Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201430597 nr. 424

30 597 Toekomst AWBZ

Nr. 424 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2014

Met deze brief informeren wij u over de premiegevolgen voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Zorgverzekeringswet (Zvw) van de overhevelingen in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (HLZ)1.

De in deze brief geschetste premiegevolgen zijn gebaseerd op de voorlopige inzichten over de voorgenomen overhevelingen zoals beschreven in de brief van 6 november 2013 over de nadere uitwerking Hervorming Langdurige Zorg2. De precieze premiegevolgen zijn afhankelijk van de uiteindelijke besluitvorming over de vormgeving van de specifieke overhevelingen – zoals de vormgeving van de voorgenomen overheveling van de langdurige GGZ – door onder meer uw Kamer.

Daling premie AWBZ/Wlz

Zoals beschreven in de brief van 25 april 2013 over de hervorming van de langdurige zorg3 vervalt in 2015 de huidige AWBZ en komt daarvoor in de plaats de Wet langdurige zorg (Wlz). De uitgaven in de Wlz worden mede door de overhevelingen naar de Zvw en naar gemeenten dus lager dan de uitgaven in de AWBZ.

De huidige AWBZ-premie bedraagt 12,65% van het belastbaar inkomen in de 1e en 2e belastingschijf en is niet kostendekkend. Het tekort in het fonds is hierdoor opgelopen tot € 20 miljard en neemt jaarlijks met circa € 3 miljard toe. Het streven is om bij invoering van de Wlz in 2015 de premie vast te stellen op lastendekkend niveau. Een voorlopige inschatting is dat de Wlz-premie rond de 10% zal gaan bedragen. Mede op grond van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) voor 2015 kan dit percentage echter nog veranderen.

Gevolgen overheveling voor premie Zvw en compensatie premiegevolgen

Omdat zorg die voorheen uit de AWBZ werd betaald vanaf 2015 uit de Zvw betaald wordt gaan de Zvw-uitgaven omhoog. Tegenover een daling van de AWBZ premie zal een stijging van de Zvw premie staan. Om een abrupte premiestijging voor burgers en bedrijven in de Zvw door de overhevelingen te voorkomen wordt een zachte landing van de overgehevelde uitgaven in de financieringssystematiek van de Zvw voorbereid.

Het voornemen is om tussen 2015 en 2019 de premiegevolgen van de overhevelingen te verzachten door middel van een tijdelijke aanvullende rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds (Zvf), die vanaf 2015 in gelijke stappen wordt afgebouwd naar nul in 2019. Een permanente rijksbijdrage in verband met de overhevelingen is niet wenselijk. Dit zou een fundamentele wijziging van het uitgangspunt van lastendekkende premies in de Zvw betekenen waardoor sluipenderwijs de uitgavenbeheersing wordt ondergraven.

Door de tijdelijke rijksbijdrage kan de stijging van de nominale premie door de overhevelingen in 2015 naar verwachting beperkt worden tot maximaal € 20 op jaarbasis. In dit bedrag is overigens geen rekening gehouden met de toename van de minimaal vereiste solvabiliteit van verzekeraars in verband met de overhevelingen. Het is onbekend of verzekeraars de hogere minimale solvabiliteit financieren door middel van een incidentele opslag op de premie dan wel uit bestaande reserves. Dit is een bedrijfseconomische beslissing van individuele verzekeraars die onderdeel is van de premiestellingen voor 2015.

Zonder rijksbijdrage zouden de overhevelingen naar de Zvw in 2015 leiden tot een circa € 100 hogere Zvw-premie4. Het effect op de Inkomensafhankelijke Bijdrage (IAB), die grotendeels door werkgevers wordt betaald, is van dezelfde orde van grootte. De tijdelijke rijksbijdrage is niet van invloed op de reguliere 50–50 verdeling van de premielasten tussen inkomensafhankelijke en nominale premies. De tijdelijke rijksbijdrage voorziet daarmee in een zachte landing voor zowel burgers als bedrijven.

De invoering van een tijdelijke rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds vergt een wijziging van de Zvw. Deze wetswijziging zal door middel van een nota van wijziging worden toegevoegd aan het wetsvoorstel Wmo 20155.

De geraamde premie-effecten van de overhevelingen en van de tijdelijke rijksbijdrage staan los van de reguliere premiestijging in de Zvw door andere oorzaken. Aangezien de kosten van de zorg in de Zvw als geheel zullen blijven stijgen zal dat immers ook voor de premie het geval zijn. Over deze premiestijging bestaat op dit moment nog veel onzekerheid6. De raming van de gemiddelde premie voor volgend jaar zal zoals gebruikelijk worden opgenomen in de ontwerpbegroting 2015 die met de Prinsjesdagstukken aan uw Kamer zal worden aangeboden. De individuele verzekeraars bepalen vóór 19 november de feitelijke premies die zij vragen.

Bij de kabinetsbesluitvorming over het integrale lasten- en koopkrachtbeeld wordt ook de definitieve Zvw-premieraming voor 2015 betrokken, evenals de definitieve hoogte van de Wlz premie. Door de afbouw van de tijdelijke rijksbijdrage zullen de nominale Zvw-premie en Inkomensafhankelijke bijdrage naar verloop van tijd alsnog stijgen. Deze premiestijging wordt voor burgers en bedrijven structureel en lastenneutraal gecompenseerd waardoor tegemoet gekomen wordt aan de toezegging uit het AO van 18 december dat de overheveling van persoonlijke verzorging lastenneutraal zal plaatsvinden. De wijze waarop deze compensatie plaatsvindt is onderdeel van de regulier jaarlijkse besluitvorming.

De premiegevolgen van de overhevelingen voor de Zvw worden in eerste instantie gecompenseerd binnen de Zvw, door de verzachting van de premiestijging via de tijdelijke aanvullende rijksbijdrage aan het Zvf. De stijging van de Zvw-premie blijft daardoor in 2015 beperkt tot € 20. Dit is lager dan de stijging van € 50 in 2015 die in de VWS begroting 2014 nog werd voorzien op grond van de uitwerking van de hervorming van de langdurige zorg in de brief van 23 april 20137. De lagere inkomensgroepen worden op reguliere wijze via de zorgtoeslag volledig gecompenseerd.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Hiermee wordt tevens invulling gegeven aan de vragen over de premie AWBZ en premie Zvw in de motie van het lid Keijzer, Kamerstuk 30 597, nr. 398,

X Noot
2

Kamerstuk 30 597, nr. 380

X Noot
3

Kamerstuk 30 597, nr. 296

X Noot
4

Inclusief het financiële effect van de overheveling van de jeugd-GGZ van de Zvw naar gemeenten in het kader van de Jeugdwet. Zie Kamerstuk 31 839, nr. 323

X Noot
5

Kamerstuk 33 841, nrs. 1–3 e.v.

X Noot
6

Zie ook de brief van 30 januari 2014 over de ontwikkeling van de zorgpremie 2015, Kamerstuk 30 597, nr. 418

X Noot
7

Zie het antwoord op vraag 1 in de beantwoording van de schriftelijke Kamervragen over de VWS-begroting 2014, Kamerstuk 33 750-XVI, nr. 13