Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433841 nr. 21

33 841 Regels inzake de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015)

Nr. 21 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 februari 2014

Ik heb recentelijk nog toegezegd de Tweede Kamer spoedig te informeren over afspraken met de VNG en MEE Nederland over de transitie van de cliëntondersteuning voor mensen met een handicap (de MEE-doelgroep). Deze belofte los ik bij deze in. Het verheugt mij te kunnen mededelen dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), MEE Nederland en ik bestuurlijke afspraken hebben gemaakt over de continuïteit van de cliëntondersteuning voor mensen met een handicap1. Hiermee geef ik ook uitvoering aan de motie Van ’t Wout, Van Dijk, Voortman en Van der Staaij (Kamerstuk 30 597, nr. 355) waarin de regering wordt verzocht «professionele en informele, laagdrempelige en onafhankelijke cliëntondersteuning wettelijk te borgen en over deze cliëntondersteuning met cliëntenorganisaties, gemeenten en MEE bestuurlijke, kwalitatieve en eventuele budgettaire afspraken te maken met als doel te bewerkstelligen dat in iedere gemeente deze cliëntondersteuning beschikbaar is vanaf 2015». Te samen met het wetsvoorstel Wmo is daarmee op twee manieren de cliëntondersteuning voor alle burgers geborgd:

  • 1. Allereerst de wettelijke borging, i.c. het wetsvoorstel Wmo dat we binnenkort bespreken in uw Kamer. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe Wmo is cliëntondersteuning. In het wetsvoorstel Wmo is cliëntondersteuning uitgebreider verwoord dan in de huidige Wmo. Zo wordt in de memorie van toelichting uitgebreid aandacht besteed aan de mogelijkheid voor mensen om een beroep te doen op cliëntondersteuning bij de toegang, i.c. het keukentafelgesprek. Belangrijke verschillen met de huidige Wmo zijn:

    • de verplichting voor gemeenten om voor beschikbaarheid van cliëntondersteuning voor de ingezetenen van de gemeente te zorgen

    • dat in de nieuwe Wmo de cliëntondersteuning breed, dat wil zeggen voor de maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdzorg, onderwijs, welzijn, wonen en werk en inkomen, is geregeld

    • dat in de wet wordt vastgelegd dat uitgangspunt van de cliëntondersteuning het belang van de cliënt is

    • en dat in ieder geval cliëntondersteuning beschikbaar moet zijn bij de toegang van o.m. Wmo, Jeugdwet en Participatiewet.

Dit betekent dat de gemeente zijn beleid met betrekking tot cliëntondersteuning voor alle groepen ingezetenen opnieuw moeten vormgeven, dus niet alleen de cliëntondersteuning voor mensen met een handicap maar ook voor ouderen en de ggz-doelgroep. De gemeente is vrij in de wijze waarop de cliëntondersteuning georganiseerd wordt en kan de cliëntondersteuning zowel bij derden zoals de MEE-organisaties betrekken als in eigen beheer uitvoeren. De gemeente kan daarbij meer samenhang aanbrengen in en gebruik maken van de diverse vormen van informele (vrijwillige ouderenadviseurs, lotgenotencontact, ervaringsdeskundigen) en formele cliëntondersteuning (welzijnsinstellingen, MEE-organisaties).

  • 2. Ten tweede de bestuurlijke afspraken VWS-VNG en MEE Nederland die betrekking hebben op de voorbereiding en uitvoering van de cliëntondersteuning. Het primaire doel van de afspraken is de continuïteit van de cliëntondersteuning voor mensen met een handicap te waarborgen, dat wil zeggen dat voor de MEE-doelgroep de beschikbaarheid van de functie cliëntondersteuning per 1 januari 2015 is verzekerd. Tevens willen we bevorderen dat frictiekosten bij de MEE-organisaties worden vermeden. Omdat voor de doelgroep het van belang is dat zij juist gedurende de transities kunnen blijven rekenen op cliëntondersteuning, achten VWS, VNG en MEE Nederland het van belang dat hierover vroegtijdig afspraken worden gemaakt. De afspraken houden in:

    • Gemeenten en MEE-organisaties maken uiterlijk 1 mei 2014 afspraken over de continuïteit van de cliëntondersteuning. In deze afspraken wordt tevens door de gemeenten aangegeven welk bedrag bij MEE besteed zal worden. De definitieve contracten c.q. subsidiebeschikkingen worden uiterlijk 1 oktober 2014 afgerond.

    • Met het oog op behoud van expertise en beheersbaarheid van het proces en om frictiekosten te vermijden, werken gemeenten samen om tot regionale, bij voorkeur meerjarige afspraken te komen. Daarin komen ook aspecten als mens volgt werk aan de orde.

Gemeenten kunnen bij de voorbereiding en uitvoering van de afspraken een beroep doen op ondersteuning vanuit het Transitiebureau Wmo – onder meer de inzet van ondersteuningsteams – en de voortgang zal periodiek worden gemonitord. De bestuurlijke afspraken tussen VWS, VNG en MEE NL maken onderdeel uit van het Transitieplan Wmo dat u binnenkort tegemoet kunt zien.

Met deze bestuurlijke afspraken – waarbij ook de cliëntenorganisaties zijn betrokken – en met de wettelijke borging zijn goede randvoorwaarden geschapen voor een zorgvuldige transitie van de cliëntondersteuning voor mensen met een handicap. Daarmee wordt tevens gewaarborgd dat tijdens de transities goede cliëntondersteuning beschikbaar is voor alle kwetsbare mensen – zoals mensen met een handicap, ouderen en mensen met psychische problemen – op de momenten waarop dit nodig is.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer