Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2014-2015
Kamerstuk 34000-XVI nr. 2

Gepubliceerd op 16 september 2014 15:17



34 000 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2015

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

   

Pagina

     

A.

Artikelsgewijze toelichting bij het begrotingsvoorstel

3

B.

Begrotingstoelichting

4

 

Leeswijzer

4

 

Beleidsagenda

5

 

Belangrijkste mutaties t.o.v. vorig jaar

23

 

Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen

25

 

Overzicht garanties en achterborgstellingen

28

 

Beleidsartikelen

32

 

Artikel 1 Volksgezondheid

32

 

Artikel 2 Curatieve zorg

47

 

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

62

 

Artikel 4 Zorgbreed beleid

73

 

Artikel 5 Jeugd

85

 

Artikel 6 Sport en bewegen

93

 

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

101

 

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

108

 

Niet-beleidsartikelen

112

 

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

112

 

Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven

116

 

Niet-beleidsartikel 11 Nominaal en onvoorzien

124

 

Begroting agentschappen

125

 

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

125

 

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

131

 

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

136

     
 

Financieel Beeld Zorg

140

     
 

Bijlagen

252

 

ZBO’s en RWT’s

252

 

Verdiepingshoofdstuk Begroting

255

 

Moties en toezeggingen

264

 

Subsidieoverzicht

303

 

Evaluatie- en onderzoeksoverzicht

306

 

Begrippenlijst

309

 

Lijst met afkortingen

314

 

Trefwoordenregister

319

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat/begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).»

Wetsartikel 2

Onder het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ressorteren de volgende agentschappen die een baten-lastenstelsel voeren: het Agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

B. BEGROTINGSTOELICHTING

LEESWIJZER

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2015 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda;

  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen;

  • Begroting baten-lastenagentschappen;

  • Financieel Beeld Zorg;

  • Diverse bijlagen.

De beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Verantwoord begroten

Op 20 april 2011 is de aanpassing van de presentatie van de Rijksbegroting onder de naam «Verantwoord Begroten» in de Tweede Kamer behandeld (Kamerstukken II, 31 865, nr. 26). De nieuwe presentatie geeft meer inzicht in de financiële informatie, de rol en verantwoordelijkheid van de Minister en laat een duidelijke splitsing tussen apparaat en programma zien. In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel Budgettaire gevolgen van beleid.

Motie-Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsagenda wordt ingegaan op de uitwerking van de aanbeveling

Groeiparagraaf

De VWS-begroting is ten opzichte van de vorige begroting op een aantal punten gewijzigd:

  • Het schema onder «Rol en verantwoordelijkheden» is gewijzigd in een puntsgewijze toelichting. Hiermee wordt de duidelijkheid en leesbaarheid vergroot.

  • Binnen artikel 4 is het artikelonderdeel Fraudebestrijding toegevoegd.

  • De structuur van artikel 5 Jeugd is gewijzigd door de decentralisatie jeugdzorg. De middelen die gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Jeugdwet zijn overgeheveld naar het Gemeentefonds (deelfonds sociaal domein). De resterende middelen zijn ondergebracht in het nieuwe beleidsterrein «Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel».

  • De hervorming van de langdurige zorg leidt tot een nieuwe indeling van het betreffende deel van het Financieel Beeld Zorg. Daarnaast verschuiven onderdelen van de AWBZ naar de Zvw, het Gemeentefonds (de Wmo 2015 en de Jeugdwet) en de begrotingen van VWS en V&J. Deze overhevelingen zijn in het FBZ in beeld gebracht.

BELEIDSAGENDA

1. Inleiding

De zorg staat voor een enorme uitdaging. Mensen zijn steeds mondiger en zelfredzamer en willen zelf de regie voeren over hun leven en gezondheid. Nieuwe technologie, zoals de komst van smartphones, tablets en apps, heeft deze maatschappelijke ontwikkeling versterkt. Tegelijkertijd willen en krijgen mensen ook steeds meer zorg. Onze levensverwachting blijft stijgen en mensen zijn langer gezond dan ooit. Steeds meer ziekten zijn te herkennen, te genezen of zelfs te voorkomen. Het onderscheid tussen «gezond» en «ziek» vervaagt. De nadruk komt meer en meer op kwaliteit van leven te liggen. De zorg moet inspelen op deze veranderingen, terwijl tegelijkertijd de groei van de collectieve zorguitgaven moet worden afgeremd. Het is allebei mogelijk als de zorg een omslag maakt, waarbij niet langer systemen centraal staan, maar mensen.

In de strategische agenda «Van systemen naar mensen» hebben wij onze visie op de toekomst van de zorg geschetst. Met de maatregelen die we daarin hebben aangekondigd om de zorg te verbeteren en betaalbaar te houden, hebben we de afgelopen periode veel bereikt. We liggen op koers.

De groei van de zorguitgaven is sinds het begin van de eeuw nog niet zo laag geweest. In 2015 groeit het Budgettair Kader Zorg naar verwachting nauwelijks. Dat komt mede door het ingezette beleid op het terrein van geneesmiddelen, de akkoorden in de zorg en de verbeteringen in het zorgstelsel. Patiënten kunnen blijven rekenen op goede zorg, terwijl de uitgavengroei wordt beheerst. We voorzien voor 2015 geen aanvullende bezuinigingsmaatregelen. Dat is goed nieuws voor iedere Nederlander.

Verschillende onderzoeken, waaronder de recente Zorgbalans, laten zien dat we ook met de verbetering van de kwaliteit op de goede weg zijn. De Nederlandse zorg is vergeleken met andere welvarende landen van hoog niveau en er zijn veel gunstige trends waarneembaar. Zo is de vermijdbare sterfte in ziekenhuizen sterk gedaald en zijn grote stappen gezet om de patiëntveiligheid te verbeteren. Het is zaak voor de hele zorgsector om de ingezette lijn de komende jaren vast te houden. Onze ambitie is en blijft: toegankelijke en betaalbare zorg van hoge kwaliteit voor iedereen die dat nodig heeft.

Met de in 2013 afgesloten hoofdlijnenakkoorden hebben we een goede basis gelegd voor meer samenwerking en wederzijds vertrouwen in de zorgsector. Dat is nodig om het zorgstelsel verder te verbeteren. Zo is het van groot belang dat mensen kunnen zien hoe zorgverleners en instellingen presteren. Zij kunnen dan goed geïnformeerde keuzes maken. Transparantie is ook cruciaal voor zorgaanbieders en zorgverzekeraars om de kwaliteit van de zorg op een hoger peil te brengen. Het Kwaliteitsinstituut, dat in april 2014 van start is gegaan, heeft hierin een belangrijke aanjagende taak.

Ondanks de behaalde resultaten is het ook in de toekomst van groot belang dat we de zorguitgaven blijven beheersen. De zorgvraag blijft de komende jaren toenemen. Het is mogelijk om hieraan tegemoet te komen als we ruim baan maken voor innovatie die bijdraagt aan lagere kosten, meer zorg in dezelfde tijd en meer vrijheid en aandacht voor de patiënt. De technologische ontwikkelingen, die in versneld tempo doorgaan, bieden kansen om zorg efficiënter te organiseren en de zelfredzaamheid en de kwaliteit van leven van mensen te vergroten. De ontwikkeling van e-health kan ook een wezenlijke bijdrage leveren aan het inbedden van preventie in de zorg. Daarmee besparen we ook onnodige uitgaven.

Met de hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning komen we eveneens tegemoet aan de veranderde eisen en wensen van mensen. Het jaar 2015 is cruciaal. Gemeenten worden op grond van de Wmo in 2015 voor het grootste deel verantwoordelijk voor ondersteuning thuis. Voor de verpleging thuis zal die verantwoordelijkheid bij zorgverzekeraars komen te liggen. Tegelijk is het streven dat per 1 januari 2015 ook de Wet langdurige zorg in werking treedt. Deze transformatie is ingrijpend, maar biedt een nieuw perspectief. Zorgverleners kunnen beter inspelen op de wensen, mogelijkheden en beperkingen van mensen, daarbij rekening houdend met hun persoonlijke omstandigheden. Centraal staat wat iemand nodig heeft. Zo organiseren we zorg en ondersteuning dichterbij mensen.

Alle belanghebbenden in de zorg, maar ook daarbuiten – zoals gemeenten, werkgevers, werknemers en andere deskundigen – zijn intensief bij de hervorming betrokken. Zij werken hard om de invoering én omslag mogelijk te maken. Er ligt een verantwoord pakket maatregelen, wettelijke kaders en goede afspraken zodat de continuïteit van ondersteuning en zorg gewaarborgd blijft.

Het komende jaar is het eerste van de Jeugdwet. Jongeren en gezinnen kunnen dan voor alle ondersteuning en zorg terecht bij hun gemeente. Zij krijgen daarmee een duidelijk aanspreekpunt voor hun hulpvraag. Onder het motto «1 gezin, 1 plan, 1 regisseur» ligt de nadruk op preventie. In 2015 steken gemeenten en Rijk samen veel energie in een verantwoord transitieproces. Tegelijkertijd moet hard worden gewerkt aan de inhoudelijke doelstellingen van de Jeugdwet. Daarvoor zijn de gemeenten in eerste instantie verantwoordelijk. Het Rijk biedt ondersteuning, in samenspraak met gemeenten, landelijke en regionale organisaties.

De omslag in de zorg vraagt veel van patiënten, zorgverleners, burgers en bestuurders, maar levert ook veel op: meer gezondheid, meer comfort en meer kwaliteit van leven. Wij zijn trots op alle mensen in de zorg die zich hebben ingezet om deze omslag mogelijk te maken. Hun energie, creativiteit en innovatie is keihard nodig. Alleen samen kunnen we de aansluiting tussen de verschillende zorgvormen versterken. Zo komen we daadwerkelijk «van systemen naar mensen».

We realiseren ons dat de gemaakte afspraken over de stelselwijzigingen niet kunnen voorkomen dat mensen zich zorgen maken over de veranderingen. Ook gewenste, noodzakelijke en breed gedragen hervormingen kunnen gepaard gaan met onzekerheden en mogelijk incidenten. We proberen dan ook zo veel mogelijk zekerheid te bieden en incidenten te voorkomen.

Deze beleidsagenda geeft onze visie voor 2015 en is tegelijkertijd ook een aanzet voor de discussie over vraagstukken die de komende jaren op ons afkomen. Sommige onderwerpen worden hier niet of slechts kort behandeld, maar komen terug bij de begrotingsartikelen. De beleidsagenda gaat achtereenvolgens in op: onze gezamenlijke aanpak om dwars door de schotten de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg te waarborgen; preventie en gezondheidsbescherming; de curatieve zorg; de ondersteuning en langdurige zorg; en jeugdzorg. De afsluitende paragraaf beschrijft het financiële beeld op hoofdlijnen.

2. Dwars door schotten heen

Ook de komende periode is het onze prioriteit om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden voor iedereen die dat nodig heeft en tegelijkertijd de kwaliteit te verbeteren. Met de ingezette hervormingen van het zorgstelsel hebben we hiervoor de basis gelegd. Nu begint pas de daadwerkelijke omslag naar betere en betaalbare zorg. Patiënten, artsen en andere zorg- en hulpverleners, zorgverzekeraars, bestuurders: zij zijn samen aan zet om de veranderingen echt succesvol te laten zijn. Het vraagt een voortdurende inspanning om de resultaten te behouden en verder te verbeteren. Dit vraagt ook een meer patiëntgerichte manier van denken en werken, dwars door schotten heen. Toepassing van innovaties is daarvoor essentieel.

Betaalbaarheid

Mensen blijven langer gezond en leven steeds langer. Daardoor kunnen zij ook langer doorwerken. Betere behandelingen zorgen voor korter ziekteverzuim. En chronisch zieken kunnen vaak gewoon functioneren op de werkvloer, dankzij betere zorg en begeleiding. De zorg levert dus grote welvaartswinst op. Maar doordat we meer en betere zorg vragen en krijgen, nemen ook de uitgaven toe. Dat merken mensen – direct of indirect – in hun portemonnee. Het kabinet beperkt de groei van de collectieve zorguitgaven met een breed pakket aan hervormingen, zowel in de curatieve als in de langdurige zorg. Die lagere groei leidt ook tot een lagere groei van de gemiddelde zorgkosten per volwassene. Er is per saldo geen sprake van bezuinigingen maar van «minder meer».

Het meest zichtbare bedrag dat mensen betalen voor zorg is de premie voor het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Deze premie komt in 2015 naar verwachting uit op 1.211 euro. Dit is ongeveer even hoog als de gemiddelde zorgpremie in 2012 en 2013. Ten opzichte van 2014 stijgt de zorgpremie. Een deel van de premiestijging volgt uit de overhevelingen uit de AWBZ. Het grootste deel valt echter toe te schrijven aan een wettelijke correctie van de verhouding tussen wat mensen zelf aan zorgpremie betalen en het deel dat via de werkgever loopt: de inkomensafhankelijke bijdrage. Doordat zorgverzekeraars de zorgpremie in 2014 lager hebben vastgesteld, hebben werkgevers het afgelopen jaar te veel betaald. Dit wordt nu rechtgetrokken waarmee de geldende 50/50-verdeling hersteld wordt.

Veel mensen maken zich niet alleen zorgen over de ontwikkeling van de zorgpremie, maar ook over het verplichte eigen risico. Dit stijgt in 2015 naar ten minste 375 euro, een toename van 15 euro ten opzichte van 2014. Daar tegenover staat dat de eigen betalingen voor verpleging en verzorging vervallen. Ook houden huishoudens met een laag inkomen recht op zorgtoeslag, zodat zij (deels) worden gecompenseerd voor de stijging van de zorgpremie en het eigen risico.

Geld voor zorg besteden aan zorg

Geld voor de zorg moet ook echt worden besteed aan zorg. In 2013 hebben wij de aanpak van fraude, verspilling en overbodige administratieve lasten een impuls gegeven.

Fraude is onaanvaardbaar. Binnen het Ministerie van VWS is een nieuwe programmadirectie Fraudebestrijding Zorg opgericht. Deze programmadirectie coördineert een samenhangende aanpak: preventie, toezicht, opsporing en vervolging van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.

Het Meldpunt Verspilling in de zorg heeft sinds de opening in mei 2013 ruim 20.000 reacties ontvangen. Daaruit blijkt een grote betrokkenheid van patiënten, mantelzorgers en zorgverleners. Via het programma «Aanpak verspilling» werken inmiddels zo’n 50 partijen samen. Tot nu toe zijn 24 acties in gang gezet. Die gaan van een pilot heruitgifte van ongebruikte dure geneesmiddelen, tot het terugdringen van de registratielast, zodat meer tijd overblijft voor de cliënt. Via een website die in september 2014 online gaat, blijven melders en zorgverleners op de hoogte van de resultaten. Ook toont de site goede initiatieven ter inspiratie.

Hoe minder administratieve lasten, hoe meer tijd voor het leveren van zorg. In de Agenda voor de zorg werken wij daarom met veldpartijen aan een aanpak die de regeldruk verder moet verminderen. Het Kwaliteitsinstituut (KI), dat is ondergebracht bij het nieuw opgerichte Zorginstituut Nederland (ZiNL), pakt de regeldruk aan door samen met het veld eenduidige meetinstrumenten en standaarden te maken voor de kwaliteit van zorg. Zo stoppen we de wildgroei van keurmerken, registraties, accreditaties en indicatoren. Voor de toegenomen regulering bij de markttoelating, waardoor patiënten (te) lang moeten wachten op nieuwe geneesmiddelen, is een aanpak op Europees niveau nodig. Wij willen ons hiervoor hard maken tijdens het EU-voorzitterschap van Nederland in de eerste helft van 2016.

Arbeidsmarkt

De hervormingen in de zorg hebben gevolgen voor de arbeidsmarkt. Samen met de minster van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben wij een actieplan opgesteld om ontslagen in de zorg te beperken. Onderdeel is de introductie van de toelage huishoudelijke hulp. Met een bedrag van 75 miljoen euro kunnen tien- tot dertienduizend huishoudelijke hulpen langer hun baan behouden. Daarnaast stellen wij een Taskforce Transitie Langdurige Zorg in om gemeenten en zorgaanbieders bij elkaar te brengen en problemen rond de inkoop van zorg op te lossen. Om mensen van werk naar werk te begeleiden en om te scholen hebben werkgevers en werknemers in de langdurige zorg samen met het Rijk het Sectorplan Zorg opgesteld. Het plan kost 200 miljoen euro, waarvan de helft door het Rijk wordt betaald en de andere helft door de sector zelf. Via het landelijke onderzoeksprogramma Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn houden wij de arbeidsmarkteffecten nauwlettend in de gaten.

De veranderingen in de zorg, waarbij mensen zelfredzamer zullen worden en zorg dichterbij huis wordt georganiseerd, vragen van zorgverleners om anders te gaan werken en nieuwe vaardigheden op te doen. Er zullen nieuwe beroepen ontstaan. Sommige beroepen verdwijnen. In 2015 verschijnt een rapport van de Adviescommissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen dat de basis moet leggen voor een nieuwe, toekomstgerichte beroepen- en opleidingsstructuur. De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is in 2013 geëvalueerd. In 2015 wordt deze wet waar nodig aangepast.

In het arbeidsmarktbeleid dienen we ook aandacht te besteden aan specifieke groepen patiënten. Het aspect werk moet een grotere rol gaan spelen in de zorg. Bijvoorbeeld om mensen met een chronische ziekte aan het werk te houden. Of bij de re-integratie van mensen die een burnout hebben (gehad). Komend jaar nemen we daartoe initiatieven.

Innovatie

De transformatie van de zorg kan niet zonder toepassing van vernieuwingen. Technologie speelt daarin een grote rol. Een verkenning van de mogelijkheden hebben wij onlangs beschreven in de publicatie «De maatschappij verandert. Verandert de zorg mee?» (TK 27 529, nr. 130, blg. 360552).

E-health en slimme thuistechnologie (domotica) stellen mensen in staat zorg in te passen in hun dagelijks leven. Dat levert meer comfort op en sluit aan bij de wens van mensen om de regie te nemen over hun eigen leven en om bijvoorbeeld te werken met een chronische ziekte. Ook nemen e-health en domotica werk uit handen van zorgverleners, zodat meer tijd overblijft voor de menselijke kant van zorg.

Zelfzorg en zelfredzaamheid zijn belangrijk in onze gezondheidszorg. Pas als mensen er zelf niet uitkomen, is professionele hulp aan de orde. Bij een groot deel van de hulpvraag gaat het om geruststelling. Het kunnen vinden van betrouwbare hulp en methodes is dan ook cruciaal. E-health kan hierbij een grotere rol spelen. Ook in bestaande behandelingen kunnen e-health en andere innovaties een belangrijke rol spelen, denk aan e-mental health en de inzet van apps bij medicatiebegeleiding of therapietrouw. Beveiliging en privacy moeten dan wel op orde zijn. Het wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling in de zorg, ligt ter behandeling in de Eerste Kamer. Pas als de randvoorwaarden wettelijk zijn verankerd, kan e-health de rol in de gezondheidszorg spelen die past bij deze tijd, waarin mensen voor heel veel zaken al gebruik maken van internet, apps en andere technologie.

Vooral chronisch zieken kunnen enorm aan zelfredzaamheid winnen als zij meer gebruik kunnen maken van nieuwe technologie. Zeker nu deze groep groeit, zoals uit de recent verschenen Volksgezondheid Toekomst Verkenning van het RIVM blijkt. We willen dat tachtig procent van de chronisch zieken binnen vijf jaar direct toegang heeft tot de eigen medische gegevens. Hierdoor zijn bijvoorbeeld medicatie-informatie en testresultaten snel beschikbaar. Voor iedereen die thuis zorg en ondersteuning krijgt, moet het bovendien mogelijk zijn om via een beeldscherm 24 uur per dag met een zorgverlener te communiceren, waardoor mensen langer veilig thuis kunnen wonen. Komend jaar verkennen we hoe (kosten)effectieve toepassingen van e-health kunnen worden doorgevoerd.

Betrouwbare registers zijn in de zorg steeds belangrijker, zowel voor patiënten en zorgaanbieders als voor het toezicht. Wie is wie, wie kan wat en wie mag wat? Dat vraagt om goede (digitale) ontsluiting van deze gegevens. Wij willen dat het CIBG op termijn dé organisatie binnen de rijksoverheid wordt op het gebied van registratie van gecertificeerde gegevens. Het CIBG staat voor een uitdagend jaar waarin in ICT geïnvesteerd moet worden om de organisatie up to date te brengen.

Moet alles wat kan?

Investeren in kwaliteit en technologie is belangrijk. Maar de medische vooruitgang die hiermee wordt geboekt, maakt het gesprek over zinnig en zuinig gebruik tussen zorgverleners en patiënten cruciaal. Patiënten moeten een afweging kunnen maken tussen de impact die een ingreep op hun leven heeft en wat ze met deze ingreep willen bereiken. In de brief «Moet alles wat kan?» (TK 29 689, nr. 535) geven wij onze visie op de rol van de arts en de patiënt en op de verantwoordelijkheid van de overheid bij de technische, ethische en financiële afwegingen die hiermee samenhangen. Wij stimuleren zorgprofessionals, bestuurders en patiënten het gesprek aan te gaan over de vraag in hoeverre de behandeling bijdraagt aan de kwaliteit van leven, de gezondheid en zelfredzaamheid van de patiënt. Patiënten moeten dan wel beschikken over de juiste informatie. De Beter-niet-doen-lijst, ontwikkeld door de universitair medische centra, kan patiënten en artsen bijvoorbeeld snel en begrijpelijk laten zien welke behandelingen niet zinnig en zuinig zijn.

3. Preventie en gezondheidsbescherming

Onze aandacht richt zich vaak op het beter maken van mensen. Net zo belangrijk is voorkomen dat mensen ziek en afhankelijk van zorg worden. Ook moeten we alert blijven op (nieuwe) gezondheidsrisico’s. Preventie en gezondheidsbescherming dragen bij aan de kwaliteit van leven, de zelfredzaamheid van mensen en de betaalbaarheid van de zorg. Mensen gaan over hun eigen leefstijl. De overheid, scholen, werkgevers, de levensmiddelenindustrie, sportverenigingen enzovoort vormen de omgeving van mensen en samenwerking is cruciaal om de gezonde keuze de gemakkelijke keuze te laten zijn.

Mensen zijn zich steeds bewuster van hun eigen gezondheid en velen zien preventief (zelf)onderzoek als een manier om zelf invloed uit te oefenen op hun gezondheid. E-health biedt veel kansen om gezondheidsrisico’s vroeg op te sporen, maar preventief (zelf)onderzoek heeft ook nadelen. Wij vinden het erg belangrijk dat mensen inzicht hebben in het nut en de risico’s van zulke onderzoeken. De beroepsgroep heeft hiervoor een eerste richtlijn opgesteld. Wij hebben de Gezondheidsraad gevraagd te adviseren over de kwaliteitseisen waaraan elke vorm van screening moet voldoen en of en zo ja binnen welke kaders preventief onderzoek kan worden toegepast. Begin 2015 komen wij hier op terug.

Preventie is een zaak van lange adem en vraagt om een gezamenlijke inspanning. We zijn blij om te zien dat zo veel verschillende partners – zorgaanbieders, gemeenten, zorgverzekeraars, werkgevers, sportverenigingen, scholen en maatschappelijke organisaties – de handen ineen slaan. Tijdens de startconferentie van het Nationaal Programma Preventie (NPP) «Alles is gezondheid» hebben meer dan 100 private en publieke partijen zich verbonden aan de beweging die moet leiden tot een gezonder en vitaler Nederland. Inmiddels zijn er 70 «pledges» (concrete toezeggingen) gedaan. Zo verbinden we zo veel mogelijk organisaties en mensen aan onze preventiedoelstellingen. Ook komend jaar zullen we die gebundelde inzet en energie benutten voor een gezonder en vitaler Nederland.

Veel mensen hebben last van overgewicht. In het Convenant Gezond Gewicht zetten publieke en private partijen zich in om de toenemende trend van overgewicht bij kinderen en volwassenen te doorbreken. Het Convenant zet zijn werk voort in 2015, op basis van de ervaringen uit de periode 2010–2014. Alle partijen werken hard aan het realiseren van een gezonder aanbod in kantines op school, de sportvereniging en op het werk. Het streven is dat alle schoolkantines het label «gezond» krijgen. Ook via de Jongeren op Gezond Gewicht-aanpak (JOGG) zetten we in op een gezonde jeugd in een gezonde omgeving. Eind mei 2014 werkten 59 gemeenten met deze methode. De ambitie is om in 2015 te groeien naar 75 gemeenten.

