30 Bijensterfte

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 16 mei 2013 over bijensterfte.

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken van harte welkom.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Over de bijensterfte hebben wij veel gesproken. De staatssecretaris heeft hard gewerkt in Europa. Maar wat Europa voorstelt, is niet genoeg, vandaar de volgende moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek blijkt dat bepaalde toepassingen van neonicotinoïden en fipronil acute risico's op verhoogde bijensterfte met zich meebrengen;

constaterende dat door gebrek aan gegevens geen enkele toepassing van deze middelen veilig is bevonden;

verzoekt de regering, over te gaan tot een volledig nationaal moratorium op alle neonicotinoïden en op fipronil,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 147 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat lozingen uit de glastuinbouw grote normoverschrijdingen van imidacloprid in het oppervlaktewater veroorzaken;

verzoekt de regering, het verbod op het gebruik van thiamethoxam, clothianidin en imidacloprid ook van toepassing te verklaren op teelten onder glas,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 148 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de teelt van bloemen en bollen die behandeld worden met neonicotinoïden aantoonbaar leidt tot normoverschrijdingen in het oppervlaktewater;

overwegende dat deze normoverschrijdingen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid en voor insecten zoals bijen;

verzoekt de regering, het verbod op het gebruik van thiamethoxam, clothianidin en imidacloprid ook van toepassing te verklaren op de sierbloemen- en bollenteelt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 149 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de teelt van met neonicotinoïden behandelde zaden veel van het bestrijdingsmiddel achterblijft in de bodem en vervolgens wordt opgenomen door andere gewassen en wilde planten;

constaterende dat bijen daardoor nog steeds met neonicotinoïden in aanraking komen;

verzoekt de regering, het verbod op het gebruik van thiamethoxam, clothianidin en imidacloprid ook van toepassing te verklaren op gewassen die nu van dit verbod zijn uitgezonderd omdat zij niet aantrekkelijk zouden zijn voor bijen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 150 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een algeheel verbod af te kondigen op de verkoop van neonicotinoïden aan particulieren, zowel als bestrijdingsmiddel als als biocide,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 151 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het momenteel niet mogelijk is om normoverschrijdingen in het oppervlaktewater te betrekken bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen;

verzoekt de regering, de preregistratietoets op waterkwaliteitsdoelstellingen wederom in te voeren door het oude artikel 2.10, eerste lid, van de regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden terug te plaatsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 152 (27858).

De heer Graus (PVV):

Een heleboel ingediende verzoeken raken een toezegging van de staatssecretaris. Ik neem aan dat de moties worden ingetrokken als de staatssecretaris een en ander toezegt. Waarom? Het gebeurt heel vaak dat wij een motie van de Partij voor de Dieren niet steunen omdat hetgeen waar in de motie om wordt verzocht al is toegezegd of is overgenomen. Vervolgens wordt er een persbericht de wereld ingestuurd met de strekking dat de PVV de motie niet steunt. Ik vind dat het zuiver moet blijven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoop natuurlijk dat de staatssecretaris onze moties omarmt. Het zou nog mooier zijn als ze zegt: overbodig, want ik ga dit al doen. In dat geval trekken wij de moties in. Maar het is altijd goed om de moties van de PvdD te steunen, mijnheer Graus.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik heb twee moties en een opmerking. Ik begin bij de moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onderzoek naar residuen van bestrijdingsmiddelen in de mens van belang is in verband met mogelijke negatieve gezondheidseffecten en bovendien eenvoudig en goedkoop te onderzoeken is;

verzoekt de regering, een onderzoek te starten naar de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen zoals glyfosaat, neonicotinoïden en andere bestrijdingsmiddelen in de mens (bloed, vet, lever, nieren en urine) en de aanwezige concentraties in moedermelk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 153 (27858).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er voldoende wetenschappelijk bewijs is dat ook acetemiprid, thiacloprid, chlorpyriphos, cypermethrin, deltamethrin en fipronil schadelijk zijn voor bijen;

verzoekt de regering, zich ervoor in te zetten, de toelating van deze stoffen in Brussel spoedig op te schorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 154 (27858).

De heer Van Gerven (SP):

De Partij voor de Dieren heeft een motie ingediend over het gebruik van clothianidin, thiamethoxam en imidacloprid. Maar liefst 75% tot 85% van het gebruik van deze stoffen valt buiten de verbodsbepalingen die wij nu hebben ingesteld. De motie-Ouwehand op stuk nr. 150 gaat hierover. Deze wil ik van harte aanbevelen bij de staatssecretaris, omdat wij anders maar half werk verrichten.

