitvoering Agentschap NL)

WWI

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 
 

Zorg 5 800

 

MJA Universitair medische centra

WWI

Actiz, Energiecentrum MKB

 

«Werkprogramma Energie en Gebouwde Omgeving 2011», kennisoverdracht en instrumentontwikkeling (uitvoering Agentschap NL)

WWI

 
   

Regeling Groenprojecten (groen beleggen en financieren)

VROM en Financiën

 

Profit

Kantoren 79 000

14 PJ

MJA Dienstensector (banken en verzekeraars)

WWI

Bouwend Nederland, Energiecentrum MKB, IVBN, NEPROM, NRW

  

«Werkprogramma Energie en Gebouwde Omgeving 2011», kennisoverdracht en instrumentontwikkeling (uitvoering Agentschap NL)

WWI

 
   

Energie-investeringsaftrek (EIA) Utiliteitsbouw

EZ

 
 

Winkels 141 000

 

Energie-investeringsaftrek (EIA) Utiliteitsbouw

EZ

 
   

MJA Supermarkten

EZ

 
 

Bedrijfshallen 160 000

 

Energie-investeringsaftrek (EIA) Utiliteitsbouw

EZ

 
 

Overig

 

Energie-investeringsaftrek (EIA) Utiliteitsbouw

EZ

 

Ter toelichting bij de belangrijkste activiteiten in 2011 uit bovenstaande tabellen:

  • Marktpartijen vervullen een belangrijke rol bij het energiezuiniger maken van de bestaande voorraad. Het Rijk levert ook in 2011 een substantiële bijdrage aan het plan «Meer Met Minder». Daarbij wordt voortgebouwd op de ervaringen in eerdere jaren over hoe informatie over energiebesparend wonen moet worden verzameld, toegankelijk gemaakt en uitgedragen;

  • In 2011 zal Agentschap NL in opdracht van de Minister voor WWI een groot aantal activiteiten uitvoeren uit het «Werkprogramma Energie en Gebouwde Omgeving». Door kennisoverdracht, instrumentontwikkeling, procesbegeleiding en communicatie over overheidsbeleid, fungeert dit programma als een schakel tussen professionele marktpartijen en de overheid. De communicatie over energiebesparing richt zich op diverse doelgroepsegmenten, met specifieke boodschappen en bijpassende instrumenten;

  • De Minister voor WWI ondersteunt het Platform Bewoners en Duurzaam Bouwen (vijf landelijke bewoners- en consumentenorganisaties, waaronder de Woonbond en Vereniging Eigen Huis) en Milieu Centraal financieel door middel van opdrachten om hun energiebesparingambities waar te maken, duurzame initiatieven te steunen en het draagvlak voor het klimaatprobleem te verbreden. In 2011 wordt de communicatie van de landelijke bewoners- en consumentenorganisaties gecontinueerd, zodat bewoners en gebruikers van gebouwen daadwerkelijk gebruik maken van de mogelijkheden die er zijn;

  • In 2011 wordt voortgebouwd op de activiteiten uit het innovatieprogramma. In 2009 is voor de Innovatieagenda Energie Gebouwde Omgeving (IAGO-I) een bedrag van € 30 mln beschikbaar gesteld aan WWI voor het uitvoeren van regelingen en maatregelen die energie-innovatie in de gebouwde omgeving stimuleren. In 2010 is een aanvullend innovatieprogramma (IAGO-II) aan de huidige agenda toegevoegd, waar een bedrag van € 20 mln mee is gemoeid. IAGO-I heeft een looptijd tot en met 2012; IAGO-II loopt langer door. Kern van de IAGO is de uitvoering van praktijkprojecten energiezuinige en innovatieve bouw alsmede de overdracht van de kennis uit die projecten naar de markt. De doelstelling van IAGO-I is 60 procent energiebesparing; de doelstelling van IAGO-II is tachtig procent energiebesparing. IAGO-II bevat één groot programma: Gebieden Energie Neutraal (GEN). GEN bestaat uit drie simulaties van grote gebiedsontwikkelprojecten en wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit inmiddels elf nationale koplopende marktpartijen aangevuld met innovatieve MKB-bedrijven. De uitvoering van IAGO-I en II is belegd bij een klein programmateam dat bij de Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) is ondergebracht. De inhoudelijke aansturing vindt door WWI plaats;

  • In 2011 wordt een financiële bijdrage geleverd aan het kennis- en uitvoeringsprogramma van projectontwikkelaars en bouwers op basis van het Lenteakkoord. De Minister voor WWI heeft in april 2010 dertien excellente gebieden aangewezen waarin geëxperimenteerd wordt met energiezuinig en innovatief bouwen. In deze gebieden geldt een minimaal 25% scherpere Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) dan de landelijke eis. De ervaringen uit deze gebieden worden verspreid onder projectontwikkelaars en bouwers. Het instrument van de excellente gebieden is een belangrijk onderdeel van het innovatietraject naar een energiezuinige gebouwde omgeving;

  • De Minister voor WWI is verantwoordelijk voor de implementatie van Europese regelgeving op het terrein van bouwen/bouwproducten en het stimuleren van kwaliteitsverbetering in de bouw; energiebesparing maakt hier deel van uit. In november 2008 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor de herziening van de bestaande richtlijn Energieprestatie van gebouwen. De besluitvorming over het herzieningsvoorstel vond medio 2010 plaats. In 2010 is de implementatie van de herziene richtlijn gestart; dit proces loopt in 2011 door.

Meetbare gegevens

  • De verkenning naar de mogelijkheden van een verplichtend instrumentarium in de bestaande bouw wordt in 2011 voortgezet. Indien uit de bespreking van de evaluatie van het werkprogramma Schoon en Zuinig in de Tweede Kamer en de daaruit volgende beleidsconclusies voor de sector gebouwde omgeving blijkt dat de voortgang onvoldoende is en aanvullende en/of verplichtende maatregelen nodig zijn, kan voor de gebouwde omgeving het stellen van energieprestatie-eisen aan bestaande gebouwen daar één van zijn. Het verplichtend instrumentarium heeft tot doel de «achterblijvers» bij het nemen van energiebesparende maatregelen aan te zetten tot actie;

  • De Energieprestatienorm (EPN), waarmee de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) wordt bepaald die eisen stelt aan de energiezuinigheid van nieuwbouw, is in 2010 vervangen door de Energieprestatie gebouwen (EPG). De definitieve versie van de nieuwe norm EPG voor de nieuwbouw zal in 2011 door de Minister voor WWI in de bouwregelgeving worden aangewezen;

  • Er wordt gewerkt aan een bepalingsmethode voor de Energieprestatie maatregelen op gebiedsniveau (EMG) ten aanzien van de gebouwde omgeving. In 2010 verscheen een ontwerp van een voornorm EMG. De voornorm zal in 2011 in de praktijk worden getoetst en wordt hiertoe in de EPG als bepalingsmethode aangewezen om gebiedsmaatregelen mee te nemen bij de EPC-bepaling;

  • De te verwachten resultaten in 2011 van programma’s uit IAGO-I en IAGO-II zijn:

    • Marktpenetratie van innovatieve, energiebesparende voorzieningen in gebouwen ten behoeve van toekomstige aanscherpingen van de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Tot 2013 zullen ruim 80 grootschalige innovatieve voorbeeldprojecten worden gerealiseerd 4:

      • circa 2 000 nieuwbouwwoningen tot 60% energiebesparing;

      • circa 2 000 bestaande woningen tot 60% energiebesparing;

      • circa 15 projecten in de utiliteitsbouw (nieuw en bestaand);

      • 3 locaties duurzame integrale gebiedsontwikkeling (inclusief duurzame opwekking);

    • Op 31 december 2011 zijn alle 15 projecten uit de subsidietender «Naar energieneutraal wonen» uitgevoerd met een energiereductie van minimaal 45% ten opzichte van het niveau in 1990;

    • Op 31 december 2011 zijn alle 15 scholen- en kantorenprojecten uit de subsidietender «Naar energieneutrale scholen en kantoren» gestart die worden uitgevoerd met een energiereductieambitie van minimaal 45% ten opzichte van het niveau in 1990.

De projecten onderscheiden zich door energiezuinigheid, duurzaamheid en organisatorische vernieuwing. Met deze tenders wil de Minister voor WWI de sector steunen in de omslag naar energieneutraal bouwen.

2.3. Overzicht beleidsonderzoeken
Tabel 2.7 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp

AD/OD

A. Start

B Afgerond

Beleidsdoorlichting

Realisatie CO2-reductiedoelstelling in de gebouwde omgeving

OD 2.2.2

A. 2012

B. 2012

Beleidsdoorlichting

Borgen en bevorderen van de bouw- en gebruiktechnische kwaliteit (Bouwregelgeving)

OD 2.2.1

A. 2014

B. 2014

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt
3.1. Algemene beleidsdoelstelling

Motivering

De Minister voor WWI wil zorgen voor voldoende goede en betaalbare huisvesting voor iedereen. Met name voor groepen die vanwege hun inkomenssituatie of andere persoonlijke omstandigheden moeite hebben op eigen kracht in passende huisvesting te voorzien, treft WWI maatregelen. Die maatregelen zijn gericht op het waarborgen van de betaalbaarheid van het wonen voor lagere en middeninkomens en het bevorderen van keuzevrijheid bij het vormgeven van de woonsituatie. Instrumenten hiervoor zijn: de regulering van de woonruimteverdeling en huurontwikkeling, de huurtoeslag en de ondersteuning van het eigenwoningbezit onder starters.

Om de huisvesting van kwetsbare groepen zoals senioren en gehandicapten, dak- en thuislozen en buitenlandse werknemers beter te kunnen waarborgen dient het aanbod van geschikte woningen voor bijzondere aandachtsgroepen, te verruimen. Tot slot dienen voor een rechtvaardige werking van de woningmarkt verschillende vormen van onrechtmatige bewoning te worden bestreden.

Verantwoordelijkheid

De Minister voor WWI is verantwoordelijk voor:

  • Regelgeving ter bevordering van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad;

  • Voorwaarden scheppen voor de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, onder meer door huurprijsregulering;

  • Het waarborgen van een laagdrempelige huurgeschillenbeslechting;

  • Betaalbaarheid van het wonen in het bijzonder voor de lagere inkomensgroepen;

  • Het beleid met betrekking tot bijzondere aandachtsgroepen;

  • Beleidsmatige vormgeving van het instrument huurtoeslag en het budgettair beheer van dit instrument. De uitvoering van de huurtoeslag is, onder verantwoordelijkheid van de minister van Financiën, belegd bij de Belastingdienst/Toeslagen. Die dienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik;

  • Het ontwikkelen van kaders om onrechtmatige bewoning tegen te gaan.

Externe factoren

Externe factoren hierbij zijn:

  • Investeringen in de nieuwbouw (waaronder huurwoningen) en woningverbetering (waaronder energiebesparende maatregelen) door marktpartijen en corporaties;

  • De inkomensontwikkeling van huishoudens;

  • De bereidheid van woningcorporaties om hun verantwoordelijkheid voor de huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen te nemen.

Meetbare gegevens

Behalen van deze doelstelling heeft als effecten:

  • Een beheerste ontwikkeling van de woonlasten, met name voor de lagere inkomens;

  • Dat de voorwaarden voor starters voor het verkrijgen van eigenwoningbezit voldoende zijn gewaarborgd;

  • Het behalen van de ambitie op het terrein van voor ouderen geschikte woningen (zie paragraaf 3.2.5.).

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.1. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

2 701 008

2 652 420

2 612 253

2 669 230

2 678 561

2 686 747

2 672 231

Uitgaven:

2 487 587

2 578 265

2 629 450

2 603 413

2 602 896

2 612 852

2 624 920

Waarvan juridisch verplicht

  

2 628 218

33 082

30 226

24 996

22 564

Programma:

2 487 587

2 578 265

2 629 450

2 603 413

2 602 896

2 612 852

2 624 920

 

Regelgeving ter bevordering van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad

0

0

250

250

250

240

240

 

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

250

250

250

240

240

          
 

Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen

0

0

242

242

242

300

300

 

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

242

242

242

300

300

          
 

Garanderen van de betaalbaarheid van het wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht)

2 486 631

2 550 813

2 608 132

2 588 332

2 590 943

2 600 889

2 612 957

 

Huursubsidie en huurtoeslag

2 470 933

2 522 624

2 573 836

2 553 218

2 558 676

2 573 862

2 588 362

 

Bevorderen eigenwoningbezit

15 698

28 189

32 924

33 082

30 226

24 996

22 564

 

Kosten uitvoeringsorganisaties

0

0

1 322

1 982

1 991

1 991

1 991

 

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

50

50

50

40

40

          
 

Garanderen van een laagdrempelige geschillenbeslechting

0

26 306

20 136

14 164

11 036

11 036

11 036

 

Bekostiging Huurcommissie

0

26 306

20 136

14 164

11 036

11 036

11 036

          
 

Verruiming van het aanbod van geschikte woningen voor bijzondere aandachtsgroepen, alsmede het bestrijden van onrechmatige bewoning

0

0

690

425

425

387

387

 

Onderzoek en kennisoverdracht

0

0

690

425

425

387

387

          
 

Overige programmabudgetten

956

1 146

0

0

0

0

0

 

Onderzoek

505

356

0

0

0

0

0

 

Kennisoverdracht

451

790

0

0

0

0

0

 

Kosten uitvoeringsorganisaties

0

0

0

0

0

0

0

Ontvangsten:

322 807

333 237

377 569

419 640

438 433

424 718

425 218

Toelichting:

Voor de huurtoeslag wordt meer uitgegeven dan in de begroting 2010 was geraamd. Dit wordt primair veroorzaakt doordat in nog grotere mate dan eerder geraamd de voorlopige toekenningen door de Belastingdienst Toeslagen hoger liggen dan de definitieve toekenningen. De oorzaak hiervan ligt voor een groot deel in het feit dat toeslagontvangers hun inkomen niet juist inschatten of wijzigingen niet (tijdig) doorgeven aan de Belastingdienst. Dit leidt in de eerste jaren tot tekorten, maar in latere jaren tot hogere ontvangsten.

De oploop van het huurtoeslagbudget en het algemene budgettaire beeld hebben genoodzaakt tot een nieuwe afweging rond de uitgaven huurtoeslag. Dit heeft gevolgen voor de eerder met de Tweede Kamer gewisselde voornemens rond verhoging van de eigen bijdragen in de huurtoeslag, maar noodzaakt ook tot verdere bezuinigingsmaatregelen. In de begroting 2010 was reeds een beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag voor 2011 en 2012 voorzien. De Tweede Kamer heeft verzocht te bezien of deze bezuiniging achterwege kon blijven. Hiertoe blijkt echter geen budgettaire ruimte te zijn. Het budgettaire beeld, en de oploop van het huurtoeslagbudget noodzaakt het kabinet juist tot verdere bezuinigingsmaatregelen. Naast de genoemde beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag is vanaf 2012 daarom een verdere taakstelling op het budget huurtoeslag voorzien, oplopend van € 52,8 mln in 2012 naar € 175,8 mln vanaf 2015.

Grafiek 3.1. Budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2011.

Grafiek 3.1. Budgetflex in % per operationeel doel 							 in het begrotingsjaar 2011.

Toelichting

OD 3.2.3:

Het gehele beschikbare budget van operationeel doel «Garanderen van betaalbaarheid van het wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht)» is juridisch verplicht als gevolg van de reeds aangegane verplichtingen voor de huurtoeslag en de BEW/BEW-plus.

OD 3.2.4:

Het gehele beschikbare budget ad € 20 mln is juridisch verplicht; het betreft namelijk de bekostiging van de baten-lastendienst «Huurcommissie». In de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (UHW) is bepaald (in art. 3h) dat de Minister voorziet in de administratieve ondersteuning van de huurcommissie, in casu de (BL) Dienst van de Huurcommissie. Vervolgens is er sprake van een offerte (van DHC aan WWI/ABC) en een opdracht (van WWI/ABC aan DHC), op grond waarvan jaarlijks een verplichting wordt vastgelegd van ABC jegens DHC. DHC heeft een wettelijke verplichting om haar taken uit te voeren.

3.2. Operationele doelstellingen
3.2.1. Regelgeving ter bevordering van een evenwichtige verdeling van woonruimte en de samenstelling van de woonruimtevoorraad

Motivering

WWI wil een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woningen bewerkstelligen.

Instrumenten

Op 23 december 2009 is het wetsvoorstel herziening Huisvestingswet aan de Tweede Kamer aangeboden (TK, 2009–2010, 32 271, nr. 2). Het wetsvoorstel biedt gemeenten een instrumentarium om in te grijpen in de woonruimteverdeling en de samenstelling van de woonruimtevoorraad.

  • Werking Huisvestingswet beperkt tot goedkope woningvoorraad;

  • Gemeenten kunnen voor 4 jaar een huisvestingsverordening instellen;

  • Toepassing bindingseisen worden beperkt tot die gebieden waar op basis van bovengemeentelijke beperkingen geen of zeer geringe bouwmogelijkheden zijn;

  • Toezicht wordt ingevuld in lijn met inzichten commissie Doorlichting – Interbestuurlijke Toezichtsarrangementen.

Het wetsvoorstel herziening Huisvestingswet is op 11 maart 2010 door de Tweede Kamer controversieel verklaard (TK, 2009–2010, 32 333, nr. 14). De vigerende Huisvestingswet blijft daarom voorlopig van kracht.

In dit jaar zal de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek worden geëvalueerd.

  • Huishoudens die zijn aangewezen op een woning in de gereguleerde woningvoorraad;

  • Vergunninghouders die van woonruimte dienen te worden voorzien.

Doelgroepen

Meetbare gegevens

De belangrijkste prestatie is de herziene Huisvestingswet.

3.2.2. Garanderen van de betaalbaarheid van voldoende huurwoningen

Motivering

De Minister voor WWI wil de betaalbaarheid van huurwoningen garanderen voor alle huishoudens die door hun inkomenssituatie daar zelf niet of onvoldoende in kunnen voorzien.

  • Huurbeleid: de stijging van de niet-geliberaliseerde huren is gekoppeld aan de inflatie.

  • Besluit huurprijzen woonruimte: aanpassing voor de huurprijzen van monumenten.

Instrumenten

Doelgroepen

Huishoudens die zijn aangewezen op een woning in de gereguleerde huurwoningvoorraad.

Meetbare gegevens

Huurbeleid:

  • Gemiddelde jaarlijkse huurstijging (zie grafiek 3.2.), onderscheiden naar sociale en overige verhuurders en naar de verschillende huurregimes die gelden voor de voorraad.

Grafiek 3.2. Gemiddelde huurstijging, exclusief huurarmonisatie, nominaal en reëel (1997–2013)

Grafiek 3.2. Gemiddelde huurstijging, exclusief 								huurarmonisatie, nominaal en reëel (1997–2013)

Uit de grafiek blijkt het inflatievolgend huurbeleid vanaf 2007; vanaf dat moment komt de reële huurstijging uit op nul.

Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte:

  • Voor monumenten zal vanaf 2011 wettelijk worden vastgelegd dat de maximale huurprijzen worden gebaseerd op het wws met daarbij een vaste toeslag (conform de brief van 19 februari 2010, TK 2009–2010, 27 926, nr. 146).

3.2.3. Garanderen van de betaalbaarheid van het wonen voor lage inkomensgroepen (vraaggericht)

Motivering

De Minister voor WWI wil de betaalbaarheid van het zelfstandig wonen voor alle bevolkingsgroepen garanderen.

Instrumenten

Wet op de huurtoeslag

Instrumenten voor starters op de koopwoningenmarkt:

  • De nationale hypotheekgarantie (NHG), uitgevoerd door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen;

  • Koopvarianten en verkopen onder voorwaarden door woningcorporaties, om een eigen woning meer toegankelijk en beter betaalbaar te maken;

  • Bijdragen BEW (geen nieuwe aanvragen, uitsluitend doorbetaling). Voor de BEW is geen budget meer beschikbaar zoals gemeld aan de Tweede Kamer (TK 32 123 XVIII, nr. 74). Het subsidieplafond is bereikt met de honorering van aanvragen ingediend tot en met 29 maart 2010;

  • VROM-Startersleningen (geen nieuwe aanvragen). Voor de VROM Startersleningen is geen budget meer beschikbaar, met ingang van 26 mei 2010 worden geen VROM-Startersleningen meer verstrekt.

Doelgroepen

Huishoudens met lagere inkomens op de huur en koop woningmarkt.

Meetbare gegevens

Beoogde prestaties voor 2011 ten behoeve van starters op de koopwoningenmarkt.

  • Aanpassing van het Fair Value-model. Onder voorwaarden is het voor corporaties mogelijk met korting huizen te verkopen en naderhand te delen in de waardeontwikkeling. Dit model regelt de verhouding tussen de hoogte van de korting voor de koper en het aandeel van de woningcorporatie in de waardeontwikkeling van de woning.

Indicatoren

Indicatoren voor het beleid in 2011

  • Doorlopende BEW toekenningen, startersbijdragen en verstrekte hypotheken met NHG (zie tabel 3.2.);

  • Aandeel eigenwoningbezit (zie tabel 3.2.);

  • Netto huurquote van huishoudens met huurtoeslag (zie tabel 3.3).

Tabel 3.2. Indicatoren BEW-toekenningen, starterbijdragen, NHG-garanties en aandeel eigenwoningbezit
 

Realisatie

 

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

BEW-toekenningen

160

145

60

40

3 250

10 150

15 252

Bijdragen starterleningen

Nvt

Nvt

Nvt

Nvt

639

1 638

2 294

NHG verstrekking

74 000

98 000

121 000

113 000

90 000

84 000

97 000

Aandeel eigenwoningbezit

53,7%

54,5%

55,2%

55,8%

56,6%

57,3%

57,8%

Grafiek 1: Huurquote jonger dan 65 jaar

Grafiek 1: Huurquote jonger dan 65 								jaar

Grafiek 2: Huurquote 65 jaar en ouder

Grafiek 2: Huurquote 65 jaar en 								ouder

Toelichting

De wet op de huurtoeslag

Nederland telt ruim 7 mln. huishoudens. Daarvan bewoont bijna 3 mln. een huurwoning. Van deze 3 mln. huishoudens ontvangt circa. 1 op de 3 huurtoeslag (ruim 1 miljoen). Ruim 72% van de huurtoeslagpopulatie bestaat uit huishoudens met een inkomen onder of op het minimum inkomen zoals dat geldt voor de Wet op de huurtoeslag. Iets minder dan 40% van de huurtoeslagpopulatie bestaat uit ouderenhuishoudens (zie ook jaarverslag 2008 Wet op de huurtoeslag, TK 2009–2010, 32 123 XVIII, nr. 62).

Als gevolg van de per 2010 getroffen maatregelen ter vereenvoudiging van de huurtoeslagregelgeving (Stb 2009–138), heeft op 1 juli 2010 geen indexering van de huurgerelateerde parameters in de huurtoeslag plaatsgevonden. Met ingang van 2011 worden deze huurparameters (normhuur, kortingsgrens, aftoppingsgrenzen en maximale huurgrenzen) per 1 januari aangepast, gelijk met de inkomensgerelateerde huurtoeslagparameters. Door deze tijdvakverschuiving behoeven in principe de jaarlijks te verlenen voorschotten niet meer lopende het jaar te worden aangepast.

In 2010 zijn in het Interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) vereenvoudiging toeslagregelingen voorstellen ontwikkeld voor verdere vereenvoudiging van de huurtoeslagregelgeving. In verband met de demissionaire status van het kabinet is het echter niet gekomen tot de indiening van de hieruit voortvloeiende wetsvoorstellen ter herziening van de Wet op de huurtoeslag voor 2011.

Netto huurquote

Al enkele jaren wordt in de begroting en het jaarverslag gerapporteerd over de ontwikkeling van de netto huurquote voor huurtoeslagontvangers. Ten behoeve van deze begroting is bezien of de daarbij gepresenteerde cijfers voldoende representatief zijn voor de beschrijving van optredende effecten. Dit heeft geleid tot een wijziging in de figuren 1 en 2 gepresenteerde voorbeeldhuishoudens. Er worden nu 8 huishoudens gepresenteerd. Voor elke in de huurtoeslag onderscheiden huishoudcategorie wordt een huishouden met een minimuminkomen gepresenteerd en een huishouden met een inkomen in het inkomensafhankelijke traject. Hiermee wordt een sluitend beeld gegeven van de doelgroep van de huurtoeslag. Bij de berekening van de netto huurquote voor de gepresenteerde huishoudens is gerekend met de gemiddelde huur voor de betreffende groep.

De huurquote is de afgelopen jaren stabiel gebleven en is sinds 2007 zelfs licht gedaald. Dit heeft mede te maken met de beheerste huurontwikkeling in deze periode. De forse daling van de huurquote in 2009 voor ouderen met een bovenminimaal inkomen wordt veroorzaakt door de beperking van de fiscale aftrek voor buitengewone uitgaven in 2009. Door deze wijziging steeg het belastbaar inkomen voor de ouderen die hierdoor een lagere fiscale aftrekpost konden opvoeren voor hun aangifte inkomstenbelasting. Hiervoor zijn de inkomensgrenzen in de huurtoeslag aangepast, met als gevolg dat met een gelijk belastbaar inkomen recht bestaat op een hogere huurtoeslag (netto gaat deze groep er dus niet op vooruit).

De huurquote zal in 2011 nauwelijks stijgen. Hierbij is rekening gehouden met de verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag met € 0,86 per maand.

BEW en Startersleningen

In de begroting 2010 is ervoor gekozen om uiterlijk 31 december 2011 de BEW te sluiten voor nieuwe aanvragen en de tot die tijd resterende budgetten naar voren te schuiven. Met de honorering van aanvragen ingediend tot en met 29 maart 2010 was het subsidieplafond bereikt en daarmee het resterende budget BEW volledig verplicht. Voor de BEW is geen budget meer beschikbaar zoals gemeld aan de Tweede Kamer ((TK 32 123 XVIII, nr. 74).

Het budget dat voor startersleningen beschikbaar is gesteld aan de SVn is eind mei 2010 eveneens volledig verplicht. Nieuwe verplichtingen voor de BEW en startersleningen zullen niet meer worden aangegaan.

3.2.4. Garanderen van een laagdrempelige geschillenbeslechting

Per 1 januari 2010 is de administratieve ondersteuning van de Huurcommissie een baten-lastendienst geworden (Dienst van de Huurcommissie) en per 1 april 2010 zijn de afzonderlijke huurcommissies omgevormd tot één landelijke ZBO Huurcommissie. De Huurcommissie werkt als opdrachtnemer met een opdracht waarvan de kosten op het onderhavige artikel van de begroting zijn geraamd. Voor 2011 worden de onderstaande aantallen en behandeltermijnen verondersteld.

Digitalisering van de interne werkprocesse.n zal bijdragen tot een verkorting van de behandeltermijnen, waardoor stapsgewijs aan de wettelijke termijnen voldaan zal worden.

Tabel 3.3. Prestatie-indicatoren huurgeschillenbeslechting
 

Aantallen 2011

Behandeltermijn 2011

Regulier Huurprijsgeschil

7 150

80% binnen 6 maanden

Huurverhoginggeschil

2 200

80% binnen 6 maanden

Servicekostengeschil

4 500

80% binnen 7 maanden

Haalplichtverklaring

1 000

3.2.5. Verruiming van het aanbod van geschikte woningen voor bijzondere aandachtsgroepen, alsmede het bestrijden van onrechtmatige bewoning

Motivering

De Minister voor WWI wil het aanbod van passende woonvoorzieningen verruimen voor bijzondere aandachtsgroepen. Er wordt gestreefd naar:

  • het zo lang mogelijk zelfstandig en in een vertrouwde omgeving laten wonen van senioren en mensen met een beperking die daar ondersteuning en zorg op maat voor kunnen ontvangen;

  • meer (verschillende) vormen van passende woonvoorzieningen voor dak- en thuislozen en tegelijkertijd minder huisuitzettingen;

  • in overleg met gemeenten, verhuurders en werkgevers realiseren van extra woonruimte (logies) voor buitenlandse werknemers met name uit de Midden- en Oost-Europese (MOE) landen;

  • het bestrijden van onrechtmatige bewoning. Onrechtmatige bewoning (het verkrijgen van een woning door de regels voor woonruimteverdeling te omzeilen en het onttrekken van een woning voor niet bedoeld gebruik) belemmert de doorstroming, is oneerlijk voor hen die wel op hun beurt wachten en kan corporaties en andere verhuurders veel geld kosten.

  • Actieplan «Beter (t)huis in de buurt» (TK 2007–2008, 31 200 XVIII, nr. 48, bijlage), lopend van 2007 tot 2011. De uitvoering is in samenwerking met het ministerie van VWS;

  • Plan van aanpak maatschappelijke opvang, tweede fase. Deze fase is in 2010 vastgesteld en ondertekend door de G4 en het kabinet. Doel is de doorstroming uit de opvang te verbeteren en de instroom van nieuwe dak- en thuislozen te voorkomen;

  • Plan van aanpak huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa (TK 29 407, nr. 106);

  • VROM/WWI stimuleert dat over de hierboven genoemde doelen prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties worden gemaakt.

Instrumenten

  • Ouderen en mensen met een beperking, dak- en thuislozen, studenten en buitenlandse werknemers met name uit de MOE-landen;

  • Gemeenten, corporaties en landelijke cliënten organisaties, koepels en brancheorganisaties;

  • Aandachtsgroep huishoudens met een inkomen tot de maximumgrens van de huurtoeslag.

Doelgroepen

  • Ten tijde van het opstellen van de begroting was de herberekening van de opgave aan geschikte woningen en verzorgd wonen op basis van het WoON2009 nog niet geheel afgerond. De definitieve gegevens komen in de verdere loop van het jaar beschikbaar.

Meetbare gegevens

3.3. Overzicht beleidsonderzoeken

In het kader van de Brede Heroverwegingen is er veel onderzoek gedaan waarin het ingezette beleidsinstrumentarium aan bod is gekomen. Het nieuwe coalitieakkoord kan daarnaast al leiden tot een andere invulling van het beleid. Dit heeft ertoe geleid dat enkele beleidsdoorlichtingen zijn opgeschort, waaronder de beleidsevaluatie Huurbeleid (TK 2009–2010, 27 926, nr. 143). Na de totstandkoming van een nieuw coalitieakkoord en de besluitvorming over het in te zetten beleidsinstrumentarium zal worden bezien of een beleidsdoorlichting op deze onderwerpen alsnog opportuun is.

Tabel 3.4. Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp

AD/OD

A.Start

B. Afgerond

Beleidsdoorlichting

Evaluatie van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

OD 3.2.1

A. 2011

B. 2011

Garanderen van een laagdrempelige geschillenbeslechting.

OD 3.2.4

A. 2014

B. 2014

Verruiming van het aanbod van geschikte woningen voor bijzondere aandachtsgroepen, alsmede het bestrijden van onrechtmatige bewoning

OD 3.2.5

A. 2013

B. 2013

Artikel 4. Integratie niet-westerse migranten

Algemeen – grondslag

De apparaatsuitgaven en de uitgaven voor de tijdelijke projectorganisatie zijn binnen dit artikel van de WWI-begroting (XVIII) opgenomen, zoals vermeld in het Deltaplan Inburgering (TK 2006–2007, 31 143, nr.1). Verantwoording over deze uitgaven vindt daarmee plaats op deze programmabegroting en niet op artikel 91 van de VROM-begroting (XI) waar de overige apparaatuitgaven van WWI zijn opgenomen.

4.1. Algemene doelstelling

De integratie van niet-westerse migranten5in de Nederlandse samenleving, economisch, sociaal en cultureel

Motivering

Integratie heeft zowel betrekking op de voorwaarden voor deelname als de feitelijke deelname aan het economische, sociale, culturele leven. In het integratieproces moeten achterstanden worden ingelopen en afstanden worden overbrugd. Er is substantiële vooruitgang op een aantal terreinen, maar op andere terreinen is er nog achterstand. Zo is vooruitgang geboekt voor wat betreft instroom en deelname van niet-westerse migranten in het hoger onderwijs, de arbeidsmarktdeelname, het beroepsniveau en het eigen woningbezit. Tegelijkertijd is er nog veel schooluitval, is de sociale segregatie eerder toe- dan afgenomen en is de arbeidsmarktpositie van jongeren van niet-westerse afkomst nog altijd slechter. De arbeidsmarktpositie van deze jongeren staat verder onder druk door een oplopende jeugdwerkloosheid. Jongeren van Antilliaans- en Marokkaans-Nederlandse afkomst verlaten hun school relatief vaker zonder startkwalificaties, zijn vaker werkloos en ook vaker verdacht van een misdrijf dan hun leeftijdsgenoten. Ook speelt discriminatie nog altijd een rol op terreinen als de arbeidsmarkt, leefomgeving en horeca. Daarvoor is integratiebeleid nodig.

Verantwoordelijkheid

  • De Minister voor WWI heeft een integrale verantwoordelijkheid voor de opzet en voortgang van het kabinetsbrede integratiebeleid. Belangrijke delen van het integratiebeleid worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindslieden van andere departementen;

  • De Minister voor WWI heeft beleidsverantwoordelijkheid voor de inburgering en voor een aantal specifieke integratieonderwerpen. Dit laatste vaak in samenwerking met andere bewindslieden;

  • Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van inburgerings- en integratiebeleid op lokaal niveau;

  • De Minister voor WWI is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de Remigratiewet.

Specifiek voor inburgering:

Externe factoren

  • De wijze waarop gemeenten en andere bij integratie en participatie betrokken instellingen en organisaties hun taken en verantwoordelijkheden waarmaken;

  • De mate waarin inburgeringsplichtigen de verantwoordelijkheid oppakken om aan de inburgeringplicht te voldoen en de benodigde competenties te verwerven om te kunnen participeren in de samenleving.

Specifiek voor het realiseren van het integratieprogramma:

  • De inzet van niet-westerse migranten om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving;

  • De bereidheid van instellingen, bedrijven en gemeenten om competente personen ongeacht etnische, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond mee te laten doen;

  • De bereidheid van maatschappelijke partners om hun verantwoordelijkheid te nemen.

Meetbare gegevens

De mate waarin de algemene doelstelling van het integratiebeleid wordt gerealiseerd wordt afgemeten aan de ontwikkeling van een aantal kengetallen. Dit betreft het verschil tussen de autochtone Nederlanders en niet-westerse migranten voor wat betreft netto-arbeidsparticipatie;

het aandeel personen met een startkwalificatie en het aandeel verdachten van een misdrijf.

Een groot aantal externe factoren beïnvloedt de waarden van deze kengetallen. Het SCP ontwikkelt momenteel daarom een methodiek om de streefwaarden nader te concretiseren.

Ten aanzien van de integratieonderwerpen waarvoor de Minister voor WWI beleidsverantwoordelijkheid heeft, worden meetbare gegevens gespecificeerd onder de desbetreffende operationele doelstellingen.

Tabel 4.1 Kengetallen voor integratie

Percentage netto arbeidsparticipatie van de bevolking 15–64 jaar

2006

2007

2008

2009

Streefwaarde in 2011

Niet-westerse migranten

49,7

53,3

56,5

54,7

 

Autochtone Nederlanders

66,8

68,2

69,2

69,1

 

Verschil

– 17,1

– 14,9

– 12,7

– 14,4

Afname

Percentage met startkwalificatie van de niet schoolgaande bevolking 15– 64 jaar

     

Niet-westerse migranten 2e generatie

65,8

68,0

67,5

68,2

 

Autochtone Nederlanders

69,7

70,6

71,8

72,3

 

Verschil

– 3,9

– 2,6

– 4,3

– 4,1

Afname

Aantal verdachten per 10 000 van de bevolking van 12 jaar en ouder

     

Niet-westerse migranten

480

478

460

  

Autochtone Nederlanders

124

126

118

  

Verschil

356

352

342

 

Afname

Bron: CBS kernindicatoren. Jaarlijkse aanlevering conform onderzoeksopdracht WWI

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4.2. Integratie niet-westerse migranten

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

241 178

500 583

345 548

292 365

192 600

106 098

110 857

Uitgaven:

409 750

501 311

351 548

298 365

198 600

106 098

110 857

Waarvan juridisch verplicht

  

337 761

302 014

78 808

80 336

76 804

Programma:

409 750

501 311

351 548

298 365

198 600

106 098

110 857

 

Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen

354 241

439 657

288 559

235 119

136 279

39 292

44 552

  

Facilitering inburgering

354 241

439 657

288 559

235 119

136 279

39 292

44 552

        
 

Het versterken van de maatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse migranten

55 509

61 654

62 989

63 246

62 321

66 806

66 305

  

Facilitering remigratie

30 623

33 492

37 503

37 503

37 504

37 504

37 003

  

Overige instrumenten

24 886

28 162

25 486

25 743

24 817

29 302

29 302

Ontvangsten:

12 420

103 249

58 937

32 425

4 425

4 425

4 425

Toelichting

Grafiek 4.1 Budgetflex in % en bedragen per operationeel doel voor 2011

Grafiek 4.1 Budgetflex in % en bedragen per 							 operationeel doel voor 2011

Toelichting:

OD 1: De juridisch verplichte bedragen betreffen de bijdragen aan het Participatiefonds, gemeentefonds, COA en IBG voor de uitvoering van de wet Inburgering, leningen onder de Wet Inburgering en examens onder de wet Inburgering Buitenland.