Wie voldoende sport en beweegt heeft minder kans op gezondheidsklachten. Iedereen moet dicht bij huis actief kunnen zijn. Met het programma Sport en Bewegen in de Buurt geven we daar landelijk invulling aan. Het programma levert ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling en weerbaarheid van kinderen, het leren over sportiviteit en respect, meedoen in de maatschappij en leefbaarheid in de buurt. Er is geld beschikbaar gesteld voor 2.900 fte buurtsportcoaches. In 2014 waren er al 2.851 aan de slag in 378 gemeenten. Zij creëren een breed sport- en beweegaanbod dat aansluit bij de lokale wensen. Ook via de regeling Sportimpuls is geld beschikbaar voor sport- en beweegaanbieders om activiteiten te ontwikkelen voor mensen die nu nog niet of te weinig sporten en bewegen.

Drinken en roken onder jongeren moet zo veel mogelijk worden voorkomen. Om die reden is in 2014 de minimumleeftijd waarop alcohol en tabak aan jongeren mag worden verkocht, verhoogd naar 18 jaar. Met de meerjarige publiekscampagne NIX18 wil het kabinet de sociale norm verankeren dat jongeren onder de 18 niet roken en drinken. Bovendien willen we meer rookvrije scholen via de Gezonde School Methode. Vanaf 2015 geldt ook voor kleine cafés weer een rookverbod. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de uitvoering van de Europese tabaksproducten richtlijn. Wij vinden het belangrijk om de dalende trend van het aantal rokende jongeren vast te houden. Voor beide wetten is handhaving belangrijk, maar het is net zo cruciaal dat ouders duidelijke normen stellen.

Antibiotica-resistentie is een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en staat hoog op de nationale en stijgt op de internationale agenda. We concentreren ons nu op het voorkomen van infecties, zinnig en zuinig gebruik van antibiotica en het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe antibiotica. Omdat de maatregelen zowel in de gezondheidszorg als in de veehouderij nodig zijn, werken we nauw samen met de Staatssecretaris van Economische Zaken. Ons doel is om in 2015 het gebruik van antibiotica in de veehouderij met 70% te reduceren ten opzichte van het gebruik in 2009. Ook internationaal vraagt Nederland al enige tijd aandacht voor dit thema, onder meer met de recente antibioticatop in Den Haag. Het EU-voorzitterschap van Nederland in de eerste helft van 2016, biedt mogelijkheden om de dreiging van antibioticaresistentie internationaal hoger op de agenda te krijgen en te verankeren.

Consumentenbescherming is een belangrijke taak van de overheid. Denk aan de bescherming van de consument tegen onveilige huishoudelijke producten of onveilige voedingsmiddelen. De affaire met paardenvlees en andere incidenten met levensmiddelen laten zien dat voedselfraude gevolgen heeft voor het consumentenvertrouwen en mogelijk voor de volksgezondheid. De Taskforce Voedselvertrouwen werkt de komende periode samen met het bedrijfsleven aan de uitvoering van een actieplan (TK 26 991, nr. 361).

Het bedrijfsleven is verantwoordelijk voor het op de markt brengen van veilige en betrouwbare producten. Tegelijkertijd is het van belang dat mensen kennis hebben van hun eigen mogelijkheden om voedselvergiftiging te voorkomen. Deze kennis is bij veel mensen latent aanwezig. Met een publiekscampagne die in het najaar van 2014 van start gaat, activeren we die kennis. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moet goed zijn toegerust om toezicht te houden. Daarom is besloten de NVWA de komende jaren organisatorisch te versterken.

4. Curatieve zorg

Iedereen moet kunnen rekenen op goede en betaalbare zorg. Thuis of dicht bij huis als het kan en verder weg als het moet. Met de in 2013 afgesloten hoofdlijnenakkoorden hebben we een goede basis gelegd voor minder groei en meer kwaliteit in de curatieve zorg. De verschillende partijen hebben daar met veel energie en inzet aan gewerkt. Maar we zijn er nog niet. De komende periode komt het erop aan het stelsel verder te verbeteren. De matiging van de groei en de kwaliteitsverbetering moeten verankerd raken in het stelsel én in het denken en doen van zorgverleners en patiënten.

Voor zo’n goed functionerend stelsel is een aantal zaken cruciaal: de eerste lijn moet in staat zijn om mensen zo veel mogelijk zorg thuis of dicht bij huis te bieden. Innovatie moet ruim baan krijgen. Niet alleen om de zelfredzaamheid en het comfort van mensen te vergroten, maar ook om zorgverleners te ontlasten. Zij hebben dan meer tijd voor de menselijke aspecten van de zorg. Mensen moeten inzicht hebben in de kwaliteit van zorg, zodat zij overwogen keuzes kunnen maken.

Zorgverzekeraars moeten weten wat de uitkomsten van zorg zijn, om op basis van kwaliteit te kunnen inkopen. Daarvoor is ook nodig dat zij niet verplicht zijn ondoelmatige zorg te vergoeden. Tegelijkertijd zullen zorgverzekeraars ook meer risico lopen. Maar ook bij een goed functionerend stelsel blijft het van belang dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt om alleen nog zorg te bieden die zinnig en zuinig is.

De eerstelijnszorg in Nederland levert een onmisbare bijdrage aan een gezonde samenleving met toegankelijke zorg dichtbij. Mensen gaan als eerste naar zorgaanbieders in de eerste lijn, en de huisarts in het bijzonder, als ze vragen hebben over hun gezondheid. Nederlanders zijn daar zeer tevreden over. Onze gezondheidszorg staat niet voor niets al jaren op 1 in Europa als het gaat om de beoordeling door patiënten. De eerstelijnszorg zal de komende jaren nog belangrijker worden. Mensen willen, ook als ze ouder zijn of chronisch ziek, zo veel en zo lang mogelijk in hun eigen omgeving blijven functioneren, thuis blijven wonen en participeren in de maatschappij.

Hiervoor hebben we een eerste lijn nodig waarin verschillende professionals, zoals huisartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen en paramedici goed samenwerken. Van daaruit kunnen zij verbindingen leggen met gemeenten, GGD-en en ziekenhuizen. Versnippering van zorg in de eerste lijn willen we voorkomen. Een sterkere eerste lijn kan de patiënt, al dan niet met behulp van technologie, ondersteunen om zelf een grotere rol te spelen in behandelingen. Dit is ook van belang om het beroep op zwaardere zorg en (langdurige) ziekenhuisopnamen zo veel mogelijk te voorkomen.

De wijkverpleegkundige krijgt een centrale rol in de buurt, met veel vrijheid om de zorg zelf in te richten. De wijkverpleging zal vanaf 2015 worden betaald door de zorgverzekeraar en valt niet onder het eigen risico. Tegelijkertijd wordt voor de huisartsenzorg vanaf 2015 een nieuw bekostigingsmodel ingevoerd. Het is gericht op samenwerking van zorgprofessionals en beloont op basis van resultaten van zorgverlening. De bekostigingsmodellen van de wijkverpleegkundige en de huisarts zijn volgens eenzelfde structuur opgezet.

Eenvoudige zorg die nu nog in het ziekenhuis wordt geleverd, zal steeds meer in de eerste lijn worden aangeboden. Dit vraagt om betere samenwerking tussen huisartsen en medisch specialisten. Het meekijk-consult is hiervan een goed voorbeeld en kan vanaf 2015 worden ingekocht. De huisarts kan de medisch specialist dan laten meekijken bij een behandeling en daardoor patiënten langer en beter passende zorg bieden.

Het verbeteren van de positie van de patiënt is nog steeds onze hoogste prioriteit. Transparantie van kwaliteit is daarvoor cruciaal. Patiënten moeten weten wat goede zorg is en bij welke zorgaanbieders ze moeten zijn om die goede zorg te krijgen. Het Kwaliteitsinstituut (KI) dat is ondergebracht bij het nieuwe Zorginstituut Nederland (ZiNL) brengt de kwaliteit van geleverde zorg in beeld. Ook zal het KI via www.kiesbeter.nl de veelheid van informatie over de zorg zo veel mogelijk op één plek inzichtelijk maken. Het KI heeft daarnaast de bevoegdheden om vaart te brengen in het ontwikkelen van nieuwe standaarden en meetinstrumenten; zorgaanbieders blijven hier natuurlijk zelf in eerste instantie verantwoordelijk voor. Het KI stelt met alle partijen in het zorgveld een meerjarenagenda op van standaarden en instrumenten die als eerste moeten worden aangepakt.

Zorgverleners zijn vanaf 1 juni 2014 verplicht om aan de zorgverzekeraar op te geven wat ze precies hebben gedaan. Dat moet voor patiënten een begrijpelijke zorgnota opleveren. Verzekerden kunnen onjuiste declaraties zo beter signaleren en die melden bij hun zorgverzekeraar, maar krijgen ook beter inzicht in hun eigen zorggebruik.

Veilige zorg vraagt blijvende aandacht. Ook hierbij is transparantie een belangrijk middel. Vooral medisch specialisten zijn hard bezig om inzichtelijk te maken wat behandelingen nu eigenlijk opleveren voor mensen. Dit helpt hen bij het verbeteren van de zorg. Maar het is ook belangrijke (keuze)informatie voor patiënten en voor zorgverzekeraars bij de zorginkoop. Het is cruciaal om de ervaringsdeskundigheid van patiënten hierbij te betrekken. Het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) dat onder meer voorziet in een laagdrempelige en effectieve behandeling van klachten en geschillen in de zorg, kan hieraan bijdragen. Dit voorstel ligt ter behandeling in de Eerste Kamer. Daarnaast zal de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) actief toezien op de grootste risico’s voor patiëntveiligheid (TK 31 016, nr. 66).

Zinnige en zuinige zorg krijgt steeds meer vorm. Denk hierbij aan de beter-niet-doen-lijst van de Nederlandse Federatie van Universitair Medisch Centra (NFU) en het project IMAGINE van de Stichting Topklinische Ziekenhuizen, waarbij een verbetering van kwaliteit en veiligheid tot lagere kosten leidt. Veel artsen gaan het gesprek aan met hun patiënten over de medische noodzaak van een behandeling en hoe die wel of niet bijdraagt aan de kwaliteit van leven. Gepast gebruik van zorg is ook een belangrijk element in de kwaliteits- en doelmatigheidsagenda die wij onlangs samen met een groot aantal partijen voor de medisch-specialistische zorg hebben opgesteld.

Helaas komt ongepast gebruik van zorg nog geregeld voor, net als over- of onderbehandeling. De verschillen tussen ziekenhuizen en tussen regio’s zijn aanzienlijk, zo toont ook recent onderzoek van Zorgverzekeraars Nederland aan. Dat moet anders. Zo moeten zorgverzekeraars bij hun zorginkoop afspraken maken met de zorgaanbieders over gepast gebruik. Het is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder om gepaste zorg te leveren en correct te declareren. De verzekerde kan bijdragen door alleen maar gepaste zorg te vragen. Alleen met elkaar kunnen we verspilling en onnodig gebruik van zorg terugdraaien en de kwaliteit en betaalbaarheid van zorg bevorderen.

Het is onze ambitie dat mensen blijven profiteren van de meest innovatieve vormen van zorg. Om de innovatieve ontwikkeling in het basispakket te vergroten, wordt in 2015 dan ook een aantal behandelingen en medicijnen onder strikte voorwaarden toegelaten tot het verzekerde pakket. Het kabinet besluit later of deze behandelingen en medicijnen daadwerkelijk worden toegelaten. Daarvoor moeten innovatieve vormen van zorg hun therapeutische meerwaarde en kosteneffectiviteit in de praktijk aantonen.

Met ingang van 2015 worden zorgverzekeraars volledig risicodragend voor de medisch-specialistische zorg en ontvangen zij achteraf geen compensatie meer van de overheid voor de daadwerkelijke schadelast. Met het afbouwen van deze ex-post risicoverevening stimuleren wij zorgverzekeraars en zorgaanbieders om afspraken te maken over het toepassen van doelmatige behandelingen en het verbeteren van de kwaliteit, rekening houdend met de wensen van patiënten.

Ook het aanscherpen van artikel 13 uit de Zorgverzekeringswet stimuleert zorgverzekeraars om betere zorg voor een lagere premie in te kopen. Als het wetsvoorstel door de Eerste Kamer wordt aangenomen, wordt het voor zorgverzekeraars vanaf 2016 mogelijk om niet-gecontracteerde zorgaanbieders niet langer te vergoeden. De aanscherping draagt bij aan een beheerste ontwikkeling van de zorguitgaven en biedt mensen de mogelijkheid om zich tegen een minder hoge prijs te verzekeren van goede zorg. Tevens willen we ongewenste schaalvergroting in de tweede lijn en in de ggz voorkomen, zodat mensen iets te kiezen houden.

Om te kunnen blijven innoveren en tegemoet te komen aan de snel veranderende eisen die de maatschappij stelt, moeten zorgaanbieders van medisch-specialistische zorg, zoals ziekenhuizen, meer mogelijkheden krijgen om kapitaal aan te trekken. Het wetsvoorstel over het vergroten van de investeringsmogelijkheden in de medisch-specialistische zorg maakt investeringen door kapitaalverschaffers in het eigen vermogen van ziekenhuizen mogelijk. De weerbaarheid van ziekenhuizen wordt dan groter, waardoor zij minder afhankelijk zijn van banken. Het wetsvoorstel ligt op dit moment ter behandeling in de Eerste Kamer.

Omdat wij de informatievoorziening over de zorguitgaven sterk willen verbeteren, hebben wij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) opdracht gegeven om de prestatiestructuur voor de medisch-specialistische zorg te wijzigen. De maximale duur van de DBC’s wordt met ingang van 2015 verkort van 365 dagen tot 120 dagen. Dit is cruciaal om veel sneller te kunnen bijsturen bij (een dreiging van) overschrijdingen. Met de sector werken we in de tweede helft van 2014 verder aan de verbetering van administratieve processen. Deze en andere maatregelen zijn beschreven in de tussenrapportage Verbetering Informatievoorziening Zorguitgaven (TK 29 248, nr. 265).

Tot slot: hoewel we voortdurend werken aan een beter zorgsysteem, heeft Nederland al een goede en kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg. Veel landen tonen interesse in ons systeem. De vraagstukken waar wij mee te maken hebben – zoals vergrijzing, het vinden van voldoende en goede arbeidskrachten en een grotere behoefte aan zelfredzaamheid en autonomie van patiënten – spelen ook in andere landen. We kunnen onze kennis exporteren en behandelingen aanbieden aan inwoners van andere landen die bereid zijn daarvoor te betalen. Het kabinet organiseert in het najaar een zorgtop over de export van de Nederlandse zorg om kennis op het gebied van life sciences en health beter te gelde te maken. Daarnaast zal het kabinet initiatieven ondersteunen gericht op de export van nieuwe technologieën in de zorg. Ook daarmee dragen we bij aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van onze zorg.

5. Langdurige zorg en ondersteuning

Ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en mensen met een psychische aandoening kunnen in Nederland rekenen op goede ondersteuning en zorg. Dat willen we zo houden, ook voor toekomstige generaties. De ondersteuning en zorg moeten passen bij de individuele wensen, mogelijkheden en beperkingen van mensen. Kwaliteit van leven en waardigheid zijn daarbij kernbegrippen. We willen de kwaliteit van ondersteuning en zorg verder verbeteren en betaalbaar houden door de kosten te beheersen en verspilling tegen te gaan. Tegelijk willen we waardig om blijven gaan met kwetsbare mensen. We willen ook naar een samenleving waarin iedereen zich afvraagt wat we zelf kunnen bijdragen en wat we voor een ander kunnen doen.

Hiertoe hervormen we de langdurige zorg en ondersteuning om die meer cliëntgericht en toekomstbestendig te laten zijn. 1 In de brief Hervorming langdurige zorg; naar een waardevolle toekomst (TK 30 597, nr. 296) heeft het kabinet zijn toekomstvisie neergelegd, waarin de zorg meer rekening houdt met wat mensen willen en kunnen. Dat willen we voor iedereen die dat nodig heeft, ook voor mensen met een kleine portemonnee.

Het stelsel van langdurige zorg en ondersteuning moet beter aansluiten bij de ontwikkelingen en eisen van deze tijd. Zowel in de ouderenzorg, de geestelijke gezondheidszorg als in de gehandicaptenzorg zien we dat mensen langer meedoen, langer zelfstandig blijven en zelfredzaam zijn. Dat komt onder meer tot uitdrukking in woonvormen die passen bij de wensen en mogelijkheden van cliënten. De visie achter de hervorming van de langdurige zorg is dat mensen centraal staan en niet de systemen. We gaan uit van wat mensen wél kunnen. Kwaliteit van leven en welbevinden staan voorop. We bieden maatwerk, want geen twee mensen zijn hetzelfde en we moeten ongelijke situaties niet gelijk behandelen.

Met de hervorming vereenvoudigen we het systeem zodat het logischer wordt en duidelijker. Voorheen kregen mensen bijvoorbeeld zorg van de huisarts uit de Zorgverzekeringswet (Zvw), verpleging thuis uit de AWBZ en ondersteuning uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Vanaf 2015 krijgen zij zorg uit de Zvw en alle ondersteuning uit de Wmo. Dat is voor mensen die thuis wonen een loket minder. Zo wordt het mogelijk passende zorg en ondersteuning beter vorm te geven en creëren we meer ruimte voor lokaal maatwerk door professionals, mantelzorgers en vrijwilligers. Er ontstaan ook meer mogelijkheden voor hen om verbinding te leggen tussen het medische en het sociale domein. Daarom worden de taken van gemeenten en zorgverzekeraars uitgebreid.

De nieuwe Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie en regelt die ondersteuning, toegesneden op de persoonlijke situatie van mensen. De ondersteuning is erop gericht dat mensen die dat nodig hebben, met ondersteuning voor henzelf of voor hun mantelzorgers, zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Het is belangrijk dat mensen met beperkingen zoveel mogelijk in staat worden gesteld op gelijke voet te participeren en deel te nemen aan het dagelijkse leven. Gemeenten krijgen daarom de opdracht de toegankelijkheid te verbeteren van voorzieningen, zodat mensen met een beperking kunnen meedoen in de samenleving.

De voorgenomen ratificatie en uitvoering van het VN-Verdrag voor mensen met een handicap, waarvoor de Staatssecretaris van VWS coördinerend bewindspersoon is, draagt ook in belangrijke mate bij aan het bevorderen van de participatie van mensen met een beperking. Na een lange voorbereidingstijd hopen we dat de invoering van het verdrag – conform het voornemen uit het regeerakkoord – in 2015 kan plaatsvinden.

Waar de Wmo 2015 gaat over ondersteuning, richt de Zorgverzekeringswet zich op zorg met een medisch karakter. Met ingang van 1 januari 2015 worden verpleging en verzorging (lijfgebonden zorg) – voor mensen die dus nog thuis wonen – opgenomen in het basispakket. Door het recht op wijkverpleegkundige zorg op te nemen in de aangepaste Zvw kunnen wijkverpleegkundigen een belangrijke rol spelen in passende zorg en ondersteuning, die ons voor ogen staat.

Wijkverpleegkundigen komen bij de mensen thuis, zijn makkelijk aanspreekbaar en kennen de weg binnen de gezondheidszorg, gemeenten en welzijnsorganisaties. Samen met de huisarts kunnen zij mensen helpen zo lang mogelijk thuis te wonen. Samenwerking tussen professionals in de eerste lijn, zoals wijkverpleegkundigen, huisartsen en verzorgenden is van groot belang om samenhangende zorg aan mensen te kunnen bieden. Dat krijgt bijvoorbeeld vorm in de sociale wijkteams. Zo komen het medisch en sociale domein bij elkaar. We willen toe naar een situatie waarin we mensen in de ogen kijken en vragen wat ze echt nodig hebben. Daarom is ook wettelijk vastgelegd dat zorgverzekeraars en gemeenten afspraken moeten maken over de inzet van de wijkverpleegkundige en de afstemming tussen zorg en maatschappelijke ondersteuning in de wijk.

Voor de meest kwetsbare ouderen en gehandicapten is er de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze wet die op 1 januari 2015 moet ingaan, garandeert voor iedereen die dat nodig heeft 24 uur per dag zorg of toezicht in een veilige leefomgeving. Soms is opname in een instelling de enige optie. De wet regelt dat de kwaliteit van instellingszorg is gewaarborgd. Mensen worden waardig behandeld en hebben zo veel mogelijk een thuisgevoel. Mensen mogen echter – als het verantwoord is en de kosten niet te hoog zijn – ook kiezen om zorg thuis te krijgen in de vorm van een pgb of in natura (volledig pakket thuis).

Ook wanneer intensieve zorg in een instelling nodig is, moeten naasten betrokken kunnen blijven bij de zorg voor hun partner, familie of vrienden. We zien hoe belangrijk mantelzorgers zijn voor het geluk van de mensen om hen heen. We beschouwen mantelzorgers en zorgprofessionals als partners; zij vullen elkaar aan. Zorgaanbieders zijn op grond van de Wlz verplicht om met iedere cliënt een bespreking over zorgverlening te voeren. De resultaten daarvan leggen zij vast in een zorgplan. Bij de zorgverlening staan de wensen, mogelijkheden en behoeften van de cliënt centraal. Het sociale netwerk van de cliënt wordt betrokken bij de bespreking van het zorgplan.

De Wlz zorgt ook voor een betere verdeling van verantwoordelijkheden. Er komt meer ruimte voor de professionals in de zorg door het duidelijke onderscheid tussen de indicatie en het zorgplan. Hierdoor wordt de te verlenen zorg minder bepaald door het indicatiebesluit en meer door een gesprek over de zorg die mensen nodig hebben. Het aantal indicatiebesluiten zal aanzienlijk afnemen. Dit heeft gevolgen voor het werk en de organisatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Hiervoor zijn middelen beschikbaar.

Het is begrijpelijk dat mensen bezorgd zijn over de veranderingen waar mee ze te maken krijgen. Om cliënten, gemeenten, zorgaanbieders en cliënten- en patiëntenorganisaties tijdig te informeren en voor te bereiden op de veranderingen en om zorgaanbieders te inspireren nieuwe ondersteuningsvormen te ontwikkelen, is een zorgvuldig implementatietraject ingericht. Om gemeenten en regio’s goed te begeleiden bij de voorbereiding en uitvoering van de verschillende decentralisaties in het sociale domein zijn voor de praktische vragen en hulp ondersteuningsteams ingesteld. Ook werken wij met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) samen in het TransitieBureau Wmo dat gemeenten, zorgaanbieders en cliëntenorganisaties helpt in de voorbereiding op de transitie.

Om de veranderingen in de komende periode zo veel mogelijk voorspelbaar en beheersbaar te laten verlopen, zijn met alle betrokken partijen landelijke werkafspraken gemaakt. Centraal hierbij staan onderwerpen als zorgvernieuwing, het continueren van de zorg, de (her)bestemming van zorgvastgoed, arbeidsmarkt en een adequate informatievoorziening. Ook hebben wij het programma Aandacht voor iedereen in het leven geroepen om patiënten- en cliëntenorganisaties te ondersteunen in hun nieuwe rol. In het najaar van 2014 beginnen we met een landelijke publiekscampagne om iedereen te informeren over de veranderingen in de langdurige zorg. Ook kunnen mensen met vragen terecht bij de helpdesk www.hervorminglangdurigezorg.nl.

Gemeenten en zorgverzekeraars krijgen extra geld om zorg en ondersteuning dicht bij mensen te organiseren. Die extra middelen zijn vrijgemaakt om de overgang van taken vanuit de AWBZ naar gemeenten en zorgverzekeraars gemakkelijker te maken en meer zekerheid te bieden aan ouderen en gehandicapten die thuis willen blijven wonen.

Het kabinet wil daarnaast investeren in aanpassing van de bestaande woningvoorraad, nieuwe woonzorgconcepten en verbouw van verzorgings- en verpleeghuizen. De behoefte aan nieuwe combinaties van wonen en zorg zal immers toenemen door veranderingen in individuele voorkeuren. Met betrokken partijen zal er een agenda worden opgesteld om knelpunten in de regelgeving op te ruimen.

De hervorming van de langdurige zorg en ondersteuning is een enorme opgave en een meerjarig proces. Bij de decentralisatie van verantwoordelijkheden naar de gemeenten trekken we nauw op met het Ministerie van BZK en het Ministerie van SZW. Met de overdracht van taken in 2015 en de vele activiteiten die komend jaar worden ondernomen om de hervorming van een zachte en zorgvuldige landing te voorzien, zijn we er natuurlijk nog niet.

Zo willen en moeten we ook aandacht besteden aan speciale thema’s of problemen waar mensen nu en in de toekomst mee worden geconfronteerd. Denk bijvoorbeeld aan eenzaamheid. Een onderschat probleem, dat soms pijnlijk zichtbaar wordt wanneer iemand pas lange tijd na overlijden wordt gevonden in zijn woning. Wijkverpleegkundigen, sociale wijkteams en de gemeenten kunnen in hun contacten met mensen eenzaamheid en de dreiging van sociaal isolement zo vroeg mogelijk in beeld krijgen en in actie komen.

Door het stijgende aantal ouderen zal het aantal mensen met dementie toenemen. Het Deltaplan Dementie is een baanbrekend actieprogramma dat staat voor onderzoek en zorginnovatie om dementie beter te begrijpen, beter te behandelen en te voorkomen. Het verbetert de zorg en de kwaliteit van het leven voor de patiënt van vandaag en zoekt naar oplossingen voor de patiënt van morgen. In het Deltaplan Dementie werken patiëntenverenigingen, de wetenschap en het bedrijfsleven samen met de overheid. De hervorming van de langdurige zorg biedt meer mogelijkheden om mensen met dementie langer in hun vertrouwde omgeving te laten wonen. We starten in 2015 initiatieven om de kwaliteit van leven van mensen met dementie en hun omgeving te verbeteren. Zo wordt een regionale pilot gestart en wordt de werkgroep «Vanuit dementie bekeken» ingesteld. Deze krijgt de opdracht om vanuit het perspectief van mensen met dementie in kaart te brengen waar zij tegenaan lopen.

Er wordt hard gewerkt in de ouderenzorg en medewerkers zijn zeer gemotiveerd. Het verbeteren van de kwaliteit van de ouderenzorg gaat echter te langzaam. Dat blijkt onder meer uit een recent onderzoek van de IGZ. Langdurige zorg in een instelling wordt steeds meer complexe zorg omdat ouderen op hogere leeftijd en met zwaardere zorgvragen in een instelling komen. Minder complexe zorgvragen worden immers thuis of dichtbij huis opgevangen. Innovatie is essentieel om hierop in te spelen. Instellingen moeten daar de komende jaren mee aan de slag. Om zorgaanbieders te ondersteunen bij de verbetering van de kwaliteit stellen we voor de korte termijn vanaf 2015 extra geld beschikbaar. Voor de langere termijn stellen we samen met alle betrokken partijen in het najaar van 2014 een actieplan op.

6. Jeugdhulp

Gemeenten zijn vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. De Jeugdwet moet een einde maken aan de sterk versnipperde hulpverlening aan ouders en kinderen. Met één wet en één financieringssysteem kunnen gemeenten de jeugdhulp beter organiseren. De Jeugdwet beoogt niet alleen een verschuiving van de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid (transitie), maar ook een inhoudelijke zorgvernieuwing (transformatie). Het resultaat is samenhangende ondersteuning en zorg voor kinderen en jongeren en hun opvoeders binnen hun eigen omgeving. In 2015 geven wij bijzondere aandacht aan de samenhang tussen jeugdhulp en (passend) onderwijs.Gemeenten en het onderwijs moeten elkaar nog beter leren kennen en weten wat zij voor het kind of de jongere, het gezin en voor elkaar kunnen betekenen.Om gemeenten en scholen bij het afstemmen van hun aanpak zo goed mogelijk te ondersteunen, hebben gemeenten en de onderwijssectoren samen met de Ministeries van VWS en OCW de werkagenda «Verbinding passend onderwijs en jeugdhulp» opgesteld die in de komende periode deze afstemming moet verbeteren.

Er mogen geen kinderen tussen wal en schip vallen. De continuïteit van de jeugdhulp moet in 2015 dan ook zijn gewaarborgd. Per 1 januari 2015 moet de toegang tot jeugdhulp en de crisisopvang zijn ingericht, moet de benodigde jeugdhulp beschikbaar zijn en moeten de interne werkprocessen van gemeenten op orde zijn. De Transitieautoriteit Jeugd helpt instellingen om oplossingen te ontwikkelen, om de wettelijk verankerde aanspraak op continuïteit van hulp in 2015 te verzekeren en noodzakelijke hulpvormen te blijven behouden. De transitieautoriteit begeleidt instellingen die moeite hebben zich aan gewijzigde financiële omstandigheden aan te passen. De autoriteit blijft deze activiteiten in 2015 voortzetten.

Het is onaanvaardbaar dat jaarlijks ruim 119.000 kinderen slachtoffer zijn van kindermishandeling. Met de Jeugdwet kunnen gemeenten de regie voeren over de aanpak van kindermishandeling op de hele keten, van preventie tot hulpverlening. Gemeenten stellen een regiovisie huiselijk geweld en kindermishandeling op, en zijn volop bezig met de inrichting van het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK).

Het is van groot belang dat jeugdhulpprofessionals de ruimte krijgen om hun werk goed te doen. Dat draagt bij aan een verlaging van de ervaren regeldruk. In 2015 geldt een door het veld opgezet kwaliteitskader voor de hele jeugdhulp. Zo krijgen ouders en kinderen de zekerheid dat de hulp zoveel mogelijk door geregistreerde – dus goed opgeleide – professionals wordt uitgevoerd.

Per 2015 zal het budget voor jeugdhulp aan gemeenten op basis van historische maatstaven worden verstrekt via de integratie-uitkering sociaal domein in het Gemeentefonds. De beperkte korting van 3 procent in 2015 en de wettelijk vastgelegde overgangsrechten van bestaande zorgaanspraken maken een verantwoorde overgang mogelijk. Op dit moment worden de voorbereidingen getroffen voor een geobjectiveerde verdeling van de middelen in latere jaren.

7. Financieel beeld op hoofdlijnen

Mensen moeten altijd toegang kunnen hebben tot goede en betaalbare zorg. De komende jaren blijven wij daarom nadrukkelijk werken aan een agenda voor de zorg die ook gericht is op de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

De collectieve zorguitgaven zijn de afgelopen tien jaar fors gestegen. De uitgavengroei vanaf 2010 is aanzienlijk beperkt, mede als gevolg van de door het kabinet ingezette hervormingen. Figuur 1 geeft de historische ontwikkeling van de uitgaven van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) over het afgelopen decennium weer. Terwijl de collectieve zorguitgaven in de periode 2005–2010 nog met gemiddeld 5,7% per jaar stegen, zal de groei in de periode 2011–2015 ruim de helft lager zijn: gemiddeld circa 2,3%.

Figuur 1: Historische ontwikkeling van de netto-BKZ-uitgaven (x mln €)1

Figuur 1: Historische ontwikkeling van de 					 netto-BKZ-uitgaven (x mln €)

1 Realisatiecijfers in de zorg ijlen nog enige jaren na. Daardoor kunnen er nog correcties in de cijfers plaatsvinden. In figuur 1 wordt de historische ontwikkeling van de BKZ-uitgaven voor de jaren 2005–2015 weergegeven en de naar huidige inzichten actuele VWS-stand.

Verschillende structuurversterkende maatregelen in de zorg hebben aan de uitgavenbeheersing van de afgelopen periode bijgedragen. De in 2011 en 2013 gesloten hoofdlijnenakkoorden met de curatieve sector en het preferentiebeleid bij geneesmiddelen leveren een flinke bijdrage aan een beheerste ontwikkeling van de zorguitgaven.

De curatieve zorg gaat in 2015 verder met de uitwerking van de afspraken uit de hoofdlijnenakkoorden. Zo voeren wij per 1 januari 2015 integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg door. Dit betekent onder meer dat patiënten en zorgverzekeraars niet meer apart voor de ziekenhuiskosten en de honoraria van de medisch specialist hoeven te betalen, maar dat alles in één tarief wordt ondergebracht. In de eerste lijn wordt per 2015 een nieuw bekostigingsmodel geïntroduceerd dat onder meer moet leiden tot een efficiëntere ketenaanpak en het belonen van gezondheidsuitkomsten. Met de hoofdlijnenakkoorden zijn ook afspraken gemaakt over de verbetering van zorginkoop. Inmiddels is het wetsvoorstel voor aanpassing van artikel 13 Zvw door de Tweede Kamer aangenomen. Dit geeft zorgverzekeraars meer mogelijkheden om een lagere vergoeding of geen vergoeding te geven, als de zorgaanbieder niet de gewenste kwaliteit levert of te duur is. Momenteel ligt het wetsvoorstel ter behandeling voor in de Eerste Kamer.

Ook in de langdurige zorg en ondersteuning en de jeugdzorg gaan het beheersen van collectieve zorguitgaven en het doorvoeren van hervormingen samen. In 2015 vindt hiertoe onder meer de decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten plaats. Hierover zijn budgettaire afspraken gemaakt met gemeenten. Om de overgang in 2015 zo soepel mogelijk te laten verlopen is extra geld voor de langdurige zorg en jeugdzorg beschikbaar. Hiermee zorgen we onder meer dat mensen die nu AWBZ-zorg ontvangen en straks ondersteuning vanuit de Wmo 2015 krijgen, kunnen blijven rekenen op de ondersteuning die ze nodig hebben. Ook wordt een soepele overgang van de overheveling van de jeugdhulp mogelijk gemaakt. Daarnaast krijgen gemeenten met deze extra middelen meer tijd om voor mensen een passend ondersteuningsaanbod in te richten, zoals vernieuwende vormen van begeleiding en het verlichten van het werk van de mantelzorger. We bieden meer zekerheid dat ouderen en verstandelijk gehandicapten een plaats in een zorginstelling kunnen krijgen.

BELANGRIJKSTE NIEUWE BELEIDSMATIGE MUTATIES

Opbouw uitgaven x € 1.000
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Stand ontwerpbegroting 2014

14.814.930

15.310.462

15.349.036

15.902.533

17.059.534

0

Mutatie nota van wijziging 2014

0

– 70.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

Mutatie amendement 2014

0

0

0

0

0

0

Mutatie 1e suppletoire begroting 2014

36.714

735.610

600.142

619.858

536.088

808.572

Nieuwe mutaties

206.205

– 1.390.206

– 1.051.289

– 1.462.609

– 2.649.754

14.039.190

Stand ontwerpbegroting 2015

15.056.849

14.585.866

14.797.889

14.959.782

14.846.048

14.747.762

Toelichting belangrijkste nieuwe mutaties (bedragen x € 1.000)
 

Artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Met de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg per 1 januari 2015 worden de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en de hielprik opgenomen in de Wet publieke gezondheid. Dit betekent dat het budget voor beide progamma’s, die voor heen onderdeel waren van de AWBZ, is overgeheveld naar de begroting van VWS.

01

0

137.852

137.852

137.852

137.852

137.852

               

Het grootste deel van de extramurale behandeling van zintuiglijk gehandicapten (budget circa € 200 mln) wordt conform advies van ZiNL ondergebracht in de Zvw. Circa € 21 miljoen hiervan betreft de zogenaamde expertisefunctie voor opleidingen en consultatie en advies. De expertisefunctie zal met ingang van 2015 door middel van een subsidie worden bekostigd. Het budget hiervoor is overgeheveld naar de begroting van VWS.

02

 

21.250

21.250

21.250

21.250

21.250

               

Subsidieregeling overgang integrale tarieven medische specialistische zorg. Deze nieuwe subsidieregeling maakt onderdeel uit van het Budgettair Kader Zorg

02

 

125.000

   

25.000

25.000

               

In de bestuursafspraken 2011–2015 tussen Rijk, VNG en IPO is overeengekomen dat de vrijvallende uitvoeringkosten voor de jeugd-ggz bij zorgverzekeraars in verband met de stelselherziening jeugdzorg beschikbaar worden gesteld aan gemeenten. Zij krijgen hiervoor een bijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds van € 50 per kind (in totaal € 170 mln). Omdat de uitgaven voor jeugd-ggz ongeveer 20% van de zorguitgaven voor 18-minners uitmaken, ligt het in de rede om de bijdrage uit het fonds naar rato en dus met € 35 miljoen te verlagen en deze over te boeken naar het Gemeentefonds.

02

 

– 22.000

– 28.000

– 35.000

– 35.000

– 35.000

               

De hervorming van de langdurige zorg waarbij overhevelingen plaatsvinden van AWBZ naar de Zvw, zorgt voor een effect op de Zvw-premie. Een tegengesteld effect doet zich voor als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz naar gemeenten. Om het gesaldeerde premie-effect te dempen is een nieuwe rijksbijdrage ingevoerd. Deze rijksbijdrage loopt af naar € 0 in 2019.

 

0

1.803.000

1.353.000

902.000

451.000

0

               

Gemeenten worden verantwoordelijk voor het gehele stelsel voor vrouwenopvang incl. specifieke slachtoffergroepen. Deze middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie uitkering vrouwenopvang en zijn bedoeld voor versterking van het stelsel van vrouwenopvang en de opvang van slachtoffers van eergerelateerd geweld en loverboys.

De middelen zullen de eerste jaren ook worden ingezet om het nieuwe verdeelmodel goed te laten functioneren.

03

 

– 12.100

– 12.100

– 12.100

– 12.100

– 12.100

               

Omdat de rol van mantelzorgers en vrijwilligers bij de ondersteuning van mensen in de eigen omgeving groter wordt, wordt de steun van mantelzorgers in 2015 verder versterkt. Gemeenten zullen voor mantelzorg in 2015 € 70 miljoen ontvangen, oplopend naar € 100 miljoen in daarop volgende jaren.

03

 

– 70.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

               

Dit betreft transitiekosten in verband met de herziening van de langdurige zorg. De middelen worden onder meer ingezet voor monitoring en voorlichting, communicatie en ondersteuning van cliënten, aanbieders en gemeenten.

03

13.905

11.200

9.400

4.300

4.300

4.300

               

Overboeking naar de begroting voor de verdere ontwikkeling en uitvoering van trekkingsrechten voor het pgb. In 2015 zal een groot deel van deze kosten centraal worden gefinancierd.

03

 

25.048

       
               

Als gevolg van de stelselherziening jeugdzorg en de overheveling van de jeugdzorg naar gemeenten zullen frictiekosten optreden om de continuïteit van zorg en infrastructuur te kunnen garanderen. Het hiervoor benodigde transitiebudget wordt gevuld door de gereserveerde middelen voor uitvoeringsrisico’s bij de stelselherziening jeugd (€ 34 miljoen per jaar van 2015 t/m 2017) aan te wenden, evenals de egalisatiereserves uit het PF die vanaf 2015 beschikbaar komen (€ 78 miljoen). In totaal gaat het om 180 miljoen die wordt verspreid over 4 jaar.

05

 

60.000

60.000

60.000

   
               

Met € 40 miljoen in 2015 wordt een soepele overgang in het nieuwe stelsel bewerkstelligd van instellingen voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering met een bovenregionaal of landelijk werkgebied. De middelen worden aan het transitiebudget voor frictiekosten toegevoegd.

05

 

40.000

       
               

Overheveling jeugdzorgtaken (o.a. Kindertelefoon en vertrouwenswerk) naar VNG in het kader van de stelselwijziging jeugdzorg.

05

 

– 14.800

– 14.800

– 14.800

– 14.800

– 14.800

               

Deze mutatie betreft de overheveling van het programmabudget jeugdhulp naar het sociaal deelfonds in verband met de decentralisatie jeugdzorg.

05

 

– 1.359.000

– 1.251.972

– 1.229.522

– 1.214.200

– 1.214.200

               

Beperking van de uitgaven aan Zorgtoeslag door verhoging van het afbouwpercentage.

08

 

– 375.000

– 159.000

– 166.000

– 166.000

– 166.000

MEERJARENPLANNING BELEIDSDOORLICHTINGEN

Planning beleidsdoorlichtingen
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Artikel 1 Volksgezondheid

X

 

X

 

X

   

Artikel 2 Curatieve zorg

   

X

X

X

   

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

         

X

 

Artikel 4 Zorgbreed beleid

   

X

X

X

   

Artikel 5 Jeugd

 

X

     

X

 

Artikel 6 Sport en bewegen

       

X

   

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

         

X

 

Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

           

X

Toelichting per artikel(-onderdeel)

Artikel 1

  • 1.1 Het beleid dat voortvloeit uit het Nationaal Programma Preventie (NPP) beslaat het grootste deel van artikel 1. De komende jaren worden evaluaties op onderdelen van artikel 1 uitgevoerd, evenals een beleidsdoorlichting Ziektepreventie. Deze beleidsevaluaties worden betrokken in een integrale beleidsdoorlichting van artikel 1. Deze is in 2017 gereed.

  • 1.2 De beleidsdoorlichtingen Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg (ASG) en Screeningsbeleid, evenals de reeds uitgevoerde evaluatie van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, worden meegenomen in de beleidsdoorlichting Ziektepreventie. Deze is in 2015 gereed.

  • 1.3 Voor het artikelonderdeel gezondheidsbescherming is de beleidsdoorlichting Letselpreventie in 2013 aan de Tweede Kamer verzonden 2.

  • 1.4 Het beleid van Ethiek wordt voor een belangrijk deel vormgegeven door wetgeving. Hiervoor vindt geen beleidsdoorlichting plaats. Medisch-ethische wetgeving wordt over het algemeen eens per 5 jaar geëvalueerd. Deze wetsevaluaties zijn onafhankelijke onderzoeken, waarvan de resultaten naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van artikelonderdeel 1.4 Ethiek.

Artikel 2

  • 2.1 Het beleid op het gebied van kwaliteit en (patiënt-)veiligheid wordt in 2016 doorgelicht. Hierbij wordt een aantal (externe) onderzoekstrajecten rond het VMS-veiligheidsprogramma ziekenhuizen betrokken. Een van die onderzoeken, de landelijke NIVEL monitor schade en sterfte in de Nederlandse ziekenhuizen 2011/2012, is in november 2013 gepubliceerd en met een beleidsreactie op 18 november 2013 naar de Kamer gestuurd 3. De verantwoording van het VMS-veiligheidsprogramma (2008–2013) wordt in het najaar van 2014 verwacht.

  • 2.2 De doorlichting van het beleid gericht op toegankelijkheid en betaalbaarheid van het stelsel (gereed in 2017) vindt plaats op basis van evaluaties van subsidies en regelingen die onder dit artikelonderdeel vallen.

  • 2.3 Het beleid om de werking van het stelsel te bevorderen wordt in 2015 doorgelicht, hierbij wordt onder andere de evaluatie onverzekerden en wanbetalers betrokken.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel.

Artikel 3

  • 3.1 Vanwege de hervorming van de langdurige zorg (HLZ) is een brede beleidsdoorlichting gepland in 2018.

  • 3.2 Zie toelichting artikelonderdeel 3.1.

Artikel 4

  • 4.1 De beleidsdoorlichting (geplande oplevering 2016) op het terrein van de positie van de cliënt vindt plaats op basis van de evaluatie van het beleidskader voor subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties (2015).

  • 4.2 De evaluaties stagefonds (2016) en regionaal arbeidsmarktbeleid (2015) worden in de beleidsdoorlichting (2017) van de opleidingen, beroepenstructuur en de arbeidsmarkt binnen de zorg betrokken.

  • 4.3 De evaluatie van ZonMw (2016) wordt bij de doorlichting (2017) van het kennisontwikkelingsbeleid betrokken.

  • 4.4 Binnen de inrichting van uitvoeringsactiviteiten en de daarmee samenhangende beheerskosten vindt per ZBO vijfjaarlijks een evaluatie plaats op grond van de Kaderwet ZBO’s. In 2014 worden de NZa en ZiNL geëvalueerd. Bij de NZa gebeurt dit in samenhang met de evaluatie van de Wmg. Gegeven de aard van dit artikelonderdeel is een beleidsdoorlichting niet aan de orde.

  • 4.5 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bereidt momenteel een brede evaluatie van de transitie van Caribisch Nederland per 10-10-2010 voor. Zorg en jeugdzorg in Caribisch Nederland zullen daarbij ook aan de orde komen. De planning is om de evaluatie in 2015 af te ronden.

Bovenstaande beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel met uitzondering van artikelonderdeel 4.4.

Artikel 5

  • 5.1 Het beleid op het gebied van ondersteuning bij opvoeden en opgroeien wordt in 2014 doorgelicht. Deze doorlichting zal eind 2014 aan de Kamer worden verzonden. Daarnaast wordt in 2014 een midterm review op de Aanpak Kindermishandeling gehouden.

  • 5.2 Op dit moment wordt gewerkt aan de decentralisatie naar gemeenten van de hele jeugdzorg per 2015. Na drie jaar wordt deze decentralisatie geëvalueerd: de doorlichting van het jeugdzorgbeleid is gepland voor 2018.

Bovengenoemde beleidsdoorlichtingen bestrijken het totale artikel, met uitzondering van onderdelen die een bijdrage behelzen aan activiteiten waar een ander ministerie het voortouw bij heeft.

Artikel 6

De Topsportcyclus loopt van 2013 tot en met 2016. De doorlichting van het sportbeleid is gepland in 2017.

Bovengenoemde beleidsdoorlichting bestrijkt het totale artikel.

Artikel 7

  • 7.1 Het beleid rondom uitkeringen en pensioenen oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers en de herinnering aan WOII wordt in 2018 doorgelicht.

  • 7.2 Zie toelichting artikelonderdeel 7.1.

Artikel 8

  • 8.1 De zorgtoeslag is een element van de lopende beschouwing op het Nederlandse toeslagenstelsel. Afhankelijk van de continuering van de zorgtoeslag als eigenstandige toeslag zal het beleid hieromtrent in 2019 worden doorgelicht. Een beleidsdoorlichting ligt op korte termijn niet in de rede.

  • 8.2 De Wtcg is per 2014 afgeschaft.

De Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) is gekoppeld aan de fiscale regeling aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten (ter voorkoming verzilveringsproblematiek). Eind 2013 is door de Staatssecretaris van Financiën aan de Tweede Kamer een herziening van de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten in het vooruitzicht gesteld. Om deze reden is een beleidsdoorlichting van dit artikelonderdeel op dit moment niet opportuun.

OVERZICHT GARANTIES EN ACHTERBORGSTELLINGEN

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet een nieuw garantiekader opgesteld (TK 33 750, nr 13). Dit betekent dat VWS – in lijn met het kabinetsbeleid – terughoudendheid betracht ten aanzien van het gebruik van risicoregelingen. Conform de afspraken binnen het kabinet worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

 

Uitstaande garanties 2013

Geraamd te verlenen 2014

Geraamd te vervallen 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantieplafond 2015

Totaal plafond

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

begrotingswet

10.425

 

397

10.028

   

397

9.631

 

9.631

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

1958

415.336

18.630

61.654

372.312

   

42.541

329.772

 

329.772

3

Voorzieningen tbv verpleeghuizen

financiering

25.288

 

3.060

22.228

   

2.960

19.268

 

19.268

3

Voorzieningen tbv psychiatrische instellingen

1958

33.592

 

2.984

30.608

   

2.984

27.624

 

27.624

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigen inrichtingen

1958

17.659

 

4.267

13.391

   

1.589

11.803

 

11.803

3

Voorzieningen tbv overige instellingen

1958

1.204

 

171

1.033

   

171

862

 

862

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

1958

28.923

1.361

3.498

26.785

   

2.118

24.668

 

24.668

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigeninrichtingen

rijksregeling

10.067

 

1.468

8.599

   

684

7.915

 

7.915

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

rijksregeling

118.372

897

18.549

100.720

   

10.859

89.861

 

89.861

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

rijksregeling

598

 

48

551

   

48

503

 

503

3

Niet sedentaire personen

 

1.226

 

127

1.099

   

127

971

 

971

TOTAAL

 

662.690

20.889

96.224

587.355

0

0

64.477

522.878

0

522.878

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De verstrekte garanties uit de tabel komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijv. renteherziening), wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over waardoor een schade zich verspreid voordoet over de resterende looptijd van de lening en niet ineens hoeft te worden uitgekeerd.

Premiestelling en kostendekkendheid

De bovengenoemde regelingen zijn afgesloten. Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2013

Ontvangsten 2013

Saldo

2013

Uitgaven 2014

Ontvangsten 2014

Saldo 2014

Uitgaven 2015

Ontvangsten 2015

Saldo 2015

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

12.720

1.723

10.998

– 

– 

– 

– 

– 

– 

Toelichting

In verband met het faillissement van de Stichting Zonnehuizen heeft VWS in 2013 betaald voor de afwikkeling van de financiële verplichtingen. Vanwege in het verleden verstrekte garanties op leningen aan zorginstellingen stond VWS garant voor een deel van de schuld van Stichting Zonnehuizen. Tegenover deze uitgaven staat in 2013 het VWS-aandeel van de opbrengsten uit het vastgoed van de voormalige Zonnehuizen.

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2013

Geraamd te verlenen 2014

Geraamd te vervallen 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantieplafond 2015

Totaal plafond

2

GO Cure

30.101

– 

1.176

28.926

– 

– 

1.507

27.419

– 

– 

Toelichting

Garantie ondernemingsfinanciering cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (Go cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de Go cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De Go cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken. De cijfermatige gegevens van de Go cure zijn daarom eveneens opgenomen onder de GO in de begroting van het Ministerie van Economische Zaken.

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

2013

2014

2015

Achterborgstelling

8.922

8.716

8.786

Bufferkapitaal

235

249

262

Obligo

268

262

264

TOTAAL

9.425

9.226

9.311

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. Het Ministerie van VWS is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren ’90 van de vorige eeuw. Het WFZ is opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is in 2015, volgens de raming van het WFZ, € 8.786 miljoen.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s van de achterborg voor VWS worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten.

Premiestelling en kostendekkendheid

VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen (circa € 525 miljoen in 2015) niet voldoende is om het WFZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Van het inroepen van de achterborg is nog nooit sprake geweest.

BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1 Volksgezondheid

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij gezond leven.

Kengetallen levensverwachting
 

2000

2003

2005

2007

2008

2009

2010

2011

2012

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                 

– mannen

75,5

76,2

77,2

78,0

78,3

78,5

78,8

79,2

79,1

– vrouwen

80,6

80,9

81,6

82,3

82,3

82,6

82,7

82,9

82,8

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                 

– mannen

61,5

62,4

62,5

64,7

63,7

65,3

63,9

63,7

64,7

– vrouwen

60,9

61,6

61,8

63,4

63,5

63,8

63,0

63,3

62,6

Bron absolute levensverwachting: CBS-Statline.

Bron levensverwachting in goed ervaren gezondheid: CBS StatLine – Gezonde levensverwachting

De cijfers over 2013 worden in het najaar 2014 verwacht. Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave van de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Dit laat onverlet dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf – indien mogelijk – dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

Financieren:

  • Financiering van de secretariaten toetsingscommissies (euthanasie, de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting en de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen).

  • Financiering van de abortusklinieken.

  • Financiering Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO).

  • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.

  • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

  • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.

Regisseren:

  • Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.

  • Het waar mogelijk verder reduceren van antibioticagebruik in de gezondheidszorg en de veehouderij in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ.

  • Opstellen wettelijk kader en doen handhaven kwaliteit jeugdgezondheidszorg.

  • Opstellen van het wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.

  • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling) en aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.

  • Coördinatie interdepartementaal drugsbeleid en verantwoordelijk voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.

  • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

3. Beleidswijzigingen

Nationaal Programma Preventie

Eind 2014 ontvangt de Kamer een eerste tussenrapportage van het Nationaal Programma Preventie «Alles is Gezondheid...», die ook gebruikt wordt voor de eerste vervolgconferentie in februari 2015.

Landelijke nota Gezondheid

In mei 2015 ontvangt de Kamer de wettelijk verplichte landelijke nota Gezondheid, ondermeer als reactie op de in juni 2014 verschenen Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV).

Lokale gezondheidsachterstanden

Gemeenten worden geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Hiertoe ontvangen de 91 gemeenten met wijken met de laagste statusscores een decentralisatie-uitkering. In totaal is € 10 miljoen per jaar beschikbaar voor de periode 2014 tot en met 2017. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31. Hiermee is jaarlijks € 1 miljoen gemoeid

Effectiviteit van de publieke gezondheidszorg

De komende jaren wordt extra geïnvesteerd om meer zicht te krijgen op de inzet en effectiviteit van de publieke gezondheidszorg. Daarmee wordt ook de positie van GGD’en versterkt en beter gewaarborgd. De Kamer wordt hierover in het najaar van 2014 geïnformeerd. VWS investeert hiervoor € 1 miljoen (periode 2015–2016) in het stimuleringsprogramma waarin veldnormen worden ontwikkeld.

Europese Tabaksproductenrichtlijn

In 2015 is er veel aandacht voor de invoering van de nieuwe Tabaksproductenrichtlijn (richtlijn 2014/40/EU, vastgesteld op 3 april 2014) in de Nederlandse wetgeving. Deze richtlijn beoogt dat vooral jongeren niet gaan roken, onder meer door tabaksproducten minder aantrekkelijk te maken. Zo zullen tabaksproducten met kenmerkende aroma’s worden verboden en moeten verpakkingen van sigaretten, shag en waterpijptabak worden voorzien van grote afschrikwekkende afbeeldingen. Ook worden eisen gesteld aan grensoverschrijdende internetverkoop en nieuwe tabaksproducten.

Bij de Tabaksproductenrichtlijn zal, net zoals dat voor alcohol en tabak het geval is, voor de elektronische sigaret een minimumleeftijd worden ingesteld.

Rijksvaccinatieprogramma en hielprik

Het kabinet wil het Rijksvaccinatieprogramma en het programma rond de hielprik bij pasgeborenen, nu beide op basis van de AWBZ gefinancierd, borgen in de Wet Publieke gezondheid (wpg). Wetswijziging van de wpg wordt voorbereid met de streefdatum van 1 januari 2018 als ingangsdatum. Met de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg (per 1 januari 2015) worden beide programma’s als taak van het Rijk in de Wet Publieke gezondheid geregeld. Dit betekent dat voor beide progamma’s het budget is overgeheveld naar de begroting.

Antibioticaresistentie

Het tegengaan van antibioticaresistentie blijft de komende jaren een prioriteit, zowel voor het nationale als internationale beleid. We concentreren ons op infectiepreventie, zinnig en zuinig gebruik van antibiotica en het stimuleren van de ontwikkeling van nieuwe antibiotica. De impuls voor de betere surveillance en bestrijding van resistente bacteriën in de gezondheidszorg zal worden voortgezet. Er is blijvende inzet om het gebruik van antibiotica te verminderen en verbeteren; de rol van overdracht via het milieu zal worden opgepakt.

4. Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

571.788

487.061

637.324

637.755

643.299

650.071

657.872

               

Uitgaven

462.031

486.452

642.082

640.878

644.857

651.037

658.838

Waarvan juridisch verplicht

   

91%

       
               

1. Gezondheidsbescherming

97.595

104.212

100.024

98.756

97.466

102.314

102.314

               

Subsidies

1.453

5.349

3.764

3.189

1.996

7.228

7.228

waarvan onder andere:

             

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid / Nationaal Programma Preventie

963

4.512

3.193

2.685

1.541

6.495

6.495

Crisisbeheersing Volksgezondheid

135

373

546

479

430

708

708

               

Opdrachten

3.223

1.583

1.765

1.689

1.491

1.567

1.567

waarvan onder andere:

             

Crisisbeheersing Volksgezondheid

2.560

269

268

268

268

268

268

Nieuwe etikettering huishoudchemicaliën

413

413

413

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

92.892

97.257

94.374

93.757

93.858

93.398

93.398

waarvan onder andere:

             

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

74.115

77.271

78.994

78.217

78.202

78.021

78.021

RIVM: wettelijke taken- en beleidsondersteuning zorgbreed

18.479

17.689

13.653

13.569

13.575

13.296

13.296

               

Bijdragen aan medeoverheden

27

23

121

121

121

121

121

waarvan onder andere:

             

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

1

121

121

121

121

121

               

2. Ziektepreventie

295.238

308.780

468.842

472.224

476.688

478.173

485.974

               

Subsidies

192.112

201.043

209.838

215.375

220.150

223.225

227.525

Ziektepreventie

4.133

6.050

6.214

6.469

6.283

5.132

5.132

Jeugdgezondheidszorg

2.269

3.066

2.125

1.572

1.572

1.572

1.572

RIVM

185.710

191.927

201.499

207.334

212.295

216.521

220.821

               

Opdrachten

585

20

15.413

15.375

13.908

11.057

14.557

waarvan onder andere:

             

(Vaccin)onderzoek

578

20

15.307

15.269

13.803

10.953

14.453

               

Bijdragen aan medeoverheden

0

966

966

966

966

966

966

               

Bijdragen aan agentschappen

102.541

106.751

242.625

240.508

241.664

242.925

242.926

RIVM: Opdrachtverlening Centra

102.541

106.751

242.625

240.508

241.664

242.925

242.926

               

3. Gezondheidsbevordering

50.809

53.992

53.554

50.403

51.366

51.213

51.213

               

Subsidies

33.064

34.720

33.154

30.005

31.269

31.391

31.391

waarvan onder andere:

             

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

1.723

1.381

2.172

1.631

1.461

1.461

1.461

Verslavingszorg

8.443

8.011

7.638

7.280

6.530

6.530

6.530

Gezonde voeding en gezond gewicht / JOGG

8.919

10.385

10.896

10.335

11.818

11.818

11.818

Gezonde leefstijl jeugd

0

0

700

700

700

700

700

Letselpreventie

5.297

4.719

4.160

3.423

3.423

3.423

3.423

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

3.218

4.041

4.182

3.782

2.932

2.782

2.782

Bevordering van seksuele gezondheid

5.451

4.628

2.631

2.631

2.631

2.631

2.631

               

Opdrachten

3.255

4.475

5.363

5.437

5.187

4.911

4.911

waarvan onder andere:

             

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.743

3.050

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

460

1.060

1.060

1.060

1.060

1.060

Preventie schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

295

397

690

790

540

390

390

Letselpreventie

0

256

275

250

250

75

75

Gezonde voeding en gezond gewicht / JOGG

218

250

200

200

200

200

200

               
               

Bijdragen aan agentschappen

0

414

654

578

528

528

528

RIVM: Voedsel consumptiepeiling

0

121

121

121

121

121

121

RIVM: Monitoring, opdrachten, kennisvragen e.d.

0

293

183

107

57

57

57

Afgifte Schengenverklaringen via het CAK

0

0

350

350

350

350

350

               

Bijdragen aan medeoverheden

14.490

14.383

14.383

14.383

14.382

14.383

14.383

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.490

14.383

14.383

14.383

14.382

14.383

14.383

               

4. Ethiek

18.389

19.468

19.662

19.495

19.337

19.337

19.337

               

Subsidies

588

1.566

14.204

14.044

13.886

13.886

13.886

Abortusklinieken

0

0

12.840

12.638

12.638

12.638

12.638

Beleid Medische Ethiek

588

1.566

1.364

1.406

1.248

1.248

1.248

               

Opdrachten

59

100

50

50

50

50

50

               

Bijdragen aan agentschappen

4.452

3.816

3.816

3.816

3.816

3.816

3.816

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

4.452

3.816

3.816

3.816

3.816

3.816

3.816

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

13.290

13.986

1.592

1.585

1.585

1.585

1.585

ZiNL: Rijksbijdrage abortusklinieken

13.208

13.923

0

0

0

0

0

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

82

63

1.592

1.585

1.585

1.585

1.585

               

Ontvangsten

16.565

11.003

11.003

10.903

10.903

10.903

10.903

waarvan onder andere:

             

Bestuurlijke boetes

5.260

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

4.252

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2015 ad € 261 miljoen is 96% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2014 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies en de Subsidieregeling publieke gezondheid en de financiering van de abortusklinieken. De niet-juridisch verplichte middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie.

Opdrachten

Van het budget 2015 ad € 22,6 miljoen is 87% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2014 zijn aangegaan. De niet-juridisch verplichte middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie «Alles is Gezondheid...».

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2015 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2015 ad € 341,5 miljoen voor 87% juridisch verplicht. De niet-juridisch verplichte middelen zijn bestemd voor de aanschaf van antivirale middelen, het Rijksvaccinatieprogramma en de handhavingstaken van de NVWA.

Bijdragen aan medeoverheden

Betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via het Gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Wet publieke gezondheid. Het budget voor 2015 ad € 15,5 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Betreft de financiering van de CCMO. Het budget voor 2015 ad € 1,6 miljoen is voor 100% juridisch verplicht.

5. Instrumenten

Gezondheidsbescherming

Subsidies

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie

In februari 2014 is het Nationaal Programma Preventie «Alles is Gezondheid ...» gelanceerd. Eind 2014 ontvangt de Tweede Kamer de eerste voortgangsrapportage. Verschillende partijen (waaronder gemeentes, ministeries, werkgevers, onderwijsinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties) dragen bij aan het programma. VWS stelt € 1,5 miljoen beschikbaar voor de uitvoeringskosten. Verder financiert VWS enkele specifieke activiteiten waaronder Healthy Pregnancy 4 All-2 (vernieuwing en afstemming binnen de verloskundige- en jeugdgezondheidszorg), stimuleringsprogramma lokale aanpak gezondheidsverschillen (GIDS-gelden), depressiepreventie, bijdrage aan kennisplatforms op het gebied van gezondheid en de fysieke omgeving.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van VWS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van de wettelijke normen en ontvangt hiertoe financiering van de Minister van VWS. Met de VWS-begrotingen 2013 en 2014 is de korting op het VWS-opdrachtgeversbudget voor de NVWA ten gevolge van de taakstelling Rutte-Verhagen gecompenseerd. Daarnaast is in 2014 met het Plan van Aanpak besloten de NVWA adequaat toe te rusten op haar taak en hierin fors te investeren. Hiervoor is vanuit VWS voor 2014 € 8,1 miljoen gereserveerd. Vanaf 2015 is een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar.

Belangrijkste financieringsstromen van VWS naar de NVWA 2015
(Bedragen x 1 miljoen)

Beleidsterrein

Bedrag

Voedselveiligheid

42,1

Productveiligheid

13,2

Tabak en alcohol

7,2

Overig

6,5

Plan van Aanpak verbeterplan

10,0

Totaal

79,0

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetal voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)

 
 

2009

2011

2012

Toxoplasma gondii

2.000

2.000

1.950

Campylobacter spp.

1.350

1.530

1.450

Salmonella spp.

700

710

1.215 1

S. aureus toxine

670

670

670

C. perfringens toxine

490

490

490

Norovirus

250

300

300

Rotavirus

240

210

185

B. cereus toxine

100

100

100

Listeria monocytogenes

80

140

90

STEC O157

50

56

57

Giardia spp.

21

17

14

Hepatitis-A virus

16

9

9

Cryptosporidium spp.

8

8

8

Hepatitis-E virus

2

2

2

Totaal

6.000

6.250

6.540

Bron: Nationaalkompas, RIVM

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

X Noot
1

Deze geschatte stijging met circa 500 DALY’S komt door de Salmonella uitbraak in 2012 ten gevolge van besmette gerookte zalm.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM rapporteert hierover in de Volksgezondheid Toekomst Verkenningen (VTV). Het samenvattend rapport uit 2014 vormt input voor de landelijke nota gezondheidsbeleid die in mei 2015 verschijnt. Daarin worden de inhoudelijke speerpunten voor de komende jaren geformuleerd. Het RIVM actualiseert de beschikbare gegevens via de website www.volksgezondheidenzorg.info. In 2015 wordt gestart met de voorbereiding van de VTV 2018. De data op landelijk, regionaal en lokaal niveau worden beter op elkaar afgestemd en de methodiek voor de toekomstvoorspellingen van de epidemiologische trends worden verbeterd.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw voor uitvoering van het preventieprogramma

Het vijfde Preventieprogramma (PP5) levert kennis op die bijdraagt aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Het kader voor PP5 wordt naast het NPP gevormd door vier thema’s waarop VWS aan ZonMw om onderzoek heeft gevraagd:

  • Kennis die bijdraagt aan algemene aspecten van preventiebeleid.

  • Kennis die tot verdere verbetering van het instrumentarium leidt.

  • Enkele specifieke onderzoeksterreinen passend bij de domeinen van het NPP.

  • Monitoring van uitvoeringsprogramma’s (het voorstel voor een monitor specifiek voor het NPP wordt nader uitgewerkt).

De hiervoor beschikbare middelen (€ 2,4 miljoen in 2015) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «Instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister verleent op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 6,2 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten en preventie van chronische ziekten door onder andere te zorgen voor:

  • Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

  • Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • De stichting Q-support ontvangt subsidie om patiënten, die na de Q-koorts epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • Het ondersteunen van de oprichting van het Kennisplatform Intensieve Veehouderij en Humane Gezondheid dat handvatten kan meegeven aan lokale bestuurders voor de afweging van gezondheid in de bestuurlijke beslissingen bij ontwikkelingen in de veehouderij.

  • Financiering van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden ten behoeve van kennisvermeerdering over eventuele risico’s van ziekteverwekkers afkomstig uit de veehouderij.

Jeugdgezondheidszorg

De Minister verleent op het terrein van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) subsidie (€ 2,1 miljoen) aan het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

RIVM

De Subsidieregeling publieke gezondheid wordt uitgevoerd door het RIVM en bestaat uit:

  • Het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en – sinds 2014 – darmkanker (€ 117,1 miljoen). De deelname aan deze screeningsprogramma’s is vrij constant over de jaren. Alleen aan het bevolkingsonderzoek darmkanker is de deelname in de eerste maanden hoger dan verwacht. Daardoor konden meer (voorstadia van) kankers worden opgespoord.

  • Het financieren van het Nationaal Programma Grieppreventie. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep (€ 39,7 miljoen). De deelname aan dit programma is de laatste jaren teruggelopen. In 2014 zal de Gezondheidsraad ons adviseren over het griepprogramma.

  • Het financieren van soa-onderzoek en aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie (€ 32,7 miljoen). In 2014 heeft het kabinet op basis van een evaluatie besloten om de regeling Aanvullende Seksuele Gezondheidszorg voort te zetten (TK 32 239, nr. 3). Naast enkele kleinere wijzigingen is er een plafond ingebouwd, waardoor het open einde karakter van de regeling is verdwenen.

Verder verstrekt het RIVM subsidies op basis van de kaderregeling VWS-subsidies subsidies op het terrein van de seksuele gezondheid (€ 12 miljoen). Inhoudelijk is dit opgenomen onder het artikelonderdeel Gezondheidsbevordering.

Kengetal: Deelname aan bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten

Kengetal: Deelname aan bevolkingsonderzoeken en 						screeningen in procenten
  • RVP = percentage deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma.

    Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland . RIVM rapport 150202001 (pagina 9, tabel S2).

    Voor het verslagjaar 2013 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2012) is dit percentage 95,5%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2010 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd.

  • Griep = percentage deelname aan het Nationaal Programma Grieppreventie.

    Monitor vaccinatiegraad Nationaal Programma Grieppreventie 2012 , IQ Scientific Institute for Quality of Healthcare (pagina 2, samenvatting) in opdracht van het Centrum voor bevolkingsonderzoek (RIVM).

  • BK = percentage deelname aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker

    Landelijk Evaluatieteam bevolkingsonderzoek borstkanker (LETB). Erasmus MC Rotterdam (pagina 7).

  • BMHK = percentage deelname aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

    Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek naar Baarmoederhalskanker (LEBA) . Rapportage 2011.

  • PSIE = percentage deelname aan de Prenatale screening infectieziekten en hielprik.

    Monitor en evaluatie van de neonatale hielprikscreening bij kinderen geboren in 2012, TNO-rapport TNO/CH 2014 R 10324 (vanaf zomer 2014 openbaar).

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen. De nadruk ligt op geïnformeerde keuze voor deelname en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Er is budget beschikbaar voor onder andere vaccinonderzoek (€ 5,8 miljoen), ontwikkeling van het RSV-vaccin (€ 4,3 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (€ 1,7 miljoen). Voor 2015 zullen deze taken worden ondergebracht bij de stichting Antonie van Leeuwenhoekterrein (Alt). Deze stichting is opgericht per 1 mei 2014 en is de rechtsopvolger van de Projectdirectie Alt (TK 33 567, nr. 2).

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening Centrum

De Minister van VWS is opdrachtgever en eigenaar van het agentschap Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM geeft hieraan uitvoering door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid:

  • Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) bij het RIVM ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten met specifiek ook aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie (€ 39 miljoen).

  • Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CvB) bij het RIVM ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen (€ 13,1 miljoen). Ook verzorgt het CvB de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (€ 18,4 miljoen).

  • Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) van het RIVM ontvangt financiële middelen om de Minister en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders (€ 5,3 miljoen).

  • Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) bij het RIVM zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins en antisera beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten (€ 2,1 miljoen).

  • Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma en het programma rond de hielprik bij pasgeborenen is € 137,9 miljoen beschikbaar.

  • Voor de aanschaf van antivirale middelen is € 3,3 miljoen beschikbaar.

Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Het Trimbos-instituut ontvangt subsidie voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. Het gaat hierbij onder andere om voorlichting op scholen of via nieuwe media. Ook zet het Trimbos-instituut zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voor 2015 gaat het om een instellingssubsidie van circa € 5,1 miljoen en projectsubsidies van € 1,7 miljoen.

Verslavingszorg

Op dit onderdeel is de instellingssubsidie voor het Trimbos-instituut opgenomen voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Zie ook de vorige alinea. Ook ontvangen de stichtingen Mainline en Informatievoorziening Zorg subsidie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van verslavingszorg. Bij subsidies op het terrein van verslavingszorg gaat het voor 2015 in totaal om circa € 2,6 miljoen.

Gezonde voeding en gezond gewicht/JOGG

Mensen moeten zo min mogelijk drempels ondervinden wanneer zij er voor kiezen om gezond te leven. Daartoe wordt onder andere subsidie verleend aan de Stichting Voedingscentrum Nederland. Het Voedingscentrum biedt de consument informatie over gezonde en meer duurzame voeding. Daarnaast ondersteunt het met zijn kennis organisaties en professionals die zich inzetten om de gezonde voedingskeuze gemakkelijker te maken.

Het Convenant Gezond Gewicht (TK 31899, nr. 15) is een samenwerkingsverband van in totaal 26 partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties die zich gezamenlijk inzetten voor het realiseren van een daling van overgewicht en obesitas. De totale geraamde subsidies voor gezonde voedingskeuze en gezond gewicht bedragen € 10,9 miljoen in 2015. Voor een deel gaat het hierbij om middelen uit het Begrotingsakkoord 2013 (in totaal € 26 miljoen) voor een extra inzet op de bestrijding van overgewicht bij kinderen. Hierbij komen verschillende gezondheidsthema’s voor de jeugd aan bod. De middelen worden via bestaande lijnen en structuren ingezet, zoals een intensivering van het programma Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG), de Gezonde Schoolkantine, de Gezonde Sportkantine en de Sportimpuls Kinderen op Sportief Gewicht. In lijn met aansluiting bij de behoefte van scholen wordt de gezamenlijke inzet op sport, bewegen en gezonde leefstijl verder gebundeld in het programma De Gezonde School en de Onderwijsagenda Sport, Bewegen en Gezonde Leefstijl. Alle informatie is hierbij gebundeld op www.gezondeschool.nl. Tevens wordt ingezet op een zelfde structurele aanpak voor de voorschoolse kinderopvang.

Gezonde leefstijl jeugd

Naast de inzet op de gezondheidsbevordering wordt extra aandacht besteed aan een gezonde leefstijl bij de jeugd (€ 0,7 miljoen). Het gaat hierbij om het aanleren en stimuleren van een gezonde leefstijl, inzet op weerbaarheid om dagelijkse verleidingen te weerstaan, vroege signalering van risico’s en het stellen van grenzen. Dit vindt onder andere plaats in het kader van de Onderwijsagenda Sport, Bewegen en Gezonde Leefstijl (Onderwijsagenda SBGL) en het programma Gezonde School. Doel van de Onderwijsagenda is om met de inzet op gezondheidsbevordering aan te sluiten bij de behoefte van het onderwijs en hierin samen te werken met gezondheidsbevorderende partijen. VWS en OCW trekken hier samen in op; de uitvoering ligt in handen van de onderwijsraden.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,2 miljoen beschikbaar. De Stichting VeiligheidNL ontvangt € 4 miljoen subsidie van VWS voor het uitvoeren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie door middel van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen en de monitoring daarvan.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden (€ 3,2 miljoen). Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31. Hiermee is jaarlijks € 1 miljoen gemoeid.

Bevordering van de seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verleent VWS rechtstreeks (onder andere Stichting Ambulante FIOM), dan wel via het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (onder andere Rutgers WPF, Soa-Aids Nederland en de HIV-vereniging Nederland) subsidie aan diverse gezondheidsbevorderende instellingen. De middelen aan het RIVM staan verantwoord onder het artikelonderdeel Ziektepreventie. Naar aanleiding van het amendement Voortman (TK 33 750, nr. 34) is het budget voor de preventie en begeleiding van tienermoeders structureel verhoogd.

Opdrachten

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 3,1 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

Per 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor alcohol en tabak verhoogd naar 18 jaar. De NIX18 campagne heeft tot doel het versterken van de sociale norm dat het normaal is dat je voor je 18e niet rookt of drinkt. Het toezicht op de naleving is vanaf 2014 versterkt met 17 fte inzet, gericht op het signaleren welke cafés en tabaksverkopers in overtreding zijn bij de naleving van het rookverbod en de leeftijdsgrens voor tabak.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM

Het Centrum Gezond Leven (CGL) bij het RIVM ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen (€ 2,4 miljoen). Daarnaast voert het CGL enkele programma’s uit, zoals «Structurele versterking Gezondeschool.nl» en «Preventie in de buurt» (samen € 2,7 miljoen). De middelen worden geraamd onder het artikelonderdeel Ziektepreventie.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 14,4 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt aan een beperkte groep langdurig opiaatverslaafden. Deze behandeling leidt tot verbetering van de gezondheid en van de maatschappelijke re-integratie en helpt overlast en criminaliteit door ernstig opiaatverslaafden voorkomen. Omdat het een beperkte groep betreft, is deze behandeling niet in het reguliere zorgstelsel opgenomen. Binnen dit systeem zijn alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen genomen om ongeoorloofd gebruik van medicatie te voorkomen.

Kengetallen Gezondheidsbevordering
 

2001

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

1. Het percentage niet-rokers ≥ 15 jaar

– 

72%

73%

72%

73%

76%

76%

76%

2. Overgewicht bij volwassenen ≥ 20 jaar

– 

45,7%

47,1%

47,4%

48,2%

48,2%

47,9%

48,2%

3. Overgewicht bij kinderen leeftijd 4–20 jaar

– 

11,4%

13,4%

13,1%

13,6%

12,8%

13,2%

11,8%

4. Het percentage mensen in algemene bevolking (12 jaar en ouder) dat niet zwaar drinkt.

– 

89,3%

90,0%

89,6%

89,6%

90,6%

87,1%

– 

5. Het percentage 12–15 jarigen dat nog nooit alcoholhoudende drank heeft gedronken

– 

25,6%

– 

36,5%

35,0%

38,4%

– 

– 

6. Aantal problematische drugsverslaafden per 1.000 inwoners

3,1

– 

1,6

– 

– 

– 

1,3

1,3

7. Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures

700.000

650.000

650.000

640.000

600.000

600.000

– 

– 

8. Vindpercentage seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s) bij de soa-poli’s van de GGD

– 

12,7%

13,2%

13,2%

13,7%

14,3%

15,1%

– 

Bron:

1. TNS NIPO in opdracht van het Trimbos-instituut. Continue Onderzoek Rookgewoonten (COR)

Voor 2012 e.v. het CBS cijfer bij http://statline.cbs.nl

2. Permanent Onderzoek Leefstijl Situatie (POLS), Lengte en gewicht van personen, ondergewicht en overgewicht; vanaf 1981.

3. Permanent Onderzoek Leefstijl Situatie (POLS), Lengte en gewicht van personen, ondergewicht en overgewicht; vanaf 1981.

4. Permanent Onderzoek Leefstijl Situatie (POLS), Leefstijl, preventief onderzoek: persoonskenmerken

5. Health Behaviour in School-aged Children, Trimbos Instituut, zie www.trimbos.nl.

6. Cruts, G., Van Laar, M., Buster, M. (2013). Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut/GGD Amsterdam.

7. Letselinformatiesysteem 2001–2010 VeiligheidNL en CBS, zie www.veiligheid.nl en www.cbs.nl. De trend voor letsel als gevolg van privéongevallen en sportblessures in de afgelopen jaren is positief, waarbij in 2011 geen verandering is te zien ten opzichte van 2010.

8. Nationaal Kompas Volksgezondheid: Betreft het percentage bezoekers van soa-poli’s, waarbij één (of meer) soa is gevonden.

Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Met de inwerkingtreding van Wet langdurige zorg zal subsidiëring van de abortusklinieken (€ 12,8 miljoen) plaatsvinden via de Kaderregeling VWS-subsidies. De abortusklinieken dienen over een Waz-vergunning (Wet afbreking zwangerschap) te beschikken. Tot en met 2014 verstrekte VWS een financiële bijdrage aan het ZiNL voor het, op grond van de regeling «subsidies AWBZ», verstrekken van subsidies aan abortusklinieken.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Vanuit haar verantwoordelijkheid voor wet- en regelgeving ten aanzien van ethisch handelen in de zorg financiert VWS een groot deel van de uitvoering van de uit de vigerende wetgeving voortvloeiende wettelijke taken. Het CIBG verzorgde tot 1 juli 2014 de uitvoering van het secretariaat van de regionale toetsingscommissies euthanasie, de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting en de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen en beheerde de daarbij behorende registers.

Vanwege herdefiniëring van de kerntaken van het CIBG als registerautoriteit, wordt vanaf 1 juli 2014 de uitvoering van de secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de centrale deskundigencommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen uitgevoerd binnen een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS. De daarmee samenhangende middelen (€ 3,5 miljoen) zullen worden overgeheveld naar artikel 10 Apparaatsuitgaven. Het beheer van de donorregistratie in het kader van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en de uitvoering van het secretariaat van de stichting (€ 0,3 miljoen) zal het CIBG continueren.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMO is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek door middel van toetsing aan de hiervoor geldende wettelijke bepalingen en protocollen. CCMO ontvangt hiervoor een jaarlijkse bijdrage van € 1,6 miljoen. Deze middelen staan verantwoord onder artikel 10 Apparaatsuitgaven.

Onderzoeksprogramma «Translationeel Adult Stamcelonderzoek» via ZonMw

Het onderzoeksprogramma «Translationeel Adult Stamcelonderzoek» richt zich op onderzoek naar mogelijke nieuwe toepassingsmogelijkheden van adulte (niet-embryonale) stamcellen. De middelen voor 2015 (circa € 3,1 miljoen) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Het houdt in dat de overtreder de onvoorwaardelijke verplichting heeft tot het betalen van een geldsom aan de overheid wegens overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens een van de aan het toezicht door de NVWA onderworpen wetten. De ontvangsten die hieruit voortvloeien worden geraamd op € 4,3 miljoen in 2015.

Artikel 2 Curatieve zorg

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.

  • Het ondersteunen van initiatieven op het terrein van de Life Sciences and Health met als doel de beschikbaarheid van medische producten en materialen op termijn te bevorderen.

  • Bevorderen van de uitbreiding van het implantatenregister en het bevorderen van de juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van het implantatenregister.

  • Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om verspilling in de zorg tegen te gaan.

  • Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.

Financieren:

  • Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.

  • Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in ggz-instellingen.

  • Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.

  • Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.

  • Het financieren van bijwerkingenregistraties ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het deels compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.

  • Het financieren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren.

Regisseren:

  • Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.

  • Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.

  • Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

  • De werking van het zorgverzekeringsstelsel wordt bevorderd door het actief opsporen van onverzekerden en wanbetalers.

3. Beleidswijzigingen

E-health in de zorg

E-health kan worden ingezet om de zorg meer rondom de patiënt te organiseren in plaats van dat hij zich moet aanpassen aan de zorg. Tevens draagt het bij aan de mogelijkheden voor eigen regie en zelfmanagement. In 2015 wordt aan generieke en specifieke maatregelen gewerkt zodat in 2018 80% van de chronisch zieken en 40% van de patiënten toegang heeft tot medische gegevens en bij 75% van chronisch zieken (diabetes, COPD etc.) zelfmetingen worden gebruikt, eventueel met monitoring op afstand.

Doelmatigheid UMC’s

Om de kwaliteit en de doelmatigheid van de zorg binnen de UMC’s te bevorderen is het Citrienfonds opgericht. Met dit fonds zal de NFU projecten starten die gedurende de komende vijf jaar moeten bijdragen aan een duurzame gezondheidszorg. Een van deze projecten is het initiatief «registratie aan de bron».

Patiëntveiligheid

Er zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van de patiëntveiligheid in de medisch-specialistische sector. In de loop van 2014 en 2015 zullen dergelijke afspraken ook worden gemaakt voor de mondzorg, de trombosezorg, de eerstelijnszorg en de ggz. In 2015 zal uitvoering van deze afspraken plaatsvinden. In het najaar van 2014 zullen alle betrokken ggz-partijen gezamenlijk voorstellen indienen voor een meerjarige inhoudelijke agenda patiëntveiligheid.

Experiment Topzorg

In 2014 zijn het St. Elisabeth ziekenhuis, het St. Antonius ziekenhuis en het Oogziekenhuis gestart met het experiment Topzorg. Dit experiment zal ook in 2015 plaatsvinden. In dit experiment zullen de ziekenhuizen een combinatie van zeer specialistische zorg en voornamelijk klinisch wetenschappelijk onderzoek leveren. Doel van het experiment is om te bezien of deze vorm van zorg meerwaarde oplevert in termen van kwaliteit en doelmatigheid.

Integrale geboortezorg

In 2015 maken zorgverzekeraars en zorgaanbieders gebruik van de module «integrale geboortezorg». Deze module schept extra tariefruimte en heeft tot doel de samenwerking in de geboortezorg te faciliteren. Geschat wordt dat 30% van de zorgaanbieders van deze module gebruik zal maken.

Toekomstige Europese regelgeving op het gebied van hulpmiddelen

In september 2012 heeft de Europese Commissie de voorstellen voor de verordeningen voor medische hulpmiddelen en in-vitro diagnostica gepresenteerd. Bij de onderhandelingen zet Nederland zich in voor verbeteringen van het medische hulpmiddelensysteem en is bij de onderhandelingen waakzaam op de balans tussen veiligheid en de innovatie. Het is van belang voor de patiënt dat niet alleen de veiligheid van de producten voldoende geborgd is, maar ook dat innovatie mogelijk blijft. Het onderhandelingsproces verloopt moeizaam, omdat de verschillen tussen de lidstaten in de Raadswerkgroepen en tussen de lidstaten en het Europees Parlement groot zijn en er daarnaast veel tijd is gemoeid met discussies over de details. Zolang de onderhandelingen over de verordeningen voortduren, is het daarom belangrijk dat Nederland zich gezamenlijk met de Europese Commissie en de lidstaten blijft inzetten om op basis van het Joint Action Plan pragmatische maatregelen te blijven nemen binnen de kaders van de reeds bestaande Europese regelgeving. Deze maatregelen richten zich op het functioneren van de toelatende instanties (Notified Bodies), het versterken van het markttoezicht en het verbeteren van de coördinatie en de transparantie door ondermeer het inrichten van een implantatenbasisregister in Nederland.

4. Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

2.764.564

2.741.603

4.601.620

4.326.243

3.969.190

3.717.311

3.391.212

               

Uitgaven

2.789.790

2.723.679

4.660.890

4.326.243

3.969.190

3.717.311

3.391.212

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99%

       
               

1. Kwaliteit en veiligheid

116.315

118.025

121.332

130.846

110.369

109.494

105.494

               

Subsidies

110.631

109.225

112.441

120.443

98.370

97.510

93.510

waarvan onder andere:

             

Integrale Kankercentrum Nederland

27.830

27.336

33.736

34.429

34.429

34.429

34.429

Nederlands Kanker Instituut

17.254

17.672

17.222

17.226

17.226

17.226

17.226

Patiëntveiligheid curatieve zorg

1.366

75

725

1.050

1.050

0

0

Zwangerschap en geboorte

2.402

2.262

2.262

2.262

2.262

2.262

2.262

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

3.443

3.527

3.648

3.648

3.648

3.648

3.648

Nictiz

4.450

5.182

5.182

5.126

5.095

5.095

5.095

Stichting Lareb: bijwerkingenregistratie voor vaccins en teratologie informatie service

1.224

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

1.225

Nederlandse Transplantatie Stichting en regio’s landelijke implementatie pilots orgaandonatie

7.697

8.214

7.500

7.500

0

0

0

Campagne orgaandonatie

0

1.500

1.500

0

0

0

0

Nederlandse Transplantatie Stichting

3.167

3.056

3.056

3.056

3.056

3.056

3.056

Regeling Donatie bij leven

528

550

600

700

700

700

700

Technologisch Kennis Instituut/Life Scieces and Health

21.743

19.839

6.812

11.741

3.185

1.965

1.965

Doelmatigheid UMC’s

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

0

Expertisefuntie zintuiglijk gehandicapten (ZG)

0

0

21.250

21.250

21.250

21.250

21.250

               

Opdrachten

1.876

5.887

6.286

7.672

9.303

9.303

9.303

waarvan onder andere:

             

Publiekscampagne orgaandonatie

0

0

1.500

2.100

2.100

2.100

2.100

               

Bijdragen aan agentschappen

3.808

2.863

2.605

2.731

2.696

2.681

2.681

waarvan onder andere:

             

CIBG: Donorregister en Implantatieregister

3.571

2.731

2.484

2.610

2.610

2.610

2.610

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

50

0

0

0

0

0

               

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.609.284

2.549.573

4.328.326

4.100.401

3.763.828

3.487.827

3.165.728

               

Subsidies

12.293

12.906

12.878

9.970

9.471

9.471

9.472

waarvan onder andere:

             

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

1.312

1.319

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Anonieme e-mental health

785

1.036

2.000

0

0

0

0

Stichting Patiëntvertrouwenspersoon

4.997

4.997

4.997

4.954

4.954

4.954

4.954

Stichting Familievertrouwenspersoon

1.101

1.093

1.093

1.101

1.101

1.101

1.101

Stichting Ex6

0

300

300

300

300

300

300

Stichting 113 Online

0

1.142

1.026

1.105

1.105

1.105

1.105

               

Bekostiging

2.594.090

2.530.500

4.306.800

4.079.000

3.739.100

3.460.900

3.136.800

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.565.500

2.498.500

2.470.800

2.694.000

2.805.100

2.977.900

3.104.800

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

32.000

Rijksbijdrage Hlz

0

0

1.804.000

1.353.000

902.000

451.000

0

               

Opdrachten

1.858

4.891

6.777

9.560

13.386

15.585

17.585

waarvan onder andere:

             

Programma Verspilling in de Zorg

200

300

300

300

0

0

0

Curatieve ggz

0

1.035

604

450

200

200

200

Programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

0

0

1.750

4.400

7.800

10.000

12.000

Wet verplichte ggz

0

150

1.385

1.085

905

905

905

               

Bijdragen aan agentschappen

1.043

1.253

1.253

1.253

1.253

1.253

1.253

CIBG: APG/GVS/WGP

1.043

1.253

1.253

1.253

1.253

1.253

1.253

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

23

618

618

618

618

618

ZiNL: Uitvoering Compensatie kosten van zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

23

618

618

618

618

618

               

3. Bevorderen werking van het stelsel

64.191

56.081

211.232

94.996

94.993

119.990

119.990

               

Subsidies

3.226

434

125.480

480

480

25.480

25.480

waarvan onder andere:

             

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

232

326

341

341

341

341

341

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

0

0

125.000

0

0

25.000

25.000

               

Bekostiging

3.144

0

0

0

0

0

0

               

Inkomensoverdrachten

35.757

23.966

28.169

28.168

28.167

28.166

28.166

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

35.713

23.966

28.169

28.168

28.167

28.166

28.166

               

Opdrachten

2.566

3.819

3.968

14.328

14.327

14.327

14.327

waarvan onder andere:

             

Risicoverevening

1.179

1.410

1.390

1.390

1.390

1.390

1.390

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

335

441

421

471

471

471

471

Verdere ontwikkeling DBC’s

0

0

0

10.351

10.351

10.351

10.351

               

Bijdragen aan agentschappen

19.498

22.032

23.808

21.986

21.985

21.984

21.984

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

19.498

22.032

23.808

21.986

21.985

21.984

21.984

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

5.817

25.704

25.931

25.931

25.930

25.930

SVB en Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

0

29

10.663

10.890

10.890

10.889

10.889

ZiNL: Doorlichten pakket

0

5.788

15.041

15.041

15.041

15.041

15.041

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

13

4.103

4.103

4.103

4.103

4.103

VenJ: Bijdrage C2000

0

13

4.103

4.103

4.103

4.103

4.103

               

Ontvangsten

78.105

55.853

45.853

35.955

35.955

35.955

35.955

waarvan onder andere:

             

Wanbetalers

66.343

54.800

44.800

34.902

34.902

34.902

34.902

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2015 ad € 251 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget 2015 ad € 4,3 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget 2015 ad € 17 miljoen is 70% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget 2015 ad € 28 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de middelen aan het Zorginstituut Nederland voor stringent pakketbeheer.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2015 ad € 26 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland en de SVB voor de actieve opsporing van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de middelen aan het Zorginstituut Nederland voor stringent pakketbeheer.

5. Instrumenten

Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Integraal Kankercentrum Nederland

Het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) is een kennis- en kwaliteitsinstituut voor professionals en bestuurders in de oncologische en palliatieve zorg, met als doel deze zorg continue te verbeteren. Het totale subsidiebedrag bedraagt in 2015 € 33,7 miljoen. IKNL draagt bij aan het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het opstellen van richtlijnen, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing. De landelijke kwaliteitsdata die het IKNL in samenwerking met DICA (Dutch Institute for Clinical Auditing) registreert zijn uniek in de wereld en van grote waarde voor het verbeteren van de organisatie van de oncologische zorg binnen en tussen zorginstellingen.

Nederlands Kanker Instituut

Het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is een internationaal erkend centre of excellence op het gebied van oncologisch onderzoek. Het wetenschappelijk onderzoek beweegt zich op een breed gebied dat fundamenteel biologische vraagstellingen, klinisch onderzoek, epidemiologie en psychosociaal onderzoek omvat. De combinatie van een focus op oncologie en de aanwezigheid van state of the art kennis en technologie, maakt dat het NKI goed past binnen deconcentratie/concentratiebeleid van VWS waarin eenvoudige ingrepen worden gedecentraliseerd en wordt gespecialiseerd/geconcentreerd als het complexe ingrepen betreft met een laag volume aan patiënten. Het NKI krijgt in 2015 € 17,2 miljoen subsidie van VWS. Ongeveer € 6,4 miljoen daarvan is bestemd voor de kapitaallasten.

Patiëntveiligheid curatieve zorg

VWS heeft samen met partijen in de zorgsectoren maatregelen ingezet om de veiligheid van patiënten te waarborgen en te verbeteren (TK 31 016, nr. 66). Het is aan zorgaanbieders, professionals, zorggebruikers en zorgverzekeraars om in 2015 veiligheid als onderdeel van kwaliteit verder te borgen en te integreren in de zorgprocessen en de werkcultuur. De inzet van VWS is er in 2015 op gericht om via bestuurlijke afspraken voortgangsactiviteiten nauwlettend te monitoren, nieuwe risico’s te identificeren en zo nodig aanvullende doelstellingen te bepalen.

VWS draagt in 2015 bij aan patiëntveiligheid in de medisch-specialistische zorg door de financiering van twee projecten. Ten eerste het monitoren van patiëntveiligheid, met name de potentieel vermijdbare schade en sterfte in de ziekenhuizen en de zelfstandige behandelklinieken. Voor deze 4e landelijke monitor wordt in 2014 een meerjarige subsidie verleend voor de periode 2015 tot en met 2017. Hiervoor is een bedrag uitgetrokken van maximaal € 2 miljoen. Voor 2015 is een bedrag van circa € 0,5 miljoen gereserveerd. In 2015 financiert VWS tevens het tijdelijke veiligheidsprogramma in de sector zelfstandige behandelcentra (ZBC’s) dat loopt van maart 2012 tot en met maart 2015. Hiervoor is in 2015 een bedrag uitgetrokken van € 35.000.

Voor de ggz loopt het vervolg op het programma «Veilige zorg, ieders zorg» (2009 tot 2013) via het Bestuurlijk Akkoord toekomst ggz (2013–2014). Voor de uitvoering van de patiëntveiligheidsagenda ggz is in 2015 een bedrag van € 0,1 miljoen gereserveerd.

Voor de acute zorg zal extra aandacht worden besteed aan veilige (digitale) informatieoverdracht van de ene zorgverlener naar de andere in de keten van acute zorg. Er zal op basis van een inventarisatie een plan worden opgesteld. In 2015 is voor activiteiten op het terrein van patiëntveiligheid in de acute zorg en in de 1e lijn circa € 0,2 miljoen gereserveerd.

Voor de curatieve zorg trekt VWS op het gebied van patiëntveiligheid in 2015 circa € 0,8 miljoen uit.

Zwangerschap en geboorte

In navolging van de adviezen van de Stuurgroep zwangerschap en geboorte (TK 32 279, nr. 10) neemt het kabinet maatregelen om de perinatale gezondheid in Nederland te verbeteren. Dat moet er mede toe leiden dat goede resultaten worden doorgezet. Een Europese vergelijkende studie (Peristat 3 uit 2013) laat zien dat verdere verbeteringen mogelijk zijn. Dit beeld is ook bevestigd in rapporten van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en in een knelpuntenbrief van het College Perinatale Zorg (CPZ). In 2015 is voor de maatregelen zwangerschap en geboorte in totaal circa € 2,3 beschikbaar.

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

Er wordt subsidie verleend aan de Stichting Pathologisch-Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA) voor het in stand houden van een landelijke databank met alle pathologie-uitslagen en een computernetwerk voor gegevens uitwisseling met alle pathologie-laboratoria in Nederland.

Nictiz

Nictiz is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. Er wordt in 2015 € 5,2 miljoen subsidie verleend aan Nictiz om een coördinerende functie te vervullen bij de ontwikkeling van ICT- en informatiestandaarden en implementatieondersteuning bij het gebruik van deze standaarden. Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van eHealth, analyseert en duidt Nictiz ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Tevens fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum en vervult het een verbindende rol bij de ontwikkeling en het gebruik van ICT in de zorg.

Stichting Lareb: bijwerkingenregistratie voor vaccins en de teratologie informatie service

De subsidiëring (€ 1,2 miljoen) aan de stichting Lareb wordt in 2015 voortgezet. Dit draagt bij aan een betere veiligheid van gebruikers van geneesmiddelen en vaccins. Specifiek met deze subsidie wordt aandacht besteed aan het ondersteunen van voorschrijvers bij medicatietoediening aan zwangeren en moeders die borstvoeding geven en de registratie en analyse van bijwerkingen bij vaccins.

Nederlandse Transplantatie Stichting en regio’s landelijke implementatie pilots orgaandonatie

De evaluatie van de pilots van het Masterplan Orgaandonatie is eind 2014 afgerond. Mede voor het behoud van het draagvlak in de ziekenhuizen is besloten om de landelijk uitgerolde pilots (Zelfstandige Uitname Teams en donorwervingstructuur) voort te zetten tot en met 2016. Dit geeft de donatieregio’s voldoende tijd om met de aangepaste aanpak rond donatie de doelstellingen van het Masterplan te behalen.

Kengetallen orgaandonatie

Kengetallen orgaandonatie

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

De NTS zal ook in 2015 de voorlichting over orgaandonatie en de donorwerving in ziekenhuizen ondersteunen en monitoren. De NTS ontvangt hiervoor jaarlijks een instellingssubsidie van € 3,1 miljoen. In de tweede helft van 2014 zal ik mijn standpunt op het rapport van de Gezondheidsraad over de weefselketen aan uw Kamer zenden. Als vervolg daarop zal ik de wijze van positionering van de NTS binnen die keten en de financiering van de weefselbanken daarbinnen bezien.

Regeling Donatie bij leven

Met deze regeling wordt er voor gezorgd dat niet-medische kosten die ontstaan door het bij leven afstaan van een nier worden vergoed aan de donor. In 2013 werden 580 subsidies verstrekt voor een totaal van € 0,6 miljoen Tot en met mei 2014 zijn er 220 subsidies verstrekt. De regeling wordt uitgevoerd door de Nederlandse Transplantatie Stichting.

Technologisch Kennis Instituut/Life Science and Health

Aan het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) van de Topsector Life Sciences and Health (genaamd LSH Plaza) zullen subsidies worden verstrekt die bijdragen aan de verwezenlijking van de in het Regeerakkoord uitgesproken ambitie om in te zetten op het verkrijgen van extra middelen uit het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 en het creëren van een ondersteunende data-infrastructuur.

Daarnaast is voorzien in een bijdrage voor nader te bepalen onderdelen van het Topsectorplan en het Innovatiecontract van de topsector LSH die zonder publieke bijdrage niet tot stand kunnen worden gebracht. Ook wordt een bijdrage gereserveerd ter ondersteuning van de competenties van onderzoekers op het snijvlak van onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten.

Doelmatigheid UMC’s

Vanaf 2014 is voor een periode van 5 jaar een bedrag van € 25 miljoen beschikbaar gesteld aan de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (NFU) voor projecten die een bijdrage leveren aan een duurzame gezondheidszorg. Dit gebeurt in de vorm van een fonds, genaamd het Citrienfonds. Kern van het fonds is dat gewerkt wordt aan de belangrijkste uitdaging van dit moment: hoe zorgen we dat de kwaliteit van de zorg goed blijft of zelfs nog beter wordt èn de zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft?

De NFU heeft samen met het Ministerie van VWS een inventarisatie gemaakt van mogelijke projecten die hieraan kunnen bijdragen. Dit betreft onder andere het initiatief «registratie aan de bron» en «naar regionale oncologienetwerken». Deze gekozen projecten kunnen nog wijzigen als gevolg van nieuwe inzichten.

ZonMw coördineert het traject. Na afloop van het fonds zal worden geëvalueerd in welke mate de doelstellingen zijn behaald.

Expertisefunctie zintuiglijk gehandicapten (ZG)

Als onderdeel van de hervorming langdurige zorg zal de extramurale ZG-behandeling per 1 januari 2015 overgaan vanuit de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. De expertisefunctie past niet vanzelf binnen dat kader, omdat zij niet onder te brengen is in prestaties ten behoeve van individuele cliënten. Daarom is besloten dat het instrument van de instellingssubsidie ingezet zal worden om zorg te dragen dat de expertisefunctie per 1 januari 2015 gecontinueerd kan worden.

Opdrachten

Publiekscampagne orgaandonatie

Om vast te houden aan de integrale aanpak van het Masterplan Orgaandonatie zal de landelijke campagne rond orgaandonatie, «Nederland zegt Ja», worden voortgezet. Voor 2015 is hier € 1,5 miljoen voor gereserveerd. Hierbij is wel gekozen voor een nog duidelijker focus op ja-registraties wat naar voren zal komen in de boodschap van de campagne.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Donorregister en Implantatenregister

Het CIBG verzorgt in 2015 diverse registers waaronder het Donorregister, het Implantatenregister en het register van apotheekhoudende huisartsen. Het Implantatenregister wordt vanaf 2015 uitgebreid met verdere implantatengroepen. Daarbij zullen we vaststellen welke implantaten prioriteit hebben op basis van het grootste risico en/of de grootste omvang te worden opgenomen in het Implantatenregister. Ook zal gewerkt worden aan de borging van de registratie van implantaten door instellingen en specialisten door een wettelijke verplichting en door het opnemen van de overeengekomen gegevensset in de reguliere registratie van specialist en instelling. Voor de patiënt wordt bezien op welke wijze deze toegang kan krijgen tot gegevens over eigen implantaat. Ter ondersteuning hiervan zullen afspraken worden gemaakt over uniforme barcodering met fabrikanten en zorgveld. Uniforme barcodering speelt een belangrijke rol bij patiëntveiligheid, maakt het makkelijker producten te traceren, helpt bij de bestrijding van vervalste medische producten en zorgt er bovendien voor dat verspilling wordt tegengegaan.

Kengetal: Aantal geregistreerden in het Donorregister.

Kengetal: Aantal geregistreerden in het 						Donorregister.

Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

Het is van belang dat er in grootschalige nieuwbouwlocaties, waar nog niet voldoende patiënten wonen, geïntegreerde eerstelijnszorg wordt aangeboden. Daarom worden gezondheidscentra in grootschalige nieuwbouwlocaties contractueel belast met het aanbieden van die zorg bij wijze van dienst van algemeen economisch belang. Dit betekent dat zij de taak hebben om op die locaties geïntegreerde eerstelijnszorg te verlenen en verder te ontwikkelen. Hiertoe zullen zij gedurende de aanloopperiode (maximaal vijf jaar) subsidie ontvangen. Hiervoor is in 2015 circa € 2 miljoen beschikbaar.

Anonieme e-mental health

Voor de financiering van anonieme e-mental health is in 2015 een subsidie van € 2 miljoen beschikbaar. Om dit geld te verdelen over het brede palet van anonieme e-mental health aanbieders is een beleidskader anonieme e-mental health opgesteld, waarop aanbieders subsidieaanvragen hebben ingediend. Dit beleidskader is een tijdelijke maatregel, waarmee in 2015 subsidie wordt verstrekt aan een aantal aanbieders van anonieme e-mental health. Met deze tijdelijke maatregel is ruimte gecreëerd om een structurele oplossing vorm te geven. Het wetsvoorstel voor deze structurele oplossing is in de zomer 2013 aangeboden aan het parlement. Dit betreft een wijziging van de Zorgverzekeringswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enkele andere wetten teneinde de bekostiging van anonieme e-mental health structureel te regelen en de anonieme financiering van zorg aan ernstig bedreigde cliënten mogelijk te maken (TK 33 675, nr. 3).

Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon

De patiëntenvertrouwenspersoon is de onafhankelijke ondersteuner van cliënten in de ggz. De werkzaamheden van de patiëntenvertrouwenspersoon hebben een wettelijke basis in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) en het besluit patiëntenvertrouwenspersoon Bopz. Met de subsidie stelt VWS de Stichting PVP in staat deze wettelijke taak onafhankelijk van de instellingen uit te voeren. De subsidie dekt zowel de bureaukosten van de stichting als de inzet van de vertrouwenspersonen. De patiëntenvertrouwenspersoon verleent ggz-cliënten advies, informatie en bijstand bij de handhaving van hun rechten. De dienstverlening is primair gericht op cliënten die intramuraal in de ggz verblijven. De Stichting Patiëntenvertrouwenspersoon (stichting PVP) draagt – op basis van de instellingssubsidie – ook zorg voor een bredere ondersteuning bijvoorbeeld aan ambulante cliënten die met een dwangmaatregel worden geconfronteerd en cliënten die vrijwillig zijn opgenomen in een Bopz-aangemerkte instelling. Ambulante cliënten kunnen per telefoon of via e-mail terecht bij de Helpdesk van de Stichting PVP.

Stichting Familievertrouwenspersonen

VWS financiert de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen (LSFVP) in verband met de uitvoering van de motie TK 30 492, nr. 23, waarin werd verzocht om in iedere ggz-instelling een familievertrouwenspersoon beschikbaar te hebben. Een familievertrouwenspersoon voorziet familieleden en naasten in advies, bijstand en informatie over de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg. Het subsidiebedrag van € 1,1 miljoen is gebaseerd op gefaseerde introductie van de familievertrouwenspersoon in ggz-instellingen en landelijke uitrol van de familievertrouwenspersoon.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,5 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Zorgverstrekking aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het Zorginstituut Nederland als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet gestelde voorwaarden. Voor compensatie aan de zorgaanbieders is in 2015 € 32 miljoen beschikbaar.

Rijksbijdrage Hlz

De transitie van de AWBZ naar de Hlz, waarbij overhevelingen plaatsvinden van de AWBZ naar de Zvw, zorgt voor een effect op de Zvw-premie. Een tegengesteld effect doet zich voor als gevolg van de overheveling van de jeugd-ggz naar de gemeenten. Om het gesaldeerde premie-effect te dempen is een nieuwe rijksbijdrage ingevoerd. Deze rijksbijdrage loopt af naar € 0 in 2019.

Opdrachten

Programma Verspilling in de Zorg

In het kader van het Programma Aanpak Verspilling in de Zorg is een meldpunt verspilling opgericht. VWS voorziet in de bekostiging van het meldpunt door het verstrekken van opdrachten voor de duur van de huidige kabinetsperiode. Inmiddels is in dit traject een actieplan voor de drie themaprojecten genees- en hulpmiddelen, langdurige zorg en curatieve zorg in werking getreden (TK 33 654, nr. 7). De geraamde kosten voor 2015 bedragen € 0,3 miljoen.

Programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

Zoals eerder gemeld in de brief d.d. 14 juli 2014, (TK 29 477, nr 291) wordt het budget van het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) uitgebreid. Op het gebied van geneesmiddelen zijn de afgelopen jaren door diverse maatregelen forse besparingen gehaald. Ook het programma GGG heeft hieraan bijgedragen. Een deel van de besparingen wordt gebruikt om het budget van het programma te verruimen. Dit zal een extra impuls geven aan de kwaliteits- en doelmatigheidsverbetering.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: APG/GVS/WGP

Het agentschap zorgt voor het register van apotheekhoudende huisartsen (€ 0,2 miljoen), het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (€ 0,4 miljoen) en het uitvoeren van de Wet Geneesmiddelenprijzen (€ 0,6 miljoen). Daarnaast verzorgt het CIBG de vergunning- en ontheffingverlening op grond van diverse wetten.

Bevorderen van de werking van het stelsel

Subsidies

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

De Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) verzorgt doelgroepgerichte voorlichting aan onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet om deze groepen te wijzen op hun plicht zich te verzekeren dan wel de Zvw-premie te betalen. Zo wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van het aantal wanbetalers en onverzekerden. De bijdrage 2015 bedraagt € 0,3 miljoen.

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

Voor vrijgevestigde medisch specialisten is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen, om voor een dienstverband met het ziekenhuis of zbc te kiezen, te verminderen. Dit is een uitvloeisel van het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg en de invoering van integrale tarieven in de medisch-specialistische zorg.

De subsidieregeling gaat uit van 80% voorschot en de resterende 20% bij de afrekening (voorzien in 2018 en 2019). Voor 2015 is een bedrag van € 125 miljoen beschikbaar en voor 2018 en 2019 jaarlijks een bedrag van € 25 miljoen. De middelen zijn vanuit de premie naar de begroting overgeheveld maar blijven onderdeel van het BKZ.

Inkomensoverdrachten

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

Met de ambulancediensten zijn in de afgelopen jaren afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen. Deze regelingen zijn voor de werknemers bij de ambulancediensten afhankelijk van de verschillende cao’s die voor de diensten golden (publiek, particulier en privaat). Met elk van de groepen is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat 95% van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen (bijdrage 2015 € 28,2 miljoen).

Opdrachten

Risicoverevening

Het systeem van risicoverevening wordt jaarlijks aangepast aan de gewijzigde omstandigheden in de zorg. In 2015 en de jaren daarna wordt de aandacht gericht op de verbetering van het somatische model, met name om de overheveling van verpleging en verpleging goed in het model te kunnen op te nemen en om prikkels voor (indirecte) risicoselectie te minimaliseren. Tevens zal de aandacht uitgaan naar de verdere verbetering van het ex ante model voor de geestelijke gezondheidszorg, waarbij ook de overheveling van de langdurige ggz wordt meegenomen. Verder vindt er een kwantitatieve analyse plaats van de werking van het vereveningssysteem. Hiervoor is in 2015 circa € 1,4 miljoen beschikbaar.

Verdere ontwikkeling DBC’s

De middelen op de begroting van VWS voor de (door)ontwikkeling en het beheer van de DBC-systematiek worden beschikbaar gesteld aan de NZa. De aanwending van deze middelen in 2015 loopt via artikel 4 Zorgbreed beleid.

Bijdragen aan agentschappen en bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CJIB, SVB en Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het Zorginstituut Nederland (ZiNL) door middel van vergelijking van een door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gebouwd bestand van alle AWBZ-verzekerden en het referentiebestand verzekerden Zorgverzekeringswet (RBVZ) dat alle Zvw-verzekerden bevat. Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het ZiNL, het CJIB en de SVB worden vanaf de VWS-begroting betaald.

Op grond van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering worden wanbetalers die geen premie betalen bij zes maanden premieachterstand door de zorgverzekeraar overgedragen aan het ZiNL. Via onder andere bronheffing betalen zij verplicht een bestuursrechtelijke premie van 130% van de standaard premie. De uitvoeringskosten worden vanaf de VWS-begroting betaald. Van de bestuursrechtelijke premie die wanbetalers betalen wordt 30/130ste deel aangewend voor de kosten van de uitvoering. In 2012 is een begin gemaakt met activiteiten die erop gericht zijn te voorkomen dat mensen in het bestuursrechtelijk premieregime terecht komen (door onder andere samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten). In 2014 ligt het wetsvoorstel Wet verbetering wanbetalersmaatregelen voor bij de Tweede Kamer (TK 33 683, nr. 2 en TK 33 683, nr. 3). Dit wetsvoorstel heeft tot doel verbeteringen te realiseren in de uitvoering van de wanbetalersregeling, zoals opgenomen in de Zvw. Beoogd wordt de preventiefase te verbeteren door maatregelen te nemen om wanbetaling van zorgpremies te voorkomen. Deze maatregelen betreffen verbetering van het premieregime, bestaande uit wijzigingen in de bronheffing, verbetering van de kwaliteit van het adresgegeven en bevordering van de uitstroom van wanbetalers. In 2015 zullen de maatregelen die mogelijk worden gemaakt met het wetsvoorstel, worden ingezet om het stijgende aantal wanbetalers aan te pakken. Vanaf maart 2013 is een stijgende trend waar te nemen in het aantal wanbetalers, vermoedelijk als gevolg van de economische situatie, die naar verwachting ook in de jaren 2014 en 2015 doorzet; in totaal is voor de aanpak onverzekerden en wanbetalers in 2015 circa € 34,5 miljoen beschikbaar.

Kengetallen onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet
 

2012

2013

Raming 2014

Aantal onverzekerden bij het Zorginstituut Nederland

39.000

20.300 1

28.000

Aantal wanbetalers bij het Zorginstituut Nederland

293.000

316.000

341.000

Bron: maandrapportage Zorginstituut Nederland.

X Noot
1

Inclusief 8.400 ambtshalve verzekerden

ZiNL: Doorlichten pakket

Conform het regeerakkoord Rutte-Asscher zal het Zorginstituut Nederland jaarlijks een deel van het verzekerd pakket doorlichten met een taakstellend bedrag aan uitgavenbesparing (stringent pakketbeheer). Voor de uitvoering van deze taak is een investering nodig in de capaciteit van het Zorginstituut. De uitvoeringskosten worden vanaf de VWS-begroting betaald. Deze worden voor 2015 geraamd op circa € 15 miljoen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

VenJ: Bijdrage C2000

VWS draagt 4,5% bij aan de exploitatiekosten van het digitale communicatiesysteem voor de hulpverleningsdiensten, C2000. Daarmee is het aandeel van de ambulancezorg gedekt. Deze uitgaven zijn structureel € 4,1 miljoen per jaar.

Ontvangsten

Wanbetalers

De ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuursrechterlijke premie worden met ingang van 2012 voor 100/130ste deel toegevoegd aan het Zorgverzekeringsfonds; 30/130ste deel van de ontvangsten wordt toegevoegd aan de begroting van VWS, waaruit de uitvoeringskosten worden gefinancierd. Voor 2015 worden de ontvangsten geraamd op € 44,8 miljoen.

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen, waarbij ondersteuning en zorg worden aangeboden op grond van de complexiteit van de zorgvraag én de kwetsbaarheid van de burger. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

Met de hervorming van de langdurige zorg (Hlz) is de weg ingeslagen naar een meer integrale doelstelling op het terrein van ondersteuning en langdurige zorg. Het doel is (verder) mogelijk te maken dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen. Vaak zal ondersteuning van het eigen sociale netwerk of (gemeentelijke) thuiszorgvoorzieningen nodig zijn. Als het thuis niet langer gaat, moeten er goede instellingen zijn waar oog is voor het individu en de kwaliteit van leven. Daarnaast zijn de hervormingen nodig vanwege de financiële houdbaarheid van de langdurige zorg. In de afgelopen decennia is de AWBZ overbelast geraakt; teveel zaken die we ook zelf zouden kunnen regelen, worden uit de collectieve middelen betaald (TK 30 597, nr. 296).

Uitgangspunten bij de hervorming van de langdurige zorg zijn:

  • 1. Uitgaan van wat mensen (nog) wel kunnen in plaats van wat zij niet kunnen. Kwaliteit van leven (welbevinden) staat voorop.

  • 2. Als ondersteuning nodig is, wordt allereerst gekeken naar het eigen, sociale netwerk van betrokkenen en wordt de hulp dichtbij georganiseerd.

  • 3. Voor wie – ook met steun van de omgeving – niet (meer) zelfredzaam kan zijn, is er altijd (op participatie gerichte) ondersteuning en/of passende zorg.

  • 4. De meest kwetsbare mensen krijgen recht op passende zorg en verblijf in een nieuwe volksverzekering, de Wet langdurige zorg (Wlz).

De veranderingen in en de hervorming van de langdurige zorg kunnen niet los van elkaar worden gezien. Een betere zorgverlening bij de Wmo 2015 of de wijkverpleging kan ertoe leiden dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen en omgekeerd: als meer mensen thuis blijven wonen, zal er meer gebruik worden gemaakt van extramurale zorg en ondersteuning. De monitoring en evaluatie zal daarom ook integraal worden aangepakt (waarbij ook op de afzonderlijke wetten naar het effect zal worden gekeken). Hierbij zal worden gekeken naar:

  • 1. Doelbereik. Wat willen we bereiken en hoe effectief is het beleid?

  • 2. Verschuivingen in gebruik en uitgaven. Wat zijn ontwikkelingen in gebruik en uitgaven op deelterreinen? Zijn er verschuivingen tussen domeinen? Kunnen we deze ontwikkelingen en verschuivingen verklaren?

  • 3. Beleid. Welke ontwikkelingen in het beleid en percepties bij gemeenten, burgers, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren kunnen die verschuivingen in gebruik en uitgaven nader verklaren?

De gegevens van de monitoring van de Wmo 2015 worden gebaseerd op de data die worden verzameld voor de verantwoording van het gemeentelijke beleid en ook worden gebruikt in het kader van de monitor sociaal domein.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • De Minister stimuleert zelfredzaamheid en participatie om iedereen in staat te stellen zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen. Zo nodig wordt daarbij ondersteuning en/of zorg geboden, rekening houdend met het eigen sociale netwerk, de complexiteit van de zorgvraag en de kwetsbaarheid van de betreffende burger.

  • De Minister stimuleert de ontwikkeling en brede verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de zorg en de ondersteuning te versterken.

Financieren:

  • De Minister draagt zorg voor het financieren van de AWBZ/ Wlz, de Wmo 2015, de integratie-uitkering Wmo, de decentralisatie-uitkeringen vrouwenopvang en maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en openbare geestelijke gezondheidszorg. In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning opgenomen. De premie-uitgaven en ontvangsten op het terrein van de langdurige zorg en ondersteuning komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

  • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Regisseren:

  • De Minister is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg.

  • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de AWBZ/Wlz vast en stuurt voorts door het maken van bestuurlijke afspraken en het monitoren van de uitkomsten. De Minister is daarnaast verantwoordelijk voor de uitvoering van het bovenregionaal sociaal-recreatief vervoer en het afwikkelen van de regeling maatschappelijke ondersteuning betreffende het mantelzorgcompliment waarvan de beëindiging is voorzien op 1 januari 2015.

3. Beleidswijzigingen

Transitie Hervorming langdurig zorg (Hlz)

De hervorming van de langdurige zorg is gericht op betere kwaliteit van zorg en ondersteuning, een meer betrokken samenleving en een houdbare financiering van de langdurige zorg. Dit alles is inmiddels vertaald in (concept) wet- en regelgeving, zoals de Wmo 2015, de Wet langdurige zorg en de conceptaanspraken in de Zvw. Vanaf 1 januari 2015 treedt de Wmo 2015 in werking. De geplande ingangsdatum van de nieuwe Wet langdurige zorg is tevens 1 januari 2015. Het wetsvoorstel voor deze wet is in behandeling bij de Tweede Kamer. De Tweede en de Eerste Kamer moeten het voorstel nog goedkeuren.

Het gaat om herzieningen, die van cliënten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten aanpassingen vragen. Hierover zijn werkafspraken gemaakt met NPCF, Ieder(in), Landelijke platform ggz, ZN, VNG, ActiZ, VGN, BTN, FO, V&VN. De landelijke partijen begeleiden gezamenlijk de transitie, onder meer door regionale partijen te faciliteren. Het gaat daarbij vooral om de continuïteit van ondersteuning en zorg, fricties op de arbeidsmarkt, verschuivingen in het vastgoed, informatievoorziening, administratieve lasten en innovatietrajecten in de zorg. De cliëntenorganisaties hebben het op zich genomen om de effecten voor de cliënten te monitoren. Naast monitoring spelen de genoemde partijen een belangrijke rol in de communicatie over het nieuwe stelsel naar hun achterban.

Nationaal Programma Palliatieve Zorg

Het kabinet zet in op de verdere ontwikkeling en uitvoering van goede palliatieve zorg. Het kabinet trekt daarom voor versterking van de palliatieve zorg vanaf 2015 jaarlijks € 8,5 miljoen uit voor minimaal 6 jaar. Het doel van de investering in palliatieve zorg is dat patiënten en naasten zicht hebben op keuzes van zorg en ondersteuning in de laatste levensfase, dat goede zorg wordt geboden en dat de communicatie tussen eerste en tweede lijn en met patiënt en naasten optimaal is. Het Nationaal Programma Palliatieve Zorg dat hiertoe wordt gestart zal bestaan uit een samenhangende ontwikkeling van zorg, onderzoek en onderwijs. Onderzoek en praktijkverbetering gaan hierbij hand in hand. Patiënten, mantelzorgers, vrijwilligers en professionals spelen een belangrijke rol bij de agendering in het programma. Het lopende Verbeterprogramma Palliatieve Zorg, waarvoor in 2015 reeds € 1,9 miljoen op artikel 4 is gereserveerd (programma ZonMw), wordt daarin opgenomen.

Kwaliteitsverbetering

In de brief aan de Tweede Kamer van 12 juni 2014 over de kwaliteit in verzorgings- en verpleeghuizen (TK 31 765, nr. 90) beschrijft het kabinet zijn voornemens om structurele tekortkomingen in de kwaliteit van de intramurale ouderenzorg te voorkomen. Met ingang van 1 januari 2015 wordt aan «InVoorZorg!» een apart onderdeel toegevoegd om de zorgaanbieders te ondersteunen bij de verbetering van kwaliteit. Samen met ActiZ wordt op korte termijn een verbeterprogramma opgezet en een taskforce gaat barrières in onder andere de bekostiging opsporen en oplossen. Voor de kwaliteitsverbetering op middellange termijn heeft het kabinet vijf speerpunten benoemd: 1) samenwerking tussen cliënt, informele zorg en zorgverlener gericht op kwaliteit van leven; 2) veilige zorg; 3) meer ruimte voor – en kwaliteit van – professionals; 4) bestuurlijk leiderschap en 5) openheid en transparantie. Na bespreking met de patiënten- en cliëntenorganisaties, ActiZ, BTN, Verenso, V&VN en ZN ontvangt de Tweede Kamer november 2014 een nadere uitwerking van de aanpak.

Mantelzorg en vrijwilligers

De rol van mantelzorgers en vrijwilligers bij de ondersteuning van mensen in hun eigen omgeving wordt groter. De ondersteuning van mantelzorgers wordt in 2015 daarom verder versterkt. Per 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning en waardering van mantelzorgers. In de Begrotingsafspraken 2014 is hiervoor aanvullend structureel € 11 miljoen extra beschikbaar gesteld. Het bedrag dat structureel beschikbaar wordt gesteld voor de ondersteuning en waardering van de mantelzorgers wordt hierdoor € 100 miljoen. In 2015 zal een deel van dit bedrag nog worden aangewend voor betalingen van mantelzorgcomplimenten over voorgaande jaren.

Centraal uitgangspunt voor de besteding van de middelen is dat relevante partijen, zoals zorg- en welzijnsinstellingen en gemeenten een goede samenwerking met en een adequate ondersteuning van de informele zorgverleners tot stand brengen. Hierdoor kan de individuele mantelzorger beter worden ondersteund, zowel in extra- als intramurale setting. Naar de aard en omvang van de informele zorg wordt door het SCP in 2015 onderzoek gedaan.

Stelsel van hulp en opvang voor alle slachtoffers van geweld in huiselijke kring

Per 1 januari 2015 wordt er een duurzaam en flexibel stelsel van hulp en opvang voor alle slachtoffers van geweld in huiselijke kring van kracht. Hieraan gekoppeld is een kwaliteitsimpuls «Aanpak geweld in huiselijke kring». Hiervoor is vanaf 2015 structureel € 10 miljoen toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang. In 2015 worden de effecten van deze veranderingen nauwgezet gevolgd.

Ratificatie VN Verdrag Handicap

De ratificatie van het VN Verdrag Handicap wordt in 2015 een feit. Daartoe volgt in 2014 en 2015 parlementaire behandeling van de benodigde wetsvoorstellen. Ter voorbereiding op de ratificatie wordt structureel overleg gevoerd met alle relevante sectoren en veldpartijen, waaronder ook werkgevers- en werknemersorganisaties, om zo met een gezamenlijke aanpak te werken naar een meer inclusieve samenleving en daarmee vorm te geven aan de implementatie van het verdrag.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

4.085.519

4.588.408

3.578.197

3.692.800

3.891.946

4.099.291

4.319.692

               

Uitgaven

4.055.646

4.588.388

3.578.197

3.692.800

3.891.946

4.099.291

4.319.692

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

98%

       
               

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.010

203.620

124.899

87.578

86.469

86.463

86.463

               

Subsidies

25.465

41.397

28.187

21.953

21.546

21.542

21.542

waarvan onder andere:

             

Movisie

8.106

8.058

8.102

7.102

7.102

7.102

7.102

Mezzo

3.159

3.160

3.160

3.160

3.160

3.160

3.160

Siriz

0

1.271

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Transitie en transformatie

3.895

9.072

3.895

900

0

0

0

Wmo-werkplaatsen

1.659

2.928

2.605

0

0

0

0

Vilans (In voor mantelzorg)

0

1.620

2.379

0

0

0

0

               

Bekostiging

0

432

432

432

432

432

432

               

Inkomensoverdrachten

87.285

91.627

28.000

0

0

0

0

Mantelzorgcompliment

87.285

91.627

28.000

0

0

0

0

               

Opdrachten

59.431

64.145

66.271

65.184

64.482

64.480

64.480

waarvan onder andere:

             

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

55.458

60.510

60.513

60.513

60.511

60.509

60.509

               

Garanties

12.720

0

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

3.109

3.009

2.009

9

9

9

9

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

3.109

3.009

2.009

9

9

9

9

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

3.010

0

0

0

0

0

               

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.867.636

4.384.768

3.453.298

3.605.222

3.805.477

4.012.828

4.233.229

               

Subsidies

182.392

236.948

189.802

143.699

154.539

152.962

152.963

waarvan onder andere:

             

Centrum Indicatiestelling Zorg

104.461

121.745

87.272

69.207

80.707

79.307

79.307

Trekkingsrechten pgb

0

10.421

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Vilans

5.253

5.234

5.186

4.686

4.686

4.686

4.686

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.110

10.604

10.522

10.522

10.522

10.522

10.522

Programma «InVoorZorg!»

19.414

20.563

17.539

13.200

13.200

13.200

13.200

Joodse en Indische instellingen

0

0

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600

Subsidieregeling Vrijwillige Palliatieve Zorg

19.589

15.510

15.510

15.510

15.510

15.510

15.510

Subsidies Netwerken Palliatieve Zorg

0

3.434

3.440

3.440

3.440

3.440

3.440

Nationaal Programma Palliatieve Zorg

0

600

6.600

7.700

8.500

8.500

8.500

Kwaliteitsverbetering Palliatieve Zorg

1.470

2.036

1.690

1.690

1.690

1.690

1.690

Transitie Hlz

0

8.864

8.000

7.100

4.300

4.300

4.300

               

Bekostiging

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.444.900

3.632.500

3.840.300

4.060.000

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.444.900

3.632.500

3.840.300

4.060.000

               

Opdrachten

3.832

9.273

10.741

14.603

16.418

17.546

18.246

waarvan onder andere:

             

Informatievoorziening zorg en ondersteuning (IZO)

2.725

2.439

3.558

3.558

0

0

0

Transitie Hlz

0

2.605

2.200

1.300

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

2.212

2.227

2.735

0

0

0

0

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

20

20

2.020

2.020

2.020

2.020

ZiNL: AWBZ-brede zorgregistratie

0

20

20

2.020

2.020

2.020

2.020

               

Ontvangsten

7.723

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van circa € 218 miljoen is 98% juridisch verplicht. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van circa € 3,7 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget van circa € 77 miljoen is 80% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name bovenregionaal gehandicaptenvervoer ad € 60,5 miljoen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget ad € 28 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft betalingen van mantelzorgcomplimenten over voorgaande jaren.

5. Toelichting op de financiële instrumenten

Stimuleren participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2012 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een 						lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 						65 jaar) en de algemene bevolking in 2012 (percentages)

Bron: Participatiemonitor 2013, NIVEL

Bovenstaand kengetal is afkomstig uit de Participatiemonitor 2013 van het NIVEL. Het belangrijkste doel van de Participatiemonitor is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast is de monitor ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven. De Participatiemonitor wordt om de twee jaar uitgebracht en dat betekent dat in 2015 de rapportage Participatiemonitor 2015 zal worden uitgebracht met gegevens tot en met 2014.

Subsidies

Movisie

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2015 circa € 8,1 miljoen subsidie voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen voor een adequate uitvoering van de Wmo en aanpalende terreinen door middel van het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis.

Mezzo

De vereniging Mezzo ontvangt subsidie voor het versterken van de kwaliteit van de mantelzorgondersteuning (circa € 3,2 miljoen).

Siriz

Voor een impuls voor de hulp aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders ontvangt Siriz in totaal een subsidie van € 1,5 miljoen. Uitgangspunt hierbij is dat hun expertise op dit gebied wordt behouden en verder kan worden uitgedragen. Deze impuls is een gevolg van het amendement Van der Staaij c.s. (TK 33 750-XVI, nr. 17).

Transitie en transformatie

De middelen (circa € 3,9 miljoen) worden ingezet voor de ondersteuning van gemeenten, aanbieders, verzekeraars en cliënten- en patiëntenorganisaties (o.a. NPCF € 2,3 miljoen) bij de voorbereidingen op de hervorming van de langdurige zorg. Inclusief de Wmo-werkplaatsen en opdrachten wordt circa € 7,5 miljoen ingezet voor de ondersteuning van de bovengenoemde partijen bij de transitie.

Wmo-werkplaatsen

In totaal wordt er in 2015 € 2,6 miljoen gesubsidieerd voor de Wmo-werkplaatsen. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van hogescholen en lectoraten, gemeenten en zorg- en welzijnsinstellingen, gericht op praktijkonderzoek en deskundigheidsbevordering op het terrein van maatschappelijke ondersteuning. In 2014 is het aantal werkplaatsen uitgebreid van zeven naar dertien, waardoor een landelijk dekkend netwerk is ontstaan. Er doen nu ongeveer 90 gemeenten en drie provincies mee alsmede 250 uitvoerende organisaties, waaronder zorg- en welzijnsinstellingen, woningcorporaties en cliënten- en vrijwilligersorganisaties. In totaal worden enkele duizenden (aankomende) beroepsbeoefenaren en ambtenaren getraind en bijgeschoold in de kennis die ze nodig hebben voor een goede uitvoering van de Wmo 2015.

Vilans (In voor mantelzorg)

Met een subsidie aan Vilans voor de uitvoering van het programma In voor mantelzorg wordt ingezet op een beter samenspel tussen formele en informele zorg (€ 2,4 miljoen).

Inkomensoverdrachten en bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Mantelzorgcompliment en SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

De regeling mantelzorgcompliment wordt per 2015 stopgezet. Het bedrag in 2015 (circa € 28 miljoen) is bestemd voor betalingen van mantelzorgcomplimenten over voorgaande jaren. Daarnaast is circa € 2 miljoen bestemd voor uitvoeringskosten van de SVB in 2015.

Onderstaande figuur geeft het aantal door de Sociale Verzekeringsbank verstrekte mantelzorgcomplimenten per boekjaar weer.

Mantelzorgcomplimenten

Mantelzorgcomplimenten

Bron: Sociale Verzekeringsbank.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaal-recreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (circa € 60,5 miljoen in 2015).

In 2013 was de klanttevredenheid over het BRV onverminderd hoog en stabiel. Over het geheel genomen waarderen pashouders het reizen met het BRV met een 8,5, zie onderstaand kengetal.

Valys indexcijfers

Valys indexcijfers

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2013, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het

lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben

op het aantal verreden kilometers.

Zorgdragen voor goede en toegankelijke langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

Centrum Indicatiestelling Zorg

Het CIZ verzorgt de onafhankelijke en regelgebonden indicatiestelling voor de Wlz. Per 2015 fungeert het CIZ als zelfstandig bestuursorgaan (ZBO), zo is het streven. Het eerste jaar als ZBO staat in het teken van afronding van de transitie als gevolg van de herziening langdurige zorg en consolidatie van de nieuwe werkwijze. De transitie leidt in eerste instantie tot extra (frictie)kosten. Op termijn zullen de kosten dalen door beperking van de doelgroep van de Wlz. De precieze effecten hiervan op de begroting in de komende jaren worden op dit moment in beeld gebracht.

Trekkingsrechten pgb

Voor de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Wlz is vanaf 2015 sprake van trekkingsrechten pgb. Met de VNG zullen afspraken worden gemaakt over de dienstverlening van de SVB, de bijbehorende kosten en de bestuurlijke verantwoordelijkheden.

Vilans

Vilans is het kenniscentrum voor de langdurige zorg. Vilans werkt aan de beschikbaarheid van een kennisinfrastructuur voor professionals in de langdurige zorg. Het doel is om op basis van kennis de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren (€ 5,2 miljoen).

Stichting Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

De stichting CCE ontvangt subsidie voor diverse activiteiten rond het hanteerbaar maken van probleemsituaties bij cliënten in de langdurige zorg die kampen met ernstige en aanhoudende gedragsproblemen. Zo mobiliseert het CCE in dit kader expertise en ondersteuning op maat via een netwerk van circa 600 velddeskundigen (consultatiefunctie inclusief signalering en feedback) en toetst het CCE aanvragen voor diverse toeslagen (toeslag reguliere meerzorg, meerzorg pgb-ZZP en extramurale interventies KDC’s). CCE ontvangt hiervoor een subsidie (€ 10,5 miljoen).

Programma «InVoorZorg!»

Zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars, en zorgkantoren komen als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg in andere verhoudingen tot elkaar te staan. Zij staan voor een veranderende opgave en zullen op een andere manier met elkaar gaan samenwerken hetgeen van hen een belangrijke aanpassing (transitie) vraagt. Om deze reden is het programma «InVoorZorg!» zo aangepast dat het ook samenwerkingsverbanden van genoemde partijen kan ondersteunen bij de transitie. Het programma «InVoorZorg!» helpt zorgorganisaties hun werkprocessen in te richten met het oog op deze toekomst (€ 17,5 miljoen).

Joodse en Indische instellingen

In de langdurige zorg en de curatieve geestelijke gezondheidszorg ontving een aantal Joodse en Indische instellingen, in aanvulling op de reguliere bekostiging, budgettoeslagen. Deze toeslagen ontvingen zij in verband met de specifieke problematiek van de eerste generatie Joodse en Indische oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de veranderingen in de bekostiging in de Zvw en AWBZ kunnen deze budgettoeslagen vanaf 1 januari 2015 niet op de huidige wijze worden voortgezet. Gezien de «bijzondere solidariteit» met deze doelgroepen is besloten de budgettoeslagen niet te beëindigen, maar om te zetten in subsidies.

Palliatieve zorg

De rijksoverheid verstrekt vanuit de subsidieregeling Vrijwillige Palliatieve Zorg instellingssubsidies aan organisaties voor vrijwillige palliatieve zorg (€ 15,5 miljoen). Het gaat hierbij om een exploitatiecomponent en, voor wat betreft palliatieve terminale zorg in een bijna-thuis-huis en in een high-care hospice, tevens om een huisvestingscomponent.

Daarnaast is vanuit de subsidies netwerken palliatieve zorg een bijdrage mogelijk voor de coördinatie van de netwerken palliatieve zorg (€ 3,4 miljoen).

In 2015 gaat het Nationaal Programma Palliatieve Zorg van start. Daarvoor is jaarlijks € 8,5 miljoen beschikbaar. Het lopende Verbeterprogramma Palliatieve Zorg, waarvoor in 2015 reeds € 1,9 miljoen op artikel 4 is gereserveerd (programma ZonMw), wordt daarin opgenomen.

Tenslotte wordt via ondersteuning van de instellingen Agora en Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ) gezorgd dat de verbinding met het veld aanwezig blijft om de kwaliteitsverbeteringsprojecten door te voeren (€ 1,7 miljoen).

Subsidies en opdrachten

Transitie Hlz

De middelen zijn bestemd voor transitiekosten in verband met de hervorming van de langdurige zorg. De middelen worden ingezet voor ondersteuning van de regio’s, het aanstellen van ambassadeurs (vliegende brigade), monitoring, communicatie en onderzoek (€ 8 miljoen). In totaal is hiervoor (inclusief opdrachten Transitie Hlz) € 10,2 miljoen beschikbaar in 2015.

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de AWBZ als gevolg van de grondslagverkleining van de AWBZ bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,3 miljard). Bij inwerkingtreding van de Wlz in 2015 zal de BIKK onderdeel zijn van de Wlz.

Opdrachten

Informatievoorziening zorg en ondersteuning (IZO)

Op het terrein van de informatievoorziening wordt een aantal projecten uitgevoerd in samenwerking met onder andere de VNG, Zorgverzekeraars Nederland en uitvoeringsorganisaties. Doel is onder meer het bevorderen van de standaardisering van gegevensuitwisseling Wmo 2015 en Wlz, vereenvoudiging en modernisering van de Wlz-brede zorgregistratie en beheer en verdere optimalisatie van de webvoorziening Regelhulp (circa € 3,6 miljoen).

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

ZiNL: AWBZ-brede zorgregistratie

De AWBZ-brede zorgregistratie (AZR) is een uniforme systematiek waarmee indicatieorganen, zorgkantoren en zorgaanbieders elektronisch informatie over cliënten kunnen uitwisselen. Het Zorginstituut draagt zorg voor de specificaties van de AZR, de standaarden en de bedrijfsregels en begeleidt de implementatie van de AZR en ontvangt daarvoor een bijdrage van VWS. De bijdrage 2015 is reeds overgeboekt naar het Zorginstituut.

Artikel 4 Zorgbreed beleid

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

Stimuleren:

  • Subsidieregeling voor organisaties van patiënten en gehandicapten, zodat deze mensen kunnen helpen hun rol in het stelsel te spelen.

  • Stimuleren van de juiste kwaliteit van zorgopleidingen en een logische opleidingsmatrix met de juiste samenhang tussen opleidingen.

  • Bevorderen van een logische beroepenstructuur, gebaseerd op competenties nodig voor de invulling van de huidige en toekomstige zorgvraag en gericht op samenwerking.

  • Stimuleren van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel.

  • Bevorderen van kwaliteit van individuele zorgverlening.

  • Creëren van randvoorwaarden om innoverend vermogen van de gezondheidszorg te waarborgen.

  • Stimuleren van gezondheidsonderzoek en het gebruik van ontwikkelde kennis (o.a. ZonMw).

  • Vervullen van een coördinerende rol op het terrein van de bestrijding van zorgfraude en onrechtmatige declaraties. Er wordt ingezet op het realiseren van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude en oneigenlijk gebruik in de zorg.

  • Verstrekken van subsidies aan vijf jeugdstichtingen in Caribisch Nederland.

Financieren:

  • Financieren van het Stagefonds.

  • Bijdrage leveren aan regionaal arbeidsmarktbeleid.

  • Bijdrage leveren aan stimulering van de kwaliteit van opleiden en invulling geven aan een adequate beroepenstructuur.

  • Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg.

  • Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg.

  • Financieren van de zorg in Caribisch Nederland.

Regisseren:

  • Zorgen voor adequate wet- en regelgeving die de positie van de patiënt versterkt en privacy en beveiliging zeker stelt.

  • Bewaken van de totstandkoming en het vasthouden van een toekomstgericht opleidingscontinuüm, met juiste kwaliteit en gewenste instroom.

  • Monitoren en sturen van de totstandkoming en het vasthouden van een innovatieve, kwalitatieve beroepenstructuur.

  • Constant optimaliseren van de inhoud en uitvoering van de Wet BIG.

  • Zorgen voor prikkels gericht op kwaliteitsverbetering, normen voor kwaliteit en transparantie.

  • Opstellen van wetgeving waarin taken van NZa, ZiNL en andere organisaties worden vastgelegd.

  • Bevorderen dat het aanbod van zorg in Caribisch Nederland wordt verbeterd tot een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau.

  • Inzetten op de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg. Voorbeelden van activiteiten zijn het met alle betrokkenen uitvoeren van fraudetoetsen op nieuwe wet- en regelgeving en ingrijpende wijzigingen in bekostigingssystemen, het vergroten van kennis over (preventie van) fraude en het verkennen en optimaliseren van de opsporingsfunctie voor de zorg.

  • Het bieden van goede jeugdgezondheidszorg, opvoedingsondersteuning, seksuele educatie, gezinsvoogdij en het aanpakken van kindermishandeling via de directie Jeugd en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland .

3. Beleidswijzigingen

Positie cliënt

De regering wil met het wetsvoorstel kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verbeteringen doorvoeren in de regeling van kwaliteit van zorg en in de regeling van behandeling van klachten en geschillen. De Wkkgz (TK 32 402) ligt nu ter behandeling in de Eerste Kamer. Ter voorbereiding daarvan worden samen met patiëntenorganisaties en aanbieders goede voorbeelden onderzocht en ontwikkeld van moderne vormen van interne klachtafhandeling tot onafhankelijke geschilbeslechting.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) is een voorziening die, op basis van bestaande bronnen zoals het Handelsregister, het BIG-register en het AGB-register een zo compleet mogelijk beeld verstrekt van de zorgaanbieders en -verleners in Nederland. Aan het LRZa wordt kwaliteitsinformatie gekoppeld. Via het consumentenportaal van het Zorginstituut Nederland (ZiNL) worden de gegevens transparant gemaakt voor de cliënt. In 2015 zal het register verder worden ontwikkeld om de compleetheid en juistheid van de informatie te vergroten en bredere toepassing in het zorgdomein te onderzoeken.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Om de taken die door intermediaire organisaties voor VWS worden uitgevoerd doelmatiger te organiseren worden veranderingen in gang gezet. Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) zal zich ontwikkelen tot frontoffice voor overheidsdiensten naar burgers. Vanuit het Zorginstituut Nederland zullen taken met betrekking tot de uitvoering van de op burgers gerichte regelingen gefaseerd worden overgenomen door het CAK. De publieke taken van DBC-Onderhoud worden ondergebracht bij de NZa.

Opleidingen beroepenstructuur en arbeidsmarkt

De zorgvraag verandert de komende jaren als gevolg van demografische en technologische ontwikkelingen en politieke keuzes. Zowel in de langdurige zorg en ondersteuning als in de curatieve zorg is een omvangrijke transitie in gang gezet. Er moet in 2015 intensief aan de implementatie gewerkt worden. De veranderingen stellen andere eisen aan werken in de zorg. Dit betreft zowel kennis als vaardigheiden. Om het zorgaanbod daarbij te waarborgen, zal de capaciteit van het zorgaanbod zowel kwalitatief als kwantitatief op niveau moeten liggen en aansluiten bij de behoeften van de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor het arbeidsmarktbeleid in de zorgsector ligt bij de zorginstellingen en sociale partners. De overheid heeft hierin een ondersteunende rol. Vanuit het Zorginstituut Nederland wordt door de commissie «Innovatie zorgberoepen en opleidingen» gewerkt aan een inventarisatie voor de toekomst. Welke professionals hebben we straks nodig en voldoen onze opleidingen daaraan? Deze inventarisatie wordt in 2015 opgeleverd.

Zorg, welzijn en jeugdzorg in Caribisch Nederland

In september 2013 is de Commissie-Goedgedrag ingesteld om voor de lange(re) termijn een plan op te stellen voor de zorg in Caribisch Nederland. Opdracht voor de Commissie was om concreet te maken hoe, binnen de budgettaire en de wettelijke kaders, de opbouw van de zorginfrastructuur de komende jaren verder vorm zou moeten krijgen. De Commissie heeft in mei 2014 haar advies afgerond. Het advies van de Commissie-Goedgedrag is volledig overgenomen. Op basis van de aanbevelingen van de Commissie-Goedgedrag wordt de verdere verbetering van het zorgaanbod ter hand genomen. Dat houdt in dat conform het advies, in de periode 2014–2020, de zorg in Caribisch Nederland wordt verbeterd tot een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau. Het gaat hierbij om het realiseren van een goed functionerend, duurzaam stelsel van zorg, dat voor alle rechthebbenden in gelijke mate toegankelijk is. Bij het realiseren hiervan moet recht worden gedaan aan zowel de culturele, geografische en andere verschillen tussen het Europese en het Caribische deel van Nederland als de verschillen tussen de drie eilanden. En dat binnen de budgettaire kaders. Hiertoe is het essentieel dat de in het advies voorgestelde efficiencymaatregelen, zoals het beter organiseren van de medische uitzendingen, worden gerealiseerd. Ook zal bij het verder invullen van de nog bestaande leemtes in de zorg prioriteiten moeten worden gesteld in relatie tot de beschikbare middelen.

Voorts zal de hielprik per 1 januari 2015 onderdeel uitmaken van het zorgaanbod in Caribisch Nederland. De zorgverzekering Caribisch Nederland is conform aangepast.

4. Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

578.564

741.157

757.515

756.026

753.706

753.279

761.900

               

Uitgaven

815.589

735.149

779.740

756.026

753.706

753.279

761.900

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

97%

       
               

1. Positie cliënt

33.238

26.400

25.790

24.701

25.001

25.000

25.000

               

Subsidies

28.142

22.766

20.355

20.449

20.841

20.840

20.840

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

27.814

22.343

19.927

20.177

20.841

20.840

20.840

Overig positie client

328

423

428

272

0

0

0

               

Opdrachten

3.763

2.764

4.155

4.155

4.155

4.155

4.155

waarvan onder andere:

             

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.581

2.510

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

               

Bijdragen aan agentschappen

1.333

870

1.280

97

5

5

5

waarvan onder andere:

             

CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg

0

500

1.000

0

0

0

0

               

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

354.735

295.728

369.118

379.672

383.494

389.744

392.255

               

Subsidies

334.307

286.596

359.914

367.466

371.223

377.473

379.482

waarvan onder andere:

             

Kwaliteitsimpuls categorale en algemene ziekenhuizen

0

47.622

134.588

139.588

145.000

151.000

0

Stageplaatsen zorg / Stagefonds

105.926

110.409

110.409

110.409

110.409

110.409

110.410

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

15.093

18.318

20.603

20.602

20.602

20.601

20.601

Vaccinatie stageplaatsen zorg

3.789

3.850

3.850

3.850

3.850

3.850

3.850

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

21.744

21.240

37.010

39.635

39.632

39.630

39.630

Opleiding tot ziekenhuisarts

1.606

5.842

628

0

0

0

0

Capaciteitsorgaan

1.664

1.625

1.599

1.599

1.599

1.599

1.599

Regionaal arbeidsmarktbeleid

7.500

7.500

7.500

7.500

650

0

0

Veilig werken in de zorg

2.575

3.196

3.196

0

0

0

0

Individualisering opleidingsduur en «dedicated» schakeljaar

0

2.600

3.700

3.700

0

0

0

               

Opdrachten

2.379

535

609

2.602

2.668

2.668

3.170

               

Bijdragen aan agentschappen

16.963

7.929

7.930

7.930

7.929

7.929

7.929

waarvan onder andere:

             

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register, SBV-Z

16.001

7.800

6.500

5.300

5.300

5.300

5.300

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

1.086

668

665

1.674

1.674

1.674

1.674

ZiNL: sectie Zorgberoepen en opleidingen

0

668

665

1.674

1.674

1.674

1.674

               

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

119.318

112.815

108.239

101.430

94.805

86.250

89.551

               

Subsidies

5.293

5.231

5.014

4.713

4.663

4.662

4.663

waarvan onder andere:

             

Nivel

5.093

5.231

5.014

4.713

4.663

4.662

4.663

               

Opdrachten

48

0

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

2.123

2.273

2.240

2.258

2.508

2.508

2.508

waarvan onder andere:

             

CIBG: JMV

708

757

800

800

800

800

800

RIVM: Zorgbalans

623

650

650

650

650

650

650

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

111.854

105.311

100.985

94.459

87.634

79.080

82.380

ZonMw: programmering

105.673

105.311

100.985

94.459

87.634

79.080

82.380

ZonMw: exploitatie

6.181

0

0

0

0

0

0

               

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

215.717

219.478

185.486

156.419

156.113

154.955

154.655

               

Subsidies

256

257

51

26

1

1

1

Uitvoering Wtcg

256

257

51

26

1

1

1

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

212.894

215.042

182.807

156.191

155.985

154.827

154.527

CAK

98.319

97.712

82.076

69.317

69.115

68.660

68.660

NZa

46.844

47.759

46.541

36.191

36.191

36.191

36.191

Zorginstituut Nederland

64.004

66.142

50.767

47.265

47.265

46.565

46.265

CBZ

1.204

899

906

906

907

909

909

CSZ

2.523

2.530

2.517

2.512

2.507

2.502

2.502

               

Opdrachten

2.568

4.179

2.628

202

127

127

127

waarvan onder andere:

             

TNO centrum Zorg en Bouw

2.398

2.370

2.370

0

0

0

0

Uitvoering Wtcg

170

489

152

102

27

27

27

               

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

92.580

79.316

87.007

89.704

92.693

95.730

98.839

               

Bekostiging

92.580

79.316

87.007

89.704

92.693

95.730

98.839

Zorg en welzijn

88.033

77.974

85.632

88.561

91.550

94.588

97.697

Jeugdzorg

4.547

1.342

1.375

1.143

1.143

1.142

1.142

               

6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

0

1.412

4.100

4.100

1.600

1.600

1.600

               

Subsidies

0

182

2.500

2.500

0

0

0

               

Opdrachten

0

1.230

1.600

1.600

1.600

1.600

1.600

               

Ontvangsten

20.251

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

4.858

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2015 ad € 387,8 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft de subsidies aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, subsidies opleidingen, beroepen en arbeidsmarktbeleid en een subsidie aan Nivel. Het niet juridisch verplichte deel is vooral bestemd voor de aanpassing van de opleidingscurricula, opdat de met de veldpartijen afgesproken besparing door het verkorten van de opleidingsduur gerealiseerd kan worden.

Bekostiging

Van het beschikbare budget 2015 ad € 87 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de zorg, welzijn en jeugdzorg van Caribisch Nederland.

