Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834950-XVI nr. 1

34 950 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2017

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT (XVI)

Aangeboden 16 mei 2018

Gerealiseerde uitgaven van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

Gerealiseerde uitgaven van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

Gerealiseerde ontvangsten van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

Gerealiseerde ontvangsten van het departement verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1.000.000)

INHOUDSOPGAVE

     

Blz.

A.

ALGEMEEN

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

7

       

B.

BELEIDSVERSLAG

10

 

3.

Beleidsprioriteiten

10

 

4.

Beleidsartikelen

27

   

– Beleidsartikel 1 Volksgezondheid

27

   

– Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

37

   

– Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

48

   

– Beleidsartikel 4 Zorgbreed beleid

58

   

– Beleidsartikel 5 Jeugd

71

   

– Beleidsartikel 6 Sport en bewegen

75

   

– Beleidsartikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II

84

   

– Beleidsartikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

91

 

5.

Niet-beleidsartikelen

94

   

– Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

94

   

– Niet-beleidsartikel 10 Apparaatsuitgaven

97

   

– Niet-beleidsartikel 11 Nog onverdeeld

104

 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

105

       

C.

JAARREKENING

110

 

7.

Departementale verantwoordingsstaat

110

 

8.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

111

 

9.

Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2017

112

 

10.

Saldibalans

139

 

11.

WNT-verantwoording 2017 Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

149

       

D.

FINANCIEEL BEELD ZORG

154

       

E.

BIJLAGEN

225

 

Bijlage 1: Toezichtrelaties op de Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

225

 

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

236

 

Bijlage 3: Inhuur externen

245

 

Lijst van afkortingen

247

 

Trefwoordenregister

253

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENGING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bieden wij, mede namens de Staatssecretaris, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) over het jaar 2017 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37, tweede en derde lid, en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Medische Zorg decharge te verlenen over het in het jaar 2017 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer op basis van artikel 7.12, van de Comptabiliteitswet 2016, over:

  • a. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.8 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • b. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen, bedoeld in artikel 3.9 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk, bedoeld in artikel 2.35 van de Comptabiliteitswet 2016;

  • d. het gevoerde begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.4 van de Comptabiliteitswet 2016 en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk.

  • e. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2017;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2017 opgenomen rijksrekening van uitgaven en geraamde ontvangsten over 2017, alsmede over de rijkssaldibalans over 2017 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, vierde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

1. Indeling jaarverslag

Voor u ligt het departementale jaarverslag 2017 van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vier onderdelen:

  • De beleidsprioriteiten. Deze paragraaf gaat in op de belangrijkste resultaten van het Ministerie van VWS over het afgelopen jaar. Het gaat om de hoofdlijnen van het beleid en de beleidsprioriteiten van het huidige kabinet en bewindspersonen.

  • De beleidsartikelen. Hierin wordt per artikel de algemene doelstelling vermeld en wat de rol en verantwoordelijkheden zijn van de Minister. Daarnaast bevat elk beleidsartikel beleidsconclusies waarin een oordeel wordt gegeven over de uitvoering van beleid in het afgelopen jaar. Ten slotte wordt de budgettaire tabel vermeld inclusief een toelichting op de belangrijkste bestedingen van middelen en op de opmerkelijke verschillen tussen de gerealiseerde en begrote uitgaven en ontvangsten.

  • De niet-beleidsartikelen. De artikelen bestaan uit een budgettaire tabel en een toelichting op de opmerkelijke verschillen tussen de gerealiseerde en begrote uitgaven en ontvangsten.

  • De bedrijfsvoeringsparagraaf geeft informatie op het gebied van rechtmatigheid, totstandkoming beleidsinformatie, financieel en materieel beheer en overige aspecten van de bedrijfsvoering.

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de jaarverantwoordingen van de agentschappen, de saldibalans en het overzicht van de topinkomens.

Vervolgens wordt het Financieel Beeld Zorg (FBZ) gepresenteerd. Het FBZ geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het Budgettair Kader Zorg (BKZ).

Tot slot bevat het jaarverslag een aantal bijlagen, te weten de toezichtrelaties op de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s), afgerond evaluatie- en overig onderzoek, externe inhuur, de lijst met gebruikte afkortingen en het trefwoordenregister.

2. Groeiparagraaf

In de groeiparagraaf wordt aangegeven wat de belangrijkste verbeteringen in het jaarverslag zijn ten opzichte van vorig jaar:

In het AO verspilling in de zorg van 15 februari 2017 is toegezegd dat het onderwerp verspilling in de zorg in het jaarverslag opgenomen zal worden. Na het onderdeel «de monitor» wordt aan deze toezegging voldaan.

Tijdens het WGO over het jaarverslag 2016 is toegezegd dat in het jaarverslag 2017 een overzicht zal worden opgenomen van het pgb-gebruik in alle domeinen. Dit overzicht is opgenomen in artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning.

Daarnaast is tijdens het WGO over het jaarverslag 2016 toegezegd dat in het jaarverslag 2017 de mutaties van artikel 10 Apparaatsuitgaven uitgebreider worden toegelicht. In artikel 10 zijn twee overzichten (personeel en materieel) opgenomen met technische mutaties en mee- en tegenvallers.

De focusonderwerpen zijn «Toetsbare beleidsplannen en Verplichtingen: pijler van het budgetrecht». Het onderwerp over toetsbare beleidsplannen is verwerkt in de tabel beleidsdoorlichtingen onderdeel van het beleidsverslag en de bijlage evaluatie- en overig onderzoek. Het onderwerp over de verplichtingen wordt opgenomen in het Financieel Jaarverslag van het Rijk.

Overgangsrecht Comptabiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de jaarverslagen en slotwetten over 2017 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139. Het betreft met name de volgende artikelen:

Artikelen in CW 2016 en CW 2001

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 – 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid

3. Afwijkingen van de Rijksbegrotingsvoorschriften

Norm toelichting verschillen tussen budgettaire raming en realisatie

Bij toepassing van de normen conform de Rijksbegrotingsvoorschriften worden er maar enkele onderdelen toegelicht. Om meer inzicht te geven in de verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie is afgeweken van de toelichtingsnormen in de Rijksbegrotingsvoorschiften.

De in dit jaarverslag gehanteerde normen voor het toelichten zijn:

  • Het verschil tussen de budgettaire raming en de realisatie op de onderdelen van een instrument groter of gelijk is aan € 2,5 miljoen.

  • Als het verschil kleiner dan € 2,5 miljoen is, maar het onderdeel van beleidsmatig of politiek belang is.

De departementale verantwoordingsstaat

In de departementale verantwoordingsstaat is afgeweken van de Rijksbegrotingsvoorschriften. In de departementale verantwoordingsstaat wordt een scheiding van de artikelen weergegeven waarmee duidelijk wordt welke Minister verantwoordelijk is voor welke artikelen.

4. Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding: Zorg die bij je past

Wat heb je nodig? Die vraag stelde het vorige kabinet in de beleidsagenda van VWS (TK 34 550-XVI, nr 1) voor 2017. Wat heb je nodig om gezond te blijven? Om beter te worden? En als beter worden niet meer gaat, wat heb je dan nodig om zo zelfstandig mogelijk te kunnen blijven, met zo hoog mogelijke kwaliteit van leven?

Die vraag moet leidend zijn in de gezondheidszorg. Want het antwoord is voor iedereen anders en moet daarom door iedereen zélf worden beantwoord, in samenspraak met zorgverleners.

Deze persoonlijke aanpak van zorg en ondersteuning, was de leidraad in het kabinetsbeleid van 2017. Dat zien we in de langdurige zorg, de ggz en de medische zorg, die steeds vaker dichtbij mensen, of zelfs thuis wordt gegeven.

Zorg en ondersteuning zijn er op gericht dat mensen zolang mogelijk de regie over het eigen leven kunnen voeren en zoveel mogelijk zelf doen. Zodat ze het leven kunnen leiden dat zij zelf willen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat heeft een positieve invloed op de gezondheid en helpt eenzaamheid te bestrijden. Sommige mensen kunnen dit op eigen kracht, anderen hebben daarbij ondersteuning nodig.

De meeste mensen willen zo lang mogelijk thuis wonen, ook als ze zorg nodig hebben. Door samenwerking van huisarts, wijkverpleegkundigen, mantelzorgers en andere zorgverleners en ondersteuners in de wijk, kan dat vaak prima worden georganiseerd. Maar als thuis wonen niet meer mogelijk is, moeten mensen kunnen rekenen op goede, warme en persoonlijke zorg in een verpleeghuis. Om de zorg in verpleeghuizen te verbeteren is in 2017 een oplopend bedrag tot € 2,1 miljard beschikbaar gesteld voor de komende jaren. Met dit geld kunnen verpleeghuizen extra personeel aannemen en krijgen zorgverleners meer tijd om hun bewoners persoonlijke aandacht te geven.

Zelf de regie voeren, zelf beslissingen kunnen nemen in goed overleg met zorgprofessionals, is in 2017 voor patiënten makkelijker geworden. Dit komt onder andere door maatschappelijke trends, technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen binnen de zorg.

Bovendien maken slimme digitale toepassingen (e-health) de zorg beter en goedkoper.

Nederland heeft op dit terrein inmiddels een voorsprong op veel Europese landen2. Dat blijkt onder andere uit de hoge digitaliseringsgraad van patiëntgegevens.

Persoonlijke zorg en ondersteuning stellen nieuwe eisen aan de mensen die werken in de zorg. Wij hebben grote waardering voor iedereen in de zorg die zich hier voor inzet. Door de toename van het aantal ouderen, die ook steeds ouder worden, is er ook meer vraag naar zorg. Om daaraan te kunnen voldoen, hebben we veel meer mensen nodig die in de zorg werken. Allereerst moeten we er voor zorgen dat de mensen die in de zorg werken, worden behouden. Daarnaast moeten we nieuwe mensen aantrekken en het werk zo organiseren dat het aantrekkelijker wordt.

Om dit mogelijk te maken heeft het kabinet in 2017, samen met onder andere brancheorganisaties, vakbonden en de MBO-raad, de Arbeidsmarktagenda 2023 Aan het werk voor ouderen (TK 29 282, nr 276) opgesteld.

Naast de persoonlijke zorg en ondersteuning door professionals is mantelzorg onmisbaar. Mantelzorgers leveren een onschatbare bijdrage aan liefdevolle, persoonlijke verzorging. Ouderen die hun partners met dementie door de dag heen helpen, ouders die hun zieke kind verzorgen, vrijwilligers die mensen met een beperking ondersteunen en uitstapjes maken met ouderen. Meer dan vier miljoen mensen die ervoor zorgen dat anderen zich kunnen redden, zo lang mogelijk thuis blijven wonen en deelnemen aan de samenleving.

Het betaalbaar houden van zorg was een andere belangrijke prioriteit van het vorige kabinet. Betaalbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde om de zorg voor iedereen toegankelijk te houden. In juni 2017 zijn, samen met partijen in de medisch-specialistische zorg, de huisartsenzorg en de wijkverpleging, nieuwe bestuurlijke akkoorden voor 2018 ondertekend. Deze akkoorden bevatten zowel financiële afspraken als afspraken over kwaliteitsverhoging in de zorg. Ook met partijen in de ggz zijn financiële afspraken gemaakt in het actieplan aanpak wachttijden. Dankzij de financiële afspraken is sprake van een beheerste uitgavengroei.

Daarnaast is ingezet op de juiste zorg op de juiste plek. Onder meer door het verschuiven van zorg van het ziekenhuis naar de huisarts en door de wijkverpleging te versterken. Dit moet ertoe leiden dat er geen onnodig beroep wordt gedaan op dure medisch-specialistische zorg.

In dit beleidsverslag presenteren we de resultaten die in 2017 door het vorig kabinet zijn behaald. Ook gaan we in op de eerste stappen die eind 2017 zijn gezet door het huidige kabinet.

1. Veilig, gezond en kansrijk opgroeien

Een veilige kindertijd is het fundament voor een gezond en gelukkig leven. Met 95% van de jongeren gaat het goed. Helaas zijn er ook nog steeds kinderen die geen veilig thuis hebben. Dat is onacceptabel. (TK 34 550-XVI, nr. 1). De vraag »Wat heb je nodig?» moet ook in de jeugdzorg leidend zijn. We moeten voorkomen dat er te weinig of juist te veel zorg is. De integrale verantwoordelijkheid van de gemeenten voor de jeugdhulp biedt hiervoor goede mogelijkheden omdat gemeenten lokaal maatwerk kunnen bieden. Het nieuwe kabinet wil op basis van de tussenevaluatie van de Jeugdwet (TK 34 880, nr. 1) de komende periode met een programma «Zorg voor Jeugd» de jeugdhulp verbeteren. Samen met gemeenten en jeugdhulpaanbieders zorg en ondersteuning realiseren die zoveel mogelijk dicht bij huis plaatsvindt en aansluit bij wat nodig is.

Huiselijk geweld en kindermishandeling

In 2017 is het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen verbeterd (TK 28 345, nr. 182). Het nieuwe Besluit stelt professionals door middel van een afwegingskader in staat te beoordelen of sprake is van (een vermoeden van) dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dat melden bij Veilig Thuis aangewezen is. Deze verbetering gaat per 1 januari 2019 in.

2. Preventie

Gezonde Leefstijl

Een gezonde leefstijl moet een makkelijke keuze zijn. Daaraan heeft het kabinet in 2017 op verschillende manieren (mee)gewerkt:

  • Nederland telde in 2017 1.250 Gezonde Scholen, eind 2016 had circa een derde van alle scholen een gezonde kantine naar de richtlijnen van het Voedingscentrum. Ruim 600 sportverenigingen werken aan een gezondere kantine en het programma Gezonde Kinderopvang is gestart.

  • Een derde deel van alle gemeenten is aangesloten bij Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG). In zestien gemeenten heeft dat geleid tot een daling van het gemiddelde BMI onder jongeren. Er is een start gemaakt met een landelijk model om (JOGG-)gemeenten te ondersteunen bij hun preventiebeleid en de zorg voor kinderen met overgewicht en obesitas te verbeteren.

  • De levensmiddelenindustrie en supermarkten hebben het Akkoord verbetering productsamenstelling afgesloten. Doel hiervan is minder zout, verzadigd vet en calorieën in voedingsmiddelen. Het kabinet wil dat dit in 2020 is gerealiseerd.

  • De Taskforce Rookvrije Start heeft in 2017 een richtlijn Stoppen met roken voor zwangeren ontwikkeld. Ter ondersteuning hiervan heeft VWS een publiekscampagne uitgevoerd.

  • NIX18 richt zich op niet roken en niet drinken onder de 18 jaar. Ouders spelen daarbij een belangrijke rol. Het kabinet ondersteunde hen daarbij in 2017, onder meer door een tv-spot, video’s op social media en de site van NIX18.

Rijksvaccinatieprogramma

Na advies van deskundigen en een bestuurlijk afstemmingsoverleg is er een besluit van de Minister gekomen (TK 32 793, nr. 279) om maatregelen te nemen tegen de dreigende uitbraak van meningokokkenziekte. Dit zal tweeledig gebeuren, a. vervanging van vaccin menC bij kinderen van 14 maanden door combinatievaccin menACWY en b. vaccinatie adolescenten leeftijd 12–14 jaar met combinatievaccin menACWY.

Sport en bewegen in de buurt

Iedereen die wil, moet kunnen sporten in de eigen buurt, hiervoor is het programma Sport en Bewegen in de buurt opgezet. Om dat mogelijk te maken zijn er bijna 3.000 buurtsportcoaches beschikbaar. Zij leggen verbindingen tussen de sportsector en andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, zorg, bedrijfsleven en kinderopvang.

Daarnaast ondersteunt de Sportimpuls jaarlijks sport- en beweegaanbieders bij het opzetten van een passend aanbod dat aansluit bij de lokale behoefte. Binnen de subsidieregeling Sportimpuls is specifieke aandacht voor kinderen in armoede en de aanpak van overgewicht.

In 2017 zijn ondernemers gevraagd innovatieve sport- en beweegprojecten op te zetten om kwetsbare doelgroepen – zoals ouderen en chronisch zieken – in beweging te brengen en te houden. Dat heeft onder meer geleid tot een virtueel bewegingsprogramma en verschillende wandelgroepen in het land onder leiding van huisartsen en fysiotherapeuten. Ook door de Nationale Diabetes Challenge 2017 komen mensen met diabetes – en alle andere mensen die zich willen aansluiten – op 162 locaties wekelijks in beweging. Met het in 2017 voortgezette gehandicaptensportprogramma Grenzeloos Actief wordt de vraag naar en het aanbod van sportmogelijkheden voor gehandicapten beter op elkaar afgestemd. Tot en met 2018 stelt het Ministerie van VWS hiervoor cumulatief € 6,6 miljoen beschikbaar.

Antibioticaresistentie

Het bestrijden van antibioticaresistentie is van groot belang om gezondheidsproblemen te voorkomen. Daarvoor is het noodzakelijk dat alle zorgsectoren samenwerken. In 2017 zijn regionale zorgnetwerken gericht op het bestrijden van antibioticaresistentie met een proef gestart waarin de verschillende regionale zorginstellingen samenwerken. Ook is het gebruik van antibiotica bij dieren verder teruggedrongen (TK 32 620 nr. 187).

Internationaal vindt op initiatief van Nederland sinds 2017 meer samenwerking plaats om antibioticaresistentie te bestrijden. Zo heeft een EU One Health Netwerk AMR-bijeenkomst plaatsgevonden waar deskundigen informatie uitwisselden op het vlak van gezondheidszorg en dierengezondheid. Ook zijn verschillende actieplannen rond het voorkomen van de antibioticaresistentie gestart, zoals het Actieplan AMR en het Joint Action AMR.

