Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 72, item 4

4 Vragenuur

Vragen van het lid Hachchi aan de minister van Infrastructuur en Milieu over het bericht dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zich zorgen maakt over de kwaliteit van drinkwaterbronnen.

Mevrouw Hachchi (D66):

Mevrouw de voorzitter. In Nederland krijgen wij schoon drinkwater uit de kraan. Er zijn zelfs partijen in de Kamer die pleiten voor gratis kraanwater in de horeca. Duidelijk is wel dat schoon drinkwater een groot goed is, waar wij trots op zijn. We moeten oppassen dat wij dit ook blijven. Het gaat ons steeds meer geld en moeite kosten om het water te zuiveren. Volgens een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zijn de waterbronnen vervuild. Het oppervlaktewater en het grondwater voldoen niet aan de kwaliteitseisen. Dit water zit vol met chemische stoffen zoals geneesmiddelen, cosmetica en biociden. Deze stoffen komen door consumenten, bedrijven, landbouw en ziekenhuizen in het water terecht en zijn moeilijk te verwijderen. Het gebruik van deze stoffen zal in de toekomst alleen maar toenemen en de waterbronnen verder verontreinigen.

Ik heb de volgende vragen aan de minister. Maakt zij zich met mij zorgen over de kwaliteit van de Nederlandse waterbronnen? Kan de minister aangeven wat zij met de aanbevelingen uit het RIVM-rapport gaat doen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik maak mij inderdaad zorgen over de waterbronnen, maar niet over de drinkwaterkwaliteit. Het is van belang om te vermelden dat het drinkwater van goede kwaliteit is. Dat staat niet ter discussie. Ongeveer 60% van het drinkwater is afkomstig uit grondwater. Een deel van de grondwaterbronnen staat onder druk. Daarom hebben wij het RIVM gevraagd om dit rapport op te stellen. Wij zijn bezig, een nota over het drinkwater te maken die begin volgend jaar naar de Kamer gestuurd zal worden. Wij willen verkennen wat er allemaal nodig is om de drinkwaterbronnen zo schoon mogelijk te houden. Op basis van dit rapport, maar ook op basis van gesprekken met diverse betrokken partijen proberen wij oplossingen te vinden voor de problemen.

Mevrouw Hachchi (D66):

De minister deelt mijn zorgen over de drinkwaterbronnen. Ik heb ook gevraagd wat de minister gaat doen met de aanbevelingen van het RIVM. Zij verwijst naar de nota. Ik snap dat de tijd nu te kort is om al die aanbevelingen langs te lopen. Ik licht er eentje uit. Het RIVM doet een aanbeveling voor het landelijk beleid om de waterkwaliteit beter te beschermen. Deze minister moet vaker met haar collega's overleggen. Ik denk daarbij aan de collega's van Ruimtelijke Ordening en voor Wonen. Gaat zij dat ook doen?

In november 2012 heeft de Kamer een motie over de waterkwaliteit aangenomen. Daarin heeft D66 de minister verzocht om met verschillende marktpartijen om de tafel te gaan om te bekijken hoe het lozen van schadelijke stoffen in het water beperkt kan worden. Hoe staat het daarmee?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik ben zelf ook minister van Ruimtelijke Ordening. Het is makkelijk om met mezelf om de tafel te gaan zitten, maar ik zal dat ook zeker doen met de collega's. Het RIVM merkt op dat schoon drinkwater ook afhankelijk is van het ruimtelijk beleid, het milieubeleid, het waterbeleid en het bodembeleid. Daar heb ik niet alleen collega's van andere ministeries voor nodig, maar ook de provincies, de gemeenten en de waterschappen. Ook zij zijn allemaal betrokken in dit proces. Daarnaast kijken wij ook in Europees verband wat wij moeten doen om tegen te gaan dat stoffen in ons grondwater terechtkomen als gevolg van het gebruik van medicijnen en cosmetica. Wij kunnen daar eisen aan stellen, zodat ons drinkwater schoner blijft.

