Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1997-1998nr. 75, pagina 5616-5625

Aan de orde zijn de stemmingen over 40 moties, ingediend in het notaoverleg over het kabinetsstandpunt (deel 3) inzake de partiële herziening van de PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid (25180, nrs. 3 en 4), te weten:

- de gewijzigde motie-Duivesteijn c.s. over stimulering van het individuele opdrachtgeverschap (25180, nr. 61);

- de gewijzigde motie-Duivesteijn/Gabor over een mogelijk woningoverschot (25180, nr. 62);

- de motie-Duivesteijn/Gabor over het snel uitbrengen van de vijfde nota (25180, nr. 7);

- de gewijzigde motie-Verbugt over de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer (25180, nr. 63);

- de nader gewijzigde motie-Verbugt over het Nationaal landschap Groene Hart (25180, nr. 67);

- de motie-Verbugt over doortrekking van de A4 en aansluiting op de A29 (25180, nr. 12);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Gabor over nieuwe bedrijfsontwikkeling nabij de steden in corridors langs de achterlandverbindingen (25180, nr. 53) (herdruk);

- de motie-Versnel-Schmitz/Gabor over de geleidelijke overgang van stedelijk naar landelijk gebied in de stadsranden (25180, nr. 14) (herdruk);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz over het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van Midden-Delfland bij doortrekking van de A4 (25180, nr. 65);

- de motie-Versnel-Schmitz c.s. over grensoverschrijdende ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de landsdelen Noord, Oost en Zuid (25180, nr. 16) (tweede herdruk);

- de motie-Versnel-Schmitz over groenontwikkeling (25180, nr. 17);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Stellingwerf over locaties voor zendmasten (25180, nr. 54);

- de motie-Versnel-Schmitz over nieuwe landgoederen (25180, nr. 20);

- de motie-Versnel-Schmitz over samenhangende voorstellen ter oplossing van de ruimteproblematiek in de vier Randstadprovincies (25180, nr. 21);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz over het tijdig realiseren van het Nationaal landschap Groene Hart (25180, nr. 55);

- de motie-Versnel-Schmitz/Gabor over de recreatieve bereikbaarheid van de bufferzones en het Groene Hart (25180, nr. 23);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz c.s. over een tekort aan bouwmogelijkheden in de Leidse regio (25180, nr. 68);

- de motie-Van den Berg over behoud van het open karakter van de Hoeksche Waard (25180, nr. 35);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Gabor over bescherming van het open karakter van de Hoeksche Waard (25180, nr. 69);

- de motie-Poppe over glastuinbouwlocaties (25180, nr. 26);

- de motie-Poppe over een regionaal HOV-netwerk in Zuid-Limburg (25180, nr. 27);

- de motie-Poppe over herontwikkeling van bestaande bedrijfsterreinen in de regio Rijnmond (25180, nr. 28);

- de nader gewijzigde motie-Gabor/Versnel-Schmitz over de Oostvlietpolder en de Cronesteinpolder (25180, nr. 75);

- de motie-Gabor over de bufferzone Midden-Delfland (25180, nr. 31);

- de motie-Gabor over een gedifferentieerde benadering van het Groene Hart (25180, nr. 32);

- de motie-Gabor over het schrappen van de verstedelijkingsopgave 2005-2010 (25180, nr. 33);

- de gewijzigde motie-Van den Berg/Verbugt over de Bollenstreek (25180, nr. 58) (herdruk);

- de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz over de gevolgen van het van kracht worden van het Verdrag van Malta (25180, nr. 71);

- de motie-Poppe over criteria voor bedrijfsvestigingen (25180, nr. 38);

- de motie-Poppe over de mogelijkheid in te grijpen in maatschappelijk ongewenste grond- en vastgoedtransacties (25180, nr. 39);

- de motie-Poppe over een gelijkmatige ruimtelijk-economische ontwikkeling (25180, nr. 40);

- de motie-Poppe over planologische inbedding van zendinstallaties (25180, nr. 41);

- de motie-Verbugt over de spoorzone van Breda (25180, nr. 42);

- de motie-M.B. Vos over een afwegingskader voor de ruimtelijke ontwikkeling van ons land in de 21ste eeuw (25180, nr. 45);

- de gewijzigde motie-M.B. Vos over het accommoderen van distributiebedrijfsterreinen (25180, nr. 57);

- de motie-M.B. Vos over een eenmalige heffing voor het in gebruik nemen van onbebouwde grond (25180, nr. 47);

- de motie-M.B. Vos over het onthouden van BLS-subsidie aan stads- en dorpsuitbreiding (25180, nr. 48);

- de gewijzigde motie-Duivesteijn c.s. over sociale woningbouw (25180, nr. 73);

- de nader gewijzigde motie-Gabor c.s. over groei van de woningvoorraad en de werkgelegenheid die samenhangt met de eigen behoefte (25180, nr. 74);

- de motie-Verbugt over een kwaliteitsslag in de Vinex-locaties (25180, nr. 76).

(Zie notaoverleg van 30 maart 1998.)

De voorzitter:

De eerder rondgedeelde stemmingslijst is aangepast. Alle gewijzigde moties zijn nu ook genummerd.

Van de volgende moties is een herdruk verschenen in verband met wijziging ondertekening:

  • - de motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 14);

  • - de motie-Versnel-Schmitz c.s. (25180, nr. 16);

  • - de motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 23);

  • - de motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 13);

  • - de motie-Van den Berg/Verbugt (25180, nr. 58).

De motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 13) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat ruimte voor nieuwe bedrijfsontwikkeling nabij de steden in corridors langs de achterlandverbindingen een belangrijke bijdrage aan de economische ontwikkeling kan geven;

verzoekt de regering in "Aanvullingen op «III. Beleidskeuzen voor de Dagelijkse Leefomgeving»", in de gele tekst in onderdeel 2.9.:

  • - in de tweede volzin te schrappen: "waar mogelijk en";

  • - in de tweede volzin komma's te plaatsen voor en achter "afhankelijk van het soort bedrijven";

  • - de vierde volzin "Nieuwe bedrijfs vestigingen... t/m ...ontsloten zijn." te schrappen en in te voegen: "Nieuwe bedrijfsvestigingen langs achterlandverbindingen worden toegestaan, mits beperkt tot knooppunten, grenzend aan stedelijke gebieden en zo mogelijk ontsloten door openbaar vervoer of bedrijfsvervoer. Deze bedrijfsterreinen worden verder bij voorkeur gesitueerd bij terminals die vanuit ruimtelijk oogpunt goed liggen en die goed via de weg ontsloten zijn.";

verzoekt de regering tevens het kaartbeeld hierop aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Versnel-Schmitz en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 53 (25180).

De motie-Van den Berg (25180, nr. 36) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het behoud van een levensvatbare bollenteelt in de Duin- en Bollenstreek van wezenlijk belang is niet alleen voor de regio maar ook nationaal, zowel in economisch als toeristisch-recreatief oogpunt;

overwegende, dat betrokken partijen in het Pact van Teylingen hebben vastgelegd dat in de Duin- en Bollenstreek de bollenteelt een wezenlijke functie dient te behouden;

van mening, dat de handhaving en ontwikkeling van een levensvatbare bollenteelt in de regio niet door andere ruimteclaims mag worden belemmerd;

nodigt de regering uit in Hoofdstuk V.3 Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland, paragraaf q. verstedelijkingsopgave, onder keuzevraagstukken voor de periode na 2010, de passage met betrekking tot de eventuele gedeeltelijke verplaatsing van de bollenteelt te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 58 (25180).

De motie-Duivesteijn c.s. (25180, nr. 5) is in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt:

"verzoekt de regering:

  • - door middel van een door het Rijk op te zetten stimuleringsprogramma, in samenwerking met vertegenwoordigers van de andere overheden, het bedrijfsleven, de woonconsumenten, en de corporaties, dit nader onderzoek naar vernieuwende verstedelijkingsvormen en de rol van de woonconsument als opdrachtgever daarbij, te starten;

  • - te bevorderen dar in de huidige Vinex-periode een groter aandeel van de nieuwbouw door middel van eigen opdrachtgeverschap kan worden gerealiseerd;

  • - ernaar te streven dat, voor de periode van de actualisering Vinex, het aandeel via individueel opdrachtgeverschap te realiseren woningen een substantieel deel, circa eenderde, van de te realiseren bouwopgave bedraagt;

  • - overname van dit hiervoor geformuleerde streven in de tekst van de PKB, via toevoeging aan hoofdstuk lI.3, onder punt k (blz. 11, PKB-tekst),".

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Duivesteijn, Gabor, Versnel-Schmitz en Verbugt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 61 (25180).

De motie-Duivesteijn/Gabor (25180, nr. 6) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende:

dat volgens de najaarsbrief van 20 oktober 1997 niet kan worden uitgesloten dat er in de periode tot 2005 een kwantitatief woningoverschot ontstaat, dat zich het sterkst kan voordoen in de provincies Friesland, Noord- en Zuid-Holland en Flevoland;

dat er in aanvulling op de uitvoeringsconvenanten nu uitvoeringsafspraken liggen voor de verstedelijkingsopgave 2005-2010 in samenhang met rijksbijdragen voor grondkosten, bodemsanering, openbaar vervoer en groen;

dat in 2000 een herijking zal worden uitgevoerd gevoed door voortschrijdende inzichten:

  • - in de voortgang van de verstedelijkingsopgave in de eerste vijf Vinex-jaren;

  • - in de woningbouwbehoefte voor de periode 2000-2010;

  • - in de behoefte aan bedrijventerreinen en kantoren;

  • - in de uitvoering van de stedelijkevernieuwingsopgave;

is van oordeel dat, gelet op de risico's van een mogelijk woningoverschot, de ontwikkeling van de woningbehoefte en de herijking van de uitvoeringsafspraken worden geplaatst in een breder afwegingskader;

overwegende, dat voor 2000 een vijfde nota ruimtelijke ordening wordt voorbereid;

verzoekt de regering in de regionale paragrafen 5.1 t/m 5.4 (blz. 25, 27 29 en 37) na: "De opgave is de basis voor de uitvoeringsafspraken. Daar de bevolkings- en economische prognoses in de loop der tijd kunnen veranderen, zal in het jaar 2000 een herijking van de uitvoeringsafspraken plaatsvinden." de tekst als volgt aan te vullen: "De herijking wordt een onderdeel van de voorbereiding van een integrale vijfde nota ruimtelijke ordening. Bij een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van de opgavencijfers worden, in overleg met de Tweede Kamer, de uitvoeringsafspraken 2005-2019 in gelijke mate bijgesteld. Hierbij worden tevens de afspraken met de provincies over de inperking van woningbouw in niet-Vinex-gebieden geëvalueerd en betrokken.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Duivesteijn en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 62 (25180).

De motie-Verbugt (25180, nr. 10) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

kennisgenomen hebbende van de voornemens om, in het kader van de actualisering van de PKB Vinex, te komen tot een bufferzonebeleid waarbij de grenzen de status krijgen van een concrete beleidsbeslissing;

van mening, dat voor delen van de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer de mogelijkheid moet worden opengehouden om door middel van een partiële herziening van de PKB Vinex delen van de bufferzone aan te wenden voor verstedelijking ten behoeve van de Leidse regio;

overwegende, dat de Leidse regio moet voorzien in haar eigen verstedelijkingsopgave;

verzoekt de regering in de tekst van de PKB in Hoofdstuk II 2 onderdeel f:

  • - in de opsomming van aangewezen bufferzones de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer te schrappen;

  • - aan onderdeel i als laatste alinea toe te voegen: "De grens van de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer is indicatief op de PKB-regiokaart aangegeven. De aanwijzing (inclusief de definitieve begrenzing) vindt plaats in het kader van een partiële herziening van de PKB, nadat duidelijkheid is verkregen over de invulling van de verstedelijkingsbehoefte van de Leidse regio als uitkomst van de gebiedsuitwerking Leiden-Haarlem-Amsterdam." Indien de uitkomst van deze gebiedsuitwerking daartoe aanleiding geeft, wordt in de hier bedoelde partiële herziening tevens voorzien in aanpassing van de begrenzing van het Groene Hart,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door het lid Verbugt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 63 (25180).

De motie-Verbugt (25180, nr. 11) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

kennisgenomen hebbende van de voornemens om in het kader van de actualisering van de PKB Vinex het Groene Hart aan te wijzen als Nationaal landschap;

van mening, dat functieondersteunende bebouwing een bijdrage kan leveren aan een duurzame exploitatie van de hierin gelegen recreatiegebieden;

verzoekt de regering in "Aanvullingen op «IV. Beleidskeuzen voor het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief»" onderdeel 4, p. 20 als volgt te wijzigen:

  • - 6e regel van boven de zin: "Een uitzondering... t/m ...gebiedsfuncties." te schrappen en te vervangen door: "Buiten in rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid vastgelegde natuurgebieden is niet-substantiële bebouwing (ca. 1% van de totale oppervlakte inclusief water) die gekoppeld is aan het gebruik van genoemde landelijke gebiedsfuncties en/of die tevens dient als structurele ondersteuning voor de ontwikkeling van natuur, recreatie en landschap, toegestaan.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is ingediend door de leden Verbugt, Versnel-Schmitz, Gabor en Duivesteijn. Naar mij blijkt wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 64 (25180).

De motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 15) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat bij de doortrekking van de A4 door rijksbufferzone Midden-Delfland de ruimtelijke kwaliteit van het gebied gewaarborgd dient te blijven;

overwegende, dat doortrekking van de A4 evenmin tot gevolg mag hebben dat de kwaliteit van bestaand stedelijk gebied wordt aangetast;

verzoekt de regering in "Aanvullingen op «V. Regionale Beleidsuitspraken»", onderdeel "5.3. De Randstad" bij de gebiedsuitwerking Den Haag-Rotterdam onder "Keuzevraagstukken voor de periode vóór 2010" op pag. 32 een gedachtestreepje toe te voegen met de volgende tekst: "- onderzoek naar een zodanige uitvoering van de doortrekking van de A4 tussen Den Haag en Schiedam dat daardoor de ruimtelijke kwaliteit van de bufferzone en het stedelijk gebied tenminste gelijk kan blijven en nieuwe bij de functie van het gebied behorende ontwikkelingen mogelijk kunnen worden gemaakt.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door het lid Versnel-Schmitz. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 65 (25180).

De motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 19) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het bufferzonebeleid gericht is op het openhouden van gebieden tussen stadsgewesten om daarmee de recreatie dicht bij huis te houden;

van mening, dat functieondersteunende bebouwing een bijdrage kan leveren aan de duurzame exploitatie van hierin gelegen recreatiegebieden;

verzoekt de regering in "Aanvullingen op «II. Uitgangspunten van Beleid»" onderdeel 2.,. p. 10 als volgt te wijzigen:

  • - 8e regel van boven: het woord "dagrecreatie" te wijzigen in "(dag)recreatie";

  • - 15e regel van boven de zin "Niet-substantiële bebouwing... t/m is toegestaan" te schrappen en te vervangen door: "Buiten in rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid vastgelegde natuurgebieden is niet-substantiële bebouwing (ca. 1% van de totale oppervlakte inclusief water) die gekoppeld is aan het gebruik van genoemde landelijke gebiedsfuncties en/of die tevens dient als structurele ondersteuning voor de ontwikkeling van natuur, recreatie en landschap, toegestaan.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Versnel-Schmitz, Verbugt, Gabor en Duivesteijn. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 66 (25180).

De gewijzigde motie-Verbugt c.s. (25180, nr. 64) is in die zin nader gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het bufferzonebeleid gericht is op het openhouden van gebieden tussen stadsgewesten om daarmee de recreatie dicht bij huis te houden;

overwegende, dat instandhouding van aantrekkelijke recreatievoorzieningen een deugdelijke economische basis moet hebben;

verzoekt de regering bij het in de praktijk hanteren van het begrip "niet-substantiële bebouwing" een uitleg daaraan te geven die voldoende ruimte biedt voor een reële ondersteuning van de recreatieve functie (bijvoorbeeld door de toegestane bebouwing te relateren aan het feitelijk voor intensieve recreatie ingerichte deel van de bufferzone, bij voorkeur aansluitend aan de stedelijke randen, en daarbij een maximale oppervlakte van 2% van het recreatief ingerichte deel mogelijk te maken;

verzoekt de regering voorts om ten aanzien van het Groene Hart een analoge benadering te volgen, waarbij eveneens in de intensief recreatief ingerichte gebiedsdelen functieondersteunende bebouwing mogelijk wordt zonder dat de openheid wordt aangetast,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze nader gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Verbugt, Versnel-Schmitz, Gabor en Duivesteijn. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 67 (25180).

De motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 24) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat voor de Leidse regio rond de eeuwwisseling zich een tekort aan bouwmogelijkheden voor wonen en werken voordoet;

verzoekt de regering in hoofdstuk Aanvullingen op «V. Regionale Beleidsuitspraken», onderdeel 5.3, op p. 29/30, tekst beginnend met "In de opgave voor Haaglanden... t/m worden aangepast", te schrappen en te vervangen door: "In het kader van de gebiedsuitwerking Leiden-Amsterdam-Den Haag zal worden uitgegaan van de ontwikkeling van Valkerhout als bouwlocatie voor de bouwopgave 2005-2010.";

verzoekt de regering verder de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer dienovereenkomstig aan te passen op de Bufferzonekaart, opgenomen op blz. 14 van "Aanvullingen op «II. Uitgangspunten van Beleid»", zodanig dat het huidige vliegveld Valkenburg buiten de contour valt en dat de ecologische verbinding tussen het Duingebied en het Groene Hart in stand blijft,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Versnel-Schmitz, Duivesteijn en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 68 (25180).

De motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 25) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat het open karakter van de Hoeksche Waard als contramal van de verstedelijkte gebieden in de Rijnmond en de Drechtsteden bescherming behoeft;

van mening, dat vestiging van nieuwe vormen van bedrijvigheid in dit gebied alleen dan kan worden toegestaan als ondubbelzinnig is aangetoond dat herstructurering van de Rotterdamse haven en de ontwikkeling van de tweede Maasvlakte onvoldoende soelaas bieden en dat dit thans niet het geval is;

van mening, dat er voor de glastuinbouw voldoende geschikte alternatieve vestigingsmogelijkheden in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland voorhanden zijn;

overwegende, dat uitplaatsing van deze bedrijfstak naar genoemde gebieden tevens een welkome impuls zouden betekenen voor de desbetreffende regio's zelf;

verzoekt de regering in"Aanvullingen op «IV. Regionale Beleidsuitspraken»", onderdeel 5.3. p. 32, bij het tweede uitgangspunt in plaats van de voorgestelde tekst op te nemen: "- aanleg van havenafgeleide bedrijfsterreinen te plaatsen in een breder afwegingskader, waarbij primair gekeken wordt naar de mogelijkheden van intensieve benutting en herstructurering van de bestaande bedrijfsterreinen in het Rijnmondgebied.", en het derde uitgangspunt betreffende een nieuw centrumgebied voor de glastuinbouw te laten vervallen;

verzoekt de regering verder deze wijziging te doen doorwerken in de omschrijving van de keuzevraagstukken met betrekking tot de Gebiedsuitwerking Hoeksche Waard,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Versnel-Schmitz en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 69 (25180).

De motie-Gabor (25180, nr. 30) is in die zin gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in verband met het geconstateerde tekort aan bedrijfsterreinen in de Leidse regio de minister van VROM overeenstemming heeft bereikt over de aanleg van 40 ha netto bedrijfsterrein in de Oostvlietpolder te Leiden en dat hiervoor een beperkte aanpassing van de bufferzone tussen Leiden en Den Haag nodig is;

verzoekt de regering de Bufferzonekaart, opgenomen op blz. 14 van "Aanvullingen op «II. Uitgangspunten van Beleid»" zodanig aan te passen dat het gedeelte van de Oostvlietpolder, parallel aan de A4 gelegen tussen het tracé van A11-west en de Vrouwenweg, tot aan de watering die globaal in het midden van de polder loopt, buiten de contour blijft,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Gabor en Versnel-Schmitz. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 70 (25180).

De motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 37) is in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt:

"verzoekt de regering de gevolgen van het van kracht worden van het Verdrag van Malta in de uitvoeringsafspraken te verwerken door in de onderdelen C van de uitvoeringsafspraken ook de implementatie van het Verdrag van Malta als voorbeeld van mogelijke wijziging van wet- of regelgeving op te nemen,".

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door het lid Versnel-Schmitz. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 71 (25180).

De motie-Verbugt (25180, nr. 43) is in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt:

"nodigt de regering uit de convenanten – waar de markt daarom vraagt – in overleg met de betrokken overheden zodanig te versoepelen, dat met behoud van de financiële randvoorwaarden, bouwen in meer gevarieerde dichtheid en kwaliteit via individueel opdrachtgeverschap mogelijk wordt,".

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Verbugt, Versnel-Schmitz en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 72 (25180).

De motie-Duivesteijn (25180, nr. 52) is in die zin gewijzigd, dat het dictum thans luidt:

"verzoekt de regering in de Partiële Herziening PKB Nationaal Ruimtelijk Beleid op te nemen dat de bouw van ca. 30% van de op de uitleglocaties en binnen de herstructurering van de woningvoorraad te bouwen woningen in de sociale sector mogelijk wordt gemaakt,".

Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Duivesteijn, Versnel-Schmitz en Gabor. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteun.

Zij krijgt nr. 73 (25180).

De gewijzigde motie-Gabor/Van den Berg (25180, nr. 59) is in die zin nader gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat er binnen de hoofdbeleidslijn van het rijksrestrictieve beleid voor gemeenten en daarvan deel uitmakende kernen gelegen in de rijksrestrictieve gebieden ruimte moet zijn voor groei van de woningvoorraad en de werkgelegenheid die samenhangt met de eigen behoefte;

verzoekt de regering in hoofdstuk II.2 "Ruimtelijke hoofdstructuur":

  • - de tekst onder d.1 aan te vullen met: "Bij de vaststelling van de contouren in de restrictieve beleidsgebieden wordt in voldoende mate rekening gehouden met de (geprognosticeerde) natuurlijke bevolkingsaanwas en de huisvesting van statushouders.";

  • - in de laatste.zin in het tekstblok d.1 het woord "stringente" te schrappen, en aan deze zin toe te voegen: "zonder dat daarbij het voorzieningenniveau in plattelandskernen wezenlijk wordt aangetast.";

verzoekt de regering vervolgens in hoofdstuk IV.4 "Beleidskeuzen voor het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief":

  • - de eerste zin achter het zevende gedachtestreepje in het eerste tekstblok te vervangen door: "het veiligstellen van de bereikbaarheid van stadsgewesten en de leefbaarheid van de stadsgewesten en het landelijk gebied in het bijzonder van de vier grote steden, de beide mainports Schiphol en de Rotterdamse haven en de andere grote bedrijfsconcentraties.";

  • - de zin achter het vijfde gedachtestreepje in het tweede tekstblok (met "beslissingen van wezenlijk belang") te vervangen door: "de bebouwingscontouren mogen via een streekplanprocedure worden gewijzigd, indien dit planologisch beter inpasbaar is of vanwege de opvang van de natuurlijke bevolkingsaanwas of statushouders noodzakelijk is, waarbij rekening wordt gehouden met de openheid en de kwaliteit van het landelijk gebied;

verzoekt de regering ten slotte in hoofdstuk V.2. "Overijssel en Gelderland", paragraaf k. verstedelijkingsopgave 2005-2010:

  • - na de eerste volzin van de tweede alinea wordt toegevoegd: "Bij de vaststelling van de contouren wordt in voldoende mate rekening gehouden met de (geprognosticeerde) natuurlijke bevolkingsaanwas en de huisvesting van statushouders. De bebouwingscontouren mogen via een streekplanprocedure worden gewijzigd, indien dit vanwege de opvang van de natuurlijke bevolkingsaanwas of statushouders noodzakelijk is, waarbij rekening gehouden zal worden met openheid en kwaliteit van het aangrenzende landelijk gebied.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze nader gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Gabor, Van den Berg en Verbugt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 74 (25180).

Mevrouw Versnel-Schmitz trekt haar gewijzigde motie (25180, nr. 66) (ter vervanging van de nrs. 9, 19 en 34) in.

De gewijzigde motie-Gabor/Versnel-Schmitz (25180, nr. 70) is in die zin nader gewijzigd, dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat in verband met het geconstateerde tekort aan bedrijfsterreinen in de Leidse regio er in principe overeenstemming met de minister van VROM is over de aanleg van een bedrijfsterrein van 40 ha netto in de Oostvlietpolder;

verzoekt de regering in hoofdstuk II.2 onder i, na de tweede alinea (die eindigt met"...van toepassing.") nieuwe alinea toe te voegen, die luidt: "In de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van een bedrijfsterrein, met een oppervlakte van 40 ha netto, in de Oostvlietpolder. In overleg tussen Rijk, provincie en gemeente wordt de locatie nader bepaald.",

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze nader gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Gabor en Versnel-Schmitz. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 75 (25180).

Mevrouw Verbugt trekt haar gewijzigde motie (25180, nr. 72) (ter vervanging van nr. 43) in.

Mevrouw Verbugt heeft een nieuwe motie ingediend, deze luidt als volgt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de Vinex-conve- nanten een exacte taakstelling met betrekking tot het aantal te bouwen woningen bevatten;

van mening, dat de Vinex-locaties een kwaliteitsslag moeten maken om het weglekken van de koopkrachtige vraag te voorkomen;

nodigt de regering uit de convenanten – waar de markt daarom vraagt – in overleg met de betrokken overheden zodanig te versoepelen, dat met behoud van de financiële randvoorwaarden, bouwen in lagere dichtheden en via individueel opdrachtgeverschap mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze motie is voorgesteld door het lid Verbugt. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 76 (25180).

In stemming komt de gewijzigde motie-Duivesteijn c.s. (25180, nr. 61).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Duivesteijn/Gabor (25180, nr. 62).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, de SGP, het GPV, de RPF, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Duivesteijn/Gabor (25180, nr. 7).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA en de groep-Nijpels voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Verbugt (25180, nr. 63).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en de VVD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Verbugt c.s. (25180, nr. 67).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, D66, het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verbugt (25180, nr. 12).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD en de CD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 53) (herdruk).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 14) (herdruk).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 65).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz c.s. (25180, nr. 16, tweede herdruk).

De heer Van Boxtel (D66):

Voorzitter! Het moet zijn: Zuid. Het landsdeel aan de westkant is namelijk nogal drassig.

De voorzitter:

De motie-Versnel-Schmitz c.s. (25180, nr. 16) is in die zin gewijzigd, dat de eerste overweging thans luidt:

"overwegende, dat in deel 3 van de nota actualisering PKB-NRB naar verhouding weinig aandacht wordt geschonken aan grensoverschrijdende ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de landsdelen Noord, Oost en Zuid;".

