Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 34, item 69

69 Natuur

Aan de orde is het VAO Natuur (AO d.d. 22/06).

De voorzitter:

We gaan tot slot door naar het laatste VAO: het VAO Natuur. Ik geef graag de heer Wassenberg het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik heb drie moties. Die zal ik zo snel mogelijk voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat volgens de VN het vergroten van het aandeel natuur een belangrijke bijdrage levert aan het herstel van de biodiversiteit;

constaterende dat de Nederlandse natuur zwaar onder druk staat door onder meer versnippering;

verzoekt de regering maatregelen te treffen voor het versneld aaneensluiten en vergroten van de natuurgebieden in Nederland,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 203 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland zich inspant voor het afschaffen van milieuschadelijke subsidies;

verzoekt de regering alle subsidies die van negatieve invloed zijn op de Nederlandse biodiversiteit en natuur in kaart te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 204 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet jaarlijks over de staat van de Nederlandse biodiversiteit en natuur rapporteert, onder andere in het kader van het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties;

constaterende dat de website biodiversiteit.nl het communicatiemiddel van de Nederlandse overheid is;

constaterende dat de website biodiversiteit.nl niet of nauwelijks wordt bijgehouden en schijnbaar niet gelinkt is aan de Rijksoverheid;

verzoekt de regering de website biodiversiteit.nl te updaten en halfjaarlijks bij te houden, zodat in één oogopslag de stand van Nederlandse biodiversiteit en natuur ten opzichte van de te behalen doelen te zien is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 205 (33576).

Dank u wel. Dan heb ik de heer De Groot als tweede spreker genoteerd staan.

De heer De Groot (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering Nationale Parken heeft opgeroepen om met plannen te komen om natuur en economie beter met elkaar te verbinden;

overwegende dat de meeste Nationale Parken nu met ambitieuze plannen zijn gekomen met een groot draagvlak bij alle betrokkenen;

overwegende dat Nationale Parken geen belemmerende regels toevoegen op het gebied van natuur, maar kansen bieden aan ondernemers;

overwegende dat de betrokken partners bij Nationale Parken in gezamenlijkheid een standaard hebben opgesteld die zou kunnen bijdragen aan een nog vast te stellen kwaliteitslabel;

overwegende dat er bij ondernemers en andere betrokkenen behoefte is aan duidelijkheid over het kwaliteitslabel "Nationale Parken";

verzoekt de regering om duidelijkheid te bieden door een kwaliteitslabel Nationale Parken vast te stellen en daarbij de bestaande standaard te benutten en te bekrachtigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 206 (33576).

De heer De Groot (D66):

Dan twee moties over het Caribisch gebied.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op de eilanden in Caribisch Nederland tienduizenden loslopende dieren lopen;

overwegende dat deze dieren de eilanden kaal eten en de aangroei verhinderen van bomen, struiken en gras;

overwegende dat op Saba en Sint-Eustatius goede vorderingen zijn gemaakt maar dat op Bonaire nog werk aan de winkel is;

verzoekt de regering om op Saba en Sint-Eustatius alle wilde loslopende grazers en invasieve soorten die flora en fauna bedreigen onder controle te hebben voor 2025, en op Bonaire voor 2030,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Groot en Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 207 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wanneer geen actie wordt ondernomen het koraal in Caribisch Nederland over vijf tot tien jaar verdwenen kan zijn;

constaterende dat volgens het Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland de streefdoelen voor koraalbedekking pas worden vastgesteld in 2024;

verzoekt de regering de streefdoelen voor koraalbedekking op de eilanden medio 2021 vast te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden De Groot en Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 208 (33576).

