Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 52, pagina 3775-3776

Vragen van het lid Aptroot aan de minister van Economische Zaken over de waarschuwing van het EIM dat bij tegenvallende groei, zoals de heer Wellink voorspelt, er géén baan in het mkb bij komt en de investeringen zullen terugvallen.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Alle signalen staan nu echt op rood. Niet alleen de economie in de VS wordt geraakt. Alle deskundigen zijn het erover eens dat ook de Nederlandse economie het dal in gaat. De deskundigen vanuit Europa hebben ons vorige week in het OECD-rapport gewaarschuwd. De president van De Nederlandsche Bank, de heer Wellink, heeft hierover duidelijke uitspraken gedaan. Gisteren was er het rapport van het Economisch Instituut voor de Middenstand. Allemaal zeggen zij dat de groei van de economie gaat afnemen, dat ook Nederland een flinke tik krijgt en dat maatregelen nodig zijn. Het Economisch Instituut voor de Middenstand was gisteren zeer duidelijk: de economische groei wordt veel lager dan waar het kabinet van uitgaat, de banengroei in het mkb dreigt volledig tot stilstand te komen en ook de investeringen in het mkb zullen tot stilstand komen. Als het mkb, de motor van de economie van ons land, tot stilstand komt, krijgen wij echt problemen. Dan kunnen mensen geen baan meer vinden. Dan komen de overheidsfinanciën in problemen. En het kabinet doet niets. Premier Balkenende zegt dat er niets aan de hand is. Vicepremier Bos, nota bene minister van Financiën, vindt dat het niet zo'n vaart zal lopen. De minister van Economische Zaken sust niet en zegt niets.

Minister Van der Hoeven:

Dit zit hier.

De heer Aptroot (VVD):

Ja, die zit hier, maar is volstrekt onzichtbaar. Wanneer komen deze regering en deze minister van Economische Zaken eindelijk in actie? Wanneer gaat de minister ervoor zorgen dat de groei van onze economie niet hard afneemt? Wanneer gaat zij ervoor zorgen dat de groei van het midden- en kleinbedrijf niet afneemt? Wat doet zij voor de ondernemers en voor de hoeveelheid banen in Nederland? Wat vindt zij van de wensen die gisteren zijn geuit door de voorzitter van het mkb in Nederland?

Minister Van der Hoeven:

Voorzitter. Volgens mij is de minister van Economische Zaken niet zo onzichtbaar bij dit dossier. Alleen zeg ik wellicht niet altijd wat de heer Aptroot wil dat ik zeg. De feiten liggen als volgt.

De onrust op de financiële markten heeft slechts een beperkt effect gehad op de economische groei in Nederland. De heer Aptroot kan dit niet ontkennen. In het derde kwartaal van 2007 groeide het bbp met 4,2%. De werkloosheid daalde in 2007 met zo'n 70.000 personen. Nog steeds zijn er 236.000 openstaande vacatures. Dit is een recordaantal. Dat is niet niets. Daarnaast geeft de barometer van het ondernemersvertrouwen in Nederland aan dat het met het vertrouwen van ondernemers in Nederland goed staat.

De heer Aptroot heeft wel gelijk dat het naïef is om te denken dat de Nederlandse open economie niet geraakt zal worden door wat er in de Verenigde Staten gebeurt. De vraag is echter in welke mate Nederland geraakt zal worden. Nederland heeft de zaken goed op orde. Er is een trendmatig begrotingsbeleid, een heel lage werkloosheid en er is nog steeds sprake van economische groei. Nederland zal echter wel een tikje meekrijgen van wat er gebeurt op met name de Amerikaanse exportmarkt. Ik weet niet hoe groot die tik zal zijn. Op dit moment kan echter niet volgehouden worden dat het een heel grote tik wordt.

Wij hebben de internationale onzekerheden niet in de hand. Daar heeft de heer Aptroot gelijk in. Wij hebben wel in de hand hoe wij erop reageren. Mijn reactie is dat er een structureel beleid gevoerd wordt. Dat betekent dat je geen politiek voert die gericht is op conjuncturele ontwikkelingen. Dat betekent een trendmatig begrotingsbeleid en het mobiliseren van het arbeidsaanbod. Dat betekent ook in overleg met sociale partners komen tot een loonaanpassing die niet te hard gaat, oftewel tijdig en gedifferentieerd reageren. Al deze dingen zijn bijzonder belangrijk.

De cijfers en het onderzoek van EIM vormen slechts een scenario. Daar zijn er een aantal van. Het is niet goed om op scenario's te reageren. De cijfers waarmee het CPB zeer binnenkort komt, moeten afgewacht worden. Daarin wordt in brede zin de feitelijke situatie van dit moment bekeken. Daarop komt uiteraard een reactie.

De heer Aptroot vroeg nogal fel wat ik eigenlijk doe voor de ondernemers. Ik kan mij zijn toon voorstellen. Ondernemend Nederland, en met name het mkb, is belangrijk. Het is de motor van onze economie en daarin moet dus geïnvesteerd worden. Ik som op wat het kabinet tot nu toe heeft gedaan. Ten eerste is er het belastingplan 2008 met een lastenverlichting voor Vpb-plichtigen. Het gaat om 200 mln. Dit is met name ingezet in het mkb-deel van de Vpb via de verhoging van schijven en de verlaging van tarieven aan de onderkant. Verder worden er vanaf 2009 voor een totaal van zo'n 500 mln. aan lastenverlichtende maatregelen genomen, die ingezet worden voor het versterken van de economische structuur. Daarbij gaat het om loonkostensubsidies en premiekortingen voor werkgevers. De WW-premie die werkgevers betalen, wordt bijvoorbeeld verlaagd. Verder is met de Kamer afgesproken dat er een aantal maatregelen genomen worden die direct zijn gericht op het bevorderen van ondernemerschap. Daar is al eerder over gesproken. Daarbij gaat het om de verhoging van de WBSO, het waar mogelijk versoepelen van de fiscale drempels voor de ondernemersaftrek en de zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor vrouwelijke zelfstandigen per 1 juli 2009. Kortom, het kabinet neemt een aantal samenhangende maatregelen voor ondernemend Nederland.

De heer Aptroot (VVD):

Voorzitter. Het is schokkend dat de minister eigenlijk het beeld bevestigt van een kabinet en een minister die niets doen. Zij begint weer met de succesvolle cijfers van 2007. Dat ligt achter ons en is voornamelijk door een vorig kabinet voor elkaar gekregen. Zij zegt dat de zaken goed op orde zijn, en dat Nederland slechts een tikje mee zal krijgen. Vervolgens noemt zij de goede dingen van dit kabinet. Zij heeft het over een paar miljoen lastenverlichting, terwijl de lasten dit jaar en volgend jaar per saldo met 7 mld. omhoog gaan. Het bedrijfsleven en de burgers worden uitgekleed.

Ik vraag de minister opnieuw: wat doet u met alle signalen die voor de economie op rood staan, wat doet u met de signalen dat ons midden- en kleinbedrijf grote klappen gaat krijgen, dat de investeringen teruglopen en de banen verdwijnen?

Als de minister eenzelfde antwoord geeft als daarnet, wil ik het volgende doen, omdat ik van de voorzitter niet een derde keer het woord mag voeren. Ik heb er altijd al over gedacht om de minister een keer voor te dragen voor de prijs voor bestgeklede bewindspersoon, maar nu wil ik haar ook voorstellen voor de prijs voor passiviteit in dit kabinet. Ik vind het onvoorstelbaar: een minister van Economische Zaken die gewoon niets doet als de economie fors verslechtert.

Minister Van der Hoeven:

De heer Aptroot moet doen wat hij niet laten kan. Hij heeft gewoon geen gelijk. Wij zetten in op het aanpakken van de regeldruk en de lastendruk. Wij zetten in op innovatie. Wij zetten in op duurzame economische groei. Wij zetten in op extra geld voor die zaken. De heer Aptroot zegt net dat de succesvolle cijfers uit 2007 aan het vorige kabinet te danken zijn. Dat vind ik aardig, want daar zat ik ook in. Dat neemt niet weg dat ik in dit kabinet zit als minister van Economische Zaken en de voorstellen die ik noemde heb neergelegd in mijn begroting voor 2008 en met de Kamer heb besproken.

Nadat het coalitieakkoord was gesloten, ontstonden lastenverzwaringen ter waarde van 700 mln. Die zijn en worden gerepareerd. Er komt een lastenverlichting van 400 mln. voor burgers in de vorm van verhoging van de arbeidskorting en de ouderenkorting en van 300 mln. voor bedrijven in de vorm van verlaging van de WW-premie voor de werkgevers. Is dat dan niks? Volgens de heer Aptroot is het niks, maar volgens mij is dat een substantieel bedrag, dat wordt betaald door de belastingbetaler en door ons op deze manier wordt ingezet.