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA en de CD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 17).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Stellingwerf (25180, nr. 54).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 20).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 21).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, D66 en de groep-Nijpels voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 55).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, het GPV, de RPF, de VVD en de groep-Nijpels voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 23) (herdruk).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz c.s. (25180, nr. 68).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, het CDA en de groep-Nijpels voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (25180, nr. 35).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz/Gabor (25180, nr. 69).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 26).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 27).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 28).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Gabor/Versnel-Schmitz (25180, nr. 75).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, D66, het CDA en de groep-Nijpels voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gabor (25180, nr. 31).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, D66, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA en de groep-Nijpels voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen.

Dat betekent dat ik de uitslag moet laten vaststellen en wij hoofdelijk moeten stemmen.

De heer De Graaf (D66):

Voorzitter! Als de stemmen staken, dan moet er toch in de eerstvolgende vergadering opnieuw worden gestemd?

De voorzitter:

De stemmen staken niet, maar zouden hebben gestaakt in een voltallige vergadering. Dat is de fictiestemming.

De heer De Graaf (D66):

Kunt u dat in ieder geval voor mij nog een keer uitleggen?

De voorzitter:

Naar de fictie die wij hanteren, zouden wij nu uitkomen op 75-75. De stemmen staken niet, want dat kun je pas officieel vaststellen als er hoofdelijk is gestemd.

De heer Rouvoet (RPF):

Voorzitter! Ik moet mij wel heel erg vergissen, maar ik kom op 78 voorstemmers, als ik de fracties goed geturfd heb.

De voorzitter:

De heer Rouvoet geeft te kennen dat hij het begrijpt. Dat nu is weer een verworvenheid. Maar wij moeten wel hoofdelijk stemmen. Dan zullen wij zien hoe de uitkomst is.

De heer Van der Burg (CDA):

Voorzitter! Misschien had u zo-even moeten vaststellen – dat kan de fictie zijn – dat niet helder vastgesteld is kunnen worden wat de uitslag van de stemming is. Als u deze fictie met mij doorloopt, dan komt u bij artikel 70, lid 2. Dan kunnen wij nu reglementair hoofdelijk stemmen. Daar zal ik mij gaarne aan onderwerpen.

De voorzitter:

Het spijt mij een beetje voor het niveau van mijn begrip, maar dat heb ik ook gezegd.

Vóór stemmen de leden: Soutendijk-van Appeldoorn, Terpstra, Ter Veer, Verhagen, Versnel-Schmitz, Visser-van Doorn, Van der Vlies, Van Vliet, M.B. Vos, Van Walsem, Van Waning, Wessels, Wolters, Ybema, Aiking-van Wageningen, Van Ardenne-van der Hoeven, Bakker, Beinema, Van den Berg, Biesheuvel, Bijleveld-Schouten, Van den Bos, Van Boxtel, Bremmer, Bukman, V.A.M. van der Burg, Van de Camp, Dankers, Van Dijke, Dittrich, Doelman-Pel, Fermina, Gabor, Giskes, De Graaf, De Haan, Heeringa, Hillen, Hoekema, Van der Hoeven, De Hoop Scheffer, Ten Hoopen, Jeekel, G. de Jong, Jorritsma-van Oosten, Koekkoek, De Koning, Lambrechts, Lansink, Leers, Van der Linden, Marijnissen, Mateman, Meijer, Mulder-van Dam, Oedayraj Singh Varma, Poppe, Rabbae, Reitsma, Van 't Riet, Roethof, Rosenmöller, Rouvoet, Scheltema-de Nie, Schutte, Sipkes en Smits.

Tegen stemmen de leden: Sterk, Van der Stoel, Swildens-Rozendaal, Valk, Te Veldhuis, Verbugt, Vliegenthart, O.P.G. Vos, Voûte-Droste, B.M. de Vries, J.M. de Vries, Wagenaar, Wallage, Weisglas, Witteveen-Hevinga, Woltjer, Van Zijl, Zijlstra, Van Zuijlen, Adelmund, Apostolou, Blaauw, Blauw, Van Blerck-Woerdman, Bolkestein, M.M. van der Burg, Cherribi, De Cloe, Cornielje, Crone, Dijksma, Van den Doel, Duivesteijn, Elsthout, Essers, Feenstra, Van Gelder, Van Heemskerck Pillis-Duvekot, Van Heemst, Hessing, Hofstra, Van Hoof, Hoogervorst, Huys, Janmaat, A. de Jong, Kalsbeek-Jasperse, H.G.J. Kamp, M.M.H. Kamp, Keur, Klein Molekamp, Koenders, Korthals, Liemburg, Luchtenveld, Middel, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Oudkerk, Van Oven, Passtoors, Van der Ploeg, Rehwinkel, Remkes, Van Rey, Rijpstra en Schuurman.

De voorzitter:

De uitslag van de stemming is dat 67 stemmen voor en 67 stemmen tegen de motie zijn uitgebracht. De stemmen staken dus feilloos. Dat was wellicht niet de bedoeling van de stemming, maar zo kan het toch uitpakken.

De normale gang van zaken bij het staken van de stemmen is dat in een volgende vergadering opnieuw wordt gestemd. Wij kunnen ook besluiten om dat later in deze vergadering te doen bij de laatste stemmingsronde. Daarover moeten wij het dan wel eens zijn.

De heer Wallage (PvdA):

De bedoeling van ons Reglement van orde is dat wij die stemming bij een andere gelegenheid doen. Het minste wat moet gebeuren, is dat fracties in de gelegenheid worden gesteld om hun troepen op orde proberen te krijgen als ware het een andere vergadering. Waar er in dit land toch af en toe moet worden gegeten, stel ik voor om daarvoor te schorsen en direct daarna opnieuw over de motie te stemmen. Ik hoop dat wij dan tot een andere uitslag komen: het kan niet schelen welke.

De heer Gabor (CDA):

De heer Wallage suggereert om een andere vergadering opnieuw bijeen te roepen. Dat lijkt mij een oplossing. Maar ik wil dat niet zonder een echte stemming voorbij laten gaan. Dat kan natuurlijk niet.

De voorzitter:

Als er nog een stemmingsronde is tijdens een vergadering, is het mogelijk om de herstemming in die ronde te houden, als de vergadering het daar unaniem over eens is. Dat lijkt mij voor dit geval het meest voor de hand liggend. Als de stemmen dan weer staken, geldt dat de motie verworpen is.

De heer Weisglas (VVD):

Mogen wij er wel van uitgaan dat de 2,5 uur die de minister nodigt heeft om de moties te verwerken, ingaat na de stemmingen van nu en niet pas na de herstemming over die ene motie?

De voorzitter:

Zeker. Ik geloof dat deze motie niet meer tijd voor de minister vergt om de moties te verwerken. Die aantekening is dus terecht.

Ik constateer, dat de Kamer er unaniem mee akkoord gaat dat de herstemming over de motie op stuk nr. 31 in de latere stemmingsronde plaatsvindt.

In stemming komt de motie-Gabor (25180, nr. 32).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gabor (25180, nr. 33).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie is verworpen met dezelfde stemverhouding als de vorige.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg/Verbugt (25180, nr. 58) (herdruk).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat de stemmen zouden hebben gestaakt.

Dat kan immers alleen in een hoofdelijke stemming worden vastgesteld. Wij gaan daar niet de hand mee lichten, hoe groot de behoefte daartoe ook moge zijn.

Wij gaan nu dus over tot de hoofdelijke stemming over de gewijzigde motie-Van den Berg/Verbugt (25180, nr. 58).

Vóór stemmen de leden: Luchtenveld, Mateman, Meijer, Mulder-van Dam, Passtoors, Reitsma, Remkes, Van Rey, Rijpstra, Rouvoet, Schutte, Schuurman, Smits, Soutendijk-van Appeldoorn, Van der Stoel, Terpstra, Te Veldhuis, Verbugt, Verhagen, Visser-van Doorn, Van der Vlies, O.P.G. Vos, Voûte-Droste, B.M. de Vries, J.M. de Vries, Weisglas, Wolters, Van Ardenne-van der Hoeven, Beinema, Van den Berg, Biesheuvel, Bijleveld-Schouten, Blaauw, Blauw, Van Blerck-Woerdman, Bolkestein, Bremmer, Bukman, V.A.M. van der Burg, Van de Camp, Cherribi, Cornielje, Dankers, Van Dijke, Van den Doel, Doelman-Pel, Elsthout, Essers, Gabor, De Haan, Van Heemskerck Pillis-Duvekot, Heeringa, Hessing, Hillen, Van der Hoeven, Hofstra, Van Hoof, Hoogervorst, De Hoop Scheffer, Ten Hoopen, Janmaat, G. de Jong, H.G.J. Kamp, M.M.H. Kamp, Keur, Klein Molekamp, Koekkoek, Korthals, Lansink, Leers en Van der Linden.

Tegen stemmen de leden: Middel, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Oedayraj Singh Varma, Oudkerk, Van Oven, Van der Ploeg, Poppe, Rabbae, Rehwinkel, Van 't Riet, Roethof, Rosenmöller, Scheltema-de Nie, Sipkes, Sterk, Swildens-Rozendaal, Valk, Ter Veer, Versnel-Schmitz, Vliegenthart, Van Vliet, H. Vos, M.B. Vos, Wagenaar, Wallage, Van Walsem, Van Waning, Wessels, Witteveen-Hevinga, Woltjer, Ybema, Van Zijl, Zijlstra, Van Zuijlen, Adelmund, Aiking-van Wageningen, Apostolou, Augusteijn-Esser, Bakker, Van den Bos, Van Boxtel, M.M. van der Burg, De Cloe, Crone, Dijksma, Dittrich, Duivesteijn, Feenstra, Fermina, Giskes, De Graaf, Van Heemst, Hoekema, Huys, Jeekel, A. de Jong, Jorritsma-van Oosten, Kalsbeek-Jasperse, Koenders, De Koning, Lambrechts en Liemburg.

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze gewijzigde motie met 71 tegen 63 stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Versnel-Schmitz (25180, nr. 71).

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 38).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 39).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 40).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, het GPV, de RPF, het CDA en de groep-Nijpels voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Poppe (25180, nr. 41).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Verbugt (25180, nr. 42).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-M.B. Vos (25180, nr. 45).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks en de SP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt gewijzigde motie-M.B. Vos (25180, nr. 57).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, het GPV, de SGP, de RPF, het CDA en de groep-Nijpels voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-M.B. Vos (25180, nr. 47).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van GroenLinks voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-M.B. Vos (25180, nr. 48).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de PvdA en de groep-Nijpels voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Duivesteijn c.s. (25180, nr. 73).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de PvdA, D66, de SGP, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Gabor c.s. (25180, nr. 74).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SGP, de VVD, het CDA, de groep-Nijpels en de CD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Verbugt (25180, nr. 76).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het GPV, de SGP, de RPF, de VVD, het CDA en de CD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen.

Dat betekent dat wij hoofdelijk moeten stemmen.

Vóór stemmen de leden: Mulder-van Dam, Passtoors, Reitsma, Remkes, Van Rey, Rijpstra, Rouvoet, Schutte, Schuurman, Smits, Soutendijk-van Appeldoorn, Van der Stoel, Terpstra, Te Veldhuis, Verbugt, Verhagen, Visser-van Doorn, Van der Vlies, O.P.G. Vos, Voûte-Droste, B.M. de Vries, J.M. de Vries, Weisglas, Wolters, Van Ardenne-van der Hoeven, Beinema, Van den Berg, Biesheuvel, Bijleveld-Schouten, Blaauw, Blauw, Van Blerck-Woerdman, Bolkestein, Bremmer, Bukman, V.A.M. van der Burg, Van de Camp, Cherribi, Cornielje, Dankers, Van Dijke, Van den Doel, Doelman-Pel, Elsthout, Essers, Gabor, De Haan, Van Heemskerck Pillis-Duvekot, Heeringa, Hessing, Hillen, Van der Hoeven, Hofstra, Van Hoof, Hoogervorst, De Hoop Scheffer, Ten Hoopen, Janmaat, G. de Jong, H.G.J. Kamp, M.M.H. Kamp, Keur, Klein Molekamp, Koekkoek, Korthals, Lansink, Leers, Van der Linden, Luchtenveld, Mateman en Meijer.

Tegen stemmen de leden: Middel, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Oedayraj Singh Varma, Oudkerk, Van Oven, Van der Ploeg, Poppe, Rabbae, Rehwinkel, Van 't Riet, Roethof, Rosenmöller, Scheltema-de Nie, Sipkes, Sterk, Swildens-Rozendaal, Valk, Ter Veer, Versnel-Schmitz, Vliegenthart, Van Vliet, H. Vos, M.B. Vos, Wagenaar, Wallage, Van Walsem, Van Waning, Wessels, Witteveen-Hevinga, Woltjer, Ybema, Van Zijl, Zijlstra, Van Zuijlen, Adelmund, Aiking-van Wageningen, Apostolou, Augusteijn-Esser, Bakker, Van den Bos, Van Boxtel, M.M. van der Burg, De Cloe, Crone, Dijksma, Dittrich, Duivesteijn, Feenstra, Fermina, Van Gelder, Giskes, De Graaf, Van Heemst, Hoekema, Huys, Jeekel, A. de Jong, Jorritsma-van Oosten, Kalsbeek-Jasperse, Koenders, De Koning, Lambrechts en Liemburg.

De voorzitter:

Ik constateer, dat deze motie met 71 tegen 64 stemmen is aangenomen.

De stemmingen hebben langer geduurd dan voorzien. Dat betekent dat nu de 2,5 uur voor VROM ingaat. Dat wordt dus uiterlijk 21.00 uur. Daarna willen de fracties vast nog even nagaan of alles in goede orde is geschied. Ik stel daarom voor dat wij voor de slotronde over dit onderwerp om 21.15 uur bijeenkomen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Intussen zijn er nog twee VAO's. Ik moet even overleg plegen over de tijdstippen, want er is een conflict of interest, een belangentegenstelling. Dat geldt in het bijzonder voor mevrouw Sipkes.

Het woord is aan mevrouw Sipkes.

Mevrouw Sipkes (GroenLinks):

Voorzitter! Zeker vandaag zou ik willen dat ik gekloond zou kunnen worden. Dat kan niet en dat is verder maar goed ook. Is het misschien mogelijk om het debat naar aanleiding van het AO over het asielbeleid te houden wanneer wij klaar zijn met het AO over de wapenexport? Op dat moment zou het debat over asielzoekers kunnen worden gehouden; aansluitend kan dan het debat naar aanleiding van het AO over wapenexport worden gehouden.

De voorzitter:

Dat wil ik wel doen, maar dan moeten wij een indicatie hebben van het tijdstip waarop dat kan, want wij gaan niet opnieuw de wachtkamer in, in afwachting van het belletje.

Mevrouw Sipkes (GroenLinks):

Het AO was gepland tot 18.30 uur, maar u weet net zo goed als ik dat wij hier al een uur zitten. Ik kan daar dus niet veel over zeggen; dat laat ik aan de voorzitter van die vergadering over.

De voorzitter:

Kunnen wij een vast tijdstip kiezen? Wij moeten immers zekerheid hebben. Kan het ene debat om 19.30 uur en het andere om 20.00 uur beginnen?

De heer Woltjer (PvdA):

Om 20.00 uur, voorzitter.

De voorzitter:

Dus om 20.00 uur eerst het debat over het asielbeleid en dan...

De heer Woltjer:

...het debat over wapenexport om 20.30 uur.

De voorzitter:

Dan besluiten wij daartoe.

Het woord is aan de heer De Hoop Scheffer.

De heer De Hoop Scheffer:

Voorzitter! Ik zou nu willen vragen of u vanavond rekening wilt houden met een korte heropening van het debat over de EMU voor een derde termijn.

De voorzitter:

Daar zullen wij vanaf 21.15 uur rekening mee houden. Om 20.00 uur begint dus het debat naar aanleiding van het AO over het asielbeleid, om 20.30 uur gevolgd door het debat naar aanleiding van het AO over wapenexport. Om 21.15 uur gaan wij dan de slotronde in.

De vergadering wordt van 18.30 uur tot 20.00 uur geschorst.

Voorzitter: M.M.H. Kamp