De heer De Groot (D66):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan kijk ik naar mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de natuur in Caribisch Nederland al jaren in zeer slechte staat verkeert;

constaterende dat het Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland ambitieuze doelen bevat voor 2030 maar weinig inzicht geeft in de manier waarop de beoogde resultaten bereikt zullen worden;

overwegende dat voor de uitwerking van het beleid verwezen wordt naar de uitvoeringsagenda's die per eiland worden opgesteld en dat de ambities van deze plannen daarmee bepalend zijn voor het slagen van natuurherstel;

verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitvoeringsagenda's per eiland zodra deze zijn opgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet en De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 209 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Rijksvastgoedbedrijf beschikt over ruim 40.000 hectare agrarische grond;

constaterende dat het mogelijk is om randvoorwaarden te stellen aan de grond die door het Rijksvastgoedbedrijf wordt verpacht;

overwegende dat glyfosaathoudende middelen negatieve effecten kunnen hebben op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in de omgeving;

verzoekt de regering glyfosaathoudende middelen op gronden van het Rijksvastgoedbedrijf te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 210 (33576).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Tot slot, voorzitter. Ik heb een jaar geleden een motie ingediend om de verkoop van de Japanse duizendknoop te verbieden. Ook is er een probleem met de watercrassula, dus ik dacht: dan doen we deze dit jaar.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de watercrassula zich als een invasieve exoot vestigt en daarmee inheemse waterplanten en bijbehorende insecten en dieren verdringt;

overwegende dat deze plant gewoon nog verkocht wordt in tuincentra en (online) plantenwinkels;

verzoekt de regering de verkoop van watercrassula per 1 maart 2021 te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 211 (33576).

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Von Martels. Er zijn in deze zeven VAO's al meer dan 53 moties ingediend. Ik geef het u even mee. Het lijkt wel alsof we de begroting Landbouw opnieuw doen! Gaat uw gang, meneer Von Martels.

De heer Von Martels (CDA):

Het zijn wel zes onderwerpen, voorzitter. Het volgende onderwerp dat ik wil aanstippen tijdens dit VAO Natuur zijn de wolven. Ik heb twee wolvenmoties. Want anno 2020 kun je bijna in je eigen achtertuin een wolf aantreffen. Ook in de nieuwbouwwijken zie je tegenwoordig wolven. Wat dat betreft weten wolven van wijken. Dat heeft wel een dubbele lading momenteel. Om enigszins zaken te reguleren dien ik de volgende twee moties in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het binnen de Europees beschermde status van de wolf mogelijk is om ontheffingen te verlenen voor het verjagen of doden van een wolf, ter voorkoming van schade aan landbouwhuisdieren en voor de bescherming van de openbare veiligheid;

constaterende dat het interprovinciaal wolvenplan duidelijk maakt dat in bepaalde omstandigheden het mogelijk is om een ontheffing af te geven om een wolf te verjagen of te doden;

overwegende dat het voor deze situaties noodzakelijk is dat er duidelijke criteria zijn op basis waarvan het bevoegd gezag een ontheffing kan afgeven, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een acuut veiligheidsprobleem;

verzoekt de minister om samen met de provincies en de veiligheidsregio's te werken aan een duidelijke set van criteria voor een afgifte van ontheffing voor het verjagen of doden van wolven;

verzoekt de minister tevens om dit onderwerp ook te betrekken bij de nationale wolvencommissie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 212 (33576).

De heer Wassenberg (PvdD):

Weet de heer Von Martels dat er veel meer schapen en landbouwhuisdieren gedood worden door honden dan door wolven? En dat de enige wolven die landbouwhuisdieren doden, zwervende wolven zijn die hun eigen territorium zoeken? Als je die leert dat ze niet op schapen mogen afkomen door bijvoorbeeld elektrische hekken te plaatsen of het op andere manieren te doen, dan zullen ze ook nooit meer landbouwhuisdieren pakken. Want een wolf gaat het bos in en heeft daar zijn eigen dieet. Maar in principe horen landbouwhuisdieren daar niet bij. Dat kun je ze vroeg leren. Weet de heer Von Martels dat?

De heer Von Martels (CDA):

De minister heeft net een college gekregen en ik krijg nu opnieuw een college. De meeste feiten zijn mij bekend, maar om een verrastering van Nederland tegen te gaan, moet er wel gereguleerd worden opgetreden.

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u verder. Nee, ik zie de heer Graus nog.

De heer Graus (PVV):

Ik denk dat de heer Von Martels aan het roodkapjesyndroom leidt, want in landen waar de wolf de afgelopen 100 jaar heeft geleefd zijn er geen onoverkomelijke problemen geweest. Wij zijn paniekzaaiers hier. Er is niets aan de hand. Meneer Von Martels lijdt aan het roodkapjesyndroom en daar wil ik hem graag van afhelpen, dus dat zal ik wel bilateraal doen.

De heer Von Martels (CDA):

De definitie van het roodkapjesyndroom moet nog eens duidelijk worden uitgelegd. Ik begrijp wel een beetje waar de heer Graus naartoe wil, maar ik wil ervoor opkomen dat we in ieder geval van tevoren hebben nagedacht over hoe we kunnen optreden, mochten zich onwenselijke situaties voordoen. Daar pleit ik voor.

Dan mijn volgende motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat schade veroorzaakt door wolven grote gevolgen heeft voor dierhouders en voor de acceptatie van de wolf in Nederland;

constaterende dat met name rondzwervende wolven voor grote schade kunnen zorgen;

constaterende dat in het huidige interprovinciaal wolvenplan alleen structurele hulp voor het voorkomen van wolvenschade voor dierhouders mogelijk is als er sprake is van een territoriale wolf en niet in het geval van een rondzwervende wolf;

constaterende dat daardoor provincies onvoldoende zijn voorbereid op het voorkomen van schade door rondzwervende wolven;

verzoekt de minister om samen met de provincies deze lacune in het beleid te dichten en dit onderwerp ook aan te kaarten in de recent opgezette nationale wolvencommissie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 213 (33576).

Dank u wel. Dan geef ik als laatste spreker van de zijde van de Kamer graag het woord aan de heer Moorlag.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. De eerste motie dien ik met wat reserve in, omdat mevrouw Bromet ook een motie over de watercrassula heeft ingediend, maar ik heb de heer Weverling toegezegd om samen een motie in te dienen. Ik ben graag bereid om te kijken of we ze nadien in elkaar kunnen schuiven. De motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de overwoekerende watercrassula een bedreiging vormt voor belangrijke inheemse natuurwaarden;

verzoekt de regering de verkoop van deze schadelijke invasieve exoot zo spoedig mogelijk te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Weverling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 214 (33576).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ik heb de effecten van die watercrassula op Terschelling kunnen aanschouwen. Ik heb ook gezien dat de provincie Friesland en Staatsbosbeheer daar met man en macht proberen om de heel bijzondere waddenvegetatie te behouden. We geven ongelofelijk veel geld uit voor de instandhoudingsdoelstellingen als de natuur wordt aangetast door stikstof, maar de watercrassula, bijgenaamd "het groene beton" — niet het groene asfalt, want dat is raaigras — moet echt worden aangepakt. Die opgave overstijgt de spankracht van Staatsbosbeheer en de provincie Friesland, vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de overwoekerende watercrassula een bedreiging vormt voor belangrijke natuurwaarden, waaronder de unieke Waddennatuur;

constaterende dat de provincie Friesland en Staatsbosbeheer buitenproportionele inspanningen plegen om de watercrassula op Terschelling finaal te bestrijden;

verzoekt de regering op passende wijze bij te dragen aan het bestrijden van de watercrassula op de Wadden om zo de unieke, inheemse natuur van de Wadden te behouden en te beschermen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 215 (33576).

De heer Moorlag (PvdA):

Als laatste heb ik een opmerking richting de heer Graus, voorzitter, maar die is intensief in gesprek. Meneer Graus, het gaat hier om het bestrijden van een exoot die de Nederlandse natuur bedreigt. Ik zou de steun van de PVV dus wel zeer op prijs stellen als het gaat om de watercrassula.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken, tot de minister alle moties heeft ontvangen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

De minister gaat meteen antwoorden; heel knap. Ik geef haar daartoe graag de gelegenheid.

Minister Schouten:

De motie op stuk nr. 203 moet ik ontraden. U hebt vandaag het Programma Natuur ontvangen en heeft allemaal kunnen zien wat we hebben afgesproken met de provincies.

De motie op stuk nr. 204 ontraad ik ook. Ik ben in het CBD-verdrag al het een en ander in kaart aan het brengen, maar dit gaat wel heel ver. Deze motie ontraad ik dus.

Dan de motie op stuk nr. 205. De website biodiversiteit.nl zullen we gaan updaten. Of daarmee gelijk alles in één klap inzichtelijk is, weet ik niet, maar we zullen de website wel gaan updaten zoals hier gevraagd wordt. Ik kan deze motie dus oordeel Kamer geven. Het is alleen niet zo dat alles in een oogopslag zichtbaar is, maar u krijgt meer informatie op de website.

De voorzitter:

Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 206 over nationale parken.

Minister Schouten:

De motie op stuk nr. 206 ontraad ik. We zijn juist met de nationale parken aan het werk met de nieuwe standaard. Op basis van de leerervaring kan het vertaald worden naar een kwaliteitslabel. Deze motie ontraad ik dus.

De motie op stuk nr. 207 is een heel sympathieke motie, maar ook echt een enorme opgave. Zoals het hier gesteld wordt, kan ik het nooit waarmaken. Wij zijn wel bezig om allerlei zaken te doen om ervoor te zorgen dat de geitenproblematiek minder wordt. Dat doen we met de openbare lichamen. Wat in de motie gevraagd wordt, zal ik met hen bespreken, maar zulke jaartallen eraan hangen is echt ingewikkeld.

De voorzitter:

Mevrouw Bromet, het is niet uw motie.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Nee, maar even praktisch: wij hebben de moties niet. Als alleen het nummer genoemd wordt, weten we niet meteen om welke motie het gaat, want al die nummers hebben wij niet in ons hoofd.

Minister Schouten:

Oké. Sorry, dat wist ik niet. Zal ik even wachten anders?

De voorzitter:

Dit was de eerste motie over het Caribisch gebied. Ik denk dat we even moeten wachten. Ik had ook niet in de gaten dat de leden ze nog niet hadden. We wachten heel eventjes.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik begreep dat er maar een paar sprekers waren toen de VAO's werden gepland, maar sinds vrijdagmiddag is het geëxplodeerd. Daar heeft men geen rekening mee kunnen gehouden.

Minister Schouten:

Ik zal nogmaals de appreciaties geven, zonder toelichting.

De motie op stuk nr. 203 is ontraden.

De motie op stuk nr. 204 is ontraden.

De motie op stuk nr. 205 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 206 is ontraden.

De motie op stuk nr. 207 is de motie over de geiten op Saba en Statia. Hoe sympathiek ook, dit kan ik echt niet waarmaken. In dat licht moet ik de motie ontraden, maar we doen er wel alles aan om de problematiek te beperken.

Dan de motie op stuk nr. 208. We zijn bezig om de koraalbedekking per eiland te verbeteren. We kunnen kijken wat er mogelijk is om die doelen eerder vast te stellen, maar ik kan nu niet overzien of dat technisch gezien eerder mogelijk is dan 2024. Ik moet deze motie ontraden, al zijn we bezig om te bekijken hoe we versnelling kunnen aanbrengen.

De heer De Groot (D66):

Twee jaar geleden zou er een beleidsplan zijn. Dat is nu eindelijk gekomen. Nu wordt er ook nog eens naar 2024 verwezen. In 2030 is dat koraal weg! Hier moet echt prioriteit aan worden gegeven.

Minister Schouten:

Maar ik geef er prioriteit aan. Ik doe eraan wat ik kan om ervoor te zorgen dat hier versnelling op komt. Deze motie vraagt heel concreet om 2021 en ik kan geen dingen toezeggen waarvan ik niet zeker weet of het lukt. Vandaar dat ik de motie ontraad.

Even kijken, de motie op stuk nr. 209 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 210. Ik heb al toegezegd dat ik met het Rijksvastgoedbedrijf het gesprek aanga over wat de consequenties zijn als je hiertoe overgaat. Deze motie gaat een stap verder. Die gaat het gelijk al verbieden. Daarom moet ik deze motie ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 211. Er wordt nu een datum genoemd, maar ik wil wel eerst … Ik onderken het probleem. Ik ben bezig met de risicobeoordeling. Ik kijk wat daarin staat. Misschien kan mevrouw Bromet de motie aanhouden, want de datum is net een beetje te vroeg. Ik moet eerst even kijken wat er in de risicobeoordeling staat.

De voorzitter:

Mevrouw Bromet komt naar de microfoon. Gaat uw gang.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ik kan de motie aanhouden, maar ik kan er ook een andere datum in zetten. Dat maakt niet zo veel uit. Zou 1 juni wel goed zijn?

Minister Schouten:

Nee, ik moet eerst die risicobeoordeling hebben. Dat kan ik nu gewoon niet overzien. Maar als ik die heb, ga ik er serieus naar kijken. Dat is wat ik beoog. Deze datum is net te vroeg. Op basis daarvan moet ik haar ontraden.

Wat de motie op stuk nr. 212 vraagt, doen we eigenlijk al. Wij nemen al deel aan de wolvenwerkgroep van het IPO en we trekken op met de provincies. Handelingsperspectief bij incidenten is een van de onderdelen van het overleg. De provincies voeren de regie op dit proces, dus deze motie zou ik kunnen overnemen.

De voorzitter:

Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen van de motie op stuk nr. 212?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Ja, voorzitter, er wordt gesproken over het doden van wolven, terwijl ze een beschermde diersoort zijn. Dus ik heb er wel bezwaar tegen.

De voorzitter:

Oké, als u bezwaar maakt, komt zij in stemming. Daarmee krijgt die dan oordeel Kamer. Gaat uw gang. De motie op stuk nr. 213.

Minister Schouten:

Dit geldt ook voor de motie op stuk nr. 213. We zijn hier eigenlijk al mee bezig. We kijken ook naar dit punt. Dus ik zou deze motie ook kunnen overnemen, maar als die in stemming moet komen, krijgt ze oordeel Kamer.

De voorzitter:

Heeft iemand bezwaar tegen overnemen? U mag ook knikken. De heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Gewoon op de lijst zetten.

De voorzitter:

Op de lijst zetten. Dan wordt er over deze motie gestemd en krijgt ze oordeel Kamer. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 214.

Minister Schouten:

Even kijken. Het is hetzelfde als bij de motie van mevrouw Bromet. Ik wil het echt in overweging nemen, maar ik wil daarvoor eerst de goede risicobeoordeling afwachten die nu in de maak is. Mijn voorstel zou zijn om de motie aan te houden, maar we gaan er wel naar kijken.

De voorzitter:

Hij houdt haar niet aan, dus we gaan haar volgende week dinsdag in stemming brengen. Dan de motie op stuk nr. 215.

Minister Schouten:

Die is ook dezelfde, zeg maar. Ik ben ermee bezig. Geef me even de tijd. Het is nu net te vroeg om daar een oordeel over te geven. Ik zou haar echt aanhouden, als de heer Moorlag daartoe bereid is. Dan kijken we op die manier wat we kunnen doen.

De voorzitter:

We gaan het horen. Meneer Moorlag.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter, de situatie is urgent. Ik ben dit voorjaar op Terschelling geweest. Ze waren daar bezig met graafmachines. Er zijn al miljoenen uitgegeven. Het is echt urgent. Ik zou een wat actievere opstelling van de minister toch wel zeer op prijs stellen.

De voorzitter:

Oké, dus u houdt de motie niet aan.

Minister Schouten:

Ik wil nog wel benadrukken dat we vandaag het programma Natuur naar uw Kamer hebben gestuurd. Daarin worden ook maatregelen benoemd om te zorgen dat er herstelmaatregelen getroffen kunnen worden. Dat wordt ook via een specifieke uitkering naar de provincies gedaan. Daarmee kan dit worden bestreden. We zijn er dus mee bezig. Ik probeer de landingsgrond te zoeken met mevrouw Bromet en de heer Moorlag op de watercrassula, maar ik constateer dat die nog niet helemaal gevonden is.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het zevende VAO, dat wij in no time hebben afgewerkt. Ik dank de minister zeer voor haar voortvarendheid. Het is vervelend dat we zo onder tijdsdruk stonden.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken voordat we met het debat over de Europese top … U gaat toch niet nog iets vragen, meneer De Groot? Gaat uw gang.

De heer De Groot (D66):

Nee, voorzitter, ik wil de bodes bedanken, want dit was voor hen echt …

De voorzitter:

Dit was ook voor hen … Dank u wel voor deze spoed. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken. En dan begint het debat over de Europese top.

De vergadering wordt van 21.00 uur tot 21.06 uur geschorst.

Voorzitter: Arib