OD 2: De juridisch verplichte bedragen betreffen projectsubsidies op grond van de regeling Ruimte voor contact, subsidies voor activiteiten van maatschappelijke organisaties, remigratie-uitkeringen, bijdragen aan gemeenten voor maatregelen inzake Antilliaans- en Marokkaans-Nederlandse jongeren en projecten inzake rechtstaat en pluriformiteit.

4.2. Operationele doelstellingen
4.2.1. Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen

Motivering

Om oud- en nieuwkomers actiever mee te laten doen in de samenleving is het noodzakelijk dat deze groep een goede beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving heeft. Het volgen van een inburgeringstraject en het halen van het inburgeringsexamen is een middel om dit te bewerkstelligen.

Wet inburgering

Instrumenten

Om budgettaire redenen (invulling motie Koolmees) heeft het kabinet ervoor gekozen in 2011 € 100 mln en € 175 mln in 2012 incidenteel om te buigen op de inburgeringsmiddelen van het participatiebudget en het gemeentefonds. In 2011 stelt het Rijk een bedrag beschikbaar van in totaal € 295,6 mln. voor gemeenten. Hiervan is reeds 48 mln toegevoegd aan het Gemeentefonds; het overige budget wordt ingebracht in het participatiebudget.

Het kabinet hecht grote waarde aan de eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers. Zij moeten zelf het initiatief en de regie nemen om hun inburgering te realiseren. Er zal worden toegewerkt naar een stelsel waarbij het merendeel van de kosten bij de inburgeraar wordt neergelegd.

Verdeling inburgerings middelen Participatiebudget 2011 over gemeenten

Verdeling inburgerings middelen Participatiebudget 								2011 over gemeenten

Een aantal taken voor de inburgering wordt centraal gecoördineerd en gefinancierd, zoals het examenstelsel, het leenstelsels, de inburgering in de centrale opvang, de exploitatie van het keurmerk inburgering en de monitoring van de inburgeringsresultaten. Voor deze centrale taken is in 2011 een bedrag van € 38,9 mln. beschikbaar.

Wet inburgering in het buitenland

Conform de wet Inburgering in het buitenland moeten bepaalde groepen vreemdelingen die zich in Nederland willen vestigen het basisexamen inburgering afleggen op een examenlocatie in het buitenland. Het slagen voor het basisexamen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf. Voor de uitvoering van de Wet inburgering in het buitenland is een bedrag van € 3 mln beschikbaar. Invoering van de hogere eisen aan de taalvaardigheid zal april 2011 plaatsvinden. In 2012 zal de Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen worden toegevoegd aan het basisexamen inburgering in het buitenland. Daardoor komen gezinsmigranten met een hoger niveau van taalvaardigheid binnen. Dit bevordert de inburgering en de integratie van deze nieuwkomers in Nederland.

Meetbare gegevens

Tabel 4.3 Prestatie-indicatoren inburgering Nederland

Prestatie-indicatoren inburgering Nederland

2009 1

2010

2011

2012

2013

2014

Aantal deelnemers dat voor het inburgeringsexamen is geslaagd 2

17 582

25 021

32 552

34 830

27 300

17 640

Slagingspercentage

75%

60%

65%

70%

70%

70%

XNoot
1

Bron: Informatiesysteem Inburgering (ISI), stand per ultimo 2009, peildatum 1 februari 2010.

XNoot
2

De geslaagden per jaar kunnen in datzelfde jaar of in eerdere jaren zijn gestart. Bijv: Geslaagden in 2009 zijn dus in 2009 of in eerdere jaren gestart en hebben hun traject in 2009 met succes afgerond.

4.2.2. Het versterken van de maatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse migranten

Motivering

Ondanks goede ontwikkelingen is nog altijd een achterstand zichtbaar in sociale integratie en maatschappelijke emancipatie van niet-westerse migranten. Het reguliere beleid op de terreinen van onderwijs en werk, gezondheid welzijn en sport, justitie en openbare orde moet voor iedereen gelijk werken, moet dus iedereen bereiken en voor iedereen even effectief werken. Waar het regulier beleid onvoldoende niet-westerse migranten bereikt en onvoldoende effectief is, zijn aanvullend flankerende dan wel specifieke, afzonderlijke maatregelen en acties nodig.

Naast het verminderen van ruimtelijke segregatie en het vergroten van de ontwikkelingspotenties van wijken (zie beleidsartikel 1) betreft het de onderwerpen die hierna bij de instrumenten worden genoemd.

Bij de uitvoering van integratiebeleid wordt gebruik gemaakt van de expertise van diverse maatschappelijke organisaties, zoals Forum en de LOM-organisaties (Landelijk Overleg Minderheden). Ook wordt aan het CBS en SCP jaarlijks een vergoeding betaald voor onderzoek en monitoring van de ontwikkelingen in het Jaarrapport Integratie. Deze organisaties ontvangen hiervoor in 2011 een vergoeding van in totaal € 12,8 mln. Daarnaastwisselen Rijk, gemeenten en overige betrokkenen, beleid en ervaring uit via de Gemeenschappelijke Integratie Agenda (GIA). In 2011 organiseren betrokkenen net als in 2010 in 7 regio’s 21 bijeenkomsten. In 2010 is het thema cultuur en sport in de GIA toegevoegd. In 2011 wordt de GIA met de thema’s Diversiteit en Rechtsstaat uitgebreid. Het streven is het percentage gemeenten dat deelneemt aan de GIA in 2011 te verhogen tot 40%. Hiervoor is bijna € 1 mln. beschikbaar in 2011.

Risicojongeren

Instrumenten

Het Rijk voert generiek beleid ter bestrijding van schooluitval, jeugdwerkloosheid, overlast en criminaliteit. Bij Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse jongeren is de oververtegenwoordiging op het terrein van criminaliteit, maar ook met betrekking tot schooluitval en werkloosheid nog steeds hoog.

Risicojongeren veroorzaken niet alleen problemen, ze hebben ook problemen: vaak verkeren ze in een moeilijke thuissituatie, ontbreken ouders die als rolmodel kunnen fungeren, is sprake van een taalachterstand, armoede, geweld en schulden. Ze groeien op in een straatcultuur. Ook komt er steeds meer zicht op de psychische problemen waarmee een deel van deze jongeren kampt.

Een harde aanpak van de overlast en criminaliteit is noodzakelijk. Tegelijkertijd moet jongeren waar mogelijk perspectief worden geboden op onderwijs en werk. Dit moet leiden tot het terugdringen van de oververtegenwoordiging van deze jongeren in de genoemde problematiek en inbedding van de specifieke aanpak bij de reguliere instellingen. Daarom heeft het kabinet «Balkenende IV» in het kader van de Beleidsbrieven «Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren: Grenzen stellen en Perspectief bieden» (TK 2009–2010, 31 268, nr.13) en «Kabinetsbeleid Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren vanaf 2010» (TK 2009–2010, 26 283, nr. 52) aan Justitie en gemeenten meer mogelijkheden gegeven voor een persoonsgerichte aanpak gericht op het tegengaan van overlast en op het helpen bij de opvoeding en begeleiding naar onderwijs en werk.

Het Rijk ondersteunt gemeenten die ervoor kiezen via een specifieke aanpak de oververtegenwoordiging van deze twee groepen risicojongeren snel terug te dringen en hen kansen te bieden financieel en via uitwisseling van kennis. Met deze gemeenten vormt het Rijk een samenwerkingsverband. Daarnaast gaat het Rijk door met het versterken van de capaciteiten van de Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschap in Nederland, zodat ze nog meer in staat zijn hun verantwoordelijkheid te nemen en actief betrokken zijn bij gezinnen met opvoedingsproblemen.

Via het gemeentefonds is voor 2011 door de minister voor WWI € 11,5 mln. en door de minister van Justitie € 5,4 mln. beschikbaar gesteld aan de gemeenten die deel uitmaken van het samenwerkingsverband. Deze middelen zijn onder andere bedoeld voor de inzet van gezinsmanagers en straatcoaches en het inbedden van de aanpak van deze risicojongeren in de reguliere gemeentelijke instellingen (WWI) en het voorkomen van een criminele loopbaan (Justitie). Ter ondersteuning van gemeenten zorgt het Rijk voor onderzoek en evaluaties, een jaarlijkse monitor en de verspreiding van kennis. Hiermee kan de effectiviteit van de aanpak vergroot worden. Hiervoor is op de begroting van WWI is € 2,8 mln. beschikbaar. Gemeenten kunnen in 2011 daarnaast een beroep doen op de veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen van WWI en BZK voor de financiering van lokale programma’s voor probleemjongeren. Het totaal van de veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen bedraagt in 2011 € 64 mln. dat ook via het gemeentefonds beschikbaar is gesteld.

Het Rijk spreekt de Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse gemeenschappen aan op hun verantwoordelijkheid en de ondersteuning van gezinnen waar problemen heersen in de sfeer van de opvoeding. Gemeenten kunnen daarnaast migrantengezinnen in de opvoeding ondersteunen met de middelen die ze via Jeugd en Gezin ontvangen voor de inrichting van Centra voor Jeugd en Gezin.

Programma Diversiteit in het Jeugdbeleid

Ook in 2011 voert ZonMw het programma Diversiteit in het Jeugdbeleid (2008–2012) uit in opdracht van de bewindslieden voor Jeugd & Gezin en voor WWI. De aanpak omvat: verbetering van het bereik van moeilijke doelgroepen, verbetering van de vroegsignalering van risico’s en problemen, het beschikbaar krijgen van voor migrantendoelgroepen effectieve interventies en voor verschillende culturele achtergronden geschikte werkwijzen (programmalijn Kennisontwikkeling en -versterking). Verder worden beroepsprofielen en -opleidingen in de jeugdsector voorzien van interculturele competenties (programmalijn Versterken vakmanschap) en worden jeugdinstanties zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin toegerust om beter te kunnen werken met de verschillende migrantendoelgroepen (programmalijn Versterken lokale jeugdvoorzieningen). Voor de uitvoering van het programma in de periode 2008–2012 hebben de bewindslieden gezamenlijk € 10 mln beschikbaar gesteld, waarvan € 1 mln per jaar via de WWI-begroting wordt gefinancierd.

Rechtstaat en pluriformiteit

Met het programma «Rechtsstaat & pluriformiteit» geeft de minister voor WWI een nadere uitwerking, operationalisatie en implementatie vorm van de integratiebrief uit november 2009 (TK 2009–2010, 31 268, nr. 25). Het programma wordt opgezet langs de programmalijnen «meedoen» en «samenleven». De belangrijkste aandachtsvelden binnen deze programmalijnen zijn eigen verantwoordelijkheid/ actief burgerschap, participatie en de grenzen van de rechtsstaat.

De sociale component van actief burgerschap wordt vanuit het Rijk ondersteund door het stimuleren van bewonersbetrokkenheid bij de wijkaanpak. Het versterken van politieke burgerschapsvaardigheden onder vooral jongeren is een doel dat onder meer wordt geconcretiseerd in het kader van het tegengaan van radicalisering, bijvoorbeeld door het versterken van democratische vaardigheden ten behoeve van alledaagse interculturele ontmoetingen (TK 2009–2010, 29 754, nr. 175). De projecten richten zich op het uitdragen van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, het bevorderen van openheid van de samenleving in de omgang met pluriformiteit en van de participatie van burgers in de democratie en op training van sociale competenties.

Op grond van de regeling Ruimte voor contact betaalt het Rijk € 1,6 mln voor gezamenlijke activiteiten van autochtonen en niet-westerse migranten die gericht zijn op praktische gemeenschappelijke doelen op lokaal niveau. Het gaat om betalingen op basis van toekenningen uit het verleden want de regeling is in 2009 beëindigd. In totaal is er voor Rechtstaat en pluriformiteit € 6,1 mln beschikbaar in 2011.

Aanpak rassendiscriminatie

Zoals ook beschreven in de Integratiebrief van november 2009 (TK 2009–2010, 31 268, nr. 25) richt het beleid zich in 2011 met name op het vergroten van de weerbaarheid van slachtoffers van rassendiscriminatie; bestrijden van haatzaaien en rassendiscriminatie op het internet, en vergroten van de professionaliteit van organisaties in het discriminatieveld. Hiervoor is in 2011 € 1,8 mln beschikbaar.

Remigratiewet

De Remigratiewet biedt een uitweg aan degenen die ooit naar Nederland kwamen voor arbeid en vestiging, maar nu een dringende wens tot terugkeer hebben, doordat zij in een situatie van afhankelijkheid verkeren zonder zicht op verbetering en zelf hun remigratie niet kunnen bekostigen. Het betreft personen die ondanks hun inburgering en andere inspanningen hier geen bestaan kunnen opbouwen of die oud zijn en geen zicht meer hebben op een zinvolle participatie in de Nederlandse samenleving. Het is mogelijk dat migranten in die klemsituatie in hun herkomstland een beter perspectief zien, maar de kosten voor hun remigratie niet kunnen opbrengen.

De faciliteiten van de wet bestaan uit een eenmalige tegemoetkoming in de kosten voor verhuizing en een periodieke uitkering om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan in het land van bestemming. De laatstgenoemde remigratievoorziening is beschikbaar voor personen vanaf 45 jaar die langdurig werkloos, arbeidsongeschikt of bijstandsgerechtigd zijn en is bedoeld om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan in het bestemmingsland.

Huwelijks- en gezinsmigratie

Het kabinet heeft op 2 oktober 2009 de aanpak huwelijks- en gezinsmigratie gepresenteerd. De aanpak is erop gericht op de betere integratie en emancipatie van huwelijks- en gezinsmigranten in Nederland, onder andere door het verhogen van de inburgeringseisen in het buitenland, het tegengaan van fraude en misbruik en op Europees niveau in te zetten op harmonisatie van het gezinsmigratiebeleid. In 2011 wordt deze aanpak voortgezet.

Meetbare gegevens

De meetbare gegevens van de onderdelen van het integratiebeleid waarvoor de Minister voor WWI specifiek verantwoordelijk is, zijn hieronder opgenomen in tabel 4.4 – 4.8. De onderdelen van het integratiebeleid uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindslieden van andere departementen zijn in de meetbare gegevens van de betreffende departementen opgenomen. Jaarlijks verschijnt bovendien gelijktijdig met de Rijksbegroting het Jaarrapport Integratie. Hierin staat een feitelijk overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van integratie.

Tabel 4.4 Gemeenschappelijke beleidsagenda

Gemeenschappelijke beleidsagenda

2007 1

2008

2009

2010 2

20112

Percentage gemeenten dat deelneemt aan de gemeenschappelijke beleidsagenda voor het integratiebeleid.

0%

niet gemeten

34%

25%

40%

Bron: Evaluatie van 1 jaar Gemeenschappelijke Integratie Agenda door B&A. De volgende meting vindt plaats in 2011;

XNoot
1

Basiswaarde bij de start van het beleid;

XNoot
2

Streefwaarde uit het beleidsprogramma en de begroting 2010.

Tabel 4.5 Marokkaans-Nederlandse risicojongeren

Marokkaans-Nederlandse risicojongeren

2010

2012

Oververtegenwoordiging in schooluitval

33%

afname

Oververtegenwoordiging in werkloosheid

101%

afname

Oververtegenwoordiging in criminaliteit

170%

afname

Bron: Monitor Antilliaans-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren; 2010 is de nulmeting;

Tabel 4.6 Antilliaans-Nederlandse risicojongeren

Antilliaans-Nederlandse risicojongeren

2010

2013

Oververtegenwoordiging in schooluitval

61%

afname

Oververtegenwoordiging in werkloosheid

131%

afname

Oververtegenwoordiging in criminaliteit

137%

afname

Bron: Monitor Antilliaans-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren; 2010 is de nulmeting;

Tabel 4.7 Aanpak rassendiscriminatie

Aanpak rassendiscriminatie

2007

2008

2009

Aantal meldingen bij een antidiscriminatievoorziening van discriminatie op grond van ras.

1 835

2 003

2 363

Bron: Kerncijfers 2008; landelijk overzicht van discriminatieklachten geregistreerd bij antidiscriminatiebureaus en meldpunten in Nederland opgesteld door Art. 1, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie in samenwerking met de Universiteit van Utrecht;

Tabel 4.8 Facilitering remigratie

Facilitering remigratie

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Aantal remigranten met een éénmalige uitkering voor reis- en vervoerskosten en kosten hervestiging

279

320

310

320

310

310

Aantal remigranten met een periodieke uitkering per einde jaar

10 923

11 230

11 510

11 750

11 960

12 130

Bron: Jaarlijkse opgave van de Sociale verzekeringsbank (SVB) van het aantal rechthebbenden en de raming daarvan.

4.3 Overzicht beleidsonderzoeken
Tabel 4.9 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp

AD/OD

A. Start

B Afgerond

Beleidsdoorlichting

Deltaplan Inburgering

AD

A. 2011

B. 2012

Effecten onderzoek ex post

Jaarrapport integratie

OD 4.2.2

Jaarlijks

Overige evaluatieonderzoeken

Monitor Antilliaans-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren

OD 4.2.2

Jaarlijks in de periode 2010–2012

Artikel 5. Kennis en Ordening Wonen, Wijken en Integratie
5.1. Algemene beleidsdoelstelling

Motivering

Het maatschappelijke domein van Wonen, Wijken en Integratie kan door het Rijk alleen goed worden beïnvloed als deze ook beschikt over voldoende actuele kennis over de verschillende onderdelen van dit domein en in hun onderlinge samenhang. Het Rijk kan helpen lokale problemen beter te lijf te gaan door het toevoegen en verspreiden van kennis aan de uitvoeringspraktijk.

Bij de uitvoering van het beleid van wonen en wijken hebben de woningcorporaties een belangrijke rol. De verantwoordelijkheden tussen de woningcorporaties en het Rijk, de toezichthouder, de lokale overheden, andere spelers in het maatschappelijk middenveld en de bewoners moeten herijkt worden naar de actuele maatschappelijke opgaven en inzichten.

Verantwoordelijkheid

De Minister voor WWI is verantwoordelijk voor:

  • Het ontwikkelen, ontsluiten en verspreiden van kennis over wonen, wijken en integratie;

  • Het zorgen voor een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de partijen op het terrein van WWI;

  • Partijen in staat stellen hun rollen en verantwoordelijkheden te vervullen.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling is afhankelijk van:

  • Beschikbaarheid van kennis en gegevens van derden op het gebied van wonen, wijken en integratie;

  • Actieve participatie van betrokken partijen op het gebied van wonen, wijken en integratie.

Meetbare gegevens

Het programma van dit artikel is er primair op gericht om de prestaties uit de overige artikelen van de begroting van WWI nu en in de toekomst te kunnen realiseren. Dat betekent dat voor de algemene beleidsdoelstelling van artikel 5 geen algemene indicatoren (outcome) beschikbaar zijn. Wel is op het niveau van de operationele doelen (output) een aantal prestatie-indicatoren opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 5.1. Kennis en Ordening Wonen, Wijken en Integratie

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

11 852

3 106

15 730

6 965

6 774

9 559

8 788

Uitgaven:

8 506

10 567

12 031

9 554

6 725

8 788

8 788

Waarvan juridisch verplicht

 

 

8 817

0

0

0

0

Programma:

8 506

10 567

12 031

9 554

6 725

8 788

8 788

 

Tijdig inspelen op maatschappelijke veranderingen

0

0

3 072

2 173

286

405

405

  

Onderzoek, experimenten en kennisoverdracht

0

0

361

766

286

405

405

  

FES NICIS

0

0

2 711

1 407

0

0

0

        
 

Ontsluiten van kennis en onderzoekscoördinatie

0

0

7 293

5 715

4 773

6 717

6 717

  

Onderzoek, experimenten en kennisoverdracht

0

0

7 293

5 715

4 773

6 717

6 717

        
 

Bevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

0

0

255

255

255

255

255

  

Onderzoek, experimenten en kennisoverdracht

0

0

255

255

255

255

255

        
 

Versterken van de positie van de woonconsument

790

1 363

1 411

1 411

1 411

1 411

1 411

  

Subsidies woonconsumentenorganisaties

790

1 363

1 361

1 361

1 361

1 361

1 361

  

Onderzoek, experimenten en kennisoverdracht

0

0

50

50

50

50

50

        
 

Overige programmabudgetten

7 716

9 204

0

0

0

0

0

  

Onderzoek

5 160

5 538

0

0

0

0

0

  

Experimenten en kennisoverdracht

2 556

3 666

0

0

0

0

0

Ontvangsten:

0

0

2 711

1 407

0

0

0

Grafiek 5.1. Budgetflex in % en bedragen per operationeel doel voor 2011

Grafiek 5.1. Budgetflex in % en bedragen per 							 operationeel doel voor 2011

Toelichting:

Bij «Ontsluiten van kennis en onderzoekscoördinatie» is een budget ad € 2,3 mln als «bestuurlijk gebonden» geoormerkt. Het basisonderzoek, dat in 2011 tot deze uitgaven zal leiden, is nodig om een aantal belangrijke beleidsevaluaties en toekomstverkenningen te verrichten, beleidsprogramma’s te onderbouwen en beleidseffecten te monitoren.

Voorbeelden hiervan zijn: monitors van de sociaalfysieke ontwikkeling in de wijken, de woonlastenontwikkeling van huishoudens, de voortgang van de woningbouw en energiebesparing in woningen. Daarnaast het analyseren van het functioneren van de woningmarkt.

Belangrijke onderzoeksprojecten die hiervoor moeten worden uitbesteed, zijn onder meer: een aantal modules van het WoonOnderzoek Nederland (WoON) en de actualisering van de woningbehoeftenraming.

5.2. Operationele doelstellingen
5.2.1. Tijdig inspelen op maatschappelijke veranderingen

Motivering

Om niet alleen te werken aan maatschappelijke problemen van vandaag, maar ook voorbereid te zijn op de (mogelijke) toekomstige problemen en uitdagingen van de portefeuille wonen, wijken en integratie (WWI).

Instrumenten

De Strategische Kennisagenda (SKA) van WWI is dynamisch.

De SKA geeft richting aan het strategisch onderzoek dat door WWI wordt uitgezet en levert daarnaast belangrijke input voor de discussies met kennisinstituten en planbureaus over hun werkprogramma’s.

5.2.2. Ontsluiten van kennis en onderzoekscoördinatie

Motivering

Voor een goede beleidsvorming en- uitvoering op het WWI-terrein is ontwikkeling en uitwisseling van kennis tussen WWI en partijen noodzakelijk.

Kennis als interventie-instrument

Instrumenten

  • Organisatie van experimenten en workshops, publicaties van basisonderzoek in vakbladen, onderhoud van een internetsite en informatiedesk met informatie over wonen, wijken en integratie;

  • Verspreiden van kennis over effectieve interventies op het terrein van wonen, wijken en integratie;

  • Stimuleren van effectiviteitstudies en Maatschappelijke Kosten Baten Analyses (MKBA’s) en door de ontwikkeling van een site over MKBA’s.

Kennisinfrastructuur

  • Permanente afstemming en uitwisseling van kennis met de planbureaus, andere departementen, wetenschappelijke wereld, adviesorganen en andere kennisinstituten, ook internationaal (in bijzonder EU-netwerken);

  • Samenwerking met partners in het woonveld en op terrein van integratie bij de ontwikkeling van kennis;

  • Samenwerking en (deel)financiering van de kennisinstellingen SEV, NICIS, KEI en NIROV met heldere afstemming van activiteiten.

Onderzoek, monitoring, prognoses

Zie «meetbare gegevens», waar een aantal concrete producten wordt genoemd. Bovendien wordt rond actualiteiten waar nodig beleidsonderbouwend onderzoek uitgevoerd.

  • Gemeenten;

  • Provincies;

  • Woningcorporaties;

  • Marktpartijen (waaronder de bouwwereld);

  • Universiteiten;

  • Minderhedenorganisaties;

  • Internationale instellingen.

Doelgroepen

Meetbare gegevens

De volgende specifieke meetbare gegevens voor 2011 zijn als resultaat te benoemen:

  • WoON;

  • Woningbehoefte prognose;

  • Outcomemonitor 40 wijken;

  • Survey Integratie Nieuwe Groepen (SING);

  • Jaarrapport Integratie;

  • Leefbaarometer (actualisatie in 2011);

  • SEV Experimenten Programma;

  • NICIS Onderzoek en kennis programma’s.

5.2.3. Bevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

Motivering

Woningcorporaties moeten, op grond van hun toelating en met hun maatschappelijk bestemde vermogen, nationale, regionale en lokale doelstellingen in de volkshuisvesting uitvoeren. Daarbij zijn hun prestaties op het vlak van nieuwbouw, herstructurering, leefbaarheid van wijken en dorpen, wonen met zorg en energiebesparing leidend. Dit doen zij als maatschappelijke ondernemers in samenspraak met lokale betrokkenen.

De overheid borgt dat woningcorporaties goed (kunnen) functioneren via het benoemen van de onderwerpen waarop prestaties worden verwacht, prikkels, financiële waarborgen, begrenzing van het werkdomein en de staatssteun, regels inzake de betrokkenheid van belanghebbenden, inzake fusies, dochters en verbindingen.

De overheid beoordeelt de maatschappelijke prestaties en intervenieert bij lokale geschillen. Sluitstuk van dit stelsel is een effectief intern en extern toezicht gericht op de prestaties, de financiële continuïteit, de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de integriteit. Dit corporatiestelsel zal worden vernieuwd langs de lijnen van de met de Kamer besproken voorstellen.

  • Woningwet;

  • Besluit beheer sociale huursector;

  • Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting;

  • Ministeriële regelingen en circulaires;

  • Toezicht;

  • Rijksachtervang bij de borging van leningen van woningcorporaties.

Instrumenten

De Rijksoverheid beoordeelt jaarlijks het presteren van woningcorporaties aan de hand van hun jaarstukken en andere signalen. Daarbij worden de prestaties bezien in het licht van de lokale, regionale en landelijke prioriteiten in de volkshuisvesting. De prestaties van individuele woningcorporaties zullen, zo nodig, worden aangejaagd en knelpunten op lokaal niveau zullen door vroegtijdige interventie worden aangepakt.

Jaarlijks worden de corporaties op basis van een analyse van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting een oordeel gezonden over hun solvabiliteit, de financiële continuïteit in het licht van hun prestatievoornemens, en over eventuele onrechtmatige handelingen. Ook alle statutenwijzigingen, voornemens tot fusies, nevenactiviteiten, en meldingsplichtige voornemens tot verkoop van huurwoningen worden door het Rijk getoetst.

Meetbare gegevens

Beoogde prestaties voor 2011 zijn:

  • Op basis van de besluitvorming van de Tweede Kamer over de vernieuwing van het corporatiestelsel en de vormgeving van het toezicht, alsmede naar aanleiding van het akkoord met de Europese Commissie over de inzet van staatssteun bij corporaties, zal de benodigde wijziging van wet- en regelgeving die begin 2010 aan de Raad van State is voorgelegd verder in procedure worden gebracht. Inzet is inwerkingtreding in 2012. Het gaat hierbij om een wijziging van de Woningwet, een nieuwe Algemene maatregel van bestuur ter vervanging van het Besluit beheer sociale huursector en een opschoning van regelingen en circulaires. Hierbij wordt een relatie gelegd met het wetsvoorstel Maatschappelijke onderneming;

  • De in interdepartementaal verband op basis van de besluitvorming van de Tweede Kamer voorbereide wetgeving over de normering van topinkomens in de semipublieke sector die op 4 mei 2010 naar de Raad van State is gezonden zal na accordering door het Parlement nader worden uitgewerkt. Voor de corporatiesector zal een regeling worden vastgesteld waarmee een maximering van topinkomens wordt opgelegd tot nader vast te stellen normbedragen;

  • De Kamer is rond de zomer 2010 een door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting opgesteld sectorbeeld op basis van de voornemens van de corporaties toegezonden. In het najaar 2010 is daarnaast een vergelijkbaar sectorbeeld gezonden op basis van de jaarstukken over 2010. Beide rapporten gaan vergezeld van een beleidsbrief. In 2011 zal het reguliere toezicht worden uitgevoerd op grond van de bestaande regelgeving.

5.2.4. Versterken van de positie van de woonconsument

Motivering

De positie van de woonconsumenten wordt versterkt om recht te doen aan hun positie op de woningmarkt.

De positie van huurders wordt versterkt door wettelijke waarborgen die recht doen aan de positie van de huurdersorganisaties en aan de positie van individuele huurders inzake veranderingen aan de eigen woning.

Om organisaties die de belangen van woonconsumenten vertegenwoordigen in hun activiteiten te ondersteunen, kan de overheid financiële bijdragen verstrekken. Zo ontvangen de Woonbond en de Stichting VAC-punt Wonen (voorheen Vrouwenadviescommissies) financiële bijdragen voor de uitvoering van een met WWI overeen te komen programma van activiteiten op het gebied van kennisoverdracht, voorlichting en scholing. De Woonbond richt de activiteiten in ieder geval op de onderwerpen betrokkenheid van huurders bij de wijkaanpak, zeggenschap van huurders en de ordening van het wonen en de corporaties. De bijdrage aan de Woonbond bedraagt tot en met 2011 maximaal € 0,988 mln per jaar.

Daarnaast ontvangt de Woonbond voor het project «De Woonbond Bespaart», een onderdeel van het actieprogramma «Energiebesparing en duurzaam bouwen», voor 2010 een bijdrage van maximaal € 0,247 mln op basis van werkelijk gemaakte kosten (art 2).

VAC-punt Wonen richt zich op optimalisering van de gebruikskwaliteit van woningen en woonomgeving. Daartoe ondersteunt zij de lokale woonadviescommissies bij het adviseren van gemeenten, corporaties en ontwikkelaars over de gebruikskwaliteitsaspecten in bouwplannen. Beleidsspeerpunten daarbij zijn onder andere brandveiligheid, binnenmilieu en energiebesparing. De bijdrage aan VAC-punt Wonen bedraagt tot en met 2011 maximaal € 0,3 mln per jaar. De woonconsumentenorganisaties leggen door middel van een jaarverslag rekening en verantwoording af over de verrichte activiteiten.

  • Artikel 7: 243 BW (aanpassing);

  • Wet op het overleg huurders verhuurder;

  • Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.

Instrumenten

  • Wet op het overleg huurders verhuurder:

    • a) Initiatiefrecht voor huurders: nu in behandeling bij de Tweede Kamer maar controversieel verklaard;

    • b) De geschillenbeslechting op grond van Wet op het overleg huurders verhuurder zal in 2011 zijn ondergebracht bij de huurcommissie;

    • c) In 2011 zal het lokaal handvest tussen huurders- organisatie en verhuurder inzake sloop en renovatie een wettelijke basis krijgen;

    • d) In 2011 zal gestart worden met de evaluatie van de verzoekschriftenprocedure die mogelijk is op grond van de Wet op het Overleg huurders verhuurders.

  • Verantwoording VAC/WOONBOND

Meetbare gegevens

  • Huurders;

  • Huurderorganisaties;

  • Woonconsumenten.

Doelgroepen

5.3. Overzicht beleidsonderzoeken
Tabel 5.3 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderwerp

AD/OD

A. Start

B. Afgerond

Beleidsdoorlichting

Bevorderen van maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

OD 5.2.3

A. 2013

B. 2013

 

Versterken van de positie van de woonconsument.

OD 5.2.4

A. 2014

B. 2014

Overig evaluatieonderzoek

Analyse prestatieafspraken tussen gemeenten en corporaties 2010; De voornemens met betrekking tot 2011 van de gehele sector worden geanalyseerd; De prestaties op specifieke thema’s worden geëvalueerd.

OD 5.2.2

Jaarlijks

Artikel 6. Rijkshuisvesting
6.1. Algemene beleidsdoelstelling

Motivering

Het kabinet hecht sterk aan de inpassing van zijn doelen op verschillende beleidsthema’s in de rijkshuisvesting, omdat dit bijdraagt aan consistent en consequent rijksbeleid en goed voorbeeldgedrag van de rijksoverheid zelf. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het rijksbrede beleid op onder meer het terrein van de huisvesting van de rijksdienst en zorgt uit dien hoofde voor het vastleggen van deze inpassing in rijksbrede kaders. De Rijksgebouwendienst adviseert over – en ondersteunt bij – de vorming en implementatie van deze kaders.

De Rijksgebouwendienst bewaakt de cultuurhistorische waarde en onderhoudt ook de monumenten in het bezit van de dienst die buiten het huur-verhuurstelsel vallen en waarvan een deel geen huisvestingsfunctie kan hebben.

De Rijksgebouwendienst verzorgt de huisvesting van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken, die niet onder het huur-verhuurstelsel vallen. De objecten van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken worden met ingang van 2010 wel op een wijze analoog aan het huur-verhuurstelsel behandeld.

Verantwoordelijkheid

De Minister voor WWI is verantwoordelijk voor:

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken;

  • de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;

  • de doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting binnen de afgesproken kaders.

Externe factoren

Het behalen van de huisvestingsdoelstelling voor het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken, veelal in monumenten gehuisvest en aan specifieke locaties gebonden, is afhankelijk van de mate waarin deze gebouwen functioneel aangepast kunnen worden voor de desbetreffende gebruikers.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 6.1. Rijkshuisvesting

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

74 050

50 237

44 625

43 864

45 203

44 922

45 029

Uitgaven:

74 050

50 237

44 625

43 864

45 203

44 922

45 029

Waarvan juridisch verplicht

 

 

36 630

28 425

28 672

28 967

28 967

Programma:

74 050

50 237

44 625

43 864

45 203

44 922

45 029

 

Vanuit de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting bijdragen aan rijksdoelen

3 080

7 504

6 964

8 221

9 321

8 740

8 547

 

Beleidsondersteuning (mede) van toepassing op de rijkshuisvesting en de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel

2 004

3 051

2 910

2 919

2 920

2 925

2 925

 

Onderzoek Rgd

180

599

598

598

598

598

598

 

Coördinatie rijksopdracht- geverschap in de bouw

0

1 212

1 209

1 209

1 209

1 209

1 209

 

Energiebesparing rijkshuisvesting

896

2 642

2 247

3 495

4 594

4 008

3 815

          
 

Monumenten beheren:

7 426

15 259

10 088

10 130

10 130

10 130

10 130

 

Beheer monumenten in rijksbezit

7 426

15 259

10 088

10 130

10 130

10 130

10 130

          
 

Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken

63 544

27 474

27 573

25 513

25 752

26 052

26 352

 

Onderhoud HCvS/AZ

6 590

0

0

0

0

0

0

 

Investeringen HCvS/AZ

33 619

0

0

0

0

0

0

 

Huren HCvS/AZ

3 639

0

0

0

0

0

0

 

Paleizen

11 346

0

0

0

0

0

0

 

Functionele kosten Koninklijk Huis

8 350

0

0

0

0

0

0

 

Huisvestingskosten Hoge Colleges van Staat/Algemene Zaken

0

18 096

18 195

16 135

16 374

16 674

16 974

 

Huisvestingskosten Paleizen

0

9 378

9 378

9 378

9 378

9 378

9 378

Ontvangsten:

0

2 626

357

357

357

357

357

Grafiek 6.1. Budgetflex in % per operationeel doel in het begrotingsjaar 2011

Grafiek 6.1. Budgetflex in % per operationeel doel 							 in het begrotingsjaar 2011

Toelichting

De Rijksgebouwendienst is een baten-lastendienst en voert daarom geen verplichtingen-kasadministratie. De middelen voor het huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken zijn belegd met gebruiksvergoedingen voor projecten waarover met de gebruikers afspraken zijn gemaakt. Daarom zijn deze middelen bijna geheel als juridisch verplicht aan te merken. De middelen voor monumenten worden, als ze nog niet juridisch zijn verplicht, als beleidsmatig gebonden beschouwd, gezien de zorg die de dienst voor deze monumenten heeft. De omvang van de juridische verplichtingen per 1 januari 2011 is een raming en is gebaseerd op de projectplanningen.

6.2. De operationele doelstellingen
6.2.1. Vanuit de uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting bijdragen leveren aan rijksdoelen

Motivering

Om vanuit de huisvestingsexpertise van de Rijksgebouwendienst bij te dragen aan de realisatie van WWI-, VROM- en overige rijksdoelstellingen en daarmee binnen de rijkshuisvesting het voorbeeld te geven voor – relevant – nationaal en Europees beleid dat nog in ontwikkeling is of al is vastgesteld.

Instrumenten

Financiële bijdragen aan de baten-lastendienst Rijksgebouwendienst om vanuit de uitvoeringspraktijk bijdragen te leveren aan rijksdoelstellingen door te adviseren over onder meer:

  • het verbeteren van de duurzaamheid van de gebouwenvoorraad van het Rijk;

  • het verbeteren van de veiligheid van de gebouwen;

  • de doelmatige werking van het rijkshuisvestingsstelsel;

  • de totstandkoming van de rijkswerkplek;

  • en door interne en externe belangen van de aanbestedende overheidsdiensten op het vlak van bouwopdrachten te bundelen en te versterken door het verzorgen van coördinatie tussen aanbestedende rijksdiensten.

Meetbare gegevens

Beoogde prestaties voor 2011 zijn:

  • Van enkele aansprekende huisvestingsprojecten die in 2011 zijn opgeleverd zal worden aangegeven op welke wijze de overheid het eigen rijksbeleid heeft toegepast.

6.2.2. Monumenten beheren

Motivering

Om de cultuurhistorische waarden van de monumenten in beheer (en niet ondergebracht in het huur-verhuurstelsel) bij de Rijksgebouwendienst te bewaken. Waar mogelijk wordt het gebruik bevorderd. Randvoorwaarde daarbij is dat het gebruik niet conflicterend is met het behoud van de cultuurhistorische waarde.

Instrumenten

Financiële bijdrage aan de baten-lastendienst Rijksgebouwendienst voor het handhaven van de monumentale waarde van de monumenten in beheer bij de Rijksgebouwendienst en het bevorderen van de gebruiksmogelijkheden en verhuurbaarheid door periodiek onderhoud en herstel.

Meetbare gegevens

Onderhoudsconditie van de monumenten. Op basis van een speciaal voor de monumenten ontwikkelde inspectiemethodiek wordt de onderhoudsconditie van de monumenten in beheer bij de Rijksgebouwendienst in beeld gebracht.

Voorts wordt inzicht gegeven in de gebruiksgraad van de monumenten buiten het huur-verhuurstelsel in beheer bij de Rijksgebouwendienst. Een deel van deze monumenten is naar hun aard niet geschikt voor gebruik, zoals gedenknaalden of grafmonumenten. Deze objecten zijn buiten de berekening gehouden.

Tabel 6.2. Prestatie-indicator

Prestatie-indicator

Basiswaarde

Peildatum

Streefwaarde

Periode

Aantal geïnspecteerde monumenten

0

2007

70

2011

Bezettingsgraad monumenten

95%

2009

95%

2011

Bron: WWI/Rgd administraties

6.2.3. Huisvesten van het Koninklijk Huis, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken

Motivering

Om deze doelgroep, die buiten het huur-verhuurstelsel valt, adequaat te huisvesten. De objecten van deze doelgroep worden sinds 2010 wel analoog aan het huur-verhuurstelsel behandeld. Het betreft het uitvoeren van investeringsprojecten, waarvoor gebruik wordt gemaakt van een leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Daarnaast gaat het om onderhoudswerkzaamheden voor ongeveer 240 000 m2 bruto vloeroppervlakte.

Instrumenten

Financiële bijdragen aan de baten-lastendienst Rgd, met name in de vorm van gebruiksvergoeding, voor het verzorgen van de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover dat valt onder de verantwoordelijkheid van de Staat en voor de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken.

Meetbare gegevens

In 2010 wordt de nieuwe methodiek voor het meten van de klanttevredenheid vastgesteld. Op basis van deze nieuwe methodiek zal 2011 worden gebruikt om een 0-meting uit te voeren. Op grond hiervan zullen voor 2012 en de volgende jaren de prestatie-indicatoren voor klanttevredenheid worden vastgesteld.

Tabel 6.3. Prestatie-indicator

Prestatie-indicator

Streefwaarde

Periode

Klanttevredenheid

Nulmeting

2011

Bron: WWI/Rgd administraties

2.3. De niet-beleidsartikelen
Artikel 95. Algemeen

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 95.1. Algemeen

x € 1 000 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

535 040

5 568

772

792

792

792

792

Uitgaven:

652 126

31 884

22 336

18 985

9 327

7 873

9 587

Waarvan juridisch verplicht

  

22 336

18 985

9 327

7 873

9 587

Programma:

652 126

31 884

22 336

18 985

9 327

7 873

9 587

 

Afkoop subsidies DGW regelingen

535 040

0

0

0

0

0

0

 

Betaalbare woonkeuze koop- en huursector

12 634

8 063

7 712

5 812

6 212

6 212

6 212

 

Budget BWS 1 992–1 994

89 390

2 169

1 769

569

169

169

169

 

Huisvesting gehandicapten en woonzorg

295

443

0

0

0

0

57

 

Werkgelegenheidsimpuls «94

1 180

0

0

0

0

792

792

        

Verzameluitkering:

13 587

21 209

12 855

12 604

2 946

700

2 357

 

Verzameluitkering:

13 587

21 209

12 855

12 604

2 946

700

2 357

Ontvangsten:

698

214

0

0

0

0

0

Grafiek 95.1. budgetflex in % en bedragen per operationeel voor 2011

Grafiek 95.1. budgetflex in % en bedragen per 						  operationeel voor 2011

Toelichting:

Het totaal van de meerjarig beschikbare budgetten op dit artikel is «juridisch verplicht». Het betreft hoofdzakelijk oude regelingen op het gebied van Wonen (zoals de Besluiten Geldelijke Steun Eigen Woningen uit 1979 en 1984), waarvan de uitgaven op dit artikel worden verantwoord.

Met name als gevolg van de in 2008 en 2009 plaatsgevonden, gefaseerde afkoop van het Budget BWS 1992–1994 is het niveau van de uitgaven met ingang van 2010 aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren. Afkoop van de regelingen hangende onder de besluiten Geldelijke Steun Eigen woningen heeft als gevolg van de huidige financiële omstandigheid geen doorgang kunnen vinden. Deze regelingen kennen een uitfinanciering tot 2018.

De wettelijke grondslag van de verzameluitkering is artikel 16a van de Financiële-verhoudingswet (Fvw) en is op grond van het 2e lid van genoemd artikel van de Fvw opgenomen in de departementale begroting onder «Algemeen». De verzameluitkering is één specifieke uitkering, waarin departementale beleidsthema’s zijn opgenomen waarvoor jaarlijks per beleidsthema gemiddeld maximaal € 10 mln euro totaal wordt verstrekt aan provincies, gemeenten en/of gemeenschappelijke regelingen. Het betreft beleid dat ondanks expliciete afweging niet via eigen financiering door medeoverheden, via algemene uitkeringen of door bundeling met andere specifieke uitkeringen kan worden gefinancierd. Met de verzameluitkering geeft het Kabinet mede invulling aan de doelstellingen uit het Coalitieakkoord: decentralisatie van taken en bevoegdheden alsook vermindering van bestuurslasten.

  • De voor de afwikkeling van de Impulsregeling stedelijke vernieuwing (2006) beschikbare uitgavenbudgetten vormen met ingang van 2009 onderdeel van de verzameluitkering van WWI. Met ingang van het begrotingsjaar 2010 zijn hier de Impulsregeling stedelijke vernieuwing (2005) en Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing (IPSV) en de bijdragen aan Enschede Lage Bothof en Deventer Colmschate aan toegevoegd. Verantwoording van deze budgetten vindt op dit artikel «Algemeen» plaats.

  • Voorbereidingen zijn getroffen om ook de bijdrage aan Amsterdam in het kader van de Regeling Werkgelegenheidsimpuls 1994 onder de verzameluitkering te laten vallen.

Artikel 96. Onverdeeld

Dit artikel is een administratief begrotingstechnisch artikel. Dit betekent dat er geen daadwerkelijke uitgaven ten laste van artikel 96 worden gedaan. Het artikel dient meestal als tussenstation voor uitboeking van diverse posten.

Nog nader te verdelen

Op dit onderdeel worden intensiveringen, taakstellingen etc. opgenomen die in de begroting nog moeten worden verwerkt maar waarvan de precieze verdeling over de beleidsartikelen nog niet bekend is.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 96.1. Onverdeeld

x € 1 000

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen:

0

– 4 090

– 434

4 858

– 7 530

– 7 579

1 080

Uitgaven:

0

418

4 166

1 458

1 070

1 021

1 080

Programma:

0

418

4 166

1 458

1 070

1 021

1 080

 

Prijsbijstelling:

0

413

7 034

5 464

5 076

5 052

5 080

  

Prijsbijstelling

0

413

7 034

5 464

5 076

5 052

5 080

          
 

Nog te verdelen:

0

5

– 2 868

– 4 006

– 4 006

– 4 031

– 4 000

  

Nog nader te verdelen overig

 

0

5

– 2 868

– 4 006

– 4 006

– 4 031

– 4 000

3. VERDIEPINGSHOOFDSTUK

In dit verdiepingshoofdstuk staat per artikel de opbouw van het artikel weergegeven. De stand ontwerpbegroting 2010, mutaties 1e suppletore begroting 2010 en nieuwe mutaties maken samen de stand ontwerpbegroting 2011. De uitgaven en ontvangsten worden op deze wijze inzichtelijk gemaakt. De meest belangrijke beleidsmatige mutaties worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt en toegelicht.

Artikel 1. Stimuleren krachtige steden, vitale wijken en voldoende woningbouw

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

443 693

290 267

179 178

184 481

183 056

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

50 760

51 437

42 703

54 195

55 650

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Kasschuif ISV

0

– 38 000

19 000

19 000

0

0

b

Van WWI naar Gemeentefonds: Decentralisatie budget ISV

0

– 209 929

– 147 812

– 152 852

– 139 062

0

c

Van WWI naar Provinciefonds: Decentralisatie budget ISV

0

– 76 387

– 59 034

– 60 636

– 55 456

0

d

Verdeling Bewonersbudgetten 2 011 naar gemeentefonds

0

– 9 488

0

0

0

0

e

Aanpassing raming BLS

– 5 000

0

0

0

0

0

f

Aanpassing kasritme 2 011–2 012 FES NICIS

0

– 1 407

1 407

0

0

0

g

Herschikken budgetten FES NICIS

0

– 2 892

– 1 407

0

0

0

h

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

273 699

i

Overige mutaties

– 886

631

450

450

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

488 567

4 232

34 485

44 638

44 188

273 699

Toelichting

Ad a.

Teneinde het kasritme van ISV aan te laten sluiten op de meerjarige overheveling naar de gemeente- en provinciefondsen (zie ad b en c ) is een kasschuif noodzakelijk.

Ad b. en c.

Verstrekken van financiële middelen voor stedelijke vernieuwing door het Rijk aan gemeenten (de G-31, de zogenaamde rechtstreekse gemeenten) en provincies (ten behoeve van de zogenaamde niet-rechtstreekse gemeenten), vindt met ingang van 1 januari 2011 voor het tijdvak tot en met 2014 plaats via een decentralisatie-uitkering op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw).

Ad d.

Dit betreft de laatste tranche bijdrage bewonersbudgetten aan de G 31 en de gemeenten met 40 + wijken.

Ad e.

Naar de huidige inzichten worden niet alle beschikbare BLS middelen uitgekeerd aan gemeenten. De raming is hierop aangepast.

Ad f. en g.

Naar aanleiding van commentaar van de Algemene Rekenkamer zijn de FEZ-NICIS middelen toegerekend aan een operationeel doel. De middelen zijn om deze reden overgeboekt naar artikel 5.

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

3 638

4 118

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

2 707

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Aanpassing kasritme 2 011–2 012 FES NICIS

0

– 1 407

1 407

0

0

0

b.

Herschikking budgetten FES NICIS

0

– 2 892

– 1 407

0

0

0

c.

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

0

d.

Overige mutaties

0

181

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

6 345

0

0

0

0

0

Toelichting

Ad a. en b.

Zie toelichting uitgavenzijde verdiepingsbijlage artikel 1 ad f en g.

Artikel 2. Stimuleren van een duurzame kwaliteit van woningen, gebouwen en bouwwerken

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

79 095

61 782

25 160

25 287

24 287

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

39 729

– 5 936

– 2 882

– 478

– 478

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Kasschuif isolatieglasregeling

– 23 618

19 618

2 000

765

1 235

0

b

CO2 reductieregeling

– 1 600

0

0

0

0

0

c

Uit Aanvullende Post tbv Gebouwde Omgeving (MIA)

0

4 000

4 000

0

0

0

d

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

23 809

e

Overige mutaties

777

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

94 383

79 464

28 278

25 574

25 044

23 809

Toelichting

Ad a.

De uitfinanciering isolatieglasregeling is aangepast aangezien de daadwerkelijke betaling van afgegeven waardebonnen de jaargrens zal passeren.

Ad c.

Deze mutatie komt voort uit MR-besluit van 28 mei 2010 over de 2e tranche Innovatieagenda Energie. In totaal is toegezegd € 20 mln. t.b.v. «WWI-Gebouwde Omgeving»waarvan € 8 mln wordt gedekt uit de Aanvullende Post. Het resterende deel ad € 12 mln komt uit het FES-fonds.

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

15 091

9 091

1 091

1 091

91

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

13 896

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a.

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

91

Stand ontwerpbegroting 2011

28 987

9 091

1 091

1 091

91

91

Artikel 3. Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

2 484 135

2 564 047

2 566 406

2 591 055

2 603 652

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

94 130

65 403

89 807

112 641

148 000

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Nader in te vullen taakstelling Huurtoeslag

0

0

– 52 800

– 100 800

– 138 800

– 175 800

b

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

2 800 720

c.

Overige mutaties

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

2 578 265

2 629 450

2 603 413

2 602 896

2 612 852

2 624 920

Toelichting

Ad a.

De oploop van het huurtoeslagbudget en het algemene budgettaire beeld hebben genoodzaakt tot een nieuwe afweging rond de uitgaven huurtoeslag. In de begroting 2010 was reeds een beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag voor 2011 en 2012 voorzien. Het budgettaire beeld, en de oploop van het huurtoeslagbudget noodzaakt het kabinet tot verdere bezuinigingsmaatregelen. Naast de genoemde beperkte verhoging van de eigen bijdrage in de huurtoeslag is vanaf 2012 daarom een verdere taakstelling op het budget huurtoeslag voorzien, oplopend van € 52,8 mln in 2012 naar € 175,8 mln in het jaar 2015.

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

363 237

353 469

359 940

368 833

369 418

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

– 30 000

24 100

59 700

69 600

55 300

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Extrapolatie 2015

0

0

0

0

0

425 218

Stand ontwerpbegroting 2011

333 237

377 569

419 640

438 433

424 718

425 218

Artikel 4. Integratie niet-westerse migranten

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

582 790

511 912

470 944

437 584

437 584

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

– 77 275

– 11 384

– 10 984

– 3 984

501

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Generaal opvragen AP Inburgering

0

20 691

0

0

0

0

b

Overheveling middelen op AP

0

– 20 691

13 405

0

1 013

6 273

c

Naar gemeentefonds: uitvoeringskosten inburgering

0

– 48 818

0

0

0

0

d

Remigratiebudget

– 4 000

0

0

0

0

0

e

Invulling niet gerealiseerde taakstelling coalitieakkoord

0

– 100 000

– 175 000

– 235 000

– 333 000

– 333 000

f

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

437 584

g

Overige mutaties

– 204

– 162

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

501 311

351 548

298 365

198 600

106 098

110 857

Ad a. en b.

De middelen op de aanvullende post gereserveerd voor inburgering (ad a) zijn doorgeschoven naar latere jaren (ad b).

Ad c.

Deze mutatie betreft de jaartranche 2011 an de uitvoeringskosten inburgering. Dit geld wordt overgeboekt naar het gemeentefonds ten behoeve van de algemene uitkering.

Ad d.

In 2010 wordt een onderuitputting op het remigratiebudget verwacht van € 4 mln.

Ad. e.

Om budgettaire redenen (invulling motie Koolmees) heeft het kabinet ervoor gekozen in 2011 € 100 mln en in 2012 € 175 mln incidenteel om te buigen op de inburgeringsmiddelen in het Participatiebudget en het gemeentefonds door verlaging van het aantal inburgeringtrajecten. Er zal worden toegewerkt naar een stelsel waarbij het merendeel van de kosten bij de inburgeraar wordt neergelegd. Dit levert na ingroei structureel 333 mln op.

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

103 249

53 937

4 425

4 425

4 425

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Inburgeringsmiddelen 2007–2009

0

5 000

28 000

0

0

0

b

Extrapolatie 2015

0

0

0

0

0

4 425

Stand ontwerpbegroting 2011

103 249

58 937

32 425

4 425

4 425

4 425

Ad a.

In 2011 en 2012 wordt een meevaller verwacht in de ontvangstenraming door additioneel terug te vorderen inburgeringsmiddelen 2007– 2009 bij gemeenten.

Artikel 5. Kennis en Ordening Wonen, Wijken en Integratie

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

8 630

11 090

8 816

7 355

9 418

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

1 698

– 1 770

– 669

– 630

– 630

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Herschikken budgetten FES NICIS

0

2 892

1 407

0

0

0

b

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

8 788

c

Overige mutaties

239

– 181

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

10 567

12 031

9 554

6 725

8 788

8 788

Ad a.

Zie toelichting uitgavenzijde verdiepingsbijlage artikel 1 ad f en g.

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Herschikking budgetten FES NICIS

0

2 892

1 407

0

0

0

b

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

0

c

Overige mutaties

0

– 181

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

0

2 711

1 407

0

0

0

Ad a.

Zie toelichting uitgavenzijde verdiepingsbijlage artikel 1 ad f en g.

Artikel 6. Rijkshuisvesting

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

102 842

64 721

44 130

25 311

27 347

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

– 52 605

– 20 096

– 761

18 898

16 567

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

43 614

b

Overige mutaties

0

0

495

994

1 008

1 415

Stand ontwerpbegroting 2011

50 237

44 625

43 864

45 203

44 922

45 029

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

357

357

357

357

357

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Uitgestelde verkoop pand Anna Paulownastraat

2 269

0

0

0

0

0

b

Extrapolatie 2015

0

0

0

0

0

357

Stand ontwerpbegroting 2011

2 626

357

357

357

357

357

Toelichting

Ad a.

Het betreft het pand Anna Paulownastraat in Den Haag. Vastgoed (VG) heeft aangegeven dat de afstoot voor 2010 gepland is (wellicht dat ontvangst in 2011 zal zijn, maar voorlopig maar één jaar opgeschoven in begroting).

Artikel 95. Algemeen

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

17 741

12 281

7 496

7 230

7 230

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

13 388

10 055

11 489

2 097

643

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

9 587

b

Overige mutaties

755

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

31 884

22 336

18 985

9 327

7 873

9 587

Opbouw ontvangsten x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

214

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

0

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Extrapolatie 2015

0

0

0

0

0

0

Stand ontwerpbegroting 2011

214

0

0

0

0

0

Artikel 96. Onverdeeld

Opbouw uitgaven x € 1 000

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Stand ontwerpbegroting 2010

– 1 578

– 477

– 8 028

3 709

7 057

0

Mutatie 1e suppletore begroting 2010

– 57

0

0

0

0

0

Nieuwe mutaties:

      

Beleidsmatige mutaties:

      

a

Prijsbijstelling

1 077

9 930

7 576

6 993

6 957

6 999

b

Uitdelen prijsbijstelling

0

– 3 039

– 1 983

– 2 058

– 4 394

– 4 408

c

Taakstellende verlaging budgetten Agentschap NL

0

– 2 900

– 4 000

– 4 000

– 4 000

– 4 000

d

Restant ombuiging ISV/BLS ad 150 mln

0

0

0

1 032

1 032

1 032

e

Kasschuif uitvoeringsproblematiek WWI uit 2 009

0

0

8 000

– 4 000

– 4 000

0

f

Extrapolatie 2 015

0

0

0

0

0

3 057

g

Overige mutaties

976

652

– 107

– 606

– 1 631

– 1 600

Stand ontwerpbegroting 2011

418

4 166

1 458

1 070

1 021

1 080

Ad a. en b.

De prijsbijstelling die is uitgekeerd voor de WWI begroting wordt deels ingezet ten behoeve van interne budgettaire problematiek. Zie ook artikel Nominaal en Onvoorzien op de VROM begroting.

Ad c.

Als dekking voor interne budgettaire problematiek worden ook programmagelden ingezet. De programmabudgetten die naar Agentschap NL gaan worden daarom taakstellend verlaagd. Omdat de onderverdeling over de programma’s nog niet helemaal uitgekristalliseerd is, wordt de verlaging op dit artikel doorgevoerd. In een later stadium zal de genoemde reeks ook daadwerkelijk toebedeeld worden aan de programmabudgetten op de WWI-begroting.

Ad e.

Deze schuiven zijn technisch van aard en noodzakelijk om binnen de gestelde begrotingskaders te blijven.

Wetsartikel 2

4. BEGROTING VAN DE RIJKSGEBOUWENDIENST

De Rijksgebouwendienst draagt bij aan het succesvol functioneren van zijn klanten door het bieden van efficiënte en effectieve huisvestingsoplossingen. Met het in stand houden van monumenten draagt de Rijksgebouwendienst bij aan het behoud van ons cultureel erfgoed.

De Rijksgebouwendienst ressorteert in organisatorische zin onder het ministerie van VROM (Besluit Rijksgebouwendienst 1999). De minister voor WWI is verantwoordelijk voor de uitvoering van de rijkshuisvesting. Daarnaast is de minister van BZK verantwoordelijk voor de kaderstelling voor het rijksbrede beleid op het terrein van de rijkshuisvesting. De departementen zijn integraal verantwoordelijk voor hun eigen huisvestingsbeslissingen.

De Rijksgebouwendienst verzorgt voor de minister voor WWI ook de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken, de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat en de instandhouding van de monumenten in beheer van de Rijksgebouwendienst. Artikel 6 van de programmabegroting WWI gaat hier nader op in.

De Rijksgebouwendienst draagt namens de minister van VROM ook bij aan de studies en activiteiten van de Rijksbouwmeester voor advisering over architectuur(beleid), stedenbouw, monumentenzorg en beeldende kunst. Artikel 2 van de VROM-begroting, derde operationele doel, gaat hier nader op in.

De Rijksgebouwendienst is naast rijkshuisvester, als Corporate Real Estate Manager ook beheerder over het in de rijkshuisvesting geïnvesteerde vermogen en heeft een verantwoordelijkheid voor het in stand houden van het culturele erfgoed in de vorm van ca 350 monumenten. Als Corporate Real Estate Manager richt de Rijksgebouwendienst zich op het aankopen, plannen, beheren en afstoten van rijkshuisvesting met als doel een bijdrage te leveren aan het primaire proces en het algemene resultaat van de rijksoverheid.

4.1. Baten en lasten
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

       

Leveren producten/diensten

       

Opbrengst departementen

1 382 093

1 387 910

1 307 236

1 290 745

1 260 905

1 275 494

1 276 333

Opbrengst moederdepartement

98 989

26 019

19 934

21 032

24 261

23 680

23 487

Opbrengst derden

11 778

11 650

11 110

11 221

11 333

11 447

11 561

        

Bedrijfsvoering

       

Rentebaten

2 801

5 151

800

1 000

1 100

1 300

1 400

Overige baten

38 886

23 087

13 130

4 080

-

-

-

Totaal baten

1 534 547

1 453 817

1 352 210

1 328 078

1 297 599

1 311 921

1 312 781

        

Lasten

       

Product Huisvesting

       

Apparaatskosten (netto)

78 416

89 473

77 976

70 633

71 049

70 411

71 145

Huren

336 250

328 312

302 499

301 625

302 230

305 252

307 484

Rentelasten

288 670

332 054

268 192

256 005

240 577

263 291

262 816

Afschrijvingen

313 458

325 566

311 573

303 808

286 511

276 303

269 232

Onderhoud

171 979

139 591

136 076

137 855

138 629

137 592

138 917

Dotaties voorzieningen

43 307

1 406

500

500

500

500

500

Belastingen en heffingen

23 187

24 056

23 836

24 169

24 310

24 093

24 344

Investeringen buiten gebruiksvergoedingen

144 526

95 312

100 975

103 108

105 100

105 519

106 341

Overige producten

 

-

     

Services

58 303

65 975

59 691

60 288

60 891

61 500

62 115

Adviezen

7 553

5 807

4 343

4 386

4 430

4 475

4 519

Beleidsondersteuning

8 322

8 118

7 599

7 407

9 537

9 542

9 542

PPS lasten

16 958

17 400

39 000

41 500

41 500

41 500

41 500

Overige lasten

49 335

20 287

18 513

14 513

10 318

10 422

10 526

Totaal lasten

1 540 264

1 453 357

1 350 773

1 325 797

1 295 582

1 310 400

1 308 981

Saldo

– 5 717

460

1 437

2 281

2017

1 521

3 800

De kolom 2009 betreft de realisatie conform de Slotwet 2009. De stand 2010 betreft de standen van de vastgestelde begroting 2010.

De omzet wordt in tabel 4.4 (overzicht doelmatigheid) uitgesplitst naar 3 productcategorieën. Een nadere onderbouwing (pxq) is niet mogelijk vanwege de diversiteit binnen de producten.

4.1.1. Toelichting bij de baten

Opbrengst departementen

De opbrengst departementen omvat alle opbrengsten voor geleverde producten en diensten. Het gaat daarbij om de ontvangen gebruiksvergoedingen, egalisatie, bijdragen voor kleine projecten, services en adviezen.

Binnen het huur-verhuurstelsel worden interne verhuurcontracten afgesloten tussen de Rijksgebouwendienst en de departementen. Op basis van de «Huurprijsmethodiek Rijksgebouwendienst» brengt de Rijksgebouwendienst een gebruiksvergoeding in rekening. De gebruiksvergoeding bij eigendomspanden bestaat uit componenten voor rente en afschrijving en één component voor de kosten van onderhoud, leegstand, belastingen en het apparaat van de Rijksgebouwendienst.

Bij huurpanden bestaat de gebruiksvergoeding tenminste uit componenten voor de markthuur en apparaatskosten. Daarnaast zijn hier de opbrengsten van PPS-contracten opgenomen.

In de raming van de gebruiksvergoeding is rekening gehouden met het afsluiten van nieuwe contracten en met de verwachte beëindiging van contracten als gevolg van voorziene krimp van de overheid.

Met ingang van 2010 betaalt WWI naar, analogie van het huur-verhuurstelsel, ook een gebruiksvergoeding voor de huisvesting van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken. Deze organisaties betalen zelf geen gebruiksvergoeding voor hun huisvesting.

De huurprijsmethodiek Rijksgebouwendienst heeft als uitgangspunt een (afgezien van de toegepaste indexering) constante huurprijs over de contractperiode. De jaarlijkse opbrengst is daarom een constante reeks, terwijl de kosten van rente en afschrijving per jaar variëren. Het verschil tussen de baten en lasten van rente en afschrijving wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd. In de balans is dit zichtbaar als een langlopende vordering op de gebruikers van de panden onder de post «egalisatierekening».

Bij opbrengst departementen gaat het daarnaast om investeringen buiten gebruiksvergoeding (kleine, à fonds perdu gefinancierde, huisvestingsprojecten) voor ministeries, die door de Rijksgebouwendienst worden uitgevoerd.

Opbrengst moeder

WWI betaalt de kosten voor het onderhoud van de monumenten in beheer van de Rijksgebouwendienst.

De minister voor WWI en de minister van VROM zijn tevens opdrachtgever voor de Rijksgebouwendienst voor het leveren van ondersteuning aan het WWI- en VROM-beleid en het rijksbeleid gerelateerd aan de rijkshuisvesting (zie artikel 6 van de begroting voor WWI , eerste en tweede operationele doel en artikel 2, derde operationele doel, van de begroting van VROM).

Aan WWI en VROM worden de werkelijke kosten in rekening gebracht, inclusief apparaatskosten die toegerekend worden aan deze (deel)producten.

Opbrengst derden

De Rijksgebouwendienst heeft ook de zorg voor de huisvesting van organisaties op het niveau van de centrale overheid, die (vrijwel) geheel bekostigd worden uit collectieve middelen. Indien organisaties die binnen deze definitie vallen daar om verzoeken, kan de Rijksgebouwendienst de zorg voor de huisvesting op zich nemen. Daarnaast exploiteert de Rijksgebouwendienst een aantal bijzondere objecten zoals parkeergarages en de grafelijke zalen.

Rentebaten

De Rijksgebouwendienst kent rentebaten als gevolg van positieve saldi op de rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (dagrente) en op de depositorekeningen Rijkshoofdboekhouding.

Overige baten

Onder de overige baten worden onder andere opbrengsten uit verkopen van onroerend goed voorzien.

4.1.2. Toelichting bij de lasten

Apparaatskosten (netto)

De bruto apparaatskosten bestaan uit salarissen, opleidingen, externe inzet, huisvesting, ICT en overige materiële kosten. Een groot deel van de huisvesting en ICT wordt afgenomen van het moederdepartement.

Voor een deel van de apparaatskosten wordt dekking gegenereerd door toerekening aan de (deel-)producten «huisvestingsprojecten», «services», «adviezen» en «beleidsondersteuning» («verwerkt als productkosten»). De resterende (netto) apparaatkosten moeten worden gedekt vanuit de opslag in de gebruiksvergoeding.

Tabel 4.2: Apparaatskosten (bedragen in € 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Levering producten/diensten:

       

Personele kosten

106 985

112 444

99 340

90 608

88 871

86 189

87 431

Materiële kosten

35 050

39 236

39 236

39 191

39 875

40 415

40 994

Totaal bruto apparaatskosten

142 035

153 458

138 576

129 799

128 746

126 604

128 425

Verwerkt als productkosten

63 619

62 000

60 600

59 166

57 697

56 193

57 280

Apparaatskosten (netto)

78 416

91 458

77 976

70 633

71 049

70 411

71 145

Huren

Deze post betreft de huren die de Rijksgebouwendienst aan de markt betaalt.

Rentelasten

De rentelasten zijn geraamd op basis van de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het ministerie van Financiën.

Afschrijvingen

Dit zijn de afschrijvingen op gebouwen en inbouwpakketten. De afschrijvingstermijn op deze componenten kan variëren van 15 jaar op inbouwpakketten tot 60 jaar op het casco.

Onderhoud

Deze post betreft het dagelijks en het planmatig onderhoud. Het dagelijks onderhoud bestaat uit regelmatig terugkerende vaste werkzaamheden (contractonderhoud en wettelijk verplichte keuringen) en storingsonderhoud. Het planmatig onderhoud betreft de vervanging van en het onderhoud aan de gebouwelementen voor rekening van de Rijksgebouwendienst, zodat het onroerend goed op het gewenste kwaliteitsniveau wordt gehouden.

Deze activiteiten worden ook uitgevoerd voor de objecten van het Koninklijk Huis voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat, de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken en voor objecten buiten het huur-verhuurstelsel.

Belastingen en heffingen

Deze post betreft het eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelasting over de voorraad onroerend goed.

Investeringen buiten de gebruiksvergoedingen

Onder deze post zijn investeringen opgenomen die niet leiden tot een (aanpassing van de) gebruiksvergoeding. Het betreft hier kleine projecten voor ministeries en investeringen voor klanten buiten het huur-verhuurstelsel.

Services

Services zijn basistaken op het gebied van onderhoud, die door de klanten zijn overgedragen aan de Rijksgebouwendienst. Een deel van de kosten bestaat uit de opbouw van een vervangingsverplichting die de Rijksgebouwendienst heeft jegens een aantal klanten voor de vervanging van de gebruikersinstallaties.

Adviezen

Onder deze post zijn de integrale kosten van niet-projectgebonden adviezen opgenomen.

Beleidsondersteuning

Onder deze post zijn de kosten opgenomen voor het product «beleidsondersteuning». Dit product wordt door het moederdepartement gefinancierd.

PPS-lasten

Onder deze post is de totale vergoeding die de Rijksgebouwendienst uit hoofde van geïntegreerde PPS-contracten verschuldigd is aan een opdrachtnemer voor onderhoud, dienstverlening en rente.

Overige lasten

Onder de overige lasten worden onder andere niet projectgebonden kosten voor de uitvoering van het programma brandveiligheid voorzien.

4.2 Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen beschikbaar zijn gekomen of naar verwachting zullen komen en op welke wijze gebruik (is of) zal worden gemaakt van deze middelen.

Tabel 3: Kasstroomoverzicht (bedragen in € * 1 000)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1. Begin RHB 1 januari

377 051

570 494

493 782

535 304

459 432

514 179

563 008

        

2. Operationele kasstroom

462 774

286 521

299 712

328 113

334 948

295 685

301 990

        

3a. investeringen

– 722 200

– 570 000

– 425 000

– 425 000

– 425 000

– 425 000

– 425 000

3b. desinvesteringen

22 802

56 000

59 000

18 000

123 000

5 000

3. Investeringskasstroom

– 699 398

– 514 000

– 366 000

– 407 000

– 302 000

– 420 000

– 425 000

        

4a. afdracht

-

-

– 460

– 1 897

– 4 178

– 6 195

– 7 716

4b. eenmalige storting door moederdepartement

-

-

-

-

-

-

-

4c. aflossing

– 304 834

– 419 233

– 316 730

– 420 088

– 399 023

– 245 661

– 235 725

4d beroep leenfaciliteit

734 901

570 000

425 000

425 000

425 000

425 000

425 000

4. Financieringskasstroom

430 067

150 767

107 810

3 015

21 799

173 144

181 559

        

Eind RHB 31 december

570 494

493 782

535 304

459 432

514 179

563 008

621 557

Toelichting:

Ad 3a, 4d.

De investeringen en het beroep op de leenfaciliteit zijn gebaseerd op reeds afgesloten leningen, waarin alle projecten zijn opgenomen waarvoor reeds een opdracht is verstrekt aan de Rijksgebouwendienst, aangevuld met een raming van nieuwe investeringsprojecten op basis van nieuwe huisvestingswensen van ministeries. De Rijksgebouwendienst investeert in grond en gebouwen die in de balans onder de post materiële vaste activa worden verantwoord. In deze investeringen worden ook brandveiligheidsinvesteringen meegenomen.

Ad 4c.

De raming van aflossingen (en rentebetalingen) is gebaseerd op de afgesloten en nog af te sluiten leningen met het ministerie van Financiën.

4.3 Doelmatigheid

Met de producten «huisvesting», «services» en «adviezen» bestrijkt de Rijksgebouwendienst de gehele keten van de huisvesting. Vanaf de initiële vraag van een afnemer tot en met de realisatie (bouw en/of verbouw) en het beheer. De Rijksgebouwendienst is vraaggestuurd. Dit betekent dat in principe de jaarlijkse omzet voor een groot deel bepalend is voor de benodigde omvang van het personeelsbestand. Vanwege de afslanking van de rijksoverheid zal er op termijn minder huisvestingsvraag zijn. De Rijksgebouwendienst zal daardoor minder m2 huisvesting leveren. Deze ontwikkeling zal zich met name na de huidige begrotingsperiode manifesteren.

In 2010 wordt het rijkshuisvestingsstelsel opnieuw geëvalueerd. Hiervoor zijn in 2009 reeds de voorbereidende stappen ondernomen. In deze evaluatie wordt ook de doelmatige werking en uitvoering van het rijkshuisvestingsstelsel geëvalueerd. In afwachting van de resultaten wordt daarom thans volstaan met onderstaande kengetallen.

Tabel 4.4.Overzicht doelmatigheid
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Producten en diensten

       
        

omzet product huisvesting

1 316 615

1 246 328

1 243 202

1 226 071

1 195 584

1 209 519

1 209 699

omzet product adviezen

7 384

5 801

4 343

4 386

4 430

4 475

4 519

omzet product services

58 303

59 100

59 691

60 288

60 891

61 500

62 115

        

saldo baten en lasten

– 5 717

1 068

1 437

2 281

2017

1 521

3 800

        

klanttevredenheid

methodiek

nul-meting

PM 1

PM1

PM1

PM1

percentage leegstand voor rekening Rgd

3,3%

3,8%

3,9%

3,4%

3,4%

3,4%

3,4%

indicator technische kwaliteit

2,32

2,1–2,6

2,1–2,8

2,1–2,8

2,1–2,8

2,1–2,8

2,1–2,8

        

Bedrijfsvoering

       

Bezetting fte's

966

1 009

926

879

879

879

879

Apparaat-omzetindicator

9,3%

10,2%

10,2%

9,8%

10,0%

9,7%

9,8%

XNoot
1

Te bepalen na nulmeting.

Toelichting:

  • Klanttevredenheid. In 2010 wordt de nieuwe methodiek voor het meten van de klanttevredenheid vastgesteld. Op basis van deze nieuwe methodiek zal 2011 worden gebruikt om de 0-meting uit te voeren. Op grond hiervan zullen voor 2012 en de volgende jaren prestatie-indicatoren voor klanttevredenheid worden vastgesteld.

