Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen
overleg op 3 juli 2008 over het plan LeerKracht.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de MBO Raad en de HBO-raad het Convenant LeerKracht
van Nederland niet hebben ondertekend;Jasper van Dijk
overwegende dat daarmee de salarisverbetering van docenten in gevaar komt;
overwegende dat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een van
de ondertekenaars is van het convenant;
verzoekt de regering, een spoedige invoering van het Convenant LeerKracht
van Nederland te realiseren en daarbij zo nodig de regie zelf in handen te
nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 60(27923).
Begrijpt u het niet, mijnheer Jan Jacob van Dijk?
De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):
Nee, ik begrijp het niet.
De voorzitter:
Als u het serieus niet begrijpt, mag u een vraag stellen.
De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):
Ik begrijp het serieus niet. Het gaat over het woord "regie".
Wat betekent dat? Wat stelt de heer Jasper van Dijk voor met dit woord?
De voorzitter:
Een korte reactie, graag.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat heeft de heer Jan Jacob van Dijk mij vanmiddag tijdens het algemeen
overleg in feite ook al gevraagd. Ik heb toen gezegd dat de minister alles
moet doen om te zorgen dat het convenant wordt ingevoerd. Het gaat om extra
geld voor leraren. Uiteindelijk kan de minister daar zelf ook instrumenten
voor gebruiken. Ik wil hem juist de ruimte laten om dat zelf in te vullen.
De voorzitter:
Dank u wel. U hebt het goed uitgelegd. Kan de minister direct reageren?
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik heb nog een motie. Maar daarna ben ik dan ook klaar, hoor!
De voorzitter:
Ik dacht dat u al klaar was. Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat salarisverbeteringen voor leraren onder de huidige omstandigheden
meer prioriteit hebben dan salarisverhogingen voor bestuurders;
overwegende dat de regering van mening is dat evenwichtige beloningsverhoudingen
en heldere criteria voor de functiewaardering van directie en personeel van
groot belang zijn voor stabiele arbeidsverhoudingen;
constaterende dat de nieuwe beloningsleidraad van de VO-raad hieraan niet
voldoet;
verzoekt de regering, alles in het werk te stellen om te voorkomen dat
de nieuwe beloningsleidraad van de VO-raad wordt ingevoerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Kraneveldt-van
der Veen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 61(27923).
U mag niet naar de bekende weg vragen.
De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):
Nee, nee. Is dit dezelfde motie als de motie waarover afgelopen dinsdag
is gestemd?
De heer Jasper van Dijk (SP):
Nee, dit is bijna dezelfde motie als die waarover afgelopen dinsdag is
gestemd. De motie hangt natuurlijk wel nauw samen met de discussie over geld
voor leraren, dan wel geld voor bestuurders. Ik geef de motie inderdaad wel
een herkansing.
Minister Plasterk:
Voorzitter. Kortheidshalve ontraad ik aanneming van de eerste motie, onder
verwijzing naar de discussie die wij hierover vanmiddag in het algemeen overleg
hebben gevoerd. Ik ontraad ook aanneming van de tweede motie, omdat deze geen
enkel verband heeft met het algemeen overleg zoals wij dat gevoerd hebben.
Naar ik begrijp, wijkt deze motie ook nauwelijks af van een motie waarover
eerder deze week al door de Kamer is gestemd en waarover de regering ook reeds
is geadviseerd. Ik kan op dit moment onvoldoende grond vinden om er anders
op te reageren dan met een ontrading.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik maak één feitelijke correctie: het is geen identieke
motie.
Minister Plasterk:
Dat heb ik ook niet gezegd.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn antwoord. Stemmingen over de motie vinden
hedenavond plaats. Wij gaan verder met het volgende onderwerp zodra de bewindspersoon
binnen is.