Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 oktober 2012
In vervolg op mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg Woningbouw van 27 maart
jl. (Kamerstuk 31 757, nr. 45) en de moties van het lid Lucassen, PVV (uw kenmerk 33 000 VII, nr. 79) positie van koopstarters op de woningmarkt bied ik u bijgaand het onderzoek aan
naar de positie van starters op de koopmarkt en de ondersteunende startersregelingen.*)
en het lid Verhoeven, D66 (uw kenmerk 33 000 VII, nr. 76) met betrekking tot de
Vooraf wil ik opmerken dat dé koopstarter niet bestaat. Daarvoor zijn de verschillen
in achtergrond te groot. Levensfase, woonsituatie en inkomenspositie spelen een belangrijke
rol bij de wensen en mogelijkheden van koopstarters. In het onderzoek zijn daarom
de ontwikkelingen bij verschillende deelgroepen zo goed mogelijk in beeld gebracht.
In het kader van de studie is -in aanvulling op de bestaande gegevens uit het WoON-onderzoek
2009 – aanvullend enquêteonderzoek uitgevoerd. Hierdoor is een zeer actueel beeld
van de positie van koopstarters beschikbaar.
Uit het onderzoek komt naar voren dat – hoewel objectief gezien de woningmarkt voor
starters toegankelijker lijkt geworden (lagere huizenprijzen, meer aanbod) – starters
de afgelopen twee jaar vooral de economische crisis als belangrijkste belemmering
hebben ervaren. Starters zijn onzeker over hun eigen toekomst. Werk en inkomen spelen
daarbij een belangrijke rol. In de tweede plaats bestaat er bij starters onzekerheid
over de prijsontwikkeling in de koopmarkt en het risico op restschulden bij tussentijdse
verkoop. In dat kader geven starters aan dat zij onzeker zijn over mogelijke aanpassingen
van de fiscale behandeling van het eigen woningbezit. Daarnaast blijkt uit het onderzoek
dat onvoldoende aanbod van goedkope koopwoningen nog steeds een belemmering vormt.
Overigens is op dit punt de situatie wel duidelijk verbeterd in vergelijking met de
jaren voor de economische crisis en is deze sterk regionaal gedifferentieerd. Een
derde belemmering die uit het onderzoek naar voren komt, betreft de aanscherping van
de eisen voor kredietverstrekking en daarmee afnemende financieringsmogelijkheden.
Een specifiek knelpunt voor veel koopstarters met tijdelijke contracten en zzp-er’s
vormt het feit dat banken doorgaans als voorwaarde voor kredietverstrekking stellen
dat de koper een vast arbeidscontract moet hebben.
Deze belemmeringen die starters ervaren leiden er overigens niet toe dat de wens tot
kopen bij starters afneemt. De starters die wilden kopen, maar toch zijn gaan huren,
zien dat vooral als uitstel van de koop. Een beperkte groep van 10% geeft aan niet
meer te willen kopen. Binnen het totaal van alle kooptransacties die er ondanks de
crisis nog zijn, neemt het aandeel van de starters iets toe. In die zin vervullen
koopstarters in de huidige markt nog steeds een aanjaagfunctie.
Naast beantwoording van de vraag met welke hindernissen koopstarters te maken hebben,
zijn in het onderzoek ook de bestaande regelingen voor starters onderzocht. Het onderzoek
laat zien dat er een breed scala aan ondersteunende regelingen bestaat bij de rijksoverheid,
de gemeenten en corporaties. Deze regelingen blijken in het algemeen bekend te zijn
bij starters en blijken ook in een behoefte bij starters te voorzien.
Uit het onderzoek blijkt dat de instrumenten KoopGarant en Starterslening het meest
effectief zijn bij de aanpak van de geconstateerde belemmeringen die starters ondervinden
op de woningmarkt. KoopGarant vormt een goed antwoord op de onzekerheid van koopstarters
bij de aankoop van een woning aangezien het een terugkoopgarantie bevat, vaak in combinatie
met winst- en verliesdeling. De starterslening verlaagt de aankoopkosten en daarmee
de aanvangslasten. Hierbij moet wel aangetekend worden dat deze instrumenten niet
generiek beschikbaar zijn. Lang niet alle gemeenten hebben een starterslening en instrumenten
als KoopGarant hebben uitsluitend betrekking op corporatiewoningen, die worden verkocht.
Wel voor iedereen die een woning koopt binnen de gestelde kostengrens (op dit moment
€ 320 000) is de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Hoewel de NHG in dit onderzoek
niet als apart instrument geëvalueerd is (het is namelijk geen specifiek instrument
voor starters) is de NHG van groot belang voor koopstarters. Vrijwel alle ondersteunende
instrumenten die in dit onderzoek aan de orde zijn, stellen een NHG als voorwaarde.
De regeling Bevordering Eigen Woningbezit + (BEW+) is in dit onderzoek buiten beschouwing
gelaten aangezien de regeling al eerder is geëvalueerd. Uit deze evaluatie kwam naar
voren dat de BEW+ meer dan verwacht succesvol is geweest (zie de brief van 12 april
2011, TK 32 500 VII).
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J. W. E. Spies
*) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer