Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201227859 nr. 60

27 859 Modernisering Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA)

Nr. 60 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 juli 2012

Deze brief stuur ik u mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in vervolg op het Algemeen Overleg Gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens (GBA) van 30 november 2011 (Kamerstuk 27 859, nr. 58).

In deze brief informeer ik u over:

  • 1. de stand van zaken rond de acties in het kader van de kwaliteitsverbetering van de GBA

  • 2. reactie op de Gateway review modernisering GBA

1. Stand van zaken ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van de GBA

In de brief van 29 november 2011 (Kamerstuk 27 859, nr. 57) en in het AO van 30 november 2011 heb ik diverse acties aangekondigd in verband met het verder verhogen van de kwaliteit van de GBA. Daarbij ging het met name om het verhogen van de kwaliteit van de adresgegevens. De overige gegevens in de GBA, die voornamelijk de burgerlijke staat gegevens betreffen, zijn minder onderhevig aan verandering waardoor ze minder continue aandacht behoeven.

De acties betreffen het ondersteunen van gebruikers en gemeenten in hun werkprocessen opdat zij optimaal kunnen meehelpen aan het verhogen van de kwaliteit. Daarnaast gaat het om het aanpassen van regelgeving en het doen van een aantal onderzoeken en pilots. De stand van zaken rond deze diverse acties wordt hierna toegelicht. Het motto bij alle activiteiten is dat alle betrokkenen samenwerken aan meer kwaliteit van de GBA. Daartoe wordt het wettelijke overlegorgaan Gebruikersoverleg GBA beleidsinhoudelijk en strategisch ingezet en worden alle producten in gezamenlijkheid tot stand gebracht. In het Gebruikersoverleg nemen vertegenwoordigers van gebruikers en gemeenten deel.

1.1. Circulaires over adresonderzoek, briefadres en terugmelden

Begin juni 2012 zijn aan alle gemeenten en gebruikers van de GBA drie circulaires toegezonden en digitaal beschikbaar gesteld (www.bprbzk.nl). De circulaires en bijlagen betreffen (als bijlage bijgesloten)1:

  • de circulaire Adresonderzoek en het adresonderzoeksprotocol voor gemeenten ter ondersteuning bij het doen van zorgvuldig onderzoek als er twijfel bestaat over de juistheid van een adres dat in de GBA staat geregistreerd.

  • de circulaire Briefadres als ondersteuning voor gemeenten bij het juist registreren van adressen in de GBA.

  • de circulaire en handreiking Gerede Twijfel geeft de afnemer van de GBA richting bij het terugmelden van gegevens waarvan zij vermoeden dat deze onjuist zijn.

Rond de zomer van 2012 zal het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) gemeenten en gebruikers van de GBA uitnodigen voor een aantal bijeenkomsten in verband met de implementatie van deze circulaires.

1.2. Transparantie van autorisatieproces en resultaten audit

De in het AO van 30 november jl. gevraagde transparantie is tot stand gebracht door de autorisatieprocedure en autorisatiebesluiten beschikbaar te stellen via de website van BZK (www.bprbzk.nl). De autorisatiebesluiten geven aan welke gegevens voor welke taken van welke organisaties beschikbaar worden gesteld. Daarnaast is zoals verzocht per gemeente inzichtelijk gemaakt hoe zij scoren op de audit op de bijhouding van gegevens. De audit is een cyclus van in totaal drie jaar, waardoor dit overzicht steeds wordt geactualiseerd op het moment dat een gemeente de audit heeft uitgevoerd. Op 1 juli 2011 is de GBA-audit 4e cyclus (2011–2013) van start gegaan. Per 1 april 2012 hebben inmiddels 234 van de 415 gemeenten de 4e cyclus uitgevoerd. De uitkomsten van de GBA-audit 4e cyclus van deze 234 gemeenten zijn openbaar gemaakt op de website van BZK (www.bprbzk.nl). BPR ziet erop toe dat ook de andere gemeenten tijdig de audit doorlopen. Het CBP is de onafhankelijke toezichthouder en handhaver.

1.3. Uitkomst onderzoek naar gebruik briefadressen

Tijdens het overleg op 30 november jl. kwam het signaal naar voren dat het te makkelijk zou zijn om aan een briefadres te komen om oneigenlijke redenen. Het briefadres is bedoeld als dienst aan de burgers die vanwege privacy, of veiligheid of geen vast woonadres hebben. Het briefadres is dus niet bedoeld voor mensen die met dit adres willen omzeilen dat ze elders een verblijfadres hebben.

De Kafkabrigade heeft hier onderzoek naar gedaan door het land in te gaan en te proberen briefadressen te bemachtigen via partijen op internet en ook bij gemeenten aan het loket. Daarnaast heeft de Kafkabrigade ook meer statistisch onderzoek gedaan naar het aantal briefadressen. Uit hun rapport blijkt dat het niet zomaar mogelijk is om aan een briefadres te komen (al dan niet aangeboden via internet). De handel in briefadressen is relatief klein en ook blijkt dat gemeenten streng toezien op de voorwaarden voor het kunnen inschrijven op een briefadres. Tevens is gebleken dat het aantal briefadressen relatief laag (circa 50 000) is en in de meeste gemeenten fors dalende. Dit betekent dat gemeenten hun taak als bijhouders van de GBA goed invullen. Tot slot heb ik ter ondersteuning van deze taak in overleg met gemeenten de hiervoor aangehaalde circulaire over het juist registreren van briefadressen opgesteld. De circulaire geeft gemeenten houvast bij het opstellen van beleidsregels en werkprocessen om correct te blijven omgaan met het registreren van briefadressen.

1.4. Verbeteringen naar aanleiding van retourbrieven kindbijschrijving

In het kader van het vervallen van de kindbijschrijvingen per 26 juni 2012 zijn er vanuit het ministerie van BZK 850 000 brieven verstuurd naar ouders/voogden waarvan een kind bijgeschreven stond in een paspoort. Vanuit de GBA zijn de benodigde gegevens geleverd. Hoewel deze selectie niet als meting bedoeld was, kan er toch belangrijke informatie uit afgeleid worden als het gaat om de juistheid van gegevens. Van deze 850 000 zijn slechts enkele honderden brieven retour afzender gekomen, omdat het adres niet juist zou zijn. Hieruit kan afgeleid worden dat van deze groep er slechts 0,1% onjuist in de GBA geregistreerd stond. De brieven die terugkwamen zijn aan gemeenten geleverd in het kader van adresonderzoek om zo nodig de adressen te corrigeren. Deze terugmeldingen zijn door de betreffende gemeenten in behandeling genomen, wat ertoe kan leiden dat gegevens in onderzoek zijn gezet, of gecorrigeerd. Alle gemeenten hebben deze verzoeken in behandeling genomen. Afnemers zullen automatisch het juiste, bijgestelde gegeven binnenkrijgen via het GBA netwerk. De kwalitatieve verbetering van de adresgegevens komt tot uitdrukking in vermindering van het aantal terugmeldingen.

1.5. Onderzoek adresvergelijking UWV – GBA

De gemeente Amsterdam en UWV zijn voortvarend verder gegaan met de adresvergelijking UWV en GBA en de aanpak van fraude. In samenwerking met de andere partners van de Samenwerkingsovereenkomst Interventieteams (gemeenten, UWV, SVB, Inspectie SZW, Belastingdienst, Politie, Openbaar Ministerie) is daarvoor ook het interventieproject «Schoon Schip» gestart. Zowel in 2012 als 2013 zal dit interventieproject actief zijn. De eerste resultaten worden begin 2013 verwacht. Zoals toegezegd dragen de ministeries van SZW en BZK hier financieel aan bij. Het doel van dit onderzoek is enerzijds het oplossen van de eerder geconstateerde adresverschillen tussen de GBA en de polisadministratie (gevoed met loonaangiftes), en anderzijds te komen tot een werkproces om de adresverschillen en de fraude aan te pakken en landelijk uit te rollen. Daarom worden gemeenten en gebruikers nu reeds betrokken bij dit project.

1.6. Invoering evaluatie-instrument en uitbreiding monitoring van terugmeldingen

In de brief van 29 november 2011 is aangehaald dat het jaarlijkse evaluatie-instrument de huidige driejaarlijkse audit gaat vervangen (Kamerbrief van 24 juni 2010, 27 859, nr. 38). Dit instrument ziet toe op het bijhouden van de BRP en het reisdocumentenproces. De pilot met 17 gemeenten van het evaluatie-instrument is succesvol afgerond en toont aan dat het instrument goed bruikbaar is voor gemeenten.

Naar aanleiding van deze pilot en van mijn toezegging om de terugmeldingen van gebruikers te stimuleren, wordt bekeken hoe in het kader van dit instrument de monitoring kan worden vormgegeven van terugmeldingen die gebruikers doen. Daarmee kan ik gebruikers eerder aanspreken indien het aantal terugmeldingen terugloopt of gemeenten aanspreken die niet met terugmeldingen aan de slag gaan om de GBA op orde te brengen.

In dit verband is van belang dat gemeenten afnemers die een terugmelding hebben gedaan, zo spoedig mogelijk doch binnen vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling gebruikers ervan in kennis stellen of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de basisadministratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, dan wel het gegeven in onderzoek te hebben geplaatst.

Dit proces bij gemeenten wordt gemonitord door het ministerie van BZK. Het ministerie houdt bij of de wettelijke 5 dagen termijn van reageren wel gehaald wordt door gemeenten.

1.7. Ondersteuning bij deskundigheidsbevordering

Ten behoeve van het verbeteren van de kwaliteit van de GBA is in overleg met de gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) het voornemen ontstaan om de deskundigheid van medewerkers burgerzaken bij gemeenten te bevorderen op het terrein van de bijhouding van de GBA en identiteitsmanagement. Gezien de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de bijhouding van de GBA, staan deze medewerkers aan de basis van de informatievoorziening van de overheid. Het is van groot belang dat zij voldoende deskundigheid hebben, zodat ze goed zijn toegerust op hun belangrijke rol. Deze zomer zal in samenwerking met de NVVB een pilot worden opgestart, gericht op het in kaart brengen van de noodzakelijke kennis en vaardigheden van medewerkers burgerzaken op de bovengenoemde terreinen. Vervolgens wordt nagegaan hoe medewerkers deze kennis en vaardigheden doelmatig kunnen worden bijgebracht. De pilot wordt naar verwachting in de eerste helft van 2013 afgerond, naar aanleiding waarvan ik zal bezien in hoeverre het wenselijk is om vervolgactiviteiten in gang te zetten.

1.8. Aanpassing van regelgeving in verband met bijhouding GBA

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft uw Kamer in reactie op een motie2 aangegeven dat het noodzakelijk is dat de bij de verschillende overheden bekende adressen gedeeld kunnen worden. Hij heeft voorts toegezegd de regelgeving aan te passen opdat het UWV de mogelijkheid krijgt adresgegevens die afwijken van de GBA ter beschikking te stellen aan gemeenten en in samenspraak met gemeenten te bezien hoe hier op efficiënte wijze invulling aan kan worden gegeven.

Het Besluit Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI) is inmiddels zo aangepast dat het UWV adresgegevens kan delen met gemeenten ten behoeve van de bijhouding van de GBA. Deze wijziging is op 1 juli jl. in werking getreden.

Per die datum kunnen gemeenten de adresgegevens van individuele burgers opvragen. Vanaf 1 januari 2013 wordt het voor gemeenten ook mogelijk om bij het UWV aanwezige adressen van al hun inwoners op te vragen zodat zij hun totale administratie van hun inwoners kunnen controleren. Dit proces leidt er toe dat de GBA zo nodig kan worden gecorrigeerd.

Tevens heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een wetswijziging in voorbereiding waarmee het voor UWV mogelijk wordt uitkeringen op te schorten dan wel niet in behandeling te nemen indien de betrokkene als vertrokken naar het buitenland (VOW) in de GBA staat geregistreerd, terwijl in het kader van het verstrekken van een uitkering het gegronde vermoeden is gerezen dat betrokkene in de GBA als ingezetene geregistreerd dient te zijn op een woonadres of briefadres als bedoeld in de Wet GBA. De burger wordt hierdoor aangespoord zijn inschrijving op orde te maken.

1.9. Onderzoek verbetering informatiepositie van de burger

In de kabinetsreactie op het rapport iOverheid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is een verkenning aangekondigd naar de uitbreiding van de functionaliteit op de website mijn.overheid.nl (MijnOverheid). Uiteindelijk moet de versterking van de informatiepositie van de burger leiden tot een hogere kwaliteit van de registraties.

Het gaat dan onder meer om onderzoek naar het mogelijk opnemen van de volgende functionaliteit binnen MijnOverheid:

  • inzage in de gegevens die de overheid over de burger heeft;

  • inzage in het gegevensverkeer tussen overheidsorganisaties (welke gegevens van mij worden tussen welke organisaties uitgewisseld);

  • een mogelijkheid tot verzoek om correctie van onjuiste gegevens.

De uitkomsten van dit onderzoek worden, zoals is toegezegd in het AO van 1 maart 2012 (Kamerstuk 26 643, nr. 229), in september 2012 met u gedeeld.

1.10. Onderzoek maatschappelijke effecten en aanpak niet goed geregistreerden

Er is een plan van aanpak gemaakt dat als basis zal dienen voor het onderzoek. Gezien de complexiteit van deze materie is er veel aandacht besteed aan de keuze van de partner waarmee het onderzoek uitgevoerd gaat worden. Het onderzoek moet een reëel beeld geven van de aard, omvang en effecten van de niet en verkeerd geregistreerden in de GBA en daarmee gelieerde registraties. Verder moet het onderzoek beter zicht geven op de oorzaken van foute registratie of het ontbreken daarvan – met name waar dat negatieve gevolgen heeft en mogelijke oplossingen aandragen. De inzichten die verkregen worden door dit onderzoek moeten de sleutel vormen tot een set van doeltreffende maatregelen waardoor de kwaliteit van de registratieprocessen verbetert, de uitvoeringskosten voor organisaties lager kunnen worden en betere samenwerking tussen uitvoeringsorganisaties en ketenpartners en een betere dienstverlening aan burgers. De resultaten worden eind 2012 verwacht en met u gedeeld.

1.11. Gerichte adresonderzoeken, inclusief aanpak leegstand

Naar aanleiding van het AO op 30 november j.l. ben ik in overleg getreden met gemeenten, gebruikers en het CBS om een goede invulling te geven aan de toezegging om gemeenten een jaarlijkse steekproef rond adressen te vragen. Ik ben, na overleg met bovenstaande organisaties, tot de conclusie gekomen dat het zinvol is om gericht huisbezoeken af te leggen aan de hand van signalen. Deze signalen haal ik op uit de meldingen van uitvoeringsorganisaties zoals o.a. de belastingdienst, de sociale verzekeringsbank, DUO en UWV. Zij beschikken in bepaalde gevallen soms over meer informatie over de verblijfsplaats. Ook vorm ik een controlegroep waar geen meldingen over zijn en waar wel een huisbezoek wordt afgelegd door gemeentelijke buitendiensten, in samenwerking met medewerkers van genoemde uitvoeringsinstanties.

Het doel is het daadwerkelijk corrigeren van de gegevens in de GBA en het bereiken van een realistisch beeld van de kwaliteit, alsmede het bepalen van een relevante selectiemethodiek van adressen.