Mevrouw Hachchi (D66):

Ik dank de minister voor haar antwoorden. Ik heb ook expliciet gevraagd naar de motie over de kwaliteit van water en het beperken van het lozen van schadelijke stoffen. Ik vraag de minister om daar concreet op in te gaan. Wat is de stand van zaken? Kan de minister die in een brief aan de Kamer uitgebreid toelichten? En wanneer kunnen wij deze brief verwachten?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Mevrouw Hachchi vraagt wat we op dit moment doen met de motie. We zijn ermee bezig. We zijn bezig om te bekijken welke maatregelen we kunnen nemen, vooral in Europees verband, om te voorkomen dat medicijnresten en gewasbeschermingsmiddelen in ons oppervlaktewater terechtkomen. Het gaat vaak om cosmetica of om medicijnen, dus dat doe je niet als individueel land. Het is een "ongoing" proces waarover we de Kamer ook tussendoor en op andere vlakken informeren. Ik heb de Kamer ook aangegeven dat ik begin volgend jaar kom met de beleidsnota. De vraag is dus of een brief tussentijds echt noodzakelijk is, of dat ik mevrouw Hachchi kan vragen om op de beleidsnota te wachten.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Enige tijd geleden hebben mevrouw Fokke en ik vragen gesteld over microbeads in het water. De minister zegt daar nu het een en ander over. We hadden de toezegging van mevrouw Mansveld dat wij voor het eind van de afgelopen maand zouden horen hoe ver het daarmee is. Kan de minister daar alvast iets over vertellen?

De voorzitter:

U bedoelt staatssecretaris Mansveld.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik weet dat minister Mansveld daarover deze week of volgende week een brief aan de Kamer gaat sturen. Ik ken niet precies de inhoud daarvan, maar de strekking is dat er terughoudendheid is in het toelaten van dit soort stoffen.

De voorzitter:

U bedoelt ook staatssecretaris Mansveld, neem ik aan!

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, sorry. Helemaal in de war!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoor de minister zeggen dat ze de kwaliteit van ons drinkwater belangrijk vindt. Dat is mooi. Je hoopt eigenlijk ook niets anders. De minister zegt ook dat we het Europees moeten aanpakken. Nu is de staatssecretaris van Economische Zaken bezig met een nieuw verzoek aan Brussel om ruimer te mogen bemesten dan in andere lidstaten is toegestaan. Daardoor zal de nitraatvervuiling niet afnemen. We moeten daar nog bericht over krijgen en er nog over spreken in de Kamer, maar ik ben benieuwd of de minister het met mij eens is dat het misschien helemaal niet zo verstandig is om hogere bemestingsnormen te hanteren dan we Europees hebben afgesproken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Aan de ene kant hebben we Europese afspraken over bemesting. Aan de andere kant hebben we Europese afspraken over een goede ecologische kwaliteit van ons water. Daar zullen we ons ook aan moeten houden. Als er dus sprake is van verruiming, zullen we altijd moeten aantonen dat dit niet in strijd is met bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water. Het zal dus altijd een mix zijn. Wat kan er binnen de regels? Als het kan, denk ik dat verruiming goed is. Als het niet kan, zal Brussel vanzelf zeggen dat het niet tot de mogelijkheden behoort.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Een van de bronnen van zorg van het RIVM is dat als gevolg van toegenomen medicijngebruik meer medicijnen door de gootsteen worden gespoeld. Is de minister ook bereid om met haar collega van VWS in overleg te gaan om te bekijken hoe dat kan worden tegengegaan?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het probleem van de medicijnen is al geruime tijd bekend. Het probleem is niet eens zozeer dat medicijnen door de gootsteen worden gespoeld, maar dat ze via het menselijk lichaam vanzelf in het water terechtkomen. Daar wordt op Europees niveau aan gewerkt, dus dat hoef ik niet specifiek met de minister van VWS te doen. Zij is ook niet degene die vanuit die optiek naar medicijnen kijkt. Het gaat er veel meer om wat wij eisen in Europees verband ten aanzien van de stoffen die wij toelaten in medicijnen of in cosmetica, zodat ons drinkwater zo min mogelijk vervuild wordt. Daar zijn we mee bezig.

De voorzitter:

Ik dank u voor uw komst naar de Kamer.

Er is elke keer een verandering van het schema. Excuses. De Eerste Kamer maakt ons het vragenuur een beetje moeilijk vandaag. Ik wil nu toch als eerste de vragen doen van de heer Recourt, maar daarvoor is wel nodig dat de staatssecretaris van V en J aanwezig is. Ik hoor de minister van I en M zeggen dat deze binnenkomt, maar het is de staatssecretaris van Financiën! Sorry, mijnheer Recourt, u moet nog even wachten! Excuses hiervoor. Wij gaan door met de vragen van de heer Merkies.