Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 80, pagina 6843-6844

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 22 april 2010 over Wabo/omgevingsdiensten.

De voorzitter:

Er heeft zich één spreker voor dit VAO gemeld en dat is de heer Boelhouwer. Ik hoop dat er ten minste vier andere leden in de zaal blijven zodat de heer Boelhouwer een motie kan indienen.

De heer Boelhouwer (PvdA):

Voorzitter. Vanmiddag hebben wij een algemeen overleg gehad over de invoering van de Wabo en de regionale uitvoeringsdiensten. Dat overleg heeft mij aanleiding gegeven tot het formuleren van een motie. Ik vraag daarin met name aandacht voor de kwaliteit van de uitvoering van de Wabo. Zij luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de invoering van de Wabo een gegeven is;

overwegende dat er formeel geen juridische koppeling meer is met de regionale uitvoeringsdiensten;

overwegende dat door het ontbreken van een wettelijke plicht om te komen tot regionale uitvoeringsdiensten het bottom-up proces van VNG, Unie van Waterschappen en IPO om tot robuuste uitvoeringsdiensten te komen een zwaarder accent krijgt;

overwegende dat daarbij geen blauwdruk moet worden opgelegd, maar dat de gesignaleerde problemen bij toezicht en handhaving, zoals fragmentatie en vrijblijvendheid in de samenwerking, informatie-uitwisseling en uitvoering en het kwaliteitsprobleem bij de uitvoering wel moeten worden opgelost;

overwegende dat het ontbreken van een wettelijke plicht dus niet tot vrijblijvendheid kan leiden en dat, als het bottom-up proces niet leidt tot een structurele oplossing van de problemen, een wettelijke verplichting moet worden heroverwogen;

verzoekt de regering, erop toe te zien dat er een structurele oplossing komt voor de problemen bij de uitvoering waarbij de kwaliteit van de uitvoering geborgd wordt en met de koepels een route af te spreken om tot een robuuste structuur van uitvoeringsdiensten te komen en de uitvoering van het omgevingsrecht te laten voldoen aan concrete kwaliteitseisen en over de voortgang hiervan de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Boelhouwer en Wiegman-van Meppelen Scheppink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32(31953).

Mevrouw Neppérus (VVD):

Zit er in de motie zoals de heer Boelhouwer haar geformuleerd heeft, ruimte voor maatwerk bij gemeentes die de zaken wel op orde hebben, aangezien we ook zulke gemeentes hebben?

De heer Boelhouwer (PvdA):

Absoluut. Die gemeentes hebben natuurlijk op gemeentelijke schaal een uitvoeringsdienst. In de motie wordt ertoe opgeroepen om ervoor te zorgen dat die uitvoeringsdienst de waarborgen van kwaliteit heeft. Wij leggen geen verplichtingen op ten aanzien van de wijze waarop de uitvoeringsdiensten in de regio moeten worden ingericht. Die vrijheid hebben de regio's uitdrukkelijk zelf. Als gemeentes ervoor kiezen om dat zelf te doen, dan kan dat ook. Maar er zal kwaliteit geleverd worden waar de burger recht op heeft en die overeenkomt met wat onder anderen door de heer Mans is gesignaleerd en voorgesteld.

Voorzitter: Ten Hoopen

De heer Algra (CDA):

De minister heeft hierover gezegd: laat een volgend kabinet bekijken hoe het er dan voor staat. Ik zou bijna zeggen: hoe het zich ontwikkelt. Natuurlijk moet je dat monitoren en evalueren. Wat is daar op tegen? Vanwaar de haast om nu al dit signaal af te geven met deze motie? Waarom zouden wij niet in alle rust kijken hoe de Wabo en de eventuele totstandkoming van regionale uitvoeringsdiensten zich ontwikkelen?

De heer Boelhouwer (PvdA):

Het antwoord daarop is heel simpel. De minister heeft inderdaad gezegd dat ook de motie van de Eerste Kamer, die niet in strijd is met wat ik nu formuleer, ter beoordeling bij het nieuwe kabinet ligt. Het nieuwe kabinet gaat daarnaar kijken. Ik geef het nieuwe kabinet dan ook mee met deze motie: zorg ervoor dat je het alsnog wettelijk regelt als het niet gaat van onderop, besluit dat nou alvast als nieuw kabinet. Het lijkt mij heel belangrijk om daar niet mee te wachten, om daar niet eerst afspraken over te maken als je dat vervolgens nog een keer moet doen, en om de kwaliteit van de uitvoeringsdiensten te waarborgen met inachtneming van de mogelijkheden om dat eerst op het laagste niveau met gemeentes, provincies en waterschappen gezamenlijk op te lossen. Maar als dat niet goed gaat, zal er een waarborg komen. Dat staat in de motie. Het is goed als het nieuwe kabinet al weet dat het daarmee aan de gang moet. Als het eerst met de uitwerking van de plannen aan de gang moet zoals die nu door de Eerste Kamer zijn behandeld, en daarna nog een keer deze motie zou krijgen, dan is dat gewoon dubbel werk. Daar kunt u ook niet voor zijn.

De heer Algra (CDA):

Nog één keer in de rebound, voorzitter?

De voorzitter:

Nou, als het echt nodigBoelhouwer is ...

De heer Algra (CDA):

Deze motie gaat in mijn beleving wel degelijk verder dan de strekking van de uitspraken van de Eerste Kamer.

De voorzitter:

Afrondend de heer Boelhouwer.

De heer Boelhouwer (PvdA):

Dat is niet zo, in die zin dat er niets aan de hand is als er gewoon geleverd wordt door de regio's, de gemeenten, de waterschappen en de provincies. Maar in het geval dat er niet is geleverd kunnen we niet zeggen: leun maar achterover; we wachten wel af. Daarvoor is de kwestie te urgent.

Minister Huizinga-Heringa:

Voorzitter. In de motie Boelhouwer/Wiegman-van Meppelen Scheppink op stuk nr. 32 wordt de regering verzocht, erop toe te zien dat er een structurele oplossing komt voor de problemen bij de uitvoering waarbij de kwaliteit van de uitvoering geborgd wordt, met de koepels een route af te spreken om tot een robuuste structuur van uitvoeringsdiensten te komen, de uitvoering van het omgevingsrecht te laten voldoen aan concrete kwaliteitseisen en over de voortgang hiervan de Kamer te informeren. Het is zeker mijn intentie om dat te doen. Ik wil ook de brief van het Zeister beraad in mei graag aftikken met de bestuurlijke koepels. Met het IPO en de VNG stellen we ook een werkprogramma op voor de periode 2010 tot 2012. We doen alles om te zorgen dat er voortgang blijft. In die zin zou ik wil zeggen dat de motie ondersteuning van het beleid is. Maar omdat in de overwegingen staat dat mogelijk een wettelijke verplichting moet worden heroverwogen, zou ik willen zeggen: dat is echt een opmerking aan het adres van het nieuwe kabinet. Daarom wil ik het oordeel over deze motie overlaten aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister. We zullen straks over de ingediende motie stemmen.

De vergadering wordt van 18.02 uur tot 18.30 uur geschorst.