Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juli 2012
In de brief1 van 15 december 2011 over hoe scheefwonen kan worden onderzocht heeft mijn ambtsvoorganger
toegezegd u nader te zullen informeren over een CBS-statistiek over de inkomensverdeling
in de huursector. Met deze brief informeer ik u over de geactualiseerde statistiek
die door het CBS is gepubliceerd op 3 juli 20122. In de vorig jaar gepresenteerde statistiek werd enkel over de toewijzingsgrens voor
gereguleerde corporatiewoningen van € 34 0853 gerapporteerd. Op mijn verzoek heeft het CBS hieraan de inkomenscategorie € 43 000
toegevoegd. Tevens zijn in deze statistiek de meest recente inkomensgegevens van het
CBS meegenomen (2010). Het CBS spreekt in het persbericht4 ten onrechte van een Europese definitie van scheefwonen. De toewijzingsgrens van
€ 34 085 heeft geen betrekking op zittende huurders, maar is bedoeld voor de toewijzing
van gereguleerde huurwoningen van corporaties aan nieuwe huurders.
Het kabinet neemt een aantal maatregelen om de werking van de huurmarkt te verbeteren.
Door de invoering van de toewijzingsgrens, waardoor 90% van de corporatiewoningen
met een huur onder de liberalisatiegrens wordt toegewezen aan huishoudens met een
inkomen tot € 34 085, waardoor de toewijzing meer wordt toegespitst op huishoudens
met lagere inkomens. Om de doorstroming te bevorderen wordt extra huurverhoging van
5% boven inflatie mogelijk voor huishoudens met een inkomen boven € 43 000. Tot slot
is in het begrotingsakkoord een huurverhoging van 1% boven inflatie afgesproken voor
huishoudens met een inkomen tussen € 33 000 en € 43 000.
Uit de statistiek blijkt dat in de 2,9 miljoen huurwoningen in Nederland 34% van de
huishoudens een inkomen heeft boven de toewijzingsgrens. In de 2,2 miljoen bewoonde
woningen van corporaties heeft 28% van de huishoudens een inkomen boven de toewijzingsgrens
en 18% een inkomen boven € 43 000. In de ca. 750 000 woningen van overige verhuurders
heeft 51% van de huishoudens een inkomen boven de toewijzingsgrens en 39% een inkomen
boven € 43 000. Dit verschil komt met name voort uit het feit dat in de particuliere
huursector meer woningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens zijn5. Hierbij moet worden aangetekend dat in de CBS-statistiek geen onderscheid gemaakt
kan worden tussen huurders die een geliberaliseerde en niet-geliberaliseerde woning
huren.
Het beeld dat uit de geactualiseerde statistiek naar voren komt is vergelijkbaar met
de eerdere resultaten: het aandeel huishoudens met een inkomen boven de toewijzingsgrens
in de corporatiesector is met name hoog in de kleinere gemeenten in het Groene Hart
en in het midden van Nederland (zie figuur 1 in de bijlage)6. Zo liggen de vijf gemeenten met de hoogste percentages (45–46%) allemaal nabij de
grote steden in het Groene Hart: Nieuw-Lekkerland, Graafstroom, Midden-Delfland, Ouder-Amstel,
Liesveld. Voor de inkomensgrens van 43 000 is er een vergelijkbaar beeld (zie figuur
2 in de bijlage): de 5 gemeenten met de hoogste percentages zijn Liesveld, Nieuw-Lekkerland,
Graafstroom, Landsmeer en Ouder-Amstel (31–33%). De vier grote steden wijken voor
beide inkomensgrenzen niet ver af van de landelijke cijfers (zie tabel 1 in de bijlage)6.
Met de vernieuwde CBS-statistiek is het mogelijk om op gemeentelijk niveau het meest
recente beeld te krijgen van de verdeling van inkomens in de huursector volgens twee
inkomensgrenzen. Tevens is het in de nieuwe statistiek mogelijk om op wijk- en buurtniveau
de inkomensverdeling in de huursector weer te geven. Deze gegevens op wijk- en buurtniveau
zullen met name van belang zijn voor woningcorporaties en gemeenten bij het bepalen
en uitvoeren van het lokale woonbeleid. Ik zal CBS daarom verzoeken om deze statistiek
periodiek te actualiseren.
Met deze vernieuwde statistiek van het CBS is het echter niet mogelijk om nader onderzoek
te doen naar de achtergronden van scheefwonen, bijvoorbeeld door uitsplitsingen naar
huishoudenskenmerken, kenmerken van de woningvoorraad, de huurprijs, verhuisgedrag
en woonvoorkeuren van consumenten. Deze mogelijkheden biedt het Woon Onderzoek Nederland
(WoON) wel. Mijn ambtsvoorganger heeft daarom aangegeven om op basis van de mogelijkheden
die het WoON biedt een nadere analyse van scheefwonen te laten uitvoeren. Deze publicatie
verschijnt begin 2013.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. E. Spies