Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031143 nr. 73

31 143
Deltaplan inburgering

nr. 73
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE,

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 december 2009

In augustus is uw kamer geïnformeerd over de op dat moment tegenvallende cijfers over de inburgering en zijn aanvullende maatregelen aangekondigd om de situatie te verbeteren.

Met deze brief wordt u geïnformeerd over de stand van zaken op dit moment en de afspraken die zijn gemaakt met gemeenten over de inburgering in 2010.

Afspraken met gemeenten over 2010

Met de VNG en de 51 voor inburgering belangrijkste gemeenten heb ik in het bestuurlijk overleg van 16 december 2009 overeenstemming bereikt over de inzet op inburgering in 2010. Inzet van extra middelen en het leveren van prestaties zijn hierbij gekoppeld.

De 51 gemeenten hebben voorlopig opgave gedaan van de door hun te realiseren prestatie. Gezamenlijk zullen zij circa 38 500 voorzieningen starten in 2010. Als we deze gegevens vertalen voor alle gemeenten in Nederland zijn dit ruim 50 000 voorzieningen. Naast de inburgeringstrajecten leveren de gemeenten nog aanzienlijke inspanningen. De 51 gemeenten willen 8400 instapcursussen aanbieden. Vertaald naar landelijke cijfers zullen dat er ruim 11 000 zijn. Doelstelling is dat hiervan zoveel mogelijk deelnemers doorstromen naar een regulier traject. De 51 gemeenten verwachten daarnaast dat ongeveer 4000 mensen zullen beginnen met een alfabetiseringstraject. Landelijk zou dat op ruim 5000 uitkomen.

Om het financiële risico dat gemeenten lopen als ze een inburgeringsvoorziening aanbieden aan iemand die ondanks duidelijke inspanningen niet in staat is om alle examenonderdelen te behalen te beperken, wordt de toedeling van middelen uit in het participatiebudget voor zover die gebaseerd zijn op het behalen van het examen verfijnd. Ook behaalde afzonderlijke examenonderdelen zullen meetellen. Het doel blijft wel dat het volledige examen wordt behaald.

Gemeenten hebben de intentie uitgesproken dat in 2010 tenminste 60% van de voorzieningen duaal zullen zijn. Dit komt overeen met de doelstelling voor 2010 uit het Deltaplan inburgering en is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van de inburgeringsvoorzieningen. Daarnaast zullen in 2010, in de maandelijkse informatie over inburgering, ook gegevens opgenomen worden over deelname aan examens en de slagingspercentages.

Verder is afgesproken dat bij inburgering mannen niet deelname aan cursussen wordt ontzegd. Dit geldt ook voor de instapcursussen.

Om de gewenste aantallen te kunnen realiseren zullen gemeenten fors moeten inzetten op de werving om met name meer vrijwillige inburgeraars voor het aanbod te interesseren. Er wordt € 40 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten die zich willen inzetten voor het realiseren van de doelstellingen voor 2010. Gemeenten die meer willen doen dan hun aandeel in 47 000 trajecten, waarvoor via het participatiebudget al middelen beschikbaar zijn gesteld, kunnen een bijdrage krijgen naar rato van hun extra ambitie.

Afgesproken is dat deze extra middelen alleen beschikbaar gesteld worden als halverwege 2010 in redelijkheid kan worden aangenomen dat de opgegeven ambitie ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Hiertoe zal op 1 juli 2010 de realisatie per gemeente beoordeeld worden.

Op korte termijn zal een formeel verzoek aan alle gemeenten in Nederland worden gedaan om opgave te doen van het aantal trajecten dat men in 2010 wil starten. In februari zal ik u nader informeren over het totale aantal voorzieningen dat gemeenten willen realiseren in 2010 en het bedrag aan extra middelen dat hiermee gemoeid is.

Overige inzet 2010

Met een extra inzet op de werkpleinen om inburgering te combineren met deeltijd WW of re-integratie, de inzet op inburgering op de werkvloer en het creëren van de mogelijkheden om instapcursussen aan te bieden aan mensen voor wie de directe stap naar een inburgeringscursus te groot is, zal vanaf 2010 een groter bereik van het inburgeringsaanbod onder de groep vrijwillige inburgeraars worden gerealiseerd. Hiervoor is in totaal € 35 miljoen beschikbaar.

Zowel de € 40 miljoen die beschikbaar komt voor gemeenten als de € 35 miljoen die beschikbaar is voor de overige maatregelen worden betaald uit de afrekening voor gemeenten die in de periode 2007–2009 de afgesproken prestaties niet hebben gehaald.

Dit is dus een kleine bijstelling ten opzichte van mijn brief van 30 november1, waarbij ik nog uit ging van een verdeling van € 50 miljoen voor de gemeenten en € 25 miljoen voor de overige maatregelen.

Toename aantal inburgeraars in 2009

Naar aanleiding van de teleurstellende resultaten die in augustus zichtbaar waren heb ik diverse malen met de gemeenten gesproken over de mogelijkheden om de prestaties nog in 2009 te verbeteren en om afspraken te maken over de inspanningen in 2010.

In deze gesprekken hebben zij aangegeven alles op alles te zullen zetten om in 2009 nog zoveel mogelijk inburgeraars aan een traject te laten beginnen. Deze inspanningen beginnen zichtbaar te worden in de registratie.

De maandelijkse gegevens die beschikbaar zijn over de stand van zaken rondom de inburgering geven inmiddels een duidelijk positiever beeld dan in augustus. Op basis van de resultaten tot dan toe werd verwacht dat bij ongewijzigd beleid slechts 35 000 voorzieningen zouden starten in 2009.

Bij de laatste meting van 1 december waren inmiddels ruim 38 000 voorzieningen geregistreerd. Met de mogelijkheid om nog in december en januari voorzieningen te registreren die in 2009 gestart zijn, lijkt nu de verwachting reëel dat tenminste 43 000 voorzieningen in 2009 gestart zullen zijn. Dit aantal ligt daarmee hoger dan de 41 000 voorzieningen die in 2008 zijn gestart. In februari zal ik u informeren over de definitieve realisatie van 2009.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. E. van der Laan


XNoot
1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010 , 32 123 XVIII, nr. 53.