Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 103, pagina 7335-7337

Vragen van het lid Van Bochove aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat blanke Nederlanders op Curaçao door demonstranten in elkaar zijn geslagen.

De heer Van Bochove (CDA):

Voorzitter. De krant van zondag kopte met "Betogers Curaçao richten zich tegen Nederlanders". Een politieke betoging mondt uit in een jacht op blanke Nederlanders, een volstrekt bizarre situatie in het Koninkrijk der Nederlanden. De oppositie op Curaçao die altijd de mond vol heeft van al dan niet vermeend raciaal gedrag in Nederland en daar altijd op hoge toon schande van spreekt – twee weken geleden nog tijdens het Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties – veroorzaakt een klopjacht op Nederlandse stagiaires. Over raciaal gedrag gesproken! De gezaghebber van Curaçao roept Nederlanders op voorzichtig te zijn. Wat een gotspe, in je huis blijven! In plaats van oproepen moet mevrouw Dindial optreden! Gekker dan nu kan het niet.

Nu er een ernstig gewond slachtoffer is, gedraagt een deel van de oppositie zich als bisschoppen, zoals iemand van het eiland mij nog dit weekend zei. Ergerlijker kan het niet.

Wat doet de Nederlandse regering, wat doet de staatssecretaris om ervoor te zorgen dat Nederlanders, en helaas moet ik dat preciseren, dat blanke Nederlanders op Curaçao worden beschermd tegen raciaal geweld en terreur? Op welke wijze is daarover contact met de regering van de Nederlandse Antillen? Hoe heeft de Nederlandse regering de gezaghebber duidelijk gemaakt dat hier dient te worden opgetreden in plaats van oproepen om voorzichtig te zijn, met andere woorden, om maar even binnen te blijven?

Blijkt uit deze gebeurtenis niet dat de oppositie misbruik maakt van het gebrek aan kennis over de slotakkoorden bij een deel van de bevolking en de gevolgen daarvan? Welke maatregelen worden nu eindelijk eens genomen om die informatiestroom naar die burgers te verbeteren?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Mevrouw de voorzitter. Allereerst wil ik zeggen dat ik deze ontwikkeling op Curaçao zorgelijk vind. Die ontwikkeling was het gevolg van de stemming in de Eilandsraad over de algemene maatregel van bestuur Financieel toezicht. Veertig demonstranten hebben zich donderdagavond gewelddadig gericht tegen Europese Nederlanders. Overigens wijs ik erop dat een Curaçoaër met een lichte huid is geraakt door een steen op het achterhoofd en daardoor met een schedelbasisfractuur in een ziekenhuis moest worden opgenomen. Het lijkt mij goed om er nog eens op te wijzen dat er ook blanke Curaçoaërs zijn.

Nogmaals, ik vind het zorgelijk wat er is gebeurd. Ik heb onmiddellijk contact opgenomen met de minister-president van de Nederlandse Antillen. Ik heb gevraagd naar haar reactie en naar haar contact met de gezaghebber. Zoals bekend is het een zelfstandig land. Dit contact beperkt zich niet alleen tot de oproep om thuis te blijven. De Nederlands-Antilliaanse regering heeft de gebeurtenis scherp veroordeeld. Zij heeft daarover een persverklaring uitgegeven. Die kan ik aan de Kamer toesturen. Men vindt het beneden alle peil, om het in mijn woorden te zeggen.

Naar mijn waarneming is er adequaat opgetreden. Ook de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen heeft zijn assistentie aangeboden. Er leek ook voldoende politie op de been te zijn geweest. De heer Van Bochove heeft gelijk als hij zegt dat de rol van sommige politieke leiders op Curaçao op zijn minst dubieus kan worden genoemd. Ik ga er echter van uit dat dit geweld tot een incident beperkt blijft en dat alle politieke leiders op Curaçao en de Antillen hun verantwoordelijkheid nemen om hun aanhangers tot rust te manen.

Zoals bekend is de voorlichting op Curaçao een zaak van de mensen op het eiland. Ik heb al beloofd dat ik een actieve rol zal spelen in de voorlichting aan de bewoners van de BES-eilanden (Bonaire, Saba en St. Eustatius). Ik ben van plan om aanstaande maandag af te reizen naar deze drie eilanden om nog eens persoonlijk aandacht aan de voorlichting te besteden. Overigens ondersteunen wij de eilandbestuurders van Curaçao en St. Maarten om adequate voorlichting te kunnen geven.

Ik betreur met de minister-president van de Nederlandse Antillen dat een dergelijke situatie kon ontstaan.

De heer Van Bochove (CDA):

De staatssecretaris zegt dat er mooie verklaringen zijn afgegeven en dat iedereen het erg vindt, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Het is eigenlijk nog erger dan ik tot nu toe dacht, want de staatssecretaris zegt dat er voldoende politie op de been was. Dan is mijn concrete vraag wat er nu zal gebeuren om herhaling van deze situatie in de nabije toekomst te voorkomen. Welke maatregelen worden er genomen? Hoe is de staatssecretaris daarbij betrokken? Hoe kan worden verklaard dat als er inderdaad voldoende politie op de been was, deze actie met kennelijk slechts veertig mensen zo heeft kunnen ontaarden dat er slachtoffers zijn gevallen? Het is voor mij volstrekt niet interessant waar het slachtoffer vandaan komt. Het is van de gekke dat dit soort situaties zich daar voordoen.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Voorzitter. Ik deel de kwalificatie die de heer Van Bochove gebruikt voor de gebeurtenis op Curaçao, zij het in iets andere woorden. Ik heb dit in eerste termijn duidelijk gezegd. Ook de regering van de Nederlandse Antillen heeft met hevige afschuw en verontwaardiging kennis genomen van wat zich heeft voorgedaan. Ik heb al toegezegd dat ik de persverklaring aan de Kamer zal doen toekomen. Verder wordt er natuurlijk regulier onderzoek verricht naar de ongeregeldheden. Er was politie op de been en naar alle waarschijnlijkheid volgen er nog arrestaties, zoals het er nu naar uitziet. Men doet er alles aan om herhaling te voorkomen; ik heb daar steun voor toegezegd als die nodig is. Het is evenwel een zelfstandig land met een zelfstandige politie. Waar nodig biedt Nederland ondersteuning. Daar is nog niet om gevraagd en die is ook nog niet noodzakelijk. Ik heb namens de Nederlandse regering ondersteuning aangeboden in het geval er grootschalig moet worden opgetreden.

De heer Remkes (VVD):

Mevrouw de voorzitter. Ik vind het allemaal prima. Mij is ook opgevallen dat de politiek daar op gepaste wijze afstand heeft genomen. Ik vind dat positief. In dit concrete geval ben ik echter maar in één ding geïnteresseerd, namelijk of er adequaat opgespoord wordt en of er adequaat vervolgd wordt. De staatssecretaris doet mij een plezier als zij in de richting van Curaçao duidelijk maakt dat dat in dit geval dient te geschieden.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Voorzitter. Ik heb daar geen misverstand over laten bestaan. Ik deel het standpunt van de heer Remkes helemaal. Ik heb net ook gezegd dat ik er alle vertrouwen in heb dat op dit moment goed aan opsporing wordt gewerkt. Ik heb net zelfs gemeld dat arrestaties niet worden uitgesloten. Dat betekent dat ik dezelfde lijn volg.

De voorzitter:

Zowel mevrouw Van Gent als de heer Brinkman staat voor de interruptiemicrofoon. Ik zag niet wie zich als eerste meldde.

De heer Brinkman (PVV):

Dames gaan voor.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik had het ook niet gezien. Dank u wel.

