Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 86, pagina 7186-7201

Aan de orde is het verantwoordingsdebat over de jaarverslagen en de slotwetten over het jaar 2009 en de rapporten bij de jaarverslagen.

De voorzitter:

Dames en heren, u zag hier enig overleg. Wij gaan namelijk een lange dag tegemoet, maar hopelijk geen te lange dag. Wij zullen proberen om rond 13.00 uur een onderbreking van een halfuur te hebben, zodat wij een broodje kunnen eten. Verder hebben wij ook nog een onderbreking na de inbreng van de Kamer, zodat de regering het antwoord kan voorbereiden. Hiervoor zullen wij zeker ook een halfuur uittrekken. In dat halfuur plan ik echter een aantal VAO's, zodat die tijd benut wordt.

Het Centraal Planbureau heeft in alle wijsheid besloten om vandaag de doorrekeningen te presenteren. Een aantal leden heeft in dat kader ook nog enige "medianazorg" te verrichten. Zij kunnen de vrijheid nemen om even het debat te verlaten en aan de andere collega's te zeggen of er nog gewisseld kan worden. Als wij soepel zijn, kunnen wij vandaag volgens mij een goed debat hebben.

De heer Vendrik heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend. Mede daarom wil ik vanavond tijdig afronden. Wij gunnen het de heer Vendrik namelijk ontzettend dat hij zijn initiatief nog af kan maken. De stemmingen doen wij dus zo snel mogelijk, zodat de meeste Kamerleden hun verplichtingen kunnen nakomen. Daarna ronden wij dan met de echte harde kern het initiatiefwetsvoorstel van de heer Vendrik af. Dit is mijn planning en ik hoop dat het allemaal lukt.

Ik wens iedereen een plezierige vergaderdag toe. Het is namelijk de laatste in deze plenaire samenstelling, dus die moet iets moois worden. Het lijkt mij daarom goed dat wij elkaar allemaal de kans geven om een beetje in het verhaal te komen voordat wij opstaan voor de eerste onderbreking.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Voorzitter. Ten minste één wens van het kabinet tijdens het vorige verantwoordingsdebat is in vervulling gegaan. Toenmalig minister van Financiën, Wouter Bos, sprak namelijk vorig jaar op deze dag de wens uit om het verantwoordingsdebat wat politieker te maken. Gezien de timing van het debat vandaag moet dat lukken, niet in de laatste plaats omdat de verkiezingen – de voorzitter sprak zojuist al daarover – voor de deur staan en vooral omdat het CPB vandaag zijn cijfers heeft gepresenteerd. Ik zie dat de collega's die nog druk bestuderen.

Los van de dynamiek van dit moment verdient het verantwoordingsdebat natuurlijk onze aandacht. De Kamer moet niet alleen vooruitkijken, maar ook terugkijken. Het kabinet moet bovendien verantwoording afleggen. Elke euro die wij uitgeven, moet immers achteraf goed verantwoord kunnen worden. Aan het begin van dit debat pleit mijn fractie dus ervoor om dit debat ook in de toekomst te blijven voeren. In het verleden was daarover nog wel eens discussie. Wij vinden echter dat wij scherp moeten blijven toezien op de verantwoording. Gisteren maakte de president van de Rekenkamer ons ook nog eens uitdrukkelijk attent op het feit hoe zeer dit noodzakelijk is. In plaats van dat wij steeds meer zicht krijgen op hoe de doelen worden gerealiseerd, blijkt dat wij steeds minder zicht daarop krijgen. Bij deze verantwoording bleek dat dit van 41% niet meer is te uitleggen en dat percentage is veel te hoog.

Mijn eerste vraag aan de minister-president is of hij het met mij eens is dat dit een onverantwoord hoog getal is en dat daar echt verbetering in moet komen. Ik vraag hem dan ook welke initiatieven hij nog in de laatste periode van dit demissionaire kabinet neemt om dit in ieder geval goed op de plank te leggen voor een volgend kabinet. Ook zien zij dat de bedrijfsvoering van een aantal departementen het afgelopen jaar is verslechterd. Ik kijk bijvoorbeeld naar het departement van Justitie, waar het juist op het punt van de Europese aanbesteding helemaal mis gaat. Ook hierbij vraag ik, omdat het een buitengewoon cruciaal punt is, wat de minister-president gaat doen.

De discussie van vandaag gaat natuurlijk over het afgelopen jaar. De Kamer heeft daarbij een aantal specifieke thema's vastgelegd waar zij vandaag naar wil kijken. Het belangrijkste punt is natuurlijk de crisisaanpak. Is deze effectief geweest? Wat kunnen wij ervan leren? Welke zaken verdienen verbetering? De belangrijkste vraag die in 2009 voorlag, was hoe wij de economische crisis doorkomen. Uit de verantwoording van het kabinet daarover blijkt dat de gemaakte afwegingen, mede door toen nog regeringspartij PvdA gemaakt, effectief zijn geweest. Er zijn noodzakelijke ingrepen gedaan. Er is geïnvesteerd waar nodig. Er zijn initiatieven genomen om de overheidsfinanciën voor de langere termijn weer op orde te krijgen. Er is hard gewerkt aan de werkgelegenheid. Dat wilde de PvdA en dat willen wij nog steeds. Daarin zijn wij zeer consistent, overigens net zoals de VVD, die op dat moment 40 mld. wilde bezuinigen. Consistent is de VVD nog steeds, nu met 30 mld. aan bezuinigingen.

De heer Pechtold (D66):

Nu de eerste andere partij een tik krijgt uitgedeeld, heb ik het gevoel dat mevrouw Hamer door de eigen reflectie van dit proces heen is. Drie jaar geleden begon de PvdA aan een kabinet met 74 doelen. Vanaf dat moment heb ik aan het kabinet gevraagd om voor Nederland inzichtelijk te maken hoe het dat wil afrekenen. Het ging over aan de ene kant 100.000 minder gestolen fietsen en de andere kant vrede in het Midden-Oosten. Dat waren de twee meest in het oog springende doelen. Vorig jaar heb ik nog eens aangedrongen op verantwoording, met een Kamerbrede motie op vijf focusgebieden, rond de crisismaatregelen, duurzaamheid, jeugdzorg enzovoorts. Op deze dag van verantwoording over de beloftes voor de toekomst wil ik van mevrouw Hamer een reflectie horen. Vindt zij dat de afgelopen drie jaar, met de PvdA, inzichtelijk zijn gemaakt? Het oordeel van degenen die het kunnen bestuderen is hard. Die zeggen: nee, dat inzicht is er niet.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik heb zo-even al gezegd dat een percentage van 41 aan niet-inzichtelijk te hoog is. Daarvoor moeten snel voorstellen worden gedaan.

De heer Pechtold (D66):

Stel dat de PvdA niet met het kabinet had gebroken en nu nog verantwoordelijkheid zou dragen. Is het geloofwaardig naar de kiezers, naar het parlement als controleur, om in het laatste jaar te zeggen dat er nog wat moet veranderen? Andere partijen hebben vanaf het begin, bij de bustoer van honderd dagen, gezegd dat de 74 doelen niet inzichtelijk en niet afrekenbaar zijn. Dat is vervolgens jaar in, jaar uit, gebleken. Ik vind het te gemakkelijk om te zeggen dat 41% aan niet-afrekenbare doelen te veel is. Intussen belooft de PvdA immers voor de komende vier jaar weer van alles. Is dat dan wel afrekenbaar?

Mevrouw Hamer (PvdA):

De heer Pechtold heeft net gezegd dat zijn motie Kamerbreed is ondersteund. Dat betekent dat ook mijn handtekening daaronder staat. Ik heb de heer Pechtold er vorig jaar ook zeer in gesteund. Toen zat de PvdA nog in het kabinet. Ik kan de heer Pechtold een ding verzekeren: ik had precies dezelfde opmerking gemaakt als de heer Bos er nog bij was geweest.

De verslagen van dit jaar gaan over een bijzondere periode, waarin de economie in gevaar kwam. Eerst werden banken die dreigden om te vallen gered. Daarna is er een aanvullend beleidsakkoord gekomen om de economie te stimuleren, om banen en inkomens te redden en om stappen te zetten om de rekening van de crisis te betalen. Dat is inmiddels geschiedenis, maar dan wel onvoltooide geschiedenis. Natuurlijk heeft Wouter Bos als minister van Financiën ingegrepen toen het mis ging in de financiële wereld. Er moet tenslotte geld uit de automaat komen. Natuurlijk hebben wij de bonussen aan banden gelegd. Internationaal en nationaal is het toezicht versterkt. Dat was nodig en dat was ook verantwoord. Wij moeten nog steeds stappen zetten om de financiële sector weer onder controle te krijgen. De financiële sector moet dienstbaar zijn aan onze economie en niet omgekeerd. Er moet een einde komen aan de situatie dat de belastingbetaler opdraait voor de problemen.

Toen de Nederlandse economie in een recessie raakte, was de belangrijkste vraag hoe wij de economie aan de praat gaan houden en ervoor zorgen dat burgers en bedrijven voldoende vertrouwen hebben om te blijven consumeren en investeren. En op welke manier stimuleer je de economie het beste en hoe moet je die investering later gaan terugverdienen? Niet de minste vraag daarbij is natuurlijk hoe je de lasten zo eerlijk verdeelt dat je de meest kwetsbare mensen het meest beschermt. Onze keuze was helder en die is vastgelegd in het vorig jaar opgestelde aanvullende beleidsakkoord van het kabinet. Het adagium daarbij was: eerst investeren, dan terugverdienen. Dat hebben wij dan ook gedaan.

Uit het jaarverslag blijkt dat het succesvol is geweest, want de belangrijkste strijd was de strijd tegen de werkloosheid. Voor de PvdA staat werkgelegenheid altijd voorop. Door maatregelen te nemen als de deeltijd-WW en te investeren in werkgelegenheid zijn er ruim 150.000 mensen aan het werk gehouden, een hoeveelheid mensen ter grote van de stad Utrecht. Nederland heeft daardoor de laagste werkloosheid van Europa en daar zijn wij trots op.

Niet minder trots zijn wij op de aanpak van de jeugdwerkloosheid. Wij hebben daarvoor fors geïnvesteerd in jongeren om stageplaatsen te creëren en om jongeren langer op school te houden. Daardoor is de jeugdwerkloosheid laag gebleven. Nederland heeft dus niet alleen de laagste werkloosheidscijfers van Europa, maar ook het laagste jeugdwerkloosheidscijfer van Europa. Jeugdwerkloosheid was het grote schrikbeeld toen wij met de crisis werden geconfronteerd. Het was onze angst om terecht te komen in een situatie met grote jeugdwerkloosheid, een situatie die wij zo goed kennen uit de jaren tachtig. Godzijdank is dat niet gebeurd.

De heer Roemer (SP):

Natuurlijk is het van ongelooflijk groot belang om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en te houden. De PvdA zat echter in het kabinet en ik hoopte dan ook dat arbeid zou blijven lonen. De afgelopen periode heb ik veel opgetrokken met mensen in de schoonmaaksector en de catering en met postbodes. Van wat ik daar ben tegengekomen, ben ik vreselijk geschrokken. In Nederland hebben wij de afgelopen jaren werkende armoede geïntroduceerd! En dat onder een kabinet waarvan de PvdA deel uitmaakte. Dat moet u toch zeker op z'n minst erg verdrietig maken?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat het aan de onderkant van het arbeidsmarktgebouw niet goed gaat, is bekend. Daar hebben wij ook veel aan proberen te doen. Wij leven echter ook in een land – en ik geloof dat de SP dat ook erg belangrijk vindt – waar afspraken over loon en de arbeidsmarkt in de bedrijfssectoren worden gemaakt door werkgevers en werknemers samen. Gelukkig heeft men in de publieke sector de afgelopen week goede afspraken gemaakt.

De heer Roemer (SP):

Daar ben ik het niet helemaal mee eens. U hebt het namelijk wel mede laten gebeuren dat de mensen in de publieke sector daaruit zijn gehaald. Daardoor konden werkgevers met elkaar gaan concurreren op arbeidsvoorwaarden met als resultaat dat mensen in de catering en de postsector tegenwoordig via stukloon worden betaald. Het gevolg is wel dat die mensen nu nog maar € 4 per uur verdienen en fors tekortkomen. Deze mensen zijn onder de armoedegrens terechtgekomen, terwijl ze fulltime werken. Dat hebt u wel laten gebeuren! Waarom hebt u dat toch laten gebeuren?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat hebben wij niet laten gebeuren. In de postsector hebben wij gezamenlijk opgetrokken in het zorgen voor een goede cao voordat maatregelen werden genomen. Wij hebben daar samen in opgetrokken. U probeert een tegenstelling te creëren die er volgens mij niet is.

De heer Roemer (SP):

Ik probeer zo veel mogelijk samen te werken, maar ik zie dit wel als een feit. Bij ons op het congres is er een mevrouw aan het woord geweest die zei: ik verdien in de post nog € 4 per uur. U zat in het kabinet en u hebt dat niet tegen weten te houden. U hebt niet weten te voorkomen dat mensen tegen elkaar werden opgezet door marktwerking in te voeren in de thuiszorg en in de schoonmaak, waar bedrijven in een keer met elkaar moeten concurreren. De mensen die het werk moeten doen, hebben daarvoor de rekening moeten betalen. Wij hebben hen gewoon in de steek gelaten. En u zat in dat kabinet.

Mevrouw Hamer (PvdA):

U zat er niet, dat weten wij, maar ik geloof dat wij die geschiedenis vandaag maar niet moeten oprakelen. Wij hebben in het kabinet geprobeerd om de koopkracht van mensen overeind te houden. Wij hebben de komst van de economische crisis ook niet bedacht. U vraagt terecht om aandacht voor de onderkant van het loongebouw. Van ons krijgt u daarvoor steun; wij hebben daaraan gedaan wat wij konden doen en wij zullen daarmee doorgaan. Laten wij daarin vooral samen optrekken.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Voorzitter. Mevrouw Hamer zegt dat zij zich heeft gerealiseerd dat het werkloosheidscijfer in Nederland zo'n beetje het laagste is in Europa. Is dat cijfer echter niet heel geflatteerd? Zit Nederland ook niet bijna tegen de 10% als je de deeltijd-WW erbij telt en als je die omgevallen zzp'ers erbij telt?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Nee, want al die mensen in de deeltijd-WW kun je er niet bijtellen want die zijn aan het werk. De kracht van de maatregel is ook dat mensen gewoon aan het werk blijven. Je kunt van alle maatregelen aftrekken wat je goed doet en dan houd je een slecht cijfer over, maar zo rekenen wij niet in Nederland.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Misschien zou het een idee zijn om het gedeelte van de werktijd dat de werklozen werkloos zijn er toch maar bij te tellen. Dat maakt het cijfer een stuk realistischer. Dit kabinet, en de PvdA als oud-deelnemer ervan, goochelt almaar met cijfers waardoor zaken mooier lijken dan zij zijn. U doet dat nu weer want deeltijd-WW'ers zijn mensen die in feite werkloos zijn maar voor een klein gedeelte nog aan het werk zijn. Die mensen voelen zich meer werkloos dan werkzaam.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik raad u echt aan om op de bedrijven te gaan praten die werken met de deeltijd-WW. Zij hebben het kabinet tot drie keer gevraagd om de maatregel te verlengen omdat zowel de bedrijven als de mensen die van de deeltijd-WW gebruikmaken, ontzettend blij zijn dat zij in ieder geval nog verbonden zijn aan het bedrijf, zinvol werk doen en zich kunnen bijscholen. Op het moment dat zij weer nodig zijn, kunnen zij gewoon weer volledig werken. Als er in Nederland één ding geslaagd is, dan is het wel de deeltijd-WW. Ik vind het dan ook bijzonder treurig dat u over de hoofden van die mensen heen dat soort dingen zegt.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik kan die bal meteen terugkaatsen: ik vind het bijzonder treurig voor de mensen die het allemaal keihard meemaken dat u net doet alsof er heel weinig werkloosheid is in Nederland.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Laten wij blij zijn dat die mensen nog verbonden zijn met hun werk.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Laten wij dan even die groep pakken van die omgevallen zzp'ers; die telt u ook niet mee. Waarom niet?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Die cijfers worden voor een deel wel meegeteld. Wij hebben daarvoor ook aandacht gevraagd. U kunt in ons verkiezingsprogramma zien dat wij veel aandacht besteden aan de flexibele werkers. Mijn collega Mei Li Vos heeft daar tal van voorstellen voor gedaan die voor een deel nog bij het kabinet in uitvoering zijn. Voor de positie van de zzp'ers is dus ongelooflijk veel aandacht gevraagd door de PvdA. Wij blijven dat doen, maar niet ten koste van de mensen die een reguliere baan op de arbeidsmarkt hebben.

Voorzitter. Toen de crisis op zijn hevigst was, hebben wij onze economie, onze werkgelegenheid en onze voorzieningen overeind kunnen houden. Wij hebben dat kunnen doen omdat wij het lef hadden om de begrotingsregels los te laten en het tekort op te laten lopen. Aan de premier zou ik dan ook het volgende willen vragen. Als u terugkijkt op de periode rond maart 2009 staat u dan, met de resultaten die u met uw Verantwoordingsbrief eigenlijk ook zelf trots presenteert, nog steeds achter die gemaakte keuze? Of bent u inmiddels overgegaan op de aanpak waarvoor de VVD kiest?

Voorzitter. Natuurlijk moeten wij ook de veroorzaker van de crisis aanpakken: de financiële wereld. Juist de cultuur daar, van streven naar meer en meer, werd ons fataal. Daarom stelden wij bij het aanvullend beleidsakkoord ook een morele agenda op: het kabinet zou normstellend worden. Ik herinner mij nog de perspresentatie, enkele dagen later, door de minister-president. Ik geloof zelfs dat dit was op een CDA-congres. Hij zei: de nieuwe echte balkenendenorm is de norm die gaat over de hoogte van de inkomens en het tegengaan van de cultuur van het meer en meer. De minister-president maakte zich daar persoonlijk verantwoordelijk voor. Ik vond het dan ook eigenlijk een beetje jammer om in de Verantwoordingsbrief zo weinig te lezen over juist die morele agenda. Ik zou de minister-president vandaag dan ook de gelegenheid willen geven om de persoonlijke opdracht, die hij zo scherp had geformuleerd, nader toe te lichten. Ik wil graag van hem horen wat hij daar én in de financiële wereld alsook in de publieke sector aan gedaan heeft.

Als wij kijken naar het deel dat door de toenmalige minister van Financiën is ingevuld op het punt van de morele agenda, zie je dat er gelukkig het nodige is gebeurd. Zo zijn er concrete plannen gemaakt om banken transparanter en kleiner te maken. Er zijn ook voorstellen gemaakt om het principe dat de vervuiler betaalt, daadwerkelijk in te voeren, zoals de voorbereiding van de bankenheffing. Ik zou vandaag ook graag van de partijen willen horen of wij die plannen nu daadwerkelijk gaan invullen. Bij de discussie in de Kamer over bijvoorbeeld de bankenheffing worden namelijk zoveel aanvullende voorwaarden gesteld door partijen, dat ik mij afvraag of hierbij niet de tactiek van uitstel en vertraging aan de orde is.

Politiek is uiteindelijk meer dan economie. De vraag is ook: ga je kil boekhouden of laat je je hart spreken; ga je eerlijk delen of niet? Dit is uiteindelijk de vraag die ons allemaal bezighoudt. Tijdens de crisis hebben wij daarom de meest kwetsbaren beschermd. Ook in dit opzicht hebben wij weerstand geboden aan degenen die de rekening wilden neerleggen bij de mensen die uiteindelijk het minst aan de crisis konden doen, de mensen aan de armoedegrens, zowel in Nederland als echter vooral elders in de wereld. Daarom hield het kabinet met daarin de Partij van de Arbeid ontwikkelingssamenwerking in stand. Daarom hield het kabinet met daarin de Partij van de Arbeid de sociale zekerheid en de WW overeind. Wij hebben in goede tijden onze sociale zekerheid opgebouwd; die draai je dus niet de nek om in een tijd waarin de mensen die het hardst nodig hebben. Die zekerheid bouw je op, zodat je die kunt gebruiken en de stormen kunt doorstaan. Daarom ook wil ik de premier nogmaals de volgende vraag voorleggen. In 2009 hebben wij die zaken overeind gehouden. Wij hebben ook de koopkracht op peil gehouden. Tevens hebben wij ervoor gekozen om de uitkeringen niet te ontkoppelen en de WW overeind te houden. De premier, alsook de vicepremier, hebben in maart 2009 hun handtekening onder dat beleid gezet. Ik vraag hem dan ook: zou hij dat vandaag weer doen, dus staat hij nog steeds volmondig achter zijn Verantwoordingsbrief ter zake en is hij het met ons eens dat dit verstandig was en blijft?

Ik zei het eerder: wij wilden eerst investeren en daarna terugverdienen. Over het terugverdienen staan in het crisisakkoord verstandige en duurzame afspraken: het eigenwoningforfait voor dure huizen gaat omhoog. Dat is eerlijk. Er is een wetsvoorstel om de AOW-leeftijd aan te passen. Dat is verstandig. Het móét omdat er steeds meer ouderen en steeds minder jongeren zijn. Het kan, omdat wij, gelukkig, steeds langer gezond blijven. Ook dat beleid wil de Partij van de Arbeid de komende tijd voortzetten. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat wij er samen voor staan, dat wij samen de lasten dragen en eerlijk delen en dat wij onze financiën dus weer op orde brengen. Dat moet echter niet roekeloos gebeuren.

De vraag is en blijft wie de rekening van de crisis betaalt. De Partij van de Arbeid lost het hele tekort op, maar zij doet dat wel op eerlijke en solidaire manieren. Zo is het verleden jaar ook gegaan bij het aanvullend akkoord. Wij leggen de rekening van de crisis niet meer bij mensen met lage en middeninkomens. Wij ontkoppelen de uitkeringen niet; wij zullen de salarissen van leraren, agenten en verpleegkundigen ook niet ontkoppelen.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Het is vandaag Verantwoordingsdag. Ook de Partij van de Arbeid zou eindelijk eens haar verantwoordelijkheid moeten nemen voor het feit dat zij vorig jaar en alle jaren daarvoor verantwoordelijk was voor het enorme massa-immigratiebeleid in Nederland. Nu laat de Partij van de Arbeid mensen bloeden doordat zij aan de AOW-leeftijd komt en aan de studiefinanciering en de hypotheekrenteaftrek ter discussie stelt. Haar eigen voormalig minister Van der Laan durfde, laf en bang voor de uitkomst als hij was, niet uit te rekenen wat die massa-immigratie kostte. Wij hebben het wel gedaan. Gebleken is dat die 7 mld. per jaar kost. Hoe legt mevrouw Hamer nu aan al die kiezers van de Partij van de Arbeid uit dat die partij, die de grenzen ieder jaar opnieuw wijder open heeft gezet – vorig jaar bereikte de massa-immigratie een record – gaat snijden in de studiefinanciering, op de hypotheekrenteaftrek, kortom: overal op? Hoe legt zij dat uit, terwijl zij tegelijkertijd de 7 mld. laat liggen die we kunnen besparen op het moment dat we de grenzen sluiten, waarmee we de PvdA'ers in de moeilijke wijken tegemoet kunnen komen. Laat mevrouw Hamer daar nu eens haar verantwoordelijkheid voor nemen. Laat haar zeggen dat zij het anders gaat doen.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat laatste zal niet het geval zijn, omdat hierin natuurlijk de kern van de discussie tussen onze twee partijen zit: wij plakken geen rekening op mensen hun hoofd, niet op mensen die hier zijn komen wonen, niet op ouderen en niet op gehandicapten. Niemand krijgt van ons een stempel op zijn of haar hoofd. Wij willen een dergelijke samenleving niet. Ik weet dat dit wel de samenleving is die de heer Wilders voorstaat. Wij delen daarover de mening niet, dus we zullen het zeker niet op die manier gaan doen.

De heer Wilders (PVV):

We weten in Nederland wat een oudere, een bejaarde in een verzorgingshuis kost. We weten wat een tbs'er kost. We weten wat een gevangenis kost. We weten wat het koningshuis kost. We weten van alles wat het kost. Daar rust geen enkel taboe op. Dat is terecht, want de Nederlandse belastingbetalers moeten weten waaraan zij hun geld geven, ook Henk en Ingrid. Zij waren vroeger nog lid van de PvdA, maar steunen inmiddels ons. Misschien waren ze op een verkeerde zaterdag ook nog lid van GroenLinks, wie weet. Nu niet meer. Die Henk en Ingrid, mevrouw Hamer, willen weten, net zoals van de tbs'er, net zoals van de bejaarde en net zoals van het koningshuis, wat de immigratie kost. Nou, ik zeg het u: 7 mld. per jaar. Als we tien jaar lang het PvdA-beleid, dus de deur maar openzetten en iedereen laten binnenkomen, voortzetten, kost dat op termijn 70 mld. We praten nu over een bezuiniging van 29 mld. Er ligt 70 mld. voor het oprapen, maar u zegt tegen al die PvdA-kiezers: "Bekijk het maar, laat ze maar allemaal binnenkomen, ik pak jullie op de studiefinanciering, ik pak jullie op de AOW, ik pak jullie op weet ik wat, op de hypotheekrenteaftrek. Laat ze maar allemaal lekker binnenkomen, jullie betalen ervoor." Mevrouw Hamer, uw kiezer wil dat helemaal niet. Het is ook nog eens ontzettend slecht voor Nederland.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Mijnheer Wilders, weet u wat ik denk? Ik denk dat Henk en Ingrid vooral willen weten hoe het met de toekomst van hun kinderen gaat. Als ze bij u terechtkomen, zien ze dat u nul investeert in onderwijs, dat u nul doet voor hun toekomst en dat u niet kunt garanderen dat ze een goede oude dag hebben. Wat de kinderen van Henk en Ingrid misschien nog interessant vinden, is te weten waar hun moeder, Anja, is gebleven.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw Hamer, de Partij voor de Vrijheid is de kampioen als het gaat om extra banen in de veiligheid. Wij doen het ontzettend goed als het gaat om extra banen in de zorg. Wij doen het op dit punten beter dan de Partij van de Arbeid. Henk en Ingrid willen dolgraag dat de studiefinanciering voor hun kinderen wordt gehandhaafd, dat hun hypotheekrenteaftrek in stand blijft en dat ze niet worden gekort op de andere punten waarop u ze wilt korten. Zij willen dat tegelijkertijd de grenzen iets meer dichtgaan en dat zij, Henk en Ingrid, niet blijven betalen voor Ali en Fatima. Dat moet eens doordringen in uw hersenpan, mevrouw Hamer. Als u dat niet doet – ik heb het al zo vaak tegen u gezegd – dan laat u uw eigen kiezers, uw eigen PvdA-kiezers, schandelijk in de steek. U kiest voor Ali en Fatima en u laat Henk en Ingrid in de kou staan. Dat waren PvdA-kiezers.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik geloof dat er heel veel Henken, Ingrids, Ali's en Fatima's op de tribune zitten. Als u rondkijkt, kunt u één ding zien: mensen willen helemaal niet tegen elkaar worden opgezet, mijnheer Wilders. Dat willen Henk en Ingrid helemaal niet. Zij willen een goede toekomst voor hun kinderen. Zij willen in een fijne samenleving leven, waar mensen goed met elkaar omgaan. Dat is wat mijn kiezers willen en daarvoor zullen we knokken en blijven staan. Uw Nederland is mijn Nederland niet.

(geroffel op de bankjes)

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Wij weten intussen dat uw Nederland een ander Nederland is. Dat Nederland hebt u in ieder geval de afgelopen kabinetsperiode niet beter gemaakt. Uw staatssecretaris was verantwoordelijk voor het asielbeleid. Ik heb altijd gewaarschuwd voor de effecten van het generaal pardon en ik ben door de PvdA steeds voor gek gezet. Hoe kan het dat de opvang van asielzoekers dit jaar weer 164 mln. meer kost? Hoe kan het dat er in totaal 520 mln. extra is uitgetrokken voor slaapplaatsen voor nieuwe vreemdelingen?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Mevrouw Verdonk, ik raad u voordat u met al die beschuldigingen komt aan om toch eens te kijken naar wat u voor zootje heeft achtergelaten, toen mijn staatssecretaris dat moest overnemen. U hebt de eerste paar jaar goede sier kunnen maken met het rechtvaardige maar strenge beleid van de heer Cohen, maar daarna is het een soepzootje geworden. Met uw hele beleid, inclusief de inburgering, waar mijn oud-collega minister Van der Laan nog heel veel aan heeft moeten doen. Dus alstublieft, zing een toontje lager!

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Laten wij even kijken naar de feiten. Ten eerste heeft uw collega, minister Van der Laan, mij hier complimenten gemaakt voor de inburgeringswet. Dat is u waarschijnlijk ontschoten. Ten tweede vraag ik aan u waar die 520 mln. aan is uitgekeerd. Aan het strenge asielbeleid waar u ook voor getekend heeft?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ja, aan het strenge maar rechtvaardige asielbeleid en aan de uitvoering van een regeling die direct bij meerderheid tot stand is gekomen in de Kamer, die democratisch is gekozen, nadat u weg was. U hebt wel heel slecht naar de heer Van der Laan geluisterd.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Wij gaan geen welles-nietesspelletje doen. Ik zou zeggen: vraagt u het eens even na.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat raad ik u ook aan.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik ben altijd onder de indruk geweest van de reële kijk van de heer Van der Laan. U bent blijven hangen in de vooroordelen. Er is dit jaar weer 520 mln. extra uitgetrokken. Weet u hoe veel bejaarden u daarvoor had kunnen laten verzorgen in een verzorgingstehuis? Weet u hoe veel plasklokken dan niet meer hadden hoeven worden gebruikt?

Mevrouw Hamer (PvdA):

U gaat hetzelfde spelletje spelen als de heer Wilders.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Het leven bestaat uit keuzes maken, ook voor de PvdA. Ook moeilijke keuzes. Als je die uit de weg gaat, ben je een zachte heelmeester, die heel stinkende wonden maakt in de samenleving.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik weet nu even niet meer wie nu tussen wie door zat te praten, maar daarmee zullen wij ons maar niet bezighouden. Maar als u het over zachte heelmeesters hebt, raad ik u aan om echt eens te kijken naar wat u hebt achtergelaten. Wij hebben hier in de Kamer debatten gehad over de inburgeringswet en over uw asielbeleid, want dat generaal pardon is er niet zomaar gekomen. Dat was een reactie op uw beleid en daarvoor is door een meerderheid van de Kamer gekozen omdat het zo'n zootje was. Toen ik u daarna in een debat vroeg of u aanwezig was geweest bij die Kamerdebatten, was u ergens in het land en in ieder geval niet hier in het parlement. Dus u hebt het al helemaal niet kunnen volgen. Dat is jammer, want daar had u veel van kunnen opsteken!

De voorzitter:

U wordt aangesproken, mevrouw Verdonk. Ik verzoek u beiden om via de voorzitter te praten en elkaar niet te veel te "uwen". Dan gaat het allemaal veel beter.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Voorzitter. Ik wil graag via u mevrouw Hamer eraan herinneren dat ik nog steeds geen antwoord heb gekregen op mijn vraag waar die 520 mln. voor is gebruikt.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat wordt uitgelegd, maar de bedragen die u noemt, kloppen niet helemaal. Dus ik raad u aan om gewoon te lezen en te luisteren. Dan krijgt u de antwoorden die u nodig hebt.

Ik was bezig met een rijtje. Wij zullen de koopkracht van lage en middeninkomens verbeteren door de belastingen te verlagen. En wij investeren in de toekomst. Onderwijs staat daarbij voorop. Het CPB is daarover glashelder. Geen partij investeert zo veel en zo verstandig in onderwijs als de PvdA. Natuurlijk zullen we ook eerlijk blijven delen. Wij schaffen de subsidie op villa's af door de hypotheekrente van dure huizen aan te pakken. Wij zullen van mensen met de hoogste inkomens een extra bijdrage vragen, omdat ze dat kunnen dragen. Wij zullen de banken meer belasting laten betalen, omdat zij medeveroorzakers zijn van de crisis. En natuurlijk, we zullen ook bezuinigen op de overheid, op de bureaucratie en op defensie.

Naast de crisis heeft de Kamer een tweede prioritair thema voorgesteld om vandaag te bekijken, namelijk het onderwijs. We zien dat het kabinet ook daarin met de bewindspersonen van de Partij van de Arbeid belangrijke resultaten heeft geboekt. De uitval van leerlingen is lager geworden. Scholen hebben extra middelen gekregen om achterstand te bestrijden. Taal en rekenen kwamen weer centraal te staan. De inspectie heeft meer bevoegdheden gekregen en het aantal zeer zwakke scholen is afgenomen. Maar het allerbelangrijkste was natuurlijk dat de positie van de docent versterkt is. Leraren kregen weer beter betaald en leraren kregen weer de ruimte om zich met hun vakmanschap en vakvrouwschap bezig te houden.

Onderwijs is de motor van de economie en valt niet los te zien van de maatregelen die bij het oplossen van de crisis zijn genomen. Daarom heeft mijn fractie bij de afgelopen algemene beschouwingen het initiatief genomen om dwars door alle taboes heen uit te spreken dat we de ambitie hebben om met het onderwijs tot de top vijf van de wereld te gaan behoren. Deze motie werd gelukkig Kamerbreed gesteund. Ons onderwijs verdient deze Kamerbrede steun ook. Onze ambitie gaat verder dan niet bezuinigen op onderwijs. Dat zei mijn fractie eerder – ik kijk even naar de heer Pechtold, maar hij is waarschijnlijk bij het CPB – en dat zegt mijn fractie nog steeds. Die belofte hebben wij waargemaakt. Vandaag blijkt dus ook dat geen partij verstandiger investeert in het onderwijs dan de Partij van de Arbeid. Maar laten we vooral met elkaar, Kamerbreed, deze motie blijven uitvoeren.

Als wij het over onze jongeren hebben, mag een opmerking over de jeugdzorg, een derde thema, niet ontbreken. In deze kabinetsperiode is geld vrijgemaakt voor opvoedingsondersteuning en gezinscoaches. Er staan inmiddels gelukkig 155 Centra voor Jeugd en Gezin. Een van de grootste belemmeringen blijft daarbij echter de bureaucratie. Daarom heb ik bij de algemene politieke beschouwingen van twee jaar geleden een motie ingediend om de verkokering van de jeugdzorg te doorbreken. Ik wil vandaag graag van het kabinet horen hoe het met die motie is afgelopen. Mijn indruk is namelijk dat er nog steeds te veel verkokering is. Wat moeten we daaraan doen?

Vandaag is het Verantwoordingsdag. Daaruit valt de les te trekken dat de crisis effectief is aangepakt. Na vandaag gaat het over de toekomst. Sommige partijen, zoals de VVD, kiezen voor koud saneren, door te snijden in uitkeringen, de WW te verlagen of verkorten, de huurtoeslag te verlagen, de zorgtoeslag te verlagen en mensen – helaas moet ik het zeggen – onder het bestaansminimum te brengen. Het CDA doet eigenlijk een beetje hetzelfde, maar gebruikt verhullender taalgebruik. Wij vinden daar eerlijk gezegd niks eerlijks aan. Het staat ook haaks op de afspraken die wij in het beleidsakkoord hebben gemaakt en op de aanpak van het afgelopen jaar. Ik wil daarom vandaag aan de minister-president vragen waar hij eigenlijk staat. Staat hij voor dat beleid? Wil hij dat nog steeds doorzetten? Of is er vandaag opeens een andere Balkenende?

Uiteindelijk is de toekomst aan een volgend kabinet. Het zal de komende weken daarom gaan over de vraag hoe je samen met alle burgers in Nederland aan een fatsoenlijke samenleving kunt werken, waarin iedereen een fatsoenlijk bestaan kan hebben. Daar zal de Partij van de Arbeid zich voor blijven inzetten.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik vroeg mij af of mevrouw Hamer ook getroffen is door het virus om het vooral te hebben over de economische crisis, terwijl zij eerder al heeft aangegeven dat de economische crisis in samenhang met de andere crises moet worden bekeken. Dan hebben we het natuurlijk met name over de klimaatcrisis. Als wij kijken naar het jaar 2009, heeft het kabinet nogal wat te verantwoorden. Er zijn namelijk geen extra maatregelen genomen nadat het Planbureau voor de Leefomgeving duidelijk had gemaakt dat de milieudoelen niet werden gehaald. Er zijn ook geen extra maatregelen genomen nadat duidelijk werd dat er een vertraging tot stand was gekomen in de zonne-energie- en windenergiesector. Daarnaast zijn er geen extra maatregelen genomen om de banken krediet te laten verlenen aan de duurzame sector. Wat vindt de PvdA daarvan?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ten eerste bestrijd ik de gedachte dat er geen maatregelen zijn genomen. We kunnen in de beperkte tijd die we vandaag hebben onmogelijk alle thema's langslopen, maar een van de belangrijkste punten uit het crisispakket was dat we zouden proberen om doelen aan elkaar te verbinden. Mevrouw Thieme was daar zeer voor en ik heb haar daarin gesteund tijdens het Kamerdebat. We hebben het vervolgens in het crisispakket gedaan. Heel veel van de investeringsmaatregelen hadden de bedoeling om werkgelegenheid en milieudoelen aan elkaar te koppelen. Ik noem de aanpak van de luchtkwaliteit op scholen. Daarmee werd én aan het milieu én aan de werkgelegenheid én aan beter onderwijs gewerkt. Op die manier hebben we dat geprobeerd.

Als mevrouw Thieme vraagt of ik tevreden ben over hoe ver het beleid is gekomen, zal ik eerlijk zijn. We zijn daar nog niet tevreden genoeg over, vandaar dat we in ons verkiezingsprogramma heel veel voorstellen hebben gedaan. Daarom ben ik vandaag ook heel blij met de uitkomst van het CPB-onderzoek op dat punt. De PvdA doet het heel goed. GroenLinks uiteraard ook; die partijen blijven heel dicht bij elkaar. Dat is belangrijk om te weten voor de toekomst. Mevrouw Thieme weet dat wij hetzelfde denken over het leggen van een verbintenis tussen de verschillende crises.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik moet toch concluderen dat door de keuze die mevrouw Hamer heeft gemaakt om het in haar bijdrage niet over het klimaat te hebben, de focus bij de PvdA duidelijk weer verschoven is. Het gaat dus eigenlijk weer om een van de kleinste crises, zoals ook het kabinet heeft aangegeven. De klimaatcrisis heeft veel desastreuzere gevolgen voor de samenleving en dus ook voor de economie. Er zijn geen extra maatregelen genomen. Mevrouw Hamer zegt: wij zijn niet helemaal tevreden over wat we in 2009 hebben kunnen doen ten aanzien van milieu en klimaat. Het Planbureau voor de Leefomgeving is daarin nog veel stelliger. We halen gewoon de milieudoelen niet. Hoe lang kunnen we instituten als het Planbureau voor de Leefomgeving nog negeren – "ach ja, we moeten misschien nog wel een tandje bijzetten" – terwijl die onafhankelijke instituten zeggen dat het water ons aan de lippen staat?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik zeg helemaal niet dat we een tandje bij moeten zetten. Ik bestrijd alleen dat we niets hebben gedaan, en dat mag ik doen vanuit mijn positie. Ik zei juist dat we, mede op initiatief van mevrouw Thieme – we hebben daarover een Kamerdebat gehad – bij het aanvullend beleidsakkoord een verbintenis hebben gelegd tussen de verschillende crises. De morele agenda ging ook over het bij elkaar brengen van de voedselcrisis, de milieucrisis, de energiecrisis, de klimaatcrisis en de economische crisis. Daar heb ik de minister-president zojuist ook naar gevraagd. Hoe is hij daarmee omgegaan? Dat deel ik dus met mevrouw Thieme. Ik zeg er ook nog eerlijk bij dat ik vind dat wij in de afgelopen kabinetsperiode stappen hebben gezet – dat blijkt ook uit de verantwoording – maar niet genoeg. Daar moeten we dus flink mee doorgaan. In mijn verkiezingsprogramma ziet mevrouw Thieme ook dat we dat zullen doen. Hoe moet dat? Ik denk dat we te veel hebben willen doen in samenspraak en dat we normstellender zullen moeten worden. Er zal meer wetgeving moeten komen en daar doen we een heleboel voorstellen voor.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Volgens het verkiezingsprogramma wil de PvdA alleen in biobrandstoffen investeren, en we weten allemaal dat dat de voedselcrisis veroorzaakt. Dat is dus absoluut geen oplossing. Mevrouw Hamer zegt wel dat de crises in samenhang worden bezien, maar dat zijn puur woorden. In dit debat willen wij weten welke daden er aan die woorden zijn toegevoegd. En dan moeten we concluderen dat er geen maatregelen zijn genomen ten behoeve van een beter milieu en een beter klimaat.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat bestrijd ik echt ten zeerste. Er zijn een heleboel maatregelen genomen. De resultaten zijn nog niet goed genoeg. Ik raad mevrouw Thieme aan om te kijken naar de CPB-doorrekeningen, want de PvdA doet juist een heleboel en de PvdA komt daar heel goed uit.

De heer Pechtold (D66):

Ik raad iedereen, maar vooral de PvdA, aan om eens te kijken op de site van natuurmonumenten. Dit is namelijk het verantwoordingsdebat en daarin kan mevrouw Hamer wel dingen beloven, maar het gaat om wat de PvdA de afgelopen jaren heeft gedaan. Natuurmonumenten heeft 300 moties uit het afgelopen jaar in kaart gebracht en op de site is heel goed te lezen dat de PvdA het helemaal niet zo goed doet als het gaat om water, landschap en natuur. Ik zal de PvdA niet verwijten te lijken op VVD en CDA, die echt heel zwaar in de min schieten bij deze zaken. Mevrouw Hamer zei zojuist dat er meer is dan economie. Dat is inderdaad sociaal, maar dat is ook leefomgeving, klimaat en de vraag hoe je je land doorgeeft aan de volgende generatie. En dan zijn de cijfers van natuurmonumenten voor de PvdA dramatisch. Mogen we van de PvdA verwachten dat zij nu los is van de gevoelens van het vorige kabinet en weer een progressieve partij wordt die natuur en omgeving ook op één zet?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Een ding mag de heer Pechtold van mij geloven: ik ben nooit los geweest van het feit dat ik een progressieve partij ben. Dat ben ik de afgelopen drie jaar geweest; daar heb ik zojuist verantwoording voor afgelegd. En dat zal ik blijven ook.

Ik heb gezegd, en daar blijf ik bij, dat er stappen gezet zijn in het milieubeleid. Er zijn overigens ook stappen gezet op het punt van Natuurmonumenten. Ik heb mijn collega Leerdam zich daarvoor de benen uit het lijf zien lopen. Als er niet genoeg is gedaan, moet dat beter. U kent mij, ik ben daar altijd open en eerlijk over. Als wij daarvoor voorstellen kunnen ontwikkelen, zullen wij dat doen. Graag samen.

De heer Pechtold (D66):

Progressief is ook oog hebben voor klimaat, natuur en de omgeving om je heen. Dat gaat niet alleen over het platteland, maar ook over het groen in en om de stad. Met moties daarover hebben D66 en andere progressieve partijen de afgelopen drie jaar altijd meegestemd. Als ik naar dit staatje kijk, hoop ik dat de PvdA eindelijk haar benen een beetje bij gaat trekken.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Als u kijkt naar de doorrekening van de verkiezingsprogramma's zult u zien dat wij daar beter uitkomen dan u. Laten wij daarin dus vooral samen optrekken. Als u had geluisterd naar het antwoord dat ik mevrouw Thieme gaf, had u mij kunnen horen zeggen dat ik vind dat de economische crisis, de voedselcrisis en de energiecrisis allemaal bij elkaar horen en gezamenlijk moeten worden aangepakt.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

In de berekeningen van het CPB ziet het er inderdaad prachtig uit, maar dat gaat om beloften. Politici moeten vooral vertrouwd kunnen worden op hun daden. Daar praten wij vandaag over. Wij hebben het hier over de aller-allerlaatste verantwoording van het aller-allerlaatste kabinet-Balkenende. Daar heeft de PvdA deel van uitgemaakt. Wij kunnen toch gewoon vaststellen dat het project-Cramer in dit aller-allerlaatste kabinet-Balkenende is mislukt? Bij de evaluatie van Schoon en Zuinig is gebleken dat dit kabinet tekortschiet op alle doelen die het zichzelf gesteld heeft.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik geloof dat u nu echt een vertekend beeld geeft. Ik zou zeker niet willen zeggen dat het project-Cramer is mislukt. Wij kunnen wel constateren – daar ben ik eerlijk over – dat het in het afgelopen kabinet onvoldoende is gelukt om alle doelen die wij hadden, te realiseren. Ik heb daar ook een reden voor gegeven. Er is te veel geloofd in het maken van afspraken via convenanten en te weinig in de normstelling. Dat was overigens niet alleen de schuld van mevrouw Cramer. Als wij namen van bewindslieden moeten gaan noemen, durf ik ook wel de naam Van der Hoeven te noemen. U weet dat ook. We kunnen de klok niet meer terugdraaien. We hebben gedaan wat we konden. Wij hebben daar samen ook behoorlijk in opgetrokken, soms tegen de zin van coalitiepartners in. U weet dat, wij hebben daarover samen moties ingediend. We zullen daarmee moeten doorgaan en we zullen normstellender moeten worden.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

We zijn het erover eens dat minister Cramer inderdaad al haar macht op het terrein van milieu heeft overgedragen aan minister Van der Hoeven.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dat heb ik niet gezegd.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Uiteindelijk is waarschijnlijk de belangrijkste vooruitgang – tussen zware aanhalingstekens – van dit kabinet dat er vier kolencentrales gebouwd kunnen gaan worden. De PvdA en GroenLinks hebben niet samen kunnen optrekken de afgelopen jaren. Daar wijst de heer Pechtold fijntjes op als hij verwijst naar Natuurmonumenten en de evaluatie van het stemgedrag van de verschillende politieke partijen. Wij hebben er steeds op aangedrongen niet te wachten op een evaluatie van Schoon en Zuinig. Wij wisten namelijk allang via het Planbureau voor de Leefomgeving dat we onze doelen niet zouden halen. U hebt steeds op die evaluatie willen wachten en alle maatregelen die genomen moesten worden, daarvan afhankelijk gemaakt. Toen viel het kabinet. U moet achteraf vaststellen dat u alle aanvullende noodzakelijke maatregelen niet hebt genomen omdat Afghanistan ertussendoor kwam en u vervolgens niet meer kon handelen op milieugebied. De Partij van de Arbeid kan terugkijken op een verloren periode wat betreft milieubeleid. Dat móét u voor uw rekening nemen.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ja, en u moet eerlijk zijn. U moet niet tegen mij zeggen dat ik niet samen met u heb opgetrokken. Wij hebben namelijk bij alle algemene beschouwingen en bij het crisisdebat moties ingediend onder de naam Halsema/Hamer. Dat zijn wij samen. Die moties gingen over elektrische auto's en over van alles en nog wat om het milieu beter te maken. Juist op dat punt, mevrouw Halsema, heb ik u gesteund en hebt u mij gesteund. Ga nu niet zeggen dat dit niet waar is vanwege een artikeltje over Natuurmonumenten waarmee de heer Pechtold komt aanzetten. Het gaat in het milieu wel om meer dan alleen Natuurmonumenten, hoe belangrijk die organisatie ook is. Er is voortgang geboekt en dat blijkt ook uit de verantwoording. Ik ben eerlijk, want ik zeg dat het niet ver genoeg is gegaan. De komende periode zetten wij daar steviger op in. Daar hebben wij van geleerd. Daarvoor zit je ook in de politiek. Ik hoop dat wij samen kunnen blijven optrekken en dat wij samen onze resultaten kunnen tellen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Nu zou ik het op prijs stellen, als u verwijten over oneerlijkheid verder reserveert voor de gebruikelijke ruzies die u hebt met het CDA. Daar is die taal nogal gebruikelijk. Ik zou het prettig vinden, als wij het iets anders kunnen doen.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dan zou ik het op prijs stellen dat u hier gewoon de feiten vertelt ...

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Dat doe ik.

Mevrouw Hamer (PvdA):

... en dat u niet ontkent dat wij daarin samen hebben opgetrokken.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Inderdaad, mevrouw Hamer. U hebt een paar moties gesteund. Dat is vooral de motie geweest – dat geef ik u na – om bij het aanvullende beleidspakket ook meer aandacht aan milieu te besteden. Toen vervolgens bleek dat de uitwerking van de motie ontzettend teleurstellend was, heb ik u niet meer gehoord. Om dat moment gaat het. De intenties zijn goed; daar twijfel ik bij u niet aan. Alleen hebt u niet doorgepakt. Minister Van der Hoeven is op het beleidsterrein getreden van minister Cramer en u hebt dat laten gebeuren. De noodzakelijke aanvullende maatregelen die genomen moesten worden, hebt u vooruitgeschoven. En toen het kabinet viel, hebt u niet meer kunnen ingrijpen. Daarmee is het milieuterrein een verloren terrein geweest voor de afgelopen jaren.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Mevrouw Halsema, ik vind het een wonderlijk verwijt.

De voorzitter:

Via de voorzitter.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Mevrouw de voorzitter ...

De voorzitter:

Ja?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik zou graag tegen mevrouw Halsema willen zeggen dat ik het een wonderlijk verwijt vind. Wij hebben de motie niet gesteund, mevrouw Halsema; wij hebben die samen ingediend. Dat is echt wat anders dan steunen. Wij hebben samen het initiatief genomen, niet een keer, maar verschillende keren. Dat het kabinet is gevallen omdat wij de afspraken over Afghanistan wilden nakomen, vind ik uit uw mond, terwijl u hier keer op keer hebt gezegd dat wij ons aan onze afspraken moesten houden, het meest wonderlijke verwijt om te horen. Wij hadden inderdaad veel meer willen realiseren, niet alleen op milieugebied, maar ook op het punt van de economische crisis. Dat is jammer. Maar gaat u mij nu niet verwijten dat het kabinet is gevallen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):

Ik ben nog even benieuwd. Het is toch de verantwoording en het is, zo hoorde ik net al, het laatste kabinet-Balkenende. Er werd al een beetje over gelachen, zelfs in die hoek. Wat is nu uw eindoordeel over het kabinet waaraan u hebt deelgenomen? U zegt: wij hebben een heleboel gewild en dat hebben wij niet voor elkaar gekregen. Dat klinkt een beetje als: wij zaten een beetje onder een juk van het CDA. Toen dat juk verdwenen was, hebt u uw vleugels kunnen uitslaan. Daar waren wij heel blij mee op een heleboel terreinen. Wat is nu uw eindoordeel? Is het toch nog een beetje bevallen, zo met het CDA?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Dan hebt u echt slecht naar mij geluisterd. Ik heb niet gezegd dat wij onder een juk waren doorgegaan. Mevrouw Halsema noemde het beleid van mevrouw Cramer. Aangezien zij een-op-een heeft opgetrokken met mevrouw Van der Hoeven, leek het mij eerlijk om beide ministers te noemen. Ik heb absoluut niet het gevoel dat wij onder een juk zijn doorgegaan. Ik heb u vandaag een beoordeling gegeven over het laatste jaar, want daar gaat deze verantwoordingsdag over. Maar dat laatste jaar was wel het cruciale jaar in dit kabinet. Ik heb gezegd dat ik trots ben op wat het kabinet op het punt van de economische crisis heeft bereikt. Ik ben er trots op dat dankzij de PvdA – ik heb bij de bespreking van het beleidsakkoord gezeten – de werkgelegenheid overeind is gebleven, de koopkracht overeind is gebleven, de WW overeind is gebleven en mensen in Nederland niet bang hoeven te zijn voor hun uitkering. Mensen hebben gewoon gekregen waar zij recht op hadden. Wij hebben geknokt, overigens vaak samen met uw partij, om de deeltijd-WW overeind te houden. Toen wij begonnen aan de crisisbesprekingen, werd gezegd: jeugdwerkloosheid is geen probleem. Nou, wij hebben het gezien. Het was wel een probleem en wij hebben het opgelost. Daar ben ik buitengewoon trots op. Wij vonden het jammer dat wij er met het buitenlands beleid – zo kunnen wij dat wel beoordelen – niet uit zijn gekomen. Maar dat neemt niet weg dat de deelname van de PvdA aan wat in ieder geval voorlopig het laatste kabinet-Balkenende lijkt buitengewoon belangrijk is geweest. Daar loop ik zeker niet voor weg.

De heer Roemer (SP):

Ik snap dat u dat probeert duidelijk te maken, maar ik krijg een beetje het gevoel dat heel veel Nederlanders het idee hebben dat het toch een kabinet is geweest dat vooral een vechtkabinet bleek te zijn en dat te veel en te lang op de handen heeft gezeten. Je hoort het eigenlijk overal. Herkent u zich helemaal niet in die kritiek?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Nee.

De heer Roemer (SP):

Mijn vervolgvraag is: zou u in het vervolg niet iets beter uw vrienden moeten kiezen? Volgens mij hebt u na dat juk, dat ik nog steeds een juk vind, uw vleugels uitgeslagen. Dat klonk wat onze fractie betreft heel erg goed. Misschien kunt u een tipje van de sluier oplichten dat u die samenwerking meer ziet zitten dan het juk waar u de afgelopen drie jaar onder hebt gezeten.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik kan niet ontkennen dat het vriendengezelschap van de PvdA en eigenlijk ook van mij persoonlijk sinds de val van het kabinet in de Kamer groter is geworden. Op zichzelf is dat natuurlijk erg leuk, maar je zit niet in een kabinet om vrienden te hebben. Je zit in een kabinet om te regeren. Dat is soms hartstikke moeilijk. U hebt dat niet meegemaakt, maar ik kan u verzekeren dat het soms hartstikke moeilijk is. Je moet soms dingen doen waar je heel goed over moet nadenken. Het is belangrijk dat je over het beleid dat je hebt gevoerd kunt zeggen dat de resultaten tellen. Voor mij tellen uiteindelijk, ook al zijn ze soms in kleine stapjes tot stand gekomen, de resultaten. De resultaten zijn dat Nederland er ondanks de crisis goed voorstaat. Wij hebben voor elkaar gebokst – ik heb daar de hele Kamer mee gecomplimenteerd – dat het onderwijs ook de komende jaren bovenaan de agenda staat. De toekomst van onze kinderen telt, en niet het verleden. Dat vraag ik mij bij uw partij nog wel eens af. Ik ben blij dat wij in het kabinet hebben meegedaan, ondanks dat het moeilijk was, ondanks dat wij gevochten hebben. Ik vind het jammer dat wij uiteindelijk in de strijd ten onder zijn gegaan, maar dat neemt niet weg dat de resultaten tellen.

De heer Van Geel (CDA):

Voorzitter. Het is vandaag een bijzondere, symbolische dag: wij beëindigen een begrotings- en verantwoordingscyclus en wij starten met een nieuwe. Na de doorrekening van de verkiezingsprogramma's door het CPB is een nieuwe cyclus gestart. Dat geldt niet alleen zakelijk. Ook voor mij persoonlijk geldt dat een cyclus eindigt. Deze dag heeft moeizaam een plek in de begrotings- en verantwoordingscyclus gekregen, maar spreekt mij desalniettemin aan. Elk jaar komen wij op deze dag een stapje verder in de verantwoording, ook al heeft het af en toe het karakter van een Echternachprocessie.

Laten wij vooropstellen dat er gelukkig heel veel goed gaat in beleid, bedrijfsvoering en rechtmatigheid van de uitgaven. Zo bedroeg het aantal fouten en onzekerheden in de uitgaven over 2009 niet meer dan 0,32% van het totaal. Internationaal gezien is dat buitengewoon goed. Een aantal ministeries kent echter al jaren, soms al sinds de jaren negentig, hardnekkige problemen. Inkoopprocedures en Europese aanbestedingsrichtlijnen blijven een grote zorg. Ik roep de woorden van mevrouw Stuiveling gisteren in de Kamer in herinnering: in 41% van de gevallen krijgt de Kamer geen of onvoldoende informatie over de prestaties. Mevrouw Stuiveling wees erop dat dat weliswaar niet leidt tot een formele aantasting van het budgetrecht, maar dat het wel de kwaliteit ervan aantast. Dat moet gewoon beter. Bij de behandeling van de departementale jaarverslagen moet dat het kernpunt van de discussie zijn.

Ik begin met de algemene lessen die ik wil trekken uit de verantwoordingsdebatten die wij gevoerd hebben. Wij moeten beseffen dat het buitengewoon moeilijk is om in een snel veranderende wereld als de onze doelen te stellen. Denk aan het vrij plotseling optreden van de kredietcrisis, die leidde tot een economische crisis, gewijzigde omstandigheden en een aanvullend regeerakkoord. Laten wij vaststellen dat dit voor meerdere aannames voor het beleid geldt. Ze zijn gewoon niet altijd in ijzer te gieten. Wij moeten er wijs mee omgaan. Ik ben het eens met de heer Pechtold dat het begint met het formuleren van doelen. Je moet de doelen zo formuleren, dat ze in een economische en financiële context kunnen worden geplaatst. Bij 2% groei ziet de wereld er echt anders uit dan bij 5% krimp.

Dan de horizon voor de beoordeling van beleid, de tweede les. Voor de beoordeling van beleid kan een langere horizon soms nuttig zijn. Goede wijnen winnen vaak pas in de loop van de tijd aan kwaliteit. Vaak kijken wij terug op 1,25 jaar. Om een goed beeld voor Nederland te krijgen, moeten wij bekijken of de resultaten van het beleid zich over een langere periode in een richting bewegen. Dat kunnen wij ook zien. In 2002 en 2008 hebben wij crises gehad. Wij kunnen bekijken hoe die opgelost zijn. Dan zien wij dat Nederland er relatief gunstig voorstaat. Net als alle andere landen zijn wij getroffen door een zware economische crisis, maar relatief gezien hebben wij onze zaakjes best goed op orde. Het is al gezegd: onze werkloosheid is de laagste van Europa, de economie trekt weer aan, zij het geleidelijk. Kortom, niet alleen de millimeter per jaar maar ook de lijn zien die zich de afgelopen jaren op bepaalde terreinen heeft ontwikkeld.

De derde les die wij kunnen trekken, is hoe belangrijk het is om realistische doelen te stellen. Ik heb dat tijdens het debat over de regeringsverklaring in 2007 zelf al aangekaart. Het lijkt wel een beetje de trend te worden op een aantal terreinen: torenhoge ambities formuleren, maar soms zo hoog dat wij eigenlijk al weten dat wij ze niet halen terwijl wij wel torenhoge verwachtingen hebben gewekt bij mensen in het land. Wat is het gevolg als je je doelstellingen niet haalt? Precies, teleurstelling bij burgers. Wij vonden destijds een aantal doelstellingen bijzonder ambitieus, zoals de wijkenaanpak en het project Schoon en Zuinig; ik kom daar zo meteen nog op terug.

De vierde les die wij kunnen leren uit de discussies zo ver, is dat extra geld niet altijd zin heeft. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een van de praktijktoetsen die de Rekenkamer heeft uitgevoerd: Kinderen doen mee. Het kabinet heeft gezegd dat 66.000 kinderen uit gezinnen met lage inkomens niet meedoen aan sport, cultuur of andere activiteiten. En dat willen wij natuurlijk veranderen. Terecht. Maar niet alles is maakbaar en het blijkt ook heel duidelijk dat geld er in pompen niet het antwoord behoeft te zijn. Soms kunnen zaken gewoon beter worden geregeld of georganiseerd.

En dan nog een les. De Rekenkamer heeft buitengewoon nuttig onderzoek gedaan naar belastinguitgaven, specifieke uitkeringen en subsidies. Het gaat in 2009 om in totaal ruim 34 mld. aan belastinggeld. Er worden evaluaties gedaan maar die blijken behoorlijk tegen te vallen. Bovendien is de conclusie dat er weinig zicht is op effectiviteit. Dat kan en moet ook beter; het gaat hierbij om grote bedragen belastinggeld. In 2003 is er een motie van de heer Van As over ingediend en aangenomen, die ertoe strekt dat er voor alle subsidies een einddatum moet zijn, maar ik ben er bijzonder van geschrokken dat nu blijkt dat bijna 40% van alle lopende subsidies nog steeds geen einddatum heeft. De vraag is aan het kabinet hoe dit kan. Zo verliest de politiek haar geloofwaardigheid. Ik constateer ook – dat kunnen wij ook zien als het gaat om de verantwoording – dat Nederland langzaam maar zeker subsidieverslaafd is geworden.

In een poging om mensen, bedrijven en instellingen te sturen worden door de overheid honderden subsidieregelingen bedacht. Het is onduidelijk, zoals ook uit de rapportages blijkt, wat nu eigenlijk de toegevoegde waarde is van al die subsidies. Met andere woorden: zijn subsidies eigenlijk wel het juiste instrument om doelen te bereiken en kun je niet beter gewoon belastingverlagingen invoeren? Een discussie die gevoerd moet worden als je de resultaten ziet van het onderzoek van de Rekenkamer en de rapportages.

En dan nog een laatste les. Wij vinden een flexibele en effectievere overheid van groot belang en in dit kader wil ik nog eens de programmaministers noemen. Wij hebben er twee gehad in dit kabinet, een voor Jeugd en Gezin en een voor de krachtwijken. Uit de jaarverslagen blijkt wel hoe moeizaam het is om hier een succes van te maken. Wij moeten daarom goed nadenken – dat is ook een les voor ons – hoe wij in de toekomst hiermee omgaan.

Dan de Verantwoordingsbrief zelf. Ik volg daarbij de lijnen van de brief aan de hand van de thema's die wij zelf vorig jaar hebben aangegeven in een aangenomen motie. Als het gaat om de effectiviteit van de crisismaatregelen hebben wij mijns inziens een juiste balans gevonden en maatwerk weten te realiseren, zowel in de sfeer van de overheidsuitgaven als bij ingrepen in het bankwezen. Wij hebben de automatische stabilisatoren laten werken. De uitgaven zijn gewoon doorgegaan. Wij hebben de grens van het tekort van 2% van het bbp moeten overschrijden. Wij hebben – laat ik dat ook vooropstellen, mevrouw Hamer – een goed aanvullend beleidsakkoord gesloten. Hierin hebben wij mijns inziens de balans gevonden tussen de korte en de lange termijn. Wij moesten de economie voor de korte termijn stimuleren. Als wij dat niet gedaan hadden, was de economische groei fors lager geweest. Het CPB geeft aan dat het voor 2010 wel 2% had kunnen zijn, 12 mld. minder economische groei. Met tienduizenden werklozen extra tot gevolg. Maar wij hebben ook aandacht gehad voor de invulling van de lange termijn. Wij hebben de beslissing genomen om het houdbaarheidstekort te verminderen. Verder noem ik de AOW en het eigenwoningforfait. Wij zijn toen begonnen met ombuigen en dat wilden wij, juist als signaal en betekenisvolle stap in de richting van de samenleving maar ook richting de financiële markten. Wij zien in Europa hoe belangrijk het is om die financiën op orde te hebben. Kijk wat er in Griekenland gebeurt. Want laten wij onder ogen zien: dat wij geen Griekse toestanden hebben, is omdat Nederland onder leiding van de kabinetten-Balkenende een evenwichtig financieel beleid heeft gevoerd. Laten wij dat ook eens vaststellen op dit moment.

Dan heb ik nog een drietal vragen over de financiële sector. De overheid is nu meer eigenaar geworden van ABN AMRO. Participaties moeten tijdelijk zijn en op termijn moeten ze weer in private handen komen. Het lijkt ons nuttig om in de toekomst een balans van de staatsdeelnemingen te ontvangen, gecontroleerd door de Rekenkamer, en niet alleen een kasoverzicht hiervan zoals nu nog het geval is.

Dan het stimuleringspakket van het Rijk. Dat lijkt effectief geweest te zijn, maar toch vragen wij ons af in hoeverre al voldoende voldaan is aan de criteria tijdigheid, tijdelijkheid en trefzekerheid. Dat blijkt bijzonder moeilijk te meten. Dat is zo, maar wij zien ook dat tal van gelden nog niet geïnvesteerd zijn. Wat zijn de redenen van de vertragingen? Ik krijg graag een reactie van het kabinet op dat punt.

Hoe zit het verder met de beheersorganisatie? Tijdens de behandeling van de Voorjaarsnota is verleden jaar een motie ingediend door de heren Weekers, De Nerée en Tang, waarin de regering werd verzocht om een beheersorganisatie op te richten. Dit is van belang om de risico's die de overheid nu loopt in de financiële sector beter te kunnen beheersen. De Rekenkamer wijst ook op het belang hiervan. Er is echter nog niets opgericht. Wanneer gaat dat gebeuren? Ik zou op dit punt graag snel actie zien van het kabinet en de Kamer.

Dan de jeugdzorg. Dit is voor mijn fractie een aangelegen punt. Uit de verantwoording blijkt dat er nog veel systeemknelpunten in de jeugdzorg zitten. Dit sluit aan bij de conclusies van de parlementaire werkgroep Jeugdzorg in het rapport Jeugdzorg dichterbij. Dit stelt dat er een stelselwijziging moet komen. Dit is niet de plaats en het moment om over dit rapport te spreken – de discussie zal nog volop worden gevoerd – maar de boodschap van het rapport spreekt ons aan. Het vertrouwen in het kind, het gezin en de hulpverlener moet terugkomen en de samenleving en de politiek moeten accepteren dat niet alle risico's te vermijden zijn. Dit sluit naadloos aan op het gedachtegoed van het CDA.

Dan de krachtwijken. Zoals gezegd, heb ik hierover namens mijn fractie in het debat over de regeringsverklaring in 2007 reeds een aantal vragen gesteld en aarzelingen uitgesproken. Niet over de richting, maar over de ambities die het kabinet had. Binnen acht tot tien jaar zou een verbetering van de leefbaarheid in die wijken en van de sociaaleconomische positie van de bewoners gestalte moeten krijgen. Uit de Verantwoordingsbrief blijkt hoe moeilijk dat is. Dat is overigens geen verrassing.

Ik wil hier twee fundamentele vragen over stellen. Deze moeten volgens mij de komen tijd ter discussie staan; dit ook in het licht van het aantreden van een nieuw kabinet. Er wordt een aantal verbeteringen in de krachtwijken genoemd. Daar zijn wij blij om. Maar de vraag blijft steeds in hoeverre dat het resultaat is van specifiek beleid ten aanzien van die wijken of van generiek beleid, bijvoorbeeld het beleid omtrent vroegtijdig schoolverlaters. Ik, of mijn opvolger, wil in de toekomst nog eens goed discussiëren over de aanpak. Dat heeft ook te maken – dat is mijn tweede vraag – met de rol van het Rijk bij het aanpakken van problemen in de krachtwijken. Kunnen andere organisaties op een ander niveau die problemen niet veel beter te lijf gaan? Weten wij voldoende wat er speelt? Of leidt (te) veel bemoeienis van het Rijk tot actieplannen, manifesten, toetsen en onderzoeken? Ik zie hier een rol, een zeer specifieke rol, voor gemeenten en corporaties. Dit zijn twee vragen die meer fundamenteel van aard zijn.

Dan het onderwijs als terrein. Uit de Verantwoordingsbrief blijkt dat een aantal positieve resultaten is geboekt. Ik noem investeren in leraren, halvering van het aantal zwakke scholen en fors minder schooluitval. De aanpak van schooluitval is een speerpunt van het CDA. Daarom is mijn fractie er erg trots op dat deze resultaten zijn geboekt. Niemand mag de school verlaten zonder diploma! Wij zijn blij, maar nog niet tevreden. Onderwijs is ook voor het CDA het fundament van de samenleving, waardoor mensen hun talenten kunnen ontplooien ten behoeve van zichzelf en de maatschappij. Daarom moet er meer aandacht zijn voor vroeg- en voortijdse educatie voor kinderen met een taalachterstand, de invulling van de zogenaamde ambachtsscholen, het inzetten van ervaren leerkrachten en het inzetten van maatschappelijke stages om banen te creëren in zorg en onderwijs.

Dan de duurzaamheid. Bij het CDA als partij en bij mij persoonlijk staan klimaat, duurzaamheid en milieu hoog in het vaandel.

Mevrouw Hamer (PvdA):

De heer Van Geel stond even stil bij het blokje onderwijs. Hij gaf een aantal punten aan die goed zijn gegaan en punten die beter kunnen. Ik ben echter nieuwsgierig hoe hij naar de toekomst van het onderwijs kijkt. Hij geeft aan dat hij onderwijs belangrijk vindt, maar ik begrijp ook dat hij in de toekomst netto gaat bezuinigen op het onderwijs. Klopt dat?

De heer Van Geel (CDA):

Als u nu met mij een discussie wilt voeren over het programma van het CDA, wil ik dat graag doen, hoewel dat niet de bedoeling van dit debat is. Het is echter heel simpel. Wij hebben al eerder aangegeven dat wij twee dingen willen doen. Wij willen kijken waar dingen efficiënter kunnen gebeuren en vervolgens willen wij een groot deel van wat wij met efficiency bereiken, terugploegen in het onderwijs. Dat hebben wij gedaan en zo hebben wij bijvoorbeeld de studiefinanciering kunnen handhaven.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik geloof dat het, gezien de interrupties in de eerste "ronde", wel gelegitimeerd is om op basis van wat in het verleden is gedaan ook naar de toekomst te vragen. U maakt nu zo'n groot punt van bijvoorbeeld schooluitval en van de positie van de docenten, maar het CDA bezuinigt – u ontkent het namelijk niet, dus zal het wel waar zijn – wel netto op het onderwijs. Het is fijn dat de studiefinanciering overeind blijft – de collegegelden gaan overigens wel omhoog – maar welke waarde hecht u nu precies aan het onderwijs? Dat gaat toch niet zonder investeringen? Dat heeft de Kamer immers uitgesproken in de vorige kabinetsperiode.

De heer Van Geel (CDA):

Wij zijn groot voorstander van investeringen in het onderwijs. U maakt echter continu de denkfout dat, als wij efficiencymaatregelen nemen om dingen beter te doen en met meer euro's meer te bereiken, dit dan per se voor 100% terug moet. Dat is de denkfout die u maakt. U zou moeten vragen wat nodig is. Wij investeren in onderwijs waar het nodig is. Er gaat heel veel extra geld naar het onderwijs op die onderdelen die wij belangrijk vinden. Ik heb de betreffende terreinen net aangegeven. Op sommige terreinen willen wij inderdaad een efficiencyslag maken. Dat is een volkomen gelegitimeerde lijn. Alleen naar het saldo kijken, zoals u doet, is een drogreden. Om wat voor saldo gaat het dan? Een saldo bestaat uit plussen en minnen. Wij behalen efficiency op bepaalde terreinen en laten inderdaad wat meer betalen voor OV-jaarkaarten en een aantal andere zaken, maar wij ploegen ook heel veel geld terug in het onderwijs op die specifieke onderwerpen die belangrijk zijn. Dat is een volkomen normale lijn van werken. Wij sturen niet op het beeld van "per saldo", maar wij sturen op inhoud en op wat nodig is. Bovendien bekijken wij waar het efficiënter kan.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Mijnheer Van Geel, u wilde bij de algemene beschouwingen ontzettend graag uw naam onder een motie waarvoor de PvdA het initiatief nam en waarin wij ernaar streven om bij de top vijf van de wereld te gaan behoren. U zette daar met veel verve uw handtekening onder. Vertelt u mij vandaag dat u denkt dat wij in het onderwijs tot de top vijf van de wereld kunnen gaan behoren met louter efficiencymaatregelen, met het terugploegen van geld uit het onderwijs in het onderwijs zelf, zonder een euro bij te leggen? Ik kan mij eerlijk gezegd niet voorstellen dat u dat zelf gelooft.

De heer Van Geel (CDA):

U maakt weer de fout door de motie zo te interpreteren dat er extra geld naar het onderwijs zou moeten. Het gaat erom een ambitieniveau neer te leggen. Er staat in de motie geen woord over extra geld. Dat probeert u wel te suggereren, maar dat staat er niet. Het gaat ons erom dat wij volledig achter de doelen staan en serieus willen bekijken hoe wij die doelen kunnen bereiken. Dat kan deels door op een aantal terreinen de kosten wat te verhogen, bijvoorbeeld de eigen bijdrage wat de OV-jaarkaart betreft, en deels door op onderdelen strategisch te investeren, ook op het gebied van de kennis en ook op het gebied van het onderwijs. Dat is een lijn die wij verstandig vinden en het is niet altijd zo – dat heb ik net in het kader van de algemene lessen genoemd – dat, als je ergens maar per saldo meer geld in stopt, het dan beter wordt. Die fout maakt u continu. U denkt: als ik maar ergens meer geld in stop en niet hoef na te denken over het hoe en wat, wordt het beter. Die lijn is niet onze lijn. Onze lijn is op inhoud bekijken waarop ombuigingen mogelijk zijn en bekijken op welke gebieden wij moeten investeren.

De voorzitter:

Voordat ik het woord geef aan mevrouw Hamer voor een korte slotopmerking: u zegt steeds dat ik fouten maak. Dat vind ik niet ...

De heer Van Geel (CDA):

U?

De voorzitter:

Ja, u zegt steeds "u". Het zou prettig zijn als u ...

De heer Van Geel (CDA):

O ja, ik leer het in de toekomst nog wel goed te doen!

De voorzitter:

Ik weet niet of de investering nog gaat renderen, maar laten wij het proberen.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Voorzitter. Ik had eerlijk gezegd ook wel de indruk dat het niet op u sloeg. Dat scheelt.

Mijn vraag was eigenlijk heel simpel. Gelooft u dat Nederland tot de top vijf van de wereld op het gebied van onderwijs kan behoren zonder dat daar een euro extra in wordt gestoken? Daar kunt u toch gewoon met een simpel ja of nee op antwoorden? Dan had u zich ook dat lange antwoord aan de voorzitter kunnen besparen.

De heer Van Geel (CDA):

Maar de vraag is niet juist!

Mevrouw Hamer (PvdA):

Geeft u nou gewoon antwoord op mijn vraag: gelooft u dat?

De heer Van Geel (CDA):

Ja, ik geloof dat net zo goed als u denkt dat het ook lukt als je er maar meer geld in stopt. Dat is niet de vraag. Het beeld is: altijd maar meer geld erin stoppen en dan bereiken wij iets. Mijn stelling is: kijk wat efficiënter en beter kan, kijk waar je iets kunt schuiven en kijk waar je extra moet investeren. Wij investeren fundamenteel in het duidelijk geprioriteerde veld van onderwijs, kennis, innovatie en alles wat daarmee samenhangt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Van Geel stond op het punt om ons te vertellen hoe belangrijk duurzaamheid voor het CDA is. Ik wil graag eerst vragen wat de heer Van Geel ervan vindt dat de oud-minister van LNV, Cees Veerman, vindt dat het CDA-beleid met betrekking tot natuur absoluut te diskwalificeren valt. Hij is zwaar teleurgesteld en vindt dat kiezers met een groen hart niet bij het CDA terechtkunnen.

De heer Van Geel (CDA):

Wat de heer Cees Veerman vindt, moet hij vinden. Ik ben het daar niet mee eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dat is te gemakkelijk, want Cees Veerman stond op het lijstje van het CDA om in de toekomst nogmaals een belangrijke functie te vervullen. Het is natuurlijk van belang, want hij is voorzitter van Natuurmomenten. Hij schaart zich eigenlijk achter de andere oud-prominenten van het CDA, zoals Lubbers, Van Agt en Wijffels die allemaal spijtoptanten zijn met betrekking tot het natuurbeleid van het CDA. Ik wil graag weten hoe de heer Van Geel het verantwoordt naar de kiezers toe, als de voorzitter van Natuurmonumenten – een prominent CDA'er – zegt dat het CDA-beleid voor de natuur gediskwalificeerd is.

De heer Van Geel (CDA):

Ik wil dit graag uitleggen. Ik dank mevrouw Thieme voor de vraag. Dit stond namelijk niet in mijn tekst, maar op deze manier kan ik het toelichten. Natuurmonumenten heeft een onderzoek gedaan. Blijkbaar is er een fundamenteel verschil van mening over de instrumenten die ingezet moeten worden voor het natuurbeleid. Niet alleen wij, maar ook een oud-directeur van Natuurmonumenten is er steeds meer achtergekomen dat de lijn die hier nu ingezet wordt, namelijk het maken van een onderscheid door natuurbeheer te isoleren van andere maatschappelijke activiteiten, van het landschap, van de boeren en van andere betrokkenen in het buitengebied, uiteindelijk ten koste gaat van de natuur zelf. De natuur wordt geïsoleerd. Eigendom is in die lijn het belangrijkste criterium, want als natuur eigendom is, kan ik die beheren en behouden. Natuur en landschap zijn buitengewoon belangrijk en agrarisch natuurbeheer is daarvan een onderdeel. Wij zijn niet de enigen die dit vinden, want tal van deskundigen komen terug op de lijn van het juridiseren van de natuur. De natuur wordt steeds weer juridisch gemaakt, waardoor elke betrokkenheid van burgers niet gestimuleerd, maar afgestraft wordt. Dit komt terug in het natuurbeleid dat het CDA al jaren volgt. In het onderzoek wordt agrarisch natuurbeheer niet als natuurvriendelijk beschouwd. Ik heb daar geen enkel gevoel bij. Als je dat als criterium noemt in moties en dit niet natuurvriendelijk vindt, scoort het beleid natuurlijk slecht. Wij zijn het daar dus fundamenteel mee oneens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik geloof dat de heer Van Geel in een ontkenningsfase zit. Zelfs CDA-prominenten en oud-bestuurders van het CDA zeggen dat zij een verkeerde koers hebben gevaren toen zij nog bestuurder waren. Zij vinden dat het CDA-natuurbeleid drastisch moet veranderen. De heer Van Geel staat binnen het CDA bekend als de beter geïnformeerde met betrekking tot milieu en natuur en toch blijft hij nog steeds achter dit kabinetsbeleid staan. Ik vraag mij daarom af of hij leert van alle fouten die wij tot nu toe hebben gemaakt met betrekking tot natuur en milieu. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft ook aan dat wij de doelen niet halen, maar het CDA gaat gewoon door met bedrijventerreinen in plaats van met natuur.

De heer Van Geel (CDA):

Nee, het feit dat ik deze lijn uitzet en de CDA-lijn aangeef, is gebaseerd op voortschrijdend inzicht. Ik zei dit net al. Als wij van de natuur een juridische entiteit maken waarvan wij de rest van de samenleving en het land vervreemden, maakt die geen onderdeel meer uit van het landschap. Als wij de natuur bovendien vervreemden van de boeren en de mensen die recreëren, gaat dit uiteindelijk ten koste van de natuur zelf. Die les heb ik geleerd in de tijd dat ik gedeputeerde was. Deze les heb ik ook hier geleerd en vandaar deze lijn. De door ons gekozen lijn zal uiteindelijk leiden tot meer begrip voor en ontplooiingsmogelijkheden van de natuur dan het alleen isoleren door de natuur onder te brengen in organisaties die op basis van eigendom zeggen: dit is van ons! Die lijn is verkeerd. Wij willen een meer integraal natuurbeheer en -beleid voeren en ons niet alleen richten op terreinbeherende organisaties.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik concludeer dat de burger helemaal niets snapt van wat de heer Van Geel nu net heeft gedebiteerd. De mensen vragen om schone lucht, schone bodem en goed dierenwelzijn. Die zaken worden op dit moment niet gerealiseerd en dat is mede te danken aan het beleid van het CDA dat dan ook wordt gediskwalificeerd door de voorzitter van Natuurmonumenten.

De heer Van Geel (CDA):

Ik kom aan het slot van mijn betoog nog toe aan het klimaatbeleid. Ik constateer dat het grote probleem is – ik heb dat reeds in algemene zin gezegd – dat er hier heel ambitieuze doelstellingen worden geformuleerd. Die klinken wel heel goed, maar moeten ook gerealiseerd worden in een complexe samenleving. Het ontbreekt mevrouw Thieme en een groot aantal anderen steeds aan inzicht over hoe wij dit met elkaar kunnen doen. Dat is de strekking van mijn verhaal. Ik zal dit ook nader aangeven bij mijn opmerkingen over het klimaatbeleid.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Het is goed dat u daarop ingaat. Wij kunnen echter vaststellen dat de niet ambitieuze doelstellingen, bijvoorbeeld de Europese, ook bijlange na niet gehaald worden. Het heeft dus niet zo veel te maken met de doelstellingen, maar met een volstrekt gebrek aan ambitie van dit kabinet.

De heer Van Geel (CDA):

Ik kom straks hierop terug en dan zal ik mijn mening daarover verwoorden. Het slot van mijn betoog gaat namelijk inderdaad over duurzaamheid en de problemen die er in dat kader zijn.

Voorzitter: Ten Hoopen

De heer Van Geel (CDA):

Ik heb al gezegd dat klimaatbeleid in brede zin voor ons van groot belang is. Dat gaat veel verder dan het klimaat. Ik heb zelf ervaren hoe belangrijk het is om de uitstoot van fossiele brandstoffen te beperken. Het gaat om CO2, NOx en fijnstof. Over deze problematiek hebben wij hier jarenlang gesproken. Het gaat ook om de waarborgen van energielevering en andere redenen. Wat wij doen en gedaan hebben is dat wij op een aantal terreinen te ambitieuze doelstellingen hebben geformuleerd. Dat is een stukje zelfkritiek. Het CDA heeft natuurlijk ook het regeerakkoord onderschreven. Ik noem bijvoorbeeld Schoon en Zuinig en het aandeel aan duurzame energie. Ik noem ook de doelstellingen in Europa en die van Kopenhagen. Die zijn in onze ogen in beide gevallen, wellicht vastgesteld met de wijsheid van nu, te fors. Wij moeten hier lessen uit trekken. Het is goed om doelen te stellen en om ambitieuze doelen te stellen. Er moet echter steeds aandacht zijn voor hoe die doelen gehaald moeten worden en wat haalbaar is. Als wij de lat te hoog leggen, en wij er zeker niet over kunnen springen, levert dat frustraties op.

Het probleem is niet alleen dat de doelstelling niet wordt gehaald, maar dat het ook ten koste gaat van het draagvlak voor toekomstige ambities. Dat heb ik zo-even geprobeerd te zeggen tegen mevrouw Thieme over de natuur. Dat is wat er speelt op grote terreinen van milieubeleid. Het draagvlak voor de toekomstige ambities loopt terug. Mensen raken gefrustreerd en worden moe. Ik maak mij bijvoorbeeld zorgen over de klimaatmoeheid, in de Kamer en in de rest van de samenleving. Dat moeten wij dus niet meer doen. Het werkt immers averechts. Wij moeten realistisch zijn op het gebied van klimaat. Wij moeten meer aandacht schenken aan de harde werkelijkheid, de zakelijke discussies en de veranderde geopolitieke aspecten.

Laat ik een voorbeeld noemen om duidelijk te maken wat ik bedoel. Wij hebben als Europa, met steun van Nederland, buitengewoon ambitieus ingezet bij Kopenhagen. Wij willen nog veel verder gaan, als de anderen dat ook maar willen. Er sprak een heel idealistische sfeer uit: Europa neemt de lead. De harde realiteit is dat op cruciale momenten Europa in een veranderende geopolitieke wereld niets te zeggen had over de afspraken die werden gemaakt. Opkomende economieën zoals Brazilië, China en India, maar ook de Verenigde Staten en andere landen zorgen ervoor dat onze terechte ambities smoren in het internationale krachtenveld en in de harde geopolitieke realiteit. Mijn pleidooi is om betere en slimmere instrumenten te ontwikkelen op basis van de lessen die wij uit het verantwoordingsdebat trekken. Ambitieuze doelen die niet gepaard gaan met buitengewoon serieus nadenken over hoe de doelen strategisch bereikt kunnen worden? Dat kan en moet in de toekomst beter.

Ik ben zojuist ingegaan op de Verantwoordingsbrief. De CDA-fractie vindt dat het huidige kabinet behoorlijk veel heeft klaargespeeld onder buitengewoon moeilijke omstandigheden. Natuurlijk leven er nog vragen en zijn er nog antwoorden die beter kunnen. Ik doel op de gevolgen voor de nabije toekomst. Het zal duidelijk zijn dat moet gaan om verantwoorde hervorming en om solide beleid: staatsschuld aanpakken, overheid kleiner maken, hypotheekrente ongemoeid laten, stabiel beleid, betaalbare gezondheidszorg en meer agenten. Wij moeten het samen doen. Wij moeten ook fatsoenlijk met elkaar omgaan, op straat, op school, in de opvoeding, op het sportveld, op de televisie en in de Kamer. Wij kijken dan ook verder dan vandaag. Wij voelen ons ook verantwoordelijk voor morgen. Het zal solide moeten. Het kan stabieler. Wij moeten het samen doen. Nederland kan ook dan op ons rekenen.

Voorzitter: Verbeet

De heer Rutte (VVD):

Dit is het laatste debat waarin de heer Van Geel het woord voert. Hij keert niet terug na de verkiezingen. Ik wil om te beginnen zeggen dat ik onze discussies, die soms pittig en stevig waren, zeer op prijs heb gesteld. Mijn vraag aan de heer Van Geel is de volgende. Bij de algemene beschouwingen van 2009 hebben wij gesproken over de sterk oplopende staatsschuld. Het CDA heeft er toen voor gekozen niet in te grijpen en geen maatregelen te nemen die op de middellange en lange termijn de staatsschuld terugdringen. Er is besloten de zaak eerst te delegeren aan twintig commissies die pas dit jaar hebben gerapporteerd. Staat de heer Van Geel nog steeds achter die koers?

De heer Van Geel (CDA):

Ja, wij vinden de keuze van vorig jaar maart om niet 25 mld. om te buigen nog steeds de goede keuze. De heer Rutte wilde dat wel, met een groot probleem voor de economische groei en 50.000 meer werklozen als gevolg. Wij hebben de heer Rutte toen niet gevolgd. De koers die wij toen hebben uitgezet, om fundamentele maatregelen voor de middellange termijn voor te bereiden, vinden wij uitstekend. Die koers biedt alle partijen die de verkiezingsstrijd ingaan bovendien de kans om daarover gemotiveerd en gelegitimeerd discussie te voeren. Deze koers is dus buitengewoon verstandig uitgezet.

De heer Rutte (VVD):

De heer Van Geel wist dus dat het kabinet zou vallen en eigenlijk was het een service aan de partijen, met het oog op de verkiezingscampagne, om de ambtelijke werkgroepen in te stellen. Het is goed om vast te stellen dat dat blijkbaar de reden was. Toch vraag ik de heer Van Geel om nog eens toe te lichten waarom het CDA gekozen heeft voor deze route en of het CDA, als het niet in een kabinet had gezeten met de PvdA en het niet met die partij eens had hoeven te worden, ook had gekozen voor deze route waarmee het jaar 2010 een verloren jaar is geworden omdat er in dit jaar geen maatregelen konden worden genomen omdat vorig jaar geen besluiten konden worden genomen?

De heer Van Geel (CDA):

De heer Rutte moet mijn eerste opmerking relateren aan mijn tweede opmerking. Wij hebben in maart vorig jaar een pakket samengesteld met stimulering, investeringen en een begin van ombuigingen. Daarmee werd het signaal gegeven aan de samenleving en de markten dat het ons serieus was, inclusief de AOW-leeftijdsverhoging en andere maatregelen die nodig waren op het gebied van de zorg. Dat signaal was heel duidelijk. Dat was korte termijn. Dat was 2009/2010. Wat het voorbereiden van de meer fundamentele veranderingen betreft, zou de heer Rutte gelijk hebben als ik niet toen, bij de algemene politieke beschouwingen, had aangegeven dat ik het verstandig vind om het traject op deze manier voor te bereiden maar niet als basis om zaken vooruit te schuiven. Ik heb een buitengewoon stevig pleidooi gehouden voor betekenisvolle stappen, al in deze periode, om niet voor de kiezers weg te lopen en te laten zien wat wij gaan doen. Ik vond de oriëntatie en de samenhang, waar toen om gelachen is naar aanleiding van het nietje van de heer Pechtold, nuttig. De inzichten die hiermee verkregen zijn, zijn buitengewoon nuttig om ons scherp te houden over wat nodig is. Dat is de winst van deze periode. Nogmaals, het was mij te doen om het nemen van besluiten in de kabinetsperiode tot 2011, niet om het naar achteren schuiven daarvan.

De heer Rutte (VVD):

Kan de heer Van Geel uitleggen hoe het rentmeesterschap waar het CDA uiteraard aan hecht – een belangrijke term in het Nederlandse staatsbestel, ook om het land verder vooruit te helpen – en dat zo centraal staat in de christendemocratie zich verhoudt met het feit dat toen wij wisten dat er tussen de 30 en 35 mld. structureel bezuinigd moest worden, er door het kabinet besloten werd om dat niet te doen, die maatregelen niet klaar te zetten? Wij wisten dat die pas op langere termijn effect zouden hebben. Besloten werd om die maatregelen een jaar later te nemen en eerst de zaak weg te delegeren aan twintig commissies. Daarmee is een vol kalenderjaar verloren. Hoe kunnen het CDA en de heer Van Geel dat rijmen met het rentmeesterschap?

De heer Van Geel (CDA):

Dat is heel eenvoudig. Ik heb zo-even aangegeven dat in deze periode, in de tijd van crisis, een impuls nodig was door de stabilisatoren te laten werken. Daarmee werd een forse impuls in de economie gegeven wat nodig was om te voorkomen dat er 50.000 extra werklozen zouden komen en de economische groei met 2% zou dempen, zoals gebeurd was als wij de lijn van de heer Rutte hadden gevolgd. Laten wij dat ook vaststellen. Wij wilden dat niet. Dat was voor ons een onaanvaardbare lijn op dat moment. Wij hebben daarop gezegd: dat is mooi, dat moeten wij nu doen, maar wij moeten ook voorbereidingen treffen. Wij vonden rond augustus/september vorig jaar de situatie veel te fragiel om in een onzekere economische wereld deze draconische maatregelen te nemen. Wij vonden dat in een fragiele economie buitengewoon onverstandig. Wij hebben daarom de balans gezocht tussen investeren, stabilisatoren laten werken en een stevig begin maken met het gezond maken van de overheid.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Zo, daar sta je dan als nieuwe fractievoorzitter. In een soort maidenspeechachtige setting mag je dan meteen aan een verantwoordingsdebat meedoen om, zoals het in de volksmond heet, "gehakt" te maken van het regeringsbeleid. En dat ook nog eens met een regering die in verregaande staat van ontbinding verkeert. De aanduiding "gehaktdag" is misschien wel een mooie vondst, maar of het de juiste aanduiding is, valt te betwijfelen. Als een regering verantwoording aflegt, dan moeten wij daarvan geen gehakt draaien maar dan moeten wij daaruit lering trekken. Ik ga dat vandaag proberen. Overigens geldt dat niet alleen voor de regering, maar ook voor deze Kamer.

De visie dat de overheid een bedrijf is, is failliet. Dit zei Herman Tjeenk Willink, de vicepresident van de Raad van State. Hij waarschuwt al jaren voor het gevaar van de marktlogica in het openbaar bestuur. In zijn laatste jaarverslag is hij stelliger dan ooit. Volgens Tjeenk Willink heeft de financiële crisis ook het falen aangetoond van de overheid. Als de belangrijkste adviseur van de regering dat zegt, dan vraag ik mij af of de minister-president daarvan slechter slaapt. Wil de minister-president hier in ieder geval eens een uitvoerige reactie op geven?

Dit verantwoordingsdebat is het laatste debat voor de verkiezingen. Dat komt eigenlijk wel goed uit, want verantwoording afleggen, is natuurlijk de kern van de democratie. In de jaarverslagen heeft de regering haar eigen prestaties naar ons gevoel toch wel wat opgepimpt. Ik moet al snel denken aan die kleine CDA-autootjes die ik de laatste tijd zag rijden met de premier op de passagiersstoel. Als je goed keek, zag je Mark Rutte echter achter het stuur zitten. Tja, ik weet dus niet of dat goed nieuws brengt voor de toekomst; wat mij betreft in ieder geval niet. Sorry, mijnheer Rutte.

De minister-president mag voor mij vandaag best gaan vertellen waarom het vierde kabinet-Balkenende dat op de klippen liep, volgens hem toch een succes is. Ik wens hem daar succes bij. Toch hoop ik vooral dat hij ons en de kiezers uitlegt hoe ook onder zijn verantwoordelijkheid het toezicht op de financiële sector is uitgekleed, waardoor banken het spaargeld van gewone mensen hebben kunnen vergokken. Vandaag mag de premier ook uitleggen aan de kiezers en aan ons waarom de woningcorporaties gaandeweg commerciële bedrijven zijn geworden en onze volkshuisvesting nu lijkt te worden uitgeleverd aan Europese ambtenaren.

Mevrouw de voorzitter. De minister-president mag ook eens uitleggen waarom hij het openbaar vervoer steeds verder heeft vermarkt, waardoor wij wel mogen betalen, maar weinig of niets meer te zeggen hebben over wat van ons is, bijvoorbeeld ons openbaar vervoer.

Wat de SP-fractie betreft, mag de minister-president ook uitleggen hoe hij een duurzame energiepolitiek wil voeren, terwijl de energiebedrijven onder zijn verantwoordelijkheid mede zijn verkocht door provincies en gemeenten die daarbij alleen maar eurotekens in de ogen hadden. Waarom heeft de minister-president het onderwijs, de zorg en de sociale zekerheid in handen gegeven van duur betaalde managers die mensen die het werk moeten doen, hebben overladen met nutteloze bureaucratie?

Hoe kijkt de minister-president terug op al die jaren-Balkenende? Ik noem vier mislukte kabinetten, vijf verschillende partijen, twee mislukte oorlogen en vooral een catastrofale crisis. Als er dan nog geen tijd is voor een grote schoonmaak, ben ik benieuwd hoe zijn keuken eruitziet.

Mevrouw de voorzitter. Heel benieuwd ben ik ook naar het verhaal dat wij na de lunchpauze van de heer Rutte te horen krijgen. Hoe gaat de VVD vandaag verantwoording afleggen voor het neoliberale beleid dat zijn partij mede heeft vorm gegeven in de afgelopen jaren? Ik hoor hem de laatste dagen heel hard zoemen, maar dat klinkt toch vooral als een mug die de malaria wil bestrijden. Ik weet niet of dat wel zo'n verstandig idee is.

Wij hebben zojuist ook geluisterd naar wat mevrouw Hamer heeft gezegd over de verantwoording over het regeringsbeleid. Wij hebben daar zelfs ook even een interruptiedebat over gehad. Ik ga dat allemaal niet meer terughalen, maar ik wil nog wel zeggen dat ik erg teleurgesteld ben over de positie die vooral onder anderen postbodes en thuiszorgmedewerkers hebben. Ik ga het verhaal niet nog eens vertellen, maar uit de grond van mijn hart hoop ik wel dat de Partij van de Arbeid in de toekomst iets zorgvuldiger is in het kiezen van haar vrienden.

Vandaag leggen wij ook verantwoording af over het verleden, vooral om daarvan voor de toekomst te leren. De kiezers hebben het recht om te weten waarvoor politici zich wel of niet verantwoordelijk voelen. Ik ben bereid om verantwoordelijkheid te nemen: voor de oppositie die wij in het verleden hebben gevoerd, voor onze analyses, maar zeker ook voor onze plannen voor de toekomst.

Het gif van de hebzucht heeft de economie vervuild, maar zit ook diep in de ministeries. De inhuur van peperdure adviseurs en interim-managers is in zo'n tien jaar tijd toegenomen van € 300.000 tot 1,35 mld.; dat is heel veel. Vorig jaar kwam er eindelijk een norm dat deze uitgaven niet meer dan 13% van de totale personeelskosten mogen zijn. Tegen deze afspraken in is er echter toch weer veel meer geld uitgegeven; in ieder geval de ministeries van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, VROM en VWS zitten boven de norm. Volgens de Rekenkamer liggen ook de uitgaven van BZK en Justitie boven de norm. Ik krijg graag een reactie van de minister-president. Zojuist heb ik de Algemene Rekenkamer al genoemd. Bij dezen is het op zijn plaats dat ik de Algemene Rekenkamer ook namens mijn fractie bedank voor het werk dat hij dit jaar weer heeft verzet.

Twee jaar geleden stelde de SP voor om door te pakken en aparte begrotingsartikelen voor deze uitgaven aan externen op te nemen. Gaat de regering dit voorstel nu eindelijk overnemen? Het is gewoon luiheid, zoveel externe medewerkers in te huren voor zoveel geld. Soms betalen we er wel € 3500 per dag voor! In tijden van crisis moeten we snijden waar het vet zit. Het vet zit daar. De SP wil een harde norm stellen voor de inhuur van dure externen van maximaal 10% voor de ministeries, maar ook voor provincies en gemeenten. Wat mij betreft is dat nog aan de hoge kant. Daar liggen nog miljarden op ons te wachten. Veel dure externe medewerkers inhuren, leidt zeker niet tot beter werk, eerder het tegenovergestelde. We zien namelijk ook dat we veel kwaliteit verloren zijn op onze ministeries. Heel veel Nederlanders hebben de afgelopen jaren op een vervelende manier te maken gehad met bijvoorbeeld de problemen bij de Belastingdienst. Uit het rapport van de Algemene Rekenkamer blijkt dat er nog steeds veel problemen zijn. Wanneer worden die nu eindelijk eens opgelost?

Sinds 2007 is het ook een regelrechte puinhoop bij het Centrale Administratiekantoor dat bepaalt of mensen zorg nodig hebben. Het Centrale Administratiekantoor is vaak onbereikbaar of mensen worden gewoonweg onbeschoft behandeld. Zo werden er vaak verkeerde rekeningen gestuurd, zelfs aan mensen die al overleden waren. Veel mensen die zorg nodig hebben, zijn door nutteloze bureaucratie tot wanhoop gedreven. Hoe onfatsoenlijk kan een overheid met mensen omgaan? Wanneer begint hier echt eens een keer de grote schoonmaak? Ik vraag de regering om er onmiddellijk voor te zorgen dat alle mensen die in de clinch liggen met welk bureaucratisch monster dan ook, worden geholpen. Als het computersysteem in de weg zit, dan moet het maar met de hand gebeuren. Niet meer wegduiken, maar oplossen, zou ik zeggen. Ik krijg hierover graag een heldere toezegging van het kabinet.

Als je verantwoording wilt afleggen, moet je ook weten wat er speelt. De SP heeft als geen ander heel veel mensen opgezocht, onderzoek gedaan en er rapporten over geschreven: 110.000 agenten, huisartsen en leraren. In de jeugdzorg deed de SP onderzoek onder bijna 2000 jeugdhulpverleners. Uit dit onderzoek blijkt dat 72% van hen zegt, te weinig tijd te hebben voor het begeleiden van gezinnen. Dat is precies wat ook de Algemene Rekenkamer concludeert. Waarom heeft de regering niet eerder actie ondernomen en het zo ver laten komen? Jeugdzorg is geen speeltje van managers; het gaat over de toekomst van onze kinderen. Wanneer gaat het kabinet daar nu eindelijk de bezem doorhalen en de bureaucratie verminderen, zodat gezinsvoogden minder tijd kwijt zijn aan registratie en ander papierwerk, maar tijd hebben voor het echte werk?

Nog zo'n mooi speeltje van dure managers zijn de commerciële re-integratiebureaus. De SP heeft van begin af aan gewaarschuwd dat het enige nieuwe werk dat deze re-integratiebedrijven opleveren, de duur betaalde banen van de directeuren zijn. Het verbaast ons dan ook niets dat de Algemene Rekenkamer koeltjes vaststelt dat het jaarverslag onvoldoende inzicht biedt in het effect van de 2 mld., let wel: 2 mld. aan uitgaven aan re-integratie. Ik krijg hierop graag een reactie.

In de aanleg van nieuwe wegen schijnt schot te zitten, maar in de verbetering van het openbaar vervoer veel minder. De Algemene Rekenkamer twijfelt zelfs aan de haalbaarheid van de doelen om 5% groei van het aantal reizigers te behalen. Moet er dan niet veel meer ingezet worden op de verbetering van het openbaar vervoer? Wat kost het aanbesteden van het openbaar vervoer wel allemaal niet? Waar blijft de uitvoering van de motie van mevrouw Roefs, waarmee is verzocht, ermee te stoppen, in ieder geval in de grote steden?

Sommige ministeries zijn wel bijzonder hardleers. Je zou denken dat de minister van Defensie na alle problemen in het verleden zijn zaakjes inmiddels wel op orde had, want het is toch wel erg als je niet weet waar je bommen en granaten liggen. Uit het jaarverslag blijkt echter dat dit nog steeds aan de orde is. Ik zou me bijna schamen als ik minister van Defensie was en die eindeloze lijst met tekortkomingen zou lezen. Mijn spreektijd is te kort om die hele lijst voor te lezen, zo lang is die. Ik vraag me af of het kabinet de ernst van dit probleem wel inziet. Hierop krijg ik graag een reactie.

In het verantwoordingsdebat kan natuurlijk het tekortschietende financieel toezicht van de overheid niet onvermeld blijven. Deze economische crisis is geen natuurramp, dit is gewoon mensenwerk. Graaiende bankiers en wegkijkende toezichthouders, en politici die het mogelijk hebben gemaakt. Juist het wegkijken van verantwoordelijken, het niet zelf verantwoordelijkheid durven nemen, heeft deze crisis mede veroorzaakt. Ziet de minister-president dat ook?

Wij zullen als Kamer natuurlijk nog uitgebreid ingaan op de rapporten van de commissie-De Wit en op het rapport van de commissie-Scheltema over het DSB-drama dat nog moet verschijnen. Maar ik wil hier wel gezegd hebben dat ik mij, als ik de hoogste baas van de Nederlandsche Bank was, toch zeer slecht zou voelen en heel slecht zou slapen. Sterker nog, of ik mij zou afvragen of ik niet de eer aan mijzelf zou moeten houden.

Vandaag beoordelen wij de verantwoording van dit kabinet. Op 9 juni spreekt de kiezer daar mede zijn oordeel over uit. Wij moeten nu een keuze maken voor de toekomst, voor onze economie, ons onderwijs, onze zorg en onze veiligheid; voor de toekomst van Nederland. Twee collega's voor mij hebben een lijstje genoemd. Ik verwijs liever alle kiezers naar www.sp.nl.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Men heeft waarachtig gedacht dat u echt een maidenspeech hield, want u bent niet geïnterrumpeerd.

De beraadslaging wordt geschorst.

De vergadering wordt van 13.00 uur tot 13.30 uur geschorst.

De voorzitter:

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.