Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834775-XVI nr. 14

34 775 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2018

Nr. 14 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 24 oktober 2017

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 5 oktober 2017 voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Bij brief van 23 oktober 2017 zijn ze door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De fungerend voorzitter van de commissie, Lodders

De griffier van de commissie, Post

Vraag 1

Op welke manier wordt het Nederlandse lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) voorgedragen? Heeft de Nederlandse overheid daarin een rol gespeeld?

Antwoord:

Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) is zelf verantwoordelijk voor de keuze en benoeming van nieuwe leden. Nederland heeft geen recht op een zetel in het IOC. NOC*NSF kan wel een kandidaat voordragen, net als IOC-leden, internationale federaties, internationale en continentale koepelorganisaties van NOC’s en overige door het IOC erkende organisaties. De Nederlandse overheid speelt geen rol in de voordracht van een kandidaat.

Vraag 2

Krijgt het Nederlandse lid van het IOC voor zijn advieswerk voor de Nederlandse Sportraad een vergoeding? Zo ja, hoe hoog is die vergoeding? En krijgt het Nederlandse lid direct of indirect een vergoeding van de rijksoverheid voor zijn werk als lid van het IOC?

Antwoord:

Conform het Vergoedingenbesluit Nederlandse Sportraad (kenmerk 1103293–161674-S) ontvangt een adviseur van de Sportraad een vacatievergoeding per bijgewoonde vergadering. Deze bedraagt 3% van het maximum van salarisschaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

De Nederlandse overheid draagt niet bij aan de vergoeding voor het werk als IOC-lid.

Vraag 3

Hoeveel middelen voor sport en bewegen zijn er in totaal niet juridisch verplicht?

Antwoord:

In totaal is op de Sportbegroting een bedrag van € 4,75 miljoen als niet juridisch verplicht aangemerkt. De verdeling hiervan over de verschillende terreinen ligt als volgt: circa € 4,1 miljoen Sport en bewegen, € 0,4 miljoen Gehandicaptensport en € 0,2 miljoen Kennis en Innovatie. De niet juridisch verplichte uitgaven zijn overigens niet te beschouwen als middelen die zonder meer vrijelijk beschikbaar zijn voor alternatieve aanwending. In veel gevallen liggen er wel degelijk politieke en bestuurlijke afspraken aan ten grondslag.

Vraag 4

Wat is het huidige percentage zorgmijding en hoe verhoudt dit zich ten opzichte van het ziekenfonds?

Antwoord:

De meest recente gegevens over zorgmijding – gebaseerd op objectieve data zoals zorgregistraties en declaratiecijfers –staan in het onderzoek van het Nivel naar de omvang en aard van zorgmijding. Ik heb dit onderzoek, met mijn reactie daarop, op 28 oktober 2015 (TK 29 689, nr. 664) aan de Kamer aangeboden.

Het Nivel-onderzoek laat zien dat de stijging van het verplicht eigen risico niet gepaard is gegaan met een stijging van het aantal zorgmijders. Een vragenlijst wijst uit dat 3 procent van de mensen vanwege financiële redenen afziet van een huisartsenbezoek. Dit percentage is sinds 2009 gelijk gebleven. Daarnaast laten declaratiedata geen toename van het afzien van huisartsenzorg in bepaalde groepen zien.

Verder haalde in 2013 28% van de verzekerden een geneesmiddel niet op. Dit percentage ligt lager dan in 2008 en 2009. Toen haalde respectievelijk 34% en 35% van de verzekerden een geneesmiddel niet op. In 2013 heeft 27% van de verzekerden een verwijzing naar de medisch specialist niet opgevolgd. De grootste stijging in het niet opvolgen van een verwijzing vond echter vóór de stijging van het verplicht eigen risico in 2013 plaats.

Naar zorgmijding bij de no-claimteruggave is geen onderzoek gedaan ten tijde van het ziekenfonds (2005).

Vraag 5

Wat waren de gemiddelde wachttijden voor heupoperaties, knieoperaties, cataract en borstkankeroperaties in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden, België en Duitsland in de periode 2012–2017?

Antwoord:

In de OECD-database (Health at a Glance Europe, 2016), die internationale zorgdata bevat, zijn gegevens beschikbaar voor heup- en knievervanging en cataractoperaties voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk en enkele andere landen (niet zijnde Zweden, België en Duitsland). De beschikbare data over 2010 en 2014 (Verenigd Koninkrijk) of 2015 (Nederland) en hieronder weergegeven.

Gemiddelde wachttijden heupvervanging (in dagen)
 

2010

2015 of 2014

 

Nederland

53,3

40,0

2015

Verenigd Koninkrijk

89,0

91,0

2014

Gemiddelde wachttijden knievervanging (in dagen)
 

2010

2015 of 2014

 

Nederland

53,3

40,7

2015

Verenigd Koninkrijk

94,4

95,6

2014

Gemiddelde wachttijden cataractoperaties (in dagen)
 

2010

2015 of 2014

 

Nederland

35,0

39,1

2015

Verenigd Koninkrijk

65,1

72,8

2014

Vraag 6

Het rapport Pakketbeheer weesgeneesmiddelen van oktober 2015 door Zorginstituut Nederland geeft aan jaarlijks een Monitor Weesgeneesmiddelen uit te geven. Tot op heden is dit nog niet verschenen, wanneer wordt dit rapport verwacht?

Antwoord:

De officiële publicatie van de Monitor Weesgeneesmiddelen door Zorginstituut Nederland wordt uiterlijk in het eerste kwartaal van 2018 verwacht.

Vraag 7

Op welke wijze wordt er al dan niet rekening gehouden met het bestaan van een gerichte biomarker tijdens onderhandelingen omtrent de toelating van een nieuw geneesmiddel tot het verzekerde pakket?

Antwoord:

Bij de beantwoording van deze vraag neem ik aan dat met een gerichte biomarker wordt bedoeld een voorspellende diagnostische test waarmee voorafgaand aan het starten van een behandeling met een geneesmiddel kan worden vastgesteld of bij de betreffende individuele patiënt een effect verwacht kan worden.

Het Zorginstituut houdt in de pakketbeoordeling van nieuwe geneesmiddelen rekening met biomarkers voor zover die worden gebruikt voor de beslissing al dan niet te starten met de behandeling bij een individuele patiënt, zowel bij het vaststellen of sprake is van de stand van wetenschap en praktijk, als in de budgetimpact (BIA) en farmaco-economische analyse.

Een dergelijke test kan het gepast gebruik van een nieuw geneesmiddel, in de patiëntenpopulatie waar het geneesmiddel voor is geregistreerd, bevorderen en daarmee mogelijk de kosteneffectiviteit van de behandeling vergroten en/of de totale uitgaven aan het geneesmiddel verlagen. Indien een dergelijke test beschikbaar is op het moment van toelating van een nieuw geneesmiddel dan zal hier in de onderhandeling ook zeker rekening mee worden gehouden in de zin dat de gevraagde prijs eerder aanvaardbaar kan zijn dan wel een relatief lagere prijskorting noodzakelijk kan worden geacht.

Vraag 8

Kan de prijsdruk ertoe leiden dat geneesmiddelen in de toekomst niet beschikbaar zijn als geregistreerd geneesmiddel noch als apotheekbereiding?

Antwoord:

Ja, een fabrikant maakt zelf de beslissing om een geneesmiddel in Nederland te registreren. Indien een fabrikant inschat dat bij bepaalde geneesmiddelen niet genoeg omzet kan worden behaald, kan hij besluiten om deze geneesmiddelen niet ter beschikking te stellen aan patiënten in Nederland. Dit gebeurt nu ook al.

Apothekers mogen geneesmiddelen bereiden voor patiënten van hun eigen apotheek, de magistrale bereiding. Dit gebeurt echter maar voor een beperkte groep patiënten en geneesmiddelen; niet alle geneesmiddelen zijn door de apotheker te maken als magistrale bereiding en niet alle apotheken beschikken over een bereidingsfaciliteit. Als een geregistreerd geneesmiddel van de markt is, kan het ook zijn dat doorleverende bereidingsapotheken de bereiding van dit geneesmiddel op zich nemen.

Vraag 9

Op welke manier is geborgd dat op het gebied van e-health en het versterken van de inzet van ICT verschillende medische sectoren van elkaar leren? Op welke wijze worden goede ervaringen uitgewisseld?

Antwoord:

Kennis en ervaring rondom e-health worden op diverse manieren gedeeld. Het programma Zorg voor Innoveren, een gezamenlijk initiatief van VWS, NZa, Zorginstituut en ZonMw geeft informatie zowel via bijeenkomsten als een daarvoor ingerichte website. Het start-up netwerk dat VWS organiseert richt zich op het versnellen en opschalen van de e-health van start-ups en MKB bedrijven in de zorg. Daarnaast zorgt het start-up netwerk voor kennisuitwisseling rondom eventuele problemen waar de partijen tegenaan lopen. Het programma Medmij richt zich op ervaring met en kennisuitwisseling rondom persoonlijke gezondheidsomgevingen waarmee diverse sectoren en zorgaanbieders werken. Het landelijk netwerk zorginnovatie wordt door VWS ondersteund, door de diverse regio’s bij elkaar te laten komen om kennis te delen. Het maandelijkse «dwarsdenknetwerk» organiseert VWS om ervaringen en belemmeringen van innovatieve zorgaanbieders in kaart te brengen, en gezamenlijk te zoeken naar oplossingen. Vanuit het VIPP-programma wordt er door de NVZ gewerkt aan kennisuitwisseling, onder andere met een groep van koplopers. Door het nieuwe programma «actie-onderzoek Innovatie» van ZonMw gaan een aantal zorginstellingen vanaf 2018 kennis met elkaar delen rondom het verbeteren en vernieuwen van zorg. Niet alleen goede ervaringen worden uitgewisseld. Ook van «briljante mislukkingen»1 kan veel worden geleerd.

Vraag 10

Kunt u aangeven hoeveel geld er jaarlijks gaat naar de behandeling van HIV-patiënten?

Antwoord:

Hierover zijn geen recente gegevens beschikbaar. Op basis van gegevens van het RIVM bedroegen de kosten van zorg voor hiv en aids in 2011 € 164 miljoen. Hiervan ging € 134 miljoen (82%) naar genees- en hulpmiddelen en € 15 miljoen (9%) naar ziekenhuiszorg en medisch-specialistische zorg. Bron: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/soa/kosten/kosten#node-kosten-van-zorg-voor-hiv-en-aids

Vraag 11

Hoeveel meldingen ontvangt de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) jaarlijks met betrekking tot ouderenzorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg, ziekenhuiszorg en jeugdzorg?

Antwoord:

Het aantal meldingen is terug te vinden in de onderstaande tabel, uitgesplitst naar de gevraagde categorieën. Nadere informatie hierover is te raadplegen in het Jaarbeeld 2016 IGZ en het Jaarbeeld 2016 landelijk toezicht Jeugd, welke in de eerste helft van 2017 zijn gepubliceerd. In de eerste helft van 2018 wordt het jaarbeeld Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting gepubliceerd met daarin de totaalcijfers van 2017. Voor een verdere toelichting en duiding van de cijfers die hieronder worden verstrekt, verwijs ik u naar de eerdergenoemde documenten die op de websites van de IGZ en de IJZ staan gepubliceerd.

Categorie

2014

2015

2016

Gehandicaptenzorg en forensische zorg (bron: Jaarbeeld 2016 IGZ)

770

740

940

Geestelijke gezondheidszorg (bron: Jaarbeeld 2016 IGZ)

900

610

580

Verpleging & verzorging (bron: Jaarbeeld 2016 IGZ)

1.080

1.060

1.160

Medisch-specialistische zorg (bron: Jaarbeeld 2016 IGZ)

1.460

1.570

2.100

Jeugdzorg (bron: jaarbeeld 2016 landelijk toezicht jeugd)

127

210

234

Vraag 12

Hoeveel verzorgingshuizen zijn er tot op heden gesloten?

Antwoord:

Er wordt landelijk geen lijst bijgehouden van verzorgingshuizen die zijn gesloten. Landelijk worden de indicaties geregistreerd (CIZ) en de gerealiseerde productie en productieafspraken (NZa).

In verzorgingshuizen worden steeds zwaardere cliënten geholpen. Het aantal cliënten met een licht ZZP (ZZP VV 1 t/m 3) neemt af, terwijl het aantal plekken dat bezet is met mensen met een hoog ZZP kan groeien met een tempo dat gelijke tred houdt met demografische factoren.

In reactie op bovenstaande langjarige trend kunnen verzorgingshuizen die een afnemende vraag van cliënten met een licht ZZP waarnemen, zich richten op de zwaardere cliëntenpopulatie of op basis van scheiden van wonen en zorg zich richten op cliënten uit de Wmo/Zvw. Naar de mate waarin dit lukt, behoeven verzorgingshuizen niet te sluiten.

Verder geldt dat sluiting van verzorgingshuizen door renovatie of nieuwbouw van alle tijden is en niet enkel met extramuralisering samenhangt.

Vraag 13

Wat kosten de persoongebonden budgetten (pgb) jaarlijks? Hoeveel bedragen de uitgaven voor pgb in de jaren 2015,2016 en 2017 uitgesplitst per domein?

Antwoord:

Wlz

In 2015 bedroegen de pgb-uitgaven € 1.274 miljoen. In 2016 zijn de uitgaven uitgekomen op € 1.568 miljoen. Voor 2017 bedragen de verwachte uitgaven voor het pgb € 1.998 miljoen (zie tabel 19 van het Financieel Beeld Zorg in de begroting 2018).

Zvw

De uitgaven bedroegen in 2015 € 297,6 miljoen. In 2016 werd ruim € 307 miljoen aan pgb uitgekeerd. In de Zvw wordt binnen het budgettaire kader voor de wijkverpleegkundige zorg vooraf geen afzonderlijk kader voor het pgb vastgesteld. Na afloop van 2017 zal derhalve pas bekend zijn wat is uitgegeven aan het pgb in dat jaar.

Jeugdwet en Wmo

SVB-gegevens laten zien dat er eind 2015 respectievelijk € 406 miljoen en € 864 miljoen aan het pgb door de gemeenten is toegekend in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Voor 2016 gaat de SVB uit van € 591 miljoen voor de Wmo en € 286 miljoen voor de Jeugdwet. Voorts geldt ook voor de Wmo en de Jeugdwet dat vooraf geen afzonderlijk budgettair kader wordt vastgesteld voor het pgb en er dus voor 2017 nog geen gegevens beschikbaar zijn.

