Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 86, pagina 7262-7263

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 20 mei 2010 over stand van zaken JSF.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het gehele JSF-project in de VS op wettelijke grond op dit moment onder politieke curatele staat vanwege een grote overschrijding (met ruim 50%) van het vastgestelde projectbudget en dat er daarnaast sprake is van zeer verontrustend achterblijvende prestaties, grote opgelopen vertragingen bij de ontwikkeling van dit toestel en een sterke stijging van de te verwachten prijs en exploitatiekosten;

van oordeel dat directe en indirecte investeringen voor een eventuele aanschaf te zijner tijd van de JSF, terwijl de keuze voor de opvolging van de F-16 nog niet gemaakt is, onder deze omstandigheden niet langer opportuun en financieel verantwoord zijn;

verzoekt de regering, vooruitlopend op een definitief besluit over de opvolging van de F-16, per direct geen nieuwe verplichtingen meer aan te gaan voor directe en indirecte investeringen ten behoeve van een eventuele aanschaf te zijner tijd van de JSF,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Velzen, Eijsink en Peters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 235(26488).

Mevrouw Eijsink (PvdA):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Kamer in april 2009 middels de motie-Hamer c.s. (26488, nr. 178) voorwaardelijk heeft ingestemd met de investering in een eerste JSF-testtoestel (LRIP-3) gedurende één jaar;

van mening dat aan de invulling van de drie criteria uit deze motie-Hamer c.s. niet wordt voldaan;

tevens overwegende dat het gehele JSF-project in de VS onder politieke curatele is gesteld, vanwege achterblijvende prestaties en sterk gestegen kosten, en dat de start van de operationele testfase vergeleken met vorig jaar opnieuw met twee jaar is uitgesteld;

van oordeel dat verdere investeringen in de operationele testfase van de JSF, terwijl de keuze voor de opvolging van de F-16 nog niet gemaakt is, onder deze omstandigheden niet langer financieel verantwoord zijn;

verzoekt de regering, onder de financiële condities die daarover vorig jaar met de Kamer gewisseld zijn, per directe ingang de investeringen in het eerste JSF-testtoestel terug te draaien en af te zien van de deelname aan de operationele testfase (IOT&E) van het JSF-project,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Eijsink, Peters en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 236(26488).

Mevrouw Peters (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de diverse scenario's uit zowel de Defensie Verkenningen als het brede heroverwegingsrapport "Internationale Veiligheid" nuttige elementen bevatten voor een komende heroverweging van de ambities van de Nederlandse krijgsmacht en daarmee ook van de luchtmacht;

van mening dat zo'n actualisering van deze ambities ten grondslag zou moeten liggen aan een toekomstig besluit over de keuze voor de opvolging van de F-16;

overwegende dat beide kandidatenvergelijkingen voor de opvolging van de F-16, uit 2002 respectievelijk 2008, voor wat betreft de JSF-kandidaat gebaseerd zijn op inmiddels gebleken achterhaalde informatie over totale omzetverwachtingen, prestaties, prijs en exploitatiekosten;

van oordeel dat deze beide kandidatenvergelijkingen daardoor niet langer een goede basis vormen voor een nog te nemen besluit over de opvolging van de F-16;

verzoekt de regering, deze beide kandidatenvergelijkingen niet langer te hanteren als basis bij de oordeelsvorming over de opvolging van de F-16,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Peters, Eijsink en Van Velzen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 237(26488).

Minister Van Middelkoop:

Voorzitter. Ik zal allereerst ingaan op de motie van mevrouw Van Velzen, waarin mij wordt gevraagd per direct geen nieuwe verplichtingen meer aan te gaan. Ik heb wat moeite om de motie te begrijpen, of het moet een slag in de lucht zijn. Wij werken thans op basis van eerder aangegane verplichtingen die met de Kamer zijn besproken. Er doen zich thans geen nieuwe verplichtingen voor van dat type. De Kamer weet dat als wij weer zware nieuwe verplichtingen aangaan, wij dan op zijn minst langs de Kamer gaan. Voor alle zekerheid lijkt het me toch verstandig om deze motie te ontraden, want ik houd het niet voor onmogelijk dat een consequentie van aanvaarding van deze motie, althans in de perceptie van mevrouw Van Velzen, zal betekenen dat wij het project ook onmiddellijk moeten neerleggen. Dat is ook wel consistent met de eerdere SP-opvatting. Dat de anderen de motie hebben getekend, mag mij verbazen, maar dat doet er niet zoveel toe. Ik ontraad dus in elk geval zekerheidshalve de aanvaarding van deze motie.

Ik kom te spreken over de motie van mevrouw Eijsink, waarin wordt gevraagd om per directe ingang de investeringen in het eerste JSF-toestel terug te draaien en af te zien van deelname aan de operationele testfase van het JSF-project. Ik heb vanmiddag in wat andere bewoordingen al gezegd dat ik mij niet aan de indruk kan onttrekken dat de Partij van de Arbeid op dit punt echt de weg kwijt is. Vier jaar geleden stond er in het verkiezingsprogram dat men tegen de JSF was.

De voorzitter:

Minister, ik vroeg een oordeel over de moties. Ik sta geen debat toe. U moet daar ook rekening mee houden met uw antwoord.

Minister Van Middelkoop:

Maar dit is geen peanuts, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

De afspraak geldt voor iedereen, dus ook voor u.

Minister Van Middelkoop:

Goed, dan zal ik zeggen dat ik tegen een dergelijk verzoek om onmiddellijk een eerder genomen besluit terug te draaien, zeer ernstige bezwaren heb van inhoudelijke aard, voortvloeiend uit het project. Ik ben echter niet alleen om die reden tegen. Ik heb ook een principieel bezwaar. Ik meen dat juist in een dossier waarin door de Kamer zoveel zaken controversieel zijn verklaard, niet van een demissionaire minister mag worden gevraagd om er een vitaal element uit te halen en daar ineens een onomkeerbare beslissing van te maken. Wat de Kamer ook vindt van en doet met de motie, ik zal haar zeker in het kabinet bespreken. Als dit soort moties kunnen, dan kunnen wij nog een hoop beleven de komende maanden, zolang we demissionair zijn! Om die principieel staatkundige reden ontraad ik de motie tweemaal.

Ten slotte de motie van mevrouw Peters, waarin wordt geconstateerd dat de beide kandidatenvergelijkingen inmiddels als verouderd moeten worden beschouwd. Daarover ga ik niet discussiëren. Dat kan betekenen dat wij gewoon door kunnen gaan met de kandidaat die de al veel eerder uitgesproken voorkeur van het kabinet geniet, namelijk de JSF, maar dat zal mevrouw Peters ongetwijfeld niet hebben bedoeld. Ik kan haar motie dus moeilijk anders lezen dan dat zij het hele project op losse schroeven wil zetten, of opnieuw wil beginnen, of misschien helemaal niet wil beginnen. Ook daarvoor gelden de beide argumenten die ik bij mijn oordeel over de vorige motie heb gegeven. Dat lijkt mij volstrekt onverantwoord. Om die reden ontraad ik deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor het geven van zijn oordeel over de moties. Ik vind het net als u allen jammer dat het zo gaat, maar het is nu niet anders. Over de ingediende moties zal worden gestemd bij de eindstemming.