Opdrachten

Van het beschikbare budget 2015 ad € 9 miljoen is 82% juridisch verplicht. Het betreft onder andere een opdracht aan PGO-support en een overeenkomst met TNO Centrum Zorg en Bouw.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget 2015 ad € 11,5 miljoen is 97% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan het CIBG ten behoeve van werkzaamheden in verband met het beheer van een aantal registers en het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ).

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2015 ad € 284,5 miljoen is 98% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan het Zorginstituut Nederland, NZa, CAK, CBZ, CSZ en ZonMw

5. Instrumenten

Positie cliënt

Subsidies

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

Er worden subsidies verstrekt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, zodat kennis en ervaringen van cliënten zelf optimaal benut worden voor goede zorg en ondersteuning (€ 19,9 miljoen in 2015). Doel is het op collectief niveau inbrengen van cliëntenervaringen en het cliëntperspectief voor beter beleid, zorg en ondersteuning. Daarnaast kunnen patiënten en gehandicapten hun ervaringsdeskundigheid uitwisselen, zodat zij hun eigen leven met ziekte of beperking zo goed mogelijk kunnen inrichten en de zorg ontvangen die het beste bij hun behoeften past.

Opdrachten

Ondersteuning cliëntenorganisaties

De overeenkomst met PGO-support, een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties bij het opstellen van subsidieaanvragen en het inbrengen van het cliëntenperspectief is verlengd voor de periode tot en met 2016 (€ 4 miljoen in 2015).

Bijdrage aan agentschappen

CIBG: Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ)

Er wordt een bijdrage (€ 1 miljoen) verleend voor het Landelijk Meldpunt Zorg dat vooralsnog is ondergebracht bij het CIBG. Bij dit meldpunt kunnen burgers terecht voor advies en begeleiding en het zal ook toezicht houden de klachtenafhandeling door zorgaanbieders.

Opleidingen, Beroepenstructuur en Arbeidsmarkt

Subsidies

Kwaliteitsimpuls categorale en algemene ziekenhuizen

Om algemene en categorale ziekenhuizen te stimuleren zo veel mogelijk de huidige medewerkers de mogelijkheid te bieden om op een hoger professioneel niveau te functioneren, kunnen zij vanaf 2014 hiervoor subsidie aanvragen. In 2015 is daar € 134,5 miljoen voor beschikbaar, oplopend tot € 151 miljoen in 2018.

Stageplaatsen zorg/Stagefonds

Om de instroom van voldoende gekwalificeerd personeel te waarborgen is de zorg voor opleidingen van belang. Het Stagefonds is één van de instrumenten die VWS inzet om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorgopleidingen te verbeteren. In 2015 en verder wordt het Stagefonds voortgezet met een budget van € 110,4 miljoen (TK 29 282, nr. 128).

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

Per 1 oktober 2012 is de Subsidieregeling opleidingen publieke gezondheidszorg 2013–2017 in werking getreden. Op grond van deze regeling kan een instellingssubsidie worden verstrekt aan opleidingsinrichtingen die een opleiding tot arts maatschappij en gezondheid voor de profielen infectieziektebestrijding, jeugdgezondheidszorg, medische milieukunde of tuberculosebestrijding verzorgen. In 2015 is hiervoor € 20,6 miljoen beschikbaar.

Vaccinatie stageplaatsen zorg

De subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg (circa € 3,9 miljoen in 2015) draagt eraan bij dat stagiairs voorafgaand aan hun stage gevaccineerd zijn tegen hepatitis B. Dit voorkomt studie-uitval of -vertraging.

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

Om te kunnen voldoen aan de toenemende vraag naar zorg moeten we alle zorgverleners inzetten daar waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren – verpleegkundig specialisten en physician assistants – zijn speciaal opgeleid om eenvoudige en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor nieuwe beroepen. De bijdrage 2015 bedraagt € 37 miljoen.

Opleiding ziekenhuisarts

De ziekenhuisartsen zijn meer generalistisch opgeleide artsen (met een profielregistratie) die in de intramurale basiszorg de minder complexe taken van de medisch specialist kunnen overnemen. De nieuwe medische functie van «ziekenhuisarts» wordt via een subsidie aan de Stichting Opleiding Ziekenhuis Geneeskunde in een viertal pilots geïmplementeerd. De bijdrage 2015 bedraagt € 0,6 miljoen.

Capaciteitsorgaan

Voor het opstellen van ramingen voor de opleidingscapaciteit van onder andere de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen, evenals de ramingen voor ggz-opleidingen, ontvangt het Capaciteitsorgaan jaarlijks een subsidie (in 2015 circa € 1,6 miljoen).

Regionaal arbeidsmarktbeleid

Het arbeidsmarktbeleid in de zorg dient op het lokale en regionale niveau gestalte te krijgen. Het is van belang dat zorginstellingen hierin gezamenlijk optrekken om daarmee de arbeidsmarktpositie van de zorg in de regio te versterken. Via Regioplus, de koepel van regionale werkverbanden in zorg en welzijn, wordt in 2015 een subsidie van € 7,5 miljoen beschikbaar gesteld. Met deze subsidie wordt in elke regio gewerkt aan een vijftal programmalijnen, te weten strategisch arbeidsmarktbeleid, werven met beleid, duurzame inzetbaarheid, kwalificeren voor zorg en welzijn en @nders werken.

Veilig werken in de zorg

Om instellingen te stimuleren beter beleid te voeren tegen de verschillende vormen van agressie worden tot en met 2015 via een subsidie middelen beschikbaar gesteld aan het Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel, Ambulancezorg Nederland en de Stichting Sociaal Fonds voor de Huisartsenzorg (in 2015 € 3,2 miljoen).

Individualisering opleidingsduur en «dedicated» schakeljaar

Aan de Orde van Medisch Specialisten en aan de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra worden tot en met 2016 subsidies verstrekt om te komen tot het sneller doorlopen van de opleiding tot medisch specialist. Dit is onderdeel van de afspraken die in het najaar van 2013 met de veldpartijen die verantwoordelijk zijn voor de opleiding van medisch specialisten zijn gemaakt over bezuinigingen op de opleiding tot medisch specialist. Er is maximaal € 10 miljoen beschikbaar, waarvan € 2,6 miljoen in 2014, € 3,7 miljoen in 2015 en € 3,7 miljoen in 2016.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SBV-Z

Buitenlands gediplomeerden die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken moeten – voor zover zij niet vallen onder de automatische erkenning van diploma’s op grond van de Europese regelgeving – een aanvraag indienen voor een verklaring van vakbekwaamheid of voor een erkenning van de opleidingstitel(s) of de beroepskwalificatie. De Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) van het CIBG is een betrouwbare bron voor het leveren van burgerservicenummers (BSN’s) aan de zorgsector. Het CIBG ontvangt hiervoor een bijdrage van VWS. De bijdrage 2015 voor bovengenoemde werkzaamheden bedraagt € 6,5 miljoen.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Subsidie

Nivel

Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en de (relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 5 miljoen in 2015) aan het Nederlands Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw: programmering

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben.

Op de overige artikelen staan ook begrotingsposten op het gebied van Kennisontwikkeling en innovatie, bijvoorbeeld RIVM (artikel 1), Nivel (artikel 2), Vilans (artikel 3) en Movisie (artikel 3).

Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2015–2019
(Bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal ZonMw

100.985

94.459

87.634

79.080

82.380

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere Preventieprogramma, Stamcelonderzoek en Infectieziektebestrijding

26.815

27.156

29.614

22.142

21.924

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere Doelmatigheidsprogramma en «Goed Gebruik Geneesmiddelen»

43.003

40.198

38.405

33.380

37.055

Artikel 3 Langdurige ondersteuning en zorg: onder andere «Ambient Assisted Living» Nationaal Programma ouderen en Deltaplan Dementie

17.775

16.046

10.939

11.338

10.629

Artikel 5 Jeugd: onder andere «Effectief Werken in de Jeugdsector» en richtlijnen Jeugdgezondheidszorg

7.778

7.803

7.529

9.783

10.276

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere onderzoeksprogramma Sport en Sportimpuls

5.613

3.256

1.147

2.437

2.497

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CAK

Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) voert wettelijke taken uit, te weten: de centrale betaling aan 3.500 instellingen voor langdurige zorg (namens de zorgverzekeraars), het innen van de eigen bijdrage voor Zorg met Verblijf (intramurale zorg) en de Zorg zonder Verblijf (extramurale zorg), het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), het innen van de eigen bijdrage jeugdzorg per 1 januari 2015, het uitkeren van de compensatie van het eigen risico Zorgverzekeringswet en het uitvoeren van de maatregelen rond de tegemoetkoming de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Deze taken zijn aan veranderingen onderhevig. Zo zal het innen van de extramurale eigen bijdrage (Zzv) vervallen bij invoering van de Wlz en zijn de Wtcg en Compensatie eigen risico (CER) afgeschaft. Het CAK maakt geen beschikkingen meer voor deze regelingen, maar betaalt nog wel de CER-uitkering of Wtcg-tegemoetkoming uit aan personen die al een beschikking hadden ontvangen. Daarnaast is het CAK per 2015 verantwoordelijk voor het uitgeven van de Schengen-verklaringen. Het beschikbare budget in 2015 bedraagt circa € 82,1 miljoen.

NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is belast met het markttoezicht specifiek voor de zorgsector en moet het algemeen consumentenbelang voorop stellen bij de uitoefening van haar taken. Die taken zijn marktwerking in de zorg op gang brengen en bewaken, tarieven in de zorg reguleren en toezien op de goede uitvoering van de Zvw en de AWBZ/Wlz. Er zijn extra middelen beschikbaar gesteld in 2014 (€ 3,3 miljoen) en vanaf 2015 structureel (5,4 miljoen) om het toezicht op fraude te intensiveren in samenwerking met de ketenpartners.

Daarnaast zijn er middelen voor de (door)ontwikkeling en het beheer van de DBC-systematiek (€ 10,3 miljoen) die beschikbaar gesteld worden vanuit artikel 2.

Het beschikbare budget in 2015 bedraagt circa € 46,5 miljoen.

Zorginstituut Nederland

Het Zorginstituut Nederland heeft tot taak:

  • het uitvoeren van het pakketbeheer Zvw en AWBZ/Wlz;

  • het stimuleren van het verbeteren van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en ervoor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg (het Kwaliteitsinstituut);

  • het adviseren over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg (de adviescommissie Innovatie Zorgberoepen & Opleidingen);

  • fondsbeheer van het Zorgverzekeringsfonds, het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten en het Fonds Langdurige Zorg, het uitvoeren van de financiering van verzekeraars uit de fondsen (in het bijzonder de risicoverevening) en het bevorderen van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ/Wlz;

  • (tot overheveling van de taken naar het CAK) het uitvoeren regelingen bijzondere groepen (verdragsgerechtigden, wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen), alsmede het vervullen van de functie Nationaal contactpunt.

Het beschikbare budget bedraagt in 2015 circa € 50,8 miljoen.

CBZ

De bouwregimes voor de curatieve en de langdurige zorg zijn per 1 januari 2008 respectievelijk 1 januari 2009 afgeschaft. Daarmee zijn de wettelijke taken van het College Bouw Zorginstellingen (CBZ) komen te vervallen. Het CBZ zal als liquidatieorganisatie vooralsnog blijven bestaan. Het beschikbare budget in 2015 bedraagt circa € 0,9 miljoen.

CSZ

Het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) voert onder andere de meldings- en goedkeuringsregeling voor de vervreemding van onroerende zaken uit. Het beschikbare budget in 2015 bedraagt circa € 2,5 miljoen.

Opdrachten

TNO Centrum Zorg en Bouw

Om de opgebouwde kennis beschikbaar te blijven houden, primair voor zorgaanbieders (zeker in het kader van de volledige verantwoordelijkheid van zorgaanbieders voor de bouw en de financiering daarvan) en ook voor de IGZ en de NZa, is er met TNO Centrum Zorg en Bouw een overeenkomst gesloten (€ 2,4 miljoen in 2015).

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Zorg en welzijn

Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont en/of werkt, ongeacht ziektebeeld en leeftijd is verzekerd voor ziektekosten en zorgkosten die in het Europese deel van Nederland uit de Zvw, inclusief een deel van de aanvullende verzekeringen, en AWBZ/Wlz worden vergoed. De totale geraamde kosten die naar verwachting in 2015 gemoeid gaan met zorg en welzijn op Caribisch Nederland betreffen circa € 87 miljoen.

Subsidies

Jeugdzorg

Voor 2015 is € 1,4 miljoen beschikbaar voor het subsidiëren van vijf jeugdstichtingen in Caribisch Nederland. De stichtingen bieden opvang met intensieve begeleiding aan voor jongeren met gedragsproblemen, opvoedingsondersteuning, naschoolse opvang, jeugdgezondheidszorg en ambulante zorg.

Kengetallen (jeugd)zorg Caribisch Nederland
 

2011

2012

2013

1. Aantal medische uitzendingen

11.271

7.539

7.671

2. Aantal verzekerden

21.843

23.000

23.313

3. Kosten per capita zorg

2.610

3.600

3.800

4. Aantal cliënten in de jeugdzorg inclusief cliënten Centra voor Jeugd en Gezin

– 

304

356

Bron:

1 t/m 3. Zorgverzekeringskantoor Caribisch Nederland.

4. Managementrapportage Jeugdzorg en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland, 1e kwartaal 2012 en Armoede in Caribisch Nederland.

Over 2011 zijn geen betrouwbare gegevens beschikbaar, omdat niet dezelfde definitie het uitgangspunt was.

Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

Met ingang van 15 mei 2014 is er een programmadirectie opgericht die een coördinerende rol vervult op het terrein van de bestrijding van zorgfraude. Er wordt ingezet op het realiseren van de totstandkoming en monitoring van een ketenaanpak voor preventie, toezicht, opsporing en vervolging op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg. Voorbeelden van activiteiten zijn het met alle betrokkenen uitvoeren van fraudetoetsen op nieuwe wet- en regelgeving en ingrijpende wijzigingen in bekostigingssystemen, het vergroten van kennis over (preventie van) fraude en het verkennen en optimaliseren van de opsporingsfunctie voor de zorg. Naar verwachting wordt het programmaplan fraudebestrijding 2014–2017 aan het eind van 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd.

Subsidies

VWS continueert en intensiveert de inzet ten aanzien van fraudebestrijding de komende drie jaar. Voor 2015 en 2016 zijn hiervoor middelen vrijgemaakt. De doelstelling is dat meer focus wordt aangebracht om alle partijen afzonderlijk en de keten als geheel beter te laten functioneren om onrechtmatig declareren en fraude met zorgmiddelen te voorkomen en waar nodig aan te pakken.

Opdrachten

In de begroting 2014 is € 5 miljoen beschikbaar gesteld voor 2014 en vanaf 2015 € 10 miljoen structureel voor de bestrijding van zorgfraude. Deze extra middelen worden ingezet voor het verscherpen van het toezicht en de fraudebestrijding in de zorg. Vanaf 2015 wordt € 5,4 miljoen van deze middelen ingezet voor extra toezicht bij de NZa. Deze middelen staan verantwoord op artikelonderdeel Inrichten uitvoeringsactiviteiten van artikel 4 Zorgbreed beleid.

Voor de intensivering van de opsporing en strafrechtelijke vervolging is € 4,6 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 3 miljoen overgeboekt naar I-SZW voor de intensivering van de opsporing.

Artikel 5 Jeugd

1. Algemene beleidsdoelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegd voor de overheid om jeugdigen met de juiste hulp (maatwerk) naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgen en indien nodig in bescherming worden genomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp) die voorheen viel onder de Wet op de jeugdzorg, de Zorgverzekeringswet (jeugd-geestelijke gezondheidszorg) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (zorg voor jeugdigen met een verstandelijke beperking). De Minister is systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp (jeugdstelsel). Daarnaast is de Minister verantwoordelijk voor het wettelijk kader (Jeugdwet) en aanspreekbaar op de algemene publieke doelen als toegankelijkheid, kwaliteit, doelmatigheid en doeltreffendheid van het jeugdstelsel.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • Faciliteren van de verschillende actoren (gemeenten, jeugdhulpaanbieders, cliënten, jeugdprofessionals) opdat ze hun verantwoordelijkheid (kunnen) nemen om de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel te realiseren.

  • Stimuleren dat de kwaliteit en veiligheid in de jeugdhulp geborgd worden door verdere professionalisering en het stellen van kwaliteitseisen.

  • Bevorderen van een effectieve aanpak van kindermishandeling, onder andere door de uitvoering van het Actieplan aanpak kindermishandeling 2012–2016 «Kinderen Veilig».

  • Het stimuleren van gemeenten om perspectief te bieden aan kwetsbare jongeren door verbetering van de samenhang in beleid en uitvoering tussen zorg, school en werk.

  • Een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling, implementatie en zorgvernieuwing en hierbij gemeenten en het veld van jeugdhulp de ruimte geven om de eigen aanpak verder te ontwikkelen.

Financieren:

  • Financieren van de gemeenten via het Gemeentefonds (integratie-uitkering sociaal domein) i.v.m. hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de jeugdwet.

  • Uitvoeren van de Regeling vergoeding bijzondere transitiekosten Jeugdwet.

  • Uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten.

Regisseren:

  • Het wettelijk kader (Jeugdwet) dat regels bevat voor de inrichting van het systeem onder andere op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie.

  • Bestuurlijk overleg met de relevante actoren in het jeugdstelsel gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel.

  • De Inspectie Jeugdzorg (IJZ) en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp.

  • Monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel. De Jeugdwet verplicht tot een evaluatie na 3 jaar.

3. Beleidswijzigingen

Stelselwijziging

  • De Jeugdwet treedt op 1 januari 2015 in werking. Door de decentralisatie van alle jeugdhulp, inclusief de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering naar gemeenten en de ontschotting van budgetten worden de prikkels vergroot voor preventie, inzet van eigen kracht en sociaal netwerk en integrale hulp aan gezinnen (één gezin, één plan, één regisseur).

  • In 2015 staat de implementatie van de Jeugdwet door gemeenten en jeugdhulpaanbieders centraal. Rijk en VNG ondersteunen gemeenten en jeugdhulpaanbieders ook in 2015 bij de implementatie en transformatie. De implementatie en transformatie worden gemonitord om eventuele knelpunten tijdig in beeld te brengen en daarvoor in bestuurlijke overleggen of met extra ondersteuning passende oplossingen te bieden.

  • Met het oog op de continuïteit van zorg en beperking frictiekosten zet de in april 2014 gestarte Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) haar bemiddelende en adviserende werkzaamheden ten aanzien van gemeenten en jeugdhulpaanbieders in 2015 voort.

Demedicaliseren, ontzorgen, normaliseren

  • Demedicaliseren, ontzorgen en normaliseren is een hoofddoel van de stelselwijziging. Verspreiding van zorgvernieuwingen vindt plaats via een etalage van goede voorbeelden op www.voordejeugd.nl.

  • In 2015 zal in overleg met alle betrokkenen, in het bijzonder de gemeenten, (medische) beroepsgroepen, het onderwijsveld en ervaringsdeskundigen worden nagegaan hoe de zorgelijke trend van toenemende zorgconsumptie onder jongeren kan worden gekeerd.

  • In 2015 wordt uitvoering gegeven aan de aanbevelingen uit het adviesrapport van de Gezondheidsraad over ADHD en de participatie van jongeren met psychische problemen. Daar waar nodig wordt vervolgonderzoek ingezet.

Aanpak Kindermishandeling en seksueel misbruik

  • Doel van de aanpak is voorkomen dat een kind mishandeld wordt, signaleren van kindermishandeling en seksueel misbruik, stoppen van de mishandeling en beperken van de schadelijke gevolgen van de mishandeling.

  • Met de decentralisatie van de jeugdhulp zijn gemeenten verantwoordelijk voor het goed organiseren van de aanpak van kindermishandeling. Het Rijk en de VNG ondersteunen gemeenten hierin. Multidisciplinaire samenwerking en de samenwerking van het AMHK met andere organisaties zijn belangrijke aandachtspunten. Daarnaast wil het Rijk zich meer richten op een goede werking van de regelgeving, richtlijnen en afspraken die de afgelopen jaren zijn gemaakt.

Professionalisering jeugdhulp

  • De Jeugdwet schrijft een verantwoorde werktoedeling voor. Deze wordt bij amvb nader gepreciseerd door de norm van de verantwoorde werktoedeling voor te schrijven. Deze norm bepaalt dat organisaties in het jeugddomein 4 het werk binnen hun organisatie moeten toedelen aan een geregistreerde professional, tenzij zij aannemelijk kunnen maken dat werktoedeling aan anderen niet leidt tot kwaliteitsverlies dan wel dat het juist noodzakelijk is aan anderen dan de geregistreerde professional dat werk toe te delen (comply or explain).

  • Om hierbij handvatten te bieden, werken alle betrokken partijen in het jeugddomein, hiertoe gefaciliteerd door VWS, VenJ en de VNG, aan een kwaliteitskader jeugd dat helpt bij het beantwoorden van de vraag in welke situaties de inzet van een geregistreerde professional aan de orde is. Dit traject biedt duidelijkheid over het aantal professionals op wie de registratie van toepassing zal zijn. Ook zal duidelijk worden wat er nodig is om die sectoren die nog niet of minder bekend zijn met beroepsvorming en beroepsregistratie te kunnen laten voldoen aan de norm van de verantwoorde werktoedeling. De daarvoor benodigde activiteiten zullen vanaf 2015 hun beslag krijgen. VWS en VenJ zullen dit zo nodig faciliteren.

4. Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Verplichtingen

1.496.199

1.404.341

209.109

169.557

150.399

96.470

104.114

               

Uitgaven

1.472.741

1.550.741

209.109

169.557

150.399

96.470

104.114

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

53%

       
               

1. Laagdrempelige ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien

37.705

47.191

0

0

0

0

0

               

Subsidies

34.538

33.059

0

0

0

0

0

waarvan onder andere:

             

Koepels van internaten voor schippers- en kermisjeugd

21.475

21.693

0

0

0

0

0

Preventief en ontwikkelingsgericht jeugdbeleid

403

6.861

0

0

0

0

0

Stelselherziening

3.570

163

0

0

0

0

0

Zorg voor jeugd

1.248

4.342

0

0

0

0

0

               

Opdrachten

2.219

10.610

0

0

0

0

0

Preventief en ontwikkelingsgericht jeugdbeleid

888

1.723

0

0

0

0

0

Stelselherziening

1.267

8.443

0

0

0

0

0

Aanpak kindermishandeling

64

444

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

948

751

0

0

0

0

0

Verwijsindex

948

751

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan medeoverheden

0

202

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

2.569

0

0

0

0

0

VenJ: Aanpak kindermishandeling

0

667

0

0

0

0

0

Kijkwijzer

0

202

0

0

0

0

0

Stelselherziening

0

1.700

0

0

0

0

0

               

2. Noodzakelijke en passende zorg

1.435.036

1.503.550

0

0

0

0

0

               

Subsidies

198.875

223.837

0

0

0

0

0

JeugdzorgPlus

196.316

221.623

0

0

0

0

0

Jeugdzorg

2.559

2.214

0

0

0

0

0

               

Opdrachten

274

1.031

0

0

0

0

0

waarvan onder andere:

             

JeugdzorgPlus

97

251

0

0

0

0

0

Jeugdzorg

138

780

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan medeoverheden

1.235.648

1.272.609

0

0

0

0

0

waarvan onder andere:

             

Doeluitkering Jeugdzorg provincies en grootstedelijke regio’s

1.235.648

1.272.609

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

239

262

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

5.811

0

0

0

0

0

Jeugdzorg Plus/Jeughulp

0

5.811

0

0

0

0

0

               

3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

0

0

209.109

169.557

150.399

96.470

104.114

               

Subsidies

0

0

174.477

137.547

118.382

64.458

72.087

Schippersinternaten en kermisjeugd

0

0

22.512

22.480

22.480

22.479

22.482

Participatie

0

0

2.692

1.932

1.932

1.932

1.932

Kennis en beleidsinformatie

0

0

6.846

6.076

6.075

6.075

6.075

Kindermishandeling

0

0

2.116

1.285

1.285

1.285

1.285

Jeugdhulp

0

0

46.476

45.774

26.610

26.522

40.313

Transitie jeugd

0

0

93.835

60.000

60.000

6.165

0

               

Opdrachten

0

0

8.362

9.640

9.769

9.768

9.768

Kennis en beleidsinformatie

0

0

1.735

1.737

1.737

1.737

1.737

Kindermishandeling

0

0

443

443

443

443

443

Jeugdhulp

0

0

3.160

3.920

3.920

3.919

3.919

Transitie jeugd

0

0

3.024

3.540

3.669

3.669

3.669

               

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

915

15

13

9

13

waarvan onder andere:

             

De Nieuwe Kans

0

0

900

0

0

0

0

               

Bijdragen aan agentschappen

0

0

1.232

1.232

1.232

1.232

1.232

               

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

24.123

21.123

21.003

21.003