3. Welke zorg heb je nodig?

Samen beslissen

Samen beslissen moet de standaard zijn in de zorg. De zorgverlener en patiënt beslissen samen over de behandeling en/of gezondheidsdoelen die ze willen bereiken. Met het Zorginstituut is in 2017 afgesproken dat vanaf medio 2018 nieuwe kwaliteitsstandaarden worden getoetst op het samen beslissen (TK 34 300 XVI, nr. 168). Het kabinet ondersteunde de campagne Betere zorg begint met een goed gesprek. Er is hierover online informatie beschikbaar op www.begineengoedgesprek.nl.

Samen beslissen betekent vaak dat zorgverleners langer dan voorheen met de patiënt in gesprek zijn. Daarvoor is per 1 januari 2018 een extra registratiecode gekomen, zodat ruimte is voor vergoeding van langere gesprekken in de zorgverlening (TK 31 765, nr. 248).

Samen beslissen betekent ook dat patiënten meer en betere informatie krijgen over de kwaliteit van behandelingen. In 2016 is hiermee een begin gemaakt en in 2017 is dit verder ontwikkeld. Op het gebied van de 30 aandoeningen op de kwaliteit- en doelmatigheidsagenda zijn verschillende projecten opgezet (TK 29 248, nr. 308). Er is echter nog een flinke inspanning nodig om iedere patiënt tijdig van gedegen en begrijpelijke informatie te voorzien.

Langer thuis

Ouderen willen steeds langer zelfstandig thuis wonen. Dat heeft onder andere gevolgen voor het werk van de huisarts en de wijkverpleegkundige. In 2017 zijn hierover bestuurlijke akkoorden met beide beroepsgroepen gesloten.

In het akkoord voor de wijkverpleging (TK 29 689, nr. 835) zijn onder meer afspraken opgenomen over de kwaliteit en transparantie van de wijkverpleging, de samenwerking met gemeenten en de keuze-informatie voor patiënten.

In de vorig jaar overeengekomen Ontwikkelagenda Wijkverpleging 2017–2019 (TK 29 689, nr. 835) staat met name goede verpleging en verzorging thuis centraal. De zorg moet naadloos aansluiten op het leven van mensen. Om de kwaliteit van de zorg op peil te houden is afgesproken dat in 2018 meer geld beschikbaar is. Hierdoor wordt de kwaliteit van zorg verder verbeterd en krijgen wijkverpleegkundigen de ruimte om hun vak verder te ontwikkelen.

In het akkoord voor de huisartsen zijn afspraken gemaakt om meer tijd vrij te maken voor de patiënt (TK 33 578, nr. 43). Met name als het gaat om ouderen, mensen in achterstandswijken en zorg in de avond, het weekend en de nacht. Daarnaast is vanaf 2017 structureel € 55 miljoen beschikbaar gekomen (TK 34 730-XVI, nr. 2 en TK 34 775-XVI, nr. 1) voor de uitbreiding van het aantal bedden in het eerstelijnsverblijf (ELV). Ook zijn er afspraken met zorgverzekeraars gemaakt over het opzetten van regionale coördinatiepunten, zodat duidelijk is waar ELV-bedden beschikbaar zijn.

Dementie

Ouderen met dementie blijven steeds langer thuis wonen. De samenleving moet zich daarop instellen. Daarom is de landelijke campagne Dementievriendelijke Samenleving in 2017 voortgezet. Het aantal geregistreerde dementievrienden staat in september 2017 op ruim 65.000. Veel bedrijven en gemeenten zijn aan de slag gegaan om hun organisatie dementievriendelijk te maken. Ruim 150 vrijwilligers geven door het hele land trainingen om medewerkers van bedrijven en instellingen dementievriendelijk te maken.

Mantelzorg

Nederland telt meer dan vier miljoen mantelzorgers en vrijwilligers in de zorg. Mensen die persoonlijke en liefdevolle zorg geven. Ze zijn onmisbaar en verdienen onze steun. Zeker nu steeds meer ouderen zelfstandig thuis blijven wonen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat mantelzorgers met een intensieve zorgtaak zelf niet overbelast raken. Mantelzorgers op tijd en preventief ondersteunen is van groot belang.

Met gemeenten is gekeken hoe mantelzorgers het beste ondersteund kunnen worden op een manier die aansluit bij hun wensen. Het programma Vrijwillig Dichtbij ondersteunt landelijke vrijwilligersorganisaties zodat zij lokaal ondersteuning kunnen bieden aan mantelzorgers.

Langdurige zorg; kwaliteitskaders

Het kwaliteitskader verpleeghuiszorg beschrijft waaraan goede zorg moet voldoen en wat cliënten en hun naasten mogen verwachten van verpleeghuiszorg. De kwaliteitsstandaarden zijn in 2017 wettelijk geregistreerd.

Om al in 2017 aan de slag te gaan met de verbetering van verpleegzorg voor ouderen heeft het kabinet het afgelopen jaar eenmalig € 100 miljoen beschikbaar gesteld (TK 31 765, nr. 261). Met dit geld zijn extra medewerkers aangenomen op de locaties waar dat het hardst nodig is. In de komende jaren loopt het beschikbare bedrag op naar € 2,1 miljard.

Ook de gehandicaptenzorg kreeg vorig jaar een nieuw kwaliteitskader. Centraal daarin staan: het geven van duidelijkheid aan cliënten, het stimuleren van personeel, richtlijnen geven aan de leiding van zorgorganisaties en het duidelijk maken van kwaliteit voor externe verantwoording.

Geestelijke gezondheidszorg; passende zorg en preventie

De ggz werkt hard aan het leveren van passende zorg. Dat heeft geleid tot een Toekomstagenda ggz (TK 25 424, nr. 292). Hierin staat de positie van de cliënt en zijn of haar herstel en ontwikkeling centraal in de behandeling. Belangrijkste voortgang is dat partijen bezig zijn met de oprichting van een nieuw Kwaliteitsinstituut. Ook is in 2017 door de Nederlandse zorgautoriteit, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiëntvertegenwoordigers verder gewerkt aan een nieuwe ggz-bekostiging. Deze moet aansluiten op de zwaarte van de zorg en de behoefte van patiënten. De zorg is het uitgangspunt voor de bekostiging, niet de tijdsduur van de behandeling. Over de voortgang daarvan heeft de NZa in 2017 twee voortgangsrapportages naar de Minister van VWS gestuurd. Deze zijn op 21 februari (TK 25 424, nr. 343) en op 12 september 2017 (TK 25 424, nr. 371) naar de Tweede Kamer gestuurd.

Mensen met psychische of psychiatrische problemen moeten tijdig passende zorg krijgen. In juli 2017 zijn afspraken gemaakt om de wachtlijsten in de ggz aan te pakken (TK 25 424, nr. 369). De wachttijden moeten uiterlijk 1 juli 2018 weer binnen de afgesproken normen vallen.

In februari 2017 hebben koepels binnen en buiten de zorg een depressiedeal getekend en is gestart met de uitvoering van het meerjarenprogramma depressiepreventie. Het komende jaar richt het programma zich op drie groepen: jonge werkende vrouwen, aankomende en pas bevallen moeders, en huisartspatiënten.

Eenzaamheid

Iedereen kan te maken krijgen met eenzaamheid. Gemeenten hebben, mede door de Wmo, een belangrijke verantwoordelijkheid in de bestrijding van eenzaamheid. In 2017 is de handreiking Lokale Aanpak van Eenzaamheid voor gemeenten beschikbaar gekomen. Dit is een handig instrument dat gemeenten kunnen gebruiken om lokale samenwerking tot een succes te maken.

4. Werken in de zorg

Met de krappe arbeidsmarkt en veel openstaande vacatures liggen er grote uitdagingen voor de zorg in het verschiet. Met de arbeidsmarktagenda 2023 Aan het werk voor ouderen (TK 29 282, nr. 276) zijn landelijk en regionaal afspraken gemaakt over de aanpak van de stijgende en veranderende vraag naar zorg voor ouderen. Samen met het veld wordt gewerkt aan concrete oplossingen zoals het behoud van personeel, het vergroten van de instroom en het verbeteren van de kwaliteit.

Wetten en regels alleen maken geen persoonlijke, passende zorg. Dat doen de mensen die in de zorg werken. Om hen daarbij te ondersteunen, beantwoordt het praktijkteam Zorg op de juiste plek vragen van zorgmedewerkers. Het praktijkteam regelt zelf geen zorg, maar brengt zorgverleners met elkaar in gesprek en adviseert hen. Bijvoorbeeld over de overdracht van kwetsbare cliënten tussen thuis, ziekenhuis of (kortdurende) opname, en de regels die hierbij gelden.

Minder regels, meer tijd voor zorg

Regels en registratie helpen de kwaliteit en veiligheid te verbeteren en daarover openheid te geven. Maar te veel administratief werk gaat ten koste van het werkplezier en de kwaliteit van zorg. Bovendien belemmert dit vernieuwingen. Daarom hebben zorgverleners, zorgverzekeraars, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting, de Nederlandse Zorgautoriteit en andere betrokken partijen bestaande regels tegen het licht gehouden. Onder andere de huisartsen ervaren daardoor minder regeldruk en administratieve lasten (TK 29 515, nr. 416).

Taakherschikking

De beroepen Physician Assistant (PA) en Verpleegkundig Specialist (VS) zijn in 2017, na een pilot, definitief in de wet BIG vastgelegd (TK 34 630, nr. 9). Deze zorgverleners nemen de eenvoudiger medische taken over van artsen en medische specialisten, die daardoor meer tijd overhouden voor meer complexe zorgvragen. Zo wordt zorgverlening doelmatiger. Uit onderzoek blijkt dat de inzet van de PA en VS leidt tot kwalitatief goede en vaak zelfs betere zorg (meer aandacht voor de patiënt) en tot hoge(re) patiënttevredenheid. In 2017 nam het aantal leerlingen bij de opleidingen tot PA en VS opnieuw toe.

5. Betaalbare zorg en geneesmiddelen

Betaalbare zorg

In de afgelopen kabinetsperiode was de groei van de zorguitgaven lager dan deze in lange tijd is geweest. Het kabinetsbeleid en de inspanningen van zorgverleners, zorgverzekeraars, patiënten en cliënten, en gemeenten hebben daaraan bijgedragen. Zo zijn onder andere met huisartsen en ziekenhuizen afspraken gemaakt over substitutie en maximale toegestane groei en met de ggz over het terugdringen van de wachtlijsten.

Betaalbare geneesmiddelen

Om geneesmiddelen betaalbaar te houden, wordt de kostenontwikkeling halfjaarlijks gemonitord door de Nederlandse Zorgautoriteit, werken ziekenhuizen en verzekeraars steeds meer samen bij de inkoop van dure geneesmiddelen (TK 29 477, nr. 452) en is er sinds oktober 2017 het Platform inkoopkracht dure geneesmiddelen.

De (voormalig) Minister van VWS heeft zich ook in 2017 actief ingezet om de kostenstijging als gevolg van introductie van een aantal dure geneesmiddelen te beperken.

Ook internationaal werken de landen van de Benelux steeds meer samen om geneesmiddelen goedkoper in te kunnen kopen. De Europese Commissie is in 2017 een studie begonnen naar de voor- en nadelen van de Aanvullende Beschermingscertificaten die de periode van het octrooirecht verlengen (TK 29 477, nr. 452).

6. Technologie en e-Health

Het programma MedMij, dat in 2017 is voortgezet, is bedoeld om alle medische gegevens op een veilige manier voor de patiënt en professionals samen te brengen in een digitale, persoonlijke gezondheidsomgeving. MedMij zorgt voor de spelregels waaraan de systemen van gezondheidsomgevingen en die van zorgorganisaties moeten voldoen om bronnen op eenzelfde, maar ook veilige en vertrouwde manier bijeen te brengen. Om de gegevensuitwisseling op orde te krijgen die nodig is voor innovatie en om als patiënt deze gegevens te kunnen gebruiken (in een persoonlijke gezondheidsomgeving), investeren we vanaf 2017 een totaal van € 105 miljoen in digitale informatie-uitwisseling door ziekenhuizen en overige instellingen voor medisch specialistische zorg. Deze middelen zijn gekoppeld aan resultaatsverplichtingen.

In 2017 vonden twee tenders plaats van de SEED Capital e-health regeling in het kader van het programma Fast Track om op deze wijze de ontwikkeling en verspreiding van «low tech» innovaties te stimuleren. De tender is opengesteld door VWS samen met het Ministerie van Economische Zaken. De eerste tender heeft één Venture Capital investeringfonds opgeleverd: het Blue Sparrows Med Tech Fonds. De 2e tender is toegewezen aan drie fondsen: Health Innovation Fund, Healthy Capital en Holland Venture Zorg Innovaties.

In 2017 zijn 3 Health Deals ondertekend. Health Deals zijn afspraken tussen de overheid en verschillende andere partijen, waaronder private partijen. Het gaat om concrete zorgvernieuwingen waarbij het niet wil lukken om de toepassing verder te krijgen dan bijvoorbeeld het lokale ziekenhuis, de zorginstelling of de regio. Door de samenwerking worden zorginnovaties op gang geholpen. Er zal een evaluatie van de huidige health deals plaatsvinden. De resultaten hiervan worden in het voorjaar van 2018 verwacht.

7. Veilig melden, vermijdbare sterfte

Veilig melden

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz) moet de kwaliteit van zorg en de afhandeling van klachten en geschillen verbeteren. Op grond van de Wkkgz zijn zorgaanbieders verplicht zich aan te sluiten bij een erkende geschilleninstantie. VWS ondersteunt zorgaanbieders hierbij, met name zzp’ers. Eind 2017 zijn 35 geschilleninstanties Wkkgz erkend door het CIBG. Hierdoor is er voor alle aanbieders die onder de Wkkgz vallen een geschilleninstantie beschikbaar.

Vermijdbare sterfte

Uit de Nivel Monitor Zorggerelateerde Schade 2015–2016 die eind 2017 verscheen, blijkt dat er op jaarbasis 1.035 vermijdbare sterfgevallen te betreuren zijn in de zorgverlening. Patiëntveiligheid in de ziekenhuizen moet dan ook verder worden verbeterd. Om dit te realiseren zal worden ingezet op een programmatische aanpak met concrete en meetbare doelen. Dit zal worden gedaan aan de hand van de in het rapport opgenomen preventiemogelijkheden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting gaat hierop toezien. Ook werken we met zorgprofessionals aan nieuwe regels voor medicatieoverdracht.

8. Meer invloed van verzekerden

In 2017 zijn stappen gezet om de betrokkenheid en invloed van verzekerden op het beleid van zorgverzekeraars te verbeteren. Hierdoor moet het beleid van zorgverzekeraars beter aansluiten bij de wensen van hun verzekerden. Het wetsvoorstel Verzekerdeninvloed Zvw is vanwege de demissionaire status van het vorige kabinet nog niet naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar verwachting zal de Kamer het wetsvoorstel in het voorjaar van 2018 ontvangen. Elk jaar wordt de risicoverevening doorontwikkeld zodat verzekeraars optimaal geprikkeld worden zich ook in te zetten voor verzekerden die veel zorg nodig hebben. In 2017 hebben we een grote stap gemaakt door in het model een klasse te introduceren voor gezonde verzekerden. Deze aanpassing zal vanaf 2018 gelden en leidt ertoe dat de overcompensatie aan verzekeraars voor deze gezonde verzekerden afneemt (TK 29 689, nr. 856).

Tot slot

In het afgelopen jaar is door het vorige kabinet het fundament, dat is gelegd om de zorg en ondersteuning voor elke Nederlander goed, beschikbaar en betaalbaar te houden, verder verstevigd. Het nieuwe kabinet zal hierop verder bouwen. De belangrijkste prioriteit is dat we de best mogelijke gezondheidszorg voor iedereen blijven leveren: persoonlijk, betaalbaar en met oog voor verschillen.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Nr

Naam artikel

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Geheel artikel?

1

Volksgezondheid

             

Nee1

 

Gezondheidsbescherming

   

X

         
 

Ziektepreventie

       

X

     
                   
 

Gezondheidsbevordering2

   

X

         
 

Ethiek

 

X

           

2

Curatieve zorg

             

Nee3

 

Kwaliteit en veiligheid

         

X

   
 

Toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg4

 

X

           
 

Ondersteuning van het stelsel

 

X

     

X

   

3

Langdurige zorg en ondersteuning

             

Nee5

 

Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

               
 

Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

X

             

4

Zorgbreed beleid

             

Nee6

 

Positie cliënt

         

X

   
 

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

X

         

X

 
 

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling7

               
 

Inrichting uitvoeringsactiviteiten

               
 

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

         

X

   

5

Jeugd

               

6

Sport en bewegen8

X

           

Ja

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII

             

Ja

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

             

Ja

X Noot
1

Voor artikel 1 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

X Noot
2

Vanaf begrotingsjaar 2013 is sprake van een nieuwe indeling van de beleidsartikelen.

X Noot
3

Voor artikel 2 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

X Noot
4

Artikel 2.2 is vertraagd omdat de commissie nader onderzoek wenste. De doorlichting wordt in maart 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden.

X Noot
5

Omdat er al diverse stelselevaluaties over de AWBZ beschikbaar waren, is ervoor gekozen om de beleidsdoorlichting te richten op een operationele doelstelling betreffende de toegankelijkheid van de AWBZ-zorg via de indicatiestelling.

X Noot
6

Voor artikel 4 is, gegeven de diversiteit van de beleidsonderwerpen en de omvang van het beleidsartikel, gekozen om het beleid per artikelonderdeel door te lichten.

X Noot
7

Deze beleidsdoorlichting is vertraagd, komt rond de zomer 2018.

X Noot
8

Deze doorlichting is iets vertraagd en in januari 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer.

VWS is in 2018 gestart met de pilot Lerend evalueren. Het doel van de pilot is om werkende weg het inzicht in de kwaliteit van het beleid te verbeteren. De pilot vervangt de meerjarenplanning uit de begroting 2017. Voor het overzicht van het meerjarenprogramma zie Meerjarenprogramma VWS pilot 2018–2022. Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage 5 Evaluatie en onderzoek.

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

 

Uitstaande garanties 2016*

Verleend 20171

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

begrotingswet

9.234

 

397

8.837

 

8.837

 

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

1958

278.294

4.007

46.389

235.912

 

235.912

 

3

Voorzieningen tbv verpleeghuizen

financiering

13.524

272

2.572

11.224

 

11.224

 

3

Voorzieningen tbv psychiatrische instellingen

1958

24.759

 

3.671

21.088

 

21.088

 

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigen inrichtingen

1958

7.665

 

1.611

6.054

 

6.054

 

3

Voorzieningen tbv overige instellingen

1958

664

 

169

495

 

495

 

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

1958

22.550

 

2.231

20.319

 

20.319

 

3

Voorzieningen tbv zwakzinnigeninrichtingen

rijksregeling

5.448

 

887

4.561

 

4.561

 

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

rijksregeling

69.821

404

8.630

61.595

 

61.595

 

2

Voorzieningen tbv ziekenhuizen

rijksregeling

302

 

34

268

 

268

 

3

Niet sedentaire personen

 

844

 

127

717

 

717

 

Totaal

 

433.105

4.683

66.718

371.070

 

371.070

 

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

X Noot
1

Dit bedrag betreft het totaal van de hoofdsommen van de herfinancieringen 2017.

Toelichting

De verstrekte garanties uit de tabel komen voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen.

De Rijksgarantieregelingen zijn gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen (bijv. renteherziening), wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de Minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Overzicht verstrekte garantie (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2016

Verlenen 2017

Vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

2

GO Cure

24.526

0

1.212

23.314

 

23.314

0

TOTAAL

24.526

0

1.212

23.314

 

23.314

0

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Toelichting

Garantie Ondernemingsfinanciering Cure

De tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering Curatieve Zorg (GO Cure) is in het kader van de kredietcrisis ingesteld om de bouw in de gezondheidszorg te stimuleren. Ziekenhuizen, categorale instellingen, geestelijke gezondheidszorg en zelfstandige behandelcentra hebben tot en met 2012 gebruik kunnen maken van de regeling. Bij de GO Cure heeft de overheid garanties verstrekt voor 50% van een nieuwe banklening vanaf € 1,5 tot € 50 miljoen, met een maximale looptijd van 8 jaar. De verstrekte garanties lopen af in 2020. De GO Cure maakt deel uit van de bredere Garantieregeling Ondernemingsfinanciering (GO) die wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), onderdeel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De cijfermatige gegevens van de GO Cure zijn daarom eveneens opgenomen onder de GO in het jaarverslag van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

20161

2017

Achterborgstelling

7.953,6

7.572,8

Bufferkapitaal

272,0

280,7

Obligo

238,6

227,2

X Noot
1

Het bufferkapitaal 2016 was € 272,5.

Toelichting

Het Ministerie van VWS is achterborg voor het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het totaal bedrag aan uitstaande verplichtingen is, volgens informatie van het WFZ, 7.572,8 miljoen. Dit bedrag is de uitstaande restschuld per 2017. VWS staat daadwerkelijk borg, indien het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van 3% van het restant geborgde leningen van de deelnemers tezamen niet voldoende is om het WFZ aan zijn verplichtingen jegens geldgevers te laten voldoen. Via renteloze leningen van VWS aan het WFZ wordt in die situatie invulling gegeven aan het borg staan. In het kader van het kabinetsbeleid voor versobering van risicoregelingen is besloten om, vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg.

Maatschappelijke doelstellingen en indicatoren

Monitor

De Kamer heeft naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het VWS jaarverslag 2014 verzocht de verantwoordingsfunctie van het jaarverslag te verbeteren. In overleg met de werkgroep van de Vaste Kamercommissie is verkend hoe deze verbetering kan worden vormgegeven. Dit heeft geresulteerd in de VWS-monitor, een handzaam overzicht met het doel om meer inzicht te verkrijgen in hoe het met de gezondheid(szorg) in Nederland gesteld is. De kerncijfers die gekoppeld zijn aan de maatschappelijke doelstellingen en bijbehorende indicatoren zijn te vinden op: www.StaatVenZ.nl.

 

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Zorg rond de geboorte

Doelstellingen

• Optimale keuzevrijheid voor type bevalling en begeleiding / meest geschikt

• Goed geïnformeerde keuzes kunnen maken

• Een gezond kind op de wereld zetten is voor iedereen betaalbaar

• Voorkomen relatief hoge geboortesterfte en/of

• Perinatale sterfte zo laag mogelijk

• Snel herstel in gezinsverband

• Vroegsignalering van medische en sociale problemen

Indicatoren

• % Bereik acute verloskunde binnen 45 minuten1

• Aantal verloskundigen1

• Kosten nuljarigen2

• Kosten geboortezorg2

• Foetale sterfte1

• Neonatale sterfte1

• Moedersterfte2

• % Deelname PSIE (zwangerschapsscreening)1

• % postnatale depressie2

Gezond blijven

Doelstellingen

• Er is een laagdrempelige ondersteuning naar behoefte

• Er is goed aanbod van gezondheidsbevordering voor groepen

• De investering in preventie draagt bij aan voorkomen zware zorg later

• Preventie vindt kosteneffectief plaats

• Gezond en veilig opgroeien

• Het bevorderen van een gezonde leefstijl

• Stimuleren sociale netwerken, sport en bewegen, maatschappelijk en vrijwilligerswerk

Indicatoren

• Aantal JOGG-gemeenten (Jongeren op Gezond Gewicht, Nationaal Programma Preventie)1

• Aantal JGZ-organisaties2

• Aanbod verslavingszorg2

• Uitgaven aan preventie2

• % (jongeren) met overgewicht1

• % rokers (onder jongeren)1

• Levensverwachting in goed ervaren gezondheid1

• % deelname screeningen1

• % deelname sport en bewegen 12+-ers1

• % deelname sport en bewegen jongeren

X Noot
1

Er zijn cijfers maar (nog) niet in de Staat VenZ

X Noot
2

Indicator met cijfers in de Staat VenZ

 

Toegankelijkheid

Betaalbaarheid

Kwaliteit

Betrokken samenleving

Beter worden

Doelstellingen

• De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht

• Stijging macrokosten blijft beperkt

• Aandacht voor ongewenste stapeling eigen betalingen

• Zinnige zorg en therapietrouw

• Zorg met zo min mogelijk belasting en zo veel mogelijk resultaat voor patiënt

• Mensen herstellen snel en worden ook tijdens ziekteproces in staat gesteld te participeren

Indicatoren

• Wachttijden: % dat boven Treeknormen zit1

• % boven 15 minuten aanrijdtijden ambulances1

• Percentage van de totale collectieve uitgaven dat wordt besteed aan de gezondheidszorg1

• Uitgaven aan zorg per sector (GGZ, eerste lijn, MSZ)1

• Aantal wanbetalers Zvw en onverzekerden1

• Potentieel vermijdbare sterfte1

• Zorggerelateerde schade1

• Vermijdbare ziekenhuisopnamen: aantal ziekenhuisopnamen per 100.000 inwoners per jaar voor diabetes/astma/COPD/hartfalen1

• Gemiddelde ligduur in ziekenhuizen1

• % Ziekteverzuim2

Leven met een chronische ziekte en beperkingen

Doelstellingen

• De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht

• Stijging macrokosten blijven beperkt

• Beperken stapeling eigen betalingen

• Maatwerk gericht op participatie en zelfredzaamheid

• Ervaren kwaliteit van leven

• Stimuleren maatschappelijke participatie

Indicatoren

• Gebruik zorg met verblijf en gebruik zonder verblijf (wijkverpleging)1

• Wachtlijst Wlz (treeknormen)1

• Uitgaven Wlz1

• Uitgaven Wmo1

• Kosten per chronische ziekte (bijvoorbeeld diabetes)2

• Percentage zorgverleners dat aangeeft dat de kwaliteit van zorg verleend door de eigen afdeling/team niet goed is1

• % Bevolking dat een goede gezondheid ervaart1

• Ziektelast naar chronische ziekte2

• Verloren levensjaren uitgesplitst naar chronische ziekte2

• Mensen met een lichamelijke beperking die betaald werk hebben1

• Aantal mantelzorgers1

• Eenzaamheid: % volwassenen dat zich eenzaam voelt1

Zorg in de laatste fase

Doelstellingen

• De cliënt centraal: mensen kunnen bij voldoende zorgaanbieders binnen redelijke termijn terecht

• Onnodig doorbehandelen voorkomen door goede (kennis over) palliatieve zorg

• De wensen van de cliënt (welke zorg en waar) staan centraal

• Cliënten en naasten ondersteunen om laatste levensfase zo lang mogelijk in of nabij eigen sociale omgeving door te kunnen brengen

Indicatoren

• Aanbod en gebruik palliatieve zorg2

• Uitgaven laatste levensjaar2

   
X Noot
1

Er zijn cijfers maar (nog) niet in de Staat VenZ

X Noot
2

Indicator met cijfers in de Staat VenZ

Toelichting:

VWS-monitor

Door de vorige bewindspersonen zijn stappen gezet, in overleg met de werkgroep van de Vaste Kamercommissie, hoe de verantwoordingsfunctie beter kan worden vormgegeven.

Dit heeft geresulteerd in de VWS-monitor, een handzaam overzicht met het doel om meer inzicht te verkrijgen in hoe het met de gezondheid(szorg) in Nederland gesteld is. De VWS-monitor is te vinden op www.hetzorgverhaal.nl. Omdat het jaarverslag een terugblik is, is het logisch om dezelfde indicatoren te hanteren als in de begroting 2017. Cijfers over 2017 komen echter op z’n vroegst pas in april 2018 beschikbaar. Op verantwoordingsdag zijn de cijfers in de VWS-monitor geactualiseerd.

Hoewel de VWS-monitor een stap in de goede richting is, constateerde de werkgroep van de Vaste Kamercommissie verbeter- en uitbreidingsmogelijkheden. Er is daarom aan de samenwerkende partijen van de StaatVenZ gevraagd te reflecteren en te adviseren. Dit heeft geresulteerd in een adviesrapport dat in november 2017 aan de Tweede Kamer is verstuurd (TK 31 865 nr. 103). Dit advies wordt meegenomen in de uitwerking van de VWS-brede beleidsprogrammering en de mogelijkheden om de VWS-monitor daarbij te laten aansluiten. Voor de zomervakantie zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd hoe de voorgestelde verbeter- en uitbreidingsmogelijkheden daarin worden meegenomen.

Verspilling in de zorg

In het AO verspilling in de zorg van 15 februari 2017 is toegezegd dat het onderwerp verspilling in de zorg in het jaarverslag opgenomen zal worden. Hierbij wordt aan deze toezegging voldaan.

Pilot goede overdracht

De pilot Een goede overdracht heeft als doel het verbeteren van de ontslagprocedure en het verbeteren van de tijdigheid van de overdracht vanuit het ziekenhuis naar een opvolgende zorgverlener. Het heeft daarmee effect op de kwaliteit van de zorg. Er is al een artikel met tips voor een goede overdracht opgeleverd. Het uiteindelijke artikel van het traject zal nog worden gepubliceerd.

Pilot «Samen beslissen bij Borstkanker»

Wanneer borstkanker wordt geconstateerd kan het beter betrekken van de patiënt bij de behandelbeslissing de kwaliteit van het zorgproces bevorderen en verspilling van zorg tegengaan. Deze pilot is opgezet in twee fases waarin wordt bezien hoe «samen beslissen» bij borstkanker het best kan worden geïmplementeerd in het ziekenhuis. Fase 1 heeft plaatsgevonden bij zes ziekenhuizen in de regio Utrecht en fase 2 loopt bij 5 ziekenhuizen in de regio boven Amsterdam. De pilot loopt tot 31 oktober 2018.

Pilot Farmabuddy: Medicijnen laatste levensfase»

Door het tijdig stoppen van medicatie, het afleveren van aangepaste hoeveelheden genees- en hulpmiddelen en het optimaliseren van de farmacotherapie wordt verspilling van geneesmiddelen verminderd. De eindrapportage en implementatiemogelijkheden zullen met de stakeholders worden besproken.

Doorgebruik van thuismedicatie in het ziekenhuis

De resultaten van het onderzoek «Doorgebruik van thuismedicatie in het ziekenhuis» laten zien dat er een positief effect is in de afname van verspilling en een verhoging van de patiënttevredenheid. Om doorgebruik van thuismedicatie breder uit te rollen moeten echter zorgprocessen en verantwoordelijkheden van professionals worden aangepast, inclusief die van de patiënt. Ook dient de huidige financieringsstructuur tegen het licht te worden gehouden.

Duurzaam en gezond aan tafel

In het kader van de aanpak van verspilling is in 2017 het mede door VWS ondersteunde traject «Duurzaam en gezond aan tafel» afgesloten. Hierin werkten 6 regionale groepen van 15 tot 20 zorgorganisaties binnen een jaar toe naar een hogere maaltijdtevredenheid, lagere kosten en minder voedselverspilling. In totaal is er door deelname aan het traject door de organisaties zeker € 5 miljoen bespaard. De deelnemende professionals van de 100 zorgorganisaties vormen nu een landelijke beweging naar beter eten in de zorg.

Binnenkort zal de Tweede Kamer een brief ontvangen waarin nader ingegaan zal worden op de resultaten van de projecten pilot farmabuddy en doorgebruik van thuismedicatie.

4. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1 Volksgezondheid

1. Algemene doelstelling
 

1981

1990

2000

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                     

– mannen

72,7

73,8

75,5

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,7

79,9*

– vrouwen

79,3

80,1

80,6

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

83,1*

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                     

– mannen

59,9

60,6

61,5

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

64,9

– vrouwen

62,4

61,9

60,9

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

63,3

* Voorlopige cijfers

  • 1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

    De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen 2016 bedroeg 83,1 jaar. Dat is 3,2 jaar hoger dan die van mannen (79,9 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,2 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,8 jaar ouder geworden.

  • 2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

    Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

    • 1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

    • 2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

    Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave van de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Dit laat onverlet dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en zichzelf – indien mogelijk – dienen te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), ziet namens VWS onder meer toe op de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

  • Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.

Financieren:

  • Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

  • Financiering van de neonatale hielprikscreening en de prenatale screening.

  • Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.

  • Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.

  • Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.

  • Financiering van de abortusklinieken.

  • Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van publieke gezondheid.

Regisseren:

  • Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.

  • Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.

  • Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).

  • Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.

  • Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ.

  • Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg.

  • In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.

  • Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.

  • Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

3. Beleidsconclusies

De in de begroting 2017 opgenomen beleidswijzigingen op het terrein van de Volksgezondheid zijn grotendeels uitgevoerd volgens plan.

Preventiecoalities

Voor het bevorderen van samenwerking op het terrein van preventie is in 2017 de subsidieregeling preventiecoalities van start gegaan. Er is in 2017 echter beperkt gebruik gemaakt van deze subsidieregeling, omdat gemeenten en zorgverzekeraars meer tijd nodig hebben om tot samenwerking te komen en door de onbekendheid met de regeling. In 2018 zetten we in op het stimuleren van de samenwerking en het verder bekend maken van de subsidieregeling. Ook zal worden bezien of het budget deels op andere wijze kan worden ingezet om de samenwerking te bevorderen.

Jodiumtabletten

Binnen het beleid voor de voorbereiding van Nederland op rampen en crises die de volksgezondheid bedreigen, heeft VWS het afgelopen jaar jodiumtabletten verspreid naar ongeveer 1,2 miljoen huishoudens. De verwachting is dat hierdoor zo veel mogelijk mensen uit de risicogroepen kunnen beschikken over jodiumtabletten in geval van een kernongeval. De tabletten kunnen beschermen tegen opslag van radioactief jodium in de schildklier, wat op termijn met name bij kinderen en jongeren schildklierkanker kan veroorzaken. Het project is goed verlopen, hoewel de bezorging enkele weken langer heeft geduurd dan gepland. De tabletten zijn bezorgd bij huishoudens in 275 gemeenten en bij apotheken en drogisterijen. De posts op social media zijn door zo’n 3 miljoen mensen bezocht. Via een publieksinformatienummer en sociale mediakanalen van het ministerie heeft VWS ongeveer 9.000 vragen en reacties behandeld. Bij het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum zijn meldingen binnengekomen van incidenten met 42 mensen en 14 dieren die tabletten hadden ingenomen of opgegeten, maar alle zonder (ernstige) gevolgen. Evaluatieonderzoek door het RIVM zal uitwijzen hoe mensen de distributie hebben ervaren, of huishoudens ook na langere tijd de tabletten goed bewaren en goed begrijpen waar de tabletten voor zijn.