De voorzitter:

De moties worden nu rondgedeeld. Ik zie dat de staatssecretaris alle moties heeft, dus het woord is aan de staatssecretaris. Excuses dat het spreekgestoelte niet omhooggaat; dat werkt even niet. De microfoon doet het in ieder geval wel.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Dat het spreekgestoelte niet omhooggaat, overleef ik wel. Ik kan mezelf in ieder geval horen.

Ik geef graag een reactie op de acht ingediende moties, waarvan zes door mevrouw Ouwehand en twee door de heer Van Gerven. Voordat ik dat doe, stel ik vast dat er inderdaad hard gewerkt is, door mijn mensen en door ondergetekende. Wij hebben hard gewerkt om er in Europa voor te zorgen dat wij op dit onderwerp verstandige dingen doen. Dat doen wij op basis van wetenschappelijk bewijs. Dat maakt dat ik mij geremd voel om een aantal van de moties die nu zijn ingediend, te steunen. Ik zal uitleggen waarom.

De Europese Commissie zal een aantal neonicotinoïden verbieden, naar aanleiding van het EFSA-rapport. Zoals de Kamer weet, heb ik het Ctgb gevraagd dit besluit direct te implementeren. Er is op dit moment – ik zeg er wel bij: op dit moment – geen wetenschappelijk bewijs waarmee wij de andere neonicotinoïden kunnen verbieden, maar de EFSA-beoordeling van die twee andere stoffen is op dit moment gaande. De herbeoordeling van de werkzame stof fipronil is inmiddels door de EFSA afgerond en is op 27 mei gepubliceerd. De Europese Commissie zal de bevindingen met de lidstaten bespreken. Intussen heb ik het Ctgb gevraagd om alvast naar de mogelijke gevolgen voor de Nederlandse toelatingen te kijken. Wij proberen dus geen tijd te verliezen en als het ware parallel te werken.

Ik zeg alvast toe – het is mij nog niet gevraagd, maar ik wil dit de Kamer al toezeggen – dat ik in de komende Landbouw- en Visserijraad wederom zal vragen om communautaire actie op het punt van de fipronil indien de herbeoordeling daartoe aanleiding geeft. Dat bespreken wij op dit moment, want het is nog maar net gepubliceerd. Wij zullen ook de repercussies van het verhaal van EFSA moeten bekijken. Dat betekent eigenlijk dat ik motie op stuk nr. 147, zoals die door mevrouw Ouwehand is ingediend, ontraad.

Vervolgens heeft mevrouw Ouwehand in moties op stuk nrs. 148 en 149 aangegeven dat zij een aantal toepassingen die in het besluit van de Europese Commissie zijn toegestaan, alsnog wil verbieden. Ik ontraad die moties, want deze uitzonderingen zijn onderdeel van het besluit van de Europese Commissie. De reden van die uitzonderingen is dat er voor deze toepassing geen blootstelling aan honingbijen te verwachten is. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs om de toepassingen te kunnen verbieden.

Dat geldt in zekere zin ook voor de motie die op stuk nr. 150 is ingediend. Neonicotinoïden hopen zich op in de grond. Ook volggewassen worden daarmee schadelijk voor bijen. Mevrouw Ouwehand vraagt dus om daarom alle toepassingen te verbieden. Er zal door het Ctgb worden gekeken naar de gevolgen van het planten of zaaien van bij-aantrekkelijke volggewassen op percelen waar gecoat zaad heeft gestaan. Daar heeft het ook al naar gekeken. De toelatingen van de drie neonicotinoïden hebben diverse restricties op het wettelijk gebruiksvoorschrift die het risico, zoals dat heet, mitigeren. Een voorbeeld daarvan is de minimale wachttijd tussen het planten of zaaien van het ene gewas en het planten of zaaien van het hierop volgende gewas. Daarmee is er sprake van een acceptabel risico, als een bij-aantrekkelijk volggewas conform voorschrift na de genoemde wachttijd wordt gezaaid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voor de volledigheid wil ik nog meegeven dat de bedoeling van de moties en het verzoek daarin steeds is om te vragen om de reguliere procedure in gang te zetten. Ik hoor de staatssecretaris namelijk steeds zeggen dat er onvoldoende hard bewijs is. Dat hebben wij in het AO gewisseld. De staatssecretaris moet mijn moties zo lezen dat ik haar vraag om de voorbereidingen in gang te zetten zonder juridische consequenties. Ik zou het fijn vinden als zij de moties op die manier beoordeelt.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik begrijp wat mevrouw Ouwehand zegt. Wij hebben in het debat alleen ook steeds gewisseld dat ik ervoor kies om de communautaire route te volgen. Dat is dus een verschil van mening. Ik accepteer dat mevrouw Ouwehand haar moties zo uitlegt. Ik wil hier dus ook wel herhalen dat zij mij dat vraagt, maar zij moet mij toestaan dat ik de communautaire route wil volgen. Nederland moet op dit onderwerp dus geen alleingang voeren. Wij lopen binnen Europa wel voorop om al die onderwerpen steeds te agenderen. Ik wil best toegeven dat zowel mevrouw Ouwehand, als anderen zoals mevrouw Jacobi en de heer Graus daarin natuurlijk een belangrijke rol spelen. Ik moet daarbij de heer Van Gerven niet vergeten. Hij vormt ook een van de driving forces, om het maar zo te zeggen, om dit op de agenda te krijgen.

De voorzitter:

Ik zie de heer Van Gerven staan bij de interruptiemicrofoon, maar hij is geen ondertekenaar van de motie. Ik wil eigenlijk alleen interrupties toestaan als een Kamerlid zelf een motie heeft ingediend.

De heer Van Gerven (SP):

Vanwege motie op stuk nr. 150 heb ik zelf geen motie ingediend, maar ik heb er wel iets over gezegd. Wilt u mij toestaan om daarover nog iets te vragen ter verduidelijking?

De voorzitter:

Een heel korte vraag dan.

De heer Van Gerven (SP):

Van de drie stoffen waarom het gaat in motie op stuk nr. 150, wordt eigenlijk 65% tot 80% uitgezonderd. Kan de staatssecretaris nog ingaan op de route langs oppervlaktewater, dauw en dergelijke? Dat is een van de redenen waarom de SP een uitbreiding wil van het verbod.

Staatssecretaris Dijksma:

Wij hebben ook een route in een aparte discussie over de gewasbeschermingsmiddelen en de gevolgen voor het oppervlaktewater. Dat debat zal de Kamer echter op een ander moment voeren met mij en collega Mansveld. Die twee dingen worden nog weleens gemixt.

Stel dat er problemen zijn voor het oppervlaktewater. Het gaat met name om imidacloprid. In de nota inzake gewasbeschermingsmiddelen hebben we daar aandacht aan besteed. Het gaat hier om het voorstel van de Europese Commissie. De Commissie staat uitzonderingen toe. Mijn voorstel is om dat te volgen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u verdergaat met de advisering over de resterende moties. Als het kan, wil ik graag dat u het kort houdt, want het volgende VAO staat op de agenda.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik doe mijn uiterste best. Zoals u weet, zijn er acht moties ingediend.

Ik ben al bij de vijfde motie. De motie-Ouwehand op stuk nr. 151 is overbodig, want per 1 september gaan we een verbod afkondigen op de verkoop van neonicotinoïden aan particulieren. Wat mevrouw Ouwehand vraagt, gaan we dus gewoon doen.

De motie-Ouwehand op stuk nr. 152 gaat over de gewasbeschermingsmiddelen en de wijze waarop als het ware het oppervlaktewater en de normoverschrijdingen worden gemeten. Mevrouw Ouwehand heeft ons verzocht om de preregistratietoets opnieuw in te voeren. Ik heb de Kamer daarover per brief ingelicht. Het probleem is dat de Europese gewasbeschermingsmiddelenverordening niet toestaat dat bij de toelating wordt getoetst aan de normen op grond van de Kaderrichtlijn Water. Het is een ingewikkeld verhaal. Dat laat onverlet dat het kabinet maatregelen neemt om de doelen voor die Kaderrichtlijn Water te halen. In de nota waar ik net al naar verwees in antwoord op de heer Van Gerven, staat dat we een aantal maatregelen zullen nemen. Het gebruik van 75% driftreducerende spuitdoppen wordt verplicht. Een teeltvrije zone wordt ingesteld. Er komen emissiereducerende plannen. De glastuinbouw wordt ook verplicht aanvullende zuiveringstechnieken toe te passen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb een korte vraag over de motie op stuk nr. 151. De staatssecretaris zegt dat deze motie overbodig is, omdat het kabinet al komt met een verbod op de verkoop van neonicotinoïden aan particulieren. Kan de staatssecretaris hier bevestigen dat het dan gaat om zowel bestrijdingsmiddelen als biociden? Dat laatste had ik nog niet begrepen uit haar brief. In de motie wordt hier namelijk wel om gevraagd.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik stel voor dat ik nog een keer schriftelijk uitleg wat we wel en niet precies gaan doen. Het gaat volgens mij om de drie stoffen waarvan de toepassing nu ook via de Europese Commissie wordt verboden. Wij gaan dus geen middelen verbieden terwijl we nog geen bewijs hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan vraagt deze motie toch om iets anders dan wat de staatssecretaris van plan is. Wij willen namelijk een verbod op de verkoop van neonicotinoïden als geheel aan particulieren. Het gaat hierbij dus zowel om bestrijdingsmiddelen als om biociden. De staatssecretaris gaat dat niet doen. In deze motie wordt dus gevraagd om extra actie.

Staatssecretaris Dijksma:

Dat bespaart mij dan weer een brief. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk op dit punt, maar dan ontraad ik de motie. Ik ga de verkoop van neonicotinoïden aan particulieren wel verbieden, maar dat verbod geldt alleen voor die stoffen waar ik het bewijs al van in handen heb. Mevrouw Ouwehand wil alvast een stapje verder gaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Uiteraard.

Staatssecretaris Dijksma:

We moeten ook wel een beetje van elkaar blijven verschillen.

Ik kom op de motie-Van Gerven op stuk nr. 153. Hierin wordt het verzoek gedaan om nationaal de volksgezondheidsrisico's te onderzoeken. Dat wordt in Europa gedaan. Uiteraard gebeurt dat ook op het gebied van de volksgezondheid. Dat heb ik de heer Van Gerven ook al toegezegd. Bij de toelating bij EFSA moeten studies worden geleverd waaruit blijkt dat er geen effecten zijn op de menselijke gezondheid. EFSA beoordeelt die. Ik ontraad de motie, omdat datgene waar de heer Van Gerven om vraagt al door EFSA wordt getoetst. We zitten niet te wachten op dubbel werk.

De voorzitter:

De heer Van Gerven heeft een korte reactie.

De heer Van Gerven (SP):

Het gaat niet om dubbel werk, maar het gaat erom dat Nederland op het gebied van de tuinbouw een heel bijzondere positie heeft. Zou zo'n onderzoek niet op zijn plaats zijn in bijvoorbeeld het Westland, dus in bepaalde black spots? Dat is dus iets anders dan bij registratie een onderzoek doen.

Staatssecretaris Dijksma:

Het gaat er juist om dat voordat je een stof toelaat op de markt, eerst moet worden beoordeeld of die toelating risico's voor de volksgezondheid met zich brengt. Dat gebeurt. Dat doet de EFSA. Ik vermag dus niet in te zien wat de meerwaarde is van het onderzoek dat de heer Van Gerven vraagt.

De voorzitter:

De laatste motie, op stuk nr. 154.

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb nog een afrondende opmerking. Het is überhaupt niet de bedoeling dat de mens deze stof in zich krijgt, vanwege de werking van het middel. Het gaat erom dat mensen besmet raken als de stof zich verspreid in het milieu, in het water, bijvoorbeeld in een dichtbevolkt gebied met veel tuinbouw, en boven een aanvaardbare drempel komt.

Staatssecretaris Dijksma:

Mijn indruk is dat bij een toelating van een stof door de EFSA juist wordt gecontroleerd op effecten voor de volksgezondheid. Nogmaals, de vraag is wat voor ander onderzoek Nederland dan zou moeten doen dan de EFSA nu al doet op juist dit onderwerp. Ik denk, eerlijk gezegd, dat we dat niet moeten doen.

Ik kom, tot slot, op de motie op stuk nr. 154. De heer Van Gerven vraagt daarin eigenlijk hetzelfde als mevrouw Ouwehand eerder vroeg. Hij vraagt mij ook om als het ware vooruitlopend op Europese besluitvorming de twee stoffen alvast zelf te herbeoordelen. Ik ontraad deze motie. We kaarten al aan in Europa dat er snel moet worden besloten. De EFSA is ook al voor die twee resterende neonicotinoïden aan het werk. Ondertussen hebben wij, dat wil zeggen het Ctgb, alvast gezegd: kijk nu ook wat het voor Nederland zou kunnen betekenen. Harder lopen dan we nu doen, zou ik de Kamer niet willen aanbevelen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zal volgende week dinsdag worden gestemd.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven