Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433750-VII nr. 2

33 750 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2014

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

3

     

B.

DE BEGROTINGSTOELICHTING

4

     

1.

Leeswijzer

4

     

2.

Beleidsagenda 2014

5

 

Tabel belangrijkste mutaties

13

 

Tabel beleidsdoorlichtingen

16

     

3.

Beleidsartikelen

17

 

1. Openbaar bestuur en democratie

17

 

2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

22

 

6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

25

 

7. Arbeidszaken overheid

31

     

4.

Niet-beleidsartikelen

36

 

11. Centraal apparaat

36

 

12. Algemeen

40

 

13. Nominaal en onvoorzien

42

 

14. VUT-fonds

43

     

5.

De Baten-lastenagentschappen

44

 

5.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

44

     

6.

Bijlagen

49

 

6.1 Verdiepingsbijlage

49

 

6.2 Moties en toezeggingen

57

 

6.3 Specifieke uitkeringen (interdepartementaal)

86

 

6.4 Evaluatie- en overig onderzoek

91

 

6.5 ZBO’s en RWT’s

93

 

6.6 Subsidiebijlage

94

 

6.7 Afkortingen

97

 

6.8 Trefwoordenlijst

99

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2014 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2014. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2014.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2014 vastgesteld. De in de begrotingstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. Begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten, en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) voor het jaar 2014 vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake baten-lastenagentschap voeren.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Nieuwe begrotingsindeling beleidsartikelen

Sinds de departementale herindeling van het kabinet Rutte-Asscher heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naast begrotingshoofdstuk VII (BZK) een nieuw begrotingshoofdstuk XVIII (Wonen en Rijksdienst) gekregen. Bij de ontwerpbegroting van 2014 worden deze voor het eerst als twee aparte begrotingen gepresenteerd. Dit heeft ook gevolgen voor de presentatie van de beleidsartikelen. Hoofdstuk VII beschrijft de artikelen: Openbaar Bestuur en Democratie, Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Arbeidszaken Overheid en Dienstverlenende- en Innovatieve Overheid. Voorts beschrijft hoofdstuk VII de niet-beleidsartikelen: Centraal apparaat, Algemeen, Nominaal en Onvoorzien en VUT-fonds. In het artikel Centraal apparaat wordt beschreven hoe de taakstelling Rutte II wordt ingevuld.

De begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII) beschrijft de artikelen: Wonen, Woonomgeving en bouw, Kwaliteit Rijksdienst en Uitvoering Rijksvastgoedbeleid.

Diensten die een baten-lastenstelsel voeren

De begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) kent vanaf 2014 één baten-lastenagentschap, te weten Basisregistratie Persoonsgegevens Reisdocumenten. De paragraaf over de baten-lastenagentschap presenteert de voorgeschreven financiële- en doelmatigheidsoverzichten ter toelichting op de begrotingsstaat van dit agentschap.

De baten-lastenagentschappen Logius, P-direkt, De Werkmaatschappij, FMHaaglanden, SSC-ICT, Rijksgebouwendienst, Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf en de Huurcommissie vallen onder de begroting Wonen en Rijksdienst (XVIII).

Specifieke uitkeringen

In paragraaf 6.3 is de bijlage specifieke uitkeringen (interdepartementaal) opgenomen. Hierin geven de departementen aan welke uitkeringen zij doen voor gemeenten en provincies.

Budgetflexibiliteit

In de begroting is de informatie over de budgetflexibiliteit opgenomen in de tabellen betreffende de budgettaire gevolgen van beleid. Van de uitgaven wordt vermeld – in percentages – welk deel daarvan juridisch is verplicht voor het jaar 2014. Vanaf de ontwerpbegroting 2014 wordt ook per instrument aangegeven welke percentages juridich verplicht zijn. Deze worden onder de budgettaire gevolgen van beleid toegelicht.

2. BELEIDSAGENDA 2014

Het Huis van Thorbecke, de inrichting van onze democratische rechtstaat, is een passende woning voor alle inwoners van ons land en niet enkel een onderkomen voor de overheid. Dat huis wordt de komende jaren op onderdelen aan de eisen van deze tijd aangepast. In 2014 ligt de nadruk op een sterkere positie van de burgers, een grotere rol van gemeenten voor collectieve voorzieningen, en het stroomlijnen van de organisatie van de overheid.

Inwoners van Nederland vragen en krijgen steeds meer invloed om zo hun verantwoordelijkheid voor hun leven en hun omgeving vorm te geven. Dit spreekt uit de initiatieven waarbij burgers hun eigen kracht inzetten om hun doelen te bereiken, het verbeteren van de dienstverlening door de overheid en het verminderen van de regeldruk voor burgers, professionals, bedrijven en overheden.

De decentralisaties op het terrein van ondersteuning, participatie en van jeugd naar de gemeenten passen hier in. De gemeente is haar inwoners het meest nabij en legt aan hen ook verantwoording af. Hierbij passen de vooral van onderop te verwachten gemeentelijke herindelingen en het versterken van de bestuurskracht van gemeenten door middel van passende samenwerkingsverbanden.

Zoals de stroomlijning van het openbaar bestuur wordt vormgegeven vanuit de behoeften van de inwoners, zijn ook een aantal (wets)wijzigingen voorzien om de positie van de burger als stemgerechtigde te versterken (zoals het onderzoek naar electronisch stemmen en stemmen vanuit het buitenland). Ook komen er maatregelen tegen identiteitsfraude, tegen integriteitschendingen en voor het terugdringen van geweld tegen de uitvoerders van publieke taken.

Om in de publieke sector het goede voorbeeld te geven, worden de topinkomens verder beperkt.

2.1 MODERNISEREN EN DEMOCRATISEREN VAN HET HUIS VAN THORBECKE

In de «Nota Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland» zijn de voorstellen voor de modernisering van de bestuurlijke organisatie nader uitgewerkt en in onderlinge samenhang gebracht. Deze voornemens betreffen drie grote decentralisatieoperaties en het creëren van voldoende uitvoeringskracht bij de gemeenten. Aansluitend hieraan ziet het kabinet voor de langere termijn een uit landsdelige provincies bestaand middenbestuur. In deze kabinetsperiode moet dat streven leiden tot de vorming van een noordvleugelprovincie. Voorts wordt in de nota het belang gestipuleerd van versterkte burgerparticipatie.

Democratische vernieuwing (versterken relatie tussen mensen en overheid)

«Doe-democratie»

In 2014 wordt verder gewerkt aan het ondersteunen van zowel medeoverheden als maatschappelijke organisaties bij de aansluiting van de overheid op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Er wordt aangesloten op de adviezen over de «doe-democratie» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), de Raad voor het openbaar bestuur (Rob), de Raad van State, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), maar vooral op de initiatieven binnen de samenleving.

Om dit te ondersteunen is een agenda opgesteld.

  • Er vindt, op de gebieden recht (wet- en regelgeving, experimenteerruimte, rechtsvormen), financiën (financieringsvormen) en fiscaliteit, een verkenning plaats naar de faciliterende en ruimte scheppende rol voor de overheid bij maatschappelijk initiatief.

  • Samen met vernieuwende gemeenten worden nieuwe werkvormen ontwikkeld voor de «doe-democratie».

  • Andere onderdelen van de agenda zijn de samenwerking met het initiatievenplatform «Kracht in Nederland», het wegnemen van belemmeringen in de regelgeving voor vrijwilligers en een aantal evaluaties over de effecten van regelgeving op actief burgerschap.

Verkiezingen

In 2014 vinden verkiezingen plaats voor de gemeenteraden (19 maart 2014), en voor de Nederlandse leden voor het Europees Parlement (22 mei 2014).

  • De Experimentenwet1 maakt het mogelijk experimenten uit te voeren met het centraal tellen van de uitgebrachte stemmen en (bij de verkiezing van de leden van het Europees Parlement) met het per e-mail toezenden van een nieuw ontwerp stembiljet aan de kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen.

  • De registratieprocedure voor de kiezers die vanuit het buitenland willen stemmen, wordt vereenvoudigd. Door een permanente registratie van kiezers in het buitenland vervalt de registratie voor afzonderlijke verkiezingen. Voor het eerst gaat dit gelden bij de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2017 (zie brief van 12 juni 20132).

  • In mei 2013 is een externe adviescommissie ingesteld, die tot taak heeft na te gaan of elektronisch stemmen in het stemlokaal, bij verkiezingen die vallen onder de Kieswet, mogelijk is. De commissie streeft ernaar voor 1 november 2013 advies aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit te brengen.

  • Het wetsvoorstel tot aanpassing van de waterschapsverkiezingen regelt het behoud van directe verkiezingen voor de waterschappen. Om de opkomst te verhogen worden deze verkiezingen voortaan per stembus en gelijktijdig gehouden met die voor de leden van Provinciale Staten.

  • De Wet financiering politieke partijen vereist dat alle in de Staten-Generaal vertegenwoordigde politieke partijen en hun neveninstellingen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overzichten sturen van ontvangen giften van in totaal 4.500 euro of meer en van schulden van 25.000 euro of meer. De partijen moeten de overzichten voor het eerst indienen vóór 1 juli 2014.

  • In 2014 zal naar verwachting de parlementaire behandeling plaatsvinden van een wetsvoorstel dat erin voorziet dat ook lokale partijen onder de Wet financiering politieke partijen gaan vallen. Het streven is het wetsvoorstel eind 2013 in consultatie te brengen.

  • Het aantal politieke ambtsdragers bij provincies wordt verminderd. In de toekomst zullen er minimaal twee en maximaal vijf gedeputeerden zijn, waar dat er nu nog minimaal drie en maximaal zeven zijn. Het streven is dat met ingang van de provinciale verkiezingen van maart 2015 het aantal politieke ambtsdragers bij provincies met 25 procent is verminderd.

Meer taken voor gemeenten vergt sterke organisaties

Decentralisatie op het gebied van ondersteuning, participatie en jeugd naar de gemeenten maakt maatwerk richting burgers mogelijk. Onnodige bureaucratie kan vermeden worden door de dienstverlening dichter bij de burger te organiseren. Dit vergt wel meer dan het simpelweg decentraliseren van de huidige taken.

Het kabinet heeft in de decentralisatiebrief (d.d. 19 februari 2013) de randvoorwaarden van de decentralisaties geschetst: stevige uitvoeringskracht, voldoende beleidsruimte, een beperkte regeldruk en verantwoordingslast, ruimte voor integraal maatwerk in wet- en regelgeving en een zo breed mogelijke ontschotting in het gemeentefonds tot één integraal budget. Daarnaast biedt het kabinet ondersteuning aan gemeenten door een gezamenlijke werkagenda bij de implementatie van de drie decentralisaties.

  • In 2013 is samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gewerkt aan het organiseren van voldoende bestuurskracht bij gemeenten voor de te decentraliseren taken door middel van samenwerkingsverbanden. Deze verbanden zijn nu grotendeels gevormd. In 2014 zal het aankomen op het vervolmaken van de samenwerking tussen gemeenten.

  • Daarnaast wordt in 2014 verder gewerkt aan gemeentelijke herindeling van onderop. Per 1 januari 2014 zullen als gevolg van een herindeling vier nieuwe gemeenten worden ingesteld. Gedurende 2014 volgt de parlementaire behandeling van vijf nieuwe wetsvoorstellen die herindeling per 1 januari 2015 beogen.

  • In het regeerakkoord is opgenomen dat er «Een wetsvoorstel tot afschaffing van de WGR+ samenwerkingsverbanden zal worden ingediend.». Het voorstel bevat naast het afschaffen van de WGR+ het voornemen twee vervoerregio’s mogelijk te maken voor Rotterdam-Den Haag en Amsterdam-Almere. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voorzien op 1 januari 2015.

Effectief Middenbestuur

Het kabinet streeft naar een effectief middenbestuur. Om dat te bereiken, is er voor de lange termijn een eindperspectief van landsdelige provincies. Het samenbrengen van de provincies Noord-Holland, Flevoland en Utrecht in één noordvleugelprovincie in deze kabinetsperiode is het concrete voornemen. Deze provinciale herindeling zorgt ervoor dat het schaalniveau van de nieuwe provincie beter aansluit bij het niveau waarop maatschappelijke vraagstukken op de terreinen ruimtelijke ordening, natuur- en milieu, verkeer en (regionale) economie spelen.

  • Het wetsvoorstel voor de samenvoeging van Noord-Holland, Flevoland en Utrecht wordt in 2014 ingediend bij de Tweede Kamer en zal op 1 januari 2016 ingaan.

  • Tegelijk met de indiening van het wetsvoorstel kan de Tweede Kamer een inhoudelijke agenda voor de nieuwe provincie verwachten. Daarin wordt ingegaan op de taken, bevoegdheden en budgetten van de nieuwe provincie.

Het kabinet wil bevorderen dat de provincies hun eigen huishouding materieel sluiten. Hun kerntaken liggen op het terrein van ruimte, verkeer en vervoer, natuur en economie. Uitgezocht wordt welke taken en activiteiten buiten dit profiel worden uitgevoerd en hoeveel geld daaraan wordt besteed. Vervolgens zullen afspraken worden gemaakt deze taken vrijwillig te beperken.

Verdieping van het constitutioneel bestel

Tijdens de viering van het 200-jarige bestaan van ons Koninkrijk zal ook volop aandacht zijn voor democratie en rechtstaat. Er zijn verscheidene wetsvoorstellen in voorbereiding.

  • Eind 2013 wordt een voorstel tot modernisering van artikel 13 (onschendbaarheid van het brief-, telefoon en telegraafgeheim) bij de Tweede Kamer ingediend, ertoe strekkend de onschendbaarheid uit te breiden naar alle moderne communicatiemiddelen. Voorts kan de Tweede Kamer in de loop van 2014 een voorstel tot opneming in de Grondwet van het recht op een eerlijk proces en van de toegang tot de rechter, tegemoet zien.

  • In de «Nota Bestuur in samenhang. De bestuurlijke organisatie in Nederland» is aangekondigd dat het kabinet met een beschouwing komt op Hoofdstuk 7 van de Grondwet. Daarin wordt ingegaan op de wijzigingen in het grondwettelijk kader ten aanzien van de waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, alsook op algemene aspecten zoals het hoofdschap van de gemeenteraad en de provinciale staten en de (on)mogelijkheid van tussentijdse ontbinding van de gemeenteraad of provinciale staten.

Het kabinet is voornemens om op de internationale dag van de mensenrechten (10 december 2013) een staat van de grondrechten en een bijbehorend nationaal actieplan grondrechten uit te brengen, dat de stand van zaken van mensenrechten in Nederland beschrijft en er concrete actiepunten aan verbindt.

2.2 EXCELLENTE KWALITEIT VAN DE OVERHEID

Verbeteren van de dienstverlening van de overheid en het verminderen van de regeldruk

De komende vier jaar verlaagt het kabinet de regeldruk door onnodige regels te schrappen, wettelijke verplichtingen te versoepelen en de dienstverlening te verbeteren. Hierdoor besparen burgers en bedrijven samen in totaal 2,5 miljard euro verspreid over de periode tot en met 2016. Dit staat beschreven in de kabinetsbrief «Goed Geregeld, een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012–2017».

Verminderen Regeldruk Burgers en Professionals

Het doel is om 400 miljoen euro aan besparingen te realiseren in de periode tot en met 2016 voor burgers en professionals. Bij de aanpak is sprake van maatwerk. Vanuit de leefwereld van mensen wordt gekeken waar sprake is van veel regeldruk en hoe die te verlichten.

  • Als eerste wordt de regeldruk aangepakt bij de schuldhulpverlening, het vrijwilligerswerk, de Wet maatschappelijke ondersteuning en bij de politie. Hierbij wordt nauw samengewerkt met uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Medio 2014 wordt gekozen waar de regeldruk aanvullend wordt aangepakt.

  • Bij de decentralisaties naar gemeenten op het terrein van ondersteuning, participatie en jeugd wordt nieuwe regeldruk voorkomen.

  • Daarnaast worden de toezichtslasten verlaagd door de toezichtsactiviteiten tussen Rijk en medeoverheden beter af te stemmen (uitvoeringsprogramma «Beter en Concreter»).

  • Wettelijke regels of procedures mogen niet onnodig knellen of slimmer werken in de weg staan. Ook in 2014 blijft het mogelijk om onder voorwaarden wet- en regelgeving buiten werking te stellen («Van Regels naar Ruimte»). Zo is het bijvoorbeeld mogelijk gemaakt om het paspoort thuis te laten bezorgen (in plaats van ophalen op het gemeentehuis).

Digitale Dienstverlening 2017

Uiterlijk in 2017 kunnen bedrijven en burgers daartoe zaken die zij met de overheid doen, voortaan digitaal afhandelen. In de «Visiebrief Digitale overheid 2017» beschrijft het kabinet hoe de overheid dit doel voor haar burgers wil bereiken.

  • Het programma »Digitale overheid 2017» richt zich onder meer op het vergroten van de digivaardigheid van burgers.

  • Het programma richt zich tevens op de gebruiksvriendelijkheid van ICT-voorzieningen van de overheid.

  • Beveiliging is een prioriteit. Er wordt geïnvesteerd in de e-overheidsvoorzieningen om het beveiligingsniveau in stand te houden.

  • De effectieve inzet van basisregistraties wordt voortgezet.

Gemeentelijke basisadministratie (GBA)

  • In 2014 wordt de Wet basisregistratie personen ingevoerd. Met deze volgende stap in de modernisering van de huidige Gemeentelijke basisadministratie is sprake van een meer sluitende registratie van personen, mede door de uitbreiding met het registreren van niet-ingezetenen.

  • Om verschillende problemen, zoals de fraude bij de toeslagen, beter aan te kunnen pakken, wordt in 2014 de kwaliteit van de gegevens in de Gemeentelijke basisadministratie verbeterd.

  • In 2014 wordt ook gestart met het gereed maken van de overgang van de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA) naar de Gemeentelijke basisadministratie in Caribisch Nederland.

Digitale basisinfrastructuur

Voor de bovenstaande ontwikkelingen is een stelsel van eOverheidsvoorzieningen (Digitale basisinfrastructuur) een noodzakelijke basis. Door realisatie van het stelsel van basisregistraties, een gedegen stelsel van identiteit en authenticatie en het realiseren van interoperabiliteit tussen systemen op basis van – waar mogelijk open – standaarden, kan de overheid goede dienstverlening bieden, zorgen voor een veilige en betrouwbare informatievoorziening en werken als één overheid.