Evaluatie Drank- en Horecawet

Beide Kamers zijn geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie (TK 27 565, nr. 149). Uit de evalutie is gebleken dat jongeren minder zijn gaan drinken sinds de verhoging van de leeftijdsgrens. Er is daarnaast nog een grote groep jongeren die beginnen met drinken voor hun 18e. Deze groep blijft aandacht vragen evenals de ouders of vrienden van wie zij de alcohol verkrijgen. Daarnaast bleek dat door de decentralisering van het toezicht en de verkoop van drank via internet het lastig handhaven is. Een laatste vraag die uit de evaluatie is gekomen, was hoe het staat met het kennisniveau van verstrekkers. Daarom is afgelopen jaar begonnen met een verkenning toezicht internetverkoop en een nader onderzoek opleidingseisen sociale hygiëne uitgevoerd door onderzoeksbureau Panteia (TK 27 565, nr. 164).

Gezonde school

Al op jonge leeftijd wordt er een belangrijke basis gelegd voor de toekomstige (on)gezondheid. Het programma Gezonde School heeft als doel om de leefstijl van leerlingen positief te veranderen. Het richt zich op het voorkomen van problemen zoals overgewicht, pestgedrag en alcohol- en drugsgebruik en het stimuleren van sociaal-emotioneel welbevinden en beweging. In december 2016 is er een brief (TK 31 899, nr. 28) naar de Kamer gegaan over het nieuwe programma Gezonde School, namens de Ministeries van OCW en van VWS (mede namens de Ministeries van EZK en SZW).

Hierin staat hoe het programma eruit ziet voor de jaren 2017–2020. In het nieuwe programma is speciale aandacht voor het bereiken van kinderen uit gezinnen met een lage sociaal economische status (SES) en het bereiken van kinderen uit het speciaal onderwijs. Deze doelgroep heeft in de ondersteuningsronde van 2017 voorrang gekregen op het toekennen van ondersteuning uit het programma. In totaal hebben 745 scholen ondersteuning ontvangen om aan de slag te gaan op één van de thema’s. In 2017 zijn er in totaal 1.250 scholen met een vignet Gezonde School.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

571.788

614.940

625.302

600.651

713.544

646.009

67.535

                   

Uitgaven

462.031

494.841

591.257

595.127

621.682

653.099

– 31.417

                   

1. Gezondheidsbescherming

97.595

103.671

104.033

108.666

107.563

104.232

3.331

                   
 

Subsidies

1.453

1.716

2.134

2.363

3.980

4.251

– 271

   

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid / Nationaal Programma Preventie

963

934

2.020

2.233

3.703

4.247

– 544

   

Overig

490

782

114

130

277

4

273

                   
 

Opdrachten

3.223

4.600

1.227

1.647

1.894

1.450

444

   

Aanschaf Jodiumtabletten

0

0

0

668

375

0

375

   

Overig

3.223

4.600

1.227

979

1.519

1.450

69

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

92.892

97.052

100.569

104.371

101.464

98.430

3.034

   

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

74.115

77.672

79.647

80.354

81.760

81.550

210

   

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

18.479

19.024

20.526

23.726

19.704

15.846

3.858

   

Overig

298

356

396

291

0

1.034

– 1.034

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

209

21

160

207

0

207

   

Overig

0

209

21

160

207

0

207

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

27

94

82

125

18

101

– 83

   

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

0

0

0

0

101

– 101

   

Lokaal verbinden

0

0

0

0

0

0

0

   

Overig

27

94

82

125

18

0

18

                   

2. Ziektepreventie

295.238

321.563

416.453

417.267

439.051

477.291

– 38.240

                   
 

Subsidies

192.112

201.112

207.238

209.220

230.853

247.469

– 16.616

   

Ziektepreventie

6.402

7.501

7.633

8.242

7.586

16.337

– 8.751

   

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

185.711

193.612

199.604

200.979

205.337

204.824

513

   

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

0

0

0

0

17.930

26.308

– 8.378

                   
 

Opdrachten

585

464

284

508

475

11.528

– 11.053

   

(Vaccin)onderzoek

578

0

284

0

0

10.270

– 10.270

   

Overig

7

464

0

508

475

1.258

– 783

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

102.541

119.003

207.352

206.614

206.834

217.315

– 10.481

   

RIVM: Opdrachtverlening Centra

102.541

119.003

207.352

206.614

206.834

217.315

– 10.481

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

0

984

1.579

925

889

979

– 90

   

Overig

0

984

1.579

925

889

979

– 90

                   

3. Gezondheidsbevordering

50.809

51.796

50.805

50.885

55.621

53.827

1.794

                   
 

Subsidies

33.064

33.615

33.082

33.417

38.817

33.744

5.073

   

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

0

1.185

1.787

2.203

9.361

7.515

1.846

   

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

8.919

9.803

10.426

12.030

15.066

12.270

2.796

   

Letselpreventie

5.297

4.670

4.325

3.931

3.987

4.207

– 220

   

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

3.218

4.074

4.751

5.067

6.203

4.472

1.731

   

Bevordering van seksuele gezondheid

5.451

4.658

2.631

2.775

2.965

2.767

198

   

Overig

10.179

9.225

9.162

7.411

1.235

2.513

– 1.278

                   
 

Opdrachten

3.255

3.629

3.647

3.343

3.227

4.814

– 1.587

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.743

2.874

2.782

2.712

2.854

3.100

– 246

   

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

0

0

0

0

1.060

– 1.060

   

Overig

512

755

865

631

373

654

– 281

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

0

0

0

0

0

190

– 190

   

Overig

0

0

0

0

0

190

– 190

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

700

– 700

   

Overig

0

0

0

0

0

700

– 700

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

14.490

14.552

14.076

14.125

13.577

14.379

– 802

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.490

14.552

14.076

14.125

13.577

13.932

– 355

   

Overig

0

0

0

0

0

447

– 447

                   

4. Ethiek

18.389

17.810

19.966

18.308

19.447

17.749

1.698

                   
 

Subsidies

588

1.331

16.573

17.197

18.363

16.688

1.675

   

Abortusklinieken

0

0

15.705

15.913

16.543

15.523

1.020

   

Beleid Medische Ethiek

588

1.331

868

1.284

1.820

1.165

655

                   
 

Opdrachten

59

132

210

79

83

332

– 249

   

Overig

59

132

210

79

83

332

– 249

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

4.452

2.164

1.130

1.032

1.001

729

272

   

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

4.452

2.164

1.130

1.032

1.001

729

272

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

13.290

14.183

2.053

0

0

0

0

   

ZiNL: Rijksbijdrage abortusklinieken

13.208

14.122

2.053

0

0

0

0

   

Overig

82

61

0

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

16.565

37.511

21.221

16.001

18.716

7.403

11.313

   

Bestuurlijke boetes

5.260

5.341

4.112

5.418

6.981

4.252

2.848

   

Overig

11.305

32.170

17.109

10.583

11.735

3.151

8.465

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

1. Gezondheidsbescherming

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De gerealiseerde uitgaven op dit instrument bedragen € 81,8 miljoen. Dit is ongeveer conform het oorspronkelijk geraamde bedrag.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren gegane gezonde levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2016 (Bron: RIVM Letter Reports – Disease burden of food-related pathogens in the Netherlands, 2012, 2013, 2014, 2016)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1

 

2012

2013

2014

2015

2016

Toxoplasma gondii

1.093

1.068

1.088

1.063

1.062

Campylobacter spp.

1.951

1.917

1.869

1.691

1.501

Salmonella spp.

1.486

670

649

643

757

S. aureus toxine

194

194

193

192

192

C. perfringens toxine

176

176

177

177

177

Norovirus

297

286

285

301

375

Rotavirus

161

186

78

165

88

B. cereus toxine

28

28

28

28

28

Listeria monocytogenes

94

68

191

165

310

STEC O157

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

Hepatitis-A virus

7

7

6

5

5

Cryptosporidium spp.

6

11

11

19

22

Hepatitis-E virus

34

30

73

103

102

Totaal

5.618

4.732

4.738

4.642

4.708

Bron: Letter Reports disease burden 2012, 2013, 2014 en 2016; M. Bouwknegt et al.

X Noot
1

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

RIVM in verband met wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

De opdrachtverlening 2017 inzake de programma’s aan het RIVM bedraagt € 19,7 miljoen en is € 3,9 miljoen hoger dan oorspronkelijk geraamd. Dat is een gevolg van een groot aantal aanvullende opdrachten waarvoor bij de eerste en tweede suppletoire wet budget is overgeheveld naar dit instrument. Dit betreft opdrachten op het terrein van wettelijke taak volksgezondheid en zorg (€ 0,8 miljoen), beleidsondersteuning volksgezondheid en zorg (€ 0,9 miljoen), sport (€ 0,7 miljoen), beleidsondersteuning geneesmiddelen en medische technologie (€ 0,8 miljoen) en risicoschatting en beoordeling ten behoeve van beleid (0,7 miljoen).

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De gerealiseerde uitgaven bedragen € 7,6 miljoen. Dat is circa € 8,8 miljoen lager dan het in de begroting geraamde bedrag van € 16,3 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door diverse mutaties die reeds in de eerste suppletoire wet zijn toegelicht. Dit betreft de overheveling van budget voor het antibioticaresistentiebeleid (€ 6 miljoen) en een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor het project Dutch Wildlife Healthcare Centre (DWHC) (€ 0,3 miljoen). Verder is budget overgeheveld naar artikel 2 Curatieve zorg voor het onderzoeksprogramma antibiotica en alternatieven (€ 1,7 miljoen). Tot slot komt het gereserveerde budget voor de afhandeling van de vergoeding narcolepsie – Mexicaanse griepvaccin dit jaar niet tot besteding, omdat de afwikkeling van de claim minder voorspoedig loopt dan voorzien (0,7 miljoen).

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

Als gevolg van de latere inwerkintreding van de subsidieregeling NIPT, namelijk per 1 april 2017, is bij de eerste suppletoire wet een deel van het voor 2017 beschikbaar gestelde budget vrijgevallen (€ 6 miljoen). Verder is onderuitputting opgetreden (€ 2,4 miljoen) omdat de uiteindelijke kostprijs lager was dan vooraf rekening mee was gehouden.

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

1. Deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

94,5%

95,2%

95,0%

95,4%

95,4%

95,5%

95,4%

94,8%

93,1%

91,2%

2. Deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

71,5%

70,4%

68,9%

65,7%

62,4%

59,6%

52,8%

50,1%

53,5%

– 

3. Deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

82,0%

81,5%

80,7%

80,1%

79,7%

79,4%

78,8%

77,6%

– 

– 

4. Deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

67,5%

66,3%

65,5%

66,2%

65,2%

66,2%

64,8%

64,4%

60,3%

– 

5. Deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

– 

– 

– 

– 

– 

– 

71,6%

73,0%

73,0%

– 

6. Deelname aan hielprik

99,8%

99,7%

99,7%

99,4%

99,3%

99,4%

99,3%

99,3%

99,2%

– 

Bron:

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage zuigelingen van een specifiek geboortecohort dat volledig heeft deelgenomen aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Een zuigeling heeft volledig deelgenomen aan het RVP als hij/zij alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen voor het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

3. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50–75 jarige vrouwen.

4. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–65 jarige vrouwen.

5. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek (screening) naar dikkedarmkanker.

6. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

Bovenstaande cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Bij de tweede suppletoire wet is € 10,3 miljoen overgeboekt naar artikel 10 Apparaatsuitgaven, omdat het vaccinonderzoek, de ontwikkeling van het Respiratoir Syncitium Virus (RSV)-vaccin en het onderzoek naar alternatieven voor dierproeven wordt uitgevoerd door de Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoek-terrein.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening centra

De gerealiseerde uitgaven bedragen € 206,8 miljoen. Dat is circa € 10,5 miljoen lager dan het in de begroting geraamde bedrag van € 217,3 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door diverse mutaties die reeds in de eerste en tweede suppletoire wet 2017 zijn toegelicht. Dit betreft onder andere een overboeking naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor een extra bijdrage van € 3 miljoen aan de NVWA (TK 33 935, nr. 33). Daarnaast vielen de uitgaven in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma lager uit dan voorzien (€ 4 miljoen) en is vanwege de demissionaire staat van het kabinet geen besluit genomen over de uitbreiding van de neonatale hielprikscreening (€ 2,2 miljoen).

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De uitgaven op dit instrument zijn € 2,8 miljoen meer dan geraamd. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door overboekingen van andere ministeries naar dit artikelonderdeel, ten gunste van gezamenlijke programma’s (zoals Gezonde School). Daarnaast is er circa € 1 miljoen extra besteed voor de voedings-app, waarmee consumenten informatie kunnen raadplegen en gezondere keuzes maken door producten in de winkel te scannen en te vergelijken.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

Rokers laatste maand, 12–16 jaar 2

   

16,9

     

10,6

– 

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar 2

   

37,8

     

25,5

– 

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar 2

   

6

     

8,2

– 

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o. 3

6,8

       

7,6

6,7

6,6

Overgewicht 18 jaar e.o. 4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

Overgewicht 4–18 jaar 4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures (x 1.000) 5

640

600

600

590

430

519

 

470

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009–2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Kerncijfers LIS, VeiligheidNL. De daling in 2013 is toe te schrijven aan een technisch registratieprobleem in dat jaar.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

De ontvangsten bestuurlijke boetes zijn circa € 2,8 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. In 2016 is de hoogte van het boetebedrag voor overtredingen op de Tabakswet gestegen. Daarnaast voert de NVWA strengere inspecties uit dan voorheen en geeft de NVWA sneller een boete in plaats van eerst een waarschuwing. Deze ontwikkelingen hebben in 2017 geleid tot hogere inkomsten dan geraamd en de verwachting is dat dit door zal zetten in de komende jaren.

Overig

De gerealiseerde ontvangsten bedragen € 11,6 miljoen. Dat is circa € 8,5 miljoen hoger dan het in de begroting geraamde bedrag van € 3,2 miljoen. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door meerontvangsten van € 8,4 miljoen als gevolg van de vaststelling van bijdragen over 2016 van het agentschap RIVM (zie toelichting tweede suppletoire wet 2017). Daarnaast vielen de ontvangsten door de vaststelling van subsidies verleend in voorgaande jaren € 0,1 miljoen hoger uit.

Beleidsartikel 2 Curatieve zorg

1. Algemene beleidsdoelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister van VWS is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel.

Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de Minister de volgende rollen:

Stimuleren:

  • Het bevorderen van de kwaliteit, (patiënt)veiligheid en innovatie in de curatieve zorg.

  • Het ondersteunen van initiatieven om de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg te garanderen en/of te verbeteren. Belangrijk daarin zijn de initiatieven om verspilling in de zorg tegen te gaan.

  • Het ondersteunen van initiatieven om fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen.

  • Het bevorderen van de werking van het stelsel door het systeem van risicoverevening.

  • Het bevorderen dat verzekerden beschikken over de juiste en begrijpelijke informatie om een keuze te kunnen maken voor een zorgverzekering.

Financieren:

  • Het bevorderen van kwalitatief goede zorg door medefinanciering van hoogwaardig oncologisch onderzoek.

  • Het financieren van onderzoek dat gericht is op een snellere ontwikkeling van waarde toevoegende medische producten en behandelwijzen tegen aanvaardbare prijzen.

  • Het financieren van onderzoek dat bijdraagt aan kwalitatief goed gepast gebruik van genees- en hulpmiddelen.

  • Het financieren van initiatieven voor het ontwikkelen van alternatieve verdienmodellen voor geneesmiddelenontwikkeling.

  • Verbetering van de kwaliteit van de zorg door financiering van de familie- en vertrouwenspersonen in GGZ-instellingen.

  • Het (mede)financieren van het digitale communicatiesysteem voor de zwaailichtsector.

  • Het financieren van initiatieven die bijdragen aan een zorgvuldige orgaandonorwerving in de ziekenhuizen, het onderhouden van het donorregister en het geven van publieksvoorlichting over orgaandonatie.

  • Het financieren van bijwerkingenregistraties en onderzoek ten behoeve van het monitoren van de productveiligheid.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het (deels) compenseren van de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan onverzekerde (verwarde) personen, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

  • Bevorderen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door het financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar.

  • Het financieren van kostencomponenten die een gelijk speelveld verstoren.

Regisseren:

  • Het onderhouden van wet- en regelgeving op het gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen en bloedvoorziening.

  • Het (door)ontwikkelen van productstructuren op basis waarvan onderhandelingen over bekostiging plaatsvinden.

  • Het bepalen van de normen/criteria, waaraan de registers (bijvoorbeeld het BIG-register) die worden bijgehouden om de werking van het stelsel te bevorderen, moeten voldoen.

  • De werking van het zorgverzekeringsstelsel wordt bevorderd door het actief opsporen van onverzekerden en wanbetalers.

3. Beleidsconclusies

Personen met verward gedrag

In 2017 heeft het Schakelteam gemeenten en regio’s gefaciliteerd bij het realiseren van een goed werkende aanpak voor de ondersteuning van mensen met verward gedrag. In zijn tussenrapportage (TK 25 424, nr. 375) geeft het Schakelteam aan dat overal in het land actief wordt gewerkt aan deze aanpak, maar dat de aanpak nog nergens sluitend is. Een belangrijke stimulans voor de activiteiten in het land is het door VWS gefinancierde ZonMw-actieprogramma «lokale initiatieven voor mensen met verward gedrag». In 2017 zijn meer dan 100 praktijkprojecten van start gegaan. Het Schakelteam heeft een landelijk dekkend netwerk van 23 regionale projectteams helpen realiseren. Daarnaast heeft het Schakelteam een brigadier vervoer ingesteld die de regio’s ondersteunt bij het maken van regionale afspraken over passend vervoer. Ten slotte is per 1 maart de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden in werking getreden die financiële belemmeringen wegneemt voor zorgaanbieders die medisch noodzakelijk zorg aan onverzekerde personen.

Ontsluiten patiëntgegevens in de medisch specialistische zorg

Met het Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional (VIPP) kunnen ziekenhuizen en andere instellingen voor medisch-specialistische zorg (zoals revalidatiecentra en zelfstandige behandelklinieken) een subsidie krijgen als zij patiënten de beschikking geven over hun medische gegevens, die gestandaardiseerd worden aangeleverd. Zo wordt het voor deze patiënt een stuk gemakkelijker om informatie van het ziekenhuis te raadplegen. Denk aan lab- of andere onderzoeksuitslagen, specialistenbrieven en medicatiegegevens. Zo kan de patiënt zich goed voorbereiden op een gesprek met de dokter en zal hij beter geïnformeerd zijn over de eigen gezondheid. En de dokter kan een patiënt verwachten die beter in staat is om mee te denken en mee te beslissen in behandeltrajecten. Ook kan deze informatie met andere zorgverleners of mantelzorgers worden gedeeld. Van de 68 algemene ziekenhuizen hebben 67 ziekenhuizen de subsidie aangevraagd en toegekend gekregen. Er hebben 159 overige instellingen voor medisch-specialistische zorg subsidie aangevraagd, daarvan hebben 137 instellingen de subsidie toegekend gekregen. In 2018 is het eerste moment waarop gekeken wordt of instellingen in de medisch-specialistische zorg erin zijn geslaagd de standaarden, protocollen en procedures te implementeren om hun systemen met elkaar te kunnen laten communiceren en de bovengenoemde informatie-uitwisseling tot stand te brengen.

Wachttijden

Hoewel de toegankelijkheid van zorg in Nederland ten opzichte van andere landen relatief hoog is, zoals blijkt uit het rapport van IQ Healthcare,3 blijft het terugdringen wachttijden een belangrijk punt van aandacht. Nadat uit de marktscan 2016 bleek dat de Treeknorm4 overschreden werd bij bepaalde specialismen5 is in 2017 de Kamer geïnformeerd over het verdiepend onderzoek en plan van aanpak ten aanzien van de wachttijden in de medisch-specialistische zorg (TK 29 248, nr. 306). Het verdiepend onderzoek laat een veelvoud aan factoren zien die invloed hebben op de wachttijden in de medisch specialistische zorg. Oorzaken zijn divers, regionaal en vaak afhankelijk van het specialisme (vergrijzing, regionale arbeidsmarkt problematiek en seizoenstrends). Het onderzoek laat zien dat niet elke overschrijding van de Treeknorm direct een probleem voor de patiënt oplevert. In bepaalde gevallen komt het voor dat de overschrijding van de Treeknorm expliciet op aangeven van de patiënt plaatsvindt, bijvoorbeeld als de patiënt er voor kiest de zorg uit te stellen tot een voor hem passend moment. Verder worden patiënten in de praktijk niet altijd actief gewezen op alternatieven in de regio of de mogelijkheid tot zorgbemiddeling, terwijl vaak wel een passend en tijdig alternatief beschikbaar is. In de wachttijdcijfers zijn zelfstandige klinieken niet (volledig) meegenomen, die doorgaans een kortere wachttijd hebben. De NZa zet daarom in op de volgende acties:

  • De informatiepositie van de patiënt verbeteren, zodat zij een goede afweging kunnen maken tussen snelle zorg of een iets langere wachttijd voor een behandeling door een arts van hun keuze.

  • De registratie van wachttijden verbeteren zodat patiënten beschikken over volledige en accurate gegevens bij het vinden van tijdige zorg. Hierbij heeft wordt ook het zorgaanbod van zelfstandige klinieken in kaart gebracht zodat hun capaciteit beter benut kan worden.

  • Afspraken tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar over het terugdringen van en omgaan met wachttijden bevorderen, zodat partijen niet naar elkaar wijzen voor een oplossing maar gezamenlijk een oplossing zoeken. Hierbij wordt ook invulling gegeven aan gewijzigde patiëntenstromen bijvoorbeeld bij veranderend aanbod in de regio en seizoensinvloeden op de patiëntenstroom.

Uitvoeren visie Geneesmiddelen

Het Zorginstituut Nederland heeft opdracht gekregen de binnen het ministerie opgezette horizonscan verder te ontwikkelen. De horizonscan+ is een integraal, openbaar en zo objectief mogelijk overzicht van welke innovatieve geneesmiddelen op de markt verwacht worden en relevante ontwikkelingen daaromtrent. Het doel daarbij is dat partijen in het veld hun inkoop beter organiseren, duidelijke en tijdige afspraken maken over de inzet van deze geneesmiddelen en tijdig de organisatie en financiering van de benodigde zorg oppakken. In september 2017 heeft het Zorginstituut haar eerste horizonscan gepubliceerd (www.horizonscangeneesmiddelen.nl). Verder zal het Zorginstituut in de volgende scan voor meer geneesmiddelen een inschatting geven van de (verwachte) prijsstelling. Deze database gaat in januari 2018 live. Het Zorginstituut zal de horizonscan in 2018 evalueren.

Veiligheid, kwaliteit en doelmatigheid van hulpmiddelen

In het kader van meer kwaliteit in de zorg wordt ook een impuls gegeven aan het hulpmiddelenbeleid. In 2017 zijn door betrokken partijen met steun van VWS kwaliteitsstandaarden ontwikkeld voor continentie-, stoma- en diabeteshulpmiddelenzorg. Implementatie van deze kwaliteitsstandaarden zal in 2018 plaatsvinden. Met een in 2017 gestarte meerjarige intensivering via een ZonMw-programma Goed Gebruik Hulpmiddelen wordt doelmatigheid en kwaliteit in de hulpmiddelenzorg en het onderzoek rondom hulpmiddelen verder verbeterd.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

2.644.586

2.753.584

8.697.819

3.640.438

3.533.901

675.197

2.858.704

                   

Uitgaven

2.789.790

2.722.717

4.614.648

4.236.316

3.735.344

3.816.813

– 81.469

               

1. Kwaliteit en veiligheid

116.315

114.608

118.505

128.572

149.906

163.134

– 13.228

                 
 

Subsidies

110.631

105.024

111.162

120.556

138.424

154.054

– 15.630

   

IKNL en NKI

45.084

52.493

51.542

52.590

53.192

51.730

1.462

   

Zwangerschap en geboorte

2.402

1.852

3.574

4.796

5.504

3.819

1.685

   

Registratie en uitwisseling zorggegevens (PALGA)

3.443

3.572

3.264

3.339

3.401

3.647

– 246

   

Nictiz

4.450

5.105

5.113

5.349

0

5.412

– 5.412

   

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

       

25.289

35.000

– 9.711

   

Orgaandonatie en transplantatie

10.864

12.174

11.446

10.370

11.047

11.214

– 167

   

Onderzoek Onco XL

0

0

0

0

0

2.000

– 2.000

   

FES/LSH projecten

1.085

1.085

0

   

UMC Groningen: Lifelines project

6.100

4.600

2.802

3.498

0

0

0

   

Expertisefunctie zintuigelijk gehandicapten

0

0

0

21.967

22.112

21.633

479

   

Antibioticaresistentie

0

0

0

0

3.257

7.500

– 4.243

   

Inloophuizen kankerpatiënten

0

0

0

0

40

450

– 410

   

Uitvoering Agenda gepast gebruik en transparantie ggz

0

0

0

0

1.777

2.500

– 723

   

Prinses Maxima Centrum (PMC)

0

0

0

0

0

0

0

   

Overig

38.288

25.228

33.421

18.647

11.720

8.064

3.656

                   
 

Opdrachten

1.876

6.743

3.855

4.611

3.434

5.631

– 2.197

   

Publiekscampagne orgaandonatie

0

0

1.461

1.157

1.585

1.720

– 135

   

Overig

1.876

6.743

2.394

3.454

1.849

3.911

– 2.062

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

3.808

2.841

3.488

3.355

7.705

3.449

4.256

   

CIBG: Donorregister

3.571

2.744

2.746

3.035

2.759

2.380

379

   

Overig

237

97

742

320

4.946

1.069

3.877

                 
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

50

343

0

343

   

Overig

0

0

0

50

343

0

343

                   
 

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

   

Beschikbaarheid Medische produkten

0

0

0

0

0

0

0

               

2. Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

2.609.284

2.549.096

4.324.964

3.924.276

3.457.367

3.468.912

– 11.545

                 
 

Subsidies

12.293

12.029

14.224

22.459

22.493

31.217

– 8.724

   

Sluitende aanpak verwarde personen

0

0

0

0

2.206

14.000

– 11.794

   

Eerstelijns gezondheidscentra in VINEX-gebieden

1.312

1.331

1.314

1.532

2.063

2.000

63

   

Anonieme e-mental health

785

1.090

925

1.000

12

0

12

   

Vertrouwenspersoon in de ggz

6.098

6.199

6.204

6.476

6.528

6.204

324

   

Suïcidepreventie

1.110

1.561

1.854

3.154

4.186

4.062

124

   

Ondersteuning tolken huisartsen consulten nieuwe statushouders

0

0

0

0

48

48

   

Kwaliteitsimpuls apothekers

0

0

0

2.858

236

2.823

– 2.587

   

Overig

2.988

1.848

3.927

7.439

7.214

2.128

5.086

                 
 

Bekostiging

2.594.090

2.532.710

4.306.800

3.896.700

3.429.614

3.424.884

4.730

   

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.565.500

2.498.500

2.470.800

2.508.700

2.490.500

2.490.500

0

   

Rijksbijdrage dempen premie ten gevolge van HLZ

0

0

1.804.000

1.353.000

902.000

902.000

0

   

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

33.045

32.000

35.000

37.114

32.384

4.730

   

Overig

28.590

1.165

0

0

0

0

0

                 
 

Opdrachten

1.858

3.142

2.670

3.315

3.544

10.852

– 7.308

   

Uitvoeren visie geneesmiddelen

72

2.000

– 1.928

   

Kwailteit, veiligheid, doelmatigheid hulpmiddelen

194

1.000

– 806

   

Overig

1.858

3.142

2.670

3.315

3.278

7.852

– 4.574

                 
 

Bijdragen aan agentschappen

1.043

1.215

1.270

1.802

1.716

1.328

388

   

CIBG: WPG/GVS/APG

1.043

1.215

1.270

1.802

1.716

1.328

388

                 
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

631

– 631

   

ZiNL: Uitvoering Compensatie kosten van zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

0

0

0

0

0

631

– 631

   

Gepast gebruik medische producten

0

0

0

0

0

0

0

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   

3. Ondersteuning van het stelsel

64.191

59.013

171.179

183.467

128.070

184.767

– 56.697

                   
 

Subsidies

3.226

353

37.183

2.339

1.837

1.362

475

   

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

232

331

1.085

927

1.171

1.221

– 50

   

Overgang integrale tarieven medisch-specialistische zorg

0

0

35.920

1.120

80

0

80

   

Overig

2.994

22

178

292

586

141

445

                   
 

Bekostiging

3.144

4.191

0

47.750

3.430

0

3.430

   

Afwikkeling algemene kas ZFW

3.144

4.191

0

47.750

3.430

0

3.430

                   
 

Inkomensoverdrachten

35.757

32.241

113.098

110.137

104.120

105.926

– 1.806

   

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

35.713

32.241

25.297

25.041

23.056

24.836

– 1.780

   

Schadevergoeding Erasmus MC

0

0

85.000

85.000

80.968

81.000

– 32

   

Overig

44

0

2.801

96

96

90

6

                   
 

Opdrachten

2.566

4.014

4.746

7.358

3.162

4.593

– 1.431

   

Risicoverevening

1.179

1.139

1.857

1.826

1.699

1.906

– 207

   

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

335

313

361

548

263

502

– 239

   

Patiëntenvervoer Waddeneilanden

0

0

0

4.056

440

0

440

   

Overig

1.052

2.562

2.528

928

760

2.185

– 1.425

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

19.498

18.214

16.152

15.883

15.521

15.586

– 65

   

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

19.498

18.214

16.152

15.883

15.521

15.586

– 65

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

53.147

– 53.147

   

Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

0

0

0

0

0

42.642

– 42.642

   

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

0

0

0

0

0

10.355

– 10.355

   

Overig

0

0

0

0

0

150

– 150

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

4.153

– 4.153

   

JenV: Bijdrage C2000

0

0

0

0

0

4.153

– 4.153

                   

Ontvangsten

78.105

81.998

98.455

152.126

8.905

60.955

– 52.050

   

Wanbetalers en onverzekerden

66.343

69.681

85.785

82.640

0

59.902

– 59.902

   

IJsselmeerziekenhuizen

0

0

0

0

1.000

0

1.000

   

Overig

11.762

12.317

12.670

69.486

7.905

1.053

6.852

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Zoals reeds gemeld bij de tweede suppletoire wet is, voor het in 2017 aangaan van verplichtingen voor de rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden 18- voor 2018, het verplichtingenbudget overgeheveld van 2018 naar 2017 (€ 2,6 miljard).

1 Kwaliteit en veiligheid

Subsidies

Nictiz

Zoals reeds in de tweede suppletoire wet is gemeld zijn de middelen voor Nictiz (€ 5,5 miljoen) vanwege herschikking overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Ontsluiten patiëntgegevens ziekenhuizen

Zoals reeds gemeld bij tweede suppletoire wet zijn de voorbereidingen om het ontsluiten van patiëntgegevens door ziekenhuizen en overige instellingen voor medisch-specialistische zorg te stimuleren vertraagd. Hierdoor vallen de uitgaven in 2017 lager uit (€ 9,7 miljoen).

Kengetal: aantal orgaandonoren en aantal getransplanteerde organen

Kengetal: aantal orgaandonoren en aantal getransplanteerde organen

Onderzoek Onco XL

De uitgaven voor Oncode in 2017 worden verantwoord op artikel 4 onder ZonMw. In 2017 is een bedrag van € 1,5 miljoen ter beschikking gesteld.

Antibioticaresistentie

In 2017 is er in 10 regio’s een pilot gestart ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de ABR-zorgnetwerken. Dit zijn samenwerkingsverbanden waarin zorginstellingen en zorgprofessionals samenwerken bij de bestrijding van verspreiding van infectieziekten en antibioticaresistentie. Er is per netwerk een basissubsidie beschikbaar gesteld. Ook zijn er aanvullende subsidies mogelijk voor aanvullende activiteiten. In 2017 zijn er minder aanvragen voor aanvullende activiteiten ontvangen dan verwacht. Ook de geplande nulmeting (punt prevalentie onderzoek) in 1.200 verpleeghuizen is verplaatst naar 2018. Hierdoor zijn de uitgaven voor antibioticaresitentie € 4,2 miljoen lager uitgevallen dan verwacht.

Overig

Deze post betreft een verzameling van een groot aantal mutaties met als belangrijkste € 2,4 miljoen voor de invoering van integrale bekostiging in de geboortezorg, € 0,9 miljoen voor Zorgcert ter ondersteuning van zorginstellingen op het gebied van cybersecurity.

Bijdragen aan agentschappen

Overig

De hogere uitgaven zijn met name te verklaren door de bijdrage (€ 2,7 miljoen) aan het agentschap CBG in verband met het grotere werkaanbod in verband met de Brexit en de komst van de EMA naar Nederland.

2 Toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Sluitende aanpak verwarde personen

Zoals reeds gemeld bij tweede suppletoire wet vallen de uitgaven voor een sluitende aanpak voor verwarde personen lager uit dan verwacht. Het betreft hier de uitgaven voor de regeling die is getroffen om financiële belemmeringen om medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde, verwarde personen te verlenen, weg te nemen. Deze regeling is later in werking getreden en ook het aantal aanvragen blijft nog ver achter bij de eerdere ramingen. Hierdoor vallen de uitgaven in 2017 lager uit (€ 11,8 miljoen).

Kwaliteitsimpuls apothekers

De uitgaven voor de subsidie aan de KNMP voor competentieversterkende activiteiten vallen lager uit (€ 2,6 miljoen) omdat de activiteiten later zijn gestart dan gepland.

Overig

Zoals reeds gemeld bij de eerste suppletoire wet is als gevolg van een herschikking binnen dit artikelonderdeel € 2,7 miljoen overgeheveld van Opdrachten naar Subsidies. Daarnaast is € 1,6 miljoen overgeheveld van artikelonderdeel 1 Kwaliteit en veiligheid naar dit artikelonderdeel. Tot slot is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,5 miljoen).

Bekostiging

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet is voor de dekking van de regeling voor vergoeding van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen een bedrag van € 4,8 miljoen overgeheveld van het Budgettair Kader Zorg. De structurele toename van de kosten wordt onder andere veroorzaakt door een toename van het aantal gebruikers als gevolg van de grote migratiestroom die heeft plaatsgevonden waarbij een deel van de vluchtelingen die geen status heeft gekregen in het illegalencircuit terecht is gekomen. Daarnaast worden de meerkosten veroorzaakt door een grotere bekendheid van de regeling.

Opdrachten

Overig

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet is als gevolg van een herschikking binnen dit artikelonderdeel € 2,7 miljoen overgeheveld van Opdrachten naar Subsidies. Daarnaast is € 1,1 miljoen overgeheveld naar artikelonderdeel Kwaliteit en veiligheid ten behoeve van de dekking van de kosten voor het verbeteren van de medicatieveiligheid onder andere door middel van het verbeteren van de ICT en onderzoeken die hiermee verband houden. Tot slot is € 0,8 miljoen overgeheveld van het instrument Opdrachten naar het instrument Bijdragen aan agentschappen voor de ZonMw-programma 's op het gebied van doelmatigheid, goed geneesmiddelen gebruik en goed gebruik hulpmiddelen.

3 Ondersteuning van het stelsel

Bekostiging

Afwikkeling algemene kas ZFW

In 2017 is het Zorginstituut in het kader van de afwikkeling van de voormalige Algemene Kas voortgegaan met het doorbelasten van de door hen betaalde uitgaven en het doorberekenen van de ontvangen bedragen aan het Ministerie van VWS. In 2017 heeft ZiNL de uitgaven en ontvangsten van de Voormalige Algemene Kas over het jaar 2015 verrekend met VWS. In 2015 heeft het Zorginstituut de bedragen in het kader van de voormalige Ziekenfondswet afgerekend met de voormalige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars. Dit heeft geleid tot een betaling van € 3,4 miljoen en een ontvangst van € 2,3 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Zorginstituut Nederland: Onverzekerden en wanbetalers

Zoals reeds in de eerste en tweede suppletoire wet gemeld, is het budget (€ 41,3 miljoen) overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid. Dit is het gevolg van de overheveling van de kosten voor burgerregelingen die door het CAK in 2017 worden uitgevoerd. Daarnaast is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,3 miljoen).

Zorginstituut Nederland: Doorlichten pakket

Zoals in de eerste suppletoire wet gemeld vallen de uitgaven van het Zorginstituut € 4,3 miljoen lager uit. Dit is het gevolg van het feit dat het Zorginstituut een groot deel van het onderzoek zelf uitvoert. Daarnaast is voor het onderzoek Zinnig en zuinig € 6,1 miljoen overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

JenV: Bijdrage C2000

Zoals reeds gemeld bij eerste suppletoire wet zijn deze middelen overgeboekt naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid voor de jaarlijkse VWS-bijdrage aan de exploitatiekosten C2000 (€ 4,2 miljoen).

Ontvangsten

Wanbetalers en onverzekerden

Zoals reeds in de tweede suppletoire wet is gemeld is als gevolg van de overheveling van de burgerregelingen van het ZiNL naar het CAK is de raming van de ontvangsten overgeheveld naar artikel 4 Zorgbreed beleid.

Overig

De niet geraamde ontvangsten in 2017 worden hoofdzakelijk veroorzaakt door in het verleden teveel verstrekte voorschotten op grond van de FLO/VUT-regeling die met de ambulancediensten is afgesproken.

In 2017 is het Zorginstituut in het kader van de afwikkeling van de voormalige Algemene Kas voortgegaan met het doorbelasten van de door hen betaalde uitgaven en het doorberekenen van de ontvangen bedragen aan het Ministerie van VWS. In 2017 heeft ZiNL de uitgaven en ontvangsten van de Voormalige Algemene Kas over het jaar 2015 verrekend met VWS. In 2015 heeft het Zorginstituut de bedragen in het kader van de voormalige Ziekenfondswet afgerekend met de voormalige ziekenfondsen en particuliere ziektekostenverzekeraars. Dit heeft geleid tot een betaling van € 3,4 miljoen en een ontvangst van € 2,3 miljoen.

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget voor de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren:

  • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Stimuleren:

  • De Minister stimuleert vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

3. Beleidsconclusies

Vermindering administratieve lasten

Gemeenten en aanbieders werken nog niet altijd met de iWmo/iJw-standaarden. Dit leidt, met name voor aanbieders die contracten hebben met meerdere gemeenten, voor vermijdbare uitvoeringslasten. Door het ISD-programma (samenwerking gemeenten, branches van zorgaanbieders en VWS) zijn in 2017 de iWmo/iJw-standaarden verder ontwikkeld en geïmplementeerd. De i-Wmo en i-Jeugdstandaarden zijn in 2017 bij 75% van de gemeenten ingevoerd. Dit leidt tot een vermindering van de vermijdbare uitvoeringslasten bij de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het wetsvoorstel om de toepassing van de standaarden te verplichten is in 2017 voorbereid en gereedgemaakt voor politieke besluitvorming.

Een toegankelijker Nederland

Na de ratificatie van het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking, het vaststellen van de goedkeurings- en uitvoeringswet voor het Verdrag en de AMvB toegankelijkheid is in 2017 samen met de Alliantie (een samenwerkingsverband van patiënten- en cliëntenorganisaties), de VNG, VNO-NCW/MKB Nederland en de andere departementen binnen het Rijk gewerkt aan een implementatieplan waarin op verschillende terreinen (zoals bouwen en wonen, vervoer, onderwijs, werk, toegankelijkheid & participatie) de thema’s worden geagendeerd waarop stappen moeten worden gezet om Nederland toegankelijker te maken. Dit plan is voor de zomer van 2017 naar de Tweede Kamer gezonden (TK 33 990, nr. 62). Bij de Alliantie, VNG en VNO-NCW/MKB Nederland zijn na de zomer van 2017 projecten voorbereid en gestart om samen met het Rijk aan de slag te gaan op de benoemde thema’s. VWS heeft hiertoe projectsubsidies verstrekt aan deze partijen.

Verstevigen en ondersteunen mantelzorg

Veel mantelzorgers weten niet dat ze mantelzorger zijn. Ook is er een blijvende groep mantelzorgers met een intensieve zorgtaak waar overbelasting op de loer ligt. Op tijd (preventief) inzetten op mantelzorgondersteuning is daarom van groot belang, ook in relatie tot werk en mantelzorg. In 2017 is daarom gewerkt aan drie speerpunten:

  • 1. Maatschappelijke bewustwording: door projecten als De Sprekende mantelzorgers, Mantel der Liefde, maar ook programma’s rondom Werk en Mantelzorg en het onlineplatform «Hoe werkt Nederland?» financieel te ondersteunen. Daarbij is ook specifieke aandacht besteed aan de rol van jonge mantelzorgers.

  • 2. Toegang bij gemeenten: samen met gemeenten is in bijeenkomsten verkend hoe een passend ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers beter ingezet kan worden en beter aan kan sluiten bij de wensen van mantelzorgers zelf.

  • 3. Samenspel formeel/informeel: door het organiseren van opnieuw een succesvol landelijk «In voor mantelzorgcongres» is de samenwerking tussen formele en informele zorgverleners weer op de agenda gezet. Ook is daarbij het programma Vrijwillig Dichtbij van 13 landelijke vrijwilligersorganisaties ondersteund om lokaal een grotere rol van betekenis te kunnen spelen voor mensen met een ondersteuningsvraag.

Voor een overzicht van de stand van zaken van alle inspanningen op het mantelzorgdossier wordt verwezen naar de brief die aan de Tweede Kamer is gestuurd op 2 juni 2017 (TK 30169, nr. 57). In mei 2018 zal het programma «Langer thuis» worden gelanceerd, waar mantelzorg een onderdeel van is.

Verpleeghuiszorg Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen

Begin 2015 is «Waardigheid en Trots» gepresenteerd als een plan om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

De opgaven voor «Waardigheid en Trots» waren: vernieuwen van de verpleeghuiszorg, vaker aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is en het normeren van kwaliteit.

De vernieuwing heeft met name vorm gekregen in het programma «ruimte voor verpleeghuizen». De uitvoering van dit programma wordt begin 2018 grotendeels afgerond.

Deze vernieuwingen zijn inmiddels uitgewerkt in praktische publicaties die begin 2018 gepresenteerd zijn. Publicaties over bijvoorbeeld het beter betrekken van de familie, het inzichtelijk maken van kwaliteit en het omgaan met voedingsregels kunnen door andere zorgaanbieders gebruikt worden om zich ook te vernieuwen.

Ook heeft het programma bijgedragen aan het ontstaan van een groot netwerk van circa 30.000 mensen die werkzaam zijn in verpleeghuiszorg met wie via internet en bijeenkomsten contact is om onder andere goede voorbeelden uit te wisselen.

Ten aanzien van het aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is, geldt – naast het reguliere toezicht- en handhavinginstrumentarium – dat zorgaanbieders met een urgent kwaliteitsprobleem worden ondersteund en enkelen ook al klaar zijn met hun traject. Sinds 1 maart 2017 past de IGZ het nieuwe toezichtkader toe, gebaseerd op de uitgangspunten van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. De belangrijkste veranderingen in dit nieuwe kader zijn een focus op de basiszorg die op orde moet zijn in zorginstellingen en meer persoonsgerichte zorg. Mede op basis van de vernieuwingen zijn normen ontwikkeld om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg aan af te meten. Het meest prominente resultaat van normering is de vormgeving van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Zo is voor iedereen – van cliënten tot medewerkers en bestuurders – duidelijk geworden waarop mag worden gerekend en waarop zal worden toegezien. Daarnaast ontstaat op basis van onderzoek een steeds scherper beeld van bepalende factoren van kwaliteit. Deze onderzoeken zijn aan de Tweede Kamer gestuurd met de voortgangsrapportage Waardigheid en Trots (TK 31765, nr. 279).

Met de hiervoor genoemde activiteiten zijn waardevolle resultaten geboekt die wezenlijk bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Samen met de sector is een vernieuwing in gang gezet die de komende jaren tot merkbare verbeteringen moet gaan leiden.

Gehandicaptenzorg

Het beleid voor de gehandicaptenzorg is er onder andere op gericht om de zorg meer persoonsgericht te maken. De zorg moet worden aangepast aan de cliënt en niet andersom. Ter uitvoering van de Kwaliteitsagenda Gehandicaptenzorg zijn vanaf medio 2016 de betrokken partijen (Ieder(in), KansPlus, het LSR, LFB, MEE Nl, VenVN, NVAVG, VGN, ZiNL, IGJ) aan de slag gegaan met het uitwerken, voorbereiden en uitvoeren van een pakket van (meerjarige) acties om deze beweging te ondersteunen.

Een voorbeeld daarvan is een platform waar aanbieders hun goede voorbeelden met elkaar kunnen delen en de uitkomsten van de acties kunnen worden verspreid (www.ikdoemee.nl). Daarnaast zijn bijeenkomsten georganiseerd voor cliëntenraden en bijeenkomsten over welke informatie(voorziening) de cliënt kan helpen om een goede keuze uit het aanbod te maken. Naar verwachting helpen deze en andere nog lopende activiteiten om persoonsgerichte gehandicaptenzorg een stap verder te brengen. De activiteiten van de kwaliteitsagenda lopen tot eind 2018. Enkele activiteiten zullen nog een uitloop in 2019 hebben. In 2019 zal de kwaliteitsagenda worden geëvalueerd.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

4.085.519

4.479.923

7.052.568

3.783.240

3.974.307

317.872

3.656.435

                   

Uitgaven

4.055.646

4.560.102

3.604.436

3.708.112

3.818.740

3.768.067

50.673

                   
                   

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.010

188.367

113.809

88.651

87.246

87.815

– 569

                   
 

Subsidies

25.465

34.667

31.381

26.176

25.771

21.435

4.336

   

Movisie

8.106

8.198

8.204

7.313

7.528

7.225

303

   

Volwaardig meedoen

       

1.778

1.700

78

   

Wmo-werkplaatsen

0

0

2.685

2.346

2.506

2.600

– 94

   

Ondersteuning vrijwilligers

0

0

0

1.692

1.195

1.000

195

   

Mezzo

3.159

3.200

3.262

3.038

2.230

3.160

– 930

   

Siriz (opvang specifieke groepen)

0

0

1.518

1.566

1.546

1.500

46

   

Aanpak Laaggeletterdheid

0

0

0

0

0

2.000

– 2.000

   

Werkagenda informele voorzieniing

       

2.860

0

2.860

   

VN-voorziening rechten van personen met een handicap

       

649

0

649

   

Overig

14.200

23.269

15.712

10.221

5.479

2.250

3.229

                   
 

Inkomensoverdrachten

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

   

Mantelzorg ondersteuning

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

59.431

63.376

60.329

62.475

61.475

66.380

– 4.905

   

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

55.458

59.648

55.645

57.736

56.908

60.652

– 3.744

   

Evaluatie Wmo 2015

0

0

0

0

0

1.680

– 1.680

   

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

0

0

0

1.629

1.653

1.700

– 47

   

Aanpak laaggeletterdheid

0

0

0

456

608

0

608

   

Overig

3.973

3.728

4.684

2.654

2.306

2.348

– 42

                   
 

Garanties

12.720

0

0

0

0

0

0

   

Overig

12.720

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

   

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

                   

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.867.635

4.371.735

3.490.627

3.619.461

3.731.493

3.680.252

51.241

                   
 

Subsidies

182.391

229.472

79.651

81.685

97.605

112.761

– 15.156

   

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

0

11.671

0

0

0

0

0

   

Vilans

5.253

5.315

5.158

4.754

4.832

4.689

143

   

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.110

10.767

11.194

11.501

11.450

11.158

292

   

InVoorZorg! (IVZ)

19.414

30.205

22.541

5.598

3.621

6.933

– 3.312

   

Joodse en Indische instellingen

0

0

2.593

2.504

2.414

2.415

– 1

   

Palliatieve zorg

21.059

20.977

21.163

21.556

24.263

23.610

653

   

Dementie

     

2.460

3.510

3.200

310

   

Waardigheid en trots

     

18.014

28.098

25.000

3.098

   

Anitibioticaresistentie

       

2.519

2.000

519

   

Kwaliteit gehandicaptenzorg

     

0

2.665

5.800

– 3.135

   

Kennisinfrasructuur

       

905

 

905

   

Overig

125.555

150.537

17.002

15.298

13.330

27.956

– 14.626

                   
 

Bekostiging

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

   

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

                   
 

Inkomensoverdrachten

0

0

0

135

384

0

384

   

Overig

0

0

0

135

384

0

384

                   
 

Opdrachten

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

   

Overig

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

– 55

   

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

– 55

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

154.053

148.921

112.072

100.729

11.343

   

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

0

0

76.241

77.558

50.082

35.100

14.982

   

Centrum Indicatiestelling Zorg

0

0

77.811

71.363

61.990

63.073

– 1.083

   

ZiNL: iWlz

       

0

2.000

– 2.000

   

Overig

0

0

1

0

0

556

– 556

                   

Ontvangsten

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

   

Overig

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

In de tweede suppletoire wet is voor het aangaan in 2017 van de verplichtingen van de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) voor 2018 verplichtingenbudget overgeheveld van 2018 naar 2017 (circa € 3,5 miljard). Daarnaast is voor het aangaan in 2017 van verplichtingen voor Opdrachten, Subsidies, Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s en de BIKK na de tweede suppletoire wet nog verplichtingenbudget van 2018 overgeheveld naar 2017 (€ 111,8 miljoen). Deze mutaties zijn aan de Kamer gemeld via de brieven TK 34 775-XVI, nr. 113 (15 december 2017) en TK 34 775-XVI, nr. 125 (26 februari 2018).

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

* < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel65-plus als 65-min.Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008 – 2016

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2016 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2016. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het belangrijkste doel van de Participatiecijfers is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast zijn de cijfers ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

Subsidies

Werkagenda informele zorg

Het in de eerste suppletoire wet beschikbaar gestelde budget (€ 2,9 miljoen) is voor werkagenda informele zorg gesubsidieerd aan de VNG.

Overig

De post overig betreft onder andere instellingssubsidie aan het Rode Kruis, Zonnebloem en Korrelatie (€ 1,3 miljoen); diverse projectsubsidies voor Mantelzorg (€ 0,7 miljoen), Veilig thuis (€ 0,6 miljoen), Vrouwelijke Genitale Verminking (€ 0,3 miljoen), Maatschappelijke ondersteuning (€ 0,3 miljoen) en Vernieuwing Wmo (€ 1,3 miljoen).

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking konden ook in 2017 gebruikmaken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi. De totale uitgaven bedroegen € 56,9 miljoen in 2017. Dit is minder dan begroot (€ 3,7 miljoen), omdat er minder gebruik gemaakt is van het bovenregionaal vervoer.

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2017, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Evaluatie Wmo 2015

Het budget voor de evaluatie van de Wmo 2015 (€ 1,7 miljoen) is in eerste suppletoire wet overgeboekt naar het Sociaal Cultureel Planbureau voor het evaluatieonderzoek van de Hervorming van de Langdurige Zorg (HLZ) en de Wmo 2015.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

InVoorZorg! (IVZ)

Zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars, en zorgkantoren zijn als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg in andere verhoudingen tot elkaar komen te staan. Het programma «InVoorZorg!» heeft zorgorganisaties geholpen hun werkprocessen in te richten met het oog op de toekomst. Niet alle middelen (€ 3,3 miljoen) die in 2017 beschikbaar waren zijn tot besteding gekomen. Een deel van de middelen (€ 2,2 miljoen) komt in 2018 tot besteding

Waardigheid en trots

Voor Waardigheid en trots is € 28,1 miljoen uitgegeven. De extra middelen (€ 3,1 miljoen) zijn reeds gemeld in de tweede suppletoire wet. De intensivering is onder andere ingezet om de zorgaanbieders te ondersteunen bij de implementatie van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Kwaliteit gehandicaptenzorg

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitsplan voor de gehandicaptensector is ervoor gekozen om eerst samen met betrokken partijen na te gaan welke aanpak goed past bij de gehandicaptensector. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke kwaliteitsagenda «Samen werken aan een betere gehandicaptenzorg» die op 1 juli 2016 aan de Tweede Kamer is gestuurd (TK 24 170, nr. 152). Inmiddels is samen met veldpartijen hard gewerkt aan een meerjarenplan inclusief begroting voor de komende periode. Zoals reeds in de eerste suppletoire wet 2017 gemeld, is door een latere start in 2017 beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare middelen. In 2017 hebben de veldorganisaties met name voorbereidend werk gedaan om de concreet genoemde acties te kunnen (gaan) uitvoeren.

