nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 december 2008
Met deze brief wil ik uw Kamer informeren over enige onderwerpen die te
maken hebben met de naturalisatieceremonie. Achtereenvolgens gaat het om de
verklaring van verbondenheid, de uitvoering van de naturalisatieceremonie,
en het evaluatieonderzoek naturalisatieceremonie.
1. De verklaring van verbondenheid
De stand van zaken voor wat betreft het afleggen van de verklaring van
verbondenheid is als volgt.
Bij Rijkswet van 27 juni 2008 (Staatsblad 2008, 270) is de Rijkswet
op het Nederlanderschap ter invoering van een verklaring van verbondenheid,
en tot aanpasing van de regeling van de verkrijging van het Nederlanderschap
na erkenning, gewijzigd.
Binnenkort wordt een wijziging van het Besluit verkrijging en verlies
Nederlanderschap gepubliceerd. De wijziging heeft betrekking op de wijze waarop
de verklaring van verbondenheid wordt afgelegd, alsmede op de gevallen waarin
deze niet hoeft te worden afgelegd en het Nederlanderschap toch wordt verleend
of verkregen. Het uitgangspunt voor het afleggen van de verklaring van verbondenheid
is, dat de verklaring persoonlijk en tijdens een ceremonie wordt afgelegd.
Het publieke karakter komt het beste tot uitdrukking als de verklaring mondeling
wordt afgelegd. Het is aan de gemeente om daarvoor de vorm te bepalen, bijvoorbeeld
of de verklaring geheel of gedeeltelijk collectief of individueel wordt uitgesproken.
Het aantal deelnemers en de plaats en de vorm van de handeling spelen daarbij
een rol. De verklaring van verbondenheid wordt in het Nederlands afgelegd.
Om de nodige duidelijkheid te scheppen voor de uitvoering van de verklaring
van verbondenheid moet ook de Handleiding voor de toepassing van de Rijkswet
op het Nederlanderschap worden aangepast. Op onderdelen behoeft deze Handleiding
aanvulling en/of wijziging. De wijzigingen in de Handleiding worden
in Tussentijdse Berichten Nationaliteiten aangegeven en in de Staatscourant
gepubliceerd. Op dit moment wordt, in nauw overleg met de Nederlandse Vereniging
voor Burgerzaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gewerkt aan het
gereedkomen van deze Tussentijdse Berichten Nationaliteiten.
De datum van inwerkingtreding van de wijziging van de Rijkswet op het
Nederlanderschap wordt bij Koninklijk besluit bekend gemaakt. Naar verwachting
zal dit niet later zijn dan 1 maart 2009. De wijziging van het Besluit
verkrijging en verlies Nederlanderschap zal tegelijkertijd in werking treden.
Dit betekent dat de vreemdelingen, die vanaf die datum een verzoek indienen
ter verkrijging of verlening van het Nederlanderschap, bij honorering daarvan
het besluit of de bevestiging krijgen uitgereikt, nadat zij tijdens een ceremonie
de verklaring daadwerkelijk hebben afgelegd.
2. De uitvoering van de naturalisatieceremonie
Tijdens de behandeling door uw Kamer van het wetsvoorstel tot wijziging
van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter invoering van een verklaring van
verbondenheid, en tot aanpassing van de regeling van de verkrijging van het
Nederlanderschap na erkenning, zijn vanuit de Kamer enige wensen meegegeven
aan de minister van Justitie en ondergetekende die betrekking hebben op de
naturalisatieceremonie.
