Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 86, pagina 7265

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 20 mei 2010 over moties en toezeggingen LNV.

De voorzitter:

Ik heet de minister van LNV van harte welkom. Wij volgen een wittekerstprocedure. Dat is een nieuwe vorm van het kerstregime. Het betekent dat de indiener de motie voorleest en dat de minister haar oordeel geeft. Dan heeft de Kamer voldoende informatie om haar oordeel te kunnen vormen.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondanks de doelstelling van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) om de natuurlijke hulpbronnen in zee duurzaam te beheren inmiddels 88% van de Europese visbestanden is overbevist en maar liefst 30% hiervan mogelijk niet meer kan herstellen;

overwegende dat de zeeën en oceanen zich in deplorabele toestand bevinden, en dat ook de Europese Commissie heeft verklaard dat het GVB heeft gefaald om de zeeën te beschermen tegen overbevissing;

overwegende dat een belangrijke oorzaak voor het falen van het GVB erin is gelegen dat is gewerkt met veel te algemene definities en begrippen, die voor meerdere uitleg vatbaar bleken en die geen duidelijke kaders stelden voor het beoogde duurzame beheer;

constaterende dat de definitie van de ecosysteembenadering die Nederland hanteert als inzet voor de hervorming van het GVB ("het zoveel mogelijk nut halen uit de levende natuurlijke hulpbronnen in zee en tegelijkertijd de gevolgen daarvan voor het milieu minimaliseren") wederom bol staat van de multi-interpretabele begrippen;

verzoekt de regering, bij de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid herstel en behoud van de mariene ecosystemen voorop te stellen en te hanteren als randvoorwaarde waarbinnen het nieuwe beleid vorm kan krijgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 204(32123-XIV).

Minister Verburg:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Ouwehand voor het indienen van deze motie, die ik eigenlijk als overbodig zou willen kwalificeren. Het spijt mij echt dat ik tegen de geachte afgevaardigde mevrouw Ouwehand moet zeggen dat ik vind dat haar overwegingen en constateringen zuur zijn en deels onjuist. Maar het dictum van de motie is voluit een ondersteuning van mijn beleid. Laat ik vanavond eens royaal zijn. Mijn oordeel over deze motie is dat ik de overwegingen en de constateringen onjuist vind en wil weerleggen, maar dat het dictum voluit een ondersteuning van mijn beleid is.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen straks bij de eindstemming over de motie stemmen.

De vergadering wordt van 20.40 uur tot 21.15 uur geschorst.