Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 34, item 64

64 Videoconferentie EU Landbouw- en Visserijministers 29 juni 2020

Aan de orde is het VAO Videoconferentie EU Landbouw- en Visserijministers 29 juni 2020 (AO d.d. 24/06).

De voorzitter:

We gaan naar VAO Videoconferentie EU Landbouw- en Visserijministers 29 juni. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is weer de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank, voorzitter. In geheime Brusselse overleggen wordt besloten over de markttoelating van landbouwgif. Die overleggen heten technisch te zijn, maar ze zijn in hoge mate politiek. Ons bereiken bijvoorbeeld berichten dat Nederland het gevaar van de stof sulfoxaflor voor honingbijen en wilde bijen probeert te bagatelliseren. Ik heb erover gelezen bij PAN Europe. Ik heb er eerder schriftelijke vragen over gesteld, want deze stof is eigenlijk een neonicotinoïde. Het is een bijengif. Ik heb daarover de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het bewijs zich opstapelt dat de nieuwegeneratieneonicotinoïde sulfoxaflor zeer schadelijk is voor honingbijen en wilde bijen;

overwegende dat de Europese Commissie, op basis van een wetenschappelijke beoordeling door de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA), voorstelt om het gebruik van sulfoxaflor voor open teelten te verbieden;

verzoekt de regering om voor het voorstel van de Europese Commissie te stemmen voor een verbod op sulfoxaflor voor open teelten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1264 (21501-32).

De heer Wassenberg (PvdD):

En dan nog een onderwerp waar we het ook vaak over gehad hebben, de besprekingen in het Europese SCoPAFF. Die zijn geheim. Zelfs de stemmingen zijn geheim en blijven geheim. Alleen de totaaluitslag wordt medegedeeld, maar welk land op welke manier heeft gestemd, wordt niet bekendgemaakt, ook niet na afloop. Dat moet echt anders. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat na stemmingen in de Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF) alleen de totale stemmingsuitslagen openbaar worden gemaakt, maar niet hoe individuele lidstaten hebben gestemd;

van mening dat de openbaarmaking van posities na afloop van de stemmingen het besluitvormingsproces niet ondermijnt, maar het democratisch gehalte juist vergroot;

verzoekt de regering actief bij de Europese Commissie te pleiten voor het openbaar maken van de posities van alle lidstaten na stemmingen in het SCoPAFF-comité,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1265 (21501-32).

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bisschop van de SGP, want de andere sprekers hebben geen behoefte aan spreektijd.

De heer Bisschop (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er opnieuw extra voorwaarden zijn gekoppeld aan de derogatie voor de Nitraatrichtlijn, te weten dat op klei- en veengronden de mest alleen bij temperaturen beneden de 20°C uitgereden mag worden en dat niet deelgenomen mag worden aan de vrijstellingsregeling voor het bovengronds uitrijden van mest;

overwegende dat de aanvullende voorwaarden die gericht zijn op het reduceren van ammoniakemissie ver afstaan van het doel van de Nitraatrichtlijn, het voorkomen van waterverontreiniging;

overwegende dat voor deelname aan de vrijstellingsregeling voor het bovengronds uitrijden van mest al verschillende voorwaarden gelden die moeten zorgen voor emissiebeperking;

overwegende dat het 's nachts uitrijden van mest logistieke problemen en geluidsoverlast voor omwonenden met zich meebrengt en dat het injecteren van mest in veengronden negatief uitpakt voor de veenbodem;

verzoekt de regering de Kamer zo veel als mogelijk te informeren over de verschillende stappen en contactmomenten bij de derogatieonderhandelingen met betrekking tot de aanvullende voorwaarden, de opstelling van het ministerie daarbij en de wijze waarop de sector betrokken is geweest, en over de wetenschappelijke onderbouwing van de effectiviteit van de aanvullende voorwaarden;

verzoekt de regering tevens in overleg met betrokken sectorpartijen de inhoudelijke bezwaren en nadelen van de aanvullende derogatievoorwaarden vast te stellen en deze aan te kaarten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Geurts en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1266 (21501-32).

De heer Bisschop (SGP):

Dat was het, voorzitter. Dank.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik meteen door naar meneer De Groot van D66. Die heeft toch geen behoefte aan spreektijd. Dat was de laatste die zich had gemeld van de zijde van de Kamer. We wachten een moment tot de minister de moties heeft. Het zijn er drie. Alleen het woord "Nitraatrichtlijn" kan ik uitspreken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Heeft u ze alle drie, minister? Ja. Dan geef ik u graag het woord.

Minister Schouten:

Allereerst de motie op stuk nr. 1264 van de heer Wassenberg over sulfoxaflor, waarin de regering wordt verzocht om voor het voorstel van de Europese Commissie te stemmen om sulfoxaflor in de open teelt te verbieden. Er ligt nog geen voorstel van de Europese Commissie. U weet dat ik uw Kamer altijd informeer op het moment dat er voorstellen liggen, ook over hoe mijn stemgedrag zal zijn, zodat u zich er tijdig een mening over kunt vormen en die hier ook kunt ventileren. Er is tussen de Europese Commissie en de lidstaten wel gesproken over sulfoxaflor en de risico's voor bijen. In Nederland worden al risicomitigerende maatregelen toegepast om de risico's voor bijen te ondervangen. Zo mogen bijvoorbeeld middelen op basis van sulfoxaflor in Nederland niet worden gebruikt in de buurt van bloeiende onkruiden en niet op gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen. Ik zal mijn standpunt bepalen wanneer er een voorstel van de Europese Commissie ligt en ik daarover advies heb ontvangen van het Ctgb, zoals altijd. Dan zal ik uw Kamer daarover informeren. Ik ontraad dus deze motie. Ik zou zeggen: wacht even af tot er een concreet voorstel ligt en tot u weet wat wij daarover gaan besluiten.

Over de inhoud van de tweede motie, op stuk nr. 1265, hebben we het al vaak gehad, de heer Wassenberg en ik, maar ook iedereen daarvoor. U weet dat ik heel consequent heel transparant ben over wat wij aan het doen zijn en welk stemgedrag wij hebben. Ik informeer uw Kamer daar ook altijd over. Ik heb daarin niets te verbergen. Ik kan alleen niet afdwingen dat andere lidstaten het op dezelfde manier doen. De Europese Commissie bepaalt als voorzitter hoe hierover gerapporteerd wordt, en zij heeft besloten dat dit niet openbaar is, dus dat het precieze stemgedrag van de lidstaten niet openbaar is. Ik doe dat wel, uit vrije wil, omdat ik vind dat uw Kamer en de samenleving daar recht op hebben, maar ik kan dat niet afdwingen bij andere lidstaten. Zij bepalen zelf hoe zij hun parlement informeren. Daarom ontraad ik deze motie.

De heer Wassenberg (PvdD):

We hebben het er inderdaad vaak over gehad. Een eerdere keer heeft de minister in een brief aangegeven dat het de onderhandelingspositie zou ondermijnen, maar daarom heb ik expliciet aangegeven: na afloop. Het gaat dus niet om het van tevoren kenbaar maken van de positie, maar gewoon na afloop. Het lijkt mij het toppunt van democratie als je laat zien wie op welk onderwerp hoe gestemd heeft. De vraag is dus: kan de minister daar echt actief voor pleiten in Europa?

Minister Schouten:

Het is echt aan de Commissie om hier een oordeel over te vellen, en die heeft daar niet toe besloten. Nogmaals, wij hebben als lidstaat besloten om hierover volledige transparantie te geven, maar ik kan dat niet bepalen voor andere lidstaten of parlementen.

De voorzitter:

Daarmee is de motie ontraden. Dan gaan we naar de derde motie.

Minister Schouten:

Ja, dan de derde motie, op stuk nr. 1266, over de derogatievoorwaarden. Ik heb er eerder geen geheim van gemaakt dat ik niet gelukkig ben met die voorwaarden. Ik heb uw Kamer eerder uitgelegd dat die voorwaarden door de Commissie geformuleerd zijn om de derogatie uiteindelijk te kunnen behouden. Dat belang heb ik hoger geacht. Ik heb dat ook in het algemeen overleg toegelicht. Het is mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid om hier een afweging in te maken. Als er eisen op tafel liggen, ook al zijn dat eisen waarvan wij denken dat ze niet rechtstreeks te maken hebben met de derogatie, maar als die wel geformuleerd worden door de Commissie en als die als voorwaarde worden gesteld om überhaupt die derogatie te krijgen, dan moet ik daar als bestuurder een keuze in maken. Dat heb ik gedaan. Daarover heb ik eerder ook discussies met de Commissie gevoerd. Dit is de einduitslag en ik kan daar nu geen zaken meer aan wijzigen. De derogatiebeschikking ligt er. Wij gaan de sector natuurlijk wel goed informeren over wat daar precies onder verstaan moet worden en hoe daarmee omgegaan kan worden. Zoals de motie geformuleerd is, moet ik haar ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Bisschop, kort.

De heer Bisschop (SGP):

Het is natuurlijk van belang dat wij als Kamer inzicht hebben in de overwegingen die ertoe leiden om dit soort eisen te stellen. Dit soort eisen zijn in de praktijk nauwelijks te realiseren. U hoeft maar twee werkbezoeken af te leggen bij betrokken bedrijven en dan weet u dat dit niet reëel is. Daarom willen wij daar inzicht in hebben. De derogatie komt nog weleens op tafel en dan is het van belang dat de Kamer de bewindspersoon voldoende rugdekking kan geven op het moment dat daarover gesproken wordt. Dus ik vraag gewoon de informatie die relevant is ten aanzien van de inhoud van de besluitvorming, de basis van de besluitvorming. Ik zie niet wat het probleem daarbij is. Ik wil de minister daar toch nadrukkelijk om verzoeken.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Schouten:

Volgens mij staan er twee verzoeken in de motie. Er staat ook een verzoek in om het weer opnieuw aan te kaarten. Dat betekent voor mij inhoudelijk dat ik eigenlijk tegen de Commissie zeg: wij gaan niet akkoord met de derogatiebeschikking zoals die is afgegeven. Dat betekent heel concreet dat de derogatie geen doorgang zal vinden. Ik hoop dat de heer Bisschop ook beseft wat hij daarmee zegt.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee is het, denk ik, voldoende gewisseld. Meneer Bisschop, u kunt de motie wijzigen.

De heer Bisschop (SGP):

Er staat niet in wanneer dat aangekaart moet worden. Er staat wel bij … Kijk, om de twee jaar is de derogatie aan de orde.

De voorzitter:

Ik denk dat we het debat nu overdoen. Meneer Bisschop, dank u wel. U heeft het oordeel van de minister gehoord. U kunt de motie wijzigen of niet. Dat is aan u. Het oordeel is nu dat de motie ontraden wordt. Dat is het besluit van de minister. Daarmee komt we aan het eind van het VAO Videoconferentie EU Landbouw.

De beraadslaging wordt gesloten.