De eerste wens is om Nederlanders van geboorte rond hun 18e jaar op een
of andere manier te betrekken bij de ceremonie die plaatsvindt op de landelijke
naturalisatiedag. Ik beschouw deze suggestie als een ondersteuning van het
doel dat het kabinet met de landelijke naturalisatiedag voor ogen heeft, nl.
de bevordering van het bewustzijn van het Nederlandse staatsburgerschap. De
verlening van het Nederlandse staatsburgerschap aan vreemdelingen vormt weliswaar
aanleiding voor het organiseren van een feestelijke bijeenkomst, maar raakt
waar het gaat om het staatsburgerschap ook de andere Nederlanders. Om die
reden acht ik het wenselijk dat bij de voorbereiding en uitvoering van die
bijeenkomst ook andere lokale ingezetenen (bijvoorbeeld mensen uit het lokale
vrijwilligerswerk, leerkrachten en leerlingen van lokale scholen, of mensen
die al een tijdje geleden zijn genaturaliseerd) worden betrokken. Op deze
wijze kan de landelijke naturalisatiedag meer in het teken van (gedeeld) burgerschap
komen te staan.
De tweede wens is om jonge optanten, die een aparte voorgeschiedenis hebben,
specifieke aandacht te geven in de ceremonie. Het gaat hier om jongeren die
in Nederland zijn geboren en getogen en nauwelijks verschillen, afgezien van
hun verblijfsrechtelijke status, van de autochtone Nederlandse jongeren. Hun
positie is dan ook wezenlijk anders dan de positie van naturalisandi die veelal
op latere leeftijd naar Nederland zijn gekomen. Sommige gemeenten organiseren
dan ook een aparte ceremonie voor optanten, die er dan voor kunnen kiezen
aan die ceremonie of aan de reguliere ceremonie deel te nemen. Andere gemeenten
besteden tijdens de reguliere ceremonie al specifieke aandacht aan de positie
van (jonge) optanten.
Beide wensen heb ik schriftelijk onder de aandacht gebracht van het bevoegd
gezag (de burgemeesters) van de gemeenten, in de verwachting dat, hoewel de
gemeenten een eigen verantwoordelijkheid hebben waar het gaat om de uitvoering
van de ceremonie, de wensen worden meegenomen bij de opzet en inhoud van de
lokale ceremonie.
3. Het evaluatieonderzoek naturalisatieceremonie
In 2005 stemde uw Kamer in met het invoeren van de naturalisatieceremonie.
Daarbij is aan uw Kamer toegezegd dat na twee jaar een evaluatierapportage
aan uw Kamer zal worden toegezonden. In verband met de verlate inwerkingtreding
van de Rijkswet van 27 juni 2008 (zoals onder punt 1 is gemeld) lijkt
het mij passend om die evaluatie uit te voeren als daarin het afleggen van
de verklaring van verbondenheid kan worden betrokken. De eerste ceremonie,
waarop door naturalisandi en optanten de verklaring van verbondenheid verplicht
(mondeling) wordt afgelegd, heeft betrekking op verzoeken tot naturalisatie
of optiebevestiging die ná 1 maart 2009 zijn ingediend.
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het
ministerie van Justitie is belast met het evaluatieonderzoek. Daarbij maakt
het WODC gebruik van kwantitatieve gegevens, die worden verzameld door het
IND Informatie- en Analysecentrum (INDIAC) van het ministerie van Justitie.
INDIAC is sinds 2006 al begonnen met het kwantitatieve deel van het onderzoek:
de Monitor Naturalisatieceremonie. Er hebben inmiddels drie metingen plaatsgevonden
en er zal in februari 2009 nog één meting plaatsvinden die het
gehele jaar 2008 beslaat. Het WODC start op 1 februari 2009 met het kwalitatieve
deel van het onderzoek en voegt beide delen samen tot een volledig rapport.
De evaluatie zal lopen tot eind 2009. Teneinde de onderzoekers de gelegenheid
te geven het onderzoek met de vereiste zorgvuldigheid af te ronden, acht ik
een verlenging van de onderzoeksduur wenselijk. Het onderzoek zal dan eind
2009 worden afgerond. Vervolgens zal ik het rapport, voorzien van een kabinetsreactie,
op de gebruikelijke wijze aan uw Kamer doen toekomen.
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E. E. van der Laan