  • Percentage leegstand:

  • Dit betreft het gemiddelde percentage leegstand voor rekening van de Rijksgebouwendienst. De totale huisvestingsbehoefte zal minder worden door de afslanking bij de rijksoverheid. Daarnaast ontstaat behoefte aan andersoortige huisvesting waardoor de huisvestingsmutaties toenemen. Hierdoor zal het percentage leegstand (tijdelijk) oplopen.

  • Indicator technische kwaliteit (ITK): Dit betreft het gewogen gemiddelde van de technische conditie van alle gebouwen op een schaal van 1 (nieuwbouw) t/m 6 (extreem slecht). Voor een deel van de (niet-strategische) voorraad is een lagere waardering mogelijk waarbij nog altijd voldoende en daarmee economisch betere afwegingen gemaakt kunnen worden. Hierdoor zal de ITK geleidelijk stijgen.

  • Bezetting fte’s: Het gemiddeld aantal ambtelijk personeel zal als gevolg van de fte-taakstelling Balkenende IV de komende jaren afnemen tot 879 fte.

  • Apparaat-omzetindicator:

    Dit betreft de procentuele verhouding van de apparaatskosten van de Rijksgebouwendienst tot de omzet (totale baten) van de dienst. Een daling van de waarde van de indicator geeft aan dat de verhouding tussen de omzet en het ingezette apparaat verbetert. De apparaatskosten lopen eerst op om de invulling van de fte-taakstelling Balkenende IV in te kunnen vullen. Hierdoor geeft de apparaat-omzetindicator een tijdelijke stijging weer. Het uitgangspunt is kostendekkendheid vanaf 2013.

Daarnaast beoogt de Rijksgebouwendienst in 2011 de volgende prestaties te realiseren:

  • Brandveiligheid:

    Eind 2011 is fase 2 in de justitiële inrichtingen gerealiseerd. Daarmee voldoen alle ruimten binnen een justitiële inrichting aan de bouwkundige eisen (streefniveau is nieuwbouwniveau Bouwbesluit 2003).

  • Duurzaamheid:

    • De Rijksgebouwendienst verbetert de energie-index van zijn portefeuille overeenkomstig het eind 2010 vastgestelde verbeterprogramma;

    • Eind 2011 is, in de eigendomspanden, 8% van de geprogrammeerde 4 mln. m2 rijksgebouwen de maatregelen in het kader van het project Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB) van klimaatinstallaties gerealiseerd;

    • De Rijksgebouwendienst zal voor een aantal projecten verder gaan dan de verplichte criteria voor duurzaam inkopen.

5. BEGROTING VAN DE HUURCOMMISSIE

Het werkterrein van de Huurcommissie wordt gevormd door het geregulariseerde deel van de markt voor huurwoonruimte. Als huurders en verhuurders er onderling niet uitkomen, doet de Huurcommissie op verzoek uitspraken in geschillen tussen huurders en verhuurders omtrent de hoogte van huurprijzen en servicekosten.

Vanaf 1 april 2010 functioneert het ZBO Huurcommissie als een landelijke huurcommissie (31 903, nr. 1–3). Het ZBO (zonder eigen rechtspersoonlijkheid) wordt ondersteund door de Dienst van de Huurcommissie (DHC).

Voor de huurders en verhuurders presenteert de Huurcommissie zich als één landelijk opererende, onafhankelijke en laagdrempelige organisatie.

De Huurcommissie streeft naar een zakelijke aansturing op resultaat en doelmatigheid. Daarom hanteert zij met ingang van 1 januari 2010 een baten-lastenadministratie, die het verbeteren van de doelmatigheid ondersteunt, door het verband te leggen tussen de kostprijs enerzijds en de kwantiteit en kwaliteit van de diensten anderzijds.

De belangrijkste ambitie ten aanzien van de kwaliteit van de dienstverlening is te komen tot een snelle beslechting van geschillen binnen de wettelijke doorlooptijd. Om dit te kunnen realiseren, wordt geïnvesteerd in het herontwerp van het proces van geschilbeslechting en de ICT-ondersteuning. Ook in 2011 zullen hiervoor inspanningen worden gepleegd. Deze zijn onder meer gericht op het digitaal kunnen indienen van verzoeken, en het door de verzoeker via internet kunnen volgen van de procesgang van zijn of haar verzoek.

Daarnaast zal de Huurcommissie in 2011 verder investeren in informatievoorziening aan huurders en verhuurders, bijvoorbeeld via het beschikbaar stellen van internetchecks.

5.1. Begroting van baten en lasten voor het jaar 2010 en meerjarenraming
Tabel 5.1: Begroting van baten en lasten

Bedragen x € 1 000

      
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

      

Opbrengst moederdepartement

15 731

17 504

13 711

11 036

11 036

11 036

Opbrengst derden

1 151

2 708

2 539

2 539

2 539

2 539

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

3 294

2 632

453

0

0

0

       

Totaal baten

20 176

22 844

16 703

13 575

13 575

13 575

       

Lasten

      

Apparaatskosten:

      

– personele kosten

8 717

11 711

9 089

7 610

7 610

7 610

– materiële kosten

6 916

8 038

8 038

8 038

8 038

8 038

Rentelasten

128

126

126

126

126

126

       

Afschrijvingskosten:

      

– materieel

545

569

569

569

569

569

– immaterieel

576

803

803

803

803

803

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

3 294

2 632

453

0

0

0

Totaal lasten

20 176

23 879

19 078

17 146

17 146

17 146

       

Saldo van baten en lasten

0

1 035

– 2 375

– 3 571

– 3 571

– 3 571

5.1.1. Toelichting bij de baten

Bijdragen ten laste van de begroting Wonen, Wijken en Integratie (WWI) in productie

Het totaal van de Opbrengst moederdepartement en de Bijzondere baten komt overeen met de geraamde bedragen voor bekostiging Huurcommissie, zoals opgenomen op art. 3, Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt op de ontwerp-begroting Wonen, Wijken en Integratie 2011.

De definitieve opbrengst uit productie ten laste van de Begroting WWI wordt gebaseerd op de opdracht van WWI aan de Huurcommissie. Deze wordt bepaald door het gerealiseerde aantal dat in 2011 wordt afgewikkeld en de daarbij behorende tarieven, die de goedkeuring behoeven van de eigenaar van de Dienst van de Huurcommissie, in casu de Secretaris-Generaal van VROM.

Tabel 5.2: Bijdragen WWI naar dienst
 

Aantal zaken 2011

Beslechting van huurprijsgeschillen

9 350

Beslechting van servicekostengeschillen

4 500

Verstrekking van verklaringen omtrent de redelijkheid van de huurprijs

1 000

Totaal

14 850

Opbrengst derden

Deze opbrengst betreft de legesontvangsten die gebaseerd zijn op de veroordeling door de Huurcommissie van geschilpartijen tot vergoeding aan de Staat. Deze vergoeding is verschuldigd door de partij die naar het oordeel van de Huurcommissie geheel of voor het grootste deel de in het ongelijk gestelde partij is. Indien de Huurcommissie van oordeel is dat beide partijen in ongeveer gelijke mate in het ongelijk worden gesteld, kan zij gemotiveerd uitspreken dat elke partij de helft van de voor hem geldende vergoeding aan de Staat verschuldigd is. De hoogte van deze vergoeding bedraagt € 25 voor natuurlijke personen en € 450 voor rechtspersonen.

Bij de hoogte van de berekende legesopbrengst, is voor 2011 en latere jaren uitgegaan van 14 850 zaken.

Renteopbrengsten

De renteopbrengsten zijn vooralsnog geraamd op nihil. Uitgangspunt daarbij is dat de bevoorschotting ten laste van de begroting WWI in ritme gelijk opgaat met de uitgaven van de Huurcommissie, rekening houdend met de inkomsten voor leges. Daardoor zullen er per saldo nauwelijks rentebaten zijn.

Bijzondere baten

Deze baten hebben betrekking op de bijdrage ten laste van de WWI-begroting ter dekking van de bijzondere lasten.

5.1.2. Toelichting bij de lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten betreffen zowel de Dienst van de Huurcommissie als van het ZBO.

Personele kosten

De personele kosten vinden hun basis in het O&F-rapport voor de gereorganiseerde Dienst van de Huurcommissie. In 2011 en 2012 wordt, in afnemende mate, nog rekening gehouden met aanloopkosten die samenhangen met de inschakeling van meer externe medewerkers dan is verondersteld in genoemd O&F-rapport.

Materiële kosten

De belangrijkste posten zijn huisvesting en ICT. Dit zijn vaste kosten. Daarom is de hoogte van deze kosten over de meerjarencijfers constant.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn conform de door de Minister van Financiën voorgeschreven afschrijvingstermijnen. Er is rekening gehouden met regelmatige vervangingsinvesteringen.

Rentelasten

De hoogte van de rentelasten is berekend over de gemiddelde boekwaarde van de activa tegen een rentepercentage van 3,5. Deze is gefinancierd door middel van een (initiële) lening bij het Ministerie van Financiën.

Buitengewone lasten

De bijzondere lasten hebben in hoofdzaak betrekking op het project Innovatie en Energielabel en betreffen vooral de in de inleiding genoemde verbetering van ICT-ondersteuning van het proces van geschilbeslechting. Tevens bevat deze post de kosten van herplaatsingen als gevolg van de in 2009 afgeronde reorganisatie.

5.1.3. Toelichting bij het saldo

Voor de jaren 2011 en verder zijn de in de Ontwerpbegroting Wonen, Wijken en Integratie 2011 vermelde meerjarenbedragen op artikel 3, instrument «Bekostiging Huurcommissie» lager dan benodigd om de Begroting van de DHC sluitend te krijgen. In het kader van de opdrachtverlening voor het jaar 2011 aan de Huurcommissie zal, mede op basis van de realisatie in 2010 en de verwachtingen voor 2011, bezien worden wat de feitelijke zaaklast in 2011 zal worden, en wat de daaraan verbonden baten en lasten zullen zijn. Daarbij zal bezien worden hoe de baten en lasten in evenwicht worden gebracht, waarbij een doelmatige uitvoering van de vigerende regelgeving centraal staat.

5.2 Kasstroomoverzicht
Tabel 5.3: Kasstroomoverzicht
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1 Rekening-courant RHB 1 januari

0

0

0

0

0

0

       

2 Totaal operationele kasstroom

1 121

1 372

1 372

1 372

1 372

1 372

       

Totaal investeringen

– 3 757

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

3 Totaal investeringskasstroom

– 3 757

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

       

4 Specifieke uitgaven

– 3 294

– 2 632

– 453

0

0

0

       

Eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

Eenmalige storting door WWI

3 294

2 632

453

0

0

0

Aflossingen op leningen

– 1 121

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

– 1 372

Beroep op leenfaciliteit

3 757

1 372

1 372

1 372

1 372

1 372

5 Totaal financieringskasstroom

5 939

2 632

453

0

0

0

       

6 Rekening-courant RHB 31 december

0

0

0

0

0

0

5.2.1. Toelichting bij het kasstroomoverzicht

Uitgangspunt is een beginsaldo van nul per 1 januari 2011.

Operationele kasstroom

Uitgegaan is van een jaarlijks exploitatieresultaat van nul en een stabiel saldo van debiteuren en crediteuren.

Investeringskasstroom

In 2011 zijn de initiële investering en de investering ten behoeve van het Energielabel de belangrijkste posten. Voor de volgende jaren is het uitgangspunt dat het investeringsniveau vooralsnog gelijk blijft aan dat van 2011.

Financieringskasstroom

De aflossingen op de leenfaciliteit lopen gelijk op met de afschrijvingen, het beroep op de leenfaciliteit met de investeringen. Voor de komende jaren is het uitgangspunt dat het beroep op de leenfaciliteit gelijk blijft.

De eenmalige stortingen betreffen de bijdragen in de buitengewone lasten.

Informatie over de doelmatigheid van de Huurcommissie

Tabel 5.4. Overzicht prestatie-indicatoren

Indicator

Begroting 2010

Begroting 2011

Doorlooptijden

  

% Huurprijsgeschillen afgerond binnen 6 maanden

80%

80%

% Servicekostengeschillen afgerond binnen 7 maanden

80%

80%

   

Integrale kostprijzen

  

Geschil Huurprijs

€ 1 297

€ 1 433

Geschil Servicekosten

€ 1 405

€ 1 600

Verklaring redelijkheid huurprijs

€ 1 065

€ 645

Toelichting op de doelmatigheidsindicatoren

Ingroeimodel

De baten-lastenadministratie ondersteunt de zakelijke aansturing en de doelmatige uitvoering van de wettelijke taak. De kostprijs van de behandeling van een geschil is een belangrijke indicator. Het uitvoeringsjaar 2010 is het eerste jaar waarin ervaring wordt opgedaan met het kostprijsmodel van DHC en meting van de doelmatigheid. In 2010 worden er ervaringscijfers opgebouwd en de veronderstellingen getoetst. Voor de Begroting 2012 zal bezien worden welke doelmatigheidsindicatoren toegevoegd kunnen worden, rekening houdend met het bijzondere karakter van de werkzaamheden van de Huurcommissie.

Doorlooptijden

Voor de doorlooptijden van geschilbeslechting staat in de Uitvoeringswet Huurprijzen woonruimte een termijn van vier maanden. Zoals eerder aangegeven, is het streven van de Huurcommissie om deze termijn binnen een aantal jaren te realiseren en wordt daartoe, ook in 2011 nog, geïnvesteerd. Voor het jaar 2011 worden de hierboven vermelde doorlooptijden nagestreefd.

Integrale kostprijzen

Voor wat betreft de integrale kostprijs streeft de Huurcommissie naar een verlaging in de komende jaren, hetgeen in de meerjarencijfers zichtbaar wordt door het dalend verloop van de totale lasten bij een (veronderstelde) gelijkblijvende zaaklast vanaf 2011.

Met het meer variabel maken van de kosten, streeft de Huurcommissie er naar om de omvang van de kosten meer te laten meefluctueren met de omvang van de zaaklast.

De ontwikkeling van de kostprijzen in 2011 ten opzichte van 2010 heeft een aantal oorzaken:

  • Bij de opstelling van de Begroting 2010 in de eerste helft van 2009 bestond er nog geen juist en volledig beeld van de integrale kosten van de Huurcommissie omdat een aantal kosten tot en met 2009 ten laste kwam van het kernministerie zonder dat de hoogte daarvan bekend was;

  • Bij de opstelling van de Begroting 2011 is een betere toerekening gemaakt van de verschillende kosten aan de onderscheiden zaken;

  • Bij de opstelling van de Begroting 2011 is rekening gehouden met extra kosten ten opzichte van de Begroting 2010 als gevolg van een aantal beleidsmatige wijzigingen dat gevolgen heeft voor de uitvoering door de Huurcommissie: de implementatie van het energielabel in het Woningwaarderingstelsel en de taak die de Huurcommissie krijgt in het kader van de Wet Overleg Huurder Verhuurder.

BIJLAGE 1. ZBO’S EN RWT’S

De bijlage inzake zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s)

Naam organisatie

RWT

ZBO

Functie

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

URL

Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting

x

x

Het houden van financieel toezicht op corporaties en de sector als geheel. Daarnaast verstrekking van sanerings- en projectsteun in het belang van de volkshuisvesting.

Artikel 1

Bevorderen van een goed werkende woningmarkt

N.v.t.

www.cfv.nl

Huurcommissie

 

X

Onafhankelijk beslechten van geschillen tussen huurders en verhuurders over onderhoud, huurprijs en servicekosten van huurwoningen. Daarnaast het toetsen op verzoek van de Belastingdienst van de redelijkheid van de huurprijs bij aanvraag van huurtoeslag.

Artikel 3

Garanderen van keuzemogelijkheden en betaalbaarheid op de woningmarkt

€ 20,136 mln.

www.Huurcommissie.nl

BIJLAGE 2. MOTIES EN TOEZEGGINGEN

Bijlage moties en toezeggingen

Leeswijzer

UB = verzonden brief aan de Tweede Kamer

lopende moties WWI (1 juni 2009 t/m 31 mei 2010)

Omschrijving

Kamerstuknummer

Stand van Zaken m.b.t. uitvoering

Motie Jansen: Verzoekt de regering om uiterlijk op 1 september 2009 een ontwerpwetswijziging Burgerlijk Wetboek aan de Kamer te sturen, waarin de implementatie van de motie Kalma c.s. geregeld wordt en hetzelfde regime ook van toepassing wordt verklaard op brancheorganisaties en serviceorganisaties van de woningcorporaties.

29 453, nr. 112

Het wetsvoorstel ligt voor advies bij de Raad van State. De Kamer wordt in het najaar 2010 geïnformeerd. Verwachte inwerkingtreding van de wet inmiddels per 1 januari 2012.

Motie Karabulut c.s.: Verzoekt de regering:

– de ministeriële regeling niet per 1 oktober in te voeren, maar eerst de gevolgen van de regeling voor de woningmarkt en de keuzemogelijkheden van huishoudens met een inkomen boven de € 33 000 nader te onderzoeken;

– in overleg te treden met de Europese Commissie om een zodanig uitstel van uitvoering van het Europese besluit te bewerkstelligen, dat tot een verantwoorde invoering kan worden gekomen;

– niet tot invoering van de ministeriële regeling over te gaan dan nadat de rapportage zoals hierboven bedoeld alsmede de te nemen maatregelen om nadelige gevolgen te voorkomen met de Tweede Kamer zijn besproken.

29 453, nr. 165

De Kamer wordt naar verwachting rond 1 september 2010 geïnformeerd.

Motie Sterk/Dijsselbloem: Verzoekt de regering inzicht te verschaffen in de manier waarop gemeenten invulling geven aan de inburgerings- en/of re-integratieplicht en de slecht presterende gemeenten aan te pakken.

31 143, nr. 78

De Kamer wordt naar verwachting na het zomerreces 2010 geïnformeerd.

Motie Anker: Verzoekt de regering in overleg te treden met de gemeenten, daarbij de kansen die het nieuwe leegstandsinstrumentarium biedt onder de aandacht te brengen en te bevorderen dat gemeenten werk maken van een actief leegstandsbeleid.

31 560, nr. 26

Ter uit voering van de motie zal in juni een eerste gesprek met de VNG plaatsvinden.

Motie Anker en Van Heugten: Verzoekt de regering om te bevorderen dat er zo spoedig mogelijk een keurmerk of certificering voor leegstandbeheerorganisaties komt, waarmee gemeenten en gebouweigenaren eenvoudig kunnen herkennen welke leegstandbeheerorganisaties op een goede, veilige, menswaardige en aanvaardbare wijze leegstaande gebouwen (laten) beheren.

31 560, nr. 27

Momenteel wordt gewerkt aan definitieve versie van het keurmerk. De minister informeert de Kamer naar verwachting na het zomerreces 2010.

Motie van de leden Dijsselbloem en Van der Staaij verzoekt de regering, ook haar ambities op het terrein van integratie te concretiseren, zodanig dat de achterstanden versneld worden ingelopen en de Kamer hierover te informeren.

31 700 XVIII 30

Naar verwachting wordt de Tweede Kamer in het najaar 2010 geïnformeerd.

Motie Van der Staaij en Sterk: Verzoekt de regering het Wilhelmus op te nemen in de eindtermen van het inburgeringsexamen.

32 123-XVIII, nr. 49

Motie wordt in overleg met de toetsontwikkelaars van het inburgeringsexamen uitgewerkt. In afwachting van een voorstel van de toetsontwikkelaars. Wilhelmus zal naar verwachting begin 2011 in de eindtermen van het inburgeringsexamen worden opgenomen.

Motie Dijsselbloem: Verzoekt de regering nog in 2010 te kijken naar mogelijkheden om het programma «Meedoen» open te stellen voor meerdere gemeenten en sportbonden.

Verzoekt de regering te voorzien in een vervolg van het programma «Meedoen» na 2010.

32 123-XVIII, nr. 41

Na de zomer van 2010 zullen de ministers WWI en VWS de Kamer informeren. In de brief wordt ingegaan op de afronding en borging van het programma «Meedoen».

Motie Dijsselbloem: Verzoekt de regering waarborgen voor de kwaliteit van inburgering vast te stellen door bevoegdheidseisen voor docenten inburgering wettelijk te verankeren, publiek toezicht in te stellen op de kwaliteit van het inburgeringsonderwijs en voorstellen hiertoe voorjaar 2010 aan de Kamer voor te leggen.

32 123-XVIII, nr. 38

De Kamer wordt vlak na het zomerreces 2010 geïnformeerd.

Motie Van Bochove c.s.: Verzoekt de regering om bij de presentatie van de nota over krimp tevens voorstellen te presenteren die leiden tot een eerlijke verdeling van beschikbare middelen (bij overheden en andere partijen) waarbij de solidariteit en de draagkracht van gebieden mee worden genomen.

Verzoekt de regering om te zorgen voor een transparante (bestuurlijke) afstemming van betrokkenheid en verantwoordelijkheden binnen de regio’s omdat het probleem van de krimp integraal moet worden aangepakt.

32 123 XVIII, nr. 16

De minister voor WWI en staatssecretaris van BZK hebben gezamenlijk het actieplan Bevolkingsdaling op 27 november 2009 (TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 757, nr. 13) aan de Kamer aangeboden. De vermelde acties worden in 2010 uitgevoerd, waarna de Kamer in het eerste kwartaal 2011 geïnformeerd zal worden.

Uitgevoerde moties WWI (1 juni 2009 t/m 31 mei 2010)

Omschrijving

Kamerstuknummer

Uitgevoerd met

Motie Van Bochove c.s.: Verzoekt de regering middelen beschikbaar te stellen om alsnog een koopsubsidie te verstrekken aan deze groep die een koopsubsidie heeft aangevraagd tussen 30 maart 2010 en 13 april 2010 en hierover de Kamer te informeren.

32 123 XVIII, nr. 72

UB [16-06-2010] Ondersteuning starters op de woningmarkt.

Motie: Van der Ham: Verzoekt de regering de mening van de Kamer over te brengen aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

32 123 XVIII, nr. 48

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering

Motie Dibi: Verzoekt de regering om te voorzien in strafwetgeving waardoor huwelijksdwang strafbaar wordt gesteld.

32 123 XVIII, nr. 47

UB [18-12-2009] Planning maatregelen huwelijksmigratie

Motie Ortega-Martijn: Verzoekt de regering met een voorstel te komen om laagdrempelige participatievoorzieningen met een inburgeringscomponent te erkennen en te registreren.

32 123 XVIII, nr. 45

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering

Motie Dijsselbloem: Verzoekt de regering in 2010, lerende van de lopende lokale aanpak, wetgeving bij de Kamer in te dienen teneinde de segregatie in het onderwijs aan te pakken.

32 123-XVIII, nr. 39

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering is overgedragen aan staatssecretaris OCW.

Motie Verdonk: Verzoekt de regering gezien de zeer grote integratieproblemen bij deze groep, speciaal probleemgericht beleid te ontwikkelen.

32 123-XVIII, nr. 52

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen

Motie Roefs en Koopmans – verzoekt de regering op basis van de MIRT-verkenning en de doorrekening van de business case met een financieel plan te komen voor de realisatie van dit project en hierover de Kamer te informeren bij de volgende MIRTbehandeling.

32 123-A, nr. 77 (was nr. 23)

Antwoordbrief is verzonden door minister V&W d.d. 23 juni 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 123A, nr. 132

Motie Van Gerven:

verzoekt de regering op korte termijn te bewerkstelligen dat zo veel mogelijk wijken meedoen aan het project «De gezonde wijk» en de Kamer daar voor het overleg over sociaaleconomische gezondheidsverschillen over te informeren

31 899, nr. 6

Antwoordbrief is verzonden door ministers VWS en J&G, namens minister WWI, d.d. 9 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 899, nr. 14.

Motie Ortega-Martijn c.s.: Verzoekt de regering in samenwerking met gemeenten, aanbieders van inburgeringsprogramma’s en blinden- en slechtziendeninstellingen een inburgerprogramma voor blinden en slechtzienden te ontwikkelen.

31 791, nr. 16

UB [13-11-2009] Onderzoek inburgeraars met een visuele beperking

De motie Van der Burg – verzoekt de regering ruimte te bieden voor pilots in krimpregio’s, waar de knellende financiële en wettelijke regelingen niet dan wel niet volledig van toepassing zijn, zodat de problemen in die regio’s creatief tot een oplossing kunnen worden gebracht.

31 757, nr. 17

De motie is door staatssecretaris BZK tijdens het VAO van 11 maart 2010 mondeling beantwoord. De toezegging voor de uitvoering is overgedragen aan de staatssecretaris BZK.

Motie van de leden Van Gent en Van Bochove, 31 700-XVIII nr 52 (ter vervanging van nr 14) verzoekt de regering om vanuit de begroting WWI voor de periode 2010 tot en met 2012 jaarlijks 2 mln. extra budget vrij te maken om meer groen in alle achttien gemeenten met Vogelaarwijken te kunnen concretiseren.

31 700 XVIII, nr. 52

UB [27-05-2009] Laatste stand van zaken met betrekking tot de wijkenaanpak

Motie van het lid Ortega-Martijn, 31 700-XVIII nr 42 verzoekt de regering, in de begroting 2010 te komen met een uitwerking van het voorstel van een rijksbijdrage aan een zichzelf in stand houdend fonds voor laagrentende leningen als maatregel om energiebesparende maatregelen te stimuleren.

31 700 XVIII, nr. 42

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt

Motie van de leden Ortega-Martijn en Depla, 31 700-XVIII nr 41 verzoekt de regering te onderzoeken of het Besluit huurprijzen woonruimte kan worden aangepast zodat onvoldoende energiebesparingsmaatregelen kunnen leiden tot huurverlaging door het aanmerken als gebrek en de Kamer hierover medio 2009 te informeren.

31 700 XVIII, nr. 41

UB [02-07-2009] Aanpassing woningwaarderingsstelsel.

Motie van het lid Ortega-Martijn c.s., 31 700-XVIII nr 40 verzoekt de regering, te onderzoeken hoe bekostigingsstelsels voor opbouw van voorzieningen dan wel afbouw van voorzieningen voor gemeenten die te maken hebben met grootschalige nieuwbouw of krimp van de bevolking, zodanig kunnen worden aangepast dat voorzieningen tijdig beschikbaar zijn en zorgvuldig kunnen worden afgebouwd, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren.

31 700 XVIII, nr. 40

Inzake krimpregio’s is de motie afgedaan met de brief van minister WWI en de staatsecretaris BZK, betreffende het interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling `Krimpen met Kwaliteit» d.d. 27 november 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 31 757, nr. 13.

Inzake nieuwbouw is de motie afgedaan met de brief van minister V&W, namens ministers VROM, LNV en staatssecretaris V&W d.d. 6 november 2009, betreffende de Randstad-besluiten Amsterdam–Almere–Markermeer. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 089, nr. 57).

Motie van de leden Depla en Ortega-Martijn, 31 700-XVIII nr 34 verzoekt de regering, het recht op een lokaal handvest bij sloop en renovatie op te nemen in het Besluit beheer sociale huurwoningen (bedoeld wordt het Besluit beheer sociale huursector).

31 700 XVIII, nr. 34

UB [12-06-2009] Woningcorporaties en crisismaatregelen woningmarkt

Motie van het lid Dijsselbloem c.s., 31 700-XVIII nr 33 verzoekt de regering, de continuïteit van het aanbod van taalcursussen op de educatieve zender ETV zeker te stellen.

31 700 XVIII, nr. 33

UB [17-07-2009] Motie ETV

Motie van de leden Dijsselbloem en Van Toorenburg, 31 700-XVIII nr 32 verzoekt de regering om naar analogie van de samenwerking met de zogenaamde Antillianengemeenten, een gezamenlijk aanpak met de «Roma-gemeenten» te ontwikkelen en de Kamer hierover te informeren.

31 700 XVIII, nr. 32

UB [26-06-2009] Aanpak voor Roma in Nederland

Motie van het lid Dijsselbloem c.s., 31 700-XVIII nr 31 verzoekt de regering, in het Jaarrapport Integratie ook jaarlijks inzicht te geven in relevante ontwikkelingen onder specifieke bevolkingsgroepen zoals Irakezen, Afghanen, Somaliërs, Roma en Sinti en Molukkers.

31 700 XVIII, nr. 31

UB [17-11-2009] Integratiebrief

Motie van het lid Van der Burg, 31 700-XVIII nr 22 verzoekt de regering, de Nationale Hypotheek Garantie voor een periode van twee jaar te verhogen van € 265 000 naar € 350 000 euro. Motie van het lid Van der Burg, 317 000 XVIII nr 54 verzoekt de regering de aangenomen motie alsnog uit te voeren met effectuering per 1 februari 2009.

31 700 XVIII, nr. 22

UB [26-06-2009] Kostengrens Nationale Hypotheekgarantie

Motie van de leden Van Bochove en Depla, 31 700-XVIII nr 21 spreekt uit dat de regio's [die bezig zijn met het opvangen van de gevolgen van krimp] als voorbeeld kunnen dienen voor andere regio’s en spreekt tevens uit dat de regering uit de niet-bestede BLS-middelen een bedrag van 12 mln. inzet ter ondersteuning van projecten in Parkstad (Zuid-Limburg) die de neergaande bevolkingsontwikkeling trachten op te vangen.

31 700 XVIII, nr. 21

UB [27-11-2009] Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling `Krimpen met Kwaliteit».

Motie van het lid Van Toorenburg, 31 700-XVIII nr 20 roept de regering op, de remigratieregeling te heroverwegen en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren.

31 700 XVIII, nr. 20

UB [13-11-2009] Beantwoording motie Heroverweging Remigratiewet

Motie van de leden Van Toorenburg en Dijsselbloem, 31 700-XVIII nr 19 verzoekt de regering, integraal beleid te ontwikkelen ten aanzien van het thema huwelijksmigratie, daarbij betrekkend de aankomende evaluaties, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan: minimale opleidingseisen, taalbeheersing Nederlands dan wel Engels, inkomenseis, misbruik en mogelijke consequenties, gedwongen uithuwelijking, de (verblijfsrechtelijke) gevolgen van de alhier strafbare polygamie, de koppeling tussen het behalen van een inburgeringsexamen en het verkrijgen van een zelfstandige verblijfsvergunning, verbod op neef/nicht huwelijken, alimentatieplicht en de handhaving daarvan. En roept de regering daarnaast op, het ontwikkelen van een gemeenschappelijk Europees beleid ten aanzien van huwelijksmigratie, als prioriteit te aan te merken.

31 700 XVIII, nr. 19

UB [02-10-2009] Kabinetsaanpak huwelijks- en gezinsmigratie.

Gewijzigde motie De Krom: verzoekt de regering te bevorderen dat criminele en overlastgevende jongeren niet mogen worden beloond voor hun gedrag middels bijvoorbeeld vakantie-reisjes, stagereisjes of feestjes op kosten van de belastingbetaler.

31 268, nr. 30 (was nr. 28)

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen

Motie Omtzigt c.s.: Verzoekt de regering tijdens de wetsbehandeling in de Tweede Kamer een voorstel te doen, waarbij:

– de btw op dubbel glas verlaagd wordt, dan wel een subsidieregeling in het leven geroepen wordt, die economisch hetzelfde effect heeft en van kracht is tussen 1 juli 2009 en 31 december 2010;

– de financiering van de regeling plaatsvindt uit de middelen voor energiebesparing woningen en de regeling Meer Met Minder

31 301, nr. 22

UB [29-05-2009] Voortgang subsidieregeling isolatie glas

Gewijzigde motie-Dijsselbloem: Verzoekt de regering de voor de ontheffing van de inburgeringsplicht gestelde termijn van zes maanden uit het Besluit inburgering dusdanig te wijzigen dat de gemeente een inburgeringsplichtige in een eerder stadium kan ontheffen van die inburgeringsplicht.

31 143, nr. 54 (was nr. 50)

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering

Gewijzigde motie-Karabulut/De Krom: Verzoekt de regering de uitvoeringskosten van inburgeringsvoorzieningen van de vier grote steden en omliggende gemeenten te vergelijken, en de Kamer hierover te informeren.

31 143, nr. 53 (was nr. 44)

UB [20-11-2009] Diverse onderwerpen inzake inburgering

Motie Depla c.s.: Spreekt uit, dat op korte termijn toezicht en governance van corporaties gemoderniseerd dienen te worden en verzoekt de regering om voor 1 maart 2008 voorstellen naar de kamer te sturen.

31 200 XVIII, nr. 28

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

Motie-Van Toorenburg: Verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bij een re-integratietraject in het kader van de WWB, gemeenten het volgen van een taalcursus verplichtend aanbieden aan degenen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

Verzoekt de regering tevens te bewerkstelligen dat gemeenten de verplichtingen, verbonden aan de bijstandsuitkering, handhaven zoals de wet voorschrijft (inclusief het verlagen van de uitkering bij niet, onvolledig of niet tijdig nakomen van de verplichtingen).

31 143, nr. 49

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering

Motie Jansen c.s.: Verzoekt de regering de ministeriële regeling ex. art. 2 BBSH niet in werking te laten treden dan na voortgezet overleg met organisaties van huurders, woningcorporaties en andere stakeholders, gevolgd door een bespreking van het finale voorstel met de Kamer.

29 453, nr. 158

UB [18-06-2010] Staatssteundossier woningcorporaties

Motie Van Bochove c.s.: Verzoekt de regering om binnen de Europese Unie medestanders voor de Nederlandse definitie en afbakening te vinden en er zorg voor te dragen dat de definitie en daarmee de unieke positie van de woningcorporaties bij alle Europese instellingen geaccepteerd worden.

Verzoekt de regering om anderzijds ervoor te zorgen dat de Europese Commissie accepteert dat Nederlandse corporaties met staatssteun een bredere doelgroep mogen bedienen, zodat burgers die zich niet op de vrije woningmarkt kunnen redden, geholpen kunnen worden en corporaties segregatie actief kunnen bestrijden.

29 453, nr. 125

UB [15-12-2009] Staatssteundossier woningcorporaties

Motie Depla c.s.: Verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken om als kwaliteitseis aan het geheel van de raad van toezicht te stellen dat twee leden huurder zijn.

29 453, nr, 124

UB [15-12-2009] Staatssteundossier woningcorporaties

De minister zegt toe het integriteitsbeleid bij corporaties onderdeel te doen zijn van haar voorstellen inzake de governance voor de zomer.

29 453, nr. 74

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

De minister zegt toe het integriteitsbeleid bij corporaties onderdeel te doen zijn van haar voorstellen inzake de governance voor de zomer.

29 453, nr. 74

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

Motie Depla c.s.: Verzoekt de regering bij het toestaan van fusies die leiden tot woningcorporaties met meer dan 10 000 woningen een «nee-tenzij-principe» te hanteren

29 453, nr. 44

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

Motie Van Gent c.s.: Verzoekt de regering de maatregelen die worden genomen om te komen tot normering van salarissen in de semi-publieke sector, ook toe tepassen voor bestuurders en toezichthouders van woningcorporaties.

29 453, nr.43

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

Motie Koopmans: Verzoekt de regering om in overleg met betrokken belangenorganisaties zo spoedig mogelijk met voorstellen te komen om de overheidsregelgeving met betrekking tot woningcorporaties te verminderen en meer in overeenstemming te brengen met het uitgangspunt van zelfregulering voor de sociale huursector.

29 383, nr. 5

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel

Motie Van Toorenburg: Verzoekt de regering de Kamer zo spoedig mogelijk inzicht te verschaffen in de precieze bevoegdheden van die toekomstige gezinsmanagers, mede in relatie tot die van andere betrokken professionals in de hulpverlening zoals de gezinsvoogden en de gezinscoaches.

28 684, nr. 220

Antwoordbrief is verzonden door minister J&G, namens minister WWI, d.d. 2 november 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 28 684, nr. 252.

Motie van Toorenburg/De Krom: verzoekt te regering de knelpunten in de schorsingsregeling en de praktische uitvoering daarvan te analyseren en met voorstellen te komen om die knelpunten op te heffen.

28 684, nr. 219

UB [11-08-2009] Brief over moties en toezeggingen naar aanleiding van het Algemeen Overleg over de Aanpak van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren van 15 en 22 april 2009

Motie Griffith: Verzoekt de regering om met een totaal overzicht te komen van de verschillende migrantengroepen in Nederland die op dit moment kwetsbaar zijn voor ongewenste inmenging en daarbij ook met een concreet plan van aanpak te komen om deze groepen weerbaarder te maken.

28 844, nr. 27

UB [04-11-2009] Motie Griffith: ongewenste inmenging

Motie Van der Ham c.s.: Verzoekt de regering komend jaar te rapporteren over de effecten van afschaffing van de fiscale vrijstellignen van corporaties.

28 600 XI, nr. 42

Uitvoering middels VSO II

Motie Vietsch: verzoekt de regering de wijzigingen van het Bouwbesluit naar de Tweede Kamer te sturen voor toezending aan de Raad van State voor advies voor de vaststelling van de wijziging.

28 325, nr. 122

UB [20-04-2010] motie Vietsch c.s., VAO bouwregelgeving 28 325, nr. 122

Motie Vlietsch c.s.: Verzoekt de regering om alle bouwkundige en bouwtechnische eisen op te nemen in het Gebruiks- en Bouwbesluit; en verzoekt de regering tevens om te zorgen dat er geen veldnormen komen met bouwkundige en/of bouwtechnische eisen.

28 325,nr. 108

Antwoordbrief is verzonden door minister BZK, namens minister WWI, d.d. 29 januari 2009, TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 28 325, nr. 102.

Motie Van der Burg: Verzoekt de regering zo snel mogelijk en in ieder geval bij het Belastingplan 2010 regelgeving van kracht te laten worden, die bepaalt, dat na een periode van tijdelijke verhuur van een woning, de wettelijk toegestane aftrekbaarheid van de hypotheekrente voor twee huizen voor de resterende periode herleeft.

27 562, nr. 30

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën, d.d. 31 augustus 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 27 562, nr. 42.

Motie Kamp: Nodigt de regering uit dit inzicht te verstrekken met een objectieve en kritische beschrijving, geïllustreerd met de relevante en actuele cijfers, voor zover van belang gedifferentieerd naar die gemeenten waar sprake is van concentratie van problemen en daarbij mede te betrekken de rapportages van de onderzoeken die tijdens het overleg met de regering op 18 maart jl. aan de orde zijn gekomen.

26 283, nr. 34

UB [02-10-2009] Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren vanaf 2010.

Motie Tang: Verzoekt het kabinet bij de Miljoenennota met alternatieven te komen om de beperking van de huurtoeslag te voorkomen.

31 965, nr. 8

UB [30-09-2009] Ontwikkeling uitgaven huurtoeslag.

Motie Teeven/De Krom: Verzoekt de regering elke vorm van formele en informele shariarechtspraak met alle mogelijke wettelijke middelen te bestrijden.

32 123-VI, nr. 4

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens minister WWI, d.d. 27 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 123VI, nr. 96.

Motie Depla/Van Bochove: Verzoekt de regering in het voorjaar van 2010 te komen met voorstellen die de overgebleven bezuinigingstaakstelling voor de huurtoeslag in 2011 en 2010 ongedaan maken.

Verzoekt de regering tevens met voorstellen te komen die de armoedeval ten gevolge van de huurtoeslag vermindert.

32 123-XVIII, nr. 18

UB [31-05-2010] Brief TK inzake Ontwerpbesluit tot wijziging van de Wet op de huurtoeslag (verhoging van het bedrag waarmee de normhuur wordt verhoogd tot de basishuur)

Lopende toezeggingen WWI (1 juni 2009 t/m 31 mei 2010)

Omschrijving

Vindplaats

Stand van Zaken m.b.t. uitvoering

De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang van de crisismaatregelen voor scholen en zorginstellingen in verband met isolatie en klimaatverbetering.

Debat d.d. 31-03-2010: AO Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw en BEW en over de stand van zaken bij de startersleningen.

Conform bijgestelde planning wordt de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd.

De Kamer wordt geïnformeerd over wanneer de banken hun verantwoordelijkheid oppakken bij mensen die betalingsproblemen hebben, de zogenaamde verklaring.

Debat d.d. 31-03-2010: AO Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw en BEW en over de stand van zaken bij de startersleningen.

Er is ambtelijk overleg geweest met de NVB over de verklaring en er zijn suggesties gedaan voor inhoudelijke punten/maatregelen. In juni 2010 moet het convenant klaar zijn, waarna de Tweede Kamer na het zomerreces 2010 zal worden geïnformeerd.

De Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang en de werking van de maatregelen van het crisispakket ten behoeve van energiebesparing door woningcorporaties.

Debat d.d. 31-03-2010: AO Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw en BEW en over de stand van zaken bij de startersleningen.

Meegenomen bij nadere toelichting stimuleringsmaatregelen ten behoeve van energiebeleid Gebouwde Omgeving in het kader van het crisispakket en de evaluatie Schoon en Zuinig. De Excellente Gebieden zijn op 30 april 2010 door de minister voor WWI aangewezen. Via de pers en de website van VROM is hier uitgebreid melding van gemaakt. De Tweede Kamer zal zo snel als mogelijk worden geïnformeerd.

In samenwerking met VWS zal aan de hand van het nieuwe WoonOnderzoek Nederland uit 2009 de nieuwe opgave op het terrein van wonen en zorg in kaart gebracht worden. De resultaten worden in de loop van 2010 aan de Kamer aangeboden worden.

UB [30-03-2010] Aanbieding WoON themapublicatie «Senioren op de Woningmarkt» (2009–2010. Kst. 27 562, nr. 51).

Op basis van het WoON 2009 wordt op dit moment de voortgang in beeld gebracht sinds 2006 en een nieuwe opgave tot 2018 berekend. Dit gebeurt in samenwerking met VWS.

De effecten van vergrijzing en extramuralisering worden apart in beeld gebracht. De opgave wordt berekend voor twee extramuraliseringsvarianten. Resultaat is nieuwe rapportage (derde) van Monitor Investeren in de Toekomst die – afhankelijk van (de)missionaire status kabinet – met beleidsarme brief naar de Kamer wordt gestuurd. Planning rapportage gereed: augustus 2010. Daarna zal de Kamer geïnformeerd worden.

In het vervolg op de studie «Senioren op de Woningmarkt» zal er onderzoek gedaan worden naar de effecten op langere termijn (tot 2 040) van de netto woningproductie die als gevolg van de economische crisis onder druk staat.

UB [30-03-2010] Aanbieding WoON themapublicatie «Senioren op de Woningmarkt» (2009–2010. Kst. 27 562, nr. 51).

In januari 2010 is verkennend onderzoek gestart naar de effecten van de demografische veranderingen tot 2040 (vergrijzing, ontgroening, individualisering) op de (koop)woningmarkt onder andere op de prijsvorming. Conform bijgestelde planning wordt de kamer na oplevering van het rapport, in het najaar 2010 geïnformeerd.

De minister zendt najaar 2010 tegelijk met het Bouwbesluit de bedrijfseffectrapportage naar de Kamer voor inwerkingtreding van het Besluit.

Debat d.d. 25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De minister zendt najaar 2010 tegelijk met het Bouwbesluit de bedrijfseffectrapportage naar de Kamer voor inwerkingtreding van het Besluit.

De minister voor WWI zal de Kamer begin 2011 informeren over de resultaten van het implementatieplan rookmelders.

Debat d.d. 25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

VROM/WWI en BZK werken momenteel in samenwerking met betrokken partijen aan dit implementatieplan. De eerste resultaten worden begin 2011 aan de Kamer gemeld.

De minister voor WWI gaat steekproefsgewijs na hoe vaak de brandweer moet uitrukken voor ziekenvervoer om te beoordelen of dit een probleem is dat nadere aandacht verdient en informeert de Kamer daar na de zomer over.

Debat d.d. 25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

Voor beantwoording van deze toezegging wordt samenwerking gezocht met de brandweer en de Kamer wordt in 2010 geïnformeerd.

Beroep op extra middelen € 75 miljoen voor realiseren inburgeringsdoelstellingen 2010: de minister zal de Kamer informeren over het aantal instapcursussen dat de gemeenten willen realiseren in 2010.

Debat d.d. 16-03-2010: AO Inburgering.

Naar verwachting zal de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd worden.

De minister zal bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (voorheen de IB-Groep) en bij het Kenniscentrum Examens navraag doen naar de mate van frauduleus handelen, de wijze waarop gefraudeerd wordt en het controlemechanisme zowel bij het centrale als het decentrale inburgeringsexamen. Vervolgens zal hij de Kamer informeren over de bevindingen.

Debat d.d. 16-03-2010: AO Inburgering.

Naar verwachting zal de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd worden.

De minister zal de Tweede Kamer informeren over de resultaten van het onderzoek inzake internaten en huiswerkbegeleidingsinstellingen van met name de Fethüllah Gülen beweging (dat onderdeel uitmaakt van het werkplan van Forum).

UB [08-03-2010] Beantwoording kamervragen van het lid Karabulut over het bericht dat het onderzoek naar de Gülenweging hapert (2009–2010. Kst. 1 835).

Naar verwachting zal de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd worden.

De Kamer wordt later geïnformeerd over de NHG, de verlenging, de differentiatie in premie en de achtervang, borgstelling, etc.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

De Kamer wordt in het najaar 2010 geïnformeerd.

De minister komt terug bij de Kamer op de verlenging van dubbele hypotheekaftrek van twee naar drie jaar; de vraag was om dat zo spoedig mogelijk te doen; de minister heeft gezegd dat hij dat zo snel mogelijk zal doen, maar dat dit afhangt van allerlei vormen van overleg.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

Met Financiën is afgesproken om te bezien of WWI met een reactie op deze toezegging kan aansluiten bij een brief naar de Kamer. Het huidige demissionaire Kabinet komt niet met een aanvullend crisispakket.

De Kamer wordt geïnformeerd over de effecten van de stimuleringsmaatregelen «bouw scholen en ziekenhuizen», inclusief de gelden die beschikbaar zijn gesteld voor de ventilatieproblematiek in scholen.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

Conform bijgestelde planning wordt de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd.

De Kamer wordt te zijner tijd geïnformeerd over de output van het Expertteam Eigenbouw.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

De Voortgangsbrief van de minister voor WWI over de voortgang van het expertteam particulier opdrachtgeverschap is op 24 juni 2010 naar de Tweede Kamer gezonden. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 27 562, nr. 56.

De Kamer zal aan het einde van 2010 over de eerste resultaten van het expertteam Eigenbouw worden geïnformeerd.

De minister voert binnen 3 maanden gesprekken met kleine corporaties met een hoog salaris en informeert de Tweede Kamer terzake.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

De gesprekken met corporaties zijn niet doorgegaan door val van het kabinet. De toezegging wordt opgepakt bij aantreden nieuw kabinet. Het CFV is verzocht in de tussentijd wel informatie te vergaren.

De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer een beeld van de ontwikkeling van de onrendabele top en ontvangt binnen een paar weken een onderzoeksopzet.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

De opzet van het onderzoek is naar de Kamer. De onderzoeksresultaten gaan medio september 2010 naar de Tweede Kamer.

Voor de zomer ontvangt de kamer informatie hoe investeringen in energiebesparing in beeld kunnen worden gebracht.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

De Kamer wordt na het zomerreces 2010 geïnformeerd.

Fusieregels worden besproken met de Kamer (in het voorjaar) waarbij de onderwijstoets wordt betrokken.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

Een voorstel wordt in het najaar 2010 naar de Tweede Kamer gezonden.

De minister zal de Kamer informeren over de relatie tussen schaalgrootte, effectiviteit en maatschappelijk rendement (debat wordt voor een deel gevoerd bij de behandeling van de Woonwet).

Debat d.d. 27-01-2010: AO Wijkaanpak (+ Uitvoeringsagenda van New Towns).

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De minister zal de Kamer informeren over de uitkomsten van het overleg met de andere bewindspersonen over de wijkenaanpak.

Debat d.d. 27-01-2010: AO Wijkaanpak (+ Uitvoeringsagenda van New Towns).

Overleg met de andere bewindspersonen over de wijkenaanpak is niet doorgegaan door val van het kabinet. De toezegging wordt opgepakt bij aantreden nieuw kabinet.

Na overleg met de collega's zal de minister de Kamer een reactie geven op het materiaal dat mevrouw Van der Burg de minister zal toesturen over het meldpunt wietteelt.

Debat d.d. 27-01-2010: AO Wijkaanpak (+ Uitvoeringsagenda van New Towns).

De stukken van mevrouw Verburg zijn 17 februari 2010 ontvangen. De reactie wordt verwerkt in de Voortgangsrapportage Wijkenaanpak 2010, welke in oktober 2010 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd.

De minister zal de Kamer informeren over de vraag in hoeverre ruilverkaveling in de stad bruikbaar is bij krimp en de wijkaanpak.

Debat d.d. 27-01-2010: AO Wijkaanpak (+ Uitvoeringsagenda van New Towns).

Deze toezegging is al eerder aangekondigd.

Momenteel loopt een onderzoek naar buitenlandse voorbeelden van stedelijke herverkaveling (naar het Duitse model van Umlegung). Dit onderzoek wordt naar verwachting einde derde of vierde kwartaal 2010 opgeleverd. Vervolgens moet bezien worden of deze herverkaveling ook meerwaarde heeft in het geval van krimp en wijkaanpak. Aansluitend wordt de Kamer in het eerste kwartaal 2011 geïnformeerd.

De minister informeert de Kamer welke gegevens bruikbaar zijn voor het volgsysteem en of de koppeling van de registratie-bestanden werkt.

UB [26-01-2010] Informatie tbv onderzoek Kamer naar de effecten van inburgering op participatie (2009–2010. Kst. 31 143, nr. 76).

2010 In het kader van de uitvoering van de pilot «volgsysteem inburgering» wordt de Kamer in de zomer 2010 geïnformeerd over de bruikbaarheid van gegevensbestanden en koppeling. Naar verwachting zal de Kamer na het zomerreces 2010 geïnformeerd worden.

De minister zegt een onderzoek naar de instroom van de Bulgaren en Roemenen toe en betrekt hierbij: de criminaliteit en de Roma. De uitkomsten hiervan komen het 3e kwartaal beschikbaar. (Werd door de voorzitter abusievelijk genoemd bij de toezegging over het Actieplan).

Debat d.d. 21-01-2010: AO Arbeidsmigranten MOE-landen (Polen in Nederland).

Onderzoek is in de startfase, naar verwachting wordt de TK eind dit jaar geïnformeerd over de uitkomsten.

Naar waarschijnlijkheid zal SZW mede-opdrachtgever zijn bij het onderzoek

De minister informeert de Tweede Kamer medio 2010 over de toekomstvisie op het steden en wijkenbeleid, waarbij de «Ortega-aanpak» wordt meegenomen.

UB [17-12-2009] Uitvoeringsagenda van New Towns: Invulling van de motie Ortega en een verbreding van het stedenbeleid (2009–2010. Kst. 31 757, nr. 14).

Wordt meegenomen in de «Agenda stad en ommeland». Aan deze Agenda wordt momenteel binnen WWI/VROM gewerkt. De uitkomst van de Agenda is afhankelijk van een nieuw kabinet. Naar verwachting zal een dergelijke Agenda voor eind 2010 aan de Tweede Kamer kunnen worden aangeboden.

De minister informeert de Tweede Kamer medio 2012 over de voortgang van de uitvoeringsagenda.

UB [17-12-2009] Uitvoeringsagenda van New Towns: Invulling van de motie Ortega en een verbreding van het tedenbeleid (2009–2010. Kst. 31 757, nr. 14).

De komende jaren wordt de uitvoeringsagenda Ortega's gemonitored. Met de Ortegagemeenten zijn hierover afspraken gemaakt.

Conform afspraak zal de TK medio 2012 worden geïnformeerd.

Vooruitlopend hierop zal de voortgang van de businesscases uit de Uitvoeringsagenda New Towns worden meegenomen in de Wijkenbrief, die in het najaar 2010 naar de TK wordt gezonden.

De minister van WWI zegt de Kamer toe, zodra de voorstellen over de schriftelijke toets, de verhoging van het taalniveau en wat er verder bijkomt aan voorlichting, het beter inschakelen van de ambassades et cetera gereed zijn, dat gehele pakket naar de Eerste Kamer te sturen (T01100).

Debat d.d. 01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

Momenteel wordt de aanpassing van het Vreemdelingenbesluit voorbereid om het niveau van de TGN te verhogen en een schriftelijke toets toe te voegen aan het basisexamen inburgering in het buitenland. De besluitswijziging wordt naar verwachting eind augustus 2010 gepubliceerd. Gelijktijdig zal de EK worden geïnformeerd.

De minister heeft toegezegd de Eerste Kamer schriftelijk te informeren t.a.v. de extra eisen die aan de partner in het buitenland gaan worden gesteld in het kader van de WIB.

Debat d.d.01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

Momenteel wordt de aanpassing van het Vreemdelingenbesluit voorbereid om het niveau van de TGN te verhogen en een schriftelijke toets toe te voegen aan het basisexamen inburgering in het buitenland. De besluitswijziging wordt naar verwachting eind augustus 2010 gepubliceerd. Gelijktijdig zal de EK worden geïnformeerd.

De minister zal in het voorjaar van 2010 een kabinetsstandpunt over registratie van etnische persoonsgegevens naar de kamer sturen, rekening houdend met het resultaat van het onderzoek van het CPB naar registratie van herkomst in Rotterdam/Charlois.

UB [01-12-2009] Beantwoording vragen over Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 56).

Onderwerp is controversieel verklaard.

De minister zoekt uit hoe het zit met de evt. subsidiëring van het onderwijs in eigen taal en cultuur in Amsterdam.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De gemeente Amsterdam wordt verzocht om nadere informatie. De TK wordt naar verwachting vóór september 2010 geïnformeerd.

De minister zal de terugstortingen en de bedragen die worden overgemaakt naar de landen van herkomst agenderen tijdens het werkbezoek aan Marokko in het voorjaar van 2010.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De Kamer wordt na interdepartementaal overleg deze zomer geïnformeerd.

De minister vraagt de minister van V&W naar de achtergronden van CBR theorie examens in het Turks en Arabisch.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

Het streven is om de Kamer in september 2010 te informeren.

De minister zal voor het zomerreces bij de evaluatie van de wet Inburgering onderzoek doen naar de kwaliteit van de inburgering, met daarbij als thema’s het keurmerk, de docenten en de certificering.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

Kamer wordt na het zomerreces 2010 geïnformeerd over voortgang.

Naar aanleiding van het werkbezoek aan Marokko, eigen onderzoek en gegevens van het SCP zal de minister de Kamer over het vraagstuk van overmaking informeren. Daarbij worden betrokken de trendmatige ontwikkelingen.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De Kamer wordt na interdepartementaal overleg deze zomer geïnformeerd.

De minister zal onderzoeken hoeveel hoger de kosten uitvallen als het keurmerk top down wordt ingevoerd.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De kamer wordt bij missionair? kabinet geïnformeerd. Het antwoord wordt geïntegreerd in de beantwoordingsbrief motie Dijsselbloem over kwaliteitsverbetering inburgering. Wordt eind september.

De minister zal de Kamer bij gelegenheid van de behandeling van het voorstel tot wijziging van de Huisvestingswet informeren over zijn opvattingen over de CDA-notitie «Etnische stijgers».

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De reactie op de CDA-notitie «etnische stijgers» wordt in verband met de val van het Kabinet Belkenende IV opgeschort totdat er een nieuw kabinet is aangetreden en de opvatting bij dit nieuwe kabinet over het thema etnische segregatie en de wenselijkheid om daar al dan niet een beleid op te ontwikkelen bekend zijn. Dit zal naar verwachting niet voor de herfst van 2010 het geval zijn.

De minister zal de Kamer in het voorjaar informeren over de uitspraken Centrale Raad van Beroep inzake de Korte Vrijstellingstoets na eerst goed de juridische consequenties van de uitspraken op het wettelijke stelsel te hebben bestudeerd.

UB [18-11-2009] Korte Vrijstellingstoets (KVT); ontheffing aantoonbare inspanningen; deelexamens (2009–2010. Kst. 31 143, nr. 71).

Kamer wordt in september 2010 bericht over stand van zaken.

   

De Kamer wordt in 2011 geïnformeerd over de stand van zaken van de brandveiligheid van studentenhuisvesting naar aanleiding van nieuw onderzoek door de VROM-Inspectie.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De Kamer wordt voor het Kerstreces 2010 geïnformeerd.

Bij het uitwisselen van best practices in de scholenbouw wordt getoetst op de effecten van maatregelen voor lucht-, geluid- en lichtkwaliteit. Dit komt terug in een volgende rapportage over het binnenmilieu van basisscholen (2e helft 2010).

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De Kamer zal voor Kerstreces 2010 worden geïnformeerd.

De Kamer wordt voor 1 april 2010 geïnformeerd over de achtergrond van verschillen in regelgeving voor cellen en woonruimten voor ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De minister streeft er naar de Kamer in het najaar 2010 schriftelijk te informeren.

De minister komt voor 1 april 2010 terug op de mogelijkheid om aan de vervanging van open verbrandingstoestellen in bestaande gebouwen een verplichte termijn te verbinden.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De minister streeft er naar de Kamer in het najaar 2010 schriftelijk te informeren.

Voor 1 oktober 2010 wordt de Kamer nader geïnformeerd over mechanische ventilatie.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De Kamer zal voor 1 oktober 2010 worden geïnformeerd.

Beleidsreactie advies Rijksbouwmeester over scholenbouw: nav het Periodiek Onderhoudsrapport 2010 wordt er onder andere onderzoek gedaan naar het uitgavencluster Educatie. De resultaten van het onderzoek worden rond de zomer van 2010 verwacht. De Kamer zal hierover worden geïnformeerd.

UB [06-11-2009] Beleidsreactie advies Rijksbouwmeester over scholenbouw (2009–2010. Kst. 28 089, nr. 25).

De kamer zal voor 1 september 2010 worden geïnformeerd.

Beleidsreactie advies Rijksbouwmeester over scholenbouw: In de 2e helft van 2010 zal de Kamer worden geinformeerd over de voortgang van de ingezette activiteiten in het kader van het verbeteren van het binnenmilieu van (onder meer) scholen.

UB [06-11-2009] Beleidsreactie advies Rijksbouwmeester over scholenbouw (2009–2010. Kst. 28 089, nr. 25).

De Kamer zal voor 1 november 2010 worden geïnformeerd.

Toezeggingen AO Bouwregelgeving: De VROM-Inspectie is een traject gestart om 19 gemeenten te ondersteunen bij de toetsing en het toezicht van bouwplannen op de voorschriften voor gezondheid. De Kamer wordt over de resultaten hiervan in de loop van 2010 geinformeerd gelijktijdig met de resultaten van het diepte-onderzoek (zie brief 3 september 2009).

UB [05-11-2009] Toezeggingen AO Bouwregelgeving (2009–2010. Kst. 28 325, nr. 117).

De 2e Kamer zal voor 20 december 2010 worden geïnformeerd.

Minister zal gemeenten en corporaties wijzen op de huidige mogelijkheden voor kangoeroewoningen.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1328–1342).

Deze toezegging is gerelateerd aan het WWI/VWS actieplan «Beter (t)huis in de buurt, samenwerken aan wonen, welzijn en zorg» dat tot 2011 loopt. De toezegging zal worden uitgewerkt in de handreikingen, voortvloeiende uit het actieplan. De minister zal de Tweede Kamer informeren na publicatie van de handreikingen.

In de cijfers over de voornemens van de corporaties vanaf volgend jaar zullen de corporaties scherper worden bevraagd welke uitgaven aan leefbaarheid in de bedrijfslasten zitten. Minister zal de Kamer daarover in de eerste helft van het komend jaar informeren via het Sectorbeeld Voornemens.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1 328–1 342).

Brief over het Sectorbeeld wordt medio september 2010 naar de Tweede Kamer verzonden.

Volgend jaar wordt de kansenzoneregeling van Rotterdam door het ministerie van Economische Zaken geevalueerd. Daar zal dan ook een kabinetsreactie op komen.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1 328–1 342).

Zodra de kansenzoneregeling van Rotterdam geevalueerd is, zal de Tweede Kamer daarover worden geïnformeerd.

Bij de bespreking van het stedenbeleid zijn ook de funderingsproblemen aan de orde. Bij de start van ISV I in 2 000 heeft een inventarisatie plaatsgevonden naar problemen en methoden van funderingsherstel. Op basis daarvan is besloten aan zes gemeenten (waaronder Zaanstad), waar sprake was van excessieve bekostigingsproblemen, een budget te verstrekken van 20 miljoen euro voor de aanpak van funderingsherstel in het kader van de knelpuntenpot ISV. Bij de verantwoording ISV I bleken gemeenten deze actie nog niet te hebben afgerond. Een tussentijdse evaluatie is in 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd (30 800 XI, nr. 114). Daarbij is uitstel verleend tot 2010. De resultaten kunt u komend jaar in het kader van de verantwoording grotestedenbeleid tegemoet zien.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1 328–1 342).

De eindevaluatie wordt meegenomen in de bredere brief over de verantwoording GSB3, die in 2010 naar de TK wordt gezonden.

In de eerste helft van 2010 zal een evaluatie van het woningbouwbeleid van de afgelopen 5 jaar plaatsvinden, waarvan de minister het resultaat medio 2010 aan de Kamer zal toezenden. Ook de ontwikkeling van woningbouw via het particulier opdrachtgeverschap zal de minister, – als afzonderlijk element –, in deze evaluatie betrekken.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1 328–1 342).

Wordt meegenomen bij de evaluatie van de woningbouwafspraken 2 005 t/m 2009. Opdracht is extern verstrekt. In de zomer dan wel in het voor eind 2010 wordt de TK gemeld wat de doelen zijn, hoe het is gegaan en wat de bevindingen zijn.

Minister zal bezien of bij krimp het bestaande instrumentarium afdoende is, of dat aanvullend of aanpassing van het bestaande instrumentarium nodig is om herverkaveling mogelijk te maken.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1 328–1 342).

Deze toezegging is aangekondigd in de brief d.d. 27 november 2009 (31 757, nr. 13) van de minister voor WWI en de staatssecretaris van BZK inzake het Interbestuurlijk actieplan Bevolkingsdaling. Vervolgens kwam dit punt ook aan de orde in het AO Wijkaanpak en Uitvoeringsagenda van New Towns op 27 januari 2010. Momenteel loopt een onderzoek naar buitenlandse voorbeelden van stedelijke herverkaveling (naar het Duitse model van Umlegung). De oplevering van het rapport heeft al drie jaar vertraging opgeleverd. Dit onderzoek wordt naar verwachting einde derde kwartaal 2010 opgeleverd. Vervolgens moet bezien worden of deze herverkaveling ook meerwaarde heeft in het geval van krimp en wijkaanpak. Aansluitend zou de Kamer in het eerste kwartaal 2011 geïnformeerd kunnen worden.

Ook door middel van experimenten zal bekeken worden of ander instrumentarium nodig is om verpaupering van particulier en gemengd bezit in krimpgebieden te voorkomen. De Kamer zal in het eerste kwartaal van 2011 worden geïnformeerd over de voortgang van de experimenten.

De werkgroep onorthodoxe maatregelen zal worden verbreed naar buiten de Randstad.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

 

De gelden voor de LSA zullen worden verlengd met 4 (in plaats van 2) jaar.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Er zijn voor vier jaar middelen gereserveerd ter ondersteuning van het LSA.

De minister informeert de Kamer begin 2010 over hoe het energielabel in de praktijk werkt.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

De Tweede Kamer wordt in de herfst 2010 geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek van de VROM Inspectie.

De Kamer krijgt nadere informatie over de toename van de aantallen Roma, met name uit Bulgarije en Roemenië.

Debat d.d. 08-10-2009: AO Roma-kinderen.

Onderzoek is in de startfase, naar verwachting wordt de TK eind dit jaar geïnformeerd over de uitkomsten.

Naar waarschijnlijkheid zal SZW mede-opdrachtgever zijn bij het onderzoek.

De minister voor WWI zegt toe bij de inburgeringscursussen extra aandacht te besteden aan de sharia en de Kamer over de mogelijkheden te informeren.

Debat d.d. 03-09-2009: AO Sharia-rechtspraak.

Motie wordt in overleg met de toetsontwikkelaars van het inburgeringsexamen uitgewerkt. Naar verwacht inn begin 2011 afgerond.

De Kamer ontvangt een zgn. matrix waarin wordt aangegeven wat de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is tussen de volkshuisvestingsautoriteit en de minister.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de vormgeving van de overgang van het ministerie naar de volkshuisvestingautoriteit.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt geïnformeerd over de consequenties die de minister heeft verbonden aan het rapport Vlug inzake Rochdale.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de mogelijkheid/wens om in beeld te brengen dat bijvoorbeeld twee huurders lid kunnen zijn van de raad commissarissen/toezicht.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de mogelijkheid van doorschuiven van de raad van bestuur naar de raad van commissarissen.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt geïnformeerd over de communicatie en uitrol van kennis n.a.v. de lessen die zijn te trekken over Rochdale e.a.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Bij brief d.d. 22 juli 2009 is specifiek ingegaan op de situatie bij Rochdale.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de landelijke toelating.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De Kamer wordt geinformeerd over de mogelijkheid om sectorcodes verbindend te verklaren.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Met de wijziging van de Woningwet n.a.v. de stelselbrief van 12 juni 2009 zal hierop worden ingegaan. Dit wetsvoorstel zal naar verwachting na het zomerreces 2010 aan de TK worden aangeboden.

De minister zal samen met de minister van SZW de problemen en risico's in kaart brengen van eigenaar-bewoners, waarbij speciaal wordt gekeken naar de mensen zonder NHG. Ook zal met banken en woningcorporaties wordt overlegd welke maatregelen kunnen worden genomen om betalingsproblemen aan te pakken en gedwongen verkopen te voorkomen. Voorbeelden van goede projecten – zoals een opkoopfonds, aanvullende kredieten, betalingspauzes, overnemen van woningen – worden meegenomen. De Kamer wordt voor de zomer geïnformeerd over de termijn waarop e.e.a. zijn beslag zal krijgen en de Kamer over de maatregelen zal worden geïnformeerd.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

Er is ambtelijk overleg geweest met de NVB over de verklaring en er zijn suggesties gedaan voor inhoudelijke punten/maatregelen. In juni 2010 moet het convenant klaar zijn, waarna de Tweede Kamer na het zomerreces 2010 zal worden geïnformeerd.

Ten aanzien van de problematiek op het gebied van constructieve veilgiheid wordt de Kamer geïnformeerd over de mogelijkheden van de verzekerde garantie en de bijdrage van een hoofdconstructeur.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

Voor einde zomerreces 2010 gaat nadere informatie richting de Tweede Kamer over de pilots die uitgevoerd worden in het kader van Actieplan Dekker.

De Kamer wordt geïnformeerd over onderzoek naar de brandveiligheid van hoogbouw in bijvoorbeeld New York.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

Koersen op in het najaar 2010 een brief aan de Kamer te zenden.

In 2005 vindt een nulmeting plaats naar stand van zaken en knelpunten in gemeenten, in 2007 wordt een tussenrapportage opgesteld en in 2009 volgt een evaluatie en eindrapportage.

[04-05-2009: AO Grondbeleid

De resultaten van de nulmeting zijn meegenomen in de zesde Voortgangsbrief Grondbeleid, die op 29 april 2009 naar de TK is gezonden (Kamerstuk 27 581, nr. 36).

Zoals in het Kabinetsstandpunt staat zal het beleid vier jaar na de nulmeting worden geëvalueerd, te weten in 2013.

Toegezegd is de Kamer een brief te sturen over welstandstoezicht met daarin een nadere nuancering van het kabinetsstandpunt.

Debat d.d. 14-04-2009: AO Welstandstoezicht.

Er wordt naar gestreefd in september 2010 een standpunt aan de ministerraad voor te leggen, waarna de Kamer in oktober 2010 geïnformeerd kan worden.

De Kamer wordt geinformeerd over de stand van zaken van het plan voor internetveilingen (motie Van der Ham).

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926-126).

Op het door Justitie voor internetconsultatie gepubliceerde concept-wetsvoorstel konden tot 31 mei 2010 reacties worden geleverd. Deze worden thans verwerkt. Naar verwachting kan het definitieve wetsvoorstel na de zomer aan de Kamer worden aangeboden.

De Kamer wordt uiterlijk 21 juni 2009 geïnformeerd over de eventuele aanpassing van de Vogelaar(wijk)-heffing, waarbij aanpalende en samenhangende onderwerpen (zoals de Vpb-heffing) worden betrokken.

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

De corporatiesector is uitgenodigd te komen met alternatieven. De evaluatie is voorzien in de tweede helft van 2010.

Tijdens het debat over het wetsvoorstel wijziging van de Wet op de huurtoeslag heeft de minster toegezegd zich in te zetten voor een verschuiving van de datum van de daadwerkelijke huurverhoging van 1 juli naar 1 januari.

Debat d.d. 13-01-2009] Wijz. Wet op de huurtoeslag; uitvoeringstechnische wijzigingen (31 446).

De verschuiving van de huurverhogingsdatum maakt deel uit van het rapport van het IBO vereenvoudiging toeslagen dat op 16 oktober 2009 aan de TK is aangeboden (II 2009–2010, 31 580 nr. 3). In november 2009 is het overleg met de organisaties van huurders en verhuurders hervat. In samenwerking met hen worden verschillende mogelijkheden om de tijdvakverschuiving uit te werken, in kaart gebracht.

Na de val van het kabinet is de toezegging aangehouden in verband met controversiele status rapport IBO vereenvoudiging toeslagen.

De minister stuurt de Kamer eind januari 2009 een reactie op het puberruilprincipe en het stimuleringsplan daarvoor.

Debat d.d. 17-12-2008: Integratiebeleid.

Als het nieuwe Kabinet is gevormd, zal bekeken worden of de toezegging nog opportuun is.

Toegezegd is spoedig met de Kamer te spreken over het wijkenheffingenfonds.

Debat d.d. 04-12-2008] Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

De evaluatie is voorzien in 2010. De corporatiesector is uitgenodigd te komen met alternatieven.

Bij de evaluatie van het Besluit CFV zal minister van der Laan de positie van C-corporaties fundamenteel bezien (vrijstelling projectsteunheffing en mogelijkheden voor projectsteun).

Debat d.d. 04-12-2008] Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

De evaluatie is voorzien in 2010. De corporatiesector is uitgenodigd te komen met alternatieven.

De kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van de taallessen op tv in Amsterdam.

Debat d.d. 27-11-2008] Begrotingsonderzoek (WWI).

De Kamer wordt in oktober 2010 geïnformeerd.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van afspraken met de regio's en de kwantitatieve opgave.

Debat d.d. 30-10-2008] Verstedelijkingsafspraken vanaf 2010.

De Kamer is geïnformeerd over de afspraken met de regio's en de kwantitatieve opgave door middel van de verslagen van de BO's MIRT.

De Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over het kabinetsstandpunt inzake de evaluatie van het welstandsbeleid en de welstandscommissies.

Debat d.d. 22-10-2008] Rapport commissie Dekker.

Er wordt naar gestreefd in september 2010 een standpunt aan de ministerraad voor te leggen, waarna de Kamer in oktober 2010 geïnformeerd kan worden.

De minister voor Wonen, Werken en Integratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Meindertsma, toe dat er een geschillenregeling komt waarvan individuele huurdersorganisaties gebruik kunnen maken als zij ontevreden zijn over het functioneren en de mogelijkheden die deze wet biedt. (T00864).

Debat d.d. 23-09-2008] Wetsvoorstel Verbetering positie en zeggenschap huurders (30 856).

Bij brief van 14 oktober 2009 is aan de Kamer gemeld dat de geschillenbeslechting voor de Wet op het overleg huurders verhuurder bij de huurcommissie wordt ondergebracht. Inwerkingtreding is beoogd per 1 januari 2011. Een wetsvoorstel dat dit regelt is in procedure gebracht.

De minister voor Wonen, Werken en Integratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Meindertsma, toe dat zij apart met de Woonbond overleg wil plegen over nieuwe werkmethoden voor de vormgeving van participatie en zeggenschap van huurders en bewoners.

Tevens zal zij nagaan of het de moeite waard is om een aantal huurdersorganisaties pilots te laten doen (T00863).

Debat d.d. 23-09-2008] Wetsvoorstel Verbetering positie en zeggenschap huurders (30 856).

De Woonbond zal de minister in de eerste helft van 2010 rapporteren over de extra aandacht en inspanningen huurdersorganisaties. Naar aanleiding daarvan zal de minister een afsluitende brief naar de Eerste Kamer sturen.

De Kamer wordt geinformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van de door de vorige minister gedane toezegging inzake de mogelijkheden van mensen die verhuizen naar een bedrijventerrein en dan alsnog bezwaar maken tegen activiteiten van de bedrijven en ontwikkelingen op het bedrijventerrein.

Debat d.d. 28-05-2008] Transformatie van kantoren naar woningen (31 200 XVIII, nr. 59).

Antwoord zal worden meegenomen in het actieplan cie.Dekker. De tussenrapportage zal eind 2010 aan de Tweede Kamer worden gezonden. De Kamer is hierover geïnformeerd middels brief van 4 november 2009.

De minister zal nagaan of de Chinezen in de eerstvolgende Survey Integratie Nieuwe Groepen (SING) zijn opgenomen en zal de Kamer hierover informeren.

Debat d.d. 21-05-2008] Jaarnota Integratiebeleid 2007–2011 (31 268 nr. 2 en 5).