Vele eOverheidsvoorzieningen zijn nu in bedrijf, dienen up to date gehouden te worden en te voldoen aan de wijzigende eisen met betrekking tot veiligheid, toenemend gebruik en interoperabiliteit, ook in internationaal verband. Dit moet bijdragen aan een open overheid. Tegelijkertijd moet gewerkt worden aan een groter bestuurlijk en operationeel besef van het belang van informatiebeveiliging.

Het gehele openbaar bestuur is een vitaal domein in het nationale netwerk van detectie en response. Daarom is de feitelijke beveiliging van de voorzieningen, zoals DigiD, van groot belang.

  • DigiD is het identificatiemiddel voor burgers om elektronisch zaken te doen met de overheid. Het moet veilig en betrouwbaar zijn en blijven. Daartoe wordt gewerkt aan een verdere verhoging van het betrouwbaarheidsniveau van DigiD. Er wordt gewerkt aan een landelijk afsprakenstelsel (eID), waarbinnen diverse identificatiemiddelen en -voorzieningen (publiek en privaat) ingezet worden bij de elektronische dienstverlening aan burgers en bedrijven. Daarbij wordt een voorstel uitgewerkt om een DigiD-kaart te ontwikkelen, die ook buiten het domein van de overheid kan worden gebruikt.

  • Er worden voorzieningen ontwikkeld, waarmee burgers (en bedrijven) zelf identiteitsfraude kunnen tegengaan. Het wordt mogelijk de geldigheid van identiteitsdocumenten van anderen te verifiëren en de eigen identiteitsdocumenten bij diefstal of verlies te blokkeren.

  • Identiteitsfraude kan op vele manieren plaatsvinden. Dit vraagt een gezamenlijke, interdepartementale aanpak. Eind 2013 ontvangt de Tweede Kamer een kabinetsbrede visie op identiteitsfraude.

  • Nederland heeft zich aangesloten bij het Open Government Partnership en verbindt aan de deelname aan dit internationale netwerk een actieplan. De transparante, de faciliterende en de toegankelijke overheid vormen de drie pijlers van de Nederlandse deelname. Uitgangspunt is dat alle informatie openbaar is, tenzij er gewichtige redenen zijn, om dat in een bepaald geval niet te doen.

Integere en veilige publieke taakuitoefening

Integriteit in het openbaar bestuur – bij zowel bestuurders als bij ambtenaren – is een absolute voorwaarde voor een goed werkende overheid en voor het vertrouwen dat burgers in die overheid en in haar bestuurders hebben.

  • In 2014 worden de aanbevelingen voortkomend uit een onderzoek naar de kwaliteit van integriteitsonderzoek naar bestuurders en topambtenaren in uitvoering genomen.

  • Voor een integer bestuur is rechtsbescherming van klokkenluiders essentieel. In 2012 zijn daartoe het adviespunt klokkenluiders en de Onderzoeksraad Integriteit Overheid ingesteld. In 2014 kunnen de Staten-Generaal een evaluatie hiervan tegemoet zien. Zonodig zal vervolgens het stelsel van adviespunt en onderzoeksraad worden verbeterd en versterkt.

  • Verbaal en fysiek geweld tegen mensen die een publieke taak vervullen, is onacceptabel en moet worden bestreden. Dat kan door straffen, maar ook door een structurele aanpak. Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) wordt daartoe tot 2017 voortgezet. In 2014 is er specifiek aandacht voor het lokaal bestuur en preventie.

Moderniseren van werkgeverschap publieke sector

  • De kwaliteit van de publieke sector is afhankelijk van de kwaliteit en de motivatie van de mensen die er werken. De mobiliteit is belangrijk voor talentontwikkeling, brede inzetbaarheid en flexibiliteit van overheidspersoneel. Met een programmatische aanpak worden overheidsorganisaties gestimuleerd zich op regionaal niveau aan te sluiten bij arbeidsmarktnetwerken, zodat overgangen van werk naar werk makkelijker worden.

  • Overheidswerkgevers hebben een voorbeeldfunctie, zoals bij het scheppen van banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Vanaf 2014 worden jaarlijks 2.500 arbeidgehandicapten bij de publieke sector aangesteld.

  • Een genormaliseerde rechtspositie van ambtenaren, waaronder een gemoderniseerd ontslagrecht zoals dat op basis van het Sociaal Akkoord wordt voorbereid, leidt tot een meer transparant en eenduidig rechtsstelsel. Vanwege de omvang en complexiteit hiervan is het streven dit wetsvoorstel niet eerder dan tegelijkertijd met de inwerkingtreding van het gemoderniseerde ontslagrecht in te laten gaan.

  • De krappe overheidsfinanciën nopen tot een optimale inzet van de voor arbeidsvoorwaarden beschikbare middelen. De loonsombenadering geeft overheidswerkgevers de ruimte om in samenspraak met de vakbonden een optimale inzet te kiezen, mede met het oog op het realiseren van een toekomstbestendige ABP-pensioenregeling en modernere secundaire arbeidsvoorwaarden.

Beperken Topinkomens Publieke Sector

  • In 2014 verschijnt de eerste rapportage over de Wet normering topinkomens (WNT) die per 1 januari 2013 in werking is getreden.

  • Het in de WNT vastgelegde bezoldigingsmaximum (130% ministerssalaris) wordt per 1 januari 2015 verder verlaagd tot het niveau van 100% van het ministersalaris. Een conceptwetsvoorstel hiertoe wordt nog in 2013 in consultatie gebracht.

  • Bovendien wordt een start gemaakt om de norm uiteindelijk ook te gaan laten gelden voor niet-bestuurders in de (semi-)publieke sector.

2.3 NATIONALE VEILIGHEID

Ontwikkeling dreigingsbeeld

Risico’s en bedreigingen voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van Nederland hebben steeds meer een internationaal karakter gekregen. Dit komt onder andere door een in toenemende mate dynamische en onzekere internationale omgeving. Nieuwe terroristische dreigingen kunnen zich op onvoorspelbare wijze, in korte tijd en van buitenaf (exogeen) ontwikkelen.

Daarnaast worden de risico’s en bedreigingen voor de Nederlandse veiligheidsbelangen sterk beïnvloed door de snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. De nieuwste toepassingen vinden snel hun weg in de maatschappij, en daarmee ook naar de onderzoeksgebieden van de AIVD. Dit leidt er toe dat de buitenlandse en de binnenlandse veiligheid verweven raken en het dreigingsbeeld diffuser wordt.

De belangrijkste ontwikkelingen voor de binnenlandse veiligheid zijn:

Fragiele/instabiele structuur aan buitengrenzen Europa

De afgelopen jaren zijn er aan de buitengrenzen van Europa meer fragiele en instabiele regio's gekomen (noordelijk Afrika, Midden-Oosten, Kaukasus). Deze instabiliteit heeft gevolgen voor de Nederlandse buitenlandpolitiek, de handelsbelangen, de energievoorzieningszekerheid en de in Europa woonachtige migrantengemeenschappen en brengt grote veiligheidsrisico's met zich mee.

Om de Nederlandse regering te informeren, wordt een zo zelfstandig mogelijke inlichtingenpositie onderhouden met betrekking tot programma’s van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen van landen van zorg. Verwervingsactiviteiten in of via Nederland zullen in samenwerking met de MIVD worden tegengegaan. Deze activiteit is een onderdeel van de buitenlandtaak van de AIVD. Aanvullend op het regeerakkoord is afgesproken dat de buitenlandtaak niet wordt geschrapt.

Gewapende jihad, waaronder Syrië

Uit onderzoek van de AIVD blijkt dat een fors aantal jongeren in korte tijd naar Pakistan, Somalië en, in het bijzonder, Syrië is afgereisd om deel te nemen aan de gewapende jihad. Bij terugkeer kunnen deze jongeren een veiligheidsrisico vormen.

Bij de aanpak wordt door alle betrokken overheidsorganisaties samengewerkt in bestuurlijke en strafrechtelijke zin. Ook wordt contact gehouden met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zo mogelijk wordt verhinderd dat Nederlandse ingezetenen zich aansluiten bij internationale jihadistische netwerken. Aandacht krijgt ook het onderkennen van personen en organisaties die een faciliterende of stimulerende rol spelen in de jihadgang.

Cyberdreiging

Digitale aanvallen kunnen de integriteit van de staat, de veiligheid van de vitale infrastructuur en de vertrouwelijkheid van informatie aantasten. Uit onderzoek van de AIVD blijkt dat er op grote schaal sprake is van cyberaanvallen, onder meer door vreemde mogendheden. Digitale aanvallen nemen bovendien in aantal en complexiteit toe.

De Nederlandse samenleving wordt beschermd tegen digitale aanvallen door onderzoek naar aanvallen die maatschappelijke ontwrichting kunnen veroorzaken of inbreuk maken op de democratische rechtsorde, digitale spionage, cyberterrorisme en -extremisme en complexe digitale aanvallen (Advanced Persistent Threats). Met detectie en onderzoek naar digitale aanvallen worden organisaties binnen en buiten de overheid geholpen de weerbaarheid tegen digitale aanvallen te verhogen. De AIVD werkt samen met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) aan een nationaal detectienetwerk.

De AIVD en de MIVD bundelen kennis en capaciteit in een nieuw op te richten gezamenlijke SIGINT/cybereenheid. In het kader van de evaluatie van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten worden onder andere de bijzondere bevoegdheden op het gebied van cyber en SIGINT geëvalueerd.

Economische veiligheid

De sleutel tot een sterke Nederlandse economische positie ligt voor een groot deel in het buitenland. Voor veel landen behoort het tot hun economische en buitenlandse politiek om via spionage innovatieve ideeën en kennis te bemachtigen. Onderdeel van de internationale veiligheidsstrategie van het kabinet is de rol die de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten vervullen om heimelijke buitenlandse beïnvloeding van de Nederlandse en Europese economie te beperken.

Nuclear Security Summit (NSS)

Op 24 en 25 maart 2014 wordt in Nederland de derde Nuclear Security Summit georganiseerd. In totaal komen meer dan 50 wereldleiders samen in Den Haag met als doel het wereldwijd voorkomen van nucleair terrorisme, de hoeveelheid nucleair materiaal te verminderen, om het materiaal dat er is nog beter te beveiligen en om de smokkel ervan aan te pakken. De AIVD zorgt mede voor een veilig, ongestoord en inhoudelijk goed verloop van de Summit.

Heroverweging uitvoering taken Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De taakstellingen uit het regeerakkoord bedragen voor de AIVD in totaal afgerond 70 miljoen euro structureel. Door efficiencymaatregelen, vergaande versobering en een gedeeltelijke taakbijstelling is de AIVD in staat de komende jaren (2014 – 2015) tot een aanzienlijke bezuiniging te komen van 23 miljoen euro.

Daartoe wordt in de eerste plaats fors gesneden in de organisatie, met name in de ondersteunende functies. Daarnaast is het onvermijdelijk ook operationele activiteiten bij te stellen. De maatregelen op dit gebied betreffen een beperking van de inzet op rechts-, links- en dierenrechtenextremisme, een beperking van de inzet op de geheime Aanwijzing Buitenlandtaak, de aanwezigheid in het buitenland en het afbouwen van de eigen capaciteit van de operationele financial intelligence functie. Ook wordt bezuinigd op de dienstverlening en advisering op het gebied van informatiebeveiliging aan het Rijk.

De uit de taakstellingen voortvloeiende reorganisatie zal naar verwachting in 2014 worden afgerond. Als gevolg van deze maatregelen zal het functiebestand met ongeveer 200 fte worden teruggebracht. Hierbij wordt uitgegaan van het principe «van werk, naar werk».

Voor de dan nog resterende taakstelling van 45 miljoen euro (2016 – 2018) worden, tijdig vóór de indiening bij de Staten-Generaal van de ontwerpbegroting 2015, verdere maatregelen voorbereid.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties t.o.v. vorig jaar (ontvangsten, uitgaven en niet-belastingsontvangsten)

Bedragen x € 1.000

Opbouw uitgaven (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

 

4.790.270

4.541.503

4.484.863

4.556.985

4.648.703

 
               

Mutaties Nota van Wijziging

 

– 3.946.242

– 3.977.703

– 3.931.705

– 4.028.330

– 4.159.470

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

– 7.051

78.464

– 15.302

– 42.784

– 53.061

11.271

               

Nieuwe mutaties:

             

Huisvestingsbudget

71

– 1.600

– 1.600

– 1.600

– 1.523

– 1.426

– 1.387

Inkomsten Doc-Direct

71

12.548

0

0

0

0

0

Kasschuif Frictiekosten

62

– 6.000

0

6.000

0

0

0

Kasschuif Openbaar Bestuur

61

– 2.500

2.500

0

0

0

0

Kasschuif Symbolon

62

– 1.500

1.500

0

0

0

0

Kasschuif Vpt

67

– 160

– 1.320

1.320

160

0

0

Reisdocumentenprogramma

66

2.850

2.850

2.850

2.850

2.850

2.850

Resultaat Reisdocumenten

66

8.495

0

0

0

0

0

Aanpak fraude bestrijding

62

3.000

4.600

4.600

4.600

4.600

4.600

               

Overige mutaties

 

– 663

– 19.398

– 21.985

– 2.396

6.933

419.179

Stand ontwerpbegroting 2014

851.447

631.396

529.041

489.562

449.129

436.513

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
 

art. nr.

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

712.673

985.517

1.388.703

698.687

668.587

               

Mutaties Nota van Wijziging

 

– 606.530

– 590.074

– 585.460

– 583.144

– 604.444

 

Mutaties 1e suppletoire begroting

 

– 10.033

9.500

25.400

– 400

   
               

Nieuwe mutaties:

             
               

Overige mutaties

 

25.927

– 21.419

– 21.419

– 21.419

– 21.419

42.724

Stand ontwerpbegroting 2014

122.037

383.524

807.224

93.724

42.724

42.724

Toelichting

Huisvestingsbudget

Betreft een overboeking ivm departementale herindeling naar V&J (huurcomponent van overdrachtsprotocol).

Kasschuif frictiekosten

Er wordt 6 mln. beschikbaar gemaakt in 2015 voor flankerend beleid bij de doorvoering van de apparaattaakstelling.

Kasschuif openbaar bestuur

Voor het programma Decentralisaties en het programma Noordvleugelprovincie zijn in 2014 geen middelen beschikbaar. Bovendien moeten in 2014 extra kosten worden gemaakt voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014 bij de Nederlandse Vertegenwoordigingen in de west (registratie van kiezers, verspreiding stembescheiden, bemensing stembureaus en voorlichting aan kiezers in Aruba, Curaçao en Sint Maarten).

Kasschuif Symbolon

Voor de JSCU (Joint Sigint Cyber Unit, voorheen Symbolon) wordt een deel van de voorziene uitgaven in 2014 in plaats van in 2013 gedaan. In deze unit wordt de samenwerking tussen AIVD en MIVD inzake Cyber en Sigint (signals intelligence) vormgegeven. De kosten van het samenvoegen van het personeel MIVD in de huisvesting AIVD en het wederzijds beschikbaar maken informatieonderdelen (IV/ICT) zijn nog niet volledig inzichtelijk. Om deze reden wordt een deel van de kosten geraamd voor 2013 overgeheveld naar 2014.

Kasschuif VPT

Voor het programma Veilige Publieke Taak (VPT) is tot en met 2014 budget beschikbaar. Het programma VPT wordt verlengd tot en met 2016. Met deze kasschuif wordt hiervoor budget beschikbaar gemaakt.

Resultaat Reisdocumenten

Het resultaat op de reisdocumenten heeft de opdrachtnemer conform de regels aan de eigenaar terugbetaald. Dat het resultaat aanzienlijk is komt door de verhoogde afzet van reisdocumenten boven op de geraamde afzet. Dit kwam mede door het afschaffen van de kindbijschrijving in het paspoort.

Aanpak fraude bestrijding

Door het kabinet worden extra maatregelen genomen om misbruik/fraude bij toeslagen tegen te gaan. Deze maatregelen zijn eerder aangekondigd in de brief van 10 mei (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 17 050, nr. 435) en worden door de Belastingdienst en BZK geïmplementeerd. De kosten bedragen 25 mln. voor de Belastingdienst en 8 mln. voor BZK waarvan 3 mln. structureel kan worden ingezet voor de gemeenten, die met het GBA-loket een belangrijke rol hebben bij het signaleren van fraude. Als gevolg van de maatregelen worden besparingen verwacht bij de verschillende toeslaguitgaven. Op de programma-uitgaven voor kinderopvangtoeslag en huurtoeslag wordt een bedrag van 33 mln. structureel ingeboekt als dekking. De implementatie en realisatie van de maatregelen zullen intensief gemonitord worden. Mochten de besparingen uiteindelijk lager uitvallen dan 33 mln. dan zullen de kinderopvangtoeslag en de huurtoeslag hiervoor gecompenseerd worden door de Belastingdienst.

Beleidsdoorlichtingen

Agendering beleidsdoorlichtingen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Artikel/operationele doelstelling

(realisatie)

(planning)

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

             

1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

 

         

1.2 Participatie 1

             

Artikel 2. Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst3

             

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

             

6.1 Verminderen regeldruk

     

     

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling

e-overheidsvoorzieningen

     

     

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

     

     

6.4 Burgerschap

       

 

6.5 Reisdocumenten en basisadministratie persoonsgegevens

   

       

Artikel 7. Arbeidszaken overheid

             

7.1 Overheid als werkgever 2

 

       

7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

             
X Noot
1

De artikelonderdelen 1.2, 7.2, en het artikel «Algemene inlichtingen en veiligheidsdienst» lenen zich niet voor onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid. Op deze onderdelen vindt geen doorlichting plaats.

X Noot
2

Op artikel 7.1 was een doorlichting voorzien in 2011. De uitvoering van deze doorlichting is nog gaande. Streven is de doorlichting nog in 2013 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

De artikelonderdeelen waarbij een vinkje staat, worden in het desbetreffende jaar integraal doorgelicht. Uitzondering hierop vormt artikelonderdeel 7.1 (Overheid als werkgever).