Vraag 14

Hoeveel volwassenen en ouderen zijn eenzaam? Hoeveel wordt er besteed aan het bestrijden van eenzaamheid? Hoeveel geld trekt de regering uit voor de bestrijding van eenzaamheid?

Antwoord:

In 2016 gaf 43% van de volwassen bevolking (19 jaar en ouder) aan wel eens eenzaam te zijn. 10% Voelt zich ernstig of zeer ernstig eenzaam. De eenzaamheidscijfers verschillen per leeftijdsgroep. Van de groep 75–84 jaar voelt 10,4% zich ernstig of zeer ernstig eenzaam. Dit is even hoog als de leeftijdscategorie 35–49 jaar, maar lager dan de leeftijdscategorie 50–64 jaar (10,9% ernstig of zeer ernstig eenzaam). De groep 85+ers is het meest eenzaam: hiervan voelt 14,8% zich ernstig of zeer ernstig eenzaam. Gemeenten zijn via de Wmo verantwoordelijk voor de aanpak van eenzaamheid. Er wordt niet bijgehouden hoeveel ze specifiek uitgeven om eenzaamheid te bestrijden. Dit is ook lastig, omdat gemeenten eenzaamheid mede kunnen aanpakken via verschillend gemeentelijk beleid zoals het mantelzorgondersteuning, het stimuleren van vrijwilligerswerk of de inzet van de sociale wijkteams. Specifiek op eenzaamheid, subsidieert het Rijk de Coalitie Erbij met € 500.000 in 2017 en 2018.

Vraag 15

Kunt u een overzicht sturen met de jaarlijkse uitgaven aan zorg vanaf 2000 t/m 2017 in zijn totaal en uitgesplitst per wet?

Antwoord:

In de onderstaande tabel is de jaarlijkse totale netto BKZ-uitgaven uitgesplitst per wet vanaf 2000 t/m 2017 opgenomen.

Netto BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2000–2017 per wet (bedragen x € 1 miljard)
 

2000

2001

2002

20031

2004

2005

2006

20072

2008

Zorgverzekeringswet (Zvw)

17,4

19,2

21,5

23,0

23,2

22,3

23,2

24,0

30,2

Wet langdurige zorg (Wlz)

12,9

14,7

16,8

18,3

19,4

20,4

21,2

21,2

20,2

Wmo (Gemeentefonds)

1,4

1,5

Jeugdwet (Gemeentefonds)

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

1,7

2,0

2,4

0,6

0,7

Netto-BKZ-uitgaven

32,0

35,8

40,7

41,3

42,7

42,7

44,5

47,3

52,6

                   
 

2009

20103

2011

2012

2013

2014

20154

2016

2017

Zorgverzekeringswet (Zvw)

32,4

34,0

34,5

34,7

36,5

36,1

38,8

40,8

43,0

Wet langdurige zorg (Wlz)

21,6

22,7

23,6

26,2

25,5

25,8

17,8

17,9

18,6

Wmo (Gemeentefonds)

1,5

1,5

1,5

1,5

1,6

1,7

4,9

4,9

4,9

Jeugdwet (Gemeentefonds)

2,0

1,9

1,9

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting)

0,8

1,3

1,8

1,9

0,6

0,6

0,5

0,4

0,5

Netto-BKZ-uitgaven

56,3

59,4

61,3

64,3

64,2

64,2

64,1

66,1

68,8

X Noot
1

De overheidssectoren zijn vanaf 2003 t/m 2006 leeg geboekt omdat deze niet meer BKZ relevant waren.

X Noot
2

De integratie-uitkering Wmo huishoudelijke hulp is in 2007 ingevoerd.

X Noot
3

Exclusief de eenmalige stimuleringsimpuls voor de bouw uit het aanvullend coalitieakkoord Balkenende IV (€ 320 miljoen) die niet aan het BKZ is toegerekend.

X Noot
4

Ingaande 2015 is de Wet langdurige zorg in werking getreden.

Vraag 16

Hoeveel is er sinds het aantreden van kabinet Rutte I en Kabinet Rutte II bezuinigd op zorg? Kunt u hiervan een overzicht sturen per bezuinigingsmaatregel en uitgesplitst in aparte tabellen voor Zvw, Wlz, Wmo en Jeugdwet?

Antwoord:

Kijkend naar het BKZ is er niet bezuinigd op zorg, het BKZ is in het Kabinet Rutte I en II gegroeid van € 59,4 naar € 68,8 miljard.

Onderstaand overzicht geeft het totaal aan beleidsmatige mutaties (maatregelen, ramingsbijstellingen en intensiveringen) in het Budgettair Kader Zorg dat sinds het aantreden van het Kabinet Rutte I (Startnota Rutte I) is getroffen. Deze zijn uitgesplitst naar de verschillende domeinen (Zvw, Wlz, Wmo en Jeugd). De budgettaire reeksen zijn in beeld gebracht tot en met het jaar 2018. Het overzicht bevat alleen de beleidsmatige mutaties en dus niet de autonome groei.

De overhevelingen tussen de verschillende domeinen per 1 januari 2015 die samenhangen met de hervorming langdurige zorg zijn aangemerkt als technische mutaties en zijn daarom niet opgenomen in dit overzicht. Het gaat hierbij om de overhevelingen vanuit de AWBZ naar de Zvw, de Wmo en de Jeugdwet. Ten slotte hebben alle hieronder gepresenteerde maatregelen, ramingsbijstellingen en intensiveringen betrekking op het Budgettair Kader Zorg. Deze zijn eerder aan de Kamer gepresenteerd in de verschillende VWS-begrotingen. Voor de volledigheid vindt u hieronder een overzicht van de betreffende Kamerstukken en bijbehorende paginanummers.

Overzicht maatregelen en intensiveringen sinds Rutte I (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

–242,0

–312,0

–362,0

–1.782,0

–1.902,0

–1.902,0

–1.902,0

–1.902,0

–1.902,0

Maatregelen marktwerking curatieve zorg

0,0

0,0

–40,0

–90,0

–130,0

–170,0

–170,0

–170,0

–170,0

Verlagen aantal vergoedezittingen eerstelijns psycholoog

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

Doelmatigheidsmaatregelen GGZ

0,0

0,0

0,0

0,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

Driedrempelvariant eigen bijdrage GGZ

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

GGZ sector verschuiving

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stimuleren zelfmanagement cliënt (E-health) en versterking eerstelijns GGZ

0,0

0,0

0,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

Zelf betalen no-show GGZ

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

Korting geneesmiddelenkader cf Regeerakkoord

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

–32,0

Pakketaanpassing fysiotherapie

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

Afschaffen werelddekking (buiten de EU)

–30,0

–60,0

–60,0

–60,0

–60,0

–60,0

–60,0

–60,0

–60,0

Toetsen of uitgaven van verzekeraars conform het verzekerde basispakket zijn

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

Vooraf besluitvorming toelating tot het collectief verzekerde basispakket

–30,0

–40,0

–50,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

IVF uit het basispakket

0,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

Verbeteren governance en het beperken van gouden handdrukken.

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

Verzekerde prestaties gericht op behandeling van een lage ziektelast uit het basispakket

0,0

0,0

0,0

–1.300,0

–1.300,0

–1.300,0

–1.300,0

–1.300,0

–1.300,0

                   

AWBZ

–20,0

–80,0

–260,0

–834,0

–959,0

–959,0

–959,0

–959,0

–959,0

Revalidatiezorg

0,0

0,0

0,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

Overheveling dagbesteding en begeleiding naar Wmo

0,0

–20,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

scheiden wonen en zorg

0,0

0,0

0,0

–100,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

–140,0

beperken doelgroep AWBZ (IQ-maatregel)

–20,0

–60,0

–120,0

–210,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

Overhevelen zorg voor jeugd naar gemeenten

0,0

0,0

0,0

–54,0

–99,0

–99,0

–99,0

–99,0

–99,0

compensatie eigen bijdrage?

0,0

0,0

0,0

–32,9

–32,9

–32,9

–32,9

–32,9

–32,9

opbrengst eigen risico

0,0

0,0

0,0

–247,1

–247,1

–247,1

–247,1

–247,1

–247,1

                   

Overig begrotingsgefinancierd

–10,3

–4,2

–6,6

–11,6

–11,6

–11,6

–11,6

–11,6

–11,6

loon- en prijsbijstelling

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

Overig

–0,3

5,8

3,4

–1,6

–1,6

–1,6

–1,6

–1,6

–1,6

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

46,7

192,8

131,0

233,9

280,0

280,0

280,0

280,0

280,0

Naar aanvullende verzekeringen overhevelen van aandoeningen met lage ziektelast (doorwerking op compensatie eigen risico)

0,0

0,0

0,0

32,9

32,9

32,9

32,9

32,9

32,9

Naar aanvullende verzekeringen overhevelen van aandoeningen met lage ziektelast (doorwerking op eigen risico)

0,0

0,0

0,0

247,1

247,1

247,1

247,1

247,1

247,1

Overig

46,7

192,8

131,0

–46,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

AWBZ/Wlz

810,7

913,4

870,2

741,3

778,0

778,0

778,0

778,0

778,0

Tariefsverhoging intramurale zorg (GHZ, V&V, GGZ)

142,0

142,0

142,0

142,0

142,0

142,0

142,0

142,0

142,0

ZZP

636,0

636,0

636,0

636,0

636,0

636,0

636,0

636,0

636,0

Overig

32,7

135,4

92,2

–36,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

nog in te vullen maatregelen

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2012 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

–1.261,2

–1.257,2

–1.239,2

–1.239,2

–1.239,2

–1.239,2

–1.239,2

–1.239,2

–1.239,2

Tariefmaatregel huisartsen

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

–132,0

Hoofdlijnenakkoord instellingen voor medisch specialistische zorg

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

–265,0

Korting academische component

–10,0

–20,0

–30,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

Afzien van pakketopname beweegkuur

–69,0

–30,0

–19,0

–9,0

–9,0

–9,0

–9,0

–9,0

–9,0

Pakketuitname dieetadvisering

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

–42,0

Pakketuitname maagzuurremmers

–75,0

–75,0

–58,0

–58,0

–58,0

–58,0

–58,0

–58,0

–58,0

Pakketuitname stoppen met roken

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

Tariefkorting logopedie

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

–6,0

Maatregel fysiotherapie

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

Tariefmaatregel verloskunde

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

–4,0

Kosten oneigenlijk gebruik SEH verhalen op patiënt

0,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

–10,0

Maatregel farmaceutische hulp

–42,0

–57,0

–57,0

–57,0

–57,0

–57,0

–57,0

–57,0

–57,0

Maatregelen ggz

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

–393,0

Rechtmatigheid Zvw

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

–7,0

Eigen bijdrage Zvw

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

–146,2

AWBZ

–139,0

–310,0

–863,0

–939,0

–939,0

–939,0

–939,0

–939,0

–939,0

Maatregel persoonsgebonden budgetten

–119,0

–290,0

–843,0

–919,0

–919,0

–919,0

–919,0

–919,0

–919,0

Inzet taakstellende intensiveringsmiddelen

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

0,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

Inkomensafhankelijke Wtcg

0,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

351,6

334,2

357,6

381,0

381,0

381,0

381,0

381,0

381,0

Verlaging eerdere korting ziekenhuizen

235,2

235,2

235,2

235,2

235,2

235,2

235,2

235,2

235,2

Verlaging eerdere tariefskorting medisch specialisten

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

42,4

Invoering darmkankerscreening

0,0

16,6

40,0

61,4

61,4

61,4

61,4

61,4

61,4

Hulpmiddelen

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

Ramingbijstelling eigen risico Zvw

54,0

20,0

20,0

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

                   

AWBZ/Wlz

134,0

151,0

129,5

115,0

115,0

115,0

115,0

115,0

115,0

Ramingsbijstelling kapitaallasten

34,0

52,0

30,5

16,0

16,0

16,0

16,0

16,0

16,0

Niet doorgaan maatregel minimale eigen betalingen AWBZ

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

80,0

Besparingsverlies beperken doelgroep AWBZ (IQ-maatregel)

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Ramingbijstelling eigen bijdrage AWBZ

0,0

19,0

19,0

19,0

19,0

19,0

19,0

19,0

19,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

65,2

65,2

64,5

64,1

64,1

64,1

64,1

64,1

64,1

Caribisch Nederland

15,2

15,2

14,5

14,1

14,1

14,1

14,1

14,1

14,1

Tekort budget Wtcg

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2013 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0,0

–997,0

–1.042,0

–1.042,0

–1.042,0

–1.042,0

–1.042,0

–1.042,0

–1.042,0

Bestuurlijk akkoord curatieve ggz

0,0

–75,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

Rollator en overige eenvoudige loophulpmiddelen uit het basispakket

0,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

Aanpassing tarieven kaakchirurgie

0,0

0,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

Overheveling FZO naar de VWS begroting

0,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

–20,0

Eigen bijdrage verpleegdag

€ 7,50 instellingen medisch specialistische zorg

0,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

Nieuwe bekostiging hoortoestellen

0,0

–27,0

–27,0

–27,0

–27,0

–27,0

–27,0

–27,0

–27,0

Verhogen eigen risico tot

€ 350 met compensatie lage inkomens

0,0

–800,0

–800,0

–800,0

–800,0

–800,0

–800,0

–800,0

–800,0

                   

AWBZ

0,0

–790,0

–820,0

–870,0

–970,0

–970,0

–970,0

–970,0

–970,0

Extramuralisering AWBZ

0,0

–20,0

–50,0

–100,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

Onder contracteerruimte brengen van bovenbudgettaire vergoedingen

0,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

–40,0

Ongedaan maken tariefsverhoging 5% PGB intramuraal

0,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

Ongedaan maken verhoging ZZP-tarief ggz/ghz

0,0

–280,0

–280,0

–280,0

–280,0

–280,0

–280,0

–280,0

–280,0

Verlaging groeiruimte tot niveau demografie

0,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

Verlaging vergoeding vervoerskosten instellingen

0,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

–150,0

Verlaging budget Wmo vermogensinkomensbijtelling

0,0

–34,0

–34,0

–34,0

–34,0

–34,0

–34,0

–34,0

–34,0

Vermogensinkomensbijtelling AWBZ

0,0

–86,0

–86,0

–86,0

–86,0

–86,0

–86,0

–86,0

–86,0

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

114,4

335,4

315,4

316,4

316,4

316,4

316,4

316,4

316,4

Correctie overgangsbeleid prestatiebekostiging

0,0

37,0

37,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Dieetadvisering in het pakket

0,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

44,0

Rechtmatigheid conform Zvw

47,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Ondersteuning stoppen met roken

0,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

Aanpassing tariefkorting huisartsen

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

34,3

Aanpassing tariefkorting logopedie

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

1,1

Aanpassing tariefkorting verloskunde

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

Werelddekking

30,0

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Ramingsbijstelling eigen risico

0,0

82,0

122,0

160,0

160,0

160,0

160,0

160,0

160,0

Verzachten eigen bijdrage GGZ

0,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

55,0

                   

AWBZ/Wlz

0,0

315,7

435,7

625,7

705,7

705,7

705,7

705,7

705,7

Beschikbaarheidsbijdrage opleidingen AWBZ

0,0

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

25,7

Uitstel overheveling begeleiding naar de Wmo

0,0

80,0

140,0

140,0

140,0

140,0

140,0

140,0

140,0

Terugdraaien IQ-maatregel

0,0

60,0

120,0

210,0

250,0

250,0

250,0

250,0

250,0

Scheiden wonen en zorg

0,0

0,0

0,0

100,0

140,0

180,0

180,0

180,0

180,0

Toekomstbestendiger maken persoonsgebonden budgetten

0,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

150,0

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2014 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0,0

0,0

–688,0

–1.853,6

–2.712,6

–3.822,6

–3.822,6

–3.822,6

–3.822,6

Hoofdlijnenakkoord 2013

0,0

0,0

–250,0

–500,0

–750,0

–1.000,0

–1.000,0

–1.000,0

–1.000,0

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

0,0

0,0

–150,0

–300,0

–300,0

–300,0

–300,0

–300,0

–300,0

Beperking groei medisch-specialistische zorg, ggz, huisartsen RA Rutte-Asscher

0,0

0,0

0,0

–355,0

–760,0

–1.175,0

–1.175,0

–1.175,0

–1.175,0

Stringent pakketbeheer RA Rutte-Asscher

0,0

0,0

0,0

0,0

–75,0

–225,0

–225,0

–225,0

–225,0

Verlaging ILO 2014–2017

0,0

0,0

–88,0

–261,0

–340,0

–485,0

–485,0

–485,0

–485,0

Dekking intensivering wijkverpleegkundige

0,0

0,0

0,0

–50,0

–100,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

Honoraria medisch specialisten

0,0

0,0

0,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

Concentratie topreferente zorg

0,0

0,0

0,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

Afschaffen inkomensondersteunende regelingen

0,0

0,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

–200,0

Korting honoraria kaakchirurgie

0,0

0,0

0,0

–17,6

–17,6

–17,6

–17,6

–17,6

–17,6

                   

AWBZ/Wlz

0,0

–118,9

–791,8

–2.406,2

–2.746,9

–3.514,5

–3.514,5

–3.514,5

–3.514,5

Maatregel persoonlijke verzorging en decentralisatie begeleiding (RA)

0,0

0,0

0,0

–1.607,0

–1.607,0

–1.622,0

–1.622,0

–1.622,0

–1.622,0

Tariefskorting AWBZ (Korting contracteerruimte ZIN)

0,0

0,0

–330,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Landelijke invoering intramurale AWBZ (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

–45,0

–500,0

–500,0

–500,0

–500,0

Verlaging ILO 2014–2017

0,0

0,0

–60,0

–215,0

–314,0

–425,0

–425,0

–425,0

–425,0

Tariefmaatregel intramurale zorg

0,0

0,0

–160,0

–200,0

–200,0

–250,0

–250,0

–250,0

–250,0

Beperken groeiruimte / contracteerruimte

0,0

0,0

–21,0

–21,0

–169,0

–260,0

–260,0

–260,0

–260,0

Extramuraliseren ZZP 4 (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

–35,0

–70,0

–70,0

–70,0

–70,0

Nominaal beeld

0,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

–100,0

Compensatie extramuraliseren zzp's

0,0

–18,9

–68,9

–31,3

–45,0

–55,6

–55,6

–55,6

–55,6

Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ

0,0

0,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

Wtcg afschaffen/Korting extramurale eigen bijdrage AWBZ en Wmo

0,0

0,0

0,0

–180,0

–180,0

–180,0

–180,0

–180,0

–180,0

Uitname t.b.v. beheerskosten CAK

0,0

0,0

–1,9

–1,9

–1,9

–1,9

–1,9

–1,9

–1,9

                   

Wmo hv

0,0

0,0

–55,1

–1.030,1

–1.195,1

–1.195,1

–1.195,1

–1.195,1

–1.195,1

Korting huishoudelijke verzorging

0,0

0,0

0,0

–975,0

–1.140,0

–1.140,0

–1.140,0

–1.140,0

–1.140,0

Uitkering maatwerk

0,0

0,0

–55,1

–55,1

–55,1

–55,1

–55,1

–55,1

–55,1

                   

Jeugd

0,0

0,0

0,0

–15,0

–44,0

–73,0

–73,0

–73,0

–73,0

Ontschotten jeugdzorg (RA)

0,0

0,0

0,0

–15,0

–44,0

–73,0

–73,0

–73,0

–73,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

3,4

147,5

–73,4

–349,4

–410,3

–411,2

–411,2

–411,2

–411,2

Mutatie Zorgopleidingen (begroting VWS)

34,7

134,2

–71,5

–10,5

–5,5

–2,5

–2,5

–2,5

–2,5

Mutatie Wtcg (begroting VWS)

–31,2

13,3

–1,9

–338,9

–404,7

–408,7

–408,7

–408,7

–408,7

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

8,4

164,9

296,2

1.567,2

1.626,2

1.788,2

1.788,2

1.788,2

1.788,2

Lage ziektelast

0,0

0,0

0,0

1.200,0

1.200,0

1.200,0

1.200,0

1.200,0

1.200,0

Stringent pakketbeheer RA Rutte-Verhagen

0,0

0,0

10,0

30,0

30,0

30,0

30,0

30,0

30,0

Intensivering wijkverpleegkundige

0,0

0,0

0,0

50,0

100,0

250,0

250,0

250,0

250,0

Harmoniseren pensioenen en verzachten korting Opleidingsfonds

0,0

0,0

37,0

51,0

60,0

67,0

67,0

67,0

67,0

Compensatie ggz-kader (m.n. jeugd-ggz)

0,0

0,0

10,0

40,0

40,0

45,0

45,0

45,0

45,0

Werelddekking

0,0

0,0

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Tariefsaanpassing logopedie

8,4

19,9

34,2

34,2

34,2

34,2

34,2

34,2

34,2

Overheveling pensioenfonds UMC's

0,0

0,0

0,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

Eigen bijdrage ggz/verpleegdag

0,0

145,0

145,0

145,0

145,0

145,0

145,0

145,0

145,0

                   

AWBZ/Wlz

0,0

17,0

265,0

295,0

395,0

645,0

645,0

645,0

645,0

Verzachten extramuraliseren

0,0

0,0

0,0

30,0

130,0

280,0

280,0

280,0

280,0

Verzachten vermogensinkomensbijtelling

0,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

17,0

Verzachten RA: intramurale eigen bijdrage

0,0

0,0

248,0

248,0

248,0

248,0

248,0

248,0

248,0

Intensivering arbeidsmarkt zorg (RA)

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

                   

Wmo hv

0,0

15,0

153,7

1.219,0

1.289,0

1.291,0

1.291,0

1.291,0

1.291,0

Verzachten korting huishoudelijke verzorging

0,0

0,0

0,0

510,0

530,0

530,0

530,0

530,0

530,0

Middelen maatwerkvoorziening (compensatie afschaffen Wtcg)

0,0

0,0

100,0

709,0

759,0

761,0

761,0

761,0

761,0

Compensatie Wmo extramuraliseren zzp's

0,0

15,0

53,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

Jeugd

0,0

0,0

0,0

35,0

35,0

35,0

35,0

35,0

35,0

Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg

0,0

0,0

0,0

35,0

35,0

35,0

35,0

35,0

35,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

20,9

13,4

5,6

9,8

5,1

1,6

1,6

1,6

1,6

Mutatie Caribisch Nederland (begroting VWS)

20,9

13,4

5,4

8,6

3,8

0,2

0,2

0,2

0,2

Overige

0,0

0,0

0,2

1,2

1,3

1,4

1,4

1,4

1,4

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2015 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0

0

–15,1

–319,6

–476,2

–623,3

–616,3

–616,3

–616,3

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

0

0

–15,1

–193,3

–243,9

–313,0

–313,0

–313,0

–313,0

Dekking plan van aanpak NVWA

0

0

0,0

–10,3

–10,3

–10,3

–10,3

–10,3

–10,3

Kasschuif middelen subsidieregeling overgang integrale tarieven MSZ

0

0

0,0

75,0

0,0

–25,0

–25,0

–25,0

–25,0

Plafond beschikbaarheidbijdrage academische zorg

0

0

0,0

–36,0

–57,0

–80,0

–73,0

–73,0

–73,0

Tariefstelling hulpmiddelen

0

0

0,0

–145,0

–145,0

–145,0

–145,0

–145,0

–145,0

Sociale wijkteams

0

0

0,0

–10,0

–20,0

–50,0

–50,0

–50,0

–50,0

                   

AWBZ/Wlz

0

0

–12,8

–248,0

–564,0

–574,0

–687,0

–750,0

–750,0

Begrotingsafspraken 2014

                 

Doelmatiger Zorginkoop AWBZ

0

0

0,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

–30,0

Transitie hervorming langdurige zorg

0

0

0,0

–100,0

–110,0

–120,0

–120,0

–120,0

–120,0

Zorgakkoord december

                 

Beperken groeiruimte tot demo

0

0

0,0

–103,0

–409,0

–409,0

–409,0

–409,0

–409,0

Zorgakkoord april 2014

                 

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

0

0

0,0

–15,0

–15,0

–15,0

–15,0

–15,0

–15,0

Pgb-trekkingsrechten

0

0

-12,8

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Ramingsbijstelling groeiruimte care

0

0

0,0

0,0

0,0

0,0

–113,0

–176,0

–176,0

                   

Wmo hv

0

0

–0,2

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

Zorgakkoord april 2014

                 

Overheveling Wmo HV

0

0

–0,2

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

–142,3

                   

Wmo 2015

0

0

0,0

–14,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Bijdrage VNG Wmo

0

0

0,0

–14,7

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

0

0

0,0

–337,9

–363,0

–488,0

–488,0

–488,0

–438,0

Budget na afschaffing Wtcg en CER

0

0

0,0

–438,0

–438,0

–438,0

–438,0

–438,0

–438,0

Kasschuif middelen arbeidsmarkt intensivering

0

0

0,0

75,0

75,0

–50,0

–50,0

–50,0

0,0

Wmo

0

0

0,0

40,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overig

0

0

0,0

-14,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

0

0

12,5

112,5

137,5

90,0

90,0

90,0

90,0

Voorwaardelijke toelating geneeskundige zorg (intramuraal)

0

0

12,5

37,5

62,5

75,0

75,0

75,0

75,0

Werelddekking

0

0

0,0

60,0

60,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overheveling bovenbudgettaire vergoedingen

0

0

0,0

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

15,0

                   

AWBZ/Wlz

0

0

0,0

530,0

408,0

420,0

425,0

435,0

435,0

Zorgakkoord december

                 

Overgangsrecht Wlz

0

0

0,0

125,0

73,0

70,0

65,0

65,0

65,0

Overgangsrecht Wmo

0

0

0,0

200,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overgangsproblematiek Zvw

0

0

0,0

100,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Verzachting taakstelling Hlz

0

0

0,0

0,0

200,0

200,0

200,0

200,0

200,0

Zorgakkoord april 2014

                 

Middelen instelling extra plaatsen

0

0

0,0

5,0

35,0

50,0

60,0

70,0

70,0

Extra middelen intramurale begeleiding

0

0

0,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

100,0

                   

Wmo 2015

0

0

0,0

195,0

165,0

50,0

40,0

40,0

40,0

Zorgakkoord april 2014

                 

Verzachting Wmo

0

0

0,0

195,0

165,0

50,0

40,0

40,0

40,0

                   

Jeugd

0

0

0,0

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Zorgakkoord april 2014

                 

Verzachting jeugd sociaal domein

0

0

0,0

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

                   

Overig begrotingsgefinancierd

0

0

0,2

142,3

142,3

142,3

142,3

142,3

142,3

Volume index 2014

0

0

0,2

30,4

30,4

30,4

30,4

30,4

30,4

Volume index 2015

0

0

0,0

34,1

34,1

34,1

34,1

34,1

34,1

Effect extramuralisatie

0

0

0,0

77,8

77,8

77,8

77,8

77,8

77,8

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2016 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0

0

0

–497,1

–817,1

–613,4

–597,5

–597,5

–597,5

Tarieven tandheelkunde

0

0

0

–18,0

–35,0

–35,0

–35,0

–35,0

–35,0

Additionele ruimte geneesmiddelen

0

0

0

–149,2

–291,3

–350,0

–345,0

–345,0

–345,0

Overheveling subsidieregeling kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

0

0

0

–37,4

–37,4

–37,4

–37,4

–37,4

–37,4

Dekking ophoging budget eerstelijnsverblijf

0

0

0

–33,5

–42,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitstel overgang eerstelijnsverblijf naar Zvw

0

0

0

–96,3

–180,5

0,0

0,0

0,0

0,0

IJklijnmuaties beleidsbrief kwaliteit loont

0

0

0

–10,0

–13,0

–14,5

–14,5

–14,5

–14,5

Vrijval nominaal en onverdeeld

0

0

0

–164,8

–193,0

–153,8

–153,8

–153,8

–153,8

Herverdelingseffecten Zvw

0

0

0

7,0

–4,7

–4,7

–4,7

–4,7

–4,7

Overige

0

0

0

5,0

–20,2

–18,0

–7,1

–7,1

–7,1

                   

AWBZ/Wlz

0

0

0

–346,2

–633,3

–969,1

–976,5

–966,5

–961,5

Dekking ophogen budget eerstelijnsverblijf

0

0

0

–33,5

–35,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Wlz uitvoeringskosten

0

0

0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

–55,0

Dekking uitgaven SVB pgb's

0

0

0

–42,7

–8,4

–8,4

–5,7

–5,7

–5,7

Dekking pgb-tekort

0

0

0

0,0

–116,0

–176,0

–176,0

–176,0

–176,0

Kasschuif groeiruimte care

0

0

0

–50,0

50,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Vrijval CIZ

0

0

0

–23,0

–23,0

–23,0

–23,0

–23,0

–23,0

Ruimte abortusklinieken

0

0

0

–11,3

–11,3

–11,3

–11,3

–11,3

–11,3

Invoering NHC Jeugd

0

0

0

0,0

–11,0

–20,0

–28,0

–28,0

–28,0

Herverdelingseffecten Wlz

0

0

0

0,0

–208,0

–446,0

–446,0

–446,0

–446,0

Onderuitputting contracteerruimte Wlz

0

0

0

–22,9

–40,3

–40,3

–40,3

–40,3

–40,3

Overige

0

0

0

–13,8

–63,3

–66,1

–66,2

–66,2

–66,2

Eigen bijdrage Wlz

0

0

0

–94,0

–112,0

–123,0

–125,0

–115,0

–110,0

                   

Wmo 2015

0

0

0

19,2

–21,5

–12,5

–12,5

–12,5

–52,3

Dekking middelen huishoudelijke hulp-toelage

0

0

0

0,0

0,0

–10,0

–10,0

–10,0

–50,0

Onvolkomendheid woonplaatsbeginsel jeugdzorg

0

0

0

20,0

–20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overige

0

0

0

–0,8

–1,5

–2,5

–2,5

–2,5

–2,3

                   

Jeugd

0

0

0

–20,0

46,8

38,8

39,7

39,7

39,7

Herverdelingseffecten Jeugd

0

0

0

–20,0

46,8

38,8

39,7

39,7

39,7

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

0

0

0

35,0

115,0

39,5

39,5

39,5

39,5

Darmkankerscreening

0

0

0

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

25,0

Ophogen budget eerstelijnsverblijf

0

0

0

0,0

77,0

0,0

0,0

0,0

0,0

P&M-intensivering beleidsbrief Kwaliteit Loont

0

0

0

10,0

13,0

14,5

14,5

14,5

14,5

                   

AWBZ/Wlz

0

0

0

469,9

842,7

743,2

780,5

716,5

726,5

Ophogen budget eerstelijnsverblijf

0

0

0

67,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitstel overgang eerstelijnsverblijf naar Zvw

0

0

0

96,3

180,5

0,0

0,0

0,0

0,0

Kosten SVB pgb trekkingsrechten

0

0

0

42,7

8,4

8,4

5,7

5,7

5,7

Pgb-tekort Wlz wegens hogere toestroom

0

0

0

91,0

133,0

160,0

160,0

160,0

160,0

Extramuraliseringseffecten (zzp's 1–3 en zzp4)

0

0

0

150,0

259,0

338,0

378,0

309,0

274,0

Huishoudelijke hulp Wlz MPT

0

0

0

0,0

27,0

27,0

27,0

27,0

27,0

Passend onderwijs

0

0

0

22,9

57,3

57,3

57,3

57,3

57,3

Compensatie RA-maatregel kern-awbz in 2016

0

0

0

0,0

45,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Enveloppe: waardigheid en trots

0

0

0

0,0

132,5

152,5

152,5

157,5

202,5

                   

Wmo 2015

0

0

0

49,4

266,4

419,0

419,7

419,7

419,7

Huishoudelijke hulp toelage

0

0

0

13,5

66,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Meeropbrengst pgb trekkingsrechten gemeenten

0

0

0

20,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Lpo tranche 2015

0

0

0

6,9

6,9

6,7

6,8

6,8

6,8

Capaciteitsreductie gesloten jeugdzorg

0

0

0

9,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Herverdelingseffecten Wmo 2015

0

0

0

0,0

193,5

412,3

412,9

412,9

412,9

                   

Overig begrotingsgefinancierd

0

0

0

–39,2

99,4

104,2

34,4

26,6

36,4

Overig

0

0

0

–39,2

99,4

104,2

34,4

26,6

36,4

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2017 (bdragen X € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0

0

0

0

–619,1

–956,0

–975,8

–1.010,8

–1.035,7

Schadevergoeding Erasmus MC

0

0

0

0

–4,0

–87,5

–87,5

–68,0

0,0

Taakstelling stringent pakketbeheer

0

0

0

0

75,0

225,0

225,0

225,0

225,0

Invulling stringent pakketbeheer msz

0

0

0

0

 

–125,0

–150,0

–150,0

–150,0

Invulling stringent pakketbeheer ggz

0

0

0

0

–25,0

–25,0

–25,0

–25,0

–25,0

Invulling stringent pakketbeheer hulpmiddelen

0

0

0

0

–50,0

–75,0

–50,0

–50,0

–50,0

Dekking pakketuitbreiding

0

0

0

0

0,0

0,0

–25,0

–25,0

–25,0

Besluitvorming overschrijdingen msz

0

0

0

0

–70,0

–29,0

0,0

0,0

0,0

Kasschuif resterende middelen integrale tarieven

0

0

0

0

–68,8

0,0

25,0

34,0

10,0

Nominaal en onverdeeld Zvw

0

0

0

0

–469,9

–732,7

–755,5

–808,9

–879,9

Dekking verhoging budget eerstelijns verblijf vanuit de Zvw

0

0

0

0

0,0

–46,5

–46,0

–46,0

–46,0

Beschikbaarheidbijdrage opleidingen msz

0

0

0

0

0,0

–9,0

–26,0

–26,0

–26,0

Indicatiestelling gebitsprothese

0

0

0

0

0,0

–19,4

–19,4

–19,4

–19,4

Overige

0

0

0

0

–6,3

–31,9

–41,4

–51,5

–49,4

                   

Wlz

0

0

0

0

–74,1

83,8

97,6

112,2

100,9

Uitvoeringskosten/compensatie pgb gemeenten

0

0

0

0

–31,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitstel overheveling HH MPT vanuit Wmo naar Wlz

0

0

0

0

–26,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Nominaal en onverdeeld Wlz

0

0

0

0

–14,2

–380,2

–273,2

–273,2

–273,2

Onderuitputting EB en overheveling huisvestingskosten ELV

0

0

0

0

0,0

–46,7

–43,7

–41,2

–41,2

Overheveling ZiN naar pgb

0

0

0

0

0,0

–96,0

–139,0

–139,0

–139,0

Tarieven NHC's

0

0

0

0

0,0

0,0

–15,0

–15,0

–15,0

Schrappen taakstelling Wlz

0

0

0

0

0,0

400,0

400,0

400,0

400,0

Uitstel overheveling HH MPT naar Wlz

0

0

0

0

 

–17,0

–17,0

–17,0

–17,0

Herverdeeleffecten Hlz

0

0

0

0

0,0

226,1

185,6

184,4

177,2

Overige

0

0

0

0

–2,0

–2,4

–0,1

13,2

9,1

                   

Wmo en Jegdwet

0

0

0

0

0,0

–226,1

–185,6

–184,4

–177,2

Herverdeeleffecten Hlz

0

0

0

0

0,0

–226,1

–185,6

–184,4

–177,2

                   

Begrotingsgefinancierd

0

0

0

0

226,3

–24,0

–61,2

–48,4

–73,1

Overige

0

0

0

0

226,3

–24,0

–61,2

–48,4

–73,1

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

0

0

0

0

25,1

204,3

256,7

259,7

306,2

Verhoging budget eerstelijns verblijf

0

0

0

0

0,0

77,0

76,0

76,0

76,0

Plastische chirurgie

0

0

0

0

0,0

14,8

14,8

14,8

14,8

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

0

0

0

0

0,0

0,0

26,0

26,0

26,0

Migratieproblematiek

0

0

0

0

23,6

76,5

94,9

94,9

94,9

Correctie extrapolatie integrale tarieven

0

0

0

0

0,0

0,0

0,0

0,0

50,0

Verwarde personen

0

0

0

0

15,0

30,0

30,0

30,0

30,0

Kasschuif verwarde personen

0

0

0

0

–13,5

–4,0

5,0

8,0

4,5

Besparingsverlies werelddekking

0

0

0

0

0,0

15,8

16,6

17,4

18,2

Dekking besparingsverlies werelddekking Marokko

0

0

0

0

0,0

–5,8

–6,6

–7,4

–8,2

                   

AWBZ/Wlz

0

0

0

0

–122,7

14,9

83,9

83,8

84,0

Waardigheid en Trots

0

0

0

0

–17,5

–17,5

–17,5

–17,5

–17,5

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten vanaf 2017

0

0

0

0

0,0

16,2

13,9

13,9

13,9

Hogere toestroom pgb

0

0

0

0

0,0

122,0

193,0

193,0

193,0

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

0

0

0

0

–105,2

–105,8

–105,5

–105,6

–105,4

                   

Wmo en Jegdwet

0

0

0

0

148,9

133,0

132,7

132,8

132,7

Compensatie derving eigen bijdrage Jeugdwet (Gemeentefonds)

0

0

0

0

26,6

26,6

26,6

26,6

26,6

Compensatie beschermd wonen (Gemeentefonds)

0

0

0

0

9,8

0,0

0,0

0,0

0,0

Compensatie eigen bijdragen gemeenten

0

0

0

0

5,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Compensatie Wmo 2015

0

0

0

0

2,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitdeling lpo 2016 Wmo en Jeugd

0

0

0

0

105,2

105,8

105,5

105,6

105,4

Overige

0

0

0

0

0,0

0,6

0,6

0,6

0,7

Overzicht maatregelen en intensiveringen OW 2018 (bedragen X € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Maatregelen

                 

Zvw

0

0

0

0

0

–90,6

–377,3

–382,5

–379,3

Nominaal en onverdeeld Zvw

0

0

0

0

0

–82,7

–67,0

–78,1

–81,1

Lagere groei door zorgakkoorden 2018

0

0

0

0

0

0,0

–280,0

–280,0

–280,0

Overige beleidsmatige bijstellingen

0

0

0

0

0

–7,9

–30,3

–24,4

–18,2

                   

Wlz

0

0

0

0

0

–40,6

–282,7

–293,0

–363,7

Nominaal en onverdeeld Wlz

0

0

0

0

0

–14,1

–73,5

–35,3

–35,3

Arbeidsmarktagenda kwaliteitskader

0

0

0

0

0

–5,0

–67,5

–67,5

–67,5

Openstaande reeks

0

0

0

0

0

0,0

0,0

–136,2

–207,6

Ruimte zorginfrastructuur

0

0

0

0

0

0,0

–70,0

–10,1

–9,4

Extramuralisering tranche 2018 Wmo

0

0

0

0

0

0,0

–41,9

–41,9

–41,9

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

0

0

0

0

0

–18,0

0,0

0,0

0,0

Zorginfrastructuur

0

0

0

0

0

0,0

–27,8

0,0

0,0

Overig beleidsmatige bijstellingen

0

0

0

0

0

–3,5

–2,0

–2,0

–2,0

                   

Begrotingsgefinancierd

0

0

0

0

0

5,0

67,5

67,5

67,5

Arbeidsmarktagenda verpleeghuiszorg (Art.4)

0

0

0

0

0

5,0

67,5

67,5

67,5

                   

Intensiveringen

                 

Zvw

0

0

0

0

0

109,8

100,1

100,8

102,5

Besparingsverlies werelddekking

0

0

0

0

0

45,0

45,0

45,0

45,0

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

0

0

0

0

0

64,8

35,9

36,6

38,3

Bijstelling tarieven verloskunde

0

0

0

0

0

0,0

19,2

19,2

19,2

                   

Wlz

0

0

0

0

0

205,0

566,9

1.100,3

1.692,4

Kwaliteit verpleegzorg (incidenteel)

0

0

0

0

0

100,0

0,0

0,0

0,0

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (structureel)

0

0

0

0

0

100,0

435,0

1.038,3

1.635,4

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

0

0

0

0

0

5,0

131,9

132,0

132,0

Ramingsbijstelling groeiruimte Wlz

0

0

0

0

0

0,0

0,0

–70,0

–75,0

                   

Wmo en Jeugdwet

0

0

0

0

0

101,0

149,7

121,9

139,9

Financiële compensatie via de eigen bijdragen Wmo 2015

0

0

0

0

0

50,0

50,0

50,0

50,0

Uitname correctie herinstromers

0

0

0

0

0

0,0

0,0

0,0

18,0

Uitname correctie herinstromers

0

0

0

0

0

30,0

30,0

30,0

30,0

Extramuralisering tranche 2018 Wmo

0

0

0

0

0

0,0

41,9

41,9

41,9

Compensatie in verband met de coulancegroep ggz-B

0

0

0

0

0

18,0

0,0

0,0

0,0

Zorginfrastructuur

0

0

0

0

0

0,0

27,8

0,0

0,0

Overige beleidsmatige bijstellingen

0

0

0

0

0

3,0

0,0

0,0

0,0

Vraag 17

Hoeveel is er sinds het aantreden van kabinet Rutte I en Kabinet Rutte II geïnvesteerd in de zorg? Kunt u dit zowel weergeven in een totaalbedrag als uitgesplitst in aparte tabellen voor Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet?

Antwoord:

In totaal is er sinds het aantreden van het Kabinet Rutte I en Rutte II € 68,8 miljard – € 59,4 miljard = € 9,4 miljard. Zie verder het antwoord op vraag 16.

Vraag 18

Kunt u een overzicht sturen van de bezuinigingen, uitgesplitst per Wmo, Wlz, Zvw en Jeugdzorg voor het komende jaar t/m 2020?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 16.

Vraag 19

Kunt u de Kamer een recent overzicht doen toekomen met alle bezuinigingen op de langdurige zorg (Wlz, Wmo en jeugdzorg) als het gaat om de jaren 2015 t/m 2020 (uitgesplitst naar jaartal)?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 16.

Vraag 20

Hoeveel geven andere Europese landen uit aan curatieve en langdurige zorg? Kunt u hiervan een overzicht sturen?

