Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 72, item 6

6 Vragenuur

Vragen van het lid Recourt aan de minister van Veiligheid en Justitie over het bericht "Tilburgse stichting steunt radicalen Syrië".

De heer Recourt (PvdA):

Voorzitter. Ik wil vandaag de vraag aan de orde stellen met wie wij zaken doen. Humanitaire hulp in Syrië is broodnodig en mensen die zich het lot van de slachtoffers aantrekken, moeten gesteund worden. Wat anders is het als die humanitaire hulp slechts een façade is, waarachter iets anders plaatsvindt, en als er misbruik van wordt gemaakt. Er zijn grenzen die de overheid scherp in de gaten moet houden. Zij moet bijvoorbeeld gewapende strijd tegengaan, evenals de fondsenwerving daarvoor. Als die plaatsvindt, moet direct worden ingegrepen. Alertheid en urgentie zijn de woorden die de minister hiervoor zou hebben gebruikt, want die passen heel erg bij hem, maar ik hoop dat ze ook bij de staatssecretaris passen.

Met wie doen wij zaken? Meer concreet: klopt het bericht in Trouw dat veronderstelt dat er achter SOS-Stichting zaken wordt gedaan met een radicaalislamitische, gewelddadige groep? Heeft Nederland zicht op deze organisatie en de geldstromen die daarachter mogelijk schuilgaan? Staat een van deze organisaties op de EU-lijst of de nationale lijst van terroristische organisaties? Is er aanleiding om nu op te treden?

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik bedank de heer Recourt voor zijn vragen. De minister is inderdaad nog in de Eerste Kamer in verband met een wetsvoorstel dat aldaar behandeld wordt.

De minister heeft al eerder gemeld dat het kabinet zich ernstige zorgen maakt over de radicalisering in Syrië. Operationele diensten zijn alert op dit onderwerp. Ik verwijs ook naar het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Op 25 april is er een algemeen overleg met de Kamer over dit onderwerp. Ik heb van de berichten in Trouw over banden tussen SOS-Stichting en de oppositiepartijen in Syrië vernomen. Voor zover ons bekend is, is er op dit moment geen financiële relatie tussen SOS-Stichting en de oppositiepartijen in Syrië vast te stellen. Als strafbare uitingen worden geconstateerd, kan het Openbaar Ministerie via een ambtsbericht van de AIVD al dan niet in actie komen met strafrechtelijke vervolging. Of er aanleiding is tot dat optreden, is uiteraard ter beoordeling van het OM. Ik kan nog wel zeggen dat de desbetreffende stichting op dit moment niet op de lijst van de EU staat.

De heer Recourt (PvdA):

Ik bedank de staatssecretaris voor deze antwoorden. Ik heb nog een paar vervolgvragen, want ik ben nog niet helemaal gerustgesteld. Allereerst heb ik een heel praktische vraag. Dit betreft SOS-Stichting, maar op hetzelfde moment vindt fondsenwerving plaats door "S.O.S. Syrië!". Dat is een initiatief dat wij hopelijk allen hartelijk ondersteunen, dat uitgaat van Giro 555. Kan er sprake zijn van misleiding, zodat mensen ten onrechte geld geven aan deze stichting?

Ingaand op het antwoord van de staatssecretaris: in het artikel in Trouw wordt een link gelegd met een imam die uitspraken zou hebben gedaan als dat het prima is om VN-hulpverleners te doden. Er is sprake van dreigende taal in de richting van soennieten en alawieten. Duidelijk is in ieder geval dat degene met wie de link gelegd wordt, een persoon is op wie terroristische daden mogelijk wel van toepassing zijn. Hoe kan de staatssecretaris dan toch met zekerheid zeggen dat deze organisatie klopt?

Staatssecretaris Teeven:

De uitlatingen van deze imam zien onder meer op rekrutering voor vreemde krijgsdienst. Voor zover wij op dit moment kunnen beoordelen, is van die rekrutering geen sprake. Ik wijs er ook op dat imam Salam juist in het openbaar jongeren met klem heeft ontraden om nu deel te nemen aan de strijd in Syrië. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat wat in het openbaar wordt gezegd, ook in alle beslotenheid wordt gezegd, maar er is op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat dit niet het geval is.

De andere vraag van de heer Recourt is of er sprake is van naamsverwarring of misleiding vanwege de naam. Ik wijs erop dat de Tilburgse SOS-Stichting al langer bestaat. Zij doet ook al langer mee aan de SOS-acties voor Syrië. Ik kan mij voorstellen dat de naamsregisters tot verwarring zouden kunnen leiden, maar we hebben geen aanleiding om te denken dat het een-op-een dezelfde organisatie is op dit moment.

De heer Recourt (PvdA):

Als er sprake zou zijn van naamsverwarring, wat kan daartegen gebeuren?

Het volgende is nog belangrijker, want daar gaat het uiteindelijk om. We maken ons Kamerbreed zorgen over jongeren die in Syrië gaan strijden. Dat is niet goed voor de jongeren, dat is niet goed voor hun familie en dat is niet goed voor de Nederlandse samenleving, ook niet op het moment dat deze jongeren terugkomen. Daar blijven we het kabinet dus kritisch op volgen. In de Kamer zullen we daar nog stevig over debatteren. Volgt het kabinet kritisch de praktijk? Kunnen we ervan uitgaan dat de Nederlandse overheid zicht heeft – net zoals Trouw een en ander boven water heeft gekregen – op al die plekken waar mogelijk sprake is van radicalisering of werving voor de gewapende strijd?

Staatssecretaris Teeven:

Ik kan de heer Recourt verzekeren dat de minister en de onder hem ressorterende diensten dit onderwerp nauwlettend volgen, ook als het gaat om de rekrutering voor vreemde krijgsdienst en de financiële sponsoring op wat voor wijze dan ook en stichtingen die zich, weliswaar onder het voorwendsel van fondsenwerving, bezighouden met de financiering van de jihad. Het wordt nauwlettend gevolgd door het kabinet. Het heeft ook onze zorg. De diensten zijn er op dit moment ook mee bezig.

De heer Van Klaveren (PVV):

We hebben het ontzettend slappe verhaal van de Partij van de Arbeid net moeten aanhoren. De belangrijkste vraag wordt natuurlijk helemaal niet gesteld. Deze club, de SOS-Stichting, heeft banden met Ansar al-Shaam. Die organisatie roept op tot moord, geweld en ellende. Op wat voor manier gaat de minister ervoor zorgen dat deze stichting wordt verboden?

Staatssecretaris Teeven:

Ik kan namens de minister tegen de heer Van Klaveren zeggen dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, maar ook de andere diensten in Nederland dit proces van Jihadgang nauwlettend volgen. Als er mogelijkheden zijn en het noodzakelijk is om stichtingen te ontbinden en vervolgens te verbieden, dan zal dat ook gebeuren.

De voorzitter:

Staatssecretaris, ik dank u voor uw komst naar de Kamer, maar u mag nog even blijven.