In 2013 wordt een beleidsdoorlichting opgeleverd op een deel van dit artikelonderdeel, te weten het integriteitsbeleid tinnen het openbaar bestuur. De overige beleidsthema's die binnen dit artikelonderdeel vallen, zullen bij de voor 2018 geplande doorlichting aandacht krijgen.

3. DE BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en een vitale democratie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur, zowel op centraal als op decentraal niveau en binnen de kaders van de regelgeving van de Europese Unie. De Minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen), maar ook voor goede bestuurlijke en financiële verhoudingen. In het regeerakkoord zijn op dit vlak enkele ambitieuze beleidsvoornemens geformuleerd. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de decentralisaties in het sociale domein die door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in hun onderlinge samenhang worden gecoördineerd en onder de verantwoordelijkheid van de Ministers van SZW en VWS worden uitgevoerd. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft hierbij verantwoordelijkheden die niet zozeer verbonden zijn met de inhoud van het sociaal domein, als wel met het feit dat BZK staat voor een slagvaardig openbaar bestuur en een overheid waar burgers op kunnen vertrouwen. Die verantwoordelijkheid richt zich op de juiste bestuurlijke verhoudingen, het beheer van het Gemeentefonds, interbestuurlijk toezicht, vermindering van regeldruk, wetgeving op het terrein van privacy en het faciliteren van burgerparticipatie. In dit kader heeft de Minister van BZK ook zijn regisserende rol ten aanzien van de decentralisaties in het sociaal domein gekregen. In het directe verlengde hiervan voert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een krachtig beleid gericht op het bewerkstelligen van de aanwezigheid van voldoende uitvoeringskracht bij met name de gemeenten.

Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het functioneren van het constitutionele bestel daaronder begrepen het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt tevens voor zodanige toerusting van de Kiesraad dat deze zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen. Daarnaast voert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de op 1 mei 2013 in werking getreden Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en is hij sinds 1 april 2012 verantwoordelijk voor de procesvoering met betrekking tot het Europees Burgerinitiatief. Naar alle waarschijnlijkheid zal bovendien in 2014 de figuur van het consultatiefraadgevend referendum worden ingevoerd, hetgeen een aantal nieuwe taken voor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met zich zal brengen.

C Beleidswijzigingen

De ten uitvoerlegging van de forse ambities van het kabinet ten aanzien van de bestuurlijke organisatie leidt tot een aantal belangrijke beleidswijzigingen. De voorgenomen decentralisatie van taken in het sociale domein naar de gemeenten is van ongekend grote omvang. Deze decentralisaties betreffen in de eerste plaats de formele overheveling van taken en bevoegdheden van het Rijk dan wel de provincies naar de gemeenten; voorts dienen de bijbehorende geldstromen te worden verlegd naar de gemeenten. Zoals aangekondigd in de Decentralisatiebrief (Kamerstukken II, 33 400 VII nr. 59) wordt onderzocht welke geldstromen worden gedecentraliseerd en welke uitkeringsvorm het beste aansluit op de decentralisaties. Als uitgangspunt staat dat de middelen zo breed mogelijk in het Gemeentefonds worden ontschot tot één integraal budget. Vanuit dit oogpunt wordt onderzocht of de geldstromen van de decentralisaties kunnen worden gebundeld in één deelfonds voor het sociale domein. Het kabinet informeert u in het najaar van 2013 over de resultaten.

De decentralisaties vereisen de aanwezigheid van voldoende uitvoeringskracht op het lokale niveau. Om hierin te voorzien voert het kabinet een tweesporenbeleid. Spoor 1 betreft een verbeterde, meer congruente intergemeentelijke samenwerking. Op dat vlak moesten al in 2013 flinke stappen worden gezet. Bij spoor 2 gaat het om gemeentelijke herindeling. Hier formuleert het kabinet nadrukkelijk geen blauwdruk. De voorkeur gaat uit naar herindelingsvoorstellen van onderop. Het kabinet heeft voor de zomer van 2013 een nieuw beleidskader gemeentelijke herindeling uitgebracht. Om de negatieve financiële effecten van herindeling te mitigeren wordt daarnaast de gemeentefondsmaatstaf herindeling vervroegd en verruimd.

Ten aanzien van de voorgenomen vorming van de Noordvleugelprovincie zullen in 2014 belangrijke stappen in de beoogde richting worden gezet. Na afronding van de ter inzagelegging van het herindelingsontwerp wordt een wetsvoorstel in procedure gebracht; na ommekomst van het advies van de Raad van State kan – zo mag worden verwacht – de parlementaire behandeling van dit voorstel beginnen.

WGR+/Vervoerregio’s

Het wetsvoorstel afschaffen WGR+ is inmiddels aan de Tweede kamer gezonden. Het afschaffen van de plusregio’s is een afspraak uit het regeerakkoord en maakt onderdeel uit van het herstellen van de bestuurlijke hoofdstructuur. De behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede kamer wordt nog voorzien in 2013. De behandeling in de Eerste Kamer zal vermoedelijk begin 2014 plaatsvinden.

Het ministerie streeft naar inwerkingtreding van het wetsvoorstel op 1 januari 2015.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 1.1 Openbaar bestuur en democratie

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

31.897

33.120

32.629

29.963

29.032

29.010

28.975

                 

Uitgaven:

25.209

33.120

32.629

29.963

29.032

29.010

28.975

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

91

       
                 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

6.806

11.652

11.938

9.743

9.429

9.407

9.390

 

Subsidies

4.439

5.670

2.764

2.722

2.722

2.715

2.698

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

193

28

28

0

0

0

0

 

Diverse subsidies

1.600

247

241

227

227

226

226

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

2.646

5.395

2.495

2.495

2.495

2.489

2.472

 

Opdrachten

2.367

5.584

8.776

6.623

6.309

6.294

6.294

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

2.367

5.584

8.776

6.623

6.309

6.294

6.294

                 

1.2

Participatie

18.403

21.468

20.691

20.220

19.603

19.603

19.585

 

Subsidies

14.599

18.348

17.521

17.534

17.034

17.034

17.034

 

Politieke partijen

14.599

18.348

17.521

17.534

17.034

17.034

17.034

 

Opdrachten

3.803

3.120

3.170

2.686

2.569

2.569

2.551

 

Kiesraad

540

420

420

336

219

219

201

 

Verkiezingen

3.263

2.700

2.750

2.350

2.350

2.350

2.350

                 
 

Ontvangsten

24.694

24.465

24.865

21.965

21.965

21.965

21.965

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

De subsidies zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft financiering van de politieke partijen en oorlogsgravenstichting.

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is voor 76% juridisch verplicht. Het betreft hier middelen onder andere voor de verkiezingen, kenniscentra en onderzoeken door derden.

E Toelichting op de instrumenten
1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Subsidies

Diverse subsidies

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt bij aan verschillende Europese kenniscentra. Het European Urban Knowledge Network (EUKN) beoogt de sociaal-economische positie van steden in de Europese Unie te versterken door kennis te verspreiden en ervaringen uit te wisselen. Het EUKN heeft per 7 december 2012 de Europese rechtspersoonlijkheid EGTS (Europese Groepering voor Territoriale samenwerking), waar tien lidstaten in deelnemen. Het URBACT is een Europees programma dat zich richt op de uitwisseling en kennis delen van Europese steden en promoot in het bijzonder de duurzame stedelijke ontwikkeling. Urbact stelt steden in staat om samen te werken om oplossingen te ontwikkelen voor grote stedelijke uitdagingen naar mate hun sleutelrol ten aanzien van de complexe sociale veranderingen steeds meer toeneemt. Het Kenniscentrum Europa Decentraal is een gezamenlijk initiatief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Economische Zaken, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de decentrale overheden.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Een belangrijk deel van de middelen op het terrein van de bestuurlijke en financiële verhoudingen zet het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in voor initiatieven op het terrein van kennisdeling en kennisvermeerdering. Met deze middelen worden verschillende publicaties, congressen en onderzoeken op het terrein van het functioneren van het openbaar bestuur gefinancierd. Ook financiert het ministerie onderzoeken door derden, zoals het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).De Coelo atlas en monitor inkomsten lokale hefingen 2014.

1.2 Participatie

Politieke participatie door burgers komt met name tot stand bij verkiezingen voor vertegenwoordigende lichamen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt voor een toegankelijk verkiezingsproces, faciliteert de Kiesraad en subsidieert politieke partijen en draagt zorg voor correcte procedures inzake Europese burgerinitiatieven.

Subsidies

Politieke partijen

Politieke partijen krijgen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen. Een politieke partij komt voor subsidie in aanmerking als zij voldoet aan een aantal in deze wet genoemde voorwaarden. Zo moet de partij hebben deelgenomen aan de voorgaande Eerste of Tweede Kamerverkiezingen en daarbij in ten minste één van beide Kamers ten minste een zetel hebben behaald. Ook moet de partij ten minste 1.000 leden hebben, die moeten beschikken over vergader- en stemrechten in de partij, en die elk jaar ten minste € 12 aan contributie betalen. In 2014 ontvangen elf politieke partijen subsidie.

Tabel 1.2 Subsidies politieke partijen

Prestatie indicator

Subsidies op grond van de Wet subsidiering politieke partijen

   

Partij

Waarde 2010

Waarde 2011

Te verlenen subsidie 2012 1

Te verlenen subsidie 20131

CDA

3.278.622

2.129.837

2.324.237

1.710.428

PvdA

2.926.487

2.769.171

2.952.659

3.538.686

SP

2.142.686

1.696.472

1.822.135

1.606.728

VVD

2.204.390

2.737.051

2.919.558

3.629.949

GL

952.569

1.149.220

1.204.404

833.945

CU

921.732

855.599

905.537

921.981

D66

827.851

1.273.866

1.337.659

1.530.066

SGP

759.919

737.401

766.189

855.725

PvdD

529.866

538.846

576.534

613.973

OSF

355.292

377.161

396.000

360.890

50+

 

224.935

403.745

441.608

X Noot
1

Het betreft hier voorlopige bedragen. 80% daarvan is inmiddels uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen.

Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd. Voorts is bij de bevoorschotting over 2012 nog geen rekening gehouden met de wettelijke subsidiekorting over dit jaar, bij de vaststelling van de subsidies zal deze korting worden toegepast.

Opdrachten

Kiesraad

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europese Parlement, registreert partijaanduidingen, nummert kandidatenlijsten en stelt de officiële verkiezingsuitslagen voor deze verkiezingen vast. De Kiesraad is daarnaast het adviesorgaan voor regering en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen. Verder verschaft de Kiesraad informatie aan gemeenten, provincies, politieke partijen, burgers en media over kiesrecht en verkiezingen.

Europees burgerinitiatief

Sinds 1 april 2012 is het voor EU-burgers mogelijk om een Europees burgerinitiatief te organiseren en op die wijze een onderwerp op de agenda van de Europese Commissie te plaatsen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een verantwoordelijkheid voor het certificeren van online verzamelsystemen van organisatiecomités en voor het verifiëren en certificeren van ingediende steunbetuigingen.

Verkiezingen

In 2014 zullen verkiezingen plaatsvinden voor de gemeenteraden (woensdag 19 maart 2014), alsmede de verkiezing van de Nederlandse leden voor het Europees Parlement (donderdag 22 mei 2014). Het Ministerie van BZK is, in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor deze verkiezingen verantwoordelijk voor de uitvoering van de landelijke voorlichtingscampagne en het faciliteren van de gemeenten bij de uitvoering van de verkiezingen.

Artikel 2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

A Algemene doelstelling

Tijdige onderkenning van niet direct waarneembare dreigingen en risico’s voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat en samenleving, en daarop gebaseerde informatieverstrekking aan de partners van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), die daardoor worden aangezet om passende maatregelen te nemen.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De Minister legt zo veel als mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, politieke ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn. Hiervoor verricht de AIVD onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de onderzoeksresultaten zet de AIVD bestuurders, beleidsmakers en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau aan tot handelen. Hiertoe informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement.

Tabel 2.1 Kengetallen

Kengetallen

Waarde 2011

Waarde 2012

Aantal openbare publicaties

7

6

Aantal ambtsberichten 1 aan het OM

41

42

Aantal ambtsberichten aan EZ

59

38

Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e WIV 2002) 2

159

163

Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. beveiligingsbevorderende taak (art 6.2.c WIV 2002)

6

11

Aantal vertrouwensfuncties

75 556

63.948

Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonderzoeken

9 017

8.497

Aantal geweigerde VGB’s (Verklaring van Geen Bezwaar)

621

990

[Bron AIVD]

X Noot
1

De AIVD brengt ambtsberichten uit aan het Openbaar Ministerie, het Ministerie van Economische Zaken, (i.h.k.v. exportcontroles) en aan «overige afnemers».

X Noot
2

De stelselproducten bewaken en beveiligen zijn: dreigingsinschatting, dreigingsanalyse, risicoanalyse en mededelingen.

C Beleidswijzigingen

In de beleidsagenda wordt ingegaan op de invulling van de taakstelling en de gevolgen voor de nationale veiligheid en de uitdagingen op de gebieden cyber, uitreizigers, de Nuclear Security Summit en economische veiligheid waar de AIVD in 2014 voor staat.

In 2013 heeft het kabinet de commissie Dessens ingesteld, die de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) evalueert. Hierbij zal ook het rapport van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) inzake Cable-Sigint worden betrokken. Mogelijk zal dit in 2014 leiden tot een voorstel voor aanpassing van de WIV.

Over de inhoudelijke prioriteiten en accenten voor 2014 ontvangt de Tweede Kamer zoals gebruikelijk aan het begin van het jaar een brief over de hoofdlijnen van het AIVD-jaarplan 2014.

Als gevolg van het ministerraadbesluit van 29 april 2011, is in 2013 gestart met het doorberekenen van de kosten van de uitvoering van de veiligheidsonderzoeken bij aanvragers in het publieke domein. Tariferen is een van de instrumenten om te komen tot een betere vraagbeheersing naar veiligheidsonderzoeken. Het kostprijsmodel gaat uit van kostendekkende tarieven voor de veiligheidsonderzoeken; dit kan leiden tot aangepaste tarieven in 2014 ten opzichte van 2013.

Onder voorwaarde van goedkeuring door het parlement van de wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo), worden de veiligheidsonderzoeken in het private domein per 1 januari 2014 doorberekend aan de aanvragers. Met deze uitbreiding van het aantal veiligheidsonderzoeken die in rekening worden gebracht, wordt getracht de € 11,5 mln. aan ontvangsten te realiseren.

Taakstellingen AIVD

De begroting van de dienst bedraagt in 2013 ca € 200 mln. en daalt als gevolg van eerdere taakstellingen (Rutte-I) tot € 193,7 mln. in 2018. Ook is € 11,5 mln. aan ontvangsten ingeboekt vanaf 2014, te realiseren door middel van tarifering van de veiligheidsonderzoeken.

In het regeerakkoord is aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een generieke taakstelling opgelegd van 13,3 procent, die in die omvang ook op de AIVD is toegepast. Dit betekent voor de AIVD een taakstelling van structureel € 23 mln. Daarnaast is in het regeerakkoord een AIVD-specifieke taakstelling opgenomen van structureel € 45 mln.

Verder dient de AIVD, zoals ook elders binnen de rijksoverheid, de kostenstijging die voortvloeit uit o.a. het uitblijven van loon-en prijsbijstellingen, prijsindexatie van de huurlasten en verhoging van pensioenpremies zelf op te vangen.

Taakstellingen AIVD Regeerakkoord Rutte-II, bedragen in miljoenen euro
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

AIVD-specifieke taakstelling

 

– 10

– 23

– 35

– 45

– 45

AIVD-aandeel in generieke taakstelling BZK

     

– 8

– 19

– 23

Totaal

 

– 10

– 23

– 43

– 64

– 68

Budget AIVD na verwerking taakstellingen (incl. Rutte-I)

200

189

178

151

130

126

De € 10 mln. bezuiniging in 2014 zal de AIVD realiseren middels een sterke versobering van het taakbudget van de dienst. Dit houdt onder andere in dat de AIVD zal versoberen en ICT-voorzieningen en ondersteuning gaat afschalen. Dit zijn maatregelen zonder directe gevolgen voor de operationele slagkracht van de dienst en het veiligheidsbestel. Op termijn heeft de versobering op het gebied van de ICT-voorzieningen wel gevolgen voor het operationele werk van de dienst, gelet op het belang hiervan voor een sterke kennis- en informatie intensieve organisatie, als de AIVD.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2.1 Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

200.112

195.921

188.892

177.553

150.967

130.180

125.754

                 

Uitgaven:

198.945

195.921

188.892

177.553

150.967

130.180

125.754

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

100

       
                 

2.1

Apparaat

188.302

186.537

179.666

168.454

141.867

121.080

116.654

                 

2.2

Geheim

10.643

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

                 
 

Ontvangsten

3.170

8.214

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

D2 Budgetflexibiliteit

Omdat het merendeel van de budgetten als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget als juridisch verplicht verondersteld.

E Toelichting op de instrumenten

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2014 nemen met € 4,5 mln. toe tot € 12,7 mln. in verband met de tarifering voor de veiligheidsonderzoeken, zie daarvoor C. Beleidswijzigingen.

Artikel 6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

A Algemene doelstelling

Een compacte overheid, door minder regeldruk, voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en het bevorderen van maatschappelijk initiatief (actief burgerschap).

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een regisserende rol voor het verminderen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers en professionals. Ook heeft de Minister vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid een regisserende rol voor het stelsel van basisregistraties. Het stelsel is samen met de digitale authenticatievoorziening de ruggegraat van de basisinfrastructuur van de e-overheidsdienstverlening. Hij is vanuit de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens verantwoordelijk voor een goed functionerende Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) en vanuit de Paspoortwet verantwoordelijk voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten. De Minister stelt voor deze basisregistratie het beleid vast en is verantwoordelijk voor de uitvoering.

De Minister heeft een stimulerende rol voor het gebruik en de implementatie van e-overheidvoorzieningen en heeft een uitvoerende rol voor de ontwikkeling en het beheer van diverse e-overheidvoorzieningen. De Minister heeft een stimulerende rol voor het bevorderen van de doe-democratie (programma burgerschap).