Antwoord:

Als het gaat om uitgaven aan curatieve zorg valt Nederland in de middenmoot ten opzichte van andere Europese landen. In onderstaand overzicht zijn de uitgaven aan curatieve zorg in verschillende Europese landen opgenomen, uitgedrukt in % bbp. Deze data zijn afkomstig van de OECD Health Database.

De uitgaven aan langdurige zorg zijn in internationaal perspectief hoog te noemen. Dit valt ook te zien in onderstaande tabel. De uitgaven aan langdurige zorg zijn internationaal lastig te meten omdat deze zorg veelal belegd is op decentraal (gemeentelijk of regionaal) niveau. Deze data zijn afkomstig van de OECD Health Database.

Daarbij moet tevens gemeld worden dat de meest recente cijfers het jaar 2015 betreffen. Dat was net na de hervorming van de langdurige zorg. In het kader van die hervorming is geschoven tussen de verschillende kaders, waardoor er een breuk in de data heeft plaatsgevonden voor Nederland.

Vraag 21

Kunt u aangeven waarop andere Europese landen bezuinigen als het gaat om zorg? Kunt u hiervan een overzicht en uw duiding hiervan sturen?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 547 uit de Begrotingsbehandeling voor het jaar 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 11).

Vraag 22

Welke ontwikkelingen in de curatieve en langdurige zorg vinden plaats in andere Europese landen?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 548 uit de Begrotingsbehandeling voor het jaar 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 11).

Vraag 23

Kunt u een overzicht geven van bestaande EU richtlijnen en verordeningen binnen het domein van VWS?

Antwoord:

Het VWS-beleidsterrein wordt op een aantal onderdelen sterk bepaald door Europese regelgeving. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan Europese regels met betrekking tot geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, voedsel- en productveiligheid en veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal.

Verder bestaat er Europese regelgeving op terreinen die deels het terrein van VWS raakt maar ook de beleidsterreinen van andere ministeries, bijvoorbeeld toegankelijkheid voor mensen met een handicap, coördinatie van sociale zekerheid, grondrechten en de verwerking van persoonsgegevens.

Een volledig overzicht van de Europese wet- en regelgeving is te vinden op de website van de Europese Unie EUR-Lex: http://eur-lex.europa.eu. Deze website heeft een uitgebreide zoekfunctie, waarmee onder andere op onderwerp/beleidsterrein kan worden gezocht.

Vraag 24

Kunt u een overzicht geven van EU richtlijnen en verordeningen die nog niet zijn aangenomen?

Antwoord:

Alle voorstellen voor nieuwe EU-wetgeving worden, vergezeld van een BNC-fiche, aan de Tweede Kamer toegezonden (Kamerstukken 22 112). BNC-fiches bevatten onder meer een samenvatting van het voorstel en de beoogde onderhandelingsinzet van het kabinet. Via de website van Europese Unie (http://eur-lex.europa.eu/collection/legislative-procedures.html) kan de voortgang van de Europese wetgevingsprocedures worden gevolgd.

Verder ontvangt de Tweede Kamer ieder kwartaal van de Minister van Buitenlandse Zaken een overzicht van de stand van zaken bij de implementatie van EU-richtlijnen in de Nederlandse wet- en regelgeving (Kamerstukken 21 109). Deze brieven bevatten als bijlage een overzicht met recent vastgestelde Europese regelgeving en het departement dat verantwoordelijk is voor de implementatie.

Vraag 25

Wat is de Gini-coëfficiënt (inkomensongelijkheid) in de zorg? Hoe heeft deze zich de afgelopen 15 jaar ontwikkeld? En hoe verhoudt deze Gini-coëfficiënt in de zorg tot de Gini-coëfficiënt voor heel Nederland?

Antwoord:

Voor specifieke sectoren wordt door het CPB geen Gini-coëfficënt berekend en bijgehouden.

Vraag 26

Wat verdient een verzorgende gemiddeld in de zorg? Wat verdient een verplegende gemiddeld in de zorg? Wat verdient een huisarts gemiddeld in de zorg? Wat verdient een medisch specialist gemiddeld in de zorg? Wat verdient een directeur van een ziekenhuis gemiddeld in de zorg? Wat verdient een directeur van een ouderenzorginstelling gemiddeld in de zorg?

Antwoord:

Op YouChooz.nl zijn voor een veelheid aan beroepen in de zorg allerlei gegevens opgenomen, waaronder een salarisindicatie. De salarisindicaties zijn voor 2017. Genoemde bedragen zijn exclusief 8% vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en onregelmatigheidstoeslag.

Een verzorgende-IG heeft een bruto startsalaris van minimaal € 1.615,–. Het salaris kan oplopen tot € 2.750. Het salaris is afhankelijk van de relevante cao. Voor ongeveer 40% van de gewerkte uren geldt dat nog een onregelmatigheidstoeslag van toepassing is.

Het salaris van een verpleegkundige is afhankelijk van de specialisatie. Een beginnend kinderverpleegkundige heeft een bruto salaris van € 1.820,– per maand. Dit kan oplopen tot ongeveer € 2.960,–. Salarissen verschillen per ziekenhuis omdat de functie-inhoud niet overal gelijk is. De uren waarop onregelmatigheidstoeslag van toepassing is variëren van 22% tot 72%.

Een ambulanceverpleegkundige heeft afhankelijk van opleiding en ervaring een salaris van € 2.455,– en € 3.640,– bruto per maand bij een fulltime dienstverband. Er is een aparte cao voor de ambulancezorg waarin vergoedingen voor onregelmatigheidstoeslag en reiskostenvergoeding zijn geregeld.

Een huisarts werkzaam in een huisartsenpraktijk of gezondheidscentrum heeft een bruto salaris van € 3.620,– per maand tot € 5.530,–. Voor nacht- of weekenddiensten geldt een onregelmatigheidstoeslag (huisartsen in loondienst).

Een specialist ouderengeneeskunde verdient een salaris van € 4.050,– tot € 6.160,– bruto per maand. Ook hier is een onregelmatigheidstoeslag van toepassing.

Over gemiddelde salarissen van directeuren in de zorg of directeuren van een ouderenzorginstellingen heb ik geen gegevens.

Vraag 27

Wat is het hoogste inkomen van een medisch specialist in Nederland? Wat is het hoogste inkomen van een ziekenhuisdirecteur in Nederland? Wat is het hoogste inkomen van een directeur van een ouderenzorginstelling in Nederland? Wat is het hoogste inkomen van een thuiszorgdirecteur in Nederland? Wat is het hoogste inkomen van een werknemer van het Ministerie van VWS?

Antwoord:

In de gevraagde hoogste inkomens heb ik geen inzicht, met uitzondering van het hoogste inkomen van een werknemer van het Ministerie van VWS. Dit laatste is namelijk het bekende salaris van een Minister. Verder geldt dat een ziekenhuisdirecteur, een directeur van een oudereninstelling en een thuiszorgdirecteur onder de WNT kunnen vallen, mits zij voldoen aan de definitie van «topfunctionaris», zoals bedoeld in de WNT. Is daarvan sprake geldt ook voor hen de maximum WNT-bezoldiging.

Vraag 28

Hoeveel procent van de zorgpremie gaat daadwerkelijk naar de zorg en hoeveel procent gaat naar (de organisatie van) de zorgverzekeraar?

Antwoord:

Op basis van de transparantieoverzichten van zorgverzekeraars over 2016 bedragen de bedrijfskosten van de zorgverzekeraars 3,3% van de premie-inkomsten inclusief vereveningsbijdrage. Hiermee gaat ruim 96% van de premie-inkomsten naar de zorg.

Vraag 29:

Hoeveel medische missers zijn er de afgelopen 15 jaar in Nederland gemaakt? Kunt u een jaaroverzicht geven om te laten zien of er een stijgende of dalende lijn is?

Antwoord

Hoewel ik geen voorstander ben van het gebruik van de term «medische misser» geef ik hieronder een overzicht van het aantal verplichte meldingen van ziekenhuizen vanaf het jaar dat deze cijfers door de Inspectie worden bijgehouden (2009) tot en met het jaar 2016. Hierbij gaat het om melding van calamiteiten, geweld binnen de zorgrelatie en ontslag wegens disfunctioneren, welke verplicht moeten worden gemeld bij de inspectie overeenkomstig de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

Het valt de Inspectie op dat ziekenhuizen calamiteiten beter leren herkennen, waardoor het aantal meldingen stijgt. Dat betekent niet dat de zorg minder veilig wordt. Integendeel, doordat ziekenhuizen meer melden, onderzoeken ze meer en wordt de kans kleiner dat de ongewenste situatie nog eens voorkomt.

Ontvangen verplichte meldingen door ziekenhuizen, in aantallen

2009

515

2010

541

2011

605

2012

737

2013

773

2014

900

2015

958

2016

1.306

Bron: «in openheid leren van meldingen, IGZ, 2016», www.igz.nl.

Vraag 30

Hoeveel tuchtzaken zijn er de afgelopen 15 jaar in Nederland tegen artsen geweest? Kunt u een jaaroverzicht geven om te laten zien of er een stijgende of een dalende lijn is?

Antwoord:

Onderstaand overzicht bevat de jaarlijkse aantallen door de Regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg (RTG) afgehandelde tuchtzaken. De cijfers zijn ontleend aan de jaarverslagen van de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg. De tuchtcolleges brengen sinds 2008 een gezamenlijk jaarverslag uit. In de tweede kolom is het aantal per jaar afgehandelde tuchtklachten tegen artsen opgenomen. In de derde kolom is het totaal aantal per jaar afgehandelde tuchtklachten (voor alle acht registerberoepen) opgenomen. Over het jaar 2006 en voorgaande jaren zijn alleen het aantal per jaar afgehandelde tuchtklachten (voor alle acht registerberoepen) beschikbaar voor zover de afzonderlijke regionale tuchtcolleges die bij hebben gehouden. Voor zover de kolommen over het jaar 2006 en voorgaande jaren leeg zijn, zijn geen cijfers bijgehouden en zijn deze cijfers ook niet meer betrouwbaar te achterhalen.

Jaar

Totaal afgehandelde klachten tegen arts

Totaal afgehandelde klachten

RTG Amsterdam

RTG

Den Haag

RTG Eindhoven

RTG Zwolle

RTG Groningen

2016

1.088

1.537

         

2015

1.064

1.609

         

2014

1.125

1.710

         

2013

1.118

1.714

         

2012

1.056

1.625

         

2011

1.024

1.590

         

2010

997

1.493

         

2009

790

1.309

         

2008

905

1.347

         

2007

933

1.293

         

2006

   

393

 

352

269

115

2005

   

305

 

329

   

2004

   

228

 

216

   

2003

   

272

 

190

   

2002

   

263

 

173

   

Vraag 31

Hoeveel spoedeisende eerstehulpposten zijn er de afgelopen 5 jaar verdwenen?

Antwoord:

De bereikbaarheid en beschikbaarheid van afdelingen voor spoedeisende hulp (SEH’s) wordt sinds 2013 door het RIVM in kaart gebracht in de zogenaamde «analyses gevoelige ziekenhuizen».

In het rapport uit 2013 staat dat er sinds 2011 vijf SEH’s waren gesloten of niet meer 24 uur per dag 7 dagen per week open waren (bijlage bij TK 2013–2014, 32 854, nr. 20).

In het rapport uit 2014 staat dat er sinds het rapport uit 2013 drie SEH’s waren gesloten: in Delfzijl, Spijkenisse en Rotterdam (locatie Sophia) (bijlage bij TK 2014–2015, 29 247, nr. 211).

Het rapport uit 2016 geeft aan dat er in 2015 twee afdelingen voor Spoedeisende Hulp (SEH’s) zijn gesloten: bij de fusie van de ziekenhuizen in Roosendaal en Bergen op Zoom is de spoedeisende hulp in Bergen op Zoom geconcentreerd, de SEH in Roosendaal is gesloten; en in Den Haag is de spoedeisende hulp van het HagaZiekenhuis geconcentreerd op de locatie Leyweg, de SEH op de locatie Sportlaan is gesloten (bijlage bij TK 2015–2016, 34 300 XVI, nr. 158).

Binnenkort brengt het RIVM wederom een «analyse gevoelige ziekenhuizen» uit met daarin onder meer informatie over het aantal SEH’s dat sinds 2015 is gesloten. Mijn ambtsopvolger zal het nieuwe rapport van het RIVM naar de Tweede Kamer sturen. Zie ook het antwoord op vraag 406.

Vraag 32

Hoeveel zorgaanbieders hebben de afgelopen 5 jaar een patiënten- of clientenstop ingesteld?

Antwoord:

Ik beschik niet over informatie met betrekking tot het aantal patiënten- of cliëntenstops dat wordt ingesteld. In het geval van een patiënten- of cliëntenstop moet een verzekeraar vanwege de zorgplicht of bijcontracteren bij de betreffende zorgaanbieder of zorgen voor voldoende aanbod bij andere zorgaanbieders in de regio. De NZa ziet toe op naleving van de zorgplicht.

Vraag 33

Hoeveel zorgaanbieders zijn er de afgelopen 5 jaar gefuseerd?

Antwoord:

In overeenstemming met mijn antwoord op een vergelijkbare vraag over de begroting van vorig jaar beantwoord ik deze vraag aan de hand van informatie over het concentratietoezicht op grond van de Mededingingswet, en niet (ook) aan de hand van informatie over de zorgspecifieke fusietoets. Zo worden dubbeltellingen voorkomen.

In het kader van het concentratietoezicht op grond van de Mededingingswet dienen zorgaanbieders die aan bepaalde, voor de zorg verlaagde, omzetdrempels voldoen voorgenomen concentraties te melden bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De ACM heeft mij laten weten dat zij in de periode van 2012 tot en met 2016 voor 88 voorgenomen concentraties in de zorg goedkeuring heeft verleend, waarvan 5 onder nadere voorwaarden.

Vraag 34

Wat is de ontwikkeling van de vermijdbare sterfte over de afgelopen 5 jaar geweest?

Antwoord:

De laatste publicatie van het NIVEL over vermijdbare sterfte dateert van 2013. Dat rapport bevatte de resultaten van de derde meting van vermijdbare sterfte in de ziekenhuizen in de periode 2011/2012. Het onderzoeksinstituut NIVEL is op dit moment bezig om de resultaten van de vierde meting van vermijdbare sterfte in de ziekenhuissector over de periode 2011/2012 tot 2015 te analyseren. Het rapport over het onderzoek wordt naar verwachting eind 2017 gepubliceerd.

Vraag 35

In hoeverre nemen vermijdbare ziekenhuisinfecties toe, welke maatregelen worden hiertegen genomen en welke doelen worden hieraan gekoppeld?

Antwoord:

Infecties die ontstaan zijn tijdens ziekenhuisopnames worden gemonitord (zie http://www.rivm.nl/Onderwerpen/P/PREZIES/Prevalentieonderzoek_Ziekenhuizen/Referentiecijfers_Prevalentieonderzoek_ziekenhuizen/Referentiecijfers_Prevalentie_2016.org). Door regelmatige feedback en benchmarking wordt geprobeerd het percentage laag te houden.

Op dit moment wordt bekeken op welke manier meer inzicht verkregen kan worden in de vermijdbaarheid van zorginfecties. Immers, sommige infecties zijn te vermijden, andere niet. Het voorkomen van vermijdbare infecties verlaagt de ziektelast, daarom vinden we dit zo belangrijk.

Het RIVM overlegt met verschillende medisch specialismen over wanneer, bij wie en waarom de infecties ontstaan en hoe dat kan worden gemeten. Dat is de basis voor gerichte interventies en richtlijnen.

In 2015 heb ik samen met betrokken partijen doelen opgesteld om antibioticaresistentie te bestrijden (TK 2014–2015, 32 620, nr. 159). Eén van die doelen betrof het tegengaan van infecties en luidt:

«Het aantal vermijdbare zorggerelateerde infecties is over 5 jaar in de hele zorgketen met 50% gedaald ten opzichte van een met partijen vastgestelde nulmeting. Hierbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen zorgdomeinen en met praktijkvariatie binnen een domein.»

In 2013 en in 2015/2016 heeft de toenmalige Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) thematoezicht uitgevoerd naar infectiepreventie in ziekenhuizen. De IGZ heeft duidelijke verbeteringen geconstateerd ten opzichte van het onderzoek uit 2013, maar toch was de conclusie dat infectiepreventie in ziekenhuizen nog beter kan en moet. De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting (IGJ i.o.) voert op dit moment een vervolg themaonderzoek uit bij de ziekenhuizen. De IGJ i.o. zal naar verwachting in het voorjaar van 2018 het rapport publiceren. De IGZ heeft het afgelopen jaar ook thematisch toezicht uitgevoerd in de privéklinieken (rapport q1 2018).

Vraag 36

Hoeveel zorgbestuurders verdienden het afgelopen jaar meer dan de Wet Normering Topinkomens (WNT) -norm en waar zijn/waren ze werkzaam?

Antwoord:

Ik beschik niet over de door u gevraagde informatie. Met inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT, op 1 juli 2017, is de algemene digitale meldplicht bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties komen te vervallen en wordt niet langer een integraal overzicht van alle topinkomens in de publieke en semipublieke sector bijgehouden en jaarlijks naar de Tweede Kamer verstuurd. Zorginstellingen met een WTZi-toelating blijven verplicht de WNT-informatie in hun jaarverslag op te nemen, deze door de accountant te laten controleren en deze te publiceren.

In de WNT-jaarrapportage die u eind dit jaar ontvangt wordt u geïnformeerd over daadwerkelijke overtredingen en getroffen handhavingsmaatregelen. Overschrijdingen die – als gevolg van overgangsrecht – geen overtredingen zijn, worden niet in de WNT-jaarrapportage opgenomen.

Vraag 37

Kan een overzicht gegeven worden van alle ontvangsten uit bestuurlijke boetes van de toezichthouders in totaal en afzonderlijk voor de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de afgelopen vijf jaar.

Antwoord:

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de totale ontvangsten uit bestuurlijke boetes van de toezichthouders uitgesplitst naar de bestuurlijke boetes van de NVWA, IGZ en NZa.

 

2012

2013

2014

2015

2016

NVWA

4,8

5,2

5,3

4,1

5,4

IGZ

0,5

0,4

1,3

1,4

1,1

NZa

0,5

-

6,1

0,7

 

Totaal

         

Bedragen x € 1 miljoen

Vraag 38

Waarom heeft de Kamer de eerder toegezegde notitie (WGO VWS-jaarverslag 2016, 29 juni 2017) over de tussenstand van de Staat van Volksgezondheid en Zorg op basis waarvan de besluitvorming over de doorontwikkeling kan plaatsvinden nog niet ontvangen? Kunt u deze notitie naar de Kamer sturen?

Antwoord:

Het aanbieden van de toegezegd notitie over de tussenstand van de Staat van Volksgezondheid en Zorg alsmede het advies over de verbeter- en uitbreidingsmogelijkheden van de VWS-monitor laat ik over aan mijn opvolger.

Vraag 39

Welk verband bestaat er tussen het mijden van zorg en de inkomensgroep, waartoe iemand behoort?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 40

Hoeveel mensen hebben afgezien van zorg vanwege hogere kosten, graag uitgesplitst per zorgsector?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 41

Hoeveel mensen hebben afgezien van de eigen bijdrage Wmo? En hoe was die verdeling voor in 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 15 en 2016?

Antwoord:

Er is geen landelijke registratie beschikbaar van mensen die hebben afgezien van voorzieningen waarvoor een eigen bijdrage Wmo.

Vraag 42

Hoeveel mensen zien af van Wlz zorg, vanwege de hoge eigen bijdrage? En hoe was die verdeling voor in 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 15 en 2016?

Antwoord:

Aangezien niet bekend is hoeveel mensen afzien van zorg vanwege de eigen bijdrage is dat niet bekend.

Vraag 43

Hoe was de verdeling naar inkomensgroep van mensen die zorg mijden in 2017? En hoe was die verdeling voor in 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 15 en 2016?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 44

Hoeveel winst heeft de farmaceutische industrie in de afgelopen vijf jaar per jaar gemaakt?

Antwoord:

Volgens het CBS boekte de farmaceutische industrie in Nederland in 2015 een bedrijfsresultaat van € 1 miljard, 17,5% van de omzet. Gemiddeld in de periode 2009–2015 lag het percentage op 18%.

Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/15/bedrijfsresultaat-hoogst-in-farmaceutische-industrie

Het bedrijfsresultaat per jaar staat in onderstaande tabel (CBS Statline) in miljoenen euro’s.

Jaar

Bedrijfsresultaat farmaceutische industrie (bedragen x € 1 miljoen)

2009

981

2010

702

2011

1.305

2012

2.275

2013

821

2014

688

2015

1.008

De omzet van de farmaceutische industrie in Nederland was volgens het CBS een kleine 6 miljard euro in 2015. Dit is een fractie van de wereldwijde omzet van meer dan een biljoen dollar (1.000 miljard).

https://www.statista.com/statistics/263102/pharmaceutical-market-worldwide-revenue-since-2001/

Vraag 45

Hoeveel winst hebben fabrikanten van medische hulpmiddelen in de afgelopen vijf jaar per jaar gemaakt?

Antwoord:

Ik heb op dit moment geen informatie over de winsten van alle fabrikanten van medische technologie, maar gelet op het belang van de sector voor de betaalbaarheid van de zorg wil ik daar meer over weten.

Daarom heb ik opdracht gegeven voor een marktscan naar de werking en structuur van de sector, de relevante actoren en belangrijkste ontwikkelingen en trends. Dit onderzoek zal meer inzicht geven over de Nederlandse en Europese markt voor medische technologie, de verhouding tussen in- en export, tussen intra- versus extramuraal, tussen MKB en grote industrie en bijbehorende winstmarges. Ik verwacht deze marktscan in de 1e helft van 2018. Daarnaast laat ik door het RIVM een horizonscan doen naar de medische technologie die op ons afkomt en een grote impact zou kunnen hebben.

Vraag 46

Hoeveel winst hebben medisch specialisten in de afgelopen vijf jaar gemaakt?

Antwoord:

Ik heb geen overzicht van de inkomsten van vrijgevestigd medisch specialisten. Specialisten in loondienst worden betaald conform de CAO.

Vraag 47

Hoeveel winst hebben ziekenhuizen in de afgelopen vijf jaar gemaakt?

Antwoord:

In haar marktscan van de medisch-specialistische zorg 2016 (de meest recente marktscan, TK 29 248, nr. 353), heeft de NZa de winstgevendheid van ziekenhuizen uitgedrukt in het rentabiliteitspercentage. De rentabiliteit, ook wel de bruto omzet marge, is door de NZa berekend door het bedrijfsresultaat van de zorgaanbieders te delen door de totale omzet. De rentabiliteit voor de ziekenhuissector heeft zich volgens de NZa als volgt ontwikkeld:

Tabel. Gemiddelde rentabiliteit van ziekenhuizen en revalidatie-instellingen (%)

Rentabiliteit

2012

2013

2014

2015

Algemene ziekenhuizen

3,7

4,3

3,6

3,3

UMC’s

3,3

3,6

3,4

4,1

Revalidatie-instellingen

3,2

3,0

2,0

2,1

Totaal gewogen gemiddelde

3,6

4,1

3,5

3,5

Bron: NZa Marktscan 2016, op basis van jaarrekeningen 2012 t/m 2015 van ziekenhuizen en revalidatie-instellingen

Vraag 48

Hoeveel winst hebben zorgverzekeraars in de afgelopen vijf jaar per jaar gemaakt?

Antwoord:

DNB publiceerde jaarlijks – op basis van de verslagstaten DNB – een landelijk overzicht technische rekening zorgverzekeraars voor de basisverzekering. Deze overzichten zijn beschikbaar van 2007 t/m 2015.

Jaar

Resultaat technische rekening (bedragen x € 1 miljoen)

2007

– 269

2008

– 218

2009

464

2010

125

2011

381

2012

937

2013

1.229

2014

918

2015

323

Bron: DNB

Deze resultaten werden gepresenteerd op basis van Solvency I cijfers en kunnen daardoor niet aangevuld worden met de cijfers na 2015. Een inschatting van de DNB op basis van de cijfers over 2016, waarbij aannames nodig zijn over de toedeling van het resultaat «technische rekening» en de beleggingsopbrengsten naar basis- en aanvullende verzekering komen goed overeen met de cijfers van de zorgverzekeraars uit de transparantieoverzichten over 2016. Over 2016 was het resultaat volgens deze overzichten én de inschatting van de DNB ruim € 300 miljoen negatief. Dit bedrag is inclusief de beleggingsopbrengsten van zorgverzekeraars op de basisverzekering.

De cijfers betreffen de resultaten conform de systematiek van de jaarrekeningen. Bij het resultaat «technische rekening» blijft het resultaat van de «niet-technische» rekening buiten beeld. Het gaat hier voornamelijk om de opbrengsten uit beleggingen voor zover niet toegerekend aan de «technische rekening».

Vanwege het hanteren van schade- en premievoorzieningen waren uitkomsten van het technisch resultaat in de openbare statistieken en de jaarverslagen niet volledig transparant en waren deze moeilijk op te maken. Daarom presenteren zorgverzekeraars sinds 2015 de transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering op de website. In deze overzichten zijn de jaarcijfers op een meer begrijpelijke wijze opgebouwd en zijn tevens naar concern beschikbaar.

Het resultaat conform de transparantieoverzichten wijkt af van het resultaat conform de jaarrekeningen. Het resultaat conform jaarrekeningen is het resultaat na aftrek van teruggave in de premie 2016 en inclusief het resultaat behaald op de aanvullende verzekering, zorgkantoren, dochtermaatschappijen en geconsolideerde stichtingen.

Resultaat en bestemming resultaat basisverzekering ultimo 2016 (in mln euro)

Concern

Resultaat 2016

Bestemming lagere premie 2017

Bestemming toevoeging reserves

Overige bestemming

ASR

47

27

15

51

CZ

414

415

– 1

0

De Friesland

67

68

– 0

0

DSW

30

47

– 17

0

Eno

14

0

14

0

Menzis

103

167

– 64

0

ONVZ

34

44

– 10

0

Stad Holland

– 3

11

– 14

0

VGZ

236

332

– 85

0

Zilveren Kruis

189

326

– 137

0

Z&Z

31

41

9

0

Totaal

1.163

1.468

– 309

5

Bron:transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering 2016, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website. Totaal kan door afrondingsverschillen afwijken.

X Noot
1

Betreft vennootschapsbelasting.

Vraag 49

Hoeveel geld aan reserves hebben de zorgverzekeraars in Nederland op dit moment?

Antwoord:

Uit de cijfers van de DNB blijkt dat de zorgverzekeraars per ultimo 2016 in totaal € 10.942 miljoen aan eigen vermogen hadden. Deze cijfers zijn niet gesplitst voor basis en aanvullende verzekeringen. Uit de transparantieoverzichten van de zorgverzekeraars zelf, die alleen gaan over de basisverzekering, blijkt ultimo 2016 een aanwezig eigen vermogen van € 9.681 miljoen.

Vraag 50

Hoe hebben de reserves van zorgverzekeraars zich in de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?

Antwoord:

Voor 2016 vindt u hieronder de cijfers over de aanwezige reserves/solvabiliteit van de zorgverzekeraars, op basis van de transparantie overzichten van de zorgverzekeraars. Voor 2015 worden alleen de ratio’s weergegeven. Cijfers op basis van Solvency II zijn voor oudere jaren niet beschikbaar gezien Solvency II pas per 1 januari 2016 van kracht is. Sinds 2015 presenteren zorgverzekeraars zelf wel al cijfers op basis van Solvency II basisverzekering op hun website.

Solvabiliteit basisverzekering ultimo 2016 en ratio over 2015 (bedragen x € 1 miljoen), Solvency II

Concern

2016

aanwezig

2016

vereist

Verschil

2016

ratio

2015

ratio

ASR

131

91

40

144%

146%

CZ

2.182

1.258

924

173%

169%

De Friesland

328

212

116

155%

156%

DSW

244

175

69

139%

152%

Eno

70

44

36

160%

108%

Menzis

1.100

898

202

123%

124%

ONVZ1

209

148

62

142%

166%

Stad Holland

44

28

16

144%

188%

VGZ1 + 2

     

149%

156%

Zilveren Kruis3

2.852

1.697

1.155

168%

176%

Z&Z

320

204

116

157%

188%

Bron:transparantieoverzichten van de jaarcijfers basisverzekering 2016 en 2015, zoals door individuele zorgverzekeraars gepresenteerd op de website.

X Noot
1

Conform het transparantieoverzicht jaarcijfers 2015 van VGZ en ONVZ betreffen de solvabiliteitsratio’s van VGZ en ONVZ de basis- en aanvullende verzekering, en ontbreken de onderliggende cijfers.

X Noot
2

Conform het transparantieoverzicht jaarcijfers 2016 van VGZ betreft de solvabiliteitsratio van VGZ de basis- en aanvullende verzekering, en ontbreken de onderliggende cijfers.

X Noot
3

Betreft een optelling door VWS van de solvabiliteitcijfers van de risicodragers van Zilveren Kruis.

Voor 2009 t/m 2015 zijn op macroniveau – uitgaande van Solvency I – de volgende cijfers in de statistieken van DNB beschikbaar. Omdat DNB voor gemengde entiteiten de solvabiliteit niet uitsplitst naar basis- en aanvullende verzekering, hebben de cijfers in onderstaand overzicht betrekking op de basis- en aanvullende verzekering samen. Grofweg kan ruim 80% worden toegerekend aan de basisverzekering.

De aanwezige en vereiste solvabiliteit wordt onder Solvency II op een andere wijze vastgesteld dan onder Solvency I. Hierdoor kunnen de cijfers op basis van Solvency II niet worden vergeleken met cijfers op basis van Solvency I.

Solvabiliteit Solvency I, basis- en aanvullende verzekering (bedragen x € 1 miljoen)

Jaar

Aanwezig

Vereist

2009

5.801

2.908

2010

6.545

3.390

2011

6.913

3.528

2012

7.921

4.241

2013

9.295

4.310

2014

10.584

4.400

20151

11.116

4.567

Bron: DNB

X Noot
1

Op basis van Solvency II bedraagt de aanwezige solvabiliteit ultimo 2015 circa € 9,9 miljard en de vereiste solvabiliteit circa € 6,3 miljard (bron: transparantieoverzichten van de jaarcijfers 2015).

Vraag 51

Hoe heeft de solvabiliteit van zorgverzekeraars zich in de afgelopen vijf jaar ontwikkeld?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 50.

Vraag 52

Wat zouden de gevolgen zijn van het afhankelijk maken van een substantieel gedeelte van de overheidsbijdrage aan de Zorgverzekeringswet van kwaliteitsuitkomsten in de zorg?

Antwoord:

Allereerst hebben zorgverzekeraars al de mogelijkheid om binnen het huidige stelsel via contractering van aanbieders kwaliteitsuitkomsten te belonen. Dit kunnen verzekeraars en aanbieders onder meer doen door in contracten af te spreken om tarieven te differentiëren afhankelijk van de uitkomsten of hogere volumes toe te staan bij goede uitkomsten.

U vraagt mij wat de gevolgen zijn van het afhankelijk maken van een substantieel gedeelte van de overheidsbijdrage aan de Zvw van kwaliteitsuitkomsten in de zorg. Ter financiering van de uitgaven ontvangen verzekeraars een nominale premie, het eigen risico en eigen bijdragen. Daarnaast ontvangen zij een vereveningsbijdrage uit het Zorgverzekeringsfonds (ZVF). Het doel van de vereveningsbijdrage is dat zorgverzekeraars gecompenseerd worden voor verschillen in gezondheid als gevolg van een andere samenstelling van verzekerden. Deze systematiek zorgt voor een gelijk speelveld voor alle verzekeraars gegeven de acceptatieplicht en verbod op premiedifferentiatie. De risicoverevening is een bijdrage aan zorgverzekeraars, niet aan zorgaanbieders. Verwerken van kwaliteitsuitkomsten via de risicoverevening is daarom niet mogelijk. Het ZVF wordt gevoed met de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB), een rijksbijdrage (louter ter compensatie voor de nominale premie voor kinderen onder de 18) en een tijdelijke rijksbijdrage HLZ (in verband met overhevelingen van ABWZ naar Zvw). Alleen de rijksbijdragen zijn bijdragen vanuit de VWS-begroting aan de Zvw. Er is op dit moment dus geen algemene rijksbijdrage die verhoogd of verlaagd kan worden. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de inkomensafhankelijke bijdrage als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage samen (de 50/50 verdeling). De bijdrage aan het zorgverzekeringsfonds door de overheid wordt niet op niveau van zorgsoorten of specifieke uitgaven toegekend. Om deze reden is het dan ook niet mogelijk om (anders dan via een fundamentele wijziging van de systematiek) een gedeelte van de bijdrage afhankelijk te maken van kwaliteitsuitkomsten.

Vraag 53

Is het technisch mogelijk om een substantieel gedeelte van de overheidsbijdrage aan de Zorgverzekeringswet afhankelijk te maken van kwaliteitsuitkomsten in de zorg?

Antwoord:

Zoals in vraag 52 aangegeven vergt het een fundamentele wijziging van de systematiek van de Zvw om een gedeelte van de overheidsbijdrage aan de Zvw afhankelijk te maken van kwaliteitsuitkomsten in de zorg. Wel kunnen zorgverzekeraars en zorgaanbieders onderling afspraken maken over het belonen van kwaliteitsuitkomsten.

Vraag 54

Hoe verhouden de zorgkosten per inwoner in Nederland zich tot de zorgkosten per inwoner in andere landen?

Antwoord:

In onderstaand overzicht zijn de uitgaven aan de zorg per inwoner in verschillende Europese landen opgenomen in euro’s. Voor het onderscheid in cure en care verwijs ik naar het antwoord op vraag 20. Deze data zijn afkomstig van de OECD Health Database en hebben betrekking op 2015.

Vraag 55

Hoe verhoudt de betaalde zorgpremie per inwoner (aan zorgverzekeraars) in Nederland zich tot de betaalde zorgpremie (aan zorgverzekeraars) in andere landen?

Antwoord:

Landen kennen verschillende manieren om zorg collectief te financieren. In sommige landen dragen burgers voornamelijk bij aan collectieve zorglasten via algemene belastingmiddelen, in andere landen gaat dat voornamelijk via zorgverzekeraars (volksverzekeringen of private verzekering waarbij het verplicht is om een verzekering af te sluiten).

Nederland behoort tot die laatste groep landen, net als de andere landen uit de tabel hieronder. Onderstaande tabel geeft de uitgaven aan zorgpremiebetalingen weer per inwoner, uitgedrukt in Amerikaanse dollars op basis van koopkrachtpariteit. Hierdoor wordt gecorrigeerd voor verschillen in prijsniveaus tussen landen. Op deze manier vergelijkt de OESO deze bedragen. In Nederland vallen hier onder andere de zorgpremie en de inkomensafhankelijke bijdrage onder. Een en ander is mede afhankelijk van bijdragen uit belastingen/algemene middelen. Nederland kent bijvoorbeeld de rijksbijdrage 18-, andere landen kennen ook bijdragen uit belastingen.

Land

Zorgpremiebetalingen per inwoner (in dollars)

België

$ 2.827

Duitsland

$ 4.168

Frankrijk

$ 3.396

Nederland

$ 3.782

Oostenrijk

$ 2.284

Zwitserland

$ 3.141

Vraag 56

Hoe verhoudt zich de via de belastingen opgebrachte zorggelden in Nederland zich tot de via belastingen opgebrachte zorggelden in andere landen? Welk percentage van het BBP zijn deze via de belasting opgebrachte zorggelden in Nederland en in andere landen?

Antwoord:

Landen kennen verschillende manieren om zorg collectief te financieren. In sommige landen dragen burgers voornamelijk bij aan collectieve zorglasten via algemene belastingmiddelen, in andere landen gaat dat voornamelijk via zorgverzekeraars (volksverzekeringen of private verzekering waarbij het verplicht is om een verzekering af te sluiten).

De exacte getallen die u vraagt, zijn niet te leveren. Wel geeft de OESO in Health at a Glance weer welk deel van de zorguitgaven uit welke financieringsbron komt. Zie daarvoor onderstaande tabel:

 

Overheidsvoorziening

Verplichte verzekering

Eigen betalingen

Vrijwillige verzekering

Overig

Nederland

5%

76%

12%

6%

1%

Duitsland

7%

78%

13%

1%

1%

Denemarken

84%

0%

14%

2%

0%

Zweden

83%

0%

16%

1%

1%

Ver. Koninkrijk

79%

0%

15%

4%

2%

Frankrijk

4%

75%

7%

14%

1%

België

11%

66%

18%

4%

0%

Oostenrijk

31%

45%

18%

5%

2%

Italië

76%

0%

22%

1%

1%

Spanje

65%

5%

25%

5%

0%

Vraag 57

Kunt u 5 voorbeelden geven van «revolutionaire» ideeën over zorgstelsels en de voordelen en nadelen van deze alternatieve stelsels kort benoemen?

Antwoord:

Zoals reeds aangegeven in het antwoord op vraag 548 uit de Begrotingsbehandeling voor het jaar 2017 (TK 34 550 XVI, nr. 11), zijn de uitdagingen waarmee Westerse landen te kampen hebben grotendeels hetzelfde. Door vergrijzing, de toename van chronische multimorbiditeit, en de uitbreiding van medisch-technologische mogelijkheden komen zorgstelsels steeds verder onder druk te staan, waardoor het bevorderen van de doelmatigheid een belangrijk thema is. Veel landen zijn bezig met het inzichtelijk maken van de kwaliteit van zorg en het (her)organiseren van zorg zodat mensen meer regie krijgen en langer zelfredzaam zijn, ook door het gebruik van e-health.

Uit een onderzoek van de OESO blijkt dat het bereiken van deze doelen niet afhankelijk is van het type zorgstelsel. De OESO onderscheidt daarbij zes systemen. Het blijkt dat de doelmatigheid in alle landen verbeterd kan worden, en dat er geen type zorgstelsel stelselmatig beter presteert. De OESO geeft geen oordeel over de generieke voor- en nadelen van de verschillende stelsels, omdat de verschillen ook groot zijn tussen landen met gelijkaardige institutionele karakteristieken. Het geeft wel aan dat een «big bang approach» – het overstappen op een ander stelsel – waarschijnlijk weinig oplevert in termen van efficiëntie.

Bron: http://www.oecd-ilibrary.org/docserver/download/5kmfp51f5f9t-en.pdf?expires=1507286551&id=id&accname=guest&checksum=80DC7D325EBD1619EF38E4FC2988219A

Vraag 58

Zijn er studies naar de impact van een onvoorwaardelijk basisinkomen (bijstandsniveau) op de zorgkosten? Hoeveel zouden de zorgkosten kunnen dalen en is het mogelijk om met deze daling een aanzienlijk deel van de kosten van een basisinkomen terug te verdienen?

Antwoord:

Naar mijn weten bestaan er geen studies naar het effect van het basisinkomen op de zorgkosten. Wel is de relatie tussen inkomen en zorggebruik uitgebreid onderzocht. De studies laten bijna zonder uitzondering zien dat mensen met een lager inkomen meer zorg gebruiken dan de hogere inkomens. In het onderzoek wordt de gezondheid van mensen met lage en hoge inkomens vergeleken. Uit dit onderzoek kan niet zondermeer worden geconcludeerd dat verhoging van het inkomen van de sociale minima de zorgconsumptie doet dalen.

Vraag 59

Hoeveel huishoudelijk verzorgenden zijn de afgelopen jaren teruggezet van Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG) 15 naar FWG 10?

Antwoord:

Ik beschik niet over gegevens over hoeveel huishoudelijk verzorgenden de afgelopen jaren zijn teruggezet van FWG 15 naar FWG 10.

Vraag 60

Hoeveel en welke interim-managers zijn in 2017 werkzaam (geweest) uitgesplitst in alle zorgsectoren?

Antwoord:

Ik verwijs hiervoor naar het antwoord gegeven op vraag 462 bij de vorige begrotingsbehandeling (TK, 34 550 XVI, nr 11). De situatie is in 2017 niet gewijzigd.

Vraag 61

Hoeveel topbestuurders kent Nederland, per sector geestelijke gezondheidszorg (ggz), Verpleeg- en Verzorgingshuizen (VVT), Gehandicaptenzorg (GHZ), Ziekenhuiszorg (ZKH) en wie zijn dit?

Antwoord:

Zoals vorig jaar in antwoord op vraag 463 bij de vorige begrotingsbehandeling (TK 34 550 XVI, nr. 11) is gemeld, hebben wij hier geen overzicht van.

Wel stuurt het kabinet op grond van artikel 7.1 van de WNT (Wet Normering Topinkomens) jaarlijks een overzicht van alle topinkomens in de publieke en semipublieke sector naar de Tweede Kamer. Volgens de rapportage van eind 2016 over het verslagjaar 2015 (TK 30 111, nr. 91) waren er in 2015 in totaal 921 bestuurders van Wtzi- instellingen (Wet Toelating Zorginstellingen). Hierbij is geen verder onderscheid naar deelsectoren gemaakt.

Vraag 62

Wat is de salariëring van alle topbestuurders per naam en sector GGZ, VVT, GHZ, ZKH?

Antwoord:

Zie het antwoord op vraag 36.

Vraag 63

Aan welke politieke partijen zijn de topbestuurders gelieerd, per naam en sector GGZ, VVT, GHZ, ZKH?

Antwoord:

Ik verwijs hiervoor naar het antwoord op vraag 50 bij de vorige begrotingsbehandeling (TK 34 450 XVI, nr. 11).

Vraag 64

Wat is het gemiddelde inkomen van medisch specialisten in de verschillende landen van Europa?

Antwoord:

Wat betreft de inkomens van medisch specialisten is de arbeidsvorm belangrijk voor de hoogte van het salaris. In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde inkomens per arbeidsvorm gesplitst, niet gecorrigeerd voor koopkracht en prijsniveaus. Er is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers van elk land. Bij de meeste landen zijn dit gegevens uit 2014 of 2015, behalve bij de inkomens van de zelfstandigen uit Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. De meest recente data hierover is afkomstig uit 2011 voor Duitsland en Frankrijk, en 2013 voor wat betreft Oostenrijk. Deze data is afkomstig van de OECD Health Database.

Landen

In dienst

Zelfstandig

Oostenrijk

Niet beschikbaar

€ 161.563

België

Niet beschikbaar

€ 256.293

Frankrijk

€ 80.051

€ 168.400

Duitsland

€ 133.100

€ 181.000

Italië

€ 71.715

Niet beschikbaar

Luxemburg

€ 258.552

€ 362.207

Nederland

€ 154.757

€ 194.900

Spanje

€ 64.172

Niet beschikbaar

Vraag 65

Aan welke patiëntenorganisaties zijn de topbestuurders gelieerd, per naam en sector GGZ, VVT, GHZ, ZKH?

Antwoord:

Ik verwijs hiervoor naar het antwoord gegeven op vraag 51 bij de vorige begrotingsbehandeling (TK 34 550 XVI, nr. 11).

Vraag 66

Hoeveel hbo-verpleegkundigen zijn er in 2017 werkzaam in de zorg, uitgesplitst per sector?

Antwoord:

Het aantal hbo-verpleegkundigen in 2015 wordt op basis van cijfers van het onderzoeksprogramma Zorg en Welzijn geschat op 58.584. Nieuwere data is op dit moment nog niet beschikbaar. De verdeling van het aantal hbo-verpleegkundigen over de verschillende sectoren is volgens het onderzoeksprogramma (2015):

Umc’s

Algemene en overige ziekenhuizen

GGZ

V&V

Thuiszorg

Gehandicaptenzorg

Huisartsen en gezondheidscentra

Overige zorg

Welzijn en maatschappelijke dienstverlening

Jeugdzorg

Totaal

8.261

17.525

9.077

3.306

8.402

5.267

2.950

3.248

439

108

58.584

Vraag 67

Hoeveel mbo-verpleegkundigen zijn er in 2017 werkzaam in de zorg, uitgesplitst per sector?

Antwoord:

Het aantal mbo-verpleegkundigen in 2015 wordt op basis van cijfers van het onderzoeksprogramma Zorg en Welzijn geschat op 142.334. Nieuwere data is op dit moment nog niet beschikbaar. De verdeling van het aantal mbo-verpleegkundigen over de verschillende sectoren is volgens het onderzoeksprogramma (2015):

Umc’s

Algemene en overige ziekenhuizen

GGZ

V&V

Thuiszorg

Gehandicaptenzorg

Huisartsen en gezondheidscentra

Overige zorg

Welzijn en maatschappelijke dienstverlening

Jeugdzorg

Totaal

8.385

47.115

12.730

23.686

14.222

17.119

2.478

14.520

1.864

216

142.334

Vraag 68

Hoeveel wijkverpleegkundigen zijn er in 2017 werkzaam in de thuiszorg?

Antwoord:

Volgens het onderzoek «Vraag en aanbod wijkverpleegkundigen 2015–2019» waren in 2015 zo’n 8.800 hbo-wijkverpleegkundigen werkzaam. Cijfers over 2017 (en 2016) zijn niet beschikbaar.

Vraag 69

Wat is het gemiddelde inkomen van huisartsen in de verschillende landen van Europa?

Antwoord:

Wat betreft de inkomens van huisartsen is de arbeidsvorm belangrijk voor de hoogte van het salaris. In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde inkomens per arbeidsvorm gesplitst, ongecorrigeerd voor koopkracht en prijsniveaus. Er is gebruik gemaakt van de meest recente cijfers van elk land. Bij de meeste landen zijn dit gegevens uit 2014 of 2015, behalve bij de inkomens van de zelfstandigen uit Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. De meest recente data hierover is afkomstig uit 2011 voor Duitsland en Frankrijk, en 2013 voor wat betreft Oostenrijk. Deze data is afkomstig van de OECD Health Database.

Landen

In dienst

Zelfstandig

Oostenrijk

Niet beschikbaar

€ 105.781

België

Niet beschikbaar

€ 103.021

Frankrijk

Niet beschikbaar

€ 101.800

Duitsland

Niet beschikbaar

€ 138.000

Luxemburg

€ 322.196

€ 169.181

Nederland

€ 98.809

€ 113.200

Spanje

€ 56.258

Niet beschikbaar

Vraag 70

Hoeveel verzorgenden IG zijn er in 2017 werkzaam in de zorg, uitgesplitst per sector? Hoeveel verzorgenden zijn er in 2017 werkzaam in de zorg, uitgesplitst per sector? Hoeveel helpenden zijn er in 2017 werkzaam in de zorg, uitgesplitst per sector?

Antwoord:

Er zijn geen gegevens beschikbaar specifiek over het aantal werkzame verzorgenden IG.

Het aantal verzorgenden in 2015 wordt op basis van cijfers van het onderzoeksprogramma Zorg en Welzijn geschat op 175.778. Nieuwere data is op dit moment nog niet beschikbaar. De verdeling van het aantal verzorgenden over de verschillende sectoren is volgens het onderzoeksprogramma (2015):

Umc’s

Algemene en overige ziekenhuizen

GGZ

V&V

Thuiszorg

Gehandicaptenzorg

Huisartsen en gezondheidscentra

Overige zorg

Welzijn en maatschappelijke dienstverlening

Jeugdzorg

Totaal

123

3.937

2.214

89.098

58.791

9.697

236

4.776

6.797

108

175.778

Het aantal helpenden in 2015 wordt op basis van cijfers van het onderzoeksprogramma Zorg en Welzijn geschat op 35.219. Nieuwere data is op dit moment nog niet beschikbaar. De verdeling van het aantal helpenden over de verschillende sectoren is volgens het onderzoeksprogramma (2015):

Umc’s

Algemene en overige ziekenhuizen

GGZ

V&V

Thuiszorg

Gehandicaptenzorg

Huisartsen en gezondheidscentra

Overige zorg

Welzijn en maatschappelijke dienstverlening

Jeugdzorg

Totaal

247

3.556

443

20.317

6.842

2.035

0

573

1.206

0

35.219

Vraag 71

Hoeveel alfahulpen waren/zijn werkzaam in de jaren 2007 t/m 2017?

Antwoord:

De diensten van alfahulpen worden direct ingekocht door de cliënt. Het aantal alfahulpen wordt zodoende niet centraal geregistreerd.

Vraag 72

Hoeveel huishoudelijk verzorgenden waren/zijn werkzaam in de jaren 2007 t/m 2017?

Antwoord:

Er zijn geen cijfers beschikbaar van het aantal huishoudelijke verzorgenden. Er werken ook mensen als huishoudelijke hulp zonder een formele kwalificatie en deze worden niet geregistreerd. De onderstaande tabel – op basis van cijfers van het onderzoeksprogramma Zorg en Welzijn – laat de ontwikkeling zien van het totaal aantal zorghulpen en helpenden, werkzaam in de VVT van 2007 tot en met 2015 (cijfers over 2016 en 2017 zijn nog niet beschikbaar). Dit is een indicatie van het aantal huishoudelijke hulpen. In werkelijkheid zal het aantal hoger zijn.

 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Zorghulpen & helpenden

30.306

29.399

31.819

33.872

34.721

35.247

34.360

35.989

33.781

Vraag 73

Hoeveel medisch specialisten, uitgesplitst per beroep zijn er in 2017 werkzaam in de zorg?

Antwoord:

In onderstaande tabel is het aantal werkzame medisch specialisten per 1 januari 2017 weergegeven.

Specialisme

Aantal

Anesthesiologie

1.606

Cardiologie

1.046

Cardio-thoracale chirurgie

122

Dermatologie, venerologie

538

Heelkunde

1.275

Interne geneeskunde

2.143

Keel-neus-oorheelkunde

510

Kindergeneeskunde

1.422

Klinische genetica

161

Klinische geriatrie

268

Longziekten en tuberculose

617

Maag-darm-leverziekten

479

Medische microbiologie

289

Neurochirurgie

139

Neurologie

935

Nucleaire geneeskunde

167

Obstetrie en gynaecologie

1.028

Oogheelkunde

654

Orthopedie

782

Pathologie

410

Plastische chirurgie

290

Psychiatrie

3.289

Radiologie

1.206

Radiotherapie

303

Reumatologie

291

Revalidatiegeneeskunde

556

Sportarts

145

Urologie

436

Vraag 74

Hoeveel verloskundigen, kraamverzorgenden en gynaecologen zijn er werkzaam in 2017?

Antwoord:

In 2015 waren er 3.150 verloskundigen (NIVEL) en 9.960 kraamverzorgenden (Pensioenfonds Zorg en Welzijn) werkzaam. Meer recente cijfers zijn niet beschikbaar. Op 1 januari 2017 waren er 1.028 gynaecologen (Capaciteitsorgaaan) werkzaam.

Vraag 75

Hoeveel huisartsen zijn er in totaal?

Antwoord:

Uit de gegevens van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten blijkt dat het aantal geregistreerde huisartsen op 1 januari 2017 in totaal 13.052 bedroeg. Op peildatum 1 januari 2017 waren er naar schatting 9.862 werkzame gevestigde huisartsen en 2.251 waarnemers.

Vraag 76

Hoeveel verpleeghuisartsen werken er in 2017 in Nederland?

Antwoord:

Per 1 januari 2017 waren er 1.622 specialisten ouderengeneeskunde (voorheen verpleeghuisartsen) in Nederland werkzaam.

Vraag 77

Hoeveel nurse practitioners en nurse physicians werken er in Nederland?

Antwoord:

Er zijn 3061 verpleegkundig specialisten (nurse practioners) ingeschreven in het BIG-register. Physician assistants (PA’s) zijn niet in het BIG-register opgenomen. De exacte aantallen van werkzame PA’s zijn niet te geven. Inschrijving bij de beroepsvereniging NAPA (Nederlandse Associatie van Physician Assistants) is geen verplichting en evenmin is uit te sluiten dat mensen wel geregistreerd staan als PA in het register van de beroepsvereniging, maar inmiddels niet meer werkzaam zijn. Het geschatte aantal werkende PA’s is ruim 1000.

Vraag 78

Hoeveel tandartsen en mondhygienisten werken er in Nederland?

Antwoord:

Volgens de Staat van Volksgezondheid en Zorg waren er in 2015 7.835 tandartsen werkzaam in Nederland. Dit is het meest actuele cijfer.

Op 6 oktober 2017 stonden er 10.889 tandartsen geregistreerd in het BIG-register.

De exacte aantallen van werkzame mondhygiënisten is niet te geven. Inschrijving bij de beroepsvereniging is geen verplichting en evenmin is uit te sluiten dat mensen wel in het register van de beroepsvereniging staan als mondhygiënist, maar inmiddels niet meer werkzaam zijn. Het geschatte aantal werkende mondhygiënisten is 3.500–3.600.

Vraag 79

Hoeveel anesthesisten werken er in 2015 in Nederland?

Antwoord:

Per 1 januari 2015 waren 1.550 anesthesisten in Nederland werkzaam.

Vraag 80

Hoeveel zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) werken jaarlijks in de zorg per sector?

Antwoord:

Uit gegevens van CBS-statline blijkt dat er in 2015 87.700 zelfstandigen zonder personeel in de gezondheids- en welzijnszorg actief waren. Over een uitsplitsing per sector, of een andere uitsplitsing, in de zorg heb ik geen gegevens. Het betreft een brede groep, uiteenlopend van mensen die ondersteuning aanbieden in de huishouding tot aan medisch specialisten.

Vraag 81

Wat kosten de zzp'ers jaarlijks?

Antwoord:

Over de jaarlijkse kosten van zzp’ers heb ik geen gegevens.

Vraag 82

Hoeveel bemiddelingsbureaus zijn er in Nederland die zzp'ers inzetten voor de zorg.

Antwoord:

In het rapport «Opdrachtbemiddeling in de zorg, Onderzoek onder bemiddelaars en zzp’ers» wordt uitgegaan van ruim 1.100 bemiddelingsbureaus die hebben aangegeven te bemiddelen in het zorg- en welzijnsdomein.

Vraag 83

Hoeveel tandartsen zijn er in Nederland werkzaam, zowel Nederlandse als buitenlandse tandartsen? Hoeveel zijn er in 2017 nieuw opgeleid, hoeveel zijn er vanuit het buitenland ingestroomd in de Nederlandse arbeidsmarkt?

Antwoord:

Volgens de Staat van Volksgezondheid en Zorg waren er in 2015 7.835 tandartsen werkzaam in Nederland. Dit is het meest actuele cijfer. Hierbij wordt niet geregistreerd om hoeveel buitenlandse tandartsen het gaat.

Op 6 oktober 2017 stonden er 10.889 tandartsen geregistreerd in het BIG-register. Daarvan hebben 8.487 tandartsen een Nederlands diploma, 1.898 tandartsen hebben een buitenlands diploma en van 504 tandartsen is het land van diplomering onbekend (de diplomagegevens worden op dit moment verrijkt door het CIBG).

Er zijn in 2017 in totaal 290 nieuwe inschrijvingen van tandartsen in het BIG-register, waarvan 123 met een niet-Nederlands diploma.

Vraag 84

Hoe vaak is tuberculose (tbc), schurft of een andere besmettelijke ziekte geconstateerd bij asielzoekers of statushouders en hoeveel hebben daarvoor in quarantaine gezeten? Welke behandelingskosten zijn hiervoor gemaakt?

Antwoord:

In 2016 is bij asielzoekers in de COA-opvang 95 keer tuberculose vastgesteld. Clusters van niet-meldingsplichtige ziekten, zoals schurft worden wel aan de GGD gemeld, maar niet aan het RIVM. Ik kan daarover, zoals ik vorig jaar gemeld heb, dus niet over rapporteren. Bij ongeveer 160 mensen is een andere infectieziekte dan tuberculose vastgesteld, meestal chronische hepatitis B of malaria. Er hebben geen mensen in quarantaine gezeten, daar was geen aanleiding toe. Gegevens over statushouders zijn niet te herleiden uit het surveillancesysteem voor meldingsplichtige ziekten.

Een overzicht van de beschikbare budgetten voor opvang van asielzoekers vindt u in artikel 37 van de Rijksbegroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De behandelingskosten voor asielzoekers worden door VWS niet als aparte kostenpost bijgehouden.

Vraag 85

Hoeveel opleidingsplaatsen zijn er in 2017 bijgekomen, uitgesplitst naar artsen, medisch specialisten, verpleegkundig specialisten en physician assistents?

Antwoord:

De aantallen beschikbaar gestelde opleidingsplaatsen voor 2017 zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Opleiding

Aantal plaatsen

Basisopleiding geneeskunde1

3.050

Huisarts

750

Medisch specialist

1.113

Arts spoedeisende hulp (SEH-arts)

40

Specialist ouderengeneeskunde

128

Arts verstandelijk gehandicapten