Overig

Het verschil met de stand vastgestelde begroting betreft voornamelijk mutaties naar andere begrotingsartikelen, zoals de financiering voor het SCP (€ 0,7 miljoen), de uitvoering van het amendement over financiering voor coalitie »Van betekenis tot het einde» (TK 34 550 XVI, nr. 31) (€ 0,5 miljoen) en het ZonMw-programma Memorabel (€ 3,1 miljoen). Daarnaast zijn mutaties gemeld in de tweede suppletoire wet (€ 7,5 miljoen) over uitgaven die lager zijn dan geraamd. Dit komt onder andere doordat een aantal voorgenomen subsidies niet of in mindere mate zijn doorgegaan. Tot slot zijn er verschillende subsidies verleend voor onder andere de afronding van de transitie Hervorming Langdurige Zorg (€ 3,2 miljoen), brandveiligheid (€ 1,1 miljoen), autisme (€ 0,9 miljoen), juiste loket (€ 0,8 miljoen), psychofarmaca gebruik (€ 0,9 miljoen), Longitudinal Aging Study Amsterdam (€ 0,5 miljoen), niet-reanimeerpenning (€ 0,5 miljoen) en instellingsubsidies aan Per Saldo (€ 1,0 miljoen) en Stichting Landelijk Overleg Hersenletsel (€ 0,5 miljoen). Per saldo leidt dit tot een mutatie van circa € 14,6 miljoen.

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de Wlz als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,5 miljard). De uitgavenraming voor de BIKK is bij de eerste en tweede suppletoire wet bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

Per eerste en tweede suppletoire wet is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor ICT-investeringen bij de SVB (€ 6 miljoen), de uitvoering van de salarisadministratie door de SVB voor Zvw-Pgb’s (€ 2 miljoen), de uitvoering van het pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen (€ 6,4 miljoen uit het gemeentefonds) en voor de loonbijstelling (€ 0,6 miljoen).

Persoonsgebonden budget (pgb); aantal budgethouders

Peildatum

31-12-2015

31-12-2016

31-12-2017

Wlz1

34.352

39.881

39.433

Wmo

82.465

65.408

59.237

Jeugdwet

25.070

19.033

17.615

Zvw

23.482

16.926

18.356

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Bron:

Het aantal budgethouders Wlz is volgens opgave van de NZa.

Het aantal budgethouders WMO en Jeugdwet is volgens opgave van de SVB.

Het aantal budgethouders Zvw is volgens opgave van de zorgverzekeraars.

X Noot
1

Het aantal budgethouders Wlz op 31-12-2017 betreft een voorlopig cijfer, omdat de zorgkantoeren nog niet alle budgehouders (met terugwerkende kracht) geregistreerd hebben.

Per abuis is bij de beantwoording van de schriftelijke kamervragen bij VWS-ontwerpbegroting 2018 (vraag 340) (TK II, 2017–2018, 34 775-XVI, nr. 14) voor 2015 het onjuiste aantal Wlz-budgetten vermeld. Het correcte aantal staat in bovenstaande tabel.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt met € 6,1 miljoen overschreden door enkele incidentele in de tweede suppletoire wet gemelde ontvangsten. Deze bestaat onder meer uit € 6,8 miljoen op basis van de eindafrekening van het mantelzorgcompliment 2015. Het jaar 2015 is het laatste jaar dat de SVB de Regeling Waardering Mantelzorg heeft uitgevoerd.

Artikel 4 Zorgbreed beleid

1. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan.

Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

Stimuleren:

  • Dat verzekerden, waaronder patiënten, een stevige positie innemen in het zorgstelsel, ondermeer door goed samenwerkende patiënten en gehandicaptenorganisaties.

  • Van kwalitatief goede en veilige zorgverlening met keuzevrijheid voor consumenten.

  • Van transparantie over kwaliteit en kosten van zorg.

  • Van een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag.

  • Van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel door kwalitatief goede en samenhangende opleidingen.

  • Van innovaties in de zorg en de ontwikkeling en toepassing van ontwikkelde kennis.

  • Van betrokken partijen om het aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland te verbeteren. Wat de zorg betreft conform de aanbevelingen van de Commissie Goedgedrag en wat jeugd betreft conform de bestuurlijke afspraken uit 2009; En beiden conform de door het kabinet overgenomen aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting 2011–2015 die in 2016 is afgerond.

  • Van initiatieven om fouten en fraude in de zorg zoveel mogelijk te voorkomen en fraude aan te pakken.

Financieren:

  • Van patiënten- en gehandicaptenorganisaties om de belangen van verzekerden, waaronder patiënten in het systeem te behartigen en hen goed te infomeren.

  • Van ZBO’s (CAK, NZa, ZiNL, CSZ) om hun wettelijke verantwoordelijkheid in het zorgstelsel invulling te kunnen geven.

  • Van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg (ZonMw).

  • Van agentschappen (CIBG, RIVM) om hun taken in het zorgstelsel uit te voeren.

  • Van betrokken partijen met een subsidie om informatie over de kwaliteit van het zorgaanbod snel te ontsluiten voor patiënten.

  • Van instrumenten om personeel in de zorg goed op te leiden en bij te scholen (Stagefonds, kwaliteitsimpuls ziekenhuispersoneel, subsidieregelingen opleidingen publieke gezondheidszorg en jeugd-ggz).

  • Van zorg en welzijn in Caribisch Nederland.

Regisseren:

  • Van een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel door wet- en regelgeving en toepassing en handhaving daarvan, zoals de Wet BIG.

  • Dat alle betrokken partijen in de zorg in staat zijn hun verantwoordelijkheid in het zorgstelsel waar te maken.

  • Van goed bestuur in de zorg en het toezicht daarop.

  • Van de dialoog tussen betrokken partijen, gericht op de toekomstige (arbeidsmarkt-) uitdagingen en de (arbeidsmarkt-)gevolgen van de transities.

  • Van verlagen van regeldruk in de zorg.

  • Van het voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg.

  • Door het ontwikkelen van een wettelijk kader voor de taken van ondermeer NZa en ZiNL.

  • Van het tot stand komen van een passend aanbod van (jeugd)zorg in Caribisch Nederland.

  • Van de totstandkoming, implementatie en monitoring van een ketenbrede aanpak voor preventie, toezicht, opsporing en handhaving op het gebied van fraude, oneigenlijk gebruik en onrechtmatig declareren in de zorg.

3. Beleidsconclusies

Positie cliënt

De beleidsdoorlichting positie cliënt (TK 32 772, nr. 10) is aanleiding om het beleidskader subsidiëring patiënten- en gehandicaptenorganisaties meer fundamenteel te herzien. Hiertoe is het afgelopen jaar een project onder de noemer «Patiëntendialoog» gestart, dat toeziet op de inwerkingtreding van een gewijzigde subsidieregeling per 1 januari 2019. Er zijn verschillende dialoogsessies georganiseerd, waarbij naast de inbreng van de subsidieontvangende organisaties, ook nadrukkelijk ideeën van onder meer individuele cliënten en patiënten, mantelzorgers, zorgverleners, verzekeraars en gemeenten betrokken zijn. De bevindingen zijn op 4 juli 2017 aan de Tweede Kamer aangeboden (TK 29 214, nr. 75). In 2018 volgt de kabinetsreactie hierop.

Innovatie en zorgvernieuwing

In 2017 richtten de activiteiten met betrekking tot innovatie en zorgvernieuwing zich op de drie e-health doelstellingen die het kabinet in 2014 heeft geformuleerd ter ondersteuning van de brede maatschappelijke beweging naar meer zelfredzaamheid, meer zelfregie en meer zelfzorg (TK 27 529, nr. 130).

Uit de e-health monitor (TK 27 529, nr. 151) blijkt dat er een stijgende lijn is in de mogelijkheid van online inzage door patiënten in hun patiëntgegevens, met name bij medisch specialisten. Deze toename is ook zichtbaar in de ouderenzorg. Verpleegkundigen zien dat patiënten in de ouderenzorg steeds meer gebruik maken van patiëntportalen. De mogelijkheid voor patiënten om via internet binnengekomen uitslagen van onderzoeken en laboratoriumbepalingen in te zien nam sterk toe. Ditzelfde geldt voor het online kunnen inzien van voorgeschreven medicatie. Het aanbod en gebruik van beeldbellen en domotica bleef stabiel, maar wordt zeer beperkt gebruikt door patiënten. Eerste kwartaal 2018 volgt een kabinetsreactie.

In januari 2017 vond de eerste e-health week in Nederland plaats met ruim 125 bijeenkomsten georganiseerd door 249 partners waarin bewustwording voor patiënten, burgers en zorgverleners is gecreëerd en ervaringen konden worden opgedaan over de betekenis van e-health en het gebruik ervan. Aan de e-health week hebben tussen de 12.000 en 14.000 burgers, patiënten, cliënten, zorgaanbieders, innovatoren, bestuurders en mantelzorgers op de locaties zelf en anders digitaal deelgenomen Voor hen is e-health zichtbaar en tastbaar geworden.

Standard Business Reporting (SBR)

In 2017 is verkend of Standard Business Reporting (SBR) als alternatieve aanlevermethode gebruikt kan worden voor de maatschappelijke jaarverantwoording in de zorg. Geconcludeerd is dat SBR kansen biedt om de kwaliteit van de verantwoordingsgegevens in de zorg verder te verhogen. Er zal worden aangesloten bij de activiteiten van de Minister van Economische Zaken en Klimaat rond digitale aanlevering via SBR van jaargegevens bij de Kamer van Koophandel hetgeen een vermindering van de administratieve lasten met zich mee zal brengen.

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

De in 2016 aangekondigde beleidsdoorlichting op dit artikelonderdeel (TK 32 772, nr. 18) is niet afgerond in 2017. Niet alle vragen konden vanuit de beschikbare evaluaties worden beantwoord en daarom dient aanvullend onderzoek plaats te vinden (TK 34 775, nr. 121). Naar verwachting zal voor de zomer 2018 de reactie op de beleidsdoorlichting aan de Tweede Kamer worden gestuurd.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Uit eerdere evaluatie van de NZa en de Wmg en de aanbevelingen van de commissie Borstlap (TK 25 268, nr. 87) volgt dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) duidelijker gepositioneerd dient te worden en voor de sector dient duidelijker te zijn dat VWS beleid maakt en dat de NZa alleen aangesproken kan worden op de wijze waarop zij uitvoering geeft aan dit beleid. Het wetsvoorstel Wijziging van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en enkele andere wetten in verband met aanpassingen van de tarief- en prestatieregulering en het markttoezicht op het terrein van de gezondheidszorg is vanwege de demissionaire status van het kabinet in 2017 aangehouden (TK 34 445). De nota naar aanleiding van het nader verslag zal in het eerste kwartaal van 2018 aan de Tweede Kamer worden gestuurd, dit is aan de TK toegezegd.

Per 1 januari 2017 is de uitvoering van de vier burgerregelingen wanbetalers-, onverzekerden-, gemoedsbezwaarden – en de buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt en de compensatieregeling voor zorg aan onverzekerbare vreemdelingen overgeheveld van het Zorginstituut naar het CAK. De overheveling is goed verlopen; de overgang heeft niet geleid tot verstoring van de continuïteit van de uitvoering. Het CAK zal de regelingen nu verder integreren in hun dienstverlenende activiteiten.

Zorg, welzijn en jeugdzorg Caribisch Nederland

Het doel van het beleid is om de zorg en jeugdzorg in Caribisch Nederland naar een voor Europees Nederland aanvaardbaar niveau te brengen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in Caribisch Nederland. Dat betekent dat VWS streeft naar kwalitatief goede, voor iedereen toegankelijke en betaalbare zorg en jeugdzorg in Caribisch Nederland. De implementatie van de verbeteringen ten aanzien van de zorg in Caribisch Nederland, op basis van de door het kabinet overgenomen aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting Caribisch Nederland (TK 32 772, nr. 24), zijn in 2017 in gang gezet. Ten aanzien van de voortgang van deze implementatie is de conclusie dat op het gebied van het beleid ten aanzien van de informatievoorziening, langdurige zorg, preventie, sport, maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg in 2018 en 2019 nog meer te verbeteren valt en in gang moeten worden gezet. Zo ontbreken er nog een aantal belangrijke voorzieningen in de preventieve sfeer en eerstelijnszorg. De focus voor de jeugd ligt op het bieden van goede basisvoorzieningen. Ook ten aanzien van dit beleid is geconcludeerd dat de verbetering van de jeugdgezondheidszorg nog niet is afgerond. Deze conclusie is gebaseerd op het feit dat zaken als opvoedingsondersteuning, meer seksuele educatie en een sluitende aanpak van kindermishandeling nog (deels) ontbreken.

Rechtmatige zorg

Om alle vormen van onrechtmatigheid in de zorgsector substantieel te verminderen is in 2015 het programma Rechtmatige Zorg – aanpak fouten en fraude 2015–2018 van start gegaan (TK 28 828, nr. 89). Doel van het programma was het ontwikkelen van een samenhangende aanpak van fouten en fraude, aan de hand de thema’s ketenbrede samenwerking, preventie, controle en handhaving.

Op hoofdlijnen heeft het programma tot nu toe de volgende resultaten opgeleverd (TK 28 828, nr. 105):

  • meer bewustwording in de zorgsector gecreëerd over het belang van rechtmatigheid, onder andere via kennisopbouw en het delen van goede voorbeelden;

  • meer aan de voorkant getoetst op frauderisico’s;

  • partijen zijn beter toegerust op hun taken op het gebied van rechtmatigheid, doordat de capaciteit voor toezicht en opsporing is uitgebreid, de samenwerking tussen handhavingspartijen is versterkt en is geïnvesteerd in de analyse van en onderzoek naar fraude(fenomenen).

Gezien deze resultaten beschouwen wij het programma als succesvol. Dit betekent niet dat we klaar zijn met de Aanpak Rechtmatige Zorg. Aan de casuïstiek zien we dat fouten en fraude nog steeds voorkomen. De problematiek is ook nooit volledig op te lossen, ook omdat ontwikkelingen in het stelsel tot nieuwe risico’s kunnen leiden. Structurele aandacht blijft nodig. Daarom wordt het programma Rechtmatige Zorg in deze kabinetsperiode voortgezet.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

578.654

715.427

1.146.830

937.310

1.102.614

811.100

291.514

                   

Uitgaven

815.589

697.803

873.245

879.449

995.681

915.450

80.231

                   

1. Positie cliënt

33.238

26.045

24.556

24.859

28.518

24.796

3.722

                   
 

Subsidies

28.142

21.501

17.890

17.883

19.601

20.615

– 1.014

   

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

27.814

21.080

17.463

17.541

18.699

20.337

– 1.638

   

Overig

328

421

427

342

902

278

624

                   
 

Opdrachten

3.763

3.678

5.466

6.906

8.917

4.181

4.736

   

Ondersteuning cliëntorganisaties

3.581

3.139

3.144

2.437

3.560

3.798

– 238

   

Campagnebudget Communicatie

5.199

0

5.199

   

Overig

182

539

2.322

4.469

158

383

– 225

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.333

866

1.200

70

0

0

0

   

Overig

1.333

866

1.200

70

0

0

0

                   

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

354.735

253.067

389.110

393.142

438.166

439.622

– 1.456

                   
 

Subsidies

334.307

242.099

373.060

376.410

417.945

424.856

– 6.911

 

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

0

48.353

135.468

194.024

202.867

200.000

2.867

   

Stageplaatsen zorg / Stagefonds

105.926

110.400

109.950

107.881

102.650

112.020

– 9.370

   

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

15.093

16.054

16.634

16.172

17.143

21.000

– 3.857

   

Vaccinatie stageplaatsen zorg

3.789

3.869

4.504

4.086

3.851

4.800

– 949

   

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

21.744

20.718

19.433

22.227

24.369

38.800

– 14.431

   

Opleidingsplaatsen jeugd ggz

845

450

1.550

– 1.100

   

Versterking regionaal onderwijs- en arbeidsmarktbeleid

7.500

7.813

7.949

8.078

11.184

11.500

– 316

   

Innovatie, beroepen en opleidingen

     

9.934

5.328

12.000

– 6.672

   

Vernieuwing arbeidsmarkt sociaal domein

       

2.411

2.000

411

   

Veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg

       

1.032

5.122

– 4.090

   

Pilots Opleiding tot ziekenhuisarts

       

4.378

4.500

– 122

   

Overig

180.255

34.892

79.122

13.163

42.282

11.564

30.718

                   
 

Opdrachten

2.379

2.649

4.619

4.517

5.469

8.293

– 2.824

   

Arbeidsmarktonderzoek

0

0

2.042

1.192

1.645

2.000

– 355

   

Celsus

0

0

0

0

1.024

800

224

   

Overig

2.379

2.649

2.577

3.325

2.800

5.493

– 2.693

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

16.963

8.319

11.431

12.215

14.752

6.473

8.279

   

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register en SVB-Z

16.963

8.319

11.431

12.215

14.752

6.073

8.679

   

RIVM: opleiding publiekegezondheidssector en kosten van ziekten

       

0

400

– 400

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.086

0

0

0

0

0

0

   

ZiNL: sectie Zorgberoepen en opleidingen

0

0

0

0

0

0

0

                   

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

119.318

109.189

124.203

134.188

160.454

147.789

12.665

                   
 

Subsidies

5.293

5.287

7.711

13.047

20.065

13.524

6.541

   

Nivel

5.093

5.187

5.835

5.710

5.771

5.682

89

   

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

0

0

0

1.770

3.839

7.842

– 4.003

   

Zorginformatie

7.200

0

7.200

   

Jaar van de transparantie

0

0

1.805

3.784

3.006

0

3.006

   

Overig

200

100

71

1.783

249

0

249

                   
 

Opdrachten

48

60

226

590

960

1.797

– 837

   

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

0

0

0

506

634

1.300

– 666

   

Overig

48

60

226

84

326

497

– 171

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

2.123

2.099

2.535

1.453

3.960

4.550

– 590

   

CIBG: WTZi en JMV

708

845

750

774

3.790

4.000

– 210

   

Overig

1.415

1.254

1.785

679

170

550

– 380

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

111.854

101.743

113.731

119.098

135.469

127.918

7.551

   

ZonMw: programmering

105.673

101.743

113.731

119.098

135.469

127.768

7.701

   

Overig

6.181

0

0

0

0

150

– 150

                   

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

215.718

220.856

227.614

214.965

241.637

187.343

54.294

                   
 

Subsidies

256

426

80

0

0

0

0

   

Uitvoering Wtcg

256

426

80

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

2.568

4.411

2.526

186

424

401

23

   

Uitvoering Wtcg

170

169

156

172

0

0

0

   

Overig

2.398

4.242

2.370

14

424

401

23

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

212.894

216.019

225.008

214.779

241.213

186.912

54.301

   

CAK

98.319

102.156

100.916

87.335

135.381

76.353

59.028

   

NZa

46.844

47.120

52.756

54.821

55.585

55.794

– 209

   

Zorginstituut Nederland

64.004

62.928

67.738

70.016

47.313

52.207

– 4.894

   

CSZ

2.523

2.923

2.700

2.500

2.500

2.558

– 58

   

CBZ

1.204

892

898

0

0

0

0

   

Overig

0

0

0

107

434

0

434

                   
 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

30

– 30

   

EZ: ACM

0

0

0

0

0

0

0

   

Overig

0

0

0

0

0

30

– 30

                   

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

92.580

87.895

106.717

110.954

125.422

113.945

11.477

                   
 

Subsidies

0

21

0

0

0

0

0

   

Overig

0

21

0

0

0

0

0

                   
 

Bekostiging

92.580

87.874

106.717

110.954

125.422

113.945

11.477

   

Zorg en welzijn

92.580

87.874

106.717

110.954

121.978

111.607

10.371

   

Overig

0

0

0

0

3.444

2.338

1.106

                   

6. Voorkomen oneigenlijk gebruik en aanpak fraude

0

748

1.044

1.341

1.486

1.955

– 469

                   
 

Subsidies

0

494

444

1.028

1.384

1.500

– 116

   

Overig

0

494

444

1.028

1.384

1.500

– 116

                   
 

Opdrachten

0

254

600

313

102

455

– 353

   

Overig

0

254

600

313

102

455

– 353

                   

Ontvangsten

20.251

32.300

36.609

11.375

90.082

4.858

85.224

   

Overig

20.251

32.300

36.609

11.375

90.082

4.858

85.224

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van de afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

1. Positie cliënt

Opdrachten

Campagnebudget communicatie

Campagnebudget is gebundeld en ondergebracht in dit artikel. De uitgaven aan communicatie inzake NIX18 en inzake de verspreiding van de jodiumtabletten bedroegen € 5,2 miljoen.

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

Afgelopen jaar was het laatste jaar van de regeling, maar als gevolg van het Hoofdlijnakkoord Medisch Specialistische Zorg voor 2018 is de regeling met een jaar verlengd. De uitgaven in 2017 bedroegen € 202,9 miljoen. Dit is € 2,9 miljoen meer dan begroot. Dit heeft verschillende oorzaken. Over 2017 is de loonbijstelling uitbetaald, hiermee is het budget verhoogd naar € 202,5 miljoen. Daarnaast is ongeveer € 0,4 miljoen extra budget ter beschikking gekomenter correctie van ten onrechte niet toegekende subsidieaanvraag.

Stageplaatsen zorg/ Stagefonds

In 2017 is de verdeling van het beschikbare budget voor de subsidieregeling Stageplaatsen zorg II (€ 112 miljoen) herzien op basis van de verwachte arbeidsmarktbehoefte. Als gevolg hiervan is er voor de verpleegkundige en verzorgende opleidingen meer budget beschikbaar. Voor zorginstellingen wordt het daarmee aantrekkelijker om stageplaatsen voor deze opleidingsrichtingen aan te bieden. Deze wijziging zal pas in 2018 effect hebben op het Stagefonds, omdat de regels voor het begin van het schooljaar vast moeten liggen. Op grond van de subsidieregeling hebben 4.832 instellingen in zorg en welzijn over studiejaar 2016–2017 voor een kleine 46.000 fte aan gerealiseerde stageplaatsen een subsidie ontvangen. Het aantal stageplaatsen voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) was lager dan geraamd waardoor het maximumbedrag per stage bereikt werd zonder dat het budget hiervoor volledig werd uitgeput. Hierdoor kon er € 102,7 miljoen worden uitgekeerd vanuit het Stagefonds. De overige € 9,3 miljoen is ingezet voor arbeidsmarktbeleid (SectorplanPlus) via de post overig.

Publieke gezondheidszorgopleidingen

Het Capaciteitsorgaan raamt het aantal benodigde opleidingsplaatsen. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met deeltijdwerken en vroegtijdige uitstroom. De gerealiseerde opleidingsplaatsen zijn lager vastgesteld dan geraamd doordat opleidingsplaatsen niet kunnen worden gerealiseerd. Er is sprake van te lage instroom bij de opleidingen. Ook de uitgaven zijn daarom lager vastgesteld (€ 3,9 miljoen).

Opleiding verpleegkundig specialist/ Physician assistant

Zorgverleners moeten daar ingezet worden waar ze het beste tot hun recht komen. Nieuwe beroepsbeoefenaren zoals de verpleegkundig specialisten (vs) en physician assistants (pa) worden speciaal opgeleid om minder complexe en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Er komen meer opleidingsplaatsen voor deze nieuwe beroepen. Volgens de laatste cijfers van het Landelijk Platform PA/VS stijgt de instroom van 582 in studiejaar 2016–2017 naar 611 in studiejaar 2017–2018.

Zoals reeds gemeld in de eerste suppletoire wet, is in het voorjaar als gevolg van een lagere instroom bij de opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistent reeds € 12 miljoen vrijgevallen. Daarnaast is in de tweede suppletoire wet € 1,8 miljoen vrijgevallen. Uiteindelijk is nog € 0,6 miljoen bij Slotwet vrijgevallen.

Innovatie beroepen en opleidingen

De omslag in de zorg en ondersteuning vraagt een beroepencontinuüm dat mee verandert. Aanpassing van bestaande beroepen, experimenteren met nieuwe zorgberoepen en taakherschikking tussen beroepen spelen daarbij een belangrijke rol. Dit heeft ook gevolgen voor de wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg en de uitvoering daarvan. Het overige budget is ingezet op andere arbeidsmarktsubsidies.

Veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg

Zorgpartijen hebben een gezamenlijk plan opgesteld voor de implementatie van gespecificeerde toestemming zoals bepaald in het wetsvoorstel Cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens. Voor de uitvoering van dit plan is in 2017 een subsidie beschikbaar gesteld van ruim € 1 miljoen. De resterende middelen zijn technisch hergeschikt binnen de VWS-begroting.

Overig

SectorplanPlus

SectorplanPlus is een meerjarige subsidie voor werkgevers in zorg en welzijn om een extra impuls te geven aan opleidingsprojecten die zijn gericht op nieuwe instroom, met ontslag bedreigde werknemers of opscholing binnen de organisatie via kwalificerende scholing. De verwachting is dat met deze maatregelen zo´n 170.000 professionals in Zorg en Welzijn extra worden geschoold. De subsidie van in totaal € 325 miljoen komt in de periode van 2017–2021 via de bij RegioPlus aangesloten regionale werkgeversorganisaties beschikbaar. Dit gebeurt in verschillende tijdvakken. Het budgettair beslag in 2017 bedroeg € 37,5 miljoen.

Sterk in je werk, zorg voor jezelf

In het akkoord van 4 december 2015 inzake een toekomstvaste langdurige zorg en ondersteuning zijn afspraken gemaakt over het extra ondersteunen van medewerkers in hun loopbaan. Dit gebeurt via het project Sterk in je werk, zorg voor jezelf (www.sterkinjewerk.nl). Met dit project wordt extra loopbaanoriëntatie en begeleiding aangeboden via persoonlijke gesprekken bij mensen in de regio. In 2017 hebben circa 5.500 deelnemers zich aangemeld. Er zijn ruim 2.500 intakes geweest, ruim 1.250 vervolggesprekken geweest en ongeveer 1.200 testen afgenomen. Het budgettair beslag in 2017 bedroeg € 1,8 miljoen.

Opdrachten

Overig

Er zijn verschillende extra opdrachten verstrekt, onder andere aan het CBS en voor onderzoek naar de arbeidsmarkt.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG:

Het CIBG voert zowel de registratie als de herregistratie van Nederlandse BIG geregistreerde beroepsbeoefenaren in het BIG-register uit. Artsen en psychotherapeuten met een diploma van voor 2012 hebben zich voor 1 januari 2018 moeten herregistreren. In het BIG-register hebben ook buitenlands gediplomeerde zorgverleners zich geregistreerd die in de Nederlandse gezondheidszorg willen werken.

Zoals reeds is vermeld in de eerste suppletoire wet is voor het BIG register en de bijdrage aan de uitvoering en ontwikkeling UZI-pas door het CIBG is € 8 miljoen overgeheveld van het instrument Subsidies naar het instrument Bijdragen aan agentschappen.

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Subsidies

Programma Innovatie en zorgvernieuwing

De circa € 3,8 miljoen aan subsidies is in 2017 ingezet voor initiatieven om het innovatieklimaat in de zorg te versterken en het gebruik en de bewustwording van inzet van digitale ondersteuning in de zorg te vergroten.

Zo vindt, samen met Zorgverzekeraars Nederland, financiering plaats van het programma MedMij. In dit programma aangestuurd door de Patiëntenfederatie Nederland worden de eisen en standaarden ontwikkeld waaraan digitale persoonlijke gezondheidsomgevingen moeten voldoen. € 6 miljoen is overgeboekt naar het Ministerie van Economische Zaken ten behoeve van de RVO en de uitvoering van de Seed-Capital-regeling als onderdeel van het Fasttrack programma.

Zorginformatie

De middelen voor Nictiz zijn vanwege een herschikking overgeheveld van artikel 2 Curatieve zorg naar artikel 4 Zorgbreed beleid (€ 5,5 miljoen). In het voorjaar zijn extra middelen beschikbaar gekomen voor uitvoering van verder informatiebeleid in de zorg (€ 1,7 miljoen).

Jaar van transparantie

Bij eerste suppletoire wet is voor de subsidiëring van de transparantie over de kwaliteit van zorg € 5 miljoen overgeheveld van het instrument Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s naar het instrument Subsidies. Deze subsidieregeling wordt in mandaat van het Ministerie van VWS uitgevoerd door het Zorginstituut Nederland. Het proces voor de subsidieaanvragen en verdelingsmaatstaf is zodanig ingericht dat het subsidieplafond (van € 5 miljoen per thema) maximaal kan worden benut, maar dat betekent ook dat de subsidieverstrekkingen die hieruit voortvloeien deels pas later in het jaar plaatsvinden. Als gevolg daarvan zijn er minder subsidievoorschotten nodig voor activiteiten in de resterende periode van het jaar. De door alle subsidieaanvragers gevraagde en toegekende bevoorschotting voor in 2017 uit te voeren activiteiten voor de verschillende thema’s was uiteindelijk € 2 miljoen lager dan het hiervoor gereserveerde budget.

Bijdragen aan ZBO’s/ RWT’s

ZonMw: programmering

Conform de begroting heeft ZonMw diverse projecten en onderzoeken op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laten uitvoeren. Per saldo zijn de uitgaven € 7,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat bij eerste suppletoire wet budget is toegevoegd door onder andere overboekingen van artikel 6 Sport en bewegen voor de Sportimpuls tranche 2017 en 2018 (€ 6,1 miljoen), van artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning voor het programma Memorabel (€ 3,1 miljoen) en overige overboekingen (€ 1,4 miljoen). Verder vragen de bestendiging en verbreding van de resultaten van het Nationaal Programma Ouderenzorg om een praktijkgericht onderzoeksprogramma voor kennisontwikkeling en verbetering van kennisdeling en -toepassing voor langdurige zorg en ondersteuning. De programmavoorbereiding kost door een intensieve veldraadpleging en afstemming op andere programma’s meer tijd dan voorzien. Hierdoor komt een budget van € 3,4 miljoen niet in 2017 tot besteding. Voorts is vanuit artikel 2 Curatieve zorg een budget van € 1,5 miljoen toegevoegd voor het Programma Onco XL. Tot slot is incidentele ruimte opgetreden op het programma zwangerschap en geboorte (€ 1 miljoen).

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Bijdragen aan ZBO’s/ RWT’s

CAK

De uitvoeringskosten van het CAK zijn in 2017 € 59 miljoen hoger uitgevallen dan in de VWS-begroting 2017 geraamd. Bij de opstelling van de begroting kon nog geen rekening gehouden worden met extra taken en uitvoeringsactiviteiten die op dat moment nog niet bekend waren. De voornaamste oorzaak van de hogere kosten voor het CAK is de overheveling van de uitvoering van de burgerregelingen. Per 1 januari 2017 is het CAK verantwoordelijk voor de uitvoering van de burgerregelingen wanbetalers, onverzekerden, gemoedsbezwaarden en de zogeheten buitenlandtaak, inclusief het Nationaal contactpunt. Dit geldt ook voor de uitvoering van de regeling voor compensatie van verleende zorg aan onverzekerbare vreemdelingen. Hiervoor is € 33 miljoen ter beschikking gesteld.

Bij de scheiding van de verantwoordingsstukken van het CAK is gebleken dat over een langere reeks van jaren heen de beheerskosten per saldo ongemerkt hoger zijn geweest dan het toegekende budget. Het komt neer op een nog openstaande verplichting van het CAK (ad € 16,1 miljoen) aan het Afbz. Het Ministerie van VWS neemt deze schuld van het CAK aan het fonds over. Via de brief TK 34 775-XI, nr. 113 is deze mutatie gemeld. Daarnaast is er een aantal kleinere mutaties verwerkt (€ 1,5 miljoen).

Tot slot is het CAK gevraagd om in 2017 extra inspanningen te verrichten voor uitvoeringstoetsen en ICT aangelegenheden zoals het invoeren van EESSI (een IT-systeem dat helpt om sneller en veilig informatie uit te wisselen tussen socialezekerheidsorganen in de EU). Voor deze overige kosten is € 10 miljoen ter beschikking gesteld.

Zorginstituut Nederland

Het verschil tussen de begroting en realisatie (€ 4,8 miljoen) is veroorzaakt door mutaties die reeds in de eerste en tweede suppletoire wet gemeld zijn.

In de eerste suppletoire wet is een aantal mutaties verwerkt (– € 2,7 miljoen):

  • Voor de subsidiëring van de transparantie over de kwaliteit van zorg is € 5 miljoen overgeheveld naar het instrument Subsidies.

  • Het budget voor de uitvoering van de burgerregelingen (€ 11,3 miljoen) is overgeheveld naar het CAK.

  • Door de overheveling van de burgerregelingen maakt het Zorginstituut extra frictiekosten. Hiervoor heeft het Zorginstituut extra budget ontvangen (€ 3,8 miljoen).

  • Voor de wettelijke taak van het Zorginstituut om de standaarden voor de gegevensuitwisselingh binnen de Wlz-keten te beheren is € 3,5 miljoen overgeheveld van artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning.

  • Voor het onderzoek Zinnig en zuinig, de systematische doorlichting pakket en de uitvoeringstoets voorwaardelijke toelating door het Zorginstituut is € 6,1 miljoen beschikbaar gesteld.

In de tweede suppletoire wet is een aantal mutaties verwerkt (– € 2,1 miljoen) Voor diverse door het Zorginstituut uit te voeren activiteiten is € 1 miljoen overgeheveld, voornamelijk van artikel 2 Curatieve zorg. Daarnaast bleken de daadwerkelijke uitgaven, voornamelijk voor regulier onderzoek en onderzoek Zinnige en zuinige zorg, ongeveer € 3,1 miljoen lager uitgevallen.

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Bekostiging

Per 1 januari 2011 is er één zorgverzekering voor iedereen in Caribisch Nederland. Dat wil zeggen dat iedereen die legaal op Bonaire, Sint Eustatius en Saba woont en/of werkt is verzekerd van zorg en toegang heeft tot goede jeugdzorg. De kosten die daar in 2017 mee gemoeid waren, komen uit op circa € 125,4 miljoen.

In de ontwerpbegroting 2017 was oorspronkelijk € 113,9 miljoen geraamd. Het verschil van circa € 11,5 miljoen tussen realisatie en ontwerpbegroting wordt verklaard door niet geraamde kosten voor de noodmaatregelen in kader van orkaan Irma van € 1 miljoen, twee verhogingen die al in de tweede suppletoire wet zijn toegelicht: € 1,6 miljoen loon- en prijsbijstelling en € 5 miljoen voor het afrekenen van de oude jaren met het ziekenhuis op Bonaire. Tot slot is er in de eerste suppletoire wet al een verhoging opgenomen van € 3,5 miljoen ter compensatie van een verwachte ongunstigere euro-dollar koersverhouding dan in de ontwerpbegroting 2017 was geraamd. Over heel 2017 heeft dit effect nog iets ongunstiger uitgepakt waardoor het totaal verlies op ongeveer € 4,5 miljoen is uitgekomen.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten kennen meerdere oorzaken, deze zijn reeds gemeld in de tweede suppletoire wet. Oorzaken zijn onder andere: