Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 103, pagina 7415-7417

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 26 juni 2008 over de beleidsbrief ruimtevaart.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering het NIVR (Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart) wil opheffen en de activiteiten gesplitst wil onderbrengen;

overwegende dat activiteiten in de sectoren ruimtevaart en luchtvaart elkaar zowel overlappen als versterken en dus niet moeten worden gesplitst en bij verschillende organisaties moeten worden ondergebracht;

spreekt als haar mening uit dat het NIVR niet moet worden opgeheven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Aptroot en Van der Ham. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38(24446).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de lucht- en ruimtevaartindustrie in Nederland een omzet heeft van 2,3 mld., 14.000 medewerkers werk biedt en jaarlijks 5% groeit;

voorts constaterende dat deze sector voor de innovatie van onze industrie van groot belang is en ook veel mkb-bedrijven omzet- en innovatiemogelijkheden biedt;

overwegende dat extra inzet nodig is om Estec in Noordwijk, de grootste vestiging van ESA (European Space Agency), te versterken;

verzoekt de regering, het jaarlijkse budget voor lucht- en ruimtevaart met 10 mln. te verhogen en dit te dekken door een verlaging met 10 mln. van de personele en materiële uitgaven van SenterNovem,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Aptroot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39(24446).

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een van de doelstellingen van de Europese Unie is om ruimtevaart in te zetten voor veiligheid en defensie;

voorts overwegende dat Frankrijk als nieuwe EU-voorzitter in gaat zetten op het versterken van politieke en veiligheidsdimensies op het gebied van het Europees ruimtevaartbeleid;

verzoekt de regering om voor 1 september 2008 inzichtelijk te maken op welke wijze informatie verkregen uit grootschalige ruimtevaartprojecten zoals Galileo en GMES kan worden gebruikt voor defensiedoeleinden binnen de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40(24446).

De heer Hessels (CDA):

Voorzitter. Het is fijn dat wij zelfs tijdens deze lange dagen nog over ruimtevaart kunnen spreken als alle sterren en planeten te zien zijn. Ik dien één motie in.

De Kamer,

gehoord de Hesselsberaadslaging,

constaterende dat de uitvoering van het ruimtevaartbeleid tekortschiet in effectiviteit en transparantie en dat de synergie tussen het lucht- en ruimtevaartbeleid en de rest van het innovatiebeleid kan worden versterkt;

constaterende dat de regering voornemens is daartoe de ruimtevaartactiviteiten te bundelen in het NSO, alsmede het NIVR te integreren binnen SenterNovem;

voorts constaterende dat dit leidt tot een organisatorische splitsing tussen lucht- en ruimtevaartactiviteiten;

van mening dat de inhoudelijke kruisbestuiving tussen lucht- en ruimtevaartactiviteiten geborgd moet blijven;

verzoekt de regering, te waarborgen dat het beleid voor het luchtvaartcluster onverkort wordt voortgezet, de zichtbaarheid van de uitvoering van het luchtvaartbeleid en de kruisbestuiving tussen lucht- en ruimtevaart hierdoor geen nadeel ondervindt en de Kamer hierover jaarlijks bij de begroting te rapporteren uitgaande van de nulmeting die voor opsplitsing van het NIVR gedaan is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Hessels en Besselink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41(24446).

De heer Aptroot (VVD):

Het is een boel tekst. Is de heer Hessels voor of tegen het opheffen van het NIVR? Daar gaat het in feite om.

De heer Hessels (CDA):

Wij ondersteunen het onderbrengen van het NIVR bij SenterNovem.

Minister Van der Hoeven:

Voorzitter. Ik zal mij houden aan het kerstregime en alleen ingaan op de moties die zijn ingediend. Tenslotte hebben wij hierover een lang en goed debat gevoerd.

De leden Aptroot en Van der Ham willen dat het NIVR niet wordt opgeheven, maar dat druist rechtstreeks in tegen het voorgestelde beleid. Wij hebben tijdens het debat uitgebreid aandacht besteed aan de vraag waarom ik vind dat het NIVR, als het wordt ondergebracht bij SenterNovem, beter, efficiënter en effectiever zijn taak kan uitoefenen. Daarom ontraad ik de aanneming van deze motie.

Dan kom ik op de motie van de heer Aptroot over het lucht- en ruimtevaartbudget. De heer Aptroot heeft volkomen gelijk op het punt van het belang van de ruimtevaartsector en de lucht- en ruimtevaartindustrie in Nederland. Ik kan mij iets voorstellen bij een verhoging van het jaarlijkse budget met 10 mln., maar ik kan dat bedrag natuurlijk niet halen uit de personele en materiële uitgaven van SenterNovem, want dan kan een aantal programma's niet door SenterNovem worden uitgevoerd. Het is niet alleen zo dat SenterNovem personeelskosten en materiële kosten heeft; deze zijn ook gerelateerd aan de programma's. Daarbij is het zo dat SenterNovem voor ongeveer 50% ook opdrachten uitvoert voor andere departementen. Ook om die reden is deze motie gewoon onuitvoerbaar. Maar nogmaals, als de heer Aptroot ergens anders 10 mln. weet te vinden, geef ik misschien een heel ander advies. Nu ontraad ik echter de aanneming van deze motie.

De heer Aptroot (VVD):

Bij SenterNovem groeit de formatie harder dan de omzet, zeker als je die voor de inflatie corrigeert. Het wordt een heel grote, logge, bureaucratische club. Laten wij hen nu eens dwingen om efficiënt te werken, door gewoon 10 mln. weg te halen.

Minister Van der Hoeven:

Ik ben het er zeer mee eens dat men efficiënter werkt, dus dat is het punt niet, maar SenterNovem werkt niet alleen voor Economische Zaken, maar voert ook projecten uit voor VROM, Verkeer en Waterstaat en noem maar op. De formatie moet daarop worden aangepast, want anders lukt het gewoon niet. Als wij het anders gaan doen, betekent dit dat er daarnaast weer nieuwe uitvoeringsorganisaties worden opgetuigd. U hebt zelf mij de opdracht gegeven om een en ander te stroomlijnen en ervoor te zorgen dat de uitvoering redelijk is en dat leesbaar is wat er van mensen wordt gevraagd. Ook hebt u mij gevraagd, ervoor te zorgen dat zaken die maar een keer uitgevoerd hoeven te worden ook daadwerkelijk een keer uitgevoerd worden. Daar heb ik wel een fatsoenlijke uitvoeringsorganisatie voor nodig. Ik ontraad daarom de aanneming van de motie.

Dan kom ik op de motie van mevrouw Gesthuizen. Volgens mij heb ik toegezegd wat er in de motie wordt gevraagd. In de brief voor de ESA-ministersconferentie die ik in september of oktober naar de Kamer stuur, zal ik inzichtelijk maken op welke manier Galileo en GMES, ondergebracht bij een civiele organisatie, eventueel ook kunnen worden ingezet in opdracht van Defensie. Ik heb daarover een toezegging gedaan, dus deze motie is volkomen overbodig.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik heb de toezegging tijdens het algemeen overleg niet zo opgevat, maar als u nu zegt: dit is exact mijn toezegging, dan trek ik de motie uiteraard in.

Minister Van der Hoeven:

Ik gebruik uiteraard mijn eigen woorden. Ik zal helder maken op welke manier de verhouding wordt vormgegeven tussen enerzijds de civiele organisatie waaronder Galileo en GMES vallen en anderzijds datgene wat er voor Defensie kan worden gebruikt. Daar zit een schot tussen. Dat is anders, zoals ik al in het algemeen overleg heb gezegd, dan de Amerikaanse situatie waarin eigenlijk alles is ondergebracht bij een defensieorganisatie en het gevaar dat u schetst veel meer aanwezig is dan in deze organisatie. Ik kom erop terug in mijn brieven over de Joint Space Council en de ESA-ministersconferentie. Daar hoort dit bij thuis.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik heb even niet meer helder op mijn netvlies staan wanneer die brief over de ESA-ministersconferentie zou komen. Is dat begin september?

Minister Van der Hoeven:

Nee, niet begin september. De ESA-ministerconferentie is in november. Eind september of begin oktober, na de Joint Space Council, komt de brief over de ESA-ministersconferentie.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik trek mijn motie in.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Gesthuizen (24446, nr. 40) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Van der Hoeven:

Wat in de motie van de heer Hessels en mevrouw Besselink wordt gevraagd, is precies de bedoeling. Het beleid voor het luchtvaartcluster moet onverkort worden voortgezet. De zichtbaarheid moet aanwezig blijven. Er moet geen nadeel ontstaan voor de luchtvaart en de ruimtevaart van de organisatie zoals wij die nu voorstaan. Ik ben graag bereid om de Kamer daarover jaarlijks bij de begroting te rapporteren, uitgaande van de nulmeting die voor de opsplitsing van het NIVR is gedaan. Ik heb deze toezegging niet gedaan in het algemeen overleg. Daarom laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aanstaande donderdag zal worden gestemd over de ingediende moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.