De minister zal nagaan of de Chinezen in de eerstvolgende Survey Integratie Nieuwe Groepen (SING) zijn opgenomen en zal de Kamer hierover informeren. De betreffende SCP rapportage is uitgesteld vanwege vertraging in de uitvoering van het benodigde veldwerk van het onderzoek, deze rapportage verschijnt uiterlijk 1 december 2010, waarna de TK wordt geïnformeerd.

De Onteigeningswet wordt in de eerste helft van 2009 naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 27-03-2008] Woningproductie (27 926 nr. 122, 31 200 XVIII nr. 10 en 46, 27 562 nr. 11).

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering berust bij de minister van Justitie. De minister van Justitie heeft bij behandeling van de CHW op 16 maart 2010 in de EK toegezegd een integrale herziening van de onteigeningswet te bezien.

Evaluatie verzoekschriftenprocedure rechtbanken (Wohv): De minister voor WWI zal drie jaar na inwerkingtreding van de wijziging van de Wohv de verzoekschriftenprocedure bij de rechter evalueren en de Tweede Kamer over de uitkomsten hiervan informeren (in 2011).

Debat d.d. 16-01-2008] Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

De Tweede Kamer zal eind 2011 een evaluatierapport ontvangen over de verzoekschriftprocedure bij de rechter.

Er wordt een studie gedaan naar de blijvende gevolgen van de crisis voor het woningmarktsysteem. Ten behoeve van deze studie wordt in 2010 onderzoek gedaan door het Planbureau voor de Leefomgeving. De uitkomsten van dit onderzoek maken onderdeel uit van deze studie, die naar verwachting in het voorjaar van 2011 zal worden afgerond. Minister zal bezien of dit kan worden vervroegd zodat de resultaten nog in 2010 beschikbaar komen.

UB [19-05-2006] Beantwoording vragen huurbeleid: i.v.m. leegstand in de huurwoningvoorraad (2005–2006. Kst. 1505).

Het PBL voert dit onderzoek uit. De eindrapportage van het rapport verschijnt naar verwachting in het najaar van 2010.

De Kamer wordt in 2008 geïnformeerd over de evaluatie van particulier opdrachtgeverschap. Op korte termijn evalueert de Minister de ervaringen met de stimuleringsregeling voor eigenbouw.

Debat d.d. 08-02-2006] Particulier opdrachtgeverschap van bewoners (30 300 XI nr. 81).

In de brief d.d. 28 oktober 2009 van de minister voor WWI aan de TK met antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van WW is toegezegd dat de TK medio 2010 geïnformeerd wordt over de evaluatie van de woningbouwafspraken en de ervaringen met de stimuleringsregeling voor eigenbouw. Naar verwachting wordt de TK in de zomer, dan wel in het derde kwartaal 2010, geïnformeerd.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zal de Tweede Kamer twee jaar na inwerkingtreding van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap (BVVN) een evaluatierapportage toezenden inzake de invoering van de naturalisatieceremonie (Justitie id:2148).

Debat d.d. 28-06-2 005: AO inz. de nog te ontvangen nota over de ontwikkeling van een ceremonie voor nieuwe Nederlandse staatsburgerschap (Justitie id:1939).

Bij brief van 1-12-2008 is de TK geïnformeerd over de planning van het evaluatieonderzoek (TK vergaderjaar 2008–2009, kst 31 268, nr. 11). Het WODC levert in de loop van juli 2010 het definitieve evaluatierapport op. Het rapport wordt met een brief van de Minister voor WWI na de zomer 2010 aan de Kamer aangeboden.

Uitgevoerde toezeggingen WWI (1 juni 2009 t/m 31 mei 2010)

Omschrijving

Vindplaats

Uitgevoerd met

De minister informeert de Kamer over de argumenten waarom 1 353 mensen die van 30 maart tot en met 13 april een aanvraag hebben gediend niet alsnog in aanmerking zouden moeten kunnen komen voor een toekenning van een BEW subsidie.

Debat d.d. 19-05-2010: AO Stopzetten Koopsubsidie.

UB [20-05-2010] Voortgezet Algemeen Overleg BEW op 20 mei.

De minister zegt toe de EK te informeren over «openbaar maken leegstandregister».

Debat d.d. 18-05-2010: Plenair debat inzake Wet Kraken en Leegstand: 2e termijn (antwoord, re- en dupliek).

UB [24-05-2010] Beantwoording kamervragen uit debat behandeling wetsvoorstel Kraken-Leegstand.

De minister zegt toe de EK te informeren over «fiscale aftrekbaarheid leegstand».

Debat d.d. 18-05-2010: Plenair debat inzake Wet Kraken en Leegstand: 2e termijn (antwoord, re- en dupliek).

UB [24-05-2010] Beantwoording kamervragen uit debat behandeling wetsvoorstel Kraken-Leegstand.

De minister stuurt voor 1 mei 2010 het rapport van Efectis naar de Kamer en informeert de Kamer in de bijgaande brief over hoe omgegaan zal worden met sandwichpanelen.

Debat d.d. 25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [12-07-2010] Toezeggingen bouwregelgeving.

De minister voor WWI zal de Kamer informeren over de wijzigingen van de verbouwnorm bruggen, nadat het overleg tussen WWI, VenW en de NEN-commissie is afgerond. Dit zal zijn voor 1 mei 2010.

Debat d.d. 25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [12-07-2010] Toezeggingen bouwregelgeving.

Toegezegd is informatie te verschaffen over eventuele additionele middelen voor koopsubsidie.

Debat d.d.31-03-2010: AO Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw en BEW en over de stand van zaken bij de startersleningen.

UB [09-04-2010] Toezegging over eventuele additionele middelen voor de BEW.

De regering gaat na of er in het buitenland zinvolle regelgeving is voor het gebruik van brandvertragende materialen in meubels en matrassen en informeer de Kamer daar voor de zomer over.

Debat d.d.25-03-2010: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering is overgedragen aan BZK en VWS. De Kamer zal door deze departementen voor het zomerreces 2010 geinformeerd worden.

De Kamer zal nader worden geïnformeerd over BEW en de eventuele relatie met de betalingsproblematiek; mogelijk komt dit later; medio maart ontvangt de Kamer de brief, inclusief de stand van zaken bij het startersfonds SVn; de vraag was: combineer even hoe die dingen lopen en ga na wat de effecten daarvan zijn; de minister heeft gezegd: dat neem ik mee in een brief.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

UB [22-03-2010] Beantwoording toezegging inzake BEW en Startersleningen.

De Kamer wordt geïnformeerd over de totale besteding van de stimuleringsmaatregelen crisispakket, inclusief de tweede tranche; de derde tranche wordt voor de zomer met de Kamer besproken.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

UB [19-03-2010] Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw.

De Kamer wordt geïnformeerd over de verruimde mogelijkheden die de Europese Commissie heeft gemaakt en de vraag of die in Nederland optimaal benut worden.

Debat d.d. 18-02-2010: AO Crisismaatregelen woningmarkt.

UB [19-03-2010] Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over kwantitatieve gegevens en de mogelijkheden van het benutten daarvan. Er komt een voorstel om te bekijken hoe de procedure voor vlgd jaar kan worden verbeterd. Dit heeft te maken met het punt van integraliteit, het jaarverslag en de samenwerking tussen Financiën en WWI. Minister zal de Kamer in deze brief ook zo informeren over de wachttijden voor seniorenwoningen als dat op een vrij eenvoudige manier kan. Zo niet, de kamer informeren over complicaties daarvan. Ook in deze brief terugkomen op de toezegging op de huurtoeslag voor grote gezinnen en de rol BD daarin nav het voorbeeld Depla over Drachten.

Debat d.d. 16-02-2010: AO Huurtoeslag.

UB [29-03-2010] Uw vragen uit het AO d.d. 16 februari 2010 inzake het jaarverslag Wet op de huurtoeslag.

De Kamer wordt geïnformeerd over (nieuwe) tegenvallers uitgaven huurtoeslag. Dat gebeurt in ieder geval in het kader van de Voorjaarsnota, op een zodanig moment dat de Kamer daar nog haar mening over kan geven.

Debat d.d. 16-02-2010: AO Huurtoeslag.

De Kamer is geinformeerd middels de eerste suppletoire begroting 2010 en de Voorjaarsnota 2010.

De resultaten van het onderzoek naar huurtoeslag voor studentenhuisvesting zullen aan de Kamer worden gestuurd, met een kabinetsreactie, waarna de Kamer kan beoordelen hoe zij dit verder gaan behandelen.

Debat d.d. 16-02-2010: AO Huurtoeslag.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezegging inzake onderzoek studentenhuisvesting.

De minister zal het onderzoek van RIGO naar woonnlasten in Tilburg voor en na energiebesparing aan de Kamer sturen.

Debat d.d. 16-02-2010: AO Huurtoeslag.

UB [29-03-2010] Uw vragen uit het AO d.d. 16 februari 2010 inzake het jaarverslag Wet op de huurtoeslag.

De minister zegt toe de Kamer binnenkort te informeren over het onderzoek bij een beperkt aantal lidstaten naar daar toegepaste crisismaatregelen.

UB 05-02-2010: Beantwoording kamervragen van het lid Van Bochove over het artikel «Verhofstadt wil meer EU-steun bouwbranche».

UB [31-05-2010] Aanbieding onderzoek crisismaatregelen in enkele Europese lidstaten.

De minister informeert de Tweede Kamer binnen 2 maanden over de gesprekken van de Belastingdienst met corporaties over de mogelijkheden van vrijstelling van vpb tbv ouderenhuisvesting.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De minister informeert de kamer aan de hand van enkele casussen over het continuïteitsoordeel.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De Kamer ontvangt in het voorjaar een rapportage van het CFV over de ontwikkeling van de bedrijfslasten (inclusief lokale lasten).

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De minister geeft binnen een maand inzicht in de (eventuele) aftrekbaarheid van onderhoudskosten in de vpb.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De Kamer krijgt binnen een maand informatie over de 1 miljard financiële ruimte die het WSW heeft genoemd.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De minister reageert binnen een maand op de afwijkende salarisopbouw bij de Alliantie en bericht of dergelijke beelden in de oordeelsbrieven moeten worden benoemd.

Debat d.d. 03-02-2010: AO Financiële situatie woningcorporaties.

UB [28-05-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO financiële corporaties van 3 februari 2010.

De minister zal de TK informeren over zijn beslissing op de aanvraag van Wst. Den Helder tot uittreding.

Debat d.d. 28-01-2010: AO Uittreding woningcorporaties (Woningstichting Den Helder).

UB [16-04-2010] Verzoek tot intrekking toelating Woningstichting Den Helder.

De minister informeert de Kamer over de uitkomsten van de voorevaluatie van de Rotterdamwet in verband met de verlengingsbeslissing (nog niet bekend wanneer eea aan de orde komt).

Debat d.d. 27-01-2010: AO Wijkaanpak (+ Uitvoeringsagenda van New Towns).

UB [19-04-2010] Besluit aanvraag toepassing Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek in gebieden Rotterdam.

De minister informeert de Kamer in 2010 over de eigenlijke resultaten van de effectmeting van de inburgering op de participatie.

UB 26-01-2010: Informatie tbv onderzoek Kamer naar de effecten van inburgering op participatie.

Deze toezegging is onderdeel van de toezegging van de minister aan de Kamer over de effecten van de inburgeringscursus voor inburgeraars, naar aanleiding van de eerder ingediende motie Ortega-Martijn.

De minister informeert de Kamer schriftelijk over de feitelijke situatie in Veghel. De minister zal hiervoor de Vrom Inspectie benaderen (op verzoek van de SP).

Debat d.d. 21-01-2010: AO Arbeidsmigranten MOE-landen (Polen in Nederland).

UB [25-06-2010] Plan van Aanpak huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

De minister zegt toe de Kamer per brief te informeren over het aantal inburgeraars en zo mogelijk uitgesplitst naar herkomstlanden (MOE-landen) in 2009.

Debat d.d. 21-01-2010: AO Arbeidsmigranten MOE-landen (Polen in Nederland).

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

De minister zegt toe de Kamer te informeren over het Actieplan Aanpak MOE-landers in de kwetsbare wijken dat hij de komende tijd gaat ontwikkelen. Hierbij worden alle relevante partijen betrokken en wordt ook goed gekeken naar een effectievere inzet van het bestaande instrumentarium.

Debat d.d. 21-01-2010: AO Arbeidsmigranten MOE-landen (Polen in Nederland).

UB [25-06-2010] Plan van Aanpak huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

De minister zegt toe dat hij de aantallen dakloze en verslaafde MOE-landers in Nederland nader zal bekijken. Vanuit de hulpverlening zijn er signalen dat het om enkele honderden ipv tientallen gaat.

Debat d.d. 21-01-2010: AO Arbeidsmigranten MOE-landen (Polen in Nederland).

UB [25-06-2010] Plan van Aanpak huisvesting en inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

De minister zal de Kamer informeren over het totale aantal voorzieningen dat gemeenten willen realiseren in 2010 en het bedrag aan extra middelen dat hiermee gemoeid is.

UB 17-12-2009: Afspraken met gemeenten over inburgering in 2010.

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

De minister informeert de Tweede Kamer over de definitieve opdrachtverstrekking (tbv onderzoek om in beeld te krijgen wat de invloed is van internaten en huiswerkbegeleidingsinstellingen verbonden aan Fethüllah Gülen).

UB 17-12-2009: Onderzoek naar Gülen internaten.

UB [08-03-2010] Beantwoording kamervragen van het lid Karabulut over het bericht dat het onderzoek naar de Gülenweging hapert.

De minister informeert de TK medio februari 2010 over de definitieve realisatie (voorzieningen voor inburgering/inburgeraars).

UB 17-12-2009: Afspraken met gemeenten over inburgering in 2010.

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

Een aantal ministeries heeft – op basis van voorlopige cijfers – in 2008 meer aan externe inhuur uitgegeven dan de gestelde norm van 13%. De betrokken ministers zullen – na overleg met de minister van BZK – in een brief aan de Tweede Kamer uitleg geven over de hoogte van hun percentage. Voor ministeries die momenteel boven de norm van 13% uitkomen, zal gedurende een periode van drie jaar (tot 2011) een afwijkende «comply or explain» norm worden gehanteerd. Voor deze ministeries geldt het gerealiseerde percentage 2008 als norm en die wordt in 3 jaar afgebouwd tot 13% in 2011.

[04-12-2009: Brief van minister BZK d.d. 24 juni 2009 (Vergaderjaar 2008–2009. Kst. 31 701, nr 2.

UB [11-09-2009] Externe inhuur VROM in 2009.

De minister heeft toegezegd de Eerste Kamer schriftelijk te informeren over de wel/niet openbaarheid van de examenvragen. (T01099).

Debat d.d. 01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

UB [08-02-2010] Geheimhouding examenvragen inburgering.

De minister heeft toegezegd de Eerste Kamer na het Bestuurlijk overleg met de gemeenten (d.d. 16 december 2009) schriftelijk te informeren of de 60% duaal in 2010 wordt gehaald.

Debat d.d. 01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

UB [08-02-2010] Geheimhouding examenvragen inburgering.

De minister van WWI zegt de Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Meurs, snel na 16 december 2009 een nader bericht te sturen over de resultaten die geboekt zijn met de duale trajecten. (T01098).

Debat d.d. 01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

UB [08-02-2010] Geheimhouding examenvragen inburgering.

De minister van WWI zegt de Kamer toe, naar aanleiding van een vraag van het lid Meurs, het aantal van 43 000 inburgeraars uit te splitsen en daarover de Kamer te informeren (T01097).

Debat d.d. 01-12-2009: Wetsvoorstel Wijziging Inburgering.

UB [29-03-2010] Gegevens inburgering 2009.

De minister zal na het gesprek in december 2009 met FORUM, de onderwijsorganisaties en de PO-Raad over het plan van ouderbetrokkenheid en taal de Kamer informeren.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [22-12-2009] Juridisch onderzoek verbrede leerplicht.

De minister zal de gedane suggesties over de bestrijding van onderwijssegregatie (suggesties Hilhorst en suggestie voor een onderwijstop) doorgeven aan zijn collega’s van OCW.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering is overgedragen aan minister OCW.

De minister gaat de besluitvorming na van het stadsdeel de Baarsjes over de voorgenomen reis voor jongeren naar New York.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [17-12-2009] Beantwoording kamervragen van het lid De Krom over het door het stadsdeel De Baarsjes georganiseerde snoepreisje voor problemen naar New York.

De minister geeft aan de werkgroep asiel, immigratie en inburgering de suggestie mee om op termijn te stoppen met de vrijwillige inburgering voor alle inburgeraars en ons te beperken tot de groep ouders en de groep werkzoekenden.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

De minister zal de Kamer informeren over inburgering bij het bedrijf Heemskerk.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

De kamer wordt maandelijks gerapporteerd over de voortgang van de inburgering.

Debat d.d.25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [05-02-2010] Voortgang inburgering.

Minister stuurt planningsbrief (ikv EVRM en gezinsherenigingslijn) met daarin opgenomen de maatregelen en tijdpad dat nodig is om de afzonderlijke maatregelen in werking te laten treden, als ook benoeming factoren waarvan dit afhankelijk is.

UB 23-11-2009: Beantwoording openstaande vragen uit AO Huwelijks- en gezinsmigratie.

UB [18-12-2009] Planning maatregelen huwelijksmigratie.

De minister stuurt de Tweede Kamer een planning toe waarmee de verschillende maatregelen in de Huwelijksmigratie van 2 oktober jl. zullen worden geïmplementeerd.

Debat d.d. 18-11-2009: AO Inburgering buitenland en huwelijksmigratie.

UB [18-12-2009] Planning maatregelen huwelijksmigratie.

De minister komt voor 1 februari 2010 terug op mogelijke oplossingen om bewoners die – indien nodig – niet via brancards uit hun huis kunnen worden gehaald anders dan door takelen uit hun huis te halen.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [19-03-2010] Beantwoording toezeggingen bouwregelgeving.

De notitie die er nu ligt naar aanleiding van een toezegging over ditzelfde onderwerp in het algemeen overleg over woningcorporaties van 3 november 2009 wordt deze week naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [19-03-2010] Beantwoording toezeggingen bouwregelgeving.

Onder voorbehoud van instemming van de minister voor OCW stuurt de minister voor WWI een notitie aan de Kamer over de positie en verantwoordelijkheden van architecten bij het bouwmanagement. In de brief die voor 5 december 2009 aan de Kamer wordt gestuurd zal procesmatig hierover al enige informatie worden opgenomen.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [17-12-2009] Toezeggingen uit AO's van 3 november en 12 november.

De Kamer wordt nader voor 1 april 2010 geïnformeerd over de invulling van de pilots in het kader van het Actieplan Dekker, voordat deze worden uitgevoerd. Tegelijk daarmee geeft de minister aan of er parallel wetgevingstrajecten zullen worden gestart om aan een aantal aanbevelingen tegemoet te komen.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

NB [12-07-2010] Toezeggingen bouwregelgeving.

De Kamer wordt voor 1 april 2010 geïnformeerd over de integratie van het Bouwbesluit en het Gebruiksbesluit. De integratie zelf wordt nog deze kabinetsperiode afgerond.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [04-05-2010] Bouwregelgeving: integrale amvb.

De minister stuurt voor 5 december 2009 een brief over eventuele afkoop van auteursrechten op NEN-normen.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [17-12-2009] Toezeggingen uit AO's van 3 november en 12 november.

De minister zal na bestudering van het short stay dossier (afkomstig van de leden Van der Burg en Van Bochove) de Kamer informeren over het punt van beoordeling, gelijk speelveld, grote verhuurders t.o.v. kleine verhuurders, rol van de VROM-Inspectie, de kwestie Het Oosten Watergraafsmeer over short stay en verhuurder Vesteda.

Debat d.d. 03-11-2009: AO Sectorbeeld en Incidenten Woningcorporaties.

UB [22-04-2010] Dossier Short stay (situatie woningcorporaties Amsterdam).

De minister zal na nadere bestudering van de Governancecode Aedes voor 5 december 2009 op theoretisch informatief niveau bij de Kamer terugkomen op de benoeming van een oud-wethouder in de raad van commissarissen van Rochdale.

Debat d.d. 03-11-2009: AO Sectorbeeld en Incidenten Woningcorporaties.

UB [17-12-2009] Toezeggingen uit AO's van 3 november en 12 november.

De Kamer ontvangt op het niveau van «lessons learned» informatie over de achtergrond van het besluit van de raad van toezicht van woningcorporatie Rentree Wonen te Deventer over het ontslag van de voorzitter van de raad van bestuur.

Debat d.d. 03-11-2009: AO Sectorbeeld en Incidenten Woningcorporaties.

UB [19-11-2009] Maatregelen inzake corporatie Rentree (Deventer).

De Kamer ontvangt informatie over claims van € 30 miljoen inzake de ss Rotterdam indien de aard van de informatie het toelaat.

Debat d.d. 03-11-2009: AO Sectorbeeld en Incidenten Woningcorporaties.

UB [05-02-2010] Beantwoording kamervragen vd leden vd Burg en Jansen over de ss Rotterdam.

De minister zegt de Kamer toe de CFV-rapporten «Sectorbeeld realisaties 2009» (betreft verslagjaar 2008) en «Verslag financieel toezicht woningcorporaties 2009» alsmede de beleidsreactie van de minister.

Debat d.d. 03-11-2009: AO Sectorbeeld en Incidenten Woningcorporaties.

UB [15-01-2010] Sectorbeeld realisaties en Financieel toezichtsverslag woningcorporaties.

Minister zal de Kamer informeren over de uitkomsten van het overleg met de bankensector over maatregelen voor huiseigenaren met betalingsproblemen.

UB 28-10-2009: Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken.

Deze toezegging is mondeling uitgevoerd tijdens het AO crisismaatregelen van 18 februari 2010.

Eind 2009 ontvangt de Kamer de TNO-bouwprognoses.

UB 28-10-2009: Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken.

UB [07-12-2009] Aanbieding «Samenvatting TNO-bouwprognoses 2009–2014».

Minister zal met de gemeenten Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer en Zoetermeer een probleemanalyse en een uitvoeringsagenda opstellen. Preventie, onderhoud en beheer staan hierin centraal. Deze uitvoerings-agenda zal concrete doelen bevatten. Minister zal de uitvoeringsagenda voor het einde van dit jaar aan uw Kamer toezenden.

UB 28-10-2009: Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken.

UB [20-01-2010] Aanbieding gedrukte versie van «de uitvoeringsagenda van New Towns».

Minister is bereid om in het ontwerpbesluit omgevingsrecht een uitzondering te maken voor mantelzorgwoningen, indien de Kamer dat wenst.

UB [28-10-2009] Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken (2009–2010. Kst. 32 123 XVIII, nr. 17 blz. 1328–1342).

UB [13-07-2010] Aanpak leegstand kantoren.

Minister zal de Kamer in het eerste kwartaal van 2010 informeren over de plannen van de G31 voor ISV3.

UB 28-10-2009: Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken.

UB [19-02-2010] Afspraken tussen Rijk en gemeenten en provincies over plannen ISV-3.

mogelijke besparingen bij de RGD door een andere manier van werken zullen worden meegenomen in de Heroverweging.

UB 28-10-2009: Antwoorden op de vragen gesteld tijdens de begrotingsbehandeling 2010 van Wonen en Wijken.

UB [17-12-2009] Heroverweging wonen: afschrift van brief aan de voorzitter werkgroep heroverweging wonen.

Minister zal de voorstellen van de Heroverweging Wonen beoordelen op 8 uitgangspunten.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

Minister zal de voorstellen van de VVD-fractie over de inrichting van het corporatiestelsel meenemen naar de Heroverweging Wonen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [17-12-2009] Heroverweging wonen: afschrift van brief aan de voorzitter werkgroep heroverweging wonen.

Minister zal met Aedes en Woonbond overleggen over de Heroverweging.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

Lessen uit de tussenevaluatie Huur op Maat zullen worden betrokken bij de Heroverwegingen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

BEW maakt onderdeel uit van de Heroverweging Wonen, minister zal het ter kennis brengen van de betreffende werkgroep.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [17-12-2009] Heroverweging wonen: afschrift van brief aan de voorzitter werkgroep heroverweging wonen.

Minister zet alles op alles om het tijdig betalen te verbeteren. Vóór 5 december zou nagenoeg 100% van de rekeningen binnen 30 dagen betaald moeten kunnen worden.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door minister EZ, namens minister BZK, d.d. 15 september 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 6.

Corporaties en bouwlokaties maken onderdeel uit van de Heroverweging Wonen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

Bij de Heroverweging Wonen zal ook de vormgeving van de woontoeslagen aan de orde komen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

Minister zal met de gemeenten inventariseren en analyseren of er ook voor de G4 voldoende afspraken zijn tussen gemeenten en corporaties over het huisvesten van grotere gezinnen (zie ook de aangehouden motie nr 21). Minister zal de Kamer vóór de kerst informeren over de uitkomsten.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [21-01-2010] Jaarverslag 2008 Wet op de huurtoeslag en informatie nav van 2 toezeggingen bij de begrotingsbehandeling.

Minister zal nagaan of het wenselijk is om energiemaatregelen te verrekenen met de huurtoeslag en hoe dat dan zou kunnen (zie ook amendement nr. 13 Van den Burg).

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [21-01-2010] Jaarverslag 2008 Wet op de huurtoeslag en informatie nav van 2 toezeggingen bij de begrotingsbehandeling.

Minister zal de Kamer vóór het AO Sectorbeeld schriftelijk informeren over de onrendabele toppen (Bijdendijk over niet-indexeren). In december wordt de rapportage van het CFV inzake het financieel toezicht over 2008 aan de kamer voorgelegd. Die rapportage zal het meest actuele inzicht bieden in de financiële draagkracht van de sector en haar vermogen om te blijven investeren met onrendabele toppen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [15-01-2010] Sectorbeeld realisaties en Financieel toezichtsverslag woningcorporaties.

Nav berichtgeving NRC d.d. 29 september 2009 dat de top van woningcorporaties profiteert van fusies tussen woningcorporaties: De Kamer wordt geïnformeerd over het volledige beloningsbeeld (bestuurders en RvC's) bij woningcorporaties.

UB 27-10-2009: Reactie op berichtgeving in NRC van 29 september 2009 dat de top van woningcoorporaties profiteert van fusies tussen woning corporaties.

UB [27-10-2009] Reactie op berichtgeving in NRC van 29 september 2009 dat de top van woningcoorporaties profiteert van fusies tussen woning corporaties.

Minister zal het gedrag van corporaties bij tijdelijke verhuur in de gaten blijven houden en optreden als er signalen komen dat een onredelijk hoge huur zou worden gevraagd.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Na deze toezegging zijn terzake geen signalen meer ontvangen. Bij nieuwe signalen in de toekomst zal bij de corporatie navraag worden gedaan.

Minister zal geen onherroepelijke beslissingen nemen over de Wet BEW totdat de Heroverweging gereed is.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [16-02-2010] Subsidieplafond en stopzetting BEW.

Eind 2009 komt de tussenevaluatie Huur op Maat, op basis daarvan zal de minister begin 2010 met de Kamer spreken over eventuele verbreding.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [30-03-2010] Tussenevaluatie «Huur op Maat».

Binnenkort ontvangt de Kamer een brief over het akkoord met Brussel.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [15-12-2009] Staatssteundossier woningcorporaties.

Minister nodigt de heer Fritsma uit om mee te gaan op wijkbezoek.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

De heer Fritsma is op 9 december 2009 schriftelijk uitgenodigd deel te nemen aan een wijkbezoek.

In november komt het onderzoek naar de effecten van het vouchersysteem voor bewonersparticipatie en zal de minister de Kamer hierover informeren.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [18-12-2009] Onderzoeken UvA en Universiteit van Tilburg naar bewonersbudgetten en -participatie en het onderzoek naar de projectencarrousel.

In de integratievisie zal de minister nader ingaan op de relatief geringe betrokkenheid van nieuwe Nederlanders bij hun leefomgeving («groep die de problemen veroorzaakt is het minst gemotiveerd om ze op te lossen»).

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

In de integratievisie zal de minister nader ingaan op zijn onbehaaglijke gevoel over nieuwe Nederlanders die sparen voor een huis in het land van herkomst.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

In november ontvangt de Kamer de Actieplan Bevolkingsdaling.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [27-11-2009] Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling `Krimpen met Kwaliteit».

Minister zal in gesprek gaan met Aedes en VNG over de financiering van de SEV en de Kamer vóór het kerstreces informeren.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [18-12-2009] Toezegging aan de Kamer met VNG en Aedes in gesprek te gaan over de financiering van de SEV.

Er zal een expertteam komen voor particulier en collectief particulier opdrachtgeverschap. De Kamer ontvangt voor 1 januari 2010 de taakomschrijving van dit expertteam, waarbij ook de motie-Van Gent/Duijvesteijn (uit 2 000) over particulier opdrachtgeverschap wordt meegenomen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [01-02-2010] Expertteam Eigenbouw.

De Kamer zal gedetailleerde informatie ontvangen over de «weglek» in de stimuleringsregeling Woningbouw.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

UB [18-12-2009] Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten en EIB-rapport.

Bij de behandeling van de begroting voor VROM kan nader worden gesproken over mantelzorgwoningen.

Debat d.d. 27-10-2009: Begrotingsbehandeling WW 2010 – eerste termijn.

Dit is een opdracht die de Kamer zichzelf heeft gegeven. Dit is inmiddels gebeurd middels een brochure.

De minister onderzoekt de suggestie om de vloeroppervlaktemethode toe te passen in het WWS en informeert de Kamer voor 5 december over de uitkomsten.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving (auteur: J. Kensmil).

De minister informeert de Kamer voor 5 december over de mogelijkheid een verwijzing naar de klachtencommissie op het energielabel op te nemen.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving (auteur: J. Kensmil).

De minister onderzoekt of de voorstellen voor aanvullende stimuleringsmaatregelen voor energiebesparing van het lid Van der Burg haalbaar zijn en informeert de Kamer hierover voor 5 december.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving (auteur: J. Kensmil).

De minister blijft de Kamer informeren over de voortgang in de onderhandelingen over de EPBD.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [17-11-2009] Stand van zaken herziening richtlijn Energieprestatie van gebouwen.

– De minister informeert de Kamer in januari 2010 over de EIA.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving (auteur: J. Kensmil).

De minister informeert de Kamer in april 2010 over de derde tranche Bouwbesluit en gaat daarbij in op isolatienormen / bouwschilisolatie.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

UB [04-05-2010] Bouwregelgeving: integrale amvb.

De minister informeert de Kamer over de doelstelling van 2% energiebesparing bij de Rijksgebouwendienst voor 5 december.

Debat d.d. 15-10-2009: AO Energiebesparing gebouwde omgeving.

Toezegging is tijdens de begroting WW 2010 ingetrokken. Kamerlid Jansen (SP) meldde: «Overigens zat ik er onlangs naast, toen ik dacht dat de door de Rijksgebouwendienst beloofde 25% energiebesparing over de periode 2006–2020, minder is dan de 2% per jaar uit het regeerakkoord, zo moet ik toegeven.

De minister zegt de Tweede Kamer (lid Van Gent) toe nog te bezien hoe de nieuwe regeling mbt leegstandheffing in België, Vlaanderen, werkt en daarover de Kamer te rapporten.

Debat d.d. 14-10-2009: 2e termijn initiatiefwetsvoorstel Kraken en Leegstand.

UB [11-01-2010] De werking van de leegstaandheffing in Belgie.

Er is informatie toegezegd over hoeveel gemeenten die inburgering in re-integratie verplichtend meenemen en daarop zonodig sanctioneren. Dit wordt gedaan in afstemming met de Minister van SZW.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 70.

Minister gaat actie ondernemen naar die gemeenten die na 1 januari nog bewust gescheiden inburgering aanbieden.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 december 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 74.

Over hoe de inzet uit de WWB om de korste weg naar werk te kiezen zich verhoudt tot inburgering is eerder een tekst opgesteld in overleg met Min SZW. Deze tekst is toegezegd aan Kamer.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 70.

Schriftelijke afhandeling resterende vragen AO.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 70.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de bestuurlijke overleggen met de gemeenten.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 17 december 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 73.

De Kamer wordt geïnformeerd over het standpunt van mWWI t.a.v. de normatieve vragen in de toets Kennis Nederlandse Samenleving.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI d.d. 18 november 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 31 143, nr. 70.

Besteding van reguliere middelen en extra middelen tbv meer inburgeringsvoorzieningen zal schriftelijk worden toegelicht.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 70.

De Kamer krijgt nog voor de begroting een brief over het keurmerk en de vraag of het keurmerk ook verplicht kan worden voor de inkoop door gemeenten.

Debat d.d. 14-10-2009: AO Inburgering.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 november 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 70.

In reactie op de opmerking van de PvdA over huwelijken van minderjarigen zal de TK vóór het Kamerdebat over huwelijksmigratie, meer informatie krijgen over het kabinetsvoornemen om de minimumleeftijd voor een huwelijk te verhogen naar zestien jaar, en in geval van mensen in het buitenland naar achttien jaar.

Debat d.d. 08-10-2009: AO Roma-kinderen.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, d.d. 16 november 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 175, nr. 3.

De minister stelt samen met Stass Dijksma van OCW in 2010 zes ton beschikbaar voor «een vliegende brigade gericht op handhaving leerplicht» bij Roma-meisjes. MWWI en informeert de TK over de voorgenomen inzet van deze zes ton.

Debat d.d. 08-10-2009: AO Roma-kinderen.

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen.

In reactie op de vragen van het CDA en de VVD over de Expertgroep Roma bij de politie zal MWWI de TK nader informeren over dit onderwerp.

Debat d.d. 08-10-2009: AO Roma-kinderen.

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen.

De minister rapporteert minimaal één keer per jaar aan de TK over de implementatie van de Roma-brief. In deze rapportage zal ook de Europese dimensie betrokken worden («best practices» in andere Europese landen en de toegenomen aantallen Bulgaren en Roemenen) en gerapporteerd worden over wat wel en niet goed is gegaan in het gemeentelijk beleid t.a.v. Roma in de afgelopen dertig jaar.

Debat d.d. 08-10-2009: AO Roma-kinderen.

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen.

Toegezegd is een standpuntbepaling ten aanzien van de integratie en huisvesting van de arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen.

UB 06-10-2009: Aanbieding onderzoek Arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa.

UB [23-11-2009] Beleidsreactie op onderzoeksrapporten arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen.

Herziening richtlijn Energieprestatie van gebouwen: Nadere informatie zal gegeven worden zodra na eind september duidelijk is waar nog voor Nederland de knelpunten zitten.

UB 01-10-2009: Stand van zaken herziening richtlijn Energieprestatie van gebouwen.

UB [30-11-2009] Principe-akkoord herziening Richtlijn Energieprestatie van gebouwen.

Aantal vrouwen met een boerka die uitkering krijgen in Amsterdam: De kamer krijgt bericht hierover.

Debat d.d. 29-09-2009: mondelinge vraag van het lid Jansen (SP) aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie over het bericht «Gang van zaken bouw campus in Maastricht diep treurig» (de Volkskrant, 25 september 2009) – het lid Sterk (CDA) aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie over het bericht dat burgemeester Cohen de uitkering wil intrekken van vrouwen die hun burka weigeren af te doen om werk te krijgen (Trouw, 28 september 2009).

Antwoordbrief is verzonden door minister SZW d.d. 4 december 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 21 501–31, nr 193.

Overleg met de VNG inzake woonschepen om speculatie met de verkoop van ligtplaatsen te voorkomen.

Debat d.d. 23-09-2009: AO Woonwagens en Woonschepen.

UB [08-02-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO Woonschepen en woonwagens.

Bezien of er nog licht zit in de discussie over roerend en onroerend goed als het een woonwagen betreft.

Debat d.d. 23-09-2009: AO Woonwagens en Woonschepen.

UB [08-02-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO Woonschepen en woonwagens.

De Kamer informeren over de wijze waarop de VROM-inspectie de gemeenten zal ondersteunen bij de aanpak van vrijplaatsen.

Debat d.d. 23-09-2009: AO Woonwagens en Woonschepen.

UB [08-02-2010] Beantwoording toezeggingen uit AO Woonschepen en woonwagens.

Toegezegd door de minister van Justitie om mede namens de minister voor WWI binnen twee weken de Kamer te informeren over de versnelling van het onderzoek naar de mate waarin shariarechtspraak voorkomt in Nederland.

Debat d.d. 23-09-2009: VAO Sharia – rechtspraak.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens minister WWI, d.d. 7 oktober 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 123 VI, nr. 8.

Toezegging van de minister van Justitie om de Kamer te informeren over de acties van de gemeente Den Haag n.a.v. het bericht dat er informele huwelijken zouden worden gesloten in de As-Soenah moskee in Den Haag.

Debat d.d. 23-09-2009: VAO Sharia – rechtspraak.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens minister WWI, d.d. 7 oktober 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 123 VI, nr. 8.

De minister stuurt de Kamer een overzicht van maatregelen die door de banken reeds getroffen zijn om huiseigenaren die in problemen zijn gekomen door de crisis tegemoet te komen en informeert de Kamer over de voortgang van de besprekingen met de banken over aanvullende maatregelen.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

Overzicht maatregelen en voortgang van het gesprek met NVB zijn aan de orde geweest in het AO crisimaatregelen van 18 februari 2010.

De minister reageert schriftelijk op het punt van kostendekkende premie NHG (casus Rotterdam).

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving (auteur: J. Kensmil).

De minister stuurt voor het eind van het jaar informatie naar de Kamer over de woningvoorraad in de new towns.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [20-01-2010] Aanbieding gedrukte versie van «de uitvoeringsagenda van New Towns».

De minister gaat na wat de voor- en nadelen zijn van een premie A-achtige invulling van de subsidieregeling in de derde tranche en informeert de Kamer over de uitkomsten daarvan in de brief over de uitvoering van de derde tranche.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [19-03-2010] Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw.

De minister informeert de Kamer over gevallen waar het na toekennen van subsidie in de uitvoering misgaat, indien die zich voordoen.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [19-03-2010] Inzet 3e tranche stimuleringsbudget woningbouw.

De resultaten van de monitoring van de subsidieregeling worden begin 2010 aan de Kamer toegestuurd.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [18-12-2009] Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten en EIB-rapport.

De Kamer ontvangt een overzicht van de monumenten die subsidie krijgen toegekend uit het stimuleringsbudget en wordt daarbij geïnformeerd over de door OCW en WWI gekozen aanpak.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris OCW, d.d. 13 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 156, nr. 16.

De minister geeft de suggestie over het vervroegen van de ingangsdatum van de mogelijkheid tot dubbele hypotheekaftrek naar 1 oktober 2009 neutraal door aan de staatssecretaris Financiën en verzoekt de staatssecretaris de Kamer binnen twee weken daarover te informeren.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën, d.d. 14 oktober 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 128–27 562, nr. 7.

De minister legt zijn voorstellen over de verdeling van de € 30 mln. in de tweede tranche, die de Kamer met het kabinet beschikbaar heeft gesteld als het gaat om de steden die niet in de 40 wijkenaanpak zitten, voor aan de Kamer.

Debat d.d. 22-09-2009: AO Stedenbeleid.

UB [19-10-2009] Budget 40+ wijken, 2e tranche.

De Kamer wordt geïnformeerd over wat de burgemeester van Den Haag heeft gedaan met de informatie en aanwijzingen dat er informele huwelijken worden gesloten in de Asoenah moskee. De Kamer wordt geïnformeerd in hoeverre er sprake is van geruchten of feiten.

Debat d.d. 03-09-2009: AO Sharia-rechtspraak.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, d.d. 7 oktober 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, nst. 32 123VI, nr. 8.

De minister van Justitie zegt toe tot versnelling over te gaan van het onderzoek naar de mate waarin shariarechtbanken voorkomen en de aard van de problematiek versterken en het onderzoek naar de uitbreiding van de bijzondere strafbepaling en zal dit punt meenemen in de aanbestedingsprocedure. Ook de shariarechtspraak via internet wordt meegenomen in het onderzoek.

Debat d.d. 03-09-2009: AO Sharia-rechtspraak.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens minister WWI, d.d. 7 oktober 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 123 VI, nr. 8.

De Kamer wordt voor de begrotingsbehandeling geïnformeerd over de verbreding van het Rotterdams meldpunt.

Debat d.d. 03-09-2009: AO Sharia-rechtspraak.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie. d.d. 16 november 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 175, nr. 2.

De minister zegt toe de Tweede Kamer voor eind oktober te informeren over zijn beleidsreactie op het advies van de Rijksbouwmeester, getiteld «Gezond en goed. Scholenbouw en topconditie».

UB08-07-2009: Aanbieden advies Rijksbouwmeester over scholenbouw.

UB [06-11-2009] Beleidsreactie advies Rijksbouwmeester over scholenbouw.

De Kamer ontvangt de uitkomsten van het onderzoek over het verlenen van het initatiefrecht aan huurders, waarbij wordt ingegaan op volkshuisvestelijke aspecten (voor- en nadelen) en juridische aspecten (relatie met eigendomsrecht, private rechtspersoon).

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie en minister WWI, d.d. 9 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst 31 992, nr. 2.

De Kamer wordt geïnformeerd over de geschillencommissie Overlegwet; wanneer huurders hiervan gebruik kunnen maken.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

UB [14-10-2009] Geschillencommissie Overlegwet.

Toegezegd is het plan van de externe toezichthouder bij Woonbron (dhr. Zwarts) dat betrekking heeft op de ontvlechting, de afbouw, de financiering en de verkoop van ss Rotterdam naar de Kamer te zenden.

Debat d.d. 01-07-2009: AO-SS Rotterdam.

UB [22-07-2009] Openstaande punten naar aanleiding van AO 1 juli 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

Toegezegd is een gekuiste versie te verstrekken van het herstelplan van Rochdale.

Debat d.d. 01-07-2009: AO-SS Rotterdam.

UB [22-07-2009] Openstaande punten naar aanleiding van AO 1 juli 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

De Kamer ontvangt een overzicht van de ontwikkelingen van het werkdomein van de woningcorporaties in de afgelopen 10 jaar.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

UB [24-07-2009] Overzicht nevenactiviteiten van woningcorporaties.

De Kamer krijgt begin juli de zogeheten rekensom n.a.v. de discussie en de opmerkingen over de staatssteun en het toewijzen aan doelgroep discussie over 80/20), alsmede aandacht voorregionale verschillen.

Debat d.d. 01-07-2009: AO Arrangement overheid-woningcorporaties.

UB [15-12-2009] Staatssteundossier woningcorporaties.

De minister van WWI zegt toe onderzoek te laten doen naar de visuele beperkingen van inburgeraars. De Tweede Kamer zal uiterlijk 1 november 2009 worden geïnformeerd over de resultaten van dit onderzoek.

UB29-06-2009: Toezegging aan de Tweede Kamer over gegevens omtrent aantallen mogelijke inburgeraars met visuele beperkingen.

UB [13-11-2009] Onderzoek inburgeraars met een visuele beperking.

Minister probeert snel na de zomer meer begrip en inzicht te krijgen over de kwijtscheldingsdrempel van € 600. Hij zal aangeven hoe het voor 2009 uitpakt.

Debat d.d. 25-06-2009: Wetgevingsoverleg jaarverslag 2008.

UB [30-09-2009] Ontwikkeling uitgaven huurtoeslag.

Minister zet ruim voor de behandeling van de begroting op een rijtje `de voorziene en onvoorziene stijging van de huurtoeslag, de oorzaken van de stijging, de gang van zaken bij het verstrekken van de voorschotten, de rechtmatigheid van de uitgaven en de lessen die hieruit geleerd kunnen worden.

Debat d.d. 25-06-2009: Wetgevingsoverleg jaarverslag 2008.

UB [30-09-2009] Ontwikkeling uitgaven huurtoeslag.

De Kamer wordt geinformeerd over de effecten van de inburgeringscursus voor inburgeraars, naar aanleiding van de eerder ingediende motie Ortega-Martijn.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [26-01-2010] Informatie tbv onderzoek Kamer naar de effecten van inburgering op participatie.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitvoering van de motie (Huijm) over inburgering van EU-onderdanen.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [23-11-2009] Beleidsreactie op onderzoeksrapporten arbeidsmigranten uit de Midden- en Oost-Europese landen.

De Minister zegt toe op zoek te gaan naar cijfermateriaal om de omvang van de groep te weten te komen, voordat over de motie zal worden gestemd. (De motie van lid Ortega-Martijn, kamerstukken II 2009–2009, 31 791, nr. 16).

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [29-06-2009] Toezegging aan de Tweede Kamer over gegevens omtrent aantallen mogelijke inburgeraars met visuele beperkingen.

De Kamer wordt geïnformeerd over het hanteren van de criteria voor ontheffing bij medische keuringen.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De Kamer krijgt een brief over de mogelijkheden met betrekking tot microkredieten voor het starten van ondernemingen bij inburgeraars die voor het ondernemersprofiel gekozen hebben.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De Kamer wordt geïnformeerd over het feitenonderzoek en de evaluatie van de Wet inburgering buitenland.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [02-07-2009] Evaluatie Wet inburgering in het buitenland.

De Kamer wordt, voordat de wet in het Staatsblad wordt gepubliceerd, geinformeerd over de kwaliteitseisen aan het inburgeringsprogramma (van het PIB).

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [20-11-2009] Diverse onderwerpen inzake inburgering.

De Kamer wordt geïnformeerd over opzet en timing van de evaluatie van de Wet inburgering plus het streven de evaluatie voor de zomer van 2010 naar de Kamer te sturen.

Debat d.d. 25-06-2009: Plenaire behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

Een nadere analyse van de leefbaarheidsontwikkelingen zal worden uitgevoerd.

UB 25-06-2009: Actualisatie Leefbaarometer (meting 2008).

UB [21-10-2009] Voortgangsrapportage Wijkenaanpak 2009.

De Kamer informeren over hoe de discussie over gelijke behandeling/seksegelijkheid bij verplichte en vrijwilige inburgering zich verhoudt tot de Europese regelgeving.

Debat d.d. 16-06-2009: AO Sexe-gelijkheid in relatie tot integratie.

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 18 december 2009. TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 143, nr. 74.

Nagevraagd wordt, bij de twaalf gemeenten die aangeven op principiële gronden geen gescheiden inburgeringscurssusen wensen, wat de consequenties van hun opstelling voor deelname is. De Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd.

Debat d.d. 16-06-2009: AO Sexe-gelijkheid in relatie tot integratie.

UB 02-07-2009: Brief Tweede Kamer i.v.m. gescheiden inburgeringsvoorzieningen.

UB [18-12-2009] Uitvraag gemeenten inzake gescheiden inburgering.

De minister zegt toe na te gaan wat het effect is van gescheiden inburgering op de instroom in de inburgering en dat met name van vrouwen.

Debat d.d. 16-06-2009: AO Sexe-gelijkheid in relatie tot integratie.

UB [18-12-2009] Uitvraag gemeenten inzake gescheiden inburgering.

Toegezegd is op korte termijn de Kamer een overzicht toe te zenden van casuïstiek in de afgelopen 10 jaren met betrekking tot het werkdomein van de corporaties.

UB 12-06-2009: Voorstellen woningcorporatiestelsel.

UB [24-07-2009] Overzicht nevenactiviteiten van woningcorporaties.

Toegezegd is de vraag te beantwoorden over het bewonersbudget in Venlo en specifiek de financiering van het bewonersinitiatief Buuf Bazaar.

Debat d.d. 03-06-2009: AO Wijkenaanpak.

UB [15-07-2009] Toezeggingen AO 3 juni 2009 (Wijkenaanpak).

De uitkomsten van de conferentie van 10 juni 2009 zullen zo spoedig mogelijk naar de Kamer worden gestuurd.

Debat d.d. 03-06-2009: AO Wijkenaanpak.

UB [15-07-2009] Toezeggingen AO 3 juni 2009 (Wijkenaanpak).

De concept gedragscode om de positie van de kleine ondernemers in het kader van de wijkaanpak te versterken wordt kort na het zomerreces naar de Kamer gestuurd, waarbij de problematiek van de planschade zal worden meegenomen.

Debat d.d. 03-06-2009: AO Wijkenaanpak.

UB [15-11-2007] Uitstel beantwoording kamervragen Van der Brug, kenmerk 2 070 803 520, inzake de onduidelijkheid van de rol van de politie in de wijkactieplannen.

De Kamer zal nader worden geïnformeerd over de Ortegagemeenten, met name als het gaat om het hanteren van criteria.

Debat d.d. 03-06-2009: AO Wijkenaanpak.

UB [20-01-2010] Aanbieding gedrukte versie van «de uitvoeringsagenda van New Towns».

De Kamer zal eind 2009 worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de vraag naar, de behoefte aan en het aanbod van studentenhuisvesting. In het onderzoek worden ook meegenomen de omzetting van kantoorpanden naar woningen en de wachttijden. Over de huurtoeslag voor onzelfstandige wooneenheden wordt de Kamer gekoppeld aan het onderzoek geïnformeerd.

Debat d.d. 02-06-2009: AO Studentenhuisvesting (31 700).

UB [28-05-2010] Beantwoording toezegging inzake onderzoek studentenhuisvesting.

De Kamer zal voor het zomerreces worden geïnformeerd over de stijging van servicekosten in verband met energielevering.

Debat d.d. 02-06-2009: AO Studentenhuisvesting (31 700).

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën d.d. 6 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 31 492, nr. 16.

De Kamer zal worden geïnformeerd over de vraag of het klopt dat landelijk opererende kamerbemiddelingsbureaus die veelal via het internet actief zijn, moeilijk of niet aan te pakken zijn via gemeentelijke verordeningen.

Debat d.d. 02-06-2009: AO Studentenhuisvesting (31 700).

UB [28-05-2010] Beantwoording toezegging inzake onderzoek studentenhuisvesting.

De minister zal bij de Kamer terugkomen op de matching en de monitoring.

Debat d.d. 02-06-2009: AO Studentenhuisvesting (31 700).

UB [28-05-2010] Beantwoording toezegging inzake onderzoek studentenhuisvesting.

De Kamer wordt voor het zomerreces geïnformeerd over de wijze waarop de motie Madlener/Vermeij om te bevorderen dat het aantal vrije kavels voor woningen, vooral in de Randstad, toeneemt (31 700 XI, nr. 33) wordt uitgevoerd.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

De Kamer wordt z.s.m. nader geïnformeerd of de dubbele hypotheekrenteaftrek vervalt bij tijdelijke verhuur.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën, d.d. 29 mei 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 31 301, nr. 37.

De Kamer wordt voor het algemeen overleg over woonwagens en woonschepen van 23 september a.s. nader geïnformeerd over de verhoging van de NHG-garantie voor woonwagens.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

UB [08-12-2009] Toezeggingen uit AO's Verstedelijking, Woonwagens en woonschepen, Energiebeleid Gebouwde Omgeving.

De Kamer wordt voor de zomer geinformeerd over de kabinetsreactie op de uitkomsten van het onderzoek naar de NHG en het kabinetsstandpunt over de verhoging van de NHG.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

UB [26-06-2009] Kostengrens Nationale Hypotheekgarantie.

De minister zal tijdens het algemeen overleg over energiebesparing d.d. 3 juni a.s. terugkomen op de door de Kamer aangereikte suggesties voor het stimuleren van energiebesparing, zoals het openen van een website www.rekenjegroen.nl, invoeren groene vouchers voor particulieren (in aansluiting op het energiebesparingsadvies).

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

Toezegging is mondeling beantwoord in Algemeen overleg d.d. 15-10-2009. Per 1 juli 2009 is de isolatieglasregeling van kracht gegaan.

De Kamer wordt geïnformeerd over de ervaringen met de eerste tranche van het Stimuleringsbudget woningbouw en de criteria op basis waarvan plannen worden beoordeeld die aanspraak willen maken op de tweede en derde tranche.

Debat d.d. 27-05-2009: AO Kabinetsmaatregelen woningmarkt.

UB [25-06-2009] Stimuleringsbudget woningbouw.

Vernieuwing energielabel: toegezegd is de Kamer te informeren over de afronding van het verbetertraject en de introductie van het vernieuwd energielabel op de woningmarkt.

UB27-05-2009: Onderzoek VI naar gebruik en betrouwbaarheid energielabels bij woningen.

UB [05-10-2009] Vernieuwing energielabel.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over onderzoek en effectmeting op het gebied van balansventilatie (Vathorst) en over de onderzoeksresultaten van de VROM-Inspectie inzake ventilatie-eisen voor nieuwbouw in relatie tot het Bouwbesluit.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [03-09-2009] Onderzoek «Mechanische ventilatie in nieuwbouwwoningen – ervaringen/oordelen van bewoners over kwaliteit van ventilatie en de eigen gezondheid».

De minister komt nog terug op het artikel in het tijdschrift van de Vereniging Eigen Huis over de voorgenomen wijzigingen van het Bouwbesluit.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [05-11-2009] Toezeggingen AO Bouwregelgeving.

De Kamer wordt kort voor of na het zomerreces geïnformeerd over de vraag waar de normen voor fietsparkeervoorzieningen bij publieke gebouwen worden ondergebracht.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [19-03-2010] Beantwoording toezeggingen bouwregelgeving.

De Kamer wordt geïnformeerd over de (technische) mogelijkheden van noodmaatregelen ter voorkoming van brandoverslag bij woningen.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [05-11-2009] Toezeggingen AO Bouwregelgeving.

Het kabinetsstandpunt over kenbaarheid van de NEN-normen wordt voor eind 2009 naar de Kamer gestuurd, inclusief informatie over de kostprijs.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [17-12-2009] Toezeggingen uit AO's van 3 november en 12 november.

Ten aanzien van open verbrandingstoestellen worden nieuwe eisen gesteld met betrekking tot het gebruik, waarbij suggesties van de Kamer worden meegenomen.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [05-11-2009] Toezeggingen AO Bouwregelgeving.

De Kamer wordt op of kort na 12 juni a.s. geïnformeerd over de kabinetsreactie op de uitkomsten van het onderzoek naar de NHG en het kabinetsstandpunt over de verhoging van de NHG.

Debat d.d. 20-05-2009: Kabinetsmaatregelen woningmarkt i.v.m. economische crisis.

UB [25-06-2009] Stimuleringsbudget woningbouw.

de Minister zal kijken naar de inhoud van de code die Aedes zelf ontwikkelt en overleggen met de Vereniging van Toezichthouders, dit naar aanleiding van de motie op stuk nr. 59 over de code-Tabaksblatt.

[04-05-2009: Verslag Algemeen Overleg d.d. 10 maart 2 005 29 800 XI nr. 1.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

In het spoeddebat d.d. 23 april over tophypotheken is er herbevestigd dat, na de besluitvorming in het kabinet over het crisispakket, de Kamer nader zal worden geïnformeerd over de specifieke crisismaatregelen voor de woningbouwmarkt.

Debat d.d. 23-04-2009: Spoeddebat over het bericht dat AFM voornemens is tophypotheken te verbieden.

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt.

Motie Jansen werd aangehouden (ID503) onder de toezegging dat informatie zou worden ingewonnen bij de coördinerend bewindspersoon op het dossier normeringsbeleid beloning topfunctionarissen (minister ter Horst, BZK) en dat de Kamer binnen twee weken terzake nader zou worden bericht.

Debat d.d. 22-04-2009: Spoeddebat salariëring nieuwe voorzitter Aedes.

UB [08-06-2009] Motie Jansen mb.t. planning en inhoud normeringswetgeving.

De Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten en effecten van de inzet van de «Donner-gelden» (3,3 miljoen euro) voor de Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

Debat d.d. 15-04-2009: AO Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, d.d. 11 september 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 31 268, nr. 23.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over het aantal Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

Debat d.d. 15-04-2009: AO Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

UB [11-08-2009] Brief over moties en toezeggingen naar aanleiding van het Algemeen Overleg over de Aanpak van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren van 15 en 22 april 2009.

De Kamer wordt jaarlijks gerapporteerd over de stand van zaken, voortgang en resultaten van de aanpak van de Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

Debat d.d. 15-04-2009: AO Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

Toezegging wordt meegenomen in het reguliere WWI beleid. Rapportage vindt jaarlijks plaats voor of direct na het zomerreces.

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de schooluitval bij Marokkaans-Nederlandse jongeren (beleidsinzet en oorzaken van de toename), waarbij wordt ingegaan op de afspraken en aanvullend beleid over banen en stages.

Debat d.d. 15-04-2009: AO Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

UB [11-08-2009] Brief over moties en toezeggingen naar aanleiding van het Algemeen Overleg over de Aanpak van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren van 15 en 22 april 2009.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de bespreking met het Nationaal Platform Criminaliteitsbestrijding over gelaatbedekkende kledingstukken i.r.t. criminaliteit.

Debat d.d. 15-04-2009: AO Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren.

UB [11-08-2009] Brief over moties en toezeggingen naar aanleiding van het Algemeen Overleg over de Aanpak van Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren van 15 en 22 april 2009.

De Kamer wordt vandaag geïnformeerd of de zinsnede in het convenant tussen staatssecretaris Heemskerk en het mkb m.b.t. de afschaffing van de welstandtoets kan worden verwijderd dan wel zo kan worden genuanceerd dat er eigenlijk niets staat. Ook wordt nagegaan of het punt van de reclamevoorschriften kan worden aangepast of ingetrokken.

Debat d.d. 14-04-2009: AO Welstandstoezicht.

Op 15 april 2009 zijn de convenanten tussen staatssecretaris Heemskerk en het MKB-NL met de G36 ondertekend, waarin o.a. een inspanning t.a.v. vereenvoudiging van de welstandtoets.

De Kamer wordt t.z.t. geïnformeerd over de rapportage van de Rijksauditdienst over Rochdale waarbij tevens de rol van het ministerie en het CFV wordt betrokken.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Laatste stand van zaken bij woningcorporatie Rochdale.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de financiële positie van Woonbron ten tijde van de fusie 4 jaar geleden.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

Toegezegd is bij de risico-analyse ook de transparantie van de governancestructuur te betrekken, bij voorkeur als doorslaggevende factor (kwaliteit verslaglegging in relatie tot hoeveelheid dochters) en de indicatoren ten behoeve van risico-analyse ook bekend te maken bij het intern toezicht.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

De Kamer ontvangt de antwoordbrief aan Rochdale over het verbeterplan.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

Het chronologisch overzicht van de handhavingsacties SGBB zal naar de Kamer worden gestuurd.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

Toegezegd is transparantie te bevorderen van commissariaten.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

De Kamer zal nader worden geïnformeerd over de mogelijkheid van het terugdraaien van koop- en verkooptransacties plus de mogelijkheid om in het voorlopige koopcontract de toestemming van de minister op te nemen als ontbindende voorwaarde.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

De Kamer zal nader worden geïnformeerd over het feit of het CFV beschikte over gegevens van de omvang van de portefeuille op basis van de meerjarenprognose SGBB.

Debat d.d. 07-04-2009: AO Rochdale.

UB [23-06-2009] Toezeggingen uit AO van 7 april 2009 inzake Rochdale, SGBB en Woonbron.

Toegezegd is de Kamer wederom te informeren over de stand van zaken Woonbron en de SS Rotterdam.

UB03-04-2009: Stand van zaken Woonbron en SS Rotterdam.

UB [23-06-2009] Stand van zaken Woonbron en de SS Rotterdam juni 2009.

De Kamer zal geïnformeerd worden over de reactie van gemeenten op de brief over gemengde inburgeringsklassen.

Debat d.d. 02-04-2009: VAO-Inburgering.

UB [10-06-2009] Rapportage gescheiden inburgeringsklassen voor mannen en vrouwen.

Toegezegd is dat in het kader van de hoge kosten voor inburgering bij de G4 contact gezocht zal worden met Den Haag.

Debat d.d. 02-04-2009: VAO-Inburgering.

UB [20-11-2009] Diverse onderwerpen inzake inburgering.

De minister zal uiterlijk eind mei terugkomen op het onderzoek naar de vraag of er überhaupt een makkelijker systeem mogelijk is zonder korte vrijstellingstoets.

Debat d.d. 02-04-2009: VAO-Inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De Kamer wordt geïnformeerd over de wijze waarop starterleningen worden gestimuleerd en de kortingen die woningcorporaties geven bij de verkoop van sociale huurwoningen.

Debat d.d. 17-03-2009: AO Sectorbeeld 2007 en Verslag toezicht 2008 woningcorporaties.

UB [15-01-2010] Sectorbeeld realisaties en Financieel toezichtsverslag woningcorporaties.

De Kamer wordt op basis van de ontwikkelde kostentoedelingssystematiek periodiek geïnformeerd over de bedrijfslasten van woningcorporaties. De Kamer wordt in juni geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg over de implementatie van deze methodiek. De Kamer wordt in dit kader ook geïnformeerd over de relatie tussen bedrijfslasten en nieuwbouw.

Debat d.d. 17-03-2009: AO Sectorbeeld 2007 en Verslag toezicht 2008 woningcorporaties.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

Het sectorbeeld woningcorporaties over 2008 en de kabinetsreactie daarop zullen enkele weken voor de behandeling van de begroting van WWI 2010 naar de Kamer worden gestuurd; de minister zal bij het CFV nagaan of «harde» cijfers zo spoedig mogelijk naar de Kamer kunnen worden gestuurd.

Debat d.d. 17-03-2009: AO Sectorbeeld 2007 en Verslag toezicht 2008 woningcorporaties.

UB [30-10-2009] Aabieding Trends corporatiesector 2004–2008.

De Kamer wordt uiterlijk 1 mei 2009 geïnformeerd over de kostenstructuur van inburgeringscursussen (w.o. overheadkosten en directe kosten) en de kostenverschillen tussen gemeenten.

Debat d.d. 19-02-2009: AO inburgering.

UB [20-11-2009] Diverse onderwerpen inzake inburgering.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg met gemeenten over de mogelijkheden om bij inburgeringscursussen een kinderopvangfaciliteit in het leven te roepen en de cursussen in de avonden en het weekend aan te bieden.

Debat d.d. 19-02-2009: AO inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De Kamer wordt uiterlijk 1 juli 2009 geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar marktwerking.

Debat d.d. 19-02-2009: AO inburgering.

UB [10-07-2009] Onderzoek naar het opheffen van de inkoopverplichting op het gebied van inburgering.

De uitkomsten van het onderzoek naar de vormgeving van de Korte Vrijstellingstoets worden naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 19-02-2009: AO inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De Kamer wordt nader geinformeerd over de mogelijkheden van de verzilveringsregel.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [12-06-2009] Woningcorporaties en crisismaatregelen woningmarkt.

De verbetering van de woonlastenfaciliteit zal voor de zomer 2009 worden uitgewerkt en ingevoerd.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt.

De Kamer wordt in het voorjaar geinformeerd over de WSW-verruimingsmaatregel.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt.

Het kabinetsstandpunt over de investeringsmaatregelen voor de woningmarkt, waarbij de effecten voor de werkgelegheid in beeld worden gebracht, zal kort na 13 maart 2009 naar de Kamer worden gestuurd.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt.

De mogelijkheden om de BTW (specifiek) voor de bouw aan te passen zullen worden uitgezocht en de Kamer wordt over de uitkomsten hiervan geinformeerd.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [15-05-2009] Crisismaatregelen woningbouwmarkt.

Aan de TK is toegezegd de (verwachte) effecten van het stimuleringsbeleid op de werkgelegenheid in beeld te brengen.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [22-10-2009] Aanbieding EIB-rapport «Verkenning effecten stimuleringsmaatregelen rond de woningbouw».

De Kamer wordt n.a.v. de motie Depla nader geinformeerd over de mogelijkheden om het collectief opdrachtgeverschap te vereenvoudigen.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

De Kamer wordt in het kader van de economische crisis geinformeerd over de heroverweging van de sloopambitie.

Debat d.d. 18-02-2009: AO Actuele ontwikkelingen op de Woningmarkt (27 926–126).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

Het actieplan krimpgebieden wordt in september naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

UB [27-11-2009] Interbestuurlijk Actieplan Bevolkingsdaling «Krimpen met Kwaliteit».

Het plan van aanpak «New towns» (Ortega-gemeenten) wordt uiterlijk september 2009 naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

UB [20-01-2010] Aanbieding gedrukte versie van «de uitvoeringsagenda van New Towns».

De Kamer wordt in het kader van de uitwerking van het stedenbeleid nader geïnformeerd over de groenstructuur in steden.

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

UB [19-02-2010] Afspraken tussen Rijk en gemeenten en provincies over plannen ISV-3.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over het waterbed-effect voor randgemeenten.

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

UB [21-10-2009] Voortgangsrapportage Wijkenaanpak 2009.

De Kamer wordt in na de verstedelijkingsronde geïnformeerd over zijn ervaringen met «bestuurlijke drukte».

Debat d.d. 12-02-2009: AO Stedenbeleid vanaf 2010 en beantwoording motie van Heugten ruimtelijke investeringen tot 2020.

UB [19-02-2010] Afspraken tussen Rijk en gemeenten en provincies over plannen ISV-3.

Toegezegd is onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar internaten en/of huiswerkbegeleidingsklassen die gelieerd zijn aan de Gülenbeweging en de Kamer te informeren over de globale opzet van dit onderzoek.

Debat d.d. 03-02-2009: AO Gulen-beweging.

UB [08-03-2010] Beantwoording kamervragen van het lid Karabulut over het bericht dat het onderzoek naar de Gülenweging hapert.

Toegezegd is dat vanwege de hoge toetslast van het decentrale examen, dat samenhangt met het verzamelen van de portfoliobewijzen, er ook naar de vormgeving van dit examen wordt gekeken.

UB30-01-2009: Toezending TK brief inzake ambities inburgering.

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De minister heeft toegezegd vóór 1 februari 2009 te kijken of de grondslag zo kan worden aangepast dat er meer rekening wordt gehouden met verschillen in rijkdom (WOZ waarde en aantallen woningen.

Debat d.d. 29-01-2009: AO Wijkeconomie 29 januari 2009.

UB [17-02-2009] Brief «Verkenning heffingsgrondslag t.b.v. de bijzondere projectsteun; Betrokkenheid Albert Heijn bij de wijkenaanpak.

De minister van WWI heeft toegezegd in het kader van de lopende behandeling van de antikraakwetgeving aandacht te besteden aan het onderwerp «antikraak-ondernemer».

Debat d.d. 29-01-2009: AO Wijkeconomie 29 januari 2009.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel kraken en leegstand is dit onderwerp voldoende aan de orde geweest.

De minister van WWI zal standaard op de agenda van de bestuurlijke overleggen rond de wijkbezoeken het punt wijkeconomie agenderen en in die overleggen bezien of charters versterkt kunnen worden. In de voortgangsrapportage Wijkenaanpak zal gerapporteerd worden over de resultaten uit deze overleggen en over concrete voorbeeldprojecten in de 40 aandachtswijken op dit terrein De stas EZ zal de minister een aantal keren vergezellen tijdens de wijkbezoeken.

Debat d.d. 29-01-2009: AO Wijkeconomie 29 januari 2009.

UB [21-10-2009] Voortgangsrapportage Wijkenaanpak 2009.

Melden discriminatie in horeca via sms-diensten: toegezegd is de sms-dienst in Breda en Utrecht nader te bestuderen met het oog op wat een sms-dienst precies oplevert.

Debat d.d. 28-01-2009: Wet Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.

UB [19-06-2009] Melden van discriminatie in de horeca via sms-diensten.

Het jaarrapport Integratie 2009 wordt in de tweede helft van 2009 aan de Kamer aangeboden.

UB27-01-2009: Rapport «Goede buren kun je niet kopen».

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

Aan de Tweede Kamer is toegezegd om voor het zomerreces te komen met een kabinetsstandpunt over registratie op herkomst.

UB19-12-2008: Verwijsindex Antillianen/Verwijsindex risicojongeren: Migratie Antilliaanse jongeren.

UB [01-12-2009] Beantwoording vragen over Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren.

De minister stuurt de Kamer in het kerstreces een reactie op de column van de heer Hilhorst, verschenen in de Volkskrant van 16 december 2008, over de mislukte anti-segregatieplannen in Amsterdam.

Debat d.d. 17-12-2008: Integratiebeleid.

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

Toegezegd is binnen het Kabinet te spreken over de Turkse dienstplicht voor Turkse Nederlanders met een dubbele nationaliteiten en de bevindingen hiervan aan de Tweede Kamer te sturen.

(Auteur A. Guclu)

Debat d.d. 17-12-2008: Integratiebeleid.

UB [04-11-2009] Motie Griffith: ongewenste inmenging.

De minister stuurt de Kamer in januari 2009 een reactie op alle bij de begrotingsbehandeling ingediende moties.

Debat d.d. 17-12-2008: Integratiebeleid.

UB [31-03-2009] Moties en toezeggingen begrotingsbehandeling WWI.

De minister stuurt de Kamer een reactie op het project in Den Haag en de middelen van Justitie daarvoor.

Debat d.d. 17-12-2008: Integratiebeleid.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justtie, d.d. 11 september 2009. TK Justitie met brief TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 31 268, nr. 23.

De minister zal onderzoek laten doen naar de integriteitsbevordering en -monitoring binnen de corporatiesector (nulmeting).

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [21-10-2009] Nulmeting integriteit.

Begroting WWI: toegezegd is nog vóór het krokusreces 2009 te komen met een kabinetsstandpunt over het nieuwe arrangement overheid-woningcorporaties.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De minister zal met zijn collega¿s van SZW en OCW overleggen over de strekking van de motie-Dibi over Job on the Block en zal de Kamer vervolgens informeren.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris SZW, namens ministers J&G, WWI en staatssecretaris OCW, d.d. 29 mei 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 29 544, nr. 189.

Toegezegd is de bewonersparticipatie in de wijkaanpak verder te vergroten.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [18-12-2009] Onderzoeken UvA en Universiteit van Tilburg naar bewonersbudgetten en -participatie en het onderzoek naar de projectencarrousel.

De minister zal druk zetten achter het onderzoek naar de mogelijkheden om de inburgeringscursussen nog meer verplichtend te maken, opdat hierover spoedig met de Kamer van gedachten kan worden gewisseld.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [22-12-2009] Juridisch onderzoek verbrede leerplicht.

Toegezegd aan de heer Fritsma om een onderzoek naar Marokko.nl te doen en de Kamer te informeren over de uitkomsten van dat onderzoek.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [29-10-2009] Toezegging Marokko.nl.

Segregatie: minister van der Laan zal met zijn collega van OCW spreken over bestrijden segregatie in het onderwijs; Segregatiebestrijding zal als doelstelling in de plannen worden opgenomen; de minister zal voor 1 januari 2009 reageren op het SP-plan om segregatie te bestrijden.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

De minister heeft toegezegd om bij de Kamer terug te komen op de mogelijkheden om kantoren om te zetten in woningen.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

In de brief van 15 september is aangegeven dat gedurende 6 maanden alle inschrijvingsbegrotingen worden geanalyseerd op signalen van onregelmatigheden en de voor- en nadelen van deze werkwijze worden afgewogen. Medio 2009 zullen de resultaten van de pilot en deze afweging bekend zijn, en zal de minister de Kamer daarover informeren.

Debat d.d. 04-12-2008: Begroting Wonen, Wijken en Integratie (31 700 XVIII).

UB [13-10-2009] Resultaten pilot analyse inschrijvingsbegrotingen Rijksgebouwendienst.

De Kamer nader informeren over de wijze waarop de streefwaarden voor de kernindicatoren in label 4.1 van de begroting verder zullen worden geïnformeerd.

Debat d.d. 27-11-2008: Begrotingsonderzoek (WWI).

Bij ontwerpbegroting WWI 2010 is de Kamer hierover geïnformeerd.

Kamer wordt geïnformeerd over uitkomsten van de experimenten met Huren op Maat.

Debat d.d. 27-11-2008: Begrotingsonderzoek (WWI).

UB [30-03-2010] Tussenevaluatie «Huur op Maat».

In het voorjaar zal de Romabrief, met daarin een analyse van wat wel en niet werkt, naar de Kamer worden gestuurd.

Debat d.d. 27-11-2008: Begrotingsonderzoek (WWI).

UB [26-06-2009] Aanpak voor Roma in Nederland.

Op de onderzoeksrapportages eergerelateerd geweld rond scholen en de uitkomsten van het proefproject wordt teruggekomen in de 5 e voortgangsrapportage eergerelateerd geweld.

UB20-11-2008: Onderzoeksrapportages eergerelateerd geweld rond scholen.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens ministers BZK, WWI, OCW en staatssecretaris VWS, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 30 388, nr. 34.

De minister zal de kamer informeren over de uitkomsten van het onderzoek naar de werking van registers die gebruikt worden voor de aanpak van misbruik van huurwoningen.

UB10-11-2008: Meldpunt voor huurdersgedrag, waaronder NMOH.

UB [26-11-2009] Meldpunten voor huurdersgedrag.

minister komt bij kabinetsvoorstellen over stuurgroep Meijerink terug op verbindingen (besturing, scherpere toetsing verbindingen).

Debat d.d. 06-11-2008: SS Rotterdam.

Debat d.d. 06-11-2008: Vervolg AO SS Rotterdam.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De VROM-Inspectie zal in samenspraak met VNG, Aedes en deskundigen uit de brandweerwereld een inspectiesignaal opstellen waarin de mogelijkheden uiteengezet worden voor een sluitende aanpak van de problematiek brandveiligheid van woningen.

UB 04-11-2008: Beantwoording kamervragen Brandveiligheid van woningen.

UB [22-01-2009] Brandveiligheid woningen.

De minister laat een inventarisatie uitvoeren naar de omvang van het probleem dat honderdduizenden woningen in Nederland niet brandveilig zijn.

UB 04-11-2008: Beantwoording kamervragen Brandveiligheid van woningen.

UB [22-01-2009] Brandveiligheid woningen.

De minister start een onderzoek naar de motieven van mensen om te remigreren.

Debat d.d. 23-10-2008: Racisme en intolerantie (20 950–12).

UB [13-11-2009] Beantwoording motie Heroverweging Remigratiewet.

De minister vraagt bij de minister van BZK na hoe de stand van zaken is omtrent de registratiesystemen bij de politie (registratie van aangiften van discriminatie).

Debat d.d. 23-10-2008: Racisme en intolerantie (20 950–12).

Antwoordbrief is verzonden door minister BZK, namens minister JU, d.d. op 23 juni 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst 30 950, nr. 15.

De Kamer kan de racismebrief voor het kerstreces tegemoet zien. Een van de speerpunten is horeca.

Debat d.d. 23-10-2008: Racisme en intolerantie (20 950–12).

UB [17-11-2009] Integratiebrief.

De Kamer wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van gemeenten voor de realisatie van eigenbouw en vrije kavels in situaties waarin de grond in eigendom is van ontwikkelaars en private partijen plus een nadere uitwerking van de lokale kop: wanneer is sprake van invulling van landelijke regels en wanneer van aanvulling op landelijke regels, bijvoorbeeld in het voorbeeld van de stadsverwarming.

Debat d.d. 22-10-2008: Rapport commissie Dekker.

UB [19-12-2008] Toezeggingen uit het AO Rapport Commissie Dekker.

Rapport Commissie Dekker: Concretisering van de wijze waarop de aanbevelingen van de Commissie Dekker worden uitgevoerd, komt in een actieplan, dat vóór het kerstreces aan uw Kamer wordt aangeboden.

Debat d.d. 22-10-2008: Rapport commissie Dekker.

UB [03-09-2009] Actieplan aanbevelingen commissie Dekker.

De minister voor WWI zal in het voorjaar van 2009 de TK de nieuwe voorstellen voor de aanpassing van het Woningwaardenstelsel doen toekomen.

UB 13-10-2008: Aanbiedingsbrief TK convenant «Energiebesparing corporatiesector».

UB [30-06-2009] Reactie op vragen en toezeggingen tijdens het AO energiebesparing gebouwde omgeving op 3 juni 2009.

De minister VROM zegt toe een beleidsvisie te formuleren op alle kwaliteits- en ruimtelijke aspecten van de ondergrond en de Kamer komend voorjaar per brief over de voortgang te informeren.

Debat d.d. 08-10-2008: Bodem (30 015 nr. 24, 25).

UB [16-04-2010] Beleidsvisie duurzaam gebruik van de ondergrond.

De minister zal ervoor zorgdragen dat de voorlichting, bijvoorbeeld op de websites van IBGroep en IND, over de verschillende routes om het examen te behalen verbeterd zal worden.

Debat d.d. 07-10-2008: Financiële problematiek inburgeringscursussen (31 143–19, 2008Z01130, 2008Z01132, 2008Z01139, 29 700–57, 29 700–58).

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De minister voor WWI zegt toe met Aedes de mogelijkheden te bespreken om te komen tot een met de IVBN vergelijkbare gedragscode verkoop huurwoningen en de Kamer hierover te informeren.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

De Kamer wordt geïnformeerd over de verhoging van de isolatiewaarden voor dak- en vloerconstructies, de zogenaamde Rc-waarden.

Debat d.d. 25-09-2008: Bouwregelgeving (29 383–99, 28 325–76, 28 325–79).

UB [04-05-2010] Bouwregelgeving: integrale amvb.

De minister voor WWI zegt toe te kijken naar het plan van de SEV om te komen tot de oprichting van BVE's en de Kamer hierover binnen een half jaar te informeren.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

De minister voor WWI zegt toe om te bezien of notariële procedures om VVE’s samen te voegen c.q. aan te laten sluiten bij een koepelorganisatie financieel aantrekkelijker kunnen worden gemaakt.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

De minister voor WWI zegt toe in overleg te gaan met de staatssecretaris van Financiën om te bezien wat de fiscale mogelijkheden zijn met betrekking tot de onderhoudsreservering van VVE's om zo het activeren van VVE's aantrekkelijker te maken en de Kamer hierover te informeren. De minister voor WWI betrekt daarbij het effect van een onderhoudsfonds op de vermogenspositie van eigenaren.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

De minister voor WWI zegt toe bij de evaluatie van de onderhoudsmeter aandacht te besteden aan de vraag of de afschrijvingstermijnen er al dan niet in moeten en de Kamer hierover te informeren in de eerste helft van 2009.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

De minister voor WWI zegt toe voorbeelden van (loon)beslag bij inning van bijdragen van appartementseigenaren te onderzoeken en de Kamer hierover te informeren.

Debat d.d. 25-09-2008: Particuliere Woningvoorraad (31200-XVIII-60, 71, 2008Z01116).

UB [09-07-2009] Particuliere woningvoorraad en VvE-problematiek; inlossen van toezeggingen.

Bezien wordt in hoeverre onderzoek naar omvang huwelijksdwang en groepen waar het voorkomt kan worden meegenomen in de aanpak van eergerelateerd geweld.

Debat d.d. 23-09-2008: Vragenuurtje achterlating en huwelijksdwang.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens ministers BZK, WWI, OCW en staatssecretaris VWS, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 30 388, nr. 34.

Achterlating en huwelijksdwang: nagegaan wordt wat de rol is van de ambassade en de ambassades in het land van herkomst.

Debat d.d. 23-09-2008: Vragenuurtje achterlating en huwelijksdwang.

UB [02-10-2009] Kabinetsaanpak huwelijks- en gezinsmigratie.

Met de minister van OCW wordt het punt van de Leerplichtwet en melding over verzuim opgenomen.

Debat d.d. 23-09-2008: Vragenuurtje achterlating en huwelijksdwang.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens ministers BZK, WWI, OCW en staatssecretaris VWS, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 30 388, nr. 34.

Met Rotterdam en de minister van Justitie worden mogelijkheden besproken over ervaringen rond achterlating/huwelijksdwang en een verklaring als instrument om meer zicht op achterlating/huwelijksdwang te krijgen en meisjes te beschermen.

Debat d.d. 23-09-2008: Vragenuurtje achterlating en huwelijksdwang.

Antwoordbrief is verzonden door minister Justitie, namens ministers BZK, WWI, OCW en staatssecretaris VWS, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 30 388, nr. 34.

Er zal een punt komen waar mogelijke vormen van huwelijksdwang kunnen worden gemeld. Met betrokken collega's wordt overleggd, mede op grond van ervaringen in Rotterdam, hoe hieraan vorm kan worden gegeven. Algemeen nummer wordt als suggestie meegenomen. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.

Debat d.d. 23-09-2008: Vragenuurtje achterlating en huwelijksdwang.

Antwoordbrief is verzonden door ministers Justitie, BZK, WWI, OCW en staatssecretaris VWS, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 30 388, nr. 34.

De minister van VROM zegt toe in overleg te gaan met de minister voor WWI, de VNG en het IPO over mogelijke aanpassing van de Huisvestingswet vanwege het mogelijk maken van het bij voorrang toewijzen van nieuwe woningen aan de eigen bevolking bij plattelandsgemeenten die te maken hebben met restricties voor woningbouw (zogenaamde migratiesaldo nul), en de Kamer hierover per brief te informeren.

Debat d.d. 09-09-2008: Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid (31 500 nr. 1, 31 200-XI-138).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De minister doet de toezegging dat de huurcommissie overlegt met de Raad van de rechtspraak om te bezien of op lokaal niveau de rechtbankuitspraken direct bij de huurcommissie ter inzage kunnen liggen.

Debat d.d. 04-09-2008: Aanpak huisjesmelkers en onrechtmatige bewoning (29 453 nr. 58, 29 911 nr. 12).

UB [08-07-2009] Stand van zaken toezeggingen AO Onrechtmatige bewoning en huisjesmelkerij van 4 september 2008.

De minister zal een technische briefing organiseren over de mogelijkheden van collectieve geschillenbeslechting.

Debat d.d. 04-09-2008: Aanpak huisjesmelkers en onrechtmatige bewoning (29 453 nr. 58, 29 911 nr. 12).

UB [23-04-2009] Collectieve geschillenbeslechting bij de Huurcommissie.

Er wordt een extern juridisch onderzoek uitgevoerd om te bezien of het mogelijk is ouders van jonge kinderen te verplichten tot het leren van de Nederlandse taal.

UB 04-09-2008: Verbrede leerplicht.

UB [22-12-2009] Juridisch onderzoek verbrede leerplicht.

Het streven is een directe koppeling te leggen tussen de toekenning van het preventiebudget en het bewonersbudget met ingang van het jaar 2011.

Debat d.d. 24-06-2008: Verdeling extra wijkengeld (30 995 nr. 47).

Door discussies in diverse Algemeen Overleggen over dit onderwerp is de toezegging niet meer aan de orde.

De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het gesprek met «Kamers voor kansen».

Debat d.d. 24-06-2008: Verdeling extra wijkengeld (30 995 nr. 47).

UB [10-07-2008] Beantwoording toezegging AO wijkenaanpak 24 juni 2008.

De Kamer wordt binnenkort geïnformeerd over de totale aanpak van de regeldruk in het VROM domein.

Debat d.d. 19-06-2008: Jaarverslag 2007 VROM (31 444 XI nr. 1, 30 196 nr. 17, 29 383 nr. 102, 29 435 nr. 207, 31 200 XI nr. 111).

UB [05-11-2008] Werkprogramma Regeldruk VROM/WWI: Slimmer, Beter, Minder.

Het aantal beleidsartikelen met meetbare prestaties en indicatoren zal in de begroting 2009 toenemen. De kwaliteit van het jaarverslag zal in deze kabinetsperiode in de pas gaan lopen met de kwaliteit van de jaarverslagen van andere ministeries. In volgende begrotingen zullen de acties van de aanjaagteams inzake inburgering en de effecten daarvan nauwkeurig worden opgenomen.

Debat d.d. 12-06-2008: Jaarverslag 2007 WWI (31 444 XI 1 t/m 4).

Antwoordbrief is verzonden door MP, vice MP en minFIN d.d. 1 april 2010. TK vergaderjaar 2009–2010, kst 32 359, nr. 1.

De Kamer zal worden geïnformeerd over de houdbaarheid en de effecten op de uitvoerbaarheid van het hanteren van het actueel inkomen bij de huurtoeslag. De problemen rond de automatisering en de evaluatie van de gekozen systematiek worden daarbij betrokken.

Debat d.d. 12-06-2008: Jaarverslag 2007 WWI (31 444 XI 1 t/m 4).

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën, d.d. 16 oktober 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 580, nr. 3.

De Vereniging Wonen Boven Winkels kan voor een eenmalige aanjaagsubsidie in aanmerking komen. De hoogte van de rijksbijdrage zal worden afgestemd op de breedte van de aanjaagrol van de vereniging, en voorts op verstrekte rijksbijdragen aan vergelijkbare organisaties in het recente verleden. De minister is bereid met de vereniging te spreken over het revolving fund dat door de vereniging wordt opgezet.

Debat d.d. 28-05-2008: Transformatie van kantoren naar woningen (31 200 XVIII, nr. 59).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

In het kader van de kabinetsreactie op het rapport van de commissie Dekker zal de Kamer worden geinformeerd over de mogelijkheden van het experimenteren met het achteraf toetsen van transformatieprojecten aan de bouwregels.

Debat d.d. 28-05-2008: Transformatie van kantoren naar woningen (31 200 XVIII, nr. 59).

UB [03-09-2009] Actieplan aanbevelingen commissie Dekker.

De minister zegt toe om in de aanloop naar de verstedelijkingsafspraken het onderwerp transformatie van kantoren te agenderen bij een beperkt aantal stedelijke regio’s waarin gemeenten liggen met een hoge kantorenleegstand. Het doel is om gemeenten en regio uit te nodigen om een verkenning te maken van de mogelijkheden voor transformatie naar woningen. De uitkomsten daarvan, na afweging door de gemeenten en regio, kunnen worden meegenomen in de verstedelijkingsafspraken. Hierbij kan ook de betreffende woningbouwregisseur worden betrokken en, voor het doen van mogelijke suggesties, de Rijksbouwmeester.

Debat d.d. 28-05-2008: Transformatie van kantoren naar woningen (31 200 XVIII, nr. 59).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

Het afdwingen van een zelfstandige toegang/opgang voor woningen boven winkels middels het Bouwbesluit zal worden onderzocht en de Kamer zal over de resultaten van dit onderzoek worden geinformeerd.

Debat d.d. 28-05-2008: Transformatie van kantoren naar woningen (31 200 XVIII, nr. 59).

UB [22-06-2009] Antwoorden inzake moties en toezeggingen over eigenbouw, sloop en transformatie.

De minister zal met staatssecretaris Dijksma bespreken of OCW bij de te organiseren Onderwijstop ook de onderwijspositie van migrantenkinderen wil agenderen.

Debat d.d. 21-05-2008: Jaarnota Integratiebeleid 2007–2011 (31 268 nr. 2 en 5).

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering is overgedragen aan staatssecretaris OCW.

De minister zal bekijken of vereenvoudiging van portfolio's mogelijk is en de Kamer hierover informeren. Het gaat daarbij om zowel de eisen die worden gehanteerd, als de manier van beoordeling.

Debat d.d. 21-05-2008: Jaarnota Integratiebeleid 2007–2011 (31 268 nr. 2 en 5).

UB [25-08-2009] Maatregelen Inburgering.

De minister zegt toe voor de heffing vanaf 2009 te kijken naar de mix van WOZ-waarde en aantal woningen in de CFV-heffing.

Debat d.d. 14-05-2008: Voortzetting wijkenaanpak (30 995 nr. 30 t/m 37, 40, 41, en 43, 31 200 XVIII nr. 51, 30 136 nr. 21).

Februari 2009 is de Kamer geïnformeerd.

De Kamer krijgt voor de zomer een rapportage over de oplossing voor de financiële problemen van de inburgeringscursussen. Indien dit niet haalbaar blijkt te zijn, zal de Kamer hiervan op de hoogte worden gesteld.

Debat d.d. 13-05-2008: Financiële problematiek inburgeringscursussen (31 143 nr. 12).

UB [03-07-2008] Financiële problematiek omtrent de inburgeringscursussen.

De Kamer wordt geïnformeerd over de methodiek van het definiëren van de overmaat aan vermogens van de woningcorporaties en over de mogelijkheid om de overmaat aan vermogen te hanteren voor de heffingsgrondslag voor 2009. In de brief die de Kamer aan het einde van eht reces krijgt, staat op welke termijn de informatie hierover kan worden verstrekt.

Debat d.d. 23-04-2008: Voortgang van de wijkenaanpak (30 995 nr. 30 t/m 37, 40, 41, 43, 27 926 nr. 124, 31 200 XVIII nr. 51).

UB [09-05-2008] Beantwoording mondelinge vragen AO wijkenaanpak 23 april 2008.

De minister zegt toe dat bij de voorstellen voor de governance ook de voordracht door stakeholders voor de Raden van Toezicht wordt betrokken.

Debat d.d. 03-04-2008: Prestaties woningcorporaties en huurharmonisatie (AO 260 308).

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De Kamer wordt geïnformeerd over de afspraken met Aedes en de woningcorporaties over nieuwbouw, woningbouw voor specifieke doelgroepen en energiebesparende maatregelen.

Debat d.d. 27-03-2008: Woningproductie (27 926 nr. 122, 31 200 XVIII nr. 10 en 46, 27 562 nr. 11).

UB [12-06-2009] Woningcorporaties en crisismaatregelen woningmarkt.

In het najaar van 2008 zal de minister voor WWI het advies van de Taskforce de Kamer toezenden. In het advies zal een beschrijving c.q. analyse van de huidige situatie worden gegeven, waarbij zonodig gebruikt wordt gemaakt van de door het lid Kamp aangereikte gegevens. In het advies zal helder zijn welke resultaten voor de komende periode haalbaar zijn en het advies zal de basis vormen voor een discussie met de Kamer over de concrete resultaten waarop de minister aan het eind van haar kabinetsperiode afrekenbaar is. Tenslotte zal het advies ingaan op de betrokkenheid van de Antilliaanse gemeenschap bij de uitvoering van het beleid op lokaal niveau.

Debat d.d. 27-03-2008: Aanpak Antilliaans-Nederlandse risicogroepen (AO 18/3).

UB [02-10-2009] Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren vanaf 2010.

Bij de voortgangsrapportage van het Deltaplan Inburgering zal worden ingegaan in hoeveel reintegratietrajecten inburgering en taal wordt meegenomen. De kamer wordt hierover geïnformeerd.

Debat d.d. 27-03-2008: Aanpak Antilliaans-Nederlandse risicogroepen (AO 18/3).

UB [02-10-2009] Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren vanaf 2010.

De kabinetsreactie op de aanbevelingen van de commissie Dekker wordt vóór de zomer 2008 naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 27-03-2008: Woningproductie (27 926 nr. 122, 31 200 XVIII nr. 10 en 46, 27 562 nr. 11).

UB [03-09-2009] Actieplan aanbevelingen commissie Dekker.

De wijziging van de Woningwet waarin eventueel de gecertificeerde bouwbesluittoets wordt geregeld zal in augustus 2008 naar de Kamer worden gestuurd.

Debat d.d. 27-03-2008: Woningproductie (27 926 nr. 122, 31 200 XVIII nr. 10 en 46, 27 562 nr. 11).

UB [03-09-2009] Actieplan aanbevelingen commissie Dekker.

De minister zal voor de zomer 2008 informeren over haar standpunt t.a.v. benchmarking en de governancestructuur in het algemeen.

Debat d.d. 26-03-2008: Prestaties van woningcorporaties en huurharmonisatie (30 995 nr. 38 en 29 453 nr. 68).

Debat d.d.30-01-2 001: test.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De minister zal de Kamer voor 1 mei 2008 informeren over een go-no go ten aanzien van initiatiefrecht.

Debat d.d. 26-03-2008: Prestaties van woningcorporaties en huurharmonisatie (30 995 nr. 38 en 29 453 nr. 68).

UB [21-01-2008] Brief naar aanleiding van de plenaire behandeling van de Wet op het overleg huurders d.d. 16 januari.

De Kamer zal worden geïnformeerd over de externe evaluatie van de sociale vormingsplicht.

Debat d.d. 18-03-2008: Aanpak van Antilliaans-Nederlandse risicogroepen (26 283 nr. 31).

Antwoordbrief verzonden door staatssecretaris BZK, d.d. 24 april 2008, TK vergaderjaar 2007–2008, kst. 26 283, nr. 42.

Bij de totstandkoming van de herziening van de Huisvestingswet zal worden bezien hoe wordt omgegaan met bovengemeentelijke afstemming cq. regionale sturing van de woonruimteverdeling als er geen WGRplusregio is. Immers het sturen op leefbaarheid kan oplossingen vragen op regionaal niveau.

Hierbij wordt meegenomen de aanpak van de «freeriders» in regionaal verband en de mogelijkheden van de aanwijzingsbevoegdheid van de minister.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

Bij de totstandkoming van de herziening van de Huisvestingswet zal de vraag op welke wijze het leefbaarheidscriterium opgenomen kan worden (bijvoorbeeld door procesafspraken op te nemen in de Huivestingsverordening) verder worden uitgewerkt, zodanig dat gemeenten kunnen sturen op wijk- en buurtniveau. Ongewenste selectiviteit moet worden vermeden.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De Kamer zal in het kader van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet worden geïnformeerd op welk niveau (rijk, provincie of gemeente) de taakstelling huisvesting verblijfsgerechtigden terecht zal komen.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

Bij de totstandkoming van de herziening van de Huisvestingswet zal het begrip maatschappelijke binding worden geoperationaliseerd. Daarbij wordt bijvoorbeeld betrokken of mantelzorg en/of banden met familie hieronder vallen.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet komt een onderbouwing waarom het nuttig is het WGRplus-niveau te gebruiken voor woonruimteverdeling.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De reactie op de SP-brochure over wachtlijstbelasting (getiteld: «Schrap de wachtlijstbelasting!, hoe woningzoekenden beboet worden voor het falen door overheden en corporaties») zal binnen twee maanden naar de Kamer worden gestuurd. In de voorbereiding van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet wordt bezien of er sturend moet worden opgetreden t.a.v. een plafond voor inschrijfgeld.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

UB [27-08-2008] Schriftelijke reactie op voorstellen lid Jansen.

In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet wordt duidelijk uiteengezet hoe wordt omgegaan met de prijsgrenzen en prijsindexering: is er een rol voor het Rijk of ligt het bij de gemeente.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De Kamer wordt geïnformeerd over de resultaten van het onderzoek naar leegstand. In dit onderzoek worden meegenomen: de definitie van leegstand, de oorzaken van leegstand, de omvang ervan in corporatiewoningen,de reden dat het instrumentarium uit de Huisvestingswet slechts beperkt wordt gebruikt, de gewenste omvang van leegstand en de mogelijkheden voor het omzetten van kantoren in woningen.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

UB [19-12-2008] Onderzoeksrapport Kraken en Leegstand.

Het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet wordt voor de kerst van 2008 naar de Raad van State gestuurd.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

Bij het opstellen van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet zal de transparantie op de woningmarkt en specifiek de transparantie voor de consument worden betrokken.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De samenhang tussen de bouw van de soort/prijs van de nieuwbouwwoningen en het hanteren van bindingseisen voor dat segment zal in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel inzake de herziening van de Huisvestingswet worden opgenomen.

Debat d.d. 12-03-2008: Herziening van de Huisvestingswet (29 624 nr. 3 en 4).

Antwoordbrief is verzonden door minister WWI, d.d. 4 januari 2010, TK-vergaderjaar 2009–2010, kst 32 271, nr 2 en nr. 3.

De minister zegt toe dat zij, als zij komt met voorstellen inzake de governance in de corporatiesector, zij zal regelen dat woningcorporaties niet uit het stelsel kunnen treden.

Debat d.d. 26-02-2008: Vragen van het lid Poppe aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie en de staatssecretaris van Financiën over het bericht dat een woningcorporatie uit het bestel wil stappen naar aanleiding van de invoering van de integrale vennootschapsbelasting.

In debat met de Kamer heeft de minister voor WWI aangegeven dat het stelsel zodanige «sloten» bevat dat het BBSH en de woningwet geen aanpassing behoeven.

MWWI neemt contact op met de ministers van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken met als doel de opstelling van kandidaat-lidstaat Turkije en de bemoeienis met Turken in het buitenland binnen de EU te bespreken. De Kamer wordt geinformeerd welk standpunt beide ministers in de EU zullen inbrengen.

Mondelinge vragenuur d.d. 12 februari 2008.

UB [04-11-2009] Motie Griffith: ongewenste inmenging.

De minister neemt in de evaluatie van de Wib, die in het voorjaar van 2009 gereed zal zijn, het verschil tussen de examenkandidaten van Turkse en van Marokkaanse afkomst mee, alsmede effect en werking van het inburgeringsexamen.

Debat d.d. 30-01-2008: Wet inburgering in het buitenland (29 700 nr. 49).

Twee antwoordbrieven zijn verzonden; brief door ministers WWI, BuiZa, Justitie en staatssecretaris Justitie, d.d. 2 juli 2009. TK vergaderjaar 2008–2009, kst. 32 005, nr. 1 en brief door ministers WWI en Justitie en staatssecretaris Justitie, 2 oktober 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 32 175. nr. 1.

De minister zal voor 1 februari 2008 de beleidsbrief Antillianen en Arubanen in Nederland aan de Kamer sturen.

Plenair debat d.d. 22-01-2008: Antilliaanse jongeren.

UB [19-12-2008] Verwijsindex Antillianen/Verwijsindex risicojongeren: Migratie Antilliaanse jongeren.

Brandveiligheid: toegezegd is een onderzoek te zullen laten uitvoeren naar de brandveiligheid van studentenhuisvesting.

Debat d.d. 22-01-2008: Brandveiligheid (28 325 nr. 61, 27 926 nr. 122, 26 956 nr. 53, 28 325 nr. 63).

UB [25-09-2009] Aanbieding rapportage onderzoek naar de brandveiligheid van studentenhuisvesting.

Openbaarheid visitatie- en benchmarkrapporten: De minister voor WWI zal in het kader van de governancestructuur er voor zorgen dat visitaties en benchmarks openbaar zijn.

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

Voorlichting over de wetswijziging: De minister voor WWI zal overleg voeren met de Woonbond om de introductie van en voorlichting over deze nieuwe wet op een laagdrempelige wijze uit te laten voeren, maar zij stelt daarvoor geen extra financiële middelen beschikbaar.

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

Overlegwet is afgestemd met de Woonbond. De informatie over de Overlegwet op de VROM-website is aangepast en er zijn informatiebladen gepubliceerd via de VROM-website.

Overlastgevende huurders: De minister voor WWI gaat nogmaals met de sociale verhuurders bezien hoe probleemoverlastgevende huurders adequater aangepakt kunnen worden en wat daarvoor nodig is; hij zal ook bekijken of hierover in de Aedes-code voldoende is geregeld.

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

UB [23-06-2010] Aanbieding handreiking Aanpak woonoverlast en verloedering 2010.

Voorkeur voor rechtsvorm «vereniging» voor huurdersorganisaties: De minister voor WWI zal uitdragen dat de rechtsvorm «vereniging» voor huurdersorganisaties de voorkeur verdient boven de rechtsvorm «stichting».

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

De VROM-voorlichting draagt uit dat de rechtsvorm «vereniging» voor huurdersorganisaties de voorkeur verdient boven de rechtsvorm «stichting».

Klachtencommissies corporaties: De minister voor WWI beziet het functioneren van de klachtencommissies a.d.h.v. de jaarverslagen en zal de sector naar voorbeeldreglementen vragen. De TK wordt geïnformeerd over de resultaten.

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

UB [10-12-2009] Klachtencommissies woningcorporaties.

Initiatiefrecht woningverbetering in BW (zie brief 21-1-2008, DBO 2008 006 996): De minister voor WWI stuurt de Kamer in maart 2008 een brief met «go / no go» van een vorm van initiatiefrecht voor huurders voor woningverbetering; – en streeft er naar – als het «go» wordt – het wetsvoorstel in oktober 2008 aan de TK te doen toekomen.

Debat d.d. 16-01-2008: Wetsvoorstel verbetering positie/zeggenschap huurders (30 856 nr. 1 t/m 6) 2e termijn.

Antwoordbrief is verzonden door minister JU, namens minister WWI, d.d. 29 juni 2009. TK, vergaderjaar 2008–2009, kst 31 992, nr. 3 en nr. 4.

Het actieplan overlast en verloedering wordt na de zomer naar de Kamer gestuurd.

Debat d.d. 03-07-2007: Problematiek hangjongeren (30 136/28 684 nr. 8 en 9).

Antwoordbrief is verzonden door minister BZK, namens ministers WWI, JUS, J&G d.d. 10-3-2008. TK vergaderjaar 2007–2008, kst. 28 684, nr. 130.

De Kamer wordt eind september geïnformeerd over aangescherpte maatregelen om de overlast door Antilliaanse jongeren te beperken.

Debat d.d. 03-07-2007] Problematiek hangjongeren (30 136 / 28 684 nr. 8 en 9).

UB [02-10-2009] Kabinetsbeleid Antilliaans Nederlands probleemjongeren vanaf 2010.

De Kamer wordt nader geïnformeerd over de weging van de indicatoren.

Debat d.d. 26-04-2007: Wijkenselectie en wijkentoer (30 995 nr. 1).

UB [21-05-2007] Wijkenselectie.

De Kamer wordt in een later stadium geïnformeerd over de inzet van het kabinet t.a.v. wijken buiten de 40 wijken die zich kenmerken door een cumulatie van verschillende problemen, door een substantieel schaalniveau en door een algemene leefbaarheidsproblematiek in elk geval op onderdelen vergelijkbaar is met de gemiddelde problematiek in de 40 wijken, waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd dat gemeenten kansrijke initatieven en projecten laten zien en dat onnodige bureaucratie vermeden wordt.

Debat d.d. 26-04-2007: Wijkenselectie en wijkentoer (30 995 nr. 1).

Door discussies in diverse Algemeen Overleggen over dit onderwerp is de toezegging niet meer aan de orde.

De procedure voor het wetsvoorstel over het terugbrengen van de 59 huurcommissies inzake de organisatie van de afhandeling van de huurgeschillen naar één ZBO in september 2007 gestart.

Debat d.d. 19-04-2007: Huurbeleid voor de periode 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 (28 648 nr. 9, 27 926 nr. 112).

Het wetsvoorstel is begin april 2009 bij de TK ontvangen. Op 20 mei is een verslag door de cie voor WWI uitgebracht. Op 23 juli 2009 is de nota n.a.v. het verslag aan de Tweede Kamer verzonden. Het wetsvoorstel moet nu worden ingepland voor plenaire behandeling. TK vergaderjaar 2008–2009, kst 31 903, nr. 8.

De minister zal de Kamer informeren over de oorzaak van de toename van de uitgaven voor de huurtoeslag, waarbij tevens wordt ingegaan op de toename van de uitgaven als gevolg van de door de Belastingdienst betaalde voorschotten en het te verwachten terug te vorderen bedrag op genoemde voorschotten.

Debat d.d. 12-04-2007: Aanpassing bedragen van de Wet op de huurtoeslag ( periode 01-07-07 tot 30-06-08).

UB [16-04-2009] Beantwoording ciebrief over de uitkomsten van de door de Belastingdienst uitgevoerde redelijkheidstoetsen en over de overschrijdingen van het budget voor de huurtoeslag voor 2006.

De minister zegt de TK toe dat de volgende monitor en kabinetsreactie resultaatgerichter zullen zijn. Hierbij zal ook discriminatie in de Horeca opgenomen worden in de monitor.

Debat d.d. 31-01-2007: Discriminatie (Justitie id:2 264).

UB [01-07-2010] Kabinetsreactie op de Monitor Rassendiscriminatie 2010 en de Discriminatiemonitor Niet-Westerse Migranten op de Arbeidsmarkt 2010.

Energiebesparende maatregelen opnemen in het woningwaarderingsstelsel.

Debat d.d. 31-10-2006: Modernisering Huurbeleid (vervolg).

UB [02-07-2009] Aanpassing woningwaarderingsstelsel.

De minister zegt toe de TK per brief te informeren over de in een nieuwe circulaire vast te leggen criteria aan de hand waarvan woningcorporaties vooraf en na een fusie worden beoordeeeld op efficiëncy, volkshuisvestelijke prestaties en het waarborgen van de «menselijke maat» bij klantencontact.

Debat d.d. 11-10-2006: Fusies Woningcorporaties.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De Kamer wordt binnen drie maanden geïnformeerd over verschillende ondewerpen in het corporatiedossier na overleg met de sector.

Debat d.d. 11-10-2006: Fusies Woningcorporaties.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De minister werkt met Aedes en de SEV uit op welke wijze de beoordeling van het functioneren na fusie een extra accent krijgt binnen het in ontwikkeling zijnde visitatiestelsel. De minister zal bezien of het proces om te komen tot een visitatiestelsel kan worden versneld. De TK ontvangt hierover een brief.

Debat d.d. 11-10-2006: Fusies Woningcorporaties.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De Tweede Kamer uiterlijk 1 november 2006 in een afrondende brief informeren over : formulering missie van woningcorporaties, tijdslimiet mediation/arbitrage, uitwerking instrument visitatie, voorstellen commissie leemhuis, reactie op advies AFM en CFV over administratieve en juridische scheiding van activiteiten van woningcorporaties (hierbij ingaan op: level playing field, kruissubsidiëring/geldstromen, Europese context, administratieve lasten, intern en extern toezicht).

Debat d.d. 31-08-2006: Toekomst woningcorporaties (29 453, nr. 52).

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

De Minister doet de toezegging dat de huurcommissie overlegt met de Raad van de rechtspraak om te bezien of op lokaal niveau de rechtbankuitspraken direct bij de huurcommissie ter inzage kunnen liggen.

Debat d.d. 01-02-2006: Onrechtmatige bewoning en huisjesmelkerij (30 300 XI, nr 30).

UB [08-07-2009] Stand van zaken toezeggingen AO Onrechtmatige bewoning en huisjesmelkerij van 4 september 2008.

De wettelijk voorgeschreven evaluatie Awir, drie jaar na inwerkingtreding van de wet.

Debat d.d. 22-11-2 005: Wijziging AWIR.

Antwoordbrief is verzonden door staatssecretaris Financiën, d.d. 16 oktober 2009, TK vergaderjaar 2009–2010, kst. 31 580, nr. 3.

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie zegt de Tweede Kamer toe dat de Wet Inburgering in het buitenland twee jaar na in werkingtreding zal worden geëvalueerd. Hierbij zal ook de ratio tussen absolute en relatieve aantallen vrouwen en mannen die het basisexamen afleggen en slagen worden meegenomen. (Justitie id:2 069).

Debat d.d. 22-03-2 005: 29 700 Wet Inburgering in het Buitenland (WIB); Tweede Termijn. (Justitie id:1877).

UB [02-07-2009] Evaluatie Wet inburgering in het buitenland.

Interpellatiedebat Woonzorg / CFV. Het BBSH wordt aangepast op het punt van het aanscherpen van de regels voor het uitsluiten van risicovolle beleggingen door corporaties. De minister zal dit de TK presenteren.

Debat d.d. 03-12-02: Interpellatie Woningcorporatie Woonzorg Nederland TK28–20.

UB [12-06-2009] Voorstellen woningcorporatiestelsel.

Grondbeleid. Transparantie gem. grondexploitatie. Onderzoek naar transparantie bij gemeentelijke grondexploitatie («betalen marktwoningen extra voor huurwoningen?»).

Debat d.d. 28-05-01 AO Grondbeleid.

UB [29-04-2009] Toezending TK zesde voortgangsbrief Grondbeleid.

De minister zegt toe de Kamer te informeren zodra de resultaten van het overleg met de NEN-commissie (verbouwniveau vd constructieve veiligheid van bouwwerken geen gebouw zijnde in de bouwregelgeving op te nemen) beschikbaar zijn en verwerkt in een wijziging van de Regeling Bouwbesluit 2003.

UB [18-01-2010] Beantwoording commissiebrief inzake reactie op artikel in Cobouw d.d. 10 december 2009 (2009–2010. Kst. 28 325, nr. 120).

UB [12-07-2010] Toezeggingen bouwregelgeving.

De minister zal in overleg met de staatssecretaris van Justitie een brief over de migratie en integratie van Somaliërs opstellen en deze in het voorjaar 2010 aan de Kamer toezenden.

Debat d.d. 25-11-2009: Begrotingsbehandeling I&I.

UB [13-07-2010] Voortgangsbrief aanpak risicogroepen.

De Kamer wordt nader voor 1 april 2010 geïnformeerd over de invulling van de pilots in het kader van het Actieplan Dekker, voordat deze worden uitgevoerd. Tegelijk daarmee geeft de minister aan of er parallel wetgevingstrajecten zullen worden gestart om aan een aantal aanbevelingen tegemoet te komen.

Debat d.d. 12-11-2009: AO Bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB [12-07-2010] Toezeggingen bouwregelgeving.

De Kamer wordt in een later stadium geïnformeerd over de vraag of ten aanzien van brandbaar isolatiemateriaal een wijziging van de regelgeving nodig is.

Debat d.d. 26-05-2009: AO bouwregelgeving en brandveiligheid.

UB21-11-2007] Wijziging van het Bouwbesluit 2003 (wijziging m.b.t. de CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen).

BIJLAGE 3. HORIZONTALE OVERZICHTSCONSTRUCTIE INTEGRATIEBELEID ETNISCHE MINDERHEDEN

Nr. hoofdstuk

Ministerie

Artikel

Nr OD

Naam OD

Inburgering

XVIII

WWI

4

4.2.1

Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen.

Arbeid en werkgelegenheid

XVIII

WWI

1

1.2.2

Vitale wijken tot stand brengen

XV

SZW

42

42.3

Wegnemen van factoren die arbeidsparticipatie van specifieke groepen belemmeren.

XV

SZW

43

43.4

Het bevorderen van gelijke kansen op de arbeidsmarkt en toegang tot de arbeidsmarkt door bescherming te bieden tegen ongelijke behandeling bij arbeid en beroep.

VII

BZK

23

23.3

Verhogen van het prestatievermogen en de professionaliteit van de politie-, brandweer- en geneeskundige hulpverleningorganisatie.

VII

BZK

35

35.1

Mede zorgen voor een voldoende aanbod van goed geschoold overheidspersoneel en voor een betrouwbare, herkenbare overheid door het bevorderen van integriteit, diversiteit, transparantie en kostenbewustzijn van overheidsorganisaties.

VII

BZK

37

37.1

Het bevorderen van de kwaliteit van het management van het Rijk

VII