Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201029407 nr. 106

29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten

Nr. 106 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2010

In het Algemeen Overleg op 21 januari 2010 (kamerstuk 29 407, nr. 104) heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd om uw Kamer een Plan van Aanpak over arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa (de zogeheten MOE-landen) te zenden. Dit omdat er in een aantal wijken in grote steden sprake is van problemen, zoals overlast die een gevolg is van een concentratie van goedkope, snel beschikbare huisvesting, waar arbeidsmigranten uit de MOE-landen gebruik van maken. Met dit Plan van Aanpak, dat ik u toestuur mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als coördinerend minister voor arbeidsmigranten, kom ik die toezegging na.1 Vanwege mijn verantwoordelijkheid voor die beleidsterreinen, richt dit plan zich met name op wonen en inburgering. Ook wordt in het plan ingegaan op de overige toezeggingen in dit AO, te weten: de toezegging om uw Kamer te informeren over de feitelijke situatie in Veghel, de toezegging omtrent de vraag over het aantal kinderen dat uit de MOE-landen naar Nederland komt (bijdrage OCW) en de toezegging omtrent de sociale zekerheid en de tewerkstellingsvergunning (bijdrage SZW). Tevens gaat deze brief in op de eerdere toezegging (juli 2009) om te onderzoeken of het mogelijk is tot een inburgeringsplicht voor EU-onderdanen te komen.

Een permanente stroom arbeidsmigranten...

De arbeidsmigratie uit MOE-landen kenmerkt zich door wat wel wordt genoemd een «permanente tijdelijkheid»: onze economie vraagt om extra arbeidskrachten. Telkens nieuwe, tijdelijk hier verblijvende arbeidsmigranten voorzien in die vraag. Dit zal ook in de toekomst het geval zijn, waarbij naar verwachting de aantallen toe zullen nemen2.

... vraagt om tijdelijke huisvesting en maatwerk bij inburgering

Arbeidsmigranten die hier tijdelijk zijn, hebben behoefte aan woonruimte die meteen beschikbaar is en die voor korte tijd te huur is. In Nederland is er veel te weinig van dat soort woonruimte, met name in land- en tuinbouwgemeenten. Huisjesmelkers springen in dat gat, door goedkope panden in een aantal oude wijken op te kopen. Zo ontstaat in die wijken een concentratie van kamerverhuurpanden (legaal of illegaal). Het (te) grote aantal mensen dat daar woont en regelmatige roulatie van de bewoners, leiden tot grote overlast (lawaai, vuilnis, stank, parkeerdruk). De kennis van de Nederlandse taal en samenleving is bij veel arbeidsmigranten (zeer) gebrekkig. Dit belemmert hen op de werkvloer en in hun contacten met de overige wijkbewoners.

MOE-landers en hun werkgevers zijn primair verantwoordelijk...

Voor het vinden van passende huisvesting en voor het meedoen in onze samenleving zijn de MOE-landers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Hun werkgevers hebben de verantwoordelijkheid hen daarbij te ondersteunen. Steeds meer uitzendbureaus en werkgevers doen dat gelukkig ook.

....gemeenten hebben regie over voorzieningen...

Er is dus een tekort aan passende tijdelijke woonruimte, met als gevolg te veel mensen in één woning en woonoverlast in een aantal oude wijken. De gemeenten hebben de regie als het gaat om de huisvesting en andere voorzieningen. Ook zijn zij verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde. Ik spreek de gemeenten op die taken aan. Uit gesprekken die met de gemeenten zijn gevoerd, blijkt dat zij op zich voldoende wettelijke mogelijkheden hebben om de MOE-landers aan voldoende en goede woonruimte te helpen, om eventuele overlast aan te pakken en om hun integratie en inburgering in onze samenleving te bevorderen. De praktijk is echter weerbarstig.

....WWI ondersteunt hen met een aantal acties.

Zonder verantwoordelijkheden over te nemen, bied ik daarom de gemeenten een aantal extra hulpmiddelen die het hen makkelijker maakt de bestaande (wettelijke) mogelijkheden daadwerkelijk toe te passen. Veel gemeenten willen graag kennis delen met andere gemeenten en de meest betrokken ministeries. Daarin wordt met een aantal initiatieven voorzien. Naast bestrijding van woonoverlast door het handhaven van de regelgeving, kan deze overlast ook worden tegengegaan door het aanbod van tijdelijke huisvesting te vergroten. Werkgevers spelen daarbij een belangrijke rol. Ik heb dan ook afspraken gemaakt met hen over hun rol bij het bieden van onderdak. Deze afspraken ontlasten gemeenten in de toekomst bij de bestrijding van woonoverlast in panden die onder deze afspraken vallen. Dat geeft hen ruimte om huisjesmelkers aan te pakken. Ook ga ik met woningcorporaties, land- en tuinbouwgemeenten en provincies praten over het bieden van passende (tijdelijke) huisvesting in de grote steden en vooral in land- en tuinbouwgemeenten. Ik ondersteun werkgevers en gemeenten op het terrein van inburgering met ondermeer communicatiemateriaal en de tijdelijke stimuleringsregeling «Inburgering op de werkvloer». Tijdelijke accountmanagers helpen werkgevers en gemeenten om inburgering op de werkvloer tot stand te brengen.

Samengevat

Arbeidsmigratie zal ook de komende decennia van belang zijn. Er zijn op het terrein van wonen en inburgering voldoende (wettelijke) mogelijkheden om de toestroom van werknemers uit de MOE-landen in goede banen te leiden. Het komt erop aan dat MOE-landers zelf, werkgevers, gemeenten en woningverhuurders deze mogelijkheden volledig gaan benutten. Ik neem hun verantwoordelijkheden niet over. Wel ondersteun ik hen met een aantal extra hulpmiddelen.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. van Middelkoop


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Zie bijlage 4 bij het Plan van Aanpak; opgesteld door het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut.