31 143
Deltaplan inburgering

nr. 71
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 november 2009

Hierbij stel ik u graag op de hoogte van de stand van zaken rond een aantal lopende dossiers.

1. Uitspraken Centrale Raad van Beroep (CRvB) inzake de Korte Vrijstellingstoets (KVT)

De CRvB heeft op 16 september jl. twee uitspraken gedaan in het kader van de KVT. De CRvB verklaart in zijn uitspraken artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit inburgering (Bi) onverbindend wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. In dit artikel is het evident ingeburgerd zijn (aan te tonen door middel van de KVT) op B1 niveau geregeld.

De uitspraak betekent niet dat de KVT geen rechtsgeldig instrument meer is om daarmee te worden vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Personen die op vrijwillige basis gebruik maken van de KVT op B1 niveau en daarvoor slagen worden vrijgesteld van het behalen van het inburgeringsexamen. Personen die echter van mening zijn dat zij evident ingeburgerd zijn, kunnen op grond van de uitspraak van de CRvB aangeven dat de KVT op B1 niveau onredelijk bezwarend is. Voor deze evident ingeburgerden is er dus geen instrument meer om het evident ingeburgerd zijn aan te tonen.

De uitspraken hebben ook gevolgen voor de ontheffingsmogelijkheid bij de KVT.

Daarom wil ik de juridische consequenties van de uitspraken van het CRvB op het wettelijke stelsel eerst goed bestuderen voordat ik volgende stappen neem. Ik zal u hierover in het voorjaar berichten.

2. Ontheffingsmogelijkheid aantoonbaar geleverde inspanningen

Momenteel is het mogelijk om iemand, voor wie het een onmogelijke opgave is het inburgeringsexamen te halen, zes maanden voor het verstrijken van de voor de betreffende inburgeringsplichtige geldende termijn, te ontheffen. Naar aanleiding van de motie Dijsselbloem (Kamerstukken II, 2008–2009, 31 143, nr. 54) zal aan deze regel een extra ontheffingsmogelijkheid worden toegevoegd op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders een inburgeringsplichtige die zich in ruime mate heeft ingespannen maar die duidelijk niet zal kunnen voldoen aan de inburgeringsplicht, eerder kan ontheffen van die plicht. De hoofdregel blijft echter ongewijzigd omdat ik het belangrijk vind dat er echt serieuze inspanningen geleverd moeten zijn en dat pas na verloop van tijd op zorgvuldige wijze kan worden vastgesteld dat een inburgeringsplichtige echt niet in staat is het examen te halen. Het is van belang dat een inburgeringsplichtige optimaal gebruik moet kunnen maken van de kansen die hem of haar worden geboden en daarom niet te snel moet worden ontheven van de inburgeringsplicht. Ook de slow starters en laatbloeiers moeten alle kansen krijgen.

3. Deelexamens laten meetellen in de outputverdeelmaatstaven van het Participatiebudget

De Wet inburgering schrijft voor dat inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars een voorziening krijgen aangeboden die opleidt tot het gehele inburgeringsexamen. Omdat inburgering maatwerk is kan het aanbod uiteraard worden toegespitst op de situatie van de inburgeringsplichtige en vrijwillige inburgeraar.

Zoals in de vorige paragraaf werd aangegeven zijn niet alle inburgeringsplichtigen in staat het volledige examen te behalen. Ook blijkt uit de praktijk dat niet alle vrijwillige inburgeraars alle examenonderdelen kunnen of willen afleggen omdat dat, naar hun opvatting, niet aansluit bij hun behoeften. Gemeenten hebben gevraagd hoe zij hier mee moeten omgaan in het licht van de outputverdeelmaatstaven in het Participatiebudget. In die outputverdeelmaatstaven telt het behalen van het volledige examen zwaar mee voor de bekostiging van gemeenten.

Een oplossing kan zijn dat de vier deelexamens (drie centrale examenonderdelen en het decentrale examen) afzonderlijk worden meegeteld in de outputverdeelmaatstaven van het Participatiebudget. Op deze manier kan een inburgeraar die een inburgeringsvoorziening heeft gekregen maar niet alle examenonderdelen blijkt te kunnen halen, voor een of meerdere delen van het inburgeringsexamen slagen. Die examendelen tellen dan mee in de outputverdeelmaatstaf examens van het Participatiebudget. Mocht blijken dat de inburgeringsplichtige de andere onderdelen niet kan halen dan kan de gemeente een ontheffing verlenen (zie paragraaf 2).

Dit voorstel vraagt aanpassing van het Besluit participatiebudget.

De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E. E. van der Laan

Naar boven