Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 103, pagina 7417-7418

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 25 juni 2008 over Stimulering duurzame energieproductie.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gewijzigde motie-Van der Vlies (31239, nr. 25) betreffende het extra stimuleren van vaste biomassa-installaties en covergistingsinstallaties van mest door een grote meerderheid van de Kamer is aangenomen;

constaterende dat de minister van Economische Zaken de Kamer bij brief (31239, nr. 28) en in verschillende debatten heeft aangegeven dat zij niet voornemens is om deze motie uit te voeren;

spreekt als haar wens uit dat de regering de gewijzigde motie-Van der Vlies alsnog uitvoert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33(31239).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het coalitieakkoord is vastgelegd dat de nieuwe SDE-regeling in het bijzonder kleine ondernemers zou stimuleren en hen investeringszekerheid zou bieden;

van mening dat een brede spreiding onder de gestimuleerde kleine ondernemers wenselijk is, inclusief de initiatiefnemers voor een kleine covergistingsinstallatie voor mest;

verzoekt de regering, als volgend jaar blijkt dat de doelstelling voor deze groep kleine ondernemers onverhoopt niet gehaald wordt, het programma alsnog aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34(31239).

Minister Van der Hoeven:

Voorzitter. Ook over deze onderwerpen hebben wij uitvoerig van gedachten gewisseld met elkaar. Laat ik beginnen met de eerste motie. Ik vind het niet helemaal correct wat er staat. De heer Van der Vlies weet precies hoe het debat is verlopen. Er lagen twee moties. De ene motie was van de heer Van der Vlies, de tweede motie was om ervoor te zorgen dat er meer Megawatt werd gerealiseerd. Het is niet mogelijk om beide te realiseren. Dat bijt elkaar. Ik heb tijdens het algemeen overleg tegen de Kamer gezegd dat men kon kiezen. Of wij zorgen ervoor dat er meer Megawatt worden gerealiseerd met het extra budget, of wij zorgen ervoor dat er meer geld gaat naar de vergisters, waarbij er in feite minder Megawatt wordt gerealiseerd. De Kamer was hierin heel helder en wilde dit niet. Dat is de reden dat de motie-Van der Vlies niet is uitgevoerd. Het ligt dus aan uw Kamer dat ik dat niet heb gedaan. Ik heb die keuze heel duidelijk aangegeven in het algemeen overleg.

Aan de andere kant speelde nog iets anders, namelijk de kostprijs en het accepteren van 12 of 15 cent als onrendabele top. De waardering van digestaat is heel bepalend voor de kostprijs. De SDE heeft geen invloed op die waardering. De minister van Landbouw heeft de Kamer onlangs bij brief geïnformeerd welke initiatieven er lopen om digestaat een hogere waarde te geven. Ik wacht de uitkomst van die initiatieven uiteraard met spanning af.

Wanneer het digestaat in de toekomst een hogere waarde krijgt, zal het nu verhogen van het basisbedrag leiden tot overstimulering. Dat acht ik ongewenst. Ik heb aangegeven dat het verhogen van het basisbedrag voor covergisting binnen het beschikbare budget ten koste gaat van andere, perspectiefrijkere organisaties binnen de SDE. Uw Kamer wilde dat niet. Ik heb dus uitgevoerd wat uw Kamer wilde, ondanks het feit dat er een motie lag die iets anders vroeg. Ik vind het dus niet verstandig om het basisbedrag te verhogen. Ik ga dat ook niet doen. Als ik de ene wens van de Kamer uitvoer, kan ik een andere wens van de Kamer niet uitvoeren. Die bijten elkaar. Ik ontraad de aanneming van deze motie, die haaks staat op datgene wat uw Kamer mij heeft meegegeven tijdens de debatten over de SDE-regeling.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik ga op dit late uur niet uitvoerig meer de discussie overdoen. De minister zegt bij herhaling dat de Kamer iets heeft uitgesproken. Dat betwist ik. Anders zou ik deze motie niet hebben ingediend. Wat is er gebeurd? De motie, genoemd in deze motie, is door de Kamer aanvaard. Inderdaad hebben twee woordvoerders van fracties die voor die motie hadden gestemd in het algemeen overleg bij herhaling gezegd dat zij hun steun introkken. Daarmee blijven alle andere fracties over die voor de motie waren. Zij hebben dit in beraad genomen. Deze motie is ervoor bedoeld om een conclusie te trekken. Dat is inderdaad de simpele werkelijkheid. Dat moet de minister mij niet kwalijk nemen. Dit is gewoon een correct politiek moment, namelijk het aftikken van een aanvaarde motie, die om zekere opgegeven redenen niet door u in uitvoering wordt genomen. De Kamer heeft naar u geluisterd. Nu zal straks blijken dat een meerderheid vindt dat de motie-Van der Vlies een aardig idee is, maar toch maar niet moet worden uitgevoerd. Dat is een politiek feit. Dat zal donderdag bij de stemming blijken, maar niet eerder. U kunt dus niet zeggen dat de Kamer u een andere opdracht heeft gegeven.

Minister Van der Hoeven:

Ik heb natuurlijk ook te maken met de Kamer die tijdens het algemeen overleg duidelijk heeft aangegeven in welke richting men wil dat ik zaken doe. Dat betekent dus ook dat het budget voor de covergisting op dit moment vaststaat en dat een hoger bedrag voor de covergisting binnen dat budget moet vallen. Daardoor kunnen er minder covergisters in aanmerking komen voor subsidie. De Kamer moet zich realiseren dat dit de consequentie is van het aannemen van deze motie. Het aannemen betekent dat niet het gewenste aantal megawatts van covergisting kunnen worden gerealiseerd, omdat er meer geld per covergister moet worden uitgekeerd. Het is dus duidelijk dat ik de Kamer het aannemen van deze motie ontraad.

Ik kom op de tweede motie van de heer Van der Vlies. Daarin wordt gevraagd om een en ander te heroverwegen als blijkt dat de situatie volgend jaar echt anders is dan ik inschat. Ik heb al aangegeven dat ik dat zal doen. In de motie staat dat het programma dan alsnog moet worden aangepast. Dat is een iets andere formulering dan ik heb gebruikt. Tijdens het algemeen overleg heb ik toegezegd dat ik volgend jaar, gegeven de omstandigheden die zich dan voordoen, opnieuw zal bezien hoe wij met de covergisters moeten omgaan. Als dit de strekking is van de motie, laat ik het oordeel over aan de Kamer. Als de strekking van de motie een andere is, hoor ik dat nu graag.

De voorzitter:

Ik zie niemand naar de microfoon komen, dus wij kunnen aannemen dat men instemt met de uitleg van de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, over de ingediende moties aanstaande donderdag te stemmen.

Daartoe wordt besloten.