Globale planning

De acties die nog lopen krijgen grotendeels in het najaar van 2012 hun beslag. Daarbij hoort ook een traject om gemeenten en gebruikers te ondersteunen bij de implementatie van de maatregelen. In 2013 vinden evaluaties plaats naar de werking van de maatregelen in de praktijk en worden zo nodig aanpassingen gedaan en vervolgacties bepaald. Dit gebeurt in overleg met gemeenten en gebruikers, omdat die hard nodig zijn om uiteindelijk de gewenste kwaliteit te bereiken. Want duidelijk is: kwaliteit kan alleen worden bereikt door goed samen te werken.

2. Reactie op Gateway review modernisering GBA

De modernisering van de GBA is nodig om een toekomstbestendige GBA te ontwikkelen. Dit past in de visie van de overheid op de doelstellingen van de GBA als kwalitatief goede en volledige basisregistratie personen. Om tot een nieuwe basisregistratie personen (BRP) te komen is in 2009 het programma modernisering GBA (mGBA) herstart.

Op 21 mei heb ik uw Kamer het rapport gestuurd van de Gateway Review van april 2012 over het programma mGBA. In de begeleidende brief (Kamerstuk 27 859, nr. 59) heb ik aangekondigd dat u van mij een reactie op het rapport en de aanbevelingen zou krijgen. Hierbij doe ik u mijn reactie toekomen.

Ik herken me in de conclusie van de Gateway Review dat het programma de goede weg is ingeslagen, en dat er punten zijn die dringend aandacht vragen. Ik onderschrijf het overgrote deel van de aanbevelingen. Maatregelen die nodig zijn voor de succesvolle implementatie van het programma zijn of zullen op korte termijn worden genomen. Ik meld u hierbij een aantal aanbevelingen die tot concrete acties leiden.

2.1. Consequent sturen

De aanbeveling om consequent te sturen op product, tijd en geld aan de hand van een overzichtelijke voortgangsrapportage met actuele mijlpalen op de hoofdlijnen van het programma heb ik overgenomen. Hiermee wordt de lijn gecontinueerd, die is ingezet naar aanleiding van de Gatewayreview 2011. Het programma legt in september aanstaande een aantal besluiten voor aan de stuurgroep mGBA, die mij daarover zal adviseren.

2.2. Design Authority

De aanbeveling «Zorg voor bemensing van de Design Authority (DA) met inhoudelijke deskundigheid en autoriteit» is overgenomen en reeds uitgevoerd. De DA bestaat uit deskundigen die over ruim voldoende expertise beschikken en gezamenlijk als autoriteit richting het programma mGBA kunnen optreden. Bij de samenstelling van de DA is een combinatie van inhoudelijke betrokkenheid en deskundigheid van de leden bij de modernisering van de GBA het bepalende criterium geweest.

2.2. Transparantie

Ook is de aanbeveling om de transparantie te vergroten door samenwerking met leveranciers bij de ontwikkeling van een testomgeving al in uitvoering gebracht. Het programma en de leveranciers werken momenteel samen aan de ontwikkeling van centrale BRP-voorziening in combinatie met de BZM (burgerzakenmodules). Dit is de zogenaamde BRPreview, die in juni en september 2012 concreet werkende onderdelen van de BRP zal demonstreren.

2.3. Implementatiestrategie

De aanbeveling om de implementatiestrategie te heroverwegen op de duur van de migratieperiode en de gelijkmatige spreiding van de aansluiting van bronhouders/ gemeenten en afnemers heb ik overgenomen. Op 14 juni jongstleden is een brede bijeenkomst geweest met de stuurgroep, programmabegeleidingsgroep mGBA en het programma waarbij onder andere dit thema is besproken. Daarbij waren vertegenwoordigers van gemeenten en afnemers aanwezig. Na de zomer zal de stuurgroep mGBA mij over de implementatiestrategie adviseren.

Nadat ik kennis heb genomen van de adviezen van de stuurgroep mGBA, zal ik uw Kamer informeren over de stand van zaken van het programma mGBA en eventueel genomen nadere maatregelen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Handelingen TK 2011–2012, 27 859, nr. 50.