Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333683 nr. 2

33 683 Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met verbetering van de maatregelen bij niet-betalen van de premie en de bestuursrechtelijke premie en enkele andere wijzigingen (verbetering wanbetalersmaatregelen)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de maatregelen bij niet betalen van de premie en de bestuursrechtelijke premie voor de Zorgverzekeringswet te verbeteren;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Zorgverzekeringswet wordt gewijzigd als volgt:

A

Na artikel 4 wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 4a

  • 1. Degene die een zorgverzekering wenst te sluiten, vermeldt bij het verzoek daartoe zijn adres, en indien hij niet de te verzekeren persoon is, het adres van de te verzekeren persoon.

  • 2. De zorgverzekeraar sluit de verzekering niet zolang het verstrekte adres van de persoon of personen, bedoeld in het eerste lid, niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens voorkomt of afwijkt van het adres waaronder deze persoon of personen in die administratie staat of staan ingeschreven.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt de te verzekeren persoon ingeschreven:

    • a. indien degene die de zorgverzekering wenst te sluiten een verklaring van de Sociale Verzekeringsbank heeft overgelegd waaruit blijkt dat de te verzekeren persoon verzekerd is ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

    • b. indien degene die de zorgverzekering wenst te sluiten een werkgeversverklaring alsmede een salarisafschrift heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de te verzekeren persoon ter zake van in Nederland of op het continentaal plat als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen, mits die verklaring en het salarisafschrift niet ouder zijn dan één maand; of

    • c. indien de persoon of de personen, bedoeld in het tweede lid, van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.

B

Aan artikel 9c wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. De in dit artikel en in artikel 9b bedoelde boeten worden in ’s Rijks kas gestort.

C

Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel d, wordt aan artikel 18c, tweede lid, een onderdeel e toegevoegd, luidende:

  • e. ingeval het adres van de verzekeringnemer en, indien dit een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, niet in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is opgenomen of het adres zoals dat is opgenomen in de administratie van de zorgverzekeraar niet overeenstemt met het adres waaronder de betrokkene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, tenzij deze afwijking het gevolg is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 4a, derde lid, onderdeel a tot en met c.

D

Artikel 18d wordt vervangen door:

Artikel 18d

  • 1. De verzekeringnemer is vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin het College zorgverzekeringen de melding, bedoeld in artikel 18c, heeft ontvangen aan dat college een bij ministeriële regeling te bepalen, bestuursrechtelijke premie verschuldigd die voor verschillende, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen groepen verzekeringnemers op een verschillend bedrag kan worden vastgesteld.

  • 2. De premie, bedoeld in het eerste lid, is niet meer verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand waarin:

    • a. de uit de zorgverzekering voortvloeiende schulden zijn of zullen zijn afgelost of tenietgaan,

    • b. de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in de Faillissementswet, op de verzekeringnemer van toepassing wordt,

    • c. door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet een overeenkomst als bedoeld in artikel 18c, tweede lid, onderdeel d, is gesloten, door diens tussenkomst een buitengerechtelijke schuldregeling tot stand is gekomen waarin, naast de verzekeringnemer, ten minste zijn zorgverzekeraar deelneemt, of de zorgverzekeraar met de verzekeringnemer een betalingsregeling is overeengekomen, of

    • d. de verzekeringnemer aan bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden voldoet.

  • 3. Ten behoeve van de toepassing van het tweede lid stelt de zorgverzekeraar het College zorgverzekeringen, de verzekeringnemer en, indien deze een ander is dan de verzekeringnemer, de verzekerde, onverwijld op de hoogte van de datum waarop een situatie als bedoeld in onderdeel a, b of c van dat lid van toepassing wordt.

  • 4. In afwijking van het eerste en tweede lid is de verzekeringnemer wederom aan het College zorgverzekeringen bestuursrechtelijke premie verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand:

    • a. waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op grond van artikel 350, derde lid, onderdeel c, d, e, f, of g, van de Faillissementwet, is beëindigd,

    • b. waarin hij zich, blijkens een melding van zijn zorgverzekeraar, aan deelname aan een op hem van toepassing zijnde overeenkomst of regeling als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, heeft onttrokken voordat hij de in de desbetreffende overeenkomst of regeling neergelegde afspraken jegens zijn zorgverzekeraar volledig is nagekomen of

    • c. waarin hij niet meer voldoet aan bij de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede lid, te bepalen voorwaarden.

  • 5. Indien in het in het vierde lid, onderdeel b, bedoeld geval een door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, tot stand gekomen overeenkomst of regeling betreft, dient de melding, bedoeld in dat onderdeel mede door een schuldhulpverlener te zijn ondertekend.

E

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. In het eerste lid vervalt de zinsnede:, die per maand 100% van de tot een maandbedrag herleide standaardpremie, bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag, bedraagt.

3. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De hoogte van de bestuursrechtelijke premie wordt bij ministeriële regeling vastgesteld en kan voor verschillende, bij algemene maatregel van bestuur te bepalen groepen verzekeringnemers op een verschillend bedrag worden vastgesteld.

F

Artikel 24, tweede lid, wordt vervangen door:

  • 2. De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen.

  • 3. De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of tweede lid, aanvangt, waarbij hij indien het tweede lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt.

G

Het derde lid van artikel 34a komt te luiden als volgt:

  • 3. Bij ministeriële regeling wordt bepaald wanneer sprake is van het verrichten van voldoende inspanningen en van voldoende medewerking als bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c, en worden de periode waarover de bijdrage wordt verstrekt, de hoogte ervan, alsmede de wijze waarop deze worden verstrekt, bepaald.

H

In artikel 39, tweede lid, onderdeel f, vervalt de zinsnede: de bestuurlijke boeten, bedoeld in de artikelen 9b en 9c, alsmede.

ARTIKEL II

Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2010 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere wetten (Wet forensische zorg; Kamerstukken II 2009/10, 32 398 nrs. 1–3, e.v.) tot wet is verheven en artikel I, onderdeel F, van deze wet in werking is getreden, voordat die wet in werking in werking treedt, komt onderdeel 2 van artikel 7.11 van die wet als volgt te luiden:

2. Artikel 24, tweede en derde lid, wordt vervangen door:

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode waarover iemand die geen gedetineerde is in de zin van de Wet forensische zorg, forensische zorg als bedoeld in die wet geniet.

  • 3. De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen.

  • 4. De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of derde lid, aanvangt, waarbij hij indien het derde lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt.

ARTIKEL III

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 april 2012 ingediende voorstel van wet houdende wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg (Kamerstukken 33 243) tot wet is verheven en die wet in werking is getreden voor het tijdstip waarop deze wet in werking is getreden, wordt in het in artikel I, onderdeel D, voorgestelde artikel 18d, eerste, derde en vierde lid, van deze wet «het College zorgverzekeringen» telkens vervangen door: het Zorginstituut.

ARTIKEL IV

Indien het bij koninklijke boodschap van 4 juni 2010 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van een Wet forensische zorg en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere wetten (Wet forensische zorg; Kamerstukken 32 398) tot wet is verheven en die wet in werking is getreden voor het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, van deze wet in werking treedt, komt artikel I, onderdeel F van deze wet als volgt te luiden:

F

Artikel 24, derde lid, wordt vervangen door:

  • 3. De rechten en plichten uit de zorgverzekering zijn eveneens van rechtswege opgeschort gedurende de periode dat een verzekerde blijkens een verklaring van de Minister van Buitenlandse Zaken of een verklaring van Reclassering Nederland buiten Nederland in detentie is genomen.

  • 4. De verzekeringnemer, de verzekerde, of de gemachtigde van de verzekeringnemer of verzekerde meldt de zorgverzekeraar de dag waarop de periode, bedoeld in het eerste of derde lid, aanvangt, waarbij hij indien het derde lid van toepassing is, tevens de daar bedoelde verklaring aan de zorgverzekeraar overlegt.

ARTIKEL V

Indien het bij koninklijke boodschap van 29 maart 2012 ingediende voorstel van wet houdende nieuwe regels voor een basisregistratie personen (Wet basisregistratie personen; Kamerstukken 33 219) tot wet is of wordt verheven, en die wet eerder in werking is getreden of treedt dan artikel I, onderdeel A en C, van deze wet, wordt artikel I van deze wet als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel A, wordt «in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat of staan ingeschreven» vervangen door: in de basisregistratie personen als ingezetene staat of staan ingeschreven.

b. In onderdeel C wordt «in de gemeentelijke basisadministratie personen staat ingeschreven» vervangen door: in de basisregistratie personen als ingezetene staat ingeschreven.

ARTIKEL VI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,