C Beleidswijzigingen

Programma Digitaal 2017

In het regeerakkoord is de doelstelling opgenomen dat de dienstverlening door de overheid beter moet. Bedrijven en burgers kunnen uiterlijk in 2017 zaken die ze met de overheid doen, zoals het aanvragen van een vergunning, digitaal afhandelen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert de uitvoering van deze doelstelling vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de e-overheid voor burgers. Voor het realiseren van de doelstelling is een verdere uitbouw van de basisinfrastructuur van de e-overheid nodig alsmede een grotere benutting hiervan.

Elektronische Identiteit (eID)

De invoering van een eID stelsel NL en een eID middel met een hoog betrouwbaarheidsniveau (DigiD-kaart) levert een aanzienlijke bijdrage aan de realisatie van het programma Digitaal 2017, het verminderen van cybercrime en het vermindert de kwetsbaarheid van de elektronische dienstverlening. In 2014 worden de voorbereidingen getroffen voor besluitvorming over een mogelijke uitrol van DigiD kaarten in de periode 2015 t/m 2017 en aansluiting van publieke en private partijen op het eID-stelsel. Het betreft zowel beleidsmatige en organisatorische voorbereidingen, alsmede de financiering van dit instrument.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6.1 Dienstverlenende en innovatieve overheid

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

193.538

117.175

104.758

92.190

89.091

85.573

84.072

                 

Uitgaven:

145.866

117.175

104.758

92.190

89.091

85.573

84.072

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

98

       
                 

6.1

Verminderen regeldruk

3.711

3.262

2.500

2.439

0

0

0

 

Opdrachten

3.711

3.262

2.500

2.439

0

0

0

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

3.711

3.262

2.500

2.439

0

0

0

                 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

37.699

26.172

26.483

18.851

20.637

20.615

20.598

 

Opdrachten

30.066

26.172

26.483

18.851

20.637

20.615

20.598

 

Baten-lastendienst Logius

473

0

0

0

0

0

0

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

29.593

14.127

12.838

14.251

16.037

16.015

15.998

 

Implementatie NUP (VNG)

0

9.045

9.045

0

0

0

0

 

Aanpak fraudebestrijding

 

3.000

4.600

4.600

4.600

4.600

4.600

 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

7.632

0

0

0

0

0

0

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen (Logius)

626

0

0

0

0

0

0

 

Baten-lastendienst Logius

7.006

0

0

0

0

0

0

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

50.967

45.361

45.391

40.914

39.143

36.916

35.941

 

Opdrachten

9.915

3.927

3.107

2.824

2.775

2.741

2.579

 

Beheer e-overheidsvoorzieningen

7.023

1.102

235

0

0

0

0

 

Officiële publicaties en wettenbank

2.893

2.825

2.872

2.824

2.775

2.741

2.579

 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

41.052

41.434

42.284

38.090

36.368

34.175

33.362

 

Baten-lastendienst BPR

2.973

4.650

3.490

3.601

3.601

3.587

3.587

 

Baten-lastendienst Logius

37.166

32.715

34.725

30.420

28.868

26.905

26.177

 

Baten-lastendienst Werkmaatschappij

0

4.069

4.069

4.069

3.899

3.683

3.598

 

Beheer e-overheidsvoorzieningen (Logius)

913

0

0

0

0

0

0

6.4

Burgerschap

5.136

6.016

5.106

5.036

4.786

4.786

4.786

 

Subsidies

4.831

5.084

4.356

4.286

4.286

4.286

4.286

 

Programma burgerschap

793

0

0

0

0

0

0

 

Comité 4/5 mei

140

109

107

106

106

106

106

 

Huis voor Democratie en rechtstaat

3.898

0

0

0

0

0

0

 

ProDemos

0

4.975

4.249

4.180

4.180

4.180

4.180

 

Opdrachten

305

932

750

750

500

500

500

 

Programma burgerschap

305

932

750

750

500

500

500

                 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

48.354

36.364

25.278

24.950

24.525

23.256

22.747

 

Subsidies

179

0

0

0

0

0

0

 

Beleid GBA en reisdocumenten

179

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

27.111

20.708

8.178

7.750

8.409

8.409

8.392

 

Beleid GBA en reisdocumenten

9.834

7.066

6.873

6.759

7.742

7.742

7.725

 

Waarvan bijdrage Caraibisch Nederland

   

1.500

2.300

2.860

3.460

1.050

 

Modernisering GBA

16.376

13.642

1.305

991

667

667

667

 

ORRA

900

0

0

0

0

0

0

 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

21.064

15.656

17.100

17.200

16.116

14.847

14.355

 

Baten-lastendienst BPR

21.064

15.656

17.100

17.200

16.116

14.847

14.355

                 
 

Ontvangsten

21.569

13.229

3.350

3.350

3.350

3.350

3.350

D2 Budgetflexibiliteit

Opdrachten

Van de opdrachten is 95% juridisch verplicht. Het betreft de uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2013 zijn aangegaan.

Bijdragen aan baten-lastendiensten

De bijdragen aan baten-lastendiensten zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft verplichtingen die aangegaan zijn voor het beheren en doorontwikkelen van diverse voorzieningen, zoals DigiD, BSN, GBA, wettenbank.

Subsidies

De subsidies zijn 100% verplicht. Het gaat subsidie aan ProDemos en comite 4/5 mei.

E Toelichting op de instrumenten
6.1 Verminderen regeldruk

Opdrachten

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

Tabel 6.2

Totaal lastenreductie 2012 – 2017

– € 400.000.000 1

X Noot
1

Kamerstukken II 29 362 nr. 212, 2012–2013, brief van 24 april 2013

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de vermindering van regeldruk en administratieve lasten voor burgers en professionals. De doelstelling is om de rijksbrede regeldruk in de periode tot 2017 te verminderen met € 400 miljoen. Dit is een rijksbrede opgave en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een coördinerende rol richting andere departementen om deze doelstelling te realiseren. Deze kwantitatieve doelstelling wordt gerealiseerd door het vereenvoudigen en afschaffen van overbodige regels, door de vermindering van toezichtlasten en door een merkbare vermindering van regeldruk in die domeinen waar er een stapeling is van wet- en regelgeving (zogenaamde «domeinaanpak»). Daarnaast wordt er in het programma «Beter en Concreter» samen gewerkt met de medeoverheden om de regeldruk op lokaal niveau te verminderen, wat een uitwerking is van de bestuurlijke afspraken met de medeoverheden.

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

(door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Voor de ontwikkeling naar een iOverheid is ontwikkeling en beheer van een digitale basisinfrastructuur noodzakelijk. Vele eOverheidsvoorzieningen zijn nu in bedrijf, maar dienen up to date gehouden te worden en te voldoen aan de steeds wijzigende eisen met betrekking tot veiligheid, toenemend gebruik en interoperabiliteit. Ook zullen verdere stappen naar een open overheid en naar een groter bestuurlijk en operationeel besef van het belang van informatiebeveiliging worden genomen. Dit besef is onderdeel van de maatregelen die getroffen worden om de veiligheid en betrouwbaarheid van de digitale basisinfrastructuur te kunnen blijven waarborgen, zeker gezien de toename van (dreiging van) digitale aanvallen en inbraakpogingen op de voorzieningen binnen de digitale infrastuctuur.

Nederland heeft zich aangesloten bij het Open Government Partnership. In 2014 wordt gestart met de uitvoering van het actieplan waarmee invulling wordt gegeven aan de ambities van het kabinet. Het plan omvat onder meer acties op het terrein van open data, actieve openbaarheid en een open houding. Voor Open Overheid is, als het gaat om de openbaarmaking van informatie, ook de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van belang. In 2014 zal het proces rondom de wijziging van de Wob verder z’n beslag krijgen.

Implementatie NUP (VNG)

Naast de verdere ontwikkeling van het informatiebeleid en de (door)ontwikkeling van e-overheidsvoorzieningen bevordert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de implementatie van e-overheidsvoorzieningen, welke uitvoering moeten geven aan de visie op dienstverlening. Ook zorgt het ministerie voor een versnelde en effectieve inzet van het stelsel van basisregistraties. Voor de ondersteuning draagt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij aan de implementatieondersteuning (operatie NUP) voor gemeenten. Deze ondersteuning wordt in opdracht van de VNG door Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) georganiseerd. De ontwikkelactivititeiten in het kader van de implementatieagenda NUP lopen tot en met 2014. Vanaf 2015 worden de ontwikkeltaken omgezet in structureel en regulier beheer, onderhoud en doorontwikkeling van deze voorzieningen van de basisinfrastructuur e-overheid.

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

Beheer e-overheidsvoorzieningen

Overheidsorganisaties maken conform de INUP afspraken steeds meer gebruik van de generieke voorzieningen van de basisinfrastructuur van de e-overheid en daarmee zijn zij ook meer afhankelijk van de levering van verschillende e-overheidsvoorzieningen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is opdrachtgever voor het beheer van een deel van de e-overheidsvoorzieningen, zoals het Burgerservicenummer, DigiD, de stelselvoorzieningen en MijnOverheid. Daarnaast is de Minister verantwoordelijk voor het beheer van het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude. De opdrachten voor het beheer van deze e-overheidsvoorzieningen zijn ondergebracht bij diverse uitvoeringsorganisaties, zoals Logius en BPR. Cruciaal voor de levering van de e-overheidsvoorzieningen is de veiligheid en betrouwbaarheid van de voorzieningen

Officiële publicaties en wettenbank

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant alsmede voor de coördinatie van alle officiële publicaties. Dit betreft een wettelijke, structurele taak. De ontwikkeling vindt plaats bij de SDU en het strategisch beheer wordt verricht door De Werkmaatschappij.

Bijdragen aan baten- en lastendiensten

Baten-lastendienst BPR

Baten-lastendienst BPR (Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten) ontvangt voor het beheer van het Burgerservicenummer een bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Baten-lastendienst Logius

Logius beheert e-overheidsvoorzieningen zoals DigiD, DigiD Machtigen en DigiD-buitenland, de stelselvoorzieningen Digikoppeling, Digimelding en Digilevering, de Public Key Infrastructure voor de overheid (PKI overheid), standaarden en/of voorzieningen toegankelijkheid overheidsinformatie (waaronder de webrichtlijnen), Overheid.nl en MijnOverheid. Logius ontvangt hiervoor een bijdrage van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De meetbare gegevens zijn opgenomen in de bijlage baten- en lastendiensten van BPR en Logius.

Baten-lastendienst Werkmaatschappij

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor verschillende elektronische publicaties waaronder Wetten.nl en de Staatscourant alsmede voor de coördinatie van alle officiële publicaties. Dit betreft een wettelijke, structurele taak.

6.4 Burgerschap

Subsidies

Comité 4/5 mei en ProDemos

Voor het bevorderen van burgerschap, democratie en rechtsstaat worden subsidies gegeven aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei en ProDemos. Beide stichtingen wenden de subsidie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan voor het bevorderen van kennis en debat over democratie en burgerschap.

Opdrachten

Doe-democratie (Programma Burgerschap)

Burgerschap is van de samenleving. Voor de realisatie van «meer burger, minder overheid» is het daarom noodzakelijk dat de overheid en maatschappelijke instellingen meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief en daar beter bij aansluiten.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt samen met netwerken die zich middenin de samenleving inzetten voor ondersteuning van de beweging naar maatschappelijke vernieuwing en sociaal ondernemerschap, waaronder Kracht in Nederland. Het ministerie werkt tevens samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), provincies en met netwerken van professionals zoals de Vereniging van Gemeentesecretarissen en van Raadsgriffiers.

Het jaar 2014 staat in het teken van de uitvoering van de actielijnen die voortgekomen zijn uit de veldverkenning die in april en mei 2013 is uitgevoerd. De focus ligt op het vergroten van het aansluitingsvermogen bij maatschappelijke initiatieven van de overheid waarbij overheden leren situationeel te handelen.

Daarnaast wordt gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen voor vrijwilligers, maatschappelijk initiatief en sociaal ondernemerschap; het zichtbaar maken van wat er al in de samenleving aan burgerkracht aanwezig is en het waarborgen van een solide ondersteuningsstructuur voor initiatiefnemers.

6.5 Een betrouwbare GBA en betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten

Opdrachten

Beleid GBA en reisdocumenten

In 2014 wordt doorgewerkt aan de verdere verhoging van de kwaliteit, de feitelijke controle en de beveiliging van de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA), wat moet leiden tot minder fouten en fraude. Deze kwaliteitsbevorderende maatregelen zijn in 2012 in gang gezet (Kamerstukken II, 2011–2013, 27 859, nrs. 57, 58, 60 en 62) en zijn verder aangescherpt in 2013.Verder wordt gestart met de geleidelijke implementatie van de Basisregistratie Personen (BRP) en is gestart met het registreren van niet-ingezetenen (RNI).

Daarnaast wordt in 2014, in samenwerking met de openbare lichamen, gewerkt aan de verdere verbetering van de kwaliteit en de betrouwbaarheid van PIVA, de Caribisch Nederlandse bevolkingsadministratie. Afhankelijk van de besluitvorming over de eventuele vervanging van de sédula door de Nederlandse identiteitskaart en van PIVA door de GBA, wordt in 2014 een aanvang gemaakt met de voorbereidingen voor de overgang naar de Nederlandse identiteitskaart en de GBA.

Modernisering GBA

De Minister is opdrachtgever voor de modernisering van de GBA. Doel van het programma is de realisatie van het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens op en een betere controle op de kwaliteit van de GBA. Dit is vastgelegd in het bestuurlijk akkoord met de VNG op 5 maart 2009 (Kamerstukken II, 2008–2009, 27 859, nr. 17).

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Baten-lastendienst BPR

Aan de baten-lastendienst BPR wordt een bijdrage verstrekt voor het gebruik van de GBA door afnemers die onder het in 2008 afgesproken systeem van budgetfinanciering vallen, voor het beheer van de PIVA-V en de sédula en voor de korting op Nederlandse identiteitskaarten die verstrekt worden aan kinderen tot 14 jaar.

Ontvangsten

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangt een bijdrage van de unie van waterschappen voor mijnoverheid.nl. Daarnaast ontvangt het ministerie budget van baten-lastendienst BPR voor het beleidsaandeel in het programma reisdocumenten, dat gezamenlijk wordt uitgevoerd.

Artikel 7. Arbeidszaken

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

B Rol en verantwoordelijkheid

Onder meer op grond van de Ambtenarenwet, de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers en de Wet privatisering ABP heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een regisserende rol in het arbeidsvoorwaardenbeleid in de publieke sector. De Minister is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheids- en onderwijssectoren afspraken over de collectieve arbeidsvoorwaarden maken, en subsidieert daartoe (het overleg tussen) de sociale partners in de publieke sector. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stimuleert daarnaast de doorvertaling van kabinetsbeleid naar afspraken over arbeidsvoorwaarden in en tussen de sectoren.

De Minister voert de regie over de landelijke aanpak van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. Verder is de Minister verantwoordelijk voor het bevorderen van integriteit van ambtenaren en politieke ambtsdragers, voor het bevorderen van de professionaliteit van politieke ambtsdragers, voor het onderhouden en moderniseren van de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers (in het verlengde van de Dijkstal-voorstellen) en voor het bevorderen van mobiliteit binnen het openbaar bestuur door het wegnemen van bestaande belemmeringen. De Minister creëert voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector en gaat excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector tegen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de (her-)benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koning en leden van de Raad van State, het decoratiestelsel en voor de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidswijzigingen

In de jaren 2010 tot en met 2013 gold een nullijn voor de publieke sector (exclusief zorg). Deze zal in 2014 worden voortgezet. De Minister van BZK stimuleert dat de in het regeerakkoord genoemde modernisering van secundaire arbeidsvoorwaarden tot stand komt, en dat de pensioenregeling van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds wordt hervormd.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7.1 Arbeidszaken overheid

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

38.068

44.232

38.897

36.444

36.323

34.626

34.439

                 

Uitgaven:

44.797

44.242

38.897

36.444

36.323

34.626

34.439

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

93

       
                 

7.1

Overheid als werkgever

16.124

17.338

12.471

12.370

10.418

10.240

10.223

 

Subsidies

10.696

9.593

5.674

6.439

5.434

5.354

5.354

 

Diverse subsidies

2.802

3.579

2.959

3.094

2.669

2.669

2.669

 

Programma Veilige Publieke Taak

2.098

1.530

1.065

660

80

0

0

 

Subsidies Overlegstelsel

5.587

4.484

1.650

2.685

2.685

2.685

2.685

 

Subsidies internationaal

209

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

5.428

7.370

6.797

5.931

4.984

4.886

4.869

 

Arbeidsmarktbeleid

3.117

5.580

4.543

3.256

3.236

3.256

3.256

 

Programma Veilige Publieke Taak

130

600

400

660

80

0

0

 

Zorg voor politieke ambtsdragers

2.181

1.190

1.854

2.015

1.668

1.630

1.613

                 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

28.673

26.904

26.426

24.074

25.905

24.386

24.216

 

Inkomensoverdracht

8.242

9.224

9.044

8.924

8.744

8.744

8.744

 

Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers

8.242

9.224

9.044

8.924

8.744

8.744

8.744

 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

20.431

17.680

17.382

15.150

17.161

15.642

15.472

 

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen

20.431

17.680

17.382

15.150

17.161

15.642

15.472

 

Waarvan bijdrage Caraibisch Nederland

   

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

                 
 

Ontvangsten

2.485

820

820

820

820

820

820

D2 Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget is 92% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van tot en met 2013 aangegane verplichtingen op subsidieregelingen en incidentele subsidies.

Opdrachten

Van het beschikbare budget is 80% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2013 zijn aangegaan.

Inkomensoverdracht

Van het beschikbare budget 2013 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Bijdragen ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget 2013 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

E Toelichting op de instrumenten
7.1 Overheid als werkgever

Een hoge kwaliteit van de dienstverlening van de overheid is van belang. Arbeidsvoorwaarden moeten bijdragen aan de effectieve inzet van voldoende, gekwalificeerd overheidspersoneel en daarmee aan de kwaliteit van de overheid. Dit in het perspectief dat de cao’s niet eenzijdig kunnen worden opgelegd maar in onderhandeling tussen werkgevers en werknemers tot stand komen.

In verband met inhouding van de loonbijstelling in 2012 en 2013 blijft (primaire) loonstijging bij de overheid en onderwijs in deze jaren uit. Om mogelijkheden voor een afspraak over een nullijn te vergroten hanteert het kabinet in plaats van een nullijn voor de contractloonstijging een budgettaire nullijn voor de loonsom voor overheidspersoneel in 2012 en 2013. Op voorwaarde van modernisering van cao’s en het in lijn brengen van de secundaire arbeidsvoorwaarden met kabinetsbeleid, kunnen financiële besparingen door het afschaffen of versoberen van secundaire arbeidsvoorwaarden in dezelfde cao-periode worden ingezet voor stijging van het primair loon. De budgettaire arbeidsvoorwaardenruimte als geheel neemt hierdoor niet toe. Concreet houdt dit in dat de nullijn gerealiseerd is, dan wel dat is aangetoond welke uitruil er heeft plaatsgevonden tussen secundair en primair. Het streven is zo breed mogelijke cao’s. Dat houdt in dat zoveel mogelijk onderwerpen uit het Regeerakkoord in een akkoord worden meegenomen en dat de verdeling van zoet en zuur evenwichtig is. Door middel van periodiek overleg bevordert de Minister van BZK dat de overheidswerkgevers het betreffende kabinetsbeleid uitvoeren. Bij de kabinetssectoren is de Minister, samen met de Minister van financiën, bovendien vertegenwoordigd bij het CAO overleg.

Naast sectorale akkoorden zijn bovensectorale akkoorden mogelijk. In een eventueel sectoroverstijgend akkoord wordt gestreefd naar een afspraak voor een structurele verlaging van de kosten van de pensioenregeling ABP.

Subsidies

Diverse subsidies

Integriteit en professionalisering

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt aan de bevordering van integriteit en professionalisering binnen de overheid. In dat kader worden het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) en het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters gesubsidieerd. BIOS richt zich op het versterken van het integriteitsbesef en het bevorderen van een evenwichtig en samenhangend integriteitsbeleid bij publieke organisaties door nationale en internationale kennisdeling en -uitwisseling. Dit krijgt vorm door het organiseren van integriteitsbijeenkomsten, het geven van presentaties, het ontwikkelen van instrumenten en leidraden en het faciliteren van diverse opleidingen en workshops.

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters dat het Professionaliseringsfonds voor burgemeesters uitvoert, ontvangt jaarlijks een bijdrage voor diverse activiteiten ten behoeve van de verdere professionalisering van de uitoefening van de burgemeestersfunctie. Een deel van de bijdrage is afkomstig uit de arbeidsvoorwaardenruimte voor burgemeesters.

Arbeidsmarktbeleid

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bevordert modern en goed werkgeverschap binnen de publieke sector. Door het verlenen van financiële bijdragen stimuleert het kabinet initiatieven, die bijdragen aan meer flexibiliteit, mobiliteit en een verdere modernisering van het werkgeverschap in het openbaar bestuur. Het gaat daarbij onder andere om kennisdeling, pilots, experimenten en benchmarks.

Programma Veilige Publieke Taak

Een veilige taakuitoefening door medewerkers met een publieke taak en politieke ambtsdragers is van groot belang voor het openbaar bestuur. Door subsidies worden initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een bestuurlijke aanpak door gemeenten en aan het voorkomen van agressie en geweld. Het expertisecentrum Veilige Publieke Taak levert diensten en instrumenten aan werkgevers en werknemers met een publieke taak, om hen te ondersteunen in hun aanpak van agressie en geweld.

Subsidies Overlegstelsel

Door het subsidiëren van de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sector-werkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel wordt bijgedragen aan het in stand houden van een adequaat overlegstelsel inzake arbeidsmarktbeleid.

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

Met een gericht arbeidsmarkt- en arbeidsvoorwaardenbeleid bevordert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever en de kwaliteit en flexibiliteit van het overheidsapparaat. Via het programma Beter Werken in het Openbaar Bestuur werkt het ministerie aan bevordering van mobiliteit van overheidspersoneel onder meer door te stimuleren dat overheidsorganisaties (rijk, gemeenten, provincies en waterschappen) zich aansluiten op regionale arbeidsmarktnetwerken voor de uitwisseling van personeel. Een goed voorbeeld hiervan is West-Brabant waar 19 gemeenten, rijksorganisaties in de regio, de provincie en het waterschap zich hebben aangesloten op het arbeidmarktnetwerk ACE. Ook wordt bezien of bestaande (soms belemmerende) regels aangepast kunnen worden zodat ambtenaren makkelijker overgangen kunnen maken van de ene werkgever naar de andere, van de ene klus naar een volgende. In een proeftuin is geexperimenteerd met andersoortige arbeidsrelaties dan de traditionele vaste of (soms zeer) tijdelijke baan. Andersoortige arbeidsrelaties en andere vormen van het organiseren van het werk kunnen bijdragen aan de flexibiliteit van het overheidsapparaat.

Programma Veilige Publieke Taak

Het is van groot belang voor het openbaar bestuur dat werknemers met een publieke taak – zoals ambulancemedewerkers, brandweermensen, onderwijzers en conducteurs – en politieke ambtsdragers hun taak veilig en integer kunnen uitoefenen. Met het programma Veilige Publieke Taak richt de Minister zich op het voorkomen, beperken en afhandelen van agressie en geweld. Het gaat daarbij om een gecombineerde en integrale aanpak van werkgeversmaatregelen3, het bevorderen van de ketensamenwerking (beide vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en strafrechtelijke maatregelen (vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie). Om de ambitie op het terrein van veilige publieke taak waar te maken, heeft de Minister besloten de looptijd van het programma te verlengen en gedurende deze kabinetsperiode voor te zetten. De focus zal meer dan voorheen komen te liggen op de bestuurlijke aanpak door gemeenten en op het voorkomen van agressie en geweld. Gemeenten en met name burgemeesters spelen een cruciale rol als werkgever, maar ook als subsidieverlener, vergunningverlener, handhaver, regisseur integrale lokale veiligheid en boegbeeld.

Zorg voor politieke ambtsdragers

De kwaliteit van het openbaar bestuur is onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit van de functievervulling door politieke ambtsdragers. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties faciliteert de hiervoor benodigde activiteiten onder andere op het gebied van de professionalisering.

Tabel 7.2 Overheid als werkgever

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

Waarde 2013

1. aantal onvervulde vacatures in de sectoren Rijk, Provincies, Gemeenten, Rechterlijke Macht, Waterschappen, Onderwijs, Politie en Defensie. 1

10.500

7.700

7.200

pm 2

2. Bevorderen van aantrekkelijk werkgeverschap: Aandeel werknemers, dat tevreden is met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden 3

   

77,40%

pm

3. Driejarig gemiddelde afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt 4

0,18%

– 0,35%

– 0,65%

– 1,27%

X Noot
1

CBS statline, Vacatures Overheid en onderwijs

X Noot
2

De pm-cijfers worden vermeld bij het jaarverslag 2013.

X Noot
3

POMO-2010

X Noot
4

gebaseerd op jaarlijks gerealiseerde CPB-Contractloonontwikkelingen; raming CLO in 2013. Voor enig jaar wordt de cumulatieve. contractloonontwikkeling zoals opgenomen in de CPB-tabellen voor dat jaar en de twee daaraan voorafgaande jaren bepaald, voor zowel de overheid als voor de markt. Vervolgens wordt het verschil bepaald tussen het overheid cumulatief

7.2 Pensioenen en uitkeringen op grond van de APPA

Inkomensoverdracht

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

Uit deze middelen worden de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers gefinancierd.

Bijdragen aan ZBO’s / RWT’s

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

Dit betreft de pensioenregelingen van (voormalige) Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

11.1 Apparaatsuitgaven kerndepartement

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met uitzondering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) (zie artikel 2) en de agentschappen.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11.1 Centraal apparaat

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

422.040

271.265

193.481

185.378

174.012

162.898

157.864

                 

Uitgaven:

411.850

270.151

192.827

183.912

174.012

162.898

157.864

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

   

100

       
                 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

411.850

270.151

192.827

183.912

174.012

162.898

157.864

 

Personeel

221.886

157.360

134.799

131.355

125.475

118.777

115.441

 

Waarvan:

             
 

Eigen personeel

195.397

145.045

124.720

121.738

116.205

109.636

106.369

 

Externe inhuur

20.299

7.672

6.545

6.524

6.300

6.199

6.137

 

Materieel

189.960

112.791

58.028

52.557

48.537

44.121

42.423

 

Waarvan:

             
 

Bijdrage SSO’s

64.655

70.411

40.993

35.776

33.223

31.269

30.535

 

ICT

85.523

1.650

0

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

138.353

56.509

3.875

3.875

3.875

3.875

3.875

E Toelichting op de instrumenten

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief de Kiesraad. De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de AIVD. Deze zijn vanwege het specifieke karakter begroot op het beleidsartikel 2. De daling van de apparaatsuitgaven in 2013 is het gevolg van de departementale herindeling in 2012.

De uitgaven voor personeel laten voor komende jaren als gevolg van taakstelling een sterke daling zien. Deze neerwaartse beweging weerspiegelt de voortgaande afslanking van het kerndepartement.

De uitgaven voor materieel dalen net als de uitgaven voor personeel als gevolg van taakstellingen.

De totale opgave voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingshoofdstukken IV, VII en XVIII) loopt op tot ruim € 64 mln. structureel vanaf 2018. De taakstelling is als volgt verdeeld.

Tabel 11.2 Totaal overzicht taakstelling BZK (HIV, HVII en HXVIII)

(x € 1.000)

2016

2017

2018

Departementale taakstelling (Totaal)

23.582

53.110

64.563

       

Kerndepartement

16.495

36.902

44.213

       

Agentschappen

     

AGNL

   

1.000

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten

984

2.235

2.727

Dienst van de Huurcommissie

427

970

1.183

FMHaaglanden

333

759

926

Logius

1.456

3.305

4.033

P-Direkt

67

153

186

SSC-ICT

427

973

1.187

Rijksgebouwendienst

688

1.604

1.950

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

980

2.223

2.710

De Werkmaatschappij

586

1.332

1.624

Totaal Agentschappen

5.948

13.554

17.526

       

ZBO's 1

     

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

1.139

2.654

2.824

Totaal ZBO's

1.139

2.654

2.824

X Noot
1

De taakstelling ZBO Kiesraad is opgenomen bij het kerndepartement, omdat de kiesraad wordt bekostigd vanuit het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1).

Een deel van de taakstelling op het kerndepartement betreft Koninkrijksrelaties (€ 1,2 mln.) en de invulling van dit deel van de taakstelling is in begrotingshoofdstuk IV opgenomen.

De taakstelling voor BZK wordt langs de vier onderstaande lijnen ingevuld.

Tabel 11.3 Invulling generieke taakstelling

Taakstelling (x € 1.000)

2016

2017

2018

Kerndepartement van BZK

5.834

12.803

14.872

Agentschappen en ZBO's

6.670

15.388

19.355

AIVD (Generieke taakstelling en huisvesting)

8.361

18.902

23.082

Huisvesting

2.232

4.943

6.026

Totaal

23.097

52.036

63.335

De invulling vindt als volgt plaats:

  • Kerndepartement: naast continuering van de efficiencykorting van 1,5% per jaar in de jaren 2016, 2017 en 2018 (structureel 4,5%) is het restant van de taakstelling evenredig verdeeld over de onderdelen en wordt langs de volgende lijnen uitgewerkt:

    • resultaten van het programma Compacte Rijksdienst en SGO-5 Governance en sourcing van de bedrijfsvoering;

    • gerichte samenwerking rond horizontale thema’s als kennis, internationaal & Europa en macro-economie;

    • verlaging van de loonkosten, externe inhuur en inbesteding, efficiëntere inzet flexibele schil.

  • Baten- en lastendiensten en ZBO’s: de taakstelling op apparaat is ingeboekt bij de budgetten van de opdrachtgevers (bij het desbetreffende DG) en wordt, naast de jaarlijks efficiencyverbetering van 1,5% per jaar, ingevuld in de driehoek van eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer.

  • AIVD: de AIVD heeft naast de taakstelling op het apparaat ad. € 23 mln. structureel, nog een additionele taakstelling die oploopt van € 10 mln. in 2014 tot € 45 mln. structureel in 2018. De totale bezuiniging wordt via een afzonderlijk traject ingevuld. De eerste contouren voor de invulling van de taakstelling zijn op 3 juni aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstukken II, 2012–2013, 30 977, nr. 54).

  • Huisvesting: de taakstelling op de huisvesting is ingeboekt bij de budgetten van de opdrachtgevers en is onderdeel van een rijksbrede taakstelling op huisvesting. Onder regie van de Rgd (RVB i.o.) wordt, in overleg met alle departementen, deze taakstelling ingevuld.

Invulling motie van Hijum

De motie van Hijum (Kamerstukken II, 33 605, nr. 8) verzoekt de regering om bij de begroting 2014 inzicht te verschaffen in de toedeling van financiële taakstellingen uit de verschillende Regeerakkoorden aan verschillende uitvoeringsorganisaties van het Rijk. Hiertoe wordt in de departementale begrotingen voor de uitvoeringsorganisaties met een taakstellingsgrondslag (zoals gehanteerd bij de formatie) groter dan € 750 mln. inzicht gegeven in de taakstellingen van de kabinetten Rutte I en Rutte II en de intensiveringen van het kabinet Rutte II. Voor BZK/W&R betreft het twee baten-lastenagentschappen, de Rijksgebouwendienst en het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf, die werken met Rijksvastgoed. Er wordt een gezamenlijke omzet van ca. € 1,3 mrd. over 2014 verwacht.

Tabel 11.4

(x € 1.000)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Vastgoed 1

           

Coalitieakkoord 2010

– 7.937

– 18.741

– 24.811

– 26.112

– 27.414

– 28.723

Lente-akkoord 2012

 

– 298

– 291

– 283

– 271

– 271

Coalitieakkoord 2012

     

– 33.453

– 76.228

– 92.954

             

Totaal 2

– 7.937

– 19.039

– 25.102

– 59.848

– 103.913

– 121.948

X Noot
1

Bestaande uit het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf (RVOB) en de Rijksgebouwendienst (RGD)

X Noot
2

De opdrachtgevende budgetten voor huisvesting worden verantwoord via de departementale begrotingen. Zij financieren hun huisvesting / vastgoed door opdrachten te geven aan de Rijksgebouwendienst en/of het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf.

In de bovenstaande tabel staan de belangrijkste taakstellingen waarmee in recente jaren de opdrachtgevende departementale budgetten zijn gekort voor huisvesting / vastgoed. Verantwoording over de realisatie verloopt via de vakbegrotingen. Ter invulling van de taakstelling wordt onder meer gewerkt aan een nieuw rijkshuisvestingstelsel, inclusief masterplannen voor Den Haag en provincies. Hierover is de Kamer in juli 2013 (Kamerstukken II, 31 490) geïnformeerd.

11.2 Totaal overzicht Apparaatsuitgaven en -kosten BZK

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor negen agentschappen. In tabel 11.5 zijn de apparaatskosten weergegeven die deze agentschappen maken voor hun bedrijfsvoering. Deze worden nader toegelicht in de paragraaf over de agentschappen.

Overigens kunnen de onderstaande cijfers niet in één totaalbedrag worden gevat, omdat het zowel uitgaven als kosten van het apparaat betreft.

Tabel 11.5 Totaal overzicht apparaatsuitgaven en -kosten BZK

Totaal overzicht apparaatsuitgaven en -kosten BZK

             

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Totaal apparaatsuitgaven ministerie BZK

600.152

456.688

372.493

352.366

315.879

283.978

274.518

Kerndepartement

411.850

270.151

192.827

183.912

174.012

162.898

157.864

AIVD

188.302

186.537

179.666

168.454

141.867

121.080

116.654

               

Totaal apparaatskosten BLD's

547.636

629.009

650.302

664.648

667.941

666.142

644.681

Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten

97.425

87.451

97.455

98.073

109.626

107.206

89.616

Logius

74.943

83.412

91.064

112.894

109.401

112.444

109.869

P-Direkt

55.169

61.210

58.145

56.184

55.127

54.080

53.044

De Werkmaatschappij

113.859

102.227

106.805

108.496

110.211

112.019

112.019

FMHaaglanden

96.737

88.365

97.224

93.210

92.053

90.912

89.789

SSC-ICT

 

98.231

99.300

101.100

102.500

103.400

104.600

Rijksgebouwendienst

76.540

72.588

67.174

63.061

58.998

57.507

57.714

Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

20.180

22.850

21.949

21.306

20.279

18.991

18.447

Dienst van de Huurcommissie

12.783

12.675

11.186

10.324

9.746

9.583

9.583

               

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's 1

1.097

770

         

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

1.097

770

         
X Noot
1

De apparaatskosten zijn alleen voor 2013 opgenomen omdat over verdere jaren de informatie ontbreekt. De apparaatskosten van de ZBO's

Kiesraad en Huurcommissie zijn niet opgenomen, omdat deze worden bekostigd vanuit respectievelik het secretariaat van de Kiesraad (artikel 1) en de baten-lastendienst Dienst van de Huurcommissie.

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in tabel 11.6 weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Tabel 11.6 Apparaatsuitgaven per beleidsonderdeel

Apparaatsuitgaven per beleidsonderdeel (x 1.000 euro)

   

Directoraat-Generaal

2014

Beleidsartikelen

     

Totaal apparaat

192.827

 

Kiesraad

1.476

1

Bestuur en Koninkrijksrelaties

29.169

1, 6 en 7

Dienst concernstaf en bedrijfsvoering

89.729

Niet-beleidsartikel 11

     

Wonen en Bouwen

23.700

1, 2 (H18)

Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk

24.956

3,6 (H18)

Bureau Algemene Bestuursdienst (inclusief Top Management Groep (TMG) van het Rijk)

23.068

3 (H18)

Rijksvastgoedbedrijf

729

6 (H18)

Artikel 12. Algemeen

A Algemene doelstelling

Op dit artikel worden de centrale onderzoeksbudgetten en de werkzaamheden van internationale zaken begroot.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12.1 Algemeen

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

2.466

1.249

1.450

1.254

3.967

3.995

3.995

                 

Uitgaven:

14.704

3.403

2.164

3.639

3.981

3.967

3.967

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

             
                 

12.1

Algemeen

692

1.154

1.464

1.460

1.446

1.432

1.432

 

Subsidies

181

178

177

173

173

173

173

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

181

178

177

173

173

173

173

 

Opdrachten

511

976

1.287

1.287

1.273

1.259

1.259

 

Internationale Samenwerking

3

400

470

470

456

442

442

 

Opdrachten

508

576

817

817

817

817

817

12.2

Verzameluitkeringen

14.012

2.249

700

2.179

2.535

2.535

2.535

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

14.012

2.249

700

2.179

2.535

2.535

2.535

 

Oude regelingen wonen

89

0

0

0

0

0

0

 

IPSV en impulsbudget

13.922

2.249

700

2.179

2.535

2.535

2.535

E Toelichting op de instrumenten

Algemeen

Het budget wordt aangewend voor kennis, onderzoek en internationale zaken. Het gaat om strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek dat raakvlakken heeft met meerdere beleidsterreinen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De vier kerntaken hierbij zijn:

  • strategisch onderzoek en advies;

  • guidance en coördinatie van onderzoek bij de decentrale eenheden;

  • kennismanagement;

  • ontwikkelen sturingsinformatie.

Verder zijn hier de budgetten opgenomen voor het onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op de beleidsterreinen van het ministerie. Het betreffen de uitgaven voor:

  • het coördineren en voorbereiden van Europese besluitvorming op de beleidsterreinen van het ministerie;

  • gevolg geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen;

  • het opstellen en (mede) implementeren van besluiten, programma’s en projecten in het kader van in het bijzonder de samenwerking binnen de Europese Unie.

Verzameluitkering

De verzameluitkering kent zijn wettelijke grondslag in de Financiële-verhoudingswet en keert uit aan de decentrale overheden. In de verzameluitkering zijn de beleidsthema’s gebundeld die maximaal € 10 mln. voor de medeoverheden beslaan. Aanleiding voor de invoering van de verzameluitkering is de behoefte aan een wijze van middelenverstrekking aan de medeoverheden die ruimte biedt voor lokaal maatwerk en onnodige administratieve lasten voorkomt. Dit te meer gezien de geringe omvang van de middelen.

13. Nominaal en onvoorzien
Tabel 13.1 Nominaal en onvoorzien

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

0

7.309

1.229

5.340

6.585

3.852

2.633

                 

Uitgaven:

0

7.435

1.229

5.340

6.585

3.852

2.633

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

             
                 

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

                 

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

0

7.435

1.229

5.340

6.585

3.852

2.633

14. VUT-fonds

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). Een belangrijke afspraak uit dit akkoord vormde het gegeven dat de toekomstige premie van het VUT-fonds zoveel mogelijk stabiel zou moeten blijven. Hierdoor ontstond een liquiditeitsbehoefte bij het fonds voor de periode van de looptijd van het fonds. Hiervoor is een leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds gesloten die voor het laatst is herzien in 2009. De overeenkomst bevat een leningplafond van maximaal € 1,8 mld. Het fonds kan op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is zij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. In 2016 dient VUT volledig terugbetaald te zijn. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen opgenomen.

Tabel 14.1 VUT-fonds

(x € 1.000)

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Verplichtingen

190.000

180.000

70.000

0

0

0

0

                 

Uitgaven:

190.000

180.000

70.000

0

0

0

0

 

Waarvan juridisch verplicht

(percentage)

             
                 

14.1

VUT-fonds

190.000

180.000

70.000

0

0

0

0

 

Algemeen

190.000

180.000

70.000

0

0

0

0

                 
 

Ontvangsten

15.892

18.800

337.900

764.500

51.000

0

0

5. DE BATEN-LASTENAGENTSCHAPPEN

5.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

Inleiding

BPR beheert de stelsels van de identiteitsgegevens en zorgt daarmee voor een betrouwbare levering van persoonsgegevens en reisdocumenten. BPR is verantwoordelijk voor de volgende stelsels:

  • de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA+ GBA-V Full Service4);

  • de beheervoorziening burgerservicenummer (BV-BSN);

  • het systeem van aanvraag, productie en distributie van reisdocumenten;

  • de persoonsinformatievoorziening van Caribisch Nederland (PIVA);

  • het Register Niet Ingezetenen (RNI) met ingang van eind 2013.

Verder beheert BPR de volgende registers:

  • het register Paspoortsignalering (RPS),

  • het Basisregister Reisdocumenten (BRR) en

  • het Verificatieregister Reisdocumenten(VR).

Vanaf mei 2013 tot eind 2015 is het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en – fouten (CMI) bij BPR ondergebracht. Het CMI begeleidt mensen bij het herstellen van de gevolgen van identiteitsfraude of van fouten met hun persoonsgegevens

BPR participeert met kennis en expertise en levert daarnaast ondersteuning bij de implementatie en integratie voor het programma modernisering GBA (mGBA). Met de komst van de BRP vinden er aanpassingen van het systeemlandschap plaats waaronder het uitfaseren van bestaande systemen en moeten er voorbereidingen getroffen worden voor de overname van de beheertaken. Door de opdrachtgever (BZK) is BPR aangewezen als beoogd beheerder van de BRP. De voortgang van het programma mGBA is bepalend voor de doorlooptijd en de voorbereidingskosten van de BRP.

BPR vervult een centrale rol in de samenwerking met betrokken overheidsinstanties en koepelorganisaties en functioneert als de beheerorganisatie voor de identiteitsinfrastructuur. Het werkveld is zowel beleidsmatig als technisch sterk in beweging. Er zal verder gewerkt worden aan een versnelde effectieve inzet van basisregistraties. Het gaat hierbij om beter gebruik van de GBA en verbetering van de kwaliteit. In 2014 investeert BPR in de verbetering van de inhoudelijke kwaliteit van de GBA door reeds in 2013 ingevoerde Kwaliteitsmonitor uit te breiden met extra kwaliteitsinformatie op het gebied van de GBA. Daarnaast wordt de Kwaliteitsmonitor/Bestandscontrolemodule geschikt gemaakt voor de komst van de BRP. Tot slot wordt in 2014 de systematiek van terugmeldingen verbeterd. Ook wordt actief bijgedragen aan het kwaliteitsprogramma GBA van de opdrachtgever.

In 2014 moeten diverse contracten opnieuw worden aanbesteed. De reden hiervoor is dat in 2013 gestart is met de vervanging van de technische infrastructuren en het inrichten bij het Rijksdatacenter (ODC Noord) met als doel te komen tot een generieke infrastructuur waarbij housing, hosting en technisch beheer voor alle stelselsystemen op eenduidige wijze ingericht wordt. Alle stelselapplicaties migreren in 2013/2014 naar deze omgeving.

In de eerste suppletoire begroting 2014 worden de uitkomsten van het onderzoek dat BPR samen met BZK en de Openbare Lichamen heeft uitgevoerd meegenomen. Het onderzoek behelst een impactanalyse uitgevoerd naar de systeemintegratie van systemen tussen Nederland en de Openbare Lichamen voor wat betreft de identiteitsinfrastructuur.

De kosten voor het beheren van de GBA worden doorberekend aan de gebruikers door middel van een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. In het kader van financiering basisregistraties 2016 zal deze financieringsmethodiek mogelijk worden aangepast. In het programma van stelsel basisregistraties (PSB) wordt namelijk gesproken over een Rijksbrede financiering van alle basisregistraties. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen, innovatie, investering en de kosten van de productie en distributie worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties. De overige opdrachten worden betaald door de opdrachtgever, namelijk het Ministerie van BZK.

Exploitatie

Baten-lastenagentschap BPR
Begroting van baten en lasten voor het jaar 2014 (x € 1.000)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Baten

             

Omzet moederdepartement

26.645

24.481

25.121

23.875

23.625

23.625

23.625

Omzet overige departementen

0

0

0

0

0

0

0

Omzet derden

79.547

66.400

75.334

77.294

89.185

87.251

69.511

Rentebaten

65

50

50

50

50

50

50

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

106.257

90.931

100.505

101.219

112.860

110.926

93.186

               

Lasten

             

Apparaatskosten

97.425

87.451

97.455

98.073

109.626

107.206

89.616

– personele kosten

7.140

12.113

11.980

11.748

11.833

12.073

12.318

– wv eigen personeel

5.713

9.550

9.280

9.018

9.133

9.318

9.507

– wv externe inhuur

1.427

2.563

2.563

2.563

2.563

2.563

2.563

– materiële kosten

90.285

75.339

85.475

86.325

97.793

95.133

77.298

– wv apparaat ICT

 

0

0

0

0

0

0

– wv bijdrage SSO's

 

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Rentelasten

0

480

450

346

234

120

120

Afschrijvingskosten

208

3.000

2.600

2.800

3.000

3.600

3.450

– materieel

208

3.000

2.600

2.800

3.000

3.600

3.450

– wv apparaat ICT

 

0

2.600

2.800

3.000

3.600

3.450

– immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

0

– dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

97.633

90.931

100.505

101.219

112.860

110.926

93.186

Saldo van baten en lasten

8.624

0

0

0

0

0

0

waarvan te restitueren aan GBA afnemers

129

           

waarvan te restitueren aan opdrachtgever reisdocumenten

8.495

           

Saldo van baten en lasten

0

           

Toelichting

Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van BPR is een kostendekkende exploitatie. De baten en lasten bedragen in 2014 circa € 100 mln. Het grootste gedeelte van de lasten (circa € 86 mln.) betreft de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het GBA-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingvoorziening van de GBA (GBA-V) en de beheervoorziening BSN, RNI, CMI, PIVA-V en Sedula. De personele lasten bedragen zo’n € 12 mln. in 2014. Hierin is rekening gehouden met de rijksbrede doelmatigheidskorting van 1,5%, de additionele taakstelling van 0,1 mln. De taakstelling Rutte-II zal door de opdrachtgevers worden ingevuld en is meegenomen in de cijfers.

Voor de uitvoering van de taken maakt BPR gebruik van geautomatiseerde systemen die werken op een technische infrastructuur. De technische infrastructuur en het beheer daarvan worden vervangen en uitgebreid. Hiermee sluit BPR aan op de doelstellingen van de compacte rijksdienst en de informatiestrategie (I-strategie). Op de materiële activa wordt in 2014 € 2,6 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investering in de vernieuwde BPR-infrastructuur.

Het Nederlandse paspoort en de identiteitskaart krijgen een geldigheidsduur van 10 jaar indien de aanvrager 18 jaar of ouder is. De financiële consequenties van dit besluit zullen in kaart gebracht worden.

De omzet van het moederdepartement (€ 25,1 mln.) bestaat uit:

de abonnementen voor het gebruik van de GBA door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinanciering vallen (€ 10 mln.);

de vergoeding van rijksleges voor de verstrekking van de identiteitskaarten aan jeugdigen (500.000 documenten * € 10,04 = € 5 mln.);

de bijdrage in de kosten van de BV-BSN (€ 3,0 mln.);

de bijdrage in de kosten voor de voorziening PIVA-V en Sedula (€ 0,8 mln.);

de bijdrage voor het beheer van de RNI (€ 3,8 mln.) en Full Service (€ 2,1 mln.);

de bijdrage CMI (€ 0,25 mln.).

De omzet van derden (€ 75 mln.) bestaat voornamelijk uit:

de opbrengsten van de afnemers van de GBA die niet onder budgetfinanciering vallen (€ 7 mln.);

de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan BPR afdragen,1,9 mln. Paspoorten € 46 mln., 1,3 mln. identiteitskaarten € 14,7 mln. En 500k identiteitskaarten voor jeugdigen € 4 mln.

BPR heeft geen voorzieningen op de balans opgenomen.

Kasstroomoverzicht 2014

Baten-lastenagentschap BPR (x € 1.000)
   

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2014

59.197

30.047

30.047

30.447

30.447

30.447

30.447

2.

Totaal operationele kasstroom

531

3.000

4.000

2.800

3.000

3.600

3.450

 

Totaal investeringen (–/–)

– 3.179

– 12.000

– 1.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 3.179

– 12.000

– 1.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

– 3.000

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

– 10.839

0

0

0

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

0

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

0

– 3.000

– 2.600

– 2.800

– 3.000

– 3.600

– 3.450

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

12.000

0

3.000

3.000

3.000

3.000

4.

Totaal financieringskasstroom

– 10.839

9.000

– 2.600

200

0

– 600

– 450

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2014 (=1+2+3+4)

45.710

30.047

30.447

30.447

30.447

30.447

30.447

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 mln.

Doelmatigheid

Baten – lastendienst BPR
Doelmatigheidsindicatoren 2014
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Omschrijving generiek deel

             

Prijzen per product:

             

* Abonnementstructuur (B) in €

1.000

1.100

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

* Reisdocumenten

         

 

– paspoort in €

23,45

19,60

20,05

24,38

24,95

25,52

26,12

– identiteitskaart in €

18,15

13,89

14,21

18,64

19,07

19,51

19,97

Omzet per productgroep:

             

* GBA in € 1.000

16.000

17.025

17.025

17.025

17.025

17.025

17.025

* Reisdocumenten in € 1.000

78.000

61.715

73.379

75.339

87.230

85.296

67.556

FTE-totaal, (excl. externe inhuur)

95

119

119

119

119

119

119

Saldo van baten en lasten (%) als percentage van de baten

0

0

0

0

0

0

 

Omschrijving specifiek deel ICT-diensten

             

Kwaliteitsindicatoren

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Beschikbaarheid GBA-netwerk

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid GBA-V

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Responsetijd GBA-V

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

Beschikbaarheid Basisregister

99,3%

99,3%

99,3%

99,3%

99,3%

99,3%

99,3%

Beschikbaarheid Verificatieregister

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

Beschikbaarheid BSN

99,8%

99,8%

99,8%

99,8%

99,8%

99,8%

99,8%

Klanttevredenheid

– 

7.4

7.4

7.4

7.4

7.4

7.4

De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de GBA en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten.

Kostprijs per product

De hoogte van de leges is gelijk aan de kostprijs van de documenten die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Caribische gemeenten (Bonaire, Eustatius en Saba). De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. In de stijgingen van de komende jaren is rekening gehouden met een prijsindexcijfer. De verwachting is dat dit tarief per 1 januari 2014 als gevolg van prijsindexering met 2,3% zal toenemen.

Het GBA-tarief is de afgelopen jaren sterk gedaald (tarief in 2008 was € 0,18 per bericht) door onder andere doelmatigheidsresultaten uit efficiëntere inkoop en aanbesteding. Het maximale tarief opgenomen in de abonnementen voor 2014 is € 0,12 per bericht. Gebruik binnen de bandbreedte van het abonnement leidt tot een lagere prijs per bericht (staffel). De bandbreedte van het meest gebruikte abonnement B bedraagt 10.000 – 100.000 berichten (maximale tarief 12 cent minimaal 1,2 cent).

FTE-totaal

De verwachting voor het aantal FTE vanaf 2014 is dat de in 2013 verwachte terugloop van het aantal FTE door extra opdrachten (CMI, Full Service ed.) en uitloop van taken (voorbereidend beheer BRP ed.) zich later inzet.

Beschikbaarheid

De doelstelling in 2014 voor de beschikbaarheid van de netwerken is het halen van de gestelde normen.

6. BIJLAGEN

6.1 Verdiepingsbijlage

Verdiepingsbijlage Hoofdstuk VII

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

1 Openbaar bestuur en democratie

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

25.102

27.247

27.069

26.634

26.616

 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

7.999

10.156

10.049

9.731

9.713

 

1.2

Participatie

17.103

17.091

17.020

16.903

16.903

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

8.350

0

0

0

0

 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

5.835

0

0

0

0

 

1.2

Participatie

2.515

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

– 332

5.382

2.894

2.398

2.394

 

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

– 2.182

1.782

– 306

– 302

– 306

 
 

Waarvan:

           
 

a. Kasschuif openbaar bestuur

– 2.100

2.100

       

1.2

Participatie

1.850

3.600

3.200

2.700

2.700

 
 

Waarvan:

           
 

b. Matra subsidie

2.250

1.500

1.500

1.000

1.000

 
 

c. Voorlichting verkiezingen

 

1.700

1.700

1.700

1.700

 

Stand ontwerpbegroting 2014

33.120

32.629

29.963

29.032

29.010

28.975

1.1

Bestuurlijke en financiele verhouding

11.652

11.938

9.743

9.429

9.407

9.390

1.2

Participatie

21.468

20.691

20.220

19.603

19.603

19.585

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

49.465

24.865

21.965

21.965

21.965

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 25.000

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

24.465

24.865

21.965

21.965

21.965

21.965

Toelichting

  • a. Kasschuif openbaar bestuur

    Voor het programma Decentralisaties en het programma Noordvleugelprovincie zijn in 2014 geen middelen beschikbaar. Bovendien moeten in 2014 extra kosten worden gemaakt voor de gemeenteraadsverkiezingen 2014 bij de Nederlandse Vertegenwoordigingen in de west (registratie van kiezers, verspreiding stembescheiden, bemensing stembureaus en voorlichting aan kiezers in Aruba, Curaçao en Sint Maarten).

  • b. Matra subsidie

    De subsidie van de Matra Politieke Partijen Programma (DEU- en DAM-deel) is met ingang van 1 januari 2013 overgekomen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • c. Voorlichting verkiezingen

    Bij de nieuwe indeling van de begroting is per abuis een reeks van € 1,7 mln. voor de voorlichting verkiezingen vanaf 2014 terecht gekomen op het budget van ProDemos. Deze fout wordt nu hersteld.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

2 Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

199.621

196.892

194.553

194.328

194.082

 

2.1

Apparaat

190.237

187.666

185.454

185.228

184.982

 

2.2

Geheim

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

3.800

– 9.500

– 23.000

– 35.000

– 45.000

 

2.1

Apparaat

3.800

– 9.500

– 23.000

– 35.000

– 45.000

 

2.2

Geheim

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

– 7.500

1.500

6.000

– 8.361

– 18.902

 

2.1

Apparaat

– 7.500

1.500

6.000

– 8.361

– 18.902

 
 

Waarvan:

           
 

a. Generieke taakstelling

     

– 7.539

– 17.036

 
 

b. Kasschuif frictiekosten

– 6.000

 

6.000

     
 

c. Kasschuif Symbolon

– 1.500

1.500

       

2.2

Geheim

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

195.921

188.892

177.553

150.967

130.180

125.754

2.1

Apparaat

186.537

179.666

168.454

141.867

121.080

116.654

2.2

Geheim

9.384

9.226

9.099

9.100

9.100

9.100

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

8.214

12.714

12.714

12.714

12.714

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 
               

Stand ontwerpbegroting 2014

8.214

12.714

12.714

12.714

12.714

12.714

Toelichting

  • a. Generieke Taakstelling

    De mutatie betreft de invulling van de maatregel A1 Rijksoverheid (inc. ZBO’s) uit het regeerakkoord.

  • b. Kasschuif frictiekosten

    Er wordt € 6 mln. beschikbaar gemaakt in 2015 voor flankerend beleid bij de doorvoering van de apparaattaakstelling.

  • c. Kasschuif Symbolon

    Voor de JSCU (Joint Sigint Cyber Unit, voorheen Symbolon) wordt een deel van de voorziene uitgaven in 2014 in plaats van in 2013 gedaan. In deze unit wordt de samenwerking tussen AIVD en MIVD inzake Cyber en Sigint (signals intelligence) vormgegeven. De kosten van het samenvoegen van het personeel MIVD in de huisvesting AIVD en het wederzijds beschikbaar maken informatieonderdelen (IV/ICT) zijn nog niet volledig inzichtelijk. Om deze reden wordt een deel van de kosten geraamd voor 2013 overgeheveld naar 2014.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

125.848

97.215

88.357

86.004

85.806

 

6.1

Verminderen regeldruk

4.300

4.300

4.300

0

0

 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

22.129

22.201

14.557

16.340

16.322

 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

42.950

41.480

40.664

40.519

40.357

 

6.4

Burgerschap

5.134

6.806

6.736

6.486

6.486

 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

51.335

22.428

22.100

22.659

22.641

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 24.454

218

218

218

218

 

6.1

Verminderen regeldruk

0

0

0

0

0

 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

356

0

0

0

0

 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

218

218

218

218

218

 

6.4

Burgerschap

– 28

0

0

0

0

 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

– 25.000

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

15.781

7.325

3.615

2.869

– 451

 

6.1

Verminderen regeldruk

– 1.038

– 1.800

– 1.861

0

0

 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

687

– 318

– 306

– 303

– 307

 
 

Waarvan:

           
 

a. Aanpak fraudebestrijding

3.000

4.600

4.600

4.600

4.600

 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

2.193

3.693

32

– 1.594

– 3.659

 
 

Waarvan:

           
 

b. Generieke taakstelling BLD's

     

– 1.415

– 3.229

 
 

c. Tekort Logius

 

3.661

       

6.4

Burgerschap

910

– 1.700

– 1.700

– 1.700

– 1.700

 
 

Waarvan:

           
 

d. Voorlichting verkiezingen

 

– 1.700

– 1.700

– 1.700

– 1.700

 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

10.029

2.850

2.850

1.866

615

 
 

Waarvan:

           
 

e. Reisdocumentenprogramma

2.850

2.850

2.850

2.850

2.850

 

Stand ontwerpbegroting 2014

117.175

104.758

92.190

89.091

85.573

84.072

6.1

Verminderen regeldruk

3.262

2.500

2.439

0

0

0

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

26.172

26.483

18.851

20.637

20.615

20.598

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

45.361

45.391

40.914

39.143

36.916

35.941

6.4

Burgerschap

6.016

5.106

5.036

4.786

4.786

4.786

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

36.364

25.278

24.950

24.525

23.256

22.747

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

500

500

500

500

500

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

12.729

2.850

2.850

2.850

2.850

 

Stand ontwerpbegroting 2014

13.229

3.350

3.350

3.350

3.350

3.350

Toelichting

  • a. Aanpak fraude bestrijding

    Door het kabinet worden extra maatregelen genomen om misbruik/fraude bij toeslagen tegen te gaan. Deze maatregelen zijn eerder aangekondigd in de brief van 10 mei (Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 17 050, nr. 435) en worden door de Belastingdienst en BZK geïmplementeerd. De kosten bedragen 25 mln. voor de Belastingdienst en 8 mln. voor BZK waarvan 3 mln. structureel kan worden ingezet voor de gemeenten, die met het GBA-loket een belangrijke rol hebben bij het signaleren van fraude. Als gevolg van de maatregelen worden besparingen verwacht bij de verschillende toeslaguitgaven. Op de programma-uitgaven voor kinderopvangtoeslag en huurtoeslag wordt een bedrag van 33 mln. structureel ingeboekt als dekking. De implementatie en realisatie van de maatregelen zullen intensief gemonitord worden. Mochten de besparingen uiteindelijk lager uitvallen dan 33 mln. dan zullen de kinderopvangtoeslag en de huurtoeslag hiervoor gecompenseerd worden door de Belastingdienst.

  • b. Generieke taakstelling BLD’s

    Invulling van generieke taakstelling Rutte II BLD’s.

  • c. Tekort Logius

    Om in 2014 een tekort van € 3,6 mln. op de bijdrage aan Logius te dekken, wordt € 1,8 mln. uit 2015 naar 2014 geschoven van het budget voor regeldruk. Daarnaast wordt binnen de regeldruk in 2014 additioneel € 1,8 mln. vrijgemaakt.

  • d. Voorlichting verkiezingen

    Bij de nieuwe indeling van de begroting is per abuis een reeks van € 1,7 mln. voor de voorlichting verkiezingen vanaf 2014 terecht gekomen op het budget van ProDemos. Deze fout wordt nu hersteld.

  • e. Reisdocumenten

    De ontvangsten samenhangende met de door de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten geheven leges worden ingezet voor het Reisdocumentenprogramma.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

7 Arbeidszaken overheid

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

43.177

40.610

35.506

37.680

37.662

 

7.1

Overheid als werkgever

16.198

13.791

11.050

10.258

10.240

 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

26.979

26.819

24.456

27.422

27.422

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

1.000

0

0

0

0

 

7.1

Overheid als werkgever

1.000

0

0

0

0

 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

65

– 1.713

938

– 1.357

– 3.036

 

7.1

Overheid als werkgever

140

– 1.320

1.320

160

0

 
 

waarvan:

           
 

a. Kasschuif Veilige Publieke Taak

– 160

– 1.320

1.320

160

   

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

– 75

– 393

– 382

– 1.517

– 3.036

 

Stand ontwerpbegroting 2014

44.242

38.897

36.444

36.323

34.626

34.439

7.1

Overheid als werkgever

17.338

12.471

12.370

10.418

10.240

10.223

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

26.904

26.426

24.074

25.905

24.386

24.216

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

820

820

820

820

820

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

820

820

820

820

820

820

Toelichting

  • a. Kasschuif Veilige Publie Taak

    Voor het programma Veilige Publieke Taak (VPT) is tot en met 2014 budget beschikbaar. Het programma VPT wordt verlengd tot en met 2016. Met deze kasschuif wordt hiervoor budget beschikbaar gemaakt.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

11 Centraal apparaat

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

311.023

288.246

263.965

262.291

261.121

 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

311.023

288.246

263.965

262.291

261.121

 
               

Mutaties Nota van Wijziging 2013

– 85.714

– 83.914

– 69.484

– 68.969

– 68.841

 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

– 85.714

– 83.914

– 69.484

– 68.969

– 68.841

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

38.279

11.758

11.394

11.305

11.215

 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

38.279

11.758

11.394

11.305

11.215

 
               

Nieuwe mutaties

6.563

– 23.263

– 21.963

– 30.615

– 40.597

 

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

6.563

– 23.263

– 21.963

– 30.468

– 40.259

 
 

Waarvan:

           
 

a. Ramingsbijstelling

 

– 24.919

– 24.919

– 24.919

– 24.919

 
 

b. Generieke Taakstelling

     

– 8.033

– 17.805

 

Stand ontwerpbegroting 2014

270.151

192.827

183.912

174.159

163.236

158.277

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

270.151

192.827

183.912

174.159

163.236

158.277

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

27.965

27.965

27.965

27.965

27.965

 

Mutaties Nota van Wijziging 2013

179

179

179

179

179

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

15.167

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

13.198

– 24.269

– 24.269

– 24.269

– 24.269

 

Stand ontwerpbegroting 2014

56.509

3.875

3.875

3.875

3.875

3.875

Toelichting

  • a. Ramingsbijstelling

    Het betreft een ramingsbijstelling van de ontvangsten die indertijd van het voormalig Ministerie van VROM zijn overgekomen. Dit betrof de verwachtte ontvangsten van de RGD, deze structurele ontvangstenreeks en de daadwerkelijk ontvangen bedragen lopen zeer fors uiteen waardoor uitgaven en ontvangsten worden gecorrigeerd.

  • b. Generieke Taakstelling

    De mutatie betreft de invulling van de maatregel A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s) uit het regeerakkoord.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

12 Algemeen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

4.420

2.173

3.648

4.004

4.004

 

12.1

Algemeen

1.474

1.473

1.469

1.469

1.469

 

12.2

Verzameluitkeringen

2.946

700

2.179

2.535

2.535

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 942

0

0

0

0

 

12.1

Algemeen

– 245

0

0

0

0

 

12.2

Verzameluitkeringen

– 697

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

– 75

– 9

– 9

– 23

– 37

 

12.1

Algemeen

– 75

– 9

– 9

– 23

– 37

 

12.2

Verzameluitkeringen

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

3.403

2.164

3.639

3.981

3.967

3.967

12.1

Algemeen

1.154

1.464

1.460

1.446

1.432

1.432

12.2

Verzameluitkeringen

2.249

700

2.179

2.535

2.535

2.535

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

0

0

0

0

0

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

0

0

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

0

0

0

0

0

0

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

13 Nominaal en onvoorzien

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

11.823

318

5.361

6.074

2.102

 

13.1

Loonbijstelling

983

318

2.759

3.397

1.350

 

13.2

Prijsbijstelling

3.726

0

2.782

1.832

0

 

13.3

Onvoorzien

7.114

0

– 180

845

752

 
               

Mutaties Nota van Wijziging 2013

– 1.272

1.013

183

14.609

34.481

 

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

 

13.2

Prijsbijstelling

1.071

1.071

1.071

1.071

1.071

 

13.3

Onvoorzien

– 2.343

– 58

– 888

13.538

33.410

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 3.116

– 44

54

– 53.339

– 107.326

 

13.1

Loonbijstelling

48

499

492

492

505

 

13.2

Prijsbijstelling

– 4.000

– 100

– 100

– 100

– 100

 

13.3

Onvoorzien

836

– 443

– 338

– 53.731

– 107.731

 
               

Nieuwe mutaties

0

– 58

– 258

39.241

74.595

 

13.1

Loonbijstelling

– 1.031

– 817

– 3.251

– 3.889

– 1.855

 

13.2

Prijsbijstelling

– 797

– 971

– 3.753

– 2.803

– 971

 

13.3

Onvoorzien

1.828

1.730

6.746

45.933

77.421

 
 

Waarvan:

           
 

a. Taakstelling verlaging topinkomens

     

8.146

8.146

 
 

b. Generieke taakstelling

     

23.071

50.916

 

Stand ontwerpbegroting 2014

7.435

1.229

5.340

6.585

3.852

2.633

13.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

13.3

Onvoorzien

7.435

1.229

5.340

6.585

3.852

2.633

Toelichting

  • a. Taakstelling verlaging topinkomens

    Bij Regeerakkoord is een taakstelling van € 10 mln. op de begroting van BZK geparkeerd die verband houdt met de normering van topinkomens in de (semi-)publieke sector. Op basis van de verdeelsleutel (als grondslag is de WOPT-rapportage gebruikt) is de taakstelling bij de departementen ingeboekt.

  • b. Generieke taakstelling

    De mutatie betreft de invulling van de maatregel A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s) uit het regeerakkoord.

Opbouw uitgaven (x € 1.000)

14 VUT-fonds

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

210.000

0

0

0

0

 

14.1

VUT-fonds

210.000

0

0

0

0

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 30.000

70.000

0

0

0

 

14.1

VUT-fonds

– 30.000

70.000

0

0

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

14.1

VUT-fonds

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

180.000

70.000

0

0

0

0

14.1

VUT-fonds

180.000

70.000

0

0

0

0

Opbouw ontvangsten (x € 1.000)
   

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2013

19.000

328.400

739.100

51.400

0

 
               

Mutaties 1e suppletoire begroting 2013

– 200

9.500

25.400

– 400

0

 
               

Nieuwe mutaties

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2014

18.800

337.900

764.500

51.000

0

0

6.2 Moties en toezeggingen

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

A.1 In behandeling zijnde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Heijnen c.s.; Verzoekt de regering de mogelijkheid te verkennen van een onafhankelijke instelling voor onderzoek naar mogelijke integriteitsschendingen in het openbaar bestuur

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

In opdracht van de Minister wordt een brede verkenning naar knelpunten en mogelijke oplossingen ten aanzien van integriteitsonderzoeken in het openbaarbaar bestuur uitgevoerd door de Universiteit Tilburg. De Tweede Kamer wordt voor het herfstreces per brief geïnformeerd over de resultaten en over de voorlopige reactie van de Minister aangezien er nog overleg zal volgen met de sectoren.

Motie Schouw en Klein; Verzoekt de regering om een bestuurlijke afspraak te maken met de waterschappen, provincies en gemeenten om ten minste een keer per jaar het onderwerp integriteit te agenderen en hierover in het jaarverslag te rapporteren

Kamerdebat 06-03-2013

VAO Integriteit in het openbaar bestuur

In november 2013 wordt over de wijze waarop de motie Schouw is uitgevoerd, evenals over de gedane toezeggingen met betrekking tot het integriteitsbeleid, aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

Motie Heijnen c.s.; Verzoekt de regering, om nut en noodzaak, de effectiviteit, van genoemde normen op Europees niveau aan de orde te stellen

Kamerdebat 07-06-2012 Geldigheid kinderbijschrijvingen in het paspoort van de ouder(s) cq de voogd (AO d.d. 15/05)

Een aantal EU-lidstaten is geconsulteerd. Deze lidstaten staan geen wijziging van het huidige EU-beleid en regelgeving voor. Uitvoering van de motie is nog gaande. De Tweede Kamer wordt hier in het najaar nader over geïnformeerd.

Motie Recourt en Gesthuizen: Verzoekt de regering, een digitaal paspoort te ontwikkelen opdat het contact op internet tussen burger en overheid optimaal beveiligd is.Verzoekt de regering tevens, te onderzoeken voor welke toepassingen dit digitale paspoort eveneens kan worden gebruikt over de ontwikkeling van een digitaal paspoort

Kamerdebat 26-04-2012

VAO Cyber security en veiligheid overheidswebsites

De Tweede Kamer zal na het zomerreces geïnformeerd worden. De bedoeling is om dit gelijktijdig met de motie Szabo c.s., die hiertoe oproept, te doen

Motie Elissen; Verzoekt de regering, om te zorgen voor wetgeving waarmee gemeentenverplicht worden om alle gegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie van een verstrekkingsbeperking te voorzien, zodat uitsluitend rechthebbenden deze gegevens kunnen inzien

Kamerdebat 26-04-2012

VAO Cyber security en veiligheid overheidswebsites

Motie wordt meegenomen met wetsvoorstel BRP (Basisregistratie personen, de opvolger van de wet GBA, de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens). De motie wordt afgerond als behandeling wetsvoorstel BRP is afgerond. Het wetsvoorstel is goedgekeurd door Tweede Kamer. Het voorstel is nu in behandeling bij de Eerste Kamer.

Motie Voortman c.s.; Verzoekt de regering het principe dat de burger in beginsel toegang heeft tot overheidsinformatie («ja, tenzij») als uitgangspunt te nemen in dit actieplan

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

Plan van aanpak motie wordt meegenomen in het actieplan Open overheid dat na de zomer aan de Tweede Kamer zal worden gestuurd

Motie Szabo c.s; Verzoekt de regering over te gaan tot introductie van 1 uniforme elektronische identiteitskaart voor alle overheidsdiensten waarvoor authenticatie is vereist, invoering en gebruik van deze kaart voor burgers en bedrijven dient niet later plaats te vinden dan 1 januari 2007

Kamerdebat 04-02-2004

Modernisering van de overheid (brief van 1-12-2003); visie en actieprogramma «Andere Overheid» (29 362, nr. 1)

De Minister heeft tijdens het AO toekomstbestendigheid identiteitsinfrastructuur (10/04/2013) de Tweede Kamer geïnformeerd, dat hij samen met zijn collega van EZ werkt aan de ontwikkeling van een eID stelsel en een eID middel.

Daarbij heeft hij aangegeven later dit jaar de kamer meer in detail te informeren over de totstandkoming van dit eID-stelsel.

In zijn visiebrief digitale overheid 2017 verwijst de Minister ook naar de noodzaak van een eID stelsel en een zwaardere vorm van DigiD.

Motie Schouw en Taverne; Verzoekt de regering bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel in te dienen om de Zondagswet in te trekken

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Motie Voortman en Schouw; Verzoekt de regering om tegelijkertijd met de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer in een apart document inzicht te geven in de inhoudelijke agenda, de taken, bevoegdheden en het budget van de nieuw te vormen provincie

Kamerdebat 21-05-2013

Debat over de visie op de bestuurlijke inrichting van Nederland

Er wordt gewerkt aan de inhoudelijke agenda. De Minister heeft in het herindelingsontwerp aangekondigd dat hij een stuurgroep opricht die hieraan gaat werken. De provincies nemen deel aan die stuurgroep. Verder is een discussie met de ministeries opgestart over evt. extra taken van de provincies. De Tweede Kamer wordt hierover geïnformeerd als het wetsontwerp over de herindeling wordt ingediend.

Motie Schouw/Voortman; Verzoekt de regering voor behandeling van het wetsvoorstel tot samenvoeging van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland te komen met een nader uitgewerkte visie en een stappenplan voor de vijf landsdelen, bijvoorbeeld door het instellen van een bestuurlijke adviescommissie

Kamerdebat 21-05-2013

Debat over de visie op de bestuurlijke inrichting van Nederland

De Tweede Kamer wordt in de eerste helft van 2014 geïnformeerd.

Gewijzigde motie Voortman c.s.; Verzoekt de regering, na ruggespraak met zijn collega’s bij de Voorjaarsnota met een visie met concrete doelen op de decentralisaties en de inclusieve samenleving te komen vanuit de uitgangspunten participatie, toegankelijkheid, zelfstandigheid en kwaliteit van bestaan

Kamerdebat 19-12-2012 Begroting BZK rest

De Tweede Kamer wordt in het najaar geïnformeerd.

Motie Heijnen; Verzoekt de regering jaarlijks binnen een termijn van uiterlijk 60 dagen de Kamer een reactie op de jaarrapportage van het college te doen toekomen, die als basis voor debat tussen Kamer en regering kan dienen

Kamerdebat 12-04-2011 Vervolg plenair debat behandeling wetsvoorstel oprichting College rechten van de mens

De Tweede Kamer ontvangt in het derde kwartaal van 2013 een reactie op de jaarrapportage van het College voor de Rechten van de Mens.

A.2 Uitgevoerde moties

Omschrijving motie

Vindplaats

Stand van zaken

Motie Heijnen/Schouw; Verzoekt de regering de regels voor de integriteit in het openbaar bestuur onder andere in samenwerking met de ROB, de VNG en het IPO tegen het licht te houden en zo nodig te wijzigen en hierover de Kamer te informeren

Kamerdebat 14-11-2011

BZK Begroting (33 000-VII)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 29 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 28 844, nr. 67)

Gewijzigde motie Gesthuizen/El Fassed; Verzoekt de regering om, in het belang van deze beveiliging en de ingrijpende gevolgen die gebreken in de beveiliging van DigiD kunnen hebben, te bewerkstelligen dat alle DigiD gebruikende organisaties (nader) werk maken van de veiligheid ervan en hiervoor eind 2012 een ICT-beveiligingsassessment laten uitvoeren

Kamerdebat 26-04-2012

VAO Cyber security en veiligheid overheidswebsites

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 26 643, nr. 242)

Motie Schouw en Voortman; Verzoekt de regering, de huidige regeling te heroverwegen en hierover voor het meireces aan de Kamer te rapporteren

Kamerdebat 19-12-2012

Begroting BZK rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 april 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 27 859, nr. 63)

Motie Heijnen; Verzoekt de regering om met betrekking tot de bouwleges de uitvoering van de afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Interprovinciaal Overleg eind 2010 niet alleen te toetsen op transparantie, maar ook op het in acht nemen van een redelijke bandbreedte.

Kamerdebat 23-11-2009

Gemeente- en Provinciefonds

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 31 953, nr. 52)

Motie Hachchi; Verzoekt de regering deze mogelijkheden nadrukkelijk onder de aandacht te brengen op de drie eilanden (micro- en innovatiekredieten)

Kamerdebat 05-07-2012

VAO BES-eilanden

Afgedaan. De verantwoordelijkheid voor de motie is op 18 juli 2012 overgedragen aan Minister EL&I

Motie Heijnen en Schouw; Verzoekt de regering wijziging van de Gemeente- en Provinciewet voor te bereiden die voorziet in de rol van commissarissen der Koningin en burgemeesters bij integriteitshandhaving

Kamerdebat 02-12-2010

Begroting Binnenlandse Zaken (onderdeel BiZa en Volkshuisvesting)

Afgedaan. De motie is meegenomen in de Verzamelwet/Wijziging Gemeentewet. Het wetsvoorstel ligt voor advies bij de Raad van State, waarmee aan de motie wordt voldaan.

Motie Schinkelshoek; Verzoekt de regering in de ambtsinstructie van de commissarissen van de Koningin op te nemen dat de beëdiging van de burgemeester door de commissaris van de Koningin plaatsvindt in een openbare bijeenkomst van de gemeenteraad

Kamerdebat 26-11-2007 Begrotingsbehandeling BZK H VII

De motie is meegenomen in de Verzamelwet/Wijziging Gemeentewet. Het wetsvoorstel ligt voor advies bij de Raad van State, waarmee aan de motie wordt voldaan.

Motie Kox c.s.; Verzoekt de regering deze voornemens te onderbouwen middels een integrale visie op de modernisering van de bestuurlijke organisatie van Nederland

Kamerdebat 04-12-2012

Algemene politieke beschouwingen / debat naar aanleiding van het regeerakkoord «Bruggen slaan» en de regeringsverklaring van het Kabinet-Rutte II

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 28 maart 2013 per brief geïnformeerd (EK 2012–2013, CII, nr. A)

Motie Schouw; Verzoekt de regering onderzoek te laten doen door een onafhankelijke partij, bijvoorbeeld het CPB en/of het SCP, naar de financiële risico’s en uitvoeringsrisico’s van de decentralisaties en in dit onderzoek aandacht te besteden aan de mogelijkheden deze risico’s te ondervangen en bij de uitvoering te adresseren, onder de voorwaarde dat dit onderzoek niet tot vertraging van het decentralisatieproces leidt

Kamerdebat 19-03-2013

Debat over het bericht «Overheden eens over bezuinigingen»

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 26 april 2013 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400-B, nr. 16)

Gewijzigde motie Heijnen; Verzoekt de regering om, bij aanname van het wetsvoorstel de deelgemeenten af te schaffen, er zorg voor te dragen dat de allergrootste gemeenten 45 gemeenteraadsleden en maximaal 9 wethouders behouden

Kamerdebat 02-07-2012

Wijziging Gemeentewet en enige andere wetten ivm afschaffen bevoegdheid gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen (wetsvoorstel 33 017)

Afgedaan. Het initiatiefwetsvoorstel Heijnen is op 14 februari 2013 door de Tweede Kamer aangenomen. De heer Heijnen heeft echter aangegeven dat nu de vermindering van het aantal raadsleden slechts 10% is in plaats van de 25% waar sprake was ten tijde van het indienen van zijn motie hij geen behoefte meer voelt om de grootste gemeenten te compenseren.

Motie Hamer: Verzoekt de regering om sociaal en duurzaam aanbesteden bij de decentrale overheden verder te stimuleren en te faciliteren, en de medeoverheden meer informatie en kennis te verschaffen over sociaal aanbesteden, met bijzondere aandacht voor de inzet van arbeidsgehandicapten

Kamerdebat 02-02-2012 Wetsvoorstel Aanbestedingswet (32 440)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 501 nr. 21)

Gewijzigde motie Heijnen: Verzoekt de regering te onderzoeken of een bonus-malussysteem voor organisatieonderdelen van de rijksdienst leidt tot meer plaatsingen van personeel met WSW- of Wajong-indicaties

Kamerdebat 14-11-2011

BZK Begroting (33 000-VII)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 10 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 490 nr. 97)

Motie Koppejan c.s.: Verzoekt de regering:1. de Kamer voor het zomerreces van 2012 te rapporteren hoe via gerichter beleid en een meer professionele inkoop substantiële overheidsbesparingen in Nederland gerealiseerd kunnen worden; 2. dit bij de begroting van 2013 te betrekken

Kamerdebat 02-02-2012 Wetsvoorstel Aanbestedingswet (32 440)

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 3 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 490 nr. 92)

Motie Koopmans/Van der Burg; Verzoekt de regering, overal waar rijksmiddelen in het geding zijn, zoals onder andere bij agentschappen en zbo’s, te laten heroverwegen of nieuwbouw nodig is.

Kamerdebat 22-03-2012

Sluiting van de belastingdienst in Emmen en Venlo

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 490 nr. 95)

Motie Van Vliet; Verzoekt de regering, in het verlengde van eerdere aangenomen moties de sluiting van de kantoren in Venlo en Emmen te heroverwegen en eerst te kijken naar mogelijke maatregelen buiten de regio’s.

Kamerdebat 22-03-2012

Sluiting van de belastingdienst in Emmen en Venlo

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 5 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 490 nr. 95)

Motie Heijnen/Schouw; Verzoekt de regering voorbereidingen te treffen voor een fundamentele herziening van het stelsel van zbo’s en RWT’s met het oogmerk de efficiency en de dienstverlening van de organisatie van de rijksoverheid als geheel te verbeteren

Kamerdebat 27-06-2012 Jaarverslagen 2011 en Slotwetten op het gebied van Binnenlandse Zaken

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 31 490 nr. 99)

Gewijzigde motie Elissen en Cörüz; Verzoekt de regering, om een evaluatie uit te voeren naar de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten uit 2002 (Wiv 2002) en daarbij nadrukkelijk in te gaan op het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Kamerdebat 01-02-2012

AIVD

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 29 924, nr. 91)

Motie Taverne c.s.: Verzoekt de regering de rechtsprekende taak van de Raad van State elders onder te brengen

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII) rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 22 juni 2012 per brief geïnformeerd door de Minister van VenJ, mede namens Minister BZK (TK 2011–2012, 32 450, nr. 18)

Motie Schouwen/Van Raak: Verzoekt de regering een voorstel te doen voor een toekomstige benoemingsprocedure voor de vicepresident van de Raad van State waarbij een rol is weggelegd voor de Tweede Kamer

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 21 augustus 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 000-VII, nr. 124)

De motie Van Gent c.s.: Verzoekt de regering gehoor te geven aan de aanbeveling van de Commissie Gelijke Behandeling uit 2008 om met een wettelijke regeling een einde te maken aan het fenomeen van de weigerambtenaar en de Tweede Kamer daarover voor 1 januari 2012 te informeren

Kamerdebat 08-06-2011 Hoofdlijnen Emancipatiebeleid 2011–2015

Afgedaan. De motie is achterhaald en kan vervangen worden door de nieuwe motie ingediend op 5 juli 2012 tevens ingediend door het lid Van Gent (TK 2011–2012, 32 550, nr. 40)

Motie Schouw c.s.: Verzoekt de regering zich in te zetten voor een Europese oplossing, zodat EU-wetten op EU-grondgebied niet ondergeschikt worden gemaakt aan wetten van derde landen

Kamerdebat 07-06-2012

VAO Geldigheid kinderbijschrijvingen in het paspoort van de ouder(s) cq de voogd

Afgedaan. Op 6 september 2012 is de motie, na ambtelijke afstemming, overgedragen aan stas V&J

Motie Van Gent, Heijnen en Van Dijk; Verzoekt de regering, conform te handelen en ervoor te zorgen dat de nieuwe regeling op 1 januari 2013 in werking kan treden

Kamerdebat 05-07-2012

Positie gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaar

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 550, nr. 40)

Motie Heijnen, Schouw, Thieme, Brinkman en Van Dijk; Verzoekt de regering, gemeenten op te roepen intussen in ieder geval geen nieuwe trouwambtenaren met genoemde gewetensbezwaren aan te stellen

Kamerdebat 05-07-2012

Positie gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaar

De Minister heeft de Tweede Kamer op 30 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 550, nr. 40)

Motie Van Gent, Heijnen en Van Dijk; Verzoekt de regering om voor 1 januari 2013 een aanpassing van het besluit Burgerlijke Stand in werking te doen treden. De motie van de leden Heijnen, Schouw, Thieme, Brinkman en Van Dijk verzoekt de regering gemeenten op te roepen geen nieuwe trouwambtenaren met gewetensbezwaren aan te stellen, in afwachting van nieuwe regelgeving op dit punt

Kamerdebat 05-07-2012

VAO Positie gewetensbezwaarde (trouw)ambtenaar

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 30 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 550, nr. 40)

Gewijzigde motie De Boer en Verhoeven: Verzoekt de regering in het licht van de EPC-normering te bevorderen dat verbeteringen in bijvoorbeeld de schilisolatie, dan wel gelijkwaardige alternatieven worden toegepast zodat een lager energieverbruik voor de eindgebruiker, met een lagere energierekening het gevolg is.

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 757 nr. 40)

Motie De Boer c.s.: Verzoekt de regering om met een inhoudelijke reactie te komen op de voorstellen en handreikingen uit de regio, en deze binnen twee maanden voor te leggen aan de Kamer

Kamerdebat 19-01-2012 Bevolkingsdaling

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 03 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 757 nr. 46)

Motie Van Bochove en Lucassen: Verzoekt de regering binnen de bestaande financiële kaders experimenteerartikelen open te stellen voor regio's die de komende jaren te maken krijgen met een bevolkingsdaling (de zogenaamde anticipeergebieden)

Kamerdebat 19-01-2012 Bevolkingsdaling

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 03 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 757 nr. 46)

Motie Monasch; Verzoekt de regering jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de wijkaanpak;Verzoekt het kabinet tevens om met overtuiging de wijkaanpak in het land te ondersteunen

Kamerdebat 15-03-2012

VAO Vestia

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 24 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 30 995 nr. 92)

Motie Paulus Jansen c.s.; Verzoekt de regering bij de herziening van het Bouwbesluit de minimale Rc-waarde van de gebouwschil voor woningen en daaraan gelijk te stellen gebouwen met een verblijfsfunctie te verhogen naar 5

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 8 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 757 nr. 40)

Motie Van Bochove/De Boer; Verzoekt de regering te bekijken op welke wijze het functioneren van verenigingen van eigenaren geoptimaliseerd kan worden en de kwaliteit van organisaties die onder een keurmerk werken, verbeterd kan worden

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 03 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 000-VII nr. 123)

Motie Verhoeven/Van Bochove; Verzoekt de regering te onderzoeken welke stappen gezet kunnen worden om de verplichte inschrijving voor vve's bij de Kamer van Koophandel te beëindigen en de Kamer hierover in het eerste kwartaal van 2012 te informeren

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 03 juli 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 000-VII nr. 123)

Motie Van Bochove c.s.; Verzoekt de regering om het proces tot de totstandkoming van het Bouwbesluit 2012 te evalueren, daarbij betrekkend de werkzaamheden van het Overlegplatform Bouwregelgeving en andere betrokken adviesgremia, de participatie van verschillende belangenorganisaties en de procedures richting de Staten-Generaal (zijnde de medewetgever), om zodoende het proces tot de fundamentele herziening van de bouwregelgeving en de uitvoering van de aanbevelingen van de commissie-Dekker te optimaliseren

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De evaluatie van het proces totstandkoming Bouwbesluit 2012 is per 01-02-2012 gestart.

Motie Lucassen c.s.; Verzoekt de regering binnen een jaar een voorstel tot wijziging van het Bouwbesluit aan de Kamer voor te leggen, waarbij een prestatie-eis gesteld wordt aan de ventilatievoorziening in lesruimten van onderwijsgebouwen in de vorm van een maximale CO2-concentratie in de binnenlucht die niet overschreden mag worden bij een normatieve bezetting van de lesruimte

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De motie is uitgevoerd door aanpassing Bouwbesluit 2012.

Motie Verhoeven; Verzoekt de regering te onderzoeken hoe de duurzaamheidseis kan worden doorontwikkeld tot een positieve prikkel die de bouwsector aanzet tot meer duurzaamheid, en de Kamer hierover voor de zomer van 2012 te informeren

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 25 juni 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 32 757 nr. 41)

Motie Ouwehand c.s.; Verzoekt de regering uiterlijk per 1 januari 2013 regels op te stellen voor de brandveiligheid van stallen

Kamerdebat 26-10-2011

VAO Bouwbesluit

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 31 januari 2013 door Staatssecretaris EZ per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 33 400XIII nr. 129)

Motie Lucassen; Verzoekt de regering de aanvraagprocedure voor huurtoeslag zodanig vorm te geven dat te hoge toekenningen en daardoor de noodzaak tot hoge terugvorderingen worden beperkt,

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 6 juni 2012 door de Minister van Financiën per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 066 nr. 131)

Gewijzigde motie Van Bochove/De Boer: Verzoekt de regering om voorbereidingen te treffen om specifiek beleid te kunnen voeren met betrekking tot monumenten en deze desnoods uit het woningwaarderingsstelsel te halen. Spreekt uit dat reeds bij het opstellen van de Algemene Maatregel van Bestuur die de wet nader uitwerkt, rekening moet worden gehouden met de specifieke situatie rondom monumenten, zodat verhuurders – ondanks hun optimale poging om energie te besparen – deze woningen rendabel kunnen blijven verhuren.

Kamerdebat 03-03-2011

Wijziging Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (wettelijke grondslag verschillende waardering energieprestaties huurwoningen) (32 302)

Afgedaan. Aan de invulling van de motie is voldaan; de AmvB treedt (na goedkeuring MR) per 1-1-2013 in werking.

Motie Kuiper c.s.: verzoekt de regering een commissie in te stellen die studie doet naar een meer toekomstbestendig stelsel van hypotheekrenteaftrek, die rekening houdt met bovenstaande overwegingen

Algemene Beschouwingen Eerste Kamer, 25 oktober 2011

Afgedaan. De Eerste Kamer is op 1 juni 2012 per brief, mede namens Minister van Financiën, geïnformeerd (TK 2011–2012, 33 000-V)

Motie Monasch; Verzoekt de regering, erop toe te zien dat er voldoende aanbod in de huursector voor deze groepen aanwezig is en zal blijven

Kamerdebat 11-04-2012 Huurbeleid en huurtoeslag

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 28 augustus 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 27 926 nr. 190)

Motie Monasch en Lucassen; Verzoekt de regering, om al het nodige te doen om het banken mogelijk te maken om de leennormen van het Nibud te hanteren zonder dat de AFM hierin aanleiding ziet om deze banken achteraf te beboeten

Kamerdebat 11-02-2012 Woningbouw

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 11 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 32 847 nr. 32)

Motie Lucassen c.s.; Verzoekt de regering om een evaluatie van bestaande ondersteunende regelingen voor starters en een analyse van specifieke hindernissen voor starters op de koopmarkt; Verzoekt de regering voorts deze bevindingen te betrekken in een voorstel gericht op het vergroten van kansen voor starters op de woningmarkt

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2011–2012, 31 757 nr. 47)

Motie Verhoeven; Verzoekt de regering een onderzoek te doen naar de effectiviteit van de starterslening en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren

Kamerdebat 17-11-2011

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (inclusief onderdeel Integratie en onderdeel Volkshuisvesting) (33 000 VII)

rest

Afgedaan. De Tweede Kamer is op 1 oktober 2012 per brief geïnformeerd (TK 2012–2013, 31 757 nr. 47)

Motie Monasch; Roept de regering, op om alles in het werk te stellen om Vestia de betrokken banken aansprakelijk te laten stellen voor het debacle met de derivaten en daar waar mogelijk, Vestia te ondersteunen

Kamerdebat 05-07-2012 Woningcorporaties en aanpassing woningwaarderingsstelsel