Voorzitter. Het moet helder zijn: de schuldsanering op de Antillen is niet ingezet om de bevolking dwars te zitten maar om hen een betere start te geven in de nieuwe situatie. Aanzetten tot haat mag nooit worden toegestaan. Ik vind dan ook dat hard moet worden ingegrepen. Er worden beelden geschetst van het Nederlandse parlement en de bewindspersoon die in mijn ogen te ver gaan. Het idee is dat wij als koloniale, vreselijke mensen tekeer gaan en het slechter willen voor de mensen op Curaçao en de Antillen, wat natuurlijk niet het geval is. Voorlichting is dus essentieel. Ik geef de staatssecretaris daarbij mee dat het niet uitmaakt of het een blanke, zwarte, grijze of bruine Curaçoaër is. Het gaat er natuurlijk om dat mensen op Curaçao, de Antillen en Aruba gewoon veilig op straat kunnen lopen zonder aangevallen te worden. Ik hoop dat zij dit met mij eens is.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Voorzitter. Ik ben dat volledig met mevrouw Van Gent eens.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Er wordt hier een prachtig mooi toneelspelletje opgevoerd. Informatiestromen, mensen voorlichting geven, kijken of mensen vervolgd gaan worden op die corrupte eilanden; wij weten allemaal waar dat toe leidt. En passant gaat de staatssecretaris, om te laten zien dat zij betrokken is, nog even op dienstreis naar de Antillen. Ik weet een heel simpele oplossing: als men überhaupt nog aanspraak wil maken op één eurocent van Nederland, dan laat men de mariniers toe. Mariniers in Willemstad, patrouillerend door de straten, zodat mensen niet weer worden aangevallen dit weekend. Ik krijg namelijk tientallen e-mails van verontruste Nederlandse burgers en van autochtone Antillianen. Zij zeggen: het is explosief hier, het gaat dit weekend weer gebeuren. Ik wil dat de staatssecretaris die mensen beschermt in plaats van dat zij aankomt met informatiestromen en voorlichting.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Voorzitter. Mijnheer Brinkman weet best hoe de verantwoordelijk­heidsverdeling in het Koninkrijk is geregeld. Hij weet naar ik aanneem als geen ander dat de aansturing van de politie allereerst behoort tot de mensen op de Antillen. Ik heb hen ook opgeroepen om adequaat op te treden en voldoende mensen op de been te hebben.

De heer Brinkman (PVV):

Men stond erbij en keer ernaar.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Nee, er waren mensen op de been en er wordt onderzoek verricht. De zaak wordt aangepakt; arrestaties worden niet uitgesloten. Ik heb begrepen dat er voldoende mensen zijn om te beschermen. Desgevraagd is Nederland bereid om verdere ondersteuning te bieden. Net zoals aan gene zijde van de oceaan geen oproepen moeten worden gedaan die tot escalatie aanleiding kunnen geven, doe ik ook hier het verzoek om geen oproepen te doen die tot escalatie aanleiding kunnen geven.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Haat zaaien en rellen horen nergens in het Koninkrijk thuis. Ik hoor de staatssecretaris zeggen dat er tot op heden nog geen arrestaties zijn verricht. Kan de staatssecretaris toelichten waarom dat nog niet is gebeurd? Is het zeker dat een en ander zich niet zal herhalen? Met andere woorden: kunnen wij nog met een gerust hart op vakantie, als wij onze vakantie daar al hebben geboekt? Wij waren erg geschokt door het nieuws dat wij zondag uit de krant mochten vernemen. Een herhaling mag niet plaatsvinden.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

Ik kan niet helemaal beoordelen waarom het nog niet tot arrestaties is gekomen. Ik zal er nog eens naar informeren, maar het is de taak van de politie daar om het goed te regelen. Het is de taak van de bestuurders en van de regering van het land Nederlandse Antillen om de veiligheid van iedereen, ook van Europese Nederlanders, te garanderen. Indien nodig en desgevraagd zullen wij ondersteuning leveren, maar dat is ons nog niet gevraagd.

De heer Van Raak (SP):

De rellen hebben te maken met het financieel toezicht. Ik heb dat bestudeerd en vond het bijzonder gematigd en voorzichtig. Ik kan mij niet voorstellen dat dit moet leiden tot rellen en geweld en zelfs tot racistisch geweld. Wat zegt dat over de status van de onderhandelingen en over het draagvlak voor een grotere onafhankelijkheid en meer toezicht op Curaçao? Gaat het om een groepje van veertig en om een geïsoleerde gebeurtenis, of broeit er iets onder de bevolking? Broeit er ontevredenheid en is er weinig draagvlak voor de onderhandelingen? Als dat laatste het geval is, wat zegt dit dan over de status van de onderhandelingen?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten:

De besluitvorming heeft in de Eilandsraad plaatsgevonden. Met een meerderheid van stemmen is het besluit over het financieel toezicht aangenomen. Er is dus voldoende draagvlak voor. Wat de status van de onderhandelingen betreft wijs ik u erop dat de bevolking van Curaçao in een referendum heeft gekozen voor de huidige status. Dit geldt ook voor andere eilanden. Het is vastgelegd in de slotakkoorden en wij werken nu verder aan het traject van staatkundige veranderingen. Er is draagvlak voor bij de bevolking. Net zoals er aan deze kant van de oceaan wel eens wat opruiende taal wordt gebezigd, gebeurt dat ook aan de andere kant wel eens. Voor zover ik het persoonlijk kan overzien blijft een en ander beperkt tot een kleine groep, die wel steeds